Bijlage Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Geesteren, Herontwikkeling Locatie Aloysiusschool
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld NL.IMRO.0183.GEEBPALOYSSIUS-VG01
Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Geldend bestemmingsplan 1.5 Leeswijzer
7 7 7 7 8 9
Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Geesteren 2.2 Huidige situatie plangebied
11 11 11
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Gewenste ontwikkeling 3.2 Verkeer en parkeren
13 13 14
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid
21 21 26 31 34
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodem 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Bedrijven en milieuzonering 5.6 Ecologie 5.7 Archeologie en cultuurhistorie 5.8 Water 5.9 Besluit Milieueffectrapportage
41 41 42 42 44 45 48 50 51 52
Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opbouw van de regels 6.3 Bestemmingen
55 55 55 56
Hoofdstuk 7
59
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 8 Vooroverleg en inspraak 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen
61 61 61 61
Bijlagen bij de toelichting
63
Bijlage 1
Beoordeling varianten ontsluiting plangebied
64
Bijlage 2
Verkeersonderzoek 2019
67
2
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek industrielawaai
104
Bijlage 4
Bodemonderzoek
167
Bijlage 5
Stikstofonderzoek
225
Bijlage 6
Quickscan natuurwaardenonderzoek
242
Bijlage 7
Archeologisch onderzoek
275
Bijlage 8
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
315
Bijlage 9
Besluit aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
331
Bijlage 10
Waterhuishoudkundig plan
335
Bijlage 11
Reactienota zienswijzen
381
Regels
393
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
395 395 400
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Groen Maatschappelijk Verkeer
401 401 403 405
Artikel 6 Artikel 7
Wonen Waterstaat - Beheerszone watergang
407 411
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
413 413 414 415 416 417
Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
419 419 420
Bijlagen bij de regels
421
Bijlage 1
Groenplan
422
Bijlage 2
Staat van Bedrijfsactiviteiten
427
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool 3
4
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool
Toelichting
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool 5
6
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de locatie van de Aloysiusschool, gelegen aan de Vriezenveenseweg 12 te Geesteren (hierna: plangebied). De aanwezige schoolbebouwing is verouderd en voldoet niet meer aan de hedendaagse (duurzaamheids) eisen en wensen. Het voornemen is om nagenoeg alle aanwezige bebouwing te slopen en overtollige (erf)verharding te saneren, om ter plaatse een nieuwe basisschool en buitenschoolse opvang te realiseren. Door de herontwikkeling van de schoollocatie komt een deel van de gronden vrij. Het voornemen is om hier maximaal acht grondgebonden levensloopbestendige woningen te realiseren. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan “Albergen en Geesteren”, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. Hierbij zal worden aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening'.
1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied bevindt zich aan de Vriezenveenseweg 12 in de kern Geesteren. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in de kern Geesteren en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven.
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied (Bron: PDOK)
1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0183.GEEBPALOYSSIUS-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen) Op de verbeelding zijn de bestemmingen binnen het plangebied aangegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan, maar maakt geen onderdeel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool 7
1.4 Geldend bestemmingsplan 1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Albergen en Geesteren'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Tubbergen op 30 maart 2015. Op basis van dit bestemmingsplan zijn de gronden ter plaatse van het plangebied voorzien van de bestemming 'Maatschappelijk'. Daarnaast is een deel van het plangebied voorzien van een dubbelbestemming 'Waterstaat - Beheerzone watergang'. In subparagraaf 1.4.2 wordt nader ingegaan op de geldende (dubbel)bestemmingen. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan weergegeven, waarop het plangebied met de rode contour is aangegeven. Opgemerkt wordt dat tevens de bestemmingsplannen 'Facetbestemmingsplan parkeren Tubbergen' en het '(veeg)bestemmingsplan kernen gemeente Tubbergen' van toepassing zijn. Het voert te ver om op deze plannen uitgebreid in te gaan. Daar waar relevant zijn de regels van deze plannen in voorliggend bestemmingsplan opgenomen.
Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Albergen en Geesteren' (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) 1.4.2
Beschrijving bestemmingen
Bestemming 'Maatschappelijk' Gronden met de bestemming 'Maatschappelijk' zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen, met daaraan ondergeschikt speelvoorzieningen. Met dien verstande dat speelvoorzieningen in de vorm van speelplaatsen/ sport- c.q. trapvelden met de hierbij behorende voorzieningen buiten het bouwvlak uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'speelvoorziening'. In de bouwregels is bepaald dat gebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd. Daarnaast mag ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' de goot- en bouwhoogte van gebouwen niet meer bedragen dan de aangegeven hoogte. Ter plaatse van het plangebied geldt voor het grootste gedeelte een maximum goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 8 meter. Alleen op het noordelijke deel van het bouwvlak mag de goot- en bouwhoogte respectievelijk 7 en 10 meter bedragen. Dubbelbestemming 'Waterstraat - Beheerszone watergang' 8
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool
De voor 'Waterstaat - Beheerszone watergang' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het beheer en de bescherming van de waterloop, met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voorzieningen en (on)bebouwde gronden. 1.4.3
Strijdigheid
De beoogde nieuwe basisschool met buitenschoolse opvang past niet binnen de geldende bouwregels. Zo wordt bijvoorbeeld het bouwvlak overschreden en is de maximum goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 8 meter niet voldoende. Daarnaast is het realiseren van de beoogde grondgebonden levensloopbestendige woningen in het noorden van het plangebied is strijd met de geldende bouw- en gebruiksregels. Een herziening van het bestemmingsplan is daarom vereist. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kaders om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.
