CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie Geesteren_Bijlagen bij de motivering

Commissie Omgeving en Economie 15 september 2026, gemeente TubbergenBij agendapunt: 8: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie Geesteren173.297 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 17

Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen; Amfibieën Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten kan niet uitgesloten worden dat beschermde amfibieën gedood worden en dat (winter)rustplaatsen beschadigd of vernield worden. Voor de beschermde amfibieën, waarvan mogelijk de vaste (winter)rustplaatsen negatief worden beïnvloed geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling `beschadigen/vernielen van vaste rust - en voorplantingsplaats’. Voor het doden van beschermde amfibieën geldt echter geen vrijstelling. Om te voorkomen dat beschermde amfibieën opzettelijk gedood worden, dienen ze weggevangen te worden, of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden, zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde amfibieën gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en fauna -activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen (mits er zorgvuldig gehandeld wordt); Rode-lijstsoorten Het plangebied is gecontroleerd op de aanwezigheid van Rode-lijstsoorten.

Het plangebied wordt als geschikt foerageergebied voor Rode-lijstsoorten beschouwd. Maar door de voorgenomen activiteiten worden er geen Rode-lijstsoorten gedood en neemt de kwaliteit van het foerageergebied voor deze soorten niet af. 1 Vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd wanneer deze essentieel zijn voor het kunnen functioneren van de verblijfplaats van een vleermuis. Niet ieder lijnvormig element waar langs vleermuizen vliegen is een essentiële vliegroute. 29 Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen; Overige soorten Het plangebied behoort niet tot functioneel leefgebied van andere beschermde flora - of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit is niet noodzakelijk.

31 HOOFDSTUK 7 CONCLUSIES De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Overijssel een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘het opzettelijk beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit vereist of er dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode.2 In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied.

Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan de provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het NNN (geen externe werking). Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op Natura 2000-gebied als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, voor zowel de ontwikkel als de gebruiksfase niet op voorhand uitgesloten worden. Overige negatieve effecten kunnen wel worden uitgesloten. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied ongeschikt als groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk bezetten vogels er een nestplaats, bezetten grondgebonden zoogdieren en vleermuizen er voortplantings- of rustplaats en bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats. Als gevolg van het rooien van de beplanting en het slopen van de gebouwen tijdens de voortplantingsperiode van vogels wordt mogelijk een bezet vogelnest verstoord, beschadigd of vernield. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats.

Voor het beschadigen of vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit verkregen worden omdat de voorgenomen activiteit niet als een in de wet genoemd belang wordt beschouwd. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren of vernielen van vogelnesten dienen daarom bij voorkeur buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaatsvinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten verstoord, beschadigd of vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten. Door het onvoorbereid uitvoeren van de voorgenomen activiteiten kan niet worden uitgesloten dat beschermde grondgebonden zoogdieren gedood worden, en dat voortplantings - en/of rustplaatsen beschadigd of vernield worden. Voor de wezel, bunzing, steenmarter en egel geldt dat deze beschermd zijn. De voortplantings- of rustplaatsen van deze soorten mogen niet worden beschadigd of vernield zonder Omgevingsvergunning flora en fauna . Voor de egel , bunzing , steenmarter en de wezel bestaat geen onderzoeksplicht.

Voor deze soorten kan gelijk een omgevingsvergunning aangevraagd worden, wel moet er gewacht worden tot andere nadere onderzoeken zijn uitgevoerd omdat er slechts een omgevingsvergunning aangevraagd kan worden waarin alle soorten meegenomen moeten worden. 2 Voor dit type activiteit is geen toepasbare gedragscode beschikbaar. 32 Voor de soorten veldmuis, huisspitsmuis, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis en bosmuis, waarvan mogelijk de voortplantings- of rustplaatsen negatief beïnvloed kunnen worden, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling met betrekking tot het ‘beschadigen/vernielen van voortplantings - en/of rustplaatsen’. Voor het doden van deze soorten geldt echter geen vrijstelling. Om te voorkomen dat deze dieren gedood worden, dienen zij te worden weggevangen of het werkterrein dient natuurvrij gemaakt te worden, zodat de dieren op eigen gelegenheid het gebied kunnen verlaten. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit vereist. Wel moet met bovenstaande acties gewacht worden tot de omgevingsvergunning verleend is en de voorschriften zoals genoemd in de omgevingsvergunning zijn nageleefd. De betekenis van het plangebied als foerageergebied voor grondgebonden zoogdieren wordt door de voorgenomen activiteiten niet negatief beïnvloed.

Door het slopen van de gebouwen worden mogelijk vleermuizen of verblijfplaatsen van vleermuizen negatief beïnvloed. Vleermuizen zijn strikt beschermd en mogen alleen met een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit negatief beïnvloed worden. Om vast te kunnen stellen of vleermuizen negatief beïnvloed worden, dient de functie van de gebouwen voor gebouw bewonende vleermuizen vastgesteld te worden. Geadviseerd wordt om aanvullend onderzoek uit te voeren naar de functie van de gebouwen voor vleermuizen, conform het vleermuisprotocol 2021. Dat houdt in dat de bebouwing meermaals onderzocht dient te worden in de periode half mei – september. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten kan niet uitgesloten worden dat beschermde amfibieën gedood worden en dat (winter)rustplaatsen beschadigd of vernield worden. Voor de beschermde amfibieën, waarvan mogelijk de vaste (winter)rustplaatsen negatief worden beïnvloed geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling `beschadigen/vernielen van vaste rust - en voorplantingsplaats’. Voor het doden van beschermde amfibieën geldt echter geen vrijstelling. Om te voorkomen dat beschermde amfibieën opzettelijk gedood worden, dienen ze weggevangen te worden, of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden, zodat de dieren op eigen beweging vertrekken.

Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde amfibieën gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en fauna -activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. 33 Bijlagen Bijlage 1. De natuurkalender (indicatie voor het uitvoeren van werkzaamheden het kader van de zorgplicht) Bijlage 2. Toelichting Omgevingswet Bijlage 3. Fotobijlage Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen Bijlage 5. Jaarrond beschermde nesten Overijssel Bijlage 1. De Natuurkalender

34 Bijlage 2 Toelichting Omgevingswet flora- en fauna-activiteit Drie beschermingsregimes De Omgevingswet kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verb odsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of Omgevingsvergunning. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een Omgevingsvergunning moet aan drie criteria zijn voldaan: - Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. - Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. - Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een Omgevingsvergunning flora - en fauna-activiteit worden verleend.

Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’ De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Omgevingswet sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. In h et Besluit activiteit leefomgeving is het als volgt verwoord: Voor flora- en fauna-activiteiten houdt deze plicht in ieder geval in dat: a.

voorafgaand aan het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid op de locatie waar de activiteit wordt verricht of in de directe nabijheid van die locatie van: 1°.van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van die richtlijn; 2°.van nature in Nederland in het wild levende dieren of planten van soorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de habitatrichtlijn; 3°.dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IX of in de rode lijsten, bedoeld in artikel 2.19, vierde lid, onder a, onder 4°, van de wet; en 4°.voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats; b. als deze aanwijzingen er zijn: wordt vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren van die soorten, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; c. als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor dieren van die soorten, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; 35 d.

alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen; e. tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben; en f. het verrichten van de activiteit wordt gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, passende herstelmaatregelen worden getroffen. Vrijstelling regelgeving Onder de Omgevingswet is niet altijd een Omgevingsvergunning flora - en fauna -activiteit nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijst elling is die van de gedragscode. Ook zijn voor beschermde soorten andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening.

