CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen Toelichting.pdf

Commissie Omgeving en Economie 6 juni 2023, gemeente TubbergenBij agendapunt: 9: Bestemmingsplan Buitengebied Hardenbergerweg 208 Langeveen23.061 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.0183.BUIBPHARDENBERW208VG01

Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Geldend bestemmingsplan 1.5 Leeswijzer

5 5 5 6 6 7

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Langeveen 2.2 Huidige situatie plangebied

9 9 9

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Autobedrijf H. Tijhuis 3.2 Gewenste ontwikkeling 3.3 Landschappelijke inpassing 3.4 Verkeer en parkeren

13 13 13 14 17

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

19 19 21 30

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodem 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Bedrijven en milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie en cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage 5.10 Water

37 37 37 38 39 41 43 44 47 48 49

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opbouw van de regels 6.3 Bestemmingen

51 51 51 52

Hoofdstuk 7

55

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 8 Vooroverleg en inspraak 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen

2

bestemmingsplan Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen

57 57 57 57

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen 3

4

bestemmingsplan Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Aan de Hardenbergerweg 208 in Langeveen bevindt zich het autobedrijf H. Tijhuis. Het autobedrijf is al ruim 25 jaar een begrip in gemeente Tubbergen. In de autohandel kan het aantal auto's per week behoorlijk fluctueren, het bedrijf heeft echter minimaal 100 auto's op voorraad staan, maar dat aantal kan ook fluctureren naar circa 200 auto's. Het autobedrijf is door de jaren fors gegroeid en kampt hierdoor met een tekort aan bedrijfs- en stallingsruimte. Het betreft hier met name een tekort aan verhard oppervlak voor het buiten stallen van auto's. De parkeervoorzieningen zijn momenteel deels gesitueerd buiten de vigerende bedrijfsbestemming op de (agrarische) gronden rondom van huidige bedrijfsperceel. Deze gronden zijn echter bestemd voor agrarische doeleinden en groenvoorzieningen. Als gevolg van bovengenoemde groei is de eigenaar (in het vervolg initiatiefnemer) voornemens het bedrijfsperceel te vergroten ten behoeve van de stalling van auto's middels de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO regeling). Daarnaast wil het bedrijf haar bedrijfsbebouwing (autogarage) verder uitbreiden met 645 m² om onder meer het aantal autoreparaties te kunnen vergroten. De gemeente Tubbergen heeft in december 2019 besloten in principe medewerking te verlenen aan de voorgenomen ontwikkeling. Dit besluit is op basis van het destijds vigerende gemeentelijk KGO-beleid genomen.

De gewenste ontwikkeling is niet in overeenstemming met de geldende bestemmingsplannen 'Tubbergen Buitengebied 2016' en 'Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan', waardoor een bestemmingsplanherziening noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin en toont aan dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening'. Opgemerkt wordt dat het bestaande bedrijfsperceel en de bijbehorende woning Hardenbergerweg 202 tevens onderdeel uitmaakt van dit bestemmingsplan, om deze percelen te voorzien van een actueel planologisch kader. Er wordt opgemerkt dat voorliggend bestemmingsplan nog is gebaseerd op het beleid 'Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Tubbergen (KGO)', maar dat op 12 juli 2022 de gemeenteraad heeft ingestemd met een afwijking van het overgangsrecht in het beleid ‘Buitengebied met kwaliteit’ om dit plan af te ronden onder het oude beleid voor het buitengebied. Voor dit plan was immers binnen de drie maanden overgangstermijn een concept-bestemminsgplan ingediend. Echter was er onvoldoende tijd om de bestemmingsplannen en bijbehorende onderzoeken te (laten) toetsen om ze zodoende op tijd in ontwerp ter inzage te leggen. Op basis van voorgenoemd raadsbesluit wordt voorliggend bestemmingsplan daarom afgerond onder het 'oude' beleid.

1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied ligt aan de Hardenbergerweg 208 in het (zuid)oostelijke gedeelte van de kern Langeveen. Afbeelding 1.1 geeft de ligging van het plangebied ten opzichte van de directe omgeving en ten opzichte van de kern Langeveen weer. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

bestemmingsplan Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen 5

Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied ten opzichte van Langeveen en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK)

1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0183.BUIBPHARDENBERW208-VG01); regels (met bijbehorende bijlagen) Op de verbeelding zijn de bestemmingen binnen het plangebied aangegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan, maar maakt geen onderdeel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4 Geldend bestemmingsplan 1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen ''Tubbergen Buitengebied 2016" en "Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan". Het bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016" is op 23 mei 2016 door de gemeenteraad van de gemeente Tubbergen vastgesteld. Op 15 december 2020 is het bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan" vastgesteld. Op basis van het vigerende bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016" is het plangebied bestemd met de enkelbestemmingen 'Bedrijf', 'Wonen', 'Agrarisch -1' en 'Groen' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. Binnen de bedrijfsbestemming zijn de functieaanduidingen 'bedrijfswoning uitgesloten' en 'specifieke vorm van bedrijf-garagebedrijf' opgenomen, samen met het maatvoeringsvereiste 'maximum oppervlakte:750 m²'. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de geldende bestemmingsplan weergegeven, waarop het plangebied met de rode contour is aangegeven.