1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie in en rondom het plangebied. In hoofdstuk 3 is de beschrijving van het voorgenomen plan opgenomen. Hoofdstuk 4 behandelt het relevante beleid. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 6 gaat in op bestemmingsplansystematiek en licht de bestemmingen toe. In hoofdstuk 7 wordt de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan toegelicht, gevolgd door de maatschappelijke uitvoerbaarheid in hoofdstuk 8.
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool 9
10
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool
Hoofdstuk 2
Huidige situatie
2.1 Geesteren De historie van Geesteren laat zich goed lezen uit de oude structuur van wegen, kerkenpaden en waterlopen. Tot diep in de 18e eeuw was Geesteren niet meer dan een kruispunt van zandwegen: vanuit Tubbergen komend door de Huyeren en vanuit Almelo, Langeveen en Vriezenveen dwars door de veenmoerassen. Van een echt dorp was nog geen sprake. De in Lingen geboren pastoor Cramer legde de basis voor het dorp Geesteren. Hij werd in 1746 benoemd als pastoor van de parochie Vriezenveen/Geesteren en zag in dat het van belang was een meer centrale plek te vinden. Hij kreeg van een vermogende boer de beschikking over een halve hectare heide met daarop een schaapskooi. Diverse parochianen zetten zich vervolgens in om er een gebedshuis van te maken. Als gevolg hiervan kwamen er ook meer weggetjes en kerkenpaden die de oude boerenerven met elkaar verbonden en van de oude Geesterse buurtschappen voeren naar een voor ieder centrale plek, de kerk. In 1818 werd een nieuw kerkgebouw gebouwd en ruim een eeuw later werd het huidige kerkgebouw opgericht. Rond de tijd dat de kerk werd gevestigd op een centrale plek groeide het aantal gezinnen in de buurtschappen van 43 naar 118. Vanaf 1920 bleef het aantal gezinnen in de kern geleidelijk toenemen tot een aantal van 457 in 1951. Hoewel er rond 1960 wel degelijk sprake was van een soort kern, was van een echt dorp nog geen sprake.
(Bron: Dorpsplan Geesteren 2015) Geesteren is ontstaan op de flank van een es aan de rand van een heidegebied, aan de rand van de voorheen aanwezige Geesterensche Heide. Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, lager gelegen maten en fliergronden en (voormalige) heidevelden. De dorpen en erven lagen op de flanken van de es, op de overgang naar de lager gelegen maten- flierenlanden. Het essenlandschap heeft van oudsher voornamelijk een landbouwkundige functie. Het landschap is geordend vanuit de erven en essen en de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van de stuwwal werden aangelegd. Eeuwenlange bemesting met heideplaggen en stalmest heeft geleid tot een karakteristiek reliëf. Ontwikkeling 20e eeuw Het centrum van Geesteren bevindt zich wel net als vroeger nog rondom de kerk. Wel is het centrum in de loop der jaren vernieuwd. De woonbebouwing heeft zich in eerst instantie in Geesteren ontwikkeld langs de historische dorpslinten. Vanaf de jaren ’50 heeft is er een forse toename qua woonbebouwing, in eerst instantie in zuidwestelijke en zuidelijke richting. In de jaren ’60 en ’70 is de kern richting de Harmelinksweg-Huyerenseweg gegroeid en rond de jaren ’75 tot ’90 in noordoostelijke richting (Denekamperweg-Schotboersweg). Vanaf de jaren ’90 is de kern met woonbebouwing uitgebreid evenwijdig aan de Haarbrinksweg.
De recente uitbreidingen van de kern hebben voornamelijk plaatsgevonden in het noorden en noordoosten van de kern waarbij de meest recente uitbreiding globaal wordt begrensd door de Vermolenweg en de Langeveenseweg. Het zuidwesten van de kern Geesteren wordt gekenmerkt door de bebouwing van het bedrijventerrein Lutkeberg. Dit bedrijventerrein bevindt zich in het zuidwesten van de kern Geesteren.
2.2 Huidige situatie plangebied Het plangebied bevindt zich aan de Vriezenveenseweg 12 in de kern Geesteren. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de Vriezenveenseweg. Aan de westzijde zijn woonpercelen en een watergang aanwezig. Ook aan de noordzijde zijn woonpercelen aanwezig. Verder wordt het plangebied aan de oostzijde begrenst door maatschappelijke voorzieningen. De ruimtelijke en functionele structuur van de directe omgeving bestaat voornamelijk uit een mix van woonpercelen, maatschappelijke functies en centrumfuncties. Binnen het plangebied is bebouwing aanwezig behorend bij de Aloysiusschool. Het gaat om verouderde bebouwing. Daarnaast zijn de gronden rondom de bebouwing veelal verhard en/of ingericht als school-/speelplein. In afbeelding 2.1 is de huidige situatie op een luchtfoto weergegeven. In afbeelding 2.2 is de kenmerkende gevel van de Aloysiusschool weergegeven.
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool 11
Afbeelding 2.2: Huidige situatie (Bron luchtfoto: PDOK)
Afbeelding 2.3: Kenmerkende voorgevel Aloysiusschool Bron: Lars Smook)
12
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
In hoofdstuk 2 is ingegaan op de huidige situatie in het plangebied. In dit hoofdstuk wordt op de ontwikkeling zelf ingegaan.
