Bijlage TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Dannenkamp 5 Harbrinkhoek Bijlagen bij de motivering Bijlage 12 Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
Laagland Archeologie Rapport 893
Inventariserend veldonderzoek proefsleuven
Walboersweg, Harbrinkhoek gemeente Tubbergen (OV).
april 2022 Versie 1.0 (concept) In opdracht van: BJZ.nu
+ 7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 893
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV) Auteur: Iris Keurhorst & Hans Oude Rengerink
In opdracht van: BJZ.nu
Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie status rapport: concept v1.0
Controle: Hans Oude Rengerink
Autorisatie: Hans Oude Rengerink
ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo Tel 06 - 49 88 34 03 E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 75251876 © Laagland Archeologie BV, Almelo, april 2022
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
v1.4
Samenvatting Laagland Archeologie heeft op 21 april een Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven uitgevoerd aan de Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV). Op het terrein is eerder archeologisch onderzoek uitgevoerd. In maart 2021 is er een bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Tijdens het inventariserend booronderzoek is er overwegend een AC-profiel waargenomen. In één van de boringen is een podzolprofiel aangetroffen. Rondom deze boring zijn vier karterende boringen gezet en zijn de relevante lagen gezeefd op archeologische indicatoren. In één van de boringen is een vuursteenafslag aangetroffen. De nog intacte dekzandtop toont op basis van de boringen weinig reliëf, wat doet vermoeden dat in de overige boringen sprake is van een slechts geringe aantasting van de C-horizont. Op basis van de resultaten van het inventariserend booronderzoek is in december 2022 een karterend booronderzoek uitgevoerd. Tijdens dit karterend booronderzoek zijn geen nieuwe archeologische indicatoren aangetroffen. Rondom de vindplaats van de vuursteen afslag bleek wel sprake te zijn van een cluster van intacte bodemprofielen in een zone met een oppervlak van 940 m2.
Op basis van dit onderzoek is door het bevoegd gezag besloten dat er een aanvullend onderzoek dient plaats te vinden in de vorm van een Inventariserend veldonderzoek – proefsleuven diende plaats te vinden in de zone rondom de cluster van intacte bodemprofielen. Het onderzoek had tot doel om de verwachtingswaarde te toetsen en een eventueel aanwezige vindplaats aan te tonen en te waarderen. En diende antwoord te geven op de in het PvE opgestelde onderzoeksvragen. Het proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd aan de hand van een vooraf opgesteld en goedgekeurd PvE. Er diende antwoord te geven op de in het PvE opgestelde onderzoeksvragen. Het onderzoek bestond uit een proefsleuvenonderzoek conform het KNA protocol 4003 IVO-P van de SIKB BRL4000. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn geen archeologische sporen en vondsten aangetroffen. In het noorden van proefsleuf 1 is een natuurlijke laag van de bodem van een vennetje aangetroffen. Uit het profiel bleek dat dit ven is opgevuld met een ophogingslaag. Hoe dit vennetje gedateerd kan worden is niet bekent. Zowel uit de natuurlijke bodemlaag van het vennetje als de ophogingslaag waarmee de laagte is opgevuld zijn geen vondsten aangetroffen. Op de historische kaart van 1820 is een veengebied met de naam Het Witte Veen direct naast of in het plangebied te zien.
Naast de natuurlijke laag van dit vennetje zijn er in proefsleuf 1 en 2 enkele recente verstoringen waargenomen. In proefsleuf 1 bestond de bodemopbouw uit een recente bouwvoor op een B-horizont met daaronder een BC-horizont. In proefsleuf 2 was er geen B- of BC-horizont aanwezig en lag de bouwvoor direct op de C-horizont met in één van de profielen een dunne menglaag. In deze profielen werden ook ploegsporen waargenomen die tot in de C-horizont rijkte. Tijdens het onderzoek is er geen vindplaats aangetroffen. Laagland Archeologie B.V. adviseert geen verder onderzoek en het terrein voor de voorgenomen ontwikkeling vrij te geven.
