CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage omgevingsplan.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 24 september 2024, gemeente TubbergenBij agendapunt: 9: Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstraat 48 Tubbergen24.598 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-Omgevingsplan

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstraat 48 Tubbergen

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.0183.TAMGKTUBMOLENSTR48VG01

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstraat 48 Tubbergen

Inhoudsopgave Motivering

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Inleiding en aanduiding plangebied 1.2 Beoordelingskader en belangenafweging 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Leeswijzer

7 7 8 9 9

Hoofdstuk 2 Toekomstige situatie 2.1 Gewenste ontwikkeling 2.2 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving

11 11 12

Hoofdstuk 3 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege 3.1 Omschrijving gevraagde activiteiten 3.2 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege

13 13 13

Hoofdstuk 4 Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg, participatie en bindend adviesrecht 4.1 Visie en beleid voor het plangebied 4.2 Voorbereidingsfase / Verkenningsfase met stakeholders

15 15 24

Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 5.1 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.2 m.e.r.-beoordeling

27 27 27

5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13

29 30 32 33 35 37 37 39 39 40 41

Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren Milieubelastende activiteiten Soortenbescherming en gebiedsbescherming Luchtkwaliteit Geluid Geur Omgevingsveiligheid Trillingen Archeologie Bodem Waterbelang

Hoofdstuk 6

Financiele haalbaarheid

43

Hoofdstuk 7 Toelichting op de regels 7.1 Inleiding 7.2 Opzet regels

45 45 45

Bijlagen motivering Bijlage 1 Watertoets

49 50

Regels

55

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 2

Algemene bepalingen Begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen Toepassingsbereik

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstraat 48 Tubbergen

57 57 61 62

Hoofdstuk 2 Artikel 4 Artikel 5

Functies en gebiedsaanwijzingen Waarde - Archeologie Wonen

63 63 65

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Algemene regels voor activiteiten Anti-dubbeltelregel Ruimtelijke bouwactiviteiten Regels parkeren Planologische gebruiksactiviteiten Overige regels

69 69 70 71 72 73

Hoofdstuk 4 Artikel 11

Overgangsregels Overgangsrecht

75 75

Bijlagen bij regels Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten

77 78

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstra at 48 Tubbergen

3

4

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstraat 48 Tubbergen

Motivering

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstra at 48 Tubbergen

5

6

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstraat 48 Tubbergen

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Inleiding en aanduiding plangebied Aan de Molenstraat 48 in Tubbergen bevindt zich een voormalige huisartsenpraktijk. Door de verkoop van de voormalige huisartsenpraktijk is het maatschappelijk gebruik op de locatie aan de Molenstraat 48 in Tubbergen weggevallen. Op grond van het geldende omgevingsplan van rechtswege is het regulier bewonen van het pand niet mogelijk, aangezien het perceel is voorzien van de hoofdfunctie 'Maatschappelijk'. Om het voorgenomen bouwplan mogelijk te maken dient het omgevingsplan gewijzigd te worden. Voorliggend TAM-IMRO omgevingsplan is opgesteld om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Ligging Het plangebied is gelegen aan de Molenstraat 48 in de bebouwde kom van Tubbergen. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie L, perceelnummers 4437 en 8094 en heeft een gezamenlijke oppervlakte van 465 m2. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied in Tubbergen weergegeven.

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: PDOK viewer) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (met rode lijn omkaderd). In dit figuur is een luchtfoto weergegeven waarop het plangebied te zien is. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door de Molenstraat, aan de oostzijde en westzijde door woningen, en aan de zuidzijde door een bosstrookje dat de grens vormt met de buurt Veldwijk.

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstra at 48 Tubbergen

7

Figuur 1.2: Begrenzing plangebied (bron: Kadasterdata.nl )

1.2 Beoordelingskader en belangenafweging 1.2.1

Beoordelingskader

De taak om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ligt primair bij de gemeente. De beleidsruimte van de gemeente wordt op verschillende manieren ingekaderd. De belangrijkste zijn de instructieregels van het Rijk en de provincie. Op basis van artikel 8.0b lid 1 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de volgende regels en instructies van toepassing: de instructieregels van hoofdstuk 5 van het Bkl; de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; eventuele andere instructies van het Rijk en provincie. 1.2.2

Belangenafweging

In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn niet alleen de in het Bkl geregelde milieu aspecten beoordeeld, maar zijn alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu beoordeeld. De evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit plangebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijzen zijn afgewogen. Initiatiefnemer wenst de gevraagde activiteiten te realiseren. De gemeente wenst de doelen uit haar beleid te verwezenlijken. De belangen van de omwonenden zijn gelegen in een goed woon- en leefklimaat. De omliggende bedrijven hebben belang bij een ongehinderde bedrijfsvoering en een goed werkklimaat. Belangenafweging De raad heeft bij het bepalen om het omgevingsplan wel of niet te wijzigen beleidsruimte of een bepaalde ontwikkeling met de daarbij behorende functies en maatvoeringen vanuit het oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar is. Een dergelijk besluit is immers in belangrijke mate afhankelijk van de inzichten die bij de raad bestaan over de wenselijk geachte ontwikkelingen in het projectgebied. Verder mag het project niet in strijd zijn met de instructie(regels)s van het Rijk en de provincie.

Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijzen worden afgewogen.

8

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstraat 48 Tubbergen

Zoals uit de hierna opgenomen hoofdstukken blijkt draagt het project bij aan de visie en beleid die de gemeente voor dit projectgebied heeft en blijkt dat wordt voldaan de instructieregels van het Rijk en provincie. In de voorbereidingsfase heeft bestuurlijke afstemming plaatsgevonden. Provincie en het waterschap zijn akkoord met het project. Verder is het project afgestemd met omwonenden en heeft initiatiefnemer daarvan een verslag overgelegd. Voorts zijn in hoofdstuk 5 de ruimtelijk relevante aspecten voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit afgewogen. Gelet op het vorengaande is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Gelet op alle aspecten die zijn afgewogen en de belangen van omwonenden, levert de wijziging van het omgevingsplan geen onaanvaardbare aantasting van deze belangen op. De wijziging is evenwichtig en geschikt om het project te realiseren.

1.3 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige TAM-IMRO omgevingsplan 'TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstraat 48 Tubbergen' bestaat naast deze motivering uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.0183.TAMGKTUBMOLENSTR48-VG01); Bijlagen bij de motivering; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.4 Leeswijzer De toelichting van het omgevingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleids- en wettelijke kader van het rijk, provincie en de gemeente. In hoofdstuk 4 worden de omgevingsaspecten belicht. In hoofdstuk 5 wordt het omgevingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op het kostenverhaal en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstra at 48 Tubbergen

9

10

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstraat 48 Tubbergen

Hoofdstuk 2

Toekomstige situatie

2.1 Gewenste ontwikkeling 2.1.1

Ontstaansgeschiedenis Tubbergen

Het dorp Tubbergen is een esdorp dat is ontstaan uit een concentratie van boerderijen aan de rand van de es bij een knooppunt van samenkomende regionale wegen. Langs deze wegen heeft zich in de loop der tijd, en dan met name de huidige Grotestraat, een min of meer gesloten lint van bebouwing gevormd. Deze bebouwing bestond naast boerderijen uit ambachtelijke bedrijven, een kerk en pastorie en een school. 2.1.2

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen aan de Molenstraat 48 in de bebouwde kom van Tubbergen. In het plangebied is een voormalige huisartsenpraktijk gevestigd. De huisartsenpraktijk is inmiddels verkocht. De maatschappelijke functie van de gronden is daarmee weggevallen. De inrichting van het pand is echter ongewijzigd. Voor het pand waarin de huisartsenpraktijk is gevestigd is een parkeerplaats met vier parkeerplaatsen gesitueerd. Zuidelijk van de huisartsenpraktijk is een bijgebouw gesitueerd. Ten oosten, grenzend aan de planlocatie, ligt een onbebouwd perceeltje met gazon, waarop een woonfunctie rust. Ook dit perceel is in eigendom van de initatiefnemer. In figuur 2.1 is een vooraanzicht van het plangebied weergegeven. In de directe omgeving van het plangebied is het aanbod van functies vrij monotoom en bestaat hoofdzakelijk uit de functie wonen. Daarbij dient te worden opgemerkt dat ten zuiden van het plangebied de wijk 'Veldwijk' is gelegen. Deze woonwijk wordt omringd door een strook bestaande uit bomen en struiken met de functie bos. Ten zuidwesten van deze wijk bevinden zich enkele bedrijventerreinen.

Figuur 2.1: Aanzicht voormalige huisartsenpraktijk (bron: Google Maps, mei 2022).

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstra at 48 Tubbergen

11

2.1.3

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer is voornemens de functie 'Maatschappelijk' te wijzigen naar de functie 'Wonen', hiermee wordt het regulier bewonen van de huidige voormalige huisartspraktijk mogelijk gemaakt. Het pand wordt inpandig verbouwd, om deze geschikt te maken voor de functie wonen. Met het oog op mogelijke verbouw en het bieden van een duurzaam woon en leefklimaat, nu en in de toekomst, wordt door middel van dit plan alvast geregeld dat de maximale goot- en bouwhoogte worden vergroot, waarbij wordt aangesloten bij de maatvoering van de andere woningen in de straat. Voor het grootste gedeelte van de omliggende woningen geldt een maximum goothoogte van 6 meter en een bouwhoogte van 10 meter. Deze hoogtes worden ook opgenomen als maximale goot- en bouwhoogte voor deze locatie. Ten oosten en aangrenzend aan het gebied met maatschappelijke functie, ligt een onbebouwd perceeltje met gazon, waarop reeds een woonfunctie rust. Hierop wordt een gedeelte van de oprit gerealiseerd.

2.2 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving Ruimtelijke structuur Tubbergen De Grotestraat was reeds verhard rond 1855, terwijl het overige wegenpatroon voornamelijk bestond uit zandwegen die een verbinding vormden met de omliggende buurtschappen. De belangrijkste wegen betroffen destijds de weg naar Geesteren en Langeveen (de huidige Hardenbergerweg) en de Reutummerweg. Tussen deze wegen ontstonden (korte) verbindingswegen waar zich incidenteel weer agrariërs vestigen. Een voorbeeld van een dergelijke weg betreft de Molenstraat. In de huidige ruimtelijke structuur van Tubbergen is deze historisch gegroeide radiale wegenstructuur, waarbij de van oudsher voorkomende wegen uit verschillende richtingen bijeenkomen in het centrum, nog goed herkenbaar. De bebouwing in en rondom het centrum vormt de oudste bebouwing van de kern, voor zover hier geen herontwikkeling heeft plaatsgevonden. De bebouwing heeft zich voornamelijk ontwikkeld langs de oude dorpslinten of aftakkingen hiervan. Na de ontwikkeling van de schil rondom het centrum zijn, met name na 1950, nieuwe woonbuurten ontwikkeld. In eerste instantie heeft de woonbebouwing zich in zuidelijke richting uitgebreid. Latere uitbreidingen hebben met name plaatsgevonden in noordoostelijke en oostelijke richting.

De woonbuurten binnen de kern zijn over het algemeen planmatig opgezette uitbreidingswijken met een homogeen bebouwingskarakter. Functionele structuur Tubbergen De functie wonen is de meest voorkomende functie binnen de kern Tubbergen. Het wonen vindt verspreid binnen de kern plaats. Het wonen in het centrum bestaat naast enkele verspreid liggende woonpercelen en relatief kleine woonstraten uit woonappartementen boven voorzieningen. Buiten het centrum zijn de grotere en ruimer opgezette woonwijken gelegen waarbij het wonen zich met name concentreert.

12

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstraat 48 Tubbergen

Hoofdstuk 3 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege In deze paragraaf wordt het initiatief (de vergunningplichtige omgevingsplanactiviteit(en)) getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege, bestaande uit: Bestemmingsplannen, wijzigingsplannen Hoofdstuk 22 Bruidsschat Hogere waarden besluiten indien van toepassing Gemeentelijke verordeningen indien van toepassing

3.1 Omschrijving gevraagde activiteiten Het initiatief heeft betrekking op het afwijken van het gebruik van bouwwerken en de regels voor ruimtelijk bouwen. Bij het gebruiken van een bouwwerk gaat het om het feitelijk gebruik van het bouwwerk. Regels in het omgevingsplan over ruimtelijke bouwactiviteiten gaan over of een bouwwerk op een locatie gebouwd mag worden en zo ja, onder welke randvoorwaarden (bijvoorbeeld bouwhoogte).

3.2 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege Het plangebied maakt onderdeel uit van het zogenoemde omgevingsplan van rechtswege. Elke gemeente heeft met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 een omgevingsplan van rechtswege, welke bestaat uit een tijdelijk en nieuw deel. Het tijdelijke deel van het omgevingsplan bestaat uit: (ruimtelijke) regels uit verschillende vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen; rijksregels over activiteiten (aangeduid als de bruidsschat). Het nieuwe deel van het omgevingsplan is eerst nog leeg, met uitzondering van eventuele voorbereidingsbesluiten op basis van het overgangsrecht. De regels in het nieuwe deel komen deels tot stand door bestaande regels uit het tijdelijk deel om te zetten naar het nieuwe deel. Daarnaast neemt de gemeente in het nieuwe deel nieuwe regels op voor ruimtelijke ontwikkelingen en beleid. Het wijzigingen/vaststellen van het nieuwe deel van het omgevingsplan kan ook thematisch gebeuren. Deze overgangsfase duurt tot eind 2031. Op grond van het omgevingsplan van rechtswege geldt voor het plangebied de hoofdfunctie 'Maatschappelijk', zie hieronder een uitsnede van het planologisch kader.

Figuur 3.1: Uitsnede omgevingsplan van rechtswege (bron: ruimtelijkeplannen.nl/Omgevingsloket 'Regels op de kaart') De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn in eerste instantie aangewezen voor de functie maatschappelijke voorzieningen met daaraan onderschikt parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, wegen en paden, tuin erven en terreinen en tot slot water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van afvoer TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstra at 48 Tubbergen

13

en berging en infiltratie van hemelwater. Voor wat betreft de bouwregels geldt dat gebouwen uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van maatschappelijke voorziening. Gebouwen mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken gebouwd worden, waarbij geldt dat de goot- en bouwhoogte van het gebouw maximaal 3 m respectievelijk 7 m mag bedragen. Het geldende omgevingsplan van rechtswege biedt op basis van de gebruiks- en bouwregels geen mogelijkheden om het regulier wonen van de voormalig huisartsenpraktijk mogelijk te maken. Een herziening van het omgevingsplan is noodzakelijk. Met oog op mogelijke verbouw en het bieden van een duurzaam woon en leefklimaat, nu en in de toekomst, wordt qua goot- en bouwhoogte (6m, 10m) aangesloten bij de naastgelegen woningen. Voorliggend TAM-IMRO omgevingsplan maakt de voorgenomen ontwikkeling mogelijk. In dit omgevingsplan wordt aangetoond dat het plan voldoet aan de vereisten van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

14

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstraat 48 Tubbergen

Hoofdstuk 4 Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg, participatie en bindend adviesrecht 4.1 Visie en beleid voor het plangebied 4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie Het huidige woningtekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad (vooral in en bij de stedelijke regio’s) in een fijne, leefbare omgeving. Tussen 2019 en 2035 moet de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen worden vergroot. De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het Rijk is systeemverantwoordelijk.

Het is de rol van het Rijk om de kaders te stellen, te stimuleren, eventueel te sanctioneren, waar nodig middelen ter beschikking te stellen – bijvoorbeeld via de huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek of de regeling woningbouwimpuls voor gemeenten – en met gemeenten en provincies samen te werken om (bovenlokale, inclusief grensoverschrijdende) knelpunten op te lossen en realisatie van de nationale belangen te waarborgen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de herontwikkeling van een maatschappelijke voorziening (huisartsenpraktijk), waarbij het pand inpandig wordt verbouwd, zodat het pand regulier bewoond kan worden. Zoals is beschreven ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving en de woningvoorraad bij de gemeenten en provincies. In de navolgende paragrafen wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan het provinciale- en gemeentelijke beleid. Daarin wordt aangetoond dat het plan past binnen het provinciale- en gemeentelijke beleid ten aanzien van wonen. Concreet voorziet het plan in de lokale woonbehoefte. Daarmee past het plan binnen de prioriteiten van de NOVI en kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstra at 48 Tubbergen

15

4.1.2

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel 2024

4.1.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel en heeft een wettelijke basis in de Omgevingswet. In de omgevingsvisie bekijken we onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van onze leefomgeving. Ons beleid voor de fysieke leefomgeving staat primair in dienst van de sociaal-economische ontwikkeling van Overijssel. Ontwikkeling die nodig is om Overijssel toekomstbestendig te houden. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 4.1.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren.

Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening richt zich - net zo breed als de Omgevingsvisie Overijssel - op de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. Dit betekent dat regels worden gesteld op het gebied van de ruimtelijke ordening, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, landschappen, natuur en cultureel erfgoed. Daarmee geeft de provincie invulling aan de opdracht van artikel 2.6 van de Omgevingswet om één omgevingsverordening vast te stellen met daarin alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving in Overijssel. 4.1.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn.

In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn normstellend en betreffen randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.

De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie of 16

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstraat 48 Tubbergen

omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Onder gebiedskenmerken worden de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype verstaan, die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

Figuur 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. De generieke beleidskeuzes zijn bepalend voor de vraag of een initiatief mogelijk is. Hieronder wordt het plan getoetst aan de relevante artikelen uit de Omgevingsverordening Overijssel 2024. Artikel 4.5 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Omgevingsplannen maken alleen extra ruimtebeslag voor stedelijke functies in de Groene Omgeving mogelijk aansluitend op bestaand bebouwd gebied en als aannemelijk gemaakt is dat: a. er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied; b. de ruimte binnen het bestaand bebouwde gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en transformatie; en c. mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: Volgens de Omgevingsverordening Overijssel 2024 wordt de Groene omgeving aangemerkt als: "dat deel van de TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstra at 48 Tubbergen

17

fysieke leefomgeving waarvan de gronden niet vallen binnen bestaand bebouwd gebied". Hierbij wordt onder bestaand bebouwd gebied verstaan: "de gronden binnen steden en dorpen die benut worden voor stedelijke functies op grond van een geldend omgevingsplan en op grond van een (voor)ontwerp voor zover de provincie daarover een positief advies heeft uitgebracht in het kader van het vooroverleg". Een stedelijke functie wordt in de Omgevingsverordening aangemerkt als "functies van steden en dorpen zoals wonen, bedrijvigheid, detailhandel, horeca, maatschappelijke, educatieve, culturele en religieuze voorzieningen met de bijbehorende infrastructuur, stedelijk water en stedelijk groen". In voorliggend plan is sprake van een stedelijke functie op gronden die in de huidige situatie al benut kunnen worden voor stedelijke functies. Van (extra) ruimtebeslag op de Groene Omgeving is daarom geen sprake. Daarmee voldoet de ontwikkeling aan dit beleidsprincipe.

Artikel 4.6 (Toekomstbestendigheid) In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt, anders dan voor tijdelijk gebruik, waarvan aannemelijk is dat die toekomstbestendig zijn en dus: a. de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; b. duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; en c. ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben. Doorwerking voor voorliggend plan: Met dit plan wordt leegstand voorkomen en krijgt het pand een nieuwe toekomstbestendige invulling waar volgende generaties ook gebruik van kunnen maken. Artikel 4.14 Woonafspraken Lid 1: Omgevingsplannen staan alleen toe dat nieuwe woningen worden gerealiseerd als de bouw van deze woningen past binnen de geldende woonafspraken, zoals deze zijn gemaakt door de regio en vastgelegd in bestuurlijke afspraken tussen provincie en gemeenten. Doorwerking voor voorliggend plan: Deze ontwikkeling is passend binnen de gemeentelijk woonvisie en binnen de woonafspraken zoals overeengekomen met de provincie Overijssel. Voorliggend plan voorziet in inbreiding en de transformatie van een maatschappelijke functie in een woonfunctie binnen de kern Tubbergen.

De transformatie van de voormalige dokterspraktijk draagt bij aan het vergroten van het aanbod betaalbare woningen en voorziet in lokale woonbehoefte. Derhalve is het voorliggend omgevingsplan in overeenstemming te achten met artikel 4.14 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In figuur 4.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

18

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstraat 48 Tubbergen

Figuur 4.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omlijnd (bron: provincie Overijssel) Het plangebied behoort binnen de Omgevingsvisie Overijssel tot het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken': Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten).

Voorliggende ontwikkeling betreft het mogelijk maken van een woonfunctie, binnen bestaand stedelijk gebied, buiten de stedelijke netwerken, voor de lokale behoefte aan wonen. De tranformatie van de maatschappelijke bestemming zorgde bovendien dat de buurt waarin het plangebied is gelegen vitaal en aantrekkelijk wordt gehouden. De plannen van de initiatiefnemer doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor andere functies in de omgeving. Het initiatief is passend in het ontwikkelperspectief. Gebiedskenmerken Stedelijke laag De stedelijke laag kent het kenmerk 'Woonwijken 1955 - nu' aan het gebied toe. In figuur 4.3 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven. De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Herstructurering van naoorlogse wijken is een belangrijke opgave voor vitale steden. De wijken van na de oorlog behouden hierbij hun eigen karakter.

Ook al neemt bij herstructurering het bebouwd oppervlak in de wijken door meer grondgebonden woningen toe, er blijft collectieve ruimte tussen de bouwblokken. Als ontwikkelingen plaats vinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstra at 48 Tubbergen

19

grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar.

Figuur 4.3: stedelijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Toets Middels de voorgenomen ontwikkeling wordt de huidige gebruiksfunctie gewijzigd, zodat de huisartsenpraktijk kan worden gebruikt als reguliere woning. Voorliggend plan heeft betrekking op transformatie van bestaande bebouwing waarbij als gevolg van wijziging van de gebruiksfunctie geen bouwwerkzaamheden aan de buitengevels worden verricht. De tranformatie van het plangebied draagt bij aan het vitaal houden van na oorlogse wijken. Het bestaande bebouwingskarakter wordt daardoor niet aangetast. Daarmee kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling past binnen de kenmerken van de Stedelijke laag. Gezien de ligging van het plangebied in de bebouwde kom van Tubbergen zijn de natuurlijke laag, en de laag van het agrarisch cultuurlandschap buiten beschouwing gelaten. De 'Laag van de beleving' heeft binnen het plangebied geen specifieke kenmerken en blijven daarom verder buiten beschouwing. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende TAM IMRO omgevingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. 4.1.3

Omgevingsvisie Tubbergen

De gemeenteraad van de gemeente Tubbergen heeft op 31 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Tubbergen, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Tubbergen en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: We doen het samen; We geven het goede voorbeeld; We wentelen niet af op volgende generaties; We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente wil kernen waar het lekker wonen is. Waar bedrijvigheid is en waar mensen werk kunnen vinden. Maar vooral ook kernen waar ruimte is om elkaar te ontmoeten en om samen te komen. Inwoners zien hun leefomgeving veranderen. Het wordt moeilijker om voorzieningen in stand te houden. Dit geldt voor winkels, 20

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstraat 48 Tubbergen

horeca, kerken, kultuurhuizen, sportvoorzieningen en scholen. Aan de andere kant ontstaan er ook nieuwe plannen en combinaties van functies van onderop die kernen juist krachtiger maken. Van oudsher zijn inwoners van de kernen gewend om de leefbaarheid van hun omgeving in eigen hand te nemen en te zorgen dat het er goed toeven is. Het versterken van de leefbaarheid van de kernen wordt door inwoners en gemeente via MijnDorp al langer samen opgepakt. Speerpunten: Voldoende voorziening Aantrekkelijk wonen Ruimte voor ondernemen Leefbare openbare ruimte. Voor dit plan is met name het speerpunt 'aantrekkelijk wonen' van belang. Het aantal en de soort woningen in een kern passen bij de vraag. Inwoners moeten voor hun woning zoveel mogelijk in hun eigen gemeente terecht kunnen. De gemeente vindt het belangrijk dat woningen voor elke doelgroep bereikbaar en toegankelijk zijn. De gemeente wil graag binnen de grenzen van een kern bouwen. In de meeste gevallen gaat het om plekken die verbeterd moeten worden of plekken waarvan de bestaande functie vervalt. Hierbij kan worden gedacht aan het verdwijnen van een bedrijf, het sluiten van een kerk of het slopen van oude woningen. Als er binnen de kern geen plekken zijn om te bouwen, wordt er gekeken naar bouwmogelijkheden aan de rand van een kern. Kernen zijnverschillend in de behoefte aan woningen.

Er is verschil in hoeveel en welk soort woningen nu nodig en gewenst zijn en wat de vraag over 15 jaar is. Huidige knelpunten zijn bijvoorbeeld betaalbare woningen voor starters en woningen voor ouderen. De gemeente probeert er voor te zorgen dat het aanbod van woningen daarop aansluit. Hierbij houdt het de behoeften op de lange termijn en de bestaande voorraad in het oog. Toets Om te zien wat in de omgeving belangrijk is, heeft de gemeente Tubbergen een waardenkaart opgesteld. Het projectgebied ligt volgens de waardenkaart in het donkergrijze gebied 'Kernen met een woon- en centrumfunctie'. Bij dit gebied horen de volgende waarden: 1. kernen met kleinschalige woonbebouwing aan de randen en dichtere en soms ook middelhoge bebouwing in het hart; 2. kernen met belangrijke voorzieningen zoals winkels, horeca, sportvoorzieningen, zorg, pinmogelijkheden; 3. aanwezigheid van ontmoetingsplekken in het bijzonder in de omgeving van voorzieningen; 4. (verbindingen met) de groene omgeving; 5. in veel gevallen een kerk als belangrijk gebouw in het silhouet van de kern; 6. tevens is er op enkele plekken karakteristieke bebouwing aanwezig.

Bij ontwikkelingen binnen dit gebied kan worden ingespeeld op: de opzet van dorpen met compacte bebouwing en ontmoetingsplekken in het dorpshart en lagere woonbebouwing aan de randen; behoud van (het zicht op) de kerk en de beleefbaarheid van karakteristieke bebouwing; mogelijkheden om te ontmoeten; concentratie van de publieksgerichte functies; voldoende vestigingsmogelijkheden voor bedrijven en ondernemers passend binnen het aanbod van de kern; de verbindingen met de groene omgeving; vasthouden van water.

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstra at 48 Tubbergen

21

Figuur 4.4: Doorsnede waardenkaart (bron: gemeente Tubbergen) De locatie is gelegen in de bebouwde kom van Tubbergen, zie ster in figuur 4.4. De gemeente wil graag binnen de grenzen van de kernen bouwen. Daarbij kan gedacht worden aan plekken die verbeterd moeten worden of plekken waarvan de bestaande functie vervalt. Voorliggend plan betreft de functiewijziging van een locatie waarvan de bestaande functie is vervallen, zodat regulier wonen mogelijk kan worden gemaakt. De gebruiksmogelijkheden van het bestaande pand nemen hierdoor toe. Met deze ontwikkeling blijft de huidige opzet van het dorp behouden en wordt de beleefbaarheid van karakteristieke bebouwing niet aangetast. De voorgenomen ontwikkeling past daarmee binnen de uitgangspunten van de omgevingsvisie van de gemeente Tubbergen. 4.1.4

Woonvisie 2021+ gemeente Tubbergen

Op 21-7-21 is door de gemeenteraad van Tubbergen de Woonvisie 2021+ vastgesteld. De woonvisie beschrijft de koers die de gemeente Tubbergen de komende jaren wil varen. Hierbij houdt het voldoende flexibiliteit om tussentijds bij te sturen, mochten de ontwikkelingen op de woningmarkt daarom vragen. Hiervoor zetten het een monitoringssysteem op. Indien nodig zullen ingezette maatregelen tussentijds geëvalueerd en aangepast worden door de Woonvisie te wijzigen of aan te vullen, zodat het aansluit bij de actuele woningbehoefte en vraagstukken op de woningmarkt. De komende jaren wil de gemeente Tubbergen voldoende woningen bouwen om te voorzien in de verwachte vraag. Om dat te bewerkstelligen is het ten eerste zaak om goed inzicht te hebben in die verwachte woningvraag. De afgelopen vijf jaar is het aantal huishoudens in Tubbergen gegroeid met ongeveer +300. Deze groei is mede tot stand gekomen door een positief binnenlands migratiesaldo. Er vestigden zich meer mensen in Tubbergen vanuit andere gemeenten, dan er vertrokken. De gemeente gaat uit van een woningbehoefte van 640 woningen voor de periode 2020-2030. Gezien de huidige druk op de markt willen het deze woningbouwopgave zoveel mogelijk de komende vijf jaar realiseren. Inbreiding krijgt prioriteit boven uitbreiding.

In overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking gaan we de nieuwbouwopgave zoveel mogelijk binnen de bebouwde kom op inbreidingslocaties realiseren. Op die manier blijft het buitengebied zo groen mogelijk. In Provinciaal verband (Regionale Woonagenda) is al aangegeven dat voor inbreidingsplannen de komende jaren geen kwantitatieve limiet wordt gesteld. Wel moeten deze plannen kwalitatief getoetst worden. In een aantal kernen zijn de mogelijkheden voor inbreiding beperkt. Bijvoorbeeld omdat inbreiding te zeer ten koste gaat van het dorpse- en landelijke karakter, of omdat er niet of nauwelijks inbreidingslocaties voorhanden zijn. Daarom zet de gemeente zich in om er voor te zorgen dat het ook in de toekomst mogelijk blijft om -uiteraard zo zorgvuldig mogelijk- potentiële locaties aan de randen van de bebouwde kom te benutten.

22

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstraat 48 Tubbergen

Het geactualiseerde Kwaliteitskader zal richtinggevend zijn voor nieuwe woningbouwontwikkelingen, maar is niet in beton gegoten. Plannen die hier enigszins van afwijken maar toch een goede onderbouwing kunnen geven van de wijze waarop zij voorzien in de lokale behoefte kunnen eveneens in aanmerking komen voor realisatie. Naast reguliere nieuwbouw kan transformatie van leegstaand vastgoed een mogelijkheid zijn om het aanbod aan betaalbare (koop)woningen voor starters te vergroten. Te denken valt aan herbestemming van leegstaande winkel- of bedrijfspanden tot woonruimte en de verkoop van sociale huurwoningen. Naast de nieuwbouwopgave is het ook van belang dat de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad op peil wordt gehouden. Daarbij gaat het onder andere om het verduurzamen van woningen en het aanpassen van woningen zodat mensen met een zorgvraag langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Toets Inbreiding krijgt prioriteit boven uitbreiding. Voorliggend plan voorziet in inbreiding en de transformatie van een maatschappelijke functie in een woonfunctie binnen de kern Tubbergen. De transformatie van de voormalige dokterspraktijk draagt bij aan het vergroten van het aanbod betaalbare woningen en voorziet in lokale woonbehoefte. Daarmee voldoet het plan aan de Woonvisie van de gemeente Tubbergen. 4.1.5

Nota Inbreidingslocaties gemeente Tubbergen 2016

Op 25 januari 2016 heeft de gemeenteraad van de gemeente Tubbergen de 'beleidsnota inbreidingslocaties gemeente Tubbergen 2016, transformatie en herstructurering in de nieuwe werkelijkheid' vastgesteld. Aanleiding van vaststelling van de nota en herziening van het beleid is wijziging van de ruimtelijke regelgeving, een toenemende leegstand en demografische ontwikkelingen. De nota is van toepassing op aanvragen voor kleinschalige woningbouw in bestaand stedelijk gebied (inbreidingslocaties). Beleid op inbreidingslocaties geeft kansen voor verbetering en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Prioriteit wordt toegekend aan aanvragen die betrekking hebben op de benutting van locaties voor herstructurering of transformatie. De nota biedt onder meer een handreiking voor de toetsing van dergelijke aanvragen en er worden enkele prioriteiten aangereikt voor de te maken keuze. In uitzonderingssituaties kan ook medewerking worden verleend aan het bouwen op een lege plek. Voor uitleg van het begrip “kleinschalig” wordt aangesloten bij de actuele stand van de jurisprudentie met betrekking tot de toepassing van de zogeheten Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening).

De ontwikkeling wordt getoetst aan bestaande beleid zoals de omgevingsvisie en de woonvisie en artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking). Bebouwing op inbreidingslocaties is alleen acceptabel als de bebouwing vanuit stedenbouwkundige overwegingen als logisch beschouwd kan worden, als het iets toevoegt aan de ruimtelijke situatie of als er aantoonbaar sprake is van een verbetering van de bestaande situatie. Plannen die betrekking hebben op een van de volgende situaties komen in aanmerking: 1. de sanering van een (milieuhinderlijk) bedrijf uit de woonomgeving; 2. het vervangen van een reeds langer leegstaande gebouw zoals een horecapand, winkelpand of schoolgebouw; 3. Het oplossen van een stedenbouwkundig ongewenste situatie; 4. Het bijdragen aan het realiseren van gemeentelijk beleid, zoals opgenomen in een Structuurvisie, Woonvisie of bestemmingsplan. Toets Bebouwing op inbreidingslocaties is alleen acceptabel als de bebouwing vanuit stedenbouwkundige overwegingen als logisch beschouwd kan worden, als het iets toevoegt aan de ruimtelijke situatie of als er aantoonbaar sprake is van een verbetering van de bestaande situatie. Zoals in de Ladder vastgesteld is hier sprake van een kleinschalige ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen de bebouwde kom en binnen bestaand bebouwd gebied.

