CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Buitengebied, Hagweg ong en Looleeweg ong compleet.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 21 december 2021, gemeente TubbergenBij agendapunt: 12: Bestemmingsplan Buitengebied, Hagweg ong - Looleeweg ong24.380 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Hagweg ong. •

Tubbergen, 20 juli 2021 - Versie 1 Definitie

Project: Rood voor rood

2

Afbeelding: Ontwikkeling Hagweg ong. (Bron: N+L Landschapsontwerpers)

Ruimtelijk kwaliteitsplan Project:

Rood voor rood

Locatie: Hagweg ong. Harbrinkhoek

Titel rapport

RKP rood voor rood - Hagweg ong.

Opgesteld:

20 juli 2021, Tubbergen

Gewijzigd:

-

Status:

Versie 1 - Definitief

Auteur:

N+L Landschapsontwerpers Ing. NH Oldenzaalseweg 38 7651 KC Tubbergen 06-83337880 info@nl-landschap.nl www.nl-landschap.nl

3

4

1. Aanleiding

05

2. Huidige situatie bouwlocatie

06

3. Huidige situatie slooplocatie

08

4. Beleid

10

5. Nieuwe situatie bouwlocatie

16

6. Nieuwe situatie slooplocatie

18

7. Financiële onderbouwing

20

1. Aanleiding Aan de Hagweg ten oosten van Harbrinkhoek zijn twee mestsilo’s gelegen. De mestsilo’s maken sinds de jaren ‘80 deel uit van het landschap aan de Hagweg. Het bouwen van de silo’s is destijds nodig geweest om het overschot van mest (lokaal) op te lossen op een toen erg korte termijn. Er werden meerdere locaties voorgesteld waarvan de locatie aan de Hagweg het uiteindelijk is geworden. De locatie is opmerkelijk gelet op de aanwezigheid van een kamp (eenmansesje). De mestsilo’s staan nagenoeg op het hoogste punt van de kamp. De mestsilo’s zijn van ruime afstand goed waar te nemen, maar de functie van de mestsilo’s is nog steeds niet verloren. Nog steeds maken diverse agrariërs en/of loonbedrijven gebruik van de mogelijkheid om de mest op te kunnen slaan. De mestsilo’s zijn economisch interessant. Het gebruik van de silo’s zorgt ook voor nadelige aspecten. Onder meer wordt nog wel eens geurhinder in de nabije buurt ervaren en is het niet bevorderlijk dat de Hagweg, een autoluwe recreatieve route, relatief vaak bezocht wordt door zwaar vrachtverkeer. Gesteld kan worden dat de mestsilo’s niet passend zijn in deze omgeving, niet op de gewenste plek zijn gelegen, maar dat het wel een aantrekkelijke economische locatie is.

slopen en een nieuwe woning te bouwen. Ook voor de (leef)omgeving en de recreatie een interessante ontwikkeling. Het betreft een bouwvlak, maar het aantal sloopmeters is niet toereikend. Daarom is een aanvullende locatie gezocht en gevonden aan de Looleeweg ong. Landschappelijke inpassing De gemeente Tubbergen eist voor de ontwikkeling een landschappelijke inpassing. In dit document wordt daarom de landschappelijke inpassing uiteengezet. Er wordt een beschrijving van het plangebied gegeven, het omliggende landschap en het vigerende beleid. Dat resulteert in een beschrijving van de nieuwe situatie die aan het gestelde beleid voldoet.

Er zijn mogelijkheden om met de rood voor rood regeling landschap ontsierende bebouwing in te zetten in ruil voor een woning. De eigenaar wil daarom de locatie opheffen door gebruik te maken van de rood voor rood regeling. Daarmee de ruimtelijke kwaliteit te herstellen door de silo’s te

5

2. Huidige situatie bouwlocatie Het plangebied is op de overgang van een dekzandgebied naar een beekdalgebied gelegen. Er is sprake van hoogteverschillen, met direct onder het plangebied door de aanwezigheid van een dekzandwelving, een eenmansesje. De hoogteverschillen zijn ontstaan in de laatste ijstijd waar zandruggen en beekdalen na verloop van tijd veelal zijn geërodeerd. De grotere aanwezige dekzandruggen werden in gebruik genomen als gezamenlijke essen. De kleinere zandkopjes werden gebruikt als de eenmansesjes die het karakteristiek van het kampenlandschap tot gevolg had. Kampenlandschap Het plangebied ligt in het kampenlandschap, met de overgang rondom naar de jonge heideontginning. Dit was altijd een uiterst functionele overgang, aangezien de heideplaggen vroeger werden gebruikt in de stal. Na vermenging met uitwerpselen van het vee werd het ter bemesting naar de essen of kleinere kampen gebracht. Het plangebied ligt te midden van een, van oorsprong zeer gevarieerd landschap. Van het voormalige kleinschalige landschap rondom het plangebied is maar weinig over. Veel landschappelijke elementen zijn verdwenen, in veel gevallen door de schaalvergroting (ruilverkaveling) in de landbouw. Dat is goed weer te zien op de cultuurhistorische kaarten waarbij vanaf de jaren ’60 veel elementen verdwijnen.

