CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Toelichting, Regels en Bijlagen Bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagsewe.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 26 januari 2021, gemeente TubbergenBij agendapunt: 7: Vaststellen bestemmingsplan Rood voor Rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74.30.238 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan

Rood Voor Rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.0183.BUIBPRVR3LOCTUB-VG01

Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer

7 7 7 9 9 11

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Algemeen 2.2 Vinckenweg 18 (sloop- en bouwlocatie) 2.3 Voorboersweg 6 (slooplocatie) 2.4 Laagseweg 74 (slooplocatie)

13 13 13 14 14

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Gewenste ontwikkeling 3.2 Verkeer en parkeren

17 17 20

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

23 23 24 33

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodemkwaliteit 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie & cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage

39 39 40 41 42 44 46 46 49 50

Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf

53 53 53

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels

55 55 55 56

Hoofdstuk 8

59

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Vooroverleg 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak 9.3 Zienswijzen 2

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

61 61 61 61

Bijlagen toelichting

63

Bijlage 1

Ruimtelijk Kwaliteitsplan

64

Bijlage 2

Beeldkwaliteitsplan

86

Bijlage 3

Verkennend en nader asbestbodemonderzoek Vinckenweg 18

89

Bijlage 4

Nader asbestbodemonderzoek Vinckenweg 18

156

Bijlage 5

Vooronderzoek Voorboersweg 6

172

Bijlage 6

Verkennend asbestonderzoek Voorboersweg 6

192

Bijlage 7

Vooronderzoek Laagseweg 74

230

Bijlage 8

Verkennend asbestonderzoek Laagseweg 74

249

Bijlage 9

AERIUS berekening 2019A

287

Bijlage 10

Quickscan natuurwaarden

319

Bijlage 11

Standaard waterparagraaf

355

Regels

359

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

361 361 369

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Agrarisch - 1 Bos - Natuur Wonen Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4

371 371 374 376 383 385

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene Regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels

387 387 388 390 391

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

393 393 394

Bijlagen bij regels

395

Bijlage 1

Landschappelijke inpassing Vinckenweg 18

396

Bijlage 2

Landschappelijk inpassing Voorboersweg 6

398

Bijlage 3

Beplantingstabel landschappelijke inpassing

400

Bijlage 4

Te slopen en te verbeteren bouwwerken

402

Laagseweg 74

3

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6,

Bijlage 5

4

Ondergeschikte tweede tak of een deeltijdfunctie

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

405

Toelichting

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

5

6

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Aan de Vinckenweg 18 in het buitengebied van Geesteren, gemeente Tubbergen, bevindt zich een voormalig agrarisch erf. Het erf doet tegenwoordig dienst als woonerf en beschikt over een woonbestemming. Naast een voormalige agrarische bedrijfswoning zijn op het erf ook voormalige agrarische bedrijfsgebouwen aanwezig. Een deel van deze bedrijfsgebouwen is verouderd en landschapsontsierend. Initiatiefnemer is voornemens om de landschapsontsierende bebouwing ter plaatse van het erf aan de Vinckenweg, en ter plaatse van twee locatie elders in het buitengebied van de gemeente Tubbergen (Voorboersweg 6 en Laagseweg 74), te verwijderen. Ter compensatie kan, onder voorwaarden, het recht op een compensatiewoning met een bijgebouw worden verkregen. Dit is mogelijk op basis van de gemeentelijke 'Beleidsnotitie Rood voor Rood met gesloten beurs 2014'. Daarnaast kan ter compensatie eveneens het recht op compensatiebebouwing in de vorm van bijgebouwen worden verkregen. Dit is onder voorwaarden mogelijk in het kader van het gemeentelijke Schuur voor Schuur beleid. Initiatiefnemer is voornemens om van de regelingen gebruik te maken.

Het gaat concreet om: het verwijderen van 335 m² landschapsontsierende bebouwing aan de Vinckenweg 18 in het kader van Rood voor Rood, waarvan 253 m² gesloopt wordt en 82 m² wordt opgeknapt en behouden blijft op basis van Schuur voor Schuur; het slopen van 571 m² landschapsontsierende bebouwing aan de Voorboersweg 6 in het kader van Rood voor Rood; het slopen van in totaal 242 m² landschapsontsierende bebouwing aan de Laagseweg 74, waarvan 100 m² in het kader van Rood voor Rood en 142 m² in het kader van Schuur voor Schuur (ten behoeve van het behoud van de 82 m² aan de Vinckenweg 18); het realiseren van een compensatiewoning met bijgebouw aan de Vinckenweg 18 in het kader van Rood voor Rood; het landschappelijk inpassen. Het totale voornemen heeft een forse toename van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied van de gemeente Tubbergen tot gevolg. De voorgenomen ontwikkelingen zijn niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016'. Om voorliggend voornemen mogelijk te maken is dan ook een bestemmingsplanherziening vereist. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridisch-planologische kader en toont aan dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening' en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2 Ligging van het plangebied In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van Geesteren, Tubbergen en Hezingen weergegeven. Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Tubbergen en bestaat uit een drietal locaties dat in afbeelding 1.1 is aangegeven met gekleurde sterren. Het gaat om: 1. Rode ster: het erf aan de Vinckenweg 18 in Geesteren (slooplocatie en aansluitende locatie voor compensatiebebouwing); 2. Paarse ster: het erf aan de Voorboersweg 6 in Geesteren (slooplocatie); 3. Blauwe ster: get erf aan de Laagseweg 74 in Hezingen (slooplocatie).

