Bijlage VG-TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld NL.IMRO.0183.TAMBUIAGELERWEG45VG01
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum .
Inhoudsopgave Vaststellingsbesluit Agelerweg 45 Reutum
5
Toelichting
7
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Inleiding en aanduiding plangebied 1.2 Beoordelingskader en belangenafweging 1.3 Leeswijzer 1.4 De bij het plan behorende stukken
9 9 9 11 11
Hoofdstuk 2 Toekomstige situatie 2.1 Gewenste ontwikkeling 2.2 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving
13 13 13
Hoofdstuk 3 Toetsing aan omgevingsplan 3.1 Omschrijving gevraagde activiteiten 3.2 Toetsing aan omgevingsplan
17 17 17
Hoofdstuk 4 Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg en participatie 4.1 Visie en beleid voor het plangebied 4.2 Voorbereidingsfase / Verkenningsfase met stakeholders
19 19 29
Hoofdstuk 5
31
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13
Aspecten fysieke leefomgeving en milieu
Ladder voor duurzame verstedelijking Besluit milieueffectrapportage Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren Gebiedsbescherming en soortenbescherming Luchtkwaliteit Geluid Geur Omgevingsveiligheid Trillingen Archeologie en cultuurhistorie Bodem Waterbelang Spuitvrije zone gewasbeschermingsmiddelen
Hoofdstuk 6
Financiële uitvoerbaarheid
31 32 33 33 38 38 42 42 44 44 46 47 47 49
Hoofdstuk 7 Juridische toelichting 7.1 Wijziging omgevingsplan 7.2 Artikelsgewijze toelichting
51 51 51
Bijlagen bij de toelichting
53
Bijlage 1
watertoets
54
Bijlage 2
quickscan natuurwaarden
58
Bijlage 3
Participatieverslag
97
2
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
Regels
99
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3
Inleidende regels Begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen Toepassingsbereik
101 101 102 103
Hoofdstuk 2 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Functies en gebiedsaanwijzingen Wonen - Wonen in het buitengebied Waarde - Archeologie 4 Overige zone - geen boom- en sierteelt toegestaan Overige zone - Reconstructiewetzone - extensiveringsgebied Overige zone - vrijwaringszone radarverstoringsgebied
105 105 108 110 111 112
Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene ruimtelijke bouwregels Planologische gebruiksactiviteiten Regels parkeren Overige regels
113 113 114 115 116 117
Hoofdstuk 4 Artikel 14
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
119 119
Bijlagen bij de regels
121
Bijlage 1
Begripsbepalingen
122
Bijlage 2
Erfinrichtingsplan Agelerweg
133
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
3
4
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
Vaststellingsbesluit Agelerweg 45 Reutum
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
5
Toelichting
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
7
8
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Inleiding en aanduiding plangebied Aan de Agelerweg 45 te Reutum is sprake van een woonerf met een schuur als bijbehorend bouwwerk. In het verleden was dit gebied een heide landschap, deze is rond 1934 ontgonnen en in gebruik genomen als weide. Vanaf 1955 is een deel in gebruik genomen als woonerf. Sinds 2011 staat er een nieuwe woning met bijbehorend bouwwerk, dit is tot op heden het geval. Het gaat om gemeente Tubbergen, sectie Q, perceelnummer 2042 en 2043. Deze is weergegeven op afbeelding 1.
Afbeelding 1: Luchtfoto met kadastrale percelen, planlocatie in rood (bron: kadastralekaart)
De wens van de initiatiefnemer is om een bestaand bijbehorend bouwwerk te slopen en een groter bijbehorend bouwwerk terug te bouwen voor een gebruik als carport en bergingsruimte. De beoogde herbouw van de schuur valt een deel buiten de huidige functie 'Wonen'. Daarmee past het plan niet binnen de regels van het huidig planologisch kader. Met behulp van voorliggend plan is een aanpassing van het planologisch kader noodzakelijk. Voorliggend kader verschaft een goed juridisch en ruimtelijk kader voor de genoemde ontwikkeling.
1.2 Beoordelingskader en belangenafweging Beoordelingskader De voorgenomen activiteit voldoet niet aan de regels van het omgevingsplan. Het initiatief kan alleen leiden tot een wijziging van het omgevingsplan als er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving en milieu relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader worden onderzocht en afgewogen. De taak om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ligt primair bij de gemeente. De beleidsruimte van de gemeente wordt op verschillende manieren ingekaderd. De belangrijkste zijn de instructieregels van het Rijk en de provincie. Op basis van artikel 8.0b lid 1 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de volgende regels en instructies van toepassing: bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
9
de instructieregels van hoofdstuk 5 van het Bkl; de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; eventuele andere instructies van het Rijk en provincie. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn niet alleen de in het Bkl geregelde milieu aspecten beoordeeld, maar zijn alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu beoordeeld. Bij de beoordeling of wij een besluit willen nemen tot wijziging van het omgevingsplan is rekening gehouden met deze regels dan wel zijn de regels betrokken of in acht genomen. Daarnaast heeft de gemeente haar beleidsruimte ingevuld met beleidsregels voor de fysieke leefomgeving, zodat de wijziging van het omgevingsplan ook hieraan wordt getoetst. Het gaat hier om de omgevingsvisie en de andere beleidsdocumenten voor de verschillende specifieke onderdelen. De evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijze zijn afgewogen. De aanvrager wenst de gevraagde activiteiten te realiseren. De gemeente wenst de doelen uit haar beleid te verwezenlijken. De belangen van de omwonenden zijn gelegen in een goed woon- en leefklimaat. De omliggende bedrijven hebben belang bij een ongehinderde bedrijfsvoering en een goed werkklimaat.
