Bijlage Visie Gemeente Tubbergen op weg naar 2040.pdf
Tekst van het document
Visie “Gemeente Tubbergen op weg naar 2040” Op 16 juli 2024 heeft de raad het rapport “Herijking Maatschappelijk Akkoord Tubbergen (MAT)” vastgesteld. In dit rapport is de visie op leefbaarheid in de Tubbergse kernen in 2040 opgenomen. Deze visie geeft helderheid waar de gemeenteraad zich de komende jaren op wil richten om de leefbaarheid in de kernen voor de toekomst te behouden en te verstevigen.
1.1 Overkoepelend inhoudelijk kader Tubbergen is een plattelandsgemeente die zich kenmerkt door een robuust buitengebied met daarbinnen negen vitale kernen. Beide elementen lopen landschappelijk veelal vloeiend in elkaar over. De verbondenheid van inwoners met hun omgeving, maar vooral ook de onderlinge verbondenheid tussen inwoners is groot. Noaberschap wordt gekoesterd en inwoners kijken naar elkaar om. Vrijwilligers vormen de hoeksteen van de samenleving en inwoners voelen een grote gezamenlijke verantwoordelijkheid bij het realiseren van maatschappelijke doelen. De samenleving van de gemeente Tubbergen kent daarmee een hoge mate van organisatiekracht, waarbij veelal vanuit de samenleving de ideeën en maatschappelijke initiatieven ontstaan. Dorpsraden zijn daarbij een onmisbare en duurzame gesprekspartner voor de gemeente en klankbord voor de inwoners in de eigen kern. Om deze kwaliteiten te kunnen behouden en versterken vraagt de toekomstige leefbaarheid in ons buitengebied voortdurende aandacht. En moeten onze kernen aantrekkelijk blijven op het gebied van leefbaarheid, leefomgeving en gezondheid, waarbij onze inwoners zich onderdeel blijven voelen van onze samenleving.
Om invulling te geven aan deze overkoepelende ambitie, hebben wij dit vraagstuk navolgend uitgewerkt aan de hand van verschillende ambitielijnen, zoals deze momenteel ook in de begroting zijn opgenomen: • Leefbare kernen; • Leefomgeving van de toekomst en buitengebied in balans; • Positieve gezondheid. Om te komen tot deze uitwerking, heeft de raadswerkgroep twee themabijeenkomsten georganiseerd voor alle raads- en commissieleden. Tijdens deze bijeenkomsten stond de vraag centraal hoe idealiter de Tubbergse kern er in 2040 uitziet op de bovenstaande thema’s. Tijdens de twee themabijeenkomsten hebben raads- en commissieleden zich verdeeld over drie werkgroepen. Onder begeleiding van onder andere de programmaregisseurs van Noaberkracht bespraken de raads- en commissieleden per ambitielijn de verschillende aspecten, voorafgegaan door een toelichting op de bestaande visies op de verschillende ambitielijnen. Vervolgens zijn deze ambitielijnen verder uitgewerkt, te beginnen met de huidige visie en aangevuld met de opbrengst vanuit de deelwerkgroepen. Deze opbrengst is vervolgens voorzien van reflectie van de programmaregisseurs met het oog op de vraag wat er voor nodig is om de beschreven visie ook daadwerkelijk in 2040 te kunnen realiseren. Deels bestond de reflectie overigens uit de constatering dat de opbrengst veelal aansloot op bestaande visies.