Welke soorten zijn beschermd? De Omgevingswet kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3. Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ (Nationaal beschermde soorten) waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Verbodsbepalingen Omgevingswet Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Art. 11.37 Bal Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Art. 11.46. Bal Beschermingsregime andere soorten. Art. 11.54 Bal Art. 11.37 lid 1a. Het is verboden opzettelijk in het wild levende vogels te doden en vangen. art. 11.46 lid 1a. Het verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Art. 11.54 lid 1a. Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen art. 11.37 lid 1b. Het is verboden opzettelijk nesten en eieren te vernielen en te beschadigen Art. 11.46 lid 1d. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Art. 11.54 lid 1b. Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen art. 11.37 lid 1b.

Het is verboden opzettelijk eieren te rapen of bij zich te hebben art. 11.46 lid 1 Bal. Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen niet van toepassing Art. 11.37 lid d. Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Art. 11.46 lid 1b. Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren. niet van toepassing niet van toepassing Art. 11.46 lid e. Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen Art. 11.54 lid c. Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen 36 Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden is het toegestaan om van de onderstaande soorten de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het opzettelijk ‘doden’ van onderstaande soorten is in sommige provincies eveneens toegestaan.

De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: - de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; - het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer.

38 Overzicht vergunningsvrije gevallen soorten ikv beheer, onderhoud en RO per bevoegd gezag (Bron: Natuurinclusief).

39 Bijlage 3. Fotobijlage

40

41

42

43

44

45

46

47

48 Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen Internet: https://Omgevingswet.overheid.nl https://calculator.aerius.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl https://pdokviewer.pdok.nl/ https://www.ndff.nl/ 49 Bijlage 5. Jaarrond beschermde vogelnesten in Overijssel Vogels met jaarrond beschermde nesten Overijssel (Bron: Natuurinclusief).

Bijlage 8 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie G eesteren 169 Akoestisch onderzoek geluid door wegen Geesteren, Langeveenseweg Datum: 06-06-2025 AKOESTISCH ONDERZOEK GELUID DOOR WEGEN GEESTEREN, LANGEVEENSEWEG Datum: 06-06-2025 Projectnummer: 2025-076

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 3 INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Inleiding ....................................................................................................... 4 Hoofdstuk 2 Wettelijk kader ............................................................................................ 5 2.1 Algemeen ............................................................................................................................................... 5 2.2 Geluidaandachtsgebied ......................................................................................................................... 5 2.3 Waarden geluid door (spoor)wegen...................................................................................................... 5 2.4 Gemeentelijk geluidsbeleid ................................................................................................................... 6 Hoofdstuk 3 Uitgangspunten ........................................................................................... 7 3.1 Situatie projectgebied ........................................................................................................................... 7 3.2 Verkeersgegevens ..................................................................................................................................

7 Hoofdstuk 4 Resultaten ................................................................................................... 9 4.1 Berekeningen ......................................................................................................................................... 9 4.2 Het geluid van wegen ............................................................................................................................ 9 Hoofdstuk 5 Conclusie ................................................................................................... 12 Bijlagen bij het akoestisch onderzoek .............................................................................. 13 Bijlage 1 Presentatieboekje gewenste situatie.......................................................................................... 13 Bijlage 2 Verkeersonderzoek ..................................................................................................................... 14 Bijlage 3 Rekenmodel ................................................................................................................................ 15 Bijlage 4 Itemeigenschappen.....................................................................................................................

17 Bijlage 5 Resultatentabellen ...................................................................................................................... 18 Akoestisch onderzoek geluid door wegen Geesteren, Langeveenseweg BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 4 HOOFDSTUK 1 INLEIDING Voorliggend akoestisch onderzoek heeft betrekking op de percelen aan tussen de Langeveenseweg, Heetkampweg en de Randweg. De grond staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie K, nummer 9749, 9748, 10479, 10482 en 8685. Initiatiefnemer is voornemens de huidige bebouwing te slopen en 61 woningen te realiseren. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied (rode ster) ten opzichte van de directe omgeving (rode omkadering) weergegeven. Afbeelding 1.1 Ligging van het projectgebied ten opzichte van de omgeving (Bron: Plattekaart.nl, bewerkt) Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. In het kader van deze procedure is het benodigd het geluid van wegen ter plaatse van de te realiseren woningen te toetsen aan het stelsel van de standaardwaarden en de grenswaarden uit het Besluit Kwal iteit Leefomgeving (Bkl). In de directe omgeving van het projectgebied bevinden zich meerdere wegen. Voorliggend onderzoek heeft uitsluitend betrekking op het geluid door wegen. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de rekenregels van de Omgevingswet.

In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten, rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.

Akoestisch onderzoek geluid door wegen Geesteren, Langeveenseweg HOOFDSTUK 2 | WETTELIJK KADER 2.1 | Algemeen Het bevoegd gezag houdt bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied altijd rekening met het belang van het beschermen van de gezondheid en het milieu. Hiervoor bevat het Bkl een systematiek met waarden en eisen waarbinnen het bevoegd gezag de aanvaardbaarheid van geluid beoordeelt (artikel 5.78s Bkl) 2.2 | Geluidaandachtsgebied Een geluidaandachtsgebied is het gebied langs een weg, spoorweg of rond industrieterrein waar het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde (artikel 3.20 Bkl). De geluidaandachtsgebieden van Rijks-, provinciale, gemeente-, waterschaps- en spoorwegen worden opgenomen in de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG). Indien door de wegbeheerder nog geen geluidaandachtsgebieden zijn berekend gelden de volgende afstanden: • | voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken en een maximumsnelheid van 30 km/u of minder geldt: 100 m; • | voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken, waarvoor een onbekende maximumsnelheid van meer dan 30 km/u geldt, en een spoorweg, bestaande uit een of twee sporen: 200 m; en • | voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken, en een spoorweg, bestaande uit drie of meer sporen: 350 m.

2.3 | Waarden geluid door (spoor)wegen In het Bkl zijn standaard- en grenswaarden voor geluid door een geluidbronsoort op een geluidgevoelig gebouw opgenomen. In tabel 1 zijn deze waarden weergegeven. Geluidbronsoort | Standaardwaarde | Grenswaarde Provinciale wegen | 50 L | 60 L den | den Rijkswegen Gemeentewegen | 53 L | 70 L den | den Waterschapswegen Lokale spoorwegen | 55 L | 65 L den | den Hoofdspoorwegen Tabel 1 | Hoogst mogelijke grenswaarden door (spoor)wegen (Bkl tabel 5.78t/5.78u)) Voldoen aan de standaardwaarde is de hoofdregel (artikel 5.78t Bkl). Bij geluid tussen de standaardwaarde en de grenswaarde zal beschouwd dienen te worden welke maatregelen mogelijk zijn om het geluid op een geluidgevoelig gebouw te verlagen tot de standaardwaarde.

