CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Rapport herijking MAT.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 16 juli 2024, gemeente TubbergenBij agendapunt: 12: Initiatiefvoorstel herijking Maatschappelijk Akkoord Tubbergen7.262 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Herijking Maatschappelijk Akkoord Tubbergen (MAT)

1.

Inhoud

2. Inleiding.............................................................................................................. 3 3. Herijking MAT..................................................................................................... 3 3.1 Doel herijking................................................................................................ 3 3.2 Proces herijking............................................................................................. 3 4. Tubbergen op weg naar 2040............................................................................ 4 4.1 Overkoepelend inhoudelijk kader..................................................................4 4.2 Leefbare kernen............................................................................................ 4 4.2.1 Wonen..................................................................................................... 5 4.2.2 Economie................................................................................................. 5 4.2.3 Maatschappelijke voorzieningen..............................................................6 4.3 Leefomgeving van de toekomst en buitengebied in balans...........................7 4.3.1 Buitengebied in Balans............................................................................

7 4.3.2 Leefomgeving van de Toekomst..............................................................8 4.4 Positieve gezondheid..................................................................................... 9 4.4.1 Gedeelde verantwoordelijkheid...............................................................9 4.4.2 Sociale basis............................................................................................ 9 4.4.3 Samenredzame samenleving.................................................................10 5. Toetsingskaders voor maatschappelijke initiatieven........................................10 5.1 Algemeen.................................................................................................... 10 5.2 De kaders.................................................................................................... 11 5.3 Onderscheid tussen omvang initiatieven.....................................................11 5.4 Eerste beoordeling initiatieven....................................................................12 5.5 Grote initiatieven......................................................................................... 12 5.6 Evaluatie...................................................................................................... 12 6. Het gesprek met de samenleving.....................................................................13 7.

Vervolg............................................................................................................. 13 7.1 Nadere uitwerking....................................................................................... 13 7.2 Beslispunten................................................................................................ 15 Bijlage 1: Terugblik............................................................................................... 16 Bijlage 2: samenvatting opbrengst evaluatie MijnDorp2030/MAT........................17 Bijlage 3: schematische weergave beoordeling maatschappelijk initiatief...........18 1. Inleiding........................................................................................................... 2 2. Herijking MAT................................................................................................... 2 2.1 Doel herijking............................................................................................... 2 2.2 Proces herijking............................................................................................ 2 3.

Tubbergen op weg naar 2040..........................................................................3 3.1 Overkoepelend inhoudelijk kader.................................................................3 3.2 Leefbare kernen........................................................................................... 3 3.2.1 3.2.2 3.2.3

Wonen................................................................................................... 3 Economie.............................................................................................. 4 Maatschappelijke voorzieningen...........................................................5

3.3 Leefomgeving van de toekomst en buitengebied in balans.........................6 3.3.1

Buitengebied in Balans..........................................................................6 pagina 1

3.3.2

Leefomgeving van de Toekomst...........................................................6

3.4 Positieve gezondheid................................................................................... 7 3.4.1 3.4.2 3.4.3

Gedeelde verantwoordelijkheid.............................................................7 Sociale basis......................................................................................... 8 Samenredzame samenleving................................................................8

4. Toetsingskaders voor maatschappelijke initiatieven........................................8 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Algemeen..................................................................................................... 8 De kaders..................................................................................................... 9 Onderscheid tussen omvang initiatieven.....................................................9 Eerste beoordeling initiatieven..................................................................10 Grote initiatieven....................................................................................... 10 Evaluatie.................................................................................................... 11

5. Het gesprek met de samenleving...................................................................11 6. Vervolg........................................................................................................... 11 6.1 Nadere uitwerking...................................................................................... 11 6.2 Beslispunten............................................................................................... 13 Bijlage 1: Terugblik............................................................................................... 14 Bijlage 2: samenvatting opbrengst evaluatie MijnDorp2030/MAT........................15 Bijlage 3: schematische weergave beoordeling maatschappelijk initiatief...........16

pagina 2

2.

Inleiding

In het coalitieakkoord Tubbergen 2022-2026 is opgenomen dat de huidige aanpak van het Maatschappelijk Akkoord Tubbergen (MAT) wordt herijkt. Dit is een opdracht voor de gehele raad. Namens de raad is een werkgroep met vertegenwoordiging uit alle fracties aan de slag gegaan met deze opdracht. Dit rapport is de uitwerking van die opdracht. Om de herijking van het MAT in het juiste perspectief te kunnen plaatsen, is een terugblik van belang. Gelet op de omvang van de voorgeschiedenis, is ervoor gekozen om deze terugblik op te nemen in bijlage 1. Dit rapport beschrijft allereerst de manier waarop we de herijking hebben vormgegeven. Daarna nemen we jullie mee in onze visie op leefbaarheid van de kernen in 2040 – uitgewerkt in verschillende thema’s – en het toetsingskader waaraan we initiatieven uit de kernen willen toetsen. Tenslotte doen we een voorstel hoe we over deze herijking in gesprek gaan met de kernen. Dit rapport vormt een bijlage bij het bovenliggende initiatiefraadsvoorstel, waarmee formeel tot besluitvorming wordt gekomen op de herijking van het MAT. De formele beslispunten hebben we opgenomen in het laatste hoofdstuk van dit rapport.

3.

Herijking MAT

3.1 Doel herijking Centrale vraag binnen deze herijking is hoe en onder welke uitgangspunten de raad samen wil blijven werken met de inwoners en welke wijze van samenlevingsgericht werken daarbij past. Het doel van de herijking is om initiatieven uit de samenleving ten behoeve van de toekomstige leefbaarheid in de diverse kernen beter en gerichter te kunnen ondersteunen. De herijking biedt op inhoud en proces kaders/spelregels waaraan de initiatieven uit de samenleving, die bijdragen aan de toekomstige leefbaarheid (2040) van de kern, getoetst kunnen worden. 3.2 Proces herijking Om invulling aan het proces van herijking te kunnen geven, is in 2022 een startnotitie opgesteld. Daarin is onder andere opgenomen dat de uitkomsten van de evaluatie uit 2021/2022 van het proces MAT/MijnDorp2030 bij de herijking betrokken worden. Volledigheidshalve is een samenvatting van de uitkomsten van deze evaluatie opgenomen in bijlage 2. Vervolgens is er een raadswerkgroep ingesteld om het proces van de herijking vorm te geven. Door verschillende (personele) omstandigheden heeft het proces tot herijking van het MAT vertraging opgelopen. De raadswerkgroep heeft in september 2023 een eerste bijeenkomst gehad en de gemeenteraad is in februari 2024 bijgepraat over de stand van zaken per kern.

