Bijlage TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie Geesteren_Bijlagen bij de regels
Tekst van het document
Status: vastgesteld Bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC Locatie Geesteren Status: vastgesteld Datum: IMRO-Code: NL.IMRO.0183.TAMGKTENCATE-VG01 Auteur(s):
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie Geesteren Inhoudsopgave Bijlagen bij de regels 3 Bijlage 1 (bij Ten Cate locatie G eesteren) Begripsbepalingen 4 Bijlage 2 (bij Ten Cate locatie G eesteren) Inrichtingsplan 10 Bijlage 3 (bij Ten Cate locatie G eesteren) Staat van Bedrijfsactiviteiten 12 Bijlage 4 (bij Ten Cate locatie) Waterhuishoudkundig plan 19 2 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie Geesteren Bijlagen bij de regels bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie G eesteren 3 Bijlage 1 (bij Ten Cate locatie Geesteren) Begripsbepalingen 4 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie Geesteren Begripsbepalingen Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen: 1. Bijlage 1 bij dit ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie Geesteren’ bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit TAM-IMRO-deel van het omgevingsplan. 2. De bijlage bij de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van overeenkomstige toepassing op dit ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie Geesteren’, tenzij in bijlage 1 bij dit TAM- omgevingsplan daarvan is afgeweken.
In bijlage 1 (bij Ten Cate locatie Geesteren) wordt in ieder geval de volgende begripsbepaling opgenomen: 1. 1 plan: de 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie Geesteren’, met identificatienummer ‘NL.IMRO.0183.TAMGKTENCATE-9*01’ van de gemeente Tubbergen; 1.2 aan-huis-verbonden beroep of bedrijf: een dienstverlenend beroep of een bedrijf dat op kleine schaal in of bij een (bedrijfs)woning wordt uitgeoefend door de bewoner(s) van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, met dien verstande dat er geen detailhandel is toegestaan met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis verbonden beroep of bedrijf; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aaneengebouwde woning: meer dan twee woningen waarvan ten minste 1 gevel van de hoofdgebouwen aaneen zijn gebouwd; 1.6 agrarisch gebruik: het gebruik van gronden voor het telen van gewassen en/of het houden van dieren; 1.7 archeologische waarden: oudheidkundige waarden in de bodem die van belang zijn voor de
kennis en studie van (de culturele overblijfselen van) de beschavingsgeschiedenis; 1.8 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.9 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, een aan huis verbonden beroep daaronder niet begrepen; 1.10 bedrijfsvloeroppervlakte: De totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag - en administratieruimten; 1.11 bijbehorend bouwwerk: een architectonisch ondergeschikte uitbreiding van een woonhuis/bedrijfswoning dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend woonhuis/bedrijfswoning verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.12 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.13 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.14 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop volgens de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.15 bouwperceelsgrens: een grens van een bouwperceel; 1.16 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar volgens de
regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.17 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.18 containerteelt: het niet in de volle grond telen van gewassen, oftewel een niet-grondgebonden teelt; 1.19 cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt; 1.20 dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.21 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.22 erf: een al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebo uw en waarbij geldt dat deze inrichting niet in strijd is met het TAM-IMRO plan; 1.23 evenement: elke voor publiek buiten de daartoe ingerichte inrichtingen toegankelijke festiviteit, grootschalige sportwedstrijd, auto- of motorcrosswedstrijd, optocht, georganiseerd vuurwerk en alle overige tot vermaak en recreatie bedoelde activiteiten, met
uitzondering van markten als bedoeld in de Gemeentewet, kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen en betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties, voorzover de activiteiten een aaneengesloten periode van ten hoogste 14 dagen omvatten; 1.24 functievlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie; 1.25 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.26 gebruiksmogelijkheden: de mogelijkheden om gronden en bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming te gebruiken; 1.27 geomorfologische waarden: de waarden van een gebied die uitdrukking geven aan de vormen van het aardoppervlak in verband met de wijze van hun ontstaan; 1.28 gewasbeschermingsmiddel: gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PbEU, L 309); 1.29 hoofdgebouw: een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.30 houtopstand als zelfstandige eenheid: een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die: a.
een oppervlakte grond beslaat van 10 are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen; 1.31 huishouden: een zelfstandig dan wel samenwonend persoon of personen die binnen een complex van ruimten gebruik maken van dezelfde voorzieningen, zoals keuken, sanitaire voorzieningen en entree, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Bedrijfsmatige kamerverhuur en bijzondere woonvormen worden daaronder niet begrepen; 1.32 inpassingsplan: een plan waarin inzichtelijk wordt gemaakt op welke wijze een ontwikkeling wordt ingepast op het betreffende perceel en in relatie tot de omgeving; 1.33 kampeermiddel: een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf, en geen bouwwerk is waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is vereist; 1.34 kap: een dak met een zekere helling; 1.35 kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand; 1.36 kas: een bouwwerk, niet zijnde een tunnelkas of een naar de aard daarmee vergelijkbaar bouwwerk, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander licht doorlatend materiaal, dienend tot
het kweken van groente, vruchten, bloemen, bomen, struiken of planten; 1.37 kleinschalige duurzame energiewinning: winning van energie uit kleinschalige perceelsgebonden bronnen, waarbij weinig tot geen schadelijke milieueffecten optreden bij winning en omzetting en waarvan de bronnen in onuitputtel ijke hoeveelheden beschikbaar zijn, zoals zon, wind, water, aard- en omgevingswarmte; 1.38 landschappelijke waarden: waarden in verband met de verschijningsvorm van een gebied en de aanwezigheid van waarneembare structuren en/of elementen in dat gebied; 1.39 natuurlijke waarden: de aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische, bodemkundige en biologische elementen voorkomende in dat gebied; 1.40 overkapping: een bouwwerk, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand; 1.41 parkeren: een geparkeerd voertuig is een voertuig dat langer stilstaat dan nodig is voor het in - en uitstappen of voor het laden en lossen; 1.42 peil: a. indien op het land wordt gebouwd: 1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 3.
voor zover op de verbeelding de aanduiding ‘vloerpeil t.o.v. NAP (m)’ is opgenomen, geldt in afwijking van het bepaalde onder 1 en 2 het peil in meters boven Normaal Amsterdams Peil dat per bouwvlak is aangeduid op de verbeelding. b. indien over of in het water wordt gebouwd: 1. het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil); 1.43 permanente bewoning: bewoning door een of meer personen die niet elders over een hoofdverblijf beschikken; 1.44 productiegebonden detailhandel: een ondergeschikte vorm van detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, geteeld, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.45 recreatiewoning: een gebouw dat naar de aard en inrichting is bedoeld voor recreatief verblijf; 1.46 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden.
Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een seks theater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.47 stacaravan/chalet: een kampeermiddel, al dan niet voorzien van een as/wielstelsel, dat mede gelet op de afmetingen kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstanden als een aanhangsel van een auto te worden voortbewogen; 1.48 tuin: beplant deel van het erf; 1.49 voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of; indien het een gebouw betreft zonder of met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de feitelijke indeling van het gebouw, als voorgevel moet worden aangemerkt; 1.50 weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende parkeergelegenheden; 1.51 wonen: het gehuisvest zijn in een woning; 1.52 woning: een complex van ruimten in een gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.53 woonhuis: een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen
omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden. Alle aangebouwde bijbehorende bouwwerken maken daarbij onderdeel uit van het woonhuis; Bijlage 2 (bij Ten Cate locatie Geesteren) Inrichtingsplan 10 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie Geesteren K6137 K6141 | Heetkampweg R=6.00 P | P P | P P K6142 | P K8401 P P P P P 9 1.80 9 | 6.00 8.22 K8685 15.65+ 1.80 | 5.00 P | 6.00 | 5.00 | 1.00 20.80 | 1.50 P | 3 | 15.65+ 15.65+ | 15.65+ | 15.65+ 3 | 15.40+ | 15.40+ 15.40+ | 15.40+ R=10.80 P | P | R=1.00 P | R=12.10 | P | P P | P R=6.00 | HIWGHIWG 1.50 | 15.35+ 15.70+ | 15.25+ | 15.30+ 15.70+ | 15.30+ 15.70+ | 15.70+ 3.50 1.50 10479 Trafo | P | P P | P R=6.00 5.00 1.80 5.00 5 | 14.72 | 5.50 2.00 K10482 K9748 | 3.00 8 | 3.50 8 | 5 5.50 | 1.80 7.72 Ø30,800 K9749 K10481 15.30+ 15.70+ 4.00 P | P | R=6.00 P | P | P P P 4.00 K6722 6 K6730 6 | PUNT OP GE 10480 1.80 | 6.00 11.60 | 3.30 K10127 65-65a 67 8.50 | 8.00 | 7.00 6.50 | 6.50 | 15.46 4.00 15.43 R=6.00 K6915 Langeveenseweg g | bk bk K8422 K8420 K8423 K8424 K9637 56 K10207 9639 K9638 K7220 T:\Projecten\22304 Ter Steege - LTC locatie geesteren\4 Output\Tekeningen\Werkdoc\22304-D3-125 inrichtingsschets.dwg K 15.30 15.3915.45 15.36 | 15.38 | 15.47 | 15.44 15.38 | 15.38 15.41 | 15.43 K 15.26 15.50 15.55 15.36 15.41 | 15.40 15.23 15.35 K 15.27 15.23 15.24 15.29 15.29 15.28 15.21 15.34 |
15.39 15.41 | 15.40 15.53 | 15.47 | 15.36 15.31 | 15.38 15.40 15.40 | 15.30 15.40 15.60 15.59 15.37 15.63 15.50 15.33 15.29 15.25 14.63 14.34 14.1414.18 14.26 Bijlage 3 (bij Ten Cate locatie Geesteren) Staat van Bedrijfsactiviteiten 12 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie Geesteren AFSTANDEN SBI-2008 | OMSCHRIJVING | IN METERS - 10, 11 | - | VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN 1052 | 2 | Consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² | 10 | 0 | 30 | 0 | 30 | 2 1071 | 0 | Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: 1071 | 1 | - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens | 30 | 10 | 30 | C | 10 | 30 | 2 Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en 10821 | 0 | suikerwerk: - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van 10821 | 3 | chocoladewerken met p.o. <= 200 m² | 30 | 10 | 30 | 10 | 30 | 2 10821 | 6 | - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m² | 30 | 10 | 30 | 10 | 30 | 2 1102 t/m 1104 | Vervaardiging van wijn, cider e.d. | 10 | 0 | 30 | C | 0 | 30 | 2 VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN 14 | - | BONT 141 | Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) | 10 | 10 | 30 | 10 | 30 | 2 HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, 16 | - | RIET, KURK E.D.
162902 | Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken | 10 | 10 | 30 | 0 | 30 | 2 UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN 58 | - | OPGENOMEN MEDIA 18129 | Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen | 10 | 0 | 30 | 0 | 30 | 2 1814 | A | Grafische afwerking | 0 | 0 | 10 | 0 | 10 | 1 1814 | B | Binderijen | 30 | 0 | 30 | 0 | 30 | 2 1813 | Grafische reproduktie en zetten | 30 | 0 | 10 | 10 | 30 | 2 1814 | Overige grafische aktiviteiten | 30 | 0 | 30 | 10 | 30 | D | 2 182 | Reproduktiebedrijven opgenomen media | 0 | 0 | 10 | 0 | 10 | 1 20 | - | VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN 2120 | 0 | Farmaceutische produktenfabrieken: 2120 | 2 | - verbandmiddelenfabrieken | 10 | 10 | 30 | 10 | 30 | 2 VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- 23 | - | EN GIPSPRODUKTEN 232, 234 | 0 | Aardewerkfabrieken: 232, 234 | 1 | - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW | 10 | 10 | 30 | 10 | 30 | 2 26, 28, 33 | - | VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS 26, 28, 33 | A | Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie | 30 | 10 | 30 | 10 | 30 | 2 - VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN 26, 27, 33 | - | EN BENODIGDH. 293 | Elektrotechnische industrie n.e.g. | 30 | 10 | 30 | 10 | 30 | 2 - VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN 26, 32, 33 | - | EN INSTRUMENTEN Fabrieken voor medische en optische apparaten en 26, 32, 33 | A | instrumenten e.d. incl.
reparatie | 30 | 0 | 30 | 0 | 30 | 2 VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN 31 | - | N.E.G. 9524 | 2 | Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 | 0 | 10 | 10 | 0 | 10 | 1 321 | Fabricage van munten, sieraden e.d. | 30 | 10 | 10 | 10 | 30 | 2 322 | Muziekinstrumentenfabrieken | 30 | 10 | 30 | 10 | 30 | 2 32991 | Sociale werkvoorziening | 0 | 30 | 30 | 0 | 30 | 2 PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN 35 | - | WARM WATER 35 | C0 | Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: 35 | C1 | - < 10 MVA | 0 | 0 | 30 | C | 10 | 30 | 2 35 | D0 | Gasdistributiebedrijven: 35 | D3 | - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A | 0 | 0 | 10 | C | 10 | 10 | 1 - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat.
B 35 | D4 | en C | 0 | 0 | 30 | C | 10 | 30 | 2 35 | E0 | Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: 35 | E2 | - blokverwarming | 10 | 0 | 30 | C | 10 | 30 | 2 36 | - | WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER 36 | B0 | Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: 36 | B1 | - < 1 MW | 0 | 0 | 30 | C | 10 | 30 | 2 41, 42, 43 | - | BOUWNIJVERHEID 41, 42, 43 | 3 | Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m² | 0 | 10 | 30 | 10 | 30 | 2 HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; 45, 47 | - | BENZINESERVICESTATIONS Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en 451, 452, 454 | servicebedrijven | 10 | 0 | 30 | 10 | 30 | 2 45204 | B | Autobeklederijen | 0 | 0 | 10 | 10 | 10 | 1 45205 | Autowasserijen | 10 | 0 | 30 | 0 | 30 | 2 453 | Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires | 0 | 0 | 30 | 10 | 30 | 2 46 | - | GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING 4622 | Grth in bloemen en planten | 10 | 10 | 30 | 0 | 30 | 2 4634 | Grth in dranken | 0 | 0 | 30 | 0 | 30 | 2 4635 | Grth in tabaksprodukten | 10 | 0 | 30 | 0 | 30 | 2 4636 | Grth in suiker, chocolade en suikerwerk | 10 | 10 | 30 | 0 | 30 | 2 4637 | Grth in koffie, thee, cacao en specerijen | 30 | 10 | 30 | 0 | 30 | 2 4638, 4639 | Grth in overige voedings- en genotmiddelen | 10 | 10 | 30 | 10 | 30 | 2 464, 46733 | Grth in overige consumentenartikelen | 10 | 10 | 30 | 10 | 30 | 2 4673 | 0 | Grth in hout en bouwmaterialen: 4673 | 2 | -
algemeen: b.o. <= 2000 m² | 0 | 10 | 30 | 10 | 30 | 2 46735 | 4 | zand en grind: 46735 | 6 | - algemeen: b.o. <= 200 m² | 0 | 10 | 30 | 0 | 30 | 2 4674 | 0 | Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: 4674 | 2 | - algemeen: b.o. < = 2.000 m² | 0 | 0 | 30 | 0 | 30 | 2 46752 | Grth in kunstmeststoffen | 30 | 30 | 30 | 30 | R | 30 | 2 4676 | Grth in overige intermediaire goederen | 10 | 10 | 30 | 10 | 30 | 2 Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden 466, 469 | e.d. | 0 | 0 | 30 | 0 | 30 | 2 47 | - | DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN 952 | Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) | 0 | 0 | 10 | 10 | 10 | 1 49 | - | VERVOER OVER LAND 493 | Taxibedrijven | 0 | 0 | 30 | C | 0 | 30 | 2 495 | Pomp- en compressorstations van pijpleidingen | 0 | 0 | 30 | C | 10 | 30 | D | 2 52 | - | DIENSTVERLENING T.B.V.
