CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22h Buitengebied Langemaatsweg 16, Manderveen.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 25 november 2025, gemeente TubbergenBij agendapunt: 8: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22h Buitengebied Langemaatsweg 16, Manderveen25.636 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

43

44

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22h Buitengebied Langemaatsweg 16, Manderveen

Hoofdstuk 6

Financiële haalbaarheid

6.1 Wettelijke kaders De investeringen die nodig zijn voor de te realiseren ontwikkelingen moeten passen in de budgetten die daarvoor beschikbaar zijn. Partijen die bouwen in de kernen, dorpen en in het buitengebied dragen op twee manieren bij aan Tubbergen. Enerzijds door direct invulling te geven aan de visie voor de fysieke leefomgeving, zoals verwoord in MijnOmgevingsvisie. Anderzijds via financiering van deze ruimtelijke ontwikkelingen via kostenverhaal en financiële bijdragen voor ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ter uitvoering van deze visie heeft de gemeenteraad het Programma Kostenverhaal vastgesteld ten behoeve van een eenduidige en transparante manier van kosten verhalen bij bouwplannen en activiteiten vanwege gebruikswijzigingen in de gemeente. De gemeente borgt het kostenverhaal en de financiële bijdrage voor een ruimtelijke ontwikkeling in een anterieure overeenkomst. Naast het kostenverhaal en een financiële bijdrage wordt in een anterieure overeenkomst ook het verhaal van nadeelcompensatie geregeld. Mogelijke claims voor nadeelcompensatie worden altijd doorgelegd aan initiatiefnemer. Voor onderhavige ontwikkeling is met initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten over: nadeelcompensatie. Los van het kostenverhaal is initiatiefnemer leges verschuldigd voor het wijzigen van het omgevingsplan.

Hierop is de legesverordening en de bijbehorende tarieventabel van toepassing, welke jaarlijks wordt vastgesteld. Gelet op het vorengaande is het project financieel uitvoerbaar.

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22h Buitengebied Langemaatsweg 16, Manderveen

45

46

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22h Buitengebied Langemaatsweg 16, Manderveen

Hoofdstuk 7

Toelichting planregels

7.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van voorliggend TAM-omgevingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

7.2 Opzet van de regels 7.2.1

Algemeen

Zoals in de inleiding is aangegeven betreft het hier een TAM-omgevingsplan. TAM-IMRO is bedoeld voor gemeenten die nog geen gebruik kunnen maken van het planvormingsdeel van het DSO. Bijvoorbeeld doordat de plansoftware nog niet alle daarvoor benodigde functies biedt. Het kan ook zijn dat de gemeente te weinig tijd rest om het planproces goed te beproeven. Of dat er nog onvolkomenheden zijn in de landelijke voorziening. Met TAM-IMRO kunnen gemeenten toch hun omgevingsplannen wijzigen. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. De TAM-IMRO vraagt niet om alternatieve software. Het gaat meer om langduriger gebruik van de bestaande systemen en koppelingen. De regels en verbeelding van voorliggend TAM-omgevingsplan zijn dan ook opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP). De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van een bestemmingsplan. Dit TAM-omgevingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012.

Het juridisch bindend gedeelte van het TAM-omgevingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de functies zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.

Inleidende regels; Functieregels en gebiedsaanwijzingen; Algemene regels aan activiteiten; Overgangsregels.

7.3 Wijziging omgevingsplan 7.3.1

Omgevingsplan van rechtswege

Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In deze Bruidsschat zitten onder meer regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Ook twee bodemkaarten en de hogere waarde besluiten maken deel uit van het omgevingsplan van rechtswege. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen. 7.3.2

Toepassing TAM-IMRO

De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet en bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de - onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte - IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl. Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025. Als het ontwerp van een TAM-IMRO bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22h Buitengebied Langemaatsweg 16, Manderveen

47

omgevingsplan uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd, mag het ook na deze datum worden afgemaakt met TAM-IMRO. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Klimaat geeft aan dat TAM-IMRO plannen uiterlijk voor 1 januari 2032 moeten worden omgezet naar de nieuwe Standaard officiële publicaties (STOP) met de bijbehorende Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten (TPOD). De Vereniging Nederlandse Gemeente (VNG) gaat uit van twee varianten van een TAM-IMRO omgevingsplan: de Basisvariant en de Crisis- en herstelwet-variant. Voorliggend TAM-IMRO omgevingsplan is opgezet volgens de Basisvariant. Deze blijft qua vorm en inhoud zo dicht mogelijk bij een bestemmingsplan. Daarbij wordt uiteraard wel aan alle eisen van de Omgevingswet en bijbehorende AMvB's voldaan. 7.3.3

Werkingsgebied

De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie Langemaatsweg 16 in Manderveen waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0183.TAMBUILANGEMWEG16-VG01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl. In Hoofdstuk 1 is een overzichtskaart van het werkingsgebied c.q. de planlocaties opgenomen.

7.4 Artikelsgewijze toelichting Preambule De preambule is direct zichtbaar boven de regels. In de preambule staat dat het TAM-IMRO omgevingsplan gelezen moet worden als hoofdstuk en de artikelen als paragrafen van dat hoofdstuk. Dit om onduidelijkheden met het omgevingsplan van rechtswege te voorkomen. HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begripsbepalingen In dit artikel is een verwijzing opgenomen naar de geldende begrippen voor het TAM-IMRO omgevingsplan. Artikel 2 Meet- en rekenbepalingen Het omgevingsplan van rechtswege bevat in artikel 22.24 al meetbepalingen. In dit artikel zijn alleen meet- en rekenbepalingen opgenomen die specifiek gelden voor het TAM-IMRO omgevingsplan. Artikel 3 Toepassingsbereik In de toepassingsbereikbepaling wordt in het eerste lid bepaald dat de ruimtelijke plannen uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan niet van toepassing zijn op de locatie waarvoor het TAM-IMRO omgevingsplan is opgesteld. In het tweede lid is bepaald dat de regels uit de Bruidsschat niet van toepassing zijn, als deze regels in strijd zijn met de regels uit het TAM-IMRO omgevingsplan. In het derde lid worden de regels uit het TAM-IMRO omgevingsplan gekoppeld aan de bijbehorende verbeelding.

