Bijlage VTSBP - Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg Ong.
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld september, 2022 NL.IMRO.0183.BUIBPDIKKERSBOSONGVG01
Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong.
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
7 7 7 8 9 9
Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
11 11 12
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid
15 15 16 27
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Geur 4.4 Bodem
37 37 37 39 39
4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11
40 41 42 43 45 46 47
Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels
49 49 49
Hoofdstuk 6
53
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen
55 55 55
Bijlagen bij de toelichting
57
Bijlage 1
Landschapsplan
58
Bijlage 2
Beeldkwaliteitsplan
91
Bijlage 3
Natuurpotentieonderzoek
97
Bijlage 4
Verkennend bodemonderzoek
151
2
bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong.
Bijlage 5
Quickscan natuurwaardenonderzoek
196
Bijlage 6
Watertoets
226
Bijlage 7
Reactienota zienswijzen
233
Regels
245
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
247 247 255
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Agrarisch - 1 Bos - Natuur Wonen - Landhuis Waarde - Archeologie 4
257 257 260 262 265
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
267 267 268 269 270 271 272 273
Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
275 275 276
Bijlagen bij de regels
277
Bijlage 1
278
Landschapsplan
bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong. 3
4
bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong.
Toelichting
bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong. 5
6
bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong.
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Voor de locatie aan de Dikkersbosweg in het buitengebied van Albergen is een plan ontwikkeld. De initiatiefnemers willen op basis van het ‘gemeentelijk beleid ten aanzien van de ontwikkeling van nieuwe landgoederen in de gemeente Tubbergen 2011’ een nieuw landgoed realiseren. Het gaat om een landgoed van 10,85 hectare, waarvan ten minste 30% aan nieuwe natuur. Het gaat om gronden die nog niet onder de Natuurschoonwet zijn geschikt. Onderdeel van het bestemmingsplan voor het landgoed is het toekennen van de bouwmogelijkheid ten behoeve van een landhuis van minstens 1.000 m³. Het landgoed wordt landschappelijk ingericht overeenkomstig de gebiedseigen kenmerken en wordt voor publiek opengesteld. Vanwege het ontbreken van de juiste bouw- en gebruiksregels is de voorgenomen ontwikkeling op grond van het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk. Middels een herziening van het bestemmingsplan kan de voorgenomen ontwikkeling mogelijk worden gemaakt.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied bestaat uit meerdere agrarische percelen aan de Dikkersbosweg in het buitengebied van Albergen. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie H, perceelnummers: 6621, 6895, 6073 en een deel van 7057 en 8289. In totaal bedraagt het plangebied 10,85 hectare. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van haar omgeving weergegeven.
Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: PDOK; bewerking Ad Fontem) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een luchtfoto weergegeven waarop het plangebied van Landgoed Dikkersbosweg te zien is. Het plangebied wordt aan de noordkant begrenst door het Dikkersbos, aan de oostkant door de Dikkersbosweg en aan de zuid- en westkant door agrarische cultuurgrond. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.
bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong. 7
Figuur 1.2: begrenzing plangebied (bron: PDOK; bewerking Ad Fontem)
1.3 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied ligt binnen de grenzen van het bestemmingsplan ‘Tubbergen Buitengebied 2016’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 23-05-2016 door de gemeente Tubbergen. In figuur 1.3 is een fragment uit de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen. Tevens geldt voor het plangebied het bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan'.
Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) De percelen binnen het bestemmingsplan ‘Tubbergen Buitengebied 2016’ hebben de enkelbestemming ‘Agrarisch -1’ en ‘Bos – Natuur’ en de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 4’. Op het gebied rusten meerdere gebiedsaanduidingen, te weten: ‘vrijwaringszone – radarverstoringsgebied’ en ‘reconstructiewetzone – landbouwontwikkelingsgebied’. De gronden zijn daarmee in eerste instantie bestemd voor agarische doeleinden 8
bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong.
en/of natuur en bosbouw. De initiatiefnemer is voornemens om een landgoed met landhuis op te richten van ten minste 10 hectare inclusief minimaal 30% natuur. Vanwege het ontbreken van de juiste gebruiks- en bouwregels is het realiseren van een nieuw landgoed niet mogelijk. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.
1.4 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong.' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.0183.BUIBPDIKKERSBOSONG-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.
1.5 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.
bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong. 9
10
bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong.
Hoofdstuk 2
Het plan
2.1 Huidige situatie Het plangebied ligt aan de Dikkersbosweg in het buitengebied van Albergen. Momenteel bestaat het overgrote deel van het plangebied uit agrarische cultuurgrond. Te midden van het plangebied ligt een klein bosperceel. Er is momenteel geen bebouwing aanwezig binnen het plangebied. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich voornamelijk agarische cultuurgronden, enkele agrarische percelen, verschillende burgerwoningen en natuurpercelen. Het plangebied ligt binnen de Landgoedzone Almelo-Delden van de provincie Overijssel (zie figuur 2.2). De zone Almelo-Delden kenmerkt zich door historische landgoederen in de lagere delen van het gebied. Enkele van de landgoederen zijn groot. Het gebied vormt het centrale deel van Twente en bestaat uit een glooiend landschap van dekzandruggen en laagten, met tal van kleinere en grotere beken die uitkomen in de Regge en de Eksosche Aa.
