Bijlage Nabuurschap bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.pdf
Tekst van het document
Praktische handvatten voor telers, inwoners en overheden
‘Nabuurschap’
bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen
Inhoudsopgave 1
Waarom deze handreiking?
3
2
Vier centrale vragen over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen
4
3
De inwoner vraagt: Hoe kan ik mijn zorgen en hinder door gewasbeschermingsmiddelen verminderen?
7
4
De teler vraagt: Hoe kan ik mijn buren tegemoet komen zonder afbreuk te doen aan mijn product?
9
5
De bestuurder vraagt: Wat zijn de planologische mogelijkheden om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te reguleren?
12
B ronvermelding Dit document is interactief. U kunt het doorbladeren
Foto voorblad links: Global Journal of Agronomy and Crop Science Foto voorblad rechts: Food & Agribusiness
, bekijken
en aanklikken
15
1. Waarom deze handreiking? In het landelijk gebied van Nederland woont ongeveer 30% van de bevolking binnen 250 meter van een landbouw- of tuinbouwperceel. Op veel van die landbouwgronden wordt regelmatig met gewasbeschermingsmiddelen gewerkt. Inwoners maken zich soms zorgen over de mogelijke effecten van gewasbeschermingsmiddelen, vooral in relatie tot hun gezondheid. In 2014 rapporteerde de Gezondheidsraad over enkele (vooral buitenlandse) onderzoeken, waaruit aanwijzingen naar voren kwamen dat omwonenden van agrarische percelen zorgen hebben en gezondheidsrisico’s kunnen ervaren. Onderzoek naar gezondheidsrisico’s is in volle gang en dat vraagt de nodige (doorloop)tijd. Het is de opgave van de hele agrarische sector om uiteindelijk over te schakelen naar meer weerbare plant- en teeltsystemen en naar een bedrijfsvoering waarbij gewasbeschermingsmiddelen niet of zeer terughoudend worden toegepast. Zover is de agrarische sector nog niet; in het hier en nu worden gewasbeschermingsmiddelen gebruikt en is sprake van zorgen en soms overlast of spanning. In deze handreiking wordt een aantal suggesties gedaan voor manieren waarmee in concrete situaties tegemoet kan worden gekomen aan de zorgen van inwoners.
In deze handreiking ligt de focus op de vraag “Hoe kunnen we de zorgen bij inwoners over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, vooral in relatie tot gezondheidsaspecten, verminderen?”. Specifiek is gekeken naar twee onderliggende vragen: • Welke concrete maatregelen worden in de praktijk toegepast, waarmee ‘nabuurschap’ tussen partijen wordt bevorderd? Hoe kunnen we de partijen inspireren bij het maken van afspraken over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen? • Welke (planologische) mogelijkheden zijn beschikbaar voor het instellen van bijvoorbeeld spuitvrije zones?
Deze handreiking biedt praktische tips voor ‘goed nabuurschap’
De focus van de handreiking ligt op manieren om nu, in concrete situaties, tegemoet te komen aan de zorgen van inwoners. Primair vanuit de invalshoek ‘gezondheid’ is gekeken naar vragen van inwoners, telers en bestuurders. Daarbij is soms sprake van een doorkijk vanwege raakvlakken met effecten voor de leefomgeving, biodiversiteit en milieuhygiënische aspecten.
De handreiking gaat niet in op de vraagstukken over de wenselijkheid van het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen. Het gaat dus niet over de noodzaak en de mogelijkheden tot het doorbreken van de afhankelijkheid van gebruik. Het gaat ook niet over de noodzaak en uitkomsten van (wetenschappelijk) onderzoek naar de gezondheidseffecten. De handreiking biedt een aantal praktische tips voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen ‘in goed nabuurschap’. Handvatten zijn mogelijkheden, ideeën en suggesties om zorgen te voorkomen of verminderen.
Keuze voor terminologie: gewasbeschermingsmiddelen
In de praktijk worden verschillende termen gehanteerd, die bij ieder een eigen associatie oproepen. De termen variëren van landbouwgif/pesticiden, bestrijdingsmiddelen tot gewasbeschermingsmiddelen. In deze handreiking is gekozen voor het consequente gebruik van de term ‘gewasbeschermingsmiddelen’.
Leeswijzer: een handreiking vanuit drie perspectieven
Deze handreiking gaat eerst in op de toelating en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Vervolgens is vanuit drie handelingsperspectieven gekeken naar de mogelijke invulling van ‘goed nabuurschap’. Achtereenvolgens is gekeken vanuit het perspectief van de inwoners, van de telers en van de gemeente (als overheid die het dichtst bij de inwoners staat). Bij het uitvoeren van mogelijke maatregelen is meestal sprake van een samenspel tussen deze partijen; het is vooral van belang dat partijen elkaar weten te vinden en in open dialoog naar oplossingen zoeken. De handreiking heeft de opzet van een ‘klikbare PDF’; lezers kunnen via de opgenomen links doorklikken naar onderliggende documenten of interessante websites. Deze opzet maakt het mogelijk om de handreiking periodiek te actualiseren. De handreiking kan worden verspreid via de websites van betrokken overheden en belangenorganisaties. De informatie voor deze handreiking is verkregen uit beschikbare documenten en (groeps)interviews met een aantal ervaringsdeskundigen en belanghebbende partijen. In de bronvermelding bij deze publicatie is een overzicht van relevante bronnen opgenomen. De handreiking geeft hiermee een aantal mogelijkheden weer, overigens zonder de pretentie helemaal volledig te zijn.
INWONERS H3
INHOUDSOPGAVE
TELERS H4
GEMEENTE H5
3
2.
Vier centrale vragen over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen
Waarom gebruiken de telers gewasbeschermingsmiddelen?
Gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast voor het bestrijden van ziekten (schimmels), plagen (insecten) en onkruiden. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen heeft na de tweede wereldoorlog een grote vlucht genomen. De afgelopen jaren is het gebruik weer verminderd, want er zijn allerlei alternatieve methoden in gebruik genomen om ziekten, plagen en onkruiden te beheersen. De behoefte om gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken, is binnen de sector nog steeds aanwezig. De agrarische sector maakt gebruik van gewasbeschermingsmiddelen met verschillende risicoprofielen. Telers doen dit om de opbrengst te vergroten, de kwaliteit van de producten te waarborgen en om de kosten en risico’s te beheersen. Er zijn verschillende gewasbeschermingsmiddelen beschikbaar die elk een specifieke toepassing kennen. De gewasbeschermingsmiddelen zelf zijn continu in ontwikkeling, waarbij de nadruk ligt op: • het verminderen van de milieudruk en het verminderen van de benodigde hoeveelheid voor effectieve toepassing. Dit heeft tot gevolg dat telers vaker het land op gaan om het middel toe te passen.
