Bijlage NL.IMRO.0183.TAMBUIZENDERSEW50-VG01.pdf
Tekst van het document
TAM-Omgevingsplan
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied Zenderseweg 50 Albergen
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld NL.IMRO.0183.TAMBUIZENDERSEW50VG01
TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebied Zenderseweg 50 Albergen
Inhoudsopgave Motivering
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Inleiding en aanduiding plangebied 1.2 Beoordelingskader en belangenafweging 1.3 Leeswijzer
7 7 8 9
Hoofdstuk 2 Toekomstige situatie 2.1 Gewenste ontwikkeling 2.2 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving
11 11 12
Hoofdstuk 3 Toetsing aan omgevingsplan 3.1 Omschrijving nieuwe situatie 3.2 Toetsing aan het omgevingsplan
15 15 15
Hoofdstuk 4 Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg, participatie en bindend adviesrecht 4.1 Visie en beleid voor het plangebied 4.2 Voorbereidingsfase/Verkenningsfase met stakeholders
19 19 27
Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 5.1 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.2 m.e.r.-beoordeling 5.3 Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren
29 29 30 31
5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13
31 35 37 38 39 41 41 42 43 45
Gebiedsbescherming en soortenbescherming Luchtkwaliteit Geluid Geur Omgevingsveiligheid Trilling Archeologie Bodem Waterbelang Spuitvrije zone gewasbeschermingsmiddelen
Hoofdstuk 6
Financiële haalbaarheid
47
Hoofdstuk 7 Toelichting planregels 7.1 Inleiding 7.2 Opzet regels
49 49 49
Bijlagen bij motivering
51
Bijlage 1
Landschapsplan
52
Bijlage 2
Quickscan natuurwaarden
54
Bijlage 3
Digitale watertoets
96
Regels Hoofdstuk 1 2
103 Inleidende regels
TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebied Zenderseweg 50 Albergen
105
Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3
Begrippen Meet- en rekenbepalingen Toepassingsbereik
105 106 107
Hoofdstuk 2 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Functies en gebiedsaanwijzing Agrarisch - 1 Wonen - Wonen in het buitengebied Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Overige zone - vrijwaringszone - radarverstoringsgebied
109 109 111 114 116 118
Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Algemene regels voor activiteiten Anti-dubbeltelregel Algemene ruimtelijke bouwregels Planologische gebruiksactiviteiten Regels parkeren Overige regels
119 119 120 121 122 123
Hoofdstuk 4 Artikel 14
Overgangsregels Overgangsrecht
125 125
Bijlagen bij planregels
127
Bijlage 1
Begripsbepalingen
128
Bijlage 2
Landschapsplan
140
TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebi ed Zenderseweg 50 Albergen
3
4
TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebied Zenderseweg 50 Albergen
Motivering
TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebi ed Zenderseweg 50 Albergen
5
6
TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebied Zenderseweg 50 Albergen
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Inleiding en aanduiding plangebied Voor het perceel aan de Zenderseweg 50 te Albergen is een plan ontwikkeld. Initiatiefnemer is voornemens om de woonfunctie op het perceel te vergroten naar een oppervlakte van 2.000 m² ten behoeve van het bouwen van een nieuwe schuur. Momenteel zijn de gronden waar de nieuwe schuur beoogd is, bedoeld voor een agrarische functie. Door de woonfunctie te vergroten tot een oppervlakte van 2.000 m², komt de beoogde nieuwe schuur binnen de woonfunctie te staan. Het vergroten van de woonfunctie kan mogelijk gemaakt worden door middel van het wijzigen van het omgevingsplan van de gemeente Tubbergen. Met een TAM-IMRO omgevingsplan kan het omgevingsplan gewijzigd worden. Voorliggend TAM-IMRO omgevingsplan is opgesteld om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.
Ligging plangebied Het plangebied ligt aan de Zenderseweg 50 te Albergen. Het plangebied bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. In de directe omgeving zijn verschillende functies aanwezig, zoals wonen, agrarisch en horeca. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie H, perceelnummer 4653 en heeft een oppervlakte van 5.336 m². Figuur 1.1 toont de globale ligging van het plangebied.
Figuur 1.1: globale ligging plangebied, rood omcirkeld (bron: Kadastralekaart.com)
Begrenzing plangebied De begrenzing van het plangebied is globaal in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). Figuur 1.2 toont een luchtfoto van het plangebied.
TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebi ed Zenderseweg 50 Albergen
7
Figuur 1.2: globale begrenzing plangebied, rood omkaderd (bron: Kadastralekaart.com)
1.2 Beoordelingskader en belangenafweging Beoordelingskader De voorgenomen activiteit voldoet niet aan de regels van het omgevingsplan. Het initiatief kan alleen leiden tot een wijziging van het omgevingsplan als er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving en milieu relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader worden onderzocht en afgewogen. De taak om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ligt primair bij de gemeente. De beleidsruimte van de gemeente wordt op verschillende manieren ingekaderd. De belangrijkste zijn de instructieregels van het Rijk en de provincie. Op basis van artikel 8.0b lid 1 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de volgende regels en instructies van toepassing: de instructieregels van hoofdstuk 5 van het Bkl; de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; eventuele andere instructies van het Rijk en provincie. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn niet alleen de in het Bkl geregelde milieu aspecten beoordeeld, maar zijn alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu beoordeeld.