Figuur 2.1: huidige situatie plangebied vanaf de Dikkersbosweg (bron: Google Streetview)
Figuur 2.2: landgoedzones binnen de provincie Overijssel (bron: Atlas van Overijssel) bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong. 11
2.2 Toekomstige situatie Algemeen De initiatiefnemers zijn voornemens om een nieuw landgoed met bijbehorend landhuis op te richten, waarbij het landhuis aan de Dikkersbosweg gesitueerd zal worden. Het landgoed bestaat uit totaal uit 10,85 hectare landbouwgrond. De gronden zijn aaneengesloten en grenzen aan bestaande natuur (Dikkersbos). Het plan betreft het realiseren van een landhuis met allure aan de Dikkersbosweg. Het gaat hierbij om een landhuis welke qua aard en schaal past in zijn omgeving, maar wel allure uitstraalt. Door middel van een oprijlaan naar het landhuis wordt beoogd de statigheid van het landhuis te benadrukken. Het landhuis wordt achter het bestaande bosperceel gerealiseerd. Op deze manier wordt het vrije uitzicht van bestaande omwonenden zo min mogelijk aangetast. Ten noorden van het landhuis is een fruitgaard voorzien en ten westen worden meerdere bomen aangeplant. De gebouwen worden ingetogen vormgegeven en ingepast in het landschap door het behouden en aanbrengen van landschappelijk groen. De architectuur van het beoogde landhuis is opgenomen in een beeldkwaliteitskader, opgenomen in Bijlage 2. De belangrijkste uitgangspunten voor de beeldkwaliteit zijn als volgt: De bebouwing (landhuis) zal een ruimtelijke eenheid vormen met het aanwezige bosperceel.
Om deze ruimtelijke eenheid te waarborgen zal de bebouwing compact aan het bosperceel worden gesitueerd waarbij de lengterichting van de bebouwing zich langs het bosperceel strekt; Het hoofdgebouw bestaat uit maximaal twee bouwlagen met een platte dakafwerking. Bijgebouwen en garages vormen één architectonisch ontwerp met het woongebouw; De architectuurstijl zet in op heldere krachtige vormen en openheid richting het landschap en meer geslotenheid richting het bosperceel; Voor het kleur en materiaalgebruik wordt gekozen voor natuurlijke materialen en kleuren (hout, baksteen- of natuursteen, zink en glas).
Figuur 2.3: Motivering en referenties beeldkwaliteit (bron: Building Design Architectuur) Ter compensatie van de bouw van het landhuis, wordt 40% van de in te brengen gronden ontwikkeld naar nieuwe natuur. Het voornemen is om enerzijds droge heide en anderzijds afgegraven laagtes met natte vegetatie te realiseren. De afgegraven laagtes met natte vegetatie is voorzien tussen het te realiseren landhuis en de Dikkersbosweg. Dit gebied was ook van 1894 tot 1934 aangemerkt als nat gebied (bron: topotijdreis). Met de realisatie van een afgegraven natte laagte wordt beoogd deze oorspronkelijke natte laagte, vanuit historisch perspectief, terug te brengen. Daarnaast wordt tussen het Dikkersbos en de te realiseren natte vegetatie, het natuurdoeltype droge heide beoogd. Op deze manier wordt nieuwe natuur aangesloten op bestaande natuur in 12
bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong.
de omgeving. Door de realisatie van enerzijds droge heide en anderzijds natte vegetatie ontstaat een gevarieerd en attractief landschap. In totaal wordt 4,35 hectare aan nieuwe natuur gerealiseerd (40% van het gehele landgoed). De ontwikkeling voldoet daarmee aan de eis van tenminste 30% nieuwe natuur. Om het landgoed aan te laten merken als NSW-landgoed, zijn er een aantal voorwaarden voor nieuwe landgoederen. Er zijn voorwaarden voor de grootte van het gebied, de houtopstanden die er staan of de aanwezigheid van natuurterreinen, de oppervlakte en de omzoming van landbouwterreinen, de opstallen en over het gebruik van het landgoed. Per voorwaarde wordt getoetst of de landgoedaanvraag voldoet aan de voorwaarden. Op voorhand zijn er geen belemmering voor rangschikking van de gronden. Tot slot zal het landgoed worden opengesteld waarbij een wandelpad wordt aangelegd. Het wandelpad sluit aan op zowel de Watereggeweg en de Dikkersbosweg. Vanaf de Watereggeweg kan het wandelpad aansluiten op de bestaande wandelroute aan de zuidkant van de Watereggeweg, richting ‘De Doorbraak’. Vanaf de Dikkersbosweg is het landgoed toegankelijk middels twee wandelpaden. Deze wandelpaden lopen langs de randen van de te realiseren natte vegetatie en komen samen ten zuiden van het te realiseren landhuis. Daarmee gaat het pad zowel langs de rand, als ook over het landgoed.
Dit om te voldoen aan de eis van toegankelijkheid en openstelling voor publiek. Op deze manier is een zo attractief mogelijke recreatieve route beoogd. Het landschapsplan is in onderstaande figuur opgenomen en in Bijlage 1.
