CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Buitengebied Voortsweg ong - Oldenzaalseweg 75 RvR.pdf

Raadscommissie 31 augustus 2021, gemeente TubbergenBij agendapunt: 9: Bestemmingsplan Buitengebied Voortsweg ong. - Oldenzaalseweg 75 RvR26.323 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

57

Bijlage 1 naast nr.0

58

Situatietekening Voortsweg

bestemmingsplan Buitengebied Voortsweg ong - Oldenzaalseweg 75 RvR

R U I M T E L I J K K W A L I T E I T S P L A N R O O D VO O R R O O D •

Vo o r t s w e g o n g . Va s s e •

Tubbergen, 10 december 2020 - Versie 1 Definitief

WEG

VOORTS

Project: Rood voor rood

2

Afbeelding: Ontwikkeling Voortsweg ong Vasse (Bron: N+L Landschapsontwerpers)

Ruimtelijk kwaliteitsplan Project:

Rood voor rood

Locatie: Voortsweg ong. Vasse

Titel rapport

RKP rood voor rood - Voortsweg ong.

Opgesteld:

10 december 2020, Tubbergen

Gewijzigd:

-

Status:

Versie 1 - Definitief

Opdrachtgever:

Fam. Bolscher p/a Voortsweg ong. 7663 TV Vasse

Auteur:

N+L Landschapsontwerpers Ing. N.J.B. Hannink Oldenzaalseweg 38 7651 KC Tubbergen 06-83337880 info@nl-landschap.nl www.nl-landschap.nl 3

4

1. Aanleiding

05

2. Huidige situatie bouwlocatie

06

3. Huidige situatie slooplocatie

08

4. Beleid

10

5. Nieuwe situatie bouwlocatie

16

6. Nieuwe situatie slooplocatie

20

7. Financiële onderbouwing

22

Aanleiding De Voortsweg kenmerkt zich nabij de kern van Vasse door de lintbebouwing. De bebouwing is samengesteld door enkele burgerwoningen en wat bedrijfswoningen met daarachter wat industrie. De eerste woningen zijn in de jaren ‘60 gerealiseerd. Een verdere uitbreiding vond pas plaats in de jaren ‘90 waarmee een lintbebouwing is ontstaan. Het gebied is van oorsprong een heideontginning. Kenmerkend van de heideontginning zijn de rechte wegen wat ook geldt voor dit deel van de Voortsweg. Uitbreidingen voor het dorp Vasse zijn niet eenvoudig. Het kerkdorp Vasse is ontstaan tussen de Mander es en de Vasser es. Het heeft zich daar min of meer tussen geklemd en gesteld kan worden dat de maximale ruimte inmiddels benut is. Er is bijna geen plek meer in Vasse zonder de landschappelijke waarden aan te tasten op enkele uitzonderingen na. Het onbebouwde perceel aan de Voortsweg is zo’n uitzondering. Vooropgesteld; de landschappelijke waarden worden bij nieuwbouw niet versterkt, maar het is één van de weinige plekken waarbij de landschappelijke waarden ook niet verder afnemen.

door nieuwe ontwikkelingen ziet men af van de voorgenomen realisatie van een tweede bedrijfswoning. Het verplaatsbaar bouwrecht is afkomstig van de Poolsweg 8 in Geesteren (ov.) waar een volledig kippenbedrijf (4500 m2) inmiddels volledig gesloopt is. Ter plaatse konden geen woningen worden toegelaten vanwege de omliggende industrie. Nu de tweede bedrijfswoning geen doorgang vindt wordt het verplaatsbaar bouwrecht overgezet van de Oldenzaalseweg naar de Voortsweg. Daarmee wordt voldaan aan de rood voor rood regeling. Landschappelijke inpassing De gemeente Tubbergen eist voor de ontwikkeling een landschappelijke inpassing. In dit document wordt daarom de landschappelijke inpassing uiteengezet. Er wordt een beschrijving van het plangebied gegeven, het omliggende landschap en het vigerende beleid. Dat resulteert in een beschrijving van de nieuwe situatie die aan het gestelde beleid voldoet.

Nieuwe bebouwing past in het beeld van de lintbebouwing en heeft dus geen nadelige gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit. De eigenaren willen daarom via de rood voor rood regeling een woning realiseren. Om te kunnen voldoen aan de rood voor rood regeling dient elders een verplaatsbaar bouwrecht gevonden te worden. Deze is gevonden aan de Oldenzaalseweg in Fleringen. Op deze locatie is recentelijk een verplaatsbaar bouwrecht gevestigd, maar

5

Huidige situatie bouwlocatie Het plangebied is op de rand van een stuwwal gelegen, de stuwwal met onder meer de Kuiperberg in Ootmarsum. Er is daarom sprake van hoogteverschillen, met name richting de noordoostelijke zijde waar ook het essencomplex van Vasse is gelegen. De hoogteverschillen zijn ontstaan in de laatste ijstijd waar zandruggen en beekdalen na verloop van tijd veelal zijn geërodeerd. De grotere aanwezige dekzandruggen werden in gebruik genomen als gezamenlijke essen. De kleinere zandkopjes werden gebruikt als de eenmansesjes die het karakteristiek van het essen- en kampenlandschap tot gevolg had. Daarom heen lagen de heideontginningen waarbij veel minder sprake is van hoogteverschillen. Heideontginning Het plangebied ligt in de jonge heideontginning, met de overgang naar het essenlandschap. Dit was altijd een uiterst functionele overgang, aangezien de heideplaggen vroeger werden gebruikt in de stal. Na vermenging met uitwerpselen van het vee werd het ter bemesting naar de essen of kleinere kampen gebracht. Het erf ligt aan de rand van een, van oorsprong zeer gevarieerd landschap. Het was een kleinschalig heidelandschap en essenlandschap. Van het voormalige kleinschalige landschap rondom de es is maar weinig over. Veel landschappelijke elementen zijn verdwenen, in veel gevallen door de schaalvergroting (ruilverkaveling) in de landbouw en de uitbreiding van Vasse.