HET VERVOER 52109 | B | Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) | 0 | 0 | 30 | C | 10 | 30 | 2 5221 | 1 | Autoparkeerterreinen, parkeergarages | 10 | 0 | 30 | C | 0 | 30 | 2 791 | Reisorganisaties | 0 | 0 | 10 | 0 | 10 | 1 53 | - | POST EN TELECOMMUNICATIE 531, 532 | Post- en koeriersdiensten | 0 | 0 | 30 | C | 0 | 30 | 2 61 | A | Telecommunicatiebedrijven | 0 | 0 | 10 | C | 0 | 10 | 1 61 | B0 | zendinstallaties: 61 | B2 | - FM en TV | 0 | 0 | 0 | C | 10 | 10 | 1 61 | B3 | - GSM en UMTS-steunzenders (indien bouwvergunningplichtig) | 0 | 0 | 0 | C | 10 | 10 | 1 64, 65, 66 | - | FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN 64, 65, 66 | A | Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen | 0 | 0 | 10 | C | 0 | 10 | 1 41, 68 | - | VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED 41, 68 | A | Verhuur van en handel in onroerend goed | 0 | 0 | 10 | 0 | 10 | 1 VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE 77 | - | ROERENDE GOEDEREN 7711 | Personenautoverhuurbedrijven | 10 | 0 | 30 | 10 | 30 | 2 772 | Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g. | 10 | 10 | 30 | 10 | 30 | D | 2 62 | - | COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE 62 | A | Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d.
| 0 | 0 | 10 | 0 | 10 | 1 58, 63 | B | Datacentra | 0 | 0 | 30 | C | 0 | 30 | 2 72 | - | SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK 721 | Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk | 30 | 10 | 30 | 30 | R | 30 | 2 722 | Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek | 0 | 0 | 10 | 0 | 10 | 1 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 | - | OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING 74203 | Foto- en filmontwikkelcentrales | 10 | 0 | 30 | C | 10 | 30 | 2 82992 | Veilingen voor huisraad, kunst e.d. | 0 | 0 | 10 | 0 | 10 | 1 85 | - | ONDERWIJS 852, 8531 | Scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs | 0 | 0 | 30 | 0 | 30 | 2 8532, 854, 855 | Scholen voor beroeps-, hoger en overig onderwijs | 10 | 0 | 30 | 10 | 30 | D | 2 86 | - | GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG 8610 | Ziekenhuizen | 10 | 0 | 30 | C | 10 | 30 | 2 8621, 8622, 8623 | Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven | 0 | 0 | 10 | 0 | 10 | 1 8691, 8692 | Consultatiebureaus | 0 | 0 | 10 | 0 | 10 | 1 871 | 1 | Verpleeghuizen | 10 | 0 | 30 | C | 0 | 30 | 2 8891 | 2 | Kinderopvang | 0 | 0 | 30 | 0 | 30 | 2 94 | - | DIVERSE ORGANISATIES 9491 | Kerkgebouwen e.d.
| 0 | 0 | 30 | 0 | 30 | 2 94991 | A | Buurt- en clubhuizen | 0 | 0 | 30 | C | 0 | 30 | D | 2 96 | - | OVERIGE DIENSTVERLENING 96012 | Chemische wasserijen en ververijen | 30 | 0 | 30 | 30 | R | 30 | 2 96013 | A | Wasverzendinrichtingen | 0 | 0 | 30 | 0 | 30 | 2 96013 | B | Wasserettes, wassalons | 0 | 0 | 10 | 0 | 10 | 1 9602 | Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten | 0 | 0 | 10 | 0 | 10 | 1 9313, 9604 | Fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden | 10 | 0 | 30 | C | 0 | 30 | 2 9609 | B | Persoonlijke dienstverlening n.e.g. | 0 | 0 | 10 | C | 0 | 10 | D | 1 Bijlage 4 (bij Ten Cate locatie) Waterhuishoudkundig plan bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie G eesteren 19
Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren projectnummer datum 20250070/NASC oktober 2025 2 / 25 2 Locatiegegevens en onderzoeksopzet 2 .1 L o c a ti e g e ge v en s Het plangebied is gelegen aan de Langeveenseweg, ten noorden van Geesteren. Dit betreft in de huidige situatie een bedrijventerrein, met een bedrijfspand in het zuidelijk deel en braakliggende grond in het noordelijk deel. Het bedrijfspand betreft een voormalige textielfabriek van Ten Cate. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie K en nummer(s) 8685, 10479, 10482, 9748, 9749 en 6142. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt 34.400 m2. Ten zuiden van de locatie bevindt zich de Randweg met ten zuiden daarvan een recent ontwikkelde woonwijk. Aan de oostzijde van de locatie is de Langeveenseweg aanwezig, met ten oosten daarvan verschillende woonhuizen en agrarische percelen. Ook aan de noordzijde bevinden zich verschillende woonhuizen. Ten westen van de locatie bevindt zich de Heetkampweg, waarvan het zuidelijk deel verhard is en wat overgaat in een onverhard pad. Ten westen hiervan zijn agrarische percelen aanwezig.
Tabel 2.1: Overzicht topografische gegevens Topografische gegevens Locatie LTC-terrein Gemeente Tubbergen Waterschap Vechtstromen Huidig gebruik Bedrijventerrein (zuidelijk deel) en braakliggende grond (noordelijk deel) Oppervlakte onderzoekslocatie 3,44 ha Maaiveldhoogte 15,1 tot 15,6 m NAP Toekomstig gebruik Woningen 2 .2 G e we n s t e h e ri nr ic h tin g Op de locatie is een verkaveling in 61 verschillende kavels voorzien, waarbij 24 rijwoningen, 6 levensloopbestendige woningen, 18 twee-onder-een-kapwoningen en 13 vrijstaande woningen zullen worden gerealiseerd (zie figuur 2.1). Figuur 2.1: Onderzoekslocatie huidige- en nieuwe situatie (respectievelijk links en rechts).
Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren Er is zowel een toegangsweg vanuit de Langeveenseweg als vanuit de Heetkampweg voorzien. Daarnaast is binnen de locatie ruimte voorzien voor groen, waterberging en een speelplek. Gebaseerd op de tekening aangeleverd door de opdrachtgever zal het verhard oppervlakte in de toekomst afnemen. Het toekomstig verhard oppervlak bestaat uit circa 6.000 m2 voor de toekomstige rijbaan, trottoirs en parkeerplaatsen (verhardingen). Daarnaast zal de bebouwing zorgen voor een toename van het verhard oppervlak met circa 8.100 m2. Dit is inclusief inritten en een parkeerplaats op particulier terrein. In onderstaande tabel is de toekomstige verharding weergegeven. Tabel 2.1: Oppervlaktes en kavelindeling (m2) Situatie | Kavels | Globale | Oppervlak | Oppervlak | Totaal oppervlakte | bebouwd | verharding Voormalig | -- | 3,44 ha | 1,35 ha | 8.000 | 2,2 ha Toekomstig | 13 st. vrijstaand1 | 3,44 ha | 2.340 | 1,4 ha 24 st. 2-o.-1-kap/ levensloopbestendig2 | 3.360 24 st. rijwoningen3 | 2.400 Verharding4 | 6.000 Rijbaan en wegen5 Overige verharding6 1) | 180 m2 verhard inclusief bestrating/ oprit 2) | 140 m2 verhard inclusief bestrating/ oprit 3) | 100 m2 verhard inclusief bestrating/ oprit 4) | Wegen, parkeerplaatsen, trottoirs en wandelpaden.
