CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen.pdf

Commissie Omgeving en Economie 16 januari 2024, gemeente TubbergenBij agendapunt: 9: Vaststellen bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen28.557 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen 51

52

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen

Hoofdstuk 8 zienswijzen

Vooroverleg, inspraak en

8.1 Vooroverleg 8.1.1

Het Rijk

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat de gewenste ontwikkeling geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 8.1.2

Provincie Overijssel

Op basis van artikel 3.1.1, lid 2 van de Bro heeft de provincie de mogelijkheid om plannen aan te wijzen waarvoor geen vooroverleg is vereist. De provincie Overijssel heeft van deze mogelijkheid gebruikt gemaakt en een zogenoemde ‘Vooroverleglijst ruimtelijke plannen’ opgesteld. Voor plannen in de groene omgeving/ buitengebied is in deze lijst onder B, lid 4 opgenomen: 4. Nieuwe ontwikkelingen en uitbreiding met KGO Plannen/omgevingsvergunningen waarvoor de KGO van toepassing is, wanneer deze passen binnen een gemeentelijk beleidskader (vastgesteld door de raad) dat door de provincie is beoordeeld als zijnde in overeenstemming met de Omgevingsvisie Overijssel, Omgevingsverordening en Werkboek KGO. In dit beleidskader staat in ieder geval: op welke wijze de balans tussen ontwikkelingsruimte en kwaliteitsprestaties wordt bepaald, op welke wijze via het proces binnen de gemeentelijke organisatie geborgd wordt, dat de gewenste ruimtelijke kwaliteit wordt behaald. De goede werking van dit beleidskader moet zich bewezen hebben bij een aantal casussen waarover de provincie positief advies heeft uitgebracht. Voor plannen en besluiten die (tevens) andere provinciale belangen raken (zoals NNN, waterveiligheid en verblijfsrecreatie) blijft vooroverleg noodzakelijk.

De in voorliggend bestemmingsplan besloten ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt op basis van de beleidsregel 'Buitengebied met kwaliteit' van de gemeente Tubbergen. Hierin is de gemeentelijke beleidsinvulling van het provinciale KGO-beleid opgenomen. Zoals uit paragraaf 4.3.2 blijkt is de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met het gemeentelijke KGO-beleid. Gelet op vorenstaande is vooroverleg met de provincie Overijssel niet noodzakelijk. 8.1.3

Waterschap Vechtstromen

In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De uitkomsten van deze watertoets hebben geleid tot de 'korte procedure'. Het waterschap geeft hiermee een positief wateradvies. De beantwoording van de vragen heeft er niet toe geleid dat er nader overleg met het waterschap moet worden gevoerd.

8.2 Inspraak Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, is afgezien van een voorontwerpbestemmingsplan.

8.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 4 oktober 2023 voor een periode van zes week voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. Het bestemmingsplan wordt ongewijzigd vastgesteld.

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen 53

54

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen

Bijlagen bij de toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen 55

Bijlage 1

56

Ruimtelijk kwaliteitsplan

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen

RU I M T E L I J K K WA L IT E IT S P L A N K G O •

Ootmarsumseweg 81 - Albergen •

Tubbergen, 5 september 2023 - Versie 1 Definitief

Project: KGO

2

Afbeelding: Ontwikkeling Ootmarsumseweg 81 Albergen (Bron: N+L Landschapsontwerpers)

Ruimtelijk kwaliteitsplan Project:

KGO

Locatie: Ootmarsumseweg 81 Albergen

Titel rapport

RKP KGO - Ootmarsumseweg 81 Albergen

Opgesteld:

28 december 2019, Tubbergen

Gewijzigd:

5 september 2023

Status:

Versie 1 - Definitief

Auteur:

N+L Landschapsontwerpers Ing. NH Oldenzaalseweg 38 7651 KC Tubbergen 06-83337880 info@nl-landschap.nl www.nl-landschap.nl

3

4

1. Aanleiding

05

2. Huidige situatie

06

3. Beleid

08

4. Nieuwe situatie

16

Aanleiding Aan de Ootmarsumseweg 81 in Albergen is de accommodatie van van der Aa Sporthorses gelegen. Het betreft een internationale en professionele springen rijhal waarbij de focus ligt op de ontwikkeling van paard en rijtalent voor springpaarden en rijpaarden. De locatie is geschikt om langere tijd te oefenen / ontwikkelen. Het bedrijf opereert sinds 2000 en heeft onder meer 22 stallen voor paarden, stapmolens, een indoor en outdoor rijbaan, een springbak en paddocks. Door de jaren heen heeft het bedrijf diverse toppaarden ontwikkeld.

De gemeente eist voor de locatie een landschappelijke inpassing. In dit document wordt daarom de landschappelijke inpassing uiteengezet door middel van een ruimtelijk kwaliteitsplan. Er wordt een beschrijving gegeven van de locatie en het omliggende landschap. Daarna worden het beleid en de uitgangspunten van de actoren in beeld gebracht. Dit vormt de basis voor de beschrijving van de nieuwe situatie, inclusief de landschappelijke inpassing en de investering die voldoet aan het beleid opgesteld door de gemeente Tubbergen.

Om onder meer materieel, stro en ander soortige opslag op het bedrijf te kunnen herbergen heeft men het voornemen om een kapschuur te bouwen. Binnen de huidige bestemming “Agrarisch-Paardenhouderij” is geen ruimte meer om een kapschuur te bouwen. Daarom moet de bestemming worden verruimd om de kapschuur te kunnen bouwen. De gemeente Tubbergen heeft na het indienen van een principeverzoek via een principebesluit laten weten mee te willen werken aan het verzoek. Omdat de ontwikkeling niet binnen de bestaande bestemming past moet de initiatiefnemer gebruik maken van de regeling Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). Via deze regeling kan een initiatiefnemer een uitbreiding aanvragen die naar aard en omvang passend is voor de locatie. Als tegenprestatie voor de uitbreiding dient de ondernemer te investeren in de ruimtelijke kwaliteit.

5

Huidige situatie bouwlocatie Het plangebied is gelegen in een gebied dat is te omschrijven als beekdalgebied. Dergelijke laagten zijn ontstaan door dat abiotische en biotische processen inwerken op de ondergrond van bodem en geologie. Dit is ontstaan in de laatste ijstijd waar vervolgens zandruggen en beekdalen na verloop van tijd zijn geërodeerd. Beekdalen zijn doorgaans de laagste (natte) delen van het land. Gelet op de ligging direct naast een stuwwal is er sprake van hoogteverschillen. Hoogteverschillen verdwenen ten dele door de moderne landbouw (egaliseren), maar ondanks de landbouw zijn de hoogteverschillen nog zichtbaar gebleven. Vooral steilranden hebben het moeten ontgelden en zijn verdwenen of vlak geschoven. Essenlandschap Het erf is al oud en is zichtbaar op kaarten van voor 1900. Het erf maakt op een gebruikelijke wijze onderdeel uit van een lint aan verspreide bebouwing rondom de open es waarbij bebouwing veelal afgewisseld wordt met landschapselementen. Het plangebied ligt in het essenlandschap en is aan het begin van de jaren ‘30 ingrijpend veranderd. Aanvankelijk was er sprake van een kleinschalig landschap rondom de es, maar daarvan is niets meer over. De grens van de oorspronkelijke, kleinschalige omlijsting van de es is min of meer verdwenen en opgetrokken tot aan de bebouwing en/of de wegen die rondom gelegen zijn.

De hoogte is nog altijd te ervaren, maar er is geen sprake meer van cultuurhistorische steilranden. Nieuwe elementen De overgang naar de es is onherstelbaar beschadigd. Het is onmogelijk om met nieuwe landschapselementen de oorspronkelijke kleinschaligheid terug te brengen. Een uitzondering is te maken als er sprake is van een groot integraal 6

masterplan. Individuele ontwikkelingen kunnen in elk geval niet bijdragen aan het herstel. Geaccepteerd moet worden dat de nieuwe overgang naar de open es is verplaatst en dat de achterzijde van de erven een open karakter hebben. Erfopzet Het erf vormt samen met meerdere erven een lintbebouwing richting het dorp Albergen aan de Ootmarsumseweg. De erven maakten deel uit van de omlijsting van de open es en vormden als gebruikelijk een omlijsting van bebouwing in combinatie met vele landschapselementen. Hoewel de landschapselementen, en daarmee het kleinschalig landschap, zijn verdwenen kent het erf wel een relatief gebruikelijke opzet. De hoofdwoning staat aan de voorzijde van het erf met daarachter de schuren en/of stallen en stapmolens. Minder gebruikelijk is de stal die achter de erven is gebouwd, maar de aanleiding daarvoor zal het behoud van het landschapselement zijn geweest. De houtopstand was aanvankelijk meer met elkaar verbonden. In de nieuwe erfopzet (waaronder een nieuwe woning) is dit meer open geworden. Onder meer is er een rijbak bijgekomen. De overige gronden zijn in agrarisch gebruik. In de nieuwe situatie dienen opstallen achter de woning gebouwd te worden. Het lijkt landschappelijk niet gewenst om de greppel en dus de landschappelijke grens aan de achterzijde te doorkruizen. Bebouwing moet dus binnen deze grens blijven.

Planlocatie omstreeks 1910 (boven) en 1935 (onder). (Bron: topotijdreis.nl)

Locatie plangebied aan de westzijde van Albergen. (Bron: geo.overijssel.nl)

Locatie plangebied aan de Ootmarsumseweg. (Bron: geo.overijssel.nl)

7

Beleid 3.1 Omgevingsvisie Overijssel Het provinciaal beleid van Overijssel is verwoord en vastgelegd in meerdere plannen. De belangrijkste is de Omgevingsvisie 2017 welke is vastgesteld op 12 april 2017. In de visie bakent de provincie af wat zij voor de fysieke leefomgeving in Overijssel van provinciaal belang vinden. De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In de visie worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur bekeken in samenhang met een duurzame ontwikkeling van onze leefomgeving. Het beleid staat primair in dienst van de sociaaleconomische ontwikkeling van Overijssel om het toekomstbestendig te houden. Rode draden en beleidsambities De opgaven en kansen zijn vertaald in centrale beleidsambities en negen beleidsthema’s. Deze worden benaderd vanuit de rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit waarvoor thema overstijgende kwaliteitsambities zijn geformuleerd. Vanuit het uitvoeringsmodel (of, waar en hoe) worden generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken beschreven. Generieke beleidskeuzes: Deze keuzes vloeien voort uit keuzes van EU, Rijk of Provincie. Het zijn keuzes die bepalend zijn of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. Vooral

8

reserveringen voor integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, ruimtegebruik, waterveiligheid, externe veiligheid, LOG gebieden en begrenzingen als Nationale Landschappen, NNN-gebieden (natuurnetwerk Nederland) en de EHS zijn voorbeelden van generieke beleidskeuzes. Daarnaast zijn er gebied specifieke beleidskeuzes. De beleidskeuzes hebben geen invloed op de voorgenomen ontwikkeling. Ontwikkelingsperspectieven: In de visie zijn drie ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en drie voor de stedelijke omgeving. Deze perspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. Het plangebied is aangemerkt als “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap”. Dat betekent dat diverse functies verweven moeten worden. Het belangrijkste land gebruik blijft melkveehouderij en akkerbouw, maar aan de andere kant is er ruimte voor landschap, natuur, milieubescherming, cultuurhistorie, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. In elk geval staat de ambitie, “voortbouwen op kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen”, voorop. De voorgenomen ontwikkeling past bij de gestelde ambitie indien de kenmerken waar mogelijk behouden blijven. De locatie ligt tegen het perspectief “Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap” aan.

De uitbreding zal hier echter net geen onderdeel vanuit gaan maken.

Ontwikkelingsperspectief, het plangebied is lichtgroen wat betekent “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl)

9

Gebiedskenmerken Tenslotte wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de gebiedskenmerken. Er zijn vier lagen te onderscheiden (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving). Er gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Er staat omschreven in een catalogus gebiedskenmerken welke kenmerken diverse gebieden en hoe een ontwikkeling invulling dient te krijgen. De gebiedskenmerken zijn richtinggevend op aspecten als landschap, infrastructuur, milieu, bodem en cultuurhistorie. De stedelijke laag is niet opgenomen; deze is niet relevant wat betreft de voorgenomen ontwikkeling. Natuurlijke laag De natuurlijke laag is aanvankelijk ontstaan zonder toedoen van de mens door onder andere invloeden van abiotische processen als de ijstijden, de wind en water. Zoals grote delen van Overijssel bestond ook het plangebied uit beekdalen en dekzandvlakten met beperkte reliëfverschillen. In de jaren zijn de hoogteverschillen onder andere door zandverstuivingen, het ontginnen van de heidecomplexen en de ontwikkeling in de landbouw nagenoeg verdwenen. Hoogte verschillen rondom het plangebied zijn echter nog wel goed waar te nemen. Laag van cultuurlandschap Door menselijk ingrijpen in de natuurlijke omstandigheden ontstaat er een (agrarisch) cultuurlandschap.

Essenlandschappen behoren tot de oudste landschappen. Door de hoge ligging waren de gronden uitstekend geschikt

10

voor de teelt van gewassen zoals graansoorten. Bebouwing maakte samen met een veelvoud aan landschapselementen onderdeel uit van een groene omlijsting rondom de open es. Tijdens het in gebruik nemen van het landschap was er een functionele behoefte, maar werd er nooit nagedacht over de schoonheid van het landschap. Nu waarderen wij juist de ingrepen die destijds plaats hebben gevonden. In dit geval zijn echter vele landschapselementen verdwenen. De oorspronkelijke grens van de groene omlijsting naar de open es is verdwenen waardoor de nieuwe grens nagenoeg direct achter de huidige erven is komen te liggen. Er is sprake van een onherstelbare situatie. Individuele processen kunnen niet meer bijdragen aan het herstel van een meer kleinschalig aanzicht. In de huidige situatie moet daarom de nieuwe (open) grens worden gerespecteerd. Het erf moet een duidelijke verbinding hebben met het open landschap. Laag van de beleving De donkere gebieden zijn veelal de buitengebieden van onder andere Overijssel. Waar elders dorpen, autowegen, kassengebieden en attractieparken zorgen voor licht, is het buitengebied een plek waar men nog de sterrenhemel kan waarnemen. De ambitie is om donkere plekken te behouden en waar mogelijk nog donkerder te maken. De ontwikkeling houdt rekening met deze ambitie. Er wordt geen onnodig licht toegevoegd.

Oorspronkelijke grens tussen omlijsting en es. (Bron: topotijdreis.nl)

(Links) Natuurlijke laag; het plangebied is omschreven als “beekdalgebied”. (Midden) Laag van Cultuurlandschap; het plangebied is omschreven als “essenlandschap”. (Rechts) Laag van de beleving: het plangebied is omschreven als “donkerte”. (Bron: overijssel.tercera.nl)

11

3.2 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KiGO)

De gemeenten Tubbergen en Dinkelland hebben gezamenlijk de uitwerking van de omgevingsvisie opgepakt. Bij elke ontwikkeling dient de aantasting van de landschappelijke en ecologische waarden gecompenseerd te worden. Bij een grootschalige ontwikkeling dient men naast een basisinspanning en een extra investering aan te bieden. Men onderscheidt een aantal stappen: -

Wat is de omvang van de ontwikkeling; Welke locatie wordt er voorgesteld voor de elementen; Maken de gronden deel uit van bepaalde natuurwaarden; Welk landschapstype en bouwstenen zijn van toepassing; Welke ambities en streefbeeld moet er nagestreefd worden;

-

Waar en hoe kunnen wij daaraan voldoen?

In dat proces wordt er, net als bij de omgevingsvisie gekeken naar vier lagen; de natuurlijke, de agrarische, de stedelijke en de laag van de beleving. De kwaliteitsimpuls moeten zonder meer bijdrage leveren aan een stevig en robuust landschappelijk raamwerk. Onder andere kunnen de verdwenen kenmerken terug worden gebracht. Het volgende uit het KiGO is van toepassing op de uitbreiding van het bouwblok:

12

‘‘Bij elke ontwikkeling op een bestaand bouwblok waarbij meer dan 500m3 bebouwing wordt toegevoegd, geldt op basis van de regels van het bestemmingsplan Buitengebied en het gemeentelijk beleid, de noodzaak tot landschappelijke inpassing. Zodra sprake is van een grootschalige ontwikkeling, geldt een meer gebiedsgerichte benadering. Indien er een bestemmingsplanprocedure genoodzaakt is, wordt een ontwikkeling gezien als grootschalig. De Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is dan van toepassing, náást de basisinspanning. Dat geldt voor nieuwe functies en grootschalige uitbreiding van bestaande functies in het buitengebied.’’ Om de bijdrage KGO te bepalen is er een berekening opgesteld. In dit geval vindt er een vergroting plaats van het bestaande bouwvlak. Totaal gaat het om een vergroting van 3208,66 m2. Daarnaast is de bestemming bos/natuur voor de houtsingel opgenomen om de inpassing extra te kunnen borgen. Totaal is er daarom sprake van een subtotaal van € 49.980,76. Omdat er sprake is van een functioneel aan het buitengebied verbonden activiteit geldt er een investering van 25% van het subtotaal. Daarom volstaat een investering van € 12.495,19. Kosten voor het landschapsontwerp (met een maximum van 10%) kunnen worden afgetrokken, evenals de kosten voor het kwaliteitsteam. Omdat het 1 bezoek betreft is dat € 250,--.

De bijdrage voor een investering in de ruimtelijke kwaliteit bedraagt daardoor € 10.995,67.

KGO berekening voor de ruimtelijke investering. (Bron: N+L)

13

Er is in de buurt en de omgeving gezocht naar mogelijkheden voor een ruimtelijke investering. Het is echter niet gelukt om op dit moment binnen de gemeente een project te vinden vinden waarvoor de KGO-bijdrage gebruikt kan worden. De kosten voor groen maken onderdeel uit van de basisinspanning en mogen derhalve niet meegerekend worden. Deze maatregelen zijn vertaald onder hoofdstuk 5. De initiatiefnemer maakt daarom gebruik van de mogelijkheid om het bedrag in het groenfonds van de gemeente Tubbergen te storten. Daar worden de volgende voorwaarden aan gekoppeld: -

Het bedrag (€ 10.995,67) wordt gestort in het gemeentelijk groenfonds voor investeringen in het landschap en/of de ruimtelijke kwaliteit in zijn algemeenheid binnen de gemeente Tubbergen.

3.3 Casco benadering Noordoost Twente De gemeente Tubbergen hanteert, vooral ter bescherming van het bestaande landschap, het casco beleid. Door het casco beleid is het mogelijk om via een kaart te achterhalen of een ontwikkeling wel of niet in strijd is met elementen welke tot de casco behoren. Elementen als onderdeel uitmakend van de Casco zijn in principe niet te verwijderen. Bestaande casco elementen worden in de voorgenomen ontwikkeling niet verplaatst of gewijzigd. Het casco beleid onderschrijft de eerder opgemaakte landschapsanalyse: de openheid dient gerespecteerd te worden. Hoewel het aanwezige landschapselement als “te verplaatsen” is opgenomen, blijft deze behouden. Deze draagt nog enigszins bij aan de herkenning van de oorspronkelijke indeling van het landschap.

14

Fragment van de Cascokaart behorende bij de Casco benadering NOT. (Bron: gisopenbaar.overijssel.nl)

15

Nieuwe situatie Voorwaarde voor deelname aan de rood voor rood regeling is de sloop van Het bestaande erf blijft nagenoeg ongewijzigd. De woning is vrij recentelijk nieuw gebouwd (2012). Aanvankelijk stonden daar (landschap ontsierende) gebouwen. In 2013-2014 heeft een verdere (her)inrichting plaats gevonden met betrekking tot de aanleg van de rijbak en een stapmolen. In de nieuwe situatie vinden geen mutaties plaats anders dan de bouw van een kapschuur (C) aan de noordzijde. De locatie van de kapschuur aan de noordzijde van de bestaande rijhal is goed te onderbouwen. Door de diversiteit aan functies op het erf is geen andere geschikte locatie aan te wijzen. Los daarvan is het belangrijk om de openheid van het erf en de achterliggende es te beschermen. Het bouwen van een bouwwerk aan de noordoostzijde is landschappelijk niet wenselijk en levert bovendien een ongewenste functionele indeling op. Er zou in dat geval veel meer verharding toegevoegd moeten worden. Om de kapschuur in te passen is gekozen voor de aanleg van een robuust landschapselement (J/P) aan de achterzijde. Het erf krijgt daardoor min of meer een rug waarmee de bebouwing de gewenste inpassing krijgt in relatie met de open es. Er is bewust niet gekozen voor een sluitende beplanting over de gehele achterzijde van het erf (langs de watergang, K).

Het aanbrengen van beplanting zou de relatie met de open es ten einde brengen. Het erf moet juist de (open) verbinding behouden. Laatstgenoemde is in lijn met het gestelde beleid. Ter volledigheid wordt aan de westzijde een (nieuwe) haag ingeplant om het erf een meer verzorgde inpassing mee te geven.

16

Maatregelen: Nieuw aan te planten haag (I) Het aanplanten van een haag met Carpinus betulus met 5 stuks per m1 in de aanplantmaat 80-100 (hoogte in centimeters). Nieuw aan te planten beeldbepalende boom (J) Het aanplanten van een linde met de aanplantmaat 16-18 (stamomtrek in centimeters) en voorzien van twee boompalen. Nieuw aan te planten struweelbeplanting (P) Het aanplanten van een struweelbeplanting met 285 stuks in gemiddeld 5 rijen in een driehoeksverband. De plantafstand bedraagt 1 meter in en tussen de rijen. Het sortiment bestaat uit hazelaar, lijsterbes, Gelderse roos, inlandse vogelkers, zomereik en berk in een gelijke verhouding. Alle genoemde maatregelen vallen onder de basisinspanning. De gevraagde investering (zie hoofdstuk 3) wordt gestort in het gemeentelijke groenfonds. Daarmee wordt voldaan aan het gestelde beleid.

A:

Best aande woning .

B:

Best aande schuren.

C:

Nieuw te bouwen kapschuur op basis van KGO regeling .

K N

D:

St apmolen (best aand).

E:

Paardrijbak.

F:

Erfverharding.

G:

Best aande houtopst anden rondom plangebied.

H:

Best aande hagen.

I:

Nieuw aan te planten haag ter inpassing van de nieuw te bouwen kapschuur. Soort Carpinus betulus met 5

G

stuks per m1. Kwaliteit van aanplant 80-10 0 (hoogte in

J P

centimeters).

G

J:

Q

E O

F D I

Nieuw aan te planten beeldbepalende linde in de maat 16-18 (st amomtrek in cm), voorzien van 2 boompalen.

C

K:

Berm/ruigte/watergang .

L:

Best aande inritten.

M:

Gazon/tuin.

N:

Gronden in agrarisch gebruik.

O:

Overkapping nabij paardenbak.

P:

Nieuw aan te planten struweelbeplanting (houtsingel) met struikvormers. Beplanting is 5-rijig , tot aal 285 exemplaren. Aanplant met hazelaar, lijsterbes,

B

Gelderse roos, inlandse vogelkers en zomereik en berk (eventueel als boomvormers, maar in principe als hakhout te beheren). Maatvoering 80-10 0 (hoogte in

G

H

centimeters). De ondergrond wordt bestemd als

B

bos+natuur om de inpassing goed te kunnen borgen. Tot aal 402,90 m2 groot. Q:

Aangepaste bestemming paardenhouderij.

A M

H

H

L

L Kaartbeeld 1935 (Bron: topotijdreis.nl)

Nieuwe situatie, niet op schaal. (Bron: N+L Landschapsontwerpers) Project:

KGO

Getekend:

NH

St atus:

DO

Adres:

Ootmarsumseweg 81

Datum:

26-07-2023

Aant al pag .:

1

Woonplaats:

Albergen

Gecontroleerd:

-

Formaat:

A3

Schaal:

1:10 0 0

Noord:

Tekening is noordgericht

nl-landschap.nl

17

l a n d s c h a p s o n t w e r p e r s

Oldenzaalseweg 38 • 7651 KC Tubbergen • info@nl-landschaps.nl • www.nl-landschap.nl

Bijlage 2

Watertoetsresultaat

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen 75

Digitale Watertoets

Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.

Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Korte procedure

Op basis van onderstaande locatie

01-06-2023 15:19

1

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets

Vragen en antwoorden uit de check Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt?

nee

Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd?

nee

Is er in of rondom het plangebied sprake van wateroverlast of grondwateroverlast?

nee

Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 1500m2?

nee

Wordt op het perceel hemelwater (HWA) en afvalwater nee (DWA) verzameld in dezelfde rioolbuis? Maakt het plan deel uit van een groter plan dat in ontwikkeling is?

nee

Worden er op bedrijfsmatige wijze activiteiten verricht nee waardoor het verharde oppervlak verontreinigd raakt? Bedraagt het verschil tussen de hoogte van de weg en nee de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 30 centimeter? Bedraagt het verschil tussen de GHG (Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand) en de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 80 centimeter?

nee

bargerveen

nee

beekherstel

nee

grondwaterbes_en_stiltegebied

nee

ruimtevoorvecht

nee

verbodszone diepe boringen

nee

zoekgebied

nee

primaire watergebieden

nee

RWZI

nee

strokenkaart

nee

persleidingen

nee

rioolgemalen

nee

keurzone

nee

gewijzigd klimaat

nee

huidig klimaat

nee

01-06-2023 15:19

2

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets

Details 1. Korte procedure Wat moet ik doen?

01-06-2023 15:19

3

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets Geachte heer/mevrouw,

U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets volgt u de korte procedure. Dit houdt in dat u direct door kunt gaan met de planvorming van uw plan onder de voorwaarde dat u de standaard waterparagraaf uit dit document toepast.

STANDAARD WATERPARAGRAAF

Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater) . Deze standaard waterparagraaf heeft betrekking op het plan.

Waterbeleid

De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen).

Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden.

Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen.

Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe """"eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren"""" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem.

Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe """"eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren"""" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het 01-06-2023 15:19

4

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst.

Wateraspecten plangebied Waterhuishouding Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1500m2. Het plangebied bevindt zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied.

Voorkeursbeleid hemelwaterafvoer In het plan wordt het afvalwater en het hemelwater behandeld via (de gekozen optie wordt hieronder bevestigd met ja): een gemengd stelsel een gescheiden stelsel: hemelwater wordt geinfiltreerd. ja een gescheiden stelsel: hemelwater wordt afgevoerd naar oppervlaktewater. hemelwater wordt afgevoerd naar een hemelwaterriool van een verbeterd gescheiden stelsel.

Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand(GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Kelders dienen waterdicht te zijn. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. In het plan wordt er naar gestreefd het voorkeursbeleid van het waterschap op te volgen.

Watertoetsproces De initiatiefnemer heeft het waterschap Vechtstromen geinformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding.

De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies.

Algemene info: In de procedurebepalingen van de Wro voor het bestemmingsplan is opgenomen dat de kennisgeving wordt toegezonden aan de instanties die bij het overleg zijn betrokken. De terinzagelegging van het bestemmingsplan kunt u zenden aan kennisgevingwro@vechtstromen.nl.

Verklaring Dit document is een automatisch gegenereerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en heeft verklaard dat alles naar waarheid is ingevuld. "" "

01-06-2023 15:19

5

https://dewatertoets.nl

Regels

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen 81

82

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan 'Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen' met identificatienummer NL.IMRO.0183.BUIBPOOTMWEG81-VG01 van de gemeente Tubbergen; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aan-huis-gebonden beroep of bedrijf: een dienstverlenend beroep of een bedrijf dat op kleine schaal in of bij een (bedrijfs)woning wordt uitgeoefend door de bewoner(s) van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, met dien verstande dat er geen detailhandel is toegestaan met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis verbonden beroep of bedrijf; 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 afzetten van hakhout: het bij wijze van onderhoudsmaatregel vlak boven de stobbe verwijderen van alle bovengrondse delen van hakhout, zodanig dat dit weer kan uitlopen; 1.7 agrarisch aanverwant bedrijf: een bedrijf, dat in nauwe relatie staat

tot het agrarisch bedrijf, waarvan de werkzaamheden in hoofdzaak bestaan in de vorm van het houden van dieren en/of het telen en bewerken van gewassen, maar niet in hoofdzaak gericht op het voortbrengen van producten, al dan niet in combinatie met het verlenen van diensten aan derden, zoals een gebruiksgerichte paardenhouderij; 1.8 agrarisch bedrijf: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren; 1.9 agrarisch gebruik: het gebruik van gronden voor het telen van gewassen en het houden van dieren; 1.10 ander bouwwerk: een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.11 archeologische waarden: oudheidkundige waarden in de bodem die van belang zijn voor de kennis en studie van (de culturele overblijfselen van) de beschavingsgeschiedenis; 1.12 archeologisch waardevol terrein: een terrein waarin zich voorwerpen of bewoningssporen van vroegere samenlevingen bevinden;

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen 83

1.13 bassin: een mest- of waterbak voor de opslag van mest of water ten behoeve van agrarische en glastuinbouwactiviteiten; 1.14 bebouwing: één of meer gebouwen en/of andere bouwwerken zijnde; 1.15 bed and breakfast: een verblijfsrecreatieve medegebruiksvorm als ondergeschikte activiteit in een (bedrijfs)woning, waarbij in de (bedrijfs)woning periodiek kortdurend recreatief verblijf wordt verschaft en ontbijt wordt geserveerd, gedreven door de bewoner(s) van die (bedrijfs)woning. Onder bed and breakfast wordt in ieder geval niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur; 1.16 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, een aan huis verbonden beroep daaronder niet begrepen; 1.17 bedrijfsgebouw: een gebouw, geen bedrijfswoning zijnde, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.18 bedrijfsmatig: gericht op het behalen van winst; 1.19 bedrijfsmatige kamerverhuur: een samenstel van (bedrijfs)ruimten, om aan anderen dan de rechthebbende en de personen behorende tot diens huishouden, woonverblijf te verschaffen al dan niet met gehele of gedeeltelijke verzorging, niet in de zin van een zelfstandige

woongelegenheid; een en ander kan blijken uit het feit dat voor de kamers afzonderlijk huur wordt berekend en/of betaald en elke kamer zelfstandig wordt bewoond, waarbij al dan niet sprake is van enkele gemeenschappelijke voorzieningen; 1.20 bedrijfswoning: een gebouw met woning op een terrein, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon die (dat) werkgerelateerd is met dat bedrijf. In geval de woning bij een gebouw of op een terrein wordt gebouwd, maken alle aangebouwde bijbehorende bouwwerken onderdeel uit van de bedrijfswoning; 1.21 bestaand: ten aanzien van de vóór 1998 aanwezige bouwwerken, ten aanzien van de legaal aanwezige bouwwerken en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, en het overige gebruik: bestaand ten tijde van het inwerkingtreden van het plan; 1.22 bestaande ammoniakemisie: a. bestaande aantal dierplaatsen voor de bestaande diersoorten, vermenigvuldigd met de emissiefactoren van het bestaande stalsysteem, waarbij geldt: 1. bestaand stalsysteem: het stalsysteem ten tijde van de vaststelling van het plan; 2. bestaande aantal dierplaatsen: het aantal legaal gerealiseerde dierplaatsen zoals aanwezig ten tijde van de vaststelling van het plan; 3. bestaande diersoorten: de diersoorten, waarvoor legaal gerealiseerde dierplaatsen zoals aanwezig ten tijde van de vaststelling van het plan zijn gebouwd; b.

onder bestaande ammoniakemissie wordt voorts gerekend de ammoniakemissie afkomstig uit een nog niet gerealiseerd stalsysteem, indien daarvoor ten tijde van de vaststelling van het plan sprake was van een volledig onherroepelijk vergunde situatie. Van een volledig onherroepelijk vergunde situatie is in ieder geval sprake indien ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan beschikt werd over een vergunning als bedoeld in artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998. 1.23 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak;

84

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen

1.24 bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016' het bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016' met identificatienummer NL.IMRO.0183.1410621-vg01 dat op 23 mei 2016 is vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Tubbergen; 1.25 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.26 bijbehorend bouwwerk: een architectonisch ondergeschikte uitbreiding van een woonhuis/bedrijfswoning dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend woonhuis/bedrijfswoning verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.27 boerderijkamers: Een kleinschalige overnachtingsaccommodatie, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf en of in combinatie met het serveren van ontbijt.

1.28 bomenrij: drie of meer bomen, al dan niet langs een bestaande of voormalige weg, watergang en/of perceel, visueel als samenhangend element herkenbaar; 1.29 boom: een houtachtig, opgaand gewas, zowel levend als afgestorven; 1.30 bosbouw: het geheel van bedrijfsmatig handelen en van activiteiten gericht op de instandhouding en ontwikkeling van bestaande respectievelijk nieuwe bossen ten behoeve van (de functies) natuur, houtproductie, landschap, milieu en recreatie; 1.31 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.32 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.33 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.34 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel; 1.35 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.36 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.37 casco: de voor een landschapstype kenmerkende landschapselementen; 1.38 cascobenadering: benadering, gericht op behoud en versterking van landschapstypen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen landschapselementen die deel uitmaken van het casco en behouden dienen te

blijven en landschapselementen die geen deel uitmaken van het casco en verplaatst kunnen worden vanwege agrarische, economische, infrastructurele en andere maatschappelijke belangen; bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen 85

1.39 containerteelt: het niet in de volle grond telen van gewassen, oftewel een niet-grondgebonden teelt; 1.40 cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt; 1.41 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.42 dunning: velling, welke uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd; 1.43 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.44 erfinrichtingsplan: een plan waarbij, na realisatie bebouwing tussen 1000 m3 en 3000 m3, het bouw- cq bestemmingsvlak is ingepast op een wijze die aantoonbaar past in het type landschap waarin het bouw- cq bestemmingsvlak is gelegen.

Hierbij is aangesloten op de “Richtlijnen objectivering casco Noord-Oost Twente” behorende bij de beleidsnota “De casco benadering in Noordoost-Twente', welke is vastgesteld op 2 juli 2012. De hierin opgenomen aanbevelingen worden opgevolgd bij het opnieuw aanleggen van landschapselementen. Het plan dient door het college te zijn goedgekeurd; 1.45 evenement: elke voor publiek buiten de daartoe ingerichte inrichtingen toegankelijke festiviteit, grootschalige sportwedstrijd, auto- of motorcrosswedstrijd, optocht, georganiseerd vuurwerk en alle overige tot vermaak en recreatie bedoelde activiteiten, met uitzondering van markten als bedoeld in de Gemeentewet, kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen en betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties, voorzover de activiteiten een aaneengesloten periode van ten hoogste 14 dagen omvatten; 1.46 extensief dagrecreatief medegebruik: een extensief dagrecreatief medegebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan, zoals wandelen, fietsen, paardrijden, kanoën, de aanleg van een vis- of picknickplaats, of een naar de aard daarmee gelijk te stellen medegebruik; 1.47 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.48 gebruiksgerichte

paardenhouderij een agrarisch aanverwant bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het africhten, het opleiden en het trainen, alsmede het opvangen en stallen van paarden en/of pony's in de vorm van een paardenpension, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.49 geluidsbelasting: de geluidsbelasting vanwege een weg, een industrieterrein en/of een spoorweg; 1.50 geluidsgevoelige functies: in een gebouw of op een terrein aanwezige functies die maken dat een gebouw of een terrein als geluidsgevoelig object wordt aangemerkt;

86

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen

1.51 geluidsgevoelige objecten: gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige gebouwen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit Geluidhinder; 1.52 geomorfologische waarden: de waarden van een gebied die uitdrukking geven aan de vormen van het aardoppervlak in verband met de wijze van hun ontstaan; 1.53 groepsaccommodatie: (deel van) een gebouw welke blijvend is bestemd voor recreatief nachtverblijf door groepen, waarbij wordt overnacht in slaapzalen en/of slaapkamers waar een dagverblijf beschikbaar is waarin de gasten mede huishoudelijke werkzaamheden verrichten; 1.54 hakhout: bomen of boomvormers, die na het afzetten tot op de stobbe weer uitlopen en waarbij periodiek afzetten voor de instandhouding ervan noodzakelijk is; 1.55 hoofdverblijf: het adres/de plaats die fungeert als het centrum van de sociale en maatschappelijke activiteiten van betrokkene, waarbij betrokkene moet zijn ingeschreven in de Gemeente Basisadministratie Persoonsgegevens op dat adres en/of betrokkene het adres heeft opgegeven bij de Belastingdienst als hoofdadres en/of uit de feitelijke omstandigheden blijkt dat het adres als hoofdverblijf moet worden aangemerkt; 1.56 houtopstand: boom of landschapselement; 1.57 houtteelt: de bedrijfsmatige uitoefening van uitsluitend de functie houtproductie op gronden die in principe hiervoor tijdelijk worden gebruikt en waarvoor

daartoe ontheffing is verleend van de meldings- en herplantplicht ex artikel 4.2 en 4.3 van de Wet Natuurbescherming, zoals die gold op het moment van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; 1.58 houtwal: lijnvormig beplantingselement van bomen, hakhout en/of struiken op een wallichaam, voor de instandhouding waarvan periodiek onderhoud noodzakelijk is; 1.59 huishouden: een zelfstandig dan wel samenwonend persoon of personen die binnen een complex van ruimten gebruik maken van dezelfde voorzieningen, zoals keuken, sanitaire voorzieningen en entree, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Bedrijfsmatige kamerverhuur en bijzondere woonvormen worden daaronder niet begrepen; 1.60 kampeermiddel: een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf, en geen bouwwerk is waarvoor ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is vereist; 1.61 kap: een dak met een zekere helling; 1.62 kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand;

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen 87

1.63 kas: een bouwwerk, niet zijnde een tunnelkas of een naar de aard daarmee vergelijkbaar bouwwerk, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander licht doorlatend materiaal, dienend tot het kweken van groente, vruchten, bloemen, bomen, struiken of planten; 1.64 kleinschalige duurzame energiewinning: winning van energie uit kleinschalige perceelsgebonden bronnen, waarbij weinig tot geen schadelijke milieueffecten optreden bij winning en omzetting en waarvan de bronnen in onuitputtelijke hoeveelheden beschikbaar zijn, zoals zon, wind, water, aard- en omgevingswarmte; 1.65 kleinschalig kampeerterrein: een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf.

Dit kampeerterrein of plaats heeft betrekking op een kampeerterrein voor een beperkt aantal kampeermiddelen; 1.66 landgoed: multifunctioneel gedeelte van het landelijk gebied met meerdere functies als landbouw, bosbouw, natuur- en landschapsbeheer, wonen, werken en recreatie, bestaande uit enkele van de volgende elementen: hoofdhuis (kasteel of buitenplaats of landhuis met tuin en/of park) en/of boerderijen al dan niet met gebouwde aanhorigheden, lanen, bos- en landbouwgronden, natuurterreinen en wateren, toebehorend aan één of meer natuurlijke of rechtspersonen, het welk doorgaans als een economische eenheid wordt beheerd om het als zodanig duurzaam in stand te houden; 1.67 landschappelijke waarden: waarden in verband met de verschijningsvorm van een gebied en de aanwezigheid van waarneembare structuren en/of elementen in dat gebied (bij de afweging van het begrip landschappelijke waarden zullen de landschappelijke kenmerken, zoals opgenomen in bijlage 2 van de toelichting van het bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016' steeds onderdeel van het toetsingskader zijn); 1.68 landschapselement: hakhout, een houtwal of singel, boomgroep, een natuurlijk bos of een productiebos, een bomenrij, begroeiing van heesters en struiken en erfbos; 1.69 landschapsplan: een plan waarbij, na realisatie bebouwing van meer dan 3000 m³, het bouw- cq bestemmingsvlak is ingepast op een wijze

die aantoonbaar past in het type landschap waarin het bouw- cq bestemmingsvlak is gelegen. Hierbij is aangesloten op hetgeen in het document Kwaliteitskader Gebiedskenmerken (KG) is opgenomen alsmede aan de “Richtlijnen objectivering casco Noord-Oost Twente” behorende bij de beleidsnota “De casco benadering in Noordoost-Twente', welke is vastgesteld op 2 juli 2012. De hierin opgenomen aanbevelingen worden opgevolgd bij het opnieuw aanleggen van landschapselementen. Het plan dient door het college te zijn goedgekeurd; 1.70 loon- en grondverzetbedrijf: een bedrijf dat in opdracht werkzaamheden verricht op het gebied van agrarisch loonwerk, cultuurtechnische werkzaamheden, grondverzet en grondwerkzaamheden; 1.71 manege-activiteiten: bedrijfsactiviteiten met een publieksgericht karakter, die zijn gericht op het bieden van gelegenheid tot het berijden en verzorgen van paarden en pony's (waaronder het lesgeven, de verhuur of het organiseren van wedstrijden en/of andere hippische evenementen) met daarbij behorende ondergeschikte horeca; 1.72 mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de

behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;

88

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen

1.73 mest- en/of biomassavergisting het onder gecontroleerde omstandigheden (volledig afgesloten van lucht) afbreken van organische verbindingen door bacteriën, waarbij productie van bio-energie, digestaatverwerking en compostering plaatsvindt; 1.74 natuurlijke waarden: de aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische, bodemkundige en biologische elementen voorkomende in dat gebied (bij de afweging van het begrip natuurlijke waarden zullen de Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet steeds onderdeel van het toetsingskader zijn); 1.75 normaal agrarisch gebruik: het regulier gebruik dat, gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor het agrarisch gebruik van de gronden; 1.76 normaal onderhoud: het onderhoud dat, gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer, behoud en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende bestemming behoren; 1.77 ondergeschikte tweede tak: een ondergeschikt bestanddeel van de totale bedrijfsomvang van een agrarisch bedrijf, zoals een intensieve tak veehouderij of een bedrijfseigen mest- en/of biomassavergisting; 1.78 overkapping: een bouwwerk, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand; 1.79 paardenpension: een bedrijf waar paarden van derden worden gestald; 1.80 paardentrainingsbedrijf: een bedrijf dat is gespecialiseerd in het africhten en opleiden

van paarden voor een bepaalde taak (africhtingsbedrijf); 1.81 parkeren: een geparkeerd voertuig is een voertuig dat langer stilstaat dan nodig is voor het in- en uitstappen of voor het laden en lossen. 1.82 peil: indien op het land wordt gebouwd: 1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 1.83 permanente bewoning: bewoning door een of meer personen die niet elders over een hoofdverblijf beschikken; 1.84 plattelandskamers: een kleinschalige overnachtingsaccommodatie, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf en of in combinatie met het serveren van ontbijt; 1.85 pot- en containerteelt: het kweken van planten en bomen in potten, containers of andere houders in een substraat op een doorlatende of een niet-doorlatende ondergrond los van de ondergrond; 1.86 productiegebonden detailhandel: een ondergeschikte vorm van detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, geteeld, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie;

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen 89

1.87 productiegerichte paardenhouderij een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering die is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het houden van paarden, waarbij al dan niet in ondergeschikte mate het africhten en de handel van paarden plaatsvindt; 1.88 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen voor of met een ander tegen vergoeding; 1.89 recreatief verblijf: verblijf dat plaatsvindt in het kader van de verblijfsrecreatie; 1.90 recreatiewoning een gebouw dat naar de aard en inrichting is bedoeld voor recreatief verblijf; 1.91 rooien: het met wortel en al verwijderen van een houtopstand; 1.92 ruimtelijk kwaliteitsplan: een plan waarbij, na realisatie bebouwing tussen 1000 m3 en 3000 m3, het bouw- cq bestemmingsvlak is ingepast op een wijze die aantoonbaar past in het type landschap waarin het bouw- cq bestemmingsvlak is gelegen. Hierbij is aangesloten op de “Richtlijnen objectivering casco Noord-Oost Twente” behorende bij de beleidsnota “De casco benadering in Noordoost-Twente', welke is vastgesteld op 2 juli 2012. De hierin opgenomen aanbevelingen worden opgevolgd bij het opnieuw aanleggen van landschapselementen.

Het plan dient door het college te zijn goedgekeurd; 1.93 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, prostitutie wordt verricht. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, een sekstheater, een seksautomatenhal, of een parenclub, of een daarmee gelijk te stellen bedrijf, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.94 singel: lijnvormig beplantingselement van bomen, hakhout en/of struiken, waarbij periodiek onderhoud voor de instandhouding ervan noodzakelijk is, niet gelegen op een wallichaam; 1.95 stacaravan/chalet: een kampeermiddel, al dan niet voorzien van een as/wielstelsel, dat mede gelet op de afmetingen kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstanden als een aanhangsel van een auto te worden voortbewogen; 1.96 toename van ammoniakemissie a. er is sprake van een toename van ammoniakemissie wanneer de emissie N/ha/jaar meer bedraagt dat de bestaande ammoniakemissie als bedoeld in 1.22; b.

als uitzondering op onderdeel a is geen sprake van een toename van emissie in strijd met dit bestemmingsplan wanneer het wijzigen van het bestaande aantal dierplaatsen, bestaande diersoorten en/of bestaande stalsystemen geen stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied; 1.97 vellen: het kappen of rooien van een houtopstand of verrichten van andere handelingen die de dood of ernstige beschadiging van een houtopstand tot gevolg kunnen hebben; 1.98 verblijfsrecreatie: een vorm van recreatie gericht op ontspanning of vrijetijdsbesteding van recreanten die elders hun hoofdverblijf hebben, en voor een bepaalde periode waarbij ten minste één overnachting plaatsvindt;

90

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen

1.99 voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of; indien het een gebouw betreft zonder of met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de feitelijke indeling van het gebouw, als voorgevel moet worden aangemerkt; 1.100 voorkeursgrenswaarde: de bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit Geluidhinder; 1.101 voormalig agrarisch bedrijf: een voormalig agrarisch bedrijf op een perceel waar op 28 december 1985 nog een agrarisch bedrijf actief was; 1.102 vrij beroep: een professionele dienstverlening, voornamelijk bestaande uit hoofdarbeid, waarbij gebruik wordt gemaakt van verworvenheden verkregen door een academische of hogere beroepsopleiding. Het vrije beroep dient te worden uitgeoefend door de gebruiker van de woning; 1.103 wonen: het gehuisvest zijn in een woning of wooneenheid; 1.104 woning: een complex van ruimten in een gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen 91

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2

de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. Voor overkappingen geldt een inhoud gerekend tussen de buitenzijde van de denkbeeldige gevelvlakken verticaal geprojecteerd vanaf de buitenzijden van de afdekking; 2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6

afstand tot de (bouw)perceelgrens:

tussen de grenzen van een bouwperceel en een bepaald punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd)gebouw, waar die afstand het kortst is; 2.7

de afstand tot de weg:

vanaf enig punt van een bouwwerk tot de as van de bestemming 'Verkeer' dan wel waar geen bestemming geldt, de as van de weg;

92

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 81 Albergen

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

Artikel 3 Agrarisch - 1 3.1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het agrarisch gebruik; b. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden; c. dagrecreatieve voorzieningen in de vorm van een ontvangstruimte ten behoeve van verkoop van eigen en streekeigen producten vanaf de boerderij, rondleidingen, en dergelijke; d. het uitvoeren van erfinrichtingsplannen en landschapsplannen; met daaraan ondergeschikt: e. f. g. h. i. j. k. l.

het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke waarden; doeleinden van agrarisch natuurbeheer; hobbymatig agrarisch gebruik; nutsvoorzieningen; extensief dagrecreatief medegebruik; wegen, ontsluitingswegen voor bebouwde percelen en agrarische kavelpaden; fiets- en wandelpaden; beken, plassen, poelen, vennen, sloten, en/of andere watergangen en/of -partijen, al dan niet mede bestemd voor waterberging; m. het bewerken van bedrijfseigen mest; met de daarbijbehorende: n. paardrijbakken binnen bouwvlakken; o. andere bouwwerken. 3.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1090/documents/23182