CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 28 maart 2023, gemeente TubbergenBij agendapunt: 11: Bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren25.762 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld januari 2023 NL.IMRO.0183.BUIBPOSSENDIJK6-VG01

Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

7 7 7 8 9 9

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

11 11 12

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid

15 15 16 20

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Bodem 4.4 Geluid

25 25 26 27 27

4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

28 29 31 32 33 34

Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels

35 35 35

Hoofdstuk 6

37

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen

39 39 39

Bijlage bij toelichting

41

Bijlage 1

42

Watertoets

Regels

51

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

53 53 71

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

73

2

bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

Artikel 3 Artikel 4

Wonen Waarde - Archeologie 4

73 78

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

81 81 82 83 84 85 86 87

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

89 89 90

Bijlage bij regels

91

Bijlage 1

92

Ondergeschikte nevenactiviteit of tweede tak

bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

3

4

bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

5

6

bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Initiatiefnemers hebben het voornemen om op het perceel Ossendijk 6 - 6a in Geesteren een bijgebouw bij de bestaande woning te realiseren. Om het bijgebouw op de gewenste en meest logische plek te kunnen realiseren, is er een wijziging van het bestemmingsplan nodig. De plek van het bijgebouw valt (net) buiten de woonbestemming, binnen de agrarische bestemming. De reeds bestaande tuin aan de noordzijde wordt meegenomen in de herziening. Via een wijziging van het huidige bestemmingsplan conform de in artikel 4.7 opgenomen wijzigingsbevoegdheid is het mogelijk de woonbestemming te vergroten. Tevens is er de wens om de grens van de bestemmingsvlakken 'wonen' tussen Ossendijk 8 en Ossendijk 6 aan te passen conform de kadastrale situatie. Hiervoor is een herziening van het bestemmingsplan vereist. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt een planologisch-juridisch kader voor de beoogde ontwikkeling verschaft en wordt aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied Ossendijk 6-6a in Geesteren ligt in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie A nummers 5313, 8690 en 8688. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied (in blauw) aangegeven.

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: PDOKviewer) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een situatie weergegeven waarop de omgeving van Ossendijk 6 -6a te zien is. Het plangebied bestaat uit het bestaande woonpercelen en de gronden voor de gewenste uitbreiding. Op de (digitale) verbeelding is de exacte begrenzing van het plangebied te zien.

bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

7

Figuur 1.2: globale begrenzing plangebied (bron: PDOKviewer)

1.3 Vigerend bestemmingsplan Het vergroten van de woonbestemming is beoogd aan de noordzijde van de huidige woonbestemming. Het plangebied valt binnen de bestemmingsplannen 'Tubbergen Buitengebied 2016' en het 'Tubbergen Buitengebied 2016 veegplan'. Deze grond heeft de bestemming "Agrarisch - 1". Daarnaast heeft deze grond de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 4" en de gebiedsaanduiding "reconstructiewetzone landbouwontwikkelingsgebied". Deze gronden zijn onder andere bestemd voor agrarische doeleinden en de dubbelbestemming bestemd het mede voor behoud van de archeologische waarden. Daarmee is de beoogde ontwikkeling (realiseren bijgebouw) niet bij recht toegestaan binnen deze bestemmingen. In figuur 1.3 is een fragment van het geldende bestemmingsplan opgenomen.

Figuur 1.3: verbeelding bestemmingsplan Buitengebied 2010, Ossendijk 6 gemarkeerd (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Via een wijzigingsbevoegdheid op basis van artikel 4.7.11 is het mogelijk om de bestemming 'Agrarisch - 1' te wijzigen in de bestemming "Wonen" ten behoeve van het vergroten van bestemmingsvlakken al dan niet ten behoeve van het beter situeren van de gebouwen. Daarvoor gelden de volgende voorwaarden: 8

bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

a. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van artikel 37 van overeenkomstige toepassing zijn; b. de oppervlakte van het betreffende bestemmingsvlak voor het wonen na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid ten hoogste 2.000 m² zal bedragen; c. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; d. een erfinrichtingsplan wordt ingediend, zodanig dat de bebouwing op een goede wijze in het landschap en in relatie tot de bestaande bebouwing wordt ingepast; e. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de archeologische waarden, de waterhuishouding, de waarden van landgoederen en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Deze wijzigingsbevoegdheid biedt hiermee de mogelijkheid om het bestaande woonerf Ossendijk 6 - 6a te vergroten en daarmee het bijgebouw te kunnen realiseren. In dit bestemmingsplan wordt eveneens de grens van het bestemmingsvlak tussen Ossendijk 6 - 6a en Ossendijk 8 gewijzigd. Daarvoor is een herziening van het bestemmingsplan nodig. Beide onderdelen zijn daarom in deze herziening van het bestemmingsplan opgenomen.

1.4 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.0183.BUIBPOSSENDIJK6-VG01); Bijlage bij de toelichting; Regels; Bijlage bij de regels.

1.5 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

9

10

bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

Hoofdstuk 2

Het plan

2.1 Huidige situatie Het perceel Ossendijk 6 - 6a bevindt zich in het buitengebied ten noorden van Geesteren. Op het perceel bevindt zich een woning met aangebouwde en vrijstaande bijgebouwen. Parkeren ten behoeve van de woning is mogelijk aan de zuidwestzijde van het perceel. Direct grenzend aan het perceel bevindt zich het woonperceel van Ossendijk 8. Aan de noordzijde van de woning bevinden zich een deel van de tuin en daar direct naast bevinden zich agrarische gronden. In figuur 2.1 is de woning vanaf de Ossendijk te zien.

Figuur 2.1: straatbeeld vanaf Ossendijk (bron: GoogleStreetview) In de figuren 2.2 en 2.3 zijn foto's opgenomen van de bestaande bijgebouwen die gesloopt gaan worden. De bijgebouwen hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 150 m².

Figuur 2.2: overzicht te slopen bebouwing (rood omcirkeld) (www.PDOKviewer.nl) bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

11

Figuur 2.3: foto's van de bestaande bijgebouwen Ossendijk 6 (bron: initiatiefnemer) Een deel van de bijgebouwen die horen bij Ossendijk 6, vallen planologisch gezien binnen het bestaande bestemmingvlak van Ossendijk 8. Het perceel heeft twee inritten, zowel aan de linkerzijde als aan de rechterzijde van het perceel. In maart 2022 is er vergunning verleend voor het verbreden van een bestaand inrit.

2.2 Toekomstige situatie Initiatiefnemers hebben het plan opgevat om de bestaande (vrijstaande) bijgebouwen te verwijderen en daarvoor een nieuw bijgebouw te realiseren. De gezamenlijke oppervlakte van de te slopen bijgebouwen bedraagt circa 150 m². Door de sloop van deze bijgebouwen ontstaat er ruimte voor uitbreiding en vernieuwing van de woning en kan het nieuwe (vrijstaande) bijgebouw van de woning worden gerealiseerd. In figuur 2.4 is deze nieuwe situatie weergegeven in de situatietekening.

12

bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

Figuur 2.4: Nieuwe situatieschets (bron: BDA) De uitstraling van de woning zal bij de vernieuwing wijzigen ten opzichte van de bestaande situatie, passend in de omgeving en voldoen aan welstandseisen. Een deel van de bestaande bijgebouwen die horen bij de woning Ossendijk 6-6a, vallen binnen het bestemmingsvlak 'wonen' dat hoort bij perceel Ossendijk 8. In figuur 2.6 is weergegeven welk gedeelte van het perceel dat betreft (blauw omcirkeld). Het is de bedoeling om dat aan te passen in dit wijzigingsplan, zodat de bijgebouwen en de bijbehorende grond vallen binnen het bestemmingsvlak van nummer 6.