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

7

Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied ten opzichte van Geesteren, Tubbergen en Hezingen (Bron: ArcGIS)

In afbeelding 1.2 is per locatie de ligging (rode lijnen) ten opzichte van de directe omgeving weergegeven.

Afbeelding 1.2 Ligging van de plandelen in de directe omgeving (Bron: ArcGIS)

8

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (NL.IMRO.0183.BUIBPRVR3LOCTUB-VG01) en een renvooi; regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4 Huidig planologisch regime 1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016'. Dit bestemmingsplan is op 23 mei 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Afbeelding 1.3 omvat uitsneden van de dit geldende bestemmingsplan. De locaties binnen het plangebied zijn hierin indicatief aangeven met de rode onderbroken contour.

Afbeelding 1.3 Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied 2016' (Bron: gemeente Tubbergen)

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

9

1.4.2

Beschrijving bestemmingen en aanduidingen

Binnen het plangebied bevinden zich de volgende bestemmingen en aanduidingen: Vinckenweg 18: 'Wonen'; 'Agrarisch - 1'; 'Bos - Natuur'; 'Waarde - Archeologie 3' 'Waarde - Archeologie 4'; 'Reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied'. Voorboersweg 6: 'Agrarisch - 1', met bouwvlak; 'Waarde - Archeologie 4'; 'Reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied'. Laagseweg 74: 'Wonen'; 'Waarde - Archeologie 4'; 'Overige zone - geen boom- en sierteelt toegestaan'. 'Wonen' De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor woonhuizen en bijbehorende bouwwerken, al dan niet in combinatie met en in ondergeschikte mate ruimte voor onder meer een aan-huis-gebonden beroep of bedrijf dan wel een vrij beroep en mantelzorg. Daarnaast zijn hieraan ondergeschikt onder meer wegen en paden en water met de daarbijbehorende tuinen, erven en terreinen, parkeervoorzieningen en andere bouwwerken toegestaan. Voor het bouwen van hoofdgebouwen en aangebouwde bijbehorende bouwwerken geldt onder meer dat als hoofdgebouwen uitsluitend woonhuizen mogen worden gebouwd en dat per bestemmingsvlak ten hoogste één hoofdgebouw met één woning mag worden gebouwd. Tevens dienen deze aan de geldende maatvoeringseisen te voldoen.

Voor het bouwen van vrijstaande bijbehorende bouwwerken geldt onder meer dat vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten hoogste op een afstand van 30,00 m vanuit het dichtstbijzijnde punt van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd. Tevens dienen deze eveneens aan de geldende maatvoeringseisen te voldoen. Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden eveneens eisen ten aanzien van de bouwhoogte. 'Agrarisch – 1' Gronden met de bestemming 'Agrarisch – 1' zijn onder meer bedoeld voor het agrarisch gebruik en de uitoefening van een agrarisch bedrijf ter plaatse van een bouwvlak, waarbij plaatse van onder meer de aanduiding "reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied" tevens agrarische bedrijfsvoering in de vorm van intensieve veehouderij mag worden uitgeoefend. Dit mag in combinatie met verhuuractiviteiten ten behoeve van het agrarisch gebruik. Ook is het wonen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering met de daarbij behorende erven toegestaan, voorzover de gronden zijn voorzien van een bouwvlak. Tevens is behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden toegestaan, evenals het uitvoeren van erfinrichtingsplannen en landschapsplannen; Gebouwen en overkappingen moeten onder meer binnen een bouwvlak te worden gebouwd, ten behoeve van het agrarische bedrijf ter plaatse.

Tevens dienen deze, evenals andere bouwwerken, aan de geldende maatvoeringseisen te voldoen. 'Bos - Natuur' Deze gronden zijn onder meer bestemd voor natuur, bosbouw en houtproductie en het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische, de natuurlijke en de landschappelijke waarden van de bos- en natuurgebieden. Daaraan ondergeschikt zijn onder meer het extensief agrarisch medegebruik (zoals natuurlijke begrazing), het extensief dagrecreatief medegebruik en educatief medegebruik en wegen en paden toegestaan, 10

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

evenals bij de bestemming behorende andere bouwwerken. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde - Archeologie 4' Gronden met deze dubbelbestemmingen zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. Voor het realiseren van bouwwerken, waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 2.500 m² (3) of 5.000 m² (4) en dieper dan 0,40 m benodigd zijn, moet archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 'Reconstructiewetzone – landbouwontwikkelingsgebied' Gronden met deze aanduiding zijn mede bestemd voor de ontwikkeling van de landbouw, waarbij het belang van de landbouw bovengeschikt is aan andere belangen. Overige functies (onder andere natuur en landschap, recreatie en toerisme en wonen) kunnen zich in deze gebieden ontwikkelen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ontwikkeling van bestaande of inplaatsing van nieuwe agrarische bedrijven. 'Overige zone – geen- boom- en sierteelt toegestaan' Deze gronden zijn mede bestemd voor het tegengaan van het gebruik van de gronden ten behoeve van sierteelt, boomteelt, houtteelt of overige opgaande teeltvormen, niet zijnde boom- en sierteelt binnen de bouwpercelen. 1.4.3

