CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Buitengebied, Rood voor Rood op 6 locaties Regels.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 20 december 2022, gemeente TubbergenBij agendapunt: 10: Bestemmingsplan Buitengebied, Rood voor Rood op 6 locaties18.811 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

bestemmingsplan Buitengebied, Rood voor Rood op 6 locaties 25

4.6 Omgevingsvergunningvoor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerkzijnde, of van werkzaamheden 4.6.1 Vergunningplicht Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning verplicht: a. het vellen of doen vellen van bomen en/of houtgewas die onderdeel uitmaken van een houtopstand die een zelfstandige eenheid vormt groter dan 10 are 20 bomen in een rijbeplanting; b. het inrichten van gronden ten behoeve van natuurontwikkeling tot een aaneengesloten oppervlakte van ten hoogste 1,00 hectare; c. het aanleggen en/of verharden van paden, wegen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen groter dan 100 m² buiten het bouwvlak, met uitzondering van: d. het aanleggen en/of verharden van wegen ter ontsluiting van bebouwde percelen voorzien van een bouwvlak; 1. het aanbrengen van koe- en kavelpaden; 2. het aanbrengen van kuilvoerplaten en sleufsilo's in een directe ruimtelijke relatie met het bouwvlak; 3. het aanbrengen van verhardingen tot ten hoogste 5,00 m rondom en aansluitend op veldschuren ten behoeve van het gebruik van veldschuren; 4. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden waarbij hoogteverschillen van 0,30 m of meer worden gerealiseerd; e. het aanleggen van ondergrondse, bovengrondse transport-, energie- en/of telecommunicatiekabels en/of -leidingen.

4.6.2 Uitzonderingen Het bepaalde in 4.6.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: a. het normale onderhoud en beheer betreffen, zoals: 1. het periodiek afzetten van hakhout; 2. het vellen van bomen en/of houtopstanden zoals benoemd in de Wet natuurbescherming, artikel 4.1; b. het normale agrarische gebruik betreffen; c. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden: d. waarbij hoogteverschillen tot ten hoogste 0,30 m worden gerealiseerd; of e. ten behoeve van kavelaansluiting tot een maximale breedte van een kavelaansluiting van 5,00 m. f. dienen ter uitvoering van een door burgemeester en wethouders vastgesteld erfinrichtingsplan, ruimtelijk kwaliteitsplan en/of landschapsplan, 4.6.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de waterhuishouding, de cultuurhistorische, geomorfologische en archeologische waarden en de waarden van landgoederen. De in 4.6.1 onder a genoemde vergunning kan voorts slechts worden verleend indien er zodanige compensatie plaatsvindt dat de landschappelijke structuur niet onevenredig wordt geschaad. 4.7

Wijzigingsbevoegdheid

4.7.1 Wijziging naar bos of natuur buiten NNN ten behoeve van verplaatsing NNN Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de bestemming 'Agrarisch - 2' wordt gewijzigd in de bestemming 'Bos - Natuur', waarbij tevens de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie' aan de gronden wordt toegekend, mits: a. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van de artikelen 12 en 47 van het bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016" overeenkomstige toepassing zijn; b. deze wijziging uitsluitend wordt toegepast, indien elders natuurontwikkeling op gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie' plaats zal vinden en de natuurontwikkeling ter plaatse noodzakelijk is ten behoeve van de realisatie van het NNN; c. de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie' ter plaatse van de gronden waar de natuurontwikkeling niet plaats zal vinden, wordt verwijderd; d. de wijziging betrekking heeft op een nieuw aaneengesloten gebied met een oppervlakte groter dan 1,00 hectare, dan wel op een nieuw aaneengesloten gebied kleiner dan 1,00 hectare in geval er aangesloten wordt bij een groter bestaand aaneengesloten gebied, dan wel sprake is van het uitvoeren van een 26

bestemmingsplan Buitengebied, Rood voor Rood op 6 locaties

landschapsplan; e. de wijzigingsbevoegdheid niet eerder wordt toegepast dan nadat de betreffende gronden in zijn geheel voor de daadwerkelijke natuurontwikkeling zijn verworven of aangewezen; f. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de geomorfologische, de archeologische en cultuurhistorische waarden, de waterhuishouding en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

4.7.2 Vergroten bestemmingsvlakken Wonen Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de bestemming 'Agrarisch - 2' wordt gewijzigd in de bestemming 'Wonen' ten behoeve van het vergroten van bestemmingsvlakken al dan niet ten behoeve van het beter situeren van de gebouwen, mits: a. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van artikel 37 van het bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016" overeenkomstige toepassing zijn; b. de oppervlakte van het betreffende bestemmingsvlak voor het wonen na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid ten hoogste 2.000 m² zal bedragen; c. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; d. een erfinrichtingsplan wordt ingediend, zodanig dat de bebouwing op een goede wijze in het landschap en in relatie tot de bestaande bebouwing wordt ingepast; e. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de archeologische waarden, de waterhuishouding, de waarden van landgoederen en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

bestemmingsplan Buitengebied, Rood voor Rood op 6 locaties 27

Artikel 5 Wonen 5.1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woonhuizen en bijbehorende bouwwerken, al dan niet in combinatie met en in ondergeschikte mate ruimte voor: 1. een aan-huis-gebonden beroep of bedrijf dan wel een vrij beroep; 2. mantelzorg; 3. bed and breakfast; 4. een paardentrainingsbedrijf, ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf paardentrainingsbedrijf"; b. bedrijfsgebouwen en overkappingen ten behoeve van bedrijven genoemd in de Staat van bedrijfsactiviteiten in de categorieën 1 en 2, ter plaatse van de aanduiding ''specifieke vorm van wonen - VAB"; c. opslag, niet zijnde opslag van brand- en explosiegevaarlijke stoffen, goederen en/of materialen, ter plaatse van de aanduiding "opslag"; met daaraan ondergeschikt: d. kleinschalige duurzame energiewinning; e. wegen en paden; f. water; met de daarbij behorende: g. h. i. j. 5.2

tuinen, erven en terreinen; paardrijbakken; parkeervoorzieningen; andere bouwwerken. Bouwregels

