Bijlage TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen 1 regels.pdf
Tekst van het document
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
Status: vastgesteld
Status: vastgesteld
IMRO-Code: NL.IMRO.0183.TAMBUISVSTUBBERGEN-VG01
2
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
Inhoudsopgave Regels
4
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
6
Artikel 1
Begripsbepalingen
6
Artikel 2
Meet- en rekenbepalingen
7
Artikel 3
Toepassingsbereik
8
Hoofdstuk 2
Functies en gebiedsaanwijzing
10
Artikel 4
Agrarisch - 1
10
Artikel 5
Agrarisch - 2
15
Artikel 6
Bos
20
Artikel 7
Wonen - Wonen in het buitengebied
22
Artikel 8
Wonen
26
Artikel 9
Waarde - Archeologie 3
29
Artikel 10
Waarde - Archeologie 4
31
Artikel 11
Leiding - Hoogspanningsverbinding
33
Hoofdstuk 3
Algemene regels voor activiteiten
36
Artikel 12
Anti-dubbeltelregel
36
Artikel 13
Algemene ruimtelijke bouwregels
37
Artikel 14
Planologische gebruiksactiviteiten
38
Artikel 15
Regels parkeren
39
Artikel 16
Overige regels
40
Hoofdstuk 4
Overgangsrecht
42
Artikel 17
Overgangsrecht
42
Bijlagen bij de regels
44
Bijlage 1
Begrippenlijst
45
Bijlage 2
Landschappelijke inpassingsplannen
46
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
3
Regels Preambule Dit plan beoogt het Buitengebied met Kwaliteit van de gemeente Tubbergen toe te passen in het buitengebied van Tubbergen. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Tubbergen. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1 lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit deel van het omgevingsplan weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22e van het omgevingsplan van de gemeente Tubbergen. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22e' gelezen worden. De bijlage bij de in deze voorziening weergegeven hoofdstukken moet gelezen worden als onderdeel van Bijlage 22e bij het omgevingsplan van de gemeente Tubbergen.
4
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
5
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Artikel 1 Begripsbepalingen Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen: 1. Bijlage 1 bij dit 'TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen' bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit TAM-IMRO-deel van het omgevingsplan. 2. De bijlage bij de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van overeenkomstige toepassing op dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e', tenzij in bijlage 1 bij dit TAM-omgevingsplan daarvan is afgeweken.
6
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
Artikel 2 Meet- en rekenbepalingen De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in meters (m), m² of m³ zijn uitgedrukt. Voor zover de meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 in strijd zijn met de meet- en rekenbepalingen in dit artikel, gaan deze meet- en rekenbepalingen voor. Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. Voor overkappingen geldt een inhoud gerekend tussen de buitenzijde van de denkbeeldige gevelvlakken verticaal geprojecteerd vanaf de buitenzijden van de afdekking; 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6
de afstand tot de zijdelingse perceelgrens:
de afstand tussen de zijdelingse perceelgrenzen en het punt van het op dat bouwperceel voorkomend gebouw waar die afstand het kortst is. 2.7
Ondergeschikte bouwdelen:
Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt.
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
7
Artikel 3 Toepassingsbereik 1. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder b, g, h, i of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid. 2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. 3. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0183.TAMBUISVSTUBBERGENVG01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
8
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
9
Hoofdstuk 2 Functies en gebiedsaanwijzing Artikel 4 Agrarisch - 1 4.1
Functieomschrijving
Gronden binnen de functie 'Agrarisch - 1' mogen worden gebruikt voor: a. het agrarisch gebruik; b. de uitoefening van een agrarisch bedrijf, ter plaatse van de aanduiding “bouwvlak”, c. de uitoefening van een kleinschalig agrarisch bedrijf met beperkte ontwikkelingsmogelijkheden, ter plaatse van de aanduiding “bouwvlak”; d. het wonen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering met de daarbij behorende erven, voorzover de gronden zijn voorzien van een bouwvlak; e. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden; f. dagrecreatieve voorzieningen in de vorm van een ontvangstruimte ten behoeve van verkoop van eigen en streekeigen producten vanaf de boerderij, rondleidingen, en dergelijke; g. het uitvoeren van erfinrichtingsplannen en landschapsplannen; met daaraan ondergeschikt: h. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke waarden; i. doeleinden van agrarisch natuurbeheer; j. hobbymatig agrarisch gebruik; k. nutsvoorzieningen; l. extensief dagrecreatief medegebruik, m. wegen, ontsluitingswegen voor bebouwde percelen en agrarische kavelpaden; n. fiets- en wandelpaden; o. waterhuishoudkundige voorzieningen; p. het bewerken van bedrijfseigen mest; q. kleinschalige duurzame energiewinning; met de daarbijbehorende: r. s.
bedrijfsgebouwen en overkappingen; bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-gebonden beroep of bedrijf, een vrij beroep, mantelzorg, mantelzorg en/of bed and breakfast; t. paardrijbakken binnen bouwvlakken; u. bestaande veldschuren; v. bouwwerken, geen gebouw zijnde. 4.2
Beoordelingsregels
4.2.1
Toepassingsbereik
a. In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 gelden de in artikel 4.2 opgenomen beoordelingsregels. b. Deze beoordelingsregels zijn eveneens van toepassing voor omgevingsplanactiviteiten voor het gebruiken van bouwwerken.
4.2.2
Hoofdgebouwen en aangebouwde bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. de gebouwen en overkappingen zullen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, tenzij bestaande gebouwen en overkappingen buiten een bouwvlak zijn gebouwd, in welk geval de bestaande buiten het bouwvlak gebouwde gebouwen en overkappingen tevens en uitsluitend op dezelfde locatie buiten een bouwvlak gebouwd mogen worden;
10
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
b. binnen een bouwvlak zullen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van de ter plaatse gevestigde agrarische bedrijvigheid en bedrijvigheid genoemd in 4.1 worden gebouwd; c. het gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen en overkappingen zal ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)' aangegeven oppervlakte bedragen; d. indien twee of meer bouwvlakken aan elkaar grenzen zal de afstand van de gebouwen en overkappingen tot de aan elkaar grenzende bouwgrenzen ten minste 3,00 m bedragen, tenzij de bestaande afstand van een gebouw of overkapping minder bedraagt, in welk geval voor dat gebouw of die overkapping de bestaande afstand geldt; e. tunnelkassen en blaastunnels zullen worden gebouwd binnen een bouwvlak of in een zone van 50 m rondom een bouwvlak; f. het aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste één per bouwvlak bedragen, tenzij het bestaande aantal meer bedraagt, in welk geval het aantal bedrijfswoningen ten hoogste het bestaande aantal zal bedragen, g. kelders bij bedrijfswoningen zullen uitsluitend loodrecht onder de bedrijfswoning worden gebouwd, waarbij de kelders uitsluitend inpandig vanuit de bedrijfswoningen bereikbaar mogen zijn. De inhoud van een bedrijfswoning wordt berekend exclusief de kelderruimte; h.