Strijdigheid

Het realiseren van de gewenste compensatiewoning ten noordoosten van het woonerf aan de Vinckenweg 18 in Geesteren is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. De hiervoor beoogde gronden worden ten behoeve van het voornemen gewijzigd in een passende woonbestemming. Daarnaast wordt de maximale toegestane oppervlakte aan bijgebouwen binnen de woonbestemmingen aan de Vinckenweg 18 en de Laagseweg 74 vastgelegd, aangezien deze oppervlakte als gevolg van de sloop permanent afneemt. Ter plaatse van het erf aan de Voorboersweg 6 wordt het agrarische bouwvlak verwijderd en wordt de agrarische bestemming deels gewijzigd in een bij de nieuwe situatie passende woonbestemming. Binnen voorliggend bestemmingsplan worden specifieke regelingen opgenomen ter waarborging van de sloop, de landschappelijke inpassing en het opknappen van het te behouden bijgebouw. In het kader van de waarborging van de landschappelijke inpassing en de ontsluitingsweg van de compensatiekavel zijn aan de Vinckenweg 18 tevens de omliggende agrarische en bos-natuur gronden opgenomen als onderdeel van het plangebied. In dit bestemmingsplan wordt het voornemen mogelijk gemaakt, waarbij tevens wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in Hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een omschrijving van de gewenste ontwikkeling. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Tubbergen beschreven. In Hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue en Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In Hoofdstuk 7en Hoofdstuk 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat Hoofdstuk 9 in op het vooroverleg.

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

11

12

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

2.1 Algemeen Zoals reeds vermeld bestaat het plangebied uit een drietal erven in het buitengebied van de gemeente Tubbergen, namelijk het erf aan de Vinckenweg 18 in Geesteren (sloop- en bouwlocatie), het erf aan de Voorboersweg 6 in Geesteren (slooplocatie) en het erf aan de Laagseweg 74 in Hezingen (slooplocatie). In de volgende paragrafen wordt afzonderlijk op de erven ingegaan.

2.2 Vinckenweg 18 (sloop- en bouwlocatie) Het erf aan de Vinckenweg 18 ligt ten westen, op relatief korte afstand, van de kern Geesteren. Het betreft een voormalig agrarisch erf, dat tegenwoordig dienst doet als woonerf. Het erf lag van oorsprong op een verhoging in het landschap en komt al voor op de kaarten rond 1900. Door de jaren heen is het gebied verder verdicht met bos en zijn er meer erven in de omgeving ontstaan. De kenmerkende elementen uit het essenlandschap zijn goed waarneembaar, zoals de slingerende wegen, verspreide ligging van gebouwen op het erf en de landschapselementen op de grenzen van de percelen (bomenrijen, houtsingels en bosjes). Het erf wordt omsloten door agrarische gronden en bospercelen. Rondom het erf liggen verder enkele woonpercelen in agrarisch gebied. De Vinckenweg ligt ten zuiden van het perceel. De kern Geesteren ligt aan de oostzijde. Op het erf bevinden zich een woning en voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, waarvan een deel landschapsontsierend is en voorzien is van asbest. De niet landschapsontsierende bedrijfsbebouwing betreft een voormalige varkensstal (100 m²). Deze stal kan als karakteristiek worden aangemerkt vanwege het pannendak, de gemetselde muren en de verbijzonderheden in de gevel. Tevens is een tweetal betonnen platen aanwezig. Het erf wordt ontsloten middels één inrit vanaf de Vinckenweg (aan de zuidzijde van het erf).

In afbeelding 2.1 is de huidige situatie van het plandeel aan de Vinckenweg 18 (rode omlijning) op een luchtfoto weergegeven.

Afbeelding 2.1 Huidige situatie Vinckenweg 18 (Bron luchtfoto: Provincie Overijssel) bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

13

2.3 Voorboersweg 6 (slooplocatie) Het erf aan de Voorboersweg 6 ligt op circa 1 km ten noorden van de kern Geesteren. Het erf betreft een agrarisch bouwperceel met een intensieve veehouderij. Het erf wordt aan alle zijden omsloten door agrarische gronden en agrarische bouwpercelen, waarbij zich direct ten westen de Voorboersweg ligt. Op het erf bevinden zich een bedrijfswoning, een mestopslag en agrarische bedrijfsgebouwen. De bedrijfsgebouwen bestaan uit landschapsontsierende varkensstallen, een veestal en een wagenberging. De veestal en wagenberging zijn recent opgeknapt en niet landschapsontsierend. Naast de vermelde bebouwing en aanwezige verharding bevindt zich op het erf een houtopstand met onder meer fijnspar. Het erf wordt ontsloten op de Voorboersweg. Door de directe ligging aan de Voorboersweg, de verharding op het erf en de vele aanbouwen aan de varkensstal oogt het erf stenig en rommelig. In afbeelding 2.2 is de huidige situatie van het erf/bouwperceel aan de Voorboersweg 6 (rode omlijning) op een luchtfoto weergegeven.