Samenvatting ___________________________________________ 3 1 Inleiding _____________________________________________ 5 1.1 1.2 1.3
2
Voorgaand onderzoek en verwachting ______________________ 8 2.1 2.2 2.3
3
Resultaten voorgaand onderzoek ___________________________________ 8 Archeologische verwachting _______________________________________ 9 Selectiebesluit__________________________________________________ 9
Doel van het onderzoek ________________________________ 11 3.1 3.2
4
Aanleiding onderzoek ____________________________________________ 5 Afbakening onderzoeksgebied _____________________________________ 6 Administratieve gegevens _________________________________________ 6
Doel van het onderzoek en motivatie _______________________________ 11 Onderzoeksvragen uit het PvE ____________________________________ 11
Methoden ___________________________________________ 12 4.1
Onderzoeksmethodiek __________________________________________ 12
5 Landschap en bodem ___________________________________ 14 5.1
Geologie en geomorfologie _______________________________________ 14
6 Archeologie __________________________________________ 17 6.1 6.2 6.3
Sporen en structuren (zie bijlage 5) ________________________________ 17 Vondsten_____________________________________________________ 17 Synthese _____________________________________________________ 17
7 Onderzoeksvragen en conclusie __________________________ 20 Literatuur en bronnen ____________________________________ 21 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus ___________________________________ 22 BIJLAGE 2 Archeologische perioden ________________________ 23 BIJLAGE 3 Sporenlijst ___________________________________ 24 BIJLAGE 4 Vondstenlijst _________________________________ 25 BIJLAGE 5 Opgravingsvlakken; Puttenoverzicht met alle sporen __ 26 BIJLAGE 6 Profielen _____________________________________ 29
HOOFDSTUK
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV)
1I
NLEIDING
1.1 AANLEIDING ONDERZOEK De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van nieuwe woningen aan de Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV) (afbeelding 1). Op het terrein is in maart 2021 een verkennend booronderzoek uitgevoerd1 en in december 2021 is er een karterend booronderzoek uitgevoerd.2 Op basis van dit onderzoek is door het bevoegd gezag besloten dat er een aanvullend onderzoek dient plaats te vinden in de vorm van een Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven. Het doel van dit onderzoek is het toetsen van de archeologische verwachting en eventuele vindplaatsen op te sporen en te waarderen. Op basis van de waardering kan de behoudenswaardigheid van de vindplaats worden vastgesteld. Het doel van de opdrachtgever is te voldoen aan de eisen en randvoorwaarden ten aanzien van het aspect archeologie, die gesteld worden in het bestemmingsplan/de verstrekte omgevingsvergunning. De opdrachtgever heeft geen aanvullende wensen kenbaar gemaakt.
1 2
Brouwer & Asbreuk 2021 Brouwer 2022.
5
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV)
Afbeelding 1. Ligging van het onderzoeksgebied en plangebied.
1.2 AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED Het plangebied betreft de Walboersweg in Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen ((OV)). Het terrein is in gebruik als bouwland en heeft een omvang van circa 1 ha, het onderzoeksgebied heeft een oppervlak van circa 940 m2.
1.3ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS
3
Provincie
Overijssel
Gemeente
Tubbergen
Plaats
Harbrinkhoek
Toponiem
Walboersweg
Kadastrale perceelnummer(s)3 Laagland Archeologie projectnummer Uitvoeringsperiode per deelproces
6913 HAWA221 1. Voorbereiding: Week 15 2: Veldwerk: Week 16 3: Uitwerking: Week 17 4. Deponering: Na goedkeuring rapportage
kadastralekaart.com
6
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV)
Datum conceptrapportage Datum definitief rapport XY-coördinaten
26-04-2022
245160/489280 245240/489270 245130/489150 245205/489140
Kaartblad
28E
Oppervlakte/lengte plangebied Datering
940 m2
Complextype
urnenveld
Onderzoeksmeldingsn r AMK-terrein
5141550100
Vondstmeldingsnr.
n.v.t.
Type onderzoek
Inventariserend veldonderzoek proefsleuven BJZ.nu
Opdrachtgever
Neolithicum -Vroege Middeleeuwen
n.v.t.
contactpersoon: T. Zomerdijk Bevoegde overheid
Gemeente Tubbergen
Goedkeuring bevoegde overheid Adviseur namens bevoegde overheid Beheer documentatie
O. Satijn
Uitvoerder
Projectleider
E-depot voor de Nederlandse Archeologie Archief Laagland archeologie BV Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Overijssel Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 - 49 88 34 03 Hans Oude Rengerink Hans.ouderenigerink@laaglandarcheologie. nl
Tabel 1. Objectgegevens.
