CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage TAM-omgevingsplan buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13.pdf

Commissie Omgeving en Economie 13 januari 2026, gemeente TubbergenBij agendapunt: 8: TAM omgevingsplan hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 1326.789 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 En Voshaarsweg 13

Status: concept

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

concept NL.IMRO.0183.TAMBUIUEL110VOSH13VG01

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

Inhoudsopgave Motivering

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Inleiding en aanduiding plangebied 1.2 Beoordelingskader en belangenafweging 1.3 Leeswijzer

7 7 8 10

Hoofdstuk 2 Toekomstige situatie 2.1 Huidige situatie en gewenste ontwikkeling 2.2 Gewenste ontwikkeling 2.3 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving

11 11 12 13

Hoofdstuk 3 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege 3.1 Omschrijving gevraagde activiteiten 3.2 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege

15 15 15

Hoofdstuk 4 Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg en participatie 4.1 Visie en beleid voor het plangebied 4.2 Voorbereidingsfase / Verkenningsfase met stakeholders

17 17 32

Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 5.1 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.2 Besluit milieueffectrapportage

33 33 34

5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12

35 36 50 51 53 53 55 56 58 60

Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren Gebiedsbescherming en soortenbescherming Luchtkwaliteit Geluid Geur Omgevingsveiligheid Trillingen Archeologie en cultuurhistorie Bodem Waterbelang

Hoofdstuk 6

Financiële uitvoerbaarheid

61

Hoofdstuk 7 Juridische toelichting 7.1 Wijziging omgevingsplan 7.2 Artikelsgewijze toelichting

63 63 63

Bijlagen bij de toelichting

65

Bijlage 1

Bodemonderzoek Uelserweg 110

66

Bijlage 2

Bodemonderzoek Voshaarsweg 13

120

Bijlage 3

Quickscan Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

171

Bijlage 4

Participatieverslag

230

Bijlage 5

Watertoets

232

2

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

237

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3

Inleidende regels Begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen Toepassingsbereik

239 239 240 241

Hoofdstuk 2 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Functies en gebiedsaanwijzingen Agrarisch - 1 Wonen - Wonen in het buitengebied Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Leiding - Hoogspanningsverbinding Overige zone - geen boom- en sierteelt toegestaan Reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied

243 243 249 252 254 256 258 259

Hoofdstuk 3 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene ruimtelijke bouwregels Planologische gebruiksactiviteiten Regels parkeren Overige regels

261 261 262 263 264 265

Hoofdstuk 4 Artikel 16

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

267 267

Bijlagen bij de regels

269

Bijlage 1

Begripsbepalingen

270

Bijlage 2

Erfinrichtingsplan Uelserweg 110

282

Bijlage 3

Erfinrichtingsplan Voshaarweg 13

284

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

3

4

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

Motivering

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

5

6

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Inleiding en aanduiding plangebied Aan de Uelserweg 110 te Mander bevindt zich een woonperceel met een woning, schuur, kapschuur, kippen- en duivenhok. Buiten de woonfunctie is gestart met de bouw van een nieuw duivenhok (bijbehorend bouwwerk). Tijdens een controleronde is geconstateerd dat er geen omgevingsvergunning is verleend voor het bouwen van een nieuw duivenhok. Er is daarom een bouwstop gelegd op de bouw. Het nieuwe duivenhok is gebouwd op de locatie van het kippenhok. Het kippenhok is iets ten noorden verplaatst. Dit kippenhok is echter in het verleden illegaal gebouwd en dient om deze reden ook te worden gelegaliseerd. Om de bouwstop op te heffen en het duivenhok en kippenhok te legaliseren worden de planologische mogelijkheden aangepast. Naast het bouwen buiten de woonfunctie worden ook de totale toegestane vierkante meters aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken overschreden. Ten behoeve van de vierkante meters wordt het bestaande duivenhok gesloopt. De overige vierkante meters worden middels Schuur voor Schuur gerealiseerd. Hiervoor wordt een landschapsontsierende mestsilo aan de Voshaarsweg 13 te Harbinkhoek gesloopt. De ontwikkeling kan mogelijk worden gemaakt door middel van het wijzigen van het omgevingsplan van de gemeente Tubbergen. Met een TAM-IMRO omgevingsplan kan het omgevingsplan gewijzigd worden.

Voorliggend TAM-IMRO omgevingsplan is opgesteld om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

Afbeelding 1.1: Weergave van de huidige situatie aan de Uelserweg 110 in Mander (Bron: initiatiefnemer) Ligging plangebieden Uelserweg 110 Mander Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie C, perceelnummer 3388 en 3154. Dit is weergegeven op Afbeelding 1.2.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

7

Afbeelding 1.2: Weergave van de kadastrale percelen (bron: kadastralekaart.com)

Voshaarsweg 13 Harbrinkhoek Het perceel van de betreffende mestsilo staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie I, perceelnummer 5820.

Afbeelding 1.3: Voshaarsweg 13, te slopen bebouwing op perceel met rood weergegeven (bron: kadastralekaart.com)

1.2 Beoordelingskader en belangenafweging Beoordelingskader 8

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

De voorgenomen activiteit voldoet niet aan de regels van het omgevingsplan. Het initiatief kan alleen leiden tot een wijziging van het omgevingsplan als er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving en milieu relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader worden onderzocht en afgewogen. De taak om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ligt primair bij de gemeente. De beleidsruimte van de gemeente wordt op verschillende manieren ingekaderd. De belangrijkste zijn de instructieregels van het Rijk en de provincie. Op basis van artikel 8.0b lid 1 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de volgende regels en instructies van toepassing: de instructieregels van hoofdstuk 5 van het Bkl; de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; eventuele andere instructies van het Rijk en provincie. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn niet alleen de in het Bkl geregelde milieu aspecten beoordeeld, maar zijn alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu beoordeeld. Bij de beoordeling of wij een besluit willen nemen tot wijziging van het omgevingsplan is rekening gehouden met deze regels dan wel zijn de regels betrokken of in acht genomen.

Daarnaast heeft de gemeente haar beleidsruimte ingevuld met beleidsregels voor de fysieke leefomgeving, zodat de wijziging van het omgevingsplan ook hieraan wordt getoetst. Het gaat hier om de omgevingsvisie en de andere beleidsdocumenten voor de verschillende specifieke onderdelen. De evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijze zijn afgewogen. De aanvrager wenst de gevraagde activiteiten te realiseren. De gemeente wenst de doelen uit haar beleid te verwezenlijken. De belangen van de omwonenden zijn gelegen in een goed woon- en leefklimaat. De omliggende bedrijven hebben belang bij een ongehinderde bedrijfsvoering en een goed werkklimaat. Belangenafweging De raad heeft bij het bepalen om een besluit tot wijziging van het omgevingsplan vast te stellen beleidsruimte om te bepalen of een bepaalde ontwikkeling met de daarbij behorende functies en maatvoering vanuit het oogpunt van evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar is. Een dergelijk besluit is immers in belangrijke mate afhankelijk van de inzichten die bij de gemeente bestaan over de wenselijk geachte ontwikkelingen in het projectgebied. Verder mag het project niet in strijd zijn met de instructie(regels)s van het Rijk en de provincie.

Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijzen worden afgewogen. Ondanks dat het initiatief in strijd is met het omgevingsplan kan worden besloten tot wijziging van het omgevingsplan, omdat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Zoals uit de hierna opgenomen hoofdstukken blijkt draagt het initiatief bij aan de visie en beleid die de gemeente voor dit plangebied heeft en blijkt dat wordt voldaan de instructieregels van het Rijk en provincie. In de voorbereidingsfase heeft bestuurlijke afstemming plaatsgevonden. Provincie en het waterschap zijn akkoord met het project. Verder is het project afgestemd met omwonenden en heeft initiatiefnemer daarvan een verslag overgelegd. Het ontwerp-omgevingsplan heeft met ingang van 10 september 2025 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit omgevingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn geen zienswijzen binnengekomen. Voorts zijn in hoofdstuk 5 de ruimtelijk relevante aspecten voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit afgewogen.

Gelet op alle aspecten die zijn afgewogen en de belangen van omwonenden, levert de wijziging van het omgevingsplan geen onaanvaardbare aantasting van deze belangen op. Het wijzigen van het omgevingsplan is evenwichtig en geschikt om het project te realiseren.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

9

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een omschrijving gegeven van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en worden de strijdigheden in beeld gebracht. Hoofdstuk 4 omschrijft de toetsing van de ontwikkeling aan de visie en beleid voor het plangebied op rijks-, provinciaals en gemeentelijk niveau. Daarna wordt ingegaan op de resultaten van het (bestuurlijk) vooroverleg en het participatietraject. In hoofdstuk 5 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. In hoofdstuk 6 komt de financiële haalbaarheid van het initiatief aan de orde. Tot slot is in hoofdstuk 7 een toelichting op de planregels opgenomen.

10

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

Hoofdstuk 2

Toekomstige situatie

2.1 Huidige situatie en gewenste ontwikkeling 2.1.1

Historische context en bestaande situatie

Aan de Uelserweg 110 te Mander is sprake van een woonerf met enkele bijbehorende bouwwerken. In de huidige situatie is sprake van een erf met een woning, schuur, kapschuur, kippen- en duivenhok. Tussen de schuur en de Uelserweg is een bos aanwezig. De planlocatie ligt in een matenlandschap, oorspronkelijk te herkennen aan natte omstandigheden en beplanting in mozaïek structuren. Over de jaren zijn sinds de jaren '30 van de afgelopen eeuw de beplantingsstructuren grotendeels verdwenen. Tevens is het natte karakter verdwenen door de drooglegging voor landbouwkundig gebruik. Vanaf 1955 is een deel in gebruik genomen als woonerf langs agrarisch grondgebied. De oorspronkelijke gebouwen zijn verdwenen, hiervoor zijn nieuwe gebouwen voor in de plaats gekomen. In afbeelding 2.1 is een recente luchtfoto opgenomen van de planlocatie aan de Uelserweg 110 te Mander.

Afbeelding 2.1: recente luchtfoto planlocatie Uelserweg (bron: PDOK.nl) Om de benodigde meters voor bijbehorende bouwwerken te verkrijgen wordt er een mestsilo gesloopt aan de Voshaarsweg 13 in Harbrinkhoek. Deze is omcirkeld in onderstaande afbeelding 2.2 en weergegeven op afbeelding 2.3. Het object heeft een oppervlakte van 180 m2.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

11

Afbeelding 2.2: recente luchtfoto slooplocatie, te slopen mestsilo in rood (bron: PDOK.nl)

Afbeelding 2.3: Foto's van het te slopen bouwwerk

2.2 Gewenste ontwikkeling Aan de Uelserweg 110 hebben de initiatiefnemers de wensen om de bestaande vierkante meters aan bijbeborende bouwwerken te vergroten. Er is een bijbehorend bouwwerk daarvoor in aanbouw en de toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken wordt daardoor overschreden. Voor het planologisch-juridisch vastleggen van deze ontwikkeling moet gebruik worden gemaakt van de regeling: het uitbreiden van vrijstaande bijbehorende bouwwerken uit het beleid 'Buitengebied met Kwaliteit'. Dit is mogelijk in ruil voor de sloop van landschapsontsierende bebouwing. De benodigde sloopmeters worden verkregen door middel van het slopen van een mestsilo aan de Voshaarsweg 13 in Harbrinkhoek, deze mestsilo heeft 180 m2. Erfsituatie Uelserweg 110 Mander Onderstaand is een weergave van de toekomstige erfsituatie zichtbaar. Hierop is het nieuw te bouwen duivenhok (E) en het te verplaatsen kippenhok (F) zichtbaar. Zoals reeds is genoemd, wordt landschapsontsierende bebouwing gesloopt, namelijk het oude duivenhok (D). De locatie voor het nieuwe duivenhok is gebaseerd op de ideale aanvliegroute voor de postduiven. Tevens zijn de duiven meer beschermd van roofvogels aan de bosrand. Het betreft dus een logische locatie voor het gebruik als duivenhok.

12

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

Afbeelding 2.4: situatietekening gewenste situatie Uelserweg 110 (N+L Landschapsontwerpers) Op afbeelding 2.5 is de situatietekening van de slooplocatie weergegeven aan de Voshaarweg 13 in Harbrinkhoek. De te slopen mestsilo is hierin aangegeven met E. De overige elementen blijven behouden, aangegeven met A, B, C, D, F, G, H en I.

Afbeelding 2.5: situatietekening slooplocatie Voshaarsweg 13 (N+L Landschapsontwerpers)

2.3 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving Uelserweg 110 De nieuwe erfsituatie wordt ingepast door het gebouw op een passende wijze in het bestaande erfensemble te situeren. Een schets van het beoogde duivenhok is in de volgende Afbeelding 2.6 zichtbaar. Op de schets is te zien dat het nieuw te bouwen duivenhok passend is in het gebied en past bij de bestaande bebouwing in het landschap. Tegelijkertijd wordt het oude duivenhok, de landschapsontsierende bebouwing, gesloopt. bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

13

Door de sloop van het voormalige duivenhok en de nieuwbouw van een duivenhok zoals onderstaand is weergegeven is er sprake van een verbeterde ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving.

Afbeelding 2.6: aanzicht nieuwe schuur aan de voorkant en zijkant (bron: initiatiefnemer) Voshaarsweg 13 De ontwikkeling voorziet in de sloop van een mestsilo, dit is landschapsontsierende bebouwing. Het gebouw is voorgaand weergegeven in afbeelding 2.2 en afbeelding 2.3. Daarmee is er sprake van een verbeterde ruimtelijke uitstraling, de ruimtelijke kwaliteit wordt zo versterkt.

14

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

Hoofdstuk 3 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege 3.1 Omschrijving gevraagde activiteiten Zoals in de aanleiding aangegeven passen de plannen van initiatiefnemer niet binnen het huidig planologisch kader. De wens is om een duivenhok te legaliseren, welke buiten de bestaande woonfunctie is gerealiseerd. Ook wordt de toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken overschreden. Daarom wordt een te saneren meststilo ingezet vanaf de locatie Voshaarsweg 13 Harbrinkhoek. Zowel op de locatie Voshaarsweg 13 als op de locatie Ueslerweg 110 moet de nieuwe oppervlakte aan gebouwen worden vastgelegd. Tevens wordt op de locatie Uelserweg 110 de woonfunctie zo vormgegeven dat het nieuwe gebouw binnen het woonerf valt. Om deze redenen is een wijziging van het omgevingsplan gewenst.

3.2 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege 3.2.1

Strijdigheden met bestemmingsplan

Het geldend planologisch kader ter plaatse is het omgevingsplan van de gemeente Tubbergen met de onderdelen 'Tubbergen Buitengebied 2016' en 'Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan' als voornaamste elementen. Binnen dit plan is het erf voorzien van de aanduiding 'Wonen' en 'Waarde – Archeologie 4'. Tevens is de aanduiding 'overige zone – geen boom- en sierteelt toegestaan' van toepassing. Deze bevatten enkele regels die niet relevant zijn voor de omvang van de ontwikkeling. Op de locatie van het (toekomstige) duivenhok is de aanduiding 'Agrarisch - 1' van toepassing. Het planvoornemen om ter plaatse een gebouw te realiseren is op basis van de huidige planregels niet toegestaan. Tevens geldt dat binnen het woonvlak geen extra mogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken zijn. Er is hierbij geen omgevingsplanactiviteit binnen het geldend kader die het voornemen alsnog mogelijk kan maken. Het aanvragen van een wijziging van het omgevingsplan is daarvoor noodzakelijk.

Afbeelding 3.1: uitsnede verbeelding vanuit het omgevingsplan van rechtswege, Uelserweg 110 (bron: ruimtelijkeplannen.nl) bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

15

Voor de slooplocatie aan de Voshaarsweg 13 geldt hetzelfde planologisch kader. Op de locatie van de mestsilo is de functie 'Agrarisch - 1' van toepassing. Daarnaast is de locatie voorzien van de gebiedsaanwijzingen 'Leiding Hoogspanningsverbinding', 'Waarde - Archeologie 3', 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied' en is er een bouwvlak aanwezig. In de toekomstige situatie blijft de agrarische functie behouden, er komt enkel een maximale oppervlakte voor de bijgebouwen in de nieuwe situatie.

Afbee lding 3.2: uitsnede verbeelding vanuit het omgevingsplan van rechtswege, Voshaarsweg 13 (bron: ruimtelijkeplannen.nl) 3.2.2

Bruidsschat

De bruidsschat bevatten regels over onderwerpen die tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet in nationale regelgeving waren opgenomen (door het Rijk opgestelde regels). Onder de Omgevingswet worden deze door gemeenten geregeld. De bruidsschat maakt onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De bruidsschat bevat regels op het gebied van bouwen, milieubelastende activiteiten en overige activiteiten en is opgenomen in hoofdstuk 22 van de regels van het omgevingsplan. Het grootste gedeelte van deze regels is gericht op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit geldt bijvoorbeeld voor milieuregels (zoals regels over geurnormen en de afstand tot een geurgevoelig object). Voor dat deel van de regels geldt dat het mogelijk is om van het omgevingsplan af te wijken.

De bruidsschat bestaat uit de volgende onderdelen: begrippen (hoofdstuk 1) voorrangsbepalingen en overgangsrecht (afdeling 22.1) regels over bouwwerken, open erven en terreinen (afdeling 22.2) regels over milieubelastende activiteiten (afdeling 22.3) regels over aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafond (afdeling 22.4) regels over overige gemeentelijke omgevingsvergunningen (afdeling 22.5) De regels van afdeling 22.2 zijn rellevant voor onderhavig initiatief omdat deze betrekking hebben op het bouwen van bouwwerken. Met de in dit TAM-omgevingsplan opgestelde regels wordt aan de regels voldaan.

3.2.3

Gemeentelijke verordeningen

Voor zover sprake is van gemeentelijke verordeningen in het Omgevingsplan van rechtswege wordt aan deze verordeningen getoetst in Hoofdstuk 5 van deze onderbouwing.

16

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

Hoofdstuk 4 Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg en participatie 4.1 Visie en beleid voor het plangebied 4.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Beoordeling van het plan: De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een sloop op de locatie Voshaarsweg en nieuwbouw van een schuur aan de Uelserweg, beide locaties in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. De kleine omvang van de ontwikkeling betreft een functiewijziging naar wonen, maar bestaat niet uit een grootschalige uitbreiding. De ontwikkeling voorziet in een beperkte fysieke wijziging, waardoor er vanuit de NOVI geen belemmeringen zijn.

4.1.2

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel

Provinciale omgevingsvisie De omgevingsvisie is het overkoepelende provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Provinciale omgevingsverordening De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

17

een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan en/of passend is binnen de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten:

1. generieke beleidskeuzes (OF); 2. ontwikkelingsperspectieven (WAAR); 3. gebiedskenmerken (HOE). Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht Generieke beleidskeuzes (OF) Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel 2024.

Ontwikkelingsperspectieven (WAAR) Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven.

Gebiedskenmerken (HOE) Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

18

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: Provincie Overijssel)

Doorwerking plan: In voorliggende geval zijn in het kader van de generieke beleidskeuzes de volgende artikelen relevant: artikel 4.5 (zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) artikel 4.9 (onderbouwing ruimtelijke kwaliteit) artikel 4.55 (Nationaal landschap Noordoost-Twente) Onderstaand worden de beleidskeuzes benoemd en beoordeeld op welke wijze in het plan hiermee rekening is gehouden.

Artikel 4.5: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (lid 1) lid 1 Omgevingsplannen maken alleen extra ruimtebeslag voor stedelijke functies in de Groene Omgeving mogelijk aansluitend op bestaand bebouwd gebied en als aannemelijk gemaakt is dat: Er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaand bebouwd gebied; De ruimte binnen het bestaand bebouwde gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en transformatie; en Mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Beoordeling van het plan: Voorliggend plan voorziet in de realisatie van een bijbehorend bouwwerk (duivenhok) gelegen buiten de grenzen van de huidige woonfunctie. De positie van het gerealiseerde gebouw is kwalitatief overwogen, waarbij het rekening houdt met de bestaande groenstructuren. Daarnaast is de locatie van het duivenhok mede bepaald door de aanvliegroute van de postduiven vanuit het zuiden. Het duivenhok grenst aan het bestaande bosschage. Dit is bewust gekozen aangezien de bosschage als beschutting fungeert tegen roofvogels. bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

19

Het kippenhok wordt verplaatst zodat het dichter op de bestaande bebouwing komt, waarmee de erfgedachte wordt versterkt. Het oorspronkelijke duivenhok is landschapsontsierende bebouwing, die met de ontwikkeling wordt gesloopt. Hiervoor in de plaats komt een gebouw passend in de uitstraling van het erf. Er is hiermee sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik passend binnen dit artikel van de omgevingsverordening. Geconcludeerd wordt dat de in dit plan besloten ontwikkeling voldoet aan dit artikel van de Omgevingsverordening.

Artikel 4.9: onderbouwing ruimtelijke kwaliteit Lid 1 Omgevingsplannen bevatten een onderbouwing waaruit blijkt dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit waarin: het uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) uit de Omgevingsvisie Overijssel wordt toegepast; wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat volgens de Omgevingsvisie Overijssel van toepassing is voor het gebied; en inzichtelijk gemaakt wordt hoe de vier-lagenbenadering van het uitvoeringsmodel is toegepast en de catalogus Gebiedskenmerken (bijlage VII) is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Beoordeling van het plan: Zoals blijkt uit de beschrijving in hoofdstuk 2 in combinatie met de verantwoording in dit hoofdstuk worden de erven landschappelijk ingepast conform de ter plaatse geldende gebiedskenmerken (zie verderop in deze paragraaf). Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de in dit plan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met dit artikel.

Artikel 4.55: Nationaal landschap Noordoost-Twente Lid 1 Een omgevingsplan voorziet alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen het Nationaal Landschap Noordoost-Twente als die nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten van dat landschap. Lid 2 De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente zijn: het samenhangend complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen; de grote mate van kleinschaligheid; het groene karakter. Lid 3 Het omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat rekening is gehouden met het Ontwikkelperspectief Nationaal Landschap Noordoost-Twente en met bijlage IX van deze verordening (Nader uitgewerkte kernkwaliteiten Nationaal Landschap Noordoost-Twente) waarin de kernkwaliteiten nader zijn uitgewerkt.

Beoordeling van het plan: De plannen van de eigenaren doen geen afbreuk aan de kernkwaliteiten van het Nationaal landschap Noordoost-Twente. Er wordt voldaan aan de randvoorwaarden voor ruimtelijke kwaliteit, daarmee wordt de ruimtelijke kwaliteit ook behouden met de realisatie van een passend duivenhok en het slopen van landschapsontsierende bebouwing. Hiermee wordt een versterking bewerkstelligd van de kernkwaliteiten.

Ontwikkelingsperspectieven (waar) Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de 20

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. Voor het voorliggende plan is het volgende ontwikkelingsperspectief voor de locatie van toepassing. Uelserweg 110, Mander

Afbeelding 4.2: kaart ontwikkelingsperspectieven, planlocatie rood aangeduid (bron: provincie Overijssel) Het plangebied aan de Uelserweg valt gedeeltelijk onder 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap', en gedeeltelijk onder 'Zone ondernemen met Natuur en Water buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN)'. Het duivenhok valt buiten het NNN, tevens als het te verplaatsen kippenhok. Hierdoor wordt het NNN niet aangetast. Voshaarsweg 13, Harbrinkhoek

Afbeelding 4.3: kaart ontwikkelingsperspectieven, planlocatie rood aangeduid (bron: provincie Overijssel) bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

21

Het plangebied aan de Voshaarsweg 13 valt onder 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. De ontwikkelingen doen geen afbreuk aan het landschap Noordoost Twente doordat er enkel sloop van landschapsontsierende bebouwing plaatsvind. Bovendien worden omliggende functies niet geschaad in de mogelijkheden. Met inachtneming hiervan voldoet het plan aan de toegekende ontwikkelingsperspectieven.

Gebiedskenmerken (hoe) Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De kwaliteitsopgaven en -voorwaarden op basis van gebiedskenmerken kunnen te maken hebben met landschappelijke -inpassing, infrastructuur,- milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur, water, etc. De gebiedskenmerken zijn over het algemeen richtinggevend of inspirerend. De provincie onderscheidt de volgende vier lagen: 1. 2. 3. 4.

Natuurlijke laag. Laag van het agrarisch cultuurlandschap. Stedelijke laag. Laag van de beleving.

Natuurlijke laag De natuurlijke laag is aanvankelijk ontstaan zonder toedoen van de mens door onder andere invloeden van abiotische processen als de ijstijden, de wind en water. Zoals grote delen van Overijssel bestond ook het plangebied uit dekzandvlakten en beekdalen met beperkte reliëfverschillen. In de jaren zijn de hoogteverschillen onder andere door zandverstuivingen, het ontginnen van de heidecomplexen en de ontwikkeling in de landbouw nagenoeg verdwenen. Het beide planlocaties liggen in het gebied dat wordt aangeduid als 'Dekzandvlakte en ruggen'. De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De dekzandvlaktes worden dan ook afgewisseld met beekdalen. Dekzandvlakten en ruggen krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van de hoofdlijnen het huidige reliëf. In dit geval is de fysieke impact van de beide ontwikkelingen zeer klein, waardoor het geen afbreuk doet aan de landschapswaarden. Uelserweg 110, Mander

22

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

Afbeelding 4.4: uitsnede kaart natuurlijke laag Uelserweg, plangebied met rood aangeduid (bron: provincie Overijssel) Voshaarsweg 13, Harbrinkhoek

Afbeelding 4.5: uitsnede kaart natuurlijke laag Voshaarsweg, plangebied met rood angeduid (bron: provincie Overijssel)

Laag van agrarisch cultuurlandschap Door menselijk ingrijpen in de natuurlijke omstandigheden ontstaat er een (agrarisch) cultuurlandschap. Het landschap werd functioneel ingericht waarbij men nooit heeft nagedacht over de schoonheid van dat landschap. Nu waarderen wij juist de ingrepen van destijds. Geconstateerd wordt dat het plangebied in 'Maten- en bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

23

flierenlandschap' ligt. Het maten- en flierenlandschap is een laaggelegen kleinschalig landschap dat zich langs de beken, in de natuurlijke laagten heeft ontwikkeld. Langs de ontwateringssloten haaks op de beek werd vaak hakhout aangeplant. Dit diende tevens als perceelsafscheiding – daar, waar de ontwateringssloot niet altijd watervoerend – was in geval van beweiding. Rond de beek ontstond een lineair landschap, met daaromheen in de natte laagtes een matenlandschap. Het landschap omvatte veel variatie in ruimtelijke opbouw. De open ruimte van de watergang wordt afgewisseld met de coulissen van hakhoustruweel en de open kamers van hooien weilanden met hier en daar broekbossen op de nattere plekken. Het Maten en Flierenlandschap is veelal de contramal van het essenlandschap en het oude hoevenlandschap en was daar functioneel aan verbonden. De plannen voldoen aan deze karakteristieken, gezien de omvang zeer beperkt is. De openheid blijft behouden en er worden geen groenstructuren verwijderd. Uelserweg 110, Mander

Afbeelding 4.6: uitsnede kaart laag van cultuurlandschap Uelserweg, plangebied met rood aangeduid (bron: provincie Overijssel) Voshaarsweg 13, Harbrinkhoek

24

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

Afbeelding 4.7: uitsnede kaart laag van cultuurlandschap Voshaarsweg, plangebied met rood aangeduid (bron: provincie Overijssel) Laag van de beleving Het plangebied ligt aan de Uelserweg in het kenmerk donkerte. Uitgangspunt binnen dit gebied is dat bij ontwikkelingen geen onevenredige lichtvervuiling gaat plaatsvinden. Het voorliggend plan voorziet in een nieuw duivenhok waarbij geen onnodige lichtbronnen worden toegevoegd, enkel vervangen. Als gevolg hiervan treedt geen extra lichtvervuiling op. Ten westen van het perceel ligt historische infrastructuur, hier worden geen wijzigingen aan gebracht en dus geen afbreuk aan gedaan.

Afbeelding 4.8: uitsnede kaart laag van de beleving (bron: provincie Overijssel) Voor de Voshaarsweg geldt geen kenmerk op basis van de laag van de beleving en wordt daarom niet verder bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

25

toegelicht. Ten slotte heeft de stedelijke laag op de beide planlocaties geen specifieke kenmerken en blijft daarom verder buiten beschouwing. Beoordeling van de plannen: Met de toetsing aan genoemde lagen van de provincie Overijssel kan gesteld worden dat de voorgenomen plannen geen afbreuk doen aan de landschappelijke waarden. Hiermee is het plan volledig in overeenstemming met het provinciaal ruimtelijk beleid en regelgeving uit de Omgevingsverordening en Omgevingsvisie Overijssel.

4.1.3

MijnOmgevingsvisie Tubbergen

De gemeenteraad van de gemeente Tubbergen heeft in 2021 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving voor het grondgebied van de gemeente Tubbergen, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Tubbergen en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. Die vier principes zijn: We doen het samen. We geven het goede voorbeeld. We wentelen niet af op volgende generaties. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. Buitengebied in balans De gemeente Tubbergen wil een economische sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap van Tubbergen is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis.

Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Tubbergen komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Tubbergen streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Daarbij wordt gewerkt aan speerpunten. Voor het 'Buitengebied in balans' zijn dat: toekomstgerichte agrarische sector; goede staat van natuur en landschap; kwalitatief toerisme. Beoordeling van de plannen: Op grond van MijnOmgevingsvisie Tubbergen valt het plangebied Uelserweg onder hoge landschapswaarde. Dit zijn landschappen die gericht zijn op behouden vanwege de hoge waarde en beperkte dynamiek. De waarden omvatten voornamelijk kleinschaligheid, variatie, hoge ecologische waarde en hoge biodiversiteit, en hoge belevingswaarde. Er wordt ingespeeld op behoud van de natuur- en cultuurhistorie en erfkarakteristieken.

Daarnaast is het inspelen op belevingswaarde, kleinschaligheid, natuurinclusieve bouwwijze, natuurwaarden en het vasthouden van water van belang voor ontwikkelingen.

26

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

Afbeelding 4.9: Waardenkaart van de Omgevingsvisie, plangebied Uelserweg met paars aangeduid (bron: Regelsopdekaart) Voor het plan aan de Uelserweg 110 geldt dat het een kleinschalige ontwikkeling betreft (vergroten van het woonvlak voor het bouwen van een duivenhok). De wijziging wordt landschappelijk goed ingepast. Er is een zeer beperkte fysieke wijziging, gezien het gebouw op de plaats van een voormalig kippenhok wordt gerealiseerd. Tevens wordt landschapsontsierende bebouwing op deze locatie gesloopt. De ontwikkeling past in de hoge landschappelijke waarde en daarmee in de omgevingsvisie van Tubbergen. Voshaarsweg 13 Naast de landschappelijke inpassing als bovenstaand is genoemd, wordt er ook landschapsontsierende bebouwing gesloopt aan de Voshaarsweg 13. Het gaat om een mestsilo van 180 m2. De sloop versterkt de ruimtelijke kwaliteit, gezien het gaat om landschapsontsierende bebouwing. De zichtlijnen in het landschap kunnen hierdoor worden versterkt.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

27

Afbeelding 4.10: Waardenkaart van de Omgevingsvisie, plangebied Voshaarsweg met paars aangeduid (bron: gemeente Tubbergen)

4.1.4

Buitengebied met kwaliteit

In 2022 is door de gemeente Tubbergen het Ruimtelijk beleid buitengebied 'Buitengebied met kwaliteit' vastgesteld. Het buitengebied kenmerkt zich door een mix van functies als landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en wonen, al deze functies vragen om ruimte. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom wordt voor de toepassing van deze beleidsregel het uitgangspunt gehanteerd: de goede functies op de goede plek. Enerzijds is deze beleidsregeling bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. De volgende onderdelen van dit beleid zijn van belang:

Algemene randvoorwaarden Voor elke ontwikkeling in het buitengebied gelden bepaalde algemene randvoorwaarden waar aan voldaan moet worden. Dit betreffen bijvoorbeeld randvoorwaarden die zijn opgesteld met het oog op 'een goede ruimtelijke ordening' of een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' ingeval de Omgevingswet inwerking is getreden. Deze randvoorwaarden zijn hieronder opgenomen. 1. Elke ontwikkeling moet per saldo leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; 2. Bij elke ontwikkeling hoort een basisinspanning in de vorm van een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing: vorm en situering van gebouwen en erfbeplanting (uiteengezet in locatie, sortiment, aantallen, plantmaat en indien van toepassing plantverband/ onderlinge afstand); 3. De geboden ontwikkelingsruimte dient in balans te zijn met de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit; 4. De ontwikkeling dient naar aard en omvang passend te zijn op de locatie en de gebiedskenmerken van het type landschap; 5. De bestaande infrastructuur moet in principe toereikend zijn voor de nieuwe activiteit, er mag geen sprake zijn van een onevenredige toename van verkeer. Indien een aanpassing van de infrastructuur benodigd en aanvaardbaar is, komen de kosten hiervoor voor rekening van aanvrager; 6. Parkeren dient op eigen erf plaats te vinden; 7.

De ontwikkeling mag niet leiden tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat; 8. Er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de in de omgeving aanwezige functies en waarden; 9. Er mag gaan onevenredige afbreuk worden gedaan aan de belangen van derden; 10. Indien dit nodig wordt geacht, kan een bedrijfsplan worden gevraagd ter onderbouwing van een verzoek; 11. In het bestemmingsplan/ het omgevingsplan/ de omgevingsvergunning worden verplichtingen opgenomen voor de aanleg en instandhouding van de verplichte landschappelijke inpassing. Daarnaast worden in een overeenkomst aanvullende voorwaarden opgenomen die van belang zijn voor de gemeentelijke juridische borging; 12. Een gecombineerde toepassing van de in deze beleidsregel opgenomen onderdelen is mogelijk, mits hierbij voldaan wordt aan de daarbij behorende voorwaarden; 13. Vergunningen die niet meer actueel zijn of die nog niet zijn benut, kunnen niet ingezet worden ter compensatie voor (extra) ontwikkelingsruimte en worden onherroepelijk ingetrokken. Uitbreiden vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij woning Voor het uitbreiden van bij een woning toegelaten vrijstaande bijbehorende bouwwerken binnen de functie ‘Wonen’, gelden de volgende voorwaarden: 1. Extra m2 bebouwing wordt uitsluitend toegestaan indien elders binnen de gemeente Dinkelland of Tubbergen landschap ontsierende gebouwen worden gesloopt.

Hierbij geldt de volgende bouw-/sloopverhouding:

2. Alleen legaal opgerichte gebouwen kunnen worden ingezet, of aangetoond moet worden dat de gebouwen 28

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

voor 1998 aanwezig waren; 3. Landschap ontsierende veldschuren komen ook in aanmerking voor deze regeling; 4. Gebouwen moeten in het geheel worden gesloopt, inclusief funderingen en eventuele (mest)kelders; 5. Alleen volledige gebouwen kunnen worden ingezet en niet gedeeltes van gebouwen en/of (grotendeels) ingestorte gebouwen. De gemeente bepaalt of een niet-volledig gebouw kan worden ingezet voor deze regeling; 6. Karakteristieke en/of cultuurhistorisch waardevolle gebouwen kunnen niet worden ingezet voor sloop; 7. De planologische bouwmogelijkheden op alle betrokken locaties worden aangepast aan de nieuwe situatie. Dit betekent onder andere dat de resterende bebouwing na sloop op de slooplocatie(s) beschouwd wordt als de maximaal toegestane oppervlakte aan bebouwing op het betreffende perceel. Voor het uitbreiden van een woonperceel met de functie ‘Wonen’, gelden de volgende voorwaarden: 1. Alleen toegestaan wanneer dit nodig is om extra bebouwing of een betere erfopzet te kunnen realiseren of indien noodzakelijk in verband met een optimale situering van gebouwen voor zonnepanelen op het dak; 2. Alleen toegestaan wanneer er geen reële mogelijkheden zijn om het bestaande woonperceel met gelijkblijvende oppervlakte te verschuiven; 3. Alleen de reëel noodzakelijke uitbreidingsruimte ten behoeve van een goede erfopzet wordt toegestaan.

Beoordeling van de plannen Algemene voorwaarden Aan de algemene voorwaarden wordt voldaan. De bouw van het duivenhok doet geen afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit, gezien de fysieke kenmerken passen binnen het gebied. De wijziging is van kleine omvang en zal daarom zeer beperkte invloed hebben op het landschappelijke beeld. De sloop van landschapsontsierende bebouwing draagt bij aan behoud van de ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast heeft de ontwikkeling geen relevante toename van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie tot gevolg en is geen sprake van een onevenredige afbreuk aan de in de omgeving aanwezige functies en waarden, zoals blijkt uit hoofdstuk 5 van deze toelichting. Specifieke voorwaarden uitbreiden vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij woning Het uitgangspunt voor het aantal vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken bedraagt 224 m2. In de huidige situatie is 179,76m2 (131,6 + 48,16), afgerond 180 m2, gerealiseerd. Er is nog 20 m2 inzetbaar. Het bestaande duivenhok met 24 m2 wordt gesloopt en deze meters worden tevens ingezet. Het te legaliseren nieuwe duivenhok heeft een oppervlakte van 121 m2. Het kippenhok heeft een oppervlakte van 9 m2, samen 130 m2. Na de 44 m2 die nog ingezet kunnen worden hiervoor, blijft er een hoeveelheid van 86 m2 over. Hiervoor geldt een sloopverhouding van 1 op 1 wanneer het gaat om asbest, en 1 op 2 als er geen asbest aanwezig is.

Voor de voorliggende ontwikkeling wordt er een mestsilo gesloopt aan de Voshaarsweg 13. Het betreft een silo van 180m2 zonder asbest. Op dit moment is er 1520 m2 aan bijbehorende bouwwerken aanwezig. Na de sloop van de mestsilo (180 m2) is het uiteindelijke vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken maximaal 1340 m2. Deze maximale oppervlakte wordt opgenomen in de plankaart. Volgens de genoemde sloopverhouding is het mogelijk om 90 m2 bij te bouwen. Dit is voldoende, aangezien het benodigde aantal extra meters uitkomt op 86m2. Aan de overige voorwaarden wordt eveneens voldaan, de mestsilo is legaal opgericht en wordt in zijn geheel gesloopt. Er is geen sprake van een karakteristiek of cultuurhistorisch waardevol gebouw. De planologische bouwmogelijkheden worden aangepast om de ontwikkeling tevens correct vast te leggen op de bouwlocatie. Als gevolg van de plannen is uiteindelijk de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken 314 m2 op de bouwlocatie. Specifieke voorwaarden uitbreiden woonperceel Hiervoor wordt het woonperceel uitgebreid ten behoeve van het nieuwe bijbehorend bouwwerk. Het duivenhok optimaal gesitueerd ten opzichte van het erf. Vanwege het houden van duiven is het gepast om enige afstand tot de woning te bewaren. Dit is passend in landschappelijk opzicht, gezien het op de plek is van een ander gebouw.

De locatie is gekozen op basis van de aanvliegroute van de duiven. Daarnaast zijn ze aan de bosrand meer beschermd van roofvogels. Daarom betreft het een logische locatie voor het beoogde gebruik. Ook wordt er landschapsontsierende bebouwing gesloopt, dit draagt bij aan de openheid van de planlocatie.

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

29

4.1.5

Casco benadering Noordoost Twente

In het Ontwikkelingsperspectief voor het Nationale Landschap Noordoost-Twente hebben de hierbij betrokken partijen de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Zowel gemeenten als provincie hadden behoefte aan een praktisch concept om in de dagelijkse praktijk invulling te geven aan deze ambitie. Voor het bereiken van deze ambitie is het, het meest wenselijk om de belangen van initiatiefnemers die elementen willen verwijderen te koppelen aan grondeigenaren die bereid zijn nieuwe elementen te plaatsen om zo het landschap te versterken. Alle individuele aanvragen zullen dan uiteindelijk moeten leiden tot een beter functionerend en herkenbaar landschap. Om dit te bereiken is de casco-benadering ontwikkeld. Met de casco-benadering beschikken de provincie Overijssel en de deelnemende gemeenten van Noordoost-Twente over een generieke methode om vorm te geven aan de doelen voor het Nationaal Landschap: behoud en ontwikkeling van het landschap inclusief al haar functies. In relatie tot het provinciaal beleid is de cascobenadering een middel om invulling te geven aan het fenomeen 'ruimtelijke kwaliteit' en uitvoering aan de kwaliteitsagenda van de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel.

Casco-benadering in de praktijk De landschapstypen van Noordoost-Twente vormen, samen met de ontwikkeling die deze landschappen hebben doorgemaakt (dynamiek), het uitgangspunt van de casco-benadering. Elk landschapstype heeft een eigen kenmerkende structuur van opgaande beplantingen. Deze structuur is het casco van het landschap. Het kan daarbij gaan om bomenrijen, houtwallen, houtsingels en (kleinere) bosjes. Het beleid is er op gericht om dit casco te versterken. Toepassing van de casco benadering leidt op termijn tot versterking van het 'kleinschalige groene karakter' van het landschap in totaliteit. De regels van de casco-benadering gelden niet voor: Punt elementen (zoals poelen en solitaire bomen); Lijn elementen (zoals stijlranden en zandwegen); Beplanting binnen bouwblokken/bebouwde kom; Boomgaarden; Bos groter dan 0,5 hectare. Voor bovenstaande elementen en het beheer van casco elementen geldt het reguliere beleid van elke afzonderlijke gemeente. De basis voor initiatieven is de cascokaart. Hierop staan drie typen elementen weergegeven, zie de navolgende tabel.