Afbeelding 1.2 Uitsnede verbeelding geldende bestemmingsplan (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.4.2

Beschrijving bestemmingen

Bedrijf Gronden met de bestemming 'Bedrijf' zijn met name bestemd voor bedrijven in de categorieën 1 en 2 die zijn 6

bestemmingsplan Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen

genoemd in de als bijlage bij de regels toegevoegde Staat van Bedrijfsactiviteiten. Daarnaast zijn niet zelfstandige kantoren, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, parkeervoorzieningen, wegen, paden, tuinen, erven en terreinen toegestaan. Ter plaatse van het plangebied zijn de gronden eveneens expliciet bedoeld door een garagebedrijf (specifieke vorm van bedrijf - garagebedrijf). Per bestemmingsvlak mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van één bedrijf worden gebouwd. De bouwhoogte mag ten hoogste 12 meter bedragen. Het bebouwingsoppervlak mag ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingsoppervlakte' aangegeven bebouwingsoppervlak bedragen; in dit geval 750 m². In voorliggend geval is er geen bedrijfswoning toegestaan, vanwege de opgenomen functieaanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten'. Groen Gronden met de bestemming 'Groen' zijn met name bestemd voor groenvoorzieningen. Daarnaast zijn voet- en fietspaden, in- en uitritten, parkeervoorzieningen, kunstwerken, kunstobjecten, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, ten behoeve van afvoer, (tijdelijke)berging en infiltratie van hemelwater, openbare nutsvoorzieningen, evenementen en verkeersvoorzieningen toegestaan. Agrarisch - 1 Gronden met de bestemming 'Agrarisch - 1' zijn met name bestemd voor het agrarisch gebruik.

Daarnaast zijn de gronden ook bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden, doeleinden van agrarisch natuurbeheer en hobbymatig agrarisch gebruik. Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor woonhuizen en bijbehorende bouwwerken. Met daaraan ondergeschikt kleinschalige duurzame energiewinning, wegen en paden, water. Dit met de daarbijbehorende tuinen, erven en terreinen, paardrijbakken, parkeervoorzieningen en andere bouwwerken. Voor het bouwen van hoofdgebouwen en aangebouwde bijbehorende bouwwerken geldt dat als hoofdgebouwen uitsluitend woonhuizen mogen worden gebouwd en dat per bestemmingsvlak ten hoogste één hoofdgebouw met één woning is toegestaan. Waarde - Archeologie 4 Gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van archeologische waarden.

1.4.3

Strijdigheid

Het vergroten van het bedrijfsperceel op de gronden met de bestemming 'Agrarisch - 1' is, vanwege het ontbreken van de gebruiks- en bouwmogelijkheden, niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Daarnaast is het uitbreiden van de bestaande bedrijfsbebouwing in strijd met de bouwregels inzake de maximale oppervlakte zoals opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is daarom noodzakelijk om het voornemen te kunnen realiseren. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kaders om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie in en rondom het plangebied. In hoofdstuk 3 is de beschrijving van het voorgenomen plan opgenomen. Hoofdstuk 4 behandelt het relevante beleid. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de relevante omgevingsaspecten en de wateraspecten. Hoofdstuk 6 gaat in op bestemmingsplansystematiek en licht de bestemmingen toe. In hoofdstuk 7 wordt de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan toegelicht, gevolgd door de maatschappelijke uitvoerbaarheid in hoofdstuk 8.

bestemmingsplan Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen 7

8

bestemmingsplan Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

2.1 Langeveen Langeveen ligt op de grens van het dekzandgebied naar het jong heide- en veenontginningsgebied. Van oorsprong vormde de Hardenbergerweg een belangrijke doorgaande route vanuit het veengebied naar Twente. De kern is te karakteriseren als een hoogveenrandwegdorp. Veenontginning verliep als volgt: kolonisten namen als ontginningsbasis een natuurlijke waterloop of een rand van een oud ontgonnen gebied. Loodrecht op de ontginningsbasis werden de sloten gegraven, waardoor een kenmerkende slotenverkaveling ontstond. De sloten zorgden voor ontwatering van de strook, zodat het veen droog genoeg werd om in cultuur te brengen. Elke kolonist bouwde een boerderij op de eigen strook en langs de ontginningsbasis. Hierdoor ontstonden langgerekte dorpen. In het midden van de jaren ‘90 is Langeveen sterk uitgebreid met woningen. Het dorp strekt zich tussen twee doorgaande wegen, de Hardenbergerweg en de Langehaarsweg. Na 1950 is de Langehaarsweg verbreed en is de Hardenbergerweg ontlast met het verkeer dat naar en uit Twente komt. Langeveen bestaat ruimtelijk gezien uit twee kerngebieden, een noordelijk en zuidelijk deel, met daartussen een groen (bos)gebied en de sportvelden. De in het dorp aanwezige maatschappelijke voorzieningen bevinden zich met name in het noordelijk deel.

Daarnaast beschikt Langeveen over een bedrijventerrein, welke is gelegen aan de zuidwestzijde van Langeveen ten zuiden van de Vasserdijk.

2.2 Huidige situatie plangebied Het plangebied is gelegen aan de Hardenbergerweg 208 te Langeveen, ten zuiden van het bedrijventerrein van Langeveen. De ruimtelijk-functionele structuur van de omgeving van het plangebied is divers. In de directe omgeving liggen voornamelijk woonpercelen en verspreid (agrarische) bedrijvigheid en agrarische cultuurgronden. Direct ten westen en grenzend aan het plangebied ligt het zuidelijk deel van de woonkern Langeveen. Ten oosten van het plangebied zijn landbouwgronden en enkele kleine bospercelen gesitueerd. Ten zuiden van het autobedrijf ligt de woning Hardenbergerweg 202, onderdeel van het plangebied en behorend bij het perceel van autobedrijf Tijhuis, aansluitend op de woonbebouwing in het lint langs de Hardenbergerweg. Op de luchtfoto in afbeelding 2.1 is de omgeving van het plangebied weergegeven. Het plangebied is indicatief met rood omkaderd.

