CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Dannenkamp 5 Harbrinkhoek Bijlagen bij de motivering Bijlage 11 Archeologisch onderzoek

Gemeenteraad Tubbergen 30 juni 2026, gemeente TubbergenBij agendapunt: 13: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Dannenkamp 5 Harbrinkhoek5.077 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Laagland Archeologie Rapport 795

Inventariserend veldonderzoek - karterende fase

Walboersweg, Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV).

februari 2022 Versie 2 (definitief)

In opdracht van: BJZ.nu

v3

7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 795

Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV) Auteur: Erwin Brouwer

In opdracht van: BJZ.nu

Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie

Status rapport: definitief

Controle: J. Wijnen Autorisatie: E.W. Brouwer

ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo

E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 60294418

© Laagland Archeologie BV, Almelo, februari 2022 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Samenvatting Laagland Archeologie heeft in december 2021 een Inventariserend veldonderzoek karterende fase uitgevoerd aan de Walboersweg te Harbrinkhoek. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de toekomstige ontwikkeling van het gebied. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4003. In een eerder stadium is een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Daaruit is gebleken dat een deel van het plangebied een relatief intact bodemprofiel kent. Rondom een verkennende boring zijn destijds enkele karterende boringen gezet waarbij een vuursteenafslag is aangetroffen. Elders is sprake van een tot in de C-horizont verstoord bodemprofiel. Echter: op basis van het booronderzoek reikt de verstoring niet diep en kunnen diepere grondsporen nog intact bewaard zijn gebleven. Geadviseerd is het gehele plangebied te onderwerpen aan een karterend booronderzoek. Dit advies is overgenomen door de gemeente, hierin vertegenwoordigd door haar regio-archeoloog (O. Satijn, het Oversticht). Het karterend booronderzoek heeft tot doel archeologische vindplaatsen op te sporen. Hiertoe zijn verspreid in het toegankelijke deel van het plangebied karterende boringen gezet. Relevante lagen van de boorkernen zijn gezeefd op archeologische indicatoren.

In dit stadium is karterend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Tijdens het karterend booronderzoek zijn geen nieuwe archeologische indicatoren of archeologisch relevante lagen aangetroffen. Rondom de eerdere vindplaats blijkt wel sprake van een clustering van intacte bodemprofielen in een zone met een omvang van ongeveer 940 m2. De kans op archeologische resten blijft daarom onveranderd hoog. We adviseren in dit deel een proefsleuvenonderzoek indien hier dieper dan 10 cm -mv wordt ontgraven. Voor het resterende deel van het plangebied wordt geadviseerd veldinspecties uit te laten voeren door een gekwalificeerd archeoloog tijdens het bouwrijp maken van het plangebied. Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Tubbergen. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, de heer O. Satijn. Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Samenvatting __________________________________________________ 3 1 Inleiding ____________________________________________________ 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding onderzoek________________________________________________5 Afbakening plan- en onderzoeksgebied __________________________________5 Administratieve gegevens ____________________________________________6 Huidige situatie en toekomstig gebruik __________________________________8 Gemeentelijk beleid _________________________________________________9 Onderzoeksdoel ____________________________________________________9

2 Resultaten vooronderzoek______________________________________ 10 2.1 2.2

bureauonderzoek __________________________________________________10 resultaten verkennend booronderzoek _________________________________10

3 Veldonderzoek _______________________________________________ 11 3.1 3.2 3.3

Beschrijving onderzoeksmethodiek ____________________________________11 Resultaten: lithologie, lithogenese en bodemontwikkeling __________________11 Resultaten: archeologie _____________________________________________14

4 Conclusie en verwachting ______________________________________ 15 5 Selectieadvies _______________________________________________ 16 literatuur _____________________________________________________ 18 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus _________________________________________ 19 BIJLAGE 2 Archeologische perioden _______________________________ 20 BIJLAGE 3 Boorpuntenkaart veldonderzoek _________________________ 21 BIJLAGE 4 Boorstaten veldonderzoek ______________________________ 22 BIJLAGE 5 Verklarende woordenlijst _______________________________ 29

HOOFDSTUK

Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen, Overijssel

1I

NLEIDING

1.1 AANLEIDING ONDERZOEK

De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van nieuwe woningen aan de Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV). Hiertoe is een bestemmingsplanwijziging vereist. De gemeente Tubbergen heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. Het hier beschreven karterende booronderzoek is een vervolg op een eerder uitgevoerd bureauonderzoek en verkennend booronderzoek.1 De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.

1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED

Het plangebied betreft de Walboersweg in Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV), zie onderstaande afbeelding.

1

Brouwer, 2021 5

Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen, Overijssel

Afbeelding 1. Ligging van het plangebied. Bron: pdok.nl Het plangebied heeft een omvang van ca. 1 ha. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.

1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS

2

Provincie

Overijssel

Gemeente

Tubbergen

Plaats

Harbrinkhoek

Beheerder/eigenaar grond

-

Toponiem

Walboersweg

Kadastrale perceelnummer(s) 2

6913

Laagland Archeologie projectnummer

HAWA212

Datum conceptrapportage

17-12-2021

kadastralekaart.com 6

Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen, Overijssel

Datum definitief rapport

9-2-2022

XY-coördinaten

245160/489280 245240/489270 245130/489150 245205/489140

Kaartblad

3

28G

Oppervlakte/lengte Plangebied

ca. 1 ha

Datering

Neolithicum - Vroege Middeleeuwen

Complextype

nederzetting, mogelijk urnenveld

Onderzoeksmeldingsnr

5141550100

AMK-terrein

n.v.t.

Vondstmeldingsnr.

n.v.t.

Type onderzoek

Inventariserend veldonderzoek - karterende fase

Datum begin veldonderzoek

15-12-2021

Datum eind veldonderzoek

15-12-2021

Opdrachtgever

BJZ.nu

Goedkeuring bevoegde overheid

31-01-2022

Bevoegde overheid

Gemeente Tubbergen

Adviseur namens bevoegde overheid

O. Satijn

Beheer documentatie

Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Overijssel E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV

Uitvoerder

Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 51 95 35 53

Projectleider/opsteller onderzoek

Erwin Brouwer erwin.brouwer@laaglandarcheologie.nl

Tabel 1. Objectgegevens.

3

www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm 7

Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen, Overijssel

1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK

Het plangebied is momenteel in gebruik als bouwland. Het terrein bevat voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.4 In dit stadium is de exacte invulling van de plannen nog niet bekend. De milieutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium evenmin bekend. Onderstaande afbeelding toont de huidige situatie.

Afbeelding 2. Huidige situatie. Bron:pdok.nl

4

bron: gemeentelijke monumentenlijst 8

Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen, Overijssel

1.5 GEMEENTELIJK BELEID In het bestemmingsplan Tubbergen Buitengebied 2016 ligt het plangebied in een zone met een dubbelbestemming Waarde-Archeologie 4 (art. 46). Archeologisch onderzoek is vereist bij ingrepen groter dan 5000 m2 en dieper dan 40 cm –mv. De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt deze vrijstellingsgrenzen.

1.6 ONDERZOEKSDOEL

Het hier uitgevoerde karterende booronderzoek heeft tot doel archeologische vindplaatsen op te sporen.

9

HOOFDSTUK

Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen, Overijssel

2R

ESULTATEN

VOORONDERZOEK 2.1 BUREAUONDERZOEK

Op basis van het bureauonderzoek geldt een hoge verwachting op resten uit het laat-Paleolithicum tot en met de IJzertijd/Romeinse tijd. Deze verwachting is gebaseerd op de landschappelijke situatie enerzijds: het plangebied ligt op een tongvormige dekzandwelving met een veldpodzol temidden van laaggelegen beekeerdgronden. In de nabije omgeving kwam stromend water voor. Een dergelijke omgeving is een geschikte locatie voor jagers/verzamelaars. Anderzijds is de verwachting gebaseerd op de vondst van een urnenveld in het eerste kwart van de vorige eeuw. Alle resten hiervan zijn verdwenen, specifieke documentatie is niet aanwezig en de exacte vindplaats is niet bekend, maar zeer waarschijnlijk lag deze wel vlakbij of zelfs in het plangebied. Urnenvelden kunnen zich over een groot gebied uitspreiden en vaak zijn urnenvelden aangelegd op locaties die ook in voorgaande perioden in gebruik waren als begraafplaats. Mogelijk hangt dit samen met een prehistorische voorloper van de Almeloseweg. Resten uit latere perioden worden niet verwacht.

2.2 RESULTATEN VERKENNEND BOORONDERZOEK

Tijdens het veldonderzoek is overwegend een AC-profiel gezien. In één verkennende boring is een podzolprofiel waargenomen. Daarop zijn direct een viertal extra karterende boringen rondom dit boorpunt gezet. Karterend booronderzoek heeft tot doel archeologische vindplaatsen op te sporen. Hiertoe zijn rondom de betreffende verkennende boring vier karterende boringen gezet. Relevante lagen van de boorkernen zijn gezeefd op archeologische indicatoren. In twee karterende boringen zijn eveneens intacte podzolprofielen gezien en in één van deze boringen is bovendien een vuursteenafslag (archeologische indicator) aangetroffen. De nog intacte dekzandtop toont weinig reliëf op basis van de boringen, wat doet vermoeden dat in de overige boringen sprake is van een slechts geringe aantasting van de Chorizont. Archeologische sporen en (in mindere mate) indicatoren kunnen daarbij bewaard zijn gebleven. Op basis van de resultaten van dit verkennende booronderzoek is geadviseerd het gehele plangebied te onderwerpen aan een karterend booronderzoek. De resultaten van dit onderzoek zijn in het volgende hoofdstuk beschreven.

10

HOOFDSTUK

Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen, Overijssel

3V

ELDONDERZOEK

3.1 BESCHRIJVING ONDERZOEKSMETHODIEK

Het karterend booronderzoek heeft tot doel vindplaatsen op te sporen. Aan de hand van de resultaten van het karterende booronderzoek kan een beslissing worden genomen omtrent de noodzaak tot vervolgonderzoek. Het hele plangebied was toegankelijk voor archeologisch booronderzoek. Voor aanvang van het veldonderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld5 en gedeponeerd in Archis3. Het veldonderzoek bestond uit het zetten van ongeveer 20 karterende boringen. Conform de Leidraad Karterend Booronderzoek6 is uitgegaan van een boorgrid van 20 boringen per ha en zijn de boringen uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 15 cm. In het veld zijn 21 boringen gezet (boringen 101 tot en met 121). Relevante lagen van de boorkernen zijn op archeologische indicatoren gezeefd over een maaswijdte van 4 mm. De boringen zijn gemeten met GPS met een nauwkeurigheid van 2 m. Het bodemprofiel is beschreven volgens de norm NEN 5104 en ASB. De NAPmaaiveldhoogtes van de boringen zijn bepaald aan de hand van het AHN. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 4. De boorpuntenkaart met de posities van de boringen is opgenomen in bijlage 3.

3.2 RESULTATEN: LITHOLOGIE, LITHOGENESE EN BODEMONTWIKKELING

De tijdens het karterend booronderzoek geconstateerde bodemopbouw komt overeen met de resultaten van het voorgaande verkennende booronderzoek. Globaal is sprake van een bouwvoor van ongeveer 30 cm dik, vaak gevolgd door een verstoorde laag van circa 10 cm. Daaronder ligt dekzand, waarvan in de meeste boringen alleen nog een C-horizont resteert. Bouwvoor, verstoorde laag en dekzand bestaan vrijwel overal uit zwak siltig, matig fijn zand. De bouwvoor is licht humeus en overwegend bruingrijs of donkerbruin/grijs gekleurd. Het daaronderliggende verstoorde pakket is sterk gevlekt met grijsbruine, donkergrijze en zwarte vlekken. Soms is een duidelijk verstoorde top van de C-horizont aangetroffen (boring 103, 105, 107 en 118). De C-horizont is overwegend lichtgeel gekleurd, neigend naar geel

5

Brouwer, 2021

6

Tol e.a., 2012. 11

Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen, Overijssel

en soms donkergeel, al naar gelang de roestbijmenging. In enkele boringen reikt de verstoring wat dieper (circa 60 – 75 cm -mv). In boring 116 is onder een verstoord pakket van 65 cm waarschijnlijk sprake van een slootvulling.7 In een aantal boringen zijn resten (brokken) van een B-horizont gezien in de onderzijde van het verstoorde pakket (boringen 102, 118, 120). Onderstaande afbeelding toont de dikte van het aangetroffen verstoorde pakket. In deze afbeelding zijn de resultaten van de voorgaande boringen eveneens opgenomen.

Afbeelding 3. Dikte verstoord pakket in cm (gebaseerd op alle tot op heden uitgevoerde archeologische boringen in het plangebied). Uit deze kaart blijkt dat met name in de noordoostelijke hoek sprake is van een wat dikkere verstoring. Daarbij komt dat boring 101 op een diepte van 65 cm -mv is

7

op topografische kaarten uit circa het eerste kwart van de vorige eeuw is op deze locatie een sloot aangegeven. 12

Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen, Overijssel

gestagneerd op een puinlaag. Vermoedelijk betreft dit een wat verharde inrit voor tractors en dergelijke. Op oude kaarten is het gehele plangebied aldoor onbebouwd gebleven. Bij boring 7 en 180 is eveneens sprake van een wat diepere verstoring. Voor zover bekend heeft hier geen sloot gelopen. Het deel waar een intacte podzolbodem is aangetroffen kent een geringe verstoring van 30 – 35 cm (voornamelijk bouwvoor). Intacte (bruingele) BC-horizonten zijn aangetroffen in boringen 112, 114, 117 en 120. Intacte (donkerbruine) B-horizonten zijn waargenomen in boringen 114 en 120. Deze laatste twee boringen liggen in dezelfde zone waar tijdens het voorgaande verkennende (met een viertal toen extra geplaatste karterende) boringen eveneens een intacte B-horizont is geconstateerd. Onderstaande kaart toont de NAP-hoogte van het nog intacte dekzand op basis van alle archeologische boringen in het plangebied.

Afbeelding 4. Top intact dekzand in m NAP (gebaseerd op alle archeologische boringen in het plangebied).

13

Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen, Overijssel

Deze kaart toont dat de zone met intacte podzolgronden (boringen 6, 12, 13, 114 en 120) op de noordelijke of noordwestelijke flank van een zachte dekzandwelving ligt. Waarschijnlijk lag het dekzand in het centrale deel (boringen 7 en 108) noordoostelijke plangebied (boringen 4, 101, 102 en 110) ook wat hoger, maar hier is de bodemverstoring dieper. Ditzelfde geldt voor de zone rondom boringen 1, 106 en 116.

3.3 RESULTATEN: ARCHEOLOGIE

Het hier uitgevoerde karterende booronderzoek heeft geen nieuwe archeologische indicatoren opgeleverd.

14

HOOFDSTUK

Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen, Overijssel

4C

ONCLUSIE EN

VERWACHTING Het karterend booronderzoek heeft geen nieuwe archeologische indicatoren opgeleverd. Wel is een min om meer aaneengesloten zone met een intact bodemprofiel aangetroffen. Tijdens eerdere karterende boringen is in deze zone een vuursteenafslag aangetroffen (boring 13). De kans op archeologische resten in deze zone blijft daarmee onverminderd hoog. Aangezien de boringen met een grotendeels intact bodemprofiel clusteren rondom deze vondstlocatie, kan een significant deel van een intacte vindplaats worden verwacht. In het resterende deel van het plangebied worden geen intacte vindplaatsen meer verwacht. Daarbij moet worden opgemerkt dat het hier uitgevoerde karterende booronderzoek zich niet leent voor het opsporen van grondsporen of urnenvelden; daartoe is gravend onderzoek vereist.

15

HOOFDSTUK

Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen, Overijssel

5S

ELECTIEADVIES

In een deel van het plangebied worden archeologische resten verwacht. Onderstaande advieskaart geeft de kansrijke zone aan. De begrenzing van dit adviesgebied is gebaseerd op Thiessen-polygonen

Afbeelding 5. Advieskaart.

16

Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen, Overijssel

We adviseren binnen de rode zone bodemingrepen dieper dan 10 cm -mv8 te vermijden. Dit omvat ook kabels, leidingen en rioleringen. Idealiter wordt hier een grondpakket opgebracht en wordt dit terreintje ingericht als grasveldje, speelterrein, pleintje of iets dergelijks. Indien het niet mogelijk is dit gebied te ontzien adviseren we een proefsleuvenonderzoek op deze advieslocatie. Hiertoe is een door de gemeente goed te keuren archeologisch Programma van Eisen (PvE) benodigd. We adviseren in het PvE te voorzien naar een doorstart naar een opgraving indien een archeologische vindplaats wordt aangetroffen. Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P).9 Normaliter geldt een dekkingsgraad van tenminste acht procent. Vertaald naar de omvang van het adviesgebied (circa 940 m2) impliceert dit dat tenminste 75 m2 wordt ontgraven. In het overige deel van het plangebied adviseren we geen vervolgonderzoek. Echter, grondsporen en resten van bijvoorbeeld een urnenveld kunnen hier niet uitgesloten worden.

In dat verband adviseren we tijdens het bouwrijp maken van het terrein een aantal archeologische inspecties te laten uitvoeren door een gekwalificeerd archeoloog. Dit advies is overgenomen door de gemeente Tubbergen, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer O. Satijn. Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.

8

binnen de archeologie is het gebruikelijk ter bescherming van onderliggende archeologische resten een bufferzone van tenminste 20 cm te hanteren waarbinnen geen bodemverstoring plaatsvindt. 9

Borsboom e.a., 2012 17

Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen, Overijssel

literatuur

Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Borsboom, A.J. en J.W.H.P. Verhagen, 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Brouwer, E.W., 2021. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende fase Walboersweg, Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV). Laagland Archeologie Rapport 623. Almelo. Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB

Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl www.grondwatertools.nl www.kadastralekaart.com

Gebruikte kaarten topografische kaart schaal 1: 10.000. bron: pdok.nl.

18

BIJLAGE 1 AMZ-CYCLUS

19

BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN

20

BIJLAGE 3 BOORPUNTENKAART VELDONDERZOEK

21

BIJLAGE 4 BOORSTATEN VELDONDERZOEK Boring 101

RD-coördinaten: 245226/489255

-mv (m) NAP(m) 0

12,06

0,25

11,81

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, ondergrens diffuus, bouwvoor zand, matig fijn, zwak siltig, donkerbruin/ grijs/ bruin, zwak puinhoudend, matig baksteenhoudend, gevlekt/ verstoord, stagneert

11,56

0

11,79

0,25

11,54

0,5

Boring 103

11,29 65

0,25

11,61

0,5

0,75

11,04

75

1

10,79

100

RD-coördinaten: 245215/489206

-mv (m) NAP(m) 11,86

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, bouwvoor

35

65

0

Boring 104

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin/ grijs, bouwvoor

30 35

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin/ grijs/ geel, C-horizont, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, geel, C-horizont, dekzand

11,36

11,11

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijs/ bruin/ grijs, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, geel/ bruin/ geel, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord, brokken B-horizont zand, matig fijn, zwak siltig, geel, C-horizont, dekzand

RD-coördinaten: 245210/489182

-mv (m) NAP(m) 0

11,81

0,25

11,56

0,5

11,31

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin/ grijs, zwak koolgruishoudend, scherpe ondergrens, bouwvoor 30

55 65

0,75

RD-coördinaten: 245221/489232

-mv (m) NAP(m)

45

0,5

Boring 102

zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, zwak roesthoudend, onscherpe ondergrens, C-horizont, dekzand zand, matig fijn, zwak siltig, donkergeel, matig roesthoudend, C-horizont, dekzand

75

22

Boring 105

RD-coördinaten: 245204/489158

-mv (m) NAP(m) 0

11,72

0,25

11,47

11,22

0,75

10,97

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijs/ bruin, onscherpe ondergrens, bouwvoor 30

zand, matig fijn, zwak siltig, grijs/ bruin/ geel, zwak koolgruishoudend, onscherpe ondergrens, C-horizont, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, lichtgeel/ geel, zwak roesthoudend, C-horizont, dekzand

75

Boring 107

11,77

0,25

11,52

0,5

11,27

0,75

11,02

0

11,58

0,25

11,33

0,5

11,08

50

0,75

10,83

75

RD-coördinaten: 245187/489172

-mv (m) NAP(m) 0

RD-coördinaten: 245181/489148

-mv (m) NAP(m)

40

0,5

Boring 106

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruin/ grijs, scherpe ondergrens, bouwvoor 30

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs/ bruin/ grijs, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, zwak roesthoudend, C-horizont, dekzand

Boring 108

RD-coördinaten: 245192/489197

-mv (m) NAP(m) zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruin, onscherpe ondergrens, bouwvoor 30 35

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruin/ geel, zwak koolgruishoudend, scherpe ondergrens, C-horizont, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, C-horizont, dekzand

75

0

11,83

0,25

11,58

0,5

11,33

0,75

11,08

1

10,83

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin, onscherpe ondergrens, bouwvoor

30

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs/ bruin/ geel, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord, humeuze zwarte zandbrokken zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, zwak roesthoudend, C-horizont, dekzand

75

105

23

Boring 109

RD-coördinaten: 245198/489221

-mv (m) NAP(m) 0

11,71

0,25

11,46

0,5

11,21

Boring 110

RD-coördinaten: 245204/489245

-mv (m) NAP(m) zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruin, scherpe ondergrens, bouwvoor

30

zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, C-horizont, dekzand

0

11,48

0,25

11,23

0,5

10,98

0,75

10,73

1

10,48

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, scherpe ondergrens, bouwvoor

30

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs/ bruin/ geel, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, C-horizont, dekzand

65 70

Boring 111

RD-coördinaten: 245209/489269

-mv (m) NAP(m) 0

11,58

0,25

11,33

Boring 112

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, scherpe ondergrens, bouwvoor

30

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin/ grijs/ geel, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, C-horizont, dekzand

11,08

0

11,49

0,25

11,24

0,5

10,99

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs, scherpe ondergrens, bouwvoor

30 35

65

0,75

10,83

RD-coördinaten: 245188/489263

-mv (m) NAP(m)

40

0,5

105

zand, matig fijn, zwak siltig, donkergeel/ bruin, scherpe ondergrens, BC-horizont, met donkerbruin inspoelingsbandje op overgang naar C-horizont zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel/ geel, zwak roesthoudend, C-horizont, dekzand

75

24

Boring 113

RD-coördinaten: 245182/489238

-mv (m) NAP(m) 0

11,52

0,25

11,27

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin/ grijs, scherpe ondergrens, bouwvoor 30

11,02

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin/ geel/ bruin, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, geel, zwak roesthoudend, C-horizont, dekzand

0

11,77

0,25

11,52

0,5

11,27

0,75

11,02

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin/ grijs, scherpe ondergrens, bouwvoor 30 34 45

Boring 115

RD-coördinaten: 245170/489190

-mv (m) NAP(m) 11,77

0,25

11,52

0,5

11,27

75

Boring 116

11,02

zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, C-horizont, dekzand

RD-coördinaten: 245165/489165

-mv (m) NAP(m) zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin/ grijs, onscherpe ondergrens, bouwvoor 30

zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, zwak roesthoudend, C-horizont, dekzand

0

11,7

0,25

11,45

0,5

11,2

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruin/ grijs, bouwvoor

30

65

0,75

zand, matig fijn, zwak siltig, donkerbruin, onscherpe ondergrens, B-horizont, dekzand zand, matig fijn, zwak siltig, donkergeel/ bruin, onscherpe ondergrens, BC-horizont, dekzand, enkel grindje

70

0

RD-coördinaten: 245176/489214

-mv (m) NAP(m)

40

0,5

Boring 114

75

0,75

10,95 85

1

10,7

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs/ geel/ bruin, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkergrijs/ grijs, scherpe ondergrens, slootvulling zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, C-horizont, dekzand

105

25

Boring 117

RD-coördinaten: 245142/489157

-mv (m) NAP(m) 0

11,7

0,25

11,45

0,5

11,2

0,75

10,95

Boring 118 -mv (m) NAP(m)

zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, scherpe ondergrens, bouwvoor

30

zand, matig fijn, zwak siltig, bruin/ geel, ondergrens diffuus, BC-horizont, dekzand zand, matig fijn, zwak siltig, geel, C-horizont, dekzand

55

0

11,79

0,25

11,54

0,5

11,29

0,75

11,04

85

Boring 119

11,74

0,25

11,49

0,5

11,24

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin/ grijs, bouwvoor

30

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, geel/ grijs/ bruin, C-horizont, gevlekt/ verstoord, met brokken B-horizont

55

zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, C-horizont, dekzand

85

RD-coördinaten: 245154/489206

-mv (m) NAP(m) 0

RD-coördinaten: 245148/489182

Boring 120

RD-coördinaten: 245160/489230

-mv (m) NAP(m) zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin/ grijs, scherpe ondergrens, bouwvoor

30

zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel/ geel, matig roesthoudend, C-horizont, dekzand

0

11,59

0,25

11,34

0,5

11,09

0,75

10,84

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, scherpe ondergrens, bouwvoor 30 33

55

65

1

10,59

75

105

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin/ grijs, scherpe ondergrens, B-horizont, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, donkerbruin, ondergrens diffuus, B-horizont, dekzand zand, matig fijn, zwak siltig, donkergeel/ bruin, ondergrens diffuus, BC-horizont, dekzand zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, geel/ bruin, C-horizont, dekzand

26

Boring 121

RD-coördinaten: 245166/489254

-mv (m) NAP(m) 0

11,47

0,25

11,22

0,5

10,97

zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, scherpe ondergrens, bouwvoor 30

zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, C-horizont, dekzand

65

27

28

BIJLAGE 5 VERKLARENDE WOORDENLIJST ARCHIS3 - Archis3 (Archeologisch Informatiesysteem) is een databank waarin gegevens over archeologisch onderzoek, vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen. Es – een es (enk, eng) is een areaal bouwland dat door meerdere grondgebruikers wordt gebruikt. Een es is ruimtelijk begrensd en als zodanig herkenbaar, maar de individuele percelen zijn niet gescheiden door duidelijk herkenbare grenzen. Bodemhorizont – een bodemhorizont is een laag of zone die wordt gevormd door bodemvorming. Een bodemhorizont onderscheidt zich van andere lagen door kleur, textuur, structuur en abiotische factoren. De aan- of afwezigheid van bodemhorizonten in podzolgronden geeft belangrijke informatie in hoeverre het vroegere loop-/woonniveau nog intact is en in welke mate daarmee archeologische resten zijn te verwachten. De A-horizont ligt meestal aan of vlak onder het maaiveld en is vaak humeus. Vaak vormt de bouwvoor de A-horizont. De E-horizont ligt meestal onder de A-horizont. De E-horizont is ontstaan onder invloed van (regen)water, waardoor klei, humus en/of aluminium omlaag zijn getransporteerd. De E-horizont is vaak lichtgrijs van kleur (‘loodzand’). De B-horizont ligt onder de E-horizont. Dit is een inspoelingslaag. De B-horizont is meestal bruin of donkerbruin gekleurd. DE BC-horizont kan onder de B-horizont voorkomen.

Dit is een overgangslaag van B- naar C-horizont. De kleur is meestal donkergeel, bruingeel of geelbruin De C-horizont is de minerale horizont van ongeconsolideerd materiaal. Het is het moedermateriaal waarin de bovenliggende horizonten zijn gevormd. IJzertijd - In de IJzertijd (800 – 12 voor Chr.) werden de eerste ijzeren voorwerpen gemaakt. IJzer was harder dan brons en ijzererts was veel breder beschikbaar dan de grondstoffen voor brons (koper en tin). Het winnen en smeden van ijzer vereiste echter veel kunde en kennis. Naast aardewerk worden vanaf deze periode soms resten van ijzeroventjes gevonden of afval dat is ontstaan bij ijzerwinning. Op de hogere zandgronden kwamen celtic fields (raatakkers) tot ontwikkeling. Dit waren akkercomplexen die zich soms tot over een groot gebied konden uitstrekken en gekenmerkt werden door relatief kleine akkertjes die omgeven werden door raatvormige wallen. Men woonde temidden van de akkers. Ten opzichte van de voorgaande en latere perioden werden vaak nattere gronden opgezocht. Vanaf de IJzertijd ook werden de zeekleigebieden in gebruik genomen. Loodzand - In een plaggendek wordt regelmatig loodzand aangetroffen: bij het winnen van plaggen werd eerst de natuurlijke toplaag afgestoken. In deze toplaag was een Ehorizont (uitspoelingslaag) aanwezig met een kenmerkende grijze kleur.

Loodzand wordt meestal aangetroffen in de onderzijde van het plaggendek. Middeleeuwen - De Middeleeuwen duurden van 450 – 1500 na Chr. Over de periode vlak na het definitieve vertrek van de Romeinen uit Nederland is weinig bekend. Tot op heden zijn relatief weinig vindplaatsen uit deze periode aangetroffen. Er zijn sterke vermoedens dat resten uit deze periode voor een belangrijk deel onder de huidige oude stads- en dorpskernen en oude akkercomplexen liggen. Vanaf ongeveer de 10e eeuw ontstaat er 29

weer enige stabiliteit en is sprake van een min of meer centraal gezag. De maatschappij raakt gefeodaliseerd. In deze periode werd een begin gemaakt met de ontginning van veen, heide en bos. Neolithicum - Het Neolithicum (5.300 – 2.000 voor Chr.) wordt gekenmerkt door een overschakeling van jagen/verzamelen naar landbouw en veeteelt. De mens ging zich op een min of meer vaste locatie vestigen. Aanvankelijk werd daarnaast nog gejaagd en verzameld, maar meer en meer werd de mens agrariër. Doordat men zich op een locatie kon vestigen, namen de materiële bezittingen sterk toe. Men bouwde boerderijen en andere constructies en creëerde voorwerpen van aardewerk en geslepen steen. De bevolking kon groeien en de samenlevingen werden complexer. Uit deze periode zijn hunebedden en grafvelden/-heuvels bekend. Paleolithicum - Gedurende het Paleolithicum (300.000 – 8.800 voor Chr.) is Nederland wel bezocht door de mens (Homo Sapiens Sapiens en Homo Sapiens Neanderthalensis) gedurende de warmere perioden. Sporen zijn echter schaars en vaak verstoord. De mens trok destijds als jager/verzamelaar rond in kleine groepen. Afhankelijk van het seizoen en aanwezige voedselbronnen werden steeds wisselende, tijdelijke kampementen bewoond.

Programma van Eisen (PvE) – een PvE is een document waarin het doel, de vraagstelling en de uitvoeringswijze van archeologisch veldonderzoek en eventueel specialistisch onderzoek is aangegeven, samen met de randvoorwaarden. Het PvE beschermt enerzijds de belangen van de opdrachtgever en anderzijds de archeologischwetenschappelijke belangen van aanwezige archeologische resten. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) – De RCE is een onderdeel van het ministerie van OCW. Het voert wet- en regelgeving uit, ontwikkelt kennis en geeft advies over rijksmonumenten, landschap & omgeving, archeologie en roerend erfgoed. Romeinse tijd - Met de komst van de Romeinen (van 12 voor Chr. tot 450 na Chr. ) eindigde de IJzertijd. In 47 na Chr. werd de Rijn als rijkgrens vastgesteld. Langs deze grens (de limes) werden castella en wachttorens gebouwd. In het door Romeinen bezette gebied verbeterde de infrastructuur en ontstonden steden als Nijmegen. Noordelijk van de limes kon de inheemse levenswijze zich grotendeels handhaven, maar wel zijn veel Romeinse invloeden te zien. Thiessen polygonen – wiskundige indeling in deelgebieden op basis van punten, waarbij het vlak zodanig wordt ingedeeld dat alles binnen dat vlak het dichtst bij een specifiek punt ligt.

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1430/documents/27720