Afbeelding 2.2 Huidige situatie Voorboersweg 6 (Bron luchtfoto: Provincie Overijssel)

2.4 Laagseweg 74 (slooplocatie) Het erf aan de Laagseweg 74 ligt ten oosten van Hezingen en ten noorden van Ootmarsum. Dit erf betreft een voormalig agrarisch erf dat tegenwoordig dienst doet als woonerf. Het woonerf wordt aan alle zijden omsloten door agrarische gronden, waarbij zich direct ten westen van het erf de Laagseweg ligt. Op grotere afstand van het erf bevindt zich ten noorden een locatie voor recreatiewoningen en ten zuiden een agrarisch bouwperceel. Het erf betreft een oud erf: op historische kaarten is te zien dat het erf op een hoger deel langs de beek ligt. Van oorsprong liep er een pad aan de zuidzijde van het erf. Dit was tevens een zichtlijn door het half open beekdallenlandschap. Het erf kent een verspreide strooiing van gebouwen, waarvan het zuidelijke deel landschapsontsierend is. Eén van deze gebouwen (81 m²) beschikt over asbesthoudende golfplaten. De woonboerderij betreft het hoofdgebouw op het erf en ligt direct aan de Laagseweg. Het perceel wordt ontsloten via de Laagseweg. In afbeelding 2.3 is de huidige situatie van het erf aan de Laagseweg 74 (rode omlijning) op een luchtfoto 14

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

weergegeven.

Afbeelding 2.3 Huidige situatie Laagseweg 74 (Bron luchtfoto: Provincie Overijssel)

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

15

16

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

3.1 Gewenste ontwikkeling 3.1.1

Aanleiding

Initiatiefnemer is voornemens om de landschapsontsierende bebouwing op de (voormalige) agrarische erven aan de Vinckenweg 18, Voorboersweg 6 en Laagseweg 74 te verwijderen. In het kader van de gemeentelijke Rood voor Rood regeling kan, ter compensatie van het verwijderen van landschapsontsierende bebouwing, het recht op een compensatiewoning met bijgebouw verkregen worden (zie paragraaf 4.3.2 van deze toelichting). Tevens kan, eveneens ter compensatie hiervan, compensatiebebouwing in de vorm van bijgebouwen gerealiseerd worden. Dit is mogelijk op basis van het gemeentelijke Schuur voor Schuur beleid (zie paragraaf 4.3.3 van deze toelichting). Initiatiefnemer is voornemens om van de regelingen gebruik te maken.

Het gaat concreet om: het verwijderen van 335 m² landschapsontsierende bebouwing aan de Vinckenweg 18 in het kader van Rood voor Rood, waarvan 253 m² gesloopt wordt en 82 m² wordt opgeknapt en behouden blijft op basis van Schuur voor Schuur; het slopen van 571 m² landschapsontsierende bebouwing aan de Voorboersweg 6 in het kader van Rood voor Rood; het slopen van in totaal 242 m² landschapsontsierende bebouwing aan de Laagseweg 74, waarvan 100 m² in het kader van Rood voor Rood en 142 m² in het kader van Schuur voor Schuur (ten behoeve van het behoud van de 82 m² aan de Vinckenweg 18); het realiseren van een compensatiewoning met bijgebouw aan de Vinckenweg 18 in het kader van Rood voor Rood; het landschappelijk inpassen. Het totale voornemen heeft een forse toename van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied van de gemeente Tubbergen tot gevolg. In de volgende paragrafen wordt per erf ingegaan op de gewenste situatie. Voor het ruimtelijke kwaliteitsplan, met daarin alle drie betrokken erven, wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze toelichting. 3.1.2

Vinckenweg 18 (sloop- en bouwlocatie)

3.1.2.1 Algemeen Het voornemen is om op het woonerf aan de Vinckenweg 18 in totaal 335 m² de landschapsontsierende bebouwing te verwijderen in het kader van Rood voor Rood. Deze oppervlakte wordt ingezet om de realisatie van een compensatiewoning op deze locatie mogelijk te maken (zie ook paragraaf 3.1.2.2 van deze toelichting). Een bestaande varkensstal (100 m²) op het erf blijft behouden, aangezien deze niet landschapsontsierend is (zie ook paragraaf 2.2 van deze toelichting). Van de 335 m² te verwijderen landschapsontsierende bebouwing wordt 253 m² gesloopt, deze bebouwing kent geen gebruiks- of bijzondere esthetische waarde. De overige te verwijderen oppervlakte aan landschapsontsierende bebouwing betreft een kapschuur van 82 m². Deze wordt in zijn geheel opgeknapt (voorzien van nieuwe passende gepotdekselsde planken), waardoor deze niet langer meer landschapsontsierend. Het behoud van deze schuur wordt mogelijk gemaakt op basis van het Schuur voor Schuur beleid, ter compensatie van de 142 m² aan de Laagseweg (zie ook paragraaf 3.1.4). Het behoud van dit gebouw is onder meer gewenst, vanwege het feit dat het gebouw centraal op het erf staat en goed aansluit bij de overige bebouwing op het erf. Alle asbestdaken worden gesaneerd en tot slot worden ook de betonnen platen verwijderd.