7
HOOFDSTUK
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV)
2V
OORGAAND ONDERZOEK
EN VERWACHTING
2.1 RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK Voor het plangebied is in 2021 reeds een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd en een karterend booronderzoek. Hieronder worden beknopt de resultaten van dit onderzoek beschreven.4 Bodem en geomorfologie Volgens het boekenonderzoek licht het plangebied op een tongvormige dekzandwelving met een veldpodzol ter midden van een laaggelegen beekeerdgrond. Het dekzand is onder koude en droge condities in de laatste ijstijd door de wind afgezet in de vorm van paraboolduinen, vlakten en langgerekte ruggen. Archeologie Op de archeologische kaart van de gemeente bevindt het onderzoeksgebied zich in een zone met een middelhoge archeologische verwachting. Op ongeveer 45 meter ten westen van het plangebied is er een vermelding van een urnenveldcomplex. Dit urnenveld staat beschreven in van Hijszeler (1961) en Verlinde 1980. Het is niet helemaal duidelijk waar dit urnenveld precies heeft gelegen. Gezien de hoge ligging in de buurt van stromend water was de omgeving van het plangebied uitermate geschikt voor jager/verzamelaars. Daarnaast kan er verwacht worden dat het urnenveld dat zich direct naast het plangebied bevond en door heeft gelopen tot in het plangebied. Urnenvelden kunnen zich over een groot gebied uitspreiden en liggen vaak langs oude landroutes.
Resten uit latere perioden worden niet verwacht. Booronderzoek Tijdens het inventariserend booronderzoek is er overwegend een AC-profiel waargenomen. In één van de boringen is een podzolprofiel aangetroffen. Rondom deze boring zijn vier karterende boringen gezet en zijn de relevante lagen gezeefd op archeologische indicatoren. In één van de boringen is een vuursteenafslag aangetroffen. De nog intacte dekzandtop toont op basis van de boringen weinig reliëf, wat doet vermoeden dat in de overige boringen sprake is van een slechts geringe aantasting van de C-horizont. Op basis van de resultaten van het inventariserend booronderzoek is in december 2022 een karterend booronderzoek uitgevoerd. Tijdens dit karterend booronderzoek zijn geen nieuwe archeologische indicatoren aangetroffen. Rondom de vindplaats van de vuursteen afslag bleek wel spraken te zijn van een cluster van intacte bodemprofielen in een zone met een oppervlak van 940 m2. 4
Deze tekst is gebaseerd op: Brouwer & Asbreuk 2021 & Brouwer 2022.
8
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV)
2.2 ARCHEOLOGISCHE VERWACHTING Op basis van het voorgaande onderzoek is er in het PvE5 een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Datering Op basis van het voorgaande onderzoek wordt er een vindplaats uit de periode LaatPaleolithicum – IJzertijd/Romeinse tijd verwacht. Het urneveld dat in de nabijheid van het plangebied is aangetroffen kan ook in het plangebied nog worden verwacht. Complextype Urneveld, jacht- of extractie kamp of nederzetting sporen. Omvang Hierover kunnen op dit moment nog geen uitspraken worden gedaan. Diepteligging Op basis van de boringen ligt het archeologische niveau op een diepte tussen circa 0,35 m en 0,7 m onder maaiveld. Gaafheid en conservering De gaafheid van eventuele vindplaatsen kan variëren als gevolg van de wisselende diepten van eventuele bodemverstoringen. In geval van vindplaatsen uit de late prehistorie ligt de archeologische waarde in de mate waarin grondsporen nog grotendeels intact zijn en in het horizontale vlak nog samenhang vertonen. Indien in de resterende B-, BC- of C-horizonten nog sporen leesbaar zijn, mogen dergelijke vindplaatsen nog als ‘gaaf’ beschouwd worden. Locatie Een vindplaats kan zich binnen het gehele plangebied bevinden of zich daar buiten nog uitstrekken.