HOOFDSTUK 2 FUNCTIES EN ACTIVITEITEN De functies: - Artikel 5 Waarde - Archeologie 3 - Artikel 6 Waarde - Archeologie 4 Zijn overgenomen uit het omgevingsplan van rechtswege. De betreffende functies vallen binnen het plangebied vanwege een voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijke investeringen of omdat deze liggen op het te verwijderen deel van het bouw- of bestemmingsvlak. Inhoudelijk worden bebouwingsmogelijkheden van gebouwen uitgesloten voor zover nodig. Artikel 4 Recreatie - Verblijfsrecreatie Deze functie is overgenomen om de toekomstige situatie van camping Slutkeboer aan de Langemaatsweg 16 te Manderveen correct vast te leggen. Voor de bepalingen is aansluiting gezocht bij de bepalingen van het omgevingpsplan van rechtswege, met de onderdelen 'Zondermansweg 8 Albergen / Langemaatsweg 16 Manderveen', het plan 'Tubbergen Buitengebied 2016' en 'Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan'. De voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' aangewezen gronden zijn aangewezen voor verblijfsrecreatie, ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie' voor de bedrijfsmatige exploitatie van maximaal 8 recreatiewoningen, 25 48

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22h Buitengebied Langemaatsweg 16, Manderveen

kampeermiddelen en 4 logiesverblijven. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - overige voorzieningen' ook aangewezen voor centrale voorzieningen, bedrijfswoningen, gebouwen ten behoeve van opslag en werktuigenberging, caravanstalling, speelvoorzieningen, groenvoorzieningen, verkeers- en verblijfsdoeleinden, openbare nutsvoorzieningen, detailhandel in de vorm van een kampwinkel, parkeervoorzieningen, andere bouwwerken, water en watergangen en waterpartijen. Tevens is de locatie aangewezen voor de bestaande agrarische bedrijvigheid, zoals vermeld in het meldingsformulier Besluit landbouw milieubeheer gedateerd 29 januari 2010, met de daarbij behorende gebouwen, andere bouwwerken, wegen, paden, verhardingen, terrassen, tuinen en erven, water, parkeer-, speel- en groenvoorzieningen. In de specifieke functieregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die de landschappelijke inpassing van de sloop van de landschapsontsierende agrarische bebouwing borgt. Hiervan kan worden afgeweken indien minimaal andere landschapsmaatregelen worden getroffen.

HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS Artikel 7 Anti-dubbeltelregel In dit artikel is aangegeven dat grond die één keer in beschouwing is genomen voor het toestaan van gebouwen, niet een tweede keer mag meetellen voor de toelaatbaarheid van andere gebouwen, als die grond inmiddels tot een ander bouwperceel is gaan behoren. Artikel 8 Ruimtelijke bouwactiviteiten In dit artikel zijn regels voor bouwactiviteiten opgenomen die gelden voor het gehele werkingsgebied. Artikel 9 Planologische gebruiksactiviteiten In dit artikel zijn regels voor functies opgenomen die gelden voor het gehele werkingsgebied. In het omgevingsplan geldt dat als er geen regels voor een activiteit zijn opgenomen, deze activiteit zonder meer mag worden uitgevoerd en er geen beperkingen voor die activiteit op grond van het omgevingsplan gelden. Het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met het TAM-IMRO omgevingsplan moet nadrukkelijk vergunningplichtig worden gemaakt of verboden. In dit geval is gekozen voor een algemeen gebruiksverbod. Aanvullend gelden enkele specifieke gebruiksverboden. Artikel 10 Regels parkeren In dit artikel zijn regels voor parkeren opgenomen, waarbij als uitgangspunt geldt dat op eigen erf in voldoende mate is voorzien in de benodigde parkeerruimte. Artikel 11 Overige regels Het omgevingsplan van rechtswege bevat in artikel 22.5.2 al aanvraagvereisten.

Deze zijn van overeenkomstige toepassing verklaart op een omgevingsvergunning die voortkomen uit dit TAM-IMRO omgevingsplan.

HOOFDSTUK 4 OVERGANGSREGELS Artikel 12 Overgangsrecht In dit artikel zijn de regels voor het overgangsrecht opgenomen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bouwwerken, functioneel gebruik en overige activiteiten.

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22h Buitengebied Langemaatsweg 16, Manderveen

49

50

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22h Buitengebied Langemaatsweg 16, Manderveen

Bijlagen bij de toelichting

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22h Buitengebied Langemaatsweg 16, Manderveen

51

Bijlage 1

52

ruimtelijk kwaliteitsplan

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22h Buitengebied Langemaatsweg 16, Manderveen

Bijlage 2

behoefteonderzoek

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22h Buitengebied Langemaatsweg 16, Manderveen

69

Behoefteonderzoek realisatie recreatiewoningen Camping Slutkeboer Manderveen

In opdracht van Marb Consultancy

Versie:

1.0

Datum:

12-6-2024

Inhoud 1

Inleiding ............................................................................................................................................ 4

2

Plan camping Slutkeboer ................................................................................................................. 5

3

Onderbouwing behoefte .................................................................................................................. 7

1 Inleiding Aan de Langemaatsweg 16 te Manderveen heeft de familie Grootelaar (hierna initiatiefnemer) sinds begin jaren ‘90 een camping, genaamd Slutkeboer. Op het erf wonen meerdere gezinnen, waarvan de dochter en schoonzoon de camping hebben overgenomen. De initiatiefnemer heeft de wens om de camping uit te breiden met een aantal recreatiewoningen. Daarnaast worden enkele veranderingen en vernieuwingen doorgevoerd, die de camping toekomstbestendig zullen maken. De initiatiefnemer heeft de gemeente Tubbergen verzocht medewerking te verlenen aan realisatie van het plan en hiervoor het omgevingsplan aan te passen. Hiervoor dient een ruimtelijke onderbouwing te worden opgesteld. Een van de onderdelen van de ruimtelijke onderbouwing is het aantonen van de behoefte van het plan. Deze rapportage beschrijft de economische haalbaarheid van het plan. Daarbij is uitgegaan van het rapport van Hannink Landschapsontwerpers van 15 mei 2023, waar het plan en de ruimtelijke en landschappelijke onderbouwing uitgebreid staan beschreven. In hoofdstuk 2 wordt een korte samenvatting van het plan weergegeven. Hoofdstuk 3 gaat in op de onderbouwing van de behoefte van het plan.

Figuur 1: Luchtfoto plangebied (bron: Google Maps).

Behoeftenonderzoek camping Slutkeboer, Langemaatsweg 16 te Manderveen

4

2 Plan Camping Slutkeboer Plan Onderstaande schets (figuur 2) geeft het plan op hoofdlijnen weer. De bedoeling is om de reguliere camping terug te schalen met een vermindering van 55 kampeerplekken. In plaats hiervan worden acht recreatiewoningen gerealiseerd op het meest westelijk gelegen veld. Hiernaast mogen (conform bestaand bestemmingsplan) dan nog 25 kampeerplekken en 4 logiesverblijven benut worden. De woningen zijn bedoeld voor verblijfsrecreatie gericht op rustzoekers en mensen die het buitenleven willen beleven. Het plan is gericht op de doelgroepen ‘Rustig groen’, Stijlvol en luxe blauw’ en ook ‘Gezellig lime’ uit het doelgroepenmodel van de Recron. Dit is deels het hogere segment in de markt gericht op stijl en klasse, maar ook het iets lagere segment waar rust en ontspanning centraal staat wordt bediend (zie bijlage 1).

Figuur 2: landschappelijke inpassing (bron N + L lanmdschapsontwerpers)

Het plan sluit nauw aan bij de landschappelijke karakteristieken van het gebied. Op het westelijke deel van het perceel zullen nieuwe recreatiewoningen worden gebouwd, in totaal acht stuks (F). De woningen zullen gefaseerd worden gebouwd. De half verharde toegangsweg zal vanaf de camping worden doorgetrokken naar de recreatiewoningen (E). Vanaf de recreatiewoningen zal ook een half verhard wandelpad worden aangelegd (G) dat verbonden wordt met het bestaande wandelpad over het zandpad aan de westkant van het terrein. In het midden van het recreatieterrein zal een natuurlijke speeltuin worden aangelegd met een bloemenweide (H en I). In de huidige struweelrand zullen openingen worden gemaakt om de openheid van het landschap terug te brengen en zichtlijnen te creëren vanuit de recreatiewoningen (J). Tussen de camping en het terrein met de recreatiewoningen is een overgangsdeel dat wordt aangeplant met fruitbomen (K) wat ervoor zorgt dat beide delen (camping en terrein met recreatiewoningen) aan elkaar worden verbonden. De recreatiewoningen hebben een eigen parkeerplaats, maar er zullen extra parkeerplaatsen worden aangelegd ten behoeve van de recreatiewoningen (N), deze worden omrand door een struweelrand (M). Ook zal er een nieuw sanitair gebouw worden gerealiseerd voor de campinggasten (O). Met de voorgestelde ontwikkeling zal worden voldaan aan het gestelde beleid.

Behoeftenonderzoek camping Slutkeboer, Langemaatsweg 16 te Manderveen

5

3 Onderbouwing behoefte Beschikbaarheid gronden De initiatienemer is eigenaar van de voor de ontwikkeling benodigde gronden. Deze zijn hiervoor ook beschikbaar (vrij van rechten derden).

Planschade/ nadeelcompensatie Het plan leidt niet tot nadelige ruimtelijke effecten voor de omgeving. Er is geen risico op planschade/ nadeelcompensatie.

Financierbaarheid De initiatiefnemer is in staat om de uitvoering van de plannen zelf te financieren.

Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) verplicht om bij een wijziging van het omgevingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening te houden met de behoefte aan de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling. In het Bkl is een stedelijke ontwikkeling gedefinieerd als: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Ook de nieuwbouw van recreatiewoningen kan gezien worden als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het toepassen van de ladder voor duurzame verstedelijking voor onderhavig plan, dienen de volgende vragen beantwoord te worden: • • •

Is er een regionale behoefte? Is een deel van de regionale behoefte op te vangen binnen het bestaand stedelijk gebied? In hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld?

Is er een regionale behoefte? Uit het ‘trendrapport toerisme, recreatie en vrijetijd 2023’* blijkt dat er een groei is als het gaat om het aantal slaapplaatsen in vakantiewoningen (zie bullit 3 in figuur 3). Ook het aantal overnachtingen is gegroeid ten opzichte van 2019 (zie bullit 5 in figuur 3 en 4). Ook de omzet blijft groeien in 2023 (zie figuur 5). Verder blijkt dat het aantal kampeerplekken terugloopt ten opzichte van 2015 (zie bullit 3 in figuur 3). Onderhavig plan voorziet in een behoefte met het toevoegen acht recreatiewoningen en een inperking van de kampeerplekken.

*Het Trendrapport toerisme, recreatie en vrije tijd geeft in 368 pagina’s een samenhangend beeld van de gehele Nederlandse vrijetijdssector. Op basis van de meest toonaangevende (statistische) onderzoeken en bronnen komen de belangrijkste trends en ontwikkelingen aan bod.