3.1 Gewenste ontwikkeling Concreet bestaat het voornemen uit het slopen van de bestaande aanwezige bebouwing om plaats te maken voor een nieuwe basisschool en buitenschoolse opvang die voldoet aan de hedendaagse (duurzaamheids)eisen en wensen. In de beoogde nieuwe bebouwing wordt de bestaande kenmerkende voorgevel (zie afbeelding 2.3) geïntegreerd. De nieuwe bebouwing van de basisschool en buitenschoolse opvang zal bestaan uit maximaal twee bouwlagen. Achter het schoolgebouw komt het school-/speelplein. Achter het school/speelplein, in het noorden van het plangebied, is ruimte voor het realiseren van acht grondgebonden levensloopbestendige woningen. Deze woningen bestaan uit één bouwlaag met kap. Dit sluit aan op de daarachter gelegen bestaande woningen. Vooralsnog wordt uitgegaan van vier tweekappers en een rijtje van vier aaneen gebouwde woningen. Opgemerkt wordt dat het voorliggende bestemmingsplan flexibiliteit biedt om in plaats van rijwoningen tweekappers te realiseren en andersom. Aan de westzijde van het plangebied wordt een parkeerterrein gerealiseerd ten behoeve van de schoollocatie. Dit parkeerterrein wordt ontsloten via de Vriezenveenseweg. Ten behoeve van de woningen worden parkeerplaatse mogelijk gemaakt langs de aan te leggen ontsluitingsweg. Deze ontsluitingsweg wordt ontsloten via de Louis ten Catelaan. Voor de basisschool wordt uitgegaan van 15 klaslokalen.
Daarnaast wordt uitgegaan van vijf lokalen voor buitenschoolse opvang. In afbeelding 3.1 is situatietekening opgenomen van de beoogde situatie.
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool 13
Afbeelding 3.1: Beoogde situatie plangebied (Bron: Gemeente Tubbergen)
3.2 Verkeer en parkeren 3.2.1
Algemeen
Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. De gemeente Tubbergen hanteert hiervoor de gemeentelijke 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren'. In deze notitie zijn geen kencijfers opgenomen ten aanzien verkeersgeneratie. Hiertoe wordt de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW aangehouden. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van onder andere de verkeergeneratie. 3.2.2
Uitgangspunten
Qua functies, stedelijkheidsgraad en stedelijke zone worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Functies: 'basisonderwijs', 'kinderdagverblijf', 'Woningen - koop, tussenwoning of rijtje'; Stedelijkheidsgraad: niet stedelijk, gemeente Tubbergen (CBS StatLine); Stedelijke zone: rest bebouwde kom.
14
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool
3.2.3
Verkeer en ontsluiting
3.2.3.1 Verkeersgeneratie De woningen leveren op basis van de gegevens uit de CROW-publicatie een totale verkeersgeneratie op van gemiddeld (7,4*8=) 59,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Ten aanzien van de basisschool en de buitenschoolsopvang wordt opgemerkt dat er in de publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie (publicatie 381, december 2018)' van het CROW geen verkeerscijfers zijn opgenomen. Door Goudappel Coffeng een onderzoek uitgevoerd naar de verkeersgeneratie (zie Bijlage 2). In bijlage 1 van dit onderzoek is een rekentool opgenomen waarbij in wordt gegaan op de verkeersgeneratie. Uit wordt gegaan van een verkeersgeneratie van 421 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Gelet op het vorenstaande is er in totaal sprake van een verkeersgeneratie van 480,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Opgemerkt dient te worden dat er in het kader van de voorgenomen ontwikkeling sprake is van het herbouwen van een bestaande schoollocatie. Planologisch gezien kan dan ook aangenomen worden dat de toename van de verkeersgeneratie zich beperkt tot de toe te voegen woningen, zijnde 59,2 verkeersbewegingen per weekdag etmaal. De Vriezenveenseweg, Louis ten Catelaan en (direct) omliggende wegen zijn van voldoende capaciteit om de verkeersbewegingen in de nieuwe situatie veilig en vlot te kunnen verwerken.
3.2.3.2 Ontsluiting Voor de ontsluiting van het plangebied is door de gemeente een aantal verkeerskundige ontsluitingsvarianten uitgewerkt. In beginsel ging het hierbij om twee varianten: Variant 1 Nieuwe ontsluitingsweg die door het plangebied loopt tussen de Vriezenveenseweg en de L. ten Catelaan. Het gaat hierbij om een eenrichtingsweg vanaf de Vriezenveenseweg richting de L. ten Catelaan. Een en ander is weergegeven in afbeelding 3.2.
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool 15
Afbeelding 3.2: Ontsluiting variant 1 (Bron: Gemeente Tubbergen)
Variant 2 De ontsluiting van de school en de beoogde woningen splitsen. De ligging van de weg komt overeen met die van variant 1. Hierbij wordt de ontsluiting van de school en de woningen van elkaar gescheiden door het plaatsen van een paal midden op de weg (zie rode stip in afbeelding 3.3). Hierdoor is er sprake van twee doodlopende ontsluitingswegen. De paal midden op de weg kan verwijderd worden in geval van calamiteiten. Een en ander is weergegeven in afbeelding 3.3.
16
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool
Afbeelding 3.3: Ontsluiting variant 2 (Bron: Gemeente Tubbergen)
Variant 3 De voorgenoemde varianten (variant 1 en 2) zijn met de buurt besproken tijdens inloopavonden in mei 2021 en september 2021. Hieruit volgde het verzoek om een derde variant te beschouwen. Variant 3 gaat uit van de ontsluiting van de school en woningen via de L. ten Catelaan. Voor autoverkeer is er geen sprake van ontsluiting op de Vriezenveenseweg (anders dan de bestaande kiss-and-ride plekken). Wel is hier nog ruimte voor een fiets-/wandelpad. Een en ander is weergegeven in afbeelding 3.4.