Belangenafweging De raad heeft bij het bepalen om een besluit tot wijziging van het omgevingsplan vast te stellen beleidsruimte om te bepalen of een bepaalde ontwikkeling met de daarbij behorende functies en maatvoering vanuit het oogpunt van evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar is. Een dergelijk besluit is immers in belangrijke mate afhankelijk van de inzichten die bij de gemeente bestaan over de wenselijk geachte ontwikkelingen in het projectgebied. Verder mag het project niet in strijd zijn met de instructie(regels)s van het Rijk en de provincie. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijze worden afgewogen. Ondanks dat het initiatief in strijd is met het omgevingsplan kan worden besloten tot wijziging van het omgevingsplan, omdat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Zoals uit de hierna opgenomen hoofdstukken blijkt draagt het initiatief bij aan de visie en beleid die de gemeente voor dit plangebied heeft en blijkt dat wordt voldaan de instructieregels van het Rijk en provincie. In de voorbereidingsfase heeft bestuurlijke afstemming plaatsgevonden. Voor de provincie Overijssel geldt dat het initiatief onder een categorie valt waarvoor geen vooroverleg noodzakelijk is.
Het waterschap Vechstromen is geinformeerd door middel van de watertoets en akkoord met het project. Verder is het project afgestemd met omwonenden en heeft initiatiefnemer daarvan een verslag overgelegd. Voorts zijn in hoofdstuk 5 de ruimtelijk relevante aspecten voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit afgewogen. Zienswijzen Het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan heeft voor periode van zes weken ter inzage gelegen. Het was voor eenieder mogelijk om tegen het ontwerpbesluit een zienswijze in te dienen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.
Conclusie belangenafweging Gelet op alle aspecten die zijn afgewogen en de belangen van omwonenden, levert de wijziging van het omgevingsplan geen onaanvaardbare aantasting van deze belangen op. Het wijzigen van het omgevingsplan is evenwichtig en geschikt om het project te realiseren.
10
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een omschrijving gegeven van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en worden de strijdigheden in beeld gebracht. Hoofdstuk 4 omschrijft de toetsing van de ontwikkeling aan de visie en beleid voor het plangebied op rijks-, provinciaals en gemeentelijk niveau. Daarna wordt ingegaan op de resultaten van het (bestuurlijk) vooroverleg en het participatietraject. In hoofdstuk 5 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. In hoofdstuk 6 komt de financiële haalbaarheid van het initiatief aan de orde. Tot slot is in hoofdstuk 7 een toelichting op de planregels opgenomen.
1.4 De bij het plan behorende stukken Het "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum" bestaat uit de volgende stukken: toelichting; bijlagen bij de toelichting; verbeelding, schaal 1:1.000 (tek.no. NL.IMRO.0183.TAMBUIAGELERWEG45-VG01) regels; bijlagen bij de regels. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het TAM-omgevingsplan en moeten in samenhang 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de functies van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze functies zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan wordt daarnaast vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen juridisch bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de omschrijving, motivering en verantwoording van het omgevingsplan.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
11
12
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
Hoofdstuk 2
Toekomstige situatie
2.1 Gewenste ontwikkeling Op de locatie Agelerweg 45 te Reutum is sprake van een bestaand woonerf met een woning en een bijbehorend bouwwerk. De initiatiefnemer wil het huidige bijbehorend bouwwerk slopen en groter herbouwen om het te gebruiken als carport en berging. Volgens het omgevingsplan is het vergroten van de schuuroppervlakte qua beoordelingsregels wel mogelijk. Het huidig woonvlak moet echter verruimd worden om het gebouw op de beoogde locatie te kunnen realiseren. Onderstaand is een weergave van de toekomstige erfsituatie zichtbaar.
Afbeelding 3: situatietekening gewenste situatie (N+L Landschapsontwerpers)
2.2 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving De nieuwe erfsituatie wordt ingepast door het gebouw op een passende wijze in het bestaande erfensemble te situeren. Een schets van de beoogde schuur is in de volgende afbeelding zichtbaar.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
13
Afbeelding 4: aanzicht nieuwe schuur vanaf de weg (westgevel) en achterkant (oostgevel) (bron: initiatiefnemer)
De betreffende schuur heeft een afmeting van 13 m bij 10 m en een maximale hoogte van 8,5 meter. Omliggend aan het erf zijn reeds groenstructuren in de vorm van hagen aanwezig. Deze worden met de schuur mee naar
14
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
de buitenzijde van de erfsituatie verplaatst.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
15
16
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
Hoofdstuk 3 Toetsing aan omgevingsplan 3.1 Omschrijving gevraagde activiteiten Zoals in de aanleiding aangegeven passen de plannen van initiatiefnemer niet binnen het huidig planologisch kader. De schuur wordt gesloopt en teruggebouwd, met deze herbouw valt het gebouw over de grens van de woonfunctie. Om deze reden is een wijziging van het omgevingsplan gewenst.
3.2 Toetsing aan omgevingsplan 3.2.1
Strijdigheden met bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016'
Het geldend planologisch kader ter plaatse is 'Tubbergen Buitengebied 2016' en het plan 'Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan'. Binnen dit bestemmingsplan is het erf voorzien van de bestemming 'Wonen' en 'Waarde – Archeologie 4'. Tevens zijn de aanduidingen 'overige zone – geen boom- en sierteelt toegestaan', 'reconstructiewetzone – extensiveringsgebied' en 'vrijwaringszone – radarverstoringsgebied' van toepassing. Deze bevatten enkele regels die niet relevant zijn voor de omvang van de ontwikkeling. De schuur is beoogd op gronden die deels niet zijn voorzien van een woonfunctie en momenteel een functie 'Agrarisch - 2' kennen. Het planvoornemen om ter plaatse een gebouw te realiseren buiten het woonvlak is op basis van de huidige planregels niet toegestaan.
Afbeelding 5: uitsnede verbeelding vanuit het omgevingsplan van rechtswege (ruimtelijkeplannen.nl)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
17
3.2.2
Bruidsschat
De bruidsschat bevatten regels over onderwerpen die tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet in nationale regelgeving waren opgenomen (door het Rijk opgestelde regels). Onder de Omgevingswet worden deze door gemeenten geregeld. De bruidsschat maakt onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De bruidsschat bevat regels op het gebied van bouwen, milieubelastende activiteiten en overige activiteiten en is opgenomen in hoofdstuk 22 van de regels van het omgevingsplan. Het grootste gedeelte van deze regels is gericht op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit geldt bijvoorbeeld voor milieuregels (zoals regels over geurnormen en de afstand tot een geurgevoelig object). Voor dat deel van de regels geldt dat het mogelijk is om van het omgevingsplan af te wijken. De regels van afdeling 22.2 zijn relevant voor onderhavig initiatief omdat deze betrekking hebben op het bouwen van bouwwerken. Met de in dit TAM-omgevingsplan opgestelde regels wordt aan de regels voldaan. De regels van afdeling 22.3 zijn relevant voor zover sprake is van milieubelastende activiteiten. Zodoende zijn de regels niet relevant. 3.2.3
Gemeentelijke verordeningen
Er zijn geen gemeentelijke verordeningen die van belang zijn voor dit plan.