Behoeftenonderzoek camping Slutkeboer, Langemaatsweg 16 te Manderveen

6

In hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld? De locatie ligt in het buitengebied van Tubbergen aan de Langemaatsweg te Tubbergen. Gezien de aard van de voorziening zullen de meeste recreanten met de auto komen. Het park is gelegen op de fiets- en wandelroutestructuur van Twente . Ligging in de omgeving Uit het Trendrapport toerisme, recreatie en vrije tijd en het factsheet ‘recreatie en toerisme in Twente 2023’ blijkt dat de vraag naar recreatiewoningen in vergelijking met de afgelopen jaren sterk toeneemt. Ook wordt aangegeven dat het belangrijk is, dat recreatiewoningen in een toeristisch aantrekkelijk gebied gesitueerd zijn. De locatie van de camping is gelegen in een natuurrijke omgeving en er zijn diverse fiets- en wandelroutes, onder andere naar de watermolen van Bels en de Molen van Frans bij het naburige Vasse, deze molens zijn ingericht als museum en restaurant. Ook is de locatie van de camping vlakbij het dal van de Mosbeek gelegen, dit is een uniek natuurgebied om te fietsen of te wandelen. Verder is de stad Ootmarsum in de buurt gelegen, een dorp dat bekend staat om de vele kunstenaars, galerieën en musea. Figuur 3: Camping Slutkeboer

Conclusie Het plan voldoet daarmee aan het vereiste van een zorgvuldig ruimtegebruik. Er is geen sprake van overprogrammering.

Behoeftenonderzoek camping Slutkeboer, Langemaatsweg 16 te Manderveen

9

Toetsing aan Beleidsnota Verblijfsrecreatie in Noordoost Twente 2018 In de raadsvergadering van 29 oktober 2018 is de nota ‘Verblijfsrecreatie in Noordoost Twente’ vastgesteld. Hierin zijn de kaders voor de ontwikkeling van nieuwe initiatieven op het gebied van de verblijfsrecreatie vastgelegd. In de nota wordt aangegeven dat Noordoost-Twente een aanzienlijk marktaandeel heeft als het gaat om het aantal toeristische overnachtingen in Twente. Er is sprake van een stijgende lijn, ook voor wat betreft de toeristische bestedingen ten aanzien van bungalows en appartementen. De analyse van de verblijfsrecreatie in de nota laat zien dat er weinig vernieuwing en innovatie binnen de verblijfsaccommodaties is en dat de kwaliteit soms ook te wensen overlaat. Tegelijkertijd zijn er ook kansen, onder meer: de toenemende vraag naar verblijfsaccommodaties in een natuurrijke omgeving en toenemende vraag naar vernieuwende agrotoeristische concepten. Het plan voor de realisatie van recreatiewoningen bij camping Slutkeboer sluit naadloos bij deze kansen aan en speelt in op de in de nota geconstateerde toenemende vraag naar verblijfsrecreatie in Noordoost Twente.

De gemeenten in Noordoost Twente hebben de volgende doelstelling voor de verblijfsrecreatie geformuleerd: Versterking van het verblijfstoerisme in Noordoost-Twente door middel van kwaliteitsverbetering, productvernieuwing en differentiatie in het verblijfsrecreatief aanbod. Voor bungalows op recreatieterreinen, waar in het geval van de bungalows bij camping Slutkeboer sprake van is, gelden vanuit de nota een aantal uitgangspunten en voorschriften: • Bij nieuwvestiging moet sprake zijn van een versterking en verbreding van het recreatief aanbod in Noordoost-Twente. • Permanente bewoning is uitgesloten. • Grotere (familie-) vakantiewoningen kunnen onder voorwaarden worden toegestaan. • Gronden dienen verblijfsrecreatieve bestemming te hebben. • De maximale inhoud bedraagt 300 m3, met een degelijke onderbouwing is uitbreiding mogelijk tot maximaal 700 m3.

In een straal van 5 kilometer rond de beoogde planlocatie, is het volgende aanbod aan recreatiewoningen te vinden (bron: www.vvvtubbergen.nl): • Herterij: 3 appartementen bij edelhertenboerderij; • Vakantieboerderij Roolsboer: 3 appartementen in authentieke Twentse sfeer; • B&B / Vakantiewoning De Bosmeen: Bed & Breakfast tevens te huren als vakantiewoning; • De Boderie: Vakantiehuisjes en Groepsaccommodatie in boerderijsfeer; • Vakantiehuizen “Landgoed Baasdam”: 3 vakantiewoningen in landgoedsfeer; • Gastenboerderij Klein Baasdam: B&B, vakantiewoning en chalet; • B&B / Vakantiewoning “Mooi zo logeren”: sfeervol tuinhuis als vakantiewoning; • Vakantiewoning “De Eikenhoeve”: vakantiewoning bij boerderij; • Vakantiewoning “Erve Wolbert”: vakantiewoning in gedeelte boerderij; • Vakantiewoning “De Smid”: vrijstaande vakantiewoning; • Twente Bed & Breakfast: tweepersoons vakantiehuis; • Erve Snieder: groepsaccommodatie en vakantiewoning; • Vakantieboerderij Kempers: groepsaccommodatie; • Recreatiepark ’n Kaps: 3 bungalows en een groepsaccomodatie Het bestaande aanbod is beperkt en bestaat vooral uit enkelvoudige vakantiewoningen, voornamelijk geconcentreerd rond het dorp Vasse. In de omgeving Tubbergen / Geesteren zijn verhoudingsgewijs weinig vakantiewoningen. Het bestaande aanbod richt zich voornamelijk op gezinnen, ouderen en rustzoekers.

Behoeftenonderzoek camping Slutkeboer, Langemaatsweg 16 te Manderveen

10

Met het plan voor de recreatiewoningen bij camping Slutkeboer wordt het aanbod verder versterkt. Met name met de ligging aan de noordwestkant tussen de kernen Tubbergen en Geesteren wordt met het plan een onderscheidend aanbod in de lokale markt voor verblijfsaccommodaties gerealiseerd. Doelgroepen daarbij zijn ‘Rustig groen’, Stijlvol en luxe blauw’ en ook ‘Gezellig lime’. Aan de eisen in de Nota Verblijfsrecreatie die hiervoor genoemd zijn wordt met het beoogde plan voldaan.

Eindconclusie Op basis van bovenstaande is onderbouwd dat er voldoende behoefte bestaat voor deze ontwikkeling. Uit de vraag-aanbod analyse hebben we geconcludeerd dat het verblijfsrecreatieve aanbod voor de avontuurzoeker, en in mindere mate voor de plezierzoeker, inzichtzoeker en rustzoeker, beperkt is in relatie tot de vraag. We hebben geconstateerd dat er kansen lijken te liggen voor de avontuurzoeker, plezierzoeker en inzichtzoeker.”)

