CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Dannenkamp 5 Harbrinkhoek Bijlagen bij de motivering Bijlage 4 Ladderonderbouwing

Gemeenteraad Tubbergen 30 juni 2026, gemeente TubbergenBij agendapunt: 13: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Dannenkamp 5 Harbrinkhoek3.260 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1.

Ladder voor duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik van de fysieke leefomgeving en het tegengaan van leegstand van gebouwen. De instructieregel in artikel 5.129g van het Bkl verplicht om bij een wijziging van het omgevingsplan, die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening te houden met de behoefte aan de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Artikel 5.129g lid 2 van het Bkl bevat een motiveringseis en vraagt om explicitering van gemaakte keuzes. Voor het maken en onderbouwen van die keuzes is zo nodig, op grond van artikel 3:2 Algemene wet bestuursrecht (Awb), onderzoek geboden waarbij de nodige kennis wordt vergaard omtrent de behoefte aan de in het project voorziene nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met de uitkomsten daarvan dient in het omgevingsplan rekening te worden gehouden. De ladder is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen, maar bewerkstelligt dat de wens om in een nieuwe stedelijke ontwikkeling te voorzien aan de hand van het toetsingskader van dit artikellid nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied en met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt.

Deze bepaling schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling (ABRS 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1421 en ABRS 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2579. De laddertoets is in ieder geval van toepassing op een stedelijk ontwikkeling of uitbreiding van o.a. bedrijventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening. De opsomming in het eerste lid is niet limitatief, ook andere dan de genoemde ontwikkelingen kunnen zich als een stedelijke ontwikkeling kwalificeren. Voorts geldt dat een stedelijke ontwikkeling voldoende substantieel dient te zijn om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt. Of aan dit criterium wordt voldaan is in sterke mate afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval. Stedelijke ontwikkeling Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling moet bepaald worden aan de hand van de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Het plan ‘Dannenkamp fase 2’ voorziet in maximaal 19 woningen, als uitbreiding van de kern Harbrinkhoek. Volgens jurisprudentie is bij meer dan 11 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waardoor dit plan als zodanig wordt aangemerkt.

Behoefte In deze paragraaf is de behoefte van de in dit plan voorziene ontwikkeling opgenomen. Daarvoor is eerst het ruimtelijk verzorgingsgebied bepaald. Vervolgens is zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve behoefte in beeld gebracht.

Ruimtelijk verzorgingsgebied Het aantal verhuisbewegingen van, naar en binnen gemeente Tubbergen is een belangrijke indicator van het ruimtelijke verzorgingsgebied. Hieronder wordt eerst migratie (verhuisbewegingen) op intergemeentelijk niveau beschreven, waarna vervolgens specifiek op de binnengemeentelijke kernen wordt ingegaan. Migratie op intergemeentelijk niveau Kijkend naar de migratie van gemeente Tubbergen, zien we een relatief stabiel verloop over de periode van 2020 tot 2025, zie figuur 1. De verhouding tussen verhuisbewegingen binnen de gemeente (hervestiging), naar de gemeente toe (vestiging/positieve migratie) en vertrek (negatieve migratie) uit de gemeente is eveneens stabiel gebleven. Over de periode 2020-2025 laten migratiecijfers zien dat circa 38% van de verhuisde personen binnen de gemeente Tubbergen verhuisde, 31% zich vestigde in de gemeente Tubbergen en 31% verhuisde uit gemeente Tubbergen. Daarmee (her-)vestigde gemiddeld 69% van de verhuisde personen zich in Tubbergen over de periode 20212024 (zie tabel 1). Figuur 1

Gemeente Tubbergen - Bevolkingsontwikkeling en binnenlandse migratie 2020-2025

Tabel 1 Jaar 2020

Binnen Personen Personen Totaal (HerTubbergen gevestigd vertrokken Migratiesaldo aantal vestigers verhuisde in uit Tubbergen verhuisde in personen Tubbergen Tubbergen personen Tubbergen 838 657 585 72 2080 1495

(Hervestigers in % 71,88

2021

848

593

567

26

2008

1441

71,76

2022

638

518

518

0

1674

1156

69,06

2023

724

546

645

-99

1915

1270

66,32

2024 2025

781 773

658 826

589 854

69 -28

2028 2453

1439 1599

70,96 65,2

Totaal

4602

3798

3758

40

12158

8400

69,09

Gemeente Tubbergen - Bevolkingsontwikkeling en binnenlandse migratie 2020-2025

Het gemeentelijke migratiesaldo over de periode van 2020-2025 per jaar geeft een wisselend beeld; één jaar was het nul en verder wisselend positief en negatief, tussen de bandbreedte -99 en +72, met een gemiddeld positief migratiesaldo van 7 verhuisde personen per jaar (zie tabel 1). Verder tonen de migratiegegevens (2020-2025) aan dat 55% (4602/8400) van alle gevestigde personen in Tubbergen uit de gemeente zelf komt. Hiermee is het ruimtelijk verzorgingsgebied de gemeente Tubbergen en kent de gemeente Tubbergen een overwegend lokale woningmarkt. Voor zover er sprake is van bovengemeentelijke verhuismigratie, betreft dit voor de helft een regionale dynamiek (zie figuur 2). Daarover vindt regionale afstemming plaats. Door deze regionale afstemming is geborgd dat het regionale woningbouwprogramma aansluit bij de actuele en te verwachten vraag in de regio, zonder dat er sprake is van onnodige concurrentie tussen gemeenten of overprogrammering binnen de regio.

Bron: gemeente Tubbergen

Migratie op kernniveau in de gemeente Tubbergen Om de migratie binnen de gemeente (tussen de Tubbergse kernen) in kaart te brengen, is gebruik gemaakt van gegevens over de periode 2021 t/m 2025 van de gemeente Tubbergen. Over de periode 2021-2025 laten gemeentegegevens zien dat circa 33% van de verhuisde personen binnen de kern Harbrinkhoek verhuisde, 34% zich vestigde in Harbrinkhoek en 33% verhuisde weg uit de kern Harbrinkhoek. Daarmee (her-)vestigden gemiddeld 67% van de verhuisde personen uit de gemeente Tubbergen zich in Harbrinkhoek over de periode 2021-2025 (zie tabel 3). Het migratiesaldo schommelde per jaar tussen positieve en negatieve migratie, met een positief migratiesaldo van 3 verhuisde personen over de periode van 2021-2025 in de kern Harbrinkhoek (zie tabel 3). Verder tonen de gemeentegegevens (2021-2025) aan dat 50% (206/414) van alle gevestigde personen in Harbrinkhoek uit de kern zelf komt.

De meeste verhuisbewegingen vinden plaats tussen Harbrinkhoek en Albergen, gevolgd door kernen als Albergen en Geesteren. Tabel 3 Verhuisbewegingen Harbrinkhoek (gegevens gemeente Tubbergen) Binnen kern verhuisd

Gevestigd in kern

totaal aantal Vertrokken uit kern Migratiesaldo verhuisde personen

(Her)vestigers %

2021

55

41

31

10

127

96

76%

2022

72

43

53

-10

168

115

68%

2023

55

31

61

-30

147

86

58%

2024

0

40

0

40

40

40

100%

2025

24

53

60

-7

137

77

56%

Totaal 206

208

205

3

619

414

67%

Migratie gemeente Tubbergen met Twentse gemeenten (2022–2024) Deze figuur toont de gecombineerde migratiecijfers over de jaren 2022 tot en met 2024 tussen de gemeente Tubbergen en de afzonderlijke gemeenten van de regio Twente. Positieve waarden duiden op vestiging in Tubbergen, negatieve op vertrek uit Tubbergen. Het migratiesaldo per gemeente is weergegeven als label.

Bron: gemeente Tubbergen

Tubbergen kent een migratiesaldo dat per Twentse gemeente sterk varieert, maar overwegend negatief is.

Negatief saldo: Voor de meeste Twentse gemeenten (zoals Almelo, Hengelo, Enschede, Oldenzaal en RijssenHolten) verhuizen meer mensen vanuit Tubbergen naar die gemeenten dan andersom. Dit wijst op een uitstroom vanuit Tubbergen richting stedelijker gebieden. Positief of klein saldo: Alleen bij enkele gemeenten (zoals bijvoorbeeld Borne, Losser en Hellendoorn) is het saldo licht positief of bijna neutraal, wat kan duiden op wederzijdse of meer gebalanceerde verhuisbewegingen. Relatief lage instroom uit veel Twentse gemeenten in combinatie met een constante uitstroom geeft aan dat Tubbergen in deze periode mogelijk een structurele migratie-uitdaging kent ten opzichte van de rest van Twente. Verhuisbewegingen tussen Harbrinkhoek en Almelo.

Bron: gemeente Tubbergen

Er is sprake van een licht negatief migratiesaldo. Hieruit blijkt dat de kern Harbrinkhoek geen aantrekkende werking heeft op Almelo, feitelijk is het andersom: Almelo heeft een aantrekkende werking op Harbrinkhoek. Concluderend kent de gemeente Tubbergen een overwegend lokale woningmarkt. Voor zover bovengemeentelijke verhuismigratie plaatsvindt is deze voor de helft regionaal van aard en wordt deze regionaal afgestemd. Door deze regionale afstemming wordt overprogrammering voorkomen. De binnengemeentelijke migratiegegevens tonen dat gemiddeld 70% van de verhuisde personen uit de gemeente Tubbergen zich (her-)vestigden binnen kern Harbrinkhoek, waarbij de helft (54%) uit Harbrinkhoek kwam. Dit maakt dat er sprake is van een sterke lokale verhuisdynamiek binnen zowel gemeente Tubbergen als de kern Harbrinkhoek. Het ruimtelijk verzorgingsgebied van voorliggend plan is daarom de gemeente Tubbergen.

Kwantitatieve Behoefte Regionaal In de Actualisatie Woondeal Twente 2025 t/m 2030 ‘Wonen met Kwaliteit’ (verder Woondeal Twente) hebben provincie Overijssel en de 14 Twentse gemeenten vastgelegd welke bijdrage regio Twente in de periode tot en met eind 2030 levert aan de nationale ambities op het gebied van woningbouw. De Twentse woningbouwopgave omvat minimaal 19.100 nieuw te bouwen woningen. Op dit moment bedraagt in Twente de plancapaciteit 32.762 woningen (periode 2024 t/m 2030), waarvan 17.207 woningen vallen onder de harde plancapaciteit en 15.555 woningen onder de zachte plancapaciteit (zie figuur 4). Er is dus sprake van een aanzienlijk woningtekort van 1.893 woningen.

Woondeal Twente Twentse woningbouwopgave minimaal 19.100 woningen

Plancapaciteit Harde/zachte plannen 32.762 woningen

Verdeling plancapaciteit Harde plannen: 17.207 woningen Zachte plannen: 15.555 woningen

Additionele Inspanningen woningbouw Omzetten plancapaciteit zacht naar hard

Realiseren harde plancapaciteit

Figuur 4 Kerncijfers Woondeal ‘Wonen met Kwaliteit’ (2025 t/m 2030). Bron: Woondeal Twente, concept februari 2025 Concluderend is voorliggend plan in het met de provincie afgestemde woonprogramma meegenomen en is ook in de regio afgestemd. De Woondeal Twente laat met een woningbouwopgave van minimaal 19.100 woningen en een harde plancapaciteit van 17.207 woningen voldoende ruimte voor realisatie van voorliggend plan. Kwantitatieve behoefte lokaal De in de Woonvisie 2021+ gekozen middellijn van de verschillende prognoses voorziet in een huishoudensontwikkeling die in totaal 640 woningen vraagt voor de komende 10 jaar. Dit betreft de in de Woonvisie 2021+ berekende behoefte voor de periode tot 2030. Een verdeling over de verschillende kernen laat zien dat in de kern Harbrinkhoek Mariaparochie behoefte is aan 40 extra woningen. Op basis van 130% plancapaciteit gaat het dan om 50 woningen. Het is wenselijk én ook in de Actualisatie Woondeal 2025 afgesproken dat gemeenten zich inspannen een extra buffer in de plancapaciteit aan te houden, om te zorgen dat woningbouw tijdig voorziet in de vraag. De ervaring is namelijk dat een deel van de beoogde plannen te maken krijgt met vertraging of zelfs helemaal niet wordt gerealiseerd. Daarom gaan we ervan uit dat de benodigde plancapaciteit op 130% van de woningbehoefte ligt.

Er is naast onderhavige woningbouwontwikkeling in Harbrinkhoek, momenteel ook een woningbouwontwikkeling in uitvoering in Mariaparochie. In dat plan komen 19 woningbouwkavels, met name gericht op de doelgroep starters. Gezamenlijk zullen in beide woningbouwplannen in totaal 38 woningen worden gerealiseerd; dit past binnen de berekende additionele behoefte zoals die is berekend in de Woonvisie 2021+.

Woningbouwprogramma Tubbergen Tubbergse woningbouwopgave / behoefte 640 woningen (130% plancapaciteit) Plancapaciteit Harde plannen: 455 Open plancapaciteit: 585 Kern Harbrinkhoek Mariaparochie Woningbehoefte 50 woningen Plancapaciteit Harbrinkhoek Mariaparochie Harde plannen: 19 Open plancapaciteit: 31 Plan Dannenkamp Aantal woningen: 19 woningen

Concluderend passen de 19 woningen van voorliggend plan in de resterende plancapaciteit van de kern Harbrinkhoek Mariaparochie, zoals opgenomen in de Woonvisie 2021+.

Kwalitatieve Behoefte Kwaliteitskader Woningbouw 2021 Naast de woonvisie is separaat ook een Kwaliteitskader opgesteld om te beoordelen of plannen van ontwikkelende partijen goed aansluiten bij de marktvraag. Dit Kwaliteitskader wordt tweejaarlijks bijgesteld op basis van verzamelde informatie over het functioneren van de woningmarkt en informatie van marktpartijen. Ook demografische trends zoals bevolkings- en huishoudensgroei worden daarin meegenomen. Het kwaliteitskader bestaat uit een woningbehoefteprofiel per doelgroep (starters, doorstromers, gezinnen, senioren) op gemeenteniveau, nader uitgewerkt naar een profiel per kern. Deze woningbehoefteprofielen zijn richtinggevend voor de toekomstige woningbouwopgave, maar zijn niet in beton gegoten. Plannen die hier enigszins van afwijken maar toch een goede onderbouwing kunnen geven van de wijze waarop zij voorzien in de lokale behoefte kunnen eveneens in aanmerking komen voor realisatie. Het kwaliteitskader is opgenomen als bijlage bij de Woonvisie. Het geeft een woningbehoefteprofiel per doelgroep op gemeenteniveau en uitgewerkt per kern. Deze profielen zijn richtinggevend voor de toekomstige woningbouwopgave. Voor het dubbeldorp Harbrinkhoek-Mariaparochie is het profiel als volgt: Starters Men heeft behoefte aan een grondgebonden koopwoning, vooral in het goedkope segment tot, maar ook in het middeldure segment.

Gezinnen/doorstromers Een groot deel van de woningvoorraad bestaat uit ruime grondgebonden woningen. Doelgroep neemt de komende jaren wel af. Waarschijnlijk vooral vervangingsopgave maar ook beperkte nieuwbouwopgave. Senioren Deze groep groeit het sterkst de komende jaren, terwijl het aanbod beperkt is. Men wenst vooral een grondgebonden woning, maar ook appartementen zijn op beperkte schaal mogelijk. Ook vraag naar hofjeswonen.

Door de verkaveling af te stemmen op de doelgroepen starters en senioren, wordt voldaan aan de Woonvisie 2021+, waarin aan deze doelgroepen prioriteit wordt gegeven om voor te bouwen (zie paragraaf 2.3 Woonvisie 2021+). De 7 hofjeswoningen zijn een concreet initiatief vanuit de samenleving en voorzien in de behoefte van senioren evenals de mogelijkheid voor het realiseren van levensloopbestendige woningen. Voor onder andere de starters zijn rijwoningen opgenomen en twee-onder-een kapwoningen op kleine kavels De behoefte aan woningen voor starters en senioren is aangetoond door middel van een door de dorpsraad gehouden woonenquête. Behoefte kan niet binnen bestaand stedelijk gebied worden ontwikkeld In de kern Harbrinkhoek is het onderhavige woningbouwplan buiten, maar aansluitend aan de bebouwde kom geprojecteerd. Binnen de kern Harbrinkhoek-Mariaparochie zijn er geen inbreidingslocaties beschikbaar. In het verleden is een horecabedrijf verplaatst en is de vrijkomende locatie ingezet voor woningbouw. De kern bestaat volledig uit woningbouw en 1 bedrijf dat nog volop actief is. Aan de overzijde van de Almeloseweg is het bedrijventerrein gelegen. Daarmee zijn er geen geschikte locaties voor inbreiding.

Met de ontwikkeling van deze locatie wordt ingezet op uitbreiding om te kunnen voorzien in de concrete behoefte aan woningbouw voor de lokale behoefte in kern Harbrinkhoek-Mariaparochie.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat de ladder voor duurzame verstedelijking geen belemmering vormt voor uitvoering van het bestemmingsplan.

BIJLAGE

De Woonvisie 2021+ Naast de afstemming in de Woondeal Twente op regionaal niveau, heeft gemeente Tubbergen in de gemeentelijke Woonvisie 2021+ de eigen lokale woningbehoefte en nieuwbouwopgave gespecificeerd. De 'Woonvisie 2021+' is op 6 juli 2021 door de gemeenteraad van de gemeente Tubbergen vastgesteld. De woonvisie bevat het woonbeleid van de gemeente Tubbergen voor de komende jaren en is gebaseerd op cijfers, trends en ontwikkelingen op de woningmarkt. Met het vaststellen van de woonvisie biedt de gemeenteraad een kwantitatief en kwalitatief kader voor woningbouwontwikkelingen in de gemeente Tubbergen. Woningbouwprogramma en woningbehoefte De gemeente Tubbergen heeft in het verleden altijd een realistische koers gevaren als het ging om woningbouwontwikkeling en grondaankopen. Pas als een plan voor circa 90% was uitgegeven, werd een volgend woningbouwplan in ontwikkeling genomen. Van projectontwikkeling was nagenoeg geen sprake. In 2017 zijn de regionale woonafspraken Twente (RWP) gemaakt. Ze waren gebaseerd op Primos2017 en de LVDV en vormden voor de Twentse gemeenten het kader voor de woonprogrammering. Op basis van deze (in 2019 geactualiseerde) regionale afspraken is het gemeentelijk woningbouwprogramma opgesteld met een verdeling van het aantal te bouwen woningen over de kernen op basis van verwachte huishoudensgroei.

In 2018 zijn in het kader van het Maatschappelijk Akkoord Tubbergen (in samenwerking met Mijn Dorp 2030 van de 9 kernen in de gemeente) zowel de potentiële inbreidingslocaties als de kwalitatieve behoefte in kaart gebracht. Dit heeft geresulteerd in een gemeentelijk woningbouwprogramma met een verdeling van het aantal te bouwen woningen over de kernen op basis van verwachte huishoudensgroei. Op basis van dit programma zijn plannen in voorbereiding genomen en dat we willen voortzetten. Figuur 3 uit de Woonvisie 2021 laat de bandbreedte voor de toekomstige woningbehoefte zien. Ten aanzien van de verwachte huishoudensgroei zijn er diverse prognosemodellen zoals Primos2020, de huishoudensprognose van het CBS en de ramingen van de RWP gebruikt. Daarnaast zijn er op basis van actuele, lokale cijfers twee nieuwe scenario’s doorgerekend. Deze gegevens zijn doorgetrokken naar de toekomst. Afhankelijk van de gegevens die in prognoses worden doorgerekend (en zelfs de periode waarover wordt teruggekeken) komen er verschillende voorspellingen uit verschillende prognoses. Daarom is niet één model leidend voor het bepalen van de huishoudensontwikkeling. Om deze reden gaan we uit van een bandbreedte waarbinnen de woningbehoefte zich de komende jaren zal ontwikkelen. De ondergrens wordt gevormd door het lage gemiddelde scenario van de RWP (2019): +365 woningen.

Deze raming ging uit van een scenario waarin groei vooral het gevolg was van de eigen demografische ontwikkeling (het verwachte aantal geboorten afgezet tegen het aantal sterftegevallen).

De bovengrens gaat uit van een situatie waarin het gemiddelde vestigingsoverschot van de afgelopen jaren wordt voortgezet. In dit scenario zal de woningvraag vooral tot ongeveer 2030 groot zijn (+755 woningen), vooral vanwege het aantal vestigers in de gemeente in combinatie met de gezinsverdunning. Na 2030 zal het effect van de vergrijzing (geboorteoverschot slaat om in een sterfteoverschot) toenemen, maar zal er nog steeds een positief migratiesaldo zijn. De behoefte aan extra woningen blijft in dit scenario dus ook na 2030 bestaan, zij het in mindere mate dan daarvoor. Voor de komende jaren gaan we uit van een woningbehoefte die een middeling is van de verschillende prognoses die genoemd zijn in figuur 3. Dit betekent dat we uitgaan van een woningbehoefte van 640 woningen voor de periode 2020-2030. Gezien de huidige druk op de markt willen we deze woningbouwopgave zoveel mogelijk de komende vijf jaar realiseren. Mochten we na de eerste vijf jaar meer woningen gebouwd hebben dan de geprognosticeerde behoefte, dan zullen we daar met onze woningbouwopgave na 2025 rekening mee houden. De meest recente Primos prognose 2023 geeft, ten opzichte van Primos 2020 voor de jaren 2030 resp. 2035 een hoger te verwachten aantal huishoudens (+190 resp.+252). Dit betekent dat de lijn Primos 2023 in bovenstaande figuur 3 hoger komt te liggen dan de lijn van Primos 2020.

De bovenomschreven middeling van de verschillende prognoses zal dan ook tot een hogere woningbehoefte leiden. Met andere woorden, de in de woonvisie 2021+ opgenomen woningbouwaantallen zullen op basis van Primos 2023 moeten worden verhoogd.

jaar

bevolking huishoudens jaar

bevolking huishoudens jaar

bevolking huishoudens

primos 20

2023 21276

8308

2030 20865

8429

2035 20630

8416

primos 21

2023 21370

8326

2030 21178

8571

2035 21166

8620

primos 22

2023 21386

8362

2030 21128

8465

2035 20757

8358

primos 23

2023 21404

8349

2030 21342

8619

2035 21196

8668

In februari 2025 betrof het aantal inwoners in de gemeente Tubbergen 21.508. Op 1 januari 2024 was het aantal huishoudens in de gemeente Tubbergen 8.405.

De gemeente Tubbergen heeft een Woningmarktmonitor op laten stellen om in beeld te krijgen in hoeverre de planvoorraad en het bestaande woningaanbod kwantitatief en kwalitatief aansluiten op de (veranderende) vraag. Daarmee kan de monitor door de gemeente worden gebruikt als input voor beleidsmatige beslissingen over nieuwe ontwikkelingslocaties. De woningmarktmonitor bestaat uit een groot en divers aantal marktindicatoren. Met behulp van de gekozen indicatoren op gemeenteniveau, en waar gewenst op buurtniveau, wordt een actueel beeld van de woningmarkt gegeven, alsmede een beeld van andere relevante trends en ontwikkelingen, zoals sociaal en economisch. Daarnaast ontstaat er per woningtype en prijsklasse duidelijk inzicht in de actuele tekorten en overschotten. Door deze inzichten te koppelen aan de demografische prognoses kan de woningbehoefte op lange termijn in kaart gebracht worden. De monitor kan daardoor worden ingezet bij de afweging of een nieuwbouwontwikkeling past binnen de kwantitatieve behoefte van de gemeente Tubbergen. Uit de monitor 2023 blijkt dat, als naar het woningtekort/-overschot wordt gekeken in 2033, de prognose licht is gedaald van 712 woningen in de prognose van 1 januari 2023 naar 659 woningen in de prognose van 1 januari 2024. Ook hieruit mag blijken dat meer woningen nodig zijn dan is opgenomen in de gemeentelijke Woonvisie 2021+.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1430/documents/27713