18
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
Hoofdstuk 4 Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg en participatie 4.1 Visie en beleid voor het plangebied 4.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Beoordeling van het plan: De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een sloop en herbouw van een schuur in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. De kleine omvang van de ontwikkeling behoeft slechts op kleine schaal een functiewijziging van agrarisch naar wonen en zeer beperkte fysieke wijziging. De kenmerken en identiteit van het gebied blijven derhalve behouden, er wordt geen afbreuk gedaan aan de ruimtelijke kwaliteit. Geconcludeerd kan worden dat er vanuit de NOVI geen belemmeringen zijn. 4.1.2
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel
De omgevingsvisie is het overkoepelende provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan en/of passend is binnen de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
19
1. Of - generieke beleidskeuzes (themagerichte artikelen met criteria waaraan plannen dienen te voldoen) 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe - gebiedskenmerken (conform lagenbenadering: natuurlijke laag, agrarische laag, stedelijke laag) Doorwerking plan: In voorliggende geval zijn in het kader van de generieke beleidskeuzes de volgende artikelen relevant: artikel 4.5 (zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) artikel 4.9 (onderbouwing ruimtelijke kwaliteit) artikel 4.13 (klimaatrobuust water- en bodemsysteem) artikel 4.55 (Nationaal landschap Noordoost-Twente) Onderstaand worden de beleidskeuzes benoemd en beoordeeld op welke wijze in het plan hiermee rekening is gehouden.
Artikel 4.5: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (lid 2) lid 2 Omgevingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip "groene omgeving" nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip "bestaand bebouwd gebied" nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van het omgevingsplan van rechtswege voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht. Beoordeling van het plan: Voorliggend plan voorziet in de bouwmogelijkheden voor een te herbouwen schuur op het woonerf ten behoeve van berging. Hiermee is er sprake van beperkte toegenomen ruimtebeslag, aangezien de herbouwde schuur iets groter zal worden.
Aangezien het betreffende gebouw hoort bij de woning en functioneel is voor deze woning, wordt het onredelijk geacht om elders in de het buitengebied bestaande bebouwing te benutten voor het benoemde gebruik als carport en berging. Tevens worden de benodigde gebruiken (carport en berging) in hetzelfde gebouw toegepast, waardoor er sprake is van optimale benutting van mogelijkheden voor combinatie van functies op dit erf. Daarnaast komt de schuur op nagenoeg dezelfde plek terug, op deze manier heeft het de minste impact op het aanwezige landschap. Bovendien worden meerdere functies gecombineerd in het gebouw. Er is hiermee sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik passend binnen dit artikel van de omgevingsverordening. Geconcludeerd wordt dat de in dit plan besloten ontwikkeling voldoet aan dit artikel van de Omgevingsverordening.
Artikel 4.9: onderbouwing ruimtelijke kwaliteit Lid 1 Omgevingsplannen bevatten een onderbouwing waaruit blijkt dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit waarin: het uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) uit de Omgevingsvisie Overijssel wordt toegepast; wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat volgens de Omgevingsvisie Overijssel van toepassing is voor het gebied; en inzichtelijk gemaakt wordt hoe de vier-lagenbenadering van het uitvoeringsmodel is toegepast en de catalogus Gebiedskenmerken (bijlage VII) is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Beoordeling van het plan: Zoals blijkt uit de beschrijving in hoofdstuk 2 in combinatie met de verantwoording in dit hoofdstuk wordt het erf landschappelijk ingepast conform de ter plaatse geldende gebiedskenmerken (zie verderop in deze paragraaf). Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de in dit plan besloten ontwikkeling in 20
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
overeenstemming is met dit artikel.
Artikel 4.13: Klimaatrobuust water- en bodemsysteem 1. In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt als onderbouwd is dat deze ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en het versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. 2. In de onderbouwing bedoeld in het eerste lid wordt bij een ontwikkeling in het landelijk gebied in ieder geval duidelijk gemaakt hoe de ontwikkeling bijdraagt aan het regionaal perspectief water en bodem dat op die locatie van toepassing is. Beoordeling van het plan: De ontwikkeling is van kleine omvang, waardoor de invloed op de bodem en water zeer beperkt zal zijn. Bovendien wordt er nieuwe beplanting gerealiseerd, dit zorgt voor een hogere capaciteit van het groen om het water op te vangen en vast te houden. Daarmee levert het - op zeer lokaal niveau - een bijdrage aan klimaatadaptatie. Hiermee kan gesteld worden dat de ontwikkeling voldoet aan artikel 4.13.
Artikel 4.55: Nationaal landschap Noordoost-Twente Lid 1 Een omgevingsplan voorziet alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen het Nationaal Landschap Noordoost-Twente als die nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten van dat landschap. Lid 2 De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente zijn: het samenhangend complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen; de grote mate van kleinschaligheid; het groene karakter. Lid 3 Het omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat rekening is gehouden met het Ontwikkelperspectief Nationaal Landschap Noordoost-Twente en met bijlage IX van deze verordening (Nader uitgewerkte kernkwaliteiten Nationaal Landschap Noordoost-Twente) waarin de kernkwaliteiten nader zijn uitgewerkt. Beoordeling van het plan: De plannen van de eigenaren doen geen afbreuk aan de kernkwaliteiten van het Nationaal landschap Noordoost-Twente. Er wordt voldaan aan de randvoorwaarden voor ruimtelijke kwaliteit, daarmee worden ook investeringen verricht in (het behoud van) de ruimtelijke kwaliteit bij de inpassing van het bijbehorend bouwwerk. Hiermee wordt een versterking bewerkstelligd van de kernkwaliteiten.