2 .3 | O nderz oeksopz et 2.3.1 | Geohydrologisch onderzoek Eerst zal een bureaustudie worden uitgevoerd waarbij op basis van alle beschikbare openbare data (o.a. DINOloket, Wateratlas Overijssel, Actueel Hoogtebestand Nederland) de lokale bodemopbouw en geohydrologie wordt beschreven. Omdat deze gegevens vaak van regionale aard zijn dienen deze te worden door vertaald naar de lokale situatie. Hiervoor zijn aan verschillende openbare bronnen gegevens ontleend omtrent de geohydrologie en waterhuishouding. De verzamelde gegevens zijn afkomstig van; | het Actueel Hoogtebestand van Nederland 4 (AHN 4); | KLIC-melding en relevante kadastrale kaarten van het Kadaster; | de database DINOloket van TNO; | openbare datasets beschikbaar via het Nationaal Georegister; | openbare datasets van de Provincie Overijssel (Atlas van Overijssel); | grondwatermeetnet Twente; | openbare legger waterschap Vechtstromen; | Verkennend bodemonderzoek Kadastraal perceel K2719 in Geesteren, gemeente Tubbergen, Ortageo B.V., 18 januari 2023, 218233/R02; | Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 deel kadastraal perceel K10126 in Geesteren, gemeente Tubbergen, Ortageo B.V., 27 februari 2023, 218233/R02; | Rapport verkennend en nulsituatie bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 Langeveenseweg 55 Geesteren, Kruse Groep, 28 juli 2016, 16029216; | Rapport eindsituatie bodemonderzoek
conform NEN 5740 Langeveenseweg Geesteren, Kruse Groep, 19 maart 2024, 24007722; | Resultaten monitoring grondwaterstanden Hutten fase 2, Vermolenweg te Geesteren, Geofoxx, 5 april 2017, 20150451_a1BRF. projectnummer | datum 20250070/NASC | oktober 2025 | 3 / 25 Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren projectnummer datum 20250070/NASC oktober 2025 4 / 25 Veld- en laboratoriumonderzoek Om inzicht te krijgen in de doorlatendheid (k-waarde) van de onverzadigde zone van de bodem worden doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. De k-waarde is van belang voor het bepalen van de infiltratiemogelijkheden op de locatie. In lijn met de leidraad riolering Module C2510 (Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage), met een GHG (gemiddeld hoge grondwaterstand <1,5 m-mv), worden vijf doorlatendheidsmetingen (falling head testen) uitgevoerd op verschillende dieptes van circa 0,5 tot 1,0 m-mv. Op basis van de bij de boringen vrijkomende grond wordt een gedetailleerde boorbeschrijving gemaakt (boorprofielen). Dit geeft inzicht in de bodemopbouw (samenstelling en doorlatendheid). De ligging van de boorpunten is weergegeven op de situatietekeningen in bijlage 1. Voor gedetailleerde boorstaten wordt verwezen naar bijlage 2.
Kwaliteitsborging De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de richtlijnen en kwaliteitseisen zoals genoemd in de Beoordelingsrichtlijn veldwerk voor milieuhygiënisch bodem en waterbodemonderzoek van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, nummer 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek" (kortweg: BRL SIKB 2000) en vigerend protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen). 2.3.2 Digitale wateradvies In dit kader van de (verplichte) watertoets is het van belang om in de planvormingsfase na te denken over de waterhuishoudkundige aspecten op de locatie. Een eerste stap hierin is het doorlopen van het digitale wateradvies. Met behulp hiervan kan worden bepaald welke wateraspecten er spelen en welke procedure op basis hiervan moet worden doorlopen. Ten behoeve van een goede ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling dient in de toelichting van het omgevingsplan een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt een beschrijving gemaakt van onder andere de geohydrologische uitgangspunten, de beleidsmatige uitgangspunten van gemeente en waterschap, de benodigde bergingsopgave, infiltratiemogelijkheden en de toekomstige invulling van de waterhuishouding (op hoofdlijnen).
Afhankelijk van de uitkomsten van het digitale wateradvies, wordt de waterparagraaf in een later stadium geschreven. De resultaten van het wateradvies zijn opgenomen in onderhavige rapportage. Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren 3 | Beleid In de navolgende paragraaf is het huidige beleid ten aanzien van stedelijk waterbeheer beknopt toegelicht. Het stedelijk waterbeleid wordt ingevuld door de gemeente Tubbergen en waterschap Vechtstromen. 3.1 | Waterschap Het waterschap heeft een aantal normen en uitgangspunten opgenomen in het ‘Waterbeheerplan 2022-2027, Waterschap Vechtstromen’. De grootste opgaven waar het Waterschap mee te maken krijgt bestaat uit de Omgevingswet, het klimaat, algehele waterkwaliteit, duurzaamheid en beleving. Het algemene uitgangspunt van het waterschap Vechtstromen is dat het omliggende watersysteem niet extra belast wordt door de ontwikkelingen op de locatie. Er mag géén afwenteling op de omgeving (en in de tijd) plaatsvinden. Daartoe hanteert het waterschap de volgende twee tritsen voor waterkwantiteit en waterkwaliteit: Vasthouden – bergen – afvoeren De trits ‘vasthouden – bergen – afvoeren’ houdt in dat in eerste instantie getracht dient te worden het (gebiedseigen) water zo lang mogelijk – daar waar het valt – vast te houden (infiltratie in de bodem).
Indien dit niet mogelijk is dient het afstromend regenwater lokaal te worden geborgen in vijvers en watergangen. Pas in laatste instantie | - wanneer noch vasthouden, noch bergen afdoende is - kan overwogen worden het water zo traag mogelijk af te voeren naar de omgeving. Schoon houden – scheiden – schoonmaken De trits ‘schoon houden – scheiden – schoonmaken’ omvat ten eerste het niet toelaten dat de waterkwaliteit verslechtert (schoon houden), vervolgens het scheiden van schone en vuile waterstromen en als laatste het zuiveren (schoonmaken) van verontreinigd water. De hydrologische ordeningsfuncties voor deze trits zijn: | Cascadering, waarbij vuile gebiedsfuncties benedenstrooms van s | chone worden gelegd; | Buffering, waarbij tussen schone en vuile gebiedsfuncties een bufferzone wordt aangelegd; | Differentiatie per stroomgebied, waarbij elk (deel)stroomgebied een richtinggevende functie krijgt. Onder deze bovengenoemde trits heeft het | waterschap Vechtstromen een aantal specifieke uitgangspunten met betrekking tot het stedelijk waterbeheer | . Deze zijn afkomstig uit het Hydraulisch handboek 2020 van waterschap Vechtstromen | 2: | Bergingseis (bergingsvijvers, waterlopen, straat en infiltratie | - en randvoorzieningen3): o | T=100 gebeurtenis maatgevend voor toetsing; o | Neerslagstatistiek volgens Stowa rapport nr.