1.2 Leefbare kernen Wij streven naar kernen waar het goed wonen is en voldoende woningaanbod voor handen is. Waar bedrijvigheid is en waar mensen werk kunnen vinden. Maar vooral ook kernen waar ruimte is om elkaar te ontmoeten en om samen te komen. Het is een uitdaging om onze voorzieningen in stand te houden. 1.2.1 Wonen Wonen is een complex en gelaagd vraagstuk. Er lijken ogenschijnlijk uiteenlopende belangen te bestaan tussen rijk, provincie, regio, gemeente én kernen. Daarom vinden we versterking van de gemeentelijke regie van groot belang. Gemeentelijke regie betekent voor ons dat de gemeente het initiatief ten aanzien van visie-, beleids- én planvorming – nog meer dan voorheen – moet nemen. We
willen nog meer proactief handelen. Om die regie te verstevigen, zetten we waar mogelijk en adequaat actieve instrumenten vanuit het grondbeleid in. Tot op heden zetten we primair in op het bouwen in een afgewogen mix voor eigen inwoners in iedere kern. De druk op de woningmarkt vraagt dat we naast onze eigen inwoners ook bouwen voor toekomstige inwoners van buiten de gemeente. Bijvoorbeeld voor mensen die van elders in één van onze kernen willen wonen. Daarbij is het van belang om nieuwe inwoners zo spoedig mogelijk integraal onderdeel van onze lokale samenleving uit te laten maken. Het is onze ambitie om in ons woningbouwprogramma meer te bouwen dan uitsluitend voor onze eigen inwoners. Dit betekent dat er sprake gaat zijn van overprogrammering. Deze groeiambitie vraagt om heroverweging dan wel nuancering van bestaande uitgangspunten, zoals ‘inbreiding voor uitbreiding’. Dit uitgangspunt is voor ons niet in beton gegoten. Wij blijven uiteraard inzetten op kansen voor inbreiding, maar dat hoeft niet per definitie ten koste van uitbreiding te gaan. We zien dat we voor het realiseren van onze ambitie afhankelijk zijn van verschillende partijen, zoals het Rijk en de Provincie Overijssel. We zoeken daarom afstemming met hen en binnen de Twentse woondeal.
Om de groeiambitie mogelijk te maken en onze sociaal-maatschappelijke doelen makkelijker te realiseren, zetten we ons in om onze regels voor woningbouw in 2040 versoepeld te hebben. Het wonen van ouders en kinderen op één erf wordt eenvoudiger. Bij bouwplannen kijken we nog meer naar de wijkopbouw (sociale samenhang) en hoe we die met de bouw van woningen kunnen ondersteunen. We zetten in op het realiseren van een groene leefomgeving die stimuleert tot meer beweging. Bijvoorbeeld door parken en fietspaden. 1.2.2 Economie De vrijetijdssector zien we als belangrijke economische drager in Noordoost Twente in het algemeen en in de gemeente Tubbergen in het bijzonder. Nu en in de toekomst. Om de toekomstige leefbaarheid van de gemeente Tubbergen te verstevigen, willen we onze positie in deze sector verder versterken. We zetten daarbij in op kwalitatief hoogwaardig toerisme en vrijetijdsbeleving, met een focus op de volgende drie onderdelen: • Het verlengen van het verblijf van toeristen; • Blijvend verbreden van doelgroepen; • Ruimte en natuur. Dit is een belangrijke troefkaart voor de toeristische aantrekkingskracht van de gemeente Tubbergen. Het inzetten op het verstevigen van de vrijetijdssector vraagt om een zorgvuldige balans tussen enerzijds ruimte voor ontwikkeling van de vrijetijdssector en anderzijds draagkracht van het gebied.
We kiezen voor een vorm van toeristische ontwikkeling waarbij groei mogelijk is, met respect voor de leefomgeving van inwoners, het landschap en de natuur. Kwaliteit gaat daarbij voor ons boven kwantiteit. Het centrum is de motor van het dorp. Dit geldt voor zowel de kleine als de grotere kernen. Voor zowel de eigen inwoners alsook voor toeristen heeft een centrum aantrekkingskracht. Het is belangrijk om aandacht te hebben voor de centra in onze kernen, waarbij het centrum van Tubbergen als grootste kern ook een aantrekkingskracht heeft voor de hele gemeente Tubbergen die behouden moet blijven. Wanneer we uitzoomen naar het bedrijfsleven in het algemeen, zien wij specifiek het belang van verdere ontwikkeling van transitiemogelijkheden voor de agrarische sector. Deze sector speelt een wezenlijke rol in het karakter van de gemeente Tubbergen. Dit karakter willen we behouden. Daarom blijft specifieke aandacht voor de agrarische sector van groot belang. In de ambitielijn ‘buitengebied in balans’ gaan wij hier verder op in. Waar het gaat om de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en de doorontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen, blijven wij primair inzetten op de lokale (meerjarige) behoefte. De inzet op het behoud en de ontwikkeling van lokale bedrijvigheid kent echter grenzen. Deze begrenzing is met name gelegen in de aard en omvang van de bedrijvigheid.