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool 17
Afbeelding 3.4: Ontsluiting variant 3 (Bron: Gemeente Tubbergen)
Afweging Vanuit de verkeerskundig oogpunt zijn de verschillende varianten beoordeeld op basis van een aantal vragen. Hierbij wordt opgemerkt dat de verschillen tussen de varianten soms klein zijn. Gevoelsmatig (subjectief) en vanuit optiek van de kinderen van de school, is er soms wel een duidelijkere voorkeur voor een variant, en dat is bepalend. De absolute verkeerstoe- of afname is meestal gering. Dan speelt 'proportionaliteit' en rol. Een toename met bijvoorbeeld 100 auto's op een drukke weg heeft minder effect dan een toename van hetzelfde aantal op een rustige weg. De beoordeling is opgenomen in Bijlage 1 van deze toelichting. Alles overziend, heeft variant 2 een duidelijke voorkeur, boven variant 1. Variant 3 scoort slechter dan variant 1, en dat heeft vooral te maken met de '"proportioneel" grotere verkeerstoename in de Kampboerlaan en L. ten Catelaan, terwijl het juist wenselijk is dat die straten rustiger blijven zodat de kinderen die straten op een prettige manier kunnen gebruiken om te komen lopen of fietsen. Ook doet variant 3 geen recht aan de huidige verkeersmaatregelen (inrijdverbod tijdens haal/brenguren 's ochtends en 'middags in de Kampboerlaan). Gelet op het vorenstaande is gekozen voor variant 2 waarbij de ontsluiting van de school en de beoogde woningen van elkaar zijn gescheiden. Er is hiermee dus geen sprake van een doorgaande weg.
Tussen de beide ontsluitingswegen wordt een paaltje geplaatst. Opgemerkt wordt dat dit paaltje in geval van calamiteiten verwijderd kan worden. Dit is vastgelegd op de verbeelding en de regels van het voorliggende bestemmingsplan door middel van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - calamiteitenroute'.
18
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool
3.2.4
Parkeren
3.2.4.1 Schoollocatie In 2019 is door Goudappel Coffeng een verkeersonderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoek is opgenomen in Bijlage 2 van deze toelichting. Goudappel Coffeng heeft een rekentool ontwikkeld om de benodigde parkeerplaatsen voor schoolomgevingen te bepalen. Mede op basis van het aantal leerlingen onder- en bovenbouw, aantal medewerkers, overblijfpercentage, percentage leerlingen begeleid naar school, autogebruik en bezettingsgraad zijn de volgende aantallen als uitgangspunt genomen:
Tijdens tellingen en schouw op 10 juli 2019 blijkt dat de parkeerplaatsen aan de Vriezenveenseweg voornamelijk worden gebuikt voor zoen- en zoef. Gelet op het vorenstaande is in totaal sprake van een parkeerbehoefte van 40 parkeerplaatsen. Op het te realiseren parkeerterrein voor de school worden 34 parkeerplaatsen mogelijk gemaakt. Daarnaast zijn er aan de Vriezenveenseweg 8 langsparkeerplaatsen. In de toekomstige situatie zijn hiermee 42 parkeerplaatsen ten behoeve van de school aanwezig. Hiermee wordt voldaan aan de voorgenoemde parkeerbehoefte van 40 parkeerplaatsen. 3.2.4.2 Woningen Op basis van de parkeernormen van de gemeente Tubbergen is het benodigd aantal parkeerplaatsen berekend. Functie Aantal Parkeernorm Totaal Wonen, tussenwoning of 8 woningen 2,00 per woning 16 rijtje Op basis van het vorenstaande is er voor de woningen sprake van een parkeerbehoefte van 16 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen worden grotendeels voorzien als langsparkeerplaatsen bij de op de Louis ten Catelaan aan te leggen ontsluitingsweg (13 parkeerplaatsen, zie afbeelding 3.5). Daarnaast is er naast de tweekappers en de hoekwoningen ruimte om per woning één parkeerplaats op eigen terrein te realiseren (6 parkeerplaatsen). Hiermee wordt voldaan aan de parkeernorm van 16 parkeerplaatsen.
Afbeelding 3.5: Parkeren beoogde woningen (Bron: Gemeente Tubbergen)
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool 19
3.2.5
Conclusie
De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
20
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool
Hoofdstuk 4
Beleidskader
4.1 Rijksbeleid 4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen.
Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool 21
mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.1.2.1 Algemeen De zogenaamde laddertoets die is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro is een motiveringseis en vraagt om explicitering van gemaakte keuzes en zo nodig wordt onderzoek gedaan naar behoefte aan de in het bestemmingsplan voorziene nieuwe stedelijke ontwikkeling. Artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen, maar bewerkstelligt dat de wens om in een nieuwe stedelijke ontwikkeling te voorzien aan de hand van dit toetsingskader nadrukkelijk in de plantoelichting wordt gemotiveerd en afgewogen. Deze bepaling schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling (uitspraken van 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1421 (Hengelo) en van 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2579 (Eindhoven). Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien.