Het toelaten van een geluidgevoelig gebouw indien niet voldaan wordt aan de standaardwaarde is mogelijk volgens het Bkl (artikel 5.78 Bkl) indien: • | Geluidbeperkende maatregelen niet mogelijk zijn; • | De overschrijding van de standaardwaarde zoveel mogelijk beperkt zijn door het treffen van geluidbeperkende maatregelen; • | Bij voorwaarde 1 en 2 geluidbeperkende maatregelen overwogen zijn die financieel doelmatig zijn en tegen het treffen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan; BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies | 5 Akoestisch onderzoek geluid door wegen Geesteren, Langeveenseweg BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 6 • De grenswaarde niet overschreden wordt. o Indien de standaardwaarde wordt overschreden, maar wel wordt voldaan aan de grenswaarde, wordt: 1. Het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel betrokken; 2. De aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelige gebo uw beoordeeld; 3. Het gezamenlijk geluid op de gevel van de geluidgevoelige gebouwen bepaald en in het omgevingsplan vastgesteld. 2.4 Gemeentelijk geluidsbeleid De gemeente Tubbergen beschikt over een ‘Nota Gebiedsgericht geluidsbeleid’. Hierin zijn per gebiedstypering geluidklassen gedefinieerd.

Aan de geluidklasse zijn ambitiewaarden gekoppeld voor weg -, industrie en railverkeerslawaai. Het projectgebied valt onder gebiedstypering “Buitengebied”, waarbij de ambitie geluidklasse “redelijk rustig” en de bovengrens geluidklasse “onrustig” hoort. Dit betekent dat de ambitie waarde voor wegverkeerslawaai 48 dB bedraagt en dat de bovengrens 53 dB bedraagt. Burgemeester en wethouders kunnen gemotiveerd afwijken van het geluidbeleid en een hogere waarde toekennen (maximaal 53 dB in dit geval), indien aangetoond is dat aan de hoofd- en ontheffingscriteria kan worden voldaan. De gemeente Tubbergen past hierbij primair akoestische compensatiemaatregelen toe. Deze zijn per geluidsklasse verschillend. Voor de hoofdcriteria geldt dat een onderbouwing dient te worden gegeven dat er bezwaren zijn vanuit een stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke oogpunt en financiële aard.

Voor de ontheffingscriteria geldt dat een woning binnen de bebouwde k om moet voldoen aan één van de onderstaande voorwaarden: • in een dorps- of stadsvernieuwingsplan worden opgenomen; • door de gekozen situering of bouwvorm een doelmatige akoestisch afschermende functie gaan vervullen voor andere woningen • in aantal ten minste de helft van het aantal woningen waaraan de afschermende functie wordt toegekend -, of voor andere gebouwen of geluidsgevoelige objecten; • ter plaatse noodzakelijk zijn om redenen van grond- of bedrijfsgebondenheid; • door de gekozen situering een open plaats tussen aanwezige bebouwing opvullen; • ter plaatse gesitueerd worden als vervanging van bestaande bebouwing. In onderhavige situatie is er sprake van het realiseren van woningen ter vervanging van de bestaande bebouwing.

Bij het toekennen van een verzoek om een hogere grenswaarde voor geluidsgevoelige bestemmingen tot en met de geluidsklasse ‘onrustig’ worden aanvullend ook de volgende voorwaarden bij de afweging betrokken: • indien mogelijk bronmaatregelen (bijvoorbeeld stillere asfalttypen) treffen; • indien mogelijk de afstand tussen de geluidsbron en de nieuwe woning(en) vergroten; • in ieder geval dient bij woningen/appartementen de buitenruimte (tuin/balkon) te voldoen aan • de ambitiewaarde van het betreffende gebied; • het stedenbouwkundig ontwerp vormgeven waarbij zoveel mogelijk afscherming voor het • achterliggende gebied ontstaat; • vanaf de geluidsklasse ‘onrustig’ dient bij een aanvraag om bouwvergunning voor een woning en scholen een bouwakoestisch onderzoek te worden gevoegd en wordt getoetst of wordt v oldaan aan de binnenwaarde van het Bouwbesluit. Akoestisch onderzoek geluid door wegen Geesteren, Langeveenseweg BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 7 HOOFDSTUK 3 UITGANGSPUNTEN 3.1 Situatie projectgebied Het projectgebied ligt aan de noordzijde van de kern Geesteren. In de huidige situatie bestaat het projectgebied uit het voormalig bedrijfspand van Ten Cate met daar achtergelegen agrarische cultuurgronden. Het voornemen is om het projectgebied te ontwikkelingen tot woongebied.

Concreet bestaat de ontwikkeling uit het volgende programma: • 12 rijwoningen, sociale huur; • 12 rijwoningen, koop, betaalbaar; • 6 levensloopbestendige woningen; • 18 twee-onder-kapwoningen; • 13 vrijstaande woningen. In afbeelding 3.1 is een plattegrond van de gewenste situatie weergegeven. Het presentatieboekje is opgenomen in bijlage 1. Afbeelding 3.1: Ligging projectgebied ten opzichte van de omgeving (Bron: BREEN stedenbouw) 3.2 Verkeersgegevens Het projectgebied ligt binnen het geluidaandachtsgebied van de volgende gemeentelijke weg(en): • Langeveenseweg • De Potstal • De Veldkers • Schollingksweg

Akoestisch onderzoek geluid door wegen Geesteren, Langeveenseweg BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 8 • Heetkampweg • Randweg • De Hof • Vermolenweg De verkeersgegevens van de Langeveenseweg en de Randweg zijn afkomstig uit een verkeersonderzoek uitgevoerd door Roelofs op 28 mei 2025. De volledige rapportage wordt weergegeven in bijlage 2. Akoestisch onderzoek geluid door wegen Geesteren, Langeveenseweg BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 9 HOOFDSTUK 4 RESULTATEN 4.1 Berekeningen Harde gebieden, zoals wegen en water, zijn ingevoerd als akoestisch hard (bodemfactor 0,0). Voor de zachte bodemgebieden, grasland of andere begroeiing, is de bodemfactor 1,0 aangehouden. Voor de overige delen, voornamelijk erven, is de bodemfactor 0,7 aangehouden. Verder zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • wegen met intensiteiten; • gebouwen inclusief hoogte (ingeladen van PDOK 3D geluid); • bodemgebieden (ingeladen van PDOK BGT kaart); • toetspunten op 2/3 hoogte per bouwlaag op de gevels van de woningen. In bijlage 3 zijn de uitsneden van het rekenmodel weergegeven en in bijlage 4 zijn de itemeigenschappen weergegeven. 4.2 Het geluid van wegen Om het geluid door de gemeentewegen op de geluidgevoelige gebouwen te bepalen zijn er in totaal 185 toetspunten geplaatst, waarbij voor de woningen op elke gevel één toetspunt is geplaatst.

