CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 30 januari 2024, gemeente TubbergenBij agendapunt: 8: Vaststellen bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen28.557 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan

Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.0183.BUIBPOOTMWEG81-VG01

Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regiem 1.5 Leeswijzer

7 7 7 7 8 9

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Landschapskarakteristiek 2.2 Het plangebied

11 11 11

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Ruimtelijke ontwikkeling 3.2 Verkeer en parkeren

13 13 14

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

15 15 16 24

Hoofdstuk 5

33

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10

Milieu- en omgevingsaspecten

Geluid Bodemkwaliteit Luchtkwaliteit Externe veiligheid Milieuzonering Geur Ecologie Archeologie & cultuurhistorie Besluit milieueffectrapportage Wateraspecten

33 33 34 35 37 38 39 42 43 44

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 6.3 Verantwoording van de regels

47 47 47 48

Hoofdstuk 7

51

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 8 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen

53 53 53 53

Bijlagen bij de toelichting

55

Bijlage 1

Ruimtelijk kwaliteitsplan

56

Bijlage 2

Watertoetsresultaat

75

2

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen

Regels

81

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

83 83 92

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Agrarisch - 1 Agrarisch - Paardenhouderij Groen Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4

93 93 95 100 101 103

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

105 105 106 107 108 109 110

Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

111 111 112

Bijlagen bij de regels

113

Bijlage 1

114

Ruimtelijk kwaliteitsplan

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen 3

4

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen 5

6

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Op het perceel aan de Ootmarsumseweg 81 in Albergen, in het buitengebied van de gemeente Tubbergen is een agrarisch erf aanwezig waar een paardenhouderij wordt geëxploiteerd. Het bedrijf, Van der Aa Sporthorses, richt zich op het trainen en verhandelen van springpaarden, jagerpaarden en ruiterpaarden en het ontwikkelen van rijtalent van ruiters. Op het erf bevinden zich een bedrijfswoning, diverse bedrijfsgebouwen, een rijbak en stapmolen(s). Het voornemen is om de paardenhouderij uit te breiden met een kapschuur van 410 m2. Deze kapschuur zal gebruikt worden voor de opslag van materieel en stro. De kapschuur is echter gedeeltelijk buiten de bestaande bestemming "Agrarisch - Paardenhouderij" beoogd. Het is daarom gewenst de bestemming te vergroten ten behoeve van de bouw van deze kapschuur. Tevens dienen een bestaande stapmolen, overkapping en paardenbak te worden meegenomen in de vergroting van de bestemming. De uitbreiding kan worden gerealiseerd door toepassing van de regeling Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO), zoals verwoord in het beleidsplan 'Buitengebied met kwaliteit'. Via deze regeling kan een bedrijf in de groene omgeving uitbreiden indien het qua aard en omvang passend is in de omgeving. Als tegenprestatie dient geïnvesteerd te worden in de ruimtelijke kwaliteit. Tevens is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk.

Dit bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kaders en toont aan dat het voornemen in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening'.

1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Tubbergen, ten westen van de kern Albergen. Kadastraal staat het plangebied bekend als gemeente Tubbergen, sectie I, nummers 6411, 6412, 5149 5569 en 5566. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Albergen en de directe omgeving weergegeven. Het plangebied is hierbij indicatief weergegeven met de rode omlijning. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied ten opzichte van Albergen en de directe omgeving (Bron: PDOK)

1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (NL.IMRO.0183.BUIBPOOTMWEG81-VG01) en een renvooi; regels en bijlagen. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen 7

liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4 Huidig planologisch regiem 1.4.1

Algemeen

Het plangebied is gelegen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Tubbergen Buitengebied 2016", welke op 13 mei 2016 door de gemeenteraad van Tubbergen is vastgesteld. Tevens is het plangebied meegenomen in het bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan". Dit bestemmingsplan is op 15 december 2020 vastgesteld. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de beide bestemmingsplannen opgenomen, hierin is het plangebied indicatief aangegeven met de rode contour. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit plan.

Afbeelding 1.2 Uitsnede van de bestemmingsplannen "Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan" (links) en "Tubbergen Buitengebied 2016" (rechts) (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

Omdat het bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan" het meest recente bestemmingsplan betreft, wordt in voorliggend geval voor de begrenzing van de bestemming "Agrarisch - Paardenhouderij" uitgegaan van dit bestemmingsplan. Voor het overige deel blijft het bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016" van toepassing. 1.4.2

Beschrijving bestemmingen en aanduidingen

De gronden binnen het plangebied zijn voorzien van de enkelbestemmingen "Agrarisch - Paardenhouderij" en "Agrarisch - 1". Tevens gelden de dubbelbestemmingen "Waarde - Archeologie 3" en "Waarde - Archeologie 4". Agrarisch - Paardenhouderij De voor 'Agrarisch - Paardenhouderij' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor gebruiksgerichte paardenhouderijen, al dan niet in combinatie met een agrarische bedrijfsvoering en ondergeschikte manege-activiteiten. Gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend ten behoeve van het ter plaatse gevestigde gebruiksgerichte paardenhouderijbedrijf worden gebouwd. Agrarisch – 1 De voor 'Agrarisch – 1' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor het agrarisch gebruik en de uitoefening van een agrarisch bedrijf ter plaatse van het bouwvlak. Gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd. Waarde - Archeologie 3

8

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen

Gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van archeologische waarde. Voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,40 m onder het maaiveld plaatsvinden moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, zijn aangetoond dat: a. geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel b. dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel c. dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten kunnen worden verstoord. Waarde - Archeologie 4 Gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van archeologische waarde. Voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 5.000 m² en dieper dan 0,40 m onder het maaiveld plaatsvinden moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, zijn aangetoond dat: a. geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel b. dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel c. dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten kunnen worden verstoord.

1.4.3

Strijdigheid

Voorgenomen ontwikkeling past niet binnen de bestemmingsplannen "Tubbergen Buitengebied 2016" en "Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan", aangezien de nieuwe kapschuur, een bestaande stapmolen, een bestaande paardenbak en een bestaande overkapping zich (gedeeltelijk) bevinden in de bestemming "Agrarisch 1", zonder bouwmogelijkheden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de planologische kaders om de hiervoor benoemde ontwikkeling mogelijk te maken.

1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een omschrijving van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Tubbergen beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 8 in op het vooroverleg.

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen 9

10

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

2.1 Landschapskarakteristiek Het plangebied is gelegen in een gebied dat is te omschrijven als beekdalgebied. Dergelijke laagten zijn ontstaan door dat abiotische en biotische processen inwerken op de ondergrond van bodem en geologie. Dit is ontstaan in de laatste ijstijd waar vervolgens zandruggen en beekdalen na verloop van tijd zijn geërodeerd. Beekdalen zijn doorgaans de laagste (natte) delen van het land. Gelet op de ligging direct naast een stuwwal is er sprake van hoogteverschillen. Hoogteverschillen verdwenen ten dele door de moderne landbouw (egaliseren), maar ondanks de landbouw zijn de hoogteverschillen nog zichtbaar gebleven. Vooral steilranden hebben het moeten ontgelden en zijn verdwenen of vlak geschoven. Het erf aan de Ootmarsumseweg 81 is al oud en is zichtbaar op kaarten van voor 1900. Het erf maakt op een gebruikelijke wijze onderdeel uit van een lint aan verspreide bebouwing rondom de open es waarbij bebouwing veelal afgewisseld wordt met landschapselementen. Het plangebied ligt in het essenlandschap en is aan het begin van de jaren ‘30 ingrijpend veranderd. Aanvankelijk was er sprake van een kleinschalig landschap rondom de es, maar daarvan is niets meer over. De grens van de oorspronkelijke, kleinschalige omlijsting van de es is min of meer verdwenen en opgetrokken tot aan de bebouwing en/of de wegen die rondom gelegen zijn.

De hoogte is nog altijd te ervaren, maar er is geen sprake meer van cultuurhistorische steilranden.

2.2 Het plangebied Het plangebied betreft het agrarisch bedrijfsperceel aan de Ootmarsumseweg 81 ten westen van de kern Albergen (zie afbeelding 2.1). Ter plaatse wordt een paardenhouderij geëxploiteerd. Het erf vormt samen met meerdere erven (F) een lintbebouwing richting het dorp Albergen aan de Ootmarsumseweg (E). De erven maakten deel uit van de omlijsting van een open es en vormden als gebruikelijk een omlijsting van bebouwing in combinatie met vele landschapselementen. Hoewel de landschapselementen, en daarmee het kleinschalig landschap, zijn verdwenen kent het erf wel een relatief gebruikelijke opzet. De hoofdwoning (A) staat aan de voorzijde van het erf met daarachter de schuren en/of stallen (B) en stapmolens (C). Minder gebruikelijk is de stal die achter de erven is gebouwd, maar de aanleiding daarvoor zal het behoud van het landschapselement zijn geweest. De houtopstand (H) was aanvankelijk meer met elkaar verbonden. In de nieuwe erfopzet (waaronder een nieuwe woning) is dit meer open geworden. Onder meer is er een rijbak (D) bijgekomen met een kleine overkapping (G). De overige gronden (I) zijn in agrarisch gebruik.

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen 11

Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie omgeving (Bron: Google maps, bewerkt)

12

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

3.1 Ruimtelijke ontwikkeling 3.1.1

Gewenste ontwikkeling

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van de bestemming "Agrarisch - Paardenhouderij" ten behoeve van de realisatie van een kapschuur. Deze kapschuur zal gebruikt worden voor de opslag van materieel en stro. Tevens dienen een bestaande stapmolen (aangeduid met 'C' in afbeelding 2.1), een bestaande overkapping (aangeduid met 'G' in afbeelding 2.1) en een bestaande paardenbak (aangeduid met 'D' in afbeelding 2.1) te worden meegenomen in de vergroting van de bestemming. 3.1.2

Landschappelijke inpassing

In voorliggend geval is de beleidslijn Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) van toepassing, omdat sprake is van uitbreiding die niet binnen het bestaande bestemmingsvlak van de paardenhouderij past. Via deze regeling kan een initiatiefnemer een uitbreiding aanvragen die naar aard en omvang passend is voor de locatie. Als tegenprestatie dient geïnvesteerd te worden in de ruimtelijke kwaliteit. Hannink Landschapsvormgeving heeft in dat kader een ruimtelijk kwaliteitsplan (KGO-plan) opgesteld. Het ruimtelijk kwaliteitsplan is opgenomen als Bijlage 1 bij deze toelichting. Hieronder worden de uitgangspunten beknopt beschreven. Het bestaande erf blijft nagenoeg ongewijzigd (zie afbeelding 3.1). De woning is vrij recentelijk nieuw gebouwd (2012). Aanvankelijk stonden daar (landschap ontsierende) gebouwen. In 2013-2014 heeft een verdere (her)inrichting plaats gevonden met betrekking tot de aanleg van de rijbak en een stapmolen. In de nieuwe situatie vinden geen mutaties plaats anders dan de bouw van een kapschuur (C) aan de noordzijde. De locatie van de kapschuur aan de noordzijde van de bestaande rijhal is goed te onderbouwen. Door de diversiteit aan functies op het erf is geen andere geschikte locatie aan te wijzen. Los daarvan is het belangrijk om de openheid van het erf en de achterliggende es te beschermen.

Het bouwen van een bouwwerk aan de noordoostzijde is landschappelijk niet wenselijk en levert bovendien een ongewenste functionele indeling op. Er zou in dat geval veel meer verharding toegevoegd moeten worden. Om de kapschuur in te passen is gekozen voor de aanleg van een robuust landschapselement (J/P) aan de achterzijde. Het erf krijgt daardoor min of meer een rug waarmee de bebouwing de gewenste inpassing krijgt in relatie met de open es. Er is bewust niet gekozen voor een sluitende beplanting over de gehele achterzijde van het erf (langs de watergang, K). Het aanbrengen van beplanting zou de relatie met de open es ten einde brengen. Het erf moet juist de (open) verbinding behouden. Laatstgenoemde is in lijn met het gestelde beleid. Ter volledigheid wordt aan de westzijde een (nieuwe) haag ingeplant om het erf een meer verzorgde inpassing mee te geven.

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen 13

Afbeelding 3.1 Uitsnede ruimtelijk kwaliteitsplan (Bron: Hannink Landschapsvormgeving)

3.2 Verkeer en parkeren 3.2.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersbewegingen die ontstaan door een nieuwe ontwikkeling. 3.2.2

Situatie plangebied

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van een bestaand bedrijf, met een kapschuur voor de opslag van materieel en stro. Tevens voorziet het plan in de legalisatie van een stapmolen, een overkapping en een paardenbak. Zowel een schuur voor opslag als de stapmolen, de overkapping en de paardenbak hebben geen relevante toename van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie tot gevolg. 3.2.3

Conclusie

Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen voorliggende ontwikkeling.

14

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1 Rijksbeleid 4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen 15

2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.3

Toetsing van het initiatief aan het Rijksbeleid

Het voornemen betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Wat betreft de "Ladder voor duurzame verstedelijking" wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij "nieuwe stedelijke ontwikkelingen" (3.1.6 Bro). Voorgenomen ontwikkeling betreft de uitbreiding van een paardenhouderij in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. Deze ontwikkeling is, gelet op de definitie, niet aan te merken als een 'stedelijke ontwikkeling'. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

4.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving.

16

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen

4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. generieke beleidskeuzes; 2. ontwikkelingsperspectieven; 3. gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 4.2.3.1 Of - Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zgn. Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden.

Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen. Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden.

Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. 4.2.3.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen 17

Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.

Afbeelding 4.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.4

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of- Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” zijn met name de artikelen 2.1.3, 2.1.5 (leden 1, 2, 3 en 5) en 2.1.6 van belang. Op de betreffende artikelen wordt hierna nader ingegaan. Artikel 2.1.3

Principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik

1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 2. Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; de mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Voorliggend initiatief legt extra ruimtebeslag op de Groene Omgeving, aangezien een gedeelte agrarische grond zonder bouwmogelijkheden wordt omgezet in de bestemming "Agrarisch - Paardenhouderij" ten behoeve van de bouw van een kapschuur.

Tevens komen een bestaande stapmolen, paardenbak en een bestaande overkapping welke nu nog buiten het bestemmingsvlak zijn gesitueerd, binnen de bestemming "Agrarisch - Paardenhouderij" te liggen. 18

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen

Deze uitbreiding is van belang, omdat door de diversiteit aan functies op het erf geen ruimte meer is om een kapschuur te bouwen binnen het huidige bestemmingsvlak. De locatie van de kapschuur aan de noordwestzijde van het erf is daarbij de meest geschikte locatie. Het realiseren van de kapschuur aan de noordoostzijde is landschappelijk niet wenselijk en levert bovendien een ongewenste functionele indeling op. Er zou in dat geval veel meer verharding moeten worden toegevoegd. De realisatie van een kapschuur op een locatie elders zou daarnaast vanuit het oogpunt van een efficiënte bedrijfsvoering niet wenselijk zijn, aangezien de schuur zal worden gebruikt voor opslag bij het bedrijf. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5

Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5)

1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Zoals blijkt uit de beschrijving in hoofdstuk 3 worden diverse investeringen in de ruimtelijke kwaliteit verricht. Naast de basisinspanning vindt er tevens een extra kwaliteitsimpuls in het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving plaats (storting bedrag in het gemeentelijke groenfonds).

De beplantingskeuze en de locatie van de aanplant is mede gebaseerd op de geldende gebiedskenmerken, één en ander blijkt onder meer uit het vervolg van dit hoofdstuk. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.5, lid 1, 2, 3 en 5. Artikel 2.1.6

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving

1. Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen - met in achtneming van het bepaalde onder artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 - voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande en nieuwe functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschapelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. 2. Lid 1 is niet van toepassing op de bedrijfsontwikkeling en nieuwvestiging van agrarische bedrijven en op zelfstandige opstelling van zonnepanelen. 3. In aanvulling op het gestelde onder 1 geldt voor nieuwe ontwikkelingen die plaatsvinden op gronden die vallen binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water en die niet zijn aangeduid als Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS), geldt de voorwaarde dat de compensatie door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving gericht dienen te zijn op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening Voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt met toepassing van de KGO-regeling.

De provincie Overijssel biedt gemeenten de gelegenheid om een eigen beleidsinvulling te gegeven aan het KGO-beleid. De gemeente Tubbergen heeft in voorliggend geval de toepassing van de KGO uitgewerkt in het ‘Buitengebied met kwaliteit’, welke geaccordeerd is door de provincie. In paragraaf 4.3.2 wordt ingegaan op dit beleid. Kortheidshalve wordt verwezen naar de betreffende paragraaf waarin de ontwikkeling wordt getoetst aan het gemeentelijk KGO-beleid. Hier wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het gemeentelijke KGO-beleid.

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen 19

4.2.4.2 Waar- Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Afbeelding 4.2 is een uitsnede van de overzichtskaart ontwikkelingsperspectieven met daarbij het plangebied omcirkeld met de rode belijning.

Afbeelding 4.2 Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie Overijssel in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. Toetsing van het initiatief aan de 'Ontwikkelingsperspectieven' Voorliggende ontwikkeling is passend binnen het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap', mits de kenmerken van het gebied behouden en waar mogelijk versterkt worden. De ontwikkeling wordt met een ruimtelijk kwaliteitsplan (zie paragraaf 3.1.2 en Bijlage 1 bij deze toelichting) landschappelijk ingepast. Dit resulteert per saldo in een kwaliteitsverbetering van het cultuurlandschap.

Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief.

20

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen

4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen is van belang dat de locatie is gelegen in het landelijk gebied. Dit betekent dat de 'stedelijke laag' buiten beschouwing kan blijven. 1.

De 'Natuurlijke laag'

Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bijvoorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied ligt op de overgang tussen de gebiedstypes 'Dekzandvlaktes en ruggen' en 'Beekdalen en natte laagtes'. Onderstaande afbeelding betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag”. De ligging van het plangebied is indicatief weergegeven met de rode cirkel.

Afbeelding 4.3 Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)

'Dekzandvlakte en ruggen' De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met ‘natuurlijke’ soorten. En door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. 'Beekdalen en natte laagtes' Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Beeld van de beken: zomers kleine stroom met droge geulen, ’s winters bredere stroomdraad met meestromende geulen. De dynamiek (water, wind) bepaalt de verschijningsvorm; de gedaante wisselt. bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen 21

Dynamisch landschap, open karakter met hogere randen. De ambitie is de beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren van het landschap betekenis te geven. Ruimte voor water, continuïteit van het systeem zijn leidend. Tevens is de ambitie afwenteling van wateroverlast op stroomafwaarts gelegen gebieden te voorkomen door het beeksysteem als eenheid te beschouwen en het vasthouden van water te bevorderen. Tot slot zijn beekdalen belangrijke verbindingen voor mens, plant en dier. Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' Zoals grote delen van Overijssel bestond ook het plangebied uit beekdalen en dekzandvlakten met beperkte reliëfverschillen. In de jaren zijn de hoogteverschillen onder andere door zandverstuivingen, het ontginnen van heidecomplexen en de ontwikkeling in de landbouw nagenoeg verdwenen. Hoogteverschillen rondom het plangebied zijn echter nog wel goed waar te nemen. In voorliggend geval is bij het opstellen van het ruimtelijk kwaliteitsplan voor de landschappelijke inpassing rekening gehouden met het natuurlijke landschap. Op deze plek wordt kortheidshalve verwezen naar het ruimtelijk kwaliteitsplan (Bijlage 1). 2.

De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap'

De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” aangeduid met het gebiedstype 'Essenlandschap'. Afbeelding 4.4 is een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Laag van het agrarische cultuurlandschap”. De ligging van het plangebied is indicatief weergegeven met de rode cirkel.

Afbeelding 4.4 Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

'Essenlandschap' Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, - voormalige - heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es. Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Eeuwenlange bemesting - met heideplaggen en stalmest - heeft geleidt tot een karakteristiek reliëf met soms hoge stijlranden. Onder en in de es heeft zich op deze wijze een waardevol archeologisch archief opgebouwd. De dorpen en erven lagen op de flanken van de es, op overgang naar het lager gelegen maten- en flierenlanden. Zo lagen ze droog en werden tegelijkertijd de werklijnen zo kort mogelijk gehouden. De zandpaden volgen steeds de lange ‘luie’ lijnen van het landschap, Zo ontstond vanuit de dorpen een organische spinragstructuur naar de omliggende gronden en de dorpen in de omgeving.

22

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen

Het landschapsbeeld is afwisselend en contrastrijk, volgend aan de organische patronen van het natuurlijke landschap. Typerend zijn de losse hoeven rond de es en de esdorpen met hun karakteristieke boerderijen en herkenbaar dorpssilhouet met vaak de kerktoren als markantelement. De ambitie van de provincie is het behouden van de es als ruimtelijke eenheid en het versterken van de contrasten tussen de verschillende landschapsonderdelen: grote open maat van de essen, het mozaïek van de flank van de es, de open beekdalen en vroegere heidevelden. De samenhang hiertussen krijgt opnieuw vorm en inhoud door accentuering van de verschillende onderdelen en overgangen. De flank van de es biedt eventueel ruimte voor ontwikkelingen, mits de karakteristieke structuur van erven, beplantingen, routes en open ruimtes wordt versterkt. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” In het geval van voorliggend initiatief is geen sprake van onevenredige aantasting van de landschapswaarden. De voorgenomen ontwikkeling wordt landschappelijk verantwoord ingepast in de omgeving. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 3.1.2. Gezien het vorenstaande is de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met de ter plekke geldende gebiedskenmerken van de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 3.

De 'Laag van de beleving'

In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' aangeduid met het gebiedstype 'Donkerte'. In afbeelding 4.5 wordt dit weergegeven.

Afbeelding 4.5 De laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel)

'Donkerte' bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen 23

Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden.

Toetsing van het initiatief aan de “Laag van de beleving” Het plangebied bevindt zich in een gebied dat is aangemerkt als "donkerte" gebied. Er zal daarom terughoudend om moeten worden gegaan met het aan brengen van verlichting. Aangezien het gaat om een bestaand agrarisch erf, waar enkel een extra kapschuur wordt gerealiseerd voor opslag, zal de uitstraling van extra licht beperkt blijven. Geconcludeerd wordt dat de "Laag van de beleving" geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel, die is verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.

4.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorgenomen ontwikkeling worden hieronder in willekeurige volgorde behandeld. 4.3.1

MijnOmgevingsvisie Tubbergen

4.3.1.1 Algemeen De gemeenteraad van de gemeente Tubbergen heeft op 16 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Tubbergen, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Tubbergen en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. 4.3.1.2 Vier kernprincipes De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: We doen het samen; We geven het goed voorbeeld; We wentelen niet af op volgende generaties; We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. 4.3.1.3 Speerpunten Buitengebied in balans De gemeente Tubbergen wil een economische sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap van Tubbergen is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn.

Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Tubbergen komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies 24

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen

om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Tubbergen streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit wordt gedaan samen met de inwoners, partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn: toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij samenwerking wordt gezocht met de landbouw; kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. 4.3.1.4 Toekomstbestendige agrarische sector Het is belangrijk dat in het buitengebied gezonde en toekomstgerichte agrarische bedrijven blijven. De gemeente ziet dat de huidige landbouw tegen grenzen aanloopt en daar zelfs overheen gaat. Zo is de kwaliteit van het landschap en de natuur afgenomen. Ook is verdroging een steeds groter probleem. De kwaliteit van de bodem gaat achteruit. Broeikasgassen zorgen voor opwarming van de aarde.

Dit alles wordt door onderzoekers aangegeven. De gemeente is verantwoordelijk voor een overgang naar meer duurzame vormen van landbouw. Er wordt kennis uitgewisseld en wordt nieuwe vormen van samenwerking gestimuleerd. Gezonde bedrijfsvoering De gemeente zet de komende jaren in op gebiedsprocessen waarbij een economisch gezonde bedrijfsvoering uitgangspunt is. Dit kan door de landbouw te verbinden met andere functies en opgaven. De gemeente bekijkt de veranderingen in de landbouw, de energietransitie, klimaatopgaven en de stikstof- en natuuropgaven in samenhang. De gemeente geeft ruimte voor nieuwe ontwikkelingen en innovaties. Er moet slim worden gecombineerd met oog voor balans tussen economische voordelen, de leefbaarheid, voorkomen van leegstand en de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Gebiedspassende bedrijvigheid In het buitengebied ontwikkelen zich nieuwe bedrijfstypen met nieuwe bedrijfstakken. Dit zijn bedrijven die vanouds door hun aard in het buitengebied passen. Maar die ook passen bij de huidige (nieuwere) opgaven die in het buitengebied spelen. Voorbeelden van deze opgaven zijn opslag van CO2, waterberging of onderhoud van landschap en/of natuur. Maar we hebben het ook over een boerderijwinkel of een agrariër met een toeristische tak. De gemeente stimuleert deze ontwikkelingen en biedt een wenkend perspectief.

Wordt een agrarische bedrijf beëindigd? Ook dan biedt de gemeente perspectief. Het vrijkomende gebouw kan gebruikt worden voor bedrijven die een bijdrage leveren aan de leefbaarheid en goed in te passen zijn in het buitengebied. 4.3.1.5 Goede staat van landschap en natuur De gemeente Tubbergen wil landschapskwaliteiten behouden en ontwikkelen. Het landschap is gevormd door natuur en mens; de inwoners, hun cultuur en het gebruik van het gebied hebben het landschap uiteindelijk bepaald.En dat gebeurt nog steeds. Hierin ziet de gemeent de volgende uitdagingen en wil de gemeente zich sterk maken voor: behouden en versterken van het veelzijdige cultuurlandschap; versterken van de biodiversiteit; behoud van natuur en landgoederen. Behouden en versterken van het veelzijdige cultuurlandschap Het karakter van het typisch Twentse landschap staat onder druk. De houtwallen, (boeren)erven, essen, bossen en heidevelden, de vele kernen, beken, hoogteverschillen en de unieke bodemopbouw door de stuwwallen, maken het Twentse landschap uniek. Het wordt echter steeds minder herkenbaar; de kenmerkende verscheidenheid (diversiteit) is aan het verminderen. Daarom wil de gemeente eigenaren en inwoners meenemen in het belang van duurzaam onderhoud, behoud en versterking van het landschap. De gemeente Tubbergen zet zich in om meer waarde en waardering te creëren vóór en ín het landschap.

Hierbij wordt ook gekeken naar de kansen voor gebiedspassende ontwikkelingen en bedrijvigheid. De variatie aan landschapstypen leidt namelijk tot een aantrekkelijk gebied om te wonen, werken en recreëren.

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen 25

Versterken van de biodiversiteit Door de grote diversiteit aan landschappen en de kleinschaligheid van het landschap met haar houtwallen, beken en poelen biedt het buitengebied leefruimte voor een groot aantal uiteenlopende soorten planten en dieren. De biodiversiteit, oftewel de diversiteit aan rijke en met elkaar verbonden ecosystemen, is groot. Een evenwichtige biodiversiteit is belangrijk en heeft effect op de leefomgeving en gezondheid. Denk daarbij bijvoorbeeld aan, gezonde lucht, minder overlast en een kleinere kans op plagen van de eikenprocessierups of bladluis. De natuurlijke vijanden van rupsen en luizen, zoals de vleermuis, koolmees, sluipwesp of het lieveheersbeestje leveren een bijdrage aan de balans in de natuur. Behoud van natuur en landgoederen In Tubbergen liggen meerdere natuurgebieden. Dit zijn gebieden waarin natuur de belangrijkste functie is. Enkele gebieden zijn zo belangrijk dat ze beschermd worden op Europees niveau. Dit zijn de Natura 2000-gebieden. Andere gebieden zijn onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland, horen bij een historisch landgoed of zijn op een andere manier beschermd. Natuurgebieden en landgoederen zijn onderdeel van ons cultuurlandschap en zijn belangrijk voor de aantrekkelijkheid en kwaliteit van ons buitengebied, de cultuurhistorie, landschapsbeheer en de biodiversiteit.

4.3.1.6 Waardenkaart De waardenkaart in de omgevingsvisie heeft voor het buitengebied als basis de combinatie van landschapstype en landschapsdynamiek. In de onderstaande afbeelding is een uitsnede van deze waardenkaart weergegeven ter plaatse van het plangebied. Het plangebied is met een rode cirkel aangegeven. Het plangebied ligt in de waarde 'gericht op beperkte ontwikkeling door gemiddelde waarde en dynamiek'. In gebieden zijn waarden aanwezig voor modern, agrarisch gebruik alsmede landschapswaarden die van belang zijn voor natuur, beleving en recreatie.