de vrijstaande bedrijfsgebouwen, overkappingen en bijbehorende bouwwerken zullen achter de naar de weg(en) gekeerde (voor)gevel(s) van het dichtst bij de weg gelegen bestaande gebouw dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd, tenzij het dichtst bij de weg gelegen bestaande gebouw op meer dan 50 m van de weg is gesitueerd, in welk geval geen plaatsingseis geldt; i. aan de bedrijfswoning aangebouwde bedrijfsgebouwen en aangebouwde bijbehorende bouwwerken zullen ten minste 3,00 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning worden gebouwd; j. de maatvoering van een gebouw of een overkapping zal voorts voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld:
* In die gevallen dat de bestaande oppervlakte, inhoud, goothoogte, bouwhoogte en dakhellingen afwijkt van hetgeen is bepaald in het schema, worden de bestaande maatvoeringen als ten hoogste toelaatbaar aangehouden. ^ Voor aangebouwde bijbehorende bouwwerken geldt geen minimale dakhelling. + De goothoogte van een aangebouwd bijbehorende bouwwerk zal ten hoogste 3,00 m bedragen. ++ De bouwhoogte van een aangebouwd of vrijstaand bijbehorend bouwwerk zal ten minste 1,00 m lager zijn dan de bouwhoogte van de bedrijfswoning/plattelandswoning.
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
11
4.2.3
Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. silo's, platen en mestbassins zullen worden gebouwd binnen het bouwvlak dan wel binnen een zone van 75 m rondom het bouwvlak en op een afstand van ten minste 5,00 m vanaf houtopstanden. Buiten de zone van 75 meter mag alleen opslag plaatsvinden daar waar de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - mestopslag" is opgenomen; b. de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van opslag ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - mestopslag" zal ten hoogste 15,00 m bedragen; c. de bouwhoogte van erfafscheidingen zal ten hoogste 1,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de naar de weg(en) gekeerde (voor)gevel(s) van het dichtst bij de weg gelegen gebouw binnen het bouwvlak ten hoogste 2,50 m zal bedragen; d. er zullen buiten het bouwvlak geen pomphuisjes en waterbassins worden gebouwd; e. er zullen geen paardrijbakken buiten de bouwvlakken en op een afstand van minder dan 5,00 m vanaf houtopstanden worden gebouwd; f. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken zal binnen het bouwvlak ten hoogste 15,00 m bedragen; g. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken, waaronder terreinafscheidingen, zal buiten het bouwvlak ten hoogste 2,50 m bedragen. 4.3
Specifieke functieregels
4.3.1
Verboden gebruik
Het is verboden om binnen deze functie de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor niet-agrarische bedrijvigheid anders dan de in 4.1 toegelaten bedrijvigheid en bedrijvigheid waarvoor onherroepelijke planologische medewerking is verleend; b. het opslaan van mest en/of andere landbouwproducten voor zover gelegen buiten een zone van 75 m rondom het bouwvlak, met uitzondering van: 1. tijdelijke opslag van landbouwproducten (maximaal zes maanden per jaar); en c. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen en/of de aanleg van wegen en paden anders dan ten behoeve van het agrarisch gebruik (buiten het bouwvlak) of de bereikbaarheid van bebouwde percelen; d. het gebruik van een bedrijfswoning voor de huisvesting van meer dan één huishouden, tenzij er sprake is van gebruik van een woning voor de huisvesting van meer dan één huishouden dat reeds aanwezig was op het moment dat het 'voorbereidingsbesluit wonen buitengebied' met planidentificatie NL.IMRO.0183.VBWONENB-VG01 in werking trad (30 november 2018); e. het gebruik van de gronden ten behoeve van een waterbassin; f. het gebruik van niet aan de bedrijfswoning gebouwde gebouwen voor wonen; g. het gebruik van de gronden ten behoeve van containerteelt, voorzover: 1.
de oppervlakte van de gronden ten behoeve van de containerteelt per sier- en/of boomkwekerijbedrijf meer bedraagt dan 1,50 hectare, tenzij de bestaande oppervlakte meer bedraagt, in welk geval de bestaande oppervlakte geldt; h. het gebruik van gronden ten behoeve van een paardrijbak buiten een bouwvlak met de daarbijbehorende bouwwerken anders dan waarvoor onherroepelijke planologische medewerking is verleend; i. het gebruik van bestaande veldschuren voor een gebruik anders dan het bestaande gebruik dan wel een minder afwijkend gebruik van het gebruik als veldschuur als bedoeld in het begrip 1.58; j. het wijzigen van het bestaande aantal dierplaatsen, bestaande diersoorten en/of bestaande stalsystemen, indien dit leidt tot een toename van ammoniakemissie vanaf het betreffende agrarische bedrijf.
4.3.2
Voorwaardelijke verplichting - sloopopgave
Binnen één jaar na het tijdstip van onherroepelijk worden van het TAM-Omgevingsplan dient geheel uitvoering te zijn gegeven aan de sloop van de in Bijlage 2 met de letter D aangeduide te slopen bouwwerken en bijbehorende erfinrichtingsmaatregelen.
