CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 30 januari 2024, gemeente TubbergenBij agendapunt: 7: Vaststellen bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen25.307 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.0183.BUIBPVERMOLENW57AVG01

Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer

7 7 7 7 8 9

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

11

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Gewenste ontwikkeling 3.2 Verkeer en parkeren

13 13 14

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

15 15 16 24

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodemkwaliteit

31 31 31

5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

32 33 35 37 38 39 40

Luchtkwaliteit Externe veiligheid Milieuzonering Geur Ecologie Archeologie & cultuurhistorie Besluit milieueffectrapportage

Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf

43 43 43

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels

45 45 45 46

Hoofdstuk 8

49

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Vooroverleg 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak 9.3 Zienswijzen

51 51 51 51

Bijlagen toelichting

53

Bijlage 1

54

2

Landschappelijk inpassingsplan

bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

56

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek industrielawaai

125

Bijlage 4

Quickscan Natuurwaardenonderzoek

191

Bijlage 5

Uitgangspuntennotitie watertoets

220

Regels

229

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

231 231 240

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Agrarisch - 1 Bedrijf Groen Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4

241 241 246 249 250 252

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene Regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels

255 255 256 257 258

Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14

Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

259 260 261

Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

263 263 264

Bijlagen bij regels

265

Bijlage 1

Landschappelijk inpassingsplan

266

Bijlage 2

Voorwaarden landschappelijke inpassing

268

Bijlage 3

Ondergeschikte tweede tak of een deeltijdfunctie

270

Bijlage 4

Lijst van toegestane evenementen

272

bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen

3

4

bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen

5

6

bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Aan de Vermolenweg 57a te Langeveen, in het buitengebied van de gemeente Tubbergen, bevindt zich een meubelmakerij. Het betreft een perceel met een woonbestemming en de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - meubelmakerij'. De huidige werkplaats van de meubelmakerij bevindt zich in een oude loods, die inmiddels niet meer voldoet aan de huidige wensen van het bedrijf in relatie tot de meubels die gemaakt worden. Initiatiefnemer is daarom voornemens om ter plaatse 430 m² aan bedrijfsbebouwing te slopen en een nieuwe werkplaats met een oppervlakte van 300 m2 te realiseren. De nieuwe werkplaats dient het arbeidsgemak van de werknemers te verbeteren, een functionele indeling van de houtbewerkingsmachines te maken en op deze wijze een duurzaam toekomstperspectief aan het bedrijf te kunnen bieden. Ten behoeve van het voornemen zal de bestaande werkplaats gesloopt worden. Tevens wordt het plangebied landschappelijk ingepast. De voorgenomen ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldend bestemmingsplan, aangezien de beoogde nieuwe werkplaats zich gedeeltelijk buiten de woonbestemming met de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - meubelmakerij' ligt. De nieuwe werkplaats bevindt zich gedeeltelijk binnen de bestemming 'Agrarisch - 1', waar de gebruiks- en bouwregels voor het realiseren van een werkplaats van een meubelmakerij ontbreken.

Tevens wordt de huidige woonbestemming gewijzigd naar een passende bedrijfsbestemming omdat er geen woning meer aanwezig is en in het verleden het perceel is afgesplitst. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tubbergen heeft een positief principebesluit genomen, waarin is aangegeven dat de gemeente in principe en onder voorwaarden voornemens is medewerking te verlenen aan de ontwikkeling. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridisch-planologische kader en toont aan dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening' en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Tubbergen, op circa 1,3 kilometer ten zuidwesten van de kern Langeveen. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Langeveen (rode ster) en de directe omgeving (rode omlijning) weergegeven.

Afbeelding 1.1 Ligging plangebied ten opzichte van Langeveen en de directe omgeving (Bron: PDOK)

1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (NL.IMRO.0183.BUIBPVERMOLENW57A-VG01) en een renvooi; regels. bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen

7

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4 Huidig planologisch regime 1.4.1

Algemeen

Ter plaatse van het plangebied gelden de bestemmingsplannen "Tubbergen Buitengebied 2016" (vastgesteld op 23 mei 2016), het facetbestemmingsplan "Parkeren Tubbergen" (vastgesteld op 28 mei 2018) en het bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan" (vastgesteld op 15 december 2020). In dit geval is met name het bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan" relevant. Daarnaast wordt opgemerkt dat ter plaatse van het plangebied een gerechtelijke uitspraak is geweest. Hierbij is een deel van het plangebied vernietigd. Het ging hierbij om de aanduiding voor de meubelmakerij (300 m²). De rechtsgevolgen zijn in stand gebleven. 1.4.1.1 Bestemmingen In het zuiden van het plangebied geldt de enkelbestemming 'Wonen'. Binnen deze bestemming (ter plaatse van de meubelmakerij) geldt de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - meubelmakerij' en de maatvoeringsaanduiding 'maximum oppervlakte: 300 m2' is opgenomen. Ter plaatse van de agrarische gronden in het plangebied geldt de enkelbestemming 'Agrarisch - 1'. Daarnaast zijn de archeologische dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde - Archeologie 4' van toepassing. Tot slot gelden voor het gehele plangebied de gebiedsaanduidingen 'overige zone - vestigingsgebied voor boomen sierteelt' en 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied'.

In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding weergegeven. Hierin is het plangebied indicatief aangegeven met de rode omlijning.

Afbeelding 1.2 Uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan "Buitengebied 2016" (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.4.1.2 Beschrijving bestemmingen Enkelbestemming 'Wonen' Gronden met de bestemming 'Wonen' zijn hoofdzakelijk bestemd voor woonhuizen en bijbehorende bouwwerken. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - meubelmakerij' zijn de gronden tevens bestemd voor een meubelmakerij. Ter plaatse van de maatvoeringaanduiding 'maximum oppervlakte: 8

bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen

(m2)', mag de gezamenlijke oppervlakte van de vrijstaande bijbehorende bouwwerken maximaal het aangegeven oppervlakte bedragen, in dit geval 300 m2. Enkelbestemming 'Agrarisch - 1' Gronden met de bestemming 'Agrarisch - 1' zijn met hoofdzakelijk bestemd voor het agrarisch gebruik. Gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' is opgenomen ter bescherming van de te verwachten archeologische waarden. Voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,40 m onder het maaiveld plaatsvinden moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend waarin wordt aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn dan wel dat deze niet onevenredig worden geschaad of verstoord. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' is opgenomen ter bescherming van de te verwachten archeologische waarden. Voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 5.000 m² en dieper dan 0,40 m onder het maaiveld plaatsvinden moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend waarin wordt aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn dan wel dat deze niet onevenredig worden geschaad of verstoord.

Gebiedsaanduiding 'overige zone - vestigingsgebied voor boom- en sierteelt' De voor 'overige zone - vestigingsgebied voor boom- en sierteelt' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het toelaten van nieuwe sier- en boomteeltbedrijven op bestaande bouwvlakken voor agrarische bedrijven. Gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied' De voor 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor de ontwikkeling van de landbouw, waarbij het belang van de landbouw bovengeschikt is aan andere belangen. Overige functies (onder andere natuur en landschap, recreatie en toerisme en wonen) kunnen zich in deze gebieden ontwikkelen, mits er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ontwikkeling van bestaande of inplaatsing van nieuwe agrarische bedrijven. 1.4.2

Strijdigheid

De nieuwe werkplaats van de meubelmakerij bevindt zich gedeeltelijk op gronden met de bestemming 'Agrarisch - 1'. Op grond van het geldend bestemmingsplan is een meubelmakerij slechts toegestaan binnen de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - meubelmakerij'. De ontwikkeling is dan ook in strijd met de gebruiksregels van de agrarische bestemming, aangezien op deze gronden geen meubelmakerijen zijn toegestaan. De uit te breiden meubelmakerij wordt in de nieuwe situatie voorzien van een passende bedrijfsbestemming, in plaats van een woonbestemming met aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - meubelmakerij'. Dit aangezien zich geen woning binnen het plangebied bevindt en het bedrijf niet bij een woning behoort, waardoor een woonbestemming niet langer passend is voor de meubelmakerij. Alle gronden waarop landschapsmaatregelen plaatsvinden worden tevens betrokken bij dit bestemmingsplan, aangezien de landschappelijke inpassing in de regels en verbeelding geborgd dient te worden. In dit bestemmingsplan wordt het gewenste voornemen mogelijk gemaakt, waarbij wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in Hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een omschrijving van de gewenste ontwikkeling. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Tubbergen beschreven. In Hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue en Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In Hoofdstuk 7 en Hoofdstuk 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat Hoofdstuk 9 in op het vooroverleg.

bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen

9

10

bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Tubbergen, op circa 1,3 kilometer ten zuidwesten van de kern Langeveen. De omgeving van het plangebied kenmerkt zich door verspreid liggende woonerven, bedrijfspercelen en agrarische cultuurgronden. Het plangebied zelf bestaat in de huidige situatie uit een loods aan de Vermolenweg 57a met een oppervlakte van circa 430 m2, waarin zich de werkplaats van de meubelmakerij bevindt. De overige gronden in het plangebied (ten noorden en oosten van de werkplaats) betreffen onbebouwde agrarische gronden. Deze agrarische gronden maken tevens deel uit van het plangebied vanwege de landschapsmaatregelen die plaatsvinden op deze gronden. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de ligging van het plangebied weergegeven. Hierin is het plangebied indicatief aangegeven met een rode omlijning.

Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie (Bron: PDOK)

bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen 11

12

bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

3.1 Gewenste ontwikkeling 3.1.1

Algemeen

Zoals beschreven in de aanleiding is het voornemen om de bestaande werkplaats van de meubelmakerij te slopen en in de plaats hiervoor een nieuwe werkplaats met een oppervlakte van 300 m2 te bouwen. Deze vervangende werkplaats wordt op een locatie elders in het plangebied gebouwd, namelijk ten noorden van de huidige werkplaats. Op deze manier komt de werkplaats op grotere afstand van de woning aan de Vermolenweg 57 te liggen. De meubelmakerij beschikt reeds over een eigen oprit aan de westzijde van het perceel. Deze oprit en de overige erfverharding blijft behouden conform de huidige situatie. 3.1.2

Landschappelijke inpassing

In samenspraak met het Kwaliteitsteam van de gemeente Tubbergen is een landschapsplan opgesteld, waarin de exacte locatie van de nieuwe werkplaats van de meubelmakerij, de erfopzet en de landschappelijke inpassing zijn uitgewerkt. Het landschappelijk inpassingsplan is weergegeven in Bijlage 1 bij deze toelichting. De aanleg en instandhouding van deze landschappelijke inpassing wordt geborgd in de planregels middels een zogenoemde voorwaardelijke verplichting. De landschapsmaatregelen, zoals beschreven en weergegeven in het landschappelijk inpassingsplan, betreffen: het slopen van de huidige werkplaats (circa 430 m2); het bouwen van een nieuwe werkplaats van 300 m2; het aanplanten van twee veldesdoorn hagen; het aanplanten van twee bosplantsoenen met verschillende soorten en boomvormers; het aanplanten van een bomenrij Hollandse linde; In afbeelding 3.1 is een uitsnede van het landschappelijk inpassingsplan weergegeven.

Afbeelding 3.1 Uitsnede landschappelijk inpassingsplan (Bron: VanWestreenen)

bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen 13

3.2 Verkeer en parkeren 3.2.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient rekening te worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat als gevolg van een nieuwe ontwikkeling. De gemeente Tubbergen hanteert voor het bepalen van de parkeerbehoefte de 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018'. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie zijn in deze beleidsnota geen cijfers opgenomen. Tevens zijn geen parkeerkencijfers voor het buitengebied opgenomen in deze beleidsnota. Voor de berekening van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie wordt daarom gebruik gemaakt van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. De CROW gaat uit van een minimum en maximum, dit is de bandbreedte. In dit geval wordt er van het gemiddelde uitgegaan. In voorliggend geval is sprake van de volgende uitgangspunten: Verstedelijkingsgraad: niet stedelijk / gemeente Tubbergen (Bron: CBS Statline); Stedelijke zone: buitengebied. 3.2.2

Situatie plangebied

3.2.2.1 Algemeen Voorliggende ontwikkeling betreft het slopen van de huidige werkplaats van de meubelmakerij (430 m2) en het bouwen van een vervangende werkplaats met een oppervlakte van 300 m2. Deze functie kan het beste worden vergeleken met de functie 'bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)'. 3.2.2.2 Parkeren Op basis van vorenstaande gegevens geldt een parkeerbehoefte van gemiddeld 2,4 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Aangezien een werkplaats met een oppervlakte van 300 m2 wordt gerealiseerd is in de gewenste situatie dan ook sprake van een parkeerbehoefte van 7,2 parkeerplaatsen. Het terrein is van ruim voldoende omvang om te voorzien in deze parkeerbehoefte. De parkeerplaatsen worden op eigen terrein gerealiseerd. Voor wat betreft parkeren zijn dan ook geen bezwaren tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 3.2.2.3 Verkeer Op basis van de vorenstaande uitgangspunten is sprake van een verkeersgeneratie van gemiddeld 10 verkeersbewegingen per weekdagetmaal per 100 m2 bvo. Aangezien een werkplaats met een oppervlakte van 300 m2 wordt gerealiseerd is in de gewenste situatie dan ook sprake van een verkeersgeneratie van gemiddeld 30 verkeersbewegingen per weekdagetmaal.

Opgemerkt wordt dat in de huidige situatie reeds sprake is van een werkplaats met een oppervlakte van 430 m2 met een bijbehorende verkeersgeneratie van 43 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Per saldo is als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling dan ook sprake van een afname van 13 (43 - 30) verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Al met al is dan ook sprake van een verlichting van de verkeersdruk. Het laden en lossen van materialen en meubels vindt plaats op eigen terrein. Daarnaast wordt de nieuwe werkplaats op overzichtelijke wijze ontsloten op de Vermolenweg via de bestaande oprit. Voor wat betreft de verkeersgeneratie zijn dan ook eveneens geen bezwaren tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 3.2.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

14

bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald in de verbeelding en in de regels.

4.1 Rijksbeleid 4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Dit is nodig om de opgenomen doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

4.1.1.3 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI.

bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen 15

4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1 Algemeen In de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Toetsing aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is noodzakelijk bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze definitie. Op voorliggende ontwikkeling is onder andere de overzichtsuitspraak ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2 er in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling en er getoetst moet worden aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking. Voorliggende ontwikkeling betreft het realiseren van een vervangende loods/werkplaats met een oppervlakte van 300 m2 en het landschappelijk inpassen van het plangebied. Daarom wordt gesteld dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking daarom niet van toepassing. 4.1.2.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen.

Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties

4.1.3

Conclusie toetsing aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief niet in strijd is met het rijksbeleid.

4.2 Provinciaal beleid In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening.

16

bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen

4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomst vaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen 17

Afbeelding 4.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.

De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 4.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. 18

bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen

De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes zijn de beleidskeuzes 'Principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik', 'Ruimtelijk kwaliteit' en 'Kwaliteitsimpuls Groene omgeving' van toepassing. De betreffende artikelen uit de Omgevingsverordening Overijssel worden hierna beschreven en getoetst. Artikel 2.1.3

Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik

1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: a. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; b. dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 2. Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: a. dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; b. dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van een vervangende werkplaats met een oppervlakte van 300 m2 ten noorden van de bestaande werkplaats, op agrarische gronden. De bouw van de nieuwe en grotere werkplaats is nodig ten behoeve van de meubelmakerij en draagt bij aan de duurzame instandhouding van het bedrijf in de toekomst.

De locatie van de bebouwing is zorgvuldig gekozen in afstemming met het Kwaliteitsteam van de gemeente Tubbergen. Dit is vastgelegd in het landschappelijk inpassingsplan (Bijlage 1 bij de toelichting). Ten behoeve van een logische en functionele indeling van het bedrijfsperceel, wordt deels een agrarsiche bestemming gewijzigd naar een bedrijfsbestemming. Het is niet logisch om deze ruimte binnen bestaand gebied op te vangen. Immers is deze grond benodigd bij de te realiseren bebouwing dat grotendeels wel binnen bestaand bebouwd gebied wordt gerealiseerd. Door de nieuwe werkplaats buiten het bestaande erf te plaatsen komt deze op grotere afstand van de nabijgelegen woning aan de Vermolenweg 57 te liggen, waarmee sprake is van een verbetering van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Hiermee is er sprake van een optimale benutting van functies. Samenvattend wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5

Ruimtelijke kwaliteit (lid 1, 2, 3 en 5)

1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen 19

Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan de artikelen 2.1.5 van de Omgevingsverordening De ontwikkeling voorziet in een toename van de ruimtelijke kwaliteit. Dit wordt bereikt door een adequate landschappelijke inpassing van het plangebied, zoals weergegeven in het landschappelijk inpassingsplan (Bijlage 1 bij deze toelichting). Tevens wordt gesteld dat de ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief, voldoet aan het uitvoeringsmodel en aan de provinciale vier-lagen benadering. In komende subparagrafen wordt daar nader op ingegaan. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.5 Artikel 2.1.6

Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (lid 1)

Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan de artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt op basis van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Het provinciale beleid gaat er vanuit dat er ter compensatie van ontwikkelingen in het buitengebied geïnvesteerd wordt in de groene omgeving. In dit geval is in een landschappelijk inpassingsplan (Bijlage 1 bij de toelichting) opgesteld. Het plangebied wordt geheel landschappelijk ingepast, waarbij er wordt geïnvesteerd in aan te brengen bomen en beplanting. Er zijn in dit geval sociaaleconomische en maatschappelijke redenen die ten grondslag liggen aan de ontwikkeling. De meubelmakerij biedt vijf arbeidsplaatsen aan inwoners uit de omgeving.

De huidige werkplaats betreft een gedateerde loods die niet meer voldoet aan de huidige wensen van het bedrijf in relatie tot de meubels welke gemaakt worden. Om het arbeidsgemak van de werknemers te verbeteren en een functionele indeling van de houtbewerkingsmachines te maken is het wenselijk om een nieuwe en grotere werkplaats op te richten. Door de ontwikkeling wordt namelijk een duurzame vervolgfunctie gegeven aan de meubelmakerij, waarmee instandhouding voor de toekomst wordt geborgd. Dit initiatief is goed voor de economische vitaliteit van het landelijk gebied van Langeveen. Bovendien is de impact van ontwikkeling op de omgeving door een adequate inpassing minimaal. Daarmee wordt geconcludeerd dat de geboden ontwikkelingsruimte in overeenstemming is met de investeringen in het landschap. Het plan is daarmee in overeenstemming met de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. 4.2.3.4.2

Waar - ontwikkelingsperspectieven

Op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel is het plangebied aangemerkt als 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' (zie afbeelding 4.2).

20

bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen

Afbeelding 4.2 Uitsnede overzichtskaart ontwikkelingsperspectieven (Bron: Provincie Overijssel) 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan de "Ontwikkelingsperspectieven" De omgeving van het plangebied wordt gekarakteriseerd door een menging van verschillende functies, waaronder verscheidene bedrijven, waardoor de functie 'agrarisch' niet de hoofdfunctie van de omgeving is. Hierdoor is een nuancering ter zake van het ontwikkelingsperspectief noodzakelijk. De ontwikkelingsperspectieven zijn dan ook niet normstellend maar richtinggevend.

Afwijkingen van de ontwikkelingsperspectieven zijn mogelijk, mits de ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken wordt versterkt en er voor de beoogde ontwikkeling geen sprake is van een m.e.r-plicht. In voorliggend geval is sprake van een ontwikkeling die aansluit bij de ruimtelijk-functionele structuur van de omgeving in combinatie met een versterking van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. In Hoofdstuk 5 van dit bestemmingsplan wordt aangetoond dat de nieuwe functies geen belemmeringen met zich meebrengen ten aanzien van nabijgelegen agrarische bedrijven en dat er geen sprake is van een m.e.r.-plicht. Geconcludeerd wordt dat het ontwikkelingsperspectief geen belemmering vormt voor voorliggend initiatief. 4.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. In dit geval wordt enkel ingegaan op de situatie ter plaatse van de bouwlocatie. De 'Stedelijke laag' en 'Laag van de beleving' worden in dit geval buiten beschouwing gelaten, aangezien voor deze lagen ter plaatse van het plangebied geen specifieke eigenschappen gelden. bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen 21

1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag” aangeduid met het gebiedstype 'Hoogveengebied (in cultuur gebracht)' (zie afbeelding 4.3).

Afbeelding 4.3 Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) 'Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)' Op waterhuishoudkundig geïsoleerde plekken (waar het regenwater wordt vastgehouden) ontwikkelde zich in het zandgebied op kleine en grote schaal hoogveen; onder invloed van regenwater ontstonden veenmoerassen. Deze groeiden als een dikke spons van veenmossen steeds verder omhoog, los van het grondwater. De extreme zure en voedselarme omstandigheden leidden tot natte, slecht toegankelijke moerasgebieden, waar vrijwel geen boom kon groeien. De hoogveenrestanten worden gekenmerkt door een hoge waterkwaliteit, een hoge waterstand en een hoge natuurkwaliteit. Lokaal is sprake van “levend hoogveen” (veenaangroei). De ambitie is de hoogveenrestanten in stand te houden en op een aantal plekken het hoogveen opnieuw tot groei te brengen. Het open natte karakter is hierbij een belangrijke kwaliteit. De inzet is op de randen tussen de hoogveenrestanten en de hoogveenontginningsgebieden landschappelijk leesbaar te maken als ontgonnen deel van het oorspronkelijk veenlandschap. Zo ontstaat een samenhangend en leesbaar landschap in de hoogveengebieden en een overgang naar heide en schaalgraslanden eromheen. Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' In het plangebied zijn de kenmerken van het oorspronkelijke landschap nauwelijks meer waarneembaar.