19, 2019; o | Neerslag volgens huidige klimaat +10% (klimaat) o | 3 mm berging op straat, dak etc. o | Maatgevende bui-duur is 48 uur, neerslaghoeveelheid 122 mm. Deze waarde komt overeen met de neerslaghoeveelheid inclusief klimaatverandering volgens Stowa rapport nr 19; o | Maatgevende afvoer (lozingscapaciteit berging): 1,6 l/s, ha ofwel 28 mm bij bui-duur 48 uur; o | Dit betekent 91 mm waterberging voor het gebied dat is toegenomen in verhard oppervlak; | Ondergrondse infiltratievoorzieningen moeten worden voorzien van een inspectiemogelijkheid en worden voorzien van blad- en zandvangers; 2 Augustus 2020, afdeling ontwikkeling en advies, Waterschap Vechtstromen | ; 3 Bepaal de omvang en het type berging in bestaand stedelijk gebied in overleg met de gemeente | ; projectnummer | datum 20250070/NASC | oktober 2025 | 5 / 25 Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren projectnummer datum 20250070/NASC oktober 2025 6 / 25 Het hemelwater wordt bij voorkeur zichtbaar afgevoerd naar de berging- en/of infiltratievoorziening; In het kader van duurzaam bouwen en vanwege de beoogde grond- en oppervlakte- waterkwaliteit mogen geen uitlogende bouwmaterialen (zoals zink, koper, lood en PAK-houdende materialen) worden toegepast. Er zijn voldoende milieuvriendelijke alternatieven die vergelijkbaar zijn wat betreft uitstraling, gebruiksgemak, levensduur en onderhoud.
Indien de uitlogende materialen toch worden toegepast, dienen ze jaarlijks gecoat te worden om diffuse verontreinigingen te voorkomen; Het waterschap is er voorstander van om zo min mogelijk schoon regenwater af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Nieuw aan te leggen gebieden dienen gescheiden gerioleerd te worden; Om afwenteling op de omgeving (o.a. piekafvoeren) te voorkomen mag de maximale afvoer vanuit het (nieuwe) stedelijk gebied niet toenemen ten opzichte van de oorspronkelijk in het onbebouwde gebied optredende agrarische afvoeren (hierna ook wel “maatgevende landelijke afvoer” genoemd). Hiervoor dient een maatgevende afvoernorm van 1,6 liter per seconde per hectare te worden gehanteerd; Het waterschap is geen voorstander van het creëren van nieuwe onderbemalingen t.b.v. het realiseren van voldoende ontwateringsdiepte bij nieuwbouwprojecten. Om voldoende ontwateringsdiepte te bereiken, en toch aan te sluiten bij bestaande grond- en oppervlaktewaterpeilen kan overwogen worden het terrein integraal op te hogen, dan wel om over te gaan op selectief ophogen in combinatie met kruipruimteloos bouwen. Voor een overzicht van de gangbare ontwateringnormen wordt verwezen naar het gemeentelijk beleid, paragaaf 3.2.
3 .2 G e me e n t el ij k be l ei d Hemelwater (HWA) De planontwikkeling heeft na realisatie een hoeveelheid verhard oppervlak van circa 1,3 ha tot gevolg. Compenserende maatregelen zijn derhalve noodzakelijk (verhard oppervlak >1.500 m2). Om te voldoen aan het voorkeursbeleid van de waterbeheerders, wordt hemelwater van verharding en bebouwing bij voorkeur bovengronds afgevoerd naar een infiltratievoorziening. Indien bovengrondse afvoer niet mogelijk of wenselijk is, dienen regenpijpen boven het maaiveld te worden voorzien van een bladvanger welke tevens kan dienen als noodoverloop. Op basis van het Water en RioleringsPlan4 (WRP) 2025-2030 kan worden uitgegaan van een minimale berging 40 mm voor het verhard oppervlak. Bij extreme situaties mag geen waterschade ontstaan. Het te bergen hemelwater zal in de openbare ruimte geborgen moeten worden en waar mogelijk ook infiltreren. Bij een bui met T=100 (1x per 100 jaar) met 70 mm in 1 uur tijd, mag het water tot aan de entree en/of in de voortuinen staan, is de waterhoogte van doorgaande wegen minder dan 20 cm, is de waterdiepte in een groot deel van het gebied minder dan 20 cm en de maximale duur van water op straat is 120 minuten, water in gebouwen is niet toegestaan. Ontwateringsdiepte In figuur 3.1 zijn de definities van ontwateringsdiepte en drooglegging weergegeven.
4 In dit WRP 2025-2030 (Water en Riolerings Programma) geeft gemeente Tubbergen aan hoe ze invulling geeft aan de wettelijke gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater. Definitief 22 oktober 2024.
Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren projectnummer datum 20250070/NASC oktober 2025 8 / 25 4 Geohydrologisch onderzoek 4 .1 M a a iv e l dh o o gt e Regionaal gezien wordt de omgeving gekenmerkt door de aanwezigheid van een stuwwal ten oosten van Geesteren, met een hoogte van circa 21 m NAP. Vanuit daar loopt het maaiveld globaal gezien af in noordwestelijke richting, zie figuur 4.1. Figuur 4.1: Globale maaiveldhoogte in m NAP in de omgeving van de onderzoekslocatie (AHN4). Rood = hoog, blauw = laag. Binnen de locatie is het maaiveld relatief vlak; binnen het grootste deel van de locatie varieert de hoogte tussen 15,1 en 15,6 m NAP. Rondom de voormalige bedrijfspanden is verharding aangebracht en is de maaiveldhoogte lokaal een fractie hoger, tot 15,7 m NAP. Ter plaatse van de te behouden bomen in de noordwesthoek van de locatie bedraagt de maaiveldhoogte 15,7 à 15,8 m NAP. De gemiddelde maaiveldhoogte bedraagt 15,3 m NAP, zie figuur 4.2. 21 m 14 m Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren 15,4 15,3 | 15,3 16,0 | 15,5 15,1 15,7 15,5 15,6 14,3 15,7 15,5 Figuur 4.2: Maaiveldhoogte in m NAP ter plaatse van de onderzoekslocatie (AHN4). 4 .2 | B odemopbouw Regionale bodemopbouw De opeenvolging van slecht doorlatende lagen en goed doorlatende watervoerende pakketten bepaalt de grondwaterstroming in een gebied.
De opeenvolging wordt de geohydrologische opbouw genoemd. In figuur 4.3 en tabel 4.1 is de geohydrologische opbouw weergegeven (gebaseerd op het geohydrologische model van de DINOloket, REGIS v2.2). Ter plaatse van de onderzoekslocatie is een deklaag aanwezig van circa 3 m dik, bestaande uit zeer tot matig fijn zand van de Boxtel Formatie. Hieronder is een pakket aanwezig van projectnummer | datum 20250070/NASC | oktober 2025 | 9 / 25
Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren 4 .3 | D oor l atendheid Onverzadigde zone: Om een indruk te krijgen van de doorlatendheid (k | -waarde) van de onverzadigde zone is in vijf boringen een doorlatendheidsproef uitgevoerd. De proeven zijn verricht verspreid uitgevoerd over het terrein ter plaatse van de aan te leggen wadi’s. | De doorlatendheid van de onverzadigde bodemlagen is bepaald met behulp van de Falling head | -methode, ook wel omgekeerde Hooghoudmethode genoemd. Bij de Falling head | -methode wordt de grondwaterspiegel eenmalig verhoogd waarna de daling van de grondwaterspiegel wordt gemeten. De metingen worden uitgevoerd om een indicatie te verkrijgen van de mogelijkheden voor de infiltratie van hemelwater in de bodem. De doorlatendheidsproeven zijn uitgevoerd in de onverzadigde zone (boven de grondwaterstand) in de zandlagen.