Dit betekent dat bij een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied een nadrukkelijke motivering nodig is, dat wil zeggen in aanvulling op de algemene vereisten van artikel 3.1.6, eerste lid, van het Bro, waarom niet in het bestaand stedelijk gebied in de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt voorzien. Daarbij kunnen de beschikbaarheid en geschiktheid van de ontwikkelingsmogelijkheden in bestaand stedelijk gebied een rol spelen. Een stedelijke ontwikkeling is in artikel 1.1.1 lid 1 onder i van het Bro gedefinieerd als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Bestaand stedelijk gebied is in artikel 1.1.1 lid 1 onder h van het Bro gedefinieerd als: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt, is artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing. Dit neemt niet weg dat aan de eisen van het eerste lid van artikel 3.1.6 van het Bro dient te worden voldaan.
Bij de toets of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening dient onder meer beoordeeld te worden of de in het plan voorziene bestemmingen passende bestemmingen zijn (ABRvS 25 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2294 (Weert) en of de mogelijk gemaakte ontwikkeling voorziet in een behoefte (ABRvS 5 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:943 (Ermelo)). De behoefte aan de mogelijk gemaakte ontwikkeling dient met het oog op de uitvoerbaarheid van het plan te zijn onderbouwd (ABRvS 18 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2471 (Weststellingwerf)). 4.1.2.2 Het plan Het plangebied is gelegen in de kern Geesteren op de huidige schoollocatie (welke vervangen zal worden door een nieuw school met een kleiner grondoppervlak, waarbij een perceel beschikbaar komt voor woningbouw) aan de Kampboerlaan. Het plan voorziet in totaal in 8 woningbouwkavels, in de vorm van 4 rijwoningen en 2 twee-onder-een kap woningen. Naast woonkavels wordt binnen het projectgebied infrastructuur, groen- en waterhuishoudkundige voorzieningen aangelegd. De kavels voor de rijwoningen en de twee-onder-één-kapwoningen variëren in grootte van iets meer dan 150 m2 tot ruim 250 m2 en zijn geschikt voor een deel van de starters maar ook voor doorstromers en senioren. De te realiseren woningen krijgen overwegend een goot- en bouwhoogte van respectievelijk maximaal 4 en 8 22
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool
meter. De nokrichting van de woningen is parallel met de weg. De overige gronden binnen het plangebied worden ingericht met infrastructuur, groen- en water huishoudkundige voorzieningen, waaronder een wadi waarin het overtollige hemelwater zal worden opgevangen. Van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is in beginsel sprake als het bestemmingsplan voorziet in meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 onder h van het Bro kunnen worden aangemerkt (ABRvS 25 maart 3015, ECLI:NL:RVS:2015:953). Gelet op de locatie van het plangebied en de voorziene ontwikkeling, samen met de te herontwikkelen schoollocatie, is er sprake van een nieuwe stedelijke functie binnen bestaand stedelijk gebied. Daarom is er voor deze ontwikkeling hierna een beschrijving van de behoefte beschreven en gemotiveerd waarom de behoefte al dan niet kan in het bestaand stedelijk gebied. 4.1.2.3 Woonvisie 2021+ De 'Woonvisie 2021+' is op 6 juli 2021 door de gemeenteraad van de gemeente Tubbergen vastgesteld. De woonvisie bevat het woonbeleid van de gemeente Tubbergen voor de komende jaren en is gebaseerd op cijfers, trends en ontwikkelingen op de woningmarkt. Met het vaststellen van de woonvisie biedt de gemeenteraad een kwantitatief en kwalitatief kader voor woningbouwontwikkelingen in de gemeente Tubbergen.
Woningbouwprogramma De gemeente Tubbergen heeft in het verleden altijd een realistische koers gevaren als het ging om woningbouwontwikkeling en grondaankopen. Pas als een plan voor circa 90% was uitgegeven, werd een volgend woningbouwplan in ontwikkeling genomen. Van projectontwikkeling was nagenoeg geen sprake. In 2017 zijn de regionale woonafspraken Twente (RWP) gemaakt. Ze waren gebaseerd op Primos2017 en de LVDV en vormden voor de Twentse gemeenten het kader voor de woonprogrammering. Op basis van deze (in 2019 geactualiseerde) regionale afspraken is het gemeentelijk woningbouwprogramma opgesteld met een verdeling van het aantal te bouwen woningen over de kernen op basis van verwachte huishoudensgroei. In 2018 zijn in het kader van het Maatschappelijk Akkoord Tubbergen (in samenwerking met Mijn Dorp 2030 van de 9 kernen in de gemeente) zowel de potentiële inbreidingslocaties als de kwalitatieve behoefte in kaart gebracht. Dit heeft geresulteerd in een gemeentelijk woningbouwprogramma met een verdeling van het aantal te bouwen woningen over de kernen op basis van verwachte huishoudensgroei. Op basis van dit programma zijn plannen in voorbereiding genomen en dat we willen voortzetten. Afbeelding 4.1, afkomstig uit de Woonvisie 2021, laat de bandbreedte voor de toekomstige woningbehoefte zien.
Ten aanzien van de verwachte huishoudensgroei zijn er diverse prognosemodellen zoals Primos2020, de huishoudensprognose van het CBS en de ramingen van de RWP gebruikt. Daarnaast zijn er op basis van actuele, lokale cijfers twee nieuwe scenario's doorgerekend. Deze gegevens zijn doorgetrokken naar de toekomst. Afhankelijk van de gegevens die in prognoses worden doorgerekend (en zelfs de periode waarover wordt teruggekeken) komen er verschillende voorspellingen uit verschillende prognoses. Daarom is niet één model leidend voor het bepalen van de huishoudensontwikkeling. Om deze reden gaan we uit van een bandbreedte waarbinnen de woningbehoefte zich de komende jaren zal ontwikkelen. De ondergrens wordt gevormd door het lage gemiddelde scenario van de RWP (2019): +365 woningen. Deze raming ging uit van een scenario waarin groei vooral het gevolg was van de eigen demografische ontwikkeling (het verwachte aantal geboorten afgezet tegen het aantal sterftegevallen).