Behoeftenonderzoek camping Slutkeboer, Langemaatsweg 16 te Manderveen

11

Bijlage 1 Uitbundig Geel

Gezellig Lime

Rustig Groen

Ingetogen Aqua

Stijlvol en Luxe Blauw

Ondernemend Paars

Creatief en Inspirerend Rood

Echte levensgenieters. Houden van samen met anderen actief en sportief recreëren. Vaak jonge gezinnen. Zoeken graag de gezellige drukte op, recreëren is lekker eten, genieten en leuke dingen doen. Beschikken over iets meer budget dan gemiddeld. Recreëren is lekker vrij zijn, rust en ontspanning. Zijn gericht op het eigen gezin, de directe leefomgeving. Het gemiddeld inkomen ligt wat lager, zijn prijsgevoelig. Een braderie of rommelmarkt is gezellig, je komt er altijd wel iemand tegen. Veel gezinnen met wat oudere kinderen en oudere tweepersoonshuishoudens. Rustige recreanten. Geen grote wensen, houden van privacy en rust. Vaak één en tweepersoonshuishoudens in de oudere leeftijdscategorie. Willen de drukte vermijden en gaan daarom dus niet graag naar evenementen en grote attracties. In de eigen omgeving is genoeg moois te zien en te ontdekken, je hoeft er niet ver voor te reizen. Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg. Rustige, geïnteresseerde recreanten. Zoeken inspirerende activiteiten. Gaan vaak samen met hun partner op stap. Waarderen sportieve en culturele mogelijkheden. Willen meedoen met de maatschappij en alle veranderingen die zij daarin zien. Zelfverzekerd. Vinden dat ze in hun vrijetijd wel wat luxe en stijlvolle ontspanning verdienen. Zakelijk en intelligent. Houden van stijl en klasse, meer gericht op exclusievere vormen van recreatie.

Recreëren is ontspanning en afstand nemen van de dynamiek van alledag. Actief sporten en aandacht besteden aan het sociale netwerk (ons soort mensen). Jonge één en tweepersoonshuishoudens en huishoudens met oudere kinderen. Laten zich graag verrassen en inspireren, met name door cultuur. Nieuwe dingen zien, ontdekken en beleven. Het gewone is vaak niet goed genoeg, op zoek naar een bijzondere ervaring. Cultuur, activiteit en sportiviteit. Ontspannen door sauna of een Wellness arrangement. Vaker mensen van middelbare leeftijd, 35-54 jaar. Mat name één en tweepersoonshuishoudens. Voorkeur voor individuele activiteiten. Creatief, op zoek naar uitdagingen en inspirerende ervaringen. Bewegen zich graag buiten de gebaande paden. Vaak hoog opgeleid, maar door het grote aandeel jongeren nog niet altijd een hoog inkomen. Recreatie betekent naast sportiviteit en ontspanning ook het zoeken naar vernieuwende stromingen, moderne kunst en andere culturen.

Behoeftenonderzoek camping Slutkeboer, Langemaatsweg 16 te Manderveen

12

Bijlage 3

watertoets

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22h Buitengebied Langemaatsweg 16, Manderveen

81

Aanvraagformulier

Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Korte procedure Op basis van uw locatie en gegeven antwoorden blijkt dat u waterschapsbelangen raakt. U volgt de korte procedure.

Wat moet ik doen? Gebruik alstublieft de knop "DIRECT AANVRAGEN" om uw aanvraag voor een wateradvies daadwerkelijk naar het waterschap te versturen. Hiervoor is een eenmalige registratie benodigd. De korte procedure houdt in dat u zelfstandig een waterparagraaf opstelt, waarin u toelicht hoe u op een goede manier omgaat met de relevante wateraspecten. U kunt hiervoor onze adviezen gebruiken en de standaardwaterparagraaf. Deze hebben we onder het kopje 'achtergrond' toegevoegd. Wij verzoeken u deze waterparagraaf aan te passen aan de gegevens van uw plan en de relevante wateraspecten. We vragen u deze waterparagraaf voor advies aan ons voor te leggen. Wanneer wij een positief advies verlenen kunt u de waterparagraaf invoegen in de ruimtelijke onderbouwing van het plan.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

25-09-2024 16:03

3

Aanvraagformulier Waterparagraaf ‘toekomstgericht waterbeheer’

Ruimtelijke ordening en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en worden sterk beïnvloed door de klimaatverandering. Er is meer ruimte nodig voor water, omdat klimaatverandering zorgt voor hoge piekafvoeren in de zomer en een gemiddeld hogere waterafvoer in de winter. Het gaat ook om langduriger periodes van droogte en om extreem warm weer, waar vooral stedelijk gebied last van kan hebben. Ook veranderingen in ruimtegebruik hebben gevolgen voor het waterbeheer. Het waterschap wil vroegtijdig meedenken over plannen en ontwikkelingen om samen met de gemeente en andere partners te zoeken naar de bijdrage die water kan leveren aan de verbetering van de leefomgeving.

Het waterschap Rijn en IJssel zorgt voor het water in uw omgeving. Vanuit het leidend principe ‘Water en mens in hun element’ draagt het waterschap bij aan ruimtelijke kwaliteit en een duurzame leefomgeving. De zorg voor waterveiligheid, schoon water en voldoende water vraagt structureel aandacht en is continu in beweging. Dat doet het waterschap door het (grond)waterpeil te beheren, rioolwater te zuiveren en te zorgen voor schoon water in beken, sloten en rivieren en te zorgen voor stevige dijken. Als belangrijkste speerpunt voor de periode 2022-2027 ziet het waterschap de opgave om zijn gebied veerkrachtiger te maken tegen klimaatverandering. Hiervoor werkt het waterschap toe naar een andere balans van vasthouden-bergen-afvoeren (voorraadbeheer), rekening houdend met de meest recente inzichten over de snelheid van klimaatverandering.

In het waterbeheerprogramma 2022-2027 heeft het waterschap zijn doelen en werkzaamheden weergegeven in vier thema’s.

Klimaatrobuust gebied Het doel is het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem zodanig te invullen, dat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer.