Tabel 4.3: Gemeten doorlatendheid onverzadigde zone (m/dag) Boorpunt | Filtertraject (m-mv) | Samenstelling bodem | K-waarde (m/dag) FH01 | 0,45 – 0,95 | Zand matig fijn, zwak siltig | 6,0 FH02 | 0,50 – 1,00 | Zand matig fijn, zwak siltig | 6,0 FH03 | 0,40 – 0,90 | Zand matig fijn, matig siltig, zwak humeus | 5,6 FH04 | 0,40 – 0,90 | Zand matig fijn, zwak siltig, zwak grindig | 6,9 FH05 | 0,70 – 1,20 | Zand matig fijn, zwak siltig | 3,8 Gemiddelde doorlatendheid | 5,7 De peilbuizen liepen snel leeg; mogelijk was de bodem nog niet geheel verzadigd voordat de peilbuizen leeg waren. Mogelijk is de doorlatendheid daarom iets lager dan de waarden in bovenstaande tabel. Er kan worden uitgegaan van een doorlatendheid van minimaal 2 m/dag. 4 .4 | Grondwater Om een volledig beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden op het plangebied, zijn diverse bronnen geraadpleegd. Regionale grondwaterstroming De grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket is globaal westelijk gericht, zie figuur 4.4. Figuur 4.4: Grondwaterstroming m NAP (Grondwatertools; isohypsen 1 e watervoerend pakket). Stroming is van hoog (rood) naar laag (blauw). projectnummer | datum 20250070/NASC | oktober 2025 | 11 / 25
Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren projectnummer datum 20250070/NASC oktober 2025 14 / 25 waarschijnlijk Noaberkracht de sloot onderhouden. Aan de zuidzijde van de Randweg is, als onderdeel van de woonwijk, een grote wadi aanwezig. 4 .6 R i ol er i ng De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling en afvoer van afvalwater en daarmee de aanleg, het onderhoud en het beheer van het hoofdrioolstelsel. Er is een vuilwaterriool aanwezig onder de Langeveenseweg, ten oosten van de locatie. Dit betreft een PVC Ø250 riool met een b.o.b. hoogte van 13,77 m NAP. Tevens is een vuilwaterriool aanwezig in De Potstal, ten zuiden van de locatie. Dit betreft eveneens een PVC Ø250 riool. Deze heeft een b.o.b. hoogte van 13,71 m NAP, afnemend tot 13,52 m NAP aan de westzijde. Figuur 4.8: Oppervlaktewater rondom de onderzoekslocatie. Figuur 4.7: Legger oppervlaktewateren nabij plangebied (rood omgeven).
Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren 4 .9 | V astgestel de geohy dr ologische si tuatie Bodemopbouw Bij de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken op de locatie is de bodemopbouw vastgesteld. Uit de profielbeschrijvingen van de grondbori | ngen volgt dat tot een diepte van circa 3,0 m | - mv zeer fijn tot | matig grof zand aanwezig is | . De bovengrond is zwak | tot matig humeus. Lokaal is een maximaal 0,5 m dikke leemlaag aanwezig vanaf een diepte van circa 2,0 m | - mv. Hoogteligging Binnen de locatie is het maaiveld relatief vlak; binnen het grootste deel van de locatie varieert de hoogte tussen 15,1 en 15,6 m NAP. De gemiddelde maaiveldhoogte bedraagt 15,3 m NAP. Grondwaterniveau Voor de onderzoekslocatie zijn de volgende maatgevende grondwaterstanden | bepaald: | Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG): 14,6 m NAP (0,7 m | -mv) | Gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG): 13,6 m NAP (1,7 m | -mv) Doorlatendheid De doorlatendheid van de zandlagen is “goed”. | Er kan worden uitgegaan van een minimale doorlatendheid van 2 m/dag. Het terrein is | vanuit dat oogpunt van nature geschikt voor infiltratie middels wadi’s. Waterhuishoudkundige inrichting Zowel aan de westzijde van de Heetkampweg als aan de noordzijde van de Randweg zijn greppels aanwezig. Er is een vuilwater | riool aanwezig onder de Langeveenseweg, ten oosten van de locatie.
Dit betreft een PVC Ø250 riool met een b.o.b. hoogte van 13,77 m NAP. Tevens is een vuilwaterriool aanwezig in De Potstal, ten zuiden van de locatie. Dit betreft eveneens een PVC Ø250 riool. Deze heeft een b.o.b. hoogte van 13,71 m NAP | , afnemend tot 13,52 m NAP aan de westzijde | . projectnummer | datum 20250070/NASC | oktober 2025 | 16 / 25
Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren | het afvoeren van hemelwater naar oppervlaktewater. Doorlatendheid (k-waarde) Indien de doorlatendheid van de bodem groter is dan 9 m/dag kunnen in principe alle typen infiltratievoorzieningen worden toegepast. Indien de doorlatendheid van de onverzadigde zone kleiner is dan 9 m/dag, maar groter dan 2 m/dag, kunnen infiltratietechni | eken als een infiltratieveld, -koffer, -riool en –greppel goed worden toegepast. Indien de doorlatendheid van de bodem tussen de 2 en 0,4 m/dag ligt, kan het hemelwater met behulp van een wadi in de bodem worden geïnfiltreerd. In geval van een doorlatendhe | id van minder dan 0,4 m/dag is het infiltreren van hemelwater niet goed mogelijk. 5 .3 | I nfi ltr ati epotentie en geschi kthei d hemelwateri nfi ltratie Op basis van de onderzoeksresultaten kan voor de locatie worden uitgegaan van de situatie zoals opgenomen in onders | taande tabel. Tabel 5.1: Infiltratiepotentie GHG | GLG | k-waarde m NAP | m NAP | m/dag Plangebied | 14,6 | 13,6 | 2 Op basis van de GHG en de doorlatendheid is infiltratie op de locatie mogelijk. Om hemelwater te infiltreren is op basis van de aangetroffen geohydrologische situatie infiltratie middels een wadi (eventueel in combinatie met drainage) of een zaksloot het m | eest geschikt.
5 .4 | B er gi ng hemel water Op basis van het Water en Rioleringsprogramma | 2025-2030 van de gemeente Tubbergen kan worden uitgegaan van een minimale berging van 40 mm voor het verhard oppervlak. Waterschap Vechtstromen gaat uit van een bergingseis van 91 mm voor het toegenomen verhard oppervlak. Aangezien bij onderhavige ontwikkeling sprake is van een afname van het verhard oppervlak, is deze bergingseis formeel niet van toepassing. Het te bergen hemelwater zal in de openbare ruimte geborgen moeten worden en waar mogelijk ook infiltreren. Aangezien op dit moment onbekend is hoe de particuliere terreinen worden ingedeeld, wordt enkel bergingscapaciteit gerealiseerd voor het openbaar terrein. Tabel 5.2: Berging Verhard oppervlak afgerond | Bergingseis | Berging afgerond (m2) | (mm) | (m3) Verharding | 6.000 | 40 | 240 Bebouwing | 8.100 | 40 | 325 Totaal: | 14.100 | 565 5 .5 | O ntwer p water systeem De planontwikkeling heeft een verhard oppervlak met circa 1,4 ha tot gevolg. Op basis van de bergingseisen van de gemeente zal circa 565 m3 water geborgen moeten worden in de openbare ruimte. Het hemelwater zal worden geborgen in een drietal wadi’s binnen de onderzoekslocatie. De inhoud van de wadi’s is ruim voldoende om het hemelwater te kunnen bergen. De wadi’s zijn met elkaar verbonden middels een duiker.