Landschapstype Elementen die tot het casco behoren Elementen die niet tot het casco behoren Te compenseren elementen

Opmerking Mogen in principe niet verplaatst worden Mogen verplaatst worden, als aan de regels van de casco-benadering wordt voldaan Locaties waar de initiatiefnemer de elementen heen kan verplaatsen

Aan de hand van de casco-kaart wordt beoordeeld of het landschapselement tot het casco behoort of niet. Uit de beoordeling hiervan volgen drie mogelijke opties: Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de casco-kaart. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de casco-kaart. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de casco-kaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Uelserweg 110 Mander In onderstaande afbeelding is een uitsnede van de casco-kaart opgenomen, waarin de diverse casco elementen te zien zijn aan de Uelserweg 110 in Mander. Met de plannen is er geen wijziging betreft de casco structuren. Zowel het kippenhok als het duivenhok wordt of is hierbuiten geplaatst. 30

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

Afbeelding 4.11: uitsnede Casco-kaart aan Uelserweg 110 (bron: provincie Overijssel)

Voshaarsweg 13 in Harbrinkhoek

Afbeelding 4.12: Uitsnede Casco-kaart van de Voshaarsweg 13 in Harbrinkhoek Beoordeling van de plannen: De planlocatie Uelserweg 110 in Mander wordt aan de noordkant omgeven door casco-elementen. Op de gewenste locatie voor het duivenhok (noordoostzijde erf) zijn er geen aanwezige casco-lijnen. Tevens wordt er geen beplanting gerooid, de casco-elementen blijven dus behouden. Geconcludeerd wordt dat er met de ontwikkeling volledig wordt voldaan aan de doelstellingen van het Casco-beleid. Op de planlocatie aan de Voshaarsweg 13 zijn geen casco-elementen aanwezig. De sloop van de mestsilo heeft geen invloed op de casco-elementen, deze blijven behouden. Geconcludeerd wordt dat er met de ontwikkeling volledig wordt voldaan aan de doelstellingen van het Casco-beleid. bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

31

4.2 Voorbereidingsfase / Verkenningsfase met stakeholders In de voorfase is er sprake geweest van een principeverzoek waarop het college een principe-uitspraak heeft gedaan. 4.2.1

Provinciaal vooroverleg

De provincie Overijssel heeft de 'uitzonderingenlijst vooroverleg ruimtelijke initiatieven 2023' vastgesteld. In dit document is opgenomen welke ruimtelijke initiatieven/ontwikkelingen de provincie niet hoeft te zien zolang geen ander provinciaal beleid en/of andere provinciale belangen zoals NNN en grondwaterbescherming geraakt worden. Onder de uitzonderingenlijst valt 'bijzondere doeleinden', waarin lokale educatieve, sociale, medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve en welzijnsvoorzieningen, evenals maatschappelijke voorzieningen, met bijbehorende voorzieningen zoals wegen en groen zijn uitgezonderd van een provinciaal vooroverleg. De realisatie van een duivenhok valt onder sport- en recreatieve en welzijnsvoorzieningen, waarmee een provinciaal vooroverleg is uitgesloten.

4.2.2

Participatie omgeving

De gemeenteraad heeft het beleid ‘Inwonersparticipatie’ vastgesteld en daarin is een ‘Checklist Aan de slag met inwonersparticipatie’ opgenomen. Beschrijving van de wijze van participatie, de keuze waarom voor deze wijze van participatie is gekozen en wat het resultaat hiervan is: Een overzicht van de participatiestappen en opgehaalde resultaten van de participatie met een beschrijving van welke onderdelen van het plan of welke alternatieven van een plan kunnen rekenen op draagvlak en waarvoor minder of geen draagvlak is; Een beschrijving wat is gedaan met de resultaten van de participatie. Heeft de inbrengen van participanten bijvoorbeeld geleid tot een aanpassing van uw plan en op welke manier?; Een beschrijving van de overwegingen wat wel en niet is meegenomen en de onderbouwing. Beoordeling van het plan Het participatieverslag is bijgevoegd als Bijlage 4. De initiatiefnemers hebben de bewoners van drie omliggende adressen gevraagd om reacties op de voorgenomen ontwikkeling. Allen waren positief over de ontwikkeling, waardoor de initiatiefnemers geen aanpassingen behoeven.

32

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u Buitengebied Uelserweg 110 en Voshaarsweg 13

Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu Zoals blijkt uit hoofdstuk 1.2 geldt dat alleen een besluit tot wijziging van het omgevingsplan mogelijk is als er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 lid 1 Ow). Voor de beoordeling van de wijziging van het omgevingsplan zijn op basis van artikel 8.0b lid 1 Bkl de volgende regels en instructies van toepassing: de instructieregels van hoofdstuk 5, met name afdeling 5.1 'Instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties' van het Bkl; de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; eventuele andere instructies van het Rijk en provincie. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn niet alleen de in het Bkl geregelde milieu aspecten beoordeeld, maar zijn alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu beoordeeld, zoals bijvoorbeeld het effect van cumulatie. Voor zover relevant is er voor de aspecten fysieke leefomgeving en milieu ook getoetst aan het gemeentelijk beleid.

5.1 Ladder voor duurzame verstedelijking Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik van de fysieke leefomgeving en het tegengaan van leegstand van gebouwen. De instructieregel in artikel 5.129g van het Bkl verplicht om bij een wijziging van het omgevingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening te houden met de behoefte aan de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Artikel 5.129g lid 2 van het Bkl behelst een motiveringseis en vraagt om explicitering van gemaakte keuzes. Voor het maken en onderbouwen van die keuzes is zo nodig, op grond van artikel 3:2 Algemene wet bestuursrecht (Awb), onderzoek geboden waarbij de nodige kennis wordt vergaard omtrent de behoefte aan de in het project voorziene nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met de uitkomsten daarvan dient in het omgevingsplan rekening te worden gehouden. Het bestuursorgaan heeft bij de toepassing van deze instructieregel beoordelingsvrijheid. Andere belangen dan het belang dat wordt gediend met de instructieregel kunnen de doorslag geven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1395/documents/26898