CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Bp Ootmarsumseweg 161 en Kemnaweg 15, Albergen.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 25 januari 2022, gemeente TubbergenBij agendapunt: 7: Bestemmingsplan Ootmarsumseweg 161 en Kemnaweg 15, Albergen27.592 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan

Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 En Kemnaweg 15, Albergen

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.0183.BUIBPOOTM161KEMN15VG01

Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaweg 15, Albergen

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

7 7 7 8 9 9

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

11 11 12

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid

15 15 16 20

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Geur 4.4 Bodem

25 25 25 27 27

4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

29 30 31 32 33 35 36

Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels

37 37 37

Hoofdstuk 6

41

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen

43 43 43

Bijlagen bij de toelichting

45

Bijlage 1

Ruimtelijk kwaliteitsplan

46

Bijlage 2

Verkennend en afperkend (asbest)bodemonderzoek

65

Bijlage 3

Watertoets

185

Bijlage 4

Quickscan natuurwaardenonderzoek

188

2

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaweg 15, Albergen

Regels

221

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

223 223 228

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels Agrarisch - 1 Wonen Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4

229 229 233 238 240

Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

243 243 244 245 246 247 248 249

Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

251 251 252

Bijlagen bij de regels

253

Bijlage 1

Ondergeschikte tweede tak of een deeltijdfunctie

254

Bijlage 2

Erfinrichtingsschets

258

eg 15, Albergen

3

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaw

4

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaweg 15, Albergen

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaw eg 15, Albergen

5

6

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaweg 15, Albergen

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Aan de Ootmarsumseweg 161 in het buitengebied van Albergen bevindt zich een voormalig agrarisch erf met meerdere bedrijfsgebouwen. Het plangebied is gelegen aan de noordkant van Albergen, aan de rand van de bebouwde kom. Initiatiefnemers zijn voornemens om op deze locatie, middels het rood voor rood beleid, een compensatiewoning toe te voegen op het erf. In ruil voor de compensatiewoning zal er ten minste 1.000 m² aan landschapontsierende bebouwing gesloopt worden. Het aangrezende perceel aan de Kemnaweg 15 wordt gelijktijdig meegenomen in de bestemmingsplanwijziging. De bewoners van de Kemnaweg 15 zijn namelijk voornemens om de 'Wonen' bestemming te vergroten om in de toekomst een nieuw bijgebouw te kunnen realiseren. De voorliggende ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied bestaat uit een voormalig agrarisch erf aan de Ootmarsumsestraat 161 en een woonerf aan de Kemnaweg 15 in Albergen. Het plangebied ligt in het buitengebied van Albergen, op korte afstand van de bebouwde kom. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie I, perceelnummers 5156, 6918, 6648, 6919, 6916 en 6917. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van Albergen weergegeven.

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: PDOK) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een luchtfoto weergegeven waarop de begrenzing van het plangebied aan de Ootmarsumsestraat 161 en Kemnaweg 15 te zien is. Op de verbeelding van het bestemmingplan is de exacte begrenzing van het plangebied aangegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaw eg 15, Albergen

7

Figuur 1.2: begrenzing plangebied (bron: ruimtelijkeplannen)

1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor het beide plangebieden geldt het bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016'. Het bestemmingplan 'Tubbergen Buitengebied 2016' is door de gemeenteraad van Tubbergen op 23 mei 2016 vastgesteld. Onderstaand zijn uitsneden van de verbeelding voor de locatie weergegeven en is een nadere toelichting verschaft.

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Binnen het bestemmingsplan is Ootmarsumseweg 161 bestemd ten behoeve van een agrarisch bedrijf. Gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor agrarische bedrijven met bijbehorende bebouwing en maximaal één bedrijfswoning. Daarnaast kent het perceel een beschermingsregime voor archeologie en de gebiedsaanduiding radarverstoringsgebied. De realisatie van een nieuwe vrijstaande woning ter compensatie van de sanering van voormalige agrarische stallen past niet bij recht binnen de geldende bestemming. Het bestemmingsplan bevat bovendien geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden waarmee medewerking aan het plan kan worden verleend. Een 8