Figuur 2.4: Toekomstige situatie (bron: N+L Landschap) Natuur- en landschap Algemene doelstelling van het landgoed is het behouden en het versterken van het landschap van het buitengebied van Albergen. Het plan zorgt voor een landschappelijke verfraaiing. Bovendien geeft de nieuwe inrichting een meerwaarde voor de natuur (flora en fauna). Landgoed Dikkersbosweg wordt zodanig in het landschap ingepast, dat het op landschappelijk, ecologisch en maatschappelijk vlak een meerwaarde betekent voor zijn omgeving. Bij het opstellen van het inrichtingsplan zijn de (historische) landschappelijke kenmerken en karakteristieken leidend geweest. In het plan is gestreefd om de cultuurhistorische structuur te behouden. Voor onderzoek naar de slagingskans voor natuurdoeltypen is de expertise gevraagd van de partijen Woestland advies en Natuurbank Overijssel. Zij schreven het “natuurpotentieonderzoek Dikkersbosweg te Albergen” waarbij vanuit deze rapportage eenvoudig wordt verwezen naar dit separate onderzoek (Bijlage 3 Natuurpotentieonderzoek). Samengevat liggen er kansen om binnen het onderzoeksgebied inrichtingsmaatregelen te treffen om vochtige hooilanden en vochtige / droge heide te ontwikkelen. Vooral de gradiënt van hoog naar laag kan interessant worden door het mogelijk uittredende grondwater.
Om de grondwaterstanden te verhogen zullen de interne sloten gedempt worden met schoon geel zand (zie middelste verbeelding pagina 20). De sloot aan de westzijde bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong. 13
dient sterk verondiept te worden en ook de gemeentelijke sloot zal dempt worden. De aanwezige waterschapsloot is sterk over gedimensioneerd en voert met name grondwater af. Deze zou in samenwerking met het Waterschap verondiept kunnen worden en voorzien kunnen worden van een boerenstuw. De inrichting van het onderzoeksgebied bestaat volgens de onderzoekers uit: Verondiepen sloot (200 m) aan de westzijde tot circa 30 cm diepte met geel zand en het plaatsen van een boerenstuw. Dempen gemeentelijke bermsloot (240 m) met schoon geel zand. Dempen sloten (460 m) binnen het onderzoeksgebied met schoon geel zand. Aanplanten van groepen struweel. Het ontgraven volgens B-WARE onderzoek (er wordt verder gemakshalve opnieuw verwezen naar het natuurpotentieonderzoek). Daaruit is onderstaand kaartbeeld naar voren gekomen voor de ontgravingsdiepte in Bijlage 3 Natuurpotentieonderzoek.
Figuur 2.5: bodemonderzoek (links), inrichtingsmaatregelen (midden) en beoogde natuurdoelen (rechts) bron: Landschapsplan Dikkersbosweg
14
bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong.
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1 Rijksbeleid 3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie In de NOVI wordt ingezet op toekomstbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied. Dit betekent dat landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen en ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten. Dat draagt bij aan een landelijk gebied waar het prettig wonen en recreëren is en waarin ruimte is en blijft voor vitale landbouw.
Het landelijk gebied kent voor de komende jaren veel opgaven zoals transitie van de landbouw, de energietransitie, klimaatadaptatie, natuurherstel, bodemdaling en verdergaande verstedelijking. Een toekomstbestendige ontwikkeling vraagt een verantwoorde herinrichting van het landelijk gebied en een verbetering van de milieukwaliteit. De NOVI zet voor de lange termijn in op een geleidelijke en zorgvuldige herindeling van het landelijk gebied, onder meer gericht op kringlooplandbouw in goed evenwicht met natuur en landschap. Dit draagt bij aan een landelijk gebied waar het prettig wonen, werken en recreëren is en waarin ruimte is en blijft voor economisch vitale landbouw als belangrijke drager van het platteland. Om in Nederland structureel de natuurdoelen te halen en ruimte te krijgen voor economische en maatschappelijke ontwikkelingen, is het noodzakelijk om extra natuur te realiseren om op termijn te voldoen aan de internationale verplichtingen. Bij nieuwe bouw- en ontwikkelopgaven is natuurinclusieveontwikkeling de norm, zowel in de stad als in het landelijk gebied. Met voorliggende ontwikkeling wordt een nieuw landgoed gerealiseerd van 10,85 hectare, waarvan 4,35 hectare nieuwe natuur. Daarmee kan het plan een bijdrage leveren aan een toekomstbestendig landelijk gebied met ruimte voor natuurherstel, kwalitatief hoogwaardig landschap en nieuwe recreatieve (wandel)routes.
Daarmee past het plan binnen de prioriteiten van de NOVI en kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.
bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong. 15
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.
Onderhavig plan Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van één nieuwe woning (landhuis) op het perceel aan de Dikkersbosweg in Albergen mogelijk. Ter compensatie wordt ten minste 3.000 m² nieuwe natuur aangelegd en nieuwe recreatieve routes aangelegd. Op grond van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 16 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2921) wordt de realisatie van 11 woningen niet aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i van het Besluit ruimtelijke ordening. Derhalve is artikel 3.1.6, tweede lid, Bro ook niet van toepassing. Echter, in bovengenoemde uitspraak heeft de Raad van State bepaald dat ook wanneer de Ladder niet van toepassing is, gemotiveerd moet worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is. Onderhavig bestemmingsplan voorziet hierin. Het plan voldoet aan de vereisten van de Ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is 16
bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong.
gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven.
In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong. 17
Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes In het voorliggende geval dienen bij de afweging in de eerste fase, de 'generieke beleidskeuzes' de volgende artikelen te worden getoetst: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, lid 1 (art. 2.1.3) Ruimtelijke kwaliteit (art. 2.1.5) Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (art. 2.1.6) Nationale landschappen (art. 2.6.4) Hierna worden de artikelen nader getoetst. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (lid 1) Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: De ontwikkeling betreft de aanleg van een nieuw landgoed met een landhuis.