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool 23
Afbeelding 4.1: Bandbreedte verwachte woningbehoefte Gemeente Tubbergen 2020-2040 (Bron: CBS 2020, Companen 2020)
De bovengrens gaat uit van een situatie waarin het gemiddelde vestigingsoverschot van de afgelopen jaren wordt voortgezet. In dit scenario zal de woningvraag vooral tot ongeveer 2030 groot zijn (+755 woningen), vooral vanwege het aantal vestigers in de gemeente in combinatie met de gezinsverdunning. Na 2030 zal het effect van de vergrijzing (geboorteoverschot slaat om in een sterfteoverschot) toenemen, maar zal er nog steeds een positief migratiesaldo zijn. De behoefte aan extra woningen blijft in dit scenario dus ook na 2030 bestaan, zij het in mindere mate dan daarvoor. Voor de komende jaren gaan we uit van een woningbehoefte die een middeling is van de verschillende prognoses die genoemd zijn in figuur 3. Dit betekent dat we uitgaan van een woningbehoefte van 640 woningen voor de periode 2020-2030. Gezien de huidige druk op de markt willen we deze woningbouwopgave zoveel mogelijk de komende vijf jaar realiseren. Mochten we na de eerste vijf jaar meer woningen gebouwd hebben dan de geprognosticeerde behoefte, dan zullen we daar met onze woningbouwopgave na 2025 rekening mee houden. Daarnaast is het wenselijk om een ruimere plancapaciteit aan te houden dan enkel te koersen op de verwachte woningbehoefte. De ervaring leert dat een deel van de plannen vertraging oploopt of helemaal niet doorgaat.
Willen we tijdig kunnen inspelen op de behoefte dan is een zachte plancapaciteit van 130% reëel; zo'n 830 woningen (ervan uitgaande dat 30% van de plannen niet of vertraagd wordt gerealiseerd). Om te kunnen voorzien in de woningbehoefte én als impuls voor de leefbaarheid en vitaliteit van kernen is het van belang dat er in alle kernen van Tubbergen kan worden gebouwd. De prognose is vertaald in een woningbouwprogramma per kern (Bron: bijlage II van de Woonvisie 2021). We willen echter ruimte geven aan goede plannen die mogelijk de woningbehoefte in een kern overstijgt. Om die ruimte te bieden, voegen we de woningbehoefte voor de grote en kleine kernen samen. Dit biedt meer flexibiliteit. De behoefte per kern blijft echter het uitgangspunt. Inbreiding krijgt prioriteit boven uitbreiding In overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking wil de gemeente de nieuwbouwopgave zoveel mogelijk binnen de bebouwde kom op inbreidingslocaties realiseren. Op die manier blijft het buitengebied zo groen mogelijk. In Provinciaal verband (Regionale Woonagenda) is al aangegeven dat voor inbreidingsplannen de komende jaren geen kwantitatieve limiet wordt gesteld. Wel moeten deze plannen kwalitatief getoetst worden. In een aantal kernen zijn de mogelijkheden voor inbreiding beperkt.
Bijvoorbeeld omdat inbreiding te zeer ten koste gaat van het dorpse- en landelijke karakter, of omdat er niet of nauwelijks inbreidingslocaties voorhanden zijn. Daarom zet de gemeente zich er voor in dat het ook in de toekomst mogelijk blijft om -uiteraard zo zorgvuldig mogelijk- potentiële locaties aan de randen van de bebouwde kom te benutten. De Regionale Woonagenda biedt ook die ruimte. Kwaliteitskader Woningbouw 2021 24
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool
Naast de woonvisie is separaat ook een Kwaliteitskader opgesteld. Het geeft een woningbehoefteprofiel per doelgroep op gemeenteniveau en uitgewerkt per kern. Deze profielen zijn richtinggevend voor de toekomstige woningbouwopgave. Voor Geesteren is het profiel als volgt: Starters Veel starters zoeken een middeldure koopwoning. Maar een deel van hen zoekt in het goedkope segment en een deel zelfs een ruime (en daarmee duurdere) woning. Een deel van de starters wenst een kavel om zelf een woning te bouwen. Gezinnen/doorstromers De huidige voorraad gezinswoningen lijkt goed aan te sluiten bij de huidige en toekomstige vraag. Er is een beperkte kwantitatieve opgave. Ook is het aanbod nog relatief betaalbaar. Er ligt geen grote kwalitatieve opgave. Senioren Deze groep groeit het sterkst de komende jaren. De nabijheid van voorzieningen zorgt voor een extra aantrekkingskracht. Er is behoefte aan levensloopgeschikte woningen (voornamelijk koop). Een substantieel deel van deze vraag heeft betrekking op appartementen. 4.1.2.4 Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking In deze paragraaf is de behoefte van de in dit bestemmingsplan voorziene ontwikkeling opgenomen. Daarvoor is eerst het ruimtelijk verzorgingsgebied bepaald. Vervolgens is zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve behoefte in beeld gebracht. Dit is gedaan op gemeenteniveau en op het niveau van de kern Geesteren.
Ruimtelijk verzorgingsgebied Voor de beschrijving van de behoefte aan de ontwikkeling is het noodzakelijk om in te zoomen op de afbakening van het ruimtelijk verzorgingsgebied. De omvang van het ruimtelijk verzorgingsgebied verschilt per ontwikkeling en valt niet per definitie samen met de bestuurlijke regio. Op bestuurlijk vlak vindt regionale afstemming van woningbouwprogrammering en plannen plaats binnen de regio Twente en de subregio Noord. Het zwaartepunt van het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de beoogde ontwikkeling ligt op een lager schaalniveau en komt grotendeels overeen met de kern Geesteren zelf. Het betreft hier een (sub)lokaal ruimtelijk verzorgingsgebied: de kern Geesteren en directe omgeving. Uit de gemeentelijke gronduitgifte van woningbouwkavels in de kern Geesteren blijkt dat vanaf 2015 in de verschillende fasen van het plan Hutten in totaal 67 woningbouwkavels zijn uitgegeven. Hiervan zijn er 66 verkocht aan mensen uit Geesteren en 1 aan mensen buiten Geesteren maar binnen de gemeente Tubbergen. Uit de verhuisbewegingen van en naar Geesteren in 2021 blijkt dat 2/3 van de verhuizingen binnengemeentelijk was en hiervan waren nagenoeg alle verhuizingen binnen de kern Geesteren Hiermee mag zijn aangetoond dat het ruimtelijk verzorgingsgebied grotendeels overeenkomt met de kern Geesteren.
De aard en de omvang van de in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling zijn bepalend voor de reikwijdte van het onderzoek naar de behoefte, de beschrijving van en het overleg over de behoefte. De omvang van het ruimtelijk verzorgingsgebied verschilt per ontwikkeling en valt niet per definitie samen met de bestuurlijke regio. Kwantitatieve behoefte De in de Woonvisie 2021+ gekozen middellijn van de verschillende prognoses voorziet in een huishoudensontwikkeling die in totaal 640 woningen vraagt voor de komende 10 jaar. Een verdeling over de verschillende kernen laat zien dat in de kern Geesteren behoefte is aan 80 extra woningen. Er zijn naast onderhavige woningbouwontwikkeling nog enkele woningontwikkeling meer, te weten een drietal verschillende inbreidingslocaties als particulier initiatieven, waarbij per saldo 29 woningen worden toegevoegd. Daarnaast is een uitbreidingsplan in uitgifte waarmee 27 woningen worden gerealiseerd. Met dit onderhavige bouwplan (8 woningen) zullen in totaal 64 woningen worden gerealiseerd; dit past binnen de berekende additionele behoefte zoals die is berekend in de Woonvisie 2021+. Kwalitatieve behoefte Ook in kwalitatieve zin voorziet het voorliggende plan in de concrete behoefte.
De kavels voor de rijwoningen en de twee-onder-één-kapwoningen variëren in grootte van iets meer dan 150 m2 tot ruim 250 m2 en zijn geschikt voor een deel van de starters maar ook voor doorstromers en senioren. Hiermee wordt voorzien in de behoefte zoals weergegeven in het bij de woonvisie behorende kwaliteitskader.
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool 25
4.1.3
Conclusie toetsing aan het rijksbeleid
Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.
4.2 Provinciaal beleid In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. 4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. 4.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of - generieke beleidskeuzes 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe - gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.2 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.
26
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool
Afbeelding 4.2: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.3.1 Generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidkeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties - en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten - te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.
De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de - voor dat ontwikkelingsperspectief - geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool 27
4.2.3.3 Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.4
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.2 (principe van concentratie) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.2, lid 1: Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de herontwikkeling van een bestaande schoollocatie. De bestaande bebouwing voldoet niet meer aan de hedendaagse (duurzaamheids)eisen en wensen. Daarom wordt de bestaande bebouwing gesloopt om een nieuw schoolgebouw te realiseren dat voldoet aan de hedendaagse (duurzaamheids)eisen en wensen. Daarnaast worden er acht grondgebonden levensloopbestendige woning mogelijk gemaakt. Het plan voorziet hiermee in de behoefte van Geesteren (zie paragraaf 4.4.2 van deze toelichting).
Deze behoefte is bepaald aan de hand van de behoefte in de regio (zie paragraaf 4.3.1 van deze toelichting). Geconcludeerd wordt dat de beoogde (her)ontwikkeling voldoet aan de bepalingen, zoals opgenomen in artikel 2.1.2. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. 4. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Het actuele gemeentelijk woningbouwprogramma is in overeenstemming met de 'Regionale Woonagenda Twente'.
Het voorliggend bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid tot het realiseren van acht grondgebonden levensloopbestendige woningen. De bouw van deze woningbouwaantallen zijn passend binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma en daarmee ook binnen de geldende woonafspraken zoals deze tussen 28
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool
de gemeenten en provincie zijn gemaakt op basis van regionale afstemming (lid 3 en 4). Gelet hierop wordt voldaan aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.4.2 Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In de stedelijke omgeving is de uitdaging om de economische centra bereikbaar te houden en door herstructurering de kwaliteit van de woonomgevingen en bedrijfslocaties te vergroten. Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. In afbeelding 4.3 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. Het plangebied is indicatief weergegeven met de rode contour.
Afbeelding 4.3: Uitsnede Ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) “Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken” De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan de “Ontwikkelingsperspectieven” Binnen gebieden met het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ is ruimte voor herstructurering, inbreiding en transformatie.