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaweg 15, Albergen

herziening van het bestemmingsplan is vereist om het plan te kunnen realiseren. Binnen het bestemmingsplan heeft de Kemnaweg 15 de woonbestemming. Gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor een woonhuis en bijbehorende bouwwerken. De gronden naast de Kemnaweg hebben een agrarische bestemming. Binnen de bestemming 'Agrarisch -1' is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het bestemmingsvlak 'Wonen' te vergroten. Deze luidt als volgt: 4.7.11 Vergroten bestemmingsvlakken Wonen Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de bestemming 'Agrarisch - 1' wordt gewijzigd in de bestemming 'Wonen' ten behoeve van het vergroten van bestemmingsvlakken al dan niet ten behoeve van het beter situeren van de gebouwen, mits: a. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van artikel 37 van overeenkomstige toepassing zijn; b. de oppervlakte van het betreffende bestemmingsvlak voor het wonen na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid ten hoogste 2.000 m² zal bedragen; c. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; d. een erfinrichtingsplan wordt ingediend, zodanig dat de bebouwing op een goede wijze in het landschap en in relatie tot de bestaande bebouwing wordt ingepast; e.

geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de archeologische waarden, de waterhuishouding, de waarden van landgoederen en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Het huidige bestemmingsvlak 'Wonen' aan de Kemnaweg 15 meet circa 950 m². Deze zal vergroot worden om zodoende op termijn een bijgebouw te kunnen realiseren. Het vergroten van het bestemmingsvlak 'Wonen' wordt derhalve gelijktijdig meegenomen met de bestemmingsplanwijziging van het aangrezende perceel aan de Ootmarsumseweg 161.

1.4 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaweg 15, Albergen' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.0183.BUIBPOOTM161KEMN15-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.5 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaw eg 15, Albergen

9

10

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaweg 15, Albergen

Hoofdstuk 2

Het plan

2.1 Huidige situatie Ootmarsumseweg 161 Het perceel aan de Ootmarsumseweg 161 is gelegen aan de noordkant van Albergen aan de rand van de bebouwde kom. Ter hoogte van het plangebied is de Ootmarsumseweg een rustige smalle weg. De weg wordt vooral gebruikt als toegangsweg naar het perceel en is in het noordelijk deel onverhard. Op het erf zijn meerdere (voormalige) agrarische opstallen aanwezig. De agrarische opstallen hebben de volgende oppervlaktes:

Het perceel is omgeven door meerdere functies. Ten zuiden van het plangebied ligt Partycentrum Morshuis en Aannemersbedrijf Scholte op Reimer. Ten westen liggen enkele burgerwoningen en de sportvelden van De Tukkers. Ten noorden van het plangebied liggen voornamelijk agrarische percelen, burgerwoningen en volkstuinen. Tot slot liggen ten oosten van de planlocatie vooral agrarische gronden. Het erf is aan de zuidzijde afgeschermd door een groenwal met enkele hoge bomen. Aan de noordkant bevindt zich een oprijlaan met aan weerszijden bomen. Deze weg is niet verhard en komt uit op de Kemnaweg. Op het erf staat momenteel een bedrijfswoning met meerdere bedrijfsgebouwen. De agrarische activiteiten zijn ter plaatse allemaal gestaakt. De bedrijfsgebouwen staan momenteel nagenoeg leeg. Om die reden zijn de eigenaren voornemens de agrarische opstallen te slopen en te vervangen voor een compensatiewoning. Kemnaweg 15 Het perceel aan de Kemnaweg 15 grenst aan de oostkant aan de Ootmarsumseweg 161. Aan de zuidkant van het perceel liggen gronden behorende bij horecabedrijf Morshuis en aan de westkant zijn enkele burgerwoningen en de velden van De Tukkers gelegen. De eigenaren van de Kemnaweg zijn voornemens om de woonbestemming te vergroten om zodoende een extra bijgebouw te kunnen bouwen.

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaw eg 15, Albergen

11

Figuur 2.1: huidige situatie Ootmarsumseweg 161 en Kemnaweg 15 Albergen (bron: Atlas van Overijssel)

2.2 Toekomstige situatie Ootmarsumseweg 161 De initiatiefnemers zijn voornemens om alle voormalig agrarische bedrijfsgebouwen met een oppervlakte van in totaal 1.074 m² (inclusief mestkelder) te slopen. Naast de opstallen wordt ook een groot deel van de aanwezige erfverharding verwijderd. Na sanering van deze landschapsontsierende elementen ontstaat er de mogelijkheid om een nieuwe compensatiewoning met bijgebouw van 100 m² te realiseren. De bestaande bedrijfswoning zal worden herbestemd tot burgerwoning. Bij de bestaande woning worden daarnaast twee nieuwe bijgebouwen gerealiseerd van in totaal 200 m² (conform veeg bestemmingsplan). In de nieuwe situatie ontstaat op deze manier een erf van twee burgerwoningen met bijbehorende bijgebouwen. De planlocatie ligt aan de rand van de bebouwde kom van Albergen. Door de ligging rondom meerdere gevoelige functies (waaronder burgerwoningen) wordt een agrarisch perceel op deze locatie niet wenselijk geacht. Een wijziging naar de bestemming 'Wonen' is daarbij beter passend op deze locatie. Ten behoeve van de nieuwe inrichting hebben initiatiefnemers een inrichtingsschets opgesteld, deze is opgenomen in Bijlage 1. Bij de bestaande bedrijfswoning worden aan de zuidkant twee nieuwe bijgebouwen van in totaal 200 m² gebouwd.