De locatie is zodanig gekozen dat het landgoed enerzijds de ruimtelijke kwaliteit van de aanwezige natuur versterkt, maar anderzijds zo min mogelijk belemmeringen oplevert voor de landbouw. Met voorliggende locatie is het niet mogelijk gebruik te maken van een bestaand erf in de groene omgeving. Met voorliggend initiatief wordt aan het gebied een kwaliteitsimpuls gegeven door de aanleg van nieuwe natuur (4,35 hectare). Deze nieuwe natuur heeft een verbinding met reeds bestaande natuur van het Dikkersbos. Op deze manier vindt er een versterking plaats voor een groter gebied. Het te realiseren landhuis is qua schaal en vormgeving passend op het landgoed. De architectuur is afgestemd op het landschap waardoor één geheel is beoogd. Gezien vorenstaande kan worden 18
bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong.
geconcludeerd dat voorliggend initiatief in overeenstemming is met artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening. Artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit, leden 1,2,3 en 5) lid 1: In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. lid 2: In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. lid 3: In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. lid 5: In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van nieuwe ontwikkelingen. Doorwerking voor voorliggend plan: Met voorliggende ontwikkeling wordt een nieuw landgoed ontwikkeld van 10,85 hectare. Hiervan zal ten minste 30% als nieuwe natuur worden ingericht. Ter compensatie mag één landhuis worden gebouwd.
De gehele ontwikkeling is gemotiveerd in een landschapsplan, deze is opgenomen in Bijlage 1 en akkoord bevonden door het gemeentelijk kwaliteitsteam. Geconcludeerd kan worden dat het plan een forse bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Doorwerking voor voorliggend plan: Met de kwaliteitsimpuls Groene Omgeving biedt de provincie Overijssel beleidsruimte aan gemeenten voor ontwikkelingen in de groene ruimte. Nieuwe ontwikkelingen moeten mogelijk zijn onder voorwaarde dat ze bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. In het buitengebied is ruimte voor grootschalige uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen mits die gelijk opgaan met verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit.
Ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd door naast bescherming vooral in te zetten op het verbinden van bestaande gebiedskwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen, waarbij bestaande kwaliteiten worden beschermd en versterkt en nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd. De methodiek voor het bepalen van de balans tussen ontwikkelingsruimte en de gevraagde investering in de groene omgeving is gericht op het volgende: hoe meer de ontwikkeling als gebiedsvreemd te beschouwen is en/of hoe groter de schaal en impact op de ruimtelijke kwaliteit is, des te zwaarder weegt dat de ontwikkelingskant van de balans en hoe hoger de aanvullende kwaliteitsprestaties dienen te zijn. Als het gaat om een gebiedsvreemde ontwikkeling van een grote schaal en een grote impact op de omgeving, zal een forse investering in het landschap nodig zijn. Om te beoordelen of medewerking kan worden verleend aan het verzoek, wordt het volgende model gevolgd: Gebiedseigen ontwikkeling: Het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief gaat uit van een combinatie van verschillende functies, waaronder wonen, natuur, landbouw (zie ook paragraaf 3.2.3). Een landgoed is passend binnen dit perspectief, aangezien het landgoed voorziet in een combinatie van landbouw, natuur en wonen. Het plangebied behoort tot één van de landgoederenzones van de provincie Overijssel.
Op korte afstand zijn van het plangebied zijn gronden van Landgoed Huize Almelo aanwezig. In voorliggend geval is er dan ook sprake van een gebiedseigen functie. Tevens draagt het initiatief bij aan het sociaal en economisch vitaal houden van het buitengebied, aangezien de recreatieve functie wordt versterkt en door middel van de aanleg van het landgoed wordt voorzien bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong. 19
in een extensiever beheer van het gebied. Schaal en impact op de omgeving: Het landgoed wordt gerealiseerd in aansluiting op bestaande natuur behorende bij Landgoed Huize Almelo. Er wordt ten minste 30% nieuwe natuur ontwikkeld en de rest blijft overwegend in agrarisch gebruik. De aanleg van de natuur sluit aan bij de aanwezige landschapskenmerken, hiervoor is een landschapsplan opgesteld. Deze is opgenomen in Bijlage 1. Het te bouwen landhuis zal qua schaal, architectuur en kenmerken aansluiten bij de in de omgeving. De uitgangspunten voor de architectuur zijn opgenomen in het beeldkwaliteitskader, opgenomen in Bijlage 2. Gezien vorenstaande kan worden gesteld dat de schaal en impact op de omgeving gering zullen zijn. Eigen belang versus maatschappelijk belang: Het aanleggen van het landgoed voorziet in een maatschappelijk belang. Door realisatie van het landgoed wordt er namelijk een aanzienlijke kwaliteitsimpuls gegeven aan het gebied. Door de aanleg van natuur wordt de ecologische waarde van het gebied verhoogd. Daarnaast wordt door de goede ontsluiting en de aanleg van een wandelroute een sterke impuls gegeven aan de recreatieve mogelijkheden in het gebied, temeer omdat het landgoed publiekelijk wordt opengesteld.