Dat is goed weer te zien op de cultuurhistorische kaarten waarbij op dat moment nog geen sprake van bebouwing is. Het landschap Het landschap rondom de essen is van oorsprong erg kleinschalig geweest. Het kenmerkende coulisselandschap is echter gesneuveld door de jaren heen 6

onder meer door de uitbreiding van Vasse, maar ook door de modernisering van de landbouw. De meeste kleinschalige elementen zijn verdwenen, de meer robuuste elementen zijn behouden gebleven veelal langs infrastructuren of nabij erven. Juist daardoor is het landschap nog wel goed leesbaar. Nieuwe elementen Het landschap bestaat uit robuuste landschapselementen die het landschappelijk raamwerk bepalen. Kleine ingrepen als op of rond het nieuw te ontwikkelen erf of plangebied hebben nauwelijks of geen invloed daarop. Het aanbrengen van nieuwe beplantingen moet daarom gericht zijn op de (gedeeltelijke) inpassing van de nieuwe bebouwing zonder een bijdrage te leveren aan de landschappelijke dragers. Het is juist de kracht om waar mogelijk de openheid te blijven garanderen. Huidige indeling Er is nog geen sprake van bebouwing. Nieuwe bebouwing moet daarom aansluiting vinden bij de bestaande lintbebouwing.

Planlocatie omstreeks 1925. (Bron: topotijdreis.nl)

Locatie plangebied nabij de kern van Vasse. (Bron: geo.overijssel.nl)

Plangebied. (Bron: geo.overijssel.nl)

7

Huidige situatie locatie bouwtitel Het plangebied is op de dekzandvlakte gelegen met de overgang naar een rug dat een voorloper is van het stuwwallen complex rondom Ootmarsum. De rug vormt de grootschalige Fleringer es. Er is daarom sprake van forse hoogteverschillen, met name richting het zuiden waar onder meer de Kroezeboom is gelegen aan een veldweg die door de es is gelegen. De hoogteverschillen zijn ontstaan in de laatste ijstijd waar zandruggen en beekdalen na verloop van tijd veelal zijn geërodeerd. De grotere aanwezige dekzandruggen werden in gebruik genomen als gezamenlijke essen. De kleinere zandkopjes werden gebruikt als de eenmansesjes die het karakteristiek van het essen- en kampenlandschap tot gevolg had. Kampenlandschap Het plangebied ligt in het kampenlandschap nabij het essenlandschap, met de overgang naar de jonge heideontginning. Dit was altijd een uiterst functionele overgang, aangezien de heideplaggen vroeger werden gebruikt in de stal. Na vermenging met uitwerpselen van het vee werd het ter bemesting naar de essen of kleinere kampen gebracht. Het erf ligt in een zeer gevarieerd landschap. Van het voormalige kleinschalige landschap rondom de essen en eenmansesjes is relatief weinig over. Veel landschappelijke elementen zijn verdwenen, in veel gevallen door de schaalvergroting (ruilverkaveling) in de landbouw.

Dat is goed weer te zien op de cultuurhistorische kaarten. Veel steilranden, die het gebied typeerden zijn nog wel behouden gebleven al zijn zij wel meer uitgevlakt. Het erf maakt al voor 1900 onderdeel uit van het landschap. Het landschap Het landschap is rondom het erf relatief gesloten geweest. Richting het 8

zuid(oost)en was het open. Het kenmerkende coulisselandschap rondom het erf is gesneuveld door de jaren heen, enkel de meer robuuste elementen als bosjes of houtsingels en houtwallen langs wegen, beken steilranden of met een functie zijn bewaard gebleven. Er is nu sprake van een meer open karakter in een landschap dat wel rijk is aan reliëf. Nieuwe elementen Het erf lag voorheen in het kleinschalige kampenlandschap. Door de jaren heen zijn er elementen verdwenen en is het min of meer één open landschap geworden. De open verbinding van het erf met de es in combinatie met robuuste en karakteristieke houtopstanden op het erf moeten behouden blijven. Voor nieuwe elementen is er ruimte, mits zij robuust zijn en bijdragen aan de erfstructuur. Een enkele boom of haag haalt niet veel uit. Landschappelijke structuren zijn eveneens te herstellen, maar dan gaat het meer dan om enkele fragmenten. Huidige erfindeling Het erf heeft een cultuurhistorische opzet. Er is sprake van een klassieke (logische) indeling waarbij de woning aan de voorzijde is gelegen met de verschillende opstallen daarachter. De oorspronkelijke boerderij is niet meer aanwezig. Het erf was van oorsprong kleinschalig van opzet met het centrum van het erf direct achter de boerderij.

Door de jaren heen is het bedrijf in omvang toegenomen, maar door de uitstekende landschappelijke ligging doet het nog altijd kleinschalig aan.