12
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
4.3.3
Toegestaan gebruik
Tot een gebruik van gronden en bouwwerken in overeenstemming met deze functie wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gebouwen ten behoeve van de in 4.1 genoemde bedrijvigheid tot ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding "maximum oppervlakte (m2)" aangegeven oppervlakte; b. het gebruik van gedeelten van een bedrijfswoning, inclusief vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning, voor de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep of bedrijf of een vrij beroep, mits: 1. het beroep wordt uitgeoefend door één van de bewoners van de bedrijfswoning, waarbij één andere arbeidskracht ter plekke werkzaam mag zijn; 2. de beroepsvloeroppervlakte in de bedrijfswoning ten hoogste 30% van het brutovloeroppervlak van de bedrijfswoning inclusief vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning, bedraagt; 3. parkeren op eigen erf plaatsvindt; 4. detailhandel uitsluitend plaatsvindt op de wijze van productiegebonden detailhandel; c.
het gebruik van bouwwerken ten behoeve van dagrecreatieve voorzieningen in de vorm van een ontvangstruimte ten behoeve van activiteiten vanaf de boerderij, rondleidingen, wel en/of niet op het eigen bedrijf geproduceerde streekgebonden producten met dien verstande dat er sprake is van kleinschaligheid en dat de basis van de verkoop wordt gevormd door de producten die op het bedrijf zelf tot stand komen, en dergelijke, mits de gebruiksoppervlakte ten hoogste 100 m² bedraagt; d. het gebruik van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen voor caravanstalling of opslag van andere kampeermiddelen voor zover deze bedrijfsgebouwen ten minste 5 jaar bedrijfsmatig agrarisch in gebruik zijn geweest; e. het gebruik van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen voor opslag van niet-agrarische zaken voor zover deze bedrijfsgebouwen ten minste 5 jaar bedrijfsmatig agrarisch in gebruik zijn geweest en de gebruiksoppervlakte ten hoogste 500 m² bedraagt. 4.4
Omgevingsplanactiviteit
4.4.1
Inwoning
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de bedrijfswoning te gebruiken voor meer dan één huishouden ten behoeve van inwoning. Hierbij gelden de volgende beoordelingsregels: a. de omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend ten behoeve van de huisvesting van een tweede (huishouden van een) persoon; b. de bestaande bouwmassa wordt niet vergroot en er geen sprake is van splitsing in meerdere woningen; c. er blijft sprake van één hoofdtoegang, die toegang verschaft tot een gemeenschappelijke hal van waaruit rechtstreekse toegang tot de beide woonruimtes wordt verschaft; d. er blijft sprake van één aansluiting op de verschillende nutsvoorzieningen en er geen toename van het aantal inritten naar het perceel plaatsvindt. 4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
4.5.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het vellen of doen vellen van bomen en/of houtgewas die onderdeel uitmaken van een houtopstand die een zelfstandige eenheid vormt groter dan 10 are of meer dan 20 bomen in een rijbeplanting; b. het inrichten van gronden ten behoeve van natuurontwikkeling tot een aaneengesloten oppervlakte van ten hoogste 1,00 hectare; c. het aanleggen en/of verharden van paden, wegen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen groter dan 100 m² buiten het bouwvlak, met uitzondering van: 1. het aanleggen en/of verharden van wegen ter ontsluiting van bebouwde percelen voorzien van een bouwvlak; 2. het aanbrengen van koe- en kavelpaden; 3. het aanbrengen van kuilvoerplaten in een directe ruimtelijke relatie met het bouwvlak; 4. het aanbrengen van verhardingen tot ten hoogste 5,00 m rondom en aansluitend op veldschuren ten behoeve van het gebruik van veldschuren; d. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden waarbij hoogteverschillen van 0,30 m of meer worden gerealiseerd; e. het aanleggen van ondergrondse, bovengrondse transport-, energie- en/of telecommunicatiekabels en/of -leidingen. TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
13
4.5.2
Uitzondering
Het bepaalde in 4.5.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: a. het normale onderhoud en beheer betreffen, zoals: 1. het periodiek afzetten van hakhout; 2. het vellen van bomen en/of houtopstanden zoals benoemd in artikel 11.111 Besluit activiteiten leefomgeving. b. het normale agrarische gebruik betreffen; c. dienen ter uitvoering van het in Bijlage 2 Landschappelijke inpassingsplannen goedgekeurde erfinrichtingsplan of landschapsplan.
4.5.3
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de waterhuishouding, de cultuurhistorische, geomorfologische en archeologische waarden en de waarden van landgoederen; b. er zodanige compensatie plaatsvindt dat de landschappelijke structuur niet onevenredig wordt geschaad.
14
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
Artikel 5 Agrarisch - 2 5.1
Functieomschrijving
De voor 'Agrarisch - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het agrarisch gebruik; b. de uitoefening van een kleinschalig agrarisch bedrijf met beperkte ontwikkelingsmogelijkheden, ter plaatse van de aanduidingen “bouwvlak” en "specifieke vorm van agrarisch - bestaand erf"; c. het wonen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering met de daarbij behorende erven, voorzover de gronden zijn voorzien van een bouwvlak; d. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke, landschappelijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden; e. doeleinden van agrarisch natuurbeheer; f. het uitvoeren van erfinrichtingsplannen en landschapsplannen; g. weidegronden; met daaraan ondergeschikt: h. opslag, indien de gronden/gebouwen zijn voorzien van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf opslag "; i. hobbymatig agrarisch gebruik; j. nutsvoorzieningen; k. extensief dagrecreatief medegebruik; l. wegen, ontsluitingswegen voor bebouwde percelen en agrarische kavelpaden; m. fiets- en wandelpaden; n. beken, plassen, poelen, vennen, sloten, en/of andere watergangen en/of -partijen, al dan niet mede bestemd voor waterberging; o. tuinen tot een oppervlakte van ten hoogste 900 m2 (op en/of aansluitend aan het bouwvlak) dan wel het bestaande oppervlak; p. het bewerken van bedrijfseigen mest; q. kleinschalige duurzame energiewinning; r. bebossing; 1.
waarbij het behoud en het herstel van de landschappelijke waarden wordt nagestreefd s. gebouwen ten behoeve van stalling en opslag, ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - gebouw"; t. waterhuishoudkundige voorzieningen; met de daarbijbehorende: u. bedrijfsgebouwen en overkappingen; v. bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-gebonden beroep of bedrijf, een vrij beroep, mantelzorg en/of bed and breakfast; w. paardrijdbakken binnen bouwvlakken; x. andere bouwwerken. 5.2
Beoordelingsregels
Deze bouwregels zijn eveneens van toepassing voor functies die na afwijken van de gebruiksregels binnen de functie zijn toegelaten, met uitzondering van functies die op basis van VAB+ beleid zijn toegelaten, in welk geval vervangende nieuwbouw is toegestaan waarbij de inhoud van de bestaande bebouwing niet mag worden vergroot.
5.2.1
Toepassingsbereik
In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 gelden de in artikel 5.2 opgenomen beoordelingsregels.
5.2.2
Hoofdgebouwen en aangebouwde bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. de gebouwen en overkappingen zullen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. binnen een bouwvlak zullen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van de ter plaatse gevestigde agrarische bedrijvigheid en bedrijvigheid genoemd in 5.1 worden gebouwd;
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
15
c. d. e. f.
g. h.
het gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen en overkappingen zal ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte(m2)' aangegeven oppervlakte bedragen; het aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste één per bouwvlak bedragen, tenzij het bestaande aantal meer bedraagt, in welk geval het aantal bedrijfswoningen ten hoogste het bestaande aantal zal bedragen; kelders bij bedrijfswoningen zullen uitsluitend loodrecht onder de bedrijfswoning worden gebouwd, waarbij de kelders uitsluitend inpandig vanuit de bedrijfswoning bereikbaar mag zijn. De inhoud van een bedrijfswoning/plattelandswoning wordt berekend exclusief de kelderruimte; de vrijstaande bedrijfsgebouwen, overkappingen en bijbehorende bouwwerken zullen achter de naar de weg(en) gekeerde (voor)gevel(s) van het dichtst bij de weg gelegen bestaande gebouw dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd, tenzij het dichtst bij de weg gelegen bestaande gebouw op meer dan 50 m van de weg is gesitueerd, in welk geval geen plaatsingseis geldt; aan de bedrijfswoning aangebouwde bedrijfsgebouwen en aangebouwde bijbehorende bouwwerken zullen ten minste 3,00 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning/plattelandswoning worden gebouwd; de maatvoering van een gebouw of een overkapping zal voorts voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld:
* In die gevallen dat de bestaande oppervlakte, inhoud, goothoogte, bouwhoogte en dakhellingen minder (dakhelling) of meer bedragen dan in het schema is voorgeschreven, worden de bestaande maatvoeringen als ten minste (dakhelling) en ten hoogste toelaatbaar aangehouden.. ^ Voor aangebouwde bijbehorende bouwwerken geldt geen minimale dakhelling. ++ De bouwhoogte van een aangebouwd of vrijstaand bijbehorend bouwwerk zal ten minste 1,00 m lager zijn dan de bouwhoogte van de bedrijfswoning/plattelandswoning. + De goothoogte van een aangebouwd bijbehorende bouwwerk zal ten hoogste 3,00 m bedragen,tenzij de bestaande hoogte minder bedraagt.
5.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van overige andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. silo's, platen en mestbassins zullen worden gebouwd binnen het bouwvlak dan wel binnen een zone van 75 m rondom het bouwvlak en op een afstand van ten minste 5,00 m vanaf houtopstanden; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen zal ten hoogste 1,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de naar de weg(en) gekeerde (voor)gevel(s) van het dichtst bij de weg gelegen gebouw binnen het bouwvlak ten hoogste 2,50 m zal bedragen, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt; 16
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 2,50 m bedragen; d. er zullen buiten het bouwvlak geen pomphuisjes en waterbassins worden gebouwd; e. er zullen geen paardrijdbakken buiten de bouwvlakken en op een afstand van minder dan 5,00 m vanaf houtopstanden worden gebouwd; f. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken zal binnen het bouwvlak ten hoogste 15,00 m bedragen, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt; 5.3
Specifieke functieregels
5.3.1
Verboden gebruik
Het is verboden om binnen deze functie de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor niet-agrarische bedrijvigheid anders dan de in 5.1 toegelaten bedrijvigheid en bedrijvigheid waarvoor onherroepelijke planologische medewerking is verleend; b. het opslaan van mest en/of andere landbouwproducten voor zover gelegen buiten een zone van 75 m rondom het bouwvlak, met uitzondering van tijdelijke opslag van landbouwproducten (maximaal zes maanden per jaar); c. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen en/of de aanleg van wegen en paden anders dan ten behoeve van het agrarisch gebruik (buiten het bouwvlak) of de bereikbaarheid van bebouwde percelen; d. het gebruik van een bedrijfswoning voor de huisvesting van meer dan één huishouden, tenzij er sprake is van gebruik van een woning voor de huisvesting van meer dan één huishouden dat reeds aanwezig was op het moment dat het 'voorbereidingsbesluit wonen buitengebied' met planidentificatie NL.IMRO.0183.VBWONENB-VG01 in werking trad (30 november 2018); e. het gebruik van niet aan de bedrijfswoning gebouwde gebouwen voor wonen; f. het gebruik van de gronden ten behoeve van een waterbassin; g. het gebruik van de gronden ten behoeve van containerteelt, voorzover: 1.
de gronden niet zijn gelegen binnen of aansluitend aan het bouwvlak van het betreffende sier- en/of boomkwekerijbedrijf met de aanduiding ''specifieke vorm van agrarisch - bouwvlak sierteelt- en/of boomkwekerijbedrijf'' 2. de oppervlakte van de gronden ten behoeve van de containerteelt per sier- en/of boomkwekerijbedrijf meer bedraagt dan 1,50 hectare, tenzij de bestaande oppervlakte meer bedraagt, in welk geval de bestaande oppervlakte geldt; h. het gebruik van gronden ten behoeve van een paardrijbak buiten een bouwvlak of een functie met de daarbij behorende bouwwerken anders dan waarvoor onherroepelijke planologische medewerking is verleend; i. het wijzigen van het bestaande aantal dierplaatsen, bestaande diersoorten en/of bestaande stalsystemen, indien dit leidt tot een toename van ammoniakemissie vanaf het betreffende agrarische bedrijf. j. het gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 5.1 buiten de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bestaand erf';
5.3.2
Niet verboden gebruik
Tot een niet verboden gebruik van gronden en bouwwerken met deze functie wordt in aanvulling op het gestelde in 5.3.1 in ieder geval niet gerekend: a. het gebruik van gedeelten van een bedrijfswoning inclusief vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning voor de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep of bedrijf of een vrij beroep, mits: 1. het beroep wordt uitgeoefend door één van de bewoners van de bedrijfswoning, waarbij één andere arbeidskracht ter plekke werkzaam mag zijn; 2. de beroepsvloeropppervlakte in de bedrijfswoning ten hoogste 30% van het brutovloeroppervlak van de bedrijfswoning, inclusief vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning bedraagt; 3. parkeren op eigen erf plaatsvindt; 4. detailhandel uitsluitend plaatsvindt op de wijze van productiegebonden detailhandel; b. het gebruik van bouwwerken ten behoeve van dagrecreatieve voorzieningen in de vorm van een ontvangstruimte ten behoeve van activiteiten vanaf de boerderij, rondleidingen, wel en/of niet op het eigen bedrijf geproduceerde streekgebonden producten met dien verstande dat er sprake is van kleinschaligheid en dat de basis van de verkoop wordt gevormd door de producten die op het bedrijf zelf tot stand komen, en dergelijke, mits de gebruiksoppervlakte ten hoogste 100 m2 bedraagt; c.
het gebruik van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen voor caravanstalling of opslag van andere kampeermiddelen voor zover deze bedrijfsgebouwen ten minste 5 jaar bedrijfsmatig agrarisch in gebruik zijn geweest;
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
17
d. het gebruik van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen voor opslag van niet-agrarische zaken voor zover deze bedrijfsgebouwen ten minste 5 jaar bedrijfsmatig agrarisch in gebruik zijn geweest en de gebruiksoppervlakte ten hoogste 500 m2 bedraagt.
5.3.3
Voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing
a. Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de functie Agrarisch - 2 zonder de aanleg en instandhouding van de landschapselementen in de 'wetgevingszone - voorwaardelijke verplichting 4', zoals aangegeven bij de letters E en J in het in Bijlage 2 opgenomen Landschappelijke inpassingsplan Wieschertsweg 6 Tubbergen, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. b. In afwijking van het bepaalde onder a en b mogen de gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 5.1 opgenomen functieomschrijving worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 24 maanden na het tijdstip van onherroepelijk worden van het TAM-Omgevingsplan geheel uitvoering is gegeven aan de erfinrichtingsplannen teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
5.3.4
Voorwaardelijke verplichting - sloopopgave
Binnen één jaar na het tijdstip van onherroepelijk worden van het TAM-Omgevingsplan dient geheel uitvoering te zijn gegeven aan de sloop van de in Bijlage 2 met de letter D aangeduide te slopen bouwwerken en bijbehorende erfinrichtingsmaatregelen. 5.4
Omgevingsplanactiviteit
5.4.1
Inwoning
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de bedrijfswoning te gebruiken voor meer dan één huishouden ten behoeve van inwoning. Hierbij gelden de volgende beoordelingsregels: a. de omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend ten behoeve van de huisvesting van een tweede (huishouden van een) persoon; b. de bestaande bouwmassa wordt niet vergroot en er geen sprake is van splitsing in meerdere woningen; c. er blijft sprake van één hoofdtoegang, die toegang verschaft tot een gemeenschappelijke hal van waaruit rechtstreekse toegang tot de beide woonruimtes wordt verschaft; d. er blijft sprake van één aansluiting op de verschillende nutsvoorzieningen en er geen toename van het aantal inritten naar het perceel plaatsvindt. 5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
5.5.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het vellen of doen vellen van bomen en/of houtgewas die onderdeel uitmaken van een houtopstand die een zelfstandige eenheid vormt groter dan 10 are of meer dan 20 bomen in een rijbeplanting; b. het inrichten van gronden ten behoeve van natuurontwikkeling tot een aaneengesloten oppervlakte van ten hoogste 1,00 hectare; c. het aanleggen en/of verharden van paden, wegen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen groter dan 100 m² buiten het bouwvlak, met uitzondering van: 1. het aanleggen en/of verharden van wegen ter ontsluiting van bebouwde percelen voorzien van een bouwvlak; 2. het aanbrengen van koe- en kavelpaden; 3. het aanbrengen van kuilvoerplaten in een directe ruimtelijke relatie met het bouwvlak; 4. het aanbrengen van verhardingen tot ten hoogste 5,00 m rondom en aansluitend op veldschuren ten behoeve van het gebruik van veldschuren; d. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden waarbij hoogteverschillen van 0,30 m of meer worden gerealiseerd; e. het aanleggen van ondergrondse, bovengrondse transport-, energie- en/of telecommunicatiekabels en/of -leidingen.
5.5.2
Uitzondering
Het bepaalde in 5.5.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: a. het normale onderhoud en beheer betreffen, zoals: 1. het periodiek afzetten van hakhout; 18
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
2. het vellen van bomen en/of houtopstanden zoals benoemd in artikel 11.111 Besluit activiteiten leefomgeving. b. het normale agrarische gebruik betreffen; c. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden ten behoeve van kavelaansluiting tot een maximale breedte van een kavelaansluiting van 5,00 m. Deze uitzondering is niet van toepassing op gronden voorzien van de gebiedsaanwijzing 'Waarde - Ecologie' en 'Waarde - Essen'; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; e. dienen ter uitvoering en realisatie van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), ter plaatse van de gebiedsaanwijzing 'Waarde - Ecologie'; f. dienen ter uitvoering van het in Bijlage 2 Landschappelijke inpassingsplannen goedgekeurde erfinrichtingsplan of landschapsplan.
5.5.3
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de waterhuishouding, de cultuurhistorische, geomorfologische en archeologische waarden en de waarden van landgoederen. De in 5.5.1 onder a genoemde vergunning kan voorts slechts worden verleend indien er zodanige compensatie plaatsvindt dat de landschappelijke structuur niet onevenredig wordt geschaad.
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
19
Artikel 6 Bos 6.1
Functieomschrijving
Gronden en bouwwerken binnen de functie 'Bos' mogen worden gebruikt voor: a. bos; b. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische, de natuurlijke en de landschappelijke waarden van de bos- en natuurgebieden; c. waterhuishoudkundige voorzieningen; met daaraan ondergeschikt: d. e. f. g.
het extensief dagrecreatief medegebruik en educatief medegebruik; ontsluitingen van woonpercelen; wegen en paden; nutsvoorzieningen;
6.2
Beoordelingsregels
6.2.1
Toepassingsbereik
In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 gelden de in artikel 6.2 opgenomen beoordelingsregels.
6.2.2
Algemeen
Binnen de voor 'Bos' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 6.1.
6.2.3
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
6.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 1,40 m bedragen. 6.3
Specifieke functieregels
6.3.1
Verboden gebruik
Het is verboden om binnen deze functie de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden; b. het opslaan van mest en/of andere landbouwproducten; c. het scheuren, het omzetten en/of anderszins ingrijpend wijzigen van gronden ten behoeve van een permanent ander gebruik; d. het dempen van beken, plassen, sloten en/of andere watergangen en/of -partijen; e. het gebruik van gronden voor het beoefenen van gemotoriseerde snelheids- en/of behendigheidssporten en de (model) vliegsport; f. het gebruik van recreatiewoningen voor de huisvesting van seizoenarbeiders dan wel elders werkzaam zijnde arbeiders. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
6.4.1
Vergunningplicht
Voor het uitvoeren van de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, is een omgevingsvergunning vereist: a. het kappen, rooien of vellen van bomen en hoogopgaande beplanting;
6.4.2
Uitzondering
Het in lid 6.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 20
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
c.
dienen ter uitvoering van het in Bijlage 1 Landschappelijke inpassingsplannen.