Figuur 2.6: Te wijzigen deel woonbestemmingsvlak (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

13

14

bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1 Rijksbeleid 3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen sterke en gezonde steden en regio's. Voorliggend plan biedt de mogelijkheid het woon- en leefklimaat te verbeteren binnen het plangebied. Het plan raakt verder geen nationale belangen en past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.

Onderhavig plan Uit jurisprudentie is inmiddels gebleken dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is voor kleinschalige ontwikkelingen. Een project ten behoeve van de bouw van 11 woningen wordt bijvoorbeeld niet aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling, zoals ook in de overzichtsuitspraak voor de ladder van duurzame verstedelijking van 28 juni 2017 is aangegeven (ECLI:NL:RVS:2017:1724). bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

15

Dit wijzigingsplan omvat een ontwikkeling waarbij de woonbestemming voor Ossendijk 6 wordt vergroot tot maximaal 2.000 m². Deze oppervlakte is conform de uitgangspunten van het beleid in het buitengebied. Daarmee wordt het mogelijk dat een nieuw (vervangend) bijgebouw op de gewenste en logische plek op het erf kan worden gerealiseerd. De toegestane oppervlakte aan hoofdgebouw en/of bijgebouwen op het perceel wordt daarbij niet vergroot. Vastgesteld wordt dat er sprake is van een kleinschalige ontwikkeling. De ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt door dit bestemmingsplan, voorziet in een functiewijziging, waarbij er geen extra bouwmogelijkheden ten opzichte van de vorige situatie worden toegestaan. Hierdoor wordt deze ontwikkeling niet aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Desondanks wordt middels deze toelichting voorzien in de criteria voor het aantonen van een goede ruimtelijke ordening.

3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2018/2019 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.

De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven 16

bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag, laag van de beleving en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Hierbij is onder andere het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' (artikel 2.1.3) van belang die er voor staat dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik In lid 1 is bepaald: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

17

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In lid 2 is het volgende bepaald: Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toets In onderhavig plan is sprake van het vergroten van de woonbestemming om een nieuw (vervangend) bijgebouw mogelijk te maken. Tevens wordt de bestaande woning vernieuwd en uitgebreid. Door deze uitbreiding is er sprake van een stedelijke functie met ruimtebeslag op de groene omgeving. De ontwikkeling is zodanig dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Binnen het bestaande erf waarvoor een woonbestemming is opgenomen is er geen ruimte om de gewenste uitbreiding en een optimale en logische erfinrichting te realiseren.

Om die reden wordt aansluitend aan het bestaande erf - aan de west- en noordzijde - het erf uitgebreid, waarmee ook de mogelijkheid voor de beoogde vergroting van de woning en de realisatie van een bijgebouw wordt gecreëerd en daarmee betere erfindeling ontstaat. De ontwikkeling wordt zo geconcentreerd mogelijk gehouden door het nieuwe woongedeelte aan het huidige hoofdgebouw te realiseren. Het nieuwe bijgebouw wordt op circa 10 m afstand van de woning gerealiseerd. Daarnaast wordt ook een passende bestemming toegekend aan de (reeds bestaande) tuin. Het voornemen voldoet aan een zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In artikel 2.1.5 is bepaald dat in de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Toets Voorliggend plan heeft betrekking op het uitbreiden van de woonbestemming. De uitbreiding van het erf is voorzien op een deel dat deels reeds in gebruik is als tuin en waarop zich groen bevindt. De bebouwing is hiermee reeds op een landschappelijk passende wijze ingepast. Om dit nader te versterken is het erfinrichtingsplan opgesteld conform de gebiedskenmerken. De toets aan de gebiedskenmerken vindt plaats verderop in deze paragraaf.

Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke/stedelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

18

bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is aangeduid (bron: provincie Overijssel) Het plangebied ligt in het ontwikkelingsperspectief "Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap". Dit ontwikkelingsperspectief richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, moet in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk worden verbonden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Toets De voorgenomen ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief "wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap". De voorgenomen ontwikkeling waarbij de woonbestemming wordt uitgebreid en het bestemmingsvlak wordt aangepast, beperkt de mogelijkheden voor de landbouw niet. De ontwikkeling vindt plaats op de noordzijde van het erf. Het erf wordt landschappelijk goed ingepast. De voorgenomen ontwikkelingen passen dan ook in de geldende ontwikkelingsperspectief.

Gebiedskernmerken Voor het plangebied gelden de volgende gebiedskenmerken: natuurlijke laag: dekzandvlakte en ruggen laag van het agrarisch cultuurlandschap: oude hoevenlandschap stedelijke laag: verspreide bebouwing laag van de beleving: n.v.t. Op de locatie van het plangebied is een reguliere woning aanwezig. Binnen het plangebied zijn de waarden van de natuurlijke laag en de laag van het agrarisch cultuurlandschap niet meer zichtbaar doordat het landschap in cultuur is gebracht. Langs de wegen bevinden zich groenstructuren en ook her en der langs perceelsgrenzen. Deze groenstructuren blijven behouden. De ter plaatse aanwezige landschapsstructuur wordt niet aangetast en de ontwikkeling past binnen de gebiedskenmerken. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal beleid zoals verwoord in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening.

bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

19

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

Bestemmingsplan Tubbergen Buitengebied 2016

Het bestemmingsplan “Tubbergen Buitengebied 2016” is in hoofdzaak conserverend van aard. Dit betekent dat de bestaande situatie is vastgelegd. Tegelijkertijd wil de gemeente op een duurzame en efficiënte wijze ruimte scheppen voor (nieuwe) ontwikkelingen in het buitengebied. Het is de ambitie van de gemeente om deze ontwikkelingen in het buitengebied te laten bijdragen aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. De gemeente zet daarbij in op het leggen van verbindingen tussen bestaande kwaliteiten en de nieuwe ontwikkelingen. Via afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden kent het bestemmingsplan (onder voorwaarden) een zekere mate van flexibiliteit. Het bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan" is vastgesteld nadat in de eerste twee jaren dat met het bestemmingsplan voor het buitengebied is gewerkt en blijkt dat er aanpassingen wenselijk zijn als gevolg van gebleken omissies, actuele veranderingen en afgeronde procedures. Dit veegplan is een tussentijdse aanpassing. Die aanpassing heeft de gemeente ingevoerd in het geldende bestemmingsplan. Het bestemmingsplan blijft in zijn geheel van kracht, waarbij alleen de geel gemarkeerde onderdelen, onderdeel van de herziening (dus onderdeel van het Veegplan) zijn. Door de herziening meteen op te nemen in het bestemmingsplan blijft er voor de raadpleegbaarheid sprake van een ondeelbaar plan.

In juridische zin is en blijft er sprake van twee bestemmingsplannen, te weten het bestemmingsplan Tubbergen Buitengebied 2016 en het bestemmingsplan Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan, waarbij zoals gezegd het bestemmingsplan Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan alleen ziet op de geel gemarkeerde delen in de toelichting Wijzigingsbevoegdheid voor vergroten bestemmingsvlakken wonen m. de bestemming ‘Agrarisch - 2’ wordt gewijzigd in de bestemming ‘Wonen’ ten behoeve van het vergroten van bestemmingsvlakken, mits: 1. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van artikel 36 (bestemming 'Wonen') van overeenkomstige toepassing zijn; 2. de oppervlakte van het betreffende bestemmingsvlak voor het wonen na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid ten hoogste 2.000 m² zal bedragen; 3. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in dié zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; 4. er sprake is van een goede landschappelijke inpassing van de gronden ten behoeve van het wonen en de gronden als één aaneengesloten geheel worden ingericht; 5. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de archeologische waarden, de waarden van de historische buitenplaatsen en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; Toets 1.

de betreffende bestemming 'Wonen' wordt van toepassing verklaard; 2. het toekomstig woonvlak heeft een oppervlak van circa 1.100 m² en blijft hiermee ruimschoots onder het maximum van 2.000 m²; 3. van schade voor omliggende bedrijven is geenszins sprake. Dit is ook nader uitgewerkt in paragraaf 4.2 4. het plan zorgt niet voor afbreuk van de genoemde waarden. Hiervoor wordt op de diverse aspecten ook nadere toetsing verricht in hoofdstuk 4. Met inachtneming van bovenstaande bevindingen wordt voldaan aan de eisen voor de wijzigingsbevoegdheid. Echter vanwege de verandering van het bestemmingvlak voor Ossendijk 8, is een wijziging van het bestemmingsplan niet mogelijk en is een herziening noodzakelijk. 3.3.2

Omgevingsvisie Tubbergen

De gemeenteraad van de gemeente Tubbergen heeft op 16 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Tubbergen, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Tubbergen en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen; 2. We geven het goed voorbeeld; 3. We wentelen niet af op volgende generaties; 20

bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Dinkelland wil een economische sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap van Dinkelland is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Tubbergen komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen.

De gemeente Tubbergen streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit wordt gedaan samen met de inwoners, partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn: toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij we samenwerking zoeken met de landbouw; kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. Toets Het plangebied is op de Waardenkaart aangeduid met het kenmerk "MIDDELGROEN - Gericht op beperkte ontwikkeling door gemiddelde waarde en dynamiek". In figuur 3.3 is een fragment van de Waardenkaart te zien, waarop het plangebied is omcirkeld.

Figuur 3.3: Fragment Waardenkaart Omgevingsvisie Tubbergen (bron: tubbergen.nl) De waarden in dit gebied zijn als volgt omschreven: afwisseling van openheid en beslotenheid; landschap met historisch herkenbare vormen van percelen, wegen en paden en een verspreid bebouwingspatroon; veel variatie in beplanting en grondgebruik; recreatieve belevingswaarde. Bij ontwikkelingen dient ingespeeld te worden op: de schaal van het landschap en het afwisselende karakter; bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

21

behoud van natuurwaarden en cultuurhistorie; versterken van de biodiversiteit; vasthouden van water; bouwwijze en inrichting. Het onderhavig plan betreft het vergroten van het woonperceel Ossendijk 6 in Geesteren om een nieuw bijgebouw te kunnen realiseren ter vervanging van de bestaande vrijstaande bijgebouwen en de woning te kunnen uitbreiden (en vernieuwen). Het plan gaat vergezeld van een goede landschappelijke inpassing door middel van een erfinrichtingsplan. Dit plan is uitgewerkt op basis van de landschapskarakteristieken en maakt gebruik van inheemse en passende beplanting. Het plan past binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Tubbergen. 3.3.3

Nota 'De casco benadering in Noordoost-Twente'

De gemeente Tubbergen heeft de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente' vastgesteld. Het Nationaal Landschap Noordoost Twente is een gebied met zeldzame en unieke landschapskwaliteiten. Het is een gebied met stuwwallen, bronnen, beken en fraaie cultuurlandschappen. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open en een kleinschalig besloten landschap. Schaalvergroting in de grondgebonden landbouw staat op gespannen voet met deze kleinschaligheid. Het verdwijnen van landschapselementen op perceelsgrenzen tast het kleinschalige groene karakter aan en leidt tot een afname van landschapsdiversiteit. De gemeente Tubbergen heeft samen met de provincie Overijssel en de gemeenten Dinkelland, Losser en Oldenzaal de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Om vorm en inhoud te geven aan deze ambitie is een generieke methode ontwikkeld: de casco benadering. Voor de gemeente is de casco-benadering te gebruiken als beoordelingskader voor ingrepen in het landschap. Aan de hand van de casco-kaart (figuur 3.4) kan bezien worden of landschappelijke structuren deel uitmaken van het casco.

Figuur 3.4: Fragment cascokaart Tubbergen (bron: provincie Overijssel) Op basis van de casco-kaart kan vastgesteld worden of het landschapselement tot het casco behoort of niet; daaruit volgen drie mogelijk aanvragen op basis van het casco, dit zijn: 1. Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de cascokaart. 2. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de cascokaart. 3. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de cascokaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). 22

bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

Toets De uitbreiding van de woonbestemming vindt plaats aan de noordzijde van het perceel en daar bevindt zich geen waardevol casco-element. De waardevolle casco-elementen blijven gehandhaafd en de uitbreiding heeft hiervoor geen gevolgen. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling geen afbreuk doet aan de cascokaart. 3.3.4

Buitengebied met kwaliteit

De gemeenteraad van Tubbergen heeft op 25 januari 2022 de beleidsnota "Buitengebied met kwaliteit" vastgesteld. Deze nota biedt de mogelijkheid om het woonperceel uit te breiden (artikel 3.3). Daarvoor gelden de volgende voorwaarden: 1. Alleen toegestaan wanneer dit nodig is om extra bebouwing of een betere erfopzet te kunnen realiseren of indien noodzakelijk in verband met een optimale situering van gebouwen voor zonnepanelen op het dak; 2. Alleen toegestaan wanneer er geen reële mogelijkheden zijn om het bestaande woonperceel met gelijkblijvende oppervlakte te verschuiven; 3. Alleen de reëel noodzakelijk uitbreidingsruimte ten behoeve van een goede erfopzet wordt toegestaan. Toets Ad 1. Het verzoek wordt gedaan vanuit de wens een betere en meer logische erfopzet te creëren. Dit geeft meer afscherming/ verbeterde privacy naar de buren, waarbij een mooiere indeling van de tuin en goede zichtlijnen vanuit de woning kunnen worden gecreëerd naar de omgeving. De bebouwing wordt dan geconcentreerd en de openheid van het landschap wordt daardoor zoveel mogelijk behouden. Ad 2.

De enige mogelijkheid om te verschuiven is dat het bouwvlak verder van de weg af komt te liggen, maar dat past niet binnen de wijze van bestemmen zoals dit in het buitengebied plaatsvindt en de voortuin zou dan buiten de woonbestemming komen te liggen en dat levert een vreemde situering van het perceel op ten opzichte van de aangrenzende woonbestemming. Uitbreiding is daarmee de enige reële mogelijkheid. Het bestemmingsplan in het buitengebied biedt de mogelijkheid om de woonbestemming uit te breiden tot maximaal 2.000 m². Met een oppervlakte van 1.319 m² blijft deze ruim onder deze maximale oppervlakte. Ad 3. De nieuwe grens van de woonbestemming omvat de locatie van het nieuwe bijgebouw en de (bestaande) tuin behorende bij de woning. Het betreft dus de bebouwing met de buitengebruiksruimte die bij de woning hoort. De nieuwe bestemmingsgrens vormt een logische grens, ook ten opzichte van de aangrenzende woonbestemming. Dit leidt tot de conclusie dat wordt voldaan aan het beleid van 'Buitengebied met kwaliteit'.

bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

23

24

bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' is niet gedefinieerd. In de toelichting op het Besluit m.e.r. zijn wel een aantal voorbeelden van bouwprojecten opgenomen die als stedelijk ontwikkelingsproject kunnen worden aangemerkt.

In dat kader wordt verwezen naar woningen, parkeerterreinen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van de situatie. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant. Gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) lijken de volgende aspecten relevant voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject: de aard en omvang van de ontwikkeling; de vormgeving en opzet; de schaalgrootte; de ligging; de voorgenomen functie(wijziging), en; de vraag of sprake is van een bestaand of van een te realiseren bouwwerk. Uit een uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) volgt dat als een project voorziet in een (gedeeltelijke) functiewijziging, maar de bebouwde oppervlakte hetzelfde blijft, dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.

Op basis van deze uitspraak lijken de volgende aspecten voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject relevant: (een uitbreiding) van de bebouwde oppervlakte, de opzet en de vormgeving van de ontwikkeling. Ten aanzien van de relevante aspecten kan tevens een verwijzing worden gemaakt naar de uitspraak van de Raad van State van 29 juli 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1832). In dit plan is wel sprake van een relatief kleinschalige functiewijziging, maar dat leidt niet tot meer bebouwingsmogelijkheden. Uit voorgaande volgt dat de vergroting van een bestemmingsvlak 'Wonen' in algemene zin niet te kwalificeren is als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r.. Het betreft een bestaande woonfunctie welke uitgebreid wordt, waarbij het uitbreidingsgedeelte reeds als tuin in gebruik is. De gevolgen voor het milieu zijn als nihil aan te merken. In die gevallen is het Besluit m.e.r. niet van toepassing en hoeft geen aanmeldnotitie te worden opgesteld.

bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

25

De ontwikkeling wordt bovendien op passende wijze in het landschap opgenomen. De ruimtelijke uitstraling/de verandering die de ontwikkeling per saldo op de omgeving heeft is daardoor positief. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als in de zin van het Besluit m.e.r.

4.2 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets In het voorliggende geval is er sprake van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied'. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf met vleesvarkens bevindt zich aan de Voorboersweg 4 in Geesteren. Door de uitbreiding van het bestemmingsvlak 'wonen' aan de noordzijde, komt de woonbestemming dichterbij dit agrarische bedrijf, op een afstand van minimaal 60 meter. Deze herziening heeft (mede) als doel een bijgebouw te realiseren aan de noordzijde. De bestaande woning blijft behouden en komt niet dichterbij het agrarisch bedrijf. Om deze reden is gekozen voor het planologisch regelen dat er in dit nieuwe gedeelte van het bestemmingsvlak, geen geurgevoelige objecten mogen worden gerealiseerd. Daarmee wordt voorkomen dat het agrarische bedrijf aan de Voorboersweg 4 wordt beperkt in haar bedrijfsvoering. De bestaande woning blijft behouden en daarmee blijft het huidige woon- en leefklimaat voor de bewoners van de woning gelijk en treedt er geen verslechtering op.

26

bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

Voor het overige zijn er geen milieubelastende activiteiten in de omgeving van het plangebied aanwezig waarvan een nadere beschouwing vereist is.

4.3 Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen.

Toets Op basis van de Woningwet, de Wabo en bijbehorende regelgeving gelden de volgende uitzonderingen voor de bodemonderzoekplicht: als het gaat om bouwwerken die de grond niet raken of het bestaande, niet wederrechtelijke gebruik wordt gehandhaafd; het bouwwerk een te verwezenlijken bebouwingsoppervlakte heeft van ten hoogste 50 m²; als het gaat om het bouwen van bouwwerken waarin niet (nagenoeg) voortdurend mensen zullen verblijven (Woningwet, artikel 8, derde lid). Hierbij wordt een verblijftijd van minder dan 2 uur gehanteerd; als B&W vrijstelling verlenen omdat er al voldoende gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit bekend zijn, bijvoorbeeld op basis van een reeds eerder uitgevoerd bodemonderzoek (maximaal 5 jaar oud en waarbij het gebruik sindsdien niet is gewijzigd). Gezien de huidige functie (agrarisch: weiland/akker) en toekomstige functie (wonen/erf) en het feit dat volgens de Bodemkwaliteitkaart (BKK) de te verwachten kwaliteit AW2000 is, is een bodemonderzoek in het kader van het bestemmingsplan niet direct noodzakelijk. Afhankelijk van wat er gebouwd gaat worden en of er langer dan 2 uur door mensen wordt verbleven kan het zo zijn dat er voor de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen een bodemonderzoek nodig is. Het bijgebouw dat gepland is, is niet beoogd dat het een verblijfsfunctie voor meer dan 2 uur krijgt.

Gezien het bovenstaande is een bodemonderzoek niet noodzakelijk en kan worden gesteld dat het aspect 'bodem' geen belemmering vormt voor dit bestemmingsplan.

4.4 Geluid In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b. in buitenstedelijk gebied: bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

27

voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). De Ossendijk is een rustige weg in het buitengebied van Geesteren die valt onder het 60 km/uur-regime. Op de Atlas Leefomgeving is te zien dat de geluidbelasting langs de Ossendijk tussen de 46 en 50 dB ligt (zie figuur 4.2). Deze waarden raken niet de woning.

Figuur 4.2: Fragment Atlas leefomgeving (www.atlasleefomgeving.nl) Dit bestemmingsplan maakt de uitbreiding van het bestemmingsvlak wonen mogelijk. De uitbreiding vindt plaats aan de noordtzijde, niet aan de zijde van de Ossendijk. Dat betekent dat geluidgevoelige functies niet dichter bij de weg kunnen worden gerealiseerd. Het plan zorgt niet voor een hogere geluidsbelasting op een geluidgevoelig object in de omgeving, waardoor een nadere beschouwing van het aspect geluid en de Wet geluidhinder niet noodzakelijk is. Er blijft sprake van een goede ruimtelijke ordening. De aspecten railverkeerslawaai en industrielawaai zijn voor het plangebied niet aan de orde, gezien de grote afstanden tot de planlocatie aan de Ossendijk. Geconcludeerd kan worden dat geluid geen belemmering vormt voor het onderhavige bestemmingsplan.

4.5 Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen

28

bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen.

De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets Dit bestemmingsplan maakt geen extra woning mogelijk, dat aantal blijft gelijk. Dat betekent dat er geen extra verkeersbewegingen ontstaan door het realiseren van de plannen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. Het plan is daarmee in niet betekenende mate. Er is geen (nader) onderzoek nodig. Uit de jaarlijkse rapportage van de luchtkwaliteit blijkt bovendien dat er, in de omgeving van het plangebied, langs wegen geen overschrijdingen van de grenswaarden aan de orde zijn. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten. Aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit is derhalve niet nodig. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'luchtkwaliteit' geen belemmeringen oplevert.

4.6 Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit; Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Naast de bovengenoemde wetgeving zijn tevens de volgende AMvB's, Ministeriële Regelingen en/of circulaires van toepassing op de externe veiligheid: Activiteitenbesluit milieubeheer.

In dit besluit zijn veiligheidsafstanden en risiconormen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico als risiconorm. Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations. De circulaire is van toepassing bij een besluit ten aanzien van een LPG-tankstation onder werking van het Bevi, dat het mogelijk maakt dat er (meer) personen in de omgeving van een LPG-tankstation aanwezig kunnen zijn. De effecten van bepaalde ongevalsscenario's staan centraal. Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. In deze circulaire zijn veiligheidszones (A-, B- of bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

29

C-zone) vastgesteld voor de opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten. Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten. Deze beleidsregels geven een overzicht van de over de weg vervoerde gevaarlijke stoffen. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening.

Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico. Risicokaart Aan de hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Toets

Figuur 4.3: Uitsnede risicokaart (bron: atlastleefomgeving.nl) Uit de inventarisatie blijkt dat binnen een straal van 1,51 km van het plangebied geen risico's op basis van de externe veiligheid zijn gelegen, derhalve geldt dat het plangebied:

30

bestemmingsplan Buitengebied, Ossendijk 6 - 6a Geesteren

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het plan biedt geen mogelijkheid om een extra kwetsbaar object te realiseren. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/944/documents/18779