Uiterlijke kenmerken Diepere grondsporen uit de periode Neolithicum – Romeinse tijd (urne begravingen, nederzettingen, boerderijen, greppels en putten/kuilen) kunnen plaatselijk in de intacte top van het dekzand nog intact zijn. Uit latere periode kunnen vuursteen strooiingen voorkomen in de top van het dekzand of direct onder de bouwvoor en eventueel haardkuilen. Mogelijke verstoringen Vanwege de hoge verwachting van werd aanbevolen nader archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren door middel van een Inventariserend veldonderzoek proefsleuven.
2.3 SELECTIEBESLUIT Op basis van de bevindingen van de voorgaande onderzoeken is door Laagland Archeologie geadviseerd om in de cluster van intacte bodemprofielen, rondom de locatie waar ook een vuursteenafslag is aangetroffen, een proefsleuven onderzoek uit te voeren. Voor het resterende deel wordt er geadviseerd om veldinspecties uit te voeren tijdens het bouwrijp maken van het gebied. De gemeente Tubbergen heeft dit advies overgenomen.
5
Keurhorst & Oude Rengerink 2022.
9
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV)
Het deel van het plangebied buiten deze proefsleuvenzone kan vooralsnog niet worden vrijgegeven voor geplande werkzaamheden. Mocht tijdens het proefsleuvenonderzoek niet blijken dat er aanwijzingen zijn voor een behoudenswaardige vindplaats dan kan het gehele plangebied worden vrijgegeven voor geplande ontwikkeling; echter, tijdens het bouwrijp maken van het plangebied dienen (buiten de proefsleuvenzone) veldinspecties uit te worden gevoerd door een gekwalificeerd archeoloog.
10
HOOFDSTUK
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV)
3D
OEL VAN HET ONDERZOEK
3.1 DOEL VAN HET ONDERZOEK EN MOTIVATIE Het doel van de archeologische begeleiding volgens het protocol proefsleuven is om vast te stellen of er zich in het onderzoeksgebied archeologische vindplaatsen bevinden die bij een niet aangepaste uitvoering van de plannen bedreigd kunnen worden. Vanwege de aard van de verwachte vindplaatsen werd gekozen voor een archeologisch proefsleuvenonderzoek. Conform het Programma van Eisen (PvE; Keurhorst & Oude Rengerink 2022 diende de archeologische begeleiding antwoord te geven op de volgende onderzoeksvragen: Uit het vooronderzoek kan de onderstaande gespecificeerde archeologische verwachting worden opgesteld:
3.2 ONDERZOEKSVRAGEN UIT HET PVE Voor het huidige onderzoek gelden de volgende onderzoekvragen: 1. Zijn er in het onderzoeksgebied vindplaatsen met archeologische sporen en resten aanwezig? 2. Wat is de aard (complextype), omvang en fysieke kwaliteit daarvan? 3. Uit welke periode dateren deze? 4. Waar bevinden deze resten zich (horizontaal en verticaal)? 5. Wat is de bodemkundige opbouw en hoe intact is deze? 6. Wat is de waardestelling middels de KNA-waarderingscriteria? Is de vindplaats behoudenswaardig?
11
HOOFDSTUK
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV)
4M
ETHODEN
4.1 ONDERZOEKSMETHODIEK Het onderzoek is uitgevoerd conform het PvE op 21 april 2022. Tijdens het onderzoek zijn twee proefsleuven aangelegd verspreid over het plangebied conform het PvE (zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.).6 In totaal is er 155 m2 onderzocht hiermee is 16,5% van het plangebied onderzocht. De proefsleuven zijn aangelegd met behulp van een graafmachine met een gladde afwerkbak en conform de KNA-leidraad Veldhandleiding Archeologie en de overige veldwerkspecificaties volgens het vigerende KNA-protocol IVO-P (4003) en de aanvullende eisen van het Programma van Eisen. De sporen zijn ingemeten met behulp van een GPS in het Rijksdriehoekstelsel (RD). Rondom alle putten is om de drie meter de maaiveldhoogte opgemeten en in elke put is om de drie meter de vlakhoogte ingemeten. Aangetroffen vondsten zijn zoveel mogelijk gekoppeld aan sporen of lagen. Tijdens de ontgraving is intensief gebruik gemaakt van de metaaldetector. Ter behoeven van het bodemonderzoek zijn er in proefsleuf 1 drie profielkolommen aangelegd van circa een meter breed. In proefsleuf 2 zijn twee profielkolommen aangelegd. De profielkolommen zijn verdiept tot ca. 20 cm in de BC- of C-horizont. Deze profielen zijn gedocumenteerd conform de ASB.