Deze bouwregels zijn eveneens van toepassing voor functies die na afwijken van de gebruiksregels binnen de bestemming zijn toegelaten, met uitzondering van functies die op basis van VAB+ beleid zijn toegelaten, in welk geval vervangende nieuwbouw is toegestaan waarbij de inhoud van de bestaande bebouwing niet mag worden vergroot. 5.2.1 Algemeen Het bouwen van gebouwen ter plaatse van de verontreiniging, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Hardenbergerweg 41', is niet toegestaan zonder de sanering van de in Bijlage 13 van de toelichting geconstateerde saneringsplichtige genoemde verontreiningen. 5.2.2 Hoofdgebouwen en aangebouwde bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van hoofdgebouwen en aangebouwde bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouwen zullen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd; b. per bestemmingsvlak zal ten hoogste één hoofdgebouw met één woning worden gebouwd, tenzij: 1. ter plaatse de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is opgenomen, in welk geval het ter plaatse van de aanduiding aangegeven aantal woningen is toegestaan; c. een hoofdgebouw zal uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van het bestaande hoofdgebouw, dan wel ter plaatse van een bouwvlak in welk geval een hoofdgebouw binnen een bouwvlak zal worden gebouwd; d.

aangebouwde bijbehorende bouwwerken zullen ten minste 3,00 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; e. de inhoud van een woning binnen een hoofdgebouw en de daarbij behorende aangebouwde bijbehorende bouwwerken, niet zijnde overkappingen, zal ten hoogste 1.000 m³ bedragen, tenzij de bestaande inhoud van een woning binnen een hoofdgebouw en de daarbij behorende aangebouwde bijbehorende bouwwerken meer bedraagt, in welk geval de inhoud van een woning binnen een hoofdgebouw en de daarbij behorende aangebouwde bijbehorende bouwwerken ten hoogste de bestaande inhoud zal bedragen; f. de gezamenlijke oppervlakte van de aangebouwde overkappingen zal ten hoogste 75 m² bedragen; g. kelders zullen uitsluitend loodrecht onder het hoofdgebouw worden gebouwd, waarbij de kelders uitsluitend inpandig vanuit het hoofdgebouw bereikbaar mogen zijn. De inhoud van een hoofdgebouw wordt berekend exclusief de ruimte; h. de goothoogte van een hoofdgebouw zal ten hoogste 4,00 m bedragen, tenzij de bestaande goothoogte 28

bestemmingsplan Buitengebied, Rood voor Rood op 6 locaties

meer bedraagt, in welk geval de goothoogte van een hoofdgebouw ten hoogste de bestaande goothoogte zal bedragen; i. de goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk zal ten hoogste 3,00 m bedragen, tenzij de bestaande goothoogte meer bedraagt, in welk geval de goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk ten hoogste de bestaande goothoogte zal bedragen; j. de bouwhoogte van een hoofdgebouw zal ten hoogste 9,00 m bedragen, tenzij de bestaande bouwhoogte meer bedraagt, in welk geval de bouwhoogte van een hoofdgebouw ten hoogste de bestaande bouwhoogte zal bedragen; k. de bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk zal ten minste 1,00 m lager zijn dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, danwel het bestaande verschil indien dit minder bedraagt; l. de dakhelling van een hoofdgebouw zal ten minste 30° en ten hoogste 60° bedragen, tenzij de bestaande dakhelling minder of meer bedraagt, in welk geval de dakhelling van een hoofdgebouw ten minste of ten hoogste de bestaande dakhelling zal bedragen; m. de dakhelling van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk zal ten hoogste 60° bedragen, tenzij de bestaande dakhelling meer bedraagt, in welk geval de dakhelling van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk ten hoogste de bestaande dakhelling zal bedragen; 5.2.3 Vrijstaande bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van vrijstaande bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a.

de vrijstaande bijbehorende bouwwerken zullen achter de naar de weg(en) gekeerde (voor)gevel(s) van het hoofdgebouw worden gebouwd, danwel ter plaatse van de aanduidingen 'bijgebouwen' of 'opslag', indien deze aanwezig is; b. vrijstaande bijbehorende bouwwerken zullen ten hoogste op een afstand van 30,00 m vanuit het dichtstbijzijnde punt van het hoofdgebouw worden gebouwd; c. de gezamenlijke oppervlakte van de vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw zal ten hoogste 100 m2 bedragen, tenzij: 1. de bestaande oppervlakte meer bedraagt, in welk geval de gezamenlijke oppervlakte ten hoogste de bestaande oppervlakte zal bedragen, met een maximum van 350 m²; 2. het bestemmingsvlak eventueel in combinatie met de daaraan grenzende en daarmee één eigendomseenheid vormende gronden een gezamenlijke oppervlakte heeft van ten minste 5.000 m², in welk geval de gezamenlijke oppervlakte ten hoogste 200 m² zal bedragen; d. in afwijking van het bepaalde onder c bedraagt ter plaatse van de aanduiding "maximum oppervlakte (m²) de gezamenlijke oppervlakte ten hoogste de op de verbeelding aangegeven gezamenlijke maximale oppervlakte; e. in aanvulling op het bepaalde onder c is ter plaatse van de aanduiding "opslag" een gebouw toegestaan tot ten ten hoogste de bestaande oppervlakte; f.

de goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk zal ten hoogste 3,50 m bedragen, tenzij de bestaande goothoogte meer bedraagt, in welk geval de goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk ten hoogste de bestaande goothoogte zal bedragen; g. de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk zal ten minste 1,00 m lager zijn dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, tenzij de bestaande bouwhoogte meer bedraagt, in welk geval de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk ten hoogste de bestaande bouwhoogte zal bedragen; h. de dakhelling van een bijbehorend bouwwerk zal ten hoogste 60° bedragen, tenzij de bestaande dakhelling meer bedraagt, in welk geval de dakhelling van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk ten hoogste de bestaande dakhelling zal bedragen. 5.2.4 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel van het hoofdgebouw ten hoogste 2,50 m zal bedragen; b. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken zal ten hoogste 2,50 m bedragen. 5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1 Situering hoofdgebouw Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.2.2 onder c in die zin dat een hoofdgebouw wordt gebouwd in afwijking van de situering van het bestaande hoofdgebouw, mits: a. de huidige situering van het hoofdgebouw belemmeringen oplevert voor de omgeving dan wel voor de bewoners zelf en er met een gewijzigde situering een verbetering kan worden bewerkstelligd ten gunste van een goed woon- en leefklimaat, al dan niet vanwege stedenbouwkundige redenen; bestemmingsplan Buitengebied, Rood voor Rood op 6 locaties 29

b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, het bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de waterhuishouding en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

5.3.2 Vergroten inhoud woongedeelte binnen een hoofdgebouw Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.2.2 onder e in die zin dat de inhoud van een woning binnen een hoofdgebouw wordt vergroot, mits: a. de inhoud van de woning, mits gelegen binnen het boerderijpand, ten hoogste de inhoud van het hoofdgebouw zal bedragen; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

5.3.3 Vergroten inhoud hoofdgebouw Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.2.2 onder e in die zin dat de inhoud van een hoofdgebouw met ten hoogste 10% wordt vergroot, mits: a. deze vergroting uitsluitend voortvloeit uit noodzakelijke verbeteringsopgaven aan het hoofdgebouw, zoals het aanbrengen van muur- en/of dakisolatie; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

5.3.4 Situering vrijstaande bijbehorende bouwwerken Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.2.2 onder d en 5.2.3 onder a in die zin dat aangebouwde bijbehorende bouwwerken en/of vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor de naar de weg(en) gekeerde (voor)gevel(s) van het dichtst bij de weg gesitueerde gebouw dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd, mits: geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

5.3.5 Vergroten oppervlakte bijbehorende bouwwerken in combinatie met saneren Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.2.3 onder c in die zin dat de gezamenlijke oppervlakte van de vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw meer mag bedragen dan 350 m², mits: a. bij vervanging boven de in 5.2.3 onder c toegestane 350 m² ten hoogste 50% van de gesaneerde oppervlakte wordt teruggebouwd; b. de vervanging bijdraagt aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de waterhuishouding en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

5.3.6 Vergroten oppervlakte bijbehorende bouwwerken in relatie tot veldschuren Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.2.3 onder c in die zin dat de gezamenlijke oppervlakte van de vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw wordt vergroot, mits: a. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast in relatie tot het verwijderen van een bestaande veldschuur uit het agrarisch gebied, waarbij de veldschuur wordt verplaatst binnen de grenzen van het bestemmingsvlak; b. ter vervanging van een bestaande, te verplaatsen veldschuur met een inhoud van minder dan 500 m³, de bestaande inhoud mag worden terug gebouwd. In geval de bestaande, te verplaatsen veldschuur groter is dan 500 m³, zal de inhoud van het bijbehorende bouwwerk 500 m³ bedragen vermeerderd met een kwart van het aantal m³'s dat de te verplaatsen veldschuur groter is dan 500 m³; c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de woonsituatie, de waterhuishouding en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

30

bestemmingsplan Buitengebied, Rood voor Rood op 6 locaties

5.4

Specifiekegebruiksregels

5.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in aanvulling op het gestelde in 11.1 in ieder geval gerekend: a. het gebruik van woonhuizen in combinatie met bedrijfsdoeleinden anders dan de onder 5.1 onder a genoemde bedrijvigheid; b. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor permanente bewoning; c. het gebruik van een hoofdgebouw voor meer dan één woning; d. het gebruik van een woning voor de huisvesting van meer dan één huishouden; e. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horecadoeleinden; f. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van agrarische bedrijfsactiviteiten; 5.4.2 Niet strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in aanvulling op het gestelde in 11.1 in ieder geval niet gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel uitsluitend op de wijze van productiegebonden detailhandel; b. het gebruik van gebouwen ten behoeve van de in 5.1 onder a 4 en 5 genoemde bedrijvigheid tot ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding "maximum oppervlakte (m2)" aangegeven oppervlakte; c. het gebruik van gedeelten van een hoofdgebouw, en/of vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij het hoofdgebouw, voor de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep of bedrijf of een vrij beroep, mits: 1.

het beroep wordt uitgeoefend door één van de bewoners van het hoofdgebouw, waarbij één andere arbeidskracht ter plekke werkzaam mag zijn; 2. de beroepsvloeroppervlakte ten hoogste 30% van het bruto vloeroppervlak van het hoofdgebouw, dan wel het vrijstaande bijbehorende bouwwerk bedraagt; 3. parkeren op eigen erf plaatsvindt; 4. detailhandel uitsluitend plaatsvindt op de wijze van productiegebonden detailhandel; d. het gebruik van hoofdgebouwen ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden in de vorm van bed and breakfast, waarbij ten hoogste 8 slaapplaatsen in een hoofdgebouw zijn toegestaan; e. het gebruik van bijbehorende bouwwerken voor caravanstalling of opslag van andere kampeermiddelen; f. het gebruik van voormalige bedrijfsgebouwen voor caravanstalling of opslag van andere kampeermiddelen voor zover deze bedrijfsgebouwen ten minste 5 jaar bedrijfsmatig agrarisch in gebruik zijn geweest. 5.4.3 Voorwaardelijke verplichting - Kluunvenweg 10 Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend: a.

het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en nieuwe bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Kluunvenweg 10' zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen in de bestemmingen 'Agrarisch - 1' en 'Wonen' zoals opgenomen in het in Bijlage 5 opgenomen erfinrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; b. in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en nieuwe bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Kluunvenweg 10' worden gebruikt voor wonen onder de voorwaarde dat binnen 24 maanden na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan geheel uitvoering is gegeven aan de aanleg en de instandhouding van de landschapsmaatregelen in de bestemmingen 'Agrarisch - 1' en 'Wonen' zoals aangegeven in het in Bijlage 5 opgenomen erfinrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. c. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen voorwaardelijke verplichting Kluunvenweg 10' zonder de sloop van de bebouwing aan de Kluunvenweg 10 zoals in Bijlage 2 is aangegeven. d.

In afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Kluunvenweg 10' worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen twee jaar na het tijdstip van onherroepelijk worden van het bestemmingsplan geheel uitvoering is gegeven aan de sloop van bebouwing aan de Kluunvenweg 10 zoals in Bijlage 2 is aangegeven.

5.4.4 Voorwaardelijke verplichting - Bovenbroeksweg 2 Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend: bestemmingsplan Buitengebied, Rood voor Rood op 6 locaties 31

a. het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en nieuwe bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Bovenbroeksweg 2' zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen in de bestemmingen 'Agrarisch - 1' en 'Wonen' zoals opgenomen in het in Bijlage 6 opgenomen erfinrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; b. in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en nieuwe bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Bovenbroeksweg 2' worden gebruikt voor wonen onder de voorwaarde dat binnen 24 maanden na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan geheel uitvoering is gegeven aan de aanleg en de instandhouding van de landschapsmaatregelen in de bestemmingen 'Agrarisch - 1' en 'Wonen' zoals aangegeven in het in Bijlage 6 opgenomen erfinrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. c. tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en nieuwe bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Bovenbroeksweg 2' zonder de sloop van de bebouwing aan de Bovenbroeksweg 2, zoals in Bijlage 2 is aangegeven. d.

in afwijking van het bepaalde onder c mogen gronden en nieuwe bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Bovenbroeksweg 2' worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen twee jaar na het tijdstip van onherroepelijk worden van het bestemmingsplan geheel uitvoering is gegeven aan de sloop van bebouwing aan de Bovenbroeksweg 2, zoals in Bijlage 2 is aangegeven.

5.4.5 Voorwaardelijke verplichting - Hardenbergerweg 41 Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend: a. het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en nieuwe bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Hardenbergerweg 41' zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen in de bestemmingen 'Wonen' zoals opgenomen in het in Bijlage 7 opgenomen erfinrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; b. in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en nieuwe bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Hardenbergerweg 41' worden gebruikt voor wonen onder de voorwaarde dat binnen 24 maanden na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan geheel uitvoering is gegeven aan de aanleg en de instandhouding van de landschapsmaatregelen in de bestemming 'Wonen' zoals aangegeven in het in Bijlage 7 opgenomen erfinrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. c.

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en nieuwe bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Hardenbergerweg 41' zonder de sloop van de in Bijlage 7 aangegeven gebouwen; d. In afwijking van het bepaalde onder c mogen gronden en nieuwe bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Hardenbergerweg 41' worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen twee jaar na het tijdstip van onherroepelijk worden van het bestemmingsplan geheel uitvoering is gegeven aan de sloop van de in Bijlage 7 aangegeven gebouwen. 5.4.6 Voorwaardelijke verplichting - Huyerenseweg ong. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend: a. het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en nieuwe bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Huyerenseweg ong.' zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen in de bestemming 'Wonen' zoals opgenomen in het in Bijlage 8 opgenomen erfinrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; b.

in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en nieuwe bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Huyerenseweg ong.' worden gebruikt voor wonen onder de voorwaarde dat binnen 24 maanden na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan geheel uitvoering is gegeven aan de aanleg en de instandhouding van de landschapsmaatregelen in de bestemming 'Wonen' zoals aangegeven in het in Bijlage 8 opgenomen erfinrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.

5.4.7 Voorwaardelijke verplichting - Hambroeksweg 5 Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend: a. het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en nieuwe bouwwerken ter plaatse van de 32

bestemmingsplan Buitengebied, Rood voor Rood op 6 locaties

aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Hambroeksweg 5' zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen in de bestemmingen 'Wonen' en 'Agrarisch - 2' zoals opgenomen in het in Bijlage 9 opgenomen erfinrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; b. in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en nieuwe bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Hambroeksweg 5' worden gebruikt voor wonen onder de voorwaarde dat binnen 24 maanden na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan geheel uitvoering is gegeven aan de aanleg en de instandhouding van de landschapsmaatregelen in de bestemmingen 'Wonen' en 'Agrarisch - 2' zoals aangegeven in het in Bijlage 9 opgenomen erfinrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. c. het gebruik van en het in gebruik nemen van gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Hambroeksweg 5' ten behoeve van een melktransportbedrijf.

5.5

Afwijken van de gebruiksregels

5.5.1 Kleinschalige bedrijfs- of recreatieve functie bij het wonen Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.4.1 onder a in die zin dat de uitoefening van de woonfunctie, al dan niet in combinatie met interne bouwactiviteiten, wordt gecombineerd met een functie in de vorm van de in Bijlage 4 of naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid opgenomen bedrijvigheid, mits: a. niet meer dan 500 m² vloeroppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de kleinschalige bedrijfs- en recreatieve functie; b. er sprake is van een ligging aan een weg die geschikt is voor een eventuele toename van verkeer; c. alle activiteiten ten behoeve van de uitoefening van de toegelaten bedrijvigheid binnen bestaande bebouwing wordt ondergebracht, waarbij vervangende nieuwbouw van de bebouwing is toegelaten; d. de waardevolle hoofdvorm van de gebouwen wordt gehandhaafd; e. er ten behoeve van de kleinschalige bedrijfs- en recreatieve functie geen buitenopslag plaatsvindt; f. er geen sprake is van detailhandelsbedrijven; g. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; h. parkeren op eigen erf plaatsvindt; i.

geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de verkeersveiligheid, de waterhuishouding en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 5.5.2 Twee huishoudens Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.4.1 onder d in die zin dat het woonhuis, al dan niet in combinatie met interne bouwactiviteiten, wordt gebruikt door twee huishoudens, mits: a. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van de huisvesting van een tweede huishouden; b. er geen sprake is van splitsing in meerdere woningen; c. er sprake blijft van één hoofdtoegang, die toegang verschaft tot een gemeenschappelijke hal van waaruit rechtstreekse toegang tot de beide woonruimtes wordt verschaft; d. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt. 5.5.3 Landschappelijke inpassing Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: 5.4.3, 5.4.4, 5.4.5, 5.4.6, 5.4.7 (allen onder a) in die zin dat in plaats van de landschapsmaatregelen zoals opgenomen in de daar genoemde betreffende bijlage andere landschapsmaatregelen worden getroffen, mits: a.

de landschapsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de in de desbetreffende daar genoemde bijlage opgenomen landschapsmaatregelen en voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden waarvoor de in de betreffende bijlagen genoemde landschapsmaatregelen zijn bepaald; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden.

bestemmingsplan Buitengebied, Rood voor Rood op 6 locaties 33

5.5.4 Nieuwe locaties voor kleinschalig kamperen Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.1 onder aanhef en 5.4.2 in die zin dat een nieuwe locatie voor kleinschalig kamperen wordt toegestaan, mits: a. er uitsluitend in de periode van 15 maart tot 1 november ten hoogste 25 kampeermiddelen, niet zijnde stacaravans, worden geplaatst; b. er sprake is van vestiging van een locatie voor kleinschalig kamperen bij een woonhuis waar sprake is van een voormalig agrarisch bedrijf; c. de standplaatsen binnen het bestemmingsvlak worden ingericht. De gronden mogen ook al dan niet geheel buiten, aansluitend aan het bestemmingsvlak worden ingericht, in welk geval tevens of in zijn geheel de afwijking opgenomen in 4.5.2 onder van toepassing is; d. een erfinrichtingsplan wordt ingediend, zodanig dat het kampeerterrein op een goede wijze in het landschap en in relatie tot de bestaande bebouwing wordt ingepast; e. het parkeren plaatsvindt op het campingterrein dan wel binnen het bijbehorende bestemmingsvlak; f. de standplaatsen op een afstand van tenminste 50 m vanaf nabijgelegen agrarische percelen, gebruikte agrarische bedrijfsgebouwen, mestopslagen van derden en woningen van derden worden gesitueerd; g. de standplaatsen dusdanig worden gesitueerd dat er sprake is van een clustering van het campingterrein met het bijbehorende woonhuis; h.

geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de natuurlijke, cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de waterhuishouding, de waarden van landgoederen en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 5.6

Wijzigingsbevoegdheid

5.6.1 Wijzigen naar bedrijfs- of recreatievefunctie bij het wonen Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de uitoefening van de woonfunctie wordt gecombineerd met een bedrijfs- en recreatieve functie in de vorm van de in Bijlage 4 opgenomen bedrijvigheid en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, waarbij ter plaatse een op de bedrijvigheid toegespitste aanduiding wordt gewijzigd en/of aangebracht, mits: a. ter plaatse een aanduiding wordt gewijzigd en/of aangebracht, die een omschrijving geeft van de toegelaten bedrijvigheid; b. meer dan 500 m² vloeroppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de bedrijfs- en recreatieve functie; c. er sprake is van een ligging aan een weg die geschikt is voor een eventuele toename van verkeer; d. de waardevolle hoofdvorm van de gebouwen wordt gehandhaafd; e. er ten behoeve van de bedrijfs- en recreatieve functie geen buitenopslag plaatsvindt; f. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; g. parkeren op eigen erf plaatsvindt; h. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de verkeersveiligheid, de waterhuishouding en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

5.6.2 Plattelandskamers/-appartementen als hoofdactiviteit Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat ten behoeve van de vestiging van meer dan zes plattelandskamers/-appartementen de aanduiding "specifieke vorm van wonen - plattelandskamers" wordt aangebracht, mits: a. de kamers in bestaande gebouwen worden ondergebracht; b. het kamercomplex deel uitmaakt van het bestaande ensemble van gebouwen op het betreffende erf; c. de oppervlakte van een plattelandskamer/-appartement ten hoogste 100 m², met een maximum inhoud van 250 m³, bedraagt; d. de kamers/appartementen bedrijfsmatig geëxploiteerd worden door één van de bewoners van het perceel; e. een erfinrichtingsplan wordt ingediend, zodanig dat de bebouwing en de parkeerplaatsen op een goede wijze in het landschap en in relatie tot de bestaande bebouwing wordt ingepast; f. parkeren op eigen erf plaatsvindt; g. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; h. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

34

bestemmingsplan Buitengebied, Rood voor Rood op 6 locaties

5.6.3 Wijzigen bedrijfsbeëindiging Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de aanduidingen zoals genoemd in 5.1 onder a worden verwijderd indien de functie ter plaatse is beëindigd.

bestemmingsplan Buitengebied, Rood voor Rood op 6 locaties 35

Artikel 6 Leiding - Hoogspanningsverbinding 6.1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. een strook ten behoeve van een bovengrondse of ondergrondse hoogspanningsleiding en het onderhoud en beheer daarvan; met de daarbijbehorende: b. veiligheidszones; c. andere bouwwerken.

6.2

Bouwregels

6.2.1 Gebouwen en andere bouwwerken In afwijking van het bepaalde bij de andere ter plaatse aangewezen bestemmingen zullen op of in deze gronden geen gebouwen en andere bouwwerken worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze dubbelbestemming. 6.2.2 Geen gebouwen en overkappingen Ten behoeve van deze dubbelbestemming zullen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. 6.2.3 Overige andere bouwwerken Voor het bouwen van overige andere bouwwerken geldt de volgende regel: de bouwhoogte van overige andere bouwwerken zal ten hoogste 65,00 m bedragen.

6.3

Afwijken van de bouwregels

6.3.1 Gebouwen en andere bouwwerken Mits de veiligheid met betrekking tot de hoogspanningsverbindingen niet wordt geschaad en geen kwetsbaar object wordt toegelaten, kan met een vergunning worden afgeweken van het bepaalde in 6.2.1 in die zin dat de in de andere daar voorkomende bestemming(en) genoemde gebouwen en andere bouwwerken worden gebouwd, mits: a. met een vooraf ingewonnen schriftelijk advies van de betreffende leidingbeheerder wordt aangetoond dat de bouw mogelijk is; b. een positief advies van de brandweer is verkregen.

6.4

Specifiekegebruiksregels

6.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in aanvulling op het gestelde in 11.1 in ieder geval gerekend: het gebruik van de gronden en bouwwerken als risicogevoelig object binnen een ter plaatse aangegeven veiligheidszone.

36

bestemmingsplan Buitengebied, Rood voor Rood op 6 locaties

6.5 Omgevingsvergunningvoor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerkzijnde, of van werkzaamheden 6.5.1 Vergunningplicht Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen, een omgevingsvergunning vereist: a. b. c. d. e. f.

het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, ontginnen en ophogen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanbrengen van beplanting en bomen; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het permanent opslaan van goederen.

6.5.2 Uitzondering Het bepaalde in 6.5.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: a. het normale onderhoud ten aanzien van de verbinding en belemmerde strook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; b. verband houden met de aanleg of instandhouding van de betreffende hoogspanningsverbinding; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

6.5.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien met een vooraf ingewonnen schriftelijk advies van de betreffende leidingbeheerder wordt aangetoond dat de werken of werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd en de werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen en de veiligheid van de verbinding. 6.6

Wijzigingsbevoegdheid

6.6.1 Verwijderen dubbelbestemming Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de bestemming 'Leiding Hoogspanningsverbinding' wordt verwijderd, mits: a. deze wijzigingsbevoegdheid wordt toegepast, indien er sprake is van het verwijderen dan wel verplaatsen van een bestaande leiding; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de natuurlijke en landschappelijke waarden, de bodemkundige, de cultuurhistorische waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

bestemmingsplan Buitengebied, Rood voor Rood op 6 locaties 37

Artikel 7 Waarde - Archeologie 3 7.1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. 7.2

Bouwregels

7.2.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,40 m onder het maaiveld plaatsvinden moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, zijn aangetoond dat: a. geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel b. dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel c. dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten kunnen worden verstoord. 7.2.2 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen Indien blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen kunnen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg.

7.3 Omgevingsvergunningvoor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerkzijnde, of van werkzaamheden 7.3.1 Vergunningplichtige werken en werkzaamheden Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op de gronden van toepassing zijnde bestemmingen een omgevingsvergunning vereist: a. het ontgronden, afgraven en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur dieper dan 40 cm en over een oppervlakte groter dan 2.500 m², behalve indien deze in het kader van onderzoek naar mogelijke historische vindplaatsen wordt uitgevoerd; b. het graven en/of baggeren van sloten, vaarten en andere watergangen dieper dan 40 cm en over een oppervlakte groter dan 2.500 m²; c. het aanbrengen van drainage dieper dan 40 cm en over een oppervlakte groter dan 2500 m²; d. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen, en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 40 cm en over een oppervlakte groter dan 2.500 m²; e. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 40 cm en over een oppervlakte groter dan 2.500 m², behalve indien deze in het kader van onderzoek naar mogelijke historische vindplaatsen worden uitgevoerd. 7.3.2 Uitzondering Het bepaalde in 7.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: a.

het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen, waaronder begrepen het vervangen van drainagewerken; b. reeds in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan; c. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie. 7.3.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits: a. is aangetoond dat geen archeologische waarden aanwezig zijn, dan wel; b. is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, dan wel; c. is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, en/of 38

bestemmingsplan Buitengebied, Rood voor Rood op 6 locaties

werkzaamheden kunnen worden verstoord. 7.3.4 Voorwaarden omgevingsvergunning Indien blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden kunnen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg. 7.4

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, indien op basis van archeologisch onderzoek door een archeologisch deskundige is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

bestemmingsplan Buitengebied, Rood voor Rood op 6 locaties 39

Artikel 8 Waarde - Archeologie 4 8.1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. 8.2

Bouwregels

8.2.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 5.000 m² en dieper dan 0,40 m onder het maaiveld plaatsvinden moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, zijn aangetoond dat: a. geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel b. dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel c. dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten kunnen worden verstoord. 8.2.2 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen Indien blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen kunnen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg.

8.3 Omgevingsvergunningvoor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerkzijnde, of van werkzaamheden 8.3.1 Vergunningplichtige werken en werkzaamheden Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op de gronden van toepassing zijnde bestemmingen een omgevingsvergunning vereist: a. het ontgronden, afgraven en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur dieper dan 40 cm en over een oppervlakte groter dan 5.000 m², behalve indien deze in het kader van onderzoek naar mogelijke historische vindplaatsen wordt uitgevoerd; b. het graven en/of baggeren van sloten, vaarten en andere watergangen dieper dan 40 cm en over een oppervlakte groter dan 5.000 m²; c. het aanbrengen van drainage dieper dan 40 cm en over een oppervlakte groter dan 5000 m²; d. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen, en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 40 cm en over een oppervlakte groter dan 5.000 m²; e. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 40 cm en over een oppervlakte groter dan 5.000 m², behalve indien deze in het kader van onderzoek naar mogelijke historische vindplaatsen worden uitgevoerd. 8.3.2 Uitzondering Het bepaalde in 8.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: a.

het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen, waaronder begrepen het vervangen van drainagewerken; b. reeds in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan; c. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie. 8.3.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits: a. is aangetoond dat geen archeologische waarden aanwezig zijn, dan wel; b. is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, dan wel; c. is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, en/of 40

bestemmingsplan Buitengebied, Rood voor Rood op 6 locaties

werkzaamheden kunnen worden verstoord. 8.3.4 Voorwaarden omgevingsvergunning Indien blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden kunnen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg. 8.4

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, indien op basis van archeologisch onderzoek door een archeologisch deskundige is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

bestemmingsplan Buitengebied, Rood voor Rood op 6 locaties 41

42

bestemmingsplan Buitengebied, Rood voor Rood op 6 locaties

Hoofdstuk 3

Algemene Regels

Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

bestemmingsplan Buitengebied, Rood voor Rood op 6 locaties 43

Artikel 10 10.1

Algemene bouwregels

Afwijkendemaatvoering

In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen meer bedraagt dan in de bouwregels in Hoofdstuk 2 van deze regels is toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud in afwijking daarvan als maximaal toegestaan. 10.2

Afwijkendeafstand

In die gevallen dat de bestaande afstand tot enige op de verbeelding aangegeven lijn van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen minder bedraagt dan in de bouwregels in Hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven, geldt die afstand in afwijking daarvan als minimaal toegestaan. 10.3

Geluidzoneslangs wegen

Onverminderd het bepaalde in de overige artikelen van deze regels, geldt voor gronden binnen een zone van 250 m ter weerszijden van de bestemming “Verkeer”: a. indien en voor zover door middel van de in de regels opgenomen geluidsgevoelige functies worden gerealiseerd, mag de geluidsgevoelige functie uitsluitend worden gerealiseerd met inachtneming van de voorkeursgrenswaarde; b. indien en voor zover een op het tijdstip van tervisielegging van het bestemmingsplan aanwezige woning op hetzelfde perceel vervangen wordt door een andere woning, zal de afstand van de nieuwe woning tot de weg, niet verminderen. 10.4

Afwijken van de algemene bouwregels

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 10.3 onder a in die zin dat gebouwen dichter op de weg worden gebouwd, mits: a. instemming is verkregen van de wegbeheerder vanuit een oogpunt van wegbeheer en/of verkeersveiligheid; b. de geluidsbelasting op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen niet hoger is dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere waarde; c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld, de landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

44

bestemmingsplan Buitengebied, Rood voor Rood op 6 locaties

Artikel 11 11.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor verblijfsrecreatie, anders dan in de regels van het bestemmingsplan is toegelaten; b. het gebruik en laten gebruiken van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; c. het gebruik en laten gebruiken van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten bouw- en gebruiksactiviteiten en werken en werkzaamheden; d. het gebruik en laten gebruiken van gronden ten behoeve van weekmarkten, jaarmarkten, evenementen, festiviteiten, manifestaties, en/of standplaatsen voor detailhandel, tenzij hiervoor ingevolge een wettelijk voorschrift een vergunning en/of afwijking is verleend en in uitzondering van hetgeen op basis van Hoofdstuk 2 is toegestaan; e. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan in de vorm van opslag ten dienste van een loon- en grondverzetbedrijf voor een periode van maximaal zes maanden per kalenderjaar en met uitzondering van organisch materiaal zoals bladeren, berm- en slootmaaisel ter verbetering van de bodemstructuur van de agrarische gronden voor een periode van maximaal twaalf maanden per kalenderjaar; f. de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen; g.

het gebruik en laten gebruiken van de gronden voor het plaatsen en/of aanbrengen van niet-perceelsgebonden handelsreclame of daarmee gelijk te stellen weilandborden, anders dan tijdelijke borden overeenkomstig de redelijke eisen van welstand; h. het gebruik en laten gebruik van de gronden en bouwwerken voor bedrijfsmatige kamerverhuur; i. het gebruik van bijbehorende bouwwerken, recreatiewoningen, boerderijkamers, plattelandskamers, groepsaccommodaties, kampeermiddelen en stacaravans ten behoeve van permanente bewoning; j. het gebruik van bijbehorende bouwwerken, boerderijkamers, plattelandskamers, kampeermiddelen, chalets en stacaravans ten behoeve van de huisvesting van seizoenarbeiders dan wel elders werkzaam zijnde arbeiders; k. het gebruik en laten gebruiken van (zelfstandig) bewonen van gebouwen, niet zijnde woningen. 11.2

Afwijken van de gebruiksregels

11.2.1 Evenementen Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 11.1 onder d in die zin dat nieuwe evenementen worden toegelaten die niet zijn genoemd in Bijlage 11 van het bestemmingsplan, maar naar de aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met de in Bijlage 11 genoemde evenementen, mits: een onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de natuurlijke, cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de archeologische waarden, de woonsituatie, de waterhuishouding, de waarden van landgoederen en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

bestemmingsplan Buitengebied, Rood voor Rood op 6 locaties 45

Artikel 12 12.1

Algemene aanduidingsregels

overige zone - geen boom- en sierteelt toegestaan

12.1.1 Doel aanduiding De voor 'overige zone - geen boom- en sierteelt toegestaan' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het tegengaan van het gebruik van de gronden ten behoeve van sierteelt, boomteelt, houtteelt of overige opgaande teeltvormen, niet zijnde boom- en sierteelt binnen de bouwpercelen en met uitzondering van bestaande locaties waar sierteelt, boomteelt, houtteelt of overige opgaande teeltvormen aanwezig zijn, zoals die zijn opgenomen in bijlage 8 van de toelichting van het bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016". 12.2

reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied

12.2.1 Doel aanduiding De voor 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor de ontwikkeling van de landbouw, waarbij het belang van de landbouw bovengeschikt is aan andere belangen. Overige functies (onder andere natuur en landschap, recreatie en toerisme en wonen) kunnen zich in deze gebieden ontwikkelen, mits er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ontwikkeling van bestaande of inplaatsing van nieuwe agrarische bedrijven.