Dit komt hoofdzakelijk doordat het perceel al geruime tijd in gebruik is ten behoeve van een meubelmakerij en als agrarische grond. De nog aanwezige kenmerken van het oorspronkelijk landschap worden met het voornemen niet aangetast. Voorliggende ontwikkeling kent een dusdanig kleine aard en omvang dat het geen onevenredige gevolgen heeft voor de natuurlijke gronden en systemen. Overigens wordt het plangebied landschappelijk ingepast, waarbij uitdrukkelijk is gekeken naar het landschap. Op deze manier worden natuurlijke kenmerken juist waar mogelijk teruggebracht. Voor een toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 3.1.2. Hiermee is juist sprake van versterking van de natuurlijke waarden. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de “Natuurlijke laag”.

22

bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen

2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag” aangeduid met het gebiedstype 'hoogveenontginningen' (zie afbeelding 4.4).

Afbeelding 4.4 Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) 'Hoogveenontginningen' Vanuit linten werd het omliggende hoogveengebied middels opstrekkende verkavelingen, vrij kleinschalig, grotendeels ontgonnen. De hoogveenontginningslandschappen zijn te herkennen aan de opstrekkende verkavelingen, een min of meer grillig patroon van wegen en paden en de vele elzensingels. Reliëfrijk, vanwege het niet vergraven van delen, waar de veenpakketten dun waren. Het landschapstype is afwisselend meer of minder open. Het bijzondere karakter van dit landschapstype staat onder druk door allerlei ontwikkelingen; toename bebouwing, verdichting van de linten en woonwijkjes, verdwijnen karakteristieke bomensingels en houtwallen, aanpassingen vanuit landbouwkundige optimalisatie, verbreding infrastructuur. Daarbij zijn deze landschappen moeilijk herkenbaar omdat schaalvergroting van de landbouw het oorspronkelijk karakter van het landschap heeft vervlakt. Als er ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden dan bieden de kleinschalige linten met kavelbeplantingen kans voor een afwisselend woon- en werkmilieu, waar op kleinschalige en behoedzame wijze aan voortgebouwd kan worden. Met dubbele lintstructuren voor bijvoorbeeld langzaam verkeer kunnen deze linten nog aan woon- en recreatieve kwaliteiten winnen.

Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' In het landschapsplan is rekening gehouden met de gebiedskenmerken volgens de laag van het agrarisch cultuurlandschap ter plaatse van het plangebied (zie hiervoor Bijlage 1 en paragraaf 3.1.2 bij deze toelichting). Er is sprake van een zorgvuldige inbedding van de nieuwe bebouwing in de omgeving. Tevens draagt het treffen van landschapsmaatregelen zoals de aanplant van bomen bij aan het herstel van het landschapsbeeld. Gezien bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen 23

het vorenstaande is de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met de ter plekke geldende gebiedskenmerken van de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 4.2.4

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorgenomen ontwikkeling worden hierna behandeld. 4.3.1

MijnOmgevingsvisie Tubbergen

4.3.1.1 Algemeen De gemeente Tubbergen beschikt over een omgevingsvisie. MijnOmgevingsvisie Tubbergen gaat over de toekomst van de leefomgeving; de visie van samenleving én gemeente. Hierin bouwt men verder op de basis die al in proces van MijnDorp gelegd is. De visie gaat namelijk over leefbaarheid van de kernen én over het buitengebied , gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. De visie geeft aan hoe de gemeente, samenleving en gemeenteraad, willen sturen; wat men wil behouden, versterken en ontwikkelen. Door inbreng van de samenleving is MijnOmgevingsvisie van ons allemaal! MijnOmgevingsvisie gaat in op: 1. 2. 3. 4.

de uitdagingen die op de gemeente afkomen (het verhaal achter de speerpunten) hoe men daarop kan inspelen (speerpunten) hoe plannen die bewoners of ondernemers inbrengen worden afgewogen (stappenplan) welke waarden daarbij belangrijk zijn (waardenkaart)