Aan de westzijde van het perceel wordt een vrijstaande compensatiewoning gerealiseerd eveneens met een vrijstaand bijgebouw. De twee bestaande inritten blijven gehandhaafd. Op deze manier is een compact erf beoogd. De bestaande bomen aan de zuid- en noordzijde van het perceel blijven behouden en worden waar nodig versterkt. Kemnaweg 15 Aan de Kemnaweg 15 zijn de initiatiefnemers voornemens om de woonbestemming te vergroten om in de toekomst een bijgebouw te kunnen bouwen. De beoogde locatie van het bijgebouw is opgenomen op de erfschets in figuur 2.3 en Bijlage 1.

12

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaweg 15, Albergen

Figuur 2.3: Toekomstige situatie (bron: N+L Landschap)

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaw eg 15, Albergen

13

14

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaweg 15, Albergen

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1 Rijksbeleid 3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie Wonen is één van de basisbehoeften van mensen. In de Nationale Omgevingsvisie wordt aangegeven dat iedereen in Nederland prettig moet kunnen wonen voor een redelijke prijs. Een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige woonbehoefte van mensen is daarom van nationaal belang. Het huidige woningtekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad (vooral in en bij de stedelijke regio’s) in een fijne, leefbare omgeving. Tussen 2019 en 2035 moet de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen worden vergroot.

De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het Rijk is systeemverantwoordelijk. Het is de rol van het Rijk om de kaders te stellen, te stimuleren, eventueel te sanctioneren, waar nodig middelen ter beschikking te stellen – bijvoorbeeld via de huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek of de regeling woningbouwimpuls voor gemeenten – en met gemeenten en provincies samen te werken om (bovenlokale, inclusief grensoverschrijdende) knelpunten op te lossen en realisatie van de nationale belangen te waarborgen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de toevoeging van één nieuwe woning in het kader van de gemeentelijke beleidslijn toevoegen nieuwe woningen in de bebouwde kom. Zoals is beschreven ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving en de woningvoorraad bij de gemeenten en provincies. In de paragaaf 3.3.2 wordt de realisatie van de nieuwe woning getoetst aan de woonvisie van de gemeente Tubbergen. Daarin wordt aangetoond dat het past binnen het provinciale en gemeentelijke beleid ten aanzien van wonen. Daarmee past het plan binnen de prioriteiten van de NOVI en kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaw eg 15, Albergen

15

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.

Onderhavig plan Uit jurisprudentie is inmiddels gebleken dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is voor zeer kleinschalige ontwikkelingen. Uit de uitspraken ECLI:NL:RVS:2014:4720 & ECLI:NL:RVS:2015:2921 blijkt namelijk dat de ontwikkeling van respectievelijk acht en elf woningen niet wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid Bro. In dit geval is er sprake van een relatief kleinschalige ontwikkeling waarbij de compensatiewoning wordt gerealiseerd in het buitengebied, aan de rand van het dorp. Er is daarom geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Mede gelet op het toevoegen van het geringe aantal woningen én de vermindering van de bebouwde oppervlakte, is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Op grond van de Nota van toelichting behorend bij het besluit tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening kan geconcludeerd worden dat de rood voor rood woningen niet gezien worden als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder van duurzame verstedelijking. De ladder van duurzame ontwikkeling is daarom niet van toepassing op het voorliggende plan. De ruimtelijke aanvaardbaarheid van de ontwikkeling wordt bovendien in deze toelichting aangetoond.

3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

Op 13 november 2019 is door de Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel vastgesteld. De aanpassingen van de Omgevingsvisie die met de Actualisatie 2018/2019 zijn doorgevoerd zijn op 1 december 2019 in werking getreden. Met de Actualisatie 2018/2019 is de Omgevingsvisie weer bij de tijd gebracht. De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Actualisatie Omgevingsverordening Overijssel 2018/2019 van de provincie Overijssel. De Provinciale Staten van Overijssel hebben de Actualisatie Omgevingsverordening Overijssel 2018/2019 op 13 november 2019 vastgesteld en is op 1 december 2019 in werking getreden. Met de vaststelling van de Actualisatie 2018/2019 is de 16

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaweg 15, Albergen

Omgevingsverordening weer bij de tijd gebracht. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2018/2019 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.

De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaw eg 15, Albergen

17

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Hieronder wordt het plan aan de relevante artikelen uit de Omgevingsverordening Overijssel getoetst. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (lid 1) Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: Middels dit bestemmingsplan wordt de realisatie van een nieuwe woning op het perceel aan de Ootmarsumsestraat 161 mogelijk gemaakt. De woning met bijgebouw is voorzien aan de noordzijde van het perceel. Dit om het karakter van één compact erf te benadrukken.

Ter compensatie wordt alle (voormalige) agrarische bebouwing op het erf gesloopt. Hiermee levert het plan een positieve bijdrage aan de algemene beginselen van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Het plan is in overeenstemming met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit (lid 1) In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan:

18

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaweg 15, Albergen

Met voorliggende ontwikkeling wordt een woonrecht mogelijk gemaakt op een bestaand woonerf. Ter compensatie wordt alle landschapontsierende bebouwing op het erf gesloopt. De sloop van de landschapsontsierende bebouwing levert een bijdrage aan de ontstening van het buitengebied. Daarnaast wordt de locatie landschappelijk ingepast waardoor geconcludeerd kan worden dat het plan een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omlijnd (bron: provincie Overijssel) Het plangebied aan de Ootmarsumsestraat 161 in Albergen is deels gelegen in het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' en 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Het onderhavig plan geeft invulling aan dit perspectief; landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt. In ruil hiervoor wordt een woonrecht verkregen in de gemeente Tubbergen. Het geheel wordt landschappelijk ingepast en levert zodoende een bijdrage aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit op de bouw- en slooplocatie. De plannen van de initiatiefnemers doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor de functies in de omgeving. Gebiedskenmerken Voor wat betreft de gebiedskenmerken voor de verschillende deelgebieden wordt onderstaand een opsomming verricht van de van toepassing zijnde kenmerken.

Natuurlijke laag: Stuwwallen Laag van agrarisch cultuurlandschap: Essenlandschap Stedelijke laag: Woonwijken 1955 - nu (deels) Laag van beleving: Donkerte De planlocatie ligt in het stuwwallen landschap. De ambitie is het eigen karaker van de afzonderlijke stuwwalen te behouden en versterken. De inzet is het reliëf daarbij ruimtelijk beeldbepalend te laten zijn. Door bijvoorbeeld bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaw eg 15, Albergen

19

de overgangen naar andere landschappen te accenturen en door de zichten erop én er vanaf te versterken. Door het voornemen wordt fors geïnvesteerd in het gebied door een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Door het saneren van de (agrarische) opstallen ontstaat aldaar weer meer openheid. Daarbij is er reeds sprake van bebouwing en clustering van bebouwing. Het verkrijgen van een woonrecht op deze locatie is dan ook als acceptabel te beschouwen. De landschappelijke inpassing is daarbij vormgegeven om zo veel mogelijk de waardevolle kenmerken te behouden. De ontwikkeling doet geen afbreuk aan de aanwezige gebiedskenmerken voor de drie deelgebieden. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

Omgevingsvisie Tubbergen

De gemeenteraad van de gemeente Tubbergen heeft op 16 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Tubbergen, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Tubbergen en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen; 2. We geven het goed voorbeeld; 3. We wentelen niet af op volgende generaties; 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Tubbergen wil een economische sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap van Tubbergen is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis.

Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Tubbergen komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Tubbergen streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit wordt gedaan samen met de inwoners, partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn: toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij we samenwerking zoeken met de landbouw; kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. Toets De ontwikkeling biedt een kans om de huidige landschapstructuren te versterken en eventuele kenmerkende structuren uit het verleden te herstellen.

Het aanbrengen van nieuwe groenstructuren zorgt ervoor dat natuurwaarden zich verder kunnen ontwikkelen. Daarnaast verdwijnt een agrarische bestemming aan de rand van de kern Albergen, wat bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit. In de gemeente Tubbergen gaat het concreet om het