N C

M

K D J C C

L F A E

H

B

O

L

C

G J

E

J

E

R M

I L

P Q

Voorgenomen situatie. (Bron: Hannink Landschapsvormgeving)

Project: Rood Voor Rood Poolsweg Naam: Fam. Heithuis Adres: Oldenzaalseweg 75 Postcode: 7666 LG Fleringen

Getekend: N. Hannink Datum: 08-03-2019 gew. 27-08-2019 Gecontroleerd: NH Schaal: 1:1500

Status: DO Aantal pag.: 1 Formaat: A3 Noord: Kaart is noordgericht

Planlocatie omstreeks 1935. (Bron: topotijdreis.nl)

Locatie plangebied ten noordwesten van Fleringen. (Bron: geo.overijssel.nl)

Plangebied. (Bron: geo.overijssel.nl)

9

Beleid 3.1 Omgevingsvisie Overijssel Het provinciaal beleid van Overijssel is verwoord en vastgelegd in meerdere plannen. De belangrijkste is de Omgevingsvisie 2017 welke is vastgesteld op 12 april 2017. In de visie bakent de provincie af wat zij voor de fysieke leefomgeving in Overijssel van provinciaal belang vinden. De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In de visie worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur bekeken in samenhang met een duurzame ontwikkeling van onze leefomgeving. Het beleid staat primair in dienst van de sociaaleconomische ontwikkeling van Overijssel om het toekomstbestendig te houden. Rode draden en beleidsambities De opgaven en kansen zijn vertaald in centrale beleidsambities en negen beleidsthema’s. Deze worden benaderd vanuit de rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit waarvoor thema overstijgende kwaliteitsambities zijn geformuleerd. Vanuit het uitvoeringsmodel (of, waar en hoe) worden generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken beschreven. Generieke beleidskeuzes: Deze keuzes vloeien voort uit keuzes van EU, Rijk of Provincie. Het zijn keuzes die bepalend zijn of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn.

Vooral reserveringen voor integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, ruimtegebruik, waterveiligheid, externe veiligheid, LOG gebieden en

10

begrenzingen als Nationale Landschappen, NNN-gebieden (natuurnetwerk Nederland) en de EHS zijn voorbeelden van generieke beleidskeuzes. Daarnaast zijn er gebied specifieke beleidskeuzes. De beleidskeuzes hebben geen invloed op de voorgenomen ontwikkeling. Ontwikkelingsperspectieven: In de visie zijn drie ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en drie voor de stedelijke omgeving. Deze perspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. Het plangebied (bouwlocatie) is aangemerkt als “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap”. Dat betekent dat diverse functies verweven moeten worden. Het belangrijkste land gebruik blijft melkveehouderij en akkerbouw, maar aan de andere kant is er ruimte voor landschap, natuur, milieubescherming, cultuurhistorie, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. In elk geval staat de ambitie, “voortbouwen op kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen”, voorop. De voorgenomen ontwikkeling past bij de gestelde ambitie indien de kenmerken waar mogelijk behouden blijven. De Oldenzaalseweg is opgenomen als “Zone Ondernemen met Natuur en Water buiten het NNN”. Dit bestaat uit gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurwerk Nederland (NNN) en/of gebieden daar rondom heen evenals watersystemen.

Het perspectief richt zich op het realiseren van een robuust en samenhangend netwerk van gebieden met natuur-, water- en landschappelijke kwaliteiten. Het accent ligt op natuur die, naast biodiversiteit, betekenis heeft voor mensen en bijdraagt aan hun welzijn en welvaart. Om dit mogelijk te

Ontwikkelingsperspectief. Rechts: de Voortsweg is lichtgroen wat betekent “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. Links: de Oldenzaalseweg is aangeduid als Ondernemen met natuur en water buiten het Natuurnetwerk Nederland. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl)

11

maken wordt er ruimte geboden aan ondernemers en bewoners die zelf willen ondernemen met natuur en water. De voorgenomen ontwikkeling past bij de gestelde ambitie indien de kenmerken en bestaande natuurwaarden behouden blijven. In de voorgenomen ontwikkeling blijven de bestaande waarden behouden nu de tweede bedrijfswoning geen doorgang vindt. Gebiedskenmerken Tenslotte wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de gebiedskenmerken. Er zijn vier lagen te onderscheiden (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving). Er gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Er staat omschreven in een catalogus gebiedskenmerken welke kenmerken diverse gebieden en hoe een ontwikkeling invulling dient te krijgen. De gebiedskenmerken zijn richtinggevend op aspecten als landschap, infrastructuur, milieu, bodem en cultuurhistorie. De stedelijke laag is niet opgenomen; deze is niet relevant wat betreft de voorgenomen ontwikkeling. Natuurlijke laag De natuurlijke laag is aanvankelijk ontstaan zonder toedoen van de mens door onder andere invloeden van abiotische processen als de ijstijden, de wind en water. Beide locaties zijn gelegen in of nabij stuwwalgebieden. Met name de locatie aan de Oldenzaalseweg kent veel reliëf, maar dat geldt ook voor de noordzijde van de Voortsweg.

In de jaren zijn hoogteverschillen gedeeltelijk geërodeerd door de wind, weer versterkt door de wijze van agrarisch gebruik (essen en eenmansesjes) en weer verminderd door de schaalvergroting in de landbouw. Hoogteverschillen spelen aan de Oldenzaalseweg een belangrijke

12

rol, aan de Voortsweg is die rol aanzienlijk minder. Laag van cultuurlandschap Door menselijk ingrijpen in de natuurlijke omstandigheden ontstaat er een (agrarisch) cultuurlandschap. De eerste nederzettingen in Nederland werden gesticht op de rand van de hogere stuwwallen en dekzandruggen naar de overgang met de lagere gronden. De akkers op de hogere gronden werden intensief gebruikt en bemest met heideplaggen uit het voormalige potstal systeem. De essen kwamen daardoor hoger in het landschap te liggen met veelal scherpe randen. Al dan niet werden randen van de es beplant met houtsingels (steilrand beplanting) of houtwallen. Afhankelijk van de grootte van de es werden meerdere boerderijen rondom een es gebouwd. In latere instantie ontstonden de eenmansesjes in het kampenlandschap. Het erf aan de Oldenzaalseweg is zo’n erf, maar dat geldt ook voor meerdere erven rondom het plangebied aan de Voortsweg. Het plangebied zelf aan de Voortsweg behoort tot de heideontginning dat pas veel later werd ontwikkeld. De eerste erven aldaar kwamen pas rond de jaren ‘60. Laag van de beleving De Voortsweg is omschreven als donkerte. De donkere gebieden zijn veelal de buitengebieden van onder andere Overijssel. Waar elders dorpen, autowegen, kassengebieden en attractieparken zorgen voor licht, is het buitengebied een plek waar men nog de sterrenhemel kan waarnemen.

De ambitie is om donkere plekken te behouden en waar mogelijk nog donkerder te maken. De ontwikkeling houdt rekening met deze ambitie. Er mag geen onnodig licht worden toegevoegd.

Onder: de Voortsweg is omschreven als “stuwwallen” (natuurlijke laag), “heideontginning” (laag van agrarisch cultuurlandschap) en “donkerte” (laag van de beleving). Boven: de OIdenzaalseweg is omschreven als “dekzandvlakte” (natuurlijke laag) en “kampenlandschap” (laag van Cultuurlandschap). (Bron: overijssel.tercera-ro.nl)

13

3.2 Rood voor rood Tubbergen De gemeente Tubbergen heeft in 2014 haar vernieuwde rood voor rood beleid vastgesteld. Absolute doelstelling van de regeling is het verminderen van de steeds meer vrijkomende oppervlaktes landschap ontsierende opstallen en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Steeds meer agrarische bedrijven stoppen en zonder nieuwe bestemming raken zij in verval. De rood voor rood regeling is een methodiek om tenminste 1000 m2 landschap ontsierende stallen te slopen in ruil voor een bouwrecht onder voorwaarden. De gemeente stelt nadere eisen zodat de oppervlakte daadwerkelijk gesloopt wordt, de bestemming wordt aangepast en de omgeving landschappelijk wordt ingepast. De initiatiefnemer voldoet met opgesteld plan in combinatie met het bestemmingsplan door BJZ.nu opgesteld aan de voorwaarden van de gemeente Tubbergen. In dit geval zijn in eerdere instantie 4500 m2 gesloopt aan de Poolsweg 8 in Geesteren (ov.). In relatie met dat plan mogen woningen worden gerealiseerd aan de Hardenbergerweg (Tubbergen), de Ossendijk (Langeveen), de Denekamperweg (Vasse) en de Oldenzaalseweg (Fleringen). In alle gevallen moest er sprake zijn van verplaatsbare meters omdat er in geen van de gevallen gesloopt wordt op de bouwlocatie. In dit geval waren de sloopmeters verplaatsbaar vanwege het aanwezige bedrijventerrein aan de Poolsweg.

Woningen kunnen aan de Poolsweg niet gerealiseerd worden vanwege de milieuafstanden. Aan de Oldenzaalseweg kon op die manier een tweede bedrijfswoning worden gerealiseerd. Door nieuwe ontwikkelingen zijn er

14

echter nieuwe keuzes gemaakt. De noodzaak voor een tweede bedrijfswoning is niet langer aanwezig. Daarom wordt het verplaatsbare bouwrecht verplaatst van de Oldenzaalseweg naar de Voortsweg in Vasse. Hoewel reeds voldaan is aan de financiële verplichtingen zoals de sloop en de landschappelijke inpassing is onder hoofdstuk 7 is de financiële onderbouwing terug te vinden. 3.3 Casco benadering Noordoost Twente De gemeente Tubbergen hanteert, vooral ter bescherming van het bestaande landschap, het casco beleid. Door het casco beleid is het mogelijk om via een kaart te achterhalen of een ontwikkeling wel of niet in strijd is met elementen welke tot de casco behoren. Elementen als onderdeel uitmakend van de casco zijn in principe niet te verwijderen. Geen van de voorgenomen ontwikkelingen heeft consequenties voor de casco kaart. In alle gevallen worden bestaande landschapselementen niet aangetast.

Fragmenten van de cascokaart behorende bij de casco benadering. Links: Voortsweg, rechts: Oldenzaalseweg. (Bron: geo.overijssel.nl)

15

Nieuwe situatie bouwlocatie Via de rood voor rood regeling bestaat de mogelijkheid om elders een extra woning toe te voegen. Het toevoegen van een woning aan de kern van Vasse is geen vanzelfsprekendheid. Vasse is van oorsprong ontstaan tussen de Vasserse en Manderse es en heeft zich in de loop van de jaren door verschillende uitbreidingen vast tussen geklemd. Van de oorspronkelijke boeren rondom Vasse zijn er nog weinig actief. Woningbouw heeft ruimte gezocht in een van oorsprong zeer gevarieerd en kleinschalig landschap. Wel zijn grote delen nog zeer herkenbaar. Dit is weergegeven op de analyse kaart van Vasse. De kern van Vasse (harde grens) is rood weergegeven. Het plangebied ligt binnen die grens. Woningbouw op die plek zal niet leiden tot een vermindering van de ruimtelijke kwaliteit. Iets wat in andere delen van Vasse wel snel het resultaat zal zijn. Vasse kent een aantal kwetsbare landschapsstructuren die rondom gelegen zijn, van oorsprong het kleinschalige kampenlandschap (bruinrode kleur). Nieuwbouw in deze gebieden heeft per definitie nadelige gevolgen. Vaak wordt niet alleen de harde grens van Vasse doorbroken, ook zal daardoor een flink gedeelte herkenning van het oorspronkelijke landschap verloren gaan. De kwetsbare kleinschalige gebieden worden afgewisseld met de open gebieden van de essen (gele gebieden).

Deze openheid van deze gebieden zou behouden moeten blijven. Net als in de gebieden van de kampenlandschappen zou in het geval van een uitbreiding de harde grens van Vasse doorbroken worden zoals deze nu gelegen is aan de Amsinksweg en Denekamperweg. Bovendien is woningbouw hier niet geschikt om de herkenbare hoogteverschillen intact te houden. Woningen zouden te hoog in het landschap komen te staan. Uitbreidingen in en om Vasse 16

zouden in eerste instantie plaats moeten vinden op bestaande ontwikkelingen zoals agrarische erven of bestaande functies. We zien dan met name aan de westzijde van Vasse meerdere mogelijkheden zonder de ruimtelijke kwaliteit direct aan te hoeven tasten. Zo heeft de noordwest zijde van Vasse nu nog wat harde randen. Dat kan, bijvoorbeeld in combinatie met woningbouw én een investering in de ruimtelijke kwaliteit verbeterd worden. Het hoeft niet te leiden tot een verslechtering. Op andere plekken lijkt geen ruimte meer te zijn zonder het landschap aan te tasten. Er is sprake van verrassende doorkijken naar agrarisch gebied, afgewisseld met kleinschalige omsloten percelen of open essen. In alle gevallen moet dan letterlijk een hele harde begrenzing doorbroken worden als er gekozen wordt voor een uitbreiding. De heideontginning lijkt dan het meest voor de hand te liggen als er gekozen moet worden voor een uitbreiding. Landschappelijk liggen daar duidelijk kaders waarbij landschappelijke kamers opgevuld kunnen worden als een uitbreiding niet is af te dwingen. Het perceel aan de Voortsweg ligt dus binnen de harde grenzen van het dorp opgesloten tussen het Beerpad en de Voortsweg. Het realiseren van een woning past in het landschappelijke beeld van de lintbebouwing dat zich aan het rechte gedeelte Voortsweg heeft ontwikkeld vanaf de jaren ‘60.

Analyse Vasse, niet op schaal. (Bron: N+L Landschapsontwerpers)

17

Aan de zuidzijde is sprake van twee woningen. De woning met huisnummer 10 staat haaks op de weg (wat gebruikelijk is) en de woning met huisnummer 12 is parallel gelegen. Het plangebied kent een interessante ligging en vormt de overgang van de lintbebouwing naar het landelijk gebied. Ook buigt de Voortsweg na het plangebied af naar het noordwesten waardoor lintbebouwing niet verder doorgezet kan worden. Om de overgang te benadrukken en om de lintbebouwing min of meer af te sluiten is gekozen voor een opstelling parallel aan de Voortsweg. De nieuwe woning (A) is daarmee landschapsgericht en leent zich goed voor een typische Saksische vormgeving. De uitstraling van een boerderij waarbij de kopgevel richting het westen is gericht en daarmee aan de oostzijde het (achter)erf ontstaat met een niendeur. Aan het achtererf is ook een bijgebouw gekoppeld. Het is belangrijk om de openheid te garanderen. Het perceel (F) mag daarom niet aangeplant worden. Enkel wordt rondom de woning een fragment haag (E) aangebracht om het erf een kader te geven. Binnen de kaders is er ruimte voor de invulling met o.a. terras en tuin. De haag bestaat uit meidoorn, haagbeuk of beukhaag en wordt aangeplant in de maat 80-100 (hoogte in centimeters) met 5 stuks per meter. Aan de voorzijde van de kavel wordt een linde of beuk aangeplant in de maat 14-16 (stamomtrek in centimeters).

De boom kan uitgroeien tot een beeldbepalende en karakteristieke boom die de overgang naar het landelijk gebied benadrukt. Tussen de nieuwe woning en de naastgelegen woning (huisnummer 10) wordt een haag aangeplant. Het betreft een beukhaag of haagbeuk met de aanplantmaat 80-100 (hoogte in centimeters). Vanaf de Voortsweg wordt de eerste 24 meter niet hoger dan 110 centimeter. Dat 18

voorkomt dat de openheid wordt aangetast. De achterzijde van de haag krijgt een hoogte van 200 centimeter. Door de afstand tussen de woning en de bomen moet het lukken om zonnepanelen toe te passen. De panelen zijn dan niet zichtbaar vanaf de straat of het landschap en daarmee ingepast. Met deze inpassing wordt voldaan aan het gestelde beleid.

A:

Compensatiewoning op basis van de rood voor rood regeling .

B:

Te bouwen bijgebouw.

C:

Erfverharding

D:

Gazon/gras.

E:

Nieuw aan te planten haag . Soort meidoorn, haagbeuk of beukhaag . Aanplantmaat in de maat 80-10 0 (hoogte in centimeters) met 5 stuks per strekkende meter. Tot ale lengte circa 40 meter.

WEG

VOORTS

G Fragment uit 1925 (topotijdreis.nl)

F:

Weiland.

G:

Nieuw aan te planten solitaire boom. Soort linde of beuk in de maat 14-16 (stamomtrek in centimeters),

E

voor zien van twee boompalen en gietrand.

F A D

I

C

H:

Best aande houtopst anden van achtergelegen voetbalvelden.

B

I:

Nieuw aan te planten haag op scheiding met buren. Soort beukhaag of haagbeuk in de minimale aanplantmaat 80-10 0 (hoogte in centimeters). Haag mag 20 0 centimeter hoog worden met uitzondering van

H

de eerste 24 meter uit de Voortsweg . De hoogte van deze 24 meter is maximaal 110 centimeter hoog .

Nieuwe situatie, niet op schaal. (Bron: N+L Landschapsontwerpers) Project:

Rood voor rood

Getekend:

N. Hannink

St atus:

DO

Naam:

Fam. Bolscher

Datum:

08-12-2020

Aant al pag .:

1

Adres:

Voortsweg ong .

Gecontroleerd:

-

Formaat:

A3

Woonplaats:

Vasse

Schaal:

1:10 0 0

Noord:

Tekening is noordgericht

nl-landschap.nl

19

Nieuwe situatie slooplocatie Het erf aan de Oldenzaalseweg ligt in het kampenlandschap en is gelegen in de oksel van stevige landschappelijke structuren aan de noord(westelijke) zijde. Het erf ligt direct nabij een kamp dat een voorloper is van de grotere Fleringer es. Het erf kent een klassieke opbouw waarbij de woning (A, mogelijk de locatie van de oorspronkelijke boerderij) kort op de weg is gelegen en de schuren (B) min of meer de structuur van de verkaveling volgen. Tussen de schuren zijn een aantal kuilvoerplaten gelegen (C). Aan de zuidoost zijde van het erf staan enkele zware karakteristieke eiken die een bijdrage leveren aan het erfensemble (D). In een voorgaand plan had de familie de wens om een tweede bedrijfswoning te realiseren. Door nieuwe ontwikkelingen is deze wens komen te vervallen. Om die reden wordt de rood voor rood procedure, en de daarbij geleverde prestaties, verschoven naar de Voortsweg. De rood voor rood procedure bestond uit een uitgebreide procedure met meerdere kavels. Dat betekent dat de landschappelijke inpassing als eerder voorgesteld (zie rechterpagina) in zijn geheel komt te vervallen. De huidige situatie blijft daarom behouden. Met deze inpassing wordt voldaan aan het gestelde beleid.

20

H B

G

C E

F

Fragment uit 1935 (topotijdreis.nl)

A:

Bedrijfswoning.

B:

Best aande opstallen, bedrijfsbebouwing .

C:

Kuilvoerplaten.

D:

Best aande houtopst anden (te behouden).

E:

Erfverharding .

F:

Gazon/gras.

G:

Beekloop.

H:

Weilanden.

J

M

N

C

M

C K

B

D

D D A

J C

B H

C

L F

D

A E

H

B

O

L

C

G J

E

E

R M

I L Nieuwe situatie, niet op schaal. (Bron: N+L Landschapsontwerpers) Rechts: de situatie uit de eerdere aanvraag (Bron: Hannink LV). Project:

Rood voor rood

Getekend:

N. Hannink

St atus:

DO

Naam:

Mts. Heithuis

Datum:

10-12-2020

Aant al pag .:

1

Adres:

Oldenzaalseweg 75

Gecontroleerd:

-

Formaat:

A3

Woonplaats:

7666 LG Fleringen

Schaal:

1:150 0

Noord:

Tekening is noordgericht

Q

nl-landschap.nl

21

Project:

Rood Voor Rood Poolsweg

Getekend:

N. Hannink

Status:

DO

Financiële onderbouwing Vanuit het rood voor rood beleid 2014 van de gemeente Tubbergen bestaat de mogelijkheid voor herstructurering door middel van Rood voor Rood, waarbij in ruil voor de sloop van schuren en andere investeringen in de ruimtelijke kwaliteit een woning gebouwd mag worden. Er moet daarvoor een aanzienlijke reductie van het bouwoppervlak en bouwvolume plaats vinden en er moet geïnvesteerd worden de ruimtelijke kwaliteit. Dit moet blijken uit het ruimtelijke kwaliteitsplan. Als uitgangspositie is de berekening van de oorspronkelijke procedure gebruikt. De waarde van de bouwkavels is daarbij berekend waarbij de huidige waarde van de ondergrond in mindering is gebracht. Echter, de kavel aan de Oldenzaalseweg betrof een bedrijfswoning. Daardoor was de waarde veel lager (€ 88.000). De waardestijging aan de Voortsweg is veel hoger (€ 198.000). Het verschil (ook m.b.t. de waarde van de ondergrond) bedraagt € 103.000,--. Dit is extra opgevoerd in de tabel. Daarnaast mag 30 % van de gecorrigeerde vervangingswaarde en de sloopkosten á € 25,-- per m2 worden afgetrokken. In het geval van asbest mogen kosten separaat opgevoerd worden. Daarvoor zijn (destijds) een tweetal offertes opgevraagd naar aanleiding van een asbestinventarisatie.

De kosten voor de sanering van de aanwezige bebouwing (exclusief sanering bodem) bedragen in het geval van de goedkoopste offerte € 393.250,-. De hoge kostenpost kan verklaard worden door de asbest die binnen in de schuren aanwezig was. Zowel de gevels, muren en daken waren bekleed met asbest. Het één en ander dient via een binnen sanering verwijderd te worden. Daarmee zijn erg hoge kosten gemoeid. In de tabel is een kostenpost van € 280.750,-- opgenomen. Deze is tot stand gekomen door het totaal aantal 22

vierkante meter sloop tegenover de vastgestelde norm van € 25,-- per m2 in mindering te brengen (€ 112.500,--). De kosten asbest liggen in dit geval hoger. Omdat de sloopnorm á € 25,-- te hoog is voor deze locatie is het daarom gecorrigeerd met sloopnorm. De hoge kosten en de gecorrigeerde vervangingswaarde tegenover de meerwaarde van de nieuwe bouwkavels leidde eerder tot een negatief getal (€ -96.442). Echter, de veel hogere waarde van de kavel aan de Voortsweg zorgt voor een ander getal: € 6.958,--. Daardoor wordt niet bij voorbaat voldaan aan de gevraagde investering. Wel moeten er (opnieuw) kosten worden gemaakt. De kosten voor het opstellen van het Rood voor Rood plan alsmede de kosten voor de noodzakelijke onderzoeken mogen worden afgetrokken tot een maximum van € 25.000,--. Het gaat in dit geval om kosten voor taxatie, een flora en fauna onderzoek, een bodemonderzoek en landschappelijke inpassing met onderbouwing. Totaal € 6.319,--. Ten einde mogen de kosten voor het rood voor rood plan en het bezoek aan het kwaliteitsteam afgetrokken worden. Daardoor ontstaat opnieuw een negatief getal: € -3.611,--. Normaal gesproken kunnen investeringen in de ruimtelijke kwaliteit ook opgevoerd worden per kavel. Omdat de gevraagde investering ruim wordt overschreden zijn deze verplichtingen niet opgenomen in een tabel.

Gesteld kan worden dat het te investeren bedrag volledig benut wordt. Het rechtvaardigt om deze compensatiewoning te realiseren om de geleverde prestatie rood voor rood te dekken. Er hoeft geen bedrag gestort te worden in het gemeentelijke fonds. Er wordt voldaan aan de voorwaarden vanuit het rood voor rood beleid.

Links: berekening investering rood voor rood. Rechts: investering Voortsweg. (Bron: N+L Landschapsontwerpers)

23

l a n d s c h a p s o n t w e r p e r s

Oldenzaalseweg 38 • 7651 KC Tubbergen • info@nl-landschaps.nl • www.nl-landschap.nl

Bijlage 2

Bodemonderzoek

bestemmingsplan Buitengebied Voortsweg ong - Oldenzaalseweg 7 5 RvR

83

RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK conform NEN 5740 Voortsweg (ten westen van huisnummer 10) - Mander

Opdrachtgever: Familie Bolscher Locatie: Voortsweg (ten westen van huisnummer 10) 7663 TV Mander November 2020

Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl

Tel: 0546 - 63 96 63

Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739

KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01

Rapport Verkennend Bodemonderzoek conform NEN 5740 Voortsweg (ten westen van huisnummer 10) - Mander

Opdrachtgever: Familie Bolscher F.D. Rooseveltsingel 31 6981 EG Doesburg Locatie: Voortsweg (ten westen van huisnummer 10) 7663 TV Mander Projectcode: 20069510 Rapportagedatum: 18 november 2020 Auteur: Mevr. ing. H. Stevelink

Kruse Milieu BV

INHOUD Pagina 1

Inleiding

1

2.1 2.2 2.3

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie

2 2 2 3

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses

4 4 5 5 6 7

4.1 4.2 4.3 4.4

Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses

8 8 8 9 9

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

10

6

Literatuur en bronvermelding

12

2

3

4

Bijlagen I I III IV

Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, november 2020 Boorstaten Legenda boorstaten Resultaten chemische analyses Toetsing chemische analyses Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen

Kruse Milieu BV

Project: 20069510

1

Inleiding

Dit rapport beschrijft het verkennend bodemonderzoek, dat in opdracht van de familie Bolscher op een terreindeel ten westen van Voortsweg 10 in Mander door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning ten behoeve van de geplande nieuwbouw van een woning met bijgebouw. Derhalve dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie als onverdacht kan worden beschouwd. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009 - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater.

Het veldwerk is uitgevoerd in november 2020 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden.

Kruse Milieu BV

Project: 20069510

Pagina 1 van 12

2

Locatiegegevens 2.1

Beschrijving huidige situatie

Algemeen De onderzoekslocatie ligt ten zuidwesten van Voortsweg 10 in Mander, binnen de bebouwde kom van Vasse. Het te onderzoeken terrein heeft de RD-coördinaten x = 252.499 en y = 494.896 en is kadastraal bekend als: gemeente Tubbergen, sectie P, nummer 537 (ged.). De Voortsweg bevindt zich ten noorden van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is momenteel onbebouwd, onverhard en in gebruik als weiland. Onderzoekslocatie In het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning dient onderzoek te worden uitgevoerd naar de bodemkwaliteit op het te bebouwen terreindeel. De onderzoekslocatie is onbebouwd en onverhard en omvat circa 1450 m². In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en is het boorplan van Kruse Milieu BV van november 2020 opgenomen. 2.2

Vooronderzoek

In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever en de gemeente Tubbergen. De volgende informatie is verzameld: - De onderzoekslocatie heeft al jaren de huidige (agrarische) bestemming. - Voor zover bekend is er verder op de onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel. - Het te onderzoeken terreindeel is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn. - Voor zover bekend is het te onderzoeken terreindeel in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden. - Voor zover bekend is het terrein niet eerder bebouwd geweest. - Er bevinden zich voor zover bekend geen asbesthoudende dakplaten, beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie. Tevens is de locatie niet gelegen aan een asbestweg. - Er is niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd op het terrein of in de nabije omgeving.

Kruse Milieu BV

Project: 20069510

Pagina 2 van 12

2.3

Bodemsamenstelling en geohydrologie

Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - Het maaiveld bevindt zich ongeveer 31 meter boven NAP. - De locatie is gelegen op de stuwwal Ootmarsum. - De deklaag bestaat uit kwartair zand, een door de wind afgezet dekzandpakket, dat behoort tot de formatie van Twente. Deze laag is zeer dun. Plaatselijk dagzoomt het tertiair. Er zijn geen gegevens beschikbaar omtrent het doorlatend vermogen. - Aangezien de locatie ten westen van de waterscheiding op de stuwwal is gelegen, zal het freatische grondwater in westelijke richting stromen. Vermoedelijk stroomt dit water over de gestuwde ondergrond, die kleihoudend is. - De grondwaterspiegel bevindt zich ongeveer 3.0 meter onder het maaiveld. - Er bevindt zich geen oppervlaktewater van enige betekenis in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. Op circa 1.2 kilometer stroomt ten noord-noordoosten de Mosbeek en op circa 1.2 kilometer ten zuidwesten van de onderzoekslocatie stroomt de Elsenbeek. Het grondwaterbeschermingsgebied Manderveen is op circa 600 meter ten noordoosten van het terrein gelegen.