6.4.3
Beoordelingsregels
De in lid 6.4.1 genoemde vergunningen kunnen slechts worden verleend, indien wordt voldaan aan de volgende beoordelingsregels: a. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de landschappelijke en natuurwaarden (houtwallen, boomgroepen) van het gebied;
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
21
Artikel 7 Wonen - Wonen in het buitengebied 7.1
Functieomschrijving
Gronden en bouwwerken binnen de functie 'Wonen - Wonen in het buitengebied' mogen worden gebruikt voor: a. woonhuizen en bijbehorende bouwwerken, al dan niet in combinatie met en in ondergeschikte mate ruimte voor: 1. een aan-huis-gebonden beroep of bedrijf dan wel een vrij beroep; 2. mantelzorg; 3. maximaal 500 m² aan opslag, indien de gronden/gebouwen zijn voorzien van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - opslag "; 4. een houtbewerkingsbedrijf; indien de gronden/gebouwen zijn voorzien van de aanduiding Specifieke vorm van bedrijf' - 'Houtbewerkingsbedrijf'. met daaraan ondergeschikt: b. kleinschalige duurzame energiewinning; c. wegen en paden; d. water; met de daar bijbehorende: e. f. g. h.
tuinen, erven en terreinen; paardrijbakken; parkeervoorzieningen; andere bouwwerken;
7.2
Beoordelingsregels
7.2.1
Toepassingsbereik
a. In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 gelden de in artikel 7.2 opgenomen beoordelingsregels; b. Deze beoordelingsregels zijn eveneens van toepassing voor activiteiten die na afwijken van de gebruiksregels binnen de functie zijn toegelaten, met uitzondering van functies die op basis van VAB+ beleid zijn toegelaten, in welk geval vervangende nieuwbouw is toegestaan waarbij de inhoud van de bestaande bebouwing niet mag worden vergroot.
7.2.2
Hoofdgebouwen en aangebouwde bijbehorende bouwwerken
a. als hoofdgebouwen zullen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd; b. per bouwvlak zal ten hoogste één hoofdgebouw met één woning worden gebouwd; c. een hoofdgebouw zal uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de situering van het bestaande hoofdgebouw dan wel ter plaatse van een bouwvlak in welk geval een hoofdgebouw binnen een bouwvlak zal worden gebouwd; d. aangebouwde bijbehorende bouwwerken zullen ten minste 3,00 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; e. de inhoud van een woning binnen een hoofdgebouw en de daarbijbehorende aangebouwde bijbehorende bouwwerken, niet zijnde overkappingen, zal ten hoogste 1.000 m³ bedragen, tenzij: 1. de bestaande inhoud van een woning binnen een hoofdgebouw en de daarbijbehorende aangebouwde bijbehorende bouwwerken meer bedraagt, in welk geval de inhoud van een woning binnen een hoofdgebouw en de daarbijbehorende aangebouwde bijbehorende bouwwerken ten hoogste de bestaande inhoud zal bedragen; f. de gezamenlijke oppervlakte van de aangebouwde overkappingen zal ten hoogste 75 m² bedragen; g. kelders zullen uitsluitend loodrecht onder het hoofdgebouw worden gebouwd, waarbij de kelders uitsluitend inpandig vanuit het hoofdgebouw bereikbaar mogen zijn. De inhoud van een hoofdgebouw wordt berekend exclusief de ruimte. h. de goothoogte van een hoofdgebouw zal ten hoogste 4,00 m bedragen, tenzij: 1.
de bestaande goothoogte meer bedraagt, in welk geval de goothoogte van een hoofdgebouw ten hoogste de bestaande goothoogte zal bedragen; i. de goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk zal ten hoogste 3,00 m bedragen, tenzij: 1. de bestaande goothoogte meer bedraagt, in welk geval de goothoogte van een aangebouwd 22
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
bijbehorend bouwwerk ten hoogste de bestaande goothoogte zal bedragen; de bouwhoogte van een hoofdgebouw zal ten hoogste 9,00 m bedragen, tenzij: 1. de bestaande bouwhoogte meer bedraagt, in welk geval de bouwhoogte van een hoofdgebouw ten hoogste de bestaande bouwhoogte zal bedragen; k. de bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk zal ten minste 1,00 m lager zijn dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; l. de dakhelling van een hoofdgebouw zal ten minste 30° en ten hoogste 60° bedragen, tenzij: 1. de bestaande dakhelling minder of meer bedraagt, in welk geval de dakhelling van een hoofdgebouw ten minste of ten hoogste de bestaande dakhelling zal bedragen; m. de dakhelling van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk zal ten hoogste 60° bedragen, tenzij de bestaande dakhelling meer bedraagt, in welk geval de dakhelling van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk ten hoogste de bestaande dakhelling zal bedragen; n. de afstand van een vrijstaand hoofdgebouw of de afstand van de vrijstaande zijde van een aaneengebouwd hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt ten minste 3,00 m, tenzij de bestaande afstand minder bedraagt, in welk geval de afstand ten minste de bestaande afstand bedraagt; j.
7.2.3
Vrijstaande bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van vrijstaande bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. de vrijstaande bijbehorende bouwwerken zullen achter de naar de weg(en) gekeerde (voor)gevel(s) van het dichtst bij de weg gesitueerde bestaande gebouw dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd, tenzij het bestaande gebouw op meer dan 50 m van de weg is gesitueerd, in welk geval geen plaatsingseis geldt; b. vrijstaande bijbehorende bouwwerken zullen ten hoogste op een afstand van 30,00 m vanuit het dichtstbijzijnde punt van het hoofdgebouw worden gebouwd; c. de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste het aantal m2 zoals aangegeven ter plaatste van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)'; d. de goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk zal ten hoogste 3,50 m bedragen, tenzij de bestaande goothoogte meer bedraagt, in welk geval de goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk ten hoogste de bestaande goothoogte zal bedragen; e. de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk zal ten minste 1,00 m lager zijn dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, tenzij de bestaande bouwhoogte meer bedraagt, in welk geval de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk ten hoogste de bestaande bouwhoogte zal bedragen; f.