Ook veel steilranden, die het gebied typeerden zijn afgevlakt en/of verdwenen. Hoewel het gebruikelijk was dat een erf aan een kamp was gelegen, ontstaat hier bebouwing pas in de jaren ‘80. Van oorsprong was er dus geen bebouwing. Het landschap Het landschap aan de zuid- en oostzijde van het plangebied is voorheen erg gesloten geweest. Richting het westen en noorden was het juist open 6

(ontginning). Het kenmerkende coulisselandschap rondom het plangebied is gesneuveld door de jaren heen, enkel de meer robuuste elementen langs wegen of met een functie zijn bewaard gebleven (landschappelijke dragers). Deze zijn belangrijk voor de herkenbaarheid van het gebied. De erven waren vroeger verbonden door het vele groen en de diverse veldwegen tussen de kampen door. De ontwikkeling dient bij te dragen in het behoud, herstel en/of de herkenbaarheid daarvan. Nieuwe elementen Praktisch alle landschapselementen zijn door de jaren verdwenen. Gelet op het beperkte plangebied van de initiatiefnemer kan niet veel worden bijgedragen aan de versterking van de herkenning van het landschap. Belangrijk is wel dat het nieuwe erf robuust verbonden is aan de huidig aanwezige landschapsstructuur. In dit geval de beplanting langs de Hagweg. De zuidzijde van het erf moet een grote mate van openheid kennen. Huidige erfindeling Er is nooit sprake geweest van bebouwing. Er is daarom geen sprake van een cultuurhistorische opzet. In de nieuwe situatie wordt, na sloop van de silo’s aangeraden om een verstrooide erfopzet te kiezen waarbij het (achter) erf richting de weg is gekeerd.

Planlocatie omstreeks 1935. (Bron: topotijdreis.nl)

Locatie plangebied ten oosten van Harbrinkhoek. (Bron: geo.overijssel.nl)

Plangebied. (Bron: geo.overijssel.nl)

7

3. Huidige situatie slooplocatie Het plangebied is op de overgang van een dekzandgebied naar een beekdalgebied gelegen. Er is sprake van hoogteverschillen, met direct onder het plangebied door de aanwezigheid van een dekzandwelving, een eenmansesje. De hoogteverschillen zijn ontstaan in de laatste ijstijd waar zandruggen en beekdalen na verloop van tijd veelal zijn geërodeerd. De grotere aanwezige dekzandruggen werden in gebruik genomen als gezamenlijke essen. De kleinere zandkopjes werden gebruikt als de eenmansesjes die het karakteristiek van het kampenlandschap tot gevolg had. Kampenlandschap / matenlandschap Het plangebied ligt in het matenlandschap, met de overgang enerzijds naar de jonge heideontginning en anderzijds naar het kampenlandschap. Het plangebied ligt te midden van een, van oorsprong zeer gevarieerd landschap. Van het voormalige kleinschalige landschap rondom het plangebied is heel erg weinig over. Veel landschappelijke elementen zijn verdwenen, in veel gevallen door de schaalvergroting (ruilverkaveling) in de landbouw. Dat is goed weer te zien op de cultuurhistorische kaarten waarbij vanaf de jaren ’30 veel elementen verdwijnen. Aan de kamp lagen één of meerdere erven, wat ook hier het geval is. Het plangebied betreft een veldschuur die pas veel later is gebouwd. Het landschap Het landschap aan de oostzijde van het plangebied is voorheen erg gesloten geweest.

Richting het westen was het juist open (ontginning). Het kenmerkende coulisselandschap rondom het plangebied is gesneuveld door de jaren heen, enkel de meer robuuste elementen langs wegen of met een functie zijn bewaard gebleven (landschappelijke dragers). Deze zijn belangrijk 8

voor de herkenbaarheid van het gebied, zo ook de beplanting langs de onverharde weg richting de veldschuur. De ontwikkeling dient bij te dragen in het behoud, herstel en/of de herkenbaarheid daarvan. Nieuwe elementen Praktisch alle landschapselementen zijn door de jaren verdwenen met uitzondering van enkele beplantingen langs functionele structuren zoals in dit geval langs de overharde weg. In dit geval wordt er een functie gesaneerd. Er zijn geen gevolgen voor de herkenning van het landschap in de bestaande situatie. Huidige erfindeling Er is nooit sprake geweest van bebouwing. Er is daarom geen sprake van een cultuurhistorische opzet. In de nieuwe situatie is er geen sprake meer van bebouwing.

Planlocatie omstreeks 1910. (Bron: topotijdreis.nl)

Locatie plangebied ten zuidwesten van Albergen. (Bron: geo.overijssel.nl)

Plangebied. (Bron: geo.overijssel.nl)

9

4. Beleid 3.1 Omgevingsvisie Overijssel Het provinciaal beleid van Overijssel is verwoord en vastgelegd in meerdere plannen. De belangrijkste is de Omgevingsvisie 2017 welke is vastgesteld op 12 april 2017. In de visie bakent de provincie af wat zij voor de fysieke leefomgeving in Overijssel van provinciaal belang vinden. De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In de visie worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur bekeken in samenhang met een duurzame ontwikkeling van onze leefomgeving. Het beleid staat primair in dienst van de sociaaleconomische ontwikkeling van Overijssel om het toekomstbestendig te houden.

reserveringen voor integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, ruimtegebruik, waterveiligheid, externe veiligheid, LOG gebieden en begrenzingen als Nationale Landschappen, NNN-gebieden (natuurnetwerk Nederland) en de EHS zijn voorbeelden van generieke beleidskeuzes. Daarnaast zijn er gebied specifieke beleidskeuzes. De beleidskeuzes hebben geen invloed op de voorgenomen ontwikkeling.

Rode draden en beleidsambities De opgaven en kansen zijn vertaald in centrale beleidsambities en negen beleidsthema’s. Deze worden benaderd vanuit de rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit waarvoor thema overstijgende kwaliteitsambities zijn geformuleerd. Vanuit het uitvoeringsmodel (of, waar en hoe) worden generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken beschreven.

Ontwikkelingsperspectieven: In de visie zijn drie ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en drie voor de stedelijke omgeving. Deze perspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. Het plangebied is aangemerkt als “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap”. Dat betekent dat diverse functies verweven moeten worden. Het belangrijkste land gebruik blijft melkveehouderij en akkerbouw, maar aan de andere kant is er ruimte voor landschap, natuur, milieubescherming, cultuurhistorie, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. In elk geval staat de ambitie, “voortbouwen op kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen”, voorop. De voorgenomen ontwikkeling past bij de gestelde ambitie indien de kenmerken waar mogelijk behouden blijven.

Generieke beleidskeuzes: Deze keuzes vloeien voort uit keuzes van EU, Rijk of Provincie. Het zijn keuzes die bepalend zijn of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. Vooral

Gebiedskenmerken Tenslotte wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de gebiedskenmerken. Er zijn vier lagen te onderscheiden (natuurlijke laag, laag

10

Ontwikkelingsperspectief, plangebied is lichtgroen wat betekent “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl)

11

van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving). Er gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Er staat omschreven in een catalogus gebiedskenmerken welke kenmerken diverse gebieden en hoe een ontwikkeling invulling dient te krijgen. De gebiedskenmerken zijn richtinggevend op aspecten als landschap, infrastructuur, milieu, bodem en cultuurhistorie. De stedelijke laag is niet opgenomen; deze is niet relevant wat betreft de voorgenomen ontwikkeling. Natuurlijke laag De natuurlijke laag is aanvankelijk ontstaan zonder toedoen van de mens door onder andere invloeden van abiotische processen als de ijstijden, de wind en water. De locatie is gelegen in dekzandvlakten en -ruggen. De locatie aan de Hagweg kent reliëf. In de jaren zijn hoogteverschillen gedeeltelijk geërodeerd door de wind, weer versterkt door de wijze van agrarisch gebruik (essen en eenmansesjes) en weer verminderd door de schaalvergroting in de landbouw. Toch zijn de hoogteverschillen nog altijd goed herkenbaar. Laag van cultuurlandschap Door menselijk ingrijpen in de natuurlijke omstandigheden ontstaat er een (agrarisch) cultuurlandschap. De eerste nederzettingen in Nederland werden gesticht op de rand van de hogere stuwwallen en dekzandruggen naar de overgang met de lagere gronden.

De akkers op de hogere gronden werden intensief gebruikt en bemest met heideplaggen uit het voormalige potstal systeem. De essen en kampen kwamen daardoor hoger in het landschap te liggen met veelal scherpe randen. Al dan niet werden randen van de es of kamp

12

beplant met houtsingels (steilrand beplanting) of houtwallen. Afhankelijk van de grootte van de es werden meerdere boerderijen rondom een es gebouwd. In latere instantie ontstonden de eenmansesjes in het kampenlandschap. Aan de kamp rond het plangebied is zichtbaar dat er nooit sprake is geweest van een erf of bebouwing. Desondanks moet een ontwikkeling bijdragen aan de herkenning van het kampenlandschap. Laag van de beleving De locatie is omschreven als donkerte. De donkere gebieden zijn veelal de buitengebieden van onder andere Overijssel. Waar elders dorpen, autowegen, kassengebieden en attractieparken zorgen voor licht, is het buitengebied een plek waar men nog de sterrenhemel kan waarnemen. De ambitie is om donkere plekken te behouden en waar mogelijk nog donkerder te maken. De ontwikkeling houdt rekening met deze ambitie. Er mag geen onnodig licht worden toegevoegd. 3.2 Rood voor rood Tubbergen De gemeente Tubbergen heeft in 2014 haar vernieuwde rood voor rood beleid vastgesteld. Absolute doelstelling van de regeling is het verminderen van de steeds meer vrijkomende oppervlaktes landschap ontsierende opstallen en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Steeds meer agrarische bedrijven stoppen en zonder nieuwe bestemming raken zij in verval.

De rood voor rood regeling is een methodiek om tenminste 1000 m2 landschap ontsierende stallen te slopen in ruil voor een bouwrecht onder voorwaarden.

Links: natuurlijke laag. Plangebiedis zijn omschreven als: “dekzandvlakte en ruggen”. Midden: laag van Cultuurlandschap. Plangebied is omschreven als: “kampenlandschap”. Rechts: laag van de beleving. Plangebied is omschreven als: “Donkerte”. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl)

13

De gemeente stelt nadere eisen zodat de oppervlakte daadwerkelijk gesloopt wordt, de bestemming wordt aangepast en de omgeving landschappelijk wordt ingepast. De initiatiefnemer voldoet met opgesteld plan in combinatie met het bestemmingsplan door BJZ.nu opgesteld aan de voorwaarden van de gemeente Tubbergen. In dit geval wordt totaal 1081 m2 gesloopt. 761 m2 daarvan aan de Hagweg ongenummerd in de vorm van mestsilo’s en 320 m2 in de vorm van een veldschuur aan de Looleeweg ongenummerd. Onder hoofdstuk 7 is de financiële onderbouwing terug te vinden. 3.3 Casco benadering Noordoost Twente De gemeente Tubbergen hanteert, vooral ter bescherming van het bestaande landschap, het casco beleid. Door het casco beleid is het mogelijk om via een kaart te achterhalen of een ontwikkeling wel of niet in strijd is met elementen welke tot de casco behoren. Elementen als onderdeel uitmakend van de Casco zijn in principe niet te verwijderen (blauwe lijnen / roze vlakken op de kaart). Op de kaart is vermeld dat er sprake is van een casco element. Dat is echter onjuist: er is sprake van een mestsilo inclusief inrichting. Gemotiveerd kan daarom afgeweken worden van de cascokaart. Er wordt geen element geveld of verplaatst. Met nieuwe aanplant aan de voorzijde wordt zelfs een casco element versterkt.

14

De ontwikkeling heeft geen consequenties voor het cascobeleid en/of het cascobeleid heeft geen consequenties voor de ontwikkeling.

Fragment van de cascokaart behorende bij de casco benadering. (Bron: geo.overijssel.nl)

15

5. Nieuwe situatie bouwlocatie Via de rood voor rood regeling bestaat de mogelijkheid om de mestsilo’s te slopen en daarentegen een woning te bouwen. De mestsilo’s hebben een economische waarde, maar moeten als landschap ontsierend worden beschouwd. Mestsilo’s die direct bij een agrarisch bedrijf zijn gelegen maken onderdeel uit van de bedrijfsvoering en zijn in die zin niet direct landschap ontsierend. Het betreft dan vaak een onderdeel van de compacte agrarische bebouwing op een erf. In dit geval is er geen sprake van een volwaardig erf. Er is immers geen bedrijfswoning en er zijn ook geen verdere agrarische opstallen. In het geval van de rood voor rood regeling moet terug gebouwd worden op de slooplocatie en binnen een agrarisch bouwvlak. Dat is hier het geval. Een verdere beperking is dat de initiatiefnemer slechts eigenaar is van hat kadastraal eigendom waarbinnen de mestsilo’s en de verharding is gelegen. Het kadastraal eigendom geeft echter voldoende ruimte om een woning te bouwen met bijgebouw. Een deel bouwvlak ligt dus buiten het eigendom en zal na het doorlopen van de procedure verdwijnen. Gekozen is voor een woning (A op tekening) en schuur (B) met een verstrooide opzet. Daarbij wordt nadrukkelijk verbinding gezocht met het kampenlandschap.

Een landschap dat juist bekend staat vanwege de onregelmatige en verspreid liggende bebouwing dat veelal op een verstrooide manier is opgezet. Het omliggende ontginningslandschap is formeler en kent daardoor ook strakkere erven. Daar is nadrukkelijk niet voor gekozen. Het erf wordt dicht aan de Hagweg geprojecteerd om te voorkomen dat het erf te nadrukkelijk in het (open) landschap aanwezig is zoals dat bij de mestsilo nu wel het geval is. Ten opzichte van de huidige situatie neemt het bebouwde oppervlak duidelijk af. 16

De verharding (C op tekening) en dus het functionele aspect bevindt zich tussen de woning, de schuur en de Hagweg. Daarbij worden er meerdere bomen aangeplant (J) om een robuuste verbinding te hebben met de landschappelijke drager langs de Hagweg. Verder wordt een haag (H) ten behoeve van wat privacy en een struweelhaag (L) ter afbakening van het erf in combinatie met een solitaire boom die in de toekomst een beeldbepalende waarde gaat verkrijgen. Aan de zuidzijde van het perceel worden zonnepanelen aangebracht om aan de vereisten voor woningbouw te kunnen voldoen. Gekozen wordt voor een zeer vlakke opstelling waardoor geen verdere inpassing nodig is. Maatregelen: - Het aanbrengen van duurzame elementverharding (C); - Het slopen van de mestsilo’s (D); - Het aanbrengen van vlakke zonnepanelen (E); - Het aanplanten van een haag ten behoeve van privacy (H); - Het aanplanten van meerdere bomen voor verbinding met de landschappelijke drager (J); - Het aanplanten van een struweelhaag ten behoeve van de afbakening van het erf (L). Met voorgenoemde maatregelen voldoet het plan aan de gestelde eisen van de gemeente.

A:

Nieuw te bouwen woning op basis van de rood voor rood regeling .

B:

Nieuw te bouwen schuur á 10 0 m2.

C:

Nieuw aan te leggen erfverharding met een gebakken klinker tot aal 350 m2.

D:

Te slopen mestsilo’s.

E:

Aan te leggen zonnepanelen, in verband met landschappelijke inpassing wordt gekozen voor een

K

vlakke opstelling . F:

G

H

J

westen.

J

C

Situatie omstreeks 1935 (topotijdreis.nl)

K

A

G:

Berm/ruigte.

H:

Nieuw aan te planten fragmenten haag ter inpassing van het erf. Aanplant met beukhaag of haagbeuk in de

B

maat 80-10 0 (hoogte in centimeters) met 5 stuks per

D

F

meter. Tot aal 10 0 stuks. I:

J I E

Gazon/gras/tuin met open karakter richting zuiden en

Plangrens, met aan west, zuid en oostzijde voor zien van gekloofde eiken palen met schapengaas.

J:

L

Nieuw aan te planten bomen om erf te verbinden aan voorlangs gelegen hout wal. Soorten tussen erf en de weg zomerlinde en/of zomereik, tot aal 5 stuks en ten zuiden van bijgebouw één linde of walnoot. Maatvoering 14-16 (stamomtrek in centimeters) en elk voor zien van twee boompalen.

K:

Best aande houtopst and.

L:

Struweelhaag met inheemse soorten als meidoorn, liguster, veldesdoorn, beukhaag , haagbeuk en hondsroos. Tot aal 2 plantrijen met 50 centimeter in en tussen de plantrijen met 64 stuks in de maat 80-10 0 (hoogte in centimeters).

Nieuwe situatie, niet op schaal. (Bron: N+L Landschapsontwerpers) Project:

Rood voor rood

Getekend:

NH

St atus:

DO

Locatie:

Hagweg ong .

Datum:

13-04-2021

Aant al pag .:

1

Woonplaats:

Harbrinkhoek

Gecontroleerd:

-

Formaat:

A3

Schaal:

1:750

Noord:

Tekening is noordgericht

nl-landschap.nl

17

6. Nieuwe situatie slooplocatie Om aan de rood voor rood verplichting van 1000 m2 sloopmeters te kunnen voldoen wordt gebruik gemaakt van een veldschuur aan de Looleeweg. De schuur is 320 m2 groot en wordt volledig gesaneerd. Na het doorlopen van de rood voor rood regeling is er op deze locatie geen sprake meer van bebouwing en/of de mogelijkheid daartoe. De schuur (A op tekening) wordt gesaneerd waarbij de huidige situatie ongewijzigd blijft. Na sanering wordt het ingericht als weiland.

18

B

A:

Te slopen veldschuur.

B:

Te behouden houtopstanden.

C:

Onverharde toerit.

D:

Weilanden.

Situatie omstreeks 1910 (topotijdreis.nl)

D B

C

A

B D

Nieuwe situatie, niet op schaal. (Bron: N+L Landschapsontwerpers) Project:

Rood voor rood

Getekend:

NH

St atus:

DO

Locatie:

Looleeweg ong .

Datum:

13-04-2021

Aant al pag .:

1

Woonplaats:

Harbrinkhoek

Gecontroleerd:

-

Formaat:

A3

Schaal:

1:750

Noord:

Tekening is noordgericht

nl-landschap.nl

19

7. Financiële onderbouwing Vanuit het rood voor rood beleid 2014 van de gemeente Tubbergen bestaat de mogelijkheid voor herstructurering door middel van Rood voor Rood, waarbij in ruil voor de sloop van schuren en andere investeringen in de ruimtelijke kwaliteit een woning gebouwd mag worden. Er moet daarvoor een aanzienlijke reductie van het bouwoppervlak en bouwvolume plaats vinden en er moet geïnvesteerd worden de ruimtelijke kwaliteit. Dit moet blijken uit het ruimtelijke kwaliteitsplan.

De kostenpost voor maatregelen voor de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit (onder meer voor het leveren en aanbrengen van grond t.b.v. het herstellen van de kamp) bedraagt € 44.358,40. Op de rechterpagina is een kostenbegroting opgenomen. Onderstaand een offerte met betrekking tot de levering en verwerking van grond. Gesteld kan worden dat het te investeren bedrag de gevraagde investering overschrijdt. Er wordt voldaan aan de voorwaarden vanuit het rood voor rood beleid.

Als uitgangspositie geldt de waarde van de bouwkavel waarbij de huidige waarde van de ondergrond in mindering mag worden gebracht. Daarnaast mag 30 % van de gecorrigeerde vervangingswaarde en de sloopkosten á € 25,-- per m2 worden afgetrokken. In het geval van asbest mogen kosten separaat opgevoerd worden. In dit geval is er uitgegaan van een offerte voor het saneren van asbest. De kostenpost voor asbest is verwerkt in de tabel. In dit geval betekent dat de investering in de ruimtelijke kwaliteit € 58.935,15 is (zie tabel rechterpagina). Voor de investering mogen de kosten van de taxatie worden afgetrokken. De kosten voor het opstellen van het Rood voor Rood plan alsmede de kosten voor de noodzakelijke onderzoeken mogen ook worden afgetrokken tot een maximum van € 25.000,--. De onderzoekskosten, inclusief taxatiekosten, bedragen in dit geval € 12.175,--. De kosten voor het kwaliteitsteam en de kosten die door de gemeente in rekening worden gebracht voor de rood voor rood overeenkomst mogen evenwel worden afgetrokken. Ten einde mogen investeringen in de ruimtelijke kwaliteit als het landschappelijk inpassen van een erf mee worden gerekend als investering in de ruimtelijke kwaliteit. 20

Offerte leveren en aanbrengen grond. (Bron: initiatiefnemer)

Links: berekening investering rood voor rood. Rechts: investering / landschappelijke maatregelen Hagweg. (Bron: N+L Landschapsontwerpers)

21

l a n d s c h a p s o n t w e r p e r s

Oldenzaalseweg 38 • 7651 KC Tubbergen • info@nl-landschaps.nl • www.nl-landschap.nl

Bijlage 2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

bestemmingsplan Buitengebied, Hagweg ong en Looleeweg ong 79

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Hagweg 1, Harbrinkhoek

Maart 2021

Status: Definitief

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hagweg 1, Harbrinkshoek Definitief

AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI HAGWEG 1, HARBRINKHOEK

Auteur: Status: Datum: Projectnummer

BJZ.nu Definitief Maart 2021 2021-081

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hagweg 1, Harbrinkshoek Definitief

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 HOOFDSTUK 2 WETTELIJK KADER ......................................................................... 5 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

ALGEMEEN ................................................................................................................................................. 5 ZONE LANGS WEGEN .................................................................................................................................... 5 GRENSWAARDEN ......................................................................................................................................... 5 BEREKENEN GELUIDSBELASTING ...................................................................................................................... 6 GEMEENTELIJK GELUIDSBELEID........................................................................................................................ 6

HOOFDSTUK 3 UITGANGSPUNTEN ........................................................................ 8 3.1 3.2

SITUATIE PROJECTGEBIED............................................................................................................................... 8 VERKEERSGEGEVENS..................................................................................................................................... 8

HOOFDSTUK 4 RESULTATEN ................................................................................ 9 4.1 4.2 4.3 4.4

BEREKENINGEN ........................................................................................................................................... 9 RESULTATEN ............................................................................................................................................... 9 MAATREGELEN REDUCTIE GELUIDBELASTING ..................................................................................................... 9 HOGERE WAARDE ...................................................................................................................................... 10

HOOFDSTUK 5 CONCLUSIE ................................................................................ 12 BIJLAGEN

............................................................................................... 13

BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3

ITEMEIGENSCHAPPEN.......................................................................................................................... 14 REKENMODELLEN............................................................................................................................... 15 RESULTATENTABELLEN ........................................................................................................................ 16

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hagweg 1, Harbrinkshoek Definitief

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

Voorliggend akoestisch onderzoek heeft betrekking op een agrarisch perceel aan de Hagweg 1 te Harbrinkhoek. Het voornemen is de agrarische bebouwing ter plaatse te slopen en ter compensatie een woning met een bijgebouw te realiseren. In afbeelding 1.1 is de locatie van het projectgebied indicatief met de rode ster weergegeven.

