CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen motivering.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 25 februari 2025, gemeente TubbergenBij agendapunt: 11: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen22.497 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaatsvinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen.

'Hoogveenontginningen' De kenmerken van deze aanduiding worden als volgt omschreven. Vanuit linten werd het omliggende hoogveengebied middels opstrekkende verkavelingen, vrij kleinschalig, grotendeels ontgonnen. Dit was het gevolg van de wens tot vergroting van het landbouwareaal. Diepe afwateringskanalen werden niet gegraven zodat veel veen onder het grondwater bleef zitten. Een groot deel van dit landschapstype is dan ook later alsnog afgegraven, verder ontwaterd en weer als landbouwgrond in cultuur gebracht. Het landschapstype is afwisselend meer of minder open. Als er ruimtelijke ontwikkelingen plaats vinden dan bieden de kleinschalige linten met kavelbeplantingen kans voor een afwisselend woon- en werkmilieu, waar op kleinschalige en behoedzame wijze aan voortgebouwd kan worden. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' De voorgenomen ontwikkeling heeft een positieve invloed op de voormalige gebiedskenmerken. Dit aangezien er een afname plaatsvindt aan de landschapsontsierende bebouwing en een versterking plaatsvindt wat betreft de landschappelijke inpassing op de daarbij aanwezige gebiedskenmerken. Op deze plek wordt gesteld dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'. Artikel 4.11 (kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) Lid 1.

Omgevingsplannen laten alleen nieuwvestiging en grootschalige uitbreiding van bestaande functies toe in de Groene Omgeving als: a. daarvoor sociaaleconomische of maatschappelijke redenen voor zijn; b. het verlies aan ecologische of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen in versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving; en c. in het geval de nieuwvestiging of een grootschalige uitbreiding plaatsvindt op gronden binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water de compensatie bedoeld in onderdeel b gericht is op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap. Toetsing van het initiatief aan artikel 4.11 Nieuwvesting is gedefinieerd als "vestiging waarin het geldende omgevingsplan nog niet voorziet”. In voorliggend plan wordt binnen verschillende plandelen meer functies (opslag en kleinschalig timmerbedrijf) toegevoegd dan het omgevingsplan momenteel in voorziet. Het uitbreiden van functies binnen een aantal plandelen wordt gecompenseerd door sloop van ontsierende bebouwing, hiermee wordt geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. De plandelen worden ook (deels) landschappelijk ingepast, waardoor de ruimtelijke kwaliteit ook wordt versterkt. De ontwikkeling past daarmee binnen de gestelde regels van artikel 4.11.

4.55 nieuwe ontwikkelingen in Nationaal landschap Noordoost-Twente Bij de verordening zijn bijlagen met tabellen gevoegd waarin een nadere uitwerking conform deze ontwikkelingsperspectieven wordt gegeven van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap NoordoostTwente. In de verordening wordt hiernaar verwezen.De kernkwaliteiten van het nationaal Landschap Noordoost-Twente zijn: a. het samenhangend complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen; b. de grote mate van kleinschaligheid; c. het groene karakter. Toetsing van het initiatief aan artikel 4.55 De beoogde ontwikkeling voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling waarbij wordt gesloopt en ook sprake is van een landschappelijke inpassing. Hiertoe zijn inpassingsplannen opgesteld die per locatie ingaan op de de inpassing in de bijbehorende landschapstypen. De toetsing hiervan is gedaan in de voorgaande paragrafen, de ontwikkeling past daarmee binnen de gestelde regels van artikel 4.55. TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen

31

4.1.3

Omgevingsvisie Tubbergen

De gemeenteraad van de gemeente Tubbergen heeft op 16 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Tubbergen, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Tubbergen en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn:  We doen het samen.  We geven het goede voorbeeld.  We wentelen niet af op volgende generaties.  We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Tubbergen wil een economisch sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis.

Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Tubbergen komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Tubbergen streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit wordt gedaan samen met de inwoners, partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn;  toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd;  goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij de gemeente samenwerking zoekt met de landbouw;  kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. Toetsing van het initiatief Omgevingsvisie In onderstaande tabel is een overzicht gemaakt van de plandelen en de ligging binnen 'mijn Omgevingsvisie' Tubbergen.

Plandeel Wieschertsweg 6 Almeloseweg 93 Knooperf de Veldboer 18 Rouweweg 15 Agelerweg 32

Gebiedskenmerk Middelgroen: Gericht op beperkte ontwikkeling door gemiddelde waarde en dynamiek Lichtgroen: Gericht op ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek Lichtgroen: Gericht op ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek Middelgroen: Gericht op beperkte ontwikkeling door gemiddelde waarde en dynamiek Donkergroen; Gericht op behouden vanwege hoge waarde en beperkte dynamiek

Donkergroen: gericht op behouden vanwege hoge waarde en beperkte dynamiek Waarden:       32

passend in de schaal van het landschap; veel variatie in beplanting; open - gesloten licht - donker hoge ecologische waarde; hoge biodiversiteit; TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen

 veel beleefbare cultuurhistorie;  hoge belevingswaarde Speel in op:        

de oorspronkelijk schaal van het landschap; het versterken van natuurwaarden; behoud van cultuurhistorie en erfkarakteristieken; het vasthouden van water; het verbeteren van biodiversiteit natuurinclusieve bouwwijze; inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is; belevingswaarde gericht op natuur en cultuurhistorie

Middelgroen: gericht op beperkte ontwikkeling door gemiddelde waarde en dynamiek Waarden: afwisseling van openheid en beslotenheid; landschap met historisch herkenbare vormen van percelen, wegen en paden en een verspreid bebouwingspatroon;  veel variatie in beplanting en grondgebruik;  recreatieve belevingswaarde Speel in op:  

     

de schaal van het landschap en het afwisselende karakter; behoud van natuurwaarden en cultuurhistorie; versterken van de biodiversiteit; vasthouden van water; bouwwijze en inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is; belevingswaarde gericht op recreatie

Lichtgroen: gericht op ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek'. De omgevingsvisiekaart geeft het volgende weer; Waarden:  open met vergezichten;  efficiënt agrarisch landschap;  kavelsloten;  wegen met bomenrijen  moderne erfopzet Speel in op:  de schaal van het landschap;  het agrarische karakter;  gemengde functies;  bouwwijze en inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is;  opgeruimd landschap;  geclusterde bebouwing;  heldere structuren;  verbeteren van de biodiversiteit;  vasthouden van water. In voorliggende situatie wordt landschapsontsierende bebouwing verwijderd waarbij vervolgens middels de uitruil van sloopmeters naar bouwmeters nieuwe bijbehorende bouwwerken worden gerealiseerd. Tevens voorziet het voornemen in een verruiming van functies om de bebouwing binnen de desgewenste functies toe te kunnen staan. Ter plaatse van de plandelen vinden kleinschalige sloop- en bouwwerkzaamheden plaats waarbij weinig impact plaatsvindt ten opzichte van de huidige situatie. Tevens voorziet het voornemen in het landschappelijk inpassen van passende beplanting als het versterken van de aldaar aanwezige houtwallen en vergezichten. Door de sloop van de veelal verouderde landschapsontsierende bebouwing en wordt middels nieuwbouw de percelen toekomstig bestendig ingericht.