Ontwikkelingsperspectieven (waar) Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. Voor het voorliggende plan is het volgende ontwikkelingsperspectief voor de locatie van toepassing.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
21
Afbeelding 6: kaart ontwikkelingsperspectieven, planlocatie rood aangekruist(provincie Overijssel) Het plangebied valt gedeeltelijk onder ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap', en gedeeltelijk onder 'Zone ondernemen met Natuur en Water buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN)'. Zoals eerder genoemd is het slechts een kleine verandering dat geen impact heeft op het landschapsbeeld. De ontwikkeling doet geen afbreuk aan het landschap Noordoost Twente door een goede landschappelijke inpassing van de plannen. Bovendien worden omliggende functies niet geschaad in de mogelijkheden. Met inachtneming hiervan voldoet het plan aan de toegekende ontwikkelingsperspectieven.
Gebiedskenmerken (hoe) Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De kwaliteitsopgaven en -voorwaarden op basis van gebiedskenmerken kunnen te maken hebben met landschappelijke -inpassing, infrastructuur,- milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur, water, etc. De gebiedskenmerken zijn over het algemeen richtinggevend of inspirerend. De provincie onderscheidt de volgende vier lagen: 1. 2. 3. 4.
Natuurlijke laag. Laag van het agrarisch cultuurlandschap. Stedelijke laag. Laag van de beleving.
Natuurlijke laag De natuurlijke laag is aanvankelijk ontstaan zonder toedoen van de mens door onder andere invloeden van abiotische processen als de ijstijden, de wind en water. Zoals grote delen van Overijssel bestond ook het plangebied uit dekzandvlakten en beekdalen met beperkte reliëfverschillen. In de jaren zijn de hoogteverschillen onder andere door zandverstuivingen, het ontginnen van de heidecomplexen en de ontwikkeling in de landbouw nagenoeg verdwenen. Het plangebied ligt in het gebied dat wordt aangeduid als 'Dekzandvlakte en ruggen'. De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De dekzandvlaktes worden dan ook afgewisseld met beekdalen, die in dit geval iets ten noorden van het plangebied liggen. Dekzandvlakten en ruggen krijgen een beschermende regeling, gericht op instandhouding van de hoofdlijnen het huidige reliëf. In dit geval is de fysieke impact van de ontwikkeling zeer klein, waardoor het geen afbreuk doet aan de landschapswaarden. 22
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
Afbeelding 7: uitsnede kaart natuurlijke laag, plangebied met rood aangeduid (bron: provincie Overijssel)
Laag van agrarisch cultuurlandschap Geconstateerd wordt dat het plangebied in 'Jong heide- en broekontginningslangschap' ligt. De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren, dus werden de heiden in cultuur gebracht. Eerst begon deze ontginning kleinschalig en privaat, later werd het planmatig en grootschalig aangepakt. De broekontginningen (natte gebieden) hadden een vergelijkbare ontwikkeling. In dit geval gaat het om een heideontginning, gezien de locatie hoger is gelegen. Vanaf 1750 zijn er delen bebost voor houtproductie en jacht. Dit heeft geresulteerd in grote en kleinere landbouwontginningslandschappen en in landschappen van grote boscomplexen en (nooit ontgonnen) heidevelden. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld, wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidings'landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat.
In dit cultuurlandschap wordt er gestuurd op behoud en versterken van de openheid en lineaire structuren. De plannen voldoen aan deze karakteristieken, gezien de omvang zeer beperkt is (de openheid blijft) en de groene hagen als lijnstructuren worden mee verplaatst met de nieuwe afmeting van de schuur.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
23
Afbeelding 8: uitsnede kaart laag van cultuurlandschap, plangebied met rood aangeduid (bron: provincie Overijssel) Laag van de beleving Het plangebied ligt in het kenmerk donkerte. Uitgangspunt binnen dit gebied is dat bij ontwikkelingen geen onevenredige lichtvervuiling gaat plaatsvinden. Het voorliggend plan voorziet in een herbouwde schuur waarbij geen onnodige lichtbronnen worden toegevoegd, enkel vervangen. Als gevolg hiervan treedt geen extra lichtvervuiling op. Ten zuidoosten van het perceel ligt historische infrastructuur, hier worden geen wijzigingen aan gebracht en dus geen afbreuk aan gedaan.
Afbeelding 9: uitsnede kaart laag van de beleving (bron: provincie Overijssel)
De stedelijke laag heeft op de planlocatie geen specifieke kenmerken en blijft daarom verder buiten beschouwing.
24
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
Beoordeling van de plannen: Met de toetsing aan genoemde lagen van de provincie Overijssel kan gesteld worden dat de voorgenomen plannen geen afbreuk doen aan de landschappelijke waarden. Hiermee is het plan volledig in overeenstemming met het provinciaal ruimtelijk beleid en regelgeving uit de Omgevingsverordening en Omgevingsvisie Overijssel.
4.1.3
MijnOmgevingsvisie Tubbergen
De gemeenteraad van de gemeente Tubbergen heeft in 2021 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving voor het grondgebied van de gemeente Tubbergen, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Tubbergen en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. Die vier principes zijn: We doen het samen. We geven het goede voorbeeld. We wentelen niet af op volgende generaties. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. Buitengebied in balans De gemeente Tubbergen wil een economische sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap van Tubbergen is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis.
Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Tubbergen komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Tubbergen streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Daarbij wordt gewerkt aan speerpunten. Voor het 'Buitengebied in balans' zijn dat: toekomstgerichte agrarische sector; goede staat van natuur en landschap; kwalitatief toerisme. Beoordeling van de plannen: Op grond van MijnOmgevingsvisie Tubbergen valt het plangebied onder lagere landschapswaarde, gereicht op ontwikkeling. Dit is weergegeven op onderstaande afbeelding. Deze landschappen zijn in de afgelopen 80 tot 100 jaar veel veranderd is en waar de lagere landschapswaarde ruimte voor ontwikkeling biedt. Dit zijn bijvoorbeeld de heide- of veenontginningen met een hoge dynamiek.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
25
Afbeelding 10: Kaart Omgevingsvisie Tubbergen, plangebied aangepijld met paars (bron: Regels op de kaart) Voor het plan aan de Agelerweg 45 geldt dat het een kleinschalige ontwikkeling betreft (vergroten van het woonvlak voor het herbouwen van een schuur). De wijziging wordt landschappelijk goed ingepast. Er is een zeer beperkte fysieke wijziging, gezien de hagen worden mee verplaatst met de ontwikkeling. De ontwikkeling past in de lagere landschappelijke waarde en daarmee in de omgevingsvisie van Tubbergen.