Bij de beoordeling of wij een besluit willen nemen tot wijziging van het omgevingsplan is rekening gehouden met deze regels dan wel zijn de regels betrokken of in acht genomen. Daarnaast heeft de gemeente haar beleidsruimte ingevuld met beleidsregels voor de fysieke leefomgeving, zodat de wijziging van het omgevingsplan ook hieraan wordt getoetst. Het gaat hier om de omgevingsvisie en de andere beleidsdocumenten voor de verschillende specifieke onderdelen. De evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijze zijn afgewogen. De aanvrager wenst de gevraagde activiteiten te realiseren. De gemeente wenst de doelen uit haar beleid te verwezenlijken. De belangen van de omwonenden zijn gelegen in een goed woon- en leefklimaat. De omliggende bedrijven hebben belang bij een ongehinderde bedrijfsvoering en een goed werkklimaat. Belangenafweging De raad heeft bij het bepalen om een besluit tot wijziging van het omgevingsplan vast te stellen beleidsruimte om te bepalen of een bepaalde ontwikkeling met de daarbij behorende functies en maatvoering vanuit het oogpunt van evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar is. 8
TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebied Zenderseweg 50 Albergen
Een dergelijk besluit is immers in belangrijke mate afhankelijk van de inzichten die bij de gemeente bestaan over de wenselijk geachte ontwikkelingen in het projectgebied. Verder mag het project niet in strijd zijn met de instructie(regels)s van het Rijk en de provincie. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijzen worden afgewogen. Ondanks dat het initiatief in strijd is met het omgevingsplan kan worden besloten tot wijziging van het omgevingsplan, omdat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Zoals uit de hierna opgenomen hoofdstukken blijkt draagt het initiatief bij aan de visie en beleid die de gemeente voor dit plangebied heeft en blijkt dat wordt voldaan de instructieregels van het Rijk en provincie. In de voorbereidingsfase heeft bestuurlijke afstemming plaatsgevonden. Provincie en het waterschap zijn akkoord met het project. Verder is het project afgestemd met omwonenden. Zij hebben aangegeven geen bezwaren te hebben op de voorgenomen ontwikkeling. Voorts zijn in hoofdstuk 5 de ruimtelijk relevante aspecten voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit afgewogen.
Gelet op alle aspecten die zijn afgewogen en de belangen van omwonenden, levert de wijziging van het omgevingsplan geen onaanvaardbare aantasting van deze belangen op. Het wijzigen van het omgevingsplan is evenwichtig en geschikt om het project te realiseren.
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een omschrijving gegeven van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan en worden de strijdigheden in beeld gebracht. Hoofdstuk 4 omschrijft de toetsing van de ontwikkeling aan de visie en beleid voor het plangebied op rijks-, provinciaals en gemeentelijk niveau. Daarna wordt ingegaan op de resultaten van het (bestuurlijk) vooroverleg, het participatietraject en of een bindend advies van de gemeenteraad benodigd is. In hoofdstuk 5 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. In hoofdstuk 6 komt de financiële haalbaarheid van het initiatief aan de orde. Tot slot is in hoofdstuk 7 een toelichting op de planregels opgenomen.
TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebi ed Zenderseweg 50 Albergen
9
10
TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebied Zenderseweg 50 Albergen
Hoofdstuk 2
Toekomstige situatie
2.1 Gewenste ontwikkeling Initiatiefnemer is voornemens om de woonfunctie op het perceel aan de Zenderseweg 50 te Albergen uit te breiden tot een oppervlakte van 2.000 m². De beoogde uitbreiding is nodig voor het realiseren van een nieuwe schuur met een oppervlakte van 200 m². De bouwhoogte van de nieuwe schuur zal maximaal 8 m bedragen. De bestaande schuren met een gezamenlijke oppervlakte van ca. 150 m² zullen gesloopt worden. In de toekomstige situatie is er sprake van één vrijstaand bijgebouw. Gelet op de huidige omvang van de woonfunctie is het niet wenselijk om de nieuwe schuur met een oppervlakte van 200 m² in te passen binnen de huidige woonfunctie. De schuur komt in dit geval vanwege de omvang en vorm te dicht op de woning te staan, is er nauwelijks bewegingsruimte en moeten de bestaande bomen aan de noordzijde van het perceel anders gekapt moeten worden. Deze bomen maken tevens onderdeel uit van het 'Casco', waardoor dit niet wenselijk is. Om dit te voorkomen dient de woonfunctie vergroot te worden. In het geldende omgevingsplan, onderdeel 'Tubbergen Buitengebied 2016' is in artikel 4.7.11 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee de woonfunctie vergroot kan worden tot een oppervlakte van 2.000 m². Onder de Omgevingswet kan geen gebruik meer gemaakt worden van een wijzigingsbevoegdheid, maar kan het gezien worden als een binnenplanse afwijking.
In dit kader, en het feit dat de nieuwe schuur met een oppervlakte van 200 m² dan op een juiste wijze kan worden ingepast, wordt de woonfunctie vergroot tot een oppervlakte van 2.000 m². Figuur 2.1 toont de gevelaanzichten van de beoogde schuur en figuur 2.2 toont de plattegronden van de beoogde schuur.
Figuur 2.1: gevelaanzichten beoogde schuur (bron: Bouwbureau Twente)
TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebi ed Zenderseweg 50 Albergen
11
Figuur 2.2: plattegronden beoogde schuur (bron: Bouwbureau Twente)
2.2 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving Het erf wordt landschappelijk ingepast. Het landschapsplan is te vinden in Bijlage 1 en op figuur 2.3. De bestaande bomen langs de Zenderseweg en de perceelsgrens blijven behouden. Om het karakter van het erf te versterken wordt een solitaire erfboom aangeplant. Aan de zuidzijde van het perceel wordt de rand van de kamp hersteld door de aanplant van bomen. Hierdoor worden de karakteristieken van het landschap versterkt.