De bouw van het landhuis is noodzakelijk om het landgoed rendabel te krijgen en te houden, de bouw van het landhuis en de aanleg van het landgoed kunnen dan ook niet los van elkaar worden gezien. Gezien vorenstaande kan worden gesteld dat de aanleg van het landgoed een groot maatschappelijk belang dient. Landgoederen In het Werkboek 'Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving' zijn diverse categorieën, waaronder nieuwe landgoederen, genoemd waarvoor specifieke eisen zijn opgenomen. Voor landgoederen zijn op hoofdlijnen de volgende eisen gesteld: 1. Een nieuw landgoed heeft een minimale oppervlakte van 10 hectare landbouwgrond die nog niet onder de Natuurschoonwet is gerangschikt; 2. Minimaal 30% van het landgoed bestaat uit nieuw bos of natuurterrein; 3. 90% van het landgoed is publiek ontsloten en openbaar toegankelijk; 4. Het nieuwe landgoed vormt een aaneengesloten geheel en wordt duurzaam in stand gehouden; 5. Op het landgoed kan een landhuis/woongebouw ontwikkeld worden. Het landhuis/woongebouw dient van allure te zijn. De inhoud van het landhuis/woongebouw dient minimaal 1.000 m3 te bedragen, eventueel kan een gedeelte als kantoorruimte in gebruik worden genomen; 6. Het Kwaliteitsteam dient advies uit te brengen over zowel het bouwplan als het inrichtingsplan van het landgoed; 7.
Het nieuwe landgoed is zodanig gesitueerd dat het geen belemmeringen oplevert voor de landbouw en niet leidt tot planologische beperkingen; 8. Er dienen maatregelen te worden getroffen om te voorkomen dat het landgoed nadelige gevolgen zal hebben voor omliggende landbouwgronden; 9. De aanvraag bestaat uit het volgende: a. een bouwplan voor het landhuis/woongebouw; b. een inrichtingsplan voor het terrein; c. een document waarin de juridische vormgeving en exploitatieopzet voor onderhoud en beheer van het gehele landgoed is opgenomen. Toets Onderstaand wordt puntsgewijs aan de voorwaarden waaraan een landgoed moet voldoen getoetst: 1. Landgoed Dikkersbosweg krijgt een oppervlakte van 10,85 hectare. Het betreffen landbouwgronden die nog niet onder de Natuurschoonwet zijn gerangschikt; 2. Minimaal 30% van het landgoed zal bestaan uit nieuwe natuur. Voor de aanleg hiervan is een landschapsplan opgesteld, zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze toelichting; 3. Landgoed Dikkersbosweg zal voor tenminste 90% worden opengesteld en openbaar toegankelijk gemaakt worden. Om de toegankelijkheid te versterken wordt er een wandelpad rondom het landgoed aangelegd; 4. Het landgoed bestaat uit aaneengesloten gronden die duurzaam zullen worden beheerd en in stand zullen worden gehouden; 5.
Er wordt een landhuis ontwikkeld van minimaal 1.000 m3, het betreft een landhuis dat qua schaal en uiterlijk passend is en aansluit op het omliggende landschap. Er is in dit geval gekozen voor een modern landhuis die qua schaal en uiterlijk past in het landschap; 6. Ten tijde van het opstellen van het plan is contact geweest met belanghebbenden. Ook is het bouw- en inrichtingsplan meermaals getoetst, gecontroleerd en akkoord bevonden door leden van het Kwaliteitsteam van de gemeente Tubbergen; 7. De locatie van het landgoed is zorgvuldig afgewogen, op de gekozen locatie zal het landgoed geen 20
bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong.
planologische beperkingen opleveren, voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar Hoofdstuk 4; 8. De ontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor de landbouw, mochten er problemen optreden (bijvoorbeeld invloed van het plan op het waterpeil), dan zullen er maatregelen worden getroffen om dit te compenseren; 9. Voorliggend bestemmingsplan bestaat uit een landschapsplan met inrichtingsplan en een beeldkwaliteitsplan. Het inrichtingsplan en beeldkwaliteitsplan zijn opgenomen in Hoofdstuk 3 en in Bijlage 1 en Bijlage 2 van deze toelichting. Hierin is eveneens aandacht voor de exploitatieopzet voor onderhoud en beheer; Gezien vorenstaande kan worden gesteld dat het initiatief voldoet aan de eisen die de provincie stelt aan nieuwe landgoederen. Daarmee is het initiatief in principe in overeenstemming met artikel 2.1.6 uit de omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.6.4 Nieuwe ontwikkelingen Nationale Landschappen Bestemmingsplannen voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen gebieden die in artikel 2.6.2 begrensd zijn als Nationaal Landschap als die bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten als benoemd in artikel 2.6.3 (kernkwaliteiten Nationaal Landschap Noordoost-Twente). De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente zijn: 1. het samenhangende complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen; 2.
de grote mate van kleinschaligheid; 3. het groene karakter. Toets Het plangebied behoort tot het 'Jong heide- en ontginningslandschap'. De jonge heideontginningen liggen op de hogere delen van de voormalige heidevelden en hebben een open, grootschaliger en rationeel karakter met verspreid langs de wegen gelegen boerderijen. Oorspronkelijk lag de bebouwing alleen langs de randen van de heidevelden langs de hoofdwegen. De primaire functie van de gronden is landbouw, ook in de toekomst. Soms zijn er nog enkele heiderestanten te vinden met een ven en omzoomd door bos. Het gebied behoud zijn agrarische karakter maar biedt ook ruimte aan fiets- en wandelroutes, dagrecreatie en natuurbeleving in de randen. De robuuste en heldere landschappelijke structuren die het rechtlijnige en grootschalige karakter van dit landschapstype ondersteunen en versterken zijn kenmerkend. Landgoed Dikkersbosweg krijgt een oppervlakte van 10,85 hectare. Hiervan wordt 40% ontwikkeld naar natuur, waardoor wordt voldaan aan de eis van ten minste 30% nieuwe natuur. De rest blijft in agrarisch gebruik. Ten minste 90% van het landgoed wordt opengesteld. Het landgoed draagt daarmee bij aan de dagrecreatie en natuurbeleving van het buitengebied van de gemeente Tubbergen. De landschappelijke inpassing van het erf is opgenomen in Bijlage 1.