Veilig gebied Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. Onze ambitie is dat in 2050 de waterkeringen voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat we daarbij wendbaar inspelen op ontwikkelingen. We voeren ons beheer op een duurzame wijze uit en werken aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken.

Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil in het uitvoeren van zijn primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij willen we in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin we onze taken klimaatneutraal uitvoeren.

Gezonde leefomgeving Als waterschap zorgen we voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Wij streven ernaar dat het water in onze leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico’s oplevert voor de volksgezondheid. Ons doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert.

De samenhang van de wateropgaven met andere opgaven in het gebied vraagt om nauwe samenwerking met gemeenten, provincies, inwoners en bedrijven. Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen tijdig en goed in beeld te krijgen en mee te kunnen wegen, gebruiken we de (digitale) watertoets.

25-09-2024 16:03

4

Aanvraagformulier Relevante wateraspecten Wateroverlast Door de ontwikkelingen in het plangebied neemt het verhard oppervlak toe met m2. Daarnaast is het mogelijk om ook bestaand verhard oppervlak af te koppelen van het rioolstelsel zodat de kans op wateroverlast door toekomstige regenbuien wordt verminderd. Het gaat hierbij om m2. Om wateroverlast te voorkomen wordt het hemelwater niet afgevoerd naar het rioolstelsel maar volgens de trits vasthouden - bergen – afvoeren behandeld. Het hemelwater wordt ter plaatse geborgen in infiltratie- of waterbergende voorzieningen met een volume van m3. De dimensioneringsberekeningen van de diverse voorzieningen zijn opgenomen in de bijlage bij het bestemmingsplan. Op deze wijze kan regenbui T=100+10% worden opgevangen in het plangebied tot aan maaiveld of op maaiveld geborgen worden zonder dat waterschade optreedt, en vertraagd worden afgevoerd.

Bij voorkeur worden natte en laaggelegen gebieden, beekdalen, regionale bergingsgebieden en overstromingsvlaktes niet bebouwd. Het plangebied beoogt geen kapitaalintensieve bouwwerken in deze gebieden. Wateroverlast voor het plangebied wordt voorkomen door <maatregelen noemen zoals ophogen, kades aanleggen oid>.

Waterkwaliteit Het plan maakt geen functies mogelijk die tot verslechtering van de waterkwaliteit leiden. Om de kwaliteit van het water te waarborgen, worden de volgende maatregelen getroffen: een bodempassage in een berm/ wadi/ filtering d.m.v. een helofytenfilter, chemisch filter of mechanisch filter.

Riolering en Afvalwaterketen Een toename van het afvalwater heeft effect op het functioneren van de afvalwaterketen. Het (gemeentelijk) rioolstelsel, de gemalen (overnamepunten) en de rioolwaterzuiveringsinstallatie kunnen de toename van afvalwater van verwerken zonder daarmee het milieu zwaarder te belasten. Het hemelwater wordt niet aangesloten op het rioolstelsel en zal ter plaatse infiltreren/geborgen worden. Voor onderhoud aan het rioolpersleidingenstelsel is bereikbaarheid noodzakelijk, hiertoe is een zonering rondom de persleiding opgenomen in de verbeelding. Tot slot worden in de milieuzone van de RWZI of rioolgemaal geen hindergevoelige functies opgenomen, die het functioneren van de installatie nu of in de toekomst kunnen belemmeren.

Grondwaterbeheer De ontwikkeling leidt niet tot wijziging van de grondwaterstand. Er wordt niet gebouwd in een gebied met een hoge grondwaterstand of kwel. De bouwwijze is aangepast aan de grondwaterstand en zettingsgevoeligheid van de bodem door ophoging van het maaiveld, kruipruimteloos bouwen, waterdicht bouwen, passende fundering, etc. Om de bestaande grondwaterstanden op peil te houden worden maatregelen genomen om neerslag in de bodem te infiltreren of in andere voorzieningen vast te houden of te bergen.

Recreatie In het plangebied zijn de volgende (nieuwe) aan het water gekoppelde recreatieve functies opgenomen: . Voor zover van dergelijke actieve recreatieve functies een vergunning van het waterschap nodig is, zal deze worden aangevraagd. In het plangebied zijn geen cultuurhistorische waterobjecten aanwezig. De cultuurhistorische waarde wordt door de planontwikkeling niet aangetast.

25-09-2024 16:03

5

Bijlage 4

quickscan natuurwaarden

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22h Buitengebied Langemaatsweg 16, Manderveen

85

Colofon QuickScan natuurwaardenonderzoek Langemaatsweg 16 Manderveen Effectbeoordeling in het kader van de Omgevingswet, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Nobelstraat 7-5 7131 PZ Lichtenvoorde BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0850-509852

Opdrachtgever: Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna

Projectnummer en versie: 6541 versie 1.0 Ligging plangebied: Langemaatsweg 16 Manderveen Auteur:

Status: definitief Rapportdatum: 10-07-2024 (aangepast 15-05-2025) Veldwerk uitgevoerd door:

De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.

2

Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................................................... 4 HOOFDSTUK 1

INLEIDING ................................................................................................................................ 6

HOOFDSTUK 2

HET PLANGEBIED ...................................................................................................................... 7

2.1 Situering ................................................................................................................................................ 7 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................ 7 HOOFDSTUK 3

VOORGENOMEN ACTIVITEITEN .................................................................................................... 9

3.1 Algemeen .............................................................................................................................................. 9 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden ........... 10 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer .......................................................................................................... 10 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied is gelijk aan het plangebied. ............. 10 HOOFDSTUK 4

TOETSINGSKADERS .................................................................................................................. 11

4.1 Algemeen ............................................................................................................................................ 11 4.2 Omgevingswet; Natura 2000............................................................................................................... 11 4.3 Omgevingswet; Soortenbescherming ................................................................................................. 11 4.4 Specifieke zorgplicht............................................................................................................................ 12 4.5 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland ...................................................................... 14 HOOFDSTUK 5

GEBIEDSBESCHERMING ............................................................................................................ 15

