Bijlage TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Dannenkamp 5 Harbrinkhoek Bijlagen bij de motivering Bijlage 15 Waterhuishoudkundig ond
Tekst van het document
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek) Planontwikkeling percelen gemeente Tubbergen
Dannenkamp 5 te Harbrinkhoek
Opdrachtgever Gemeente Tubbergen Raadhuisplein 1 7651 CV TUBBERGEN Adviesbureau Geofoxx Eektestraat 10-12 Postbus 221 7570 AE OLDENZAAL 0541 - 58 55 44
Auteur De heer R.H. Rekveldt Paraaf:
Controle / vrijgave Mevrouw N. van Asch Paraaf:
Status Versie 7 Datum 10 mei ’26 Projectnummer 20210031/RREK Documentkenmerk 20210031_C1RAP
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
Inhoudsopgave 1
Inleiding
1
2
Locatiegegevens en onderzoeksopzet 2.1 Locatiegegevens 2.2 Gewenste herinrichting 2.3 Onderzoeksopzet
3 3 3 4
3
Beleid 3.1 Waterschap 3.2 Gemeentelijk beleid
6 6 7
4
Geohydrologisch onderzoek 4.1 Maaiveldhoogte 4.2 Geologie 4.3 Bodemopbouw 4.4 Doorlatendheid 4.5 Grondwater 4.6 Oppervlaktewater 4.7 Riolering 4.8 Natuurgebieden 4.9 Grondwaterbeschermingsgebied 4.10 Klimaatatlas Twente 4.11 Vastgestelde geohydrologische situatie
10 10 12 12 13 14 17 18 19 19 20 21
5
Toekomstige situatie waterhuishouding 5.1 Algemeen 5.2 Infiltratiemogelijkheden algemeen 5.3 Infiltratiepotentie en geschiktheid hemelwaterinfiltratie 5.4 Berging hemelwater 5.5 Ontwerp watersysteem
22 22 22 23 23 24
6
Bouwrijp maken 6.1 Voorstel vloerpeilen 6.2 Aandachtspunten bouwrijp maken
31 31 32
7
Samenvatting en conclusie
33
Bijlagen 1 Situatietekeningen 1.1 Boorpunten en veldproeven 1.2 Ontwerptekeningen 2 Boorstaten 3 Berekening goten 4 Doorlatendheidsproeven 5 De watertoets
projectnummer
datum
20251354/RREK
mei ’26
-/-
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
1
Inleiding
In opdracht van gemeente Tubbergen heeft Geofoxx, als onafhankelijk adviesbureau1, een waterhuishoudkundig plan opgesteld inclusief geohydrologisch onderzoek uitgevoerd op de planlocatie ‘Dannenkamp V’ te Harbrinkhoek. De aanleiding wordt gevormd door de voorgenomen nieuwbouw op de locatie en de daarbij behorende wijziging van het omgevingsplan ‘TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22n Dannenkamp 5 Harbrinkhoek’. In verband met de geplande woningbouw is het nodig om de lokale waterhuishouding en de gevolgen van de herontwikkeling op de huidige waterhuishoudkundige situatie in kaart te brengen.
Tijdslijn: Medio 2022 is men gestart met de planprocedure. Wijzigingen in het planontwerp hebben ertoe geleid dat het waterhuishoudkundig plan in de periode 2022-2025 meerdere keren is aangepast en geüpdatet (versie b1 t/m b5). Medio 2025 heeft een second opinion plaatsgevonden door Sweco2, waarin is nagagaan of de beoogde waterstructuur goed onderbouwd is en of sprake kan zijn van (toekomstige) wateroverlast, specifiek voor de percelen welke ten zuiden van de planontwikkeling gelegen zijn. Dit heeft geleid tot aanvullende onderzoekswerkzaamheden. Deze zijn verwerkt in onderhavige rapportage (versie C1).
Achtergrond Om water bij ruimtelijke ontwikkeling een prominentere rol te geven, is op grond van het besluit op de ruimtelijke ordening de watertoets verplicht gesteld. Dit komt er op neer dat bij elk ruimtelijk plan vooraf moet worden aangegeven op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding en dat onderlinge afstemming plaatsvindt tussen ontwikkelaar en waterbeheerders (watertoetsproces). De doorvertaling van het watertoetsproces zal in het omgevingsplan worden opgenomen in de vorm van een waterparagraaf, waarin verantwoording wordt afgelegd over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. Watertoets(proces) De essentie van het watertoetsproces is een vroegtijdig contact tussen zogeheten initiatiefnemers en waterbeheerders. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle relevante ruimtelijke plannen en besluiten van Rijk, provincies en gemeenten. De toets is verplicht voor ruimtelijke plannen waarin 'waterbelangen' spelen. In een waterparagraaf wordt door de initiatiefnemer uitgelegd hoe wordt omgegaan met de waterhuishouding binnen het plan (Bij grotere plannen wordt het opstellen van de waterparagraaf veelal voorafgegaan door een vooroverleg met waterschap, gemeente en/of Rijkswaterstaat).
Het waterschap kijkt vervolgens of in het plan voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse (beoordeling waterparagraaf) en geeft een wateradvies. Het resultaat van het watertoetsproces is een tussen de initiatiefnemer en waterbeheerder afgestemde waterparagraaf in het ruimtelijk plan. Afhankelijk van de omvang van het plan alsmede relevante wateraspecten / -belangen komt het watertoetsproces in aanmerking voor de korte procedure dan wel normale procedure.
De opdrachtgever en terreineigenaar zijn geen zuster- of moederbedrijf en komen niet uit de eigen organisatie zodat de onafhankelijkheid van het onderzoek is gewaarborgd. 2 Sweco, 17-10-2025, NL25-648800269-150556, Projectnummer: 51031250. 1
Geofoxx is een handelsnaam van Geofox-Lexmond bv, statutair gevestigd te Oldenzaal en ingeschreven in het handelsregister onder nr. 06056452. Op alle opdrachten zijn de algemene voorwaarden van Geofox-Lexmond bv van toepassing. Deze voorwaarden zijn te vinden op geofoxx.nl.
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
Doel Om goed onderbouwde en weloverwogen keuzes te kunnen maken bij het ontwerp van het plangebied is het raadzaam om inzicht te hebben in de grondwaterhuishouding (grondwaterstanden, fluctuaties en stromingsrichting) en bodemopbouw ter plaatse. De resultaten van het onderzoek kunnen gebruikt worden als input voor de op te stellen waterparagraaf. Tevens is het wateradvies aangevraagd (digitaal), om te bepalen welke procedure doorlopen moet worden dan wel een wateradvies te verkrijgen. In het rapport komt het volgende aan de orde: het vooronderzoek en geohydrologisch onderzoek, de veldwerkzaamheden inclusief gemeten doorlatendheid, de vigerende regels voor de waterhuishouding bij ruimtelijke ontwikkeling en de interpretatie van de verzamelde gegevens, de conclusies en het advies.
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
2 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
2
Locatiegegevens en onderzoeksopzet
2.1
Locatiegegevens
De onderzoekslocatie Dannenkamp is gelegen ten zuidwesten van Harbrinkhoek. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie I en nummers 7076, 7070, 7124 en 7122. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 20.850 m². De onderzoekslocatie is momenteel in gebruik als landbouwgrond. Aan de noordzijde van het plangebied is een bebouwd gebied met woningen. Tabel 2.1: Overzicht topografische gegevens Topografische gegevens Locatie Gemeente Waterschap Huidig gebruik Oppervlakte onderzoekslocatie Maaiveldhoogte1 Toekomstig gebruik 1
Dannenkamp te Harbrinkhoek Tubbergen Vechtstromen Weiland Circa 20.850 m2 11,4 m+NAP Wonen
Gemiddelde maaiveldhoogte op basis van AHN.nl.
2.2
Gewenste herinrichting
Om te kunnen blijven voorzien in de woningbehoefte in de kern Harbrinkhoek is het voornemen om 19 grondgebonden woningen mogelijk te maken (Fase 1). Het beoogde woningbouwprogramma bestaat concreet uit 3 vrijstaande woningen, 4 twee-onder-éénkapwoningen, 5 rijwoningen en 2 appartementengebouwen. Opgemerkt wordt dat op de afbeelding ook 'fase 2' is opgenomen. Deze tweede fase is onvoldoende concreet en maakt geen onderdeel uit van dit TAM-omgevingsplan. Fase twee is wel als concept meegenomen in het matenplan en in onderhavig geohydrologisch onderzoek behorende bij dit TAM-omgevingsplan. Dit om aan te tonen dat een vervolgfase ook mogelijk is wat betreft de omgevingsaspecten. Hierbij is op basis van de kavelgroottes een inschatting gemaakt voor het toekomstig verhard oppervlak, zoals weergegeven in tabel 2.2.
Figuur 2.1: Onderzoekslocatie huidige- en nieuwe situatie (respectievelijk links en rechts). Gebaseerd op de tekening aangeleverd door de opdrachtgever zal het verhard oppervlakte in de toekomst toenemen. Dit bestaat uit circa 5.870 m2 voor de toekomstige rijbaan, trottoirs en parkeerplaatsen (verhardingen). Daarnaast zal de bebouwing zorgen voor een toename van het verhard oppervlak met circa 5.660 m2. Dit is inclusief inritten en een
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
3 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
parkeerplaats op particulier terrein. In onderstaande tabel is de toekomstige verharding weergegeven.
Tabel 2.2: Oppervlaktes en kavelindeling (m2) voor fase 1 én 2 Situatie
Kavels
Voormalig Toekomstig (fase 1 + 2)
-6 st. vrijstaande woningen1 12 st. 2 onder1-kappers2 14 st. meerkappers3 3 appartementengebouwen Totaal verhard 1 180 m2 verhard inclusief betrating/oprit 2 140 m2 verhard inclusief betrating/oprit 3 100 m2 verhard inclusief betrating/oprit
2.3
Onderzoeksopzet
2.3.1
Geohydrologisch onderzoek
Oppervlak bebouwd 0 1080 1680 1400 1500 11.530
Oppervlak verharding 0 5.870
Totaal 0 11.530
Eerst zal een bureaustudie worden uitgevoerd waarbij op basis van alle beschikbare openbare data (o.a. DINO-loket, Wateratlas Overijssel, Actueel Hoogtebestand Nederland) de lokale bodemopbouw en geohydrologie wordt beschreven. Omdat deze gegevens vaak van regionale aard zijn dienen deze te worden door vertaald naar de lokale situatie. Hiervoor zijn aan verschillende openbare bronnen gegevens ontleend omtrent de geohydrologie en waterhuishouding. De verzamelde gegevens zijn afkomstig van; ▪ het Actueel Hoogtebestand van Nederland 3 (AHN 3); ▪ KLIC-melding en relevante kadastrale kaarten van het Kadaster; ▪ de database DINOloket van TNO; ▪ Grondwaterstanden Twents Waternet (webscada.nl/twentswaternet/); ▪ openbare datasets beschikbaar via het Nationaal Georegister; ▪ openbare datasets van de Provincie Overijssel (Atlas van Overijssel); ▪ Devri Infra, Dannenkamp fase 4, inrichtingsplan 13-11-2018; ▪ Bodemonderzoek Geofoxx, 20200327_a1RAP, 30-04-2020; ▪ Actualiserend bodemonderzoek conform NEN 5740 “Plangebied Dannenkamp IV” – Harbrinkhoek, Kruse Milieu BV, projectnummer 12016712, 01-05-2012; ▪ Second opnion Sweco; Sweco, 17-10-2025, NL25-648800269-150556, Projectnummer: 51031250. Veld- en laboratoriumonderzoek Op de locatie zijn al diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Hiermee is inzicht verkregen in de lokale bodemopbouw.
Echter zijn er geen in situ doorlatendheidsmetingen gedaan om de doorlatendheid van de bodem te bepalen. Om inzicht te krijgen in de doorlatendheid (k-waarde) van de onverzadigde zone van de bodem worden doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. De k-waarde is van belang voor het bepalen van de infiltratiemogelijkheden op de locatie. In lijn met de leidraad riolering Module C2510 (Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage), met een GHG (gemiddeld hoge grondwaterstand <1,5 m-mv), zijn 4 doorlatendheidsmetingen (falling head testen) uitgevoerd van circa 0,5 tot 1,0 m-mv. In aanvulling hierop zijn op basis van de Second opinion van Sweco drie aanvullende infiltratietesten uitgevoerd aan de zuidzijde.
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
4 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
Vanaf de winterperiode 2025-2026 heeft een aanvullende grondwatermonitoring plaatsgevonden aan de zuidzijde van het plangebied. Deze monitoring heeft tot doel gehad om de ingeschatte GHG uit onderhavige rapportage (versie b1 t/m b5) te verifiëren. Op basis van de bij de boringen vrijkomende grond wordt een gedetailleerde boorbeschrijving gemaakt (boorprofielen). Dit geeft inzicht in de bodemopbouw (samenstelling en doorlatendheid). De ligging van de boorpunten is weergegeven op de situatietekeningen in bijlage 1. Voor gedetailleerde boorstaten wordt verwezen naar bijlage 2. Kwaliteitsborging De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de richtlijnen en kwaliteitseisen zoals genoemd in de Beoordelingsrichtlijn veldwerk voor milieuhygiënisch bodem en waterbodemonderzoek van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, nummer 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek" (kortweg: BRL SIKB 2000) en vigerend protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen).
2.3.2
Digitale watertoets
In dit kader van de (verplichte) watertoets is het van belang om in de planvormingsfase na te denken over de waterhuishoudkundige aspecten op de locatie. Een eerste stap hierin is het aanvragen van het wateradvies en nagaan welke wateraspecten er spelen en welke procedure op basis hiervan moet worden doorlopen. Ten behoeve van een goede ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling dient in de toelichting van het omgevingsplanplan een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt een beschrijving gemaakt van onder andere de geohydrologische uitgangspunten, de beleidsmatige uitgangspunten van gemeente en waterschap, de benodigde bergingsopgave, infiltratiemogelijkheden en de toekomstige invulling van de waterhuishouding (op hoofdlijnen). Afhankelijk van de uitkomsten van onderhavig plan is de waterparagraaf geschreven. De resultaten van het wateradvies zijn opgenomen in onderhavige rapportage.
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
5 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
3
Beleid
In de navolgende paragraaf is het huidige beleid ten aanzien van stedelijk waterbeheer beknopt toegelicht. Het stedelijk waterbeleid wordt ingevuld door de gemeente Tubbergen en waterschap Vechtstromen.
3.1
Waterschap
Het waterschap heeft een aantal normen en uitgangspunten opgenomen in het ‘Waterbeheerplan 2022-2027, Waterschap Vechtstromen’. De grootste opgaven waar het Waterschap mee te maken krijgt bestaat uit de Omgevingswet, het klimaat, algehele waterkwaliteit, duurzaamheid en beleving. Het algemene uitgangspunt van het waterschap Vechtstromen is dat het omliggende watersysteem niet extra belast wordt door de ontwikkelingen op de locatie. Er mag géén afwenteling op de omgeving (en in de tijd) plaatsvinden. Daartoe hanteert het waterschap de volgende twee tritsen voor waterkwantiteit en waterkwaliteit:
Vasthouden – bergen – afvoeren De trits ‘vasthouden – bergen – afvoeren’ houdt in dat in eerste instantie getracht dient te worden het (gebiedseigen) water zo lang mogelijk – daar waar het valt – vast te houden (infiltratie in de bodem). Indien dit niet mogelijk is dient het afstromend regenwater lokaal te worden geborgen in vijvers en watergangen. Pas in laatste instantie - wanneer noch vasthouden, noch bergen afdoende is - kan overwogen worden het water zo traag mogelijk af te voeren naar de omgeving.
Schoon houden – scheiden – schoonmaken De trits ‘schoon houden – scheiden – schoonmaken’ omvat ten eerste het niet toelaten dat de waterkwaliteit verslechtert (schoon houden), vervolgens het scheiden van schone en vuile waterstromen en als laatste het zuiveren (schoonmaken) van verontreinigd water. De hydrologische ordeningsfuncties voor deze trits zijn: ▪ Cascadering, waarbij vuile gebiedsfuncties benedenstrooms van schone worden gelegd; ▪ Buffering, waarbij tussen schone en vuile gebiedsfuncties een bufferzone wordt aangelegd; ▪ Differentiatie per stroomgebied, waarbij elk (deel)stroomgebied een richtinggevende functie krijgt. Onder deze bovengenoemde trits heeft het waterschap Vechtstromen een aantal specifieke uitgangspunten met betrekking tot het stedelijk waterbeheer. Deze zijn afkomstig uit het Hydraulisch handboek 2020 van waterschap Vechtstromen3: ▪ Ondergrondse infiltratievoorzieningen moeten worden voorzien van een inspectiemogelijkheid en worden voorzien van blad- en zandvangers; ▪ Het hemelwater wordt bij voorkeur zichtbaar afgevoerd naar de berging- en/of infiltratievoorziening; ▪ In het kader van duurzaam bouwen en vanwege de beoogde grond- en oppervlakte-waterkwaliteit mogen geen uitlogende bouwmaterialen (zoals zink, koper, lood en PAK-houdende materialen) worden toegepast.
Er zijn voldoende milieuvriendelijke alternatieven die vergelijkbaar zijn wat betreft uitstraling, gebruiksgemak, levensduur en onderhoud. Indien de uitlogende materialen toch worden toegepast, dienen ze jaarlijks gecoat te worden om diffuse verontreinigingen te voorkomen;
3
Augustus 2020, afdeling ontwikkeling en advies, Waterschap Vechtstromen.
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
6 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
▪
▪
▪
▪
▪
3.2
Het waterschap is er voorstander van om zo min mogelijk schoon regenwater af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Nieuw aan te leggen gebieden dienen gescheiden gerioleerd te worden; (Actualisatie van) rioleringsberekeningen dienen conform de C2100-module (van de Leidraad Riolering) te worden uitgevoerd (inclusief de bepaling van verhard oppervlakte); Om afwenteling op de omgeving (o.a. piekafvoeren) te voorkomen mag de maximale afvoer vanuit het (nieuwe) stedelijk gebied niet toenemen ten opzichte van de oorspronkelijk in het onbebouwde gebied optredende agrarische afvoeren (hierna ook wel “maatgevende landelijke afvoer” genoemd). Hiervoor dient een maatgevende afvoernorm van 1,6 liter per seconde per hectare te worden gehanteerd; Het waterschap hanteert als toelaatbare stroomsnelheden in watergangen en duikers 0,5 m/s respectievelijk 1,0 m/s. Ervan uitgaande dat deze optredende maxima van kortdurende aard zijn. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat aan de uitstroomzijde van de duiker bodem- en eventueel ook oeverbeschermingsvoorzieningen getroffen moeten worden om uitspoeling te voorkomen; .
Het waterschap is geen voorstander van het creëren van nieuwe onderbemalingen t.b.v. het realiseren van voldoende ontwateringsdiepte bij nieuwbouwprojecten. Om voldoende ontwateringsdiepte te bereiken, en toch aan te sluiten bij bestaande grond- en oppervlaktewaterpeilen kan overwogen worden het terrein integraal op te hogen, dan wel om over te gaan op selectief ophogen in combinatie met kruipruimteloos bouwen. Voor een overzicht van de gangbare ontwateringnormen wordt verwezen naar het gemeentelijk beleid, paragaaf 3.2.
Gemeentelijk beleid
Het gemeentelijk beleid is afkomstig uit het Water en Riolerings Programma Tubbergen 2025-2030 en de uitgangspunten inrichting openbare ruimte4. De planontwikkeling heeft na realisatie een hoeveelheid verhard oppervlak van ruim 10.000 m2 tot gevolg. Compenserende maatregelen zijn derhalve noodzakelijk (verhard oppervlak >1.500 m2). Hemelwater (HWA) Om te voldoen aan het voorkeursbeleid van de waterbeheerders, wordt hemelwater van verharding en bebouwing bij voorkeur bovengronds afgevoerd naar een infiltratievoorziening. Indien bovengrondse afvoer niet mogelijk of wenselijk is, dienen regenpijpen boven het maaiveld te worden voorzien van een bladvanger welke tevens kan dienen als noodoverloop. Op basis van het Gemeentelijk Riool Plan (GRP) kan worden uitgegaan van een minimale statische berging van 40 mm (uitbreidingslocatie). Het te bergen hemelwater zal in de openbare ruimte geborgen moeten worden en waar mogelijk ook infiltreren. 4
Water en Riolerings Programma Tubbergen 2025-2030, Concept 21 juni 2024.
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
7 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
Ontwateringsdiepte In figuur 3.1 zijn de definities van ontwateringsdiepte en drooglegging weergegeven.
Figuur 3.1: Definities ontwateringsdiepte en drooglegging De ontwateringsdiepte is het verschil tussen maaiveldhoogte 5 en grondwaterstand. Het uitgangspunt voor het stedelijk gebied is dat voldoende ontwateringsdiepte wordt gerealiseerd voor de gewenste functie. In tabel 3.1 zijn de ontwateringsdiepten weergegeven (de beoogde ontwateringsdiepte is geen vaste te garanderen grondwaterstand omdat de grondwaterstand een sterk dynamisch karakter heeft). Tabel 3.1: Gewenste ontwateringsdiepte per gebruiksfunctie Gebruiksfunctie
Gewenste ontwateringsdiepte (m)*
Woningen/gebouwen met kruipruimte 1,0 m t.o.v. vloerpeil Woningen/gebouwen zonder kruipruimte 0,5 m t.o.v. vloerpeil Wegen 0,7 m t.o.v. maaiveld Openbaar groen 0,5 m t.o.v. maaiveld *Op basis van overleg met gemeente Tubbergen op 30-4-2021 te Tubbergen.
Inrichting stedelijk water De belangrijkste- / meest relevante eisen van de gemeente voor inrichting van onderhavig plangebied zijn onderstaand overgenomen: Het plan mag in een extreme bui situatie niet leiden tot overlast op percelen of woningen / bedrijfspanden. Aan te houden bui T=100+10% jaar (66 mm); Infiltratie van hemelwater op de plek waar het valt is de meest logische keuze. Infiltratie kan het beste plaatsvinden via een graspassage. De doorworteling en het bodemleven houden de infiltratiecapaciteit op peil en zorgen voor afbraak en binding van diverse verontreinigingen; Bovengrondse afvoer van hemelwater heeft, voor zover nodig, de voorkeur boven riolering. Zichtbaarheid van het hemelwatersysteem biedt de beste garantie tegen foutieve aansluiting van afvalwater hierop. Daarnaast draagt zichtbaarheid bij aan bewustwording inzake waterbeheer; Wadi’s moeten worden toegepast bij in- en uitbreidingen als een centrale infiltratievoorziening nodig is. Een wadi is een doordachte groene voorziening en geeft retentie, zuivering, infiltratie en gedoseerde afvoer. Een goed ontworpen wadi biedt bovendien ruimtelijke kwaliteit, natuurontwikkeling en recreatief medegebruik; Voor het te ontwikkelen plangebied moet er een plan worden opgesteld voor inzameling en verwerking van afvalwater en hemelwater.
In principe wordt de DWAafvoer gescheiden te worden van de HWA-afvoer en wordt er geen gemengd systeem aangelegd; 5
De maaiveldhoogte zelf heeft vrijwel geen directe invloed op de grondwaterstand (afhankelijk van een bepaalde drooglegging werkt de maaiveldhoogte, via het oppervlaktewaterpeil, wel door in de grondwaterstand). De maaiveldhoogte is wel van belang voor de ontwateringsdiepte.
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
8 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
-
De droogweerafvoer baseren op 12 l/h per inwonerequivalent. De gemiddelde woningbezetting te stellen op 3 personen; De vuilwaterriolen dienen een minimale diameter van ø315 mm te hebben (indien minder dan 10 woningen worden aangesloten kan eventueel worden volstaan met ø250mm); huisaansluitingen “op klokstand 12”. De ontwerpgrondslag is een vullingsgraad van vijftig procent. Bij beginstrengen een verhang toepassen van 1:250. De overige strengen ontwerpen op schuifspanning (minimaal 1,5 N/m2).
Bouwperiode Bij de aanleg en het onderhoud van het gebouw en bestrating mag geen gebruik gemaakt worden van uitloogbare bouwmaterialen, chemische bestrijdingsmiddelen en dient het gebruik van strooizout te worden beperkt. Indien er toch uitlogende materialen worden toegepast, dient het desbetreffende materiaal jaarlijks gecoat te worden om diffuse verontreinigingen te voorkomen. Inrichting woonblokken De straatpeilen dienen bij de straatpeilen in de omgeving van het plangebied aan te sluiten. Rondom de bouwkavels is voldoende ruimte om hoogteverschillen met de omgeving op te vangen. Het vloerpeil van de bebouwing dient minimaal 0,2 tot 0,3 m boven de kruin van de weg gelegen te zijn, echter is dit eveneens afhankelijk van de inrichting van het straat tracé (drempels, type wegprofiel, afstand tot straat etc). In hoofdstuk 6.1 zal verder worden ingegaan op de vloerpeilen. Deze vloerpeilen zijn gebaseerd op de minimale drooglegging en benodigde straatpeilen.
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
9 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
4
Geohydrologisch onderzoek
4.1
Maaiveldhoogte
Regionaal Het plangebied is gelegen ten zuiden van Dannenkamp fase 4, wat in de hoogtekaart duidelijk te herkennen is aan het hoger gelegen maaiveldniveau. De hoogtes in de straat rondom Dannenkamp 4 zijn gelegen op 12 tot 12,5 m NAP. Met een gemiddeld maaiveldniveau van 11,4 m NAP is het plangebied circa 1 m lager gelegen. In westelijke richting loopt het maaiveld verder af tot maaiveldhoogtes van 10,5 m NAP rondom Mariaparochie. In oostelijke richting loopt het maaiveld op, tot circa 15 m NAP op enkele dekzandruggen rondom Harbrinkhoek.
Figuur 4.1: Globale maaiveldhoogte in m NAP onderzoekslocatie (AHN3).
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
10 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
Lokaal Het maaiveld is in het midden van het plangebied op circa 11,6 m+NAP gelegen. In noordelijke richting loopt de maaiveldhoogte af tot circa 11,0 m+NAP. In zuidelijke richting behoudt het maaiveld een hoogte van circa 11,6 m+NAP. In het centraal oostelijke deel is het maaiveld circa 11,7 m+NAP. De noordwestelijke zijde heeft het laagste punt op circa 11,2 m+NAP en de zuidwestelijke hoek een laagte van 11,3 m+NAP. 11.
10,8 11,1
10.
9. 6.
8.
11,3
7.
5.
3.
4. 11,4 11,6 11,4
2.
11,7
11,3
10,8
11,0
1.
11,7
11,4
11,7
10,8 Figuur 4.2: Hoogten projectgebied (AHN4 en GPS). Tabel 4.1: Inmetingen GPS/ revisietekeningen gemeente Tubbergen Nummer 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
Betreft Kruin Walboersweg Kruin Walboersweg Inrit weiland/ onderhavig plangebied vanuit Klaver Slootbodem Klaver Slootbodem Klaver Slootbodem Klaver Wandelpad groenstrook Wandelpad groenstrook Wadibodem Dannenkamp 4 Slootbodem, oostelijk van dammetje / inrit Slootbodem, westelijk van dammetje / inrit
Hoogte in m NAP 11,78 11,92 12,30 11,00 10,61 10,55 12,40 12,15 11,15 10,63 10,57
Ten noorden van het plangebied is een sloot aanwezig. Deze watert af in westelijke richting. Ten zuiden van de wadi, onderdeel van Dannenkamp 4, is een dam aanwezig in de sloot. Aan de westzijde van Dannekamp 4 is een waterspeeltuin gesitueerd, welke water afvoert in noordelijke richting naar een watergang van het waterschap. De waterspeeltuin heeft aan de zuidzijde een peil van 10,60 m NAP tot 10,30 m NAP aan de noordzijde (stuw) nabij de uitstroom in de watergang van het waterschap.
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
11 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
4.2
Geologie
Harbrinkhoek ligt aan de zuidwestrand van de Tubbergen Esch (Stuwwal). Harbrinkhoek is daarmee overwegend laag gelegen, tussen de stuwwallen van Albergen en Tubbergen. Aan de rand van de stuwwal zijn rondom Harbrinkhoek enkele dekzandruggen aanwezig, waarop door de jarenlange landbouw vaak esgronden zijn ontstaan. Daarnaast zijn tussen de essen diverse beekdalen aanwezig welke hoofdzakelijk in westelijke richting afwateren.
4.3
Bodemopbouw
Regionale bodemopbouw De opeenvolging van slecht doorlatende lagen en goed doorlatende watervoerende pakketten bepaald de grondwaterstroming in een gebied. De opeenvolging wordt de geohydrologische opbouw genoemd. Tabel 4.2 geeft schematisch de globale geologische bodemopbouw in de omgeving van de onderzoekslocatie, bepaald op basis van voorgaand onderzoek en boringen uit DINO-loket. De afzettingen zijn van met toenemende diepte (van jong naar oud) weergegeven. In figuur 4.3 is de globale bodemopbouw tevens weergegeven. Plangebied
Figuur 4.3: Globale bodemopbouw (DINOloket) Tabel 4.2: Regionale bodemopbouw Diepte (m-mv) 0–1 1 – 11 11 – 18 18 – 31
Formatie Van Boxtel Van Drente Van Oosterhout Van Breda
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
Samenstelling Midden en fijn zand Grof en midden zand Midden en fijn zand Zandige klei en klei
Geohydrologische eenheid Deklaag Eerste watervoerend pakket Eerste watervoerend pakket Eerste scheidende laag
12 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
Lokale bodemopbouw In het kader van de herontwikkeling is door Geofoxx in april 2021 een geohydrologisch onderzoek op de locatie uitgevoerd. De boorprofielen zijn opgenomen in bijlage 2. Uit de profielbeschrijvingen van de grondboringen volgt dat op vrijwel de gehele locatie de bovenste halve meter bestaat uit matig fijn zand met matig siltige en matig humeuse bijmenging. Op de diepte van 0,5 tot 1,5 m-mv bestaat de bodem uit matig fijn zand met een matig siltige bijmenging. In het veldonderzoek van Geofoxx zijn in enkele boringen zwak tot matig roesthoudende lagen aangetroffen vanaf circa 0,0 tot 1,40 m. Bij het verrichten van de veldwerkzaamheden door Geofoxx is grondwater aangetroffen in de bodem op circa 0,5 tot 0,8 m-mv. Tabel 4.3: Lokale bodemopbouw Diepte (m-mv)
Bodemsamenstelling
Opmerkingen
0 – 0,5
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus
Donkerbruin
0,5 – 2,5
Zand, matig fijn, matig siltig
Licht grijsbeige, lokaal grindig
4.4
Doorlatendheid
Onverzadigde zone: Om een indruk te krijgen van de doorlatendheid (k-waarde) van de onverzadigde zone is in vier boringen een doorlatendheidsproef uitgevoerd. De proeven zijn verricht verspreid uitgevoerd over het terrein, voornamelijk in de onderliggende zandlaag. De doorlatendheid van de onverzadigde bodemlagen is bepaald met behulp van de Falling head-methode, ook wel omgekeerde Hooghoudmethode genoemd. Bij de Falling head-methode wordt de grondwaterspiegel eenmalig verhoogd waarna de daling van de grondwaterspiegel wordt gemeten. De metingen worden uitgevoerd om een indicatie te verkrijgen van de mogelijkheden voor de infiltratie van hemelwater in de bodem. De doorlatendheidsproeven zijn uitgevoerd in de onverzadigde zone (boven de grondwaterstand) in de zandlagen.
Figuur 4.4: Falling-Head
Tabel 4.4: Gemeten doorlatendheid onverzadigde zone (m/dag) Boorpunt H04 H05 H06 H07
Filtertraject (m-mv) 0,4 – 0,9 0,4 – 0,9 0,4 – 0,9 0,4 – 0,9
I01 0,5 – 1,0 I02 0,4 – 0,9 I03 0,3 – 0,8 Gemiddelde doorlatendheid
Samenstelling bodem Zand, matig fijn, matig siltig Zand, matig fijn, matig siltig Zand, matig fijn, matig siltig Zand, zeer fijn, matig siltig en leem, matig zand, matig humeus Zand, matig fijn, matig siltig, grindig Zand, matig fijn, matig siltig, Zand, zeer fijn, matig siltig, kleiig, leemlaag vanaf 0,8 m-mv
K-waarde (m/dag) 21,2 2,0 8,9 0,5 8,7 4,5 0,6 6,5
De testen I01 t/m I03 zijn begin 2026 uitgevoerd, op basis van de uitgevoerde second opinion op de aangegeven posities (zuidelijke wadi). De resultaten van de doorlatendheidsmetingen in de onverzadigde zone laten een grote spreiding zien in kwaarde. De slechte doorlatendheid in boorpunt H07 en I03 is te verklaren door de leemlaag welke in beide boringen is aangetroffen.
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
13 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
Verzadigde zone: In de peilbuizen op het terrein is een doorlatendheidsmeting (constant flow-head test volgens module C2510 uit leidraad Riolering 2011) uitgevoerd voor het vaststellen van de doorlatendheid in de verzadigde zone. De resultaten zijn weergegeven in de onderstaande tabel.
Tabel 4.5: Gemeten doorlatendheid verzadigde zone (m/dag) Peilbuis
Filtertraject (m-mv)
H01 1,1 – 2,1 H02 1,44 – 2,44 Gemiddelde doorlatendheid
4.5
Samenstelling bodem Zand, matig fijn, zwak siltig Zand, matig fijn, matig tot sterk siltig, zwak grindig
K-waarde (m/dag) 0,6 0,3 0,5
Grondwater
Om een volledig beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden op het plangebied, zijn diverse bronnen geraadpleegd.
11 m+NAP
Regionale grondwaterstroming De grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket is globaal westelijk gericht (figuur 4.5).
Figuur 4.5: Grondwaterstroming m NAP (Grondwatertools; isohypsen 1 e watervoerend pakket)
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
14 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
DINOloket Bij het DINOloket van TNO zijn langdurige meetgegevens bekend van grondwaterstanden in de omgeving van het plangebied. In de onderstaande tabel zijn de berekende statistieken van de meetwaarden weergegeven. Tabel 4.6: grondwatergegevens DINOloket Meetpunt
Z-hoogte
(naam)
(m+NAP)
B28E0182 B28E0183 B28E0162
Meetperiode
GHG
GG
GLG
(m+NAP)
(m-mv)
(m+NAP)
(m-mv)
(m+NAP)
(m-mv)
11,2
1983-1987
9,8
1,3
9,5
1,7
9,1
2,0
11,0
1987-2006
9,6
1,4
9,3
1,6
9,1
1,9
12,5
1952-1989
12,1
0,5
11,5
1,1
11,0
1,6
De peilbuis nr. B28E0182 is gelegen op circa 1.200 m afstand en peilbuis nr. B28E0183 op circa 1.500 m richting het westen vanaf de projectlocatie. Peilbuis nr. B28E0162 is op circa 900 meter richting het zuidoosten vanaf de projectlocatie gelegen. Figuur 4.6 toont de locaties van de peilbuizen van DINOloket ten opzichte van de planlocatie.
Figuur 4.6: Locatiepeilbuizen DINOloket (TNO)
Grondwatermeetnet Twente en Geofoxx De peilbuizen uit het grondwatermeetnet Twente (in beheer bij Eijkelkamp) hebben formeel een te korte meetperiode (< 8 jaar) om de GHG en GLG te bepalen, echter zijn deze door de korte afstand tot de projectlocatie relevant en geven deze een goed beeld van de (lokale) situatie. In december 2025 is aan de zuidzijde een extra peilbuis geplaats, ter verificatie van de eerder ingeschatte GHG. Het betreft peilbuis 01, geplaatst op 3 december 2025. Op figuur 4.7 zijn de locaties van de peilbuizen weergegeven met betrekking tot de projectlocatie.
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
15 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
pb13.02 13
15
01
12 pb13.03
pb13.05 Figuur 4.7: Locatie peilbuizen Grondwatermeetnet Twente en Geofoxx In de onderstaande tabel zijn de berekende statistieken van de meetwaarden weergegeven. Opgemerkt dient te worden dat het om verkorte meetperioden gaat, en de statistieken derhalve indicatief zijn (behoudens peilbuis 13,05 en peilbuis 13,03). Tabel 4.7: Grondwaterstanden grondwatermeetnet Twente Meetpunt
Hoogte Peilbuis m+NAP
Meetperiode
GHG
15 13 12 Pb13,02 Pb13,05 Pb13,03
12,85 12,5 11,6 11,0 11,5 11,3
2017-2024 2017-2024 2017-2024 2017-2024 2010-2021 2011-2024
11,9 11,2 10,7 10,3 10,9 10,5
mmv 1,0 1,3 0,9 0,7 0,6 0,8
01*
11,5
2026-heden
11,0
0,5
m+NAP
GG
GLG
m+NAP
m-mv
m+NAP
m-mv
11,3 10,6 10,2 9,8 10,3 10,0
1,6 1,9 1,4 1,2 1,2 1,3
10,7 10,0 9,7 9,4 9,7 9,5
2,2 2,5 1,9 1,6 1,8 1,8
* de meetgegevens van peilbuis 01 betreffen de periode december 2025 t/m heden. De peilbuis is bedoeld om de ingeschatte GHG van 11,1 m NAP te verifiëren. Aangezien puur in de winterperiode is gemeten, zijn de statistieken voor de GG en GLG niet weergegeven. De hoogst gemeten waarde in peilbuis 01 gedurende de winterperiode was 11,12 m NAP. Hiermee komt deze 2 cm boven de inschatte GHG uit van 11,1 m NAP. De grondwaterstanden ter plaatse van het plangebied fluctueren gedurende het jaar gemiddeld tussen 11,1 (GHG) en 9,8 m NAP (GLG), resulterend in een gemiddelde jaarlijkse fluctuatie van circa 1,3 m.
Lokale grondwatermetingen Door Geofoxx zijn in het kader van het bodemonderzoek drie peilbuizen op het terrein geplaatst en bemonsterd (april 2020, 20200327_a1RAP). Tevens is tijdens het veldwerk in april 2021 de grondwaterstand aangetroffen tijdens de boringen. De gemeten waterstanden tijdens het veldwerk zijn weergegeven in tabel 4.8. De aangetroffen grondwaterstanden van
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
16 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
april 2020 liggen vermoedelijk tussen de GG en GLG situatie in, door de extreme droge zomers van 2019 en 2020. In 2021 is het grondwaterniveau weer voor een groot deel aangevuld, wat de hogere grondwaterstanden verklaart in de navolgende tabel (4.8). Tabel 4.8. Grondwatermetingen (Geofoxx april 2020 en veldwerk 2021) Meetpunt
Filterdiepte (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
Meetdatum
07
1,50 – 2,50
2,03
17-04-2020
09 21 H01 H02 H03
1,10 – 2,10 1,70 – 2,70 1,10 – 2,10 1,30 – 2,30 -
1,64 2,24 0,50 0,83 0,90
14-04-2020 17-04-2020 06-04-2021 06-04-2021 21-04-2021
H05 H06 H08 H09
-
0,85 0.85 0,90 0,70
21-04-2021 21-04-2021 22-04-2021 22-04-2021
4.6
Oppervlaktewater
Nabij het plangebied zijn verschillende wateren aanwezig. De belangrijkste watergangen betreffen de AV05297 en AV05298 aan de noord- en zuidzijde van het plangebied. De beek aan de zuidzijde heeft een bodemhoogte bovenstrooms van circa 10,0 m+NAP, een talud van 1:1,5 aan beide zijden, en een bodemhoogte benedenstrooms van 9,7 m+NAP (nabij AV07514). De beek aan de noordzijde van Dannenkamp fase 4 heeft een bodemhoogte bovenstrooms van circa 10,4 m+NAP en een benedenstroomse bodemhoogte van 9,9 m+NAP. De bodembreedte is 0,75 m en een talud van 1:1 aan beide zijden. Door Geofoxx is ingemeten op welke hoogte de waterspeeltuin afwatert op de watergang van het waterschap (AV05297), dit is op circa 10,3 m NAP (b.o.b. hoogte van de duiker).
Figuur 4.8-1: Legger oppervlaktewateren nabij plangebied
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
17 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
Direct aan de noordzijde van het plangebied is in de huidige situatie een sloot aanwezig. De sloot heeft voor zover bij Geofoxx bekend, geen eenduidige afvoermogelijkheid. De sloot heeft een bodemhoogte van circa 11 tot 10,5 m NAP. De sloot is weergegeven in figuur 4.8-2.
Figuur 4.8-2: Sloot noordzijde planlocatie, gezien richting het westen. Ten noorden van de Almeloseweg is een sloot aanwezig, welke middels duikers verbonden is tot aan de sloten ter hoogte van de kruising met de Walboersweg, direct grenzend aan het plangebied. De sloot mondt uit in watergang AV07541. Ter plaatse van de Almeloseweg 180 is een duiker aanwezig, de b.o.b. hoogte van deze duiker is 10,7 m NAP (beton 400 mm). Figuur 4.8-3: Sloot noordzijde Almeloseweg, gezien richting het westen.
De maximale waterpeilen in de watergang AV07541 zijn in een T=100 situatie 10,35 m NAP. Hierop wateren de sloten af aan de zuidzijde van onderhavig plangebied. De wateren aan de noordzijde van onderhavig plangebied wateren af op watergang AV05297, welke een maximaal waterpeil heeft van 10,75 m NAP in een T=100 situatie6.
4.7
Riolering
De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling en afvoer van afvalwater en daarmee de aanleg, het onderhoud en het beheer van het hoofdrioolstelsel. Het vuilwaterriool kan worden aangesloten op het bestaande stelstel ter plaatse van De Klaproos inspectieput HH148.
6
De peilen zijn berekend met een grofschalig gebiedsdekkend oppervlaktewatermodel Vechtstromen-zuid. In dit model zijn omwille van de rekensnelheid en generieke uitgangspunten niet alle details volledig meegenomen (o.a. data overstorten, etc.). Afwijkingen in peilen ten opzichte van detailmodellen of andere informatiebronnen zijn derhalve mogelijk. Echter is dit wel het meest bruikbare wat bij het waterschap op dit moment beschikbaar is.
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
18 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
Figuur 4.9: Riolering (DWA) met b.o.b. hoogten in m NAP.
4.8
Natuurgebieden
Het plangebied bevindt zich in Nationaal Landschap Noord-Oost Twente. Rondom het plangebied liggen geen natuurgebieden welke zijn aangewezen als onderdeel van de EHS (Ecologische Hoofdstructuur) en/of Zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW) (zie figuur 4.10). Er zijn geen Natura-2000 gebieden aanwezig in de directe omgeving.
Figuur 4.10: Beschermde Natura 2000 en EHS nabij de onderzoekslocatie.
4.9
Grondwaterbeschermingsgebied
De locatie is niet gelegen in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied, boringsvrije zone dan wel een intrekgebied.
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
19 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
4.10
Klimaatatlas Twente
Op basis van de klimaatatlas Twente blijkt dat bij extreme neerslag (70 mm, T=100) ter plaatse van het huidig plangebied tot max 0,25 m water aan de oppervlakte aanwezig is. Behalve in het noorden van het huidige plangebied daar is vanaf 0,25 m water aan de oppervlakte aanwezig. Op de tekeningen van het plangebied staat hier een groene strook. Opgemerkt dient te worden dat ondanks “water op maaiveld aanwezig is”, het plangebied geen waterbergende functie heeft ten tijde van extreme neerslag. De groenstrook tussen de Klaproos en sloot aan de noordzijde van het plangebied, waar meer dan 0,25 m water aan de oppervlakte aanwezig is, is een tijd geleden opgehoogd tot het straatniveau van de Klaproos. Er zal derhalve geen (overvloedig) water in deze strook meer voorkomen. In figuur 4.11 is de situatie weergegeven welke ontstaat bij 70 mm neerslag.
Figuur 4.11: Klimaatatlas Twente, waterhoogte bij 70 mm neerslag
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
20 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
4.11
Vastgestelde geohydrologische situatie
Bodemopbouw In de eerste 0,5 m van de bodem is ook een matig humeuse bijmenging aanwezig (bouwvoor). De diepere bodemopbouw bestaat hoofdzakelijk uit matig fijn zand met matig siltige bijmenging. Lokaal komen grindige lagen voor, of zijn leemlaagjes aanwezig in de bodem. Hoogteligging Het maaiveld is in het midden van het plangebied circa 11,6 m+NAP. In noordelijke richting loopt de maaiveldhoogte af tot circa 11,0 m+NAP. In zuidelijke richting behoudt het maaiveld een hoogte van circa 11,6 m+NAP. Grondwaterniveau De grondwaterstanden ter plaatse van het plangebied fluctueren gedurende het jaar gemiddeld tussen 11,1 (GHG) en 9,8 m NAP (GLG), resulterend in een gemiddelde jaarlijkse fluctuatie van circa 1,3 m. De recent uitgevoerde grondwatermonitoring, uitgevoerd op de zuidzijde van onderhavig plangebied, bevestigt de eerder ingeschatte GHG hoogte van 11,1 m NAP. Doorlatendheid De doorlatendheid van de bodem is “(lokaal) slecht tot zeer goed”, van 0,5 tot 21,2 m/dag. De beperkte doorlatendheid wordt enkel lokaal aangetroffen waar eveneens leemlagen aanwezig zijn. Deze concentreren zich tot de zuidwestzijde van de locatie. Gemiddeld kan worden geconcludeerd dat de zandige bodem overwegend goed doorlatend is (6,5 m/dag), waarbij deze lokaal kan afwijken ter plaatse van leemlagen. Waterhuishoudkundige inrichting Nabij het plangebied zijn verschillende wateren aanwezig.
De beek aan de noordzijde van Dannenkamp fase 4 heeft een bodemhoogte bovenstrooms van circa 10,4 m+NAP en een benedenstroomse bodemhoogte van 9,9 m+NAP. De bodembreedte is 0,75 m en een talud van 1:1 aan beide zijden. Door Geofoxx is ingemeten op welke hoogte de waterspeeltuin afwatert op de watergang van het waterschap (AV05297), dit is op circa 10,3 m NAP (b.o.b. hoogte van de duiker). Aan de zuidzijde zorgt de sloot langs de Almeloseweg voor de afvoer van overtollig water. De bodem van deze sloot ter plaatse van de planlocatie, is gelegen op 10,7 m NAP. Het vuilwaterriool kan worden aangesloten op het bestaande stelstel ter plaatse van de weg de Klaproos bij inspectieput HH148. Op deze locatie is eveneens het pompgemaal gesitueerd voor de afvoer van het vuilwater van de overige straten in eerdere fases van plangebied Dannenkamp.
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
21 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
5
To e k o m s t i g e s i t u a t i e w a t e r h u i s h o u d i n g
5.1
Algemeen
In dit hoofdstuk worden de mogelijkheden voor het verwerken van hemelwater binnen de plangrenzen bekeken.
5.2
Infiltratiemogelijkheden algemeen
De mogelijkheid voor het infiltreren van hemelwater in de bodem is onder ander afhankelijk van de bodemopbouw, de doorlatendheid van de bodem en de heersende grondwaterstanden. In figuur 5.1 is schematisch de afweging tussen het wel of niet infiltreren van hemelwater in de bodem en de keuze voor een bepaalde infiltratietechniek weergegeven. Het betreft een algemene beslismethodiek. Infiltratiesysteem
- Doorbreken van
-
eventuele aanwezige slecht doorlatende lagen verlagen gws ophogen terrein
nee
GHG > 0,7 m-mv t.p.v. voorziening
ja
nee
k > 9 m/dag
ja
nee
Afvoer naar oppervlaktewater infiltratie niet zonder meer mogelijk k > 2 m/dag
ja
- diepploegen -
open verharding
grondverbetering grondvervanging ophogen terrein
Infiltratie: - veld - put * - koffer / - krat - riool - greppel
nee
k > 0,4 m/dag
ja
wadi
nee Afvoer naar oppervlaktewater
gws: GHG: m-mv: k: *
grondwaterstand gemiddeld hoogste grondwaterstand meter beneden het maaiveld doorlatendheid van de bodem voor een infiltratieput moet de grondwaterstand lager zijn dan 1,5 m-mv
Figuur 5.1: Mogelijkheden voor infiltratie van hemelwater (bron: Hemelwater binnen perceelgrens, SBR/ISSO, publicatie 70_1, mei 2002).
Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) De GHG is als eerste criterium toegepast bij de afweging tussen het infiltreren in de bodem, het bergen van het hemelwater, óf het afvoeren van hemelwater naar elders. Indien de GHG op de locatie hoger is dan 0,7 meter beneden maaiveld is infiltratie niet zonder meer mogelijk en blijven de volgende mogelijkheden over: • bufferen en hergebruik van het hemelwater op de locatie; • het nemen van maatregelen ter verbetering van de geohydrologische omstandigheden;
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
22 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
• •
het ophogen van de locatie; het afvoeren van hemelwater naar oppervlaktewater.
Doorlatendheid (k-waarde) Indien de doorlatendheid van de bodem groter is dan 9 m/dag kunnen in principe alle typen infiltratievoorzieningen worden toegepast. Indien de doorlatendheid van de onverzadigde zone kleiner is dan 9 m/dag, maar groter dan 2 m/dag, kunnen infiltratietechnieken als een infiltratieveld, -koffer, -riool en –greppel goed worden toegepast. Indien de doorlatendheid van de bodem tussen de 2 en 0,4 m/dag ligt, kan het hemelwater met behulp van een wadi in de bodem worden geïnfiltreerd. In geval van een doorlatendheid van minder dan 0,4 m/dag is het infiltreren van hemelwater niet goed mogelijk.
5.3
Infiltratiepotentie en geschiktheid hemelwaterinfiltratie
Op basis van de onderzoeksresultaten kan voor de locatie worden uitgegaan van de situatie zoals opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 5.1: Infiltratiepotentie GHG m+NAP 11,1
Plangebied
GG m+NAP 10,4
GLG m+NAP 9,8
k-waarde m/dag 8
Op basis van de GHG en de doorlatendheid is infiltratie op de locatie overal mogelijk middels wadi’s. Voor dieper gelegen infiltratievoorzieningen is de locatie ‘van nature’ niet geschikt.
5.4
Berging hemelwater
Op basis van het Gemeentelijk Riool Plan (GRP) kan worden uitgegaan van een minimale berging van 40 mm (uitbreidingslocatie) op basis van het verhard oppervlak. Het te bergen hemelwater zal in de openbare ruimte geborgen moeten worden en waar mogelijk ook infiltreren. Op basis van de bergingseis van het waterschap dient 91 mm water niet voor overlast te zorgen. Het water mag hierbij op maaiveld blijven staan, echter dient het gehele plan voor hulpdiensten begaanbaar te blijven en mag geen water in de woningen optreden. Voor het aandeel verhard oppervlak op particulier terrein is een inschatting gemaakt (zie HO 2.2.)
Tabel 5.2: Berging
Verharding Bebouwing Totaal:
Verhard oppervlak afgerond (m2) 5.870 5.660 11.530
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
Bergingseis (mm)
Berging afgerond (m3)
Bergingseis (mm)
Berging afgerond (m3)
40 40
235 226 461
91 91
534 515 1.050
23 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
5.5
Ontwerp watersysteem
De planontwikkeling heeft een toename van verhard oppervlak met 11.530 m2 tot gevolg. Om te voldoen aan het voorkeursbeleid van de waterbeheerders, wordt hemelwater van verharding en bebouwing bij voorkeur bovengronds afgevoerd naar een infiltratievoorziening. In het planontwerp is voorzien in de realisatie van een wadi aan de noord-, oost- en zuidzijde van het plangebied. Hierdoor ontstaat voldoende bergingscapaciteit voor de nieuwe bebouwing. Overstort naar sloot parallel langs Klimop
Aansluiting DWA (rood) op pompgemaal (rood)
Bestaande sloot
Bestaande sloot handhaven Aanbrengen wadistructuur langs Walboersweg en sloot Inrit met grasbeton (groen) Drainage onder de wadi’s (oranje)
Wadi’s (blauw)
Verbinding wadi’s middels duikers (paars)
Drain in onderhoudspad met groenzone
Overstort naar sloot parallel langs Almeloseweg
Figuur 5.2: Watersysteem planlocatie. Navolgend wordt per watersysteemonderdeel een korte uitwerking gegeven. Het watersysteem in bovenstaande afbeelding is weergegeven op een eerdere versie van het ontwerp. De meest recente ontwerptekening is weergegeven in bijlage 1.
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
24 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
5.5.1
Verhard oppervlak en afstroming
Hemelwater dat afstroomt op openbaar terrein kan doordat de verharding grotendeels op afschot wordt gelegd, naar de wadi’s worden geleid. De centrale en westelijke noord-zuid geörienteerde wegen worden met een holprofiel aangelegd zonder eenduidige molgoot in het midden. Dit zorgt ervoor dat de straten dezelfde estetische uitstraling hebben als de straten in de nabijgelegen straten zoals de Klaproos. Daarnaast zorgt het weglaten van de molgoot voor veiligheid en een betere begaanbaarheid van de straat. De straten aan de oost-, zuid- en noordzijde van het plangebied worden op één oor gelegd waardoor het water vanaf de kavels direct naar de wadi’s wordt geleid. Eventuele welputten (overstort van hemelwater vanuit particulier terrein) worden op de erfgrens – bovengronds aangebracht. Indien er voor wordt gekozen een overstort aan te brengen in de voortuin, en geen gebruik te maken van oppervlakkige afstroming, wordt aanbevolen een bladscheider aan te brengen in de regenpijp teneinde ten allen tijde een afvoermogelijkheid te behouden bij verstopping. Dimensionering straatprofiel: Om na te gaan of het straatprofiel in voldoende mate het water kan afvoeren in de richting van de wadi’s, wordt de capaciteit berekend ter plaatse van kavel 32 (centraal zuid).
Dit is het punt waar het meeste water toestroomt richting de straat, dit punt wordt derhalve als maatgevend beschouwd voor het gehele plangebied. De kavels aan de centrale zuidzijde worden het meest representatief geacht voor deze worst-case benadering. Indien sprake is van een holle weg wordt 2,5% afschot van de weg gehanteerd in de breedte (dwarsafschot/ verkanting). Een holle weg dient minimaal 0,8% afschot te hebben (lengteafschot). Het vrijkomende hemelwater van de kavels en de verharding komt neer op circa 3.050 m2 verhard oppervlak. De lengte van de rijbaan is circa 70 meter. Het straatpeil aan het begin van de holle weg (centraal) is gelegen op 12,4 m+NAP. Met een verhang van 0,8% is het afschot over het traject 0,55 m. Hierbij komt de overgang naar de groenstrook met wadi op circa 11,85 m+NAP te liggen. Uit berekeningen blijkt dat bij een holle weg met een lengteafschot van 0,8% en een breedteafschot van 2,5% een waterstroom van totaal 2,5 m breed ontstaat op moment dat 60 l/ha/sec wordt afgevoerd. Hieruit mag worden aangenomen dat het straatprofiel voldoet aan de afwateringseisen. De berekeningen zijn opgenomen in bijlage 3, hierbij is uitgegaan van een molgoot. In de praktijk is sprake van een straat met een hol wegprofiel. Een hoeveelheid van 60 l/sec/ha komt overeen met een bui van 20 mm/uur.
Opgemerkt dient te worden dat deze neerslagintensiteit gemiddeld 1x per 5 jaar wordt overschreden. Gezien de gekozen bouwpeilen en afschot in de wegen zal dit op particulier terrein niet tot wateroverlast leiden.
5.5.2
Wadi
Bij de dimensionering van de wadi dienen de volgende uitgangspunten van kracht te zijn: • De wadi mag een maximale waterstand van 30 cm bevatten met een minimale wake van het waterpeil van 10 cm; • De wadi moet in 24 uur weer leeg zijn doormiddel van infiltreren danwel vertraagd afvoeren; • Het talud mag een maximaal verhang bevatten van 1:5; • Wadi’s dienen ten allen tijde voorzien te zijn van een overstort en eventueel drainage om de infiltratiecapaciteit te bevorderen.
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
25 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
Wadi zuidelijk in plangebied De wadi zuidelijk in het plangebied heeft een oppervlakte (maaiveld) van circa 1.850 m2. Met een maximale waterstand van 30 cm en een verhang voor de taluds van 1:5 komt dit uit op een berging van circa 462 m3. De insteek van de wadi is gelegen op circa 11,8 m+NAP. Hierbij komt de bodem van de wadi op 11,3 m+NAP te liggen. Onder de wadi is een drain aanwezig op circa 0,4 meter beneden de bodem. Deze zorgt ervoor dat water voldoende snel infiltreert zodat beheer en onderhoud mogelijk is en stilstaand water wordt tegengegaan. In extreme gevallen kan tot 11,8 m+NAP waterhoogte ontstaan in de wadi. In dat geval is circa 832 m3 waterberging aanwezig in deze wadi. Overtollig water kan worden overgestort op een HWA leiding / sloot richting de Almeloseweg. De drainage welke direct aan de noordzijde van de Almeloseweg 180 wordt aangelegd, staat niet in directe verbinding met de wadi. Wadi’s oostelijk in plangebied De wadi’s aan de oostzijde van het plangebied hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 700 m2. Met een maximale waterstand van 30 cm en een verhang voor de taluds van 1:5 komt dit uit op een berging van circa 140 m3. De insteek van de wadi is berekend op circa 11,8 m+NAP. Hierbij komt de bodem van de wadi op 11,3 m+NAP te liggen (in lijn met de zuidelijke wadi). Onder de wadi is een drain aanwezig op circa 0,4 meter beneden de bodem.
Deze zorgt ervoor dat water voldoende snel infiltreert zodat beheer en onderhoud mogelijk is en stilstaand water wordt tegengegaan. Door het smalle profiel van enkele oostelijk gelegen wadi’s, bestaan deze mogelijk enkel uit taluds (geen vlakke wadibodem). De wadi’s dienen een minimale diepte van 11,3 m NAP te hebben, zodat ervoor gezorgd dat water tussen de noordelijke en zuidelijke wadi’s verdeeld kan worden. Tussen de wadi’s aan de oostzijde worden twee inritten met grasbeton aangebracht. Eventueel kan deze verharding verlaagd worden aangebracht zodat water zich oppervlakkig kan verdelen tussen de wadi’s. Wadi noordelijk in plangebied Aan de noordzijde van het plangebied is in de huidige situatie een sloot aanwezig. Op deze locatie dient een langgerekte wadi te worden gerealiseerd, zodat het water vanaf de verharding aan de noodzijde kan afstromen. De bodem van de noordelijke wadi komt op 11,3 m+NAP met een insteek op circa 11,8 m+NAP. Middels een duiker met inloophoogte van 11,3 m+NAP wordt deze wadi verbonden met het overig wadisysteem. Aan de westzijde van de wadi dient een laagte aanwezig te zijn, op 11,6 tot 11,8 m NAP, zodat water bij waterstanden van > 0,3 m kan overstorten op de sloot parallel aan de straat “Klimop”. De overstort dient te worden voorzien van graskeien (of vergelijkbare voorzieningen) om erosie van de onderliggende bodem te voorkomen.
De wadi heeft een inhoud van circa 150 m3 (uitgaande van taluds van 1:5 en een minimale bodembreedte). Bij waterstanden tot 0,5 m hoog is de capaciteit circa 270 m3. Bergingscapaciteit Totaal bieden de oostelijke- en zuidelijke wadi’s een capaciteit van 750 m3 bij een waterhoogte van 30 cm. Er is voldoende volume om de benodigde berging op te vangen. Bij waterstanden tot 11,8 m NAP (circa 0,5 m waterhoogte) ontstaat een bergingscapaciteit van circa 1.380 m3. De maximale waterpeilen zijn gedimensioneerd op een peil van 11,6 m NAP (40 mm neerslag), tot 11,8 m NAP in extreme situaties (91 mm neerslag).
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
26 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
Duikers en drainage De wadi’s worden met elkaar verbonden middels duikers. Deze hebben tussen de zuidelijke-, oostelijke- en noordelijke wadi een in- en uitstroomhoogte van 11,3 m+NAP. De duikers worden op de bodem van de wadi aangebracht, waardoor het water eerst overstort op de andere wadi’s, voordat het overstort op de slokop. De duikers worden uitgevoerd met een diameter van 315 mm. Aangezien de wadi’s met hun inhoud kunnen zorgen voor berging bij piekafvoeren, mag worden aangenomen dat deze diameter qua capaciteit ruim voldoende is. Onder de wadibodem is een drain aanwezig met een doorsnede van 110 mm. Het peil in deze drain wordt middels een stuwput tot 11,1 m+NAP (GHG) gestuwd, zodat niet onnodig veel water uit het gebied wordt onttrokken. Op deze manier wordt eveneens voorkomen dat de wadi’s (plaatselijke infiltratie van water) leidt tot verhoogde grondwaterstanden t.o.v. de GHG. De drainage kan uitstromen ter plaatse van de overstortlocaties aan de zuidoost- en noordwestzijde van de het plangebied.
5.5.3
DWA riool
Het DWA riool wordt uitgevoerd als PVC riool met een diameter van 315 mm en start met een b.o.b. hoogte van 9,47 m+NAP aan de noordzijde van het plangebied. Het vuilwaterriool wordt aangesloten op de bestaande riolering wat reeds in de straat ‘Klaproos’ gelegen is, hiervoor dient de huidige uitlegger van inspectieput HH148 te worden verlaagd van 10,55 m+NAP naar 9,47 m+NAP. Het vuilwaterriool stroomt af op een pompgemaal gelegen in de Klaproos. Binnen het plangebied worden 40 woningen gerealiseerd, welke worden aangesloten op een riool met een diameter van 315 mm. Opgemerkt dient te worden dat de riolering rondom het pompgemaal is uitgevoerd met een diameter van 250 mm. Deze wordt vervangen door een grotere diameter. Toetsing buisvulling Het vuil uit het gehele plangebied stroomt af in noordelijke richting. De toetsing van het stelsel vindt derhalve geheel benedenstrooms plaats ter hoogte van de weg noordoostelijk het plangebied. Totaal stroomt het water van 40 huishoudens door het stelsel afkomstig van Dannenkamp 5 (ten zuiden van put HH148). Uitgaande van een gemiddelde van 3 inwoners per woning komt het aantal gebruikers van dit riool op 120. De afvalwaterproductie per inwoner op 125 l/dag gesteld, met een maximale afvoer van 12,5 l/inw/uur. De totale hoeveelheid huishoudelijk afvalwater komt daarmee op 15 m3/dag, met een maximum van 1,5 m3/uur.
De buisvulling van een leiding met een diameter van Ø315 mm en een bodemverhang van 1:315 bij een verhouding debiet van circa 1,5 m3/uur bedraagt de waterdiepte maximaal 6% van de buisdiameter. Dit is ruim acceptabel. Figuur 5:4: Buisvulling bij 1,6 m3 / uur afvoer
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
27 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
5.5.4
Oppervlaktewater en sloten
Aansluiting watersysteem op sloot nabij De Klaver De wadi wordt middels een duiker aangesloten op de noordelijke wadi parallel aan de Klaproos. Deze wadi wordt gebruikt om water uit het plangebied af te voeren naar de waterspeeltuin westelijk van de Klaver, indien meer dan 90 mm neerslag valt en de wadi’s volledig vol zijn. Het water zal door de waterspeeltuin in noordelijke richting worden afgevoerd, waar het uiteindelijk uitstroomt in de watergang van het Waterschap. In de onderstaande figuur is de bestaande waterspeeltuin met bodemhoogten weergegeven. Het plangebied ligt ten zuiden van de weergegeven wadi. Duiker; 10,3 m NAP
Waterpeeltuin; 10,28 tot 10,5 m NAP
Duiker; 11,1 m NAP Verlagen naar 10,9 m NAP
Waterpeeltuin; 10,4 tot 10,6 m NAP
Figuur 5.5: Sloot-/ b.o.b. hoogten in m NAP. Ten zuiden van de waterspeeltuin is in de huidige situatie een dam aanwezig in de sloot. Aanbevolen wordt deze in combinatie met het bouwrijp maken van het terrein te voorzien van een duiker, dan wel te verwijderen. Op deze manier worden voldoende mogelijkheden gecreëerd om water af te laten stromen vanuit het plangebied. Tevens wordt geadviseerd om de bestaande duiker centraal in de waterspeeltuin te verlagen tot 10,9 m NAP zodat water in de nieuwe sloot, gelegen aan de zuidzijde van plangebied Dannenkamp fase 4, eveneens onder vrij verval kan afwateren richting het noorden.
projectnummer
datum
20210031/RREK
mei ’26
28 / 34
Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)
Dannenkamp te Harbrinkhoek
Afwatering vanuit zuidelijke wadi / zuidelijk plangebied Aan de zuidzijde van het plangebied, nabij de Almeloseweg 180, zijn de aangrenzende percelen lager gelegen. Hierdoor kan overtollig water nu oppervlakkig richting dit perceel gaan afstromen. De huidige situatie met het hoogteprofiel en in geval van extreme neerslag is weergegeven in de onderstaande figuren.
Figuur 5.6: boven: AHN kaart met hoogtes in huidige situatie en afstroomrichting. Onder: Waterdiepte bij 70 mm neerslag in de huidige situatie, met kwetsbaarheid van de panden 7. In de toekomstige situatie zal door de aanwezigheid van extra verharding water sneller tot afstroming komen. Het water dat afstroomt wordt volledig geborgen in de wadi’s welke worden aangelegd (overcapaciteit aanwezig). In overleg met de gemeente Tubbergen en omwonenden is besloten om een extra afwateringsmogelijkheid in de vorm van drainage aan te leggen, zodat overtollig grondwater aan de zuidzijde van het plangebied rechtstreeks afgevoerd kan worden naar de sloot langs de Almeloseweg. Dit betreft één van de maatregelen die wordt genomen om wateroverlast aan de zuidzijde tegen te gaan. 7