6
Keurhorst & Oude Rengerink 2022.
12
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV)
Afbeelding 2. Het puttenplan volgens het PvE. (bron: Keurhorst & Oude Rengerink 2022).
13
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV)
5L
ANDSCHAP EN BODEM
5.1 GEOLOGIE EN GEOMORFOLOGIE In de noordhoek van proefsleuf 1 werd bodem van een ven herkend. In het profiel 101 was deze laag (1020) goed zichtbaar (zie Afbeelding 3). De bodemopbouw van profiel 101 bestond uit een donker grijsbruine bouwvoor (1010) van zwak siltig, matig fijn, matig humeus zand van ongeveer 40 cm dik. Hieronder bevond zich een ophogingslaag die het ven dempte (1011). Deze vulling bestond uit zwak siltig, matig fijn, donker grijs matig humeus zand met grijswitte vlekken. Hieronder bevond een bodemlaag van het ven. Deze laag (1020) bestond uit zwak siltig, matig fijn, donker grijszwart sterk humeus zand. Dit ven staat niet vermeld op de kadastrale kaart uit circa 1832 en deze zal dan ook ouder dateren. Tijdens het veldwerk is er geen vondstmateriaal geborgen dat kan helpen het ven of de ophogingslaag die deze opvult te dateren. Onder het ven is een B-horizont (1040) herkend met een dikte variërend tussen de 20 en 30 cm met daaronder de BChorizont (1045).
Afbeelding 3. Profiel tekening van profiel 101. 14
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV)
Profiel 102 bestond uit de zelfde bouwvoor (1010) van circa 14 cm dik en eenzelfde Bhorizont als in profiel 101 van circa 20 cm dik. De B-horizont bestond uit zwak siltig, matig fijn, roodbruin matig humeus zand met veel ijzerinspoelingsvlekken. Hieronder bevond zich de BC-horizont (1045) deze bestond uit zwak siltig, matig fijn, roodgeel zand met veel ijzerinspoelingsvlekken (zie Afbeelding 4).
Afbeelding 4. Profielfoto van profiel 102.
Het derde profiel in proefsleuf 1 (profiel 103) is het zelfde als profiel 201 uit proefsleuf 2. Beide profielen bestaan uit de zelfde bouwvoor als alle andere profielen (1010 & 2010) met daaronder de C-horizont (1050 & 2050) en kan dus een AC-profiel genoemd worden. De C-horizont bestaat uit zwak siltig, matig fijn, licht geelwit zand met een enkel ijzervlekje. In de profielen zijn ook verstoringen (999) te zien die van onder de bouwvoor tot in de C-horizont rijken deze zijn geïnterpreteerd als ploegsporen (zie Afbeelding 5). In profiel 202 is er tussen de hierboven beschreven bouwvoor (2010) en de C-horizont (2050) een menglaag aangetroffen (2030). Deze menglaag bestaat uit zwak siltig, matig fijn, bruin zwak humeus zand met gele vlekken (zie Afbeelding 6).
15
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV)
Afbeelding 5. Profielfoto van profiel 201.
Afbeelding 6. Profielfoto van profiel 202.
16
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV)
6A
RCHEOLOGIE
6.1 SPOREN EN STRUCTUREN (ZIE BIJLAGE 5) Het leesbare sporenvlak is aangelegd op de top van de BC- of C-horizont. De diepte hiervan varieerde tussen de 32 en 70 cm onder het maaiveld. Tijdens het veldwerk is er in de noordelijke hoek van proefsleuf 1 een natuurlijke laag van een ven aangetroffen (S1020), deze is in het voorgaande hoofdstuk besproken. Naast deze natuurlijke laag zijn er enkele recente verstoringen aangetroffen. Er zijn geen archeologische sporen aangetroffen.