Het hemelwater zal grotendeels via natuurlijk afschot over de weg naar de wadi’s worden geleid. Het water van de huizen die aan de Langeveenseweg zijn gelegen, zal naa | r het bestaande hemelwaterriool in de Langeveenseweg worden geleid. Het water van de huizen die aan de Heetkampweg projectnummer | datum 20250070/NASC | oktober 2025 | 18 / 25
Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren 5.5.2 | Wadi Bij de dimensionering van de wadi dienen de volgende uitgangspunten van kracht te zijn: | De wadi mag een maximale waterstand van 30 cm bevatten met een minimale wake van het waterpeil van 10 cm; | De wadi moet in 24 uur weer leeg zijn doormiddel van infiltreren dan | wel vertraagd afvoeren; | Het talud mag een maximaal verhang | bevatten van 1:3; | Wadi’s dienen ten allen tijde voorzien te zijn van een overstort en eventueel drainage om de infiltratiecapaciteit te bevorderen. Op basis van de eisen van de gemeente dienen de wadi’s een minimale bodembreedte te hebben van 1,5 m. Daarnaast dient de wadibodem op 0,3 m boven de GHG aangelegd te worden. De wadi’s zijn onderling met elkaar verbonden d | oormiddel van duikers. De drie wadi’s hebben samen een bergingscapaciteit van | ruim 1.000 m3 op basis van een waterstand van 0,3 m, zie tabel 5.3. De greppel of verlaagde groenstrook aan de westzijde van de locatie (langs de Heetkampweg) heeft een zeer beperkte bergingsfunctie, maar vervult een belangrijke functie in het verzamelen van | afstromend hemelwater voor de woningen langs de Heetkampweg. Vanuit deze verlaagde groenstrook dient het water richting wadi 3 worden geleid. Dit kan middels een roosterput in de verlaagde groenstrook waarmee het water via een duiker kan uitstromen in wadi 3.
De duikers zorgen voor de evenredige verdeling van water tussen de wadi’s vanaf een waterdiepte van 0,1 m (15,0 m NAP). Indien de wadi’s tot | 30 cm gevuld zijn, kan het water middels een overstort richting de greppel ten zuidwesten van de locatie worden geleid. De overstort wordt op 15,2 m NAP aangelegd, zodat eerst het hele systeem binnen de locatie gevuld wordt. Vanwege de grote bergingscapacit | eit van de wadi’s binnen de locatie, zal deze overstort naar verwachting enkel bij extreme omstandigheden gebruikt worden | (> 70 mm neerslag t.o.v. het verhard oppervlak). Tabel 5.3: Wadistructuur Capaciteit bij 0,3 m | Bodemhoogte waterhoogte | (m NAP) (m3) Wadi 1 | 530 | 14,9 Wadi 2 | 150 | 14,9 Wadi 3 | 350 | 14,9 Totaal: | 1.030 5.5.3 | HWA-riool Binnen het plangebied wordt één nieuw hemelwaterriool aangelegd. Het betreft een leiding om het bestaande HWA-riool in de Langeveenseweg middels een HWA-riool te verbinden met wadi 3 aan de zuidzijde van het plangebied. Op deze manier kan het hemelwater van de woningen aan de Langeveenseweg eveneens in deze wadi geborgen worden. 5.5.4 | DWA riool Het DWA riool wordt uitgevoerd als PVC riool met een diameter van 315 mm. Het vuilwaterriool zal zoveel mogelijk aansluiten op het bestaande riool aan de Langeveenseweg, aan de oostzijde van het plangebied, met een b.o.b.
hoogte van 13,77 m NAP, omdat dit riool onder vrij verval richting het hoofdgemaal gaat. Om de ophoging binnen het gebied beperkt te houden, zal een deel van de woningen worden aangesloten op het bestaande riool projectnummer | datum 20250070/NASC | oktober 2025 | 20 / 25
Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren projectnummer datum 20250070/NASC oktober 2025 23 / 25 6 .2 A a n d a c ht s p u nt e n bou wr ijp mak e n Tuinen In de tuinen moet grond worden verwerkt die geschikt is om vegetatie te laten groeien en voldoende doorlatend is om regenwater voldoende snel te laten wegzakken. De bestaande bodem wordt voldoende doorlatend geacht. Als gevolg van de bouwwerkzaamheden kan het voorkomen dat verslemping van de bodem optreedt met wateroverlast (plasvorming) in de nieuwe situatie. Het is ter overweging van de bewoners de tuinen te spitten na uitvoering van de (bouw)werkzaamheden. Ophoging Door de beperkte ophoging/ afgraving door bouwrijp maken in het projectgebied zal de grondwaterstand weinig tot niet beïnvloed worden. Aanvullende maatregelen worden niet nodig geacht. Bebouwing: Indien onder de te realiseren woningen kruipruimten aanwezig zijn, dienen deze bij voorkeur ondiep te zijn (< 1 m t.o.v. vloerpeil). Op deze manier wordt (grond)wateroverlast zoveel mogelijk voorkomen. Bij diepere kruipruimten dient de bodem voorzien te zijn van goed doorlatend zand. Op deze manier kan water ten tijde van de bouw en ontwikkeling van de woonwijk infiltreren in de bodem en kan in later stadium eventueel water in de kruipruimte in de bodem kan infiltreren.
Infiltratievoorzieningen: De bodem van de wadi’s moet een zodanige samenstelling hebben dat hierop vegetatie kan groeien en het water voldoende snel kan wegzakken. De samenstelling van de wadibodem moet daarom voldoen aan: Doorlatendheid bodem > 0,5 m/dag; Humusgehalte 3-5% ; Lutumgehalte <1% ; M50-getal 200-300 µm. Omdat de doorlatendheid van de bodem overwegend goed is, is drainage in de wadi’s niet direct noodzakelijk. Wel wordt aanbevolen de wadi’s te voorzien van een slokop met overstort in geval de waterstanden > 0,3 m hoog zijn. Extreme situaties: De wadi’s hebben een totale bergingscapaciteit van ruim 1.000 m3 op basis van een waterstand van 0,3 m. Vervolgens zal het water via een overstort aan de zuidwestzijde van het plangebied in een nabijgelegen greppel stromen. De overstort zal naar verwachting enkel bij extreme omstandigheden worden gebruikt. Vanwege de grote toevoer van water over het verhard oppervlak naar de wadi’s zal op dat moment een groot deel van de wegen als goot functioneren. De vloerpeilen zijn echter zo gekozen dat er geen kans bestaat op water in de woning. Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren projectnummer datum 20250070/NASC oktober 2025 24 / 25 7 Samenvatting en conclusie In opdracht van BJZ.NU B.V.
heeft Geofoxx, als onafhankelijk adviesbureau, een waterhuishoudkundig plan opgesteld inclusief geohydrologisch onderzoek uitgevoerd op de planlocatie LTC-terrein te Geesteren. Naar aanleiding van overleg met Devri Infra BV op 17 juli 2025 en met de gemeente op 8 oktober 2025 is het waterhuishoudkundig plan aangepast en geoptimaliseerd. Aanleiding en doel De aanleiding voor het laten uitvoeren van het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen nieuwbouw op de locatie en de daarvoor benodigde omgevingsvergunning. In verband met de geplande woningbouw en de omgevingsvergunning is het nodig om de lokale waterhuishouding en de gevolgen van de herontwikkeling op de huidige waterhuishoudkundige situatie in kaart te brengen. Resultaten Binnen het plangebied zal het hemelwater en vuilwater (droogweerafvoer) gescheiden worden afgevoerd. Het water zal over maaiveld naar een drietal wadi’s binnen het plangebied worden geleid. Door de ontwikkeling is in het openbaar gebied straks circa 1,4 ha verharding aanwezig. In lijn met de bergingseis (40 mm) is binnen het plangebied circa 565 m3 bergingscapaciteit benodigd. Binnen het plangebied is ruim voldoende ruimte (ruim 1.000 m3) gereserveerd om deze hoeveelheid water te kunnen bergen middels wadi’s. In tabel 6.1 zijn de vloerpeilen opgenomen.