Daarbij is gebruik gemaakt van diverse demografische gegevens, maar vooral van de informatie die de buur(t)mannen en –vrouwen hebben aangeleverd. Na de themabijeenkomst in februari 2024 heeft de raadswerkgroep de opdracht gekregen de herijking uit te voeren, waarbij de keuze is gemaakt dat de herijking uit drie onderdelen bestaat: 1. Overkoepelende inhoudelijke kaders per thema van de ambitielijn in de perspectiefnota op basis waarvan de raad vervolgens kan sturen; 2. Toetsingskaders voor initiatieven uit de kernen; 3. Voorstel over hoe in gesprek te gaan met de kernen/inwoners over het vervolg van het proces MAT/MijnDorp2030 en de toekomstige leefbaarheid van de dorpen. pagina 3

Op basis van deze onderdelen en de wens om nog voor het zomerreces 2024 een raadsbesluit te nemen over de herijking, is er een procesontwerp gemaakt. De verschillende dorpsraden in de gemeente Tubbergen hebben we in maart 2024 per brief geïnformeerd over de stand van zaken rond de herijking van het MAT en het proces MijnDorp20230 en de vertraging die binnen deze herijking is ontstaan.

4.

Tubbergen op weg naar 2040

4.1 Overkoepelend inhoudelijk kader Tubbergen is een plattelandsgemeente die zich kenmerkt door een robuust buitengebied met daarbinnen 9 vitale kernen. Beide elementen lopen landschappelijk veelal vloeiend in elkaar over. De verbondenheid van inwoners met hun omgeving, maar vooral ook de onderlinge verbondenheid tussen inwoners is groot. Noaberschap wordt gekoesterd en inwoners kijken naar elkaar om. Vrijwilligers vormen de hoeksteen van de samenleving en inwoners voelen een grote gezamenlijke verantwoordelijkheid bij het realiseren van maatschappelijke doelen. De samenleving van de gemeente Tubbergen kent daarmee een hoge mate van organisatiekracht, waarbij veelal vanuit de samenleving de ideeën en maatschappelijke initiatieven ontstaan. Dorpsraden zijn daarbij een onmisbare en duurzame gesprekspartner voor de gemeente en klankbord voor de inwoners in de eigen kern. Om deze kwaliteiten te kunnen behouden en versterken vraagt de toekomstige leefbaarheid in ons buitengebied voortdurende aandacht. En moeten onze kernen aantrekkelijk blijven op het gebied van leefbaarheid, leefomgeving en gezondheid, waarbij onze inwoners zich onderdeel blijven voelen van onze samenleving.

Om invulling te geven aan deze overkoepelende ambitie, hebben wij dit vraagstuk navolgend uitgewerkt aan de hand van verschillende ambitielijnen, zoals deze momenteel ook in de begroting zijn opgenomen:  Leefbare kernen;  Leefomgeving van de toekomst en buitengebied in balans;  Positieve gezondheid. Om te komen tot deze uitwerking, heeft de raadswerkgroep twee themabijeenkomsten georganiseerd voor alle raads- en commissieleden. Tijdens deze bijeenkomsten stond de vraag centraal hoe idealiter de Tubbergse kern er in 2040 uitziet op de bovenstaande thema’s. Tijdens de twee themabijeenkomsten hebben raads- en commissieleden zich verdeeld over drie werkgroepen. Onder begeleiding van onder andere de programmaregisseurs van Noaberkracht bespraken de raads- en commissieleden per ambitielijn de verschillende aspecten, voorafgegaan door een toelichting op de bestaande visies op de verschillende ambitielijnen. Vervolgens zijn deze ambitielijnen verder uitgewerkt, te beginnen met de huidige visie en aangevuld met de opbrengst vanuit de deelwerkgroepen. Deze opbrengst is vervolgens voorzien van verrijkende reflectie van de programmaregisseurs, met het oog op de vraag wat er voor nodig is om de beschreven visie ook daadwerkelijk in 2040 te kunnen realiseren. Deels bestond de reflectie overigens uit de constatering dat de opbrengst veelal aansloot op bestaande visies.

4.2 Leefbare kernen pagina 4

Wij streven naar kernen waar het goed wonen is en voldoende woningaanbod voor handen is. Waar bedrijvigheid is en waar mensen werk kunnen vinden. Maar vooral ook kernen waar ruimte is om elkaar te ontmoeten en om samen te komen. Het is een uitdaging om onze voorzieningen in stand te houden. 4.2.1 Wonen Wonen is een complex en gelaagd vraagstuk. Er lijken ogenschijnlijk uiteenlopende belangen te bestaan tussen rijk, provincie, regio, gemeente én kernen. Daarom vinden we versterking van de gemeentelijke regie van groot belang. Gemeentelijke regie betekent voor ons dat de gemeente het initiatief ten aanzien van visie-, beleids- én planvorming – nog meer dan voorheen – moet nemen. We willen nog meer proactief handelen. Om die regie te verstevigen zetten we waar mogelijk en adequaat actieve instrumenten vanuit het grondbeleid in. Tot op heden zetten we primair in op het bouwen in een afgewogen mix voor eigen inwoners in iedere kern. De druk op de woningmarkt vraagt dat we naast onze eigen inwoners ook bouwen voor toekomstige inwoners van buiten de gemeente. Bijvoorbeeld voor mensen die van elders in één van onze kernen willen wonen. Daarbij is het van belang om nieuwe inwoners zo spoedig mogelijk integraal onderdeel van onze lokale samenleving uit te laten maken. Het is onze ambitie om in ons woningbouwprogramma meer te bouwen dan uitsluitend voor onze eigen inwoners.

Dit betekent dat er sprake gaat zijn van overprogrammering. Deze groeiambitie vraagt om heroverweging dan wel nuancering van bestaande uitgangspunten, zoals ‘inbreiding voor uitbreiding’. Dit uitgangspunt is voor ons niet in beton gegoten. Wij blijven uiteraard inzetten op kansen voor inbreiding, maar dat hoeft niet per definitie ten koste van uitbreiding te gaan. We zien dat we voor het realiseren van onze ambitie afhankelijk zijn van verschillende partijen, zoals het Rijk en de Provincie Overijssel. We zoeken daarom afstemming met hen en binnen de Twentse woondeal. Om de groeiambitie mogelijk te maken en onze sociaal-maatschappelijke doelen makkelijker te realiseren, zetten we ons in om onze regels voor woningbouw in 2040 versoepeld te hebben. Het wonen van ouders en kinderen op één erf wordt eenvoudiger. Bij bouwplannen kijken we nog meer naar de wijkopbouw (sociale samenhang) en hoe we die met de bouw van woningen kunnen ondersteunen. We zetten in op het realiseren van een groene leefomgeving die stimuleert tot meer beweging. Bijvoorbeeld door parken en fietspaden. 4.2.2 Economie De vrijetijdssector zien we als belangrijke economische drager in Noordoost Twente in het algemeen en in de gemeente Tubbergen in het bijzonder. Nu en in de toekomst. Om de toekomstige leefbaarheid van de gemeente Tubbergen te verstevigen willen we onze positie in deze sector verder versterken.