Een dergelijke begrenzing achten wij noodzakelijk om het karakter van de gemeente Tubbergen zoveel als mogelijk te kunnen behouden. Hoewel deze begrenzing nog nader moet worden uitgewerkt in bijvoorbeeld een bedrijventerreinenvisie, vinden wij het wel belang om mee te blijven denken aan (regionale) 2
oplossingen voor bedrijven waarvan de ambities de mogelijkheden van de gemeente Tubbergen wellicht overstijgen. We verwachten dat de ontwikkeling van nieuwe innovatieve bedrijven, een wezenlijke bijdrage kan blijven leveren aan de economische kracht van de gemeente Tubbergen. We zien de gemeente Tubbergen als een plek waar deze bedrijven zich in de luwte kunnen ontkiemen. Die ontwikkeling willen we ondersteunen. Dit type bedrijvigheid vraagt om specifieke vormen van talent. Vanuit het gegeven dat de vraag naar goed geschoolde medewerkers een blijvende uitdaging zal zijn, is het van belang om talent in – met name – de techniek te inspireren en te behouden. De samenwerking met het onderwijs is daarvoor blijvend noodzakelijk, waarbij ondersteuning vanuit de Twenteboard (dé regionale ontmoetingsplaats van de 3O’s) voor de hand ligt. 1.2.3 Maatschappelijke voorzieningen Voor de toekomstige leefbaarheid van kernen in 2040 zien we dat ‘elkaar ontmoeten’ essentieel is. Zeker in een wereld die steeds digitaler en individueler wordt. In kernen is het van belang dat inwoners elkaar kunnen ontmoeten. Maatschappelijk vastgoed (cultuur, sport, onderwijs) kan een plek bieden voor deze ontmoeting. Tegelijkertijd staat maatschappelijk vastgoed onder druk door de structurele kosten die het met zich meebrengt.
Wij zien kansen voor maatschappelijk vastgoed wanneer functies van zowel organisaties als bezoekers, gecombineerd worden. Door functies in kernen te clusteren kunnen ze voldoende toekomstbestendig blijven. Daarbij zijn wat ons betreft de functies leidend, en niet zozeer de fysieke gebouwen; de ‘stenen’. Wij blijven inzetten op zoveel mogelijk behoud van scholen in de diverse kernen. Daarmee ontkennen wij niet de demografische realiteit, maar onderkennen wij wel het brede belang van de schoolfunctie voor de toekomstige leefbaarheid in kernen. De aanwezigheid van een school draagt in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid. Zo mogelijk is de school een vast element binnen multifunctionele accommodaties. In dat verband onderschrijven wij het belang van het nog op te stellen strategisch accommodatiebeleid voor maatschappelijke voorzieningen. Daarbinnen verwachten wij een eenduidige definitie van wat wordt verstaan onder maatschappelijke voorzieningen en een advies welke voorzieningen ten minste in iedere kern aanwezig zouden moeten zijn. Wij streven naar tenminste één school in elke kern. We blijven inzetten op het zoveel als mogelijk privatiseren van maatschappelijke voorzieningen. Anders dan voorheen bestaat inmiddels de noodzaak om scherpe financiële keuzes te maken.