In voorliggend geval wordt binnen het plangebied bestaande bebouwing behorend bij een basisschool gesloopt en wordt hier in nieuwe basisschool voor teruggebouwd die voldoet aan de hedendaagse (duurzaamheids)eisen en wensen. Daarnaast voorziet de ontwikkeling in het toevoegen van acht grondgebonden levensloopbestendige woningen. Door de ontwikkeling wordt binnen het bestaand stedelijk gebied voorzien in een beperkt deel van de woningbehoefte in de kern Geesteren. Daarnaast kan de aanwezige basisschool op de bestaande locatie blijven, zij het in een nieuw modern schoolgebouw. Hiermee wordt tevens bijgedragen aan de energietransitie. Immers wordt een bestaande verouderd schoolgebouw gesloopt en komt hier een nieuw schoolgebouw voor terug die energiezuiniger zal zijn. Geconcludeerd wordt dat het project goed aansluit op de ambities binnen het perspectief en aansluit op de bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool 29
stedenbouwkundige en functionele structuur van de omgeving. Geconcludeerd wordt dat het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ zich niet verzet tegen de voorgenomen herontwikkeling. 4.2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De “Natuurlijke laag” en de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” kunnen in dit geval buiten beschouwing blijven, vanwege de binnenstedelijke ligging van het plangebied en het feit dat de natuurlijke waarden niet meer voorkomen. Daarnaast wordt de “Laag van de beleving" buiten beschouwing gelaten omdat er geen kenmerken of elementen vanuit deze laag op het plangebied van toepassing zijn. 1.
De 'Stedelijke laag'
In de “Stedelijke laag” ontstaat de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen. Elke stad of dorp bezit zijn eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteiten. Het plangebied is gelegen in het gebiedstype “Woonwijken 1955 - nu”, dit is in afbeelding 4.4 weergegeven.
Afbeelding 4.4: Uitsnede Stedelijke laag (Bron: Provincie Overijssel) "Woonwijken 1955 - nu” De bebouwingsschil 1900-1955 bestaat uit gemengde stadwijken en woonwijken direct aansluitend op de historische centra en binnensteden. Op sommige plaatsen liggen (voormalige) grootschalige fabriekscomplexen direct aansluitend aan woonwijken. Deze stadswijken kennen een gesloten, compacte vorm (bouwblokken) en zijn veelal opdeelbaar in wijken met eigen karakter. De wijken worden van elkaar gescheiden door doorgaande lanen, singels en stadsstraten. Kenmerkend in de bebouwing is de verwantschap in architectuurstijlen en aandacht voor architectonische details en verbijzondering van gebouwen op specifieke plekken als straathoeken. Als herstructurering, inbreiding en toevoeging van bebouwing plaats vinden in de individueel ontwikkelde stadswijken van de bebouwingsschil 1900 - 1955, dan dragen deze bij aan behoud, versterking en vernieuwing van de individuele bebouwing met een eigen karakter en uitstraling. Ontwikkelingen voegen zich in maat, schaal en ritme naar de omliggende bebouwing. Als herstructurering etc. plaats vindt in de tuindorpen en fabriekswijken, dan voegt de vernieuwde/nieuwe bebouwing zich in de structuur van de bebouwde massa en groenstructuur, gericht op behoud van eenheid en eenduidigheid, met oog voor details.
Verder wordt gestuurd op hergebruik/reanimatie van cultureel erfgoed. Toetsing van het initiatief aan de “Stedelijke laag” 30
bestemmingsplan Geesteren, herontwikkeling locatie Aloysiusschool
De voorgenomen ontwikkeling is zowel vanuit functioneel als stedenbouwkundig oogpunt passend in de omgeving. Het schoolgebouw, bestaande uit maximaal twee bouwlagen, voegt zich qua maat en schaal goed in de omgeving. Daarnaast blijft de kenmerkende voorgevel van het schoolgebouw behouden. Hiermee blijft de kenmerkende uitstraling van de school tot op zekere hoogte behouden. Dit geldt ook voor de beoogde grondgebonden woningen. Deze grenzen aan reeds bestaande woonpercelen met woningen bestaande uit één bouwlaag met kap. Ook de beoogde toe te voegen woningen zullen bestaan uit één bouwlaag met kap. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling aansluit op de kenmerken en uitgangspunten van de “Stedelijke laag”. 4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat de ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
4.3 Regionaal beleid 4.3.1
Regionale Woonagenda Twente
4.3.1.1 Algemeen De provincie Overijssel, de Overijsselse gemeenten, WoON Twente en hun partners werken al jaren samen aan een kwantitatieve en kwalitatieve balans op de woningmarkt. De partijen maken periodiek meerjarige afspraken over opgaven en ambities. Op basis van deze samenwerking zijn ook met betrekking tot de woningbouwontwikkeling in Twente regionaal afspraken gemaakt. Voor de periode 2021-2025 hebben deze afspraken vorm gekregen middels de op 17 maart 2021 vastgestelde 'Regionale Woonagenda Twente'. In deze woonagenda wordt geschetst wat de komende jaren de prioriteiten zijn op Twentse woningmarkt en hoe de Twentse gemeenten hieraan gaan werken. De woonagenda is het kompas van gemeenten en provincie in relatie tot de woningmarkt. De opgaven waar de partijen voor staan zijn groot. De druk op de woningmarkt en de woningtekorten zijn hoog. Steeds meer huishoudens hebben moeite de gewenste woning te kopen of huren in Twente. Alle partijen voelen de urgentie daar wat aan te doen. Er zullen de komende jaren veel nieuwe woningen bijgebouwd moeten worden, maar er moeten ook manieren worden gevonden om de dynamiek en slaagkansen te vergroten. De druk op de woningmarkt is echter niet de enige uitdaging, ook de investeringsopgave in bestaande wijken en transformatielocaties, de verduurzaming van de woningvoorraad en de huisvesting van bijzondere doelgroepen vragen aandacht.