We zetten daarbij in op kwalitatief hoogwaardig toerisme en vrijetijdsbeleving, met een focus op de volgende drie onderdelen:  Het verlengen van het verblijf van toeristen;  Blijvend verbreden van doelgroepen;  Ruimte en natuur. Dit is een belangrijke troefkaart voor de toeristische aantrekkingskracht van de gemeente Tubbergen. Het inzetten op het verstevigen van de vrijetijdssector vraagt om een zorgvuldige balans tussen enerzijds ruimte voor ontwikkeling van de vrijetijdssector en anderzijds draagkracht van het gebied. We kiezen voor een vorm van toeristische pagina 5

ontwikkeling waarbij groei mogelijk is, met respect voor de leefomgeving van inwoners, het landschap en de natuur. Kwaliteit gaat daarbij voor ons boven kwantiteit. Wanneer we uitzoomen naar het bedrijfsleven in het algemeen, zien wij specifiek het belang van verdere ontwikkeling van transitiemogelijkheden voor de agrarische sector. Deze sector speelt een wezenlijke rol in het karakter van de gemeente Tubbergen. Dit karakter willen we behouden. Daarom blijft specifieke aandacht voor de agrarische sector van groot belang. In de ambitielijn ‘buitengebied in balans’ gaan wij hier verder op in. Waar het gaat om de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en de doorontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen, blijven wij primair inzetten op de lokale (meerjarige) behoefte. De inzet op het behoud en de ontwikkeling van lokale bedrijvigheid kent echter grenzen. Deze begrenzing is met name gelegen in de aard en omvang van de bedrijvigheid. Een dergelijke begrenzing achten wij noodzakelijk om het karakter van de gemeente Tubbergen zoveel als mogelijk te kunnen behouden. Hoewel deze begrenzing nog nader moet worden uitgewerkt in bijvoorbeeld een bedrijventerreinenvisie, vinden wij het wel belang om mee te blijven denken aan (regionale) oplossingen voor bedrijven waarvan de ambities de mogelijkheden van de gemeente Tubbergen wellicht overstijgen.

We verwachten dat de ontwikkeling van nieuwe innovatieve bedrijven, een wezenlijke bijdrage kan blijven leveren aan de economische kracht van de gemeente Tubbergen. We zien de gemeente Tubbergen als een plek waar deze bedrijven zich in de luwte kunnen ontkiemen. Die ontwikkeling willen we ondersteunen. Dit type bedrijvigheid vraagt om specifieke vormen van talent. Vanuit het gegeven dat de vraag naar goed geschoolde medewerkers een blijvende uitdaging zal zijn, is het van belang om talent in – met name – de techniek te inspireren en te behouden. De samenwerking met het onderwijs is daarvoor blijvend noodzakelijk, waarbij ondersteuning vanuit de Twenteboard (dé regionale ontmoetingsplaats van de 3O’s) voor de hand ligt. 4.2.3 Maatschappelijke voorzieningen Voor de toekomstige leefbaarheid van kernen in 2040 zien we dat ‘elkaar ontmoeten’ essentieel is. Zeker in een wereld die steeds digitaler en individueler wordt. In kernen is het van belang dat inwoners elkaar kunnen ontmoeten. Maatschappelijk vastgoed (cultuur, sport, onderwijs) kan een plek bieden voor deze ontmoeting. Tegelijkertijd staat maatschappelijk vastgoed onder druk door de structurele kosten die het met zich meebrengt. Wij zien kansen voor maatschappelijk vastgoed wanneer functies van zowel organisaties als bezoekers, gecombineerd worden.

Door functies in kernen te clusteren kunnen ze voldoende toekomstbestendig blijven. Daarbij zijn wat ons betreft de functies leidend, en niet zozeer de fysieke gebouwen; de ‘stenen’. Wij blijven inzetten op zoveel mogelijk behoud van scholen in de diverse kernen. Daarmee ontkennen wij niet de demografische realiteit, maar onderkennen wij wel het brede belang van de schoolfunctie voor de toekomstige leefbaarheid in kernen. De aanwezigheid van een school draagt in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid. Zo mogelijk is de school een vast element binnen multifunctionele accommodaties. In dat verband onderschrijven wij het belang van het nog op te stellen strategisch accommodatiebeleid voor maatschappelijke voorzieningen. Daarbinnen verwachten wij een eenduidige definitie van wat wordt verstaan pagina 6

onder maatschappelijke voorzieningen en een advies welke voorzieningen ten minste in iedere kern aanwezig zouden moeten zijn. Wij streven naar tenminste één school in elke kern. We blijven inzetten op het zoveel als mogelijk privatiseren van maatschappelijke voorzieningen. Anders dan voorheen bestaat inmiddels de noodzaak om scherpe financiële keuzes te maken. Binnen de huidige en te verwachten toekomstige gemeentelijke financiële mogelijkheden is het niet realistisch om dekking te vinden voor de veelheid aan bestaande maatschappelijke ambities en de structurele kosten voor exploitatie en onderhoud. In de keuzes die we maken rondom maatschappelijke voorzieningen wegen we de structurele kosten daarom expliciet mee. Met betrekking tot het vraagstuk van de vrijkomende kerkgebouwen in de verschillende kernen, laten wij het initiatief ten aanzien van toekomstige bestemming in principe aan de kernen. Wanneer er een andere bestemming wordt gegeven aan de kerk, kijken we wel mee vanuit het beeldbepalende karakter van de kerkgebouwen, dat voor ons primair een rol speelt vanuit een monumentaal perspectief.

4.3 Leefomgeving van de toekomst en buitengebied in balans Onze ambitie is een economisch sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. De diverse functies leggen samen veel druk op ons buitengebied. Daarom is ons uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Ook het vraagstuk rond duurzaamheid is dynamisch en volop in ontwikkeling. Het is continu aan verandering onderhevig. De afgelopen jaren zijn de nodige inspanningen reeds geleverd. Hierbij lag de focus nog vooral op de energietransitie; een forse opgave waar we samen met inwoners en ondernemers invulling aan moeten geven. We zien tegelijkertijd dat de opgave voor de komende jaren nog veel forser wordt en dat er extra taken en uitdagingen op ons af komen. 4.3.1 Buitengebied in Balans Binnen het thema ‘buitengebied’ is veel onzekerheid over de toekomst. In het landelijk gebied komen veel grote opgaven samen. Opgaven die gericht zijn op onder andere verduurzaming van de landbouw, waterbeheer, gezonde ecosystemen en klimaatdoelstellingen. Voor duidelijkheid over die onzekerheden zijn we in hoge mate afhankelijk van andere overheden, zoals Rijk en Provincie. Onze invloed als lokale overheid op de toekomst van het landelijk gebied en de agrarische sector is zeer beperkt.

Desondanks willen we als gemeente wel duidelijk zijn waar we voor staan en dit uitdragen richting betreffende instanties en belanghebbenden. We willen de leefbaarheid in het landelijk gebied behouden en we willen zuinig zijn op het agrarische karakter van onze gemeente. Om dit te realiseren willen we allereerst meer mogelijkheden bieden voor het wonen in het buitengebied, bijvoorbeeld in de vorm van knooperven en erfbebouwing voor verschillende doelgroepen. Dit als onderdeel van nieuwe verdienmodellen voor de agrarische sector én in het kader van de transitie in het buitengebied. Ons perspectief is, dat in 2040 – indicatief – zo’n 80% van onze inwoners in of nabij de kernen woont en zo’n 20% in buitengebied. pagina 7

Daarnaast zien wij ook ruimte voor een mix tussen wonen en (kleinschalige) bedrijvigheid, waarbij de historie van de specifieke locatie niet uit het oog mag worden verloren. Om het karakter van het buitengebied in balans te houden, zien wij mogelijkheden voor het opzetten van sociale coöperatieven om landschaps(biodiversiteit) en natuuronderhoud door inwoners/agrariërs uit te laten voeren. Tenslotte willen we helderheid en een perspectief bieden voor de verschillende gebieden zonder dat daar een verplichtend karakter vanuit gaat. Dit doen we door focusgebieden aan te geven. Met de focusgebieden geven we aan waar agrarische ontwikkeling mogelijk is en welke gebieden zich meer extensief kunnen ontwikkelen. In die laatste gebieden ontstaat zo meer ruimte voor andere functies. We zien dat verdienmodellen, ook in de agrarische sector, een transitie ondergaan. We zien een rol van de lokale overheid in met name het faciliteren en meedenken in (nieuwe) agrarische verdienmodellen en nieuwe functies. 4.3.2 Leefomgeving van de Toekomst Ten aanzien van de gehele energietransitie blijven wij als uitgangspunt hanteren, dat energie die niet verbruikt wordt, ook niet opgewekt hoeft te worden. We blijven daarom maximaal inzetten op energiebesparing en op verduurzaming. Nu het grootste rendement is te behalen bij de grotere verbruikers/bedrijven, is het van belang om daar (ook) op in te zetten.

Tegelijkertijd is onze doelgroep breder: van inwoners met een kleine portemonnee en verenigingen/maatschappelijke instellingen tot de grotere bedrijven. Dat vraagt om een gerichte benadering. Onze gemeentelijke rol daarbij is enerzijds het onafhankelijk verstrekken van advies en informatie, maar anderzijds het stimuleren van verduurzamingsmaatregelen bij inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen. Met betrekking tot de warmtetransitie van de gebouwde omgeving blijft ons streven om in 2040 50% van onze woningen, gebouwen en bedrijven aardgasvrij te hebben. Om dat te realiseren is voldoende fysieke ruimte noodzakelijk voor mogelijke alternatieve vormen van verwarmen (warmtebronnen). We volgen de ontwikkelingen voor nieuwe technieken rondom onder meer geothermie, biogas en biomassa. Voor wat betreft het opwekken van elektriciteit blijft ons streven om in 2040 zo’n 60-70% van onze energie op te wekken uit duurzame bronnen. Daarbij gaan wij uit van een goede energiemix. Wij willen de opwek van energie uit wind en zon binnen de bestaande – door de raad vastgestelde – kaders blijven stimuleren, maar wij zien dit als een kortere termijn oplossing tot 2030. Voor de periode daarna focussen wij ons op nieuwe technieken en ontwikkelingen.

Wij stimuleren daartoe onderzoek naar nieuwe technieken voor opwek van energie, ook voor technieken waar nu nog geen beleid voor is ontwikkeld. Ook hierbij geldt dat energie die niet verbruikt wordt, niet hoeft te worden opgewekt. Efficiënt energiegebruik vraagt in dat verband om slimme oplossingen, zoals bijvoorbeeld Smart Energy Hubs en lokale opslag van energie. Dergelijke initiatieven kunnen ook een oplossing bieden voor de bestaande netcongestie. Bij grootschalige opwek van energie sturen wij op zoveel mogelijk lokaal-maatschappelijk eigendom. We blijven duurzame mobiliteit stimuleren. Een richting daarbij is het slim inzetten van maatwerkoplossingen, zoals combinatievervoer. Ook het openbaar vervoer heeft onze blijvende aandacht. We willen dat er ruimte is voor het anders organiseren daarvan, bijvoorbeeld in samenwerking met andere dan de traditionele openbaar vervoerspartners. Als gemeente hebben we een pagina 8

voorbeeldfunctie met ons eigen gemeentelijke wagenpark. Die voorbeeldfunctie willen we waarmaken. Verder bestaat de gemeentelijke rol uit het bevorderen van een goede infrastructuur van bijvoorbeeld laadpalen, maar ook uit het bijhouden van actuele ontwikkelingen en op basis daarvan faciliteren/stimuleren van verduurzamen van mobiliteit bij particulieren en bedrijven, uiteraard met behoud van en respect voor ieders eigen verantwoordelijkheid. Tenslotte stimuleren we een circulaire economie. Hergebruik en recycling is daarbinnen essentieel. Het inzetten op maatschappelijk verantwoord inkopen blijft relevant en tegelijkertijd is in dat kader ook het lokaal en regionaal inkopen van meerwaarde voor bijvoorbeeld het verkorten van de voedselketen. De gemeentelijke rol is in dat verband vooral gelegen in het vergroten van bewustwording, het geven van het goede voorbeeld en het faciliteren van en meedenken met initiatieven. 4.4 Positieve gezondheid Gezondheid is voor iedereen van groot belang en is veel meer dan niet ziek zijn. Het is nodig om factoren die gezondheid negatief kunnen beïnvloeden, zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken en de factoren die een positieve inslag hebben te stimuleren en ondersteunen.

Met deze bredere benadering willen wij bijdragen aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan en mee te kunnen doen in de eigen omgeving. En om zo veel mogelijk eigen regie te voeren. Zo houden we inwoners zo lang mogelijk gezond en de zorg bereikbaar en betaalbaar. 4.4.1 Gedeelde verantwoordelijkheid We zien dat gemeente en inwoners samen verantwoordelijk zijn voor het realiseren van onze sociaal-maatschappelijke doelen. Dit begint met vertrouwen in elkaar. We werken samen met inwoners vanuit vertrouwen. De inwoner draagt als eerste zelf verantwoordelijkheid voor het oplossen van zijn of haar eigen problemen. Wanneer er ondersteuning nodig is vanuit de gemeente of een andere organisatie is er sprake van gedeelde verantwoordelijkheid. Dat vertrouwen vertalen we ook door in de wijze waarop we omgaan met subsidieaanvragen. We zien dat de druk op vrijwilligers stijgt. Uitgebreide aanvragen met uitgebreide verantwoordingen maken die druk nog hoger. We verlagen waar mogelijk de regeldruk voor inwoners die een subsidieaanvraag doen. Op deze manier willen we onze maatschappelijke doelen makkelijker behalen. Noaberschap zit in onze identiteit en is onze kracht. Wij zetten in op het behoud en versterken ervan. Inwoners kennen elkaar, kijken naar elkaar om en helpen elkaar.

Onze ambitie in 2040 is een inclusieve samenleving, waarbinnen iedereen er toe doet en waarin werkloosheid en armoede niet bestaan. Er is zijn geen verloren generaties en alle kinderen behalen een diploma. Digitalisering van onze dienstverlening gaat steeds verder en brengt ons voordelen. Hiermee is de kans dat persoonlijk contact tussen inwoner en gemeente steeds minder wordt. Dat willen we voorkomen. Noaberschap klinkt ook door in onze dienstverlening. In contact met de gemeente hebben inwoners een naam en een gezicht bij de ambtenaar die hen verder helpt. 4.4.2 Sociale basis In 2040 beschikt iedere kern zo mogelijk over tenminste een school. En heeft iedere kern ontmoetingsplekken voor jong en oud, waar generaties elkaar ontmoeten. Daarbij maken we zoveel mogelijk gebruik van bestaande voorzieningen. Het bestaansrecht van verenigingen willen we waarborgen. En we pagina 9

stimuleren en ondersteunen vrijwilligers. We gaan eenzaamheid tegen. Hulp in de buurt is aanwezig. In 2040 werken maatschappelijke organisaties efficiënt samen binnen de verschillende kernen. Dit is samenwerking op maat die aansluit bij de behoefte/vraagstukken in de dorpen. Er zijn geen overbodige of dubbele functies in een dorp. Functies die niet meer nodig zijn stoppen we. Per doelgroep/beleidsveld hebben we in beeld wat er nodig is en welke organisatie daarvoor onze partner is. Noodzakelijke data is beschikbaar en wordt ingezet om doelen te behalen. Drugs- en alcoholgebruik ligt in de gemeente Tubbergen in 2040 ver onder het landelijke gemiddelde. Omdat te kunnen bereiken zetten we bijvoorbeeld in op preventie en voorlichting en geven daar expliciete aandacht aan in onze contacten binnen de verschillende dorpen. We stimuleren het organiseren van gezamenlijke activiteiten. Iedereen doet mee en er is respect voor elkaar. Binnen de gemeente Tubbergen bieden scholen opleidingen aan die aansluiten bij wat nodig is. 4.4.3 Samenredzame samenleving Vrijwilligers vormen de hoeksteen van onze samenleving. Zonder hen is veel van wat er in de dorpen aan activiteiten gebeurt niet mogelijk. We willen dat inwoners, met name jongeren, weten hoe mooi het is om vrijwilligerswerk te doen.

Daarnaast willen we door het normaliseren van de levenstandaard ‘goed is goed genoeg’, vrijwilligerswerk makkelijker maken. We maken het makkelijker om evenementen te organiseren, waarbij inwoners elkaar ontmoeten. Ons streven is om drempels in de vorm van vergunningen en subsidieaanvragen zo laag als wettelijk mogelijk te houden.

5.

Toetsingskaders voor maatschappelijke initiatieven

5.1 Algemeen We willen de toekomstige leefbaarheid in de verschillende kernen van de gemeente Tubbergen verstevigen. Het doel van dit toetsingskader is om in een zo vroeg mogelijk stadium duidelijkheid te geven of een maatschappelijk initiatief kansrijk is en mogelijk voor ondersteuning van de gemeente in aanmerking komt. Het uitgangspunt bij het behandelen van aanvragen is dat we geen extra financiële middelen beschikbaar hebben. Dit betekent dat aanvragen ingepast moeten worden in de bestaande budgetten. Er wordt altijd eerst gekeken naar wat er mogelijk is binnen bestaande financiële middelen. Vervolgens moet bepaald worden of er gekozen wordt voor een alternatieve inzet van de bestaande financiële middelen. Als dat niet mogelijk blijkt, kan gekeken worden of de algemene reserve voor het initiatief aangewend kan worden. We zien dat er binnen de gemeente op verschillende terreinen al financiële mogelijkheden geboden worden. Denk daarbij aan het leefbaarheidsfonds en mogelijkheden zoals de groene cheque voor verduurzaming. Deze zetten we in voor het halen van onze doelen. De hiervoor uitgewerkte visie op de toekomstige leefbaarheid in de kernen van de gemeente Tubbergen is het inhoudelijke handvat voor de gemeente om te beoordelen of een initiatief kansrijk is en mogelijk voor gemeentelijke ondersteuning in aanmerking komt.

De eerste toets is de beoordeling of en zo ja, in welke mate een maatschappelijk initiatief een bijdrage levert aan de hiervoor pagina 10

uitgewerkte visie. Kortom: het maatschappelijk initiatief moet bijdragen aan de toekomstige leefbaarheid van de kernen en aan de samenleving in het algemeen en aan één of meerdere specifieke doelen uit de visie in het bijzonder. Ondersteuning door de gemeente kan verschillende vormen hebben:  Inzet van gemeentelijke personele capaciteit en expertise, bijvoorbeeld voor het begeleiden van een proces, meedenken, verbinden, etc.;  Financieel;  Overige ondersteuning, in welke vorm dan ook. 5.2 De kaders De gemeente beoordeelt maatschappelijke initiatieven als kansrijk wanneer:  Het initiatief bijdraagt aan de toekomstige leefbaarheid van de kernen, passend binnen de hiervoor beschreven visie;  Het initiatief bijdraagt aan één of meerdere doelen uit de visie;  Er sprake is van breed draagvlak voor het initiatief in de kern. Initiatiefnemers moeten in voldoende mate kunnen laten zien waar dit draagvlak uit blijkt. Bijvoorbeeld door samenwerking met andere partijen bij de realisatie, ophalen van handtekeningen etc.;  Er sprake is van cofinanciering van tenminste twee andere partijen. De gemeente financiert maximaal 1/3 van het tekort op de begroting. Daarnaast zijn er tenminste twee andere partijen – waaronder de initiatiefnemer ook zelf kan zijn begrepen – die samen 2/3 financieren.  Het initiatief in beginsel niet enkel bestaat uit een investering in ‘stenen’.

Het enkel investeren in ‘stenen’ gebeurt uitsluitend, wanneer dit voor de lange termijn voldoende (financieel) voordeel oplevert ten opzichte van het doorgaan in de huidige situatie. Voordat we investeren in enkel stenen, onderzoeken we eerst wat de mogelijkheden zijn om bestaande panden en locaties te gebruiken voor het doel van de te bouwen voorziening;  Dit binnen de bestaande financiële kaders past;  Er sprake is van een heldere financiële onderbouwing. Wanneer er sprake is van een exploitatiebegroting is deze reëel en toetsen we die. Er worden geen gemeentelijke exploitatie- en/of vervangingsbijdragen verstrekt;  Het initiatief haalbaar is in tijd, financiën, (vrijwillige) inzet van mensen. 5.3 Onderscheid tussen omvang initiatieven We maken onderscheid in de wijze van behandelen van aanvragen op basis van de aard en omvang van het initiatief. Kleine aanvragen kunnen binnen bestaande budgetten ambtelijk worden afgehandeld. Middelgrote aanvragen handelt het college af. Wel willen we periodiek, bijvoorbeeld via de reguliere planning- en controlcyclus, door het college worden geïnformeerd over de afhandeling van kleine en middelgrote aanvragen. Grote aanvragen worden in de vorm van een pitch gepresenteerd aan een werkgroep in de raad.

De begrenzing van wat een klein, middelgroot of groot initiatief behelst, moet nog concreet gemaakt worden, maar vooralsnog wordt daarbij deels uitgegaan van de onderverdeling die ook wordt toegepast voor het leefbaarheidsfonds:   

Kleine initiatieven: < €7.500 (categorie 1-2); Middelgrote initiatieven: €7.500 <> €15.000 (categorie 3); Grote initiatieven: > €15.000 (categorie 4).

Onafhankelijk van de omvang van een initiatief vinden het van belang dat initiatiefnemers achteraf verantwoording afleggen over de besteding van een eventuele gemeentelijke bijdrage. De wijze waarop deze verantwoording moet plaatsvinden, zal nog worden uitgewerkt. pagina 11

5.4 Eerste beoordeling initiatieven Ons ideaalbeeld voor een eerste beoordeling van initiatieven, is dat de buur(t)man of -vrouw een eerste inschatting maakt. Daarmee kan al een voorlopig beeld worden gevormd van de aard van het initiatief: klein, middelgroot of groot. De buur(t)man of -vrouw maakt deze eerste inschatting aan de hand van de visie en de doelen in de visie. En hij/zij kan meedenken om het initiatief nog sterker te maken en de initiatiefnemer op weg te helpen. Wanneer het initiatief als klein of middelgroot wordt beoordeeld, kan het initiatief ambtelijk (klein) of door het college (middelgroot) worden opgepakt. Een intaketafel in de vorm van een multidisciplinair overleg kan daarbij van meerwaarde zijn. waarbij alle disciplines uit de organisatie aansluiten. 5.5 Grote initiatieven Grote initiatieven vragen veelal meer voorbereiding bijvoorbeeld in de vorm van tijd, onderzoek en geld, om te komen tot een gedegen plan. We willen voorkomen dat initiatiefnemers onnodig veel voorbereiding moeten treffen om tot een gedegen voorstel te komen, zonder dat zij de zekerheid hebben dat zij op mogelijke ondersteuning van de gemeente kunnen rekenen. Daarom willen we ze in een vroegtijdig stadium laten weten of een idee kansrijk is en hen, wanneer noodzakelijk kunnen ondersteunen. Praktisch betekent dit dat we met procesfasen gaan werken: 1.

globale schetsfase, op basis waarvan kan worden beoordeeld of een initiatief kansrijk is. 2. ontwerpfase, op basis waarvan kan worden beoordeeld in hoeverre het initiatief in aanmerking komt voor daadwerkelijke ondersteuning vanuit de gemeente. 3. definitieve fase, waarin wordt toegewerkt naar een raadsvoorstel, waarin de gemeentelijke ondersteuning in besluitvorming wordt gegoten. Deze processtappen moeten nog nader geconcretiseerd worden. Het college wordt gevraagd om deze uitwerking verder vorm te geven. Onze inschatting is dat de schetsfase door initiatienemers veelal op eigen kracht kan worden doorlopen. De uitwerking naar een ontwerpfase, vraagt veelal meer expertise. De inschatting is dat dergelijke expertise niet in alle gevallen beschikbaar is bij initiatiefnemers. Daarom is het redelijk om in een dergelijke situatie enige procesondersteuning vanuit de gemeente te bieden, dan wel de mogelijkheden te bieden om – binnen redelijke grenzen – enige externe expertise te faciliteren. Nu hiervoor momenteel geen specifieke financiële middelen beschikbaar zijn, is het voorstel om incidenteel € 150.000 aan de algemene middelen te onttrekken ten behoeve van een werkbudget waaruit dergelijke ondersteuning gedekt kan worden.

We willen initiatiefnemers van grote initiatieven in de ontwerpfase laten pitchen bij een raadswerkgroep, die bestaat uit vertegenwoordigers van iedere fractie. Jaarlijks kunnen er verschillende pitchmomenten worden ingesteld. Voordeel van deze pitchmomenten is, dat daarmee ook een vergelijking tussen initiatieven kan worden gemaakt, nu – zoals reeds eerder is aangegeven – de financiële omstandigheden van de gemeente niet zodanig zijn dat alle maatschappelijke initiatieven op (volledige) ondersteuning van de gemeente kunnen rekenen. Voor een eerste globale schets van het beoordelingsproces van initiatieven wordt verwezen naar de in bijlage 2 opgenomen schematische weergave. 5.6 Evaluatie Nu het proces van herijking van het MAT zijn oorsprong vindt in het huidige coalitieakkoord 2022-2026, ligt het voor de hand om in eerste instantie de pagina 12

huidige raadsperiode als afbakening te zien voor voorgestelde werkwijze. Een eerste evaluatie rond de gemeenteraadsverkiezingen in 2026 ligt dan ook voor de hand. Dat biedt tevens de gelegenheid aan een nieuwe raad om – desgewenst – andere afwegingen te maken. De wijze waarop deze evaluatie wordt ingericht, vraagt nog verdere uitwerking.

6.

Het gesprek met de samenleving

De herijking van het MAT heeft een andere procesgang ondergaan dan de ontwikkeling van het MAT in de periode 2018-2022. Dat is – gelet op hetgeen daarover in het coalitieakkoord 2022-2026 is beschreven – een welbewuste keuze geweest. Waar de ontwikkeling van het MAT destijds is uitgewerkt als een coalitie met de samenleving, is de herijking – mede gelet op hetgeen in de eerdere evaluatie is geconstateerd ten aanzien van rolneming – meer een proces geweest, waarvan de gemeenteraad zich eigenaar voelt. Dat neemt niet weg dat het van groot belang is om de opbrengst van deze herijking te delen met de samenleving. De gemeenteraad ziet het als zijn verantwoordelijkheid om deze gesprekken met de samenleving te voeren, in de periode na het zomerreces 2024. De gedachte is om een delegatie vanuit de raad met een vertegenwoordiging vanuit iedere fractie gesprekken te laten voeren in/met kernen. Daarbij worden de kernwethouder en de buur(t)man/-vrouw gevraagd om relevante gesprekspartners per kern aan te reiken. Waaronder in ieder geval bestaande initiatiefnemers. Vanzelfsprekend worden kernwethouder en buur(t)man/-vrouw ook gevraagd om deel te nemen aan deze gesprekken. De insteek van deze gesprekken is om aan de kern toe te lichten welke ontwikkeling MijnDorp2030 en het MAT hebben doorgemaakt en wat de herijking van het MAT heeft opgeleverd.

De raad wil tevens duidelijk maken waar hij voor staat en wat de samenleving van de raad kan verwachten. Tegelijkertijd bieden de gesprekken ook de gelegenheid om toe lichten wat de huidige en te verwachten toekomstige (financiële) positie van de gemeente is. Vanuit de opbrengst van de herijking van het MAT kan worden toegelicht hoe toekomstige maatschappelijke initiatieven door de gemeente worden beoordeeld en kan worden ingezoomd op het zoeken naar verbinding tussen enerzijds de gemeentelijke visie en ambitie en anders de in kernagenda’s beschreven doelen. Het college wordt gevraagd voorstellen te doen waarmee de gesprekken met de verschillende kernen verder kunnen worden voorbereid.

7.

Vervolg

7.1 Nadere uitwerking Met de behandeling van dit rapport tijdens de raadsvergadering van 16 juli 2024, is de herijking van het MAT nog niet afgerond. Deels zal de richting die dit rapport beschrijft nog verder moeten worden geconcretiseerd en uitgewerkt, maar belangrijker nog is het gesprek met de samenleving. Toetsingskaders maatschappelijke initiatieven In paragraaf 4.2 is een opsomming opgenomen van toetsingskaders voor toekomstige maatschappelijke initiatieven. Deze kaders zijn bedoeld om te kunnen beoordelen in hoeverre initiatieven kansrijk zijn om in aanmerking te komen voor een mogelijke gemeentelijke bijdrage. Niet in alle gevallen zijn deze kaders al voldoende concreet. Een verdere uitwerking is dan ook gewenst. Het pagina 13

college wordt gevraagd om voorstellen te doen tot nadere uitwerking, op basis waarvan de gemeenteraad dan tot besluitvorming over de uitwerking kan komen. Inrichting intaketafel In paragraaf 4.4 hebben we beschreven dat bij kleine of middelgrote initiatieven een zogenaamde intaketafel van meerwaarde kan zijn. Ons beeld daarbij is dat een multidisciplinair overleg van alle relevante disciplines uit de gemeentelijke organisatie een adequate beoordeling van het betreffende kleine of middelgrote initiatief kan geven. Wij vragen het college om met voorstellen te komen voor de inrichting van een dergelijke intaketafel. Uitwerking procesfasen grote initiatieven Wanneer door de buur(t)man of -vrouw na een eerste beoordeling wordt ingeschat dat er sprake is van een groot initiatief, hebben wij in paragraaf 4.5 beschreven dat het wenselijk is om het verdere beoordelingsproces gefaseerd te doorlopen. Dit is om te voorkomen dat initiatiefnemers onnodig kosten maken, nog voordat het initiatief als kansrijk is beoordeeld. Daarom is het idee om een schetsfase, een ontwerpfase en een definitieve fase te introduceren. Het college wordt gevraagd om voorstellen te doen voor de inrichting en afbakening van deze fasen.

Pitchen grote maatschappelijke initiatieven Het al dan niet ondersteunen van grote maatschappelijke initiatieven wordt in belangrijke mate beheerst door de beperkte beschikbaarheid van (financiële) gemeentelijke middelen. Dat betekent dat naar verwachting niet alle grote maatschappelijke initiatieven (volledig) kunnen worden ondersteund en dat er keuzes zullen moeten worden gemaakt. Om dit keuzeproces te faciliteren, is het de gedachte om initiatiefnemers periodiek de mogelijkheid te bieden om hun initiatief te presenteren in de vorm van een pitch aan een raadswerkgroep met daarin een afvaardiging van alle fracties. Het college wordt gevraagd om voorstellen te doen ten behoeve van de concrete inrichting van deze pitches. Kaders voor inzet werkbudget Zoals eerder aangegeven, vraagt de uitwerking van een groot initiatief naar een ontwerpfase naar verwachting vaak expertise, die niet in alle gevallen beschikbaar is bij initiatiefnemers. Om daarin enige ondersteuning te kunnen bieden, stellen wij voor om een werkbudget van € 150.000 te introduceren. Wij vragen het college om voorstellen te doen voor de inzet van dit werkbudget. Verantwoording besteding middelen Zoals eerder aangegeven vinden wij het belangrijk dat initiatiefnemers die een gemeentelijke bijdrage ontvangen, verantwoording afleggen over de besteding van deze middelen.

Dat geldt voor zowel kleine, middelgrote als grote initiatieven. Wij vragen het college om voorstellen te doen voor de wijze van verantwoording, voor zover deze verantwoordingswijze nu nog niet is bepaald. Evaluatie Zoals in paragraaf 4.6 beschreven, is het van belang om de herijking van het MAT te evalueren. Het ligt voor de hand om deze evaluatie plaats te laten plaatvinden rond de gemeenteraadsverkiezingen in 2024. Dit, omdat de herijking van het MAT zijn oorsprong vindt in het huidige coalitieakkoord. We vragen het college om met voorstellen te komen om deze evaluatie in te richten. Gesprek samenleving In hoofdstuk 5 beschrijven wij het belang van het gesprek met de samenleving over de herijking van het MAT. Globaal geeft dat hoofdstuk reeds een pagina 14

beschrijving van het proces waarbinnen de gesprekken met de verschillende kernen plaatsvinden, maar dit proces vraagt verdere concretisering. Wij verzoeken het college om met uitwerkingsvoorstellen te komen om de gesprekken met de samenleving concreet te kunnen voeren. 7.2 Beslispunten Als afsluiting van dit rapport over de herijking van het MAT komen wij toe aan de beslissingen die concreet van de gemeenteraad worden gevraagd. Deze zijn verwerkt in het bovenliggende initiatiefraadsvoorstel, waarvan dit rapport een bijlage vormt. De gemeenteraad wordt voorgesteld om: 1. Kennis te nemen van het resultaat van de herijking van het Maatschappelijk Akkoord Tubbergen, zoals beschreven in het bijgevoegd rapport; 2. In te stemmen met het overkoepelend inhoudelijk kader en de deelvisies op de afzonderlijke gemeentelijke ambitie- en actielijnen; 3. In te stemmen met de globale toetsingskaders voor toekomstige maatschappelijke initiatieven; 4. Een incidenteel werkbudget van € 150.000 beschikbaar te stellen ten behoeve van ondersteuning van de uitwerking van grote maatschappelijke initiatieven van schetsfase naar ontwerpfase en dit bedrag te onttrekken aan de algemene middelen; 5. In te stemmen met het voorstel om in gesprek te gaan met de samenleving over het resultaat van de herijking van het Maatschappelijk Akkoord Tubbergen; 6.