3.1.2.2 Compensatiewoning Aansluitend op de te behouden en meer waardevolle bebouwing ontstaat, als gevolg van de sloop, ruimte voor een goede positionering van de gewenste compensatiewoning. Deze wordt ten noordwesten van het bestaande woonerf gesitueerd. Dit sluit goed aan op de bestaande structuur van het erf, waardoor de impact op de omgeving nihil blijft. De te behouden bebouwing vormt samen met de nieuwe bebouwing een passend ensemble, onder meer door de verspreide ligging van de bebouwing op het erf. bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

17

De compensatiewoning wordt uitgevoerd in een Twentse stijl. Het bijgebouw bij de woning is onderdanig aan de hoofdgebouwen aan de Vinckenweg 18 en past bij de overige bebouwing. Het heeft de voorkeur om deze in materiaal uit te voeren dat mooi verouderd, zoals hout, metselwerk en zink. Opvallende kleuren moeten voorkomen worden. De deuren, windveren en regenpijpen worden eveneens in een donkere kleurstelling uitgevoerd, net als de daken (donker en niet glimmend materiaal). De inrit van de compensatiewoning wordt aangesloten op de bestaande inrit op de Vinckenweg, ten westen van het woonerf. In overleg met de gemeente is dit de meest passende situering gebleken. 3.1.2.3 Landschappelijke inpassing In afbeelding 3.1 is een impressie van de gewenste situatie aan de Vinckenweg 18 weergegeven (zie hiervoor ook bijlage 1 bij deze toelichting).

Afbeelding 3.1 Gewenste situatie Vinckenweg 18 (Bron: De Erfontwikkelaar)

De erven langs de Vinckenweg zijn over het algemeen vrij besloten en al dan niet voorzien van enkele grote bomen op het voorerf en een groene structuur rondom het achtererf. De verschillende bospercelen en houtwallen en de glooiing van het landschap maken de omgeving kleinschalig en aantrekkelijk. Het is ter plaatse gewenst om structuren te herstellen en erven te voorzien van een groene aankleding. Met name de afwisseling in open en gesloten met het zich op de bebouwing is een kwaliteit. Er is daarom gekozen om enkel extra bomen op het erf te planten. Ter afscherming wordt tussen beide woonpercelen een beukenhaag geplaatst. De bestaande waardevolle bomen blijven behouden. Ook het bestaande bos (noordoosten) blijft, zoals eerder vermeld, behouden. Deze vormt de groene ‘rug’ van het erf. De keuze voor de verharding wordt in afstemming gemaakt met de materialisering van de architectuur. Verharding moet in een gedekte kleurstelling sober toegepast worden. Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten tot slot worden voorkomen in het buitengebied. 3.1.3

Voorboersweg 6 (slooplocatie)

3.1.3.1 Algemeen Op het erf aan de Voorboersweg 6 wordt de intensieve veehouderij gestaakt. Het agrarische bouwvlak wordt verwijderd en de agrarische bestemming wordt deels gewijzigd in een bij de nieuwe situatie passende woonbestemming. De landschapsontsierende varkensstallen van in totaal 571 m² worden gesloopt en de mestopslag en de overtollige verharding worden eveneens verwijderd. De sloopoppervlakte wordt ingezet om de realisatie compensatiewoning aan de Vinckenweg 18 mogelijk te maken (zie ook paragraaf 3.1.2.2 van deze toelichting).

18

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

De recent opgeknapte veestal, die tevens is voorzien van nieuwe dakbedekking en gevelbekleding, en de wagenberging, met eveneens nieuwe dakbedekking, blijven behouden. Deze opstallen kennen een gebruikswaarde, aangezien de eigenaar deze nodig heeft voor het stallen van machines voor het landonderdhoud (circa 16 hectare grond). Met het behoud van de opstallen wordt tevens verrommeling op het erf voorkomen, aangezien deze de machines aan het zicht onttrekken. Als gevolg van het voornemen komt een einde aan het stenige en rommelige beeld op het erf. Het erf wordt dan ook aanzienlijk kleiner, maar houdt vanwege de te behouden bebouwing nog enige omvang. Daarnaast zijn erven met enkele schuren passend in het landschap, mits deze gebruikt en onderhouden worden. 3.1.3.2 Landschappelijke inpassing In afbeelding 3.2 is een impressie van de gewenste situatie weergegeven (zie hiervoor eveneens bijlage 1 bij deze toelichting).

Afbeelding 3.2 Gewenste situatie Voorboersweg 6 (Bron: De Erfontwikkelaar)

De bestaande houtopstand met onder meer fijnspar wordt vervangen door passende aanplant van zwarte els en zachte berk of ruwe berk in losse setting. Hiermee wordt grotendeels het zicht ontnomen op het erf. Er ontstaat weer een ervenensemble dat passend is in het essenlandschap ter plaatse. 3.1.4

Laagseweg 74 (slooplocatie)