4.1.4
Buitengebied met kwaliteit
Door de gemeente Tubbergen het ruimtelijk beleid buitengebied 'Buitengebied met kwaliteit' vastgesteld. Het buitengebied kenmerkt zich door een mix van functies als landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en wonen, al deze functies vragen om ruimte. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom wordt voor de toepassing van deze beleidsregel het uitgangspunt gehanteerd: de goede functies op de goede plek. Enerzijds is deze beleidsregeling bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. De volgende onderdelen van dit beleid zijn van belang: Algemene randvoorwaarden Voor elke ontwikkeling in het buitengebied gelden bepaalde algemene randvoorwaarden waar aan voldaan moet worden. Dit betreffen bijvoorbeeld randvoorwaarden die zijn opgesteld met het oog op 'een goede ruimtelijke ordening' of een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' ingeval de Omgevingswet inwerking is getreden. Deze randvoorwaarden zijn hieronder opgenomen. 1. Elke ontwikkeling moet per saldo leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; 2.
Bij elke ontwikkeling hoort een basisinspanning in de vorm van een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing: vorm en situering van gebouwen en erfbeplanting (uiteengezet in locatie, sortiment, aantallen, plantmaat en indien van toepassing plantverband/ onderlinge afstand); 3. De geboden ontwikkelingsruimte dient in balans te zijn met de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit; 4. De ontwikkeling dient naar aard en omvang passend te zijn op de locatie en de gebiedskenmerken van het type landschap; 5. De bestaande infrastructuur moet in principe toereikend zijn voor de nieuwe activiteit, er mag geen sprake zijn van een onevenredige toename van verkeer. Indien een aanpassing van de infrastructuur benodigd en aanvaardbaar is, komen de kosten hiervoor voor rekening van aanvrager; 6. Parkeren dient op eigen erf plaats te vinden; 7. De ontwikkeling mag niet leiden tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat; 8. Er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de in de omgeving aanwezige functies en waarden; 9. Er mag gaan onevenredige afbreuk worden gedaan aan de belangen van derden; 10. Indien dit nodig wordt geacht, kan een bedrijfsplan worden gevraagd ter onderbouwing van een verzoek; 26
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
11. In het omgevingsplan/ de omgevingsvergunning worden verplichtingen opgenomen voor de aanleg en instandhouding van de verplichte landschappelijke inpassing. Daarnaast worden in een overeenkomst aanvullende voorwaarden opgenomen die van belang zijn voor de gemeentelijke juridische borging; 12. Een gecombineerde toepassing van de in deze beleidsregel opgenomen onderdelen is mogelijk, mits hierbij voldaan wordt aan de daarbij behorende voorwaarden; 13. Vergunningen die niet meer actueel zijn of die nog niet zijn benut, kunnen niet ingezet worden ter compensatie voor (extra) ontwikkelingsruimte en worden onherroepelijk ingetrokken. 3.3 Uitbreiden woonperceel Voor het uitbreiden van een woonperceel met de functie 'Wonen', gelden de volgende voorwaarden: 1. Alleen toegestaan wanneer dit nodig is om extra bebouwing of een betere erfopzet te kunnen realiseren of indien noodzakelijk in verband met een optimale situering van gebouwen voor zonnepanelen op het dak; 2. Alleen toegestaan wanneer er geen reële mogelijkheden zijn om het bestaande woonperceel met gelijkblijvende oppervlakte te verschuiven; 3. Alleen de reëel noodzakelijke uitbreidingsruimte ten behoeve van een goede erfopzet wordt toegestaan. Beoordeling van de plannen: Algemene voorwaarden Aan de algemene voorwaarden wordt voldaan.
De herbouw van de schuur doet geen afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit, gezien de fysieke kenmerken passen binnen de landschappelijke uitgangspunten voor het gebied. De wijziging is van kleine omvang en zal daarom zeer beperkte invloed hebben op het landschappelijke beeld. De verplaatsing van de bestaande heg draagt bij aan behoud van de ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast heeft de ontwikkeling geen relevante toename van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie tot gevolg en is geen sprake van een onevenredige afbreuk aan de in de omgeving aanwezige functies en waarden, zoals blijkt uit hoofdstuk 5 van deze toelichting.
Specifieke voorwaarden uitbreiden woonperceel Zoals eerder aangegeven is de beoogde locatie de meest optimale voor de bouw van de nieuwe schuur op het erf Agelerweg 45. Het vervangt daarbij de oude schuur en maakt een vergroting aan bijbehorend bouwwerk (binnen geldende beoordelingsregels) mogelijk. Het plan heeft een beperkte wijziging is in fysieke kenmerken als gevolg. Een verschuiving richting de woning is onwenselijk, omdat in dat geval de bebouwing veel te kort op de woning wordt gesitueerd. Daarom is gekozen/beoogd om een beperkte vergroting van de woonfunctie te realiseren. Een bestaande groenstructuur (haag) wordt hiervoor opgeschoven, waardoor in feite ook een vergroting van de tuin wordt bewerkstelligd. De linieare structuur is wenselijk om een passend landschapsbeeld te behouden. Andere locaties binnen het huidig erf doen afbreuk aan de landschappelijke opzet. In dat geval zal de hele erfopzet en bestrating moeten wijzigen, en dat is ook onwenselijk in economisch en functioneel opzicht. Er is gekozen om niet voor verplaatsing/verschuiving van de woonfunctie te gaan. Zowel aan de Agelerweg als aan de Oude Bornsedijk heeft het erf een ontsluiting, waardoor het weghalen van de woonfunctie aan deze zijden ongewenst is.