12
TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebied Zenderseweg 50 Albergen
Figuur 2.3: Landschapsplan (bron: Ad Fontem)
TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebi ed Zenderseweg 50 Albergen
13
14
TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebied Zenderseweg 50 Albergen
Hoofdstuk 3 Toetsing aan omgevingsplan 3.1 Omschrijving nieuwe situatie In de nieuwe planologische situatie wordt de woonfunctie vergroot tot een oppervlakte van 2.000 m² ten behoeve van het bouwen van een nieuwe schuur met een oppervlakte van 200 m². De bouwhoogte van de nieuwe schuur zal maximaal 8 m bedragen. De bestaande schuren met een gezamenlijke oppervlakte van ca. 150 m² zullen gesloopt worden. In de toekomstige situatie is er sprake van één vrijstaand bijgebouw. Gelet op de huidige omvang van de woonfunctie is het niet wenselijk om de nieuwe schuur met een oppervlakte van 200 m² in te passen. De schuur komt in dit geval te dicht op de woning te staan en de bestaande bomen aan de noordzijde van het perceel zullen anders gekapt moeten worden. Om dit te voorkomen dient de woonfunctie vergroot te worden.
3.2 Toetsing aan het omgevingsplan Het plangebied maakt onderdeel uit van het zogenoemde omgevingsplan van rechtswege. elke gemeente heeft met de inwerktreding van de Omgvingswet op 1 januari 2024 een omgevingsplan van rechtswege, welke bestaat uit een tijdelijk en nieuw deel. Het tijdelijke deel van het omgevingsplan bestaat uit: (ruimtelijke) regels uit verschillende vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen; rijksregels over activiteiten (aangeduid als de bruidsschat). Het omgevingsplan van rechtswege bestaat uit de volgende onderliggende plannen: 'Omgevingsplan gemeente Tubbergen'; 'Tubbergen Buitengebied 2016'; 'Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan'. In onderhavig geval zijn met name de plannen 'Tubbergen Buitengebied 2016' en 'Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan' relevant. Figuur 3.1 toont een uitsnede van de plankaart van het geldende planologisch regime, met het plangebied globaal in het rood omkaderd.
Figuur 3.1: uitsnede geldend planologisch regime, plangebied rood omkaderd (bron: Omgevingsloket, regels op de kaart) Voor het plangebied gelden de volgende functies en aanduiding(en): 'Agrarisch - 1' TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebi ed Zenderseweg 50 Albergen
15
'Wonen' 'Waarde - Archeologie 3' 'Waarde - Archeologie 4' 'vrijwaringszone - radarverstoringsgebied' 'Agrarisch - 1' De gronden met de functie 'Agrarisch - 1' zijn in hoofdzaak bedoeld voor het agrarisch gebruik. Gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd. Er is ter plaatse van het plangebied binnen de functie 'Agrarisch - 1' geen bouwvlak opgenomen. In artikel 4.7.11 van het plan 'Tubbergen Buitengebied 2016' is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee onder de oude wetgeving de functie 'Agrarisch - 1' gewijzigd kon worden in de functie 'Wonen' tot een maximum oppervlakte van 2.000 m². Onder de omgevingswet kan geen gebruik meer worden gemaakt van een wijzigingsbevoegdheid. Echter kan dit nog wel dienen als toetsingskader. 'Wonen' De functie 'Wonen' zijn in hoofdzaak aangewezen voor woonhuizen en bijbehorende bouwwerken, al dan niet in combinatie met en in ondergeschikte mate ruimte voor, onder andere een aan-huis-gebonden beroep of bedrijf, mantelzorg of een bed and breakfast. Binnen het bestemmingsvlak voor de functie 'Wonen' is één woning toegestaan. Voor de vrijstaande bijbehorende bouwwerken geldt een maximale oppervlakte van 100 m².
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de maximale oppervlakte aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken tot ten hoogste 200 m², mits het bouwperceel, eventueel in combinatie met de daaraan grenzende eigendomseenheid vormende gronden een gezamenlijke oppervlakte heeft van ten minste 5.000 m². 'Waarde - Archeologie 3' De functie 'Waarde - Archeologie 3' is opgenomen voor het behoud van de archeologische waarden. Bij werkzaamheden in de bodem dieper dan 40 cm en over een oppervlakte van 2.500 m² dient een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. 'Waarde - Archeologie 4' De functie 'Waarde - Archeologie 4' is opgenomen voor het behoud van de archeologische waarden. Bij werkzaamheden in de bodem dieper dan 40 cm en over een oppervlakte van 5.000 m² dient een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. 'vrijwaringszone - radarverstoringsgebied' De voor 'vrijwaringszone - radarverstoringsgebied' aangeduide gronden zijn mede bedoeld voor het vrijhouden van een goed radarbeeld van het luchtruim. Binnen deze zone mag de bouw- of tiphoogte van bouwwerken ten hoogste 115 m ten opzichte van NAP bedragen. 3.2.1
Strijdigheden met bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied'
De nieuwe schuur van 200 m² is beoogd op de gronden die voorzien zijn van de functie 'Agrarisch - 1'. Op deze gronden is het realiseren van de schuur momenteel niet toegestaan. Door het vlak voor de functie 'Wonen' te vergroten tot een oppervlakte van 2.000 m², komt de nieuwe schuur binnen de woonfunctie te liggen. Voorheen had dit middels de wijzigingsbevoegdheid, zoals opgenomen in artikel 4.7.11 van het bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied', mogelijk gemaakt kunnen worden. Echter is dit onder de Omgevingswet niet meer mogelijk, waardoor er afgeweken moet worden van het Omgevingsplan door middel van een TAM-omgevingsplan. 3.2.2
Bruidsschat
De bruidsschat bevatten regels over onderwerpen die tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet in nationale regelgeving waren opgenomen (door het Rijk opgestelde regels). Onder de Omgevingswet worden deze door gemeenten geregeld. De bruidsschat maakt onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De bruidsschat bevat regels op het gebied van bouwen, milieubelastende activiteiten en overige activiteiten en is opgenomen in hoofdstuk 22 van de regels van het omgevingsplan. Het grootste gedeelte van deze regels is gericht op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit geldt bijvoorbeeld voor milieuregels (zoals regels over geurnormen en de afstand tot een geurgevoelig object). Voor dat deel van de regels geldt dat het mogelijk is om van het omgevingsplan af te wijken. De regels van afdeling 22.2 zijn relevant voor onderhavig initiatief omdat deze betrekking hebben op het bouwen 16
TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebied Zenderseweg 50 Albergen
van bouwwerken. Met de in dit TAM-omgevingsplan opgestelde regels wordt aan de regels voldaan. De regels van afdeling 22.3 zijn relevant voor zover sprake is van milieubelastende activiteiten. De Omgevingswet definieert een milieubelastende activiteit als: 'een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit'. De in dit TAM-omgevingsplan mogelijk gemaakte activiteiten betreffen, zover bekend, geen milieubelastende activiteiten. Indien dit wel het geval blijkt te zijn, dan worden de regels van afdeling 22.3 van toepassing. De overige in de bruidsschat opgenomen regels zijn niet relevant voor dit plan.
TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebi ed Zenderseweg 50 Albergen
17
18
TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebied Zenderseweg 50 Albergen
Hoofdstuk 4 Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg, participatie en bindend adviesrecht 4.1 Visie en beleid voor het plangebied 4.1.1
Nationale omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toets Het voorliggende plan maakt het vergroten van de woonfunctie ten behoeve van een nieuwe schuur op het perceel aan de Zenderseweg 50 te Albergen mogelijk. Gelet op de kleinschaligheid van het plan, kan gesteld worden dat er geen rijksbelangen geraakt worden. De NOVI is verder niet van toepassing op dit plan. 4.1.2
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel 2024
Provinciale Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. Provinciale Omgevingsverordening De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebi ed Zenderseweg 50 Albergen
19
Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden.
Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel 2024. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven.
Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
20
TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebied Zenderseweg 50 Albergen
Figuur 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: Provincie Overijssel)
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Onder Afdeling 4.2 (Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking) van de Omgevingsverordening 2024 staan de generieke beleidskeuzes opgenomen. Artikel 4.3 stelt voor de provinciale doelstellingen voor ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit, aanvullende eisen op de Ladder voor duurzame verstedelijking en is gericht op de concentratie van stedelijke functies in kernen, het bevorderen van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en toekomstbestendigheid. Met betrekking tot dit project zijn de volgende beleidskeuzes van belang: Artikel 4.5 zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Omgevingsplannen maken alleen extra ruimtebeslag voor stedelijke functies in de Groene Omgeving mogelijk aansluitend op bestaand bebouwd gebied en als aannemelijk gemaakt is dat: lid 1 a. er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied; b. de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en transformatie; en c.
mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toets In voorliggend geval wordt de woonfunctie ter plaatse van het perceel Zenderseweg 50 te Albergen vergroot tot een oppervlakte van 2.000 m² ten behoeve van een nieuwe schuur met een oppervlakte van 200 m². De bestaande schuren met een oppervlakte van ca. 150 m² worden gesloopt. Het is niet wenselijk om de nieuwe schuur binnen de huidige woonfunctie in te passen. Aan de noordzijde van het perceel zijn bomen aanwezig die anders gekapt moeten worden. Er kan dan ook gesteld worden dat er in de huidige situatie niet voldoende ruimte is binnen het bestaande woonperceel om de nieuwe schuur te realiseren. Door middel van een goede landschappelijke inpassing blijven de kenmerken van de Groene Omgeving behouden en worden deze versterkt. In Bijlage 1 is het landschappelijke inpassingsplan te vinden. Artikel 4.8 ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die de ruimtelijke kwaliteit versterken. TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebi ed Zenderseweg 50 Albergen
21
Toets Met het voorliggende plan wordt de woonfunctie op het perceel aan de Zenderseweg 50 te Albergen vergroot tot een oppervlakte van 2.000 m². Het vergroten van de woonfunctie is nodig om een nieuwe schuur met een oppervlakte van 200 m² te realiseren. De bestaande schuren/opstallen worden gesloopt. Het plan is landschappelijk ingepast. In Bijlage 1 is het landschappelijke inpassingsplan toegevoegd. Er kan gesteld worden dat er sprake is van het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Daarmee is het plan in lijn met artikel 4.8 van de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving van belang. In figuur 4.2 is een uitsnede van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.
Figuur 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel (bron: Provincie Overijssel)
Het plangebied staat aangeduid als 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Toets Het voorliggende plan maakt het vergroten van de woonfunctie ten behoeve van een nieuwe schuur mogelijk. De bestaande schuren/opstallen worden gesloopt en hiervoor in de plaats wordt een nieuwe schuur van 200 m² gerealiseerd. Er is reeds een woonfunctie aanwezig op het perceel. Wonen is een passende functie in het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Het beoogde initiatief doet geen afbreuk aan de karakteristieken die horen bij het gebied. Gebiedskenmerken Gelet op de ligging van het plangebied in het buitengebied van Tubbergen zijn in dit geval alleen de 'Natuurlijke laag' en de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' van belang. Natuurlijke laag
22
TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebied Zenderseweg 50 Albergen
Figuur 4.3: Uitsnede Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: Provincie Overijsel)
De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Op de planlocatie zijn momenteel geen verschillen tussen hoog en laag en tussen nat en droog (meer) aanwezig. Gelet op de kleinschaligheid van het voorliggende plan, het vergroten van de woonfunctie ten behoeve van de schuur is het niet mogelijk om deze kenmerken in het gebied terug te brengen. Het plan wordt goed landschappelijk ingepast om de kwaliteiten van het gebied zoveel als mogelijk te behouden.