Kruse Milieu BV

Project: 20069510

Pagina 3 van 12

3

Uitvoering bodemonderzoek 3.1

Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009 - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, kan de onderzoekslocatie als niet verdacht worden beschouwd. De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN 5740 wordt voor de locatie gebruikt. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. In de normen NEN 5740 zijn voor niet verdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Indien tijdens het veldwerk blijkt dat de bodem puinhoudend is, worden de puinhoudende boringen tot 0.5 meter diepte conform NEN 5707 vervangen door inspectiegaten.

Aangezien puinhoudende grond per definitie asbestverdacht is, dient in voorkomende gevallen asbestonderzoek plaats te vinden. Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op en in de bodem. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN 5897+C2 van toepassing, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd.

Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden.

Kruse Milieu BV

Project: 20069510

Pagina 4 van 12

3.2

Veldwerkzaamheden

Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie voor onverdachte locaties uit NEN 5740. Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPRvoorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Op een terrein van circa 1450 m² worden in totaal 8 boringen verricht, waarvan 6 tot 0.50 meter en 2 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters wordt één diepe boring afgewerkt met een peilbuis (PB 1). 3.3

Analyses

De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. Eventuele asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam in Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in dit verkennend onderzoek 2 grond(meng)monsters samengesteld en wordt 1 grondwatermonster genomen. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 2. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN 5740 onderzocht. In de onderstaande tabel 1 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 1: Analysepakket per (meng)monster Monster

Analysepakket

Bovengrond (1x) Ondergrond (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organisch stof, lutum en droge stof

Grondwater (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats.

Kruse Milieu BV

Project: 20069510

Pagina 5 van 12

3.4

Toetsing chemische analyses

De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging.

tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde.

De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie 2 juli 2020) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de sinds 5 maart 2020 door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater.

Kruse Milieu BV

Project: 20069510

Pagina 6 van 12

3.5

Toetsing asbestanalyses

De resultaten van eventuele asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities.

Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 20069510

Pagina 7 van 12

4

Resultaten 4.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen en de samenstelling van de mengmonsters worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3. en in paragraaf 4.4. worden de resultaten besproken. 4.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn in november 2020 uitgevoerd door de heren J. Hartman en N. Pepping. Deze veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). Op 3 november 2020 zijn er in totaal 8 boringen verricht met behulp van een Edelmanboor, waarvan één diepe boring is doorgezet tot 4.5 m-mv en is afgewerkt met een peilbuis (PB 1). De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat overwegend uit zeer fijn tot matig fijn zand. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn geen bodemvreemde materialen in de bodem waargenomen. Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld of in de bodem. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 2 staat omschreven Tabel 2: Samenstelling mengmonsters. Analyse

(Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m -mv)

BG

1 2, 3, 4, 5, 6 en 8 7

0 - 0.45 0 - 0.4 0 - 0.25

Standaard pakket

OG

1 1 1 2 2 2

0.45 - 0.85 0.85 - 1.35 1.5 - 2.0 0.4 - 0.9 0.9 - 1.15 1.15 - 1.6

Standaard pakket

Op 12 november 2020 is peilbuis 1 bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN 5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 3.

Kruse Milieu BV

Project: 20069510

Pagina 8 van 12

Tabel 3: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC (μS/cm)

Troebelheid (NTU)

Toestroming

1

3.50 - 4.50

3.00

5.2

200

7.0

Goed

De waarde voor de pH wordt als verlaagd beschouwd. De waarden voor de EC en de troebelheid worden normaal geacht. 4.3

Resultaten en toetsing van de chemische analyses

In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grondmonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. In het grondwater is een zeer lichte verontreiniging aangetoond. Deze is weergegeven in tabel 4. In de boven- en ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Tabel 4: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l).

1

Monster

Component

Peilbuis 1

Barium

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrondwaarde1 of Streefwaarde

Interventiewaarde

67

67 *

50

625

AW2000

In de vierde kolom van tabel 4 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan S; * concentratie groter dan S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4.4

Bespreking resultaten chemische analyses

Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, is er een lichte verontreiniging aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Grondwater - Barium Het zeer licht verhoogde gehalte aan barium in het grondwater is waarschijnlijk te wijten aan een plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarde. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. In de loop der jaren zijn deze metalen uitgespoeld naar het grondwater. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht.

Kruse Milieu BV

Project: 20069510

Pagina 9 van 12

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van de familie Bolscher is in een verkennend bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van circa 1450 m² ten westen van Voortsweg 10 in Mander. De onderzoekslocatie is onbebouwd en onverhard. De aanleiding van dit onderzoek is de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning ten behoeve van de geplande nieuwbouw van een woning met bijgebouw. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie als onverdacht kan worden beschouwd. Resultaten veldwerk Het terreindeel is beschouwd als niet verdacht. In totaal zijn er 8 boringen verricht, waarvan 1 diepe boring is afgewerkt met een peilbuis (PB 1). Gebleken is dat de bodem overwegend bestaat uit zeer fijn tot matig fijn zand. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen. Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld of in de bodem. Het freatische grondwater is in peilbuis 1 aangetroffen op 3.0 meter min maaiveld.

Resultaten chemische analyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - de bovengrond (BG) is niet verontreinigd; - de ondergrond (OG) is niet verontreinigd; - Het grondwater (PB 1) is zeer licht verontreinigd met barium. Hypothese De hypothese "onverdachte locatie" dient te worden verworpen, aangezien er een overschrijding van de streefwaarde is aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In het grondwater is een zeer lichte verontreiniging aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de bovengrond en in de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.

Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Kruse Milieu BV

Project: 20069510

Pagina 10 van 12

Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Kruse Milieu BV

Project: 20069510

Pagina 11 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/646/documents/14062