Hierbij worden passende percelen verkregen wat een kwalitatieve toevoeging is voor het buitengebied. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen activiteit in overeenstemming is met mijnOmgevingsvisie Tubbergen en geen negatieve invloed uitoefent op de omgeving.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen

33

4.1.4

Buitengebied met Kwaliteit

Het buitengebied van Tubbergen kenmerkt zich door een mix van functies als landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en wonen. Al deze functies vragen om ruimte. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom wordt ook voor de toepassing van de beleidsregel het uitgangspunt gehanteerd; de goede functies op de goede pek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Tubbergen streeft naar een aantrekkelijk en vitaal buitengebied waar een goede balans is tussen landgebruik, ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en economische activiteiten. Om dit te kunnen bereiken beschikt de gemeente over diverse beleidsregelingen zoals bijvoorbeeld Rood voor Rood, Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, Schuur voor Schuur en het VAB+ beleid. Alle beleidsregelingen hebben de afgelopen jaren op hun eigen wijze een bijdrage geleverd aan een aantrekkelijk en vitaal buitengebied en de doelstellingen van deze regelingen sluiten nog prima aan bij de speerpunten voor het buitengebied zoals geformuleerd in mijnOmgevingsvisie Tubbergen. Doelstelling Het doel van deze beleidsregel is meervoudig. Enerzijds is deze beleidsregeling bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren.

Anderzijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. Uitbreiden vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij woning Voor het uitbreiden van bij een woning toegelaten vrijstaande bijbehorende bouwwerken binnen de functie 'Wonen' gelden de volgende voorwaarden 1. extra m2 bebouwing wordt uitsluitend toegestaan indien elders binnen de gemeente Dinkelland of Tubbergen landschap ontsierende gebouwen worden gesloopt. Hierbij geldt de volgende bouw/sloopverhouding: Extra oppervlakte

Sloopverhouding met Sloopverhouding zonder asbesthoudende golfplaten asbesthoudende golfplaten 2 2 2 Tot en met 100 m 1 m extra is 1 m sloop 1 m2 extra is 2 m2 sloop 101 m2 tot en met 500 m2 1 m2 extra is 2 m2 sloop 1 m2 extra is 4 m2 sloop 2 2 2 501 m en meer 1 m extra is 3 m sloop 1 m2 extra is 5 m2 sloop 2. Alleen legaal opgerichte gebouwen kunnen worden ingezet, of aangetoond moet worden dat de gebouwen voor 1998 aanwezig waren; 3. Landschap ontsierende veldschuren komen ook in aanmerking voor deze regeling; 4. Gebouwen moeten in het geheel worden gesloopt, inclusief funderingen en eventuele (mest)kelders; 5. Alleen volledige gebouwen kunnen worden ingezet en niet gedeeltes van gebouwen en/of (grotendeels) ingestorte gebouwen. De gemeente bepaalt of een niet-volledig gebouw kan worden ingezet voor deze regeling; 6. Karakteristieke en/of cultuurhistorisch waardevolle gebouwen kunnen niet worden ingezet voor sloop. De planologische bouwmogelijkheden op alle betrokken locaties worden aangepast aan de nieuwe situatie. Dit betekent onder andere dat de resterende bebouwing na sloop op de slooplocatie(s) beschouwd wordt al de maximaal toegestane oppervlakte aan bebouwing op het betreffende perceel. Uitbreiden woonperceel Voor het uitbreiden van een woonperceel met de functie 'Wonen' gelden de volgende voorwaarden: a.

Alleen toegestaan wanneer dit nodig is om extra bebouwing of een betere erfopzet te kunnen realiseren of indien noodzakelijk in verband met een optimale situering van gebouwen voor zonnepanelen op het dak; b. Alleen toegestaan wanneer er geen reële mogelijkheden zijn om het bestaande woonperceel met gelijkblijvend oppervlakte te verschuiven; c. Alleen de reëel noodzakelijke uitbreidingsruimte ten behoeve van een goede erfopzet wordt toegestaan. Toetsing van het initiatief Buitengebied met kwaliteit Voorliggend omgevingsplan maakt enerzijds een uitbreiding aan bouwmogelijkheden mogelijk en anderzijds een passende invulling van de onderliggende gronden qua geldende functies. Dit zodat de bebouwing binnen een bijbehorende functie kan worden gerealiseerd. In voorstaande situatie dient eveneens reeds gebouwde bebouwing te worden gerealiseerd, waarbij de inzet van sloopmeters van verschillende percelen worden samengevoegd om aan de benodigde meters te kunnen 34

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen

voldoen. In onderstaande figuur wordt een resumé gegeven van de vijf plandelen en de daarbij bijbehorende uitwisseling aan meters en vast te leggen meters aan bijbehorende bouwwerken.

Figuur 13: Overzicht inzet sloopoppervlakte Voor de nadere uitwerking aan de uitruil van meters dan wel de reeds aanwezige bouwmogelijkheden wordt verwezen naar Hoofdstuk 2 Toekomstige situatie. Uitbreiding bedrijfsmatige activiteiten Op grond van het beleid is uitbreiding van bedrijfsmatige activiteiten bij wonen mogelijk. Voor het toestaan van bedrijfsmatige activiteiten binnen de functie ‘Wonen’ gelden voorwaarden. Zoals beschreven in paragraaf 2.2 is bij drie locaties sprake van bedrijfsmatige activiteiten:   

Almeloseweg 93: Functie wonen met aanduiding 'Specifieke vorm van bedrijf' - 'Opslag” Knooperf de Veldboer 18: Functie wonen met aanduiding 'Specifieke vorm van bedrijf' - 'Opslag” Agelerweg 32: Functie wonen met aanduiding Specifieke vorm van bedrijf' - 'Houtbewerkingsbedrijf'.

Navolgend wordt aan de voorwaarden van het beleid getoetst: 1. De maximale omvang van de bijbehorende bouwwerken die in gebruik zijn voor de bedrijfsmatige activiteiten bedraagt 500 m²; a. Almeloseweg 93: er is 689 m2 aan bijbehorende bouwwerk aanwezig. In de planregels is opgenomen dat maximaal 500 m2 wordt gebruikt voor bedrijfsmatige activiteiten (opslag). Hiermee wordt voldaan aan voorwaarde 1. TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen

35

2.

3.

4. 5. 6.

7.

b. Knooperf de Veldboer 18: binnen de functie wordt 300 m2 bijbehorende bouwwerken mogelijk gemaakt. De schuur die wordt gebruikt voor opslag ten behoeve van de druivenkwekerij heeft een oppervlakte van 205 m2. Dit voldoet aan voorwaarde 1. c. Agelerweg 32: Uitbreiding van gebouw M (Bijlage 1 Landschappelijke inpassingsplannen) voor bedrijfsmatige activiteiten. De uitbreiding is kleiner dan 500 m2, dit voldoet aan voorwaarde 1. Indien de bestaande bebouwing niet meer functioneel te gebruiken is voor de nieuwe activiteit, is vervangende nieuwbouw mogelijk. Voor de berekening van de terug te bouwen oppervlakte wordt de tabel uit paragraaf 3.2 toegepast. a. Onderhavig plan voldoet aan voorwaarde 2, zie inleiding van dit hoofdstuk. Karakteristieke en/of cultuurhistorisch waardevolle gebouwen kunnen niet worden ingezet voor sloop/vervangende nieuwbouw, maar worden ingepast in de nieuwe erfopzet; a. In onderhavig plan wordt geen karakteristieke of culuurhistorische waardevolle bebouwing gesloopt. Het plan voldoet aan voorwaarde 3. Buitenopslag van goederen of andere bedrijfsmatige activiteiten buiten de gebouwen zijn niet toegestaan; a. In de planregels van dit TAM-omgevingsplan is buitenopslag uitgesloten. Onderhavig plan voldoet aan voorwaarde 4.

In afwijking van lid 4 zijn activiteiten buiten de gebouwen uitsluitend toegestaan indien het gaat om toeristisch-recreatieve functies, horeca, zorgfuncties of daarmee vergelijkbare functies; a. Niet van toepassing. Indien met de bedrijfsmatige activiteiten sprake is van een verblijfsrecreatieve functie, dient voldaan te worden aan het bepaalde in de Nota verblijfsrecreatie Noordoost Twente of indien deze beleidsnota wijzigt het op dat moment van toepassing zijnde verblijfsrecreatieve beleid; a. Niet van toepassing. Detailhandel in een andere vorm dan productiegebonden detailhandel is niet toegestaan. Maximaal 10% van de totale oppervlakte van de gebouwen tot een maximum van 100 m2 mag worden gebruikt voor productiegebonden detailhandel. a. Niet van toepassing.

Geconcludeerd wordt dat onderhavig plan voldoet aan alle voorwaarden van het Buitengebied met kwaliteit beleid.

36

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen

4.1.5

Nota 'De casco benadering in Noordoost-Twente'

De gemeente Tubbergen heeft de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente' vastgesteld. Het Nationaal Landschap Noordoost Twente is een gebied met zeldzame en unieke landschapskwaliteiten. Het is een gebied met stuwwallen, bronnen, beken en fraaie cultuurlandschappen. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open en een kleinschalig besloten landschap. Schaalvergroting in de grondgebonden landbouw staat op gespannen voet met deze kleinschaligheid. Het verdwijnen van landschapselementen op perceelsgrenzen tast het kleinschalige groene karakter aan en leidt tot een afname van landschapsdiversiteit. De gemeente Tubbergen heeft samen met de provincie Overijssel en de gemeenten Dinkelland, Losser en Oldenzaal de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Om vorm en inhoud te geven aan deze ambitie is een generieke methode ontwikkeld: de casco benadering. Voor de gemeente is de casco-benadering te gebruiken als beoordelingskader voor ingrepen in het landschap. Aan de hand van de casco-kaart kan bezien worden of landschappelijke structuren deel uitmaken van het casco.

Op basis van de casco-kaart kan vastgesteld worden of het landschapselement tot het casco behoort of niet; daaruit volgen drie mogelijke aanvragen op basis van het casco, dit zijn: 1. Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de cascokaart. 2. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de cascokaart. 3. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de cascokaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Toetsing van het initiatief aan nota

Figuur 14: Casco element De nieuw te bouwen schuur komt in een bestaand Casco-vlak, met de bouw van de schuur worden geen bomen geveld. Het bestaande casco-vlak zal dus haar oppervlakte behouden. De Casco-kaart is in het geval van Knooperf de Veldboer niet meer representatief. De nieuwe bestemming zal dan ook niet leiden tot het verwijderen van het bestaande casco-element. Er worden geen bomen gekapt en middels de landschappelijke ontwikkeling vindt versterking plaats. Voor de wijze van inpassing wordt verwezen naar het landschappelijk inpassingsplan zoals bijgevoegd als Bijlage 1 Landschappelijke inpassingsplannen. Met de compensatie is sprake van overeenstemming met het casco-beleid. De overige onderdelen van de ontwikkeling vinden niet plaats binnen een casco element.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen

37

4.1.6

Nota omgevingskwaliteit

Op grond van artikel 4.114 Invoeringswet Omgevingswet, geldt de welstandsnota die is vastgesteld op basis van art. 12a Woningwet (oud), als een beleidsregel als bedoeld in 4.19 Omgevingswet. De aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt getoetst aan de Nota Omgevingskwaliteit.

4.2 Voorbereidingsfase / Verkenningsfase met stakeholders In de voorfase is er sprake geweest van een principeverzoek waarop het college een principe-uitspraak heeft gedaan voor de locaties Almeloseweg 93 en Knooperf de Veldboer 18. De inrichtingsplannen voor alle plandelen zijn besproken met het kwaliteitsteam. 4.2.1

Provinciaal vooroverleg

De provincie Overijssel heeft de 'uitzonderingenlijst vooroverleg ruimtelijke initiatieven 2023' vastgesteld. In dit document is opgenomen welke ruimtelijke initiatieven/ontwikkelingen de provincie niet hoeft te zien zolang geen ander provinciaal beleid en/of andere provinciale belangen zoals NNN en grondwaterbescherming geraakt worden. In het kader van vooroverleg wordt het TAM-Omgevingsplan ter inzage gelegd en met de provincie gedeeld. 4.2.2

Participatie omgeving

Door initiatiefnemers is geparticipeerd met de omgeving. Hiervan is verslaglegging opgesteld:   

Bijlage 2 Participatieverslag Almeloseweg 93; Bijlage 3 Participatieverslag Knooperf de Veldboer 18; Bijlage 4 Participatieverslag Agelerweg 32.

Er zijn geen bezwaren tegen het voorgenomen plan.

38

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen

Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu Zoals blijkt uit hoofdstuk 1.2 geldt een wijziging van het Omgevingsplan alleen wordt vastgesteld met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 lid 1 Ow). Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen. Voor de wijziging zijn op basis van artikel 8.0b lid 1 Bkl de volgende regels en instructies van toepassing: de instructieregels van hoofdstuk 5, met name afdeling 5.1 'Instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties' van het Bkl;  de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening;  eventuele andere instructies van het Rijk en provincie. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn niet alleen de in het Bkl geregelde milieu aspecten beoordeeld, maar zijn alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu beoordeeld, zoals bijvoorbeeld het effect van cumulatie. Voor zover relevant is er voor de aspecten fysieke leefomgeving en milieu ook getoetst aan het gemeentelijk beleid. 

5.1 Bedrijven en milieuzonering 5.1.1

Algemeen

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gaf al in 2017 aan dat de uitgave 'Bedrijven en milieuzonering 2009' (ook bekend als het 'paarse boekje' en in de jaren voor 2009 het 'groene boekje') niet meer geschikt was voor toepassing onder de Omgevingswet. De Omgevingswet bevat immers meer mogelijkheden om een lokale afweging op maat te maken, per locatie en per activiteit. Daarbij wordt getoetst aan milieuwaarden in het omgevingsplan. Hiervoor publiceerde de VNG in 2019 een regel-systematiek onder de naam 'Milieuzonering nieuwe stijl', voor toepassing onder de Crisis- en herstelwet. Deze nieuwe systematiek omvat geen koppeling meer van activiteiten aan milieucategorieën per SBI-code en de daarbij behorende richtafstanden. De regels voor milieuzonering onder de Omgevingswet zijn veranderd, er is geen sprake van een beleidsneutrale overgang. Het beleid ten aanzien van 'geur' en 'geluid' is onder het regime van de Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.2 en paragraaf 5.1.4.6 Besluit kwaliteit leefomgeving. Op grond van de 'staalkaart' kan er aan individuele bedrijven een milieucontour worden toegekend in het omgevingsplan en wordt er alsdan niet meer gewerkt met vaste richtafstanden. In de huidige transitiefase is dit nog niet uitwerkt in het omgevingsplan van de gemeente.

De VNG heeft voor milieuzonering onder het regime van de Omgevingswet een brochure opgesteld, te weten het servicedocument 'Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet', welke bruikbaar is in de vertaling van het voorheen geldende bestemmingsplanregime. Daarbij hoort tevens een tabel met een nieuwe indeling van afstanden, deze is onderstaand opgenomen als . Tabel : Richtafstanden en categorieën Afstand in meters 10 30 50 100 200 300

Geur FM 1 2 3 3 IT

Geluid FM 1 2 3 4 IT

De letters 'FM' staan voor functiemenging. De letters 'IT' staan voor industrieterrein. Uit de tabel volgt dat niet simpelweg gesteld kan worden dat de huidige milieucategorieën cijfermatig hetzelfde blijven als de toekomstige afstandscategorieën. Ook onder het omgevingswet-regime kunnen afstanden naar beneden worden bijgesteld, mits onderzoek is gedaan naar de aspecten geur en geluid. 5.1.2

Onderzoek TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen

39

Wieschertsweg 6, Tubbergen Het plandeel aan de Wieschertsweg 6 ligt binnen het Omgevingsplan onderdeel 'Tubbergen Buitengebied 2016' en 'Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan'. Ter plaatse van het plandeel is de functie 'Agrarisch -2' van toepassing waarbinnen een bouwvlak is gesitueerd. Het bouwvlak vormt het gehele plandeel. Daarnaast is de functie 'Waarde - Archeologie 4' van toepassing en de functieaanduiding 'Specifieke vorm van agrarisch - bestaand erf' en de gebiedsaanduiding 'overige zone - geen boom- en sierteelt toegestaan'. Gebruiksmogelijkheden 

De gebruiksmogelijkheden binnen dit plandeel worden beperkt door het verkleinen van het agrarische bouwvlak en het beperken van de bouwmogelijkheden.

De functie binnen dit plandeel wordt minder intensief, hetgeen een positief effect heeft op het gebied van milieuzonering. Almeloseweg 93, Tubbergen Het plandeel aan de Almeloseweg 93 te Tubbergen ligt binnen het Omgevingsplan onderdeel 'Tubbergen Buitengebied 2016' en 'Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan'. Ter plaatse van het plandeel is de functie 'Wonen' van toepassing. Hierbij is geen bouwvlak aanwezig. Daarnaast geldt binnen het plangebied de functie Waarde - Archeologie 4' en is voor een deel van het plandeel de functie 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' van toepassing. Gebruiksmogelijkheden 

De gebruiksmogelijkheden binnen dit plandeel worden verruimd door het toevoegen van de mogelijkheid tot opslag in het bestaande bijbehorende bouwwerk (maximaal 500 m2). De bestaande bouwwerken worden gelegaliseerd en er wordt een nieuw bijbehorend bouwwerk gebouwd op basis van de schuur voor schuur regeling.

De aanduiding "opslag" wordt toegevoegd en behoort tot de categorie "Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)". De richtafstand zone is hierbij categorie 1 met een grootste richtafstand van 30 meter voor geluid. De dichtstbijzijnde geluidgevoelige functies zijn nummer 91 en 93a. Er wordt niet voldaan aan de richtafstand van 30 meter aangezien de woonfuncties aan elkaar grenzen. Er is sprake van erg lichte opslag op locatie waarbij niet dagelijks activiteiten plaatsvinden die geluiden veroorzaken. Eén box wordt gebruikt voor de opslag van spullen voor kerstmarkten/fair. De bezoekfrequentie hiervan zal tussen de 4 en 6 keer per jaar zijn. Twee boxen worden gebruikt voor het stallen van klassieke auto's en een shovel. De bezoekfrequentie hiervan is ook bijzonder laag en zal één á twee keer per jaar zijn. De andere box wordt gebruikt voor eigen gebruik. De vormen van opslag zijn zo licht dat het vrijwel geen effect heeft op de omliggende functies. Door middel van deze motivatie zal er van de richtafstanden worden afgeweken. In de nabijheid van het plandeel ligt een hoogspanningsleiding. De belemmerde strook die TenneT hanteert bij de betreffende 110 kV verbinding Almelo de Woesten – Tubbergen is 50 meter breed (25 meter aan weerszijden van het hart van de verbinding).

De afstand tot aan de hartlijn bedraagt ruim 100 m2, waardoor er geen belemmeringen zijn voor de beoogde ontwikkeling. Knooperf de Veldboer 18, Langeveen Ter plaatse van het plandeel aan de Knooperf de Veldboer 18 te Langeveen is het Omgevingsplan onderdeel 'Langeveen, Knooperf Veldboersweg 4 (1e herziening)' van toepassing en 'Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan'. Ter plaatse van het plandeel is de functie 'Wonen' van toepassing'. Binnen deze functie is een bouwvlak aanwezig met maatvoering. Daarnaast is de functie 'Bos' en de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden' van toepassing. Verder is ter plaatse van het plangebied de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenbak', 'Specifieke vorm van agrarisch - gebouw' en 'Specifieke bouwaanduiding - bijbehorende bouwwerken' van toepassing. Gebruiksmogelijkheden 40

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen

De gebruiksmogelijkheden binnen dit plandeel worden vergroot door een uitbreiding van de woonfunctie ter plaatste van de functie 'Bos en Natuur' en het realiseren van een bijbehorend bouwwerk ten behoeve van opslag.

De woonfunctie binnen dit plandeel wordt vergroot en vindt hoofdzakelijk plaats in richting van omliggende woonfuncties. Daarmee worden deze omliggende functies niet beperkt door de uitbreiding van de woonfunctie. De aanduiding "opslag" wordt toegevoegd en behoort tot de categorie "Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)". Kanttekening hierbij is dat de gebouwen worden gebruikt voor eigen woonfunctie. De richtafstand zone is hierbij categorie 1 met een grootste richtafstand van 30 meter voor geluid. De dichtstbijzijnde geluidgevoelige functie is nummer 7, de afstand van de woonfunctie tot de ruimte waar de opslag wordt toegestaan bedraagt meer dan 30 meter (circa 35 meter). Er wordt voldaan aan de richtafstand. Rouweweg 15, Langeveen Het plandeel aan de Rouweweg 15 ligt binnen het Omgevingsplan onderdeel 'Tubbergen Buitengebied 2016' en 'Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan'. Ter plaatse van het plandeel is de functie 'Agrarisch -1' van toepassing. Binnen deze functie is een bouwvlak aanwezig. Daarnaast geldt zowel de functie 'Waarde Archeologie 3' als 'Waarde - Archeologie 4'. Tevens zijn de aanduidingen 'Overige zone - vestigingsgebied voor boom- en sierteelt' en 'Reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied' van toepassing. Gebruiksmogelijkheden 

De gebruiksmogelijkheden binnen dit plandeel worden beperkt door het oppervlak aan bijbehorende bouwwerken en het bouwvlak te verkleinen.

Deze ontwikkeling heeft met het verkleinen van het bouwvlak en bedrijvigheid een positief effect voor de milieuzonering. Agelerweg 32, Reutum Het plandeel aan de Agelerweg 32 ligt binnen het Omgevingsplan onderdeel 'omgevingsplan Schuur voor Schuur Stroveldsweg 5, Agelerweg 32a & Witteveensweg 11'. Dit omgevingsplan is op 16 februari 2021 door de gemeente Tubbergen vastgesteld. Ter plaatse van het plandeel zijn de functies 'Wonen' en 'Agrarisch - 2' van toepassing. Tevens geldt de functie 'Waarde - Archeologie 4' binnen het gehele plandeel. Daarnaast geldt binnen het plandeel de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 2', de maatvoering 'maximum oppervlakte: 390 m2', de gebiedsaanduiding 'overige zone - geen boom- en sierteelt toegestaan' en de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - radarverstoringsgebied'. Gebruiksmogelijkheden 

De gebruiksmogelijkheden binnen dit plandeel worden verruimd door realisatie van een bijbehorend bouwwerk en het toevoegen van de mogelijkheid voor een houtbewerkingsbedrijf als vorm van kleinschalige bedrijvigheid.

De mogelijkheid tot een houtbewerkingsbedrijf aan huis kan het best geschaald worden onder de categorie "aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m²" van de . De richtafstand zone is hierbij categorie 1 met een grootste richtafstand van 30 meter voor geluid. Aan de Agelerweg 34 ligt een agrarisch bedrijf, de afstand van de woonfunctie van de Agelerweg 32 tot aan het bouwvlak van de Agelerweg 34 bedraagt circa 43 meter. Er wordt voldaan aan de richtafstand van 30 meter voor geluid. Doordat de woonfunctie niet wordt vergroot wordt het agrarisch bedrijf ook niet beperkt in de bedrijfsvoering. 5.1.3

Conclusie

Met betrekking tot activiteiten en milieuzonering is met onderhavig TAM omgevingsplan sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.2.1

Algemeen

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen

41

De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Artikel 5.129g, tweede lid, Bkl behelst een motiveringseis en vraagt om explicitering van gemaakte keuzes. Voor het maken en onderbouwen van die keuzes is zo nodig, op grond van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), onderzoek geboden waarbij de nodige kennis wordt vergaard omtrent de behoefte aan de in het project voorziene nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met de uitkomsten daarvan dient in het omgevingsplan of de BOPA rekening te worden gehouden. Artikel 5.129g, tweede lid, Bkl is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen, maar bewerkstelligt dat de wens om in een nieuwe stedelijke ontwikkeling te voorzien aan de hand van het toetsingskader van dit artikellid nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied en met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt.

Deze bepaling schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling (uitspraken van 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1421 (Hengelo) en van 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2579 (Eindhoven). 5.2.2

Onderzoek

Artikel 5.129g lid 1 geeft invulling aan het begrip stedelijke ontwikkeling, waarbij de term substantieel wordt gebruikt. Ook de jurisprudentie is duidelijk hierin, vanaf 11 woningen is pas sprake van een stedelijke ontwikkeling. Gelet op de beschrijving van het artikel en de jurisprudentie wordt gesteld dat de voorgestelde ontwikkeling dermate klein is dat deze niet voldoende substantieel is om in aanmerking te komen als stedelijke ontwikkeling. De voorgestelde ontwikkeling voorziet in zowel een kwantitatieve als kwalitatieve behoefte, het gaat hierbij om legalisatie van bijbehorende bouwwerken en het uitbreiden van bijbehorende bouwwerken. Per saldo voorziet het plan in een kwalitatieve behoefte omdat in alle plandelen de wens is om de ontwikkeling mogelijk te maken. De ontwikkelingen vinden plaats op bestaande woon-werk erven met een beperkte mate van stedelijkheid. De ontwikkelingen zijn relatief kleinschalig en passen daarmee qua schaal goed binnen de plandelen. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik in de zin van de ladder voor duurzame verstedelijking. 5.2.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat met de wijziging van het omgevingsplan middels voorliggend TAM-omgevingsplan, met betrekking tot de ladder voor duurzame verstedelijking, sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.3 Mer-beoordeling 5.3.1

Algemeen

De mer-regelgeving is uitgewerkt in verschillende onderdelen van de Omgevingswet. Afdeling 16.4 van de Omgevingswet bevat de regelgeving over milieueffectrapportage. De uitwerking ervan staat in hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit. In bijlage V van het Omgevingsbesluit staan de projecten en de besluiten waarvoor een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt. Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije MERbeoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Er is dus nog maar één MER-beoordelingsprocedure. Het aparte m.e.r.-beoordelingsbesluit dat nu nog moet worden genomen vervalt onder de Omgevingswet. Het resultaat en de motivering van de m.e.r.-beoordeling moeten straks in het (ontwerp)plan of (-)programma (zie de artt. 16.36, vijfde lid Omgevingswet en 11.1, eerste lid van het Omgevingsbesluit) of in het (ontwerp)besluit zelf (zie de artt. 16.43, tweede en derde lid Omgevingswet en 11.11, tweede lid van het Omgevingsbesluit) worden opgenomen. Op grond van artikel 16.43 van de Ow en artikel 11.6 van het Ob is de lijst met project-mer-plichtige en projectmer-beoordelingsplichtige projecten opgenomen in bijlage V van het Ob. In bijlage V is een tabel opgenomen met vier kolommen:   42

In kolom 1 staan de projecten opgesomd; In kolom 2 zijn de gevallen genoemd waarin een project-mer verplicht is; TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen

 

In kolom 3 staan de gevallen genoemd waarin de project-mer-beoordelingsplicht geldt; Kolom 4 bevat tot slot de besluiten die betrekking hebben op de projecten waarvoor de project-mer(beoordelings)plicht geldt.

5.3.2

Onderzoek

In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten en projecten die op grond van bijlage V m.e.r.-plichtig zijn. De ontwikkeling kan worden gezien als stedelijk ontwikkelingsproject, echter wordt de drempelwaarde hierbij niet overschreden. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling en de verwachte milieuhinder, de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bevestigd in de in Hoofdstuk 5 opgenomen milieuen omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. Op basis van bovengenoemde beoordeling van kenmerken en locatie van het project en de kenmerken van het potentiële effect van het project is vastgesteld dat er geen sprake is van een project dat belangrijke gevolgen heeft, zodat het geen milieueffectrapport hoeft te worden gemaakt (artikel 16.43 jo. artikel 16.53 Ow). 5.3.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat met de wijziging van het omgevingsplan middels voorliggend TAM-omgevingsplan, met betrekking tot de mer-beoordeling, sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.4 Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren 5.4.1

Algemeen

De visie op verkeer en vervoer is opgenomen in het Strategisch verkeer- en vervoerplan 2018. De verkeersgeneratie moet worden bepaald aan de hand van de meest recente CROW-uitgave ‘toekomstig parkeren’ (uitgave 381). De toename en de verkeersveiligheid moet vervolgens worden beoordeeld aan de hand van de verkeersgeneratie en de wegencategorisering in het Strategisch verkeer- en vervoerplan 2018. Er moet worden aangetoond dat de betreffende weg/wegen de toename aan het verkeer kunnen afwikkelingen en niet leidt tot verkeersonveilige situaties. Het parkeren moet worden getoetst aan de Beleidsnotitie bouwen & parkeren 2018. Indien nodig worden de aanleg en instandhouding van de parkeerplaatsen opgenomen als voorwaarde aan deze vergunning. 5.4.2

Onderzoek

Als gevolg van onderhavig plan worden nieuwe activiteiten mogelijk. Op de twee slooplocaties is geen sprake van een wijziging van de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte. Zoals beschreven in paragraaf 2.2 is bij drie locaties sprake van uitbreiding van bedrijfsmatige activiteiten:   

Almeloseweg 93: Functie wonen met aanduiding 'Specifieke vorm van bedrijf' - 'Opslag” Knooperf de Veldboer 18: Functie wonen met aanduiding 'Specifieke vorm van bedrijf' - 'Opslag” Agelerweg 32: Functie wonen met aanduiding Specifieke vorm van bedrijf' - 'Houtbewerkingsbedrijf'

Hierdoor wijzigen de (theoretische) verkeersgeneratie en parkeerbehoefte. Voor alle locaties wordt uitgegaan van, conform CROW-uitgave ‘toekomstig parkeren’ (uitgave 381), buitengebied dat niet stedelijk is.

Verkeerskundige effecten ontwikkeling (verkeersgeneratie en –afwikkeling) Almeloseweg 93 In de toekomstige situatie is sprake van een vrijstaande woning met maximaal 500 m2 bedrijfsmatige opslag. Bestaande verkeersgeneratie: 8,2 (vrijstaande woning) motorvoertuigbewegingen per etmaal Toekomstige verkeersgeneratie: 8,2 (vrijstaande woning) + 24 (bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag) 4,8 per 100 m2 * 500 m2) = 32,2 De theoretische toename in verkeersgeneratie is 24.  

Knooperf de Veldboer 18 In de toekomstige situatie is sprake van een vrijstaande woning met maximaal 205 m2 bedrijfsmatige opslag. Bestaande verkeersgeneratie: 8,2 (vrijstaande woning) motorvoertuigbewegingen per etmaal Toekomstige verkeersgeneratie: 8,2 (vrijstaande woning) + 9,84 arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag) 4,8 per 100 m2 * 205 m2) = 18,04 De theoretische toename in verkeersgeneratie is 9,84.  