Op basis van de toekomstige inrichting van het plangebied is er voldoende ruimte aanwezig om deze te sluiten op de bestaande peilen op aangrenzende percelen, echter wordt aanbevolen om bij de verdere (civiele) uitwerking van het plan aandacht te hebben voor de hoogteverschillen welke ontstaan tussen de percelen. Aandachtspunten: Tussen wadi 3 en de Langeveenseweg kan een verbinding aangebracht worden tussen het bestaande hemelwaterriool en de nieuwe wadistructuur. Voordeel is dat de te realiseren woningen aan de Langeveenseweg hiermee hun hemelwater ook indirect kunnen laten afstromen op de wadi’s. Het vuilwaterriool wordt zoveel mogelijk aangesloten op het bestaande stelsel in de Langeveenseweg. Een deel van de woningen zal worden aangesloten op het stelsel in De Potstal. Binnen het plangebied zijn de toekomstige hoogtes zo gekozen dat ter plaatse van de te behouden bomen in de noordwesthoek van de locatie de huidige maaiveldhoogten gehandhaafd blijven. Watertoets Om vast te stellen welke waterbelangen spelen bij de planontwikkeling en welke procedure in het kader van het wateradvies moet worden gevolgd, is het digitale wateradvies uitgevoerd op de website www.het wateradvies.nl in juni 2025. Disclaimer Het onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd met behulp van de voor het onderzoek gangbare technieken, inzichten en methodes.
Bij het uitvoeren van onderzoek streven wij optimale representativiteit na. Het blijft mogelijk dat er plaatselijk afwijkingen voorkomen. Deze afwijkingen komen door het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek niet aan het licht. Geofoxx is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit bovengenoemde aspecten. Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren projectnummer datum 20250070/NASC oktober 2025 25 / 25 De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de normale procedure van het wateradvies van toepassing is. De bestemming en de grootte van het plan hebben invloed op de waterhuishouding. De procedure in het kader van het wateradvies is goed doorlopen. De aanvraag is bijgevoegd in bijlage 3. Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren projectnummer datum 20250070/NASC oktober 2025 Bijlagen Bijlage 1: Situatietekeningen
Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren projectnummer datum 20250070/NASC oktober 2025 Bijlagen Bijla ge 2: Boorstaten
Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren projectnummer datum 20250070/NASC oktober 2025 Bijlagen Bijlage 3: De watertoets Het wateradvies 19-06-2025 09:38 1 https://hetwateradvies.nl Het wateradvies Het wateradvies helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces. Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Normale procedure 2. Er worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd. 3. Zuiveringtechnisch werk Op basis van onderstaande locatie
Het wateradvies 19-06-2025 09:38 2 https://hetwateradvies.nl Vragen en antwoorden uit de check 1 Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt? nee Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd? ja Is er in of rondom het plangebied wel eens sprake (geweest) van wateroverlast of grondwateroverlast? nee Ligt binnen plangebied (een beschermingszone) van een watergang of waterkering? nee Maakt het plan deel uit van een groter plan, zoals een masterplan/ stedenbouwkundige visie? nee Wordt water aangelegd, gedempt of aangepast? nee Wordt recreatief medegebruik van watergangen of gronden in beheer van het waterschap mogelijk gemaakt? nee Bedraagt het verschil tussen de hoogte van de weg en de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 30 centimeter? nee Is de afstand tussen de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en de bovenzijde van de begane-grondvloer kleiner dan 80cm? nee Zijn er kansen voor afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? nee Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? nee Worden bedrijfsmatige activiteiten uitgevoerd, waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken? nee Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken? nee Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan
1500m2? nee Wordt regenwater gescheiden van het afvalwater afgevoerd? ja Ligt in of nabij het plangebied een zonering zuiveringtechnisch werk? ja Ligt het plangebied in een zonering waterwingebieden Drenthe? nee Ligt het plangebied in een zonering grondwaterbeschermingsgebieden Drenthe? nee Ligt het plangebied in een zonering waterwingebieden Overijssel? nee Ligt het plangebied in een zonering grondwaterbeschermingsgebieden Overijssel? nee Ligt het plangebied in een zonering Natura 2000? nee Het wateradvies 19-06-2025 09:38 3 https://hetwateradvies.nl Details 1. Normale procedure Op basis van uw locatie en gegeven antwoorden blijkt dat u waterschapsbelangen raakt. Wat moet ik doen? Het wateradvies 19-06-2025 09:38 4 https://hetwateradvies.nl Gebruik alstublieft de knop ““DIRECT AANVRAGEN”” om een advies aan te vragen bij het waterschap. Hiervoor is een eenmalige registratie benodigd. In een startoverleg kan gezamenlijk bepaald worden welke wateraspecten een rol spelen en tot welk detailniveau deze uitgewerkt dienen te worden. Dit kan ook betekenen dat er een waterhuishoudkundig plan, een geohydrologisch onderzoek of een uitgebreide analyse van het huidige watersysteem noodzakelijk is. Gezamenlijk wordt er invulling gegeven aan de wateraspecten. Als er overeenstemming is over de inhoud van de waterparagraaf kan u de tekst opnemen in de toelichting van het ruimtelijk plan.
Hengelo
Het wateradvies 19-06-2025 09:38 5 https://hetwateradvies.nl • gemeente Enschede Telefonisch bereikbaar via mailverzoek of algemeen telefoonnr. 088-2203333. Algemene info: In de procedurebepalingen van de Wro voor het bestemmingsplan is opgenomen dat de kennisgeving wordt toegezonden aan de instanties die bij het overleg zijn betrokken. De terinzagelegging van het bestemmingsplan kunt u zenden aan kennisgevingwro@vechtstromen.nl. Copyright Digitale watertoets - http://www.dewatertoets.nl//. Dit document is gegenereerd via de website http:// www.dewatertoets.nl//. Het document mag alleen worden gebruikt ten behoeve van het plan, dat in dit document is omschreven. De informatie in dit document is houdbaar tot maximaal 1 jaar, gerekend vanaf de genoemde datum in dit document. Het wateradvies 19-06-2025 09:38 6 https://hetwateradvies.nl 2. Er worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd. Wij streven naar een doelmatige werking van de gehele afvalwaterketen. Wij treden daarom graag in een vroeg stadium in gesprek over nieuwe ontwikkelingen. Hemelwater wordt min mogelijk afgevoerd naar de afvalwaterzuivering, zodat meer water in de bodem wordt vastgehouden, de efficiëntie van de waterzuivering vergroot wordt, en het aantal riooloverstorten op het oppervlaktewater wordt teruggedrongen. Een toename van afvalwater heeft effect op het functioneren van de afvalwaterketen.
Het (gemeentelijk) rioolstelsel, de rioolgemalen (overnamepunten) en de rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) dienen de toename te kunnen verwerken, zonder daarmee het milieu zwaarder te belasten. Wat moet ik doen? Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie Het wateradvies 19-06-2025 09:38 7 https://hetwateradvies.nl 3. Zuiveringtechnisch werk Wat moet ik doen? Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie