Bijlage Reactienota zienswijzen Bossenstrategie Tubbergen, Kampweg, Molenbinnenweg.pdf
Tekst van het document
REACTIENOTA ZIENSWIJZEN ONTWERPBESTEMMINGSPLAN ‘Bossenstrategie Tubbergen, Kampweg, Molenbinnenweg’.
Inhoudsopgave
1.
2.
3.
2
Inleiding
4 4 5
Behandeling zienswijzen 2.1 Reclamant 1 2.2 Reclamant 2
6
WIJZIGINGEN
1
1.
INLEIDING
In dit document worden de binnengekomen zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan ‘Bossenstrategie Tubbergen, Kampweg, Molenbinnenweg’ behandeld. Na voorafgaande publicatie op 27 december 2023 is in overeenstemming met artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening met ingang van 28 december 2023 het ontwerpbestemmingsplan ‘Bossenstrategie Tubbergen, Kampweg, Molenbinnenweg’ voor een ieder ter inzage gelegd. Het ontwerpbestemmingsplan met de hierbij behorende stukken kon tijdens de openingsuren in het gemeentehuis worden ingezien. Ook was het ontwerp te raadplegen op de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Plan Het ontwerpbestemmingsplan ziet op in het omzetten van een tweetal percelen en de randen van een aantal percelen van ‘Agrarisch – 1’ naar ‘Bos – Natuur’. Dit wordt gefaciliteerd in het kader van de Overijsselse Bossenstrategie waarbij nieuw bos wordt aangeplant in het kader van het vastleggen van CO2, het verhogen van de biodiversiteit en als compensatie voor de kap in het kader van natuurherstel in de Natura 2000-gebieden. Zienswijzen Gedurende de hiervoor genoemde termijn kon een ieder mondeling dan wel schriftelijk zienswijzen kenbaar maken. Er zijn twee reclamanten die gebruik hebben gemaakt van het recht om een zienswijze in te dienen.
Belangenafweging wel of niet vaststellen bestemmingsplan De raad heeft bij het bepalen van de keuze om wel of geen medewerking te verlenen aan een herziening van het bestemmingsplan beleidsruimte om te bepalen of een bepaalde ontwikkeling met de daarbij behorende maatvoeringen uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening acceptabel is. Een dergelijk besluit is immers in belangrijke mate afhankelijk van de inzichten die bij ons bestaan over de wenselijk geachte planologische ontwikkelingen in het betrokken gebied. Bepaalde beoordelingsmarges mogen echter niet worden overschreden en het recht mag ook niet onjuist worden toegepast. Tevens dienen de in het geding zijnde (individuele) belangen op een zorgvuldige wijze te zijn afgewogen en mogen nadelige gevolgen niet onevenredig zijn tot de met het plan te dienen doelen. De gevolgen van het vast te stellen bestemmingsplan zijn niet alleen beoordeeld aan de hand van het vast te stellen bestemmingsplan, maar alle relevante belangen zijn in de afweging betrokken. Het vast te stellen bestemmingsplan levert in onze optiek een planologisch wenselijke situatie op, welke wij vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar achten. De herziening van het bestemmingsplan is geschikt om het doel van het plan, als beschreven in de plantoelichting, te bereiken. Zoals blijkt uit de plantoelichting is ook de noodzakelijkheid van het plan gemotiveerd.
Gelet op de aspecten die in de plantoelichting zijn opgenomen en de relevante belangen, levert het vast te stellen bestemmingsplan geen onaanvaardbare aantasting van deze belangen op. De nadelige gevolgen van de voorziene ontwikkelingen zijn niet onevenredig in verhouding tot de met het plan te dienen doelen. De wijziging van het bestemmingsplan is evenwichtig.
2
Opzet reactienota In hoofdstuk 2 worden de ingekomen zienswijzen tegen het bestemmingsplan samengevat en vervolgens van een gemeentelijk standpunt voorzien. Tenslotte wordt elke zienswijze afgesloten met een conclusie. In hoofdstuk 3 worden de wijzigingen aan het bestemmingsplan op een rij gezet.
3
2.
BEHANDELING ZIENSWIJZEN
2.1 Reclamant 1 Datum brief: 5 februari 2024 Datum ontvangst: 5 februari 2024
1 Breedte inplantstrook Reclamant stelt dat de inplantstrook van 70 meter aan de zuidoostzijde van het plangebied, parallel grenzend aan de Molenbinnenweg, op den duur gevolgen kan hebben voor de maatregelen en bedrijfsvoering die gaan gelden voor het melkveebedrijf van reclamant aan de Molenbinnenweg. Reclamant ziet graag dat deze inplantstrook teruggebracht wordt naar 30 meter. Gemeentelijk standpunt Ook in het bestemmingsplan Buitengebied 2016 (incl. het veegplan) is het binnen de bestemming ‘Agrarisch – 1’ zonder een zgn. aanlegvergunning mogelijk om bomen met onder beplanting aan te planten. Voorliggend plan leidt dan ook niet tot onevenredige beperking in de gebruiksmogelijkheden van de agrarische gronden. De inplantstrook in voorliggend plan zal om deze reden niet gereduceerd worden in maatvoering. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot het niet vaststellen van het bestemmingsplan.
2 Fauna Reclamant stelt dat het plangebied op dit moment rust en ruimte biedt voor diverse fauna en dat dit voorbij zal gaan wanneer er wandelpaden worden opengesteld. Reclamant ziet graag dat het plangebied niet wordt ontsloten door wandelpaden zodat de rust voor de fauna behouden blijft. Gemeentelijk standpunt In het voorgaande plan waren de gronden voorzien van de bestemming Agrarisch – 1 en daarin waren reeds in ondergeschikte mate fiets- en wandelpaden toegelaten. Voorliggend plan laat wegen en paden toe, zodat er geen sprake is van een planologische wijziging die leidt tot een onevenredige inbreuk op het woon- en leefklimaat van reclamant. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot het niet vaststellen van het bestemmingsplan.
4
2.2 Reclamant 2 Datum brief: 8 februari 2024 Datum ontvangst: 9 februari 2024
1 Schaduw en onderhoud waterloop Reclamant stelt dat in het bestemmingsplan de houtsingel tot aan de waterloop is ingetekend. De schaduw die hiervan komt, zal ten nadele zijn voor de groei van de gewassen welke reclamant bewerkt op de naastgelegen percelen. Daarnaast stelt reclamant dat er meer ruimte dient te zijn langs de watergang om het jaarlijks onderhoud hiervan goed uit te kunnen voeren. Reclamant ziet graag dat er een onbeplante strook van 3 meter langs de watergang gehanteerd wordt. Gemeentelijk standpunt Ook in het bestemmingsplan Buitengebied 2016 (incl. het veegplan) is het binnen de bestemming ‘Agrarisch – 1’ zonder een zgn. aanlegvergunning mogelijk om bomen met onder beplanting aan te planten. Voorliggend plan leidt dan ook niet tot onevenredige beperking in de gebruiksmogelijkheden van de agrarische gronden. De inplantstrook in voorliggend plan zal om deze reden niet gereduceerd worden in maatvoering. Voor de volledigheid merken wij op dat het Waterschap Vechtstromen aangeeft dat het onderhoud van de watergang aan één zijde plaats kan vinden waarvoor minimaal één obstakelvrije strook van 4,5 à 5 meter moet worden aangehouden. Met het aanplanten van het bos blijft er nog steeds één zijde van de watergang obstakelvrij waardoor het jaarlijks onderhoud van de watergang niet wordt belemmerd.
Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot het niet vaststellen van het bestemmingsplan.
5
3.
WIJZIGINGEN
Ambtshalve wordt de volgende wijziging doorgevoerd: Artikel 3.1 onder e: de zinsnede ‘educatief medegebruik’ komt te vervallen, zodat de ondergeschikte gebruiksmogelijkheden ten aanzien van extensief dagrecreatief medegebruik ten opzichte van de bestemming ‘Agrarsch-1’ in het voorgaande bestemmingsplan Buitengebied 2016 hetzelfde blijft.
6