3.1.4.1 Algemeen Ter plaatse van het woonerf aan de Laagseweg 74 wordt landschapsontsierende bebouwing (met asbest) gesloopt (290 m²), de woonbestemming blijft behouden. Per saldo is sprake van een afname van 242 m² aan bebouwing, circa 48 m² wordt teruggebouwd als nieuw bijgebouw op het erf. Dit bijgebouw zal deels op de locatie van de te slopen bebouwing worden geplaatst, een eenvoudige hoofdvorm kennen en bestaan uit materialen die passen in de streek. De overige 242 m² wordt ingezet in het kader van Rood voor Rood (100 m²), om de realisatie van de compensatiewoning aan de Vinckenweg mogelijk te maken, of Schuur voor Schuur (142 m²), om het behoud van de kapschuur aan de Vinckenweg 18 mogelijk te maken (zie ook paragraaf 3.1.2 van deze toelichting). Daarnaast wordt de overtollige verharding verwijderd. Als gevolg van het voornemen ontstaat voor de te behouden woonboerderij (zuidzijde) meer ruimte en een doorkijk. Daarnaast ontstaat een opgeruimd woonerf, met nog circa 160 m² aan bijgebouwen. Het centrale erf komt meer naar het noorden te liggen, in lijn met de oorspronkelijke situatie.

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

19

3.1.4.2 Landschappelijke inpassing In afbeelding 3.3 is een impressie van de gewenste situatie weergegeven (zie hiervoor eveneens bijlage 1 bij deze toelichting). Als gevolg van het voornemen krijgt het erf een kwaliteitsimpuls en is het erf beter passend in het landschap.

Afbeelding 3.3 Gewenste situatie Laagseweg 74 (Bron: De Erfontwikkelaar)

3.2 Verkeer en parkeren 3.2.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient rekening te worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat als gevolg van een nieuwe ontwikkeling. De gemeente hanteert voor het bepalen van de parkeerbehoefte de 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018', echter wordt hierin voor het buitengebied verwezen naar de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Op basis van deze publicatie kan eveneens de verkeersgeneratie worden bepaald. In voorliggend geval is sprake van de volgende uitgangspunten: Verstedelijkingsgraad: niet stedelijk / gemeente Tubbergen (Bron: CBS Statline); Stedelijke zone: buitengebied. 3.2.2

Vinckenweg 18

3.2.2.1 Algemeen In voorliggend geval wordt een woning toegevoegd aan de Vinckenweg 18, dit leidt tot een stijging van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie. Naast de reeds vermelde uitgangspunten worden de volgende uitgangspunten gehanteerd op basis van de CROW publicatie: Functie: wonen, koop, vrijstaand; Parkeerbehoefte (per woning): minimaal 2,0 en maximaal 2,8; Verkeersgeneratie (per woning): minimaal 7,8 en maximaal 8,6 per etmaal.

20

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

3.2.2.2 Parkeren Het parkeren ten behoeve van de compensatiewoning vindt plaats op eigen erf. Voor de compensatiewoning geldt op basis van de publicatie van het CROW een toename van de parkeerbehoefte van 2 à 3 auto's. Ter plaatse is voldoende ruimte aanwezig om hierin te voorzien. Daarnaast is in de regels van voorliggend bestemmingsplan bepaald dat het gewenste gebruik van de gronden alleen is toegestaan, wanneer in de parkeerbehoefte is voorzien. Voor wat betreft de parkeerbehoefte zijn dan ook geen bezwaren tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 3.2.2.3 Verkeer Als gevolg van de realisatie van de compensatiewoning geldt op basis van de publicatie van het CROW een toename van de verkeersgeneratie van afgerond 8 tot 9 verkeersbewegingen per etmaal. Zoals vermeld wordt de ontsluitingsweg van de compensatiewoning aangesloten op de bestaande onsluiting van de Vinckenweg 18 op de Vinckenweg. De Vinckenweg kan de beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen naar verwachting zonder problemen opvangen. Daarnaast is de bestaande onsluiting op de Vinckenweg verkeersveilig en overzichtelijk. Voor wat betreft de verkeersgeneratie zijn dan ook eveneens geen bezwaren tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 3.2.3

Voorboersweg 6 en Laagseweg 74

Opgemerkt wordt dat ter plaatse van de overige locaties geen sprake is van het mogelijk maken van extra functies. Er is dan ook geen sprake van een stijging van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie. Aan de Voorboersweg 6 zal daarentegen sprake zijn van een daling, namelijk als gevolg van het vervallen van de agrarische bedrijfsfunctie. 3.2.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

21

22

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald in de verbeelding en in de regels.

4.1 Rijksbeleid 4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

4.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 4.1.1.2 Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder ander ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale revierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma's zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) NNN, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet. 4.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen.

Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. 4.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie. Wat de “Ladder voor duurzame verstedelijking” betreft is een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van belang. Hierin is uitgesproken dat met de realisatie van 11 woningen niet wordt voorzien bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

23

in een woningbouwlocatie of andere stedelijk ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (ABRS 16 september 2015, 201501297/1/R4). Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de realisatie van één extra grondgebonden woning, namelijk de compensatiewoning aan de Vinckenweg 18. Gelet op de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling is in voorliggend geval dan ook geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Geconcludeerd wordt dat geen verdere toetsing plaats hoeft te vinden aan de “Ladder voor duurzame verstedelijking” en dat het initiatief voldoet aan het rijksbeleid.

4.2 Provinciaal beleid In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 13 november 2019 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Actualisatie Omgevingsvisie 2018/2019 van de Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en de bijbehorende Actualisatie Omgevingsverordening 2018/2019 van de Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Op 1 december 2019 zijn deze in werking getreden. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. 24

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidkeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.