de dakhelling van een bijbehorend bouwwerk zal ten hoogste 60° bedragen, tenzij de bestaande dakhelling meer bedraagt, in welk geval de dakhelling van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk ten hoogste de bestaande dakhelling zal bedragen;
7.2.4
Bouwwerken, geen gebouw of overkapping zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw of overkapping zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel van het hoofdgebouw ten hoogste 2,50 m zal bedragen; b. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken zal ten hoogste 2,50 m bedragen. 7.3
Specifieke functieregels
7.3.1
Verboden gebruik
Het is verboden om binnen deze functie de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten: a. gebruik van woonhuizen in combinatie met bedrijfsdoeleinden anders dan de onder 7.1 onder a genoemde bedrijvigheid; b. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor permanente bewoning, met uitzondering van mantelzorg als bedoeld in artikel 22.36; c. het gebruik van een woning voor de huisvesting van meer dan één huishouden, tenzij er sprake is van gebruik van een woning voor de huisvesting van meer dan één huishouden dat reeds aanwezig was op het moment dat het "voorbereidingsbesluit wonen buitengebied" met planidentificatie NL.IMRO.0183.VBWONENB-VG01 in werking trad (30 november 2018); d. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horecadoeleinden; e. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van agrarische bedrijfsactiviteiten; f. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het wonen, ter plaatse van de aanduiding "wonen uitgesloten"; TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
23
g. gebruik van meer van 500 m2 bijbehorende bouwwerken voor opslag, indien de gronden/gebouwen zijn voorzien van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - opslag "; 1. Gebruik dient ten alle tijden in aaneengesloten bijbehorende bouweerken plaats te vinden.
7.3.2
Voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing
a. Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de functie 'Wonen - Wonen in het buitengebied' zonder de aanleg en instandhouding van de landschapselementen in de 'wetgevingszone - voorwaardelijke verplichting 1', zoals aangegeven bij de letters G, H, I, K, L, P en R in het in Bijlage 2 opgenomen Landschappelijke inpassingsplan Agelerweg 32 Reutum, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. b. Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de functie 'Wonen - Wonen in het buitengebied ' zonder de aanleg en instandhouding van de landschapselementen in de 'wetgevingszone - voorwaardelijke verplichting 2', zoals aangegeven bij de letters F, G, H en I in het in Bijlage 2 opgenomen Landschappelijke inpassingsplan Almeloseweg 93 Tubbergen, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. c.
In afwijking van het bepaalde onder a en b mogen de gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 7.1 opgenomen functieomschrijving worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 24 maanden na het tijdstip van onherroepelijk worden van het TAM-Omgevingsplan geheel uitvoering is gegeven aan de erfinrichtingsplannen teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
7.3.3
Voorwaardelijke verplichting - Parkeren
Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 7.1 opgenomen functieomschrijving zonder aanleg van de parkeerplaatsen zoals aangegeven bij de letter O in het in Bijlage 2 opgenomen Landschappelijke inpassingsplan Agelerweg 32 Reutum, teneinde te komen tot voldoende parkeergelegenheid.
7.3.4
Niet strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze functie wordt in ieder geval niet gerekend: a. het gebruik van gebouwen ten behoeve van de in 7.1 genoemde bedrijvigheid; b. het gebruik van gebouwen ten behoeve van de in 7.1 onder a 4 en 5 genoemde bedrijvigheid c. het gebruik van gedeelten van een hoofdgebouw en/of vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij het hoofdgebouw, voor de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep of bedrijf of een vrij beroep, mits: 1. het beroep wordt uitgeoefend door één van de bewoners van het hoofdgebouw, waarbij één andere arbeidskracht ter plekke werkzaam mag zijn; 2. de beroepsvloeroppervlakte ten hoogste 30% van het brutovloeroppervlak van het hoofdgebouw, dan wel het vrijstaande bijbehorende bouwwerk bedraagt; 3. parkeren op eigen erf plaatsvindt; 4. detailhandel uitsluitend plaatsvindt op de wijze van productiegebonden detailhandel; d. het gebruik van hoofdgebouwen ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden in de vorm van: 1. bestaande locaties voor kleinschalig kamperen waarbij uitsluitend in de periode van 15 maart tot 1 november ten hoogste 25 kampeermiddelen worden geplaatst; 2. bed and breakfast waarbij ten hoogste 8 slaapplaatsen in een hoofdgebouw zijn toegestaan; e. het gebruik van bijbehorende bouwwerken voor caravanstalling of opslag van andere kampeermiddelen; f.
het gebruik van voormalige bedrijfsgebouwen voor caravanstalling of opslag van andere kampeermiddelen voor zover deze bedrijfsgebouwen ten minste 5 jaar bedrijfsmatig agrarisch in gebruik zijn geweest; 7.4
Omgevingsplanactiviteit
7.4.1
Inwoning
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken voor inwoning. Hierbij gelden de volgende beoordelingsregels: a. de (hoofd)toegang tot de afzonderlijke wooneenheden vindt via één voordeur plaats, die toegang verschaft tot de gemeenschappelijke hal. Een eigen achterdeur is wel toegestaan; b. de gemeenschappelijke hal verschaft rechtstreeks toegang tot beide woonruimtes, zonder dat door een slaapkamer, badkamer, toilet of bergruimte behoeft te worden gegaan; c. in geval van meerdere achterdeuren zijn deze visueel te onderscheiden van de hoofdtoegang;
24
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
d. in de centrale hal is een trap aanwezig voor het bereiken van de verdieping. Meerdere trappen zijn toegestaan, doch deze dienen uit te komen op één gezamenlijke overloop (zoldertrappen hierin niet meegerekend); e. er is sprake van één aansluiting voor de verschillende nutsvoorzieningen (één meterkast); f. de inwoning leidt niet tot een toename van het aantal ontsluitingswegen van het perceel; g. er is geen sprake van het realiseren van extra bouwmogelijkheden, de bouwmogelijkheden zijn gekoppeld aan de woning.
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
25
Artikel 8 Wonen 8.1
Functieomschrijving
Gronden en bouwwerken binnen de functie 'Wonen' mogen worden gebruikt voor: a. wonen; met daaraan ondergeschikt: b. opslag, indien de gronden/gebouwen zijn voorzien van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf opslag "; c. groenvoorzieningen; d. nutsvoorzieningen; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, ten behoeve van afvoer, (tijdelijke)berging en infiltratie van hemelwater; f. parkeervoorzieningen; g. wegen en paden; h. tuinen, erven en terreinen. i. Zwembad; 8.2
Beoordelingsregels
8.2.1
Toepassingsbereik
In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 gelden de in artikel 8.2 opgenomen beoordelingsregels.
