Bijlage Buitengebied, Hardenbergerweg 145 Geesteren.pdf
Tekst van het document
Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of Ad Fontem Juridisch Bouwadvies b.v
INHOUDSOPGAVE Introductie 5 Beleids- en landschapsanalyse 9 Ruimtelijk kwaliteitsplan 12
INTRODUCTIE Ad Fontem Ruimtelijk Advies heeft het voorliggende ruimtelijk kwaliteitsplan KGO opgesteld naar aanleiding van de voorgenomen ontwikkelingen ter plaatse van de Hardenbergerweg 145 te Geesteren. De initiatiefnemers zijn voornemens de Broekbeke Visvijvers uit te breiden met een gedeeltelijke herinrichting van het terrein, een grotere parkeerplaats en de realisatie van camperplekken. Het uitbreiden van het bedrijf kan alleen tot stand komen door de regeling Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). Via deze regeling kan een ondernemer een uitbreiding aanvragen die naar aard en omvang passend is voor de locatie. Als tegenprestatie voor de uitbreiding dient de ondernemer te investeren in de ruimtelijke kwaliteit. De bestemmingsplanwijziging kan onder meer worden gerealiseerd op voorwaarde dat het erf/terrein landschappelijk wordt ingepast en dat de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse wordt versterkt. De landschappelijke inpassing wordt uiteengezet door middel van onderhavig ruimtelijk kwaliteitsplan. Het beleid en de uitgangspunten voor de landschappelijke inpassing worden in beeld gebracht. De relevante beleidskaders worden in het bestemmingsplan benoemd en getoetst. Op basis van de landschapsinventarisatie en analyse wordt er een beschrijving gegeven van het terrein in het omliggende landschap.
Dit vormt de basis voor de beschrijving van de nieuwe situatie, inclusief de landschappelijke inpassing die voldoet aan het beleid opgesteld door de gemeente Tubbergen.
Figuur 1 Topografische kaart en luchtfoto uit 2018 met het plangebied (bron: atlasvanoverijssel.nl)
5
Huidige situatie De Broekbeke Visvijvers liggen in een landschap dat is opgebouwd uit dekzandvlakten en beekdalgebieden. In de laatste ijstijd zijn zandruggen en beekdalen ontstaan en na verloop van tijd geërodeerd. Hoogteverschillen zijn grotendeels afgevlakt door grootschalige ontginningen en door de moderne landbouw. Ten tijde van schaalvergrotingen en landinrichtingen is het landschap nog eens sterk gerationaliseerd. Het plangebied ligt in een landschap dat nagenoeg vlak is geworden. Er zijn meerdere landschapstypen te onderscheiden die zijn gevormd door mens en/of natuur. Het plangebied ligt in het jong heide - en broekontginningslandschap, in de overgang van het kampenlandschap (zuid) naar het veel grootschaliger veenontginningslandschap (noord). In figuur 2 is op de historische topogafische kaarten van 1900 en 1935 te zien hoe het plangebied om wordt gevormd van heide naar een rationeel ontgonnen landschap. In deze landschapsstructuur zijn rond 2005 de visvijvers aangelegd en is het bedrijf vernoemd naar de beek welke ten noorden van het plangebied stroomt.
Jonge ontginningslandschap Het plangebied ligt in het jonge ontginningslandschap welke tussen de jaren ‘10 en ‘30 volledig ontgonnen is. De Broekbeke Visvijvers is een relatief nieuwe bedrijfslocatie in het buitengebied van de gemeente Tubbergen, welke rond 2005 is aangelegd. Er is dus ook geen of nauwelijks sprake van cultuurhistorische waarden. Het landschap rond de locatie is zowel voor als na de ontginning open geweest waarbij voornamelijk beplanting voorkomt langs de rechtlijnige structuren van wegen en percelen. Gedurende de ontginning en het in gebruik nemen van de gronden voor diverse functies hebben grondgebruikers enkele perceelranden voorzien van houtopstanden. In de omgeving hebben diverse bedrijven zoals agrarische bedrijven, transportbedrijven etc. het bedrijfsperceel afgeschermd met een houtwal vanwege diverse praktische en esthetische redenen. De Broekbeke Visvijvers is ook omgeven met perceelrandbegroeiing in de vorm van beplanting op een verhoogde aarden wal.
Op de historische topografische kaarten is te zien dat er ook landschapselementen verdwenen zijn uit het landschap. Binnen het plangebied betreft dit de beplanting langs de Hardenbergerweg en beplanting langs de inmiddels verdwenen weg in het oostelijke gedeelte van het plangebied. Beplantingsvormen die in het gebied voorkomen zijn meestal robuust in de vorm van perceelrandbegroeiing, bosstroken of bossen. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen.
Figuur 2 Historische topografische kaart uit 1900 (links) en 1950 (rechts) met de locatie zwart omcirkeld (bron: atlasvanoverijssel.nl)
6
Huidige inrichting De Broekbeke Visvijvers liggen aan de Hardenbergerweg 145 te Geesteren. Via de onverharde inrit naast de Broekbeek is het (parkeer)terrein toegankelijk. Op het terrein zijn vijf visvijvers (C) aanwezig, een paviljoen met overdekt terras (horeca, A) en bijgebouwen voor diverse functies zoals het schoonmaken van vis (B). Het terrein met de visvijvers kent een open structuur en is grotendeels omsloten met aangelegde en aangeplante houtwallen met een verhoogde aarden wal van circa 3 meter hoog (D). Aan de noordzijde wordt het plangebied begrenst door de Broekbeek (E), aan de zuidzijde door een intensieve veehouderij (F) en aan de overige zijdes door agrarische gronden. De agrarische gronden ten oosten van de huidige grenzen van de visvijvers (G), zullen worden ontwikkeld ten behoeve van de uitbreiding van de Broekbeke Visvijvers.
E A B
C
G
D
F
Figuur 4 Overdekt terras en visvijvers (bron: Ad Fontem)
Figuur 3 Situering erf (bron: eigen bewerking luchtfoto 2017 atlasvanoverijssel.nl)
7
Figuur 5 De huidige visvijvers (links boven), de huidige parkeerplaats (rechts boven) en de uitbreidingslocatie van De Broekbeke Visvijvers (beneden) met links op de foto de Hardenbergerweg, rechts de inrit naar de parkeerplaats en daarnaast de Broekbeek (bron: Ad Fontem)
8
Beleid en landschap Provinciaal beleid
De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of ‘rode draden’ bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. Bestaande kwaliteiten moeten worden beschermd en er moeten verbindingen worden gelegd tussen deze bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: • generieke beleidskeuzes; • ontwikkelingsperspectieven; • gebiedskenmerken. Voor het behoud en het versterken van de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële gebiedskenmerken het uitgangspunt. Gebiedskenmerken Middels een verdeling in vier lagen zijn de gebiedskenmerken binnen de Omgevingsvisie toegelicht: • De natuurlijke laag • De laag van het agrarisch-cultuur landschap • De stedelijke laag (hier n.v.t.) • De lust en leisure laag (hier n.v.t.)
Natuurlijke laag: Dekzand-vlakte en ruggen De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Het plangebied is gesitueerd op een gordeldekzandrug welke rondom de stuwwallen ontstonden, in dit geval de stuwwal van Albergen. De meeste dekzandverhogingen in dit landschap (op de gordeldekzandruggen na) betreffen kleine koppen of ruggen.
De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Uitgangpunten hiervoor zijn: Ontwikkelingen dragen bij aan beter beleefbaar maken van reliëf en watersysteem; Strekkingsrichting van landschap is uitgangspunt bij ontwikkelingen. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met ‘natuurlijke’ soorten. Agrarische cultuurlandschap: Jong heide- en broekontginningslandschap De Hardenbergerweg ligt in het buitengebied van Geesteren en wordt getypeerd als een jong heide- en broekontginningslandschap. Het landschap dat wij nu typeren als jong heide- en broekontginningslandschap bestond vroeger uit uitgestrekte heidevelden en natte laagtes (zie de historische topografische kaart uit 1900 in figuur 2). De hoger gelegen drogere delen van deze woeste gronden werden gebruikt voor de beweiding van schapen en het steken van plaggen voor de bemesting van de essen. De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was dan ook oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap. De structuur van het landschap is ontstaan ten tijde van technische, medische en chemische uitvindingen (zoals kunstmest) in de 18e en 19de eeuw, die de ontginning van moerige gronden en heidevelden rendabel maakten.
Er ontstond een rationeel boerenland met de lange rechte wegen in een schaakbordachtige structuur, de regelmatige, grote landbouwkavels en de regelmatige verspreide boerderijen. De erven werden gerangschikt en ingericht naar de bedrijfsvoering en eigen inzicht van de boer. De omgeving van de planlocatie is dan ook een gebruikslandschap. Het is een grootschalig landschap gericht op de landbouw met over het algemeen weinig perceelrandbegroeiingen. De dragende structuren worden gevormd door groene en blauwe raamwerken. Het plangebied kenmerkt zich met perceelrandbegroeiing langs de perceelsgrenzen. Een deel hiervan is opgenomen als casco element conform het Cascobeleid van de gemeente Tubbergen (zie het figuur hieronder). Daarnaast zijn er nog enkele grotere bomen (eiken) op het perceel aanwezig, welke waarschijnlijk in het verleden onderdeel waren van de robuuste
landschapselementen langs rechtlijnige structuren zoals wegen en paden. Bodem Het bodemtype geeft inzicht in de chemische omstandigheden welke sturend is voor de keuze van het plantmateriaal. Beplanting die namelijk van nature op deze bodemtypen groeit, heeft namelijk veel minder last van ziektes en plagen. Ze zijn sterker omdat de bodemomstandigheden optimaal zijn voor de soorten. Ook binden inheemse plantensoorten meer insecten, schimmels en mossen aan zich. De jonge ontginingen bestaan hoofdzakelijk uit door de mens bewerkte zandgronden. Het plangebied omvat voornamelijk de veldpodzolgrond, langs de Hardenbergerweg een zeer klein deel uit een gooreerdgrond en ter plaatse van de meest zuidelijke vijver uit een moerige grond. Het betreffen gronden welke in eerste instantie voor de land bewerkt zijn waardoor de bovenste laag meer humus bevat. Voor een goede oogst zijn er zeer veel toevoegingen nodig waardoor het gebruik vaak beperkt wordt tot grasland. Op deze zandgronden groeien o.a. de winter- & zomereik, beuk, haagbeuk, meidoorn zwarte els (nattere gronden) van nature. Deze soorten, met name de soorten die reeds aanwezig zijn, zullen worden gebruikt in het ontwerp.
9
Figuur 6 Natuurlijke laag (bron: atlasvanoverijssel.nl)
Figuur 7 Agrarische cultuurlandschap laag (bron: atlasvanoverijssel.nl)
Figuur 8 Cascobeleidskaart (bron: atlasvoverijssel.nl)
10
Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving De gemeenten Tubbergen en Dinkelland hebben gezamenlijk de uitwerking van de omgevingsvisie opgepakt. De gemeente hanteert voor ontwikkelingen in het buitengebied het beleid Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Bij elke ontwikkeling dient geïnvesteerd te worden in de omgevingskwaliteit. Bij een grootschalige ontwikkeling dient men naast een basisinspanning een extra investering aan te bieden ten behoeve van de omgevingskwaliteit. Op deze manier wordt aantasting van de omgevingskwaliteit en een verlies aan ecologisch en landschappelijk kapitaal als gevolg van de nieuwe ontwikkeling voorkomen of gecompenseerd. Men onderscheidt een aantal stappen: - De waarde; Wat is de omvang van de ontwikkeling en de kwaliteitsimpuls; - Casco; De locatie in het ‘casco’ en de voorgestelde locatie voor de landschapselementen; - ONW; Zijn er natuurdoelstellingen van toepassing; - KGO en Analyse; Welk landschapstype en welke bouwstenen zijn van toepassing; - Streefbeeld; Welke ambities en welk streefbeeld dient nagestreefd te worden; - Bouwsteen; Waar en hoe kan daar aan voldaan worden? In het proces van het stappenplan wordt er, net als bij de omgevingsvisie gebruik gemaakt van de vier lagen benadering; de natuurlijke, de agrarische, de stedelijke en de lust en leisure laag.
De voorgenomen kwaliteitsimpuls zal een bijdrage leveren aan een stevig en robuust landschappelijk raamwerk. Onder andere kunnen verdwenen landschapselementen, kenmerkd voor het gebied teruggebracht worden. Het plangebied ligt, evenals het overgrote gedeelte van de gemeente Tubbergen, in het jong heideontginningslandschap. Er wordt gestreefd naar het versterken en ontwikkelen van robuuste en heldere landschappelijke structuren.
gen conform de standaardtabel als opgenomen in het KGO beleid van de gemeente, echter vanwege de vergroting van het bestemmingsvlak, een wijziging van de bestemming en een toename van de bouw, dan wel gebruiksmogelijheden, wordt middels een taxatie de toegenomen waarde bepaald. Er is een taxatierapport opgesteld om de waardesprong te kunnen bepalen. Dhr. Weusthuis (taxatie- en makelaarskantoor) heeft een taxatie uitgevoerd. De waardevermeerdering betreft € 167.933,50. De voorgenomen ontwikkeling is functioneel aan het buitengebied verbonden. 25% van de waardevermeerdering zal ingezet worden voor de compensatie ten goede van de ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast kunnen de kosten voor het KGO plan (met een maximum van 10%) worden afgetrokken, evenals de kosten voor het kwaliteitsteam. De bijdrage voor een investering in de ruimtelijke kwaliteit bedraagt daardoor afgerond € 37.785,00.
Er is nadrukkelijk gezocht naar mogelijkheden voor een investering in de ruimtelijke kwaliteit nabij het plangebied. Overleg met heeft niet geleid tot investeringsmogelijkheden en derhalve maakt de initiatiefnemer gebruik van de mogelijkheid om het (rest)bedrag in het groenfonds van de gemeente Tubbergen te storten. De volgende voorwaarden zijn van toepassing: • 20% van het totaalbedrag (€ 7.557,-) blijft twee jaar lang beschikbaar voor de handbalvereniging H.V. Stevo te Geesteren. De vereniging kan een verzoek voor uitbetaling bij de gemeente indienen. De gemeente toetst vervolgens de aanvraag en de dan ingediende plannen. • Het restbedrag (€ 30.228,-) wordt gestort in het gemeentelijk groenfonds voor investeringen in het landschap en/of de ruimtelijke kwaliteit in zijn algemeenheid. Als hierboven genoemde 20% niet binnen twee jaar na vaststelling van het bestemmingsplan wordt gebruikt dan komt het geld vrij voor ruimtelijke initiatieven binnen de gemeente Tubbergen (gemeentelijk groenfonds).
KGO berekening Uitbreiding Broekbeke Wijziging bestemming, bestemmingsplan en de bouw- en gebruiksmogelijkheden volgens taxatie
€ 167.933,50
Grondgebonden aan het buitengebied (-75%)
€ 125.950,13
Totaal
€ 41.983,38
Aftrekposten Kosten landschapsontwerp 10% van KGO na afwaardering
€ 4.198,34
Resteren investering in ruimtelijke kwaliteit
€ 37.785,04
Waardering Bij het bepalen van de hoogte van de kwaliteitsimpuls voor de groene omgeving wordt uitgegaan van de waardevermeerdering van de gronden die door de planologische verandering zal ontstaan. Normaliter wordt uitgegaan van basisbedra-
11
Ruimtelijk kwaliteitsplan
Broekbeke
a=
Bedrijfsgebouw (hoofdgebouw) met ten noorden en zuiden twee bijgebouwen
b=
Toekomstige bedrijfswoning (indicatief)
c=
Verharde toegangsweg vanaf de N343 welke toegang geeft tot de verschillende faciliteiten op het terrein en de bedrijfswoning
d=
Groene parkeerplaats, met een water doorlatende verharding. Tussen de
dubbele rij parkeerplaatsen een gemengde haag: aanplant in dubbele rij, 7 stuks aanplant per meter, totale aanplant 450 stuks, maatvoering 80-100 cm hoogte. Gemengde hagen mix van beuk (hergebruik indien mogelijk) haagbeuk, meidoorn, veldesdoorn, in een gelijke verdeling. De noord en oostzijde van de nieuwe parkeerplaats zal bestaan uit een struweel haag van ca. 100 m lang, 2 meter breed: aanplant 2 stuks per meter, totaal 200 stuks aanplant, maatvoering 80-100 cm hoogte. Wilde haag bestaat uit een mix van sleedoorn, meidoorn, beuk en kornoelje in een gelijke verhouding. Toevoegen van enkele druipvrije lindes (Tilia tomentosa) aan de parkeerplaats. e=
Bestaande vijvers, n.t.b. beplanting toevoegen voor vergroening van het terrein
f=
Aan te passen vijver en nieuwe vijvers, het terrein wordt uitgerasterd
g=
Bestaande houtwal met inheemse beplanting op aarden wal
h=
Camperplekken, het terrein wordt uitgerasterd
i=
Houtsingel ter afscheiding van de camperplaatsen, bomenrij en boomgroepen
met struikgewas en kruidlaag. j=
Aan te leggen houtwal met inheemse beplanting met aan de zijdes van het
camperterrein een aarden wal met een hoogte maximaal gelijk aan de provinciale weg. Aanplant met bosplantsoen, soorten zwarte els (Alnus glutinosa), eik (Quercus robur), hazelaar(Corylus avellana), meidoorn (Crataegus monogyna), Gelderse roos (Vibernum opolus), kamperfoelie (Lonicera periclymenum), boswilg (Salix caprea) en kardinaalsmuts (Euonymus europaeus), in een gelijke verdeling, in driehoeksverband, plantafstand 1,5 x 1,5, maatvoering 80-100 cm hoogte en in groepjes van 5-7 stuks. De breedte van de houtwal is 8 meter, de lengte 130 meter en de totale aanplant bestaat uit 520 stuks. De houtwal zal aan de binnenzijde camperterrein uitgerasterd worden. k=
Laanbomen (eik) met bloemenrijk grasland als ondergroei. Aanplant eiken
(Quercus robur), plantafstand 8 meter, 10 stuks, maatvoering 12-14 (stamomtrek cm op 1 meter hoogte) en elk voorzien met twee boompalen. l=
De graslanden rondom de entree bestaan uit bloemenrijk grasland. De oude eik
zal behouden blijven. m=
Elzensingel met een natuurlijke kruidenlaag als ondergroei. De plantafstand is
18JA145
A.Veenendaal
4 meter over een lengte van 180 meter, aanplant met bewortelde stek met de maat
Martijn en Annemarie Oude Kotte
Versie 1.3
-
20-07-2021
200-250 cm hoogte en een totale aanplant 45 stuks. De elzensingel zal uitgerasterd
Hardenbergerweg 145
A3
7678 VR Geesteren
Concept
1:1300
Broekbeke visvijvers
worden waarbij de afrastering op minimaal 2 meter afstand van de elzensingel wordt geplaatst.
12
Ruimtelijk kwaliteitsplan
Het plangebied ligt in een landschap dat relatief laat (topografische kaarten geven een inschatting van ontginning na 1920) is ontgonnen waardoor het een landschap betreft met grote blokvormige percelen en relatief weining begroeiing. Het betreft een grootschalig landschap, met name gericht op de landbouw met over het algemeen alleen begroeiing langs perceelranden, wegen en watergangen. De dragende structuren worden gevormd door groene en blauwe raamwerken. Het plangebied en zijn omgeving is dan ook onderdeel van een gebruikslandschap. Een uitbreiding van een functie zoals de visvijvers is dan ook passend in dit landschap. De groene en blauwe rationele structuren zijn ook rondom het plangebied te herkennen en de voorgaande inrichting van het visvijver terrein heeft zich hier in het verleden reeds op aangesloten. De wegen in de buurt worden begeleid door laanbomen, de houtwallen langs de broekbeek en de perceelrandbegroeing langs diverse blokvormige percelen in de buurt zijn onderdeel van het raamwerk. Zo ook de robuuste en functionele inpassing van de bestaande vijvers. Door de jaren heen zijn landschapselementen langs de rationele lijnen in het landschap verdwenen door onder andere schaalvergroting in de landbouw. Langs de Hardenbergerweg is op historische topografische kaarten te zien dat voorheen een beplantingsstrook langs de weg aanwezig was.
In het zuidoostelijke gedeelte van het plangebied is een weg met de bijbehorende begeleidende beplanting verdwenen.
Maatregelen Er worden diverse maatregelen uitgevoerd om het plan landschappelijk in te passen in het kader van de basisinspanning voor de KGO. De concrete maatregelen en benodigde werkzaamheden worden hieronder uiteengezet. In de uiteenzettingen wordt verwezen naar de letters opgenomen in de landschappelijke inpassingsschets. Robuuste groene omlijsting De huidige inrichting van het terrein heeft zich gevormd binnen de kaders van de in het verleden gevormde kavelstructuren in het landschap. Gebleken is dat het naastgelegen perceel beschikbaar is gekomen voor uitbreiding van de Broekbeke Visvijvers. Deze uitbreiding zal ingepast worden met een robuuste groene omlijsting (j,k,m) die conform het rationele landschap zal worden vormgegeven. Daarbij wordt rekening gehouden met de functies binnen het plangebied. Verhoogde houtwal (j) Langs de Hardenbergerweg ter plaatse van het camperterrein zal een verhoogde houtwal aangelegd worden. De aarden wal heeft een gelijke hoogte met de Hardenbergerweg. Vanwege verschillende redenen is gekozen voor deze vorm van groene omlijsting ter plaatse van de camperplekken. De verhoging zorgt voor geluidsdemping zodat overlast van de Hardenbergerweg op de campergasten wordt beperkt.
Daarnaast zorgt het voor een camouflage van zowel het zicht op de visvijvers gezien vanuit de omgeving als van het zicht op de omliggende grote agrarische bedrijven in zuidelijke richting door de gebruikers van de visvijvers. De verhoogde houtwal wordt aangeplant met bosplantsoen met de soorten zwarte els, eik, hazelaar, meidoorn, Gelderse roos, kamperfoelie, boswilg en kardinaalsmuts, in 6 plantrijen, in driehoeksverband 1,5 x 1,5 in een gelijke verdeling. De breedte van de houtwal is 10 meter en de lengte is 130 meter. De totale aanplant bestaat uit
520 stuks met de maatvoering 80-100 cm hoogte. De soorten worden aangeplant in groepen van 5-7 stuks per soort. Op die manier wordt voorkomen dat langzaam groeiende soorten worden overgroeid door snel groeiende soorten. De houtsingels en houtwallen worden als hakhout beheerd en tussen de 10-12 jaar afgezet zodat er regelmatig verjonging plaats vindt en er een robuuste struiklaag ontstaat. Enkele boomvormers in de middeldete plantrijen moeten worden gespaard om diversiteit aan te brengen. Met name een onregelmatig karakter is daarbij belangrijk om het geheel natuurlijker te laten ogen.
Figuur 9 Impressie houtwal met inheems bosplantsoen (bron: Ad Fontem)
10 meter
In het plangebied liggen kansen om een kwaliteitsimpuls te geven aan het jong heide- en broekontginningslandschap conform de uitgangspunten van het gemeentelijke en provinciale beleid en passend bij het toekomstige gebruik van de gronden.
Figuur 10 Impressie plantwijze houtwal met inheems bosplantsoen (bron: Ad Fontem) Raster binnenzijde camperterrein
10 meter breed
Figuur 11 Doorsnede gedeelte camperterrein naast de Hardenbergerweg (bron: Ad Fontem)
13
Bomenlaan (k) Ter hoogte van het parkeerterrein zal de groene omlijsting bestaan uit een bomenlaan die de Hardenbergerweg begeleidt. Het aanplanten van een nieuwe bomenrij, alszijnde laan langs de Hardenbergerweg, verhoogt de herkenning van het landschap. Daarnaast wordt het zicht op het verbouwde hoofdgebouw niet ontnomen en blijft de oprit naar het terrein overzichtelijk en verkeersveilig. De bomenlaan zal bestaan uit opgesnoeide eiken zodat het zicht, onder de bomen door, blijft bestaan. De eiken (Quercus robur), in totaal 10 stuks, worden op een afstand van 8 meter van elkaar geplant met de maatvoering 12-14 en elk voorzien van twee boompalen. Elzensingel (m) De vormgeving van de zuidelijke begrenzing van het plangebied geschiet door het aanleggen van een elzensingel welke aansluit op de bestaande houtsingels en -wallen in en aangrenzend aan het plangebied. Een elzensingel is een rij met zwarte elzen (Alnus glutinosa) langs slootkanten, perceelsen eigendomsgrenzen. De elzen worden in een rij aangeplant met een plantafstand van 4 meter over een lengte van 180 meter. De totale aanplant van elzen betreft 45 stuks met bewortelde stek met de maat 200-250 cm hoogte. De zuidelijke groenstrook zal ca. 5-6 meter breed worden waarbij naast de elzensingel een ondergroei aanwezig zal zijn bestaande uit een natuurlijke kruidlaag.
De groenstrook zal aan de zuidzijde worden uitgerasterd om de nieuwe aanplant te beschermen. De kruidlaag zal zich op een natuurlijke manier ontwikkelen en kan 1x per jaar in februari worden gemaaid en afgevoerd. Het hakhout wordt periodiek afgezet in een cyclus van éénmaal per 6-10 jaar. De werkzaamheden dienen in de periode van begin november tot eind februari plaats te vinden. Entree De entree van het terrein bestaat uit de reeds genoemde oprit met een verhard oppervlakte in verband met het intensieve gebruik. De bestaande oude eik nabij de inrit zal behouden blijven. De bermen en gronden rondom de inrit en de route naar de parkeerplaats zullen worden omgeven met een bloemenrijk grasland (l). Na bewerking van de grond kan de bodem ingezaaid worden met een zaadmengesl met diverse bloemsoorten. Er dient 1 a 2 keer per jaar gemaaid te worden waarbij het maaisel afgevoerd wordt om de bodem te verschralen. Het doel is een kleurrijk beeld te scheppen met een grotere belevingswaarde dan een traditioneel grasveld.
Bloemrijke graslanden trekken veel insecten aan, die op hun beurt weer andere fauna aantrekken. Daarnaast grenst het bloemenrijk grasland aan op de Broekbeek waardoor de biodiversiteit extra versterkt wordt. De entree leidt de bezoeker naar de faciliteiten op het terrein. Parkeerplaats De oprit en het erf bij het hoofdgebouw zal bestaan uit een verhard oppervlakte in verband met het intensieve gebruik, ook door zwaarder verkeer (toeleveranciers e.d.). Het parkeerterrein zal bestaan uit een halfverharding met een natuurlijke uitstraling. Het terrein, voornamelijk de noord en oostzijde van de parkeerplaats, zal omkaderd worden door een struweelhaag van ongeveer 2,00 meter breed, aanplant 2 stuks per meter, totale aanplant 200 stuks, maatvoering 80-100 cm hoogte. De wat wildere haag bestaat uit een mix van sleedoorn, meidoorn, beuk en kornoelje in een gelijke verhouding. De hagen zorgen voor de afbakening en structuur van het parkeerterrein, zorgen voor een groen karakter en zorgen ervoor dat het ‘blik’ niet overheerst in het landschap. Tussen de rijen parkeerplaatsen zullen gemengde hagen worden aangebracht, met de soorten beuk (hergebruik), haagbeuk, veldesdoorn en meidoorn. De totale lengte van de aanplant bedraagt circa 90 meter met een aanplant van 5 stuks per meter. Aanplant bestaat uit 450 stuks in de maat 80100 (hoogte in centimeters), in een gelijke verhouding.
De bestaande beukenhaag op het terrein zal hergebruikt worden indien mogelijk en zal gebruikt worden voor de haag tussen de rijen parkeerplaatsen in. Daarnaast zullen de groenstroken en hagen tussen de parkeerplaatsen worden voorzien van enkele druipvrije linde bomen (Tilia tomentosa) voor een groen karakter. De bezoekers die met de fiets komen kunnen hun fiets stallen aan de voorzijde van het hoofdgebouw. Vijverterrein Momenteel is het bestaande terrein rondom de vijvers vrij van beplanting. Om de plek aantrekkelijker en avontuurlijker te maken voor de bezoeker zal natuurlijke beplanting worden aangebracht. Daarbij wordt rekening gehouden met de functionaliteit van de plek zodat de beplanting geen gevaar vormt voor de vissen en de kwaliteit van de vijvers.
Figuur 12 Impressie elzensingel met afrastering (bron: Ad Fontem) Uitrastering Het terrein van de visvijvers is momenteel reeds afgerasterd vanwege het tegengaan van illegaal vissen. Rondom het visvijverterrein zal een afrastering geplaatst worden met groen gaas en draad. De nieuw te plaatsen afrastering betreft ca. 250 meter (zuid- en oostzijde). Het camperterrein zal aan de binnenzijde eveneens afgerasterd worden, met houten palen en draad zoals in bovenstaande afbeelding weergegeven is. De nieuw te plaatsen afrastering heeft een lengte van ca. 300 meter (zuid-, oost- en klein stukje noordzijde). Het raster dient niet op het talud te worden geplaatst en maximaal 1,5 meter in de houtwal.
14
Stationsstraat 37 - 7622 LW Borne - Tel: 074-2557027 - a.veenendaal@ad-fontem.nl - www.ad-fontem.nl
Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek
70
bestemmingsplan Buitengebied, Hardenbergerweg 145 Geesteren
RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK conform NEN5740 Hardenbergerweg 145 - Geesteren
Opdrachtgever: Ad Fontem Locatie: De Broekbeke Hardenbergerweg 145 7678 VR Geesteren Augustus 2021
Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl
Tel: 0546 - 63 96 63 KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01
Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739
Rapport Verkennend Bodemonderzoek conform NEN 5740 Hardenbergerweg 145 - Geesteren
Opdrachtgever: Ad Fontem Stationsstraat 37 7622 LW Borne Locatie: De Broekbeke Hardenbergerweg 145 7678 VR Geesteren Projectcode: 21036110 Rapportagedatum: 27 augustus 2021 Auteur: Mevr. ing. H. Stevelink
Kruse Milieu BV
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
2
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie
2 2 2 3
3
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses
4 4 5 5 6 7
4
Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses
8 8 8 10 11
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
12
6
Literatuur en bronvermelding
14
Bijlagen I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, februari 1999 Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, augustus 2021 II Boorstaten Legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses Toetsing chemische analyses IV Informatie gemeente Tubbergen V Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Kruse Milieu BV
Project: 21036110
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend bodemonderzoek, dat in opdracht van Ad Fontem op twee terreindelen aan de Hardenbergerweg 145 in Geesteren door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande nieuwbouw en de bestemmingsplanwijziging. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning. Hiervoor dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie ter plekke van het weiland en de geplande nieuwbouw als onverdacht kan worden beschouwd. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5725, Bodem. Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016.
De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. Het veldwerk is uitgevoerd in juli en augustus 2021 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden eventuele resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.
Kruse Milieu BV
Project: 21036110
Pagina 1 van 14
2
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie
Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen op een terrein van Hardenbergerweg 145, op circa 2.0 kilometer ten noorden van de bebouwde kom van Geesteren. Het centrale punt van het te onderzoeken terrein heeft de RD-coördinaten x = 247.092 en y = 495.917 en is kadastraal bekend als: gemeente Tubbergen, sectie A, nummer 8542. De Hardenbergerweg bevindt zich ten oosten van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie ter plekke van het weiland is momenteel onbebouwd, onverhard en begroeid met gras. Ter plekke van de geplande nieuwbouw is de onderzoekslocatie onbebouwd en geheel verhard met klinkers. Onderzoekslocatie In het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning is een bodemonderzoek noodzakelijk. De onderzoekslocatie is onbebouwd, deels verhard en omvat een weiland van circa 23215 m² en een nieuwbouw van circa 200 m². Bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen opgenomen: - boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, februari 1999; - boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, augustus 2021. Vooronderzoek In het vooronderzoek komt, naast informatie uit het huidige gebruik, het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein.
Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever en de gemeente Tubbergen. Daarbij is de volgende informatie is verzameld: - de onderzoekslocatie heeft ter plekke van het weiland momenteel een agrarische bestemming. Het terrein ter plekke van de geplande nieuwbouw heeft momenteel een sport bestemming. De bebouwing ter plekke dateert van 2001 en 2012 (bron: BAGviewer); - de onderzoekslocatie is niet eerder bebouwd geweest; - voor Broekbeke Forellenvisvijvers is op 30 november 2006 een melding gedaan in het kader van een verandering van de inrichting aan de Hardenbergerweg 145 te Geesteren; - voor zover bekend is er op de huidige onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel; - de onderzoekslocatie is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn; - voor zover bekend is het te onderzoeken terrein in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden; - voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. Er bevinden zich geen asbesthoudende dakplaten, beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie.
Tevens is de locatie niet gelegen aan een asbestweg; - er is eerder een bodemonderzoek deels op de huidige onderzoekslocatie uitgevoerd. Deze wordt op de volgende pagina nader toegelicht.
Kruse Milieu BV
Project: 21036110
Pagina 2 van 14
Kruse Milieu BV verkennend bodemonderzoek Broekbeekweg 3 te Geesteren, d.d.februari 1999 met projectcode 990210 Aanleiding voor dit onderzoek deels op de huidige onderzoekslocatie was de geplande nieuwbouw van het huidige gebouw aan de noordzijde en de aanleg van visvijvers. Uit de analyseresultaten bleek dat er in de boven-en ondergrond geen verontreinigingen zijn aangetoond. In het grondwater zijn (zeer) licht verhoogde gehalten aan zink en cadmium aangetoond. Bodemsamenstelling en geohydrologie Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - het maaiveld bevindt zich ongeveer 15.5 meter boven NAP; - De deklaag bestaat uit kwartair zand, een door de wind afgezet dekzandpakket, dat behoort tot de formatie van Twente. Deze laag is ter plaatse ruim 20 meter dik. Het doorlatend vermogen is ruim 250 m²/dag; - de grondwaterspiegel bevindt zich op circa 1.0 meter onder het maaiveld. Het freatische grondwater stroomt in west-zuidwestelijke richting; - op circa 3.0 kilometer ten oosten van de onderzoekslocatie bevindt zich het grondwaterbeschermingsgebied Manderveen; - ten oosten van de huidige bebouwing loopt een sloot; - de invloed van de sloot en het grondwaterwaterbeschermingsgebied op het freatische grondwater is bij ons bureau onbekend.
Kruse Milieu BV
Project: 21036110
Pagina 3 van 14
3
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie
De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. In de norm NEN5740 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, kan de onderzoekslocatie zowel ter plekke van het weiland als de geplande nieuwbouw als niet verdacht worden beschouwd. De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN 5740 wordt voor de onderzoekslocaties gebruikt. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. Indien tijdens het veldwerk blijkt dat de bodem puinhoudend is, worden de puinhoudende boringen tot 0.5 meter diepte conform NEN5707 vervangen door inspectiegaten.
Aangezien puinhoudende grond per definitie asbestverdacht is, dient in voorkomende gevallen asbestonderzoek plaats te vinden. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem; - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40).
Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden; - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden.
Kruse Milieu BV
Project: 21036110
Pagina 4 van 14
Veldwerkzaamheden Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Te wijzigen bestemming ter plekke van het weiland Op een terrein van circa 23215 m2 worden in totaal 33 boringen verricht, waarvan 10 boringen worden doorgezet tot de grondwaterstand of 2.0 meter diepte. Van de diepe boringen worden 3 boringen overeenkomstig NEN5766 afgewerkt tot peilbuizen. De boringen worden gecodeerd als boring 1 tot en met 30. Geplande nieuwbouw Op een terrein van circa 200 m2 worden in totaal 4 boringen verricht, waarvan 2 boringen worden doorgezet tot de grondwaterstand of 2.0 meter diepte. Van de diepe boringen wordt 1 boring overeenkomstig NEN5766 afgewerkt tot peilbuis. De boringen worden gecodeerd als boring 41 tot en met 44. Van elk monsterpunt wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. Analyses De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen.
Eventuele asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam in Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in dit verkennend onderzoek 9 grondmengmonsters samengesteld en er worden 4 grondwatermonsters genomen. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 2. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 onderzocht. In tabel 1 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 1: Analysepakket per (meng)monster. Monster
Analysepakket Bestemmingsplanwijziging weiland
Bovengrond (4x) Ondergrond (3x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organisch stof, lutum en droge stof
Grondwater (3x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting
Kruse Milieu BV
Project: 21036110
Pagina 5 van 14
Vervolg tabel 1: Analysepakket per (meng)monster. Monster
Analysepakket Geplande nieuwbouw
Bovengrond (1x) Ondergrond (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organisch stof, lutum en droge stof
Grondwater (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting
Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. Toetsing chemische analyses De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu.
Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. Kruse Milieu BV
Project: 21036110
Pagina 6 van 14
De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie 2 juli 2020) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de sinds 15 januari 2020 door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater.
Toetsing asbestanalyses De resultaten van eventuele asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen < 0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht.
Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding. Kruse Milieu BV
Project: 21036110
Pagina 7 van 14
4
Resultaten Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in juli en augustus 2021 uitgevoerd door de heren J. Hartman, N. Pepping en B. Dierink. Deze veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). Te wijzigen bestemming ter plekke van het weiland Op 26 juli 2021 zijn er in totaal 33 boringen verricht met behulp van een Edelmanboor. Er zijn 10 boringen doorgezet in de diepere ondergrond. Er zijn 3 diepe boringen met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor doorgezet tot een diepte van 2.70 m-mv en afgewerkt met peilbuizen. Geplande nieuwbouw Er is op 14 juli 2021, ten behoeve van het plaatsen van peilbuis PB 41, een boring verricht met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor. Er zijn geen grondmonsters genomen uit boring 41 in verband met de conserveringstermijn van enkele te onderzoeken parameters. Boring 41 is op een later tijdstip opnieuw geplaatst voor het nemen van grondmonsters (41A). Op 26 juli 2021 zijn er in totaal 4 boringen verricht.
Boring 41A en 42 zijn met behulp van een Edelmanboor verdiept tot circa 2.0 m-mv of tot het grondwaterniveau. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat globaal uit matig fijn tot matig grof zwak siltig zand. In de boven- en ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de (meng)monsters samengesteld, zoals in tabel 2 staat omschreven. Tabel 2: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m -mv)
Analyse
Bestemmingsplanwijziging weiland BG I
Kruse Milieu BV
1, 11, 13, 14 en 15 10 16
0 - 0.3 0 - 0.4 0 - 0.2
Project: 21036110
NEN5740standaardpakket
Pagina 8 van 14
Vervolg tabel 2: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m -mv)
Analyse
Bestemmingsplanwijziging weiland
BG II
2, 17, 19 en 21 8 9 18
0 - 0.3 0 - 0.4 0 - 0.5 0 - 0.35
NEN5740Standaardpakket
BG III
4 7, 22, 25 en 33 24 23
0 - 0.5 0 - 0.3 0 - 0.45 0 - 0.4
NEN5740Standaardpakket
BG IV
3, 5, 6, 27, 28 en 31 30
0 - 0.3 0 - 0.2
NEN5740Standaardpakket
OG I
1 1 9 10 10
0.3 - 0.6 1.1 - 1.6 0.7 - 1.2 0.4 - 0.8 0.8 - 1.2
NEN5740Standaardpakket
OG II
2 2 7 7 7 8 8
0.3 - 0.56 0.5 - 1.0 0.3 - 0.5 0.5 - 0.7 0.7 - 1.2 0.4 - 0.7 0.7 - 1.2
NEN5740Standaardpakket
OG III
3 3 4 5 6
0.3 - 0.6 0.6 - 1.1 0.5 - 1.0 0.5 - 1.0 0.8 - 1.2
NEN5740Standaardpakket
Geplande nieuwbouw BG V
41A, 42, 43 en 44
0.05 - 0.5
NEN5740standaardpakket
OG IV
41A 41A 42 42
0.7 - 1.0 1.0 - 1.5 0.5 - 0.9 0.9 - 1.4
NEN5740Standaardpakket
De boringen 1, 2, 3 en 41 zijn doorgezet tot 2.70 m-mv en 3.10 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om de PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt.
Kruse Milieu BV
Project: 21036110
Pagina 9 van 14
Op 26 juli 2021 is peilbuis PB 41 en op 10 augustus 2021 zijn de peilbuizen PB 1, PB 2 en PB 3 bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 3. Tabel 3: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
EC Troebelheid Toestroming (μS/cm) (NTU)
Bestemmingsplanwijziging weiland PB 1
1.70 - 2.70
1.10
6.4
135
9.8
Goed
PB 2
1.70 - 2.70
0.80
6.1
142
4.4
Goed
PB 3
1.70 - 2.70
0.80
6.4
190
6.0
Goed
500
0.1
Goed
Geplande nieuwbouw PB 41
2.10 - 3.10
1.20
5.2
De waarden voor de pH worden als verlaagd beschouwd. De waarden voor de EC en de troebelheid worden als normaal beschouwd. Resultaten en toetsing van de chemische analyses In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In het grondwater (PB 1, PB 2 en PB 41) zijn enkele lichte verontreinigingen gemeten, deze zijn weergegeven in tabel 4. In de bovengrond (BG I, BG II, BG III, BG IV en BG V), de ondergrond (OG I, OG II, OG III en OG IV) en in het grondwater (PB 3) zijn geen verontreinigingen gemeten.
Kruse Milieu BV
Project: 21036110
Pagina 10 van 14
Tabel 4: Verhoogde concentraties (μg/l). Monster
Component
Gemeten Concentratie
GSSD
Streefwaarde
Interventiewaarde
Bestemmingsplanwijziging weiland PB 1
Barium Koper
100 31
100 * 31 *
50 15
625 75
PB 2
Barium Koper
88 37
88 * 37 *
50 15
625 75
50 0.4 15
625 6.0 75
Geplande nieuwbouw PB 41
Barium Cadmium Nikkel
150 0.56 23
150 * 0.56 * 23 *
In de vierde kolom van tabel 4 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan S; * concentratie groter dan S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is beschreven, zijn er enkele lichte verontreinigingen in het grondwater aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Grondwater - PB 1, PB 2 en PB 41 - Barium, cadmium, nikkel en koper De (zeer) licht verhoogde gehalten aan barium, cadmium, nikkel en koper in het grondwater zijn waarschijnlijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden. In de ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen aangetroffen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. In een eerder onderzoek (Kruse Milieu BV, februari 1999) zijn eveneens licht verhoogde gehalten aan zink en cadmium ter plekke van de bebouwing in het grondwater aangetoond. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk.
Kruse Milieu BV
Project: 21036110
Pagina 11 van 14
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
Algemeen In opdracht van Ad Fontem is in een verkennend bodemonderzoek de bodem onderzocht op een weiland van circa 23215 m² en een nieuwbouwterrein van circa 200 m² aan de Hardenbergerweg 145 in Geesteren. De nieuwbouwlocatie is momenteel onbebouwd en verhard en het weiland is onbebouwd en onverhard en begroeid met gras. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande nieuwbouw en de bestemmingsplanwijziging ter plekke van het weiland. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie ter plekke van het weiland en de geplande nieuwbouw als onverdacht kan worden beschouwd. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 38 boringen verricht, waarvan er 12 zijn doorgezet in de diepere ondergrond. Er zijn 4 diepe boringen afgewerkt tot peilbuizen. Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit matig fijn tot matig grof zwak siltig zand. In de boven- en ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen. Het freatische grondwater is in de peilbuizen gemiddeld aangetroffen op 0.98 m-mv.
Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: Bestemmingsplanwijziging weiland - de bovengrond (BG I, BG II, BG III en BG IV) is niet verontreinigd; - de ondergrond (OG I, OG II en OG III) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 1, PB 2 en PB 3) is (zeer) licht verontreinigd met barium en koper. Geplande nieuwbouw - de bovengrond (BG V) is niet verontreinigd; - de ondergrond (OG IV) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 41) is (zeer) licht verontreinigd met barium, cadmium en nikkel. Hypothese De hypothese "onverdachte locatie" dient te worden verworpen aangezien er overschrijdingen van de streefwaarden zijn aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In het grondwater (PB 1, PB 2 en PB 41) zijn enkele lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de bovengrond (BG I, BG II, BG III, BG IV en BG V), de ondergrond (OG I, OG II, OG III en OG IV) en in het grondwater (PB 3) zijn geen verontreinigingen gemeten. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de bestemmingsplanwijzing en nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren.
De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik.
Kruse Milieu BV
Project: 21036110
Pagina 12 van 14
Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.