Aan de zuidzijde van het erf loopt bestaande erfverharding voor de ontsluiting van de woning/tuin aan deze zijde, ook aldaar is daarom het weghalen van woonvlak ongewenst. Een beperkte vergroting is daarmee noodzakelijk en aanvaardbaar geacht voor de ontwikkeling.
4.1.5
Casco benadering Noordoost Twente
In het Ontwikkelingsperspectief voor het Nationale Landschap Noordoost-Twente hebben de hierbij betrokken partijen de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Zowel gemeenten als provincie hadden behoefte aan een praktisch concept om in de dagelijkse praktijk invulling te geven aan deze ambitie. Voor het bereiken van deze ambitie is het, het meest wenselijk om de belangen van initiatiefnemers die elementen willen verwijderen te koppelen aan grondeigenaren die bereid zijn nieuwe elementen te plaatsen om zo het landschap te versterken. Alle individuele aanvragen zullen dan uiteindelijk moeten leiden tot een beter functionerend en herkenbaar landschap. Om dit te bereiken is de casco-benadering ontwikkeld. Met de casco-benadering beschikken de provincie Overijssel en de deelnemende gemeenten van bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
27
Noordoost-Twente over een generieke methode om vorm te geven aan de doelen voor het Nationaal Landschap: behoud en ontwikkeling van het landschap inclusief al haar functies. In relatie tot het provinciaal beleid is de cascobenadering een middel om invulling te geven aan het fenomeen 'ruimtelijke kwaliteit' en uitvoering aan de kwaliteitsagenda van de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel. Casco-benadering in de praktijk De landschapstypen van Noordoost-Twente vormen, samen met de ontwikkeling die deze landschappen hebben doorgemaakt (dynamiek), het uitgangspunt van de casco-benadering. Elk landschapstype heeft een eigen kenmerkende structuur van opgaande beplantingen. Deze structuur is het casco van het landschap. Het kan daarbij gaan om bomenrijen, houtwallen, houtsingels en (kleinere) bosjes. Het beleid is er op gericht om dit casco te versterken. Toepassing van de casco benadering leidt op termijn tot versterking van het 'kleinschalige groene karakter' van het landschap in totaliteit. De regels van de casco-benadering gelden niet voor: Punt elementen (zoals poelen en solitaire bomen); Lijn elementen (zoals stijlranden en zandwegen); Beplanting binnen bouwblokken/bebouwde kom; Boomgaarden; Bos groter dan 0,5 hectare. Voor bovenstaande elementen en het beheer van casco elementen geldt het reguliere beleid van elke afzonderlijke gemeente.
De basis voor initiatieven is de cascokaart. Hierop staan drie typen elementen weergegeven, zie de navolgende tabel.
Landschapstype Elementen die tot het casco behoren Elementen die niet tot het casco behoren Te compenseren elementen
Opmerking Mogen in principe niet verplaatst worden Mogen verplaatst worden, als aan de regels van de casco-benadering wordt voldaan Locaties waar de initiatiefnemer de elementen heen kan verplaatsen
Aan de hand van de casco-kaart wordt beoordeeld of het landschapselement tot het casco behoort of niet. Uit de beoordeling hiervan volgen drie mogelijke opties: Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de casco-kaart. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de casco-kaart. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de casco-kaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). In onderstaande afbeelding is een uitsnede van de casco-kaart opgenomen, waarin de diverse casco elementen te zien zijn aan de Agelerweg 45 in Reutum. De lijn die met een knik door het huis loopt is hierin niet correct, aangezien hier geen groenstructuren aanwezig zijn. Met de plannen is er geen wijziging betreft de casco structuren.
28
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
Afbeelding 11: uitsnede Casco-kaart, locatie in geel (bron: provincie Overijssel) Beoordeling van de plannen: De planlocatie Agelerweg 45 wordt aan de zuidkant omgeven door casco-elementen. Op de gewenste locatie voor de schuur (noordoostzijde erf) zijn er geen aanwezige casco-lijnen. De lijn aan de noordkant van het erf is niet correct en wordt daarom niet meegenomen met de toetsing. Geconcludeerd wordt dat met de uitvoering van het Ruimtelijk kwaliteitsplan volledig wordt voldaan aan de doelstellingen van het Casco-beleid. 4.1.6
Nota omgevingskwaliteit
Op grond van artikel 4.114 Invoeringswet Omgevingswet, geldt de welstandsnota die is vastgesteld op basis van art. 12a Woningwet (oud), als een beleidsregel als bedoeld in 4.19 Omgevingswet. De aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt getoetst aan de Nota Omgevingskwaliteit. De nota omgevingskwaliteit is bedoeld om te kunnen beoordelen of bouwplannen voldoen aan redelijke eisen van welstand. Op grond van de kwaliteitsniveaus wordt de beoordeling ambtelijk of door de stadsbouwmeester uitgevoerd. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de tekst in de nota omgevingskwaliteit. De stadsbouwmeester geeft in een geschreven advies aan of een bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand. Een positief advies is over het algemeen beknot en kan op verzoek nader gemotiveerd worden. Een negatief advies is voorzien van een motivering. Beoordeling van het plan: Het bouwvplan zal bij de aanvraag omgevingsverguning voor het bouwen worden getoetst voor welstand. Op voorhand worden geen belemmeringen gezien op dit vlak. De impressies voor het bijbehorend bouwwerk laten een vormgegeven gebouw in landelijke stijl zien en conform hoogten die mogelijk zijn binnen het huidig omgevingsplan.
4.2 Voorbereidingsfase / Verkenningsfase met stakeholders In de voorfase is er sprake geweest van een vooroverleg met een gemeentelijke medewerker, waarna er goedkeuring is gegeven om een planwijzging in te dienen voor het bouwplan. 4.2.1
Provinciaal vooroverleg
De provincie Overijssel heeft de 'uitzonderingenlijst vooroverleg ruimtelijke initiatieven 2023' vastgesteld. In dit document is opgenomen welke ruimtelijke initiatieven/ontwikkelingen de provincie niet hoeft te zien zolang geen ander provinciaal beleid en/of andere provinciale belangen zoals NNN en grondwaterbescherming geraakt worden.