Deze hogere frequenties kunnen tot extra onrust leiden en dit vraagt om toelichting aan de inwoners; • het aanscherpen van de systematiek van toelating van middelen tot de ‘positieve lijst’, op basis van de laatste stand van de wetenschap; • het toepassen van geïntegreerde gewasbescherming, waarbij het accent ligt op preventie en chemische gewasbescherming alleen als ‘redmiddel’ wordt ingezet; • het telen van gewassen, die resistent zijn tegen bepaalde ziekten en plagen, waardoor de behoefte aan gewasbeschermingsmiddelen vermindert. Telers mogen alleen middelen gebruiken die door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) zijn toegelaten met het daarbij behorend wettelijk gebruiksvoorschrift. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor het veilig werken met gewasbeschermingsmiddelen om de risico’s voor henzelf, hun werknemers, gezinsleden en de omgeving te minimaliseren.
In de sector wordt gesproken over de afhankelijkheid van deze middelen. Om deze afhankelijkheid te doorbreken, zijn brede afspraken binnen de sector nodig. Deze worden onder andere opgepakt in het ‘Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie gewasbescherming 2030’. Het doel van het uitvoeringsprogramma is dat in de toekomst zo min mogelijk gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, omdat plant- en teeltsystemen ‘weerbaar’ zijn. Daar waar het evenwicht nu kwetsbaar is, wordt gewerkt aan de overgang naar een robuust systeem. Bij voorkeur wordt in 2030 alleen nog met laag-risicomiddelen gewerkt, nagenoeg zonder emissies naar het milieu en nagenoeg zonder residuen op land- en tuinbouwproducten voor de voedselconsumptie. De verbinding tussen land- en tuinbouw en natuur moet op meerdere aspecten worden versterkt.
Hoe staat het met het onderzoek naar verbanden tussen gewasbeschermingsmiddelen en gezondheidsrisico’s?
Onderzoek naar de relatie tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en gezondheidsrisico’s is in volle gang en het wetenschappelijk inzicht schrijdt voort. In vervolg op het advies van de Gezondheidsraad uit 2014, over de gezondheidsrisico’s voor omwonenden, zijn een omvangrijk blootstellingsonderzoek (OBO) en gezondheidsverkenningen uitgevoerd. Hoewel Nederlands onderzoek van de laatste jaren geen duidelijke aanwijzingen voor gezondheidseffecten aantoont, is de ongerustheid niet weggenomen. In internationale literatuur worden wel verbanden tussen gewasbeschermingsmiddelen en gezondheidsschade gesuggereerd, met name met de ziekte van Parkinson en ontwikkelingsstoornissen bij (ongeboren) kinderen. Momenteel is er ook veel aandacht voor het cumulatieve effect van meerdere middelen, als die tegelijkertijd worden toegepast. Onderzoeksresultaten leiden waar nodig tot aanscherping van beleid en regelgeving. In de rapportage Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden nr. 2020/10, Den Haag, 29 juni 2020, is een goede beschrijving gegeven van de actuele kennis over de gezondheidsrisico’s als gevolg van blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen.
Specifiek komen de volgende punten aan de orde: • de noodzaak van aanvullend onderzoek om een uitspraak te kunnen doen over gezondheidsrisico’s; • de noodzaak tot aanpassing van de toelatingsprocedure voor gewasbeschermingsmiddelen; • de vraag of er een relatie is tussen gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de ziekte van Parkinson. Verder lezen? Klik hier
INHOUDSOPGAVE
4
Het OBO, grootschalig onderzoek naar gewasbeschermingsmiddelen en gezondheidseffecten In het rapport Bestrijdingsmiddelen en omwonenden, samenvattend rapport over blootstelling en mogelijke gezondheidseffecten - kortweg OBO - heeft het RIVM in 2019 een grootschalig onderzoek uitgevoerd naar effecten van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor inwoners. Het doel van het OBO was om kennis te verzamelen over de wijze waarop en de mate waarin inwoners rond met name bollenvelden worden blootgesteld aan gewasbeschermingsmiddelen. De kennis is verzameld door middel van metingen en berekeningen. Het OBO heeft op drie manieren bijgedragen aan de ontwikkeling van kennis: • Het heeft patronen zichtbaar gemaakt in de verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen, die neerwaarts op gewassen worden gespoten. • Het heeft nieuwe inzichten opgeleverd over de manieren waarop mensen in aanraking kunnen komen met gewasbeschermingsmiddelen. • Het heeft inzicht gegeven in de verschillen tussen de concentraties van gewasbeschermingsmiddelen waaraan mensen in de praktijk blootstaan, afhankelijk van de afstand van hun woning tot het bespoten veld. Het OBO levert een beter beeld op van de blootstelling van omwonenden aan gewasbeschermingsmiddelen. De resultaten kunnen worden benut voor verdere verbetering van kennis over blootstelling en over het toelatingsbeleid voor gewasbeschermingsmiddelen.
Deze kennis draagt bij aan het advies over het verminderen van de blootstelling van inwoners en telers en over de nadere interpretatie van de gezondheidsrisico’s. Tegelijkertijd heeft het OBO duidelijk gemaakt dat er op bepaalde punten nog sprake is van kennislacunes en worden aanbevelingen gedaan voor een breed scala aan vervolgonderzoeken. Kennisontwikkeling kan bijdragen aan een maatschappelijk geaccepteerd en gewaarborgd veilig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in Nederland.
Is er voldoende aandacht voor gezondheidsrisico’s bij toelating van nieuwe gewasbeschermingsmiddelen? De Europese Unie heeft regels vastgesteld voor de goedkeuring van werkzame stoffen en de toelating van gewasbeschermingsmiddelen. Daarbij is in belangrijke mate aandacht voor gezondheidsrisico’s. Om te worden toegelaten tot de markt moeten nieuwe gewasbeschermingsmiddelen een uitgebreide toelatingsprocedure doorlopen. Deze procedure is gebaseerd op de Europese wet- en regelgeving. De gezondheidsrisico’s van het betreffende middel worden onderzocht op basis van wetenschappelijke studies naar blootstelling en gezondheidskundige grenswaarden. De EU moet eerst de werkzame stof van het middel goedkeuren en pas daarna mag een lidstaat een gewasbeschermingsmiddel met die werkzame stof toelaten, mits de specifieke toepassing veilig is voor mens, dier en milieu. Als de Nederlandse aangewezen toelatingsautoriteit, het Ctgb, het middel heeft toegelaten, dan kan de teler het middel toepassen volgens het wettelijke gebruiksvoorschrift. In Nederland controleert de NVWA het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Daarbij gaat het niet alleen om de risico’s voor de mensen die ‘beroepsmatig’ in aanraking komen met de gewasbeschermingsmiddelen. Ook de risico’s voor omstanders en inwoners worden in beeld gebracht.
Deze procedures hebben tot doel om een veilige toepassing van gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen.
Welke waarborgen heeft de inwoner?
De inwoner heeft een aantal waarborgen als het gaat om eventuele risico’s van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Primair geldt dat de werkzame stoffen van deze middelen zijn getoetst op ‘niet onaanvaardbare effecten’. In een Europese verordening (Nr. 1107/2009) is vastgesteld waaraan wordt getoetst. Zie ook europa.eu. Bij deze toets wordt in ieder geval gekeken naar onderstaande criteria: • Een werkzame stof wordt goedgekeurd als in het licht van de stand van de wetenschappelijke en technische kennis kan worden verwacht dat gewasbeschermingsmiddelen die deze werkzame stof bevatten aan de eisen voldoen. • Werkzame stoffen dienen geen schadelijke effecten te hebben op de gezondheid van de mens, met name die van kwetsbare bevolkingsgroepen, of van dieren, rekening houdend met bekende cumulatieve en synergistische effecten. Tevens moeten schadelijke effecten op het grondwater of milieu zijn uitgesloten. • Uitgaande van de toepassing volgens goede gewasbeschermingspraktijken en rekening houdend met realistische gebruiksomstandigheden, moet een gewasbeschermingsmiddel voldoen aan de volgende eisen: INHOUDSOPGAVE
5
- het is voldoende doeltreffend; - het heeft geen onmiddellijk of uitgesteld schadelijk effect op de gezondheid van de mens, met inbegrip van kwetsbare groepen, of op die van dieren, rechtstreeks of via drinkwater; - het heeft geen onaanvaardbare effecten op planten of plantaardige producten; - het veroorzaakt geen onnodig lijden of pijn bij te bestrijden gewervelde dieren; - het heeft geen onaanvaardbare effecten op het milieu. Europese regels zijn als volgt verankerd in de Nederlandse wetgeving: De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) Het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Bgb) De Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Rgb) De teler heeft een licentie nodig waarmee hij aantoont vakbekwaam te zijn. Bureau Erkenning geeft de licenties uit. Zie ook erkenningen.nl. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), de Nederlandse Arbeidsinspectie en de Inspectie voor de Leefomgeving en Transport (ILT) controleren en handhaven deze regels. Dit gebeurt in samenwerking met het RIVM, provincies, gemeente en waterschappen. Toezichthouders van de NVWA, Nederlandse Arbeidsinspectie en ILT voeren fysieke en administratieve controles uit. Zij controleren of de wettelijke gebruiksvoorschriften worden opgevolgd, de voorraad van middelen, het bewijs van vakbekwaamheid en administratieve verplichtingen.
Telers houden in een register bij welk middel ze gebruiken, het tijdstip en de dosering van de toepassing en het gebied en gewas waarop het middel gebruikt is. Deze gegevens moeten minstens drie jaar bewaard worden.
Foto: EOS Data Analytics
Bij de NVWA kan iedereen terecht met vermoedens over onjuist gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, of vragen over toezicht. Ook klachten kunnen bij de NVWA gemeld worden via een klachtenformulier: nvwa.nl. De regels worden aangevuld en geactualiseerd vanuit het onderzoek en de monitoringsgegevens van onder meer het RIVM, CLM, provincies, waterschappen en waterbedrijven. Deze monitoring kijkt naar de gevolgen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de gezondheid, maar ook breder op welzijn, milieuhygiëne en biodiversiteit.
6
INHOUDSOPGAVE
3.
De inwoner vraagt: Hoe kan ik mijn zorgen en hinder door gewasbeschermingsmiddelen verminderen?
Waar kan een inwoner informatie vinden?
Voor inwoners en belangstellenden zijn er verschillende organisaties en kennisplatforms waarmee zij op de hoogte kunnen blijven van de ontwikkelingen op het gebied van gewasbeschermingsmiddelen. Verder lezen: in de bronvermelding is een aantal relevante documenten en websites opgenomen. Voor vragen of zorgen over de invloed van gewasbeschermingsmiddelen op de gezondheid kunnen inwoners terecht bij de regionale GGD: ggd.nl. Ook het Voedingscentrum verstrekt informatie over de risico’s van resten gewasbeschermingsmiddelen op voedingsmiddelen: voedingscentrum.nl. Voor vragen over het toezicht op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kunnen inwoners terecht bij de NVWA: nvwa.nl.
Wat kan de inwoner doen bij zorgen?
Ondanks de waarborgen vanuit wet- en regelgeving bestaan er zorgen en wordt hinder ervaren bij inwoners. Als een inwoner zorgen heeft over de mogelijke effecten van het gebruik van middelen door een teler is het gesprek met hem aangaan de beste, eerste stap. Door het gesprek aan te gaan en de zorgen met de teler te delen, ontstaat er mogelijkerwijs wederzijds begrip. Inwoners kunnen vragen stellen aan de teler over welke middelen er worden gebruikt en waar de teler rekening mee houdt bij het spuiten van deze middelen. Mogelijke vragen, die de inwoner kan stellen zijn: • Welk gewas komt er op het perceel te staan? • Hoe dicht komt het gewas bij mijn perceelgrens? • Welke teelthandelingen worden er gedaan? • Met welke gewasbeschermingsmiddelen wordt er gespoten? Wat zijn de kernmerken van deze middelen? Hoe vaak worden de gewasbeschermingsmiddelen toegepast? • Met welke andere middelen wordt gespoten? Hoe vaak worden die middelen toegepast? • Waar houdt u rekening mee tijdens het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen? • Welke maatregelen treft u om ervoor te zorgen dat de gewasbeschermingsmiddelen alleen op de bestemde plekken terecht komen? • Welke apparatuur gebruikt u?
Inwoners kunnen hun zorgen delen met de teler en aangeven wanneer zij hinder ondervinden. Partijen kunnen afspraken maken, bijvoorbeeld over: • wanneer er gespoten wordt; • windkracht en windrichting tijdens het spuiten; • vrijwillige spuitvrije zone en de inrichting van die zone; • informatie uitwisseling over de gebruikte middelen en de wijze van toepassen; • het melden van overlast en hinder. Inwoners, telers en gemeente kunnen wederzijdse afspraken vastleggen. Dit kan bijvoorbeeld in een convenant. In de praktijk blijkt dat dit een goed middel is om vertrouwen te herstellen, als er al enige onrust is ontstaan. Wanneer er meerdere inwoners in de omgeving zorgen hebben, kan het verenigen van de inwoners met een aanspreekpunt bevorderlijk zijn voor het gesprek. Inwoners kunnen ook kijken op een eventuele website van de teler of naar de open dag van het bedrijf van de teler gaan. Rol gemeente: signaleren en faciliteren De gemeente kan een rol spelen door partijen (proactief) bijeen te roepen en het gesprek te faciliteren. Daarnaast kan de gemeente in het gesprek bemiddelen of tips geven aan inwoners over hoe zij het gesprek het beste kunnen aangaan. De Gezondheidsraad gaf in 2014 een aantal praktische tips aan direct omwonenden, waardoor zij het contact met gewasbeschermingsmiddelen kunnen beperken.