6.2 VONDSTEN Er zijn geen vondsten aangetroffen tijdens het proefsleuvenonderzoek. Tijdens de aanleg is er extra gelet op de aanwezigheid van vuursteen en er zijn drie fragmenten vuursteen aangetroffen, deze zijn door de senior archeoloog in het veld gedetermineerd. De vuursteenfragmenten kunnen als natuurlijk gevormde brokken worden beschouwd, zonder antropogene bewerkingssporen. Deze vuursteenbrokken zijn in het veld gedeselecteerd.
6.3 SYNTHESE Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn er geen archeologische sporen aangetroffen. In de noordhoek van proefsleuf 1 is de natuurlijke vulling van een vennetje aangetroffen dat waarschijnlijk bij de ontginning in één keer is opgevuld. Uit zowel de natuurlijke laag van de bodem van het vennetje als de ophogingslaag waarmee het ven is gevuld zijn geen vondsten afkomstig die het ven of de demping kunnen dateren. Op de kadastrale kaart uit circa 1832 is het ven niet te zien (Afbeelding 7). Op een uitgezoomde versie van deze kaart is te zien dat ten westen van het plan- en onderzoeksgebied een moeras (donker groen) ligt. Op deze locatie ligt volgens de kaart uit 1820 een groot veengebied met de naam Het Witte Veen (zie Afbeelding 9).
17
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV)
Afbeelding 7. Plangebied en onderzoeksgebied op de kadastrale kaart van circa 1832. Paars: Heide, groen: weiland, wit: bouwland, rood: bebouwing. Bron: www.hisgis.nl.
Afbeelding 8. Plangebied en onderzoeksgebied op de kadastrale kaart van circa 1832. Paars: Heide, groen: weiland, wit: bouwland, geel: hooiland, donkergroen: moeras, bruin: hakhout, rood: bebouwing. Bron: www.hisgis.nl.
18
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV)
Afbeelding 9. Het plangebied op de historische kaart uit 1820. Bron: www.topotijdreis.nl.
19
HOOFDSTUK
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV)
7O
NDERZOEKSVRAGEN EN
CONCLUSIE
1. Zijn er in het onderzoeksgebied vindplaatsen met archeologische sporen en resten aanwezig? Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn er geen archeologische sporen en/of vondsten aangetroffen. 2. Wat is de aard (complextype), omvang en fysieke kwaliteit daarvan? Er is geen vindplaats aangetroffen. 3. Uit welke periode dateren deze? Er is geen vindplaats aangetroffen. 4. Waar bevinden deze resten zich (horizontaal en verticaal)? Er zijn geen archeologische sporen aangetroffen tijdens het proefsleuvenonderzoek. 5. Wat is de bodemkundige opbouw en hoe intact is deze? De bodemopbouw bestond uit een bouwvoor met een variabele dikte tussen de 20 en 40 cm dik. In proefsleuf 1 werd hieronder een B-horizont aangetroffen met daaronder een BC-horizont. In de noordelijke helft van proefsleuf 1 werd ook een natuurlijke laag van een venbodem aangetroffen, deze was gevuld met een ophogingslaag. De venbodem met opvulling werden tussen de bouwvoor en de Bhorizont aangetroffen. De bodem in proefsleuf 1 kan als intact worden beschouwd. In proefsleuf 2 bestond de bodemopbouw uit een recente bouwvoor met daaronder in één van de profielen een dunne menglaag, met daaronder de C-horizont. In beide profielen waren er verstoringen zichtbaar die tot in de C-horizont rijkte. In proefsleuf 2 was de bodem tot (en plaatselijk tot in) de C-horizont verstoord. 6.
Wat is de waardestelling middels de KNA-waarderingscriteria? Is de vindplaats behoudenswaardig? Er is geen vindplaats aangetroffen.
20
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV)
Literatuur en bronnen
Brouwer, E. & S. Asbreuk, 2021. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoekverkennende fase Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV), Almelo (Laagland Archeologie rapport 623). Brouwer, E., 2022. Inventariserend veldonderzoek – karterende fase Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV), Almelo (Laaglaad Archeologie rapport 795). Keurhorst, I. & J.A.M. Oude Rengerink, 2022. Programma van Eisen inventariserend veldonderzoek – proefsleuven, Walboersweg te Harbrinkhoek, gemeente Tubbergen (OV), Almelo. SIKB, 2016. Inventariserend Veldonderzoek (Landbodems) (Field Survey IVO (soil) Protocol 4003. SIKB 2016. Gouda. Hisgis.nl KNA 4.1. Bijlage IV Waarderen van vindplaatsen http://www.sikb.nl/doc/KNA33/definitief/Deel%20II%20bijlage%20IV%20Waarderen%20 van%20vindplaatsen%20versie%203.3.pdf Gebruikte kaarten Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 26-04-2022. Kadastrale minut 1832. Bron: www.hisgis.nl. Geraadpleegd op 26-04-2022. Historische kaart 1820. Bron: www.topotijdreis.nl. Geraadpleegd op 26-04-2022. Lijst van afbeeldingen AFBEELDING 1. LIGGING VAN HET ONDERZOEKSGEBIED EN PLANGEBIED. ..................................................... 6 AFBEELDING 2. HET PUTTENPLAN VOLGENS HET PVE. (BRON: KEURHORST & OUDE RENGERINK 2022). ............... 13 AFBEELDING 3. PROFIEL TEKENING VAN PROFIEL 101.
......................................................................... 14 AFBEELDING 4. PROFIELFOTO VAN PROFIEL 102. ............................................................................... 15 AFBEELDING 5. PROFIELFOTO VAN PROFIEL 201. ............................................................................... 16 AFBEELDING 6. PROFIELFOTO VAN PROFIEL 202. ............................................................................... 16 AFBEELDING 7. PLANGEBIED EN ONDERZOEKSGEBIED OP DE KADASTRALE KAART VAN CIRCA 1832. PAARS: HEIDE, GROEN: WEILAND, WIT: BOUWLAND, ROOD: BEBOUWING. BRON: WWW.HISGIS.NL. .................................. 18 AFBEELDING 8. PLANGEBIED EN ONDERZOEKSGEBIED OP DE KADASTRALE KAART VAN CIRCA 1832. PAARS: HEIDE, GROEN: WEILAND, WIT: BOUWLAND, GEEL: HOOILAND, DONKERGROEN: MOERAS, BRUIN: HAKHOUT, ROOD: BEBOUWING. BRON: WWW.HISGIS.NL. ..................................................................................... 18 AFBEELDING 9. HET PLANGEBIED OP DE HISTORISCHE KAART UIT 1820. BRON: WWW.TOPOTIJDREIS.NL. .............. 19
21
BIJLAGE 1 AMZ-CYCLUS
22
BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN
23
-
h2
0 0
00-
-
h2 h3 h2 h2 h1 -
0 0 0 0 0 0 0 0
0Opgevulde laagte van gedempt ven 0Venbodem 0 FE2 0 FE2 0iets ijzervlekjes 000Iets ijzerdeeltjes
Ijzer
Opmerking
HK
LGO LGN LGN LGN LGN LGBO LGM LGN -
Puin
1 104 Zs1 DGR GRWT LG 1 104 Zs1 DGRZW 0 LG 1 104 Zs1 ROBR LG 1 104 Zs1 ROGE LG 1 104 Zs1 LGEWT LG 2 104 Zs1 DBRGR 0 LG 2 104 Zs1 BR GE LG 2 104 Zs1 LGEWT 0 LG
Humus
0 0 0 0 0 0 0 0
VS VSR LG LGBO -
Eind periode
1011 1020 1040 1045 1050 2010 2030 2050
Begin periode
1 0X 1 104 Zs1 DBRGR -
Specifiek
Interpretatie
Gevelkt
Put
0 0
Kleur
Vulling
999 1010
Vlak
Spoor
Textuur
BIJLAGE 3 SPORENLIJST
-
24
BIJLAGE 4 VONDSTENLIJST Niet van toepassing. Er zijn geen vondsten gedaan
25
BIJLAGE 5 OPGRAVINGSVLAKKEN; PUTTENOVERZICHT MET ALLE SPOREN
26
27
28
BIJLAGE 6 PROFIELEN
29
30