(Wijziging) omgevingsplannen en buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA’s) waarvoor geen vooroverleg met provincie nodig is: 1. Woningbouw a. Geheel of gedeeltelijke vernieuwing, vervanging of verandering van een bestaande en bestemde (bedrijfs)woning en/of van een bijbehorend bijgebouw. Dit moet plaatsvinden op de plek van de bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
29
2.
3.
4.
5.
6.
bestaande woning, of binnen een straal van 10 meter. b. Kleinschalige uitbreiding zonder functiewijziging, van een bestaande en bestemde (bedrijfs)woning en/of van een bij de woning behorend bijgebouw op gronden die aansluiten bij de woning. Recreatiewoningen a. Geheel of gedeeltelijke vernieuwing, vervanging of verandering van een bestaande en bestemde recreatiewoning en/of van een bij de recreatiewoning behorend bijgebouw. Dit moet plaatsvinden op de plek van de bestaande recreatiewoning, of binnen een straal van 10 meter. b. Kleinschalige uitbreiding zonder functiewijziging, van een bestaande en bestemde recreatiewoning en/of van een bijbehorend bijgebouw op gronden die aansluiten bij de recreatiewoning. Agrarische bebouwing a. Inpandige verbouwing voor ondergeschikte nevenactiviteiten zoals bijvoorbeeld een bed&breakfast/boerderijkamers, zorgkantine, landwinkel van een gebouw dat deel uitmaakt van een agrarisch bedrijf. b. Kleinschalige agrarische bebouwing, zoals bijvoorbeeld een schuilgelegenheid of mestopslag, buiten het bouwperceel. c. Een kleinschalige uitbreiding van een bestaand en bestemd agrarisch bedrijf. Infrastructuur a. Aanleg van kleinschalige nieuwe, en kleinschalige aanpassingen van bestaande, water- en groenvoorzieningen, en aanpassingen van bestaande wegvoorzieningen. Overige voorzieningen a.
Kleinschalige openbare (nuts)voorzieningen en kleinschalige voorzieningen voor openbaar vervoer en wegverkeer, recreatief medegebruik en natuurbeheer. Voorzieningen op recreatieterreinen a. Kleinschalige geheel of gedeeltelijke vernieuwing, vervanging, uitbreiding en of verandering van een recreatievoorziening op een bestaand en bestemd recreatieterrein. Bij een kleinschalige recreatievoorziening wordt gedacht aan een sanitair gebouw, een kiosk/campingwinkel, receptie e.d.
Beoordeling van het plan: Het plan valt onder punt 1 sub b waardoor nader vooroverleg met de provincie op voorhand niet noodzakelijk is. Bij publicatie van het TAM-omgevingsplan zal een kennisgeving aan de provincie Overijssel worden gestuurd. 4.2.2
Waterschap Vechtstromen
Op 10 februari 2025 is de digitale watertoets voor de planlocatie uitgevoerd. De korte procedure van het waterschap Vechtstromen is hierbij van toepassing verklaard, waarbij geadviseerd is om de standaard uitgangspunten te hanteren bij het uitwerken van de waterparagraaf. Dit in paragraaf 5.12 nader uitgewerkt. 4.2.3
Participatie omgeving
De gemeenteraad heeft het beleid ‘Inwonersparticipatie’ vastgesteld en daarin is een ‘Checklist Aan de slag met inwonersparticipatie’ opgenomen. Beschrijving van de wijze van participatie, de keuze waarom voor deze wijze van participatie is gekozen en wat het resultaat hiervan is: De initiatiefnemers hebben de betrokken buren bezocht, het plan uitgelegd en om reactie gevraagd, het volledige verslag is bijgevoegd als Bijlage 3. In totaal zijn ze bij drie adressen geweest. De buren hebben allen aangegeven dat het hun uitzicht niet verandert of belemmert Ten aanzien van deze positieve reacties zijn er geen verdere aanpassingen ingebracht. Daarnaast hebben de familieleden wonend op nr. 45a geen bezwaar tegen de herbouw c.q. uitbreiding van de schuur.
30
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu Zoals blijkt uit hoofdstuk 1.2 geldt dat alleen een besluit tot wijziging van het omgevingsplan mogelijk is als er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 lid 1 Ow). Voor de beoordeling van de wijziging van het omgevingsplan zijn op basis van artikel 8.0b lid 1 Bkl de volgende regels en instructies van toepassing: de instructieregels van hoofdstuk 5, met name afdeling 5.1 'Instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties' van het Bkl; de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; eventuele andere instructies van het Rijk en provincie. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn niet alleen de in het Bkl geregelde milieu aspecten beoordeeld, maar zijn alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu beoordeeld, zoals bijvoorbeeld het effect van cumulatie. Voor zover relevant is er voor de aspecten fysieke leefomgeving en milieu ook getoetst aan het gemeentelijk beleid.
5.1 Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik van de fysieke leefomgeving en het tegengaan van leegstand van gebouwen. De instructieregel in artikel 5.129g van het Bkl verplicht om bij een wijziging van het omgevingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening te houden met de behoefte aan de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Artikel 5.129g lid 2 van het Bkl behelst een motiveringseis en vraagt om explicitering van gemaakte keuzes. Voor het maken en onderbouwen van die keuzes is zo nodig, op grond van artikel 3:2 Algemene wet bestuursrecht (Awb), onderzoek geboden waarbij de nodige kennis wordt vergaard omtrent de behoefte aan de in het project voorziene nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met de uitkomsten daarvan dient in het omgevingsplan rekening te worden gehouden. Het bestuursorgaan heeft bij de toepassing van deze instructieregel beoordelingsvrijheid. Andere belangen dan het belang dat wordt gediend met de instructieregel kunnen de doorslag geven.
De ladder is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen, maar bewerkstelligt dat de wens om in een nieuwe stedelijke ontwikkeling te voorzien aan de hand van het toetsingskader van dit artikellid nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied en met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. Deze bepaling schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling (ABRS 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1421 en ABRS 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2579. De laddertoets is in ieder geval van toepassing op een stedelijk ontwikkeling of uitbreiding van o.a. bedrijventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening. De opsomming in het eerste lid is niet limitatief, ook andere dan de genoemde ontwikkelingen kunnen zich als een stedelijke ontwikkeling kwalificeren. Voorts geldt dat een stedelijke ontwikkeling voldoende substantieel dient te zijn om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt.
Of aan dit criterium wordt voldaan is in sterke mate afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval. Stedelijke ontwikkeling Wat betreft de "Ladder voor duurzame verstedelijking" wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij "nieuwe stedelijke ontwikkelingen". De voorgenomen ontwikkeling betreft een functiewijziging. Gelet op de omvang van deze functiewijzing (van agrarisch naar wonen met een oppervlakte van 500 m2) is deze naar aard en omvang niet aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Deze ontwikkeling is, gelet op de definitie, niet aan te merken als een 'stedelijke ontwikkeling'. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toepassing van de ladder is niet vereist.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
31
5.2 Besluit milieueffectrapportage Afdeling 16.4 van de Ow bevat de regelgeving over milieueffectrapportage. De uitwerking ervan staat in hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit. De regels voor de milieueffectrapportage (mer) staan in afdeling 16.4 van de Ow. De uitwerking ervan staat in hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit. Het gaat hier om de implementatie van 2 richtlijnen: de EU-richtlijn mer (mer-richtlijn): richtlijn over de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en private projecten. de EU-richtlijn voor strategische milieubeoordeling (smb-richtlijn): richtlijn over de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's. De regels schrijven voor bepaalde plannen, programma's en projecten een zogenoemde milieubeoordeling voor. Deze mer-procedure gaat vooraf aan het nemen van een besluit over het vaststellen van het plan of het toestaan van een project. In een aantal situaties is het mogelijk om een plan-mer-beoordeling te doen in plaats van een milieueffectrapportage. Voor een plan-mer-plicht gelden de volgende eisen: De eerste eis is dat het moet gaan om een wettelijk of bestuursrechtelijk voorgeschreven plan of programma (artikel 16.34 lid 1 Ow). In de Omgevingswet is opgenomen dat een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing aan die vereisten voldoen.
De tweede eis is dat het plan of programma een kader vormt voor besluiten voor mer(beoordelings)plichtige projecten (artikel 16.36 Ow) of dat er een passende beoordeling voor een plan of programma nodig is. In kolom 1 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn de mer-(beoordelings)plichtige projecten opgenomen. De inhoud van een plan bepaalt mede de eventuele mer-plicht. In een aantal gevallen is het echter mogelijk om eerst een plan-mer- beoordeling te doen. Uit een plan-mer-beoordeling blijkt of het plan of programma aanzienlijke milieueffecten heeft. Als dat niet het geval is, kan een planmilieueffectrapportage achterwege blijven. Een plan-mer-beoordeling kan in de volgende twee situaties aan de orde zijn: 1. Het plan is kaderstellend voor projecten die milieueffecten kunnen hebben, maar het gaat om projecten die niet in bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan. Het plan is niet direct plan-merplichtig, maar er moet wel een plan-mer-beoordeling worden uitgevoerd. De mer-(beoordelings)plichtige projecten zijn opgenomen in kolom 1 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. 2. Het plan is kaderstellend voor projecten uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarnaast komen de projecten waarvoor het omgevingsplan het kader vormt niet boven de drempel van kolom 2 uit bijlage V Omgevingsbesluit. Er kan dan volstaan worden met een plan-mer-beoordeling als: a.
het plan een kleine wijziging van een plan of programma is; b. het plan gaat over een klein gebied op lokaal niveau én als voor dat plan of programma een bestuursorgaan van een gemeente het bevoegd gezag is. In een plan-mer-beoordeling (artikel 16.36 lid 3 en lid 4 Ow) toetst het bevoegd gezag of er bij het plan of programma aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden. Er zijn twee mogelijke resultaten: Aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten: er volgt een plan-mer en er moet een milieueffectrapport (MER) worden gemaakt. Aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten: er is geen plan-mer nodig en er wordt geen MER gemaakt. Beoordeling van de plannen: De voorgenomen activiteit voor het vergroten van de bestaande woonfunctie voor het realiseren van een groter bijbehorend bouwwerk (ter vervanging van een bestaande bijbehorend bouwwerk) staat niet als zodanig benoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Daarmee geldt er ook geen noodzaak tot een m.e.r.-beoordeling. Op basis van bovengenoemde beoordeling van kenmerken en locatie van het project en de kernmerken van het potentiële effect van het project is vastgesteld dat er geen sprake is van een project dat belangrijke gevolgen heeft, zodat het geen milieueffectrapport hoeft te worden gemaakt (artikel 16.43 jo. artikel 16.53 Ow).
32
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22l Buitengebied Agelerweg 45 Reutum
5.3 Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren De visie op verkeer en vervoer is opgenomen in het Strategisch verkeer- en vervoerplan 2018. De verkeersgeneratie moet worden bepaald aan de hand van de meest recente CROW-uitgave 'toekomstig parkeren' (uitgave 381). De toename en de verkeersveiligheid moet vervolgens worden beoordeeld aan de hand van de verkeersgeneratie en de wegencategorisering in het Strategisch verkeer- en vervoerplan 2018. Er moet worden aangetoond dat de betreffende weg/wegen de toename aan het verkeer kunnen afwikkelingen en niet leidt tot verkeersonveilige situaties. Het parkeren moet worden getoetst aan de Beleidsnotitie bouwen & parkeren 2018. Verkeerskundige effecten ontwikkeling (verkeersgeneratie en –afwikkeling) Het plangebied is in de bestaande situatie ontsloten op de Agelerweg en de Oude Bornsedijk. Het perceel heeft op deze wegen elk één ontsluiting. De verkeersontsluiting blijft in de toekomstige situatie hetzelfde en het nieuw bouwen van een bijbehorend bouwwerk geeft geen structurele extra verkeersbewegingen op de Agelerweg en de Oude Bornsedijk. Het plan leidt niet tot een verhoging van de verkeersintensiteit aangezien geen sprake is van verdere wijzigingen van het gebruik van het woonerf. Parkeren Het voornemen ziet toe op het herbouwen van een schuur als bijbehorend bouwwerk van een woning.