In afbeelding 4.1 t/m 4.4 zijn de geplaatste toetspunten weergegeven. De resultatentabellen zijn in bijlage 5 opgenomen. Afbeelding 4.1 Geplaatste toetspunten 01 (bron: BJZ.nu, Geomilieu)

Akoestisch onderzoek geluid door wegen Geesteren, Langeveenseweg BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 10 Afbeelding 4.2 Geplaatste toetspunten 02 (bron: BJZ.nu, Geomilieu) Afbeelding 4.3 Geplaatste toetspunten 03 (bron: BJZ.nu, Geomilieu)

Akoestisch onderzoek geluid door wegen Geesteren, Langeveenseweg BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 11 Afbeelding 4.4 Geplaatste toetspunten 04 (bron: BJZ.nu, Geomilieu) Het geluid door de gemeentewegen bedraagt hoogstens 51 dB Lden. Met deze waarde wordt voldaan aan de standaardwaarde van 53 dB Lden uit het Bkl.

Akoestisch onderzoek geluid door wegen Geesteren, Langeveenseweg BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 12 HOOFDSTUK 5 CONCLUSIE Voorliggend akoestisch onderzoek heeft betrekking op de percelen aan de Langeveenseweg te Geesteren. De grond staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie K, nummer 9749, 9748, 10479, 10482 en 8685. Initiatiefnemer is voornemens de huidige bebouwing te slopen en 61 woningen te realiseren. Het geluid als gevolg van de gemeentelijke wegen bedraagt hoogstens 51 dB. Met deze waarde wordt voldaan aan de standaardwaarde van 53 dB uit het Bkl. Dit betekent dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woningen. Akoestisch onderzoek geluid door wegen Geesteren, Langeveenseweg BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 13 BIJLAGEN BIJ HET AKOESTISCH ONDERZOEK Bijlage 1 Presentatieboekje gewenste situatie STEDENBOUWKUNDIG PLAN LTC GEESTEREN EEN INITIATIEF VAN TER STEEGE VASTGOED HARDENBERG BV 30 april 2025 BREEN stedenbouw 2 INHOUDSOPGAVE Introductie Analyse Huidige situatie Ontsluitingsstructuur Groen Uitgangspunten Participatie Input vanuit het dorp Reacties van Q-team Stedenbouwkundig plan Profielen Beeldkwaliteitsplan 3 4 8 9 10 13 17 3 INTRODUCTIE Aan de noordzijde van Geesteren staat een fabrieks- complex van L. Ten Cate (LTC).

Ter Steege Vastgoed Hardenberg BV heeft dit kavel aangekocht en is voornemens de kavel geschikt te maken voor woning- bouwontwikkeling. Ter Steege heeft in overleg met de gemeente onderzocht wat de mogelijkheden zijn. Hierbij wordt rekening gehouden met uitgangspunten en wensen van de gemeente, omwonenden en input van het Q-team. Zicht op de locatie vanuit het noorden Hierna wordt een korte typering van de locatie gegeven, de ontwikkeluitgangspunten benoemd en vervolgens het stedenbouwkundig plan en beeldkwa- liteitsplan toegelicht. Aan het opstellen van dit plan zijn diverse varianten en meerdere gesprekken met ambtenaren voorafgegaan. Bij het rekenen en tekenen is gezocht naar de balans tussen woningaantallen (met de wens om een groot aantal betaalbare woningen aan te kunnen bieden), de hoeveelheid uitgeefbaar terrein en de financiële haalbaarheid. 4 ANALYSE - GESCHIEDENIS In de jaren ’50 is de eerste bebouwing voor de uiteindelijke textielfabriek op enige afstand van het dorp gerealiseerd. Het fabrieksterrein is ingeklemd tussen twee historische paden (huidige Langeveenseweg en Heetkampweg). Het dorp is geleidelijk richting de fabriek gegroeid. 1920 1960 1980 20202000 Het hertje van Ten cate

5 Het fabrieksterrein is deels bebouwd, beperkt verhard, deels in gebruik als parkeerterrein (onverhard) en deels weides. De bebouwing heeft een gemiddelde hoogte van circa 6 meter en blijft daarmee onder de boomgrens. Op en om het terrein staan bomen (zie Groen en Water). De hoofdontsluiting ligt aan de Lan- geveenseweg. Aan de Heetkampweg ligt een expeditie- ontsluiting. ANALYSE - SITUATIE Langeveenseweg Heetkampweg LTC Fabriekscomplex ParkerenExpeditie Weide Weide Zuidzijde Westzijde Noordzijde 6 De Langeveenseweg is de hoofdverbinding tussen het dorp Geesteren en het agrarisch gebied aan de noord- zijde van het dorp. Voor het doorgaande verkeer wordt het verkeer via de Randweg geleid. Vanaf de Langeveenseweg worden veel woon- en werk- kavels direct ontsloten. Aan de nieuwe Randweg liggen geen directe kavelontsluitingen. De Heetkampweg is deels een onverhard pad. Randweg Langeveenseweg Heetkampweg ANALYSE - BEREIKBAARHEID LTC Fabriekscomplex Parkeren Expeditie Heetkampweg Langeveenseweg 7 Geesteren wordt gekenmerkt door haar groene omgeving. Ook op en rond de fabriekslocatie is een grote diversiteit aan groen aanwezig. Aan de zuidgevel van het complex grenst een bomenrij met een greppel. Op het parkeerterrein staan enkele solitaire (jonge) bomen. Aan de noordzijde staan diverse partijen met volwassen, grote bomen. Deze zijn net als de zuidelijke groenwal beeldbepalend.

Het fabriekscomplex vormt samen met noordelijk gelegen woningen en boerde- rijen een bebouwd cluster met boomstructuren tussen open weilanden. Vanuit de locatie zijn verzichten aanwezig. Aan de zuidzijde van het complex, buiten het plange- bied is een ruime wadistructuur aangelegd. Agrarisch gebied Agrarisch gebied Agrarisch gebied Uitzicht-horizon Uitzicht-horizon Uitzicht-horizon Weide Weide Watersysteem Groenstructuur Groenwal Grote beeldbepalende bomen Groenwal Laanbeplanting Wadi Wadi Wadi Greppel Sloot Akker Greppel ANALYSE - GROEN EN WATER Weids beeld vanaf Heetkampweg 8 Op basis van de analyse en gesprekken met de gemeente zijn de volgende uitgangspunten voor de ontwikkeling van woningbouw op deze locatie opgesteld: A. Behoud van de zuidelijke groenwal (bomen met greppel). Bij de herontwikkeling zal rekening moeten worden gehouden met schaduwwerking van de hoge bomen B. Behoud van grote volwassen bomen rond de huidige fabriek. Deze zijn beeldbepalend (geven direct karakter aan het nieuwe woongebied) en hebben hoge ecologische waarde C. Ontsluiting van zowel de zijde van de Langeveense- weg als de Heetkampweg D. Zoeken naar koppelingsmogelijkheden (groen, water en/of wandelroute) tussen de dorpsuitbrei- ding en het naastgelegen woongebied E.