Mijn Omgevingsvisie gaat uit van vier kernprincipes. Kernprincipes zijn manieren van werken; werkwijzen die altijd gelden. Als keuzes worden gemaakt, als plannen worden gemaakt en gewoon als we wonen, leven, ondernemen of verblijven past men de kernprincipes toe. De vier kernprincipes zijn: We doen het samen We geven het goed voorbeeld We wentelen niet af op volgende generaties We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt 4.3.1.2 Speerpunten In de omgevingsvisie zijn speerpunten opgenomen op verschillende thema's. In voorliggend geval is gezien de ontwikkeling met name het thema 'Buitengebied in balans' van belang. Buitengebied in balans De gemeente Tubbergen wil een economisch sterk buitengebied met veel verschillende functies waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden.

In het buitengebied komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. De gemeente ziet landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit doet de gemeente samen met de inwoners, de partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn: Toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzame landbouw wordt gestimuleerd; 24

bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen

Goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij samenwerking gezocht wordt met de landbouw; Kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. In afbeelding 4.6 is een uitsnede van de waardenkaart van de omgevingsvisie weergegeven. Het plangebied is hierop aangeduid met een rode ster en ligt in een gebied dat is gericht op ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek. De voorgenomen ontwikkeling is goed verenigbaar in dit gebied, aangezien dit gebied gericht is op gemengde functies.

Afbeelding 4.6 Uitsnede waardenkaart Omgevingsvisie Tubbergen (Bron: gemeente Tubbergen)

4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan MijnOmgevingsvisie Tubbergen Met voorgenomen initiatief wordt een duurzaam toekomstperspectief geboden aan een bestaand bedrijf (meubelmakerij) in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. Door de bestaande verouderde werkplaats te slopen en een nieuwe, kleinere loods terug te bouwen op een locatie verder naar het noorden wordt een verbetering van het woon- en leefklimaat van omwonenden plaats en worden de werkomstandigheden van het bedrijf verbeterd. Hiermee is sprake van een versterking van lokale bedrijvigheid. De ontwikkeling is passend binnen de omgeving, die wordt gekenmerkt door verschillende functies, waaronder bedrijven, agrarische cultuurgronden en woonpercelen. In het kader van de 'Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving' wordt door middel van landschappelijke inpassing (Bijlage 1 bij de toelichting) geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied. Dit landschappelijk inpassingsplan is opgesteld in afstemming met de gemeente en aan de hand van de gebiedskenmerken ter plaatse. Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met de structuurvisie Tubbergen.

bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen 25

4.3.2

Beleidsnotitie 'Buitengebied met kwaliteit'

4.3.2.1 Algemeen De gemeenten Tubbergen en Dinkelland hebben nieuw beleid opgesteld voor ontwikkelingen in het buitengebied de beleidsnotitie 'Buitengebied met Kwaliteit' opgesteld. De afgelopen jaren is geconstateerd dat het ruimtelijk beleid voor het buitengebied op onderdelen onnodig ingewikkeld is geworden en is zowel vanuit aanvragers en hun adviseurs als gemeente de wens geuit voor eenvoudiger en overzichtelijker beleid voor het buitengebied. In de nieuwe beleidsnota zijn de bestaande beleidsnota’s voor Rood voor Rood, en Schuur voor schuur en VAB+ en de nota’s ten aanzien van plattelandswoningen en nieuwe landgoederen vervat in één vereenvoudigde regeling die mede vanwege de opgaven in het buitengebied op onderdelen geactualiseerd en aangevuld is. 4.3.2.2 Reikwijdte Deze beleidsregel is uitsluitend van toepassing op het buitengebied van de gemeente en de regels en voorwaarden uit deze notitie zijn een nadere gemeentelijke uitwerking van het provinciaal beleid waaronder artikel 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) van de Omgevingsverordening Overijssel. Deze beleidsregel is niet van toepassing op de planologische mogelijkheden die de geldende bestemmingsplannen/het omgevingsplan bij recht of met toepassing van een binnenplanse afwijking/binnenplanse omgevingsplanactiviteit biedt. Ook is deze beleidsregel niet van toepassing op o.a.

de uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen en bestaande woningbouwlocaties die binnen de bebouwde kom zijn gelegen en richting het buitengebied worden uitgebreid en op zonne- en windparken. 4.3.2.3 Functiewijziging 'Wonen' naar bedrijf (niet-agrarisch) Tot de functie ‘Bedrijf (niet-agrarisch)' worden alle bedrijven gerekend die geen agrarische bedrijfsvoering voeren en die bedrijfsmatig goederen vervaardigen en/of bewerken, opslaan, verhandelen, transporteren, installeren en/of herstellen en/of in opdracht werkzaamheden verricht op het gebied van agrarisch loonwerk, cultuurtechnische werkzaamheden, grondverzet en grondwerkzaamheden. Voor het uitbreiden van een bestaand bedrijfsperceel met de functie ‘Bedrijf (niet-agrarisch)’, is een aanvullende kwaliteitsimpuls vereist. De hoogte van deze kwaliteitsimpuls wordt bepaald door een berekening van de waardevermeerdering. Indien sprake is van een oppervlakte van 0 tot 500 m² her te gebruiken bebouwing, is geen kwaliteitsimpuls noodzakelijk. 4.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan de beleidsnotitie 'Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving' In voorliggend geval is sprake van een functiewijziging van een woonbestemming naar een bedrijfsbestemming. Daarbij wordt per saldo niet meer teruggebouwd dan reeds is toegestaan.

De voorgenomen ontwikkeling ziet daarmee niet toe op het hergebruiken van meer dan 500 m² aan bebouwing, waardoor KGO niet van toepassing is. Zoals reeds is beschreven wordt in voorliggend geval wel een basisinspanning geleverd. Dit is beschreven in het inpassingsplan zoals behandeld in paragraaf 3.1. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Beleidsnotitie Buitengebied met kwaliteit'. 4.3.3

Casco-benadering in Noordoost-Twente

4.3.3.1 Algemeen In het Ontwikkelingsperspectief voor het Nationale Landschap Noordoost-Twente hebben de hierbij betrokken partijen de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Zowel gemeenten als provincie hadden behoefte aan een praktisch concept om in de dagelijkse praktijk invulling te geven aan deze ambitie. Voor het bereiken van deze ambitie is het, het meest wenselijk om de belangen van initiatiefnemers die elementen willen verwijderen te koppelen aan grondeigenaren die bereid zijn nieuwe elementen te plaatsen om zo het landschap te versterken. Alle individuele aanvragen zullen dan uiteindelijk moeten leiden tot een beter functionerend en herkenbaar landschap. Om dit te bereiken is de casco-benadering ontwikkeld. Met de casco-benadering beschikken de provincie Overijssel en de deelnemende gemeenten van Noordoost-Twente over een generieke methode om vorm te geven aan de doelen voor het Nationaal Landschap: behoud en ontwikkeling van het landschap inclusief al haar functies. In relatie tot het provinciaal beleid is de cascobenadering een middel om invulling te geven aan het fenomeen 'ruimtelijke kwaliteit' en uitvoering aan de kwaliteitsagenda van de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel.

26

bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen

4.3.3.2 Casco-benadering in de praktijk De landschapstypen van Noordoost-Twente vormen, samen met de ontwikkeling die deze landschappen hebben doorgemaakt (dynamiek), het uitgangspunt van de casco-benadering. Elk landschapstype heeft een eigen kenmerkende structuur van opgaande beplantingen. Deze structuur is het casco van het landschap. Het kan daarbij gaan om bomenrijen, houtwallen, houtsingels en (kleinere) bosjes. Het beleid is er op gericht om dit casco te versterken. Toepassing van de casco benadering leidt op termijn tot versterking van het ‘kleinschalige groene karakter’ van het landschap in totaliteit. De basis voor initiatieven is de cascokaart. Hierop staan drie typen elementen weergegeven, zie de navolgende tabel. Landschapstype Elementen die tot het casco behoren Elementen die niet tot het casco behoren

Opmerking Mogen in principe niet verplaatst worden Mogen verplaatst worden, als aan de regels van de casco-benadering wordt voldaan Te compenseren elementen Locaties waar de initiatiefnemer de elementen heen kan verplaatsen Aan de hand van de casco-kaart wordt beoordeeld of het landschapselement tot het casco behoort of niet. Uit de beoordeling hiervan volgen drie mogelijke opties: 1. Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de casco-kaart. 2. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de casco-kaart. 3. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de casco-kaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). In afbeelding 4.7 is een fragment van de Cascokaart behorende bij de Casco benadering opgenomen. Hierin is het plangebied indicatief aangegeven met de rode omlijning.

bestemmingsplan Buitengebied, Vermolenweg 57a Langeveen 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1095/documents/23253