Afbeelding 4.6 Uitsnede waardenkaart (Bron: gemeente Tubbergen) De waarden die hier gelden zijn: afwisseling van openheid en beslotenheid; landschap met historisch herkenbare vormen van percelen, wegen en paden en een verspreid bebouwingspatroon; veel variatie in beplanting en grondgebruik; recreatieve belevingswaarde. 26

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen

Hierbij moet ingespeeld worden op: de schaal van het landschap en het afwisselende karakter; het behoud van natuurwaarden en cultuurhistorie; versterken van de biodiversiteit; het vasthouden van water; de bouwwijze en inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is; de belevingswaarde gericht op recreatie. 4.3.1.7 Toetsing initiatief aan de MijnOmgevingsvisie Tubbergen Voorliggende ontwikkeling gaat uit van een uitbreiding van de bouwmogelijkheden van een bestaand agrarisch bedrijfsperceel met een paardenhouderij aan de Ootmarsumseweg 81. Hiermee wordt toekomstperspectief geboden aan een bestaand agrarisch bedrijf en wordt bijgedragen aan een vitaal platteland. Daarnaast is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, waarin uitdrukkelijk rekening is gehouden met de waarden van het gebied. Zo is bij de positionering van de bebouwing rekening gehouden met de bescherming van de openheid van het erf en de achterliggende es. Ook worden diverse landschappelijke maatregelen genomen, waardoor de landschappelijke structuur ter plaatse wordt versterkt. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met MijnOmgevingsvisie Tubbergen. 4.3.2

Buitengebied met kwaliteit

4.3.2.1 Algemeen In 2022 is door de gemeente Tubbergen het Ruimtelijk beleid buitengebied 'Buitengebied met kwaliteit' vastgesteld. Het buitengebied kenmerkt zich door een mix van functies als landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en wonen, al deze functies vragen om ruimte. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom wordt voor de toepassing van deze beleidsregel het uitgangspunt gehanteerd: de goede functies op de goede plek. Enerzijds is deze beleidsregeling bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. 4.3.2.2 Algemene randvoorwaarden Voor elke ontwikkeling in het buitengebied gelden bepaalde algemene randvoorwaarden waar aan voldaan moet worden. Dit betreffen bijvoorbeeld randvoorwaarden die zijn opgesteld met het oog op ‘een goede ruimtelijke ordening’ of een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ ingeval de Omgevingswet inwerking is getreden. Deze randvoorwaarden zijn hieronder opgenomen. 1. Elke ontwikkeling moet per saldo leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; 2.

Bij elke ontwikkeling hoort een basisinspanning in de vorm van een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing: vorm en situering van gebouwen en erfbeplanting (uiteengezet in locatie, sortiment, aantallen, plantmaat en indien van toepassing plantverband/ onderlinge afstand); 3. De geboden ontwikkelingsruimte dient in balans te zijn met de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit; 4. De ontwikkeling dient naar aard en omvang passend te zijn op de locatie en de gebiedskenmerken van het type landschap; 5. De bestaande infrastructuur moet in principe toereikend zijn voor de nieuwe activiteit, er mag geen sprake zijn van een onevenredige toename van verkeer. Indien een aanpassing van de infrastructuur benodigd en aanvaardbaar is, komen de kosten hiervoor voor rekening van aanvrager; 6. Parkeren dient op eigen erf plaats te vinden; 7. De ontwikkeling mag niet leiden tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat; 8. Er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de in de omgeving aanwezige functies en waarden; 9. Er mag gaan onevenredige afbreuk worden gedaan aan de belangen van derden; 10. In het bestemmingsplan/ het omgevingsplan/ de omgevingsvergunning worden verplichtingen opgenomen voor de aanleg en instandhouding van de verplichte landschappelijke inpassing.

Daarnaast worden in een overeenkomst aanvullende voorwaarden opgenomen die van belang zijn voor de gemeentelijke juridische borging; 11. Een gecombineerde toepassing van de in deze notitie opgenomen beleidsregels is mogelijk, mits hierbij voldaan wordt aan alle voorwaarden zoals die gelden voor de toepassing van de betreffende beleidsregels.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1095/documents/23256