CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Buitengebied, SvS Tubbergen Bijlagen Oplegnotitie natuuronderzoeken.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 25 februari 2025, gemeente TubbergenBij agendapunt: 11: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Buitengebied Schuur voor Schuur Tubbergen2.075 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Postadres: Nobelstraat 7-5 7131 2

Telefoon: 0850-509852

Email:

Bank:

(geanonimiseerd) A (geanonimiseerd)

Lichtenvoorde

TUU RBAN K

OVERIJSSEL

N+L

Landschapsontwerpers

D. Arens per ema:

Datum:

(geanonimiseerd)

Ons kenmerk:

22-10-2024 5268

Betreft:

Oplegnotitie toets aan actuele wet- en regelgeving flora en fauna

Auteur:

H. van

Gijn

Inleiding sloop van diverse opstallen op de adressen Wieschertweg 6 te Tubbergen, Rouweweg 15 te Langeveen. Aan de Wiekerstraat wordt vervolgens een nieuwe bijgebouw gerealiseerd. Aan de Agelerweg 32 te Reutum is reeds een schuur gebouwd ten behoeve van een houtbewerkingsbedrijf en aan de Almeloseweg 93 te Tubbergen is een schuur reeds vergroot. Alle deelgebieden worden landschappelijk ingepast met diverse beplanting. Op onderstaande plattegronden wordt voor elke locatie het wenselijk eindbeeld weergegeven. Er

zijn concrete plannen

voor

de

Wiekerstraat

7 te

Plattegrond

het wenselijk eindbeeld Wieschertsweg 6 (bron: N+L Landschapsontwerpers).

van

Rossum

en

Plattegrond van het wenselijk eindbeeld Wiekertstraat 7 (bron: N+L Landschapsontwerpers).

Plattegrond van het wenselijk eindbeeld Rouweweg 15 (bron: N+L Landschapsontwerpers).

Plattegrond van het wenselijk eindbeeld Almeloseweg 93 (bron: N+L Landschapsontwerpers). 2

Plattegrond van het wenselijk eindbeeld Agelerweg 32 (bron: N+L Landschapsontwerpers).

Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel in 2023 gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. De bevindingen van het onderzoek en de beoordeling van de voorgenomen activiteiten aan de Wet natuurbescherming zijn gerapporteerd in rapport 5268 van Natuurbank Overijssel. Per 1-1-2024 is de Wet natuurbescherming echter vervangen door de Omgevingswet. Initiatiefnemer heeft Natuurbank Overijssel gevraagd de bevindingen van het veldbiologisch onderzoek uit 2023 te toetsen aan de verbodsbepalingen voor beschermde soorten en gebieden zoals opgenomen in de Omgevingswet. Voor een beschrijving van het plangebied voorgenomen activiteiten onderzoeksmethode wordt verwezen naar rapport 5268 van Natuurbank Overijssel. ,

,

en

bevindingen

,

Toetsingskaders Omgevingswet; Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel

van de Omgevingswet heeft als doel het beschermen van Natura 2000gebied (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag) dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voor toets. Als significante gevolgen in de voor toets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een Omgevingsvergunning noodzakelijk. ,

,

,

,

,

Omgevingswet; Soortenbescherming In de Omgevingswet (Bal; Besluit activiteit leefomgeving) is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten. In de Omgevingswet worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld:

3

Soorten Vogelrichtlijn (Artikel 11. 37 t/m Artikel 11. 40 Bal): 1. Het verbod bedoeld in artikel 5.1 tweede lid aanhef en onder Omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten geldt voor: ,

,

g , van

,

de wet

zonder

om

,

,

het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn; b. het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels; c. het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; of d. het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a. a.

,

,

2. Het verbod geldt niet als: a. het verrichten van die activiteit op grond van een andere wet is toegestaan en is voldaan aan de artikelen 9 eerste en tweede lid en 13 van de vogelrichtlijn; of b. de activiteit uitvoering geeft aan: ,

,

,

1°. een instandhoudingsmaatregel als bedoeld in de artikelen 3 eerste lid en tweede lid onder b c en d en 4 eerste lid eerste zin en tweede lid van de vogelrichtlijn of artikel 6 eerste lid van de habitatrichtlijn; of 2°. een passende maatregel als bedoeld in artikel 6 tweede lid van de habitatrichtlijn. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

3. Het verbod op het opzettelijk storen van vogels bedoeld in het eerste lid onder d geldt niet als het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de vogelsoort. Soorten Habitatrichtlijn (Artikel 11. 46 t/m Artikel 11. 48 Bal); Het verbod bedoeld in artikel 5.1 tweede lid aanhef en onder g van de wet om zonder Omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten geldt voor: a. het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten genoemd in bijlage IV onder a bij de habitatrichtlijn bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; b. het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a; c. het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a; d. het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

a; en e. het

,

,

opzettelijk plukken en verzamelen afsnijden ontwortelen of vernielen van planten van soorten genoemd in bijlage IV onder b bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern in hun natuurlijke ,

,

,

,

,

,

verspreidingsgebied. Andere Soorten (Artikel 11. 54 Bal) Het verbod bedoeld in artikel 5.1 tweede lid aanhef en onder g van de wet om zonder Omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten geldt voor: a. het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren amfibieën reptielen vissen dagvlinders libellen en kevers van de soorten genoemd in bijlage IX onder A; b. het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en c. het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen afsnijden ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten genoemd in bijlage IX onder B. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Het verbod geldt niet als: a. het gaat om het doden of vangen van de bosmuis de huisspitsmuis en de veldmuis of om het beschadigen of vernielen van hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden; b. het verrichten van de activiteit op grond van een andere wet is toegestaan en is voldaan aan de eisen die zijn opgenomen artikel 8. 74l van het Besluit kwaliteit leefomgeving; of c. de activiteit deel uitmaakt van: ,

,

,

4

1°. een instandhoudingsmaatregel als bedoeld in de artikelen 3 eerste lid en tweede lid onder b c en d en 4 eerste lid eerste zin en tweede lid van de vogelrichtlijn of artikel 6 eerste lid van de habitatrichtlijn; of 2°. een passende maatregel als bedoeld in artikel 6 tweede lid van de habitatrichtlijn. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c. q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Ow een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit te worden aangevraagd. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen ontheffing nodig is indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Omgevingswet. Er is dan geen Omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit nodig. ,

4. 4 Specifieke zorgplicht Een flora- en fauna-activiteit kan nadelig zijn voor bijvoorbeeld natuurbescherming. Iemand die dat weet of kan weten moet zich altijd houden aan de specifieke zorgplicht bij het verrichten van de activiteit (artikel 11.27 Bal). De specifieke zorgplicht geldt bij alle dier- en plantensoorten dus bij (inter)nationaal beschermde soorten én bij andere soorten. ,

,

,

Het Bal geeft aan waaruit de specifieke zorgplicht in ieder geval bestaat. Dat is hierna toegelicht.

Toelichting op de verschillende verbodsbepalingen Bal.

5

Het is niet geheel duidelijk wat de consequenties zijn van een effect van een activiteit op soorten die vermeld staan op de Rode Lijst evenals het toetsen van het effect van een activiteit op ‘trekvogels’. Voor flora- en fauna-activiteiten houdt deze plicht in ieder geval in dat: ,

a. voorafgaand aan

aanwezigheid

op

het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de de locatie waar de activiteit wordt verricht of in de directe nabijheid van die locatie

van:

1° van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn en niet in die bijlage genoemde geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4 tweede lid van die richtlijn; 2° van nature in Nederland in het wild levende dieren of planten van soorten genoemd in de bijlagen II IV en V bij de habitatrichtlijn; 3° dieren of planten van soorten genoemd in bijlage IX of in de rode lijsten bedoeld in artikel 2.19 vijfde lid onder a onder 3° van de wet; en 4° voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats; deze aanwijzingen er zijn: wordt vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens b. als nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren van die soorten hun nesten hun foerageerplaatsen hun voortplantingsplaatsen hun rustplaatsen en hun eieren of voor planten van ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

die soorten; c. als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor dieren van die soorten hun nesten hun foerageerplaatsen hun voortplantingsplaatsen ,

,

,

,

6

hun rustplaatsen en hun eieren of voor planten van die soorten; d. alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen; e. tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben; en f. het verrichten van de activiteit wordt gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen of als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is passende herstelmaatregelen worden getroffen. ,

,

,

,

Nieuw is de zorgplicht voor het aantasten van belangrijke leefgebieden en natuurlijke habitats van vogels en soorten van de Rode lijst. Voor activiteiten die leiden tot overtreding van een verbodsbepaling dient een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit verkregen te worden (dit heette in de Wet natuurbescherming een ontheffing). Indien sprake is van het aantasten van belangrijk leefgebied of natuurlijke habitat van een Rode lijstsoort dient een document opgesteld te worden. Dit zal vergelijkbaar zijn met een ecologisch werkprotocol (EWP). In een EWP wordt beschreven op welke wijze een negatief effect op beschermde soorten soorten van de Rode Lijst en belangrijke leefgebieden en natuurlijke habitats voorkomen kan worden of hoe dit hersteld kan worden. Ook wordt een monitoringsplicht ingevoerd tijdens en na de uitvoering van de werkzaamheden indien maatregelen getroffen worden. Dit ,

,

,

,

geldt alleen voor belangrijke leefgebieden en natuurlijke habitats. 4. 5 Regelgeving ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland Het Besluit kwaliteit leefomgeving is een AMvB onder de Omgevingswet waarin onder andere regelgeving over de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)/Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is opgenomen. De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Kaderstellende regels te n aanzien van o. a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. ,

,

,

,

Concrete beleidsregels ten aanzien van de NNN in Overijssel zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Overijssel.

Wettelijke consequenties De wettelijke consequenties ten aanzien van soort- en gebiedsbescherming zijn identiek consequenties zoals vastgesteld voor de Wet natuurbescherming.

aan

de

,

Conclusie De Omgevingswet leidt niet tot andere conclusies t. a. v. wet- en regelgeving voor de bescherming van soorten gebieden. Er is voor het deelgebied Agelerweg 32 te Reutum een stikstofberekening uitgevoerd door Natuurbank Overijssel. Voor de resultaten van deze berekening wordt verwezen naar projectnummer: 5268B. Door het ontbreken van beschermde soorten en Rode-lijstsoorten in het plangebied is het niet nodig om nadere invulling te geven aan de (specifieke) zorgplicht door het opstellen van een ecologisch

werkprotocol.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1269/documents/25435