Afbeelding 1.1

Ligging projectgebied (Bron: PDOK)

Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. In het kader van deze procedure is het benodigd de geluidbelasting ter plaatse van de te realiseren woning te toetsen aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. In de directe omgeving van het projectgebied bevinden zich meerdere wegen. Voorliggend onderzoek heeft uitsluitend betrekking op het aspect wegverkeerslawaai. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het vigerende Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hagweg 1, Harbrinkshoek Definitief

HOOFDSTUK 2 2.1

WETTELIJK KADER

Algemeen

Artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan of bij het voorbereiden van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking, akoestisch onderzoek uitgevoerd moet worden. Doel van dit onderzoek is de geluidsbelasting aan de gevel van een geluidsgevoelig object als gevolg van de weg te bepalen. Onderzoek is enkel noodzakelijk indien een geluidsgevoelige bestemming zich binnen de wettelijke geluidszone van een weg bevindt. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de wettelijke geluidszone van wegen.

2.2

Zone langs wegen

Artikel 74.1 van de Wgh bepaalt dat wegen een wettelijke geluidszone hebben. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk of in buitenstedelijk gebied is gelegen. In tabel 1 worden de wettelijke geluidszones weergegeven. Aantal rijstroken 1 of 2 3 of 4 5 of meer

Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m

Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m

Tabel 1 Wettelijke geluidszones wegen (Bron: wetten.overheid.nl)

De wettelijke geluidszone bevindt zich aan weerszijde van de weg en begint naast de buitenste rijstrook. Eventuele parkeerstroken, voet- en fietspaden en vluchtstroken behoren niet tot de weg. Binnen de zone van een weg moet akoestisch onderzoek plaatsvinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woning(en). Bij het berekenen van de geluidsbelasting wordt de L den-waarde in dB bepaald. De Lden-waarde is het energetisch en naar tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende waarden: • • •

Het geluidsniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur); Het geluidsniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB; Het geluidsniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 7.00 uur) + 10 dB.

De berekende geluidsbelasting moet aan de voorkeurswaarde en, indien nodig, aan de uiterste grenswaarde van de Wgh worden getoetst. Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden de in tabel 1 opgenomen zones niet voor: • •

Wegen die als woonerf zijn aangeduid; Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.

Het feit dat voor de hiervoor genoemde gevallen geen wettelijke geluidszone geldt, betekent niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet noodzakelijk is. Indien vooraf aangenomen kan worden dat niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, moet een akoestisch onderzoek uitgevoerd worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’.

2.3

Grenswaarden

In de Wgh worden eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op gevels van nog niet geprojecteerde woningen of gebouwen als vervangende nieuwbouw die binnen de geluidszone van een weg liggen. Met niet geprojecteerde woningen of gebouwen worden bedoeld: ‘woningen of gebouwen waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet toelaat’.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hagweg 1, Harbrinkshoek Definitief Een woning is als volgt gedefinieerd in de Wgh: ‘gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan op grond van het bestemmingsplan, de beheersverordening, bedoeld in artikel 3.38 van de Wet ruimtelijke ordening, of, indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken, de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van laatstgenoemde wet’. De voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt 48 dB. Bij een hogere geluidsbelasting kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. Voor een hogere waarde geldt een maximum, afhankelijk van de ligging van een geluidsgevoelig object. In tabel 2 is de hoogst mogelijke waarde voor nog niet geprojecteerde woningen als gevolg van wegverkeerslawaai weergegeven (artikel 83 Wgh). Locatie woning Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied

Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai 63 dB 53 dB

Tabel 2 Hoogst mogelijke grenswaarde wegverkeerslawaai (Bron: wetten.overheid.nl)

Het vaststellen van een hogere waarde is enkel mogelijk indien maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard. Hierbij dient afgewogen te worden of de cumulatieve geluidsbelasting (het totaal van de geluidsbelasting van alle wegen gezamenlijk) niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Bij het vaststellen van een hogere waarde moet bij de bouwvergunningsaanvraag aangetoond worden dat aan de gestelde geluidseisen (binnenwaarde in de geluidgevoelige ruimten 33 dB) wordt voldaan, zoals in artikel 3.1 van het bouwbesluit en in artikel 4.4 van het Besluit geluidhinder genoemd wordt.

2.4

Berekenen geluidsbelasting

De geluidsbelasting moet per weg afzonderlijk berekend en aan de voorkeurswaarde getoetst worden. Voordat de geluidsbelasting aan de voorkeurswaarde van 48 dB getoetst wordt, mag de berekende geluidsbelasting op basis van artikel 110g van de Wgh, aangevuld met artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, worden verminderd. Reden hiervoor is de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen steeds verder af zal nemen. De geluidsbelasting mag in de volgende situaties worden verminderd met: •

5 dB voor wegen met een maximumsnelheid tot 70 km/uur;

Voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/uur of meer mag de geluidsbelasting worden verminderd met: • • •

4 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 57dB bedraagt; 3 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 56 dB bedraagt; 2 dB voor overige geluidsbelasting.

Uit uitspraak 201304862/3/R2 van de Raad van State blijkt dat het voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur eveneens is toegestaan de geluidsbelasting met 5 dB te verminderen. Bij lagere snelheden wordt de geluidsemissie voornamelijk door motorgeluid veroorzaakt, bandengeluid speelt een minder grote rol. Toekomstige geluidsreductie is in de toekomst voornamelijk te verwachten door het gebruik van stillere motoren. De aftrek van 5 dB kan daardoor ook toegepast worden bij snelheden van 30 km/uur of minder.

2.5

Gemeentelijk geluidsbeleid

2.5.1 Algemeen De gemeente Tubbergen beschikt over een eigen geluidsbeleid, namelijk het “Gebiedsgericht geluidbeleid van de gemeente Tubbergen” en de “Nota hogere grenswaarden” .

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hagweg 1, Harbrinkshoek Definitief Burgemeester en wethouders kunnen gemotiveerd afwijken van het geluidbeleid en een hogere waarde toekennen (maximaal 53 dB in het buitengebied), indien aangetoond is dat aan de hoofd- en ontheffingscriteria kan worden voldaan. De gemeente Tubbergen past hierbij primair akoestische compensatiemaatregelen toe. Deze zijn per geluidsklasse verschillend. 2.5.2 Situatie projectgebied Het projectgebied is op basis van het gemeentelijk beleid aangewezen als ‘buitengebied’, met de ambitiewaarde ‘redelijk rustig’ (48 dB) en bovengrenswaarde ‘onrustig’ (53 dB).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hagweg 1, Harbrinkshoek Definitief

HOOFDSTUK 3 3.1

UITGANGSPUNTEN

Situatie projectgebied

Het voornemen is om ter plaatse de agrarische bebouwing te slopen en ter compensatie een woning met bijgebouw te realiseren. In afbeelding 3.1 is het gewenste plan weergegeven.

Afbeelding 3.1

Indicatieve inrichtingstekening (Bron: Gemeente Tubbergen)

Het projectgebied ligt in de geluidszone van de Hagweg. De Hagweg betreft een weg met een snelheidsregime van 60 km/uur en heeft daarmee een wettelijke geluidszone. In tabel 3 is weergegeven welke uitgangspunten voor het rekenmodel zijn gehanteerd. Locatie projectgebied Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai Wgh van toepassing Vermindering geluidsbelasting relevante wegen

Stedelijk gebied 53 dB (op basis van gemeentelijk beleid) Ja 5 dB (zie paragraaf 2.4)

Tabel 3 Uitgangspunten onderzoek wegverkeerslawaai (Bron: BJZ.nu)

3.2

Verkeersgegevens

De gemeente Tubbergen beschikt over verkeersprognoses voor het jaar 2030 van Hagweg. Het betreft prognoses van de etmaalintensiteit, voertuigverdeling, uurverdeling, wettelijke rijsnelheid en wegdektype. Om tot een prognose van de etmaalintensiteit voor het jaar 2031 te komen is gerekend met een jaarlijkse autonome groei van 1,5%. In bijlage 1 zijn de ingevoerde itemeigenschappen, waaronder de ingevoerde verkeersgegevens, opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hagweg 1, Harbrinkshoek Definitief

HOOFDSTUK 4 4.1

RESULTATEN

Berekeningen

De overdrachtsberekening voor de wegen is uitgevoerd overeenkomstig Standaard Reken Methode 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Bij de berekening is uitgegaan van een standaard bodemfactor van 1,0 (akoestisch zacht). In het model zijn de volgende zaken opgenomen: • • • •

Hagweg met intensiteiten; gebouwen inclusief hoogte (gebaseerd op het betreffende ontwerp) harde bodemgebieden; rekenpunten op 1,5, 4,5 en 7,5 meter op alle gevels van de woning.

In bijlage 1 zijn uitsneden van het rekenmodel weergegeven.

4.2

Resultaten

Ter plaatse van de te realiseren woningen bedraagt de geluidsbelasting inclusief reductie maximaal 51 dB als gevolg van de Hagweg. Er wordt wel aan de maximaal toegestane waarde van 63 dB voldaan. Ook wordt aan de bovengrenswaarde van 53 dB uit het gemeentelijk geluidbeleid voldaan. In bijlage 2 zijn de rekenresultaten opgenomen. In de volgende paragraaf worden mogelijke maatregelen om de geluidbelasting te reduceren beschreven.

4.3

Maatregelen reductie geluidbelasting

Om de geluidbelasting te reduceren kan gebruik worden gemaakt van bron-, overdrachts- en gevelmaatregelen, zoals in het vervolg van deze paragraaf beschreven. 4.3.1

Bronmaatregelen

Het geluid van een voertuig wordt veroorzaakt door het motorgeluid en het geluid van de banden. Vooral vrachtwagens zijn de afgelopen jaren veel stiller geworden. In het rekenmodel is hier al rekening mee gehouden. Daarnaast is de verwachting dat voertuigen in de toekomst nog stiller zullen worden. Hier wordt rekening mee gehouden door de in paragraaf 2.4 beschreven aftrek toe te passen. In het kader van de ontwikkeling is geen sprake van invloed op het reduceren van het geluid van voertuigen. Daarnaast is ook geen sprake van invloed op de samenstelling van het verkeer, de verkeersintensiteit en het snelheidsregime. Een aanpassing van het wegdektype kan leiden tot een reductie van het bandengeluid van voertuigen en daarmee het geluid van een voertuig. Bij toepassing van dubbellaags ZOAB vermindert het geluidniveau met circa 4 tot 5 dB. Het toepassen van een stiller wegdek gaat gepaard met hoge kosten, vanwege de relatief kleine oppervlakte van het wegdek dat aangepast moet worden. De wegbeheerder zal daarnaast niet instemmen met het stiller maken van een klein deel van de weg, omdat dit tot onderhoudtechnische problemen leidt. Vanuit civieltechnisch oogpunt is het aanbrengen van stiller asfalt dus niet haalbaar.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hagweg 1, Harbrinkshoek Definitief 4.3.2

Overdrachtsmaatregelen

Een grotere afstand tussen de gevel en de weg leidt tot een lagere geluidsbelasting op de gevel. Deze maatregel kan in voorliggend geval echter niet worden toegepast, aangezien hiervoor geen ruimte aanwezig is en dit niet past binnen de stedenbouwkundige structuur. Het plaatsen van geluidsschermen langs de weg is eveneens niet wenselijk vanuit stedenbouwkundig en financieel oogpunt. 4.3.3

Gevelmaatregelen

Als een hogere geluidsbelasting wordt toegestaan moet het binnenniveau van 33 dB gewaarborgd worden. Artikel 110 lid g van de Wgh bepaalt dat de aftrek bij het vaststellen van de noodzakelijk geluidwering 0 dB bedraagt. Er moet dan ook met een geluidbelasting van maximaal 56 dB worden gerekend. De vereiste geluidwering GA;K bedraagt 56 – 33 = 23 dB. 4.3.4

Conclusie maatregelen

De maatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeurswaarde te voldoen ontmoeten bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Er kan dan ook een hogere waarde L DEN van 51 dB als gevolg van de Hagweg ter plaatse van de noordgevel. Voor de oostgevel dient een hogere waarde van 50 dB te worden aangevraagd.