8.2.2
Hoofdgebouwen en aangebouwde bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, waarbij per bouwvlak ten hoogste 1 woning is toegestaan; b. de maximum bouwhoogte bedraagt 10 m; c. de maximum goothoogte bedraagt 3 m; d. de afstand van een woning tot de zijdelingse bouwperceelsgrens dient minimaal 3 m te bedragen, met dien verstande dat deze afstand 0 m mag bedragen aan die zijde waar dat noodzakelijk is voor aaneengebouwde of half vrijstaande woningen, tenzij de bestaande afstand tot de perceelsgrens minder dan 3 m bedraagt, in welk geval die afstand aangehouden dient te worden; e. ondergrondse gebouwen (kelders) zijn uitsluitend toegestaan, daar waar bovengrondse gebouwen aanwezig zijn. Ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag; f. de dakhelling bedraagt ten minste 18 graden en ten hoogste 70 graden; g. dakkapellen aan de straatzijde van een hoofdgebouw zijn niet toegestaan.
8.2.3
Vrijstaande bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat bijbehorende bouwwerken uitsluitend aangebouwd zijn toegestaan, met uitzondering van gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbehorend bouwwerk'; b. de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste het aantal m2 zoals aangegeven ter plaatste van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)'; c. de goothoogte mag ten hoogste 3 m bedragen, met dien verstande dat indien sprake is van een kapschur een goothoogte van 4 m is toegestaan, dan wel de goothoogte van het hoofdgebouw indien deze meer bedraagt; d. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk dient ten minste 1 m lager zijn dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, dan wel de bouwhoogte van het hoofdgebouw indien deze meer bedraagt; e. bij vrijstaande woningen aan één zijde een afstand van ten minste 2 m tot de zijdelingse perceelsgrens in acht moet worden genomen.
8.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. er mogen geen erf- en terreinafscheidingen worden gebouwd op de grens tussen openbaar gebied en privaat terrein;
26
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 1 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel van het hoofdgebouw ten hoogste 2 m mag bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 m bedragen. 8.3
Specifieke functieregels
8.3.1
Verboden gebruik
Het is verboden om binnen deze functie de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten: a. het gebruik van woonhuizen in combinatie met bedrijfsdoeleinden, anders dan een aan-huis-verbonden beroep of een caravanstalling; b. het gebruik van bouwwerken voor bedrijvigheid met een oppervlakte van meer dan: 1. 500 m², indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - opslag"; c. het gebruik van gedeelten van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken voor de uit-oefening van een aan-huis-verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, indien: 1. het beroep of bedrijf niet wordt uitgeoefend door één van de bewoners van het woonhuis, waarbij één andere arbeidskracht ter plekke werkzaam mag zijn; 2. de beroeps-/bedrijfsvloeroppervlakte in een hoofdgebouw, inclusief bijbehorende bouwwerken meer bedraagt dan 30% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw; 3. de beroeps-/bedrijfsvloeroppervlakte meer dan 50 m² bedraagt; 4. parkeren niet op eigen erf plaatsvindt; 5. detailhandel plaatsvindt anders dan productiegebonden detailhandel; d. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor permanente bewoning, met uitzondering van mantelzorg als bedoeld in artikel 22.36; e. het gebruik van een hoofdgebouw voor meer dan één woning; f. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van agrarische bedrijfsactiviteiten; g.
het gebruik van gronden ten behoeve van de aanleg van een paardrijdbak met de daarbijbehorende bouwwerken.
8.3.2
Voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing
Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend: a. Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de functie 'Wonen' zonder de aanleg en instandhouding van de landschapselementen in de 'wetgevingszone - voorwaardelijke verplichting 3', zoals aangegeven bij de letters E, F, G en O in het in Bijlage 2 opgenomen Landschappelijke inpassingsplan Knooperf de Veldboer 18 Langeveen, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. b. In afwijking van het bepaalde onder a mogen de gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 8.1 opgenomen functieomschrijving worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 24 maanden na het tijdstip van onherroepelijk worden van het TAM-Omgevingsplan geheel uitvoering is gegeven aan de erfinrichtingsplannen teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
8.3.3
Voorwaardelijke verplichting - parkeren
Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 8.1 opgenomen functieomschrijving zonder aanleg van de parkeerplaatsen zoals aangegeven bij de letter P in het in Bijlage 2 opgenomen Landschappelijke inpassingsplan Knooperf de Veldboer 18 Langeveen, teneinde te komen tot voldoende parkeergelegenheid. 8.4
Omgevingsplanactiviteit
8.4.1
Inwoning
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken voor inwoning. Hierbij gelden de volgende beoordelingsregels: a. de (hoofd)toegang tot de afzonderlijke wooneenheden vindt via één voordeur plaats, die toegang verschaft tot de gemeenschappelijke hal. Een eigen achterdeur is wel toegestaan; b. de gemeenschappelijke hal verschaft rechtstreeks toegang tot beide woonruimtes, zonder dat door een slaapkamer, badkamer, toilet of bergruimte behoeft te worden gegaan; c. in geval van meerdere achterdeuren zijn deze visueel te onderscheiden van de hoofdtoegang;
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
27
d. in de centrale hal is een trap aanwezig voor het bereiken van de verdieping. Meerdere trappen zijn toegestaan, doch deze dienen uit te komen op één gezamenlijke overloop (zoldertrappen hierin niet meegerekend); e. er is sprake van één aansluiting voor de verschillende nutsvoorzieningen (één meterkast); f. de inwoning leidt niet tot een toename van het aantal ontsluitingswegen van het perceel; g. er is geen sprake van het realiseren van extra bouwmogelijkheden, de bouwmogelijkheden zijn gekoppeld aan de woning.
28
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen
Artikel 9 Waarde - Archeologie 3 9.1
Functieomschrijving
De voor Waarde - Archeologie 3 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede bestemd voor: a. het behoud van de archeologische waarden. 9.2
Beoordelingsregels
9.2.1
Toepassingsbereik
In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 gelden de in artikel 9 opgenomen beoordelingsregels. 9.3
Omgevingsvergunning voor het bouwen
Voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,40 m onder het maaiveld plaatsvinden moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, zijn aangetoond dat: a. geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel b. dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel c. dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten kunnen worden verstoord.
9.3.1
Beoordelingsregels
Indien blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen kunnen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg. 9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden