CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Reactienota zienswijzen Kapverordening 2021 Gemeente Tubbergen.pdf

Raadscommissie 22 juni 2021, gemeente TubbergenBij agendapunt: 8: Kapverordening 2021 en bebouwde komgrenzen WNB-houtopstanden7.750 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

REACTIENOTA ZIENSWIJZEN Kapverordening 2021 en Bebouwde Komgrenzen Wnb-houtopstanden

Behorende bij raadsbesluit nr. .. d.d. ..-..-….

1

1.

INLEIDING

De ontwerp Kapverordening 2021 en de herziene Bebouwde kom grenzen volgens de Wet Natuurbescherming (Wnb), onderdeel houtopstanden hebben vanaf 16 maart 2021 gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen. Dit is op 16 maart 2021 gepubliceerd in huis-aan-huisblad Op en rond de Essen en in het gemeenteblad. Zienswijzen konden worden ingediend tot en met maandag 26 april 2021. Er zijn vijf zienswijzen ontvangen, allemaal per e-mail. De dag van de ontvangst komt daardoor overeen met de dag van verzending. De inbrengers van de zienswijzen worden reclamanten genoemd. Er is gekozen om de zienswijzen integraal weer te geven. In verband met de privacywetgeving zijn persoonsgegevens onleesbaar gemaakt of vervangen door ‘reclamant’. Drie van de vijf zienswijzen zijn een dag na de gestelde termijn binnengekomen. Met de drie reclamanten wiens zienswijze te laat is binnengekomen is gedurende de ter inzage termijn contact geweest. In die contacten is waarschijnlijk per abuis medegedeeld dat zienswijzen konden worden ingediend tot en met 27 april 2021. Om die reden achten wij de termijnoverschrijding verschoonbaar. 2.

BEHANDELING ZIENSWIJZEN

Er zijn twee zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn van: A. Stichting Behoud Twents Landschap en Stichting Natuur & Milieu Ootmarsum, ontvangen per email op 22 april 2021; B. Reclamant B., ontvangen per e-mail op 27 april 2021; C. Reclamant C., ontvangen per e-mail op 27 april 2021; D. Reclamant D., ontvangen per email op 27 april 2021; E. Reclamant E., ontvangen per e-mail op 26 april 2021; De integrale tekst van de zienswijzen geven wij hieronder weer. Wij hebben de tekstopmaak van de zienswijzen waar nodig in het kader van leesbaarheid van deze nota aangepast, zonder de inhoud te wijzigen. Onze inhoudelijke reactie op de ingebrachte zienswijzen staat per tekstgedeelte onder elk tekstgedeelte vermeld (cursief en met een inspringing). A. Zienswijze Stichting Behoud Twents Landschap en Stichting Natuur & Milieu Ootmarsum Hierbij ontvangt u de zienswijze van de natuurorganisaties Stichting Behoud Twents Landschap en Stichting Natuur & Milieu Ootmarsum op het voorstel kapverordening 2021 Dinkelland/Tubbergen. Allereerst willen wij de ambtenarenorganisatie (Stefan Jonas en Sandra Lohuis) van de gemeenten Dinkelland/Tubbergen danken voor het constructieve vooroverleg over dit voorstel voor een nieuwe kapverordening 2021. Ook zijn we verheugd dat er in de nieuwe kapverordening 2021 meer boomsoorten worden beschermd dan voorheen. Dat is winst voor ons Twentse landschap.

Graag willen wij de volgende punten onder uw aandacht brengen: Algemene opmerkingen: a. Meldingsplicht: Wij zien graag een meldingsplicht met motivatie voor dunning van houtopstanden en het afzetten van hakhout. Daarna kan een ambtenaar van handhaving door middel van een ‘Quickscan’ van het landschapselement bepalen of deze dunning/velling verantwoord is volgens de punten a tot en met f van artikel 3.4. Daarna wordt de omgevingsvergunning afgegeven. Dit voorkomt illegale praktijken en daardoor zal er minder handhaving achteraf noodzakelijk zijn en is er minder publiekelijke verontrusting. Reactie gemeente: Voor het buitengebied geldt voor het merendeel van de houtopstanden een meldplicht bij dunning en/of onderhoudswerkzaamheden aan houtopstanden op basis van de Wnbhoutopstanden. Van dergelijke meldingen ontvangt de gemeente een afschrift. Wij zien, gelet op deze reeds bestaande meldplicht, geen reden om in de gemeentelijke regelgeving

2

eveneens een meldplicht op te nemen voor uitvoering van werkzaamheden waarop geen vergunningplicht rust. b. Handhaving: We missen in het voorstel kapverordening 2021 de strafbepaling en de aanwijzing van ambtenaren belast met toezicht en ambtenaren belast met de opsporing van strafbare feiten. Is dat voldoende geregeld? Misschien via de Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht en/of de Wet op de economische delicten. Wij vinden het belangrijk dat voor de handhaving van de kapverordening extra capaciteit beschikbaar wordt gesteld en dat er bestuurs- en strafrechtelijk gehandhaafd kan worden. Reactie gemeente: De strafrechtelijke handhaving van de kapverordening is voldoende geregeld, zowel voor wat betreft de aanwijzing van ambtenaren, als met betrekking tot de strafbaarstelling. Het handelen zonder omgevingsvergunning, of in strijd met een omgevingsvergunning, is een economisch delict op grond van artikel 1a van de Wet op de economische delicten. Wij onderschrijven het belang van handhaving van de kapverordening. De omvang van de handhavingscapaciteit wordt niet geregeld via de kapverordening en maakt daarom geen onderdeel uit van het raadsvoorstel. c. Herplantplicht: volgens ons dient de herplantplicht in alle gevallen te worden opgelegd waar sprake is van het al dan niet illegaal rooien van landschapselementen.

Ook dient door middel van bestuursdwang duidelijk te zijn welke boete er staat op illegale kap en verwijderen van landschapselementen. Indien de compenserende beplanting elders plaatsvindt dan dient dat controleerbaar en inzichtelijk te zijn. Ook dient in de herplant verplichting te worden omschreven: welke beplanting en maat er waar moet worden aangeplant. Wij vinden dat er moet worden ingeplant binnen 1 jaar na het opleggen van de herplant plicht. Tevens dient de hoogte van de boete duidelijk zijn bij het niet nakomen van de herplant verplichting. Ook is het van belang dat de herplant een duidelijke versterking is van het Twentse coulisselandschap, dus geen beplanting bij een bestaand bos ‘aanplakken’. Reactie gemeente: De invulling van de herplantplicht is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders en zal in het kapbeleid verder worden vormgegeven. d. Casco-regeling: Diverse keren wordt er gerefereerd aan de Casco- regeling voor NO-Twente waarbij is vergeten te vermelden dat naast de gemeente ook de Provincie Overijssel verantwoordelijk is voor de Casco-regeling. Dit graag aanpassen. Reactie gemeente: De gemeenten van Noordoost Twente zijn zelfstandig bevoegd tot het vaststellen van beleidsstukken, zo ook het cascobeleid.

Daarnaast biedt het cascobeleid aan het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten de mogelijkheid tot herziening van de cascokaart, zoals opgenomen in artikel 3.2 van de ‘Cascobenadering in NoordoostTwente’. Het cascobeleid biedt deze mogelijkheid niet aan de Provincie Overijssel. Wij zien daarom geen reden tot aanpassing van de voorliggende regelgeving. Specifieke opmerkingen: Artikel 1: graag omschrijving geven van instandhoudingsplicht van landschapselementen. Instandhoudingsplicht houdt volgens ons in dat de volgende zaken strafbaar worden gesteld: wortelbeschadigingen aan beplantingen grondophoging in het landschapselement prikkeldraad aan bomen bevestigen het laten lopen of grazen van vee in de landschapselementen Het zou goed zijn indien er een positief signaal uitgaat vanuit de gemeente en de burgers naar alle grondeigenaren die hun landschapselementen goed beheren. De langjarige vergoeding die is voorgesteld door de deelnemers aan de Landschapsdeal is hiervan een goed voorbeeld. Reactie gemeente:

3

De door reclamant aangegeven toevoegingen m.b.t. de instandhoudingsplicht zoals beschreven in artikel 7.1 uit de concept kapverordening richten zich voornamelijk op het gebruik van een landschapselement. De kapverordening is geen regelgeving m.b.t. het gebruik van landschapselementen, maar ziet toe op verlies of voortbestaan van landschapselementen. Het gebruik daarvan is daarom niet geregeld binnen deze verordening. Artikel 7.1 biedt het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid een verplichting op te leggen tot het wegnemen van bedreigingen voor het voortbestaan van houtopstanden. Daarmee is de instandhoudingsplicht voldoende beschreven. Wij zien daarom geen reden om een aanpassing in voorliggende regelgeving te verwerken. Artikel 1: onder punt aa vellen: onder vellen wordt in de professionele groensector niet verstaan rooien maar het 10 tot 20 cm boven de grond afzagen van bomen of struiken zodat de stobbe opnieuw kan uitlopen. Dit graag aanpassen aan professionele omschrijvingen. Reactie gemeente: In de begripsomschrijving en verwoording zoals in deze verordening opgenomen is aansluiting gezocht bij de terminologie zoals in aansluitende regelgeving wordt gebruikt. De Wet natuurbescherming omschrijft vellen als: rooien of verrichten van andere handelingen die de dood of ernstige beschadiging van een houtopstand tot gevolg kunnen hebben.

Wij zien daarom geen reden om een aanpassing in voorliggende regelgeving te verwerken. Artikel 2-3: graag naast omtrek van bomen van 1,25 cm ook doorsnede vermelden van 40 cm Reactie gemeente: In de kapverordening 2015 werd uitgegaan van een stamdikte van 40cm. In de nieuwe kapverordening wordt als uitgangspunt 125cm omtrek genomen, omdat daarin nagenoeg geen interpretatieverschil mogelijk is. De oude maat, 40cm, gaf reden tot discussie bij bomen met een niet-ronde stam. Het alsnog opnemen van de 40cm maat geeft onduidelijkheid in de regelgeving omdat 125cm omtrek en 40cm dikte niet altijd overeenkomt. Wij zien daarom geen reden om een aanpassing in voorliggende regelgeving te verwerken. Artikel 3: Graag onder artikel 3.4 toevoegen als punt g: waarden van een Casco-element volgens de Casco-benadering NO-Twente. Reactie gemeente: Het cascobeleid (Cascobenadering Noordoost Twente) is een toetsinstrument wat gebruikt wordt om onder andere de landschappelijke waarden van houtopstanden te bepalen. Aangezien in artikel 3.4 reeds is opgenomen dat een vergunningaanvraag getoetst wordt op landschappelijke waarden van de betreffende houtopstanden is hetgeen indiener vraagt reeds verwerkt in de regelgeving. Wij zien daarmee geen reden tot aanpassing van de regelgeving.

Graag gaan onze natuurorganisaties het gesprek aan met de opstellers van deze kapverordening 2021 Dinkelland/Tubbergen zodat er een regeling tot stand komt die het Twentse Landschap optimaal kan beschermen en recht doet aan de beheerders van dat prachtige coulisselandschap. Reactie gemeente: Uiteraard staan wij open voor een gesprek over dit onderwerp en delen wij de mening dat bescherming en beheer de nodige waardering verdient. Dit is echter geen onderdeel van de kapverordening en maakt daarom geen onderdeel uit van het raadsvoorstel.

Conclusie reactie reclamant A: De ingebrachte zienswijze leidt niet tot wijzigingen in het raadsvoorstel. B. Zienswijze van reclamant B. Geachte College, In Op en rond de Essen is bekend gemaakt dat de kapverordening 2021 en de herziene bebouwde

4

kom grenzen volgens de wet Natuurbescherming ter inzage ligt en dat daar een zienswijze op ingediend kan worden. Ik wil hier graag gebruik van maken. De percelen gelegen aan de noordkant van de Denekamperweg bij de entree van Vasse vanuit Ootmarsum tot aan de Hooidijk, zijn al decennia bestemming buitengebied en tot op de dag van vandaag is er qua ruimtelijke ordening niets veranderd. Er zijn woningen en bijgebouwen vernieuwd en/of aangepast, maar er zijn geen nieuwe woningbouw percelen bijgekomen. De percelen zijn gelegen aan de entree van Vasse vormen, samen met kerk, oude houtopstanden en Tante Sien een cultuurhistorisch onderdeel, dat bescherming geniet volgens provinciaal en gemeentelijk beleid. Deze landschapswaarden moeten volgens mij en vele met mij, blijvend beschermd worden door o.a. de Wet Natuurbescherming. Reactie gemeente: De Wet Natuurbescherming - onderdeel soortenbescherming kent geen beperking in werking op basis van bebouwde kom grenzen. In hoeverre de betreffende houtopstanden bescherming genieten op basis van de Wet natuurbescherming - onderdeel houtopstanden, is per situatie verschillend. Daar waar sprake is van erf- of tuinbeplanting, zoals bijvoorbeeld de houtopstanden op het perceel van ‘Tante Sien’, is de Wnb-houtopstanden op basis van artikel 4.1 uit de Wet natuurbescherming niet van toepassing, ook al is er sprake van ligging in het buitengebied.

Dit geldt zowel in de bestaande regelgeving als in de voorliggende nieuwe regelgeving. Daarnaast roept het voorstel ook vragen op ; In wie zijn belang of op wie zijn verzoek moet het perceel DKW 225 betrokken in de bebouwde kom? Ik heb geen verzoek ingediend. Op wie zijn verzoek worden de komgrenzen aangepast en volgens welke richtlijnen/afspraken? Is dit wetgeving, politiek of gebeurt dit op verzoek van belanghebbende grondeigenaren? Reactie gemeente: Een nieuwe kapverordening geeft aanleiding om het werkingsgebied, wat gedeeltelijk bepaald wordt door de komgrenzen Wnb-houtopstanden, te actualiseren. De Wnb geeft geen vaste richtlijnen voor het vaststellen van de bebouwde komgrenzen. Het college van burgemeester en wethouders heeft de vrijheid naar eigen inzicht een voorstel voor de ligging van de komgrens aan de gemeenteraad voor te leggen, waarna de gemeenteraad de bevoegdheid heeft deze vast te stellen. Het voorliggend voorstel is gemaakt op basis van de aanwezigheid van fysieke bebouwing (herkenbaarheid als bebouwde kom), gecombineerd met de algemeen bekende komgrens zoals de wegenverkeerswet die kent (blauwe komborden). Daarbij is ook gekeken naar wat er voor de gemiddelde inwoner herkenbaar is als bebouwde kom. Dit met het oog op ons streven naar begrijpelijke regelgeving.

Voor de achterzijden van diverse percelen grenzend aan het buitengebied is, voor zover mogelijk, gebruik gemaakt van kadastrale grenzen. Dit om verschillen in regelgeving binnen een (woon)perceel te voorkomen. Verder is gekeken naar fysiek aanwezige elementen in het landschap (sloten of houtopstand) om de komgrens. Waarom worden tussenliggende percelen met landbouwbestemming binnen de bebouwde kom gesitueerd? Reactie gemeente: Voor een antwoord op deze vraag is een nadere aanduiding van de betreffende locaties benodigd, waarbij in het algemeen gesteld kan worden dat het grondgebruik niet bepalend is voor ligging binnen of buiten de bebouwde kom. En het lijkt erop dat de komgrensaanpassing niet op alle plekken in de kerkdorpen, eenduidig is toegepast. Indien nodig kan ik dit met meerdere voorbeelden aantonen. Reactie gemeente: Een nieuwe kapverordening geeft aanleiding om het werkingsgebied, wat gedeeltelijk bepaald wordt door de komgrenzen Wnb-houtopstanden, te actualiseren. De Wnb geeft geen vaste richtlijnen voor het vaststellen van de bebouwde komgrenzen. Het college van burgemeester en wethouders heeft de vrijheid naar eigen inzicht een voorstel voor de ligging van de 5

komgrens aan de gemeenteraad voor te leggen, waarna de gemeenteraad de bevoegdheid heeft deze vast te stellen. Het voorliggend voorstel is gemaakt op basis van de aanwezigheid van fysieke bebouwing (herkenbaarheid als bebouwde kom), gecombineerd met de algemeen bekende komgrens zoals de wegenverkeerswet die kent (blauwe komborden). Daarbij is ook gekeken naar wat er voor de gemiddelde inwoner herkenbaar is als bebouwde kom. Dit met het oog op ons streven naar begrijpelijke regelgeving. Voor de achterzijden van diverse percelen grenzend aan het buitengebied is, voor zover mogelijk, gebruik gemaakt van kadastrale grenzen. Dit om verschillen in regelgeving binnen een (woon)perceel te voorkomen. Verder is gekeken naar fysiek aanwezige elementen in het landschap (sloten of houtopstand) om de komgrens. De landschapselementen op ons perceel en ander betrokken percelen zijn bestempeld als onderdelen van het buitengebied, zowel binnen de casco regeling, als in de groen blauwe diensten regeling. De landschapselementen zijn in het buitengebied beschermd door de wet Natuurbescherming, binnen de bebouwde kom grens niet. Deze landschapselementen worden straks niet meer beschermd door de Wnb (art.4.1 lid a) en komen te vallen onder de art. 2 van de kapverordening. Dit betekent dat alle bomen met een omtrek kleiner dan 1,25 mtr. zonder omgevingsvergunning geveld en gerooid mogen worden.

Op ons perceel bijvoorbeeld kan ik straks zonder omgevingsvergunning 239 bomen rooien en blijven er links en rechts uiteindelijk nog 19 bomen staan. Dit kan toch niet bedoeling zijn van de Wet Natuur Bescherming! De natuur vraagt er in ieder geval niet om! Reactie gemeente: Deze constatering met betrekking tot het vergunningvrij kappen, vellen of rooien is juist. Het feit dat het rooien toegestaan is volgens art. 2 betekent uiteraard niet dat er een verplichting op rooien ligt, waarmee een eigenaar zelf het behoud van houtopstanden in de hand heeft. Er is hierin sprake van zekere mate van deregulering waarmee verantwoordelijkheid meer bij eigenaren komt te liggen. De doelstelling van de WNB-houtopstanden is het behoud van areaal bos/houtopstand (kwantiteit) in het buitengebied en niet specifiek behoud van landschappelijke- en/of natuurwaarden (kwaliteit). Het genoemde perceel ligt binnen de huidig geldende regelgeving in het buitengebied, maar valt doordat het gedeeltelijk erf en/of tuin is, niet of slechts ten dele onder de Wnb-houtopstanden. Daarnaast is het veelal op basis van onderhoud (dunning, hakhout) mogelijk om bomen te vellen zonder vergunning.

In hoeverre de genoemde aantallen binnen de huidige regelgeving niet reeds vergunningvrij te vellen zijn en op welke wijze de voorliggende regelgeving daarin verandering geeft is op basis van de geschetste situatie en informatie niet te bepalen. Als het doel van de aanpassing is om waardevolle houtopstanden te beschermen, dan is het (juridisch) onjuist om (zonder gegronde reden) de komgrens ten nadele van houtopstanden/waardevolle landschapselementen te verleggen. Is er een ecologisch rapport en/of onderzoek waarin nieuwe komgrenzen worden gerechtvaardigd? Reactie gemeente: Het doel van de kapverordening is het beschermen van waardevolle houtopstanden. Het doel van de herziening komgrenzen betreft het actualiseren van de komgrenzen die het werkingsgebied bepalen van de kapverordening en Wnb-houtopstanden. Is de herziening van de kom grenzen afgestemd op de provinciale natuurvisie? Is dit onderbouwd met een landschappelijk of ecologisch onderzoek/advies vanuit provincie of gemeente? Reactie gemeente: Binnen de Wet natuurbescherming wordt aan gemeenten de mogelijkheid geboden komgrenzen vast te stellen waarmee het werkingsgebied van de Wnb-houtopstanden bepaalt wordt. Het doel van het vaststellen van de bebouwde komgrenzen volgens de Wnbhoutopstanden is het werkingsgebied van de provinciale en gemeentelijke regelgeving aan te geven, ten einde toetsing daaraan mogelijk te maken.

De herziening is besproken met de provinciale medewerkers die hiermee van doen hebben. Daarnaast heeft ook de provincie gelegenheid gehad een zienswijze in te dienen n.a.v. het ter inzage gelegde voorstel. Een nader landschappelijk of ecologisch onderzoek ter onderbouwing voor de vaststelling van de komgrenzen Wnb door de gemeenteraad is niet benodigd, aangezien er sprake is van 6

vaststelling van regelgeving. De uitvoering van deze regelgeving kan, bij het indienen van een vergunningaanvraag, wel aanleiding geven tot bijvoorbeeld een onderzoek naar aanwezige beschermde flora of fauna als er kans op overtreding van de Wet natuurbescherming, onderdeel soortenbescherming bestaat. Als verduidelijking van de komgrenzen nodig is, is het veel simpeler -voor zowel gemeente (ambtenaren) als voor de burgers- om de vastgestelde R.O. bestemmingsgrens als grens te hanteren. Reactie gemeente: De grens die gehanteerd wordt vanuit het bestemmingsplan heeft een andere functie en doelstelling dan de grens die het werkingsgebied van de kapverordening en Wnbhoutopstanden bepaalt. Daarmee biedt het één op één overnemen van deze grenzen geen gemeente-breed toepasbare geschikte oplossing. Mijns inziens is het volstrekt niet logisch en wellicht zelfs niet wettig, om op deze locaties, nu in het kader van de Wet Natuurbescherming, de komgrens te herzien, met als gevolg dat bovengenoemde percelen binnen de bebouwde kom komen te liggen. Op basis van de bovenstaande argumenten vraag ik u, om de huidige kerngrens tbv de Boswet i.i.g. aan de oostkant van Vasse niet te wijzigen of de huidige de bestemmingsplan grens in het kader van RO te handteren (zie kaart hieronder) of in ieder geval de komgrens tussen de Hooidijk en het plaatsnaam bord Vasse niet te wijzigen.

Vanuit landschappelijke waarden voor Vasse gaat mijn voorkeur uit naar de optie van het handteren van de Ruimtelijke Ordening grens. Reactie gemeente: Naar aanleiding van de zienswijzen die wij over deze specifieke locatie ontvangen hebben, hebben we de situatie aan de oostzijde van Vasse nogmaals onderzocht. De aanwezigheid van grote hoeveelheden houtopstanden en verspreid aanwezige bebouwing die tezamen de herkenbaarheid van bebouwde kom óf buitengebied niet eenduidig maken, heeft ons doen inzien dat het beter is de komgrens ten dele te refereren aan de grens die voor ruimtelijke ordening gehanteerd wordt, ten gunste van de waarden van aanwezige houtopstanden. Daarmee wordt ten dele tegemoet gekomen aan deze zienswijze. Een aangepaste kaart is opgenomen in voorliggende regelgeving. Conclusie reactie reclamant B: De ingebrachte zienswijze leidt tot een wijziging van de kaart met de Bebouwde komgrenzen Wet Natuurbescherming, onderdeel houtopstanden voor de oostzijde van het dorp Vasse.

C. Zienswijze van reclamant C. Geachte College, Met referte aan de publicatie in “Op en rond de Essen” van dinsdag 16 maart 2021 dat de kapverordening 2021 en de herziene bebouwde kom grenzen volgens de Wnb ter inzage liggen en daarop een zienswijze kan worden ingediend delen wij u mede hiervan gebruik te willen maken. Wij vragen ons af of het voorgestelde plan wel voldoende gewogen is en brengen hierbij onder uw aandacht dat binnen de Gemeente Tubbergen het dorp Vasse de hoogste bijdrage levert aan de opbrengst van de toeristenbelasting. De Gemeente Tubbergen zou zich moeten afvragen waarom is het zo mooi in Vasse en waarom zie je op een mooie dag als vandaag, Koningsdag 2021, zoveel mensen in het dorp en niet in bijv. Reutum, Harbrinkhoek, Langeveen, Manderveen of zelfs Tubbergen? Er is geen enkele kern in de Gemeente Tubbergen waar je midden in het dorp nog een houtwal aantreft en een terras als bij Tante Sien met prachtige oude eiken. Dit is een unieke situatie en dient te worden gekoesterd. Reactie gemeente: De ontwerp Kapverordening 2021 is gericht op het behoud van waardevolle houtopstanden, zowel binnen- als buiten de bebouwde kom. Het is onvermijdelijk dat binnen algemeen 7

geldende regelgeving zoals een kapverordening en komgrenzen volgens Wnb-houtopstanden specifieke situaties ontstaan waar, vanuit een bepaald belang verzwaring of verlichting van regelgeving wenselijk is. Het feit dat het rooien van de genoemde houtopstanden toegestaan is volgens art. 2 betekent uiteraard niet dat er een verplichting op rooien ligt, waarmee een eigenaar zelf het behoud van houtopstanden in de hand heeft. Er is hierin sprake van zekere mate van deregulering waarmee verantwoordelijkheid meer bij eigenaren komt te liggen. Wij geven u in overweging dat het soms de kunst is om zaken te laten zoals ze zijn en niet te wijzigen en verwijzen u ook naar het toerisme in Ootmarsum. Wij staan voor het overige een betere kwaliteit van regelgeving voor. Reactie gemeente: Uiteraard wordt er gestreefd naar een zo hoog mogelijke kwaliteit in nieuwe regelgeving, waarbij aanpassing van regelgeving zoals de kapverordening leidt tot herziening van de bijbehorende kaders zoals de komgrenzen Wnb-houtopstanden. Casco elementen komen op de door u voorgestelde manier in de bebouwde kom en verliezen daarmee de status van beschermd landschapselement, deze zouden behouden moeten blijven. Reactie gemeente: Binnen de voorliggende ontwerp regelgeving wordt binnen de bebouwde kom niet langer vergunningplicht gehanteerd voor ‘landschapselementen’.

Er geldt echter wel een vergunningplicht voor bomen met een omtrekmaat van 125cm of meer, waardoor de genoemde landschapselementen ten dele vergunningvrij zijn en ten dele vergunningplichtig. Daarnaast is het veelal op basis van onderhoud (dunning, hakhout) mogelijk om bomen te vellen zonder vergunning, zowel binnen de huidige als nieuwe regelgeving. We hebben gisteren uitvoerig gesproken met uw beleidsmedewerker de heer S. Jonas en hem onze zorgen geuit en gefundeerd onder zijn aandacht gebracht dat het met de door u voorgestelde aanpassing mogelijk wordt honderden bomen in de kern Vasse te vellen en er nog maar een tiental overblijven. Wij brengen dit hierbij ook nadrukkelijk onder uw aandacht. Het zal u bekend zijn dat de horecagelegenheid Tante Sien in het dorp momenteel niet wordt uitgebaat. Wij attenderen u op het feit dat bij het door u voorgestelde beleid, het een toekomstige uitbater van Tante Sien de vrijheid geeft de eiken op het perceel te vellen en er een parkeerplaats van te maken. Reactie gemeente: In de voorliggende ontwerp regelgeving geldt binnen de bebouwde kom een vergunningplicht voor bomen met een stamomtrek van 125cm of meer. De genoemde houtopstand bij ‘Tante Sien’ bestaat daarmee ten dele uit vergunningplichtige bomen.

De gestelde mogelijkheid tot omvormen naar parkeerterrein kan dan slechts nadat de gemeente een vergunning heeft verleend die getoetst is aan de waarden zoals beschreven in artikel 2 lid 3. Het is daarom op voorhand voorbarig te stellen dat met de voorliggende ontwerp regelgeving een uitbater van ‘Tante Sien’ de vrijheid heeft de houtopstand te vellen zonder gemeentelijke vergunning. U dient hierbij ook te bedenken dat er veel uilennesten zitten in deze bomen. Reactie gemeente: Uilen zijn beschermde vogels volgens de Wet natuurbescherming, onderdeel soortenbescherming. Indien vellen van bomen zou leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming, onderdeel soortenbescherming, is ontheffing van de Provincie Overijssel benodigd. Of de provincie als bevoegd gezag een ontheffing verleent in betreffende situatie is op voorhand niet te bepalen. Volgens uw heer Jonas is het niet de bedoeling dat de eiken worden geveld. Dat mag dan wel zo zijn maar rechtens kan hier vervolgens niets tegen worden gedaan. Reactie gemeente: In de voorliggende ontwerp regelgeving geldt binnen de bebouwde kom een vergunningplicht voor bomen met een stamomtrek van 125cm of meer. De genoemde houtopstand bij ‘Tante Sien’ bestaat daarmee ten dele uit vergunningplichtige bomen. Een vergunningaanvraag voor

8

het vellen van bomen en/of houtopstanden wordt getoetst aan de waarden zoals omschreven in art. 2 lid 3 of art. 3 lid 4. Bij het verlenen van een vergunning geldt daarna een mogelijkheid tot het indienen van een bezwaar door belanghebbenden. Indien de betreffende houtopstand buiten de bebouwde kom zou liggen geldt er eveneens in voorliggende regelgeving een vergunningplicht op basis van artikel 3, met een mogelijkheid tot bezwaar door belanghebbenden indien vergunning voor vellen van een houtopstand verleend wordt. Wij hebben hem het voorbeeld gegeven van de illegale bomenkap langs de Hoge Lutterweg in De Lutte. De bomenrijen waren eigendom van de familie ter Kuile. De monumentale vakantiewoning eigendom van deze familie keek precies uit op de nu verdwenen groene laan.. Ontzetting en verbazing was het gevolg bij het Losserse gemeentebestuur, de bomenrijen hadden een beschermde status. Reactie gemeente: De betreffende locatie is gelegen in de gemeente Losser. Daarom kan op dit specifieke voorbeeld niet nader ingegaan worden. Daarnaast brengen wij onder uw aandacht dat er, in onze beleving, in de verste verte geen sprake is van eenduidige toepassing van de regelgeving zoals wordt aangegeven en constateren dat dit o.a. niet alleen bij de binnenkomst van Albergen vanuit de Zenderenseweg voorkomt maar bijv. ook in Geesteren aan de Huyerensweg.

Het perceel 44a en nog diverse andere percelen liggen wel in het buitengebied maar binnen de blauwe komborden. In Vasse vragen wij ons dan vervolgens af waarom het perceel van Nijhuis aan de Amsinksweg er niet binnen valt en Sanderink aan de westkant van Vasse aan de Denekamperweg evenmin. De percelen Denekamperweg 217 en 225 zijn gelegen aan de oostkant bij de entree van Vasse vanuit Ootmarsum. Al decennialang heeft dit gebiedje tot aan de Hooidijk de bestemming buitengebied en de laatste 100 jaar is er qua ruimtelijke ordening niets veranderd. Er zijn gebouwen vernieuwd of aangepast, maar er heeft geen nieuwbouw van woningen plaats gevonden. Reactie gemeente: Het voorliggend voorstel is gemaakt op basis van de aanwezigheid van fysieke bebouwing (herkenbaarheid als bebouwde kom), gecombineerd met de algemeen bekende komgrens zoals de wegenverkeerswet die kent (blauwe komborden). Daarbij is ook gekeken naar wat er voor de gemiddelde inwoner herkenbaar is als bebouwde kom. Dit met het oog op ons streven naar begrijpelijke regelgeving. Voor de achterzijden van diverse percelen grenzend aan het buitengebied is voor zover mogelijk gebruik gemaakt van kadastrale grenzen. Dit om verschillen in regelgeving binnen een (woon)perceel te voorkomen. Verder is gekeken naar fysiek aanwezige elementen in het landschap (sloten of houtopstand) om de komgrens.

Dat op basis van deze werkwijze locaties te vinden zijn die ontsluiting van een (woon)perceel binnen de bebouwde kom hebben, maar toch buiten de komgrens Wnb-houtopstanden vallen is bekend. Dit zijn veelal plekken waar de herkenbaarheid van de bebouwde kom en komgrens én de daarbij komende begrijpelijkheid van de regelgeving een ligging in buitengebied motiveren. Deze percelen liggen aan de entree van Vasse en vormen, samen met kerk, oude houtopstanden en Tante Sien een cultuurhistorisch onderdeel, dat bescherming geniet volgens provinciaal en gemeentelijk beleid. Deze landschapswaarden zouden door de Gemeente moeten worden gekoesterd en dienen blijvend beschermd te worden door o.a. de Wnb. Reactie gemeente: De genoemde locatie ligt binnen de huidig geldende regelgeving in het buitengebied en deels binnen de bebouwde kom (kerk), maar valt doordat het gedeeltelijk erf en/of tuin is, niet of slechts ten dele onder de Wnb-houtopstanden. De Wnb-houtopstanden biedt een bescherming op basis van kwantiteit(uitgangspunt dat oppervlakte houtopstand niet verminderd), de gemeentelijke kapverordening beschermd op basis van kwaliteit (art. 2 lid 3 en art. 3 lid 4.), waarbij toetsing aan landschappelijke- en cultuurhistorische waarden onderdeel zijn van een vergunningtoets. In de voorliggende regelgeving komt de genoemde 9

locatie als geheel binnen de bebouwde kom te liggen, waarmee alleen de gemeentelijke kapverordening van toepassing zal zijn met de daaruit volgende vergunningplicht. Daarnaast roept het voorstel ook vragen op ; Is er een ecologisch rapport / onderzoek waarin nieuwe komgrenzen wordt onderbouwd? In wiens belang of op wiens verzoek moet het perceel Denekamperweg 217 betrokken worden tot bebouwde kom? Ik heb geen verzoek ingediend. Op wiens verzoek worden de komgrenzen aangepast en volgens welke richtlijnen/afspraken ? Is dit wetgeving, politiek of op wiens verzoek gebeurt dit? Reactie gemeente: Een nieuwe kapverordening geeft aanleiding om het werkingsgebied, wat gedeeltelijk bepaald wordt door de komgrenzen WNB-houtopstanden, te actualiseren. De WNB geeft geen vaste richtlijnen voor het vaststellen van de bebouwde komgrenzen. Het college van B&W heeft de vrijheid naar eigen inzicht een voorstel voor de ligging van de komgrens aan de gemeenteraad voor te leggen, waarna de gemeenteraad de bevoegdheid heeft deze vast te stellen. Een nieuwe kapverordening geeft aanleiding om het werkingsgebied, wat gedeeltelijk bepaald wordt door de komgrenzen Wnb-houtopstanden, te actualiseren. De Wnb geeft geen vaste richtlijnen voor het vaststellen van de bebouwde komgrenzen.

Het college van burgemeester en wethouders heeft de vrijheid naar eigen inzicht een voorstel voor de ligging van de komgrens aan de gemeenteraad voor te leggen, waarna de gemeenteraad de bevoegdheid heeft deze vast te stellen. Het voorliggend voorstel is gemaakt op basis van de aanwezigheid van fysieke bebouwing (herkenbaarheid als bebouwde kom), gecombineerd met de algemeen bekende komgrens zoals de wegenverkeerswet die kent (blauwe komborden). Daarbij is ook gekeken naar wat er voor de gemiddelde inwoner herkenbaar is als bebouwde kom. Dit met het oog op ons streven naar begrijpelijke regelgeving. Voor de achterzijden van diverse percelen grenzend aan het buitengebied is, voor zover mogelijk, gebruik gemaakt van kadastrale grenzen. Dit om verschillen in regelgeving binnen een (woon)perceel te voorkomen. Verder is gekeken naar fysiek aanwezige elementen in het landschap (sloten of houtopstand) om de komgrens. Een nader landschappelijk of ecologisch onderzoek ter onderbouwing voor de vaststelling van de komgrenzen Wnb door de gemeenteraad is niet benodigd, aangezien er sprake is van vaststelling van regelgeving.

De uitvoering van deze regelgeving kan, bij het indienen van een vergunningaanvraag, wel aanleiding geven tot bijvoorbeeld een onderzoek naar aanwezige beschermde flora of fauna als er kans op overtreding van de Wet Natuurbescherming, onderdeel soortenbescherming bestaat. Waarom worden tussenliggende percelen met landbouwbestemming binnen de bebouwde kom gesitueerd? Reactie gemeente: Voor een antwoord op deze vraag is een nadere aanduiding van de betreffende locaties benodigd, waarbij in het algemeen gesteld kan worden dat het grondgebruik niet bepalend is voor ligging binnen of buiten de bebouwde kom. De landschapselementen op ons perceel en andere betrokken percelen zijn bestempeld als onderdelen van het buitengebied, zowel binnen de casco regeling, als in de Groen Blauwe Diensten regeling. De landschapselementen zijn in het buitengebied beschermd door de wet Natuurbescherming, binnen de bebouwde kom grens niet. Deze landschapselementen worden straks niet meer beschermd door de Wnb (art.4.1 lid a) en komen te vallen onder de art. 2 van de kapverordening. Dit betekent dat alle bomen met een omtrek minder dan 1,25 m. zonder omgevingsvergunning geveld mogen worden. Dit kan toch niet bedoeling zijn van de Wet Natuur Bescherming! De natuur vraagt er in ieder geval niet om! Reactie gemeente: Deze constatering met betrekking tot het vergunningvrij kappen, vellen of rooien is juist.

Het feit dat het rooien toegestaan is volgens art. 2 betekent uiteraard niet dat er een verplichting op rooien ligt, waarmee een eigenaar zelf het behoud van houtopstanden in de hand heeft. Er is hierin sprake van zekere mate van deregulering waarmee verantwoordelijkheid meer bij 10

eigenaren komt te liggen. De doelstelling van de Wnb-houtopstanden is het behoud van areaal bos/houtopstand (kwantiteit) in het buitengebied en niet specifiek behoud van landschappelijke- en/of natuurwaarden (kwaliteit). Het genoemde perceel ligt binnen de huidig geldende regelgeving in het buitengebied, maar valt doordat het gedeeltelijk erf en/of tuin is, niet of slechts ten dele onder de Wnb-houtopstanden. Daarnaast is het veelal op basis van onderhoud (dunning, hakhout) mogelijk om bomen te vellen zonder vergunning. Als het doel van de aanpassing is om waardevolle houtopstanden te beschermen, dan is het (juridisch) onjuist om (zonder gegronde reden) de komgrens ten nadele van houtopstanden/waardevolle landschapselementen te verleggen. Reactie gemeente: Het doel van de kapverordening is het beschermen van waardevolle houtopstanden. Het doel van de herziening komgrenzen betreft het actualiseren van de komgrenzen die het werkingsgebied bepalen van de kapverordening en Wnb-houtopstanden. Is de herziening van de kom grenzen afgestemd op de provinciale natuurvisie? Is dit onderbouwd met een landschappelijk of ecologisch onderzoek/advies vanuit provincie of gemeente? Reactie gemeente: Binnen de Wet Natuurbescherming wordt aan gemeenten de mogelijkheid geboden komgrenzen vast te stellen waarmee het werkingsgebied van de WNB-houtopstanden bepaalt wordt.

Het doel van het vaststellen van de bebouwde komgrenzen volgens de WNBhoutopstanden is het werkingsgebied van de provinciale en gemeentelijke regelgeving aan te geven, ten einde toetsing daaraan mogelijk te maken. De herziening is besproken met de provinciale medewerkers die hiermee van doen hebben. Daarnaast heeft ook de Provincie gelegenheid gehad een zienswijze in te dienen n.a.v. het ter inzage gelegde voorstel. Een nader landschappelijk of ecologisch onderzoek ter onderbouwing voor de vaststelling van de komgrenzen Wnb door de gemeenteraad is niet benodigd, aangezien er sprake is van vaststelling van regelgeving. De uitvoering van deze regelgeving kan, bij het indienen van een vergunningaanvraag, wel aanleiding geven tot bijvoorbeeld een onderzoek naar aanwezige beschermde flora of fauna als er kans op overtreding van de Wet Natuurbescherming, onderdeel soortenbescherming bestaat. In onze optiek is het volstrekt onlogisch en wellicht zelfs niet wettig, om op deze locaties, nu in het kader van de Wet Natuurbescherming, de komgrens te herzien, met als gevolg dat bovengenoemde percelen binnen de bebouwde kom komen te liggen. Wij verzoeken u daarom op basis van de bovenstaande argumenten deze percelen buitengebied te laten en de komgrens tussen de Hooidijk en het plaatsnaam bord Vasse niet te wijzigen en de vastgestelde R.O.

bestemmingsgrens als grens te hanteren zoals 25 mei 2020 vastgesteld. Reactie gemeente: Naar aanleiding van de zienswijzen die wij over deze specifieke locatie ontvangen hebben, hebben we de situatie aan de oostzijde van Vasse nogmaals onderzocht. De aanwezigheid van grote hoeveelheden houtopstanden en verspreid aanwezige bebouwing die tezamen de herkenbaarheid van bebouwde kom óf buitengebied niet eenduidig maken, heeft ons doen inzien dat het beter is de komgrens ten dele te refereren aan de grens die voor ruimtelijke ordening gehanteerd wordt, ten gunste van de waarden van aanwezige houtopstanden. Daarmee wordt ten dele tegemoet gekomen aan deze zienswijze. Een aangepaste kaart is opgenomen in voorliggende regelgeving.

Conclusie reactie reclamant C: De ingebrachte zienswijze leidt tot een wijziging van de kaart met de Bebouwde komgrenzen Wet Natuurbescherming, onderdeel houtopstanden voor de oostzijde van het dorp Vasse.

11

D. Zienswijze van reclamant D. Betreft: Zienswijze Kapverordening 2021 Geachte heer/mevrouw, Via deze brief mijn reactie op de kapverordening 2021 Tubbergen en dan met name op de volgende punten: Artikel 4. Geen vergunning vereist. Geen vergunningplicht maar zou graag zien dat er wel een meldingsplicht wordt ingesteld waarbij de aanvrager duidelijk aangeeft waar (welk perceel) en wanneer (periode) het afzetten of kappen gaat plaatsvinden. Dan heeft de Gemeente een overzicht van waar men bezig gaat en kan er vooraf ook controle en/of overleg met de eigenaar plaatsvinden en niet achteraf constateren dat er teveel “hout” is gekapt of gedund. Reactie gemeente: Voor het buitengebied geldt voor het merendeel van de houtopstanden een meldplicht bij dunning en/of onderhoudswerkzaamheden aan houtopstanden op basis van de Wnb houtopstanden. Van dergelijke meldingen ontvangt de gemeente een afschrift. Wij zien, gelet op deze reeds bestaande meldplicht, geen reden om in de gemeentelijke regelgeving eveneens een meldplicht op te nemen voor uitvoering van werkzaamheden waarop geen vergunningplicht rust.

Bij artikel 4, punt 2. Ook met betrekking tot dunning de voorwaarden aanscherpen want op 1.3 m hoogte een omtrek van 1.25 m is na het vellen niet meer te controleren, immers vaak wordt er laag aan de grond gezaagd! Dus ook hier graag een voorwaarde opnemen van b.v. “ in overleg met of na toestemming van de gemeente”. Reactie gemeente: Het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden zoals dunning of hakhoutbeheer is benodigd voor en altijd gericht op het duurzaam in stand houden van o.a. de landschappelijke- en ecologische waarden van houtopstanden. Daarbij kan het voorkomen dat in houtopstanden bomen geveld worden met een omtrek groter dan 125cm, mits dit gebeurd met het oog op duurzame in stand houding van de houtopstand als geheel met behoud van de aanwezige waarden. Het opnemen van een overlegplicht bij geplande onderhoudswerkzaamheden leidt tot een drempel m.b.t. uitvoering van onderhoud. Gezien de noodzaak van goed onderhoud is een drempel die uitvoering belet onwenselijk. Daarnaast leidt een extra overlegplicht tot een verhoging van de benodigde ambtelijke ureninzet waarvoor binnen de huidige formatie van Noaberkracht geen ruimte is. Uiteraard kan de gemeente met haar kennis een adviserende rol spelen in de uitvoering van onderhoudswerkzaamheden, echter biedt de huidige formatie binnen Noaberkracht hiervoor geen ruimte.

De gemeente is deelnemende partij in de Landschapsdeal, waarin tezamen met andere gebiedspartijen o.a. gewerkt wordt aan een online kennisbank met informatie over goed onderhoud. Bij artikel 4, punt 1. Het periodiek afzetten van hakhout. Bij periodiek afzetten van hakhout niet de gehele houtwal ineens afzetten maar eens in de zoveel tijd (bv. 3, 4, 5 jaar) een deel en dan zeg maar 30% ertussen uit halen waardoor de houtwal duidelijk herkenbaar is en blijft. Ook is er dan meer bescherming voor de dieren, zijn er meer broedplaatsen voor de vogels en blijft het landschap herkenbaar intact. Soms zie je nog dat er houtwallen afgezet worden tot ver in het voorjaar en er al vogels aan het nesten e/o broeden zijn. Mijn inziens is het dan ook hier verstandig een voorwaarde op te nemen, waarin staat dat er b.v. alleen gedurende de wintermaanden hakhout afgezet mag worden. Ook hier een meldingsplicht invoeren, zie boven. Reactie gemeente: Met betrekking tot de meldingplicht verwijs ik naar de eerdere reactie. Bij het uitvoeren van zowel kappen, vellen, rooien of onderhoudswerkzaamheden aan houtopstanden geldt altijd de

12

Wet natuurbescherming, onderdeel soortenbescherming. In dit deel van de Wnb is de bescherming van bepaalde dier- en plantensoorten geregeld. Ook de bescherming van nesten, nestlocaties en leefgebieden is in de Wnb soortenbescherming geregeld. Op basis van deze wetgeving is het o.a. niet toegestaan nesten van vogels te verstoren of te vernielen indien deze in gebruik zijn. Voor specifieke vogelsoorten geldt zelfs een jaarrond verbod op verstoring of vernieling van nesten en nestlocaties. Omdat de Wnb-soortenbescherming het vellen, kappen, rooien en/of uitvoeren van onderhoud niet toe staat als er in gebruik zijnde vogelnesten aanwezig zijn (veelal in broedseizoen) vanwege de verstoring die bij dergelijke werkzaamheden ontstaat, is het niet nodig en wenselijk dit binnen de gemeentelijke kapverordening op te nemen. Het is reeds verboden, de Provincie Overijssel is daarop het bevoegd gezag. Het afzetten van een bepaald percentage van een landschapselement en de effecten daarvan op aanwezige fauna zijn afhankelijk van de schaal, grootte en ligging in het landschap. Omdat dit per situatie verschilt, is een vast percentage in de regelgeving niet wenselijk in het kader van kwalitatief onderhoud. Daarnaast is een percentage vanuit handhaafbaarheid gezien geen werkbare oplossing vanwege de beperkte meetbaarheid daarvan. Overig m.b.t.

in stand houden houtwallen Houtwal (lees grond of bodem) intact laten dus geen zand afvoeren of egaliseren waarbij de wortels deels boven de grond komen te liggen en zodoende minder stevigheid in de grond hebben. Naast het feit dat de bomen dit vroeg of laat niet overleven doet het ook afbreuk aan het Twentse Landschap met zijn karakteristieke houtwallen. Dat is jammer en moeten we eigenlijk niet toestaan. Dit n.a.v. “voormalige houtwallen” waar “de eigenaar of gebruiker” van het land zoveel mogelijk land wil gebruiken en dus de houtwal deels of geheel gelijk maakt met het naastgelegen land. Reactie gemeente: Een houtwal bestaat uit een houtopstand, staand op een wallichaam. De houtopstand en het wallichaam geven gezamenlijk de waarde aan het geheel, waarbij verwijderen van één van beiden veelal afbreuk doet aan o.a. de landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Binnen de voorliggende regelgeving is bescherming van de houtopstanden opgenomen waarbij ‘het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben’ reeds als verbod is opgenomen. Bescherming van de wallichamen is geborgd binnen de Ontgrondingswet waarop de provincie bevoegd gezag is, en in voorkomende gevallen binnen het gemeentelijke bestemmingsplan.

Wij zien daarom geen reden tot aanpassing van de voorliggende ontwerp regelgeving.

Conclusie reactie reclamant D: De ingebrachte zienswijze leidt niet tot wijzigingen in het raadsvoorstel.

E. Zienswijze van reclamant E. Mijne Heren, Heb de kapverordening ingezien en nogal moeite met het beschrevene in Art.3 nr 1 : een omvang groter 1.25 mtr op 1.30 boven het maaiveld mag niet worden gekapt? kleiner wel dit zijn toch al forse bomen en voor eiken is er geen uitzondering? Reactie gemeente: In de ontwerp regelgeving is in artikel 3.1 voor solitaire bomen en boomvormers een verbod op vellen opgenomen bij een stamomtrek van 125cm of meer, gemeten op 130cm hoogte. Dit betreft een stamdikte van ca. 40cm. Er wordt geen onderscheid gemaakt in boomsoort. In artikel 3 lid 2 wordt daarnaast een verbod op vellen van een landschapselement gesteld. Daarmee geeft artikel 3 als geheel een adequate bescherming van waardevolle houtopstanden in het buitengebied, zonder dat daarbij een verzwaring in regelgeving ontstaat voor niet- of minder waardevolle houtopstanden.

13

Het verlies van Harry Meyerink was een zwarte bladzijde voor de natuur in Tubbergen, weet niet of er nu nog zoiets als een controleur bestaat in Tubbergen maar ik zie erg veel op een slinkse wijze verdwijnen.... Reactie gemeente: Binnen Noaberkracht Dinkelland Tubbergen is een medewerker belast met controle en handhaving op houtopstanden. De omvang van het werkgebied in relatie met de beschikbare formatie laat proactieve controle en handhaving slechts in beperkte mate toe. De formatie m.b.t. handhaving is geen onderdeel van de voorliggende regelgeving en daarom gaan we niet nader in op dit punt. Bovendien is het bizar dat in Zwolle wordt beslist over houtwallen in de gem. Tubbergen hier ligt toch zeker een taak voor de gemeente. Reactie gemeente: De Provincie Overijssel is het bevoegd gezag op de Wet Natuurbescherming, onderdeel houtopstanden. Vanuit deze wet wordt voorzien in een kwantitatieve toets bij vellen van houtopstanden in het buitengebied. In de voorliggende ontwerp regelgeving is voorzien in de mogelijkheid tot een kwalitatieve toets op basis van de waarden volgens artikel 3 lid 4. Een verdere aanpassing van de ontwerp regelgeving is daarom niet benodigd. . Mijn inziens is het beleid hierop veel te soft en te gemakkelijk .

Een convenant tekenen is een stap, maar een boer die een houtwal kwijt wil tekent geen convenant maar rooit hem krijgt hij toch controle en een boete dan likt hij zijn wonden en betaalt graag een boete om de wal toch kwijt te zijn, een eventuele herplantplicht wordt na afloop van jaren toch niet opnieuw gecontroleerd...... Reactie gemeente: Elke handhavingszaak betreft een specifieke situatie en uitkomst, al dan niet met specifieke verplichtingen. In het algemeen geldt dat op elke herplantplicht op correcte uitvoering gecontroleerd wordt, waarna de aanplant onder het kapverbod valt. Specifieke handhavingssituaties maken geen onderdeel uit van de voorliggende regelgeving, daarom gaan we niet nader in op dit punt. Tip: breng eens als gemeente in kaart wie de laatste 5 jaar een herplantplicht kreeg opgelegd en wat daar nu nog van staat.... Reactie gemeente: Genoemd punt maakt geen onderdeel uit van de voorliggende regelgeving, daarom gaan we niet nader in op dit punt. Laten we er met zijn allen voor zorgen dat ons mooie coullisselandschap niet nog verder verpaupert en we niet om met de hr Wessels van de PvdA te spreken de kip met de gouden eieren slachten. De toeristen weten nog altijd de weg naar onze Gemeente te vinden maar gemeente WEEST WAAKZAAM!!! Reactie gemeente: Wij nemen deze hartenkreet welwillend ter kennisgeving aan.

Conclusie reactie reclamant E: De ingebrachte zienswijze leidt niet tot wijzigingen in het raadsvoorstel.

3.

AMBTSHALVE WIJZIGINGEN

Naar aanleiding van diverse gesprekken over de ter inzage liggende stukken werden wij erop gewezen dat de titel van de kaarten met komgrenzen volgens WNB-houtopstanden als onvolledig werd ervaren omdat daarin alleen ‘Komgrenzen Wet Natuurbescherming’ benoemt staat. Wij delen de 14

mening dat daarin enige verduidelijking wenselijk is, daarom wordt op de betreffende kaarten een aanpassing in de titel gedaan naar ‘Komgrenzen Wet Natuurbescherming, onderdeel houtopstanden’. Ter verduidelijking van de regelgeving is het wenselijk om in artikel 4 lid 3 een meer specifieke verwoording van de genoemde onderdelen uit de Wet Natuurbescherming op te nemen. Er zal een toevoeging aan de regelgeving onder artikel 4.3 gedaan worden. N.a.v. een zienswijze ingediend op de (inhoudelijk gelijke) ter inzage liggende ontwerp regelgeving voor de gemeente Dinkelland, zijn enkele tekstuele onvolkomenheden opgemerkt. Aanpassing daarvan is wenselijk. Het gaat om de volgende punten: - In de begripsomschrijving (art. 1.) wordt lid u. tekstueel aangepast naar: ‘de waarde van houtopstanden en … ‘; - In de begripsomschrijving (art. 1.) wordt lid u. aangepast van ‘landschapswaarden’ naar ‘landschappelijke waarden’; - Aan art. 2 lid 2 wordt na ‘boom’, het woord ‘boomvormer’ toegevoegd; - Aan art. 2 lid 2 wordt na ‘vellen’ de zinsnede ‘of te doen vellen’ toegevoegd; - Aan art. 3 lid 2 wordt na ‘vellen’ de zinsnede ‘of te doen vellen’ toegevoegd; - Aan art. 3 lid 3 wordt na ‘vellen’ de zinsnede ‘of te doen vellen’ toegevoegd; - In art. 6 lid 2 wordt de verwijzing ‘als bedoeld onder a.’ aangepast naar ‘als bedoeld onder 1.’; - In art.

7 lid 2 wordt de zinsopbouw aangepast ter verduidelijking van het artikel;

4.

CONCLUSIE

Naar aanleiding van de ingebracht zienswijzen en ambtshalve worden ten opzichte van het ter inzage gelegde ontwerp de volgende wijzigingen in de doorgevoerd: Kaarten bebouwde kom volgende de Wet Natuurbescherming, onderdeel houtopstanden: - Aanpassing van de komgrens WNB-houtopstanden voor de oostzijde van het dorp Vasse; - Aanpassing van de titel voor de alle kaarten met de komgrenzen naar Komgrenzen Wet Natuurbescherming – onderdeel houtopstanden. Kapverordening 2021: - In de begripsomschrijving (art. 1.) wordt lid u. tekstueel aangepast naar: ‘de waarde van houtopstanden en … ‘; - In de begripsomschrijving (art. 1.) wordt lid u. aangepast van ‘landschapswaarden’ naar ‘landschappelijke waarden’; - Aan art. 2 lid 2 wordt na ‘boom’, het woord ‘boomvormer’ toegevoegd; - Aan art. 2 lid 2 wordt na ‘vellen’ de zinsnede ‘of te doen vellen’ toegevoegd; - Aan art. 3 lid 2 wordt na ‘vellen’ de zinsnede ‘of te doen vellen’ toegevoegd; - Aan art. 3 lid 3 wordt na ‘vellen’ de zinsnede ‘of te doen vellen’ toegevoegd; - In art. 6 lid 2 wordt de verwijzing ‘als bedoeld onder a.’ aangepast naar ‘als bedoelt onder 1.’; - In art. 7 lid 2 wordt de zinsopbouw aangepast ter verduidelijking van het artikel; - Toevoeging van de in de Wet Natuurbescherming opgenomen teksten aan artikel 4 lid 3.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/642/documents/13842