Laag van het agrarisch cultuurlandschap
Figuur 4.4: Uitsnede Laag van het agrarisch cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: Provincie Overijssel)
De grote oppervlakte aan (voormalige) natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap. Hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebi ed Zenderseweg 50 Albergen
23
Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes. De ambitie is de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden een stevige impuls te geven en soms een transformatie wanneer daar aanleiding toe is. de dragende structuren worden gevormd door landschappelijk raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die rechtlijnige ontginningstructuren versterken. Het voorliggende plan, het vergroten van de woonfunctie ten behoeve van een nieuwe schuur, heeft geen negatieve invloed op de structuren van het landschap. Er worden met het plan geen bosstroken, lanen, waterlopen en rechtlijnige ontginningstructuren geschaad. Door het plan landschappelijk in te passen worden de karakteristieken van het landschap versterkt. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het initiatief in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. 4.1.3
Omgevingsvisie Tubbergen
De gemeenteraad van de gemeente Tubbergen heeft op 31 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Tubbergen, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Tubbergen en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: We doen het samen; We geven het goede voorbeeld; We wentelen niet af op volgende generaties; we combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. In het buitengebied van Tubbergen komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. We zien landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen.
Er wordt gestreefd naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dit maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. De speerpunten voor het buitengebied zijn: Toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij we samenwerking zoeken met de landbouw; kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. Toets Voor het plangebied geldt op basis van de waardenkaart van de 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' het kenmerk 'Gericht op beperkte ontwikkeling'. Figuur 4.5 toont een uitsnede van de waardenkaart.
24
TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebied Zenderseweg 50 Albergen
Figuur 4.5: Uitsnede waardenkaart MijnOmgevingsvisie Tubbergen (bron: gemeente Tubbergen) Voor het gebied aangeduid met het kenmerk 'Gericht op beperkte ontwikkeling' gelden de volgende waarden: afwisseling van openheid en beslotenheid; landschap met historische herkenbare vormen van percelen, wegen en paden en een verspreid bebouwingspatroon; veel variatie in beplanting en grondgebruik; recreatieve belevingswaarde. Bij ontwikkelingen dient er ingespeeld te worden op: de schaal van het landschap en het afwisselende karakter; behoud van natuurwaarden en cultuurhistorie; versterken van de biodiversiteit; vasthouden van water; bouwwijze en inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is; belevingswaarde gericht op recreatie. Voor de planlocatie geldt dat er reeds een woonfunctie aanwezig is. Het initiatief bestaat uit het vergroten van de woonfunctie, waardoor er een nieuwe schuur gerealiseerd kan worden. De bestaande schuren/opstallen worden gesloopt. De gronden die gebruikt worden voor de uitbreiding van de woonfunctie zijn momenteel voorzien van een agrarische functie. Echter worden deze gronden niet gebruikt voor agrarische doeleinden en zullen ook in de toekomst niet gebruikt gaan worden voor agrarische doeleinden. Het plan wordt landschappelijk ingepast, waardoor de waarden van het gebied zoveel als mogelijk behouden blijven en waar mogelijk worden versterkt.
De bestaande bomen langs het perceel blijven behouden. Daarnaast zullen aan de zuidzijde van het perceel nieuwe bomen geplant worden en wordt de rand van de kamp hersteld ten behoeve van de herkenning van het landschap. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het beoogde initiatief in lijn is met 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen'. 4.1.4
Buitengebied met kwaliteit
Het buitengebied kenmerkt zich door een mix van functies als landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en wonen, al deze functies vragen om ruimte. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Al deze functies leggen samen veel druk op ons buitengebied. Daarom wordt ook voor de toepassing van deze beleidsregel het uitgangspunt gehanteerd: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. We streven naar een aantrekkelijk en vitaal buitengebied waar een goede balans is tussen landgebruik, ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en economische activiteiten. Om dit te kunnen bereiken beschikt de gemeente over diverse beleidsregelingen zoals bijvoorbeeld Rood voor Rood, Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, Schuur voor Schuur en het VAB+ beleid. Alle beleidsregelingen hebben de afgelopen jaren op hun eigen wijze een bijdrage geleverd aan een aantrekkelijk en vitaal buitengebied en de doelstellingen van deze regelingen sluiten nog prima aan bij de speerpunten voor het buitengebied zoals geformuleerd in MijnOmgevingsvisie. Toets Voor het uitbreiden van een woonperceel met de functie 'Wonen', gelden de volgende voorwaarden: 1.
Alleen toegestaan wanneer dit nodig is om extra bebouwing of een betere erfopzet te kunnen realiseren of indien noodzakelijk in verband met een optimale situering van gebouwen voor zonnepanelen op het dak; 2. Alleen toegestaan wanneer er geen reële mogelijkheden zijn om het bestaande woonperceel met gelijkblijvende oppervlakte te verschuiven; 3. Alleen de reëel noodzakelijke uitbreidingsruimte ten behoeve van een goede erfopzet wordt toegestaan. Met het voorliggende plan wordt de woonfunctie vergroot tot een oppervlakte van 2.000 m². De beoogde uitbreiding van de woonfunctie is nodig voor het realiseren van een nieuwe schuur met een oppervlakte van 200 m². Binnen de huidige woonfunctie is momenteel niet voldoende ruimte om deze schuur te realiseren. Gelet op de omvang zal deze dan te dicht op de woning komen te staan of zullen er bomen gekapt moeten worden. Met de uitbreiding wordt het plan tevens landschappelijk ingepast. Conclusie Gelet op het vorengaande kan gesteld worden dat voldaan wordt aan de voorwaarden, zoals opgenomen in het beleidsdocument 'buitengebied met kwaliteit'. TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebi ed Zenderseweg 50 Albergen
25
4.1.5
Cascobeleid 'De casco benadering in Noordoost-Twente'
De gemeente Tubbergen heeft de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente' vastgesteld. Het Nationaal Landschap Noordoost Twente is een gebied met zeldzame en unieke landschapskwaliteiten. Het is een gebied met stuwwallen, bronnen, beken en fraaie cultuurlandschappen. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open en een kleinschalig besloten landschap. Schaalvergroting in de grondgebonden landbouw staat op gespannen voet met deze kleinschaligheid. Het verdwijnen van landschapselementen op perceelsgrenzen tast het kleinschalige groene karakter aan en leidt tot een afname van landschapsdiversiteit. De gemeente Dinkelland heeft samen met de provincie Overijssel en de gemeenten Tubbergen, Losser en Oldenzaal de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Om vorm en inhoud te geven aan deze ambitie is een generieke methode ontwikkeld: de casco benadering. Voor de gemeente is de casco-benadering te gebruiken als beoordelingskader voor ingrepen in het landschap. Aan de hand van de casco-kaart kan bezien worden of landschappelijke structuren deel uitmaken van het casco.
Op basis van de casco-kaart kan vastgesteld worden of het landschapselement tot het casco behoort of niet; daaruit volgen drie mogelijk aanvragen op basis van het casco, dit zijn: 1. Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de cascokaart. 2. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de cascokaart. 3. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de cascokaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Situatie plangebied Uit de Casco kaart blijkt dat er casco elementen aanwezig zijn op en grenzend aan het perceel, zoals te zien is in figuur 4.7. Casco elementen zijn in beginsel beschermd. In voorliggend plan blijven de bomen aan de noordzijde van het perceel behouden. Daarnaast worden nieuwe bomen toegevoegd binnen het plangebied. Hiermee wordt de ruimtelijke kwaliteit verbeterd.
Figuur 4.7 Uitsnede Casco kaart, plangebied in zwart globaal omcirkeld (Bron: gemeente Tubbergen) Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de nota 'De casco benadering in Noordoost-Twente'.
26
TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebied Zenderseweg 50 Albergen
4.1.6
Nota omgevingskwaliteit
Op grond van artikel 4.114 Invoeringswet Omgevingswet, geldt de welstandsnota die is vastgesteld op basis van art. 12a Woningwet (oud), als een beleidsregel als bedoeld in 4.19 Omgevingswet. De aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt getoetst aan de Nota Omgevingskwaliteit.
4.2 Voorbereidingsfase/Verkenningsfase met stakeholders In de voorfase heeft er tussen de gemeente en initiatief overleg plaatsgevonden. Daarbij heeft de gemeente mondeling aangegeven in principe mee te willen werken aan het plan om de woonbestemming te vergroten ten behoeve van een nieuwe schuur. 4.2.1
Vooroverleg provincie
De provincie Overijssel heeft de 'uitzonderingenlijst vooroverleg ruimtelijke initiatieven 2023' vastgesteld. In dit document is opgenomen welke ruimtelijke initiatieven/ontwikkelingen de provincie niet hoeft te zien zolang geen ander provinciaal beleid en/of andere provinciale belangen zoals NNN en grondwaterbescherming geraakt worden. Met het voorliggende initiatief wordt de woonfunctie vergroot ten behoeve van een nieuwe schuur. Een dergelijk initiatief wordt niet genoemd in de 'uitzonderingenlijst vooroverleg ruimtelijke initiatieven 2023'. Om die reden wordt het plan voorgelegd aan de provincie Overijssel. 4.2.2
Vooroverleg Waterschap Vechtstromen
Op 11 februari 2025 is via www.hetwateradvies.nl de digitale watertoets verricht (zie Bijlage 3). Uit de watertoets is gebleken dat de korte procedure van toepassing is. De procedure in het kader van de voortoets is goed doorlopen. Gelet op de aard en omvang van het plan kan gesteld worden dat er verder geen waterschapsbelangen geschaad worden. 4.2.3
Participatie omgeving
Initiatiefnemer heeft het plan om de woonfunctie te vergroten ten behoeve van een nieuwe schuur voorgelegd aan de directe buren. Zij hebben aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het plan. Daarnaast heeft de initiatiefnemer een akkoord van de grondeigenaren om de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch uitgesloten - het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen' op te nemen ter plaatse van de gronden die niet in eigendom van initiatiefnemer zijn. 4.2.4
Zienswijzen
Binnen 6 weken vanaf het moment van terinzagelegging van het ontwerp-omgevingsplan kan iedereen zienswijzen inbrengen. Dit kan schriftelijk of mondeling. Het ontwerp-omgevingsplan heeft met ingang van 15 oktober 2025 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit omgevingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn geen zienswijzen binnengekomen.
TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebi ed Zenderseweg 50 Albergen
27
28
TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebied Zenderseweg 50 Albergen
Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu Zoals blijkt uit hoofdstuk 1.2 geldt dat alleen een besluit tot wijziging van het omgevingsplan mogelijk is als er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 lid 1 Ow). Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen. Voor de beoordeling van de wijziging van het omgevingsplan zijn op basis van artikel 8.0b lid 1 Bkl de volgende regels en instructies van toepassing: de instructieregels van hoofdstuk 5, met name afdeling 5.1 'Instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties' van het Bkl; de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; eventuele andere instructies van het Rijk en provincie. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn niet alleen de in het Bkl geregelde milieu aspecten beoordeeld, maar zijn alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu beoordeeld, zoals bijvoorbeeld het effect van cumulatie. Voor zover relevant is er voor de aspecten fysieke leefomgeving en milieu ook getoetst aan het gemeentelijk beleid.
5.1 Ladder voor duurzame verstedelijking Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik van de fysieke leefomgeving en het tegengaan van leegstand van gebouwen. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) verplicht om bij een wijziging van het omgevingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening te houden met de behoefte aan de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Artikel 5.129g, tweede lid, Bkl behelst een motiveringseis en vraagt om explicitering van gemaakte keuzes. Voor het maken en onderbouwen van die keuzes is zo nodig, op grond van artikel 3:2 Algemene wet bestuursrecht (Awb), onderzoek geboden waarbij de nodige kennis wordt vergaard omtrent de behoefte aan de in het project voorziene nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met de uitkomsten daarvan dient in het omgevingsplan rekening te worden gehouden. Het bestuursorgaan heeft bij de toepassing van deze instructieregel beoordelingsvrijheid. Andere belangen dan het belang dat wordt gediend met de instructieregel kunnen de doorslag geven. Inhoud en strekking van de instructieregel komen overeen met de laddertoets die vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold op basis van artikel 3.1.6 lid 3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
Met artikel 5.129g, tweede lid, Bkl is geen wijziging beoogd ten opzicht van artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Artikel 5.129g, tweede lid, Bkl is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen, maar bewerkstelligt dat de wens om in een nieuwe stedelijke ontwikkeling te voorzien aan de hand van het toetsingskader van dit artikellid nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied en met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. Deze bepaling schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling (uitspraken van 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1421 (Hengelo) en van 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2579 (Eindhoven). Uit artikel 5.129g, eerste lid, Bkl volgt dat de laddertoets in ieder geval van toepassing is op een stedelijk ontwikkeling of uitbreiding van o.a. bedrijventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening. De opsomming in het eerste lid is niet limitatief, ook andere dan de genoemde ontwikkelingen kunnen zich als een stedelijke ontwikkeling kwalificeren.
Voorts geldt dat een stedelijke ontwikkeling voldoende substantieel dient te zijn om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt. Of aan dit criterium wordt voldaan is in sterke mate afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval. Stedelijke ontwikkeling Het voorliggende initiatief maakt het vergroten van de woonfunctie ten behoeve van een nieuwe schuur mogelijk. De huidige oppervlakte van de woonfunctie bedraagt ca. 1.190 m². De nieuwe oppervlakte van de woonfunctie bedraagt 2.000 m². Daarmee vindt een vergroting van de woonfunctie van 810 m² plaats. De bestaande schuren/opstallen (ca. 150 m²) worden gesloopt en hiervoor in de plaats wordt een nieuwe (grotere) schuur van TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebi ed Zenderseweg 50 Albergen
29
200 m² gerealiseerd. Volgens de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is er in beginsel geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er enkel sprake is van een planologische functiewijziging. In voorliggend geval vindt er een functiewijziging plaats (agrarisch naar wonen), waarmee de woonfunctie vergroot wordt met een oppervlakte van ca. 810 m², tot een oppervlakte van 2.000 m². Aangezien er ook sprake is van het vergroten van de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken, wordt tevens de volgende uitspraak relevant geacht. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een overzichtuitspraak d.d. 28 juni 2017 de hoofdlijnen van haar jurisprudentie uiteengezet. De Afdeling benadrukt dat een voorziene ontwikkeling voldoende substantieel moet zijn om aangemerkt te kunnen worden als een stedelijke ontwikkeling. Zo geeft de Afdeling aan dat er voor een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte kleiner dan 500 m² geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Aangezien er in onderhavig geval slechts sprake is van een functiewijziging ten behoeve van het vergroten van de woonfunctie, waarbij tevens de bestaande schuren/opstallen gesloopt worden en hiervoor in de plaats een schuur met een grotere oppervlakte wordt terug gebouwd, kan gesteld worden dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is op voorliggende ontwikkeling. Ook wanneer de ladder niet van toepassing is, moet gemotiveerd worden dat de ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).
5.2 m.e.r.-beoordeling Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt het effect van een project op het milieu in beeld. De regelgeving voor de m.e.r. is te vinden in afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob). Uit bijlage V van het Ob kan worden bepaald of een plan mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is. In deze bijlage is een tabel opgenomen met vier kolommen: In kolom 1 staan de projecten opgesomd; In kolom 2 zijn de gevallen genoemd waarin een project-mer verplicht is; In kolom 3 staan de gevallen genoemd waarin de project-mer-beoordelingsplicht geldt; Tot slot bevat kolom 4 de besluiten waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Indien een wijziging van het omgevingsplan wordt opgesteld dat een kader vormt voor een project-mer-(beoordelings)plichtige projecten dan is een plan-mer aan de orde (artikel 16.36 lid 1 Ow). Ook is een plan-mer aan de orde als voor plan / programma een passende beoordeling voor natuur moet worden opgesteld zoals bedoeld in artikel 16.53c Ow (artikel 16.36 lid 2 Ow). Als een plan wordt gemaakt voor een klein gebied op lokaal niveau of het plan maakt een kleine wijziging mogelijk, kan worden volstaan met een plan-mer-beoordeling (artikel 16.36 lid 3 Ow) als uit de beoordeling blijkt dat het plan geen aanzienlijke milieueffecten heeft.
De eerste vraag die beantwoord moet worden is of het project voldoet aan de omschrijving die is opgenomen in kolom 1 van bijlage V van het Ob. Een dergelijk project wordt niet expliciet benoemd in kolom 1 van bijlage V van het Ob, de meest logische aansluiting kan worden gevonden onder nummer J11, een 'Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen'. Het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' is niet gedefinieerd, wel zijn er een aantal voorbeelden van bouwprojecten die als stedelijk ontwikkelingsproject kunnen worden aangemerkt. Dit betreft o.a. woningen, parkeerterreinen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) lijken de volgende aspecten relevant voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject: de aard en omvang van de ontwikkeling; de vormgeving en opzet; de schaalgrootte; de ligging; de voorgenomen functie(wijziging), en; de vraag of sprake is van en bestaand of van een te realiseren bouwwerk.
Wanneer sprake is van een zogenaamde 'kleine wijziging' of voor situaties waarbij het voorgenomen plan of programma betrekking heeft op 'kleine gebieden op lokaal niveau', dan is het toegestaan om eerst een plan-mer-beoordeling uit te voeren. Als uit deze plan-mer-beoordeling blijkt dat het plan geen aanzienlijke milieueffecten kan hebben, bestaat er geen verplichting een plan-MER te maken (art. 16.36, lid 3, Ow). Als niet gekozen wordt voor de plan-mer-beoordeling, geldt een plan-mer-plicht. 30
TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebied Zenderseweg 50 Albergen
Wanneer de ontwikkeling van zodanig kleinschalige aard is kan het zo zijn dat geen sprake is van een project in de zin van m.e.r. onder het Ob. Gelet op de kleinschaligheid van het voorliggende initiatief, waarbij de woonfunctie wordt vergroot ten behoeve van een nieuwe schuur, kan gesteld worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Conclusie Op basis van bovengenoemde beoordeling van kenmerken en locatie van het project en de kernmerken van het potentiële effect van het project is vastgesteld dat er geen sprake is van een project dat belangrijke gevolgen heeft, zodat het geen milieueffectrapport hoeft te worden gemaakt (artikel 16.43 jo. artikel 16.53 Ow).
5.3 Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren Algemeen De visie op verkeer en vervoer is opgenomen in het Strategisch verkeer- en vervoerplan 2018. De verkeersgeneratie moet worden bepaald aan de hand van de meest recente CROW-uitgave 'toekomstig parkeren' (uitgave 381). De toename en de verkeersveiligheid wordt beoordeeld aan de hand van de verkeersgeneratie en de wegencategorisering in het Strategisch verkeer- en vervoerplan 2018. Er moet worden beoordeeld of de betreffende weg/wegen de toename aan het verkeer kunnen afwikkelingen en niet leidt tot verkeersonveilige situaties. Het parkeren wordt getoetst aan de Beleidsnotitie bouwen & parkeren 2018. Verkeerskundige effecten ontwikkeling (verkeersgeneratie en –afwikkeling) De verkeersgeneratie is bepaald aan de hand van de meest recente CROW-uitgave 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)'. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. In onderhavig geval wordt de woonfunctie vergroot ten behoeve van een nieuwe schuur. Het vergroten van de woonfunctie en het realiseren van de nieuwe schuur hebben geen invloed op de verkeersgeneratie. De verkeersgeneratie blijft gelijk aan de huidige situatie.
In de huidig situatie is er sprake van één vrijstaande woning. Wanneer uitgegaan wordt van de uitgangspunten 'niet stedelijk, buitengebied, koop en huis, vrijstaand' geldt voor de woning een gemiddelde verkeersgeneratie van 8,2 verkeersbewegingen per etmaal. Deze verkeersgeneratie kan opgevangen worden door middel van de bestaande wegenstructuren. De bestaande in-/uitrit die aansluit op de Zenderseweg blijft behouden. Parkeren Voor het bepalen van de parkeerbehoefte vormen de gemeentelijke parkeernormen, de rekensystematiek definities, uitgangspunten en de afmetingen van de parkeerplaatsen in de gemeentelijke 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018' het toetsingskader. Ook voor wat betreft het parkeren veranderd de situatie niet ten opzichte van de huidige situatie. Voor een vrijstaande woning zijn er volgens de gemeentelijke 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018' minimaal 1,8 en maximaal 2,3 parkeerplaatsen nodig. Op het eigen perceel is hier ruim voldoende ruimte voor. Conclusie Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren geen belemmeringen vormt voor de ontwikkeling.
5.4 Gebiedsbescherming en soortenbescherming Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). 5.4.1
Natura 2000-gebieden
Het gebiedsbeschermingsdeel van de Omgevingswet heeft als doel het beschermen van Natura 2000- gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid TAM-Omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22q Buitengebi ed Zenderseweg 50 Albergen
31
kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een Omgevingsvergunning voor de Natura-2000-activiteit noodzakelijk. Het Besluit activiteiten leefomgeving regelt in hoofdstuk 11 de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister wijst deze gebieden aan. Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor: de leefgebieden van vogels; de natuurlijke habitats of habitats van soorten. De provincies stellen voor de Natura 2000-gebieden een beheerplan op. In het beheerplan staan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt. Nederland past een vergunningenstelsel toe. Hierdoor is in ons land een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Vergunningen worden verleend door provincies of door het ministerie van LNV. Natura 2000-gebieden mogen geen significante schade ondervinden. Dit houdt in dat bepaalde plannen en projecten, op zichzelf óf in combinatie met andere plannen en projecten, de natuurwaarden waarvoor de gebieden zijn aangewezen niet significant negatief mogen beïnvloeden. Elke ontwikkeling in of nabij een Natura 2000-gebied dient te worden onderworpen aan een 'voortoets'.