5.1 Algemeen ............................................................................................................................................ 15 5.2 Natuurnetwerk Nederland .................................................................................................................. 15 5.3 Natura 2000......................................................................................................................................... 16 5.4 Slotconclusie........................................................................................................................................ 17 HOOFDSTUK 6

SOORTENBESCHERMING ........................................................................................................... 18

6.1 Verwachting en bureauonderzoek ...................................................................................................... 18 6.1.1 Algemeen...................................................................................................................................... 18 6.1.2 Bronnenonderzoek ....................................................................................................................... 18 6.3 Resultaten ........................................................................................................................................... 20 6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep ............................................................................ 23 6.5 Historische gegevens en overige bronnen. ......................................................................................... 25 6.6 Volledigheid van het onderzoek.......................................................................................................... 25 HOOFDSTUK 7

CONCLUSIES........................................................................................................................... 26

3

SAMENVATTING Er zijn concrete plannen om nieuwe recreatiewoningen (8 stuks, elke woning geschikt voor 2 tot 4 personen) te realiseren aan de Langemaatsweg 16 te Manderveen. Deze nieuwe recreatiewoningen worden d.m.v. een nieuw aan te leggen halfverharde weg in verbinding gebracht met de bestaande camping. Tevens worden de spullen/materialen in het plangebied verwijderd, wordt een schuur gesloopt en wordt één sanitair gebouw gerealiseerd. Verder worden er parkeerplaatsen (grasbetonklinkers), picknick banken, speelelementen en halfverharde wandelpaden aangelegd. Er wordt een deel van de aanwezige beplanting gerooid en het plangebied wordt nadien landschappelijk ingepast, middels aanplant van bloemenmengsel, bosplantsoen en hoogstam fruitbomen. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Omgevingswet op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Omgevingswet in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven.

Het plangebied is op 4 juni 2024 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermde (natuur)gebieden, zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde gebieden: Het plangebied behoort niet tot Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het NNN (geen externe werking). Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, de duur van de ontwikkelfase en de afstand tussen het plangebied en het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied kan een negatief effect op Natura-2000 gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, op voorhand uitgesloten worden. Het uitvoeren van een stikstofberekening is voor zowel de ontwikkel- als gebruiksfase niet noodzakelijk. Overige negatieve effecten op Natura 2000-gebied kunnen worden uitgesloten.

Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- en voortplantingsplaats en bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats. Vleermuizen bezetten geen verblijfplaats in het plangebied maar benutten het wel als foerageergebied. Als gevolg van het slopen van de aanwezige bebouwing in het plangebied en het verwijderen van beplanting (incl. onderbeplanting) tijdens de voortplantingsperiode van vogels wordt mogelijk een bezet vogelnest beschadigd of vernield. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Voor het beschadigen of vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit verkregen worden omdat de voorgenomen activiteit niet als een in de wet genoemd belang wordt beschouwd. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren of vernielen van vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden.

De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Mogelijk wordt een beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt een vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield, als gevolg van uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Voor de grondgebonden zoogdieren, die een vaste rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling `beschadigen/vernielen van vaste rust- en voorplantingsplaatsen’. Voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren geldt geen vrijstelling. Om te voorkomen dat beschermde grondgebonden opzettelijk gedood worden, dienen ze weggevangen te 4

worden, of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden, zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit vereist. Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde grondgebonden zoogdieren gedood. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden zonder voorbereiding, kan niet uitgesloten worden dat een beschermd amfibieën gedood wordt. Ook worden mogelijk vaste (winter)rustplaatsen van een beschermd amfibie beschadigd of vernield. Voor de beschermde amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rustplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaats’. Er geldt geen vrijstelling voor het opzettelijk doden van amfibieën. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden, zodat deze dieren op eigen beweging vertrekken of dienen ze weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde dieren gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Als gevolg van het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor de foeragerende diersoorten niet af.

Resultaten van toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden samengevat: • Verwijderen beplanting en slopen aanwezige bebouwing in het plangebied buiten de voortplantingsperiode van vogels (of broedvogelscan uitvoeren); • Geen beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën doden (zorgvuldig werken, wegvangen of werkterrein natuurvrij maken);

5

HOOFDSTUK 1 INLEIDING Er zijn concrete plannen om nieuwe recreatiewoningen (8 stuks, elke woning geschikt voor 2 tot 4 personen) te realiseren aan de Langemaatsweg 16 te Manderveen. Deze nieuwe recreatiewoningen worden d.m.v. een nieuw aan te leggen halfverharde weg in verbinding gebracht met de bestaande camping. Tevens worden de spullen/materialen in het plangebied verwijderd, wordt een schuur gesloopt en wordt één sanitair gebouw gerealiseerd. Verder worden er parkeerplaatsen (grasbetonklinkers), picknick banken, speelelementen en halfverharde wandelpaden aangelegd. Er wordt een deel van de aanwezige beplanting gerooid en het plangebied wordt nadien landschappelijk ingepast, middels aanplant van bloemenmengsel, bosplantsoen en hoogstam fruitbomen. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Omgevingswet op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Omgevingswet in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven.

Er is in het onderzoeksgebied gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Omgevingswet (soorten en Natura 2000-gebied) en de Omgevingsverordening Overijssel (Natuurnetwerk Nederland).

6

HOOFDSTUK 2 HET PLANGEBIED 2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd op het adres Langemaatsweg 16 te Manderveen, gemeente Tubbergen. Het ligt circa 1 kilometer ten zuiden van de woonkern Manderveen en wordt omgeven door bos- en landelijk gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.

Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat uit bebouwing, grasland, beplanting, verharding en verspreide spullen/materialen in de kapschuren en buitenruimte (o.a. stenen, oud ijzer, hout, zeil en pallets). De bebouwing bestaat uit enkele schuren en kapschuren. De schuren en kapschuren beschikken over gemetselde buitengevels, maar alleen de schuren beschikken over een spouwmuur. De buitengevels van de schuren en kapschuren zijn deels met damwandplaten betimmerd. De buitengevels van de schuren zijn ook deels met hout betimmerd. De schuren zijn gedekt met asbestplaten (met dakisolatie) en de kapschuren zijn gedekt met golfplaten (zonder dakisolatie). De beplanting bestaat uit enkele hagen (o.a. conifeer) en struiken (o.a. laurier). Het aanwezige grasland bestaat uit een soortenarme vegetatie en wordt intensief beheerd (bemesten, maaien en afvoeren maaisel). Het plangebied grenst aan bosperceel, houtsingels, gazon en verharding. Op onderstaande afbeelding wordt de begrenzing van het plangebied weergegeven. Voor een verbeelding van de huidige situatie wordt verwezen naar de fotobijlage.

7

Luchtfoto met de begrenzing van het plangebied, aangegeven met de gele lijn (bron: atlasleefomgeving.nl/kaarten).

8

HOOFDSTUK 3 VOORGENOMEN ACTIVITEITEN 3.1 Algemeen Het voornemen bestaat om nieuwe recreatiewoningen (8 stuks, elke woning geschikt voor 2 tot 4 personen) in het plangebied te realiseren. Deze nieuwe recreatiewoningen worden d.m.v. een nieuw aan te leggen halfverharde weg in verbinding gebracht met de bestaande camping. Tevens worden de spullen/materialen in het plangebied verwijderd, wordt een schuur gesloopt en wordt één sanitair gebouw gerealiseerd. Verder worden er parkeerplaatsen (grasbetonklinkers), picknick banken, speelelementen en halfverharde wandelpaden aangelegd. Er wordt een deel van de aanwezige beplanting gerooid (incl. onderbeplanting) en het plangebied wordt nadien landschappelijk ingepast, middels aanplant van bloemenmengsel, bosplantsoen en hoogstam fruitbomen. Op onderstaande afbeelding wordt een plattegrond van het wenselijk eindbeeld weergegeven.

Plattegrond van het wenselijk eindbeeld (bron: N+L Landschapsontwerpers).

De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Omgevingswet flora- en fauna-activiteit : • Verwijderen spullen/materialen; • Verwijderen een deel van de aanwezige beplanting (incl. onderbeplanting); • Slopen bebouwing; • Bouwrijp maken bouwplaats; • Realiseren recreatiewoningen (8 stuks); • Aanleggen parkeerplaatsen, speelelementen, halfverharde weg en wandelpaden; • Aanleggen bloemenmengsel, bosplantsoen en hoogstam fruitbomen; • Bewonen recreatiewoningen; 9

3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied. We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden: • Verstoren rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden; Mogelijke permanente invloeden: • Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaarrond beschermde nesten;

3.3 Vaststellen van de invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het onderzoeksgebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie wordt gekeken naar de uitvoering van rooi-, sloop- en bouwwerkzaamheden en het bewonen van de nieuwe recreatiewoningen. Beoordeling van de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit: Om de effecten van een voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen, is het soms van belang ook buiten het plangebied te kijken. In voorliggend geval grenst het plangebied bosperceel, houtsingels, gazon en verharding. De aangrenzende houtsingels en het aangrenzende bosperceel liggen nabij recreatieterrein en verharde wegen. Er is dagelijks veel geluid- en lichtverstoring afkomstig van het bestaande recreatietrein. Tevens rijdt er dagelijks verkeer over de omliggende verharde wegen (Doevenweg en Langemaatsweg). De beschermde soorten-/waarden in de aangrenzende houtsingels en bosperceel hebben hierdoor al enige gewenning aan licht- en geluidsverstoring.

Het is hierdoor niet aannemelijk dat het uitvoering van de voorgenomen activiteiten een extra geluid- of lichtverstoring zal veroorzaken voor beschermde soorten-/waarden in de aangrenzende houtsingels en bosperceel. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat beschermde soorten en/of -waarden buiten het plangebied op een dusdanige wijze aangetast worden, dat dit leidt tot wettelijke consequenties.

3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied is gelijk aan het plangebied.

10

HOOFDSTUK 4 TOETSINGSKADERS 4.1 Algemeen In dit Hoofdstuk worden de diverse toetsingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt.

4.2 Omgevingswet; Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel van de Omgevingswet heeft als doel het beschermen van Natura 2000gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een Omgevingsvergunning noodzakelijk.

4.3 Omgevingswet; Soortenbescherming In de Omgevingswet (Bal; Besluit activiteit leefomgeving) is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten. In de Omgevingswet worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (Artikel 11.37 t/m Artikel 11.40 Bal): 1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van, van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn; b. het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels; c. het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; of d. het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a. 2. Het verbod geldt niet, als: a. het verrichten van die activiteit op grond van een andere wet is toegestaan en is voldaan aan de artikelen 9, eerste en tweede lid, en 13 van de vogelrichtlijn; of b.

de activiteit uitvoering geeft aan: 1°.een instandhoudingsmaatregel als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid en tweede lid, onder b, c en d, en 4, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, van de vogelrichtlijn of artikel 6, eerste lid, van de habitatrichtlijn; of 2°.een passende maatregel als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn. 3. Het verbod op het opzettelijk storen van vogels, bedoeld in het eerste lid, onder d, geldt niet, als het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de vogelsoort. Soorten Habitatrichtlijn (Artikel 11.46 t/m Artikel 11.48 Bal); Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; b. het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a; 11

c. het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a; d. het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en e. het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Andere Soorten (Artikel 11.54 Bal) Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A; b. het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en c. het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B. Het verbod geldt niet als: a.

het gaat om het doden of vangen van de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis, of om het beschadigen of vernielen van hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden; b. het verrichten van de activiteit op grond van een andere wet is toegestaan en is voldaan aan de eisen die zijn opgenomen artikel 8.74l van het Besluit kwaliteit leefomgeving; of c. de activiteit deel uitmaakt van: 1°.een instandhoudingsmaatregel als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid en tweede lid, onder b, c en d, en 4, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, van de vogelrichtlijn of artikel 6, eerste lid, van de habitatrichtlijn; of 2°.een passende maatregel als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn. Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Ow een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit te worden aangevraagd. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen omgevingsvergunning flora- en fauna activiteit nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1305/documents/26625