bestemmingsplan Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen 9

Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie omgeving (Bron: provincie Overijssel) De huidige indeling van het plangebied kent geen cultuurhistorische opzet en/of kenmerkende structuur van het heideontginningslandschap, waar Langeveen in ligt. Het bedrijfsperceel van het autobedrijf Tijhuis betreft een functioneel ingerichte bedrijfskavel met meerdere bedrijfsgebouwen en een buitenterrein voor de stalling van voertuigen. Het is in de jaren '90 ontwikkeld en ligt tegen het bedrijventerrein in Langeveen aan. De gronden waarop de uitbreiding van de stalling van voertuigen voornamelijk is beoogd zijn momenteel hoofdzakelijk bestemd als landbouwgrond. Op de luchtfoto en in straatbeelden in afbeelding 2.2 is de ligging van het plangebied weergegeven. In afbeelding 2.3 zijn een aantal foto's van het bedrijfsterrein in het plangebied opgenomen.

10

bestemmingsplan Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen

Afbeelding 2.2 Luchtfoto + straatbeelden huidige situatie plangebied (Bron: Maps Google)

Afbeelding 2.3 Beelden huidige situatie plangebied (Bron: Natuurbank Overijssel)

bestemmingsplan Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen 11

12

bestemmingsplan Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

In hoofdstuk 2 is ingegaan op de huidige situatie in het plangebied. In dit hoofdstuk wordt op het autobedrijf H.Tijhuis en de ontwikkeling zelf ingegaan.

3.1 Autobedrijf H. Tijhuis Het autobedrijf is sinds het eind van de jaren '90 gevestigd op de huidige locatie aan de Hardenbergerweg 208 in Langeveen. Voor de ontwikkeling en bouw van het autobedrijf was het plangebied in gebruik als agrarisch gebied. Deze agrarische gronden hebben echter in de loop der tijd snel terrein verloren door de komst van industrie en bedrijvigheid. Het bedrijventerrein is in de laatste 20 jaar enorm toegenomen. Het autobedrijf ligt er min of meer tegenaan geplakt en heeft dan ook geen rechtstreekse verbinding met de rest van het bedrijventerrein. Het autobedrijf heeft al geruime tijd de beoogde uitbreidingsruimte dringend nodig voor haar bedrijfsactiviteiten en de bedrijfsvoering. Een gedeelte van de gronden in het plangebied is om die reden dan ook al reeds verhard ten behoeve van een representatieve stalling van de voertuigen voor de verkoop. Naast een toename van verharding is ook het voornemen om de bedrijfsopstallen verder uit te breiden, het betreft een uitbreiding van de receptie/verkoopkantoor met circa 21 m² en een uitbreiding van de werkplaats/garage met circa 645 m². Het bedrijf heeft door de jaren heen zelf al de maximale grens opgezocht qua uitbreidingsmogelijkheden zonder daarbij de bestaande landschapsstructuur, met name aan de oostzijde, aan te tasten. Wel zou de huidige situatie nadrukkelijker landschappelijker ingepast kunnen worden.

3.2 Gewenste ontwikkeling Zoals reeds beschreven in de aanleiding en in de bovenstaande paragraaf is het autobedrijf al ruim 25 jaar een begrip in gemeente Tubbergen. In de autohandel kan het aantal auto's per week behoorlijk fluctureren, het bedrijf heeft echter minimaal 100 auto's op voorraad staan, maar dat aantal kan ook fluctureren naar circa 200 auto's. Het autobedrijf is door de jaren fors gegroeid en kampt hierdoor met een tekort aan bedrijfs- en stallingsruimte. Het betreft hier met name een tekort aan verhard oppervlak voor het buiten stallen van auto's. Deze parkeervoorzieningen zijn momenteel deels gesitueerd buiten de vigerende bedrijfsbestemming op de (agrarische) gronden rondom van huidige bedrijfsperceel. Deze gronden zijn echter bestemd voor agrarische doeleinden en groenvoorzieningen. Als gevolg van bovengenoemde groei is de initiatiefnemer voornemens het bedrijfsperceel te vergroten ten behoeve van de stalling van auto's middels de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO regeling). Daarnaast wil het bedrijf haar bedrijfsbebouwing (autogarage) verder uitbreiden met 645 m² om onder meer het aantal autoreparaties te kunnen vergroten, want hierdoor kan de toekomstige bedrijfsvoering efficiënt worden ingericht en kan het bedrijf aan Langeveen gebonden blijven. Tenslotte zal de receptie/het verkoopkantoor gering worden uitgebreid met circa 21 m².

Het bestaande bedrijfsperceel zal met nieuwe bedrijfsperceelgronden worden uitgebreid, waarop eveneens nieuwe bedrijfsbebouwing wordt gerealiseerd. In dit geval vindt er een vergroting plaats van het bestaande bouwvlak. De feitelijke bestemming breidt uit met 2.776 m². De grootste gedeelte daarvan (2.355 m²) bestaat uit het vergroten van de bedrijfsbestemming, waarbij de agrarische bestemming wordt wegbestemd. Het totale voornemen betreft diverse correcties/aanpassingen van de vigerende bestemmingen, zie paragraaf 1.4, waarbij overwegend de bedrijfsbestemming wordt verruimd. Het bestaande bedrijfsperceel en de nieuwe bedrijfsperceelgronden worden direct aan elkaar verbonden en er hoeft geen nieuwe in- en uitrit te worden gerealiseerd. Dit komt de verkeersveiligheid ten goede (meerdere ontsluitingen op de Hardenbergerweg is in dit geval onwenselijk, gezien de aard en omvang van het perceel en de werkzaamheden). In de volgende paragraaf is de ruimtelijke ontwikkeling verder beschreven en weergegeven. Ook wordt in de volgende paragraaf ingegaan op de landschappelijke inpassing. Hierna is een uitsnede van het ruimtelijk kwaliteitsplan opgenomen, dat eveneens is opgenomen in Bijlage 1 bij deze toelichting.

bestemmingsplan Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen 13

Afbeelding 3.1 Landschappelijke inpassing (Bron: N+L)

3.3 Landschappelijke inpassing Van belang bij het uitbreiden van een bedrijf aan de rand van een kern is dat de uitbreidingslocatie op een adequate wijze wordt ingepast in het landschap. Daarom is voor dit bestemmingsplan een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, waarin landschapsmaatregelen zijn opgenomen om te komen tot een goede landschappelijke inpassing. In dit geval is door 'N+L Landschapsontwerpers' een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, zie Bijlage 1, waarin is uitgegaan van het behoud van de al aanwezige landschappelijke elementen en waarin landschaps- en KGO-maatregelen zijn opgenomen die passen bij de omgeving. Het voornemen is om middels de KGO-regeling een ruimere bedrijfsbestemming ter plaatse van het plangebied op te nemen, om zodoende meer voertuigen te kunnen stallen. Daarnaast is het bedrijf voornemens om de bedrijfsbebouwing met circa 21 m² (verkoopkantoor) en 645 m² (werkplaats) verder uitbreiden om zo met name het aantal autoreparaties in de werkplaats te kunnen vergroten. De gemeente Tubbergen heeft in haar principebesluit aangegeven mee te willen te werken aan de gevraagde uitbreiding, dit middels de KGO-regeling mits een evenwichtige bijdrage in de ruimtelijke kwaliteit wordt geleverd. Groenstructuur en inrichting/uitvoering Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Tubbergen (KGO) Structuur omgeving plangebied Het plangebied ligt in de heideontginning.

Dat was in dit geval door de hogere ligging erg geschikt om te bouwen. Voor de ontginning van de heide in de jaren '30 bestond het slechts uit een aantal erven, maar na de ontginning groeit dit uit tot het tweede gedeelte van Langeveen. Verder richting het oosten gaat de heideontginning langzaam over in de veenontginning. Het is van oorsprong een open tot half open landschap waarbij een groot gedeelte is ingevuld door woningbouw en bedrijvigheid. Desondanks is daarom heen het oorspronkelijke landschap grotendeels nog goed herkenbaar. Grote en middelgrote percelen worden afgewisseld met houtsingels, houtwallen of kleine (landschaps) bosjes. Veelal de functionele en/of robuuste landschapselementen zijn bewaard gebleven. Bij ontwikkelingen is het van belang dat bestaande landschapselementen behouden blijven en het landschap herkenbaar blijft. Nieuwe elementen kunnen toegevoegd worden, maar moeten geen gevolgen hebben voor de korrelgrootte en de herkenning van het landschap. Er is geen sprake van een cultuurhistorische opzet en/of kenmerkende structuur van het plangebied. Het is een functioneel ingerichte bedrijfskavel met meerdere gebouwen en een buitenterrein. Het is pas in de jaren '90 ontwikkeld en maakt nu onderdeel uit van een veel groter bedrijventerrein.

Daarnaast is het plangebied reeds in gebruik voor bedrijfsdoeleinden en het stallen van auto's, en als gevolg van het voornemen wordt het juist een 14

bestemmingsplan Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen

bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse geleverd. Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Tubbergen (KGO) De gemeenten Tubbergen en Dinkelland hebben gezamenlijk de uitwerking van de omgevingsvisie opgepakt. Bij elke ontwikkeling dient de aantasting van de landschappelijke en ecologische waarden gecompenseerd te worden. Bij een grootschalige ontwikkeling dient men naast een basisinspanning en een extra investering aan te bieden. Men onderscheidt een aantal stappen: Wat is de omvang van de ontwikkeling; Welke locatie wordt er voorgesteld voor de elementen; Maken de gronden deel uit van bepaalde natuurwaarden; Welk landschapstype en bouwstenen zijn van toepassing; Welke ambities en streefbeeld moet er nagestreefd worden; Waar en hoe kunnen wij daaraan voldoen? In dat proces wordt er gekeken naar vier lagen; de natuurlijke, de agrarische, de stedelijke en de laag van de beleving. De kwaliteitsimpuls moeten zonder meer bijdrage leveren aan een stevig en robuust landschappelijk raamwerk. Onder andere kunnen de verdwenen kenmerken terug worden gebracht. Het volgende uit het KGO-regeling is van toepassing op de uitbreiding van het bouwblok c.q.

uitbreiding van de vigerende bedrijfsbestemming (en het hiermee wegbestemmen van de agrarische bestemming) en de uitbreiding van de bedrijfsbebouwing/werkplaats : ''Bij elke ontwikkeling op een bestaand bouwblok waarbij meer dan 500 m³ bebouwing wordt toegevoegd, geldt op basis van de regels van het bestemmingsplan Buitengebied en het gemeentelijk beleid, de noodzaak tot landschappelijke inpassing. Zodra sprake is van een grootschalige ontwikkeling, geldt een meer gebiedsgerichte benadering. Indien er een bestemmingsplanprocedure genoodzaakt is, wordt een ontwikkeling gezien als grootschalig. De Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is dan van toepassing, náást de basisinspanning. Dat geldt voor nieuwe functies en grootschalige uitbreiding van bestaande functies in het buitengebied.'' Om de KGO-bijdrage voor autobedrijf H. Tijhuis te bepalen is er door 'N+L' een KGO-berekening opgesteld, welke is opgenomen in het ruimtelijk kwaliteitsplan zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze toelichting. In dit geval vindt er een vergroting plaats van de bestaande bedrijfsbestemming. Daar waar het gaat om het vergroten van de bedrijfsbestemming is er sprake van een waardevermeerdering, dit omdat bedrijfsgronden een forsere waarde kennen dan een agrarische cultuurgrond-bestemming. Dit is in afbeelding 3.2 specifiek omschreven.

Daarnaast is er sprake van een waardevermindering ter plaatse van de landschappelijke inpassing. Door het toekennen van de bestemming 'Groen' krijgt de beoogde landschapellijke inpassing een extra bescherming.

Afbeelding 3.2 Links: KGO berekening voor de ruimtelijke investering. Rechts: bestemming oud en nieuw. (Bron: N+L) Het voorgenoemde betekent dat de totale waardevermeerdering (inclusief correcties) € 168.114,83 bedraagt. Als er sprake is van een niet aan het buitengebied gebonden ontwikkeling in een kernrandzone moet de helft worden geïnvesteerd. Dat betekent dat de investering € 84.057,41 bedraagt. De kernrandzone is een niet vast afgebakend gebied direct rondom en grenzend aan het dorp. De kosten voor het KGO plan (met een maximum van 10%) worden afgetrokken, evenals de kosten voor het kwaliteitsteam. Omdat het twee bezoekmomenten bestemmingsplan Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen 15

betreft is dat € 500,--. De bijdrage voor een investering in de ruimtelijke kwaliteit bedraagt daardoor € 75.151,67. Hoewel er een aanplant plaats gaat vinden nabij het bedrijf mag deze investering niet meegenomen worden, dit is immers een basisinspanning. Er zijn daarom enkele investeringen gevonden. Maximaal 20% van het te investeren bedrag mag worden ingezet ten behoeve van 'maatschappelijk rood'. Om die reden kiest autobedrijf Tijhuis ervoor om 20% van het bedrag te reserveren voor de bouw van een nieuwe carnavalsloods. Deze carnavalsloods wordt naar verwachting opgericht aan de Tiemansweg 3 in Langeveen, als een gedeelte van een machineberging. Ter plaatse is onlangs een eerste schets akkoord bevonden. In totaal gaat het om een bedrag van € 15.030,33. Het bedrag (€ 15.030,33) blijft twee jaar lang beschikbaar voor de bouw van de machineberging, specifiek de carnavalsloods. Als het geldbedrag niet binnen twee jaar na vaststelling van het bestemmingsplan wordt gebruikt dan komt het geld vrij voor ruimtelijke initiatieven binnen de gehele gemeente Tubbergen. Verder is besloten om uitvoering te geven aan een wandelpad en verbinding nabij het knooperf in Langeveen. Nabij plan Veldboer heeft zich een initiatief aangedragen. Ter plaatse is sprake van een wandelnetwerk ten behoeve van een ommetje.

Het bestaande netwerk kan worden vergroot waarbij het landschap rondom Langeveen beter beleefbaar kan worden gemaakt. De gronden van de Mandjesberg aan de noordzijde van Langeveen zijn in gebruik als akkerbouwgronden en recentelijk is daar een wijngaard gerealiseerd. Het is de bedoeling dat inwoners van Langeveen met dit dorpsommetje straks langs een dubbele gemengde haag lopen en daardoor de Mandjesberg beter kunnen beleven evenals de uitzichten op Duitsland. De bestaande openheid wordt gerespecteerd, maar het dorpsommetje bevat meer uitdaging. Het voert daarnaast langs de recent aangelegde wijngaard. Het onverharde gedeelte weg vanaf het knooperf naar de Veldboersweg is met name in de nattere delen van het jaar onbegaanbaar. Er wordt daarom een enkel karrespoor aangelegd bestaande uit gebakken klinkers voor voetgangers om het dorpsommetje te completeren, maar het pad is ook geschikt voor fietsers. Er is bewust niet voor een dubbel karrespoor gekozen om de route luw te houden voor gemotoriseerd verkeer. Langszij wordt een gemengde haag aangeplant. De totale kosten voor uitvoering zijn geraamd op € 60.854,75. Een nadere omschrijving van het plan met bijbehorende kosten is opgenomen onder hoofdstuk 5, investeringen KGO, van Bijlage 1.

Conclusie Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Tubbergen (KGO) Met de gekozen investeringen wordt voldaan aan de gevraagde investering van (afgerond) € 75.000,--. Groenstructuur en Inrichting plangebied In afbeelding 3.1 is een impressie van de gewenste landschappelijke inpassing weergegeven. Het complete ruimtelijk kwaliteitsplan is opgenomen als Bijlage 1 bij deze toelichting. De inrichtingstekening, behorende bij het ruimtelijk kwaliteitsplan, is opgenomen als Bijlage 2 bij de regels van dit bestemmingsplan. Het bedrijf is reeds sinds het eind van de jaren '90 gevestigd op haar huidige locatie. Hoewel het bedrijf een uitbreiding mogelijk maakt via de zogeheten KGO-regeling is al geruime tijd de gevraagde ruimte nodig voor de bedrijfsvoering. Een gedeelte van deze extra ruimte is om die reden ook al reeds verhard. Naast een toename van verharding (D op tekening in afbeelding 3.1 en in Bijlage 1) worden ook de bedrijfsopstallen verder uitgebreid (B en C op tekening in afbeelding 3.1), aansluitend op de bestaande bedrijfsbebouwing. Het bedrijf heeft door de jaren heen zelf al de maximale grens opgezocht die vertaald kan worden naar een acceptabele grens zonder de bestaande landschapsstructuur, met name aan de oostzijde, aan te tasten. Wel zou de situatie nadrukkelijker ingepast kunnen worden.

Om die reden zal met name aan de oostzijde sprake zijn van een kwaliteitsimpuls (E op tekening in afbeelding 3.1). De bestaande, relatief transparante houtsingel, zal verbreed worden tot 6 meter breed door de aanplant van 2 of 3 plantrijen afhankelijk van de bestaande situatie. De schuur (L op tekening in afbeelding 3.1) in de bestaande houtsingel langs de noordzijde (F in afbeelding 3.1) wordt gesloopt. De keuze voor de verharding in de nieuwe situatie moet in afstemming gemaakt worden met de materialisering van de architectuur. Verharding moet in een gedekte kleurstelling sober toegepast worden. Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten in het buitengebied voorkomen worden. Verder krijgt de houtsingel met name ter plaatse van de naastgelegen buurman aandacht. Ter plaatse is met de buurman afgesproken dat de bestaande houtsingel wordt ontdaan van achterstallig onderhoud. Er is sprake van meerdere dode bomen. Daarna wordt de houtsingel doorgeplant met nieuwe aanplant als hazelaar, lijsterbes, hulst, taxus en vuilboom. Totaal 100 stuks aangevuld met de aanplant van 20 grote laurieren in de aanplant maat 200-250 (hoogte in centimeters). Met de aanplant wordt de reeds bestaande situatie beter ingepast vanuit de buurman vooral in de wintermaanden. Aan de voorzijde blijft de bestaande situatie behouden. Wel wordt een nieuwe boom aangeplant (H op tekening) 16

bestemmingsplan Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen

die past in de visie van 'Mijn dorp 2030' voor meer groen in het straatbeeld. Tot slot wordt aan de voor- en achterzijde een wadi aangelegd (K) voor de infiltratie van hemelwater. Er kan respectievelijk 69,6 m³ en 55,4 m³ (totaal 125 m²) worden opgevangen. Daarmee wordt voldaan aan de gestelde eisen voor het bergen van hemelwater. Qua verlichting moet rekening gehouden worden dat het terrein in het zogeheten ‘donkerte’ liggen. Hier kun je de sterren ‘s nachts goed zien. Lichtvervuiling moet tegengegaan worden. Middels gerichte verlichting met bewegingsensoren en of tijdschakelaars is het niet nodig om de gehele nacht verlichting aan te hebben. Met deze landschappelijke inpassing en inrichting wordt voldaan aan het gestelde beleid.

3.4 Verkeer en parkeren 3.4.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte hanteert de gemeente Tubbergen de gemeentelijke 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018'. In deze notitie zijn geen kencijfers opgenomen ten aanzien verkeersgeneratie. Daarom wordt de publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW gebruik om de verkeersgeneratie te bepalen. 3.4.2

Verkeersaspecten

Voornemen Voor wat betreft verkeersaspecten worden in dit geval de verkeersgeneratie en de afwikkeling van het verkeer op de Hardenbergerweg beschouwd, als gevolg van het voornemen. Wat betreft dit aspect is met name belang dat de werkplaats wordt uitgebouwd ten behoeve het aantal autoreparaties te kunnen vergroten. Dit kan immers als gevolg hebben dat er sprake is van een hogere verkeersgeneratie of verkeersaantrekkende werking door de toename aan reparaties. Dat de parkeervoorzieningen momenteel deels gesitueerd zijn buiten de vigerende bedrijfsbestemming op de (agrarische) gronden is in zoverre voor het aspect 'verkeersgeneratie' niet van belang, het planologisch juist bestemmen van het parkeerterrein voor de stalling van te verkopen auto's levert immers geen hogere verkeersgeneratie of verkeersaantrekkende werking op. Het vergroten van het verkoopkantoor met circa 21 m² kent ook geen hogere verkeersgeneratie of verkeersaantrekkende werking, immers is deze uitbreiding bedoeld voor een afgezonderde bespreekruimte en meer comfort voor de klanten. Verkeersgeneratie Bij het bepalen van de verkeersgeneratie zijn de uitgangspunten voor wat betreft stedelijkheidsgraad en stedelijke zone van belang. Deze worden toegepast in CROW-publicatie. Voor wat betreft de gemeente Tubbergen wordt uitgegaan van de stedelijkheidsgraad 'niet stedelijk' en de stedelijke zone 'rest bebouwde kom'.

Op de nieuwe bedrijfsgronden wordt met voorliggend plan een nieuw gebouw (circa 645 m²) gebouwd om het aantal reparaties te kunnen vergroten. Een dergelijke inrichting is op basis van de CROW-publicatie aan te merken als 'bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)'. Voor het autobedrijf geldt daarom een gemiddelde verkeersgeneratie van 10 bewegingen per 100 m2 bvo. In dit geval is uitsluitend de nieuwe bedrijfsbebouwing met een oppervlakte van circa 645 m2 van belang. Als de oppervlakte wordt vermenigvuldigd met de kengetallen uit de CROW-publicatie dan brengt het nieuwe bedrijfsperceel in de toekomst afgerond (10*6,45) 65 extra verkeersbewegingen per dag met zich mee. Het verkeer zal zich, net zoals in de huidige situatie, over de Hardenbergerweg bewegen en voornamelijk via de Hardenbergerweg en de aansluitende en omliggende wegen het plangebied bereiken. Deze wegen zijn van voldoende omvang en zijn hiermee uitermate geschikt voor de dagelijkse ontsluitingen van Langeveen. Deze toename aan verkeersintensiteit zal daarom naar verwachting niet voor problemen zorgen, de bestaande in- en uitrit zal hierbij behouden worden en is vanwege de ligging en de gekozen landschappelijke maatregelen, overzichtelijk. Gelet op vorenstaande zijn er vanuit verkeerskundig oogpunt dan ook geen belemmeringen.

bestemmingsplan Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen 17

3.4.3

Parkeren

Zoals in paragraaf 3.1.1 beschreven hanteert de gemeente Tubbergen de gemeentelijke 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018' om de parkeerbehoefte te berekenen. Net zoals in de CROW-publicatie gaat ook de beleidsnotitie uit van zones (centrum en rest bebouwde kom). In dit geval wordt uitgegaan van 'rest bebouwde kom'. Voornemen Voor wat betreft parkeersaspecten wordt in dit geval de parkeerbehoefte als gevolg van het voornemen beschouwd. Wat betreft dit aspect is met name belang dat de werkplaats wordt uitgebouwd ten behoeve het aantal autoreparaties te kunnen vergroten. Dit kan immers als gevolg hebben dat er sprake is van een hogere parkeerbehoefte door op bezoek komende klanten of klanten welke een auto komen brengen of halen voor of na reparatie. Dat de parkeervoorzieningen voor de stalling van de voorraad-auto's van het autobedrijf momenteel deels gesitueerd zijn buiten de vigerende bedrijfsbestemming op de (agrarische) gronden is in zoverre voor het aspect 'parkeerbehoefte' niet van belang, het planologisch juist bestemmen van het parkeerterrein voor de stalling van te verkopen auto's levert immers geen hogere parkeerbehoefte op. Het vergroten van het verkoopkantoor met circa 21 m² kent ook geen hogere parkeerbehoefte, immers is deze uitbreiding bedoelt voor een afgezonderde bespreekruimte en meer comfort voor de klanten.

Parkeerbehoefte Op de nieuwe bedrijfsgronden wordt met voorliggend plan een nieuw gebouw (circa 645 m²) gebouwd om het aantal reparaties te kunnen vergroten. Een dergelijke inrichting is op basis van de CROW-publicatie aan te merken als 'bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)'. Voor het autobedrijf geldt daarom een gemiddelde parkeerbehoefte van 2,35 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. In dit geval is uitsluitend de nieuwe bedrijfsbebouwing met een oppervlakte van circa 645 m2 van belang. Als de oppervlakte wordt vermenigvuldigd met de kengetallen uit de CROW-publicatie dan kent het nieuwe bedrijfsperceel in de toekomst een aanvullende afgeronde behoefte van 16 extra parkeerplaatsen. Het aantal parkeerplaatsen kan ruimschoots worden gevonden op het perceel in de toekomstige situatie. Het parkeren vindt plaats rondom de bedrijfsgebouwen. Hier zijn voldoende parkeerplaatsen aanwezig om de huidige en de toekomstige parkeerbehoefte op te vangen. De parkeerplaatsen zijn in de tekening in onderstaande afbeelding weergegeven. Het parkeren wordt voorzien in de bruine contour.

Afbeelding 3.2 Parkeersituatie nieuwe situatie (Bron: 'N+L' In de regels van dit bestemmingsplan is een parkeerregeling opgenomen, waarmee wordt verzekerd dat de benodigde aantal parkeerplaatsen ook daadwerkelijk gerealiseerd worden.

18

bestemmingsplan Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen

Hoofdstuk 4

Beleidskader

4.1 Rijksbeleid 4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen.

Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in bestemmingsplan Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen 19

mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'.

In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. 4.1.2

Toetsing aan het rijksbeleid

De Nationale Omgevingsvisie laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de Omgevingsvisie. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). De eerste vraag die beantwoord moet worden of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarvoor moeten de gebruiksmogelijkheden en de bouwmogelijkheden van het nieuwe bestemmingsplan en het oude plan worden vergeleken. Vanwege het vergroten van de (bouw)mogelijkheden die dit bestemmingsplan biedt en het vergroten van de bedrijfsbestemmig, wordt deze ontwikkeling gezien als een ‘stedelijke ontwikkeling’. Bij de ladder gaat het primair om het aantonen van de behoefte, hieronder wordt daarop ingegaan. Beschrijf de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling Het autobedrijf H. Tijhuis is al ruim 25 jaar een begrip in gemeente Tubbergen. Het betreft dan ook een lokaal geworteld bedrijf. Het bedrijf onderscheidt zich van andere autobedrijven door de volgende zaken/kernwaarden: service, oplossingsgerichtheid, korte lijnen, grote voorraad aan voertuigen, het kunnen onderhouden en repareren van nagenoeg alle automerken en soorten voertuigen en concurrerende prijzen voor onderhoud, herstel en reparaties.

Door deze mix van kernwaarden heeft het bedrijf al jaren een vaste en betrouwbare klantenkring en neemt het aantal en de diversiteit aan klanten toe. In de autohandel kan het aantal auto's per week behoorlijk fluctueren, het bedrijf heeft echter minimaal 100 auto's op voorraad staan, maar dat aantal kan ook fluctureren naar circa 200 auto's. Het autobedrijf is door de jaren fors gegroeid en kampt hierdoor met een aantoonbaar tekort aan bedrijfs- en stallingsruimte. Het betreft hier met name een tekort aan verhard oppervlak voor het buiten stallen van auto's. Deze parkeervoorzieningen zijn momenteel deels gesitueerd buiten de vigerende bedrijfsbestemming op de (agrarische) gronden rondom van huidige bedrijfsperceel. Deze gronden zijn echter bestemd voor agrarische doeleinden en groenvoorzieningen. Als gevolg van bovengenoemde groei is de eigenaar (in het vervolg initiatiefnemer) voornemens het bedrijfsperceel te vergroten ten behoeve van de stalling van auto's middels de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO regeling). Daarbij wil het bedrijf haar bedrijfsbebouwing (autogarage) verder uitbreiden met 645 m² om onder meer het aantal autoreparaties te kunnen vergroten. Dit is noodzakelijk om de toekomstige bedrijfsvoering efficiënt in te kunnen richten en om zo aan Langeveen gebonden te kunnen blijven.

Binnen of buiten bestaand stedelijk gebied Als een ontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied dan wordt voldaan aan de Ladder. Bestaand stedelijk gebied wordt in het Bro gedefinieerd als: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij 20

bestemmingsplan Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen

behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. De locatie van de nieuwe bedrijfsperceelgronden is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied, en sluit direct aan op het bestaande bedrijfsperceel van Autobedrijf H. Tijhuis en dus ook op het bedrijventerrein van Langeveen. De gekozen uitbreidingslocatie is bedrijfseconomisch en planologisch het meest voor de hand liggend, dit omdat het bedrijf hier reeds tientallen jaren is gevestigd. In de directe omgeving (bedrijventerreinen van Langeveen, Geesteren, Tubbergen en Albergen) van het huidige bedrijf in Langeveen is geen bedrijvenlocatie voor handen die van voldoende omvang is en op zodanig korte afstand ligt dat een efficiënte bedrijfsvoering (stallen voertuigen, verkoop voertuigen en uitvoeren van reparaties en onderhoud in de werkplaats) kan worden bereikt. Verplaatsing zou daarnaast gelet op de reeds bestaande bebouwing onevenredig hoge kosten met zich meebrengen en kapitaalvernietiging of leiden tot verloedering en verpaupering wanneer aandacht en onderhoud verdeelt moet worden over meerdere locaties. Nu men min of meer uit haar jasje is gegroeid ligt het dan ook voor de hand de uitbreiding in de directe omgeving van het bestaande bedrijf te realiseren. Ook sociaal gezien is het van belang dat men in Langeveen gevestigd is en dat dit het geval blijft.

Het merendeel van de werknemers komt uit Langeveen dan wel uit de directe omgeving van Langeveen. Ook sponsort het bedrijf het lokale verenigingsleven, zie hiervoor ook de KGO-maatregelen zoals beschreven in paragraaf 3.2 en 3.3. Gelet op het voorgaande is verplaatsing van de onderneming of de realisering van de nieuwbouw op een andere locatie geen optie. Het uitbreiden van het bestaande bedrijfsperceel op de beoogde locatie betreft de enige realistische mogelijkheid voor het bedrijf. Conclusie Gezien vorenstaande kan worden gesteld dat er sprake is van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, indachtig het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking, waarbij wordt gestreefd naar een optimale benutting van de ruimte in stedelijk gebied. Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

4.2 Provinciaal beleid In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld zoals vervat in de Omgevingsvisie Overijssel en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving

Met het vaststellen van de Omgevingsvisie is tevens de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) geïntroduceerd als nieuw kwaliteitsinstrument. In de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening is ervan uitgegaan dat de uitwerking van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving een eenduidige bundeling bevat van diverse bestaande regelingen als ‘Rood-voor-Rood’, ‘Rood-voor-Groen’, Vrijkomende Agrarische Bedrijven (VAB-beleid), landgoederen, etc. Die kunnen daar overigens wel herkenbaar in blijven. Daarnaast zijn overige ontwikkelingen opgenomen in het KGO. Twee principes uit de Omgevingsvisie Overijssel vormen het vertrekpunt: 1. elke ontwikkeling dient bij te dragen aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit; 2. de ontwikkelingsruimte die men krijgt dient in evenwicht te zijn met investeringen (prestaties) in de ruimtelijke kwaliteit. bestemmingsplan Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen 21

4.2.4

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of - generieke beleidskeuzes; 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe - gebiedskenmerken. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

Afbeelding 4.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

22

bestemmingsplan Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen

4.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties - en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten - te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening.

4.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de - voor dat ontwikkelingsperspectief - geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.

4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.

4.2.5

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.5.1 Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn de artikelen 2.1.2 (Principe van concentratie), 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), 2.1.6 lid 1 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) en artikel 2.3.2 (Realisatie nieuw bedrijventerrein) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.2

Principe van concentratie

lid 1: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bestemmingsplan Buitengebied, Hardenbergerweg 208 Langeveen 23

bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Autobedrijf H. Tijhuis betreft een lokaal geworteld bedrijf die al geruime tijd is gevestigd op de locatie aan de Hardenbergerweg 208 in Langeveen. Vanwege de toename aan voorraad voertuigen, de diversiteit aan klanten en de toename van verschillende soorten werkzaamheden in de werkplaats is er behoefte aan meer bedrijfsruimte en meer verharde buitenstalling voor auto's. Met dit bestemmingsplan wordt het mogelijk gemaakt om deze stallingsruimte en deze uitbreiding van ondermeer de werkplaats te kunnen realiseren. Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel.

Artikel 2.1.3

Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik

lid 1: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip 'groene omgeving' nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro; Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Het plangebied ligt binnen bestaand bebouwd gebied en deels binnen de Groene Omgeving.

Het extra ruimtebeslag is echter goed te verantwoorden, vanwege het feit dat de locatie direct aansluit op het bestaande bedrijfsperceel. Daarmee is de gekozen locatie het meest logisch. Voor een nadere onderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 4.1.2. Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening Overijssel.

Artikel 2.1.5

Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5)

1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Artikel 2.1.6

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (lid 1)

Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikelen 2.1.5 en 2.1.6 lid 1 van de Omgevingsverordening Overijssel 24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/958/documents/20532