4.4

Hogere waarde

4.4.1 Algemeen De maatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeurswaarde te voldoen ontmoeten bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard, waardoor een hogere waarde kan worden aangevraagd.

4.4.2

Ontheffingscriteria

De gemeente Tubbergen toetst een verzoek tot een hogere waarde daarnaast aan de ontheffingscriteria, zoals deze op 31 december 2006 (oude Wet geluidhinder) golden. Deze zijn goed bruikbaar en doen recht aan de problematiek. Ontheffingsgronden, conform het voormalig Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen: •

nog niet geprojecteerde woningen buiten de bebouwde kom, die: 1. verspreid gesitueerd worden; 2. ter plaatse noodzakelijk zijn om redenen van grond- of bedrijfsgebondenheid; 3. door de gekozen situering een open plaats tussen aanwezige bebouwing opvullen; 4. ter plaatse gesitueerd worden als vervanging van bestaande bebouwing;

In dit geval wordt voldaan aan criteria 4: de woning wordt gebouwd ter vervanging van bestaande bebouwing. 4.4.2 Primair akoestische compensatiemaatregelen Indien aangetoond is dat het verzoek tot een hogere waarde voldoet aan de hoofd- en ontheffingscriteria kan onder voorwaarden een hogere waarde worden verleend. De gemeente Tubbergen past hierbij primair akoestische compensatiemaatregelen toe. Deze zijn per geluidsklasse verschillend. In dit geval is een hogere waarde LDEN van maximaal 51 dB noodzakelijk, vanwege de Hagweg. Hiermee valt de geluidsbelasting in de klasse “onrustig”. Voorwaarden voor het toekennen van een hogere waarde tot en met de geluidsklasse ‘onrustig’

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hagweg 1, Harbrinkshoek Definitief Bij het toekennen van een verzoek om een hogere waarde voor geluidsgevoelige bestemmingen tot en met de geluidsklasse ‘onrustig’ worden aanvullend ook de volgende voorwaarden bij de afweging betrokken: • • • • •

indien mogelijk bronmaatregelen (bijvoorbeeld stillere asfalttypen) treffen; indien mogelijk de afstand tussen de geluidsbron en de nieuwe woning(en) vergroten; in ieder geval dient bij woningen/appartementen de buitenruimte (tuin/balkon) te voldoen aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied; het stedenbouwkundig ontwerp vormgeven waarbij zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat; vanaf de geluidsklasse ‘onrustig’ dient bij een aanvraag om bouwvergunning voor een woning en scholen een bouwakoestisch onderzoek te worden gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde van het Bouwbesluit.

Zoals uit paragraaf 4.3 blijkt is het niet mogelijk bron- en overdrachtsmaatregelen te realiseren. Voor de woning kan een hogere waarde worden vastgesteld van hoogstens 51 dB.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hagweg 1, Harbrinkshoek Definitief

HOOFDSTUK 5

CONCLUSIE

De geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai van de Hagweg bedraagt hoogstens 51 dB. Hiermee wordt niet aan de aan de ambitiewaarde en de voorkeurswaarde van 48 dB voldaan. Bron- en overdrachtsmaatregelen kunnen rekenen op bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Daarnaast wordt voldaan aan de aanvullende voorwaarden uit het geluidbeleid van de gemeente Tubbergen voor het toekennen van een hogere waarde. Er kan dan ook een hogere waarde van hoogstens 51 dB ten aanzien van de Hagweg worden vastgesteld. Met het nemen van gevelmaatregelen met een geluidwering van maximaal 23 dB kan een binnenniveau van 33 dB worden gerealiseerd. Er is daarmee sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woningen wat betreft het aspect wegverkeerslawaai.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hagweg 1, Harbrinkshoek Definitief

BIJLAGEN

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hagweg 1, Harbrinkshoek Definitief

Bijlage 1

Rekenmodel

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hagweg 1, Harbrinkshoek Definitief

Bijlage 2

Resultaten

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Resultaten Hagweg incl. reductie Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Resultatentabel eerste model LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Ja

Naam Toetspunt Noord_A Noord_B Noord_C Oost_A Oost_B

Omschrijving Noordgevel Noordgevel Noordgevel Oostgevel Oostgevel

X 246579,37 246579,37 246579,37 246586,82 246586,82

Y 489322,46 489322,46 489322,46 489316,28 489316,28

Hoogte 1,50 4,50 7,50 1,50 4,50

Dag 49,4 50,2 50,0 48,5 49,3

Avond 46,9 47,7 47,6 46,0 46,8

Nacht 40,0 40,9 40,7 39,1 40,0

Lden 50,1 50,9 50,8 49,2 50,1

Oost_C West_A West_B West_C Zuid_A

Oostgevel Westgevel Westgevel Westgevel Zuidgevel

246586,82 246570,68 246570,68 246570,68 246578,19

489316,28 489318,37 489318,37 489318,37 489312,21

7,50 1,50 4,50 7,50 1,50

49,2 39,0 40,6 40,5 --

46,7 36,6 38,1 38,0 --

39,9 29,7 31,3 31,2 --

49,9 39,8 41,3 41,2 --

Zuid_B Zuid_C

Zuidgevel Zuidgevel

246578,19 246578,19

489312,21 489312,21

4,50 7,50

---

---

---

---

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.

26-3-2021 15:30:09

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hagweg 1, Harbrinkshoek Definitief

Bijlage 3

Itemeigenschappen

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/668/documents/14747