De gronden zijn onderdeel van een maatschappelijke bestemming. Het betreft een bestaand pand dat werd gebruikt als huisartsenpraktijk. Derhalve zijn situaties 2 en 4 van toepassing. Door deze functie te wijzigen in een woonfunctie kan bestaand maatschappelijk vastgoed worden hergebruikt en wordt leegstand voorkomen door het wijzigen naar een toekomstbestendige functie. Voorliggend plan voorziet in inbreiding en de transformatie van een maatschappelijke functie in een woonfunctie binnen de kern Tubbergen. De ontwikkeling levert daarmee een bijdrage aan het gemeentelijk beleid, waaronder de omgevingsvisie en de woonvisie. TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstra at 48 Tubbergen

23

4.2 Voorbereidingsfase / Verkenningsfase met stakeholders In de voorfase is er sprake geweest van een principeverzoek waarop het college een principe-uitspraak heeft gedaan. De gemeente heeft aangeven in principe medewerking te willen verlenen aan het verzoek. 4.2.1

Provinciaal vooroverleg

Als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het wettelijke vooroverleg (op basis van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening) vervallen. Echter is er wel een algemeen artikel opgenomen waarin staat dat bestuursorganen onderling moeten afstemmen (artikel 2.2 Ow). In dat kader wordt het vooroverleg door de verschillende bestuursorganen alsnog gehanteerd. Provincie Overijssel vooroverleg niet noodzakelijk De provincie Overijssel heeft in april 2023 een uitzonderingslijst opgesteld van ruimtelijke initiatieven waarvoor geen vooroverleg (voorkantsamenwerking) noodzakelijk is. Het plan valt onder categorie Woningbouw in bestaand bebouwd gebied, waardoor vooroverleg niet nodig is. Waterschap Vechtstromen Op 6-3-24 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. Deconclusie van die digitale toets is dat het waterschap een positief advies geeft. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg. 4.2.2

Participatie omgeving

Op grond van artikel 10.2 lid 2 van Omgevingsbesluit geldt een participatieverplichting bij het vaststellen van een wijziging van het omgevingsplan. In het vaststellingsbesluit moet staan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat met de resultaten gedaan is. De gemeenteraad heeft het beleid 'Inwonersparticipatie' vastgesteld en daarin is een 'Checklist Aan de slag met inwonersparticipatie' opgenomen. Beschrijving van de wijze van participatie, de keuze waarom voor deze wijze van participatie is gekozen en wat het resultaat hiervan is: De mate waarin mensen worden betrokken bij een plan moet in verhouding staan tot het effect dat het bouwplan op de omgeving kan hebben. Over het algemeen geldt: hoe groter en uitgebreider het plan, hoe belangrijker participatie. Voorliggend initiatief is betrekkelijk klein van aard en heeft niet zo veel effect op de omgeving en vraagt dus om beperkte participatie. Voor voorliggend initiatief heeft de initiatiefnemer met de directe buren gesproken om hen te informeren over het initiatief, waarin zij aangeven geen bezwaren te hebben tegen het initiatief. 4.2.3

Bindend adviesrecht gemeenteraad

De raad heeft op grond van artikel 16.15 onder a en b van de Omgevingswet bepaald in welke gevallen een bindend advies van de gemeenteraad is vereist. Het gaat om de volgende gevallen: Een toevoeging van een woning in het buitengebied; (Verplaatsing van) bebouwing op meer dan 30 meter buiten het bouwvlak; (Het uitbreiden van) niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied; De vestiging van een intensief veehouderijbedrijf; Duurzame energievoorzieningen, zoals bijvoorbeeld: 1. zonneveld voorzover groter dan 50m2; 2. windturbine/-molen voorzover hoger dan 25 meter; 3. biomassavergistingsinstallatie voorzover niet uitsluitend bedrijfseigenmest wordt verwerkt Antenne-installatie voorzover hoger dan 40 meter; Grootschalige infrastructurele (kunst)werken; De opvang van vluchtelingen en/of asielzoekers. Dit plan betreft geen geval waarvoor bindend adviesrecht is vastgesteld 4.2.4

Zienswijzen

Binnen 6 weken vanaf het moment van terinzagelegging van het ontwerp-omgevingsplan kan iedereen zienswijzen inbrengen. Dit kan schriftelijk of mondeling. Het ontwerp-omgevingsplan heeft met ingang van 19 juni 2024 voor een periode van zes weken ter inzage 24

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstraat 48 Tubbergen

gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit omgevingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn geen zienswijzen binnengekomen.

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstra at 48 Tubbergen

25

26

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstraat 48 Tubbergen

Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke manier bij de voorgenomen activiteiten rekening is gehouden met diverse aspecten uit de fysieke leefomgeving om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.1 Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Artikel 5.129g, tweede lid, Bkl behelst een motiveringseis en vraagt om explicitering van gemaakte keuzes. Voor het maken en onderbouwen van die keuzes is zo nodig, op grond van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), onderzoek geboden waarbij de nodige kennis wordt vergaard omtrent de behoefte aan de in het project voorziene nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met de uitkomsten daarvan dient in het omgevingsplan of de BOPA rekening te worden gehouden.

Artikel 5.129g, tweede lid, Bkl is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen, maar bewerkstelligt dat de wens om in een nieuwe stedelijke ontwikkeling te voorzien aan de hand van het toetsingskader van dit artikellid nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied en met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. Deze bepaling schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling (uitspraken van 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1421 (Hengelo) en van 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2579 (Eindhoven). Stedelijke ontwikkeling Het plan voorziet in de wijziging van de functie 'Maatschappelijk' in een functie 'Wonen', zodat hier regulier gewoond kan worden. Daarbij worden alleen inpandige werkzaamheden uitgevoerd aan het pand. Op grond van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 16 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2921) wordt de realisatie van 11 woningen niet aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is.

De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. Gelet op hetgeen wordt aangevraagd is geen (functies en bouwmogelijkheden) sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Conclusie De instructieregel is niet van toepassing. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is beoordeeld of er sprake is van een behoefte. Dat er sprake is van een behoefte blijkt uit paragraaf 4.1.4, waar de toets aan de woonvisie heeft plaatsgevonden.

5.2 m.e.r.-beoordeling Met de Omgevingswet verandert de grondslag van de milieueffectrapportage (mer). Afdeling 16.4 van de Omgevingswet bevat de regelgeving over milieueffectrapportage. De uitwerking ervan staat in hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit. De regels voor de milieueffectrapportage (mer) staan in afdeling 16.4 van de Omgevingswet. De uitwerking ervan staat in hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit. Het gaat hier om de implementatie van 2 richtlijnen: de EU-richtlijn mer (mer-richtlijn): richtlijn over de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en private projecten de EU-richtlijn voor strategische milieubeoordeling (smb-richtlijn): richtlijn over de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's De regels schrijven voor bepaalde plannen, programma's en projecten een zogenoemde milieubeoordeling voor. Deze mer-procedure gaat vooraf aan het nemen van een besluit over het vaststellen van het plan of het toestaan van een project. TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstra at 48 Tubbergen

27

In een aantal situaties is het mogelijk om een plan-mer-beoordeling te doen in plaats van een milieueffectrapportage. Voor een plan-mer-plicht gelden de volgende eisen: De eerste eis is dat het moet gaan om een wettelijk of bestuursrechtelijk voorgeschreven plan of programma (artikel 16.34, eerste lid Omgevingswet). In de Omgevingswet is opgenomen dat een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing aan die vereisten voldoen. De tweede eis is dat het plan of programma een kader vormt voor besluiten voor mer-(beoordelings)plichtige projecten (artikel 16.36 Omgevingswet) of dat er een passende beoordeling voor een plan of programma nodig is. In kolom 1 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn de mer-(beoordelings)plichtige projecten opgenomen. De inhoud van een plan bepaalt mede de eventuele mer-plicht. In een aantal gevallen is het ecther mogelijk om eerst een plan-mer- beoordeling te doen. Uit een plan-mer-beoordeling blijkt of het plan of programma aanzienlijke milieueffecten heeft. Als dat niet het geval is, kan een plan-milieueffectrapportage achterwege blijven. Een plan-mer-beoordeling kan in de volgende twee situaties aan de orde zijn: 1. Het plan is kaderstellend voor projecten die milieueffecten kunnen hebben, maar het gaat om projecten die niet in bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan.

Het plan is niet direct plan-mer-plichtig, maar er moet wel een plan-mer-beoordeling worden uitgevoerd. De mer-(beoordelings)plichtige projecten zijn opgenomen in kolom 1 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. 2. Het plan is kaderstellend voor projecten uit bijlage V Omgevingsbesluit. Daarnaast komen de projecten waarvoor het omgevingsplan het kader vormt niet boven de drempel van kolom 2 uit bijlage V Omgevingsbesluit. Er kan dan volstaan worden met een plan-mer-beoordeling als: a. het plan een kleine wijziging van een plan of programma is; b. het plan gaat over een klein gebied op lokaal niveau én als voor dat plan of programma een bestuursorgaan van een gemeente het bevoegd gezag is. In een plan-mer-beoordeling (artikel 16.36, lid 3 en 4 Omgevingswet) toetst het bevoegd gezag of er bij het plan of programma aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden. Er zijn twee mogelijke resultaten: Aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten: er volgt een plan-mer en er moet een milieueffectrapport (MER) worden gemaakt. Aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten: er is geen plan-mer nodig en er wordt geen MER gemaakt. Toets Beoordelen of het plan mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is. De eerste vraag die beantwoord moet worden is of het project voldoet aan de omschrijving die is opgenomen in kolom 1 van bijlage V van het Ob.

Dit project heeft betrekking op het afwijken van de gebruiksfunctie van een maatschappelijke voorziening, zodat deze regulier bewoond kan worden. Een dergelijk project wordt niet expliciet benoemd in kolom 1 van bijlage V van het Ob, de meest logische aansluiting kan worden gevonden onder nummer J11, een 'Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen'. Het begrip 'Stedelijk ontwikkelingsproject' is niet gedefinieerd, wel zijn er een aantal voorbeelden van bouwprojecten die als stedelijk ontwikkelingsproject kunnen worden aangemerkt. Dit betreft o.a. woningen, parkeerterreinen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) lijken de volgende aspecten relevant voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject: de aard en omvang van de ontwikkeling; de vormgeving en opzet; de schaalgrootte; de ligging; de voorgenomen functie(wijziging), en; de vraag of sprake is van een bestaand of van een te realiseren bouwwerk.

Wanneer sprake is van een zogenaamde 'kleine wijziging' of voor situaties waarbij het voorgenomen plan of programma betrekking heeft op 'kleine gebieden op lokaal niveau', dan is het toegestaan om eerst een plan-mer-beoordeling uit te voeren. Als uit deze plan-mer-beoordeling blijkt dat het plan geen aanzienlijke milieueffecten kan hebben, bestaat er geen verplichting een plan-MER te maken( art. 16.36, lid 3, Ow). Als niet gekozen wordt voor de plan-mer-beoordeling, geldt een plan-mer-plicht. Wanneer de ontwikkeling van zodanig kleinschalige aard is kan het zo zijn dat geen sprake is van een project in de zin van m.e.r. onder het Ob. Dit kan in sommige gevallen gemotiveerd worden op basis van jurisprudentie. Als een project voorziet in een (gedeeltelijke) functiewijziging, maar de bebouwde oppervlakte hetzelfde blijft, is gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Voorliggend project heeft betrekking op het wijzigen van de gebruiksfunctie van 28

TAM-Omgevingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Molenstraat 48 Tubbergen

de huisartsenpraktijk, zodat deze regulier bewoond kan worden. Gelet op de uitspraak van 31 januari 2018, worden geconcludeerd dat het project niet voorziet in een nieuw stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1, nummer J11 van bijlage V van het Ob. Er is geen sprake van een project-m.e.r. plicht of project-m.e.r. beoordelingsplicht. Conclusie Op basis van bovengenoemde beoordeling van kenmerken en locatie van het project en de kernmerken van het potentiële effect van het project is vastgesteld dat er geen sprake is van een project dat belangrijke gevolgen heeft, zodat geen milieueffectrapport hoeft te worden gemaakt (artikel 16.43 jo. artikel 16.53 Ow).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1137/documents/24607