Opgemerkt wordt dat de effectiviteit van deze maatregelen niet ‘wetenschappelijk’ is bewezen. Meer weten? Klik hier
7
INHOUDSOPGAVE
Voorbeelden van afspraken in convenanten Convenant spuitdrift - Houten Bij omwonenden van fruitpercelen kan spuitdrift zorgen veroorzaken. Vooruitlopend op de landelijke regelgeving wilden de fruitteeltsector, vertegenwoordigd door NFO en LTO, en de gemeente Houten een positieve wending geven aan de discussie over drift. Dit kan in de eerste plaats door de drift daadwerkelijk te reduceren door het te voorkomen, beter te richten (met gebruik van betere technieken), afstand te houden of af te schermen. Daarnaast kan de communicatie tussen fruittelers en hun omwonenden nog een stuk verbeteren. Het convenant bevatte een set van concrete en praktische afspraken. Om daadwerkelijk een brug te slaat tussen de fruitteler en omwonenden stimuleerden de fruitteeltorganisaties hun leden om (jaarlijks) een open dag of excursie voor mensen in de buurt te organiseren. Een kijkje in de keuken dus. Deze dagen zijn ook zeer geschikt om omwonenden en andere geïnteresseerden te informeren over alles wat samenhangt met gewasbescherming. Inmiddels is dit convenant achterhaald. De gemeente Houten is gestopt met het eigen beleid en is de landelijke jurisprudentie gaan volgen.
Tripartite convenant Hardenberg In Hardenberg heeft de gemeente proactief gesprekken gefaciliteerd om de ontstane tegenstelling te overbruggen tussen telers en inwoners. Afspraken zijn vastgelegd in het tripartite convenant. Hierin staan afspraken over communicatie, werkwijze en afstanden, die bij het spuiten in acht worden genomen. De verhoudingen tussen telers en inwoners zijn hierdoor harmonieuzer geworden. Kennis wordt gedeeld en afspraken worden gemonitord en waar nodig aangescherpt, bijvoorbeeld over het toepassen van de best beschikbare technieken. Kritische inwoners zien het convenant als een nuttige, tijdelijke tussenstap op weg naar een structurele oplossing.
Overeenkomst vermindering gebruik gewasbeschermingsmiddelen, gemeente Westerveld In de gemeente Westerveld was in een aantal dorpen geen basis meer voor het maken van afspraken tussen de partijen. Telers voelden zich geïntimideerd en verontruste inwoners voelden zich onbegrepen door gemeente, telers en mede-inwoners. Niet georganiseerde inwoners waren bezorgd over polarisatie in hun gemeenschap. Om uit deze impasse te komen, hebben de gemeente Westerveld, LTO, KAVB, de toeleveranciers van gewasbeschermingsmiddelen, de telers en een aantal inwoners in samenspraak in een convenant een aantal afspraken vastgelegd. Deze afspraken hebben betrekking op: • gedrag en omgangsvormen: respect, integriteit, professionaliteit, rekening houden met elkaar; • toepassing van gewasbeschermingsmiddelen, innovatie; • communicatie en openheid. De overeenkomst heeft onder andere geleid tot een samenwerking ten behoeve van duurzamere teeltmethoden binnen een pilot en maatwerkafspraken tussen telers en inwoners.
8
INHOUDSOPGAVE
4.
De teler vraagt: hoe kan ik mijn buren tegemoet komen zonder afbreuk te doen aan mijn product?
Zorgvuldige toepassing van gewasbeschermingsmiddelen
Door onderzoek en regelgeving zijn telers zich goed bewust van zowel de positieve als negatieve kanten van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Het is een belangrijk hulpmiddel om een kwalitatief goed product te telen en de telers zijn zelf deskundig als het gaat om de veilige toepassing. De zorgvuldige toepassing van gewasbeschermingsmiddelen blijft wel een continu punt van aandacht, ook omdat beleid en regelgeving veranderen en geactualiseerd worden door voortschrijdend inzicht en door het maatschappelijke debat. Overheden en de agrarische sector hebben een belangrijke rol bij voorlichting en stimulering van zorgvuldige toepassing en, uiteraard, ook bij controle op en handhaving van het naleven van regels en afspraken.
• Ontwikkelen van goede informatie en communicatie via persoonlijk contact, app en website/online tools, waarbij partijen elkaar snel weten te vinden bij vragen, opmerkingen of overlast. Het is van groot belang dat alle partijen toezien op ‘normale omgangsvormen’, met begrip en respect voor elkaars standpunten en belangen.
Een boer die rood staat kan niet meer groen denken. De boer kan zich een mislukte oogst niet permitteren. Het gebruik van middelen is een ‘verzekeringspremie’ om het risico op een mislukte oogst te verkleinen.
Communicatie is de sleutel
Regelmatig verschijnen in de media berichten over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. In deze berichten worden vooral de maatschappelijke zorgen belicht. Bij een gevoelig onderwerp als gewasbescherming is goede, eenduidige communicatie cruciaal. Over het voorkómen van hinder door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is een aantal praktische afspraken te maken. Deze afspraken tussen telers en inwoners kunnen betrekking hebben op: • Communicatie naar inwoners. Door inwoners vooraf goed te informeren over wat er precies wordt gebruikt en waarom kunnen telers de zorgen omtrent deze middelen mogelijk voor een deel wegnemen. Ook kunnen telers aangeven welke maatregelen zij nemen voor een verantwoorde toepassing ervan. Wanneer er nieuwe aanwonenden zijn, kunnen zij het beste via persoonlijk contact worden geïnformeerd. • Afspraken maken over de tijdstippen en omstandigheden van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Als telers zo veel mogelijk duidelijk aangeven in welke periodes en op welke momenten van de dag zij gaan spuiten, dan kunnen inwoners daar rekening mee houden. De telers kunnen de tijdstippen van gebruik van gewasbeschermingsmiddelen ‘sociaal kiezen’, bij voorkeur in overleg met de inwoners. Daarnaast kan een afspraak zijn om als dat kan alleen te spuiten als de wind van de inwoners af staat.
LTO biedt de telers hulp, met praktische tips over communiceren, informeren en luisteren. De overweging is meegegeven om hier ook gerichte trainingen aan te koppelen, bijvoorbeeld over het voeren van gesprekken met inwoners, het gebruik van (sociale) media en het opzetten van een website. Goede voorbeelden van het voeren van een dialoog zijn te vinden op de website voervoordialoog.nl. Het vastleggen van praktische afspraken, bijvoorbeeld in een convenant, biedt duidelijkheid en waarborgen voor alle partijen. Podcast Red de Lente, aflevering 1
INHOUDSOPGAVE
9
Lessen uit de praktijk van de wisselteelt Wisselteelt vraagt om een andere benadering. Door de wisselteelt in (bijvoorbeeld) de leliesector hebben deze telers om de twee jaar nieuwe aanwonenden rond de percelen. Telers kunnen zelf ‘nieuwe buren’ benaderen en in een keukentafelgesprek tekst en uitleg geven over hun bedrijfsvoering en hoe zij gewasbeschermingsmiddelen toepassen. Zorgen kunnen worden gedeeld en de teler kan heel gericht maatregelen treffen om de zorgen van inwoners te verminderen. De praktijk leert dat de volgende maatregelen goed werken om de communicatie en transparantie te bevorderen: • voorafgaand aan de aanplant van bollen aanbellen bij de aanwonende en uitleggen wat er op het aangrenzend perceel gaat gebeuren; • een bord plaatsen op elk perceel met contactgegevens: ‘hier telen wij bloembollen en op dit telefoonnummer zijn wij bereikbaar voor vragen’. Zo kunnen inwoners direct contact opnemen bij vragen of ervaren van overlast; • een spuitvrije zone respecteren bij een perceel aangrenzend aan een plek met wisselende bezoekers, zoals camping, school of sportpark; • het opzetten van een website met duidelijke omschrijving van het bedrijf. Daarnaast zijn de volgende maatregelen1 mogelijk: • een flyer van het bedrijf in de bus van aanwonenden; • een fysieke afscheiding plaatsen; • open dagen op de boerderij.
|
1
Telers hebben wisselde ervaringen met de effectiviteit van deze maatregelen.
Verduurzaming van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen Er zijn verschillende initiatieven op het gebied van verduurzaming van de (bollen) teelt. De pilot Duurzame bollenteelt Drenthe is gericht op het vinden van manieren om de milieubelasting te reduceren. Hierbij wordt vooral gekeken naar de ‘gezondheid’ van de bodem na het oogsten van de teelt, het gebruik van minder milieubelastende middelen en communicatie. Zie: duurzamebollenteeltdrenthe.nl Andere ontwikkelingen zijn: Precisielandbouw Nieuwe technieken op het gebied van precisielandbouw zijn volop in ontwikkeling. Door monitoring en waarschuwingssystemen kunnen gewasbeschermingsmiddelen plaatselijk en zeer gericht worden toegepast, waardoor het gebruik sterk afneemt. Verschillende onderzoeksinstituten dragen bij aan de ontwikkeling van de benodigde technieken en om deze praktisch toepasbaar te maken. Resistente teelten Door middel van veredeling kunnen planten worden gekweekt, die resistent zijn tegen veel voorkomende ziektes en plagen. Door als teler te kiezen voor resistente teelten kan de afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen worden verminderd. Keurmerken Keurmerken kunnen inzichtelijk maken wat een teler bovenwettelijk doet op het gebied van duurzaamheid. Een voorbeeld hiervan is het onafhankelijke keurmerk On the way to PlanetProof, dat staat voor een duurzamere teelt.
Ook hebben sommige retailers een eigen keurmerk, zoals het Beter voor Natuur en Boerprogramma. Er worden controles uitgevoerd bij telers om na te gaan of ze aan alle eisen voldoen, die door het keurmerk zijn gesteld. De Toolbox emissiebeperking, handvatten voor een schoner oppervlaktewater Om de doelstelling uit het Uitvoeringsprogramma Gewasbescherming 2030 te halen, is actie nodig. CropLife NL (voorheen Nefyto), Unie van Waterschappen, Cumela, Agrodis, LTO Nederland en CLM hebben de handen ineengeslagen en hebben de Toolbox Emissiebeperking ontwikkeld. Deze toolbox bevat uitgebreide inhoudelijke informatie over middelen, technieken en gebruik om de emissie naar met name het oppervlaktewater te verminderen. Een belangrijke rol is weggelegd voor de ‘emissiecoach’, die kan informeren en adviseren. Primaire doelgroep voor de toolbox zijn de agrarische ondernemers zelf, maar ook voor andere belanghebbenden is dit een prima vraagbaak en informatiebron. Check toolboxwater.nl INHOUDSOPGAVE
10
Specifieke financiële vergoedingen voor ‘groenblauwe diensten’
Agrarische bedrijven kunnen landbouwsubsidies krijgen. Deze steun is een onderdeel van het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), zie ook rijksoverheid.nl. Financiële prikkels kunnen bijdragen aan financiële ondersteuning voor het aanschaffen van geschikte machines (DAW, GBL). Telers kunnen ook een vergoeding ontvangen als zij inkomsten derven door: • het houden van afstand of het realiseren van afschermingsmaatregelen tot inwoners, met name in bestaande situaties; • het niet toepassen van gewasbeschermingsmiddelen; • het inzaaien van bloemrijke akkerranden. Ook de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland biedt een breed scala aan financierings- en subsidieregels. Deze regelingen zijn erop gericht om de akkerbouw en vollegrondsteelt in de volle breedte ‘toekomstbestendig’ te maken. Voor verdere informatie zie rvo.nl Landschap Overijssel heeft via de Stichting GroenBlauwe Diensten Overijssel (SGBDO) de mogelijkheid gecreëerd om langjarige vergoeding (21 of 30 jaar) te kunnen bieden voor het beheer van natuurelementen. Door het afsluiten van een contract bij SGBDO is de eigenaar verzekerd van een vergoeding voor het onderhoud en beheer van de landschapselementen. Ook zijn aanleg en herstelvergoedingen mogelijk. In de praktijk kan een eigenaar tot 20% van de omzet genereren uit het beheer van natuur en landschap, met de daarbij behorende vergoedingen.
Stichting GroenBlauwe Diensten Overijssel (SGBDO) De financiële regelingen kunnen structurele oplossingen stimuleren en tot verandering leiden. SGBDO wil telers stimuleren ‘maatschappelijke opgaven’ over te nemen, door het vergoeden van groenblauwe diensten. De telers kunnen deze diensten overnemen door iets te doen (actieve dienst) of juist iets te laten (passieve dienst). In het kader van gewasbeschermingsmiddelen kan worden gedacht aan het respecteren en inrichten van spuitvrije zones als akkerranden/ opgaande beplanting of het niet toepassen van gewasbeschermingsmiddelen. Deze regeling is een succes vanwege: • de zekerheid voor de teler door een langdurig contract van 21 tot 30 jaar en dus niet gebonden is aan de vierjarige politieke cyclus; • de laagdrempelige aanvraagprocedure. De beschikbare middelen van gemeente en provincie, eventuele private fondsen en schenkingen zijn gebundeld. Voor de aanvrager is er één loket waar alle aanvragen voor blauwgroene diensten tegelijkertijd worden aangevraagd. Het ‘stapelen’ van vergoedingen voor eenzelfde activiteit is uiteraard niet toegestaan.
De ‘rechten en plichten’ worden in een privaatrechtelijk contract vastgelegd. De plichten aan de kant van de telers worden gecontroleerd. Het contract is door de telers ook weer op te zeggen. • Bij een eerste aanleg of permanente verandering is het beter om direct een eenmalig bedrag te betalen om investeringen of afwaardering te compenseren. De jaarlijkse bijdragen zijn vooral bedoeld als vergoeding voor beheerkosten of verminderde opbrengst. • Het is lastiger om een vergoeding voor een passieve maatregel te geven aangezien het laten van een activiteit minder goed te kwantificeren en controleren valt. Het risico bestaat dat de vergoedingen worden gezien als staatssteun; het onderbrengen van de regeling in een aparte stichting kan hiervoor een oplossing bieden. • Omdat EU-regels continu aan verandering onderhevig zijn, dienen de gesloten overeenkomsten periodiek, bijvoorbeeld iedere vijf jaar te worden gecontroleerd of het conform de EU-regels is. De afspraken moeten dan mogelijk worden bijgesteld. • Uit onderzoek (Bron: Verkennende studie naar prikkels voor gedragsverandering naar duurzaam bodemkoolstofbeheer) blijkt dat telers een ‘uitgestelde beloning’ niet prettig vinden. Ze willen dus niet in het ene jaar allerlei maatregelen moeten nemen en daar pas in het volgende jaar voor beloond worden.
Ook is het niet prettig voor hen als de hoogte van de beloning afhangt van het effect van de maatregelen. Ze zullen er immers niet altijd iets aan kunnen doen als maatregelen niet het beoogde effect hebben; het weer kan ook van grote invloed zijn. Landschap Overijssel is gestart met de SGBDO. Op dit moment is er geen duidelijke ‘initiatiefnemer’ aan te wijzen voor het opzetten van een dergelijke regeling. Meer informatie is te vinden op de website van SGBDO
11
INHOUDSOPGAVE
De bestuurder vraagt: wat zijn de 5. planologische mogelijkheden om het
gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te reguleren?
Bemiddelende rol
De rol, die de gemeente bij spanningen of conflicten over de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen kan spelen, is een intermediaire rol tussen partijen. Partijen willen uiteraard serieus worden genomen. De gemeente kan de-escaleren en ‘het gesprek’ faciliteren door: • duidelijke informatievoorziening op de website over de aanspreekpunten bij zorgen en klachten en zo nodig de rol van aanspreekpunt ook te vervullen (met doorverwijzing naar verantwoordelijke instanties); • bij meldingen of aanwijzingen de inwoners en telers uit te nodigen om met elkaar het gesprek te voeren over zorgen en ervaren overlast. De gemeente kan bij dergelijke gesprekken als facilitator optreden; • innovatieve projecten op het gebied van verduurzaming stimuleren. In een maatschappij, die steeds verder verdeeld is, kan de discussie over het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen tot verdere polarisatie leiden. Het is hierbij belangrijk dat de gemeente in haar communicatie-uitingen zich altijd baseert op feiten over de gewasbeschermingsmiddelen en de ontwikkelingen hierin ook nauwgezet volgt. Lessen uit de praktijk zijn ook om in dat geval maatwerk te leveren daar waar wel afspraken gemaakt kunnen worden. Hiervoor kan het bevorderlijk zijn om de partijen juist afzonderlijk te spreken.
Juridische mogelijkheden om spuitvrije zones te regelen
Het instrumentarium om een verbod in te stellen op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is gering. De benodigde bewijslast, dat gewasbescherming leidt tot een vermindering van de gezondheid, mist. Voor bestuurders is het van belang om te weten welke juridische mogelijkheden er vanuit de ruimtelijke ordening zijn om spuitvrije zones in te stellen. De ruimtelijke ordeningswetgeving biedt hiervoor de basis en het bestemmingsplan een aantal instrumenten om te komen tot specifieke regelgeving. Daarbij is sprake van een belangrijk onderscheid tussen bestaande en nieuwe situaties.
Wetgeving over gewasbeschermingsmiddelen Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is wettelijk toegestaan in de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) volgens het wettelijk gebruiksvoorschrift en het Activiteitenbesluit. Daarin staat aangegeven hoe de middelen moeten worden gebruikt. Voor landbouwbedrijven met een open teelt schrijft het Activiteitenbesluit voor dat teeltvrije zones kunnen worden aangehouden ter bescherming van bodem en oppervlaktewater, waarbij de breedte van de zones varieert. Deze wetgeving bevat echter geen regels over de afstand tot woon- en natuurgebieden. Instellen spuitvrije zones: de planologische praktijk Op grond van de regelgeving over de ruimtelijke ordening zijn er beperkte mogelijkheden voor het vaststellen van spuitvrije zones. Deze mogelijkheden hebben altijd betrekking op nieuwe situaties en zijn vooral gericht op het creëren en waarborgen van ‘afstand’ tot de bron en de ontvangers of op ruimtelijke afscherming. In nieuwe situaties, dus waarbij functies voor de eerste maal planologisch mogelijk worden gemaakt, kunnen in het bestemmingsplan regels worden gesteld over het instellen van spuitvrije zones tussen landbouwgronden en gevoelige bestemmingen, zoals woningen, horecafaciliteiten met terras of speelplekken voor kinderen. De motivering om dit te doen, volgt uit het belang van de goede ruimtelijke ordening.
Ook in rijksregels (op grond van art. 4.3 Wro) of provinciale regels (op grond van art. 4.1 Wro) kunnen hiervoor regels worden opgenomen. Waar het gaat om het in acht nemen van een bepaalde afstand tussen gronden met een agrarische bestemming – waar gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden gebruikt – en gronden met een gevoelige bestemming gelden geen wettelijke voorschriften. In het kader van de goede ruimtelijke ordening moet een afweging worden gemaakt van alle, bij het gebruik van de betreffende gronden, betrokken belangen van zowel de teler en het belang om gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken, als het waarborgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en mogelijke effecten op de volksgezondheid. Zo is er uit jurisprudentie (onder andere de uitspraak van 23 september 2009 in zaak nr. 200900750/1/R2) inmiddels een vuistregel ontstaan waaruit volgt dat een afstand van 50 meter niet onredelijk is. Op basis van een deugdelijke motivering kunnen ook kleinere afstanden worden aangehouden. Het doelmatig gebruik van de ruimte mag niet zonder motivering worden belemmerd. Toepassing van gewasbeschermingsmiddelen overeenkomstig de krachtens EUverordeningen gestelde voorschriften tast niet zonder meer een aanvaardbaar woonen leefklimaat aan.
INHOUDSOPGAVE
12
In bestaande situaties ligt de zaak heel anders. Het ruimtelijke ordeningsrecht gaat ervan uit dat legaal bestaand gebruik in beginsel conform wordt bestemd. Het instellen van een spuitvrije zone met een grotere afstand dan een reeds bestaande situatie is dan problematisch. Zowel de agrarische functie als de gevoelige functie zijn dan immers rechtmatig aanwezig. Bij vernieuwing van het bestemmingsplan geldt daarenboven ingevolge van art. 3.2.2. van het Bro het standaard overgangsrecht voor ieder rechtmatig gebruik. Dit overgangsrecht bepaalt dat gebruik van de grond en bouwwerken, dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Verandering van het gebruik naar ander gebruik dat tevens in strijd is met het nieuwe bestemmingsplan, is alleen toegestaan als hierdoor de afwijking in aard en omvang wordt verkleind. Zelfs wanneer een bestemmingsplan rechtmatig wordt vastgesteld, blijkt dat het bestaande gebruik mag worden voortgezet. Als het gebruik langer dan een jaar wordt onderbroken, dan vervalt het overgangsrecht. Het overgangsrecht maakt het afdwingen van een spuitvrije zone via de bestuursrechter heel lastig. Dit volgt bijvoorbeeld uit de Afdelingsuitspraken betreffende een bestemmingsplan voor de Kern Rhenoy (gemeente Geldermalsen), tussenuitspraak 26 maart 2014, nr.
201306395/1/R2 en einduitspraak 12 november 2015, nr. 201306395/3/R2, over een groot aantal woningen op korte afstand van een fruitboomgaard. In de uitspraak is aangegeven dat een afstandseis uit oogpunt van goede ruimtelijke ordening niet kan worden opgenomen.
Sturing middels het aanlegvergunningenstelsel Voor maatwerk in nieuwe situaties, dus bij overschakeling naar een nieuw gewas of uitbreiding, is het mogelijk om te werken met een aanlegvergunningenstelsel in het bestemmingsplan. Met een aanlegvergunningenstelsel wordt veel minder diep ingegrepen op de bedrijfsvoering van de telers, zonder dat de belangen van inwoners worden verwaarloosd. Er wordt dan een vergunningplicht opgenomen voor de aanplant van nieuwe teelt, maar ook voor de uitbreiding van bestaande teelt. In het kader van de toetsing van de aanvraag moet worden aangetoond dat ter plaatse van de gevoelige functies een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is gewaarborgd. De toepassing van gewasbeschermingsmiddelen overeenkomstig de krachtens EUverordeningen gestelde voorschriften voldoet daaraan.
Het is alleen mogelijk om in het bestemmingsplan spuitvrije zones op te nemen, als dit locatiespecifiek is onderbouwd. Vanuit de goede ruimtelijke ordening moet worden getoetst of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen een zodanig effect heeft op de volksgezondheid van de mensen, die verblijven op de belendende percelen met een gevoelige functie, dat de gezondheid van inwoners niet kan worden gegarandeerd.
Planschade onder de Wro Ook bij een deugdelijke motivering die het instellen van spuitvrije zones rechtvaardigt, kan dit leiden tot planschadeverzoeken van de bestaande telers. Daarbij hoeft inkomensschade niet te worden vergoed, omdat de telers het huidige gebruik van hun gronden onder het overgangsrecht mogen voortzetten. Het nieuwe bestemmingsplan heeft wel een negatief effect op de waarde van hun percelen.
Vanuit het voorzorgsbeginsel mag de Staat effectieve en proportionele maatregelen, die zijn gericht op het voorkomen van ernstige en onomkeerbare milieuschade, niet nalaten, ook als de zekerheid over het optreden van dergelijke schade op dat moment nog niet volledig met wetenschappelijke of technische kennis te rechtvaardigen is. De Afdeling eist dat het gevaar zodanig groot is dat de gezondheid niet kan worden gegarandeerd. Deze bewijslast is niet te leveren. Op dit moment lijkt er onvoldoende basis te zijn om, op grond van het voorzorgsbeginsel, voor alle teelten ‘algemene spuitzones’ in bestemmingsplannen op te nemen. Deze basis ontbreekt met name omdat alle stoffen en middelen op Europees en nationaal niveau krachtens diverse EU-verordeningen aan zeer uitgebreide wetenschappelijke evaluaties zijn en voortdurend worden onderworpen, ook voor de effecten op mensen.
Eventueel kan worden gedacht aan het vastleggen van toetsingskaders in beleidsregels in plaats van een bestemmingsplan. Beleidsregels zijn flexibeler en gemakkelijker aan te passen dan toetsingskaders, die strikt in het bestemmingsplan worden vastgesteld. Opgemerkt wordt dat een beleidsregel alleen kan invullen wat in een bestemmingsplan is geregeld, bijvoorbeeld door de uitwerking en van gehanteerde begrippen. De beleidsregels kunnen niet de functie van een bestemmingsplan overnemen, bijvoorbeeld door te stellen dat een activiteit alleen mag worden verricht als aan de betreffende beleidsregel is voldaan. De aanlegvergunningenplicht kan worden beperkt tot een bepaalde aan te wijzen zone tot aan gevoelige functies.
Bij het bepalen van deze vermogensschade mag rekening gehouden worden met de verzachtende werking van het overgangsrecht en dus met het feit dat de telers het gebruik mogen voortzetten. Opgemerkt is dat bestaande telers niet zomaar onder het overgangsrecht kunnen worden gebracht. Dit mag alleen als zicht is op beëindiging van bestaand gebruik binnen de planperiode van maximaal tien jaar. Als daarvan geen sprake is, kan worden gewerkt met een uitsterfregeling. Indien voor een uitsterfregeling wordt gekozen, is vaak sprake van waardevermindering van percelen en dus van planschade.
13
INHOUDSOPGAVE
Rijksregels op grond van de Wet milieubeheer (Wmb) Art. 3.7a van het Activiteitenbesluit milieubeheer, weer mede gebaseerd op Art. 8.40 Wet milieubeheer, bepaalt dat bij of krachtens een AmvB regels kunnen worden gesteld ter bescherming van het milieu tegen nadelige gevolgen van, in dit geval, het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Een bedrijf dat gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, zal vrijwel altijd een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer zijn. Het Activiteitenbesluit kent een aantal bepalingen, bijvoorbeeld de verplichting om een techniek te gebruiken waardoor een driftreductie van ten minste 75% (ten opzichte van een referentietechniek) wordt bereikt. Deze regels dienen altijd ter bescherming van het milieu en de AmvB-wetgever moet, anders dan bij regels vanuit het perspectief van de goede ruimtelijke ordening, een onderbouwing geven vanuit het milieuperspectief. De Wet milieubeheer biedt geen basis voor het instellen van spuitvrije zones.
Veranderingen in de Omgevingswet
Het kerndoel van de Omgevingswet is een ‘duurzame ontwikkeling’; van een strikt onderscheid tussen ‘een goede ruimtelijke ordening’ (Wro) en ‘bescherming van het milieu’ (Wmb) is dus geen sprake meer. In de Omgevingswet is bewust gekozen voor een nieuwe terminologie; zo worden niet langer ‘bestemmingen van gronden’ aangewezen, maar worden in het omgevingsplan ‘functies aan locaties’ toegedeeld, met als doel om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, zal door jurisprudentie duidelijk worden wat precies de veranderingen zijn ten opzichte van de vigerende wetgeving. Meer lezen? Zie de notities Advies spuitvrije zones en Beantwoording vragen inwoners, opgesteld door Van Doorne N.V in opdracht van gemeente Westerveld. ibabs.eu/publicdownload
Water: reguleren op basis van milieubelasting De provincie is bevoegd om ter bescherming van de drinkwaterbronnen gebieden aan te wijzen; zogeheten grondwaterbeschermingsgebieden. Bepaalde gewasbeschermingsmiddelen (met een hoog uitspoelingsrisico naar het grondwater) zijn op basis van het toelatingsbeleid daar niet toegestaan. Zo heeft de provincie Drenthe in de Provinciale Omgevingsverordening het grondwaterbeschermingsgebied van de Drentsche Aa aangewezen. Hier geldt een verbod op het innemen van water uit de Drentse Aa voor het vullen van spuitapparatuur en een verbod op het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen binnen een afstand van 4 meter vanaf de insteek van het oppervlaktewater van de aangewezen waterlopen (spuitvrije zone). Overigens kunnen hier telers aanspraak maken op een vergoeding voor inkomensschade (Onderlinge Landbouwschaderegeling Oppervlaktewaterwinning Drentsche Aa). In de gemeente Ommen was een algemeen verbod voor bollenteelt in een grondwaterbeschermingsgebied ingesteld. De onderbouwing op het verbod is wankel. Als alternatief hebben de telers afspraken gemaakt met het drinkwaterbedrijf (Vitens) over het toepassen van gewasbescherming. De telers gebruiken geen middelen, die gemakkelijk uitspoelen en het grondwater bereiken. Zij verduurzamen hun teelt in het intrekgebied, wat een groter gebied is dan het drinkwaterwinningsgebied.
14
INHOUDSOPGAVE
Bronvermelding
Met diverse partijen zijn gesproken om de huidige informatie op te halen. De personen van de organisatie zijn op persoonlijke titel benaderd vanwege hun deskundigheid over en betrokkenheid bij dit onderwerp. Overzicht gebruikte bronnen • Bout advocaten – brief naar GS prov. Drenthe.
Relevante websites en documenten: • College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden: ctgb.nl
• De Lauwere, C., Van der Burg, S. (2019) Verkennende studie naar prikkels voor gedragsverandering naar duurzaam bodemkoolstofbeheer. Wageningen Economic Research. Rapport 2019-034: doi.org/10.18174/497344
• Voor informatie over de subsidieregeling van Stichting GroenBlauwe Diensten Overijssel: sgbdo.nl
• Europees Parlement en de Raad (2009) Verordening (Nr. 1107/2009) betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad: europa.eu
• Voor vragen of zorgen gerelateerd aan gezondheid: ggd.nl • Voor meer informatie over gewasbeschermingsmiddelen en voeding: voedingscentrum.nl
• Gezondheidsraad (2014) Dossier Gewasbescherming en omwonenden. Den Haag: Gezondheidsraad. Publicatienr. 2014/02
• Algemene informatie over statistieken: cbs.nl
• Gezondheidsraad (2020) Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden. Den Haag: Gezondheidsraad. Publicatienr. 2020/10
• Voor meer informatie en vragen over het gebruik en toezicht op gewasbeschermingsmiddelen: nvwa.nl
• Leendertse, P., Burgers, D. (2022) Bestrijdingsmiddelen: vloek of zegen? (Aflevering 1) [podcastaflevering] In Red de Lente. CLM: podcast-red-de-lente
• Bij klachten: nvwa.nl/over-de-nvwa/contact
• Montforts, M. H. M. M., Bodar, C. W. M., Smit, C. E., Wezenbeek, J.M., Rietveld, A.G. (2019) Bestrijdingsmiddelen en omwonenden: Samenvattend rapport over blootstelling en mogelijke gezondheidseffecten. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu DOI 10.21945/RIVM-2019-0052
• Algemene informatie van de Rijksoverheid: rijksoverheid.nl
• Praktische tips voor telers over effectieve communicatie richting omwonende: voervoordialoog.nl • Overzicht van landbouw subsidies: rijksoverheid.nl
• Van Doorne N.V. (2019) Advies spuitvrije zones. Van Doorne N.V.
• Praktische handvatten om emissie van gewasbeschermingsmiddelen naar oppervlakte water te verminderen: toolboxwater.nl
• Van Doorne N.V. (2019) Beantwoording vragen omwonenden. Van Doorne N.V.
• De koninklijke Algemene Vereniging voor Bloembollencultuur: kavb.nl
• Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie gewasbescherming 2030. Rijksoverheid (2020) overheid.nl
• LTO, De Land- en Tuinbouw Orgnisatie Nederland: lto.nl • RIVM, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, onderzoek naar het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen: rivm.nl • CLM, adviesbureau op het gebied van landbouw, voedsel, natuur, milieu en klimaat: clm.nl
INHOUDSOPGAVE
15
Samenstelling:
In opdracht van:
Over Arcadis Arcadis is een toonaangevend wereldwijd ontwerp en consultancybureau voor de natuurlijke en gebouwde omgeving. Wij maken het verschil voor onze klanten en de maatschappij met doeltreffende, duurzame en digitale oplossingen. Met 27.000 mensen in meer dan 70 landen genereerden we in 2020 een omzet van €3,3 miljard. Wij ondersteunen UN Habitat met kennis en expertise om leefomstandigheden te verbeteren in gebieden getroffen door de gevolgen van de klimaatverandering. www.arcadis.com