Onderzoeken of bestaande bomen in nieuwe verkaveling kunnen worden opgenomen of anders verplaatsen of compenseren De uitgangspunten worden aangevuld met: - Verkaveling zodanig opzetten dat het gebied gefaseerd kan worden ontwikkeld - Bouwen voor diverse doelgroepen (huur, koop, starters, gezinnen, senioren) - Specifieke aandacht voor een aanzienlijk deel betaalbare woningen - Mixen van verschillende financieringscategorieën - Een stratenpatroon dat aansluit bij het dorpse karakter UITGANGSPUNTEN A. E. E. E. B. C. C. B. D. 9 Op basis van de uitgangspunten is een verkavelings- voorstel opgetekend en aan dorpsbewoners en het Q-team voorgelegd. Hieronder zijn de reacties hierop weergegeven. Hierna wordt een aangepast verkave- lingsvoorstel toegelicht. PARTICIPATIE Input vanuit het dorp Er zijn gesprekken met direct omwonenden geweest en in januari 2025 is er een inloopavond voor het dorp georganiseerd. Hieruit is in het algemeen gebleken dat merendeel van de mensen een woningbouwontwikke- ling op deze locatie goed voorstelbaar vindt. Men is blij met een nieuw woningaanbod en met name dat er een gevarieerd programma wordt voorgesteld die ruimte gaat bieden aan een diversiteit van woningzoekenden. Ruimtelijk is men blij dat de woningen aan de noord- oostzijde laag zijn (levensloopbestendige woningen) en zo een ‘zachte’ overgang met de bestaande woningen wordt vormgegeven.

Als aandachtspunt is meegegeven goed naar de in-uitrit aan de Langeveenseweg te kijken. Hier verwachten omwonenden hinder van koplampen. Er wordt zelfs voorgesteld om het nieuwe woongebied volledig vanuit de Heetkampsweg te ontsluiten. Het voorstel voor een eenzijdige gebiedsontsluiting gaat in tegen het gemeentelijke uitgangspunt voor de gebiedsontslui- ting. Dit voorstel is niet verder meegenomen. Wel is de entree aan de Langeveenseweg zo verschoven dat er geen directe hinder van koplampen valt te verwachten. Verder vraagt men zich af of er niet meer speelplekken kunnen worden ingericht. Dit is nog niet overgenomen. Dit kan in overleg met de gemeente (hoeveel en voor welke doelgroepen) worden uitgewerkt. Een terugkerende opmerking bij omwonenden is het gevoel van onveiligheid op de Randweg-Langeveense- weg. Hier wordt hard gereden. Dit ligt echter buiten het plangebied en waar het om de veiligheid gaat is dit een verantwoordelijkheid van de gemeente. Voor het vervolgproces wordt door Ter Steege een verkeerson- deroek gedaan naar de invloed van nieuwbouw op de omliggende wegen en andersom. Verder geven de bewoners aan dat de zuidelijke bomenrij slecht wordt onderhouden en van mindere kwaliteit is dan in de gemeentelijke uitgangspunten wordt aangegeven. Reacties van Q-team Op hetzelfde verkavelingsvoorstel is door het Q-team gereageerd.

Door hen wordt aandacht gevraagd voor enkele representatieve plekken waar nu zijkanten van woningen de expressie bepalen. Dit aandachtspunt is opgepakt in de nieuwe verkaveling en enkele woningen zullen een representatieve voor- en zijkant krijgen. Het team geeft aan dat de bebouwingsdichtheid langs de Langeveenseweg hoog is en dat de voortuinen hier dieper zouden moeten om zo beter aan te sluiten op de verkavelingstypologie verder langs deze weg. In de nieuwe opzet zijn de tuinen verdiept en er is een enigszins verspringende voorgevelrooilijn opgetekend. Er wordt gesteld dat het parkeren te fragmentarisch is opgelost. We hebben ervoor gekozen parkeren (geclus- terd) op redelijke afstanden van de woningen die geen parkeerplek op eigen terrein hebben te leggen. Met de variatie in parkeeroplossingen denken wij aan te sluiten bij een dorpse variëteit. In de schets is de speelplek op de voorgestelde plek gehandhaafd omdat we denken dat hier de meeste ruimte voor een veilige en aantrekkelijke plek kan worden gevonden. In de vervolgstap wordt het speel- programma verder uitgewerkt. Planschets september 2024, hierop is door Q-team en dorp gereageerd

10 0m. 30m. 70m. 100m. Noord TOELICHTING A. Ontsluiting vanuit Langeveenseweg en Heetkampweg B. Intern ontsluitingscarré (minimale verharding) C. Adressen/voorkanten direct aan Langeveenseweg en Heetkampweg D. Diversiteit aan gebouwtypen en kavelgroottes verspreid over gebied E. Parkeeraanbod nabij rijwoningen F. Bezoekersparkeren verspreid G. Inpassen bestaande bomen H. Verbindende groenstructuur tussen twee wadi’s I. Speelplek bij zuidelijke wadi J. Verbindend pad naar bestaande buurt en wadi C. C. G. G. G. E. E. E. E. F. F. F. H. H. H. I. J. J. B. B. A. A. Langeveenseweg Heetkampweg STEDENBOUWKUNDIG PLAN Programma: 61 woningen norm parkeren 24 rijwoningen 2,0 48 6 levensloopbestendige woningen 2,0 12 18 twee-onder-een-kapwoningen 2,2 39,6 13 vrijstaande woningen 2,3 29,9 130 (78 in openbare ruimte) 11 VOORBEELDUITWERKING ZICHT VAN ZUID NAAR NOORD 12 0m. 30m. 70m. 100m. Noord LEVENSLOOPBESTENDIG 6X (EEN LAAG MET KAP) SOCIALE HUUR 12X KOOP TOT 390 K (2024) 4X KOOP TOT 350 K (2024) 8X TWEE ONDER EEN KAP TOT NHG-GRENS 7X TWEE ONDER EEN KAP 11X VRIJE KAVELS 13X (ZELFBOUW) WOONPROGRAMMA * ** ** * * * 13 DOORSNEDEN A. B. A. B. 14 DOORSNEDEN C. C. D. D. 15 DOORSNEDEN F. F. E. E.

16 VOORBEELDUITWERKING ZICHT VANUIT ZUIDOOSTEN ZICHT VANUIT OOSTEN ENTREE HEETKAMPSWEGZICHT VANUIT WESTEN 17 BEELDKWALITEITSPLAN In februari 2020 is de Nota Omgevingskwaliteit Din- kelland en Tubbergen Mensen maken de ruimte aangepast. In deze nota wordt gestart met het aangeven dat de gemeente haar ‘bemoeienis’ zo veel mogelijk wil beperken en daarom duidelijke keuzes wil maken om ‘vrij te laten waar kan, en alleen sturen op omgevingskwaliteit waar dit nodig en voor iedereen uitlegbaar is’. In de nota staan deelgebieden aangeduid. Voor ieder deelgebied wordt een niveau van omgevingskwaliteit geduid: 1. Basis omgeving 2. Midden omgeving 3. Bijzondere omgeving Voor de ontwikkellocatie LTC geldt dat het oostelijke deel, grenzend aan de Langeveenseweg, in het niveau ‘midden’ valt en het oostelijke deel in ‘basis’. Voor het gehele gebied is gesteld dat er een beeldkwaliteitsplan moet worden opgesteld. Voor de ontwikkellocatie LTC geldt dat het oostelijke deel, grenzend aan de Langeveenseweg, in het niveau ‘midden’ valt en het westelijke deel in ‘basis’. Voor het gehele gebied is gesteld dat er een beeldkwaliteitsplan moet worden opgesteld. De beeldkwaliteitsparagraaf wordt door de het Q-team gebruik om de diverse woningbouwontwerpen te beoordelen.

Woningen direct naast de ontwikkellocatie gelegen 18 Noord Aansluiten op het dorp Met de woningbouwontwikkeling wordt het LTC- terrein een onderdeel van het dorp. De dorpse sfeer wordt voortgezet in een stratenpatroon dat kort en wisselend is. Boomstructuren worden gehandhaafd en in het gebied aangevuld. De zuidelijk gelegen groenstructuur met wadi wordt in noordelijke richting voortgezet en vormt een centraal verbin- dend element tussen de nieuwe en bestaande buurten. 19 0m. 30m. 70m. 100m. Noord KAVEL - Rooilijnen De bebouwing wordt met een wisselende rooilijn op de kavel geplaatst. Op de kaart is een (globale) maat tussen de erfgrens en de voorgevel aangege- ven. De strekking is dat er een dorpse variatie wordt gerealiseerd. In het nog op te stellen Omgevingsplan worden de rooilijnen geborgd. 8 7 9 5 3,50 2,50 5 3 3,50 3 3,50 5 3 3 4 3,50 2,50 5 6,50 8,50 6,50 8 4 7 3 2,50 2,50 3,50 20 0m. 30m. 70m. 100m. Noord KAVEL - Overgang privé – openbaar De overgang van de openbare ruimte naar de kavels zal in de toekomst veel van de collectieve expressie gaan bepalen. De overgang wordt gemarkeerd door een (gemengde) haag van 1 meter hoog. Waar een zijtuin aan de openbare ruimte grenst wordt een (gemengde) haag van 2 meter hoog aangebracht. Deze hagen staan op uitgeefbaar gebied en worden door de eigenaren onder- houden.

Rond merendeel van de parkeerplaatsen wordt een haag van 1 meter hoog aangebracht. Op de plekken aangege- ven met een # wordt de haag uitgebreid met struiken en bosschage. Lage haag op privéterrein Hoge haag of hekwerk met hedera op privéterrein Haag in openbaar gebied Struiken en bosschage in openbaar gebied # # # #

21 0m. 30m. 70m. 100m. Noord BEBOUWING - Accenten Enkele gebouwen staan op een zeer zichtbare plek en zullen in hoge mate de identiteit van het gebied uitdragen. Bij de uitwerking van de architectuur wordt extra aandacht aan de gevelindeling, materialisatie en accenten besteed. Dit betreft de voorgevel en de zijgevel die grenst en zichtbaar is vanuit de openbare ruimte. 22 0m. 30m. 70m. 100m. Noord BEBOUWING - Goothoogte – nokrichting Geesteren wordt gekenmerkt door variatie en diversiteit. Op het LTC-terrein kan daaraan worden bijgedragen door te variëren in de goothoogte en de nokrichting. Op de kaart is een indicatie van nokrichtingen aangegeven. Hier kan bij de architectonische uitwerking met redenen van worden afgeweken, maar er moet een overall gevarieerd beeld ontstaan. Lage goot (3,00-4,00) Flexibele goot (3,00-6,00)

23 BEBOUWING - Materiaalgebruik De gebouwen worden hoofdzakelijk in baksteen opgetrokken. De stenen hebben een donkerrode kleur met een donker voeg. Voor de verschillende woningen kunnen verschillende steensoorten worden gekozen. De stenen hebben allemaal een enigszins generfd en onbezand uiterlijk en vallen in een donkerrode kleur- range. Delen van de gevel kunnen met hout worden bekleed. Bij de rijwoningen zullen enkele afwijkend worden uitgevoerd. De afwijking kan in materiaalkeuze of in kleurstelling worden gevonden. Hierbij wordt aan een gekeimde of een houten gevel gedacht. Op het dak worden donkergrijze, niet geglazuurde, dakpannen of riet aangebracht. Ramen en kozijnen worden wit of (licht)grijs geverfd. In geval van biobased bouwen is een ruime mate van vrijstelling van toepassing. Referentie steensoort en -kleur Referentie variatie bij rijwoningen Referentie dakvlak met verbijzondering in gevelvlak

Akoestisch onderzoek geluid door wegen Geesteren, Langeveenseweg BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies 14 Bijlage 2 Verkeersonderzoek NOTITIE NO01-C01-41003253-RTN 1 Verkeersonderzoek herontwikkeling LTC-terrein Geesteren NOTITIE Documentnr.: NO01-C01-41003253-RTN Projectnummer: 41003253 Status: Concept/01 Datum: 28 mei 2025 Opdrachtgever: BJZ.nu BIJLAGEN I. Uitgebreide resultaten wegvaktellingen 1. INLEIDING Ter Steege is voornemens om het voormalige L TC-terrein aan de Langeveens eweg in Geesteren te herontwikkelen met woningbouw . Roelofs Advies en Ontwerp BV is via BJZ.nu gevraagd een verkeersonderzoek uit te voeren voor de voorgenomen ontwikkeling. Voorliggende notitie bevat de resultaten van het verkeersonderzoek. In figuur 1.1 is het stedenbouwkundig plan van de ontwikkeling weergegeven. Het planvoornemen betreft de realisatie van 61 wooneenheden, bestaande uit 24 rijwoningen (12x koopwoning en 12x sociale huur ), 18 twee -onder-een- kapwoningen, 6 levensloopbestendige woningen en 13 vrijstaande woningen (zelfbouw). Figuur 1.1 Stedenbouwkundig plan LTC Geesteren

NOTITIE 2. | PARKEREN 2.1 | PARKEERBEHOEFTE Om het benodigd aantal parkeerplaatsen voor de planontwikkeling te berekenen is de werkwijze conform de beleidsnotitie “Bouwen & Parkeren 2018” van de gemeente Tubbergen gehanteerd (zie tabel 2.1). De gemeente hanteert het beleidsuitgangspunt dat voor | Tubbergen wordt uitgegaan van een gemiddelde parkeernorm voor de “rest bebouwde kom” uit CROW publicatie 317 in een “niet stedelijk” gebied. Het plangebied betreft alleen | de functie ‘wonen’. Dit betekent dat | gecombineerd gebruik op basis van een combi-berekening niet van toepassing. De parkeerbehoefte betreft hiermee ook het benodigd aantal parkeerplaatsen, waarbij parkeerplaatsen bestemd voor bezoekersparkeren openbaar toegankelijk dienen te zijn. Uitgangspunt is dat de levensloopbestendige woningen onder de parkeerfunctie ‘twee-onder-een- kapwoning’ vallen. Uit de berekening volgt een parkeerbehoefte van | afgerond 131 parkeerplaatsen.

Type woning | Aantal | Parkeernorm | Parkeerbehoefte Tussenwoning of rijtje | 24 | 2,0 | 48,0 Twee-onder-een-kapwoning | 24 | 2,2 | 52,8 Vrijstaand | 13 | 2,3 | 29,9 Totaal (afgerond) | 61 | - | 131 Tabel 2.1 | Parkeerbehoefte Langeveenseweg Geesteren (LTC-terrein) 2.2 | INVULLING PARKEEROPGAVE Om de parkeeropgave van 131 parkeerplaatsen te faciliteren dienen binnen acceptabele loopafstand (circa 100 meter voor woonfuncties) | en volgens een logische indeling voldoende parkeercapaciteit beschikbaar te zijn. Een deel van de parkeeropgave kan worden opgevangen op de parkeercapaciteit op eigen erf bij een deel van de woningen. De overige parkeeropgave (inclusief bezoekersparkeren) moet worden opgevangen in de openbare ruimte van het plangebied. Tabel 2.2 toont een overzicht van de parkeeropgave voor het plangebied. Hierbij zijn de 11 woningen langs de Heetkampweg en 8 woningen langs de Langeveenseweg op basis van acceptabele loopafstand en logische indeling als apart deelgebied meegenomen. Bij het bepalen van de parkeercapaciteit op eigen erf zijn de berekeningsaantallen conform de gemeentelijke beleidsnotitie toegepast.

| De 18 twee-onder-een kapwoningen en 6 levensloopbestendige woningen hebben hierbij een lange oprit met garage (berekeningsaantal 1,3), 8 rijtjeswoningen hebben een enkele oprit met garage (berekeningsaantal 1,0) | en van de 13 vrijstaande woningen hebben 11 woningen een lange oprit met garage (berekeningsaantal 1,3), 1 woning een enkele garage met oprit (berekeningsaantal 1,0) en 1 woning een garage zonder oprit (berekeningsaantal 0,4). Uit de tabel volgt voor het totale plangebied een restcapaciteit van afgerond één parkeerplaats. Kijkend op detailniveau naar de deelgebieden volgt dat er bij de woningen langs de Heetkampweg en Langeveenseweg openbare parkeercapaciteit ontbreekt en er in het plangebied juist een overschot is.

2 | NO01-C01-41003253-RTN NOTITIE Deelgebied | aantal | parkeerbehoefte | capaciteit | restvraag | capaciteit | balans woningen | eigen erf | openbare | openbare | openbare ruimte | ruimte | ruimte Plan intern | 42 | 88,0 | 30,2 | 57,8 | 77 | +19,2 Heetkampweg | 11 | 24,7 | 14,3 | 10,4 | 0 | -10,4 Langeveenseweg | 8 | 18,0 | 10,4 | 7,6 | 0 | -7,6 Totaal | 61 | 130,7 | 54,9 | 75,8 | 77 | 1,2 Tabel 2.2 | Invulling parkeeropgave plangebied In theorie kan de parkeerbehoefte van de woningen langs de Heetkampweg en Langeveenseweg worden opgevangen in het plangebied, maar vanuit de acceptabele loopafstand en logische indeling is het advies om | een aantal parkeerplaatsen vanuit het plangebied te verplaatsen naar een locatie dichter bij deze woningen. Voor de woningen langs de Heetkampweg gaat het om maximaal 11 parkeerplaatsen, waarbij het advies is om (deels) langs de rijbaan parkeerplaatsen in te passen. Om in ieder geval het bezoekersparkeren te faciliteren | is het advies om | minimaal | 4 parkeerplaatsen | langs de rijbaan | in te passen. | Het aantal parkeerplaatsen dat langs de Heetkampweg wordt ingepast kan in mindering worden gebracht op het aantal parkeerplaatsen aan de zuidzijde van het plangebied.

Voor de Langeveenseweg gaat het om maximaal 8 parkeerplaatsen, waarbij het advies is om deze (deels) in te passen langs de Langeveenseweg of anders direct bij de ontsluiting van het plangebied op de Langeveenseweg. Om in ieder geval het bezoekersparkeren te faciliteren is het advies om hier minimaal 3 parkeerplaatsen in te passen. | Het aantal parkeerplaatsen dat | langs | de Langeveenseweg of bij de ontsluiting van het plangebied | wordt ingepast kan in mindering worden gebracht op het aantal parkeerplaatsen aan de zuidzijde van het plangebied. Tot slot is er in het plangebied een overschot aan parkeerplaatsen aan de zuidkant, terwijl er | aan de noordkant een tekort is. Het advies is | daarom | om | minimaal | 5 parkeerplaatsen | van de zuidzijde | te verplaatsen naar de noordzijde van het plangebied. Figuur | 2.1 | toont | schematisch | het | advies | voor verplaatsing van parkeerplaatsen | binnen het totale plangebied. | Met de aanbevolen verplaatsing is er binnen acceptabele en logische afstand voldoende parkeercapaciteit beschikbaar voor de woningen. Figuur 2.1 | Schematische verplaatsing parkeren 3 | NO01-C01-41003253-RTN NOTITIE 3. | VERKEERSGENERATIE Bij het bepalen van de verkeersgeneratie zijn de uitgangspunten conform de beleidsnotitie ‘Bouwen & Parkeren 2018’ van de gemeente Tubbergen toegepast.

De gemeente hanteert het beleidsuitgangspunt dat voor parkeren in Tubbergen wordt uitgegaan van een gemiddelde norm voor de ‘rest bebouwde kom’ in een ‘niet stedelijk’ gebied. Op basis van het ruimtelijk programma is met behulp van CROW publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers – basis voor parkeernormering (2024)’ | is de te verwachten verkeersgeneratie inzichtelijk gemaakt voor een gemiddelde weekdag. Met de | CROW omrekenfactoren van 1,11 (woningen) is de verkeersgeneratie inzichtelijk gemaakt voor een gemiddelde werkdag. Voorgaande leidt tot de volgende te verwachten verkeersgeneratie: • | Rijwoningen sociale huur (12x) | * 4,8 mvt/etm | = | 57,6 mvt/etmaal • | Rijwoningen koop (12x) | * 7,4 mvt/etm | = | 88,8 mvt/etmaal • | Twee-onder-een-kapwoningen (18x) | * 7,8 mvt/etm | = 140,4 mvt/etmaal • | Levensloopbestendige woningen (6x) | * 7,8 mvt/etm | = | 46,8 mvt/etmaal • | Vrijstaande woningen (13x) | * 8,2 mvt/etm | = 106,6 mvt/etmaal + Totaal weekdag | = 440,2 mvt/etmaal Totaal werkdag | = 488,6 mvt/etmaal In de huidige situatie worden de opstallen op het LTC | terrein als opslag van banden gebruikt. Vanuit worst-case benadering is de huidige (te vervallen) verkeersgeneratie op 0 mvt/werkdag gesteld, waaruit een planeffect van + 490 mvt/werkdag volgt. 4.

| VERKEERSONTSLUITING 4.1 | ONTSLUITINGSSTRUCTUUR Figuur 4.1 toont de voorgenomen ontsluitingsstructuur van het plangebied voor gemotoriseerd verkeer (links) en fietsers en voetgangers (rechts) rondom het plangebied. Het gemotoriseerd verkeer van/naar het plangebied ontsluit aan de oostzijde via de Langeveenseweg in noordelijke of zuidelijke richting | . Aan de westzijde ontsluit het verkeer via de Randweg in zuidelijke richting. | De Heetkampweg direct aan de westzijde van het plangebied fungeert als ontsluiting van de aanliggende woningen | en is geen ontsluiting voor het overige (doorgaande) gemotoriseerde verkeer. Voor | het | langzaam | verkeer | (fietsers | & | voetgangers) | kent | het | plangebied | in | de | basis | dezelfde ontsluitingsstructuur, met de aanvulling dat fietsverkeer niet is toegestaan op de Randweg en gebruikt maakt van de parallelstructuur via de | Potstal en de Bleek. | Tevens zijn er, aanvullend op de reguliere ontsluitingen waar ook gemotoriseerd verkeer gebruik van maakt, een aantal | extra ontsluitingen van het plangebied. Hiermee wordt voorzien in een fijnmazige ontsluiting | sstructuur. 4 | NO01-C01-41003253-RTN NOTITIE NO01-C01-41003253-RTN 5 Figuur 4.1 Verkeersontsluiting omliggend wegennet gemotoriseerd verkeer (links) en fietsers & voetgangers (rechts) Figuur 4.2 toont de interne ontsluitingsstructuur van het plangebied.

Primair kent het plangebied voor gemotoriseerd verkeer één ontsluiting op de Langeveenseweg en één ontsluiting op de Randweg. Met deze twee ontsluitingen wordt ook vanuit bereikbaarheid voor hulpdiensten en/of bij (weg)werkzaamheden voorzien in een acceptabele ontsluiting. Binnen het plangebied is (ook bij calamiteiten) een goede structuur beschikbaar. Met een rijbaanbreedte van 5,5 tot 6,0 m zijn de wegen breed genoeg. De ontsluiting voor langzaam verkeer (fietsers en voetgangers) komt in de basis overeen met die voor gemotoriseerd verkeer, met toevoeging van een aantal alternatieven, waarmee wordt voorzien in een fijnmazige ontsluitingsstructuur. Figuur 4.2 Verkeersontsluiting plangebied gemotoriseerd verkeer (links) en fietsers & voetgangers (rechts)

NOTITIE NO01-C01-41003253-RTN 6 4.2 VORMGEVING 4.2.1 Langeveenseweg De Langeveenseweg is een erftoegangsweg aan de oostzijde van het plangebied en kent een snelheidslimiet van 30 km/uur. Het wegprofiel op het noordelijk deel (zie figuur 4.3 links) bestaat uit een rijbaan van circa 6,5 m breed , uitgevoerd in asfalt, met aan beide zijde n rode fietssuggestiestroken van circa 1,5 m. Aan de westzijde van de rijbaan ligt achter een groenstrook een vrijliggend voetpad met een breedte van 1,8 m. Op de kruispunten geldt een gelijkswaardige voorrang (rechts heeft voorrang). Het kruispunt met de Schollin ksweg is voorzien van een kruispuntplateau en ook op het wegvak tussen de Schollinksweg en Randweg is een wegvakplateau aanwezig. De Langeveenseweg ten zuiden van Randweg (zie figuur 4. 3 rechts) kent een rijbaanbreedte van 6,2 m breed met rode fietssuggestiestroken van 1,5 m. Ook is het voetpad hier deels aanliggend aan de rijbaan. Ook op dit wegvak geldt een gelijkwaardige voorrang op de kruispunten. Het kruispunt met de Vermolenweg is vormgegeven als kruispuntplateau. Figuur 4.3 Wegprofiel Langeveenseweg noord (links) en zuid (rechts) 4.2.2 Randweg De Randweg is grotendeels een gebiedsontsluitingsweg aan de zuidzijde van het plangebied en kent een snelheidslimiet van 50 km/uur.

Op de laatste 90 meter voor het kruispunt met de Lang eveenseweg gaat de Randweg over naar een erftoegangsweg 30 km/uur. Het wegprofiel op de Randweg 50 km/uur (zie figuur 4.4 links) bestaat uit een rijbaan van 6,5 m, uitgevoerd in asfalt, met 2x1 rijstrook van 3,25 m. De scheiding tussen rijstroken bestaat uit een enkele doorgetrokken asmarkering. De kruispunten op de Randweg zijn vormgegeven als voorrangskruispunt. Fietsers zijn niet aanwezig op de rijbaan, maar maken gebruik van de parallelwegen (De Bleek en De Potstal) en het fietspad in de bocht bij de Heetkampweg. Het wegprofiel op de Randweg 30 km/uur (zie figuur 4.4 rechts) bestaat uit een rijbaan van 6,2 m, uitgevoerd in asfalt, met rode fietssuggestiestroken van 1,5 m. De voorrang op het kruispunt met de Langeveenseweg is gelijkwaardig. De overgang van 30 naar 50 km/uur is vormgegeven als wegvakplateau, waarbij fietsers ook oversteken van/naar de parallelstructuur.

NOTITIE NO01-C01-41003253-RTN 7 Figuur 4.4 Wegprofiel Randweg 50 km/uur (links) en 30 km/uur (rechts) 4.2.3 Heetkampweg De Heetkampweg aan de westzijde van het plangebied is binnen de bebouwde kom formeel een gebiedsontsluitingsweg 50 km/uur en buiten de bebouwde kom 80 km/uur . In de huidige situatie geldt een geslotenheidsverklaring voor gemotoriseerd verkeer (m.u.v. bestemmingsverkeer). Het wegvak binnen de bebouwde kom is vormgegeven met een rijloper van asfalt van 3, 4 m. Buiten de bestaande kom gaat de rijbaan over in betonplaten (circa 90 m) en daarna wordt de Heetkampweg een onverhard pad. Fietsers en voetgangers maken gebruik van de rijbaan. De Heetkampweg sluit als voorrangskruispunt aan op de Randweg en moet voorrang verlenen. Figuur 4.5 Wegprofiel Heetkampweg zuid (links) en noord (rechts) huidig

NOTITIE In de plansituatie | vormt de aansluiting van de Heetkampweg op de Randweg één | van de twee ontsluitingen van het plangebied. De 11 woningen die gesitueerd zijn langs de Heetkampweg kunnen ontsluiten via de Heetkampweg. Het voornemen in de plansituatie is om de (onverharde) rijbaan tot aan | de | laatste | woning | vorm | te | geven | als ‘karrenspoor’ (zie figuur 4.6). Ten noorden van de laatste | woning | blijft | de | Heetkampweg | een onverhard pad met geslotenheidsverklaring voor gemotoriseerd verkeer. Figuur 4.6 | Wegprofiel Heetkampweg plansituatie 4.3 | BEOORDELING ONTSLUITING Met de voorgenomen ontsluitingsstructuur wordt in de plansituatie voorzien in een goede ontsluiting op zowel het omliggend wegennet als in het plangebied. Aandachtspunt is dat de geslotenheidsverklaring op de Heetkampweg verplaatst moet worden tot voorbij de laatste woning en de bestaande rijbaan ook opgewaardeerd moet worden. Vanuit geloofwaardigheid is het daarbij ook logisch om de bestaande komgrens ook tot deze locatie te verplaatsen. 5. | VERKEERSBELASTING 5.1 | HUIDIGE VERKEERSBELASTING Om inzicht te krijgen in de | huidige verkeersbelasting rondom het plangebied zijn op | onderstaande drie locaties van 9 t/m 22 mei 2025 wegvaktellingen uitgevoerd. Tabel 5.1 bevat de belangrijkste resultaten van de tellingen. De uitgebreide resultaten zijn opgenomen in bijlage I. Meetlocaties: 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1435/documents/27902