De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

25

4.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.

4.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'generieke beleidskeuzes' blijkt dat de artikelen 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene omgeving) en 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) van de Omgevingsverordening Overijssel van belang zijn. Artikel 2.1.3

Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (lid 2)

Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Voorliggende ontwikkeling gaat in totaal uit van een permanente sloop van ruim 1.000 m² aan landschapsontsierende voormalige agrarische bedrijfsbebouwing (deels met asbest). Daarnaast wordt de overtollige verharding op de bestaande erven verwijderd en wordt een agrarisch bouwvlak deels omgezet in een woonbestemming en deels in een agrarische bestemming zonder bouwvlak. Ter compensatie van de sloop wordt één extra woning met bijgebouw gerealiseerd en blijft één bijgebouw behouden. Binnen het voornemen is per saldo geen sprake van extra ruimtebeslag op de groene omgeving. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5

Ruimtelijke kwaliteit (lid 1, 2, 3 en 5)

1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan de artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Binnen het voornemen is sprake van een versterking van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. De positionering van de compensatiewoning aan de Vinckenweg 18 wordt aangesloten op de 26

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

bestaande en te behouden gebouwen. Ook is sprake van een bebouwing met een gedekte kleurstelling, de aanplant van bomen en hagen en het versterken van de groenstructuur door de aanplant van zomereiken tussen twee bestaande houtsingels (zie ook bijlage 1 bij deze toelichting). Voor de toepassing van het uitvoeringsmodel, het ontwikkelingsperspectief, de vier-lagenbenadering en de gebiedskenmerken wordt verwezen naar de hierop volgende tekst in deze toetsing. Het voornemen is in overeenstemming met de leden uit artikel 2.1.5 die in voorliggend geval van toepassing zijn. Artikel 2.1.6

Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (lid 1)

Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan de artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening Het voorliggende plan leidt, naast de basisinspanning in het kader van de ruimtelijke kwaliteit (landschappelijke inpassing), tot extra inversteringen ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de groene omgeving (buitengebied) van de gemeente Tubbergen (zie ook bijlage 1 bij deze toelichting). Deze investeringen bestaan uit de sloop van ruim 1.000 m² landschapsontsierende bebouwing (incl. asbest) en het versterken van een bomenrij met zomereik. De investeringen in de ruimtelijke kwaliteit staan dan ook in verhouding tot de geboden ontwikkelingsmogelijkheden. Het voornemen is in overeenstemming met het lid uit 2.1.6 dat in voorliggend geval van toepassing is. Artikel 2.2.2

Nieuwe woningbouwlocaties

1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. 4. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. 5. Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. 6.

In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden. De van belang zijnde begrippen in het kader van artikel 2.2.2 zijn hierna opgenomen: Nieuwe woningen: te realiseren woningen, waarvoor nog geen omgevingsvergunning is afgegeven; Actueel onderzoek woningbouw: door de raad vastgesteld onderzoek waarin de behoefte van de gemeente aan nieuwe woningen is onderbouwd op basis van de regionale behoefte woningbouw, markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens; Regionale behoefte woningbouw: door Gedeputeerde Staten vastgestelde provinciale analyse waarin de regionale behoefte aan nog te realiseren woningen is onderbouwd op basis van provinciale behoefteprognoses; Woonafspraken: bestuurlijke afspraken tussen provincie Overijssel en gemeenten over onder meer doelgroepen, wonen en zorg, stedelijke vernieuwing, toekomstbestendigheid bestaande voorraad, programmeren en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en bijbehorende programmeringsdocumenten, zoals voor een aangegeven periode zijn gemaakt; Regio: de gemeenten die onderdeel uitmaken van de samenhangende woningmarkt die bediend wordt met de woningbouwmogelijkheden die een gemeente biedt.

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

27

In artikel 2.2.2 lid 1 van de Omgevingsverordening wordt onder actueel onderzoek woningbouw verstaan: onderzoek wat eens in de 2 jaar wordt geactualiseerd. Toetsing van het initiatief aan de artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Zoals uit artikel 2.2.2. blijkt mogen bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen enkel voorzien in de realisatie van nieuwe woningen, indien de behoefte daaraan in aangetoond door middel van actueel woningbouwonderzoek. Hierbij dient te worden aangesloten bij de woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in één nieuwe compensatiewoning. De compensatiewoning pasy binnen de lokale behoefte. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 4.3.4, waarin het voornemen getoetst wordt aan de gemeentelijk woonvisie. Hier wordt gesteld dat het plan past binnen de gemeentelijke woonvisie en binnen de prestatieafspraken, zoals overeengekomen met de provincie Overijssel. Voorliggend bestemmingsplan is in overeenstemming met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied kent op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel verscheidende ontwikkelingsperspectieven.

In afbeelding 4.2 zijn de ontwikkelingsperspectieven ter plaatse van het plangebied indicatief weergegeven (aangegeven met de gekleurde sterren, zie paragraaf 1.2 voor de ligging per erf).

Afbeelding 4.2 Uitsnede overzichtskaart ontwikkelingsperspectieven (Bron: Provincie Overijssel)

'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' (Vickenweg 18) Binnen dit ontwikkelingsperspectief staat de ambitie 'voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen' voorop. Daarnaast gelden de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem. Hier is sprake van gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Dit wordt verdiend door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' (Voorboersweg 6 en Laagseweg 74)

28

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. De ontwikkelingsmogelijkheden worden in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbonden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. 'Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS))' (Laagseweg 74) Binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) staan de kwaliteitsambities 'Natuur als ruggengraat' en 'Continu en Beleefbaar watersysteem' voorop. Behoud en versterking van de natuurkwaliteit staat centraal binnen de bestaande natuur van het natuurnetwerk. Voor initiatieven die niet passen binnen de doelstelling van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is binnen het natuurnetwerk geen ruimte, tenzij sprake is van een groot openbaar belang waar niet op een andere manier aan voldaan kan worden (het ‘nee, tenzij’-principe). Daarbij worden zogenaamde NNN-spelregels gehanteerd. Binnen de gebieden waar de komende jaren natuurrealisatie plaatsvindt, is medegebruik mogelijk.

Voorwaarde is wel dat initiatieven actief bijdragen aan realisatie van het robuuste en samenhangende netwerk van gebieden met natuur-, water- en landschappelijke kwaliteit. In voorliggend geval betreft het een zogenaamd 'Uitwerkingsgebied ontwikkelopgave Natura 2000', die valt onder het 'te realiseren NNN'. Op voorhand zijn hiervoor geen natuurdoelen vastgesteld. Een deel van gebieden die als zodanig zijn aangewezen zal in de toekomst een meer natuur gerelateerde bestemming krijgen en wordt hiervoor ingericht, maar de overige hectares worden uit het NNN gehaald. De bestaande planologische rechten voor andere functies worden gerespecteerd en de huidige bestemming hiervan kan vooralsnog worden gehandhaafd. Uitbreiding van deze functies, waarvoor het geldende bestemmingsplan moet worden aangepast en waardoor de ontwikkelingsmogelijkheden voor natuur zouden worden aangetast, worden niet toegestaan. Voor bestaande functies die ook na de herijking van het NNN tot het NNN behoren, maar waarvoor aangenomen moet worden dat deze ter plekke gehandhaafd zullen blijven, is (verbale) uitsluiting geregeld. Het gaat dan om agrarische bouwblokken, burgerwoningen, recreatiebedrijven en andere bedrijven die aan geldende bestemmingsplannen bepaalde rechten en ontwikkelingsmogelijkheden kunnen ontlenen.

De regeling voor het NNN heeft namelijk niet de bedoeling om die bestaande rechten en ontwikkelingsrechten in te perken. Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief De gewenste compensatiewoning aan de Vinckenweg 18 beperkt de ontwikkeling van de omliggende bedrijven niet (zie paragraaf 5.5). Tevens wordt bijgedragen aan de ambities ten behoeve van een zichtbaar en beleefbaar mooi landschap en de sterke ruimtelijke identiteiten, zo blijkt uit bijlage 1 bij deze toelichting. De woonfuncties aan de Voorboersweg 6 en de Laagseweg 74 passen daarnaast goed binnen de diverse functies in het kleinschalige mixlandschap. Tevens is sprake van behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen (zie eveneens bijlage 1 bij deze toelichting). Opgemerkt wordt dat in het zuiden van de woonbestemming aan de Laagseweg 74 een uitwerkingsgebied van het NNN ligt. Het voornemen heeft aan de Laagseweg 74 betrekking op een bestaand woonerf met een reeds geldende woonbestemming. Ter plaatse neemt als gevolg van het voornemen uitsluitend het aantal vierkante meters aan bebouwing af. In voorliggend geval is dan ook geen sprake van een uitbreiding van de bestemming en worden de ontwikkelingsmogelijkheden voor natuur eveneens niet aangetast.

Voorliggende ontwikkeling betreft een kleinschalige ontwikkeling in het buitengebied van de gemeente Tubbergen, die bijdraagt aan de ambities van de geldende ontwikkelingsperspectieven. 4.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, aangezien voor het plangebied geen specifieke eigenschappen vanuit deze laag gelden. Hierna wordt ingegaan op de relevante kenmerken ter plaatse van het plangebied. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag” aangeduid met drie gebiedstypen. Afbeelding 4.3 betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag”.

Het plangebied is bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

29

hierin eveneens indicatief weergegeven (aangegeven met de gekleurde sterren, zie paragraaf 1.2 voor de ligging per erf).

Afbeelding 4.3 Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)

'Beekdalen en natte laagtes' (Voorboersweg 6 en Laagseweg 74) Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. 'Stuwwallen' (Laagseweg 74) De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. Op een aantal plekken zijn de ruggen al van verre zichtbaar; bovenop staand bieden ze spectaculaire zichten over de provincie. De stuwwalen hebben als regionale inzijggebieden een belangrijke functie in het watersysteem. Het zijn de ‘ingangen’ van regionale en lokale stelsels van grondwaterstromen. Lagen met diverse bodemsamenstelling zijn scheef gesteld, waardoor er voedselrijker en armere, waterdoorlatende en ondoorlatende lagen direct naast elkaar kunnen liggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/623/documents/12833