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen

(bedrijf

43

Agelerweg 32 In de toekomstige situatie is sprake van een vrijstaande woning met inwoning met een houtbewerkingsbedrijf. 

Bestaande verkeersgeneratie: 7,8 (twee-onder-een-kap woning) + 7,8 (twee-onder-een-kap woning) + 18,2 (bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (werkplaats) 10 per 100 m2 * 182 m2) = 33,8 motorvoertuigbewegingen per etmaal Toekomstige verkeersgeneratie: 7,8 (twee-onder-een-kap woning) + 7,8 (twee-onder-een-kap woning) + 18,2 (bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (werkplaats) 10 per 100 m2 * 337 m2) = 49,3 motorvoertuigbewegingen per etmaal

De theoretische toename in verkeersgeneratie is 15,5. De daadwerkelijke verkeersgeneratie zal lager zijn omdat de verkeersgeneratie van de bedrijfsmatige activiteit lager zal zijn. Deze theoretische toenames in verkeersgeneratie hebben geen grote invloed op de verkeerssituatie en de afwikkeling kan plaatsvinden via bestaande ontsluitingen. Tot slot zijn de plandelen aan verkeersoverzichtelijke wegen gesitueerd waardoor geen sprake is van een verkeersgevaarlijke situatie.

Parkeren Voor het bepalen van de parkeerbehoefte vormen de gemeentelijke parkeernormen, de rekensystematiek definities, uitgangspunten en de afmetingen van de parkeerplaatsen in de gemeentelijke 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018' het toetsingskader. Almeloseweg 93 In de toekomstige situatie is sprake van een vrijstaande woning met maximaal 500 m2 bedrijfsmatige opslag. Als gevolg van de toegestane bedrijfsmatige activiteit is sprake van een toename in parkeerbehoefte. Bij de woning is ruimte voor het parkeren van 3 motorvoertuigen, hiermee wordt voorzien in de parkeerbehoefte als gevolg van het wonen. Bij de bedrijfsmatige opslag geldt in het buitengebied conform de CROW een parkeerbehoefte van 1,3 parkeerplaats per 100 m2 bvo. In dit geval is de behoefte 6,5. Op grond van het landschappelijk inpassingsplan sprake van ruimte voor het parkeren van 9 motorvoertuigen. Hiermee wordt ruimschoots voorzien in voldoende parkeerbehoefte. Knooperf de Veldboer 18 In de toekomstige situatie is sprake van een vrijstaande woning met maximaal 205 m2 bedrijfsmatige opslag. Als gevolg van de toegestane bedrijfsmatige activiteit is sprake van een toename in parkeerbehoefte. Bij de woning is ruimte voor het parkeren van 3 motorvoertuigen, hiermee wordt voorzien in de parkeerbehoefte als gevolg van het wonen.

Bij de bedrijfsmatige opslag is op grond van het landschappelijk inpassingsplan sprake van ruimte voor het parkeren van meerdere motorvoertuigen en/of machines. Hiermee wordt voorzien in voldoende parkeerbehoefte. Agelerweg 32 In de toekomstige situatie is sprake van een vrijstaande woning met inwoning met een houtbewerkingsbedrijf. Als gevolg van de toegestane bedrijfsmatige activiteit is sprake van een toename in parkeerbehoefte. Bij de woning met inwoning is ruimte voor het parkeren van 6 motorvoertuigen, hiermee wordt voorzien in de parkeerbehoefte als gevolg van het wonen. Bij de bedrijfsmatige opslag geldt in het buitengebied conform de CROW een parkeerbehoefte van 1,3 parkeerplaats per 100 m2 bvo. In dit geval is de behoefte 6,5. Op grond van het landschappelijk inpassingsplan sprake van ruimte voor het parkeren van 9 motorvoertuigen. Bij het houtbewerkingsbedrijf is op grond van het landschappelijk inpassingsplan sprake van ruimte voor het parkeren van 9 motorvoertuigen. Hiermee wordt ruimschoots voorzien in voldoende parkeerbehoefte.

5.4.3

44

Conclusie

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen

Het plan voldoet aan het parkeerbeleid. Geconcludeerd wordt dat met de wijziging van het omgevingsplan middels voorliggend TAM-omgevingsplan, met betrekking tot verkeer en parkeren, sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.5 Soortenbescherming en gebiedsbescherming 5.5.1

Algemeen

De wetgever heeft besloten dat een deel van de natuurbeschermingsregels, die eerder grotendeels te vinden waren in de Wet natuurbescherming, over te laten gaan in het stelsel van de Omgevingswet. Het grootste gedeelte van de inhoudelijke regels voor de bescherming van de natuur hebben via het Aanvullingsbesluit natuur een plek gekregen in de algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) behorende bij de Omgevingswet. Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, nationaal landschap en provinciaal beschermde gebieden, regels voor soortenbescherming van te beschermen plant- en diersoorten en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Gebiedsbescherming Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen en projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een omgevingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Bescherming van Natura 2000-gebieden, nationaal landschap en provinciaal beschermde gebieden kennen een interne alsook een externe werking.

Zowel ingrepen die binnen, als ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en negatieve effecten kunnen veroorzaken op de instandhoudingsdoelstellingen moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Conform Ow bijlage A is een Natura 2000-activiteit een: Activiteit, inhoudende het realiseren van een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000gebied. Stikstofdepositie Stikstofdepositie is geregeld in de Ow en Amvb's. De regels van artikel 5.5a van de Wet natuurbescherming (Wnb) maakt onderdeel uit van de aanvullingswet natuur. Hier vindt, vooralsnog, dus geen verandering plaats ten opzichte van oorspronkelijke wet- en regelgeving. In de Omgevingswet zal uiteindelijk een omgevingswaarde ten aanzien van stikstof worden ingevoerd. Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn alle inheemse flora en fauna beschermt. De bescherming richt zich zowel op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als op bepaalde soorten van nationaal belang. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren.

Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub g van de Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Echter, ook decentrale overheden kunnen hierover beleid voeren. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma van soortenbescherming. Soortenbescherming in de Omgevingswet is vooral gericht op het reguleren van flora- en fauna-activiteiten, dit zijn activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor dieren en planten in het wild. Er kan dan een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit benodigd zijn. Door strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving worden onderzocht:  of er soorten aanwezig zijn;  welke soorten dat zijn;  of deze negatief worden aangetast door de geplande werkzaamheden. In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wordt bepaald wanneer een vergunning nodig is. 5.5.2

Onderzoek

In het kader van de ontwikkeling is natuuronderzoek uitgevoerd door Natuurbank Overijssel, de bijbehorende rapportages zijn bijgevoegd bij voorliggende motivering als Bijlage 5 Natuuronderzoeken,Oplegnotitie natuuronderzoeken, Bijlage 7 Natuuronderzoek Knooperf de Veldboer en Oplegnotitie natuuronderzoek Knooperf de Veldboer. Navolgend zijn de conclusies beknopt beschreven. TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen

45

Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde gebieden: Wieschertsweg 6, Wiekerstraat 7, Rouweweg 15, Almeloseweg 93 en Agelerweg 32 Geen van de deelgebieden behoort tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het NNN (geen externe werking). Alle deelgebieden liggen op enige afstand van Natura 2000-gebied. Gelet op de aard van de voorgenomen ontwikkeling, kan toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied, als gevolg van de werkzaamheden aan de Wieschertsweg 6, Wiekerstraat 7, Rouweweg 15, Almeloseweg 93 op voorhand uitgesloten worden. Gelet op de nieuwe gebruiksfase (houtbewerkingsbedrijf) aan de Agelerweg 32, kan een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied niet op voorhand uitgesloten worden. Door Natuurbank Overijssel is een stikstofberekening uitgevoerd, de bijbehorende rapportage is bijgevoegd bij voorliggende motivering als Bijlage 9 Stikstofdepositieberekening. Navolgend zijn de conclusies beknopt beschreven. Als gevolg van de ontwikkel- en gebruiksfase vindt er geen toename van depositie plaats in Natura 2000gebied. Er zijn geen rekenresultaten die leiden tot een significant negatief effect op deze natuurgebieden.

De voorgenomen activiteiten in de ontwikkel- en gebruiksfase leiden niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen vergunning aangevraagd te worden. Knooperf de Veldboer 18 Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het NNN (geen externe werking). Het bos in het plangebied valt niet onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Een negatief effect op Natura 2000gebied kan op voorhand uitgesloten worden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen vergunning aangevraagd te worden.

Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten: Wieschertsweg 6, Rouweweg 15, Almeloseweg 93 en Agelerweg 32 De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of verblijfplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied. Het plangebied is geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien bebouwing (m.u.v. Rouweweg 15) wordt gesloopt en de klimstruik wordt verwijderd tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten.

Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden zonder voorbereiding, kan niet uitgesloten worden dat een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibieën gedood wordt. Ook worden mogelijk vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaatsen van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van vaste rusten voortplantingsplaats’. Er geldt geen vrijstelling voor het opzettelijk doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dient het werkterrein ongeschikt gemaakt te worden, zodat deze dieren op eigen beweging vertrekken of dienen ze weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde dieren gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen tijdelijk af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. Knooperf de Veldboer 18

46

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen

De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels en bezetten grondgebonden zoogdieren en amfibieën er een vaste rust- en/of voortplantingsplaats. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het verstoren, beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Geadviseerd wordt de beplanting te verwijderen buiten de voortplantingsperiode, of een broedvogelscan uit te voeren, om te voorkomen dat een bezet vogelnest verstoord, beschadigd of vernield wordt. Voor de amfibieën- en grondgebonden zoogdiersoorten, die een vaste rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling 'beschadigen en vernielen van de vaste rusten voortplantingsplaats'. Beschermde dieren mogen niet opzettelijk gedood worden.

De beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën, die een vaste rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, mogen verjaagd of weggevangen worden (en elders op veilige plek weer losgelaten worden), om te voorkomen dat de opzettelijk gedood worden. Mits geen beschermde grondgebonden zoogdieren of amfibieën (opzettelijk) gedood worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. 5.5.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat met de wijziging van het omgevingsplan middels voorliggend TAM-omgevingsplan, met betrekking tot soorten- en gebiedsbescherming, sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.6 Luchtkwaliteit 5.6.1

Algemeen

Als een gemeente activiteiten toelaat die leiden tot gebruik van wegen, vaarwegen of spoorwegen (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) dan moet worden voldaan aan de omgevingswaarden. Dit volgt uit artikel 5.51 van het Bkl. Het Rijk toetst en monitort de luchtkwaliteit vooral in de zogenoemde aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) of fijnstof (PM10) dan verwacht mag worden. Soms worden hier de rijksomgevingswaarden overschreden of is de achtergrondconcentratie zo hoog, dat bij toevoeging van een nieuw project een rijksomgevingswaarde overschreden kan worden. Bij een aanvraag voor één of meerdere activiteiten in een aandachtsgebied, dient het effect van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit beoordeeld te worden. In Afdeling 2.2 van het Bkl zijn omgevingswaarden opgenomen voor stikstofoxiden, stikstof- dioxiden, fijnstof, benzeen, lood, koolmonoxide en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) mogelijk overschrijdingen verwacht. Uit paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl volgt vervolgens dat wanneer een (wijziging van het) omgevingsplan activiteiten toestaat die leiden tot een verhoging van die concentratie stikstofdioxide dan wel fijnstof in de buitenlucht, de omgevingswaarden als genoemd in afdeling 2.2.

in acht worden genomen in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Indien een ontwikkeling niet is gelegen in of in de nabijheid van een aandachtsgebied, hoeft de luchtkwaliteit in de meeste gevallen niet beoordeeld te worden. Net als onder de voormalige Wet milieubeheer is er namelijk een uitzondering voor activiteiten die maar weinig bijdragen aan de luchtvervuiling, oftewel: niet in betekenende mate (NIBM). In een aantal situaties moet de luchtkwaliteit wel beoordeeld worden: bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit (als bedoeld in het Bal);  bij de aanleg van een tunnel langer dan 100 meter of als een tunnel wijzigt en daarbij minimaal 100 meter in lengte toeneemt;  bij de aanleg van een auto(snel)weg. Een wijzigingsbesluit voldoet aan de luchtkwaliteitsnormen indien: 

 

aannemelijk is gemaakt dat het plan niet leidt tot het overschrijden van een grenswaarde (vanaf ingangsdatum) danwel niet leidt tot een toename van reeds bestaande overschrijding van een grenswaarde; aannemelijk is gemaakt dat de luchtkwaliteit als gevolg van het plan per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft; danwel bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit, door een met het plan samenhangende

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen

47

maatregel of een door die uitoefening of toepassing optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (saldering); aannemelijk is gemaakt dat het plan NIBM bijdraagt aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor een grenswaarde is opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1269/documents/25443