Binnen de huidige en te verwachten toekomstige gemeentelijke financiële mogelijkheden is het niet realistisch om dekking te vinden voor de veelheid aan bestaande maatschappelijke ambities en de structurele kosten voor exploitatie en onderhoud. In de keuzes die we maken rondom maatschappelijke voorzieningen wegen we de structurele kosten daarom expliciet mee. Naar verwachting zullen diverse kerkgebouwen hun religieuze functie gaan verliezen. Vanwege het beeldbepalende karakter en de (oorspronkelijke) centrale functie van veel kerkgebouwen binnen de kern, is het goed om stil te staan bij de toekomst van dit religieus erfgoed, wanneer het bisdom van plan is om een kerk aan de eredienst te onttrekken. Het initiatief om te komen tot mogelijke herbestemming van het kerkgebouw laten wij in principe aan de kernen. Desgewenst faciliteren wij dit proces. Wij vervullen uiteraard wel een rol vanuit monumentaal perspectief, en denken mee waar het gaat om de toekomstige invulling van het gebouw vanuit het perspectief van maatschappelijk vastgoed.
1.3 Leefomgeving van de toekomst en buitengebied in balans Onze ambitie is een economisch sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. De diverse functies leggen samen veel druk op ons buitengebied. Daarom is ons uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Ook het vraagstuk rond duurzaamheid is dynamisch en volop in ontwikkeling. Het is continu aan verandering onderhevig. De afgelopen jaren zijn de nodige inspanningen reeds geleverd. Hierbij lag 3
de focus nog vooral op de energietransitie; een forse opgave waar we samen met inwoners en ondernemers invulling aan moeten geven. We zien tegelijkertijd dat de opgave voor de komende jaren nog veel forser wordt en dat er extra taken en uitdagingen op ons af komen. 1.3.1 Buitengebied in Balans Binnen het thema ‘buitengebied’ is veel onzekerheid over de toekomst. In het landelijk gebied komen veel grote opgaven samen. Opgaven die gericht zijn op onder andere verduurzaming van de landbouw, waterbeheer, gezonde ecosystemen en klimaatdoelstellingen. Voor duidelijkheid over die onzekerheden zijn we in hoge mate afhankelijk van andere overheden, zoals Rijk en Provincie. Onze invloed als lokale overheid op de toekomst van het landelijk gebied en de agrarische sector is zeer beperkt. Desondanks willen we als gemeente wel duidelijk zijn waar we voor staan en dit uitdragen richting betreffende instanties en belanghebbenden. We willen de leefbaarheid in het landelijk gebied behouden en we willen zuinig zijn op het agrarische karakter van onze gemeente. Om dit te realiseren willen we allereerst meer mogelijkheden bieden voor het wonen in het buitengebied, bijvoorbeeld in de vorm van knooperven en erfbebouwing voor verschillende doelgroepen. Dit als onderdeel van nieuwe verdienmodellen voor de agrarische sector én in het kader van de transitie in het buitengebied.
Ons perspectief is, dat in 2040 – indicatief – zo’n 80% van onze inwoners in of nabij de kernen woont en zo’n 20% in buitengebied. Daarnaast zien wij ook ruimte voor een mix tussen wonen en (kleinschalige) bedrijvigheid, waarbij de historie van de specifieke locatie niet uit het oog mag worden verloren. Om het karakter van het buitengebied in balans te houden, zien wij mogelijkheden voor het opzetten van sociale coöperatieven om landschaps- (biodiversiteit) en natuuronderhoud door inwoners/agrariërs uit te laten voeren. Tenslotte willen we helderheid en een perspectief bieden voor de verschillende gebieden zonder dat daar een verplichtend karakter vanuit gaat. Dit doen we door focusgebieden aan te geven. Met de focusgebieden geven we aan waar agrarische ontwikkeling mogelijk is en welke gebieden zich meer extensief kunnen ontwikkelen. In die laatste gebieden ontstaat zo meer ruimte voor andere functies. We zien dat verdienmodellen, ook in de agrarische sector, een transitie ondergaan. We zien een rol van de lokale overheid in met name het faciliteren en meedenken in (nieuwe) agrarische verdienmodellen en nieuwe functies. 1.3.2 Leefomgeving van de Toekomst Ten aanzien van de gehele energietransitie blijven wij als uitgangspunt hanteren, dat energie die niet verbruikt wordt, ook niet opgewekt hoeft te worden.
We blijven daarom maximaal inzetten op energiebesparing en op verduurzaming. Nu het grootste rendement is te behalen bij de grotere verbruikers/bedrijven, is het van belang om daar (ook) op in te zetten. Tegelijkertijd is onze doelgroep breder: van inwoners met een kleine portemonnee en verenigingen/maatschappelijke instellingen tot de grotere bedrijven. Dat vraagt om een gerichte benadering. Onze gemeentelijke rol daarbij is enerzijds het onafhankelijk verstrekken van advies en informatie, maar anderzijds het stimuleren van verduurzamingsmaatregelen bij inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen. Met betrekking tot de warmtetransitie van de gebouwde omgeving blijft ons streven om in 2040 50% van onze woningen, gebouwen en bedrijven aardgasvrij te hebben. Om dat te realiseren is voldoende fysieke ruimte noodzakelijk voor mogelijke alternatieve vormen van verwarmen (warmtebronnen). We volgen de ontwikkelingen voor nieuwe technieken rondom onder meer geothermie, biogas en biomassa. Voor wat betreft het opwekken van elektriciteit blijft ons streven om in 2040 zo’n 60-70% van onze energie op te wekken uit duurzame bronnen. Daarbij gaan wij uit van een goede energiemix. Wij willen de opwek van energie uit wind en zon binnen de bestaande – door de raad vastgestelde – kaders blijven stimuleren, maar wij zien dit als een kortere termijn oplossing tot 2030.
Voor de periode daarna focussen wij ons op nieuwe technieken en ontwikkelingen. Wij stimuleren daartoe onderzoek naar nieuwe technieken voor opwek van energie, ook voor technieken waar nu nog geen beleid voor is ontwikkeld. Ook hierbij geldt dat energie die niet verbruikt wordt, niet hoeft te worden opgewekt. Efficiënt energiegebruik vraagt in dat verband om slimme oplossingen, zoals bijvoorbeeld Smart Energy Hubs en lokale opslag van energie. Dergelijke initiatieven kunnen ook een oplossing bieden voor de bestaande netcongestie. Bij grootschalige opwek van energie sturen wij op zoveel mogelijk lokaal-maatschappelijk eigendom. 4
We blijven duurzame mobiliteit stimuleren. Een richting daarbij is het slim inzetten van maatwerkoplossingen, zoals combinatievervoer. Ook het openbaar vervoer heeft onze blijvende aandacht. We willen dat er ruimte is voor het anders organiseren daarvan, bijvoorbeeld in samenwerking met andere dan de traditionele openbaar vervoerspartners. Als gemeente hebben we een voorbeeldfunctie met ons eigen gemeentelijke wagenpark. Die voorbeeldfunctie willen we waarmaken. Verder bestaat de gemeentelijke rol uit het bevorderen van een goede infrastructuur van bijvoorbeeld laadpalen, maar ook uit het bijhouden van actuele ontwikkelingen en op basis daarvan faciliteren/stimuleren van verduurzamen van mobiliteit bij particulieren en bedrijven, uiteraard met behoud van en respect voor ieders eigen verantwoordelijkheid. Tenslotte stimuleren we een circulaire economie. Hergebruik en recycling is daarbinnen essentieel. Het inzetten op maatschappelijk verantwoord inkopen blijft relevant en tegelijkertijd is in dat kader ook het lokaal en regionaal inkopen van meerwaarde voor bijvoorbeeld het verkorten van de voedselketen. De gemeentelijke rol is in dat verband vooral gelegen in het vergroten van bewustwording, het geven van het goede voorbeeld en het faciliteren van en meedenken met initiatieven.
1.4 Positieve gezondheid Gezondheid is voor iedereen van groot belang en is veel meer dan niet ziek zijn. Het is nodig om factoren die gezondheid negatief kunnen beïnvloeden, zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken en de factoren die een positieve inslag hebben te stimuleren en ondersteunen. Met deze bredere benadering willen wij bijdragen aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan en mee te kunnen doen in de eigen omgeving. En om zo veel mogelijk eigen regie te voeren. Zo houden we inwoners zo lang mogelijk gezond en de zorg bereikbaar en betaalbaar. 1.4.1 Gedeelde verantwoordelijkheid We zien dat gemeente en inwoners samen verantwoordelijk zijn voor het realiseren van onze sociaalmaatschappelijke doelen. Dit begint met vertrouwen in elkaar. We werken samen met inwoners vanuit vertrouwen. De inwoner draagt als eerste zelf verantwoordelijkheid voor het oplossen van zijn of haar eigen problemen. Wanneer er ondersteuning nodig is vanuit de gemeente of een andere organisatie is er sprake van gedeelde verantwoordelijkheid. Dat vertrouwen vertalen we ook door in de wijze waarop we omgaan met subsidieaanvragen. We zien dat de druk op vrijwilligers stijgt. Uitgebreide aanvragen met uitgebreide verantwoordingen maken die druk nog hoger. We verlagen waar mogelijk de regeldruk voor inwoners die een subsidieaanvraag doen.
Op deze manier willen we onze maatschappelijke doelen makkelijker behalen. Noaberschap zit in onze identiteit en is onze kracht. Wij zetten in op het behoud en versterken ervan. Inwoners kennen elkaar, kijken naar elkaar om en helpen elkaar. Onze ambitie in 2040 is een inclusieve samenleving, waarbinnen iedereen er toe doet en waarin werkloosheid en armoede niet bestaan. Er is zijn geen verloren generaties en alle kinderen behalen een diploma. Digitalisering van onze dienstverlening gaat steeds verder en brengt ons voordelen. Hiermee is de kans dat persoonlijk contact tussen inwoner en gemeente steeds minder wordt. Dat willen we voorkomen. Noaberschap klinkt ook door in onze dienstverlening. In contact met de gemeente hebben inwoners een naam en een gezicht bij de ambtenaar die hen verder helpt. 1.4.2 Sociale basis In 2040 beschikt iedere kern zo mogelijk over tenminste een school. En heeft iedere kern ontmoetingsplekken voor jong en oud, waar generaties elkaar ontmoeten. Daarbij maken we zoveel mogelijk gebruik van bestaande voorzieningen. Het bestaansrecht van verenigingen willen we waarborgen. En we stimuleren en ondersteunen vrijwilligers. We gaan eenzaamheid tegen. Hulp in de buurt is aanwezig. In 2040 werken maatschappelijke organisaties efficiënt samen binnen de verschillende kernen. Dit is samenwerking op maat die aansluit bij de behoefte/vraagstukken in de dorpen.
Er zijn geen overbodige of dubbele functies in een dorp. Functies die niet meer nodig zijn stoppen we. Per doelgroep/beleidsveld hebben we in beeld wat er nodig is en welke organisatie daarvoor onze partner is. Noodzakelijke data is beschikbaar en wordt ingezet om doelen te behalen. 5
Drugs- en alcoholgebruik ligt in de gemeente Tubbergen in 2040 ver onder het landelijke gemiddelde. Omdat te kunnen bereiken zetten we bijvoorbeeld in op preventie en voorlichting en geven daar expliciete aandacht aan in onze contacten binnen de verschillende dorpen. We stimuleren het organiseren van gezamenlijke activiteiten. Iedereen doet mee en er is respect voor elkaar. Binnen de gemeente Tubbergen bieden scholen opleidingen aan die aansluiten bij wat nodig is. 1.4.3 Samenredzame samenleving Vrijwilligers vormen de hoeksteen van onze samenleving. Zonder hen is veel van wat er in de dorpen aan activiteiten gebeurt niet mogelijk. We willen dat inwoners, met name jongeren, weten hoe mooi het is om vrijwilligerswerk te doen. Daarnaast willen we door het normaliseren van de levenstandaard ‘goed is goed genoeg’, vrijwilligerswerk makkelijker maken. We maken het makkelijker om evenementen te organiseren, waarbij inwoners elkaar ontmoeten. Ons streven is om drempels in de vorm van vergunningen en subsidieaanvragen zo laag als wettelijk mogelijk te houden.
6