De uit deze herijking voortvloeiende werkwijze begin 2026 te evalueren en de resultaten van deze evaluatie mee te nemen in het overdrachtsdocument voor de nieuwe gemeenteraad; 7. Het college te verzoeken om voorstellen te doen: a. Om de toetsingskaders voor toekomstige maatschappelijke initiatieven nader te concretiseren; b. Voor het instellen van een intaketafel voor de eerste beoordeling van maatschappelijke initiatieven; c. Voor de uitwerking van de procesfasen bij grote initiatieven; d. Voor een werkwijze voor het pitchen van grote maatschappelijke initiatieven; e. Voor de inrichting van de evaluatie van de herijking van het Maatschappelijk Akkoord Tubbergen; f. Voor kaders ten behoeve van de inzet van het incidentele werkbudget; g. Waarmee de gesprekken met de samenleving kunnen worden voorbereid.

pagina 15

Bijlage 1: Terugblik MijnDorp2030 In 2015 startte de gemeente samen met de dorpen het proces MijnDorp2030. Hierin werkt de gemeente samen met inwoners aan de leefbaarheid van de kernen. Sinds de start zijn er overleggen georganiseerd waar met inwoners gesproken werd over wat er nodig is om de gemeente en ieders eigen kern leefbaar te houden. Passend bij het DNA van elke kern, wordt er volop nagedacht, gewikt, gewogen en zijn concrete plannen gemaakt. Sinds de start heeft elke kern een eigen buur(t)man of buur(t)vrouw, als verbinder tussen de gemeente en de kern. Daarnaast heeft elke kern een kernwethouder. MijnDorp2030 is dus een participatieproces met een eigen werkwijze, uitgangspunten en (door)ontwikkeling. Maatschappelijk Akkoord Tubbergen (MAT) Na de verkiezingen in 2018 hebben CDA, Gemeentebelangen/VVD en Dorpen Centraal in het Tubbergs Akkoord afgesproken om samen met de samenleving een agenda op te stellen voor de raadsperiode 2018-2022. Dit heeft geresulteerd in een coalitie met alle inwoners in de vorm van het Maatschappelijk Akkoord Tubbergen (MAT), in plaats van een traditioneel coalitieakkoord. Het MAT vormde de gezamenlijke agenda voor de toekomst. Inwoners, ondernemers, organisaties en gemeente gingen met elkaar in gesprek over wat belangrijk is voor de gemeente Tubbergen gedurende de raadsperiode 2018-2022.

Inwoners weten als geen ander wat belangrijk is voor de toekomst van hun dorp. De gemeente doet er alles aan om de plannen, die samen zijn ontstaan, te verwezenlijken. Er zijn thema’s en speerpunten benoemd en er zijn keuzes gemaakt. Evaluatie MijnDorp2030 en het MAT Binnen het college en de gemeenteraad van Tubbergen zijn in juni 2020 en mei 2021 heisessies gehouden over het bestaande proces rond MijnDorp2030 en het MAT. Er is gesproken over wat goed gaat en welke verbeterpunten er zijn. Dit is gebeurd op de onderdelen ‘proces’, ‘rolneming’, ‘inhoud’ en ‘financiën’. De toenmalige gemeenteraad heeft aangeven eerst in gesprek te willen met de inwoners, alvorens een besluit te nemen over de vervolgacties en aanpassing van de uitgangspunten. Deze gesprekken hebben plaatsgevonden in 2021. Groepjes raadsleden zijn aangesloten bij reguliere of speciaal ingelaste vergaderingen van de dorpsraden/overkoepelende werkgroepen MijnDorp2030. In februari 2022 vond een themasessie van de gemeenteraad over dit onderwerp plaats waarin de uitkomsten van de gesprekken met de dorpen ook zijn besproken. De uitkomsten hiervan zijn meegenomen in het overdrachtsdocument aan de nieuwe gemeenteraad (2022-2026). De samenvatting van de uitkomsten is te vinden in de bijlage 2. Coalitieakkoord 2022-2026 Voor de huidige periode 2022-2026 heeft de coalitie gekozen voor een meer traditioneel coalitieakkoord.

In dit coalitieakkoord is opgenomen dat de huidige aanpak van het MAT wordt herijkt. Het opdrachtgeverschap ligt hiervoor bij de gemeenteraad.

pagina 16

Bijlage 2: samenvatting opbrengst evaluatie MijnDorp2030/MAT Proces  Aan de voorkant duidelijke kaders en spelregels stellen;  Verwachtingen managen;  Aandacht voor wat op lange termijn van belang is voor een dorp;  Draagvlak voor een initiatief;  Evalueren van projecten en processen. Rolneming  Rollen concretiseren, doorleven en doorontwikkelen (rol van de raad, rol buur(t)mannen, rol kernwethouder);  Rol van de inwoner, tot hoever gaat deze? Wat kun je van inwoners verwachten?  MAT-proof organisatie in brede zin. Inhoud  Het goede gesprek voeren, meer sturen op inhoud, sociaal-maatschappelijke doelen;  Inhoudelijke kaders aan de voorkant stellen: wat kan men in welke mate verwachten? Prioriteiten stellen;  Complexere lange termijn projecten meer ondersteuning bieden;  Verbinding kernoverstijgende thema’s. Financiën  Inhoud staat voorop, geld is volgend;  Een grote portemonnee i.p.v.

apart potje MijnDorp2030;  Verschil tussen kernen mag er zijn;  Scherpere regels aan de voorkant / inkaderen;  Geen wensenlijstjes uit de dorpen, gesprek over doelen;  Goede plannen kunnen ondersteuning krijgen: “Bij een goed plan heb je de gemeente aan je zij”;  Bij plannen moeten we steeds de vraag stellen: “Hoe gaat dit ons helpen voor de lange termijn?” Niet alles is betaalbaar en nodig;  Ondersteuning bieden aan dorpen bij subsidieaanvragen;  Cofinanciering is subsidies elders en eigen werkzaamheid inwoners.

pagina 17

Bijlage 3: schematische weergave beoordeling maatschappelijk initiatief

pagina 18

Raadsvergadering 16 juli 2024

pagina 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1158/documents/24388