46

bestemmingsplan Buitengebied, Rood voor Rood op 6 locaties

Artikel 13

Algemene afwijkingsregels

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. het bepaalde in het plan op ondergeschikte punten met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein, met dien verstande dat de afstand tussen enige bouwgrens en de weg niet wordt verkleind, de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad, en de afwijking noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan; b. de bij recht in de regels gegeven afmetingen en percentages, met uitzondering van de inhouds- en oppervlaktematen, tot ten hoogste 10% van die afmetingen en percentages; c. de bestemmingsregels ten aanzien van het bouwen van gebouwen, waaronder overkappingen, in die zin dat ten behoeve van het kleinschalig kamperen, gebouwtjes en overkappingen, ten behoeve van sanitaire voorzieningen worden gebouwd, mits: 1. de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen, waaronder overkappingen, per kampeerterrein ten hoogste 50 m² zal bedragen; 2. de goothoogte van een gebouw of een overkapping ten hoogste 3,00 m zal bedragen; 3. de dakhelling van een gebouw of een overkapping ten minste 15° zal bedragen; 4. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. d.

het bepaalde ten aanzien van het bouwen van gebouwen binnen de bouwgrens of daar waar geen sprake is van een bouwgrens, de voorgevel, de grenzen of de voorgevel naar de buitenzijde worden overschreden door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; 3. ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen, 4. erkers over maximaal 3/5 deel van de gevelbreedte, mits de afstand tot de zijdelingse perceelgrens ten minste 2,00 m bedraagt, tenzij gebouwen aaneengebouwd zijn; mits de bouwgrens met niet meer dan 1,00 m wordt overschreden; e. de bestemmingsregels ten behoeve van de bouw van kleine niet voor wonen bestemde bouwwerken voor (semi-)openbare diensten met dien verstande dat: 1. de inhoud ten hoogste 50 m³ bedraagt; 2. in afwijking van het gestelde onder 1 de inhoud van gebouwen ten behoeve van gasdrukregel- en meetstation ten hoogste 15 m³ bedraagt; 3. de bouwhoogte van de gebouwen ten hoogste 5,00 m bedraagt; f. de bestemmingsregels ten aanzien van het bouwen van andere bouwwerken, met dien verstande dat de bouwhoogte wordt vergroot tot ten hoogste 10,00 m, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; g.

de bestemmingsregels van de bestemmingen 'Agrarisch - 1' 'Agrarisch - 2' en 'Wonen' ten behoeve van de inrichting van een camperterrein, mits: 1. het terrein uitsluitend gebruikt mag worden voor de plaatsing van ten hoogste 25 campers; 2. een erfinrichtingsplan wordt ingediend, zodanig dat de bebouwing op een goede wijze in het landschap en in relatie tot de bestaande bebouwing wordt ingepast; 3. het terrein op of direct aansluitend aan een agrarische bedrijfskavel of een voormalige agrarische bedrijfskavel wordt aangelegd. Indien daarvan geen sprake is, zal met maatwerk sprake moeten zijn van een goede landschappelijke inpassing; 4. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, de landschappelijke en natuurlijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

bestemmingsplan Buitengebied, Rood voor Rood op 6 locaties 47

Artikel 14

Algemene wijzigingsregels

Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat: a. enige bestemming wordt gewijzigd in de bestemming 'Verkeer' dan wel de bestemming 'Verkeer' wordt gewijzigd in enige bestemming, mits: 1. deze wijziging uitsluitend wordt toegepast voor incidentele verbredingen, bochtafsnijdingen, e.d. van wegen en paden; 2. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van artikel 33 van het bestemmingsplan "Tubbergen, Buitengebied 2016 Veegplan" van overeenkomstige toepassing zijn; b. enige bestemming wordt gewijzigd in de bestemming 'Water - 1' dan wel de bestemming 'Water - 1' wordt gewijzigd in enige bestemming, mits: 1. deze wijziging uitsluitend wordt toegepast voor de incidentele aanleg van opvaarten, verbredingen van waterlopen ten behoeve van waterberging en/of de aanleg van natuurvriendelijke oevers, bochtafsnijdingen, kleine verleggingen, e.d. van vaarwegen c.a.; 2. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van artikel 35 van overeenkomstige toepassing zijn; c. de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie' wordt aangebracht, mits: 1. de betreffende gronden deel uitmaken van het NNN; 2. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende agrarische bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; d. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' wordt verwijderd, mits: 1.

na voldoende onderzoek van de vindplaats en het inwinnen van deskundigenadvies blijkt dat voor de archeologisch waardevolle gebieden de waardebepalende elementen niet zijn te handhaven in relatie tot de functie van de gronden en de gebouwen, en de aanwezige bodemvondsten naar elders zijn overgebracht; e. de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1', 'Waarde - Archeologie 2', 'Waarde - Archeologie 3' of 'Waarde - Archeologie 4' uit het Bestemminsplan Tubbergen Buitengebied 2016 wordt aangebracht, mits: 1. door aanvullend historisch en/of archeologisch onderzoek archeologische waarden van terreinen naar voren komen, waarbij de aanwezigheid van archeologische resten is aangetoond; f. enige bestemming wordt gewijzigd ten behoeve van de bouw van zend-, ontvangst- en/of sirenemasten met een bouwhoogte van ten hoogste 45,00 m, mits: 1. sitesharing op een bestaande mast of locatie in alle redelijkheid niet mogelijk is; 2. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, de landschappelijke en natuurlijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/841/documents/17458