Op deze manier wordt het groene karakter van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente verder versterkt. De ruimtelijke kwaliteit van het gebied krijgt een forse impuls en er is geen sprake van aantasting van het landschap. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong. 21
Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omlijnd (bron: provincie Overijssel) Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel continu en beleefbaar watersysteem Ruimtelijke kwaliteit definiëert de provincie Overijssel als: “datgene wat ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is.” Ruimtelijke kwaliteit gaat voor ons dus niet zozeer over ‘mooi’, maar vooral over ‘goed’: functioneel, mooi en toekomstbestendig.
Op het provinciale schaalniveau heeft de provincie Overijssel 7 kwaliteitsambities geformuleerd die de koers bepalen van onze sturing op ruimtelijke kwaliteit. Deze kwaliteitsambities hebben hun vertrekpunt in de bestaande kwaliteiten van Overijssel. Voor het ontwikkelen van nieuwe landgoederen zijn vooral de eerste 5 kwaliteitsambities relevant: 1. Natuur als ruggegraat: Inzet is het ontwikkelen van een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit als ruggengraat van Overijssel. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) zien we daarin als een integrale opgave: het gaat niet alleen om het bevorderen van de biodiversiteit, maar ook om het bevorderen van de ruimtelijke continuïteit en de toegankelijkheid en beleving van de natuur. Om natuurlijke processen weer vrij spel te geven, streven we naar grote aaneengesloten en verbonden gebieden. Integratie van de natuuropgave in een bredere gebiedsopgave biedt de mogelijkheid om de natuur een duidelijk gezicht te geven. De kwaliteit van de randen van de natuurgebieden, de uitstraling van de natuurgebieden én het besef van massa en robuustheid van de natuurgebieden kunnen hierdoor worden vergroot.
Aan de randen van de natuur kunnen recreatieaccommodaties, toeristische voorzieningen, bijzondere woonvormen en streekgebonden landbouwproducten voortbouwen op deze kwaliteiten. 2. Een continu en beleefbaar watersysteem als dragende structuur van Overijssel: Inzet is het verbeteren van de zichtbaarheid, toegankelijkheid, beleving en de ruimtelijke continuïteit van het watersysteem van brongebieden, beken, weteringen, rivieren en meren in Overijssel. Veel waterlopen (beken, weteringen, aanvoerkanalen) moeten in de komende periode zowel kwantitatief (vergroting van het bergend vermogen) als kwalitatief (schoon water) aangepast en heringericht worden, zowel in de groene als in de stedelijke omgeving. De uitvoering van de maatregelen is een mooie gelegenheid om de 22
bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong.
inrichtingskwaliteit van de waterlopen en de toegankelijkheid er langs (de schouwpaden als langzaam routenetwerk) te verbeteren en te werken aan een klimaatbestendige inrichting. Het watersysteem wordt zo een verbinding voor mens, plant en dier, een bindmiddel voor de onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) en kan helpen om de afzonderlijke natuurgebiedjes en -gebieden in de groene én in de stedelijke omgeving aaneen te smeden en beleefbaar te maken. 3. Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen: Inzet is het behouden en waar mogelijk herstellen van de diversiteit aan agrarische cultuurlandschappen in Overijssel. Het koesteren en verder uitbouwen van de dragende structuren van het agrarisch landschap en het bewaken van de landschappelijke samenhang tussen (voormalige) boerenerven, buurtschappen en dorpen met het omliggende agrarisch landschap is daarbij onze leidraad. Dragende structuren zijn bijvoorbeeld de wegenstructuur, de structuur van waterlopen, bebouwingslinten en nederzettingsvormen, het web van verspreide boerderijen met onderlinge verbindingslijnen en patronen van landschapselementen. Door nieuwe initiatieven zorgvuldig in te passen en aan te sluiten op de dragende structuren van een gebied kan het karakter en het onderscheid met andere gebieden versterkt worden.
Het is daarbij de kunst om vormen van grondgebruik, bebouwingsvormen en infrastructuur zo te ordenen dat naast het karakter ook de samenhang in het gebied wordt versterkt en nieuwe kwaliteiten (kunnen) ontstaan. Zorgvuldige arrangementen van bebouwing en versterking van landschappelijke structuren horen daar vanzelfsprekend bij. 4. Brede waaier aan woon-, werk- en mixmilieus: elk buurtschap, dorp en stad zijn eigen kleur: Inzet is het behouden en waar mogelijk en passend – in aansluiting op de vraag – verder verbreden van het bestaande rijke palet aan woon-, werk- en mixmilieus in Overijssel. Het aansluiten bij het eigen karakter van steden, dorpen en buurtschappen vormt het vertrekpunt. Het gaat hierbij om het herontdekken of zelfs opnieuw uitvinden van de dragende kwaliteiten en structuren en daarbij aansluiten met eigentijdse vormen van grondgebruik en inrichting. Denk aan wonen en werken op erven, op landgoederen, in buurtschappen, dorpse wijken, dorpsranden, diverse stadsringen, centra, villabuurten en wonen aan het water. En daarbij ook de uitersten te bedienen: kleinschalige extensieve milieus aan de ene en hoogstedelijke compacte milieus aan de andere kant. 5. Zichtbaar en beleefbaar mooi landschap: Inzet is het accentueren en het beleefbaar houden of maken van regionale lange lijnen en randen in Overijssel.
Het gaat hier bijvoorbeeld om het herstellen en complementeren van de laanstructuren van Twente en Salland. Een ander voorbeeld is het (her)inrichten van de grote doorgaande structuren van het provinciale wegen- en kanalennetwerk als lineair landschap. Maar het gaat ook om de beleving van de kwaliteiten van het Overijsselse landschap als je je – rijdend, fietsend, wandelend, varend – over de diverse routestructuren beweegt. Tot slot verdient ook het kunnen ervaren van de overgangen tussen karakteristieke landschappen zoals de stuwwalranden van het Drents Plateau bij Steenwijk, de stuwwalrand van het land van Vollenhove, van de Sallandse Heuvelrug en van de Twentse stuwwalreeks onze aandacht. Het gaat hierbij om het – op strategische plekken – vrij houden van het zicht op en het uitzicht vanaf deze hogere delen van de provincie. Hetzelfde geldt voor de dijken langs het rivierensysteem van IJssel, Zwarte Water, Vecht en Regge en voor de grote escomplexen. Toets Landgoed Dikkersbosweg Met voorliggend bestemmingsplan wordt een landgoed mogelijk gemaakt van ten minste 10 hectare. Hiervan wordt ten minste 30% ontwikkeld naar natuur. Ter compensatie wordt een landhuis mogelijk gemaakt. Met het ontwikkelen van het landgoed wordt een bijdrage geleverd aan de ruimtelijke kwaliteitsambities van de provincie Overijssel.
De natuurgronden worden ontwikkeld in samenhang met reeds bestaande natuurgronden van het Dikkersbos. Op deze manier kan een bijdrage worden geleverd aan het ontwikkelen van een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuurkwaliteit. Aangezien 90% van het landgoed openbaar toegankelijk moet zijn, wordt tegelijkertijd een bijdrage geleverd aan het beleefbaar maken van de natuur. Aan de rand van natuur ziet Overijssel kansen voor bijzondere woonvormen. Een landhuis kan gekenmerkt worden als een bijzondere woonvorm. Het nieuwe initiatief zal zorgvuldig worden ingepast, waarbij architectuur van het landhuis aansluit bij het karakter van het landschap. Op deze manier is een samenhang in het gebied beoogd, wat het gebied versterkt en waardoor nieuwe kwaliteit ontstaan. De plannen van de initiatiefnemers doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor functies in de omgeving. Dit is eveneens getoetst in paragraaf 4.2 Milieuzonering. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' (zie figuur 3.3).
bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong. 23
Figuur 3.3: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. De gronden in het plangebied zijn grotendeels in cultuur gebracht ten behoeve van de landbouw. De van oorsprong voorkomende 'natuurlijke laag' is dan ook niet of nauwelijks meer aanwezig. Bij het treffen van de landschapsmaatregelen wordt uitgegaan van de huidige omgevingsfactoren, waarbij rekening wordt gehouden met 'natuurlijke' soorten. De aanleg van de natuur op het landgoed vindt plaats in overeenstemming met de daar geldende gebiedskenmerken en -kwaliteiten. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Voorliggend plan voorziet in het beter zichtbaar en beleefbaar maken van het watersysteem door de aanleg van nieuwe natuur (o.a. droge en vochtige heide, vochtig hooiland en vochtige heide).
Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de sturing die de provincie Overijssel voor ogen heeft voor de “Natuurlijke laag”. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'Jong heide- en broekontginningslandschap.' aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.
24
bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong.
Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De ambitie is de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden een stevige impuls te geven en soms een transformatie wanneer daar aanleiding toe is. De dragende structuren worden gevormd door landschappelijk raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die de rechtlijnige ontginningsstructuren versterken. Binnen deze raamwerken is ruimte voor verdere ontwikkeling van bestaande erven en soms de vestiging van nieuwe erven, mits deze een stevige landschappelijke jas krijgen. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Het ontwikkelen van een landgoed draagt daadloos aan bij de ambitie om voor deze gebieden de ruimtelijke kwaliteit een stevige impuls te geven. Ter compensatie van een nieuw erf (landhuis) wordt er flink geinvesteerd in de aanleg van nieuwe natuur en het beleefbaar maken van het landschap door de aanleg van nieuwe recreatieve routes. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de sturing die de provincie Overijssel voor ogen heeft voor de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”.
Stedelijke laag en laag van beleving De 'Stedelijke laag' en de 'Laag van de beleving' hebben binnen het plangebied geen specifieke kenmerken en blijven daarom verder buiten beschouwing. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. Thematische beleidskeuzes In deel 3 van de Omgevingsvisie volgt een nadere uitwerking van de centrale beleidsambities van de negen beleidsthema's. Voor het plangebied is met name het thema: 'natuur' relevant. 10.3: Natuur De ambitie is een gezonde en aantrekkelijke natuur voor mensen, dieren en planten; een natuur die beleefd en gebruikt kan worden, kan profiteren van (economische) ontwikkelingen en rijk is aan plant- en diersoorten (biodiversiteit). Samen met bewoners, ondernemers, terreinbeheerders, maatschappelijke organisaties, waterschappen en gemeenten wil de provincie de natuur in Overijssel versterken. De provincie streeft naar een duurzame relatie van de natuur met de economie. Binnen artikel 10.3 'Natuur' is artikel 10.3.2 'Verspreide bos- en natuurwaarden' en 10.3.2.1 'Leefgebieden agrarisch natuurbeheer (inclusief weidevogelgebieden).' bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong. 25
10.3.2 Verspreide bos- en natuurwaarden De ambitie is het behouden en versterken van de verspreide bos- en natuurwaarden buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS). Samen met partners zet de provincie Overijssel in op behoud, versterking en ontwikkeling van verspreide bos- en natuurgebieden buiten het NNN. Hiervoor geldt dat aantasting alleen is toegestaan als er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang waarin niet op een andere manier kan worden voorzien. Dergelijke ingrepen dienen vervolgens voldoende te worden gecompenseerd. De provincie Overijssel vraagt gemeenten om voor deze gebieden een specifieke bestemming op te nemen in hun ruimtelijke plannen. De provincie ondersteund de kwaliteitsverbetering van gebieden die in aanmerking komen voor natuurbeheer. 10.3.2.1 Leefgebieden agrarisch natuurbeheer (inclusief weidevogelgebieden) In het agrarische gebied heeft de provincie Overijssel leefgebieden voor te beschermen en te beheren planten, weidevogels en andere dieren aangewezen. Het plangebied is deels aangewezen als 'Open grasland weidvogelbeheer kritische soorten'. In deze leefgebieden zet de provincie Overijssel in op een efficiënt en effectief agrarisch natuurbeheer. Het beheer van de leefgebieden wordt zoveel mogelijk afgestemd op het gebied van aangrenzende natuurgebieden.
Figuur 3.5: beleidskeuze 'open grasland weidevogelbeheer kritische soorten' (bron: provincie Overijssel) Doorwerking voorliggend plan Voor het plangebied geldt deels de categorie 'open grasland weidevogelbeheer kritische soorten'. Op dit moment geldt er echter geen beheersovereenkomst vanwege de lage actuele waarden. De provincie stelt wel dat het gebied kansrijk is. Dan moet de openheid in stand worden gehouden. Dit zou betekenen dat ten (noord)westen van het te realiseren landhuis geen opgaande bomen moeten worden aangeplant. Dergelijke bomen(rijen) fungeren als uitkijkpost voor roofvogels. Hooguit kunnen laagblijvende inheemse struiken als omzoming en afscherming gebruikt worden. Voorliggende suggestie is voorgelegd aan de landschapsadviseurs van het landschapsplan (zie Bijlage 1). Vanuit landschappelijk oogpunt zijn laagblijvende inheemse struiken geen optie. Het landschap vraagt op deze plek namelijk voor meer robuustheid. Daarbij is het de vraag of dit deel van het plangebied zich leent voor weidevogels, aangezien er al meerdere bospercelen in de buurt liggen (bosperceel binnne het plangebied en het Dikkersbos). Daarbij zijn met name predatoren (vossen, marters e.d.) via de grond een bedreiging voor weidevogels en niet roofvogels. Tot slot wordt aan de oostzijde van het plangebied het leefgebied voor weidevogels overigens wel verbeterd.
Hier wordt vochtig heide- en hooiland ontwikkeld. Dit zijn geschikte leefgebieden voor weidevogels. Op deze manier kan alsnog een bijdrage worden geleverd aan het weidevogelbeheer klimaat.
26
bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1
Omgevingsvisie Tubbergen
De gemeenteraad van de gemeente Tubbergen heeft op 16 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Tubbergen, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Tubbergen en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen; 2. We geven het goed voorbeeld; 3. We wentelen niet af op volgende generaties; 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Tubbergen wil een economische sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap van Tubbergen is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis.
Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Tubbergen komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Tubbergen streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit wordt gedaan samen met de inwoners, partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn: toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij we samenwerking zoeken met de landbouw; kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. Toets
Figuur bestemmingsplan Buitengebied, Landgoed Dikkersbosweg ong. 27
3.5: Uitsnede waardenkaart Tubbergen (bron: gemeente Tubbergen) Het plangebied behoort tot de categorie 'Lichtgroen gekleurd landschap'. Dit is conform de waardenkaart landschappelijk minder waardevolle landschappen waar in de afgelopen 80 tot 100 jaar veel veranderd is en waar de lagere landschapswaarde ruimte voor ontwikkeling biedt. Dit zijn bijvoorbeeld de heide- of veenontginningen met een hoge dynamiek. De gemeente wil hier inspelen op: de schaal van het landschap; het agrarisch karakter; gemengde functies; bouwwijze en inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is; opgeruimd landschap; geclusterde bebouwing; heldere structuren; verbeteren van de biodiversiteit; vasthouden van water. Landgoed Dikkersbosweg biedt kansen om de huidige landschapstructuren te versterken en kenmerkende structuren uit het verleden te herstellen. Het aanbrengen van nieuwe natuur en groenstructuren zorgt ervoor dat natuurwaarden zich verder kunnen ontwikkelen en de biodiversiteit wordt verbeterd. De investering in de ruimtelijke kwaliteit draagt bij aan het aantrekkelijk houden van het buitengebied, wat de sociaal- economische en recreatieve positie van het buitengebied ten goede komt. Dit zorgt voor een mooie balans tussen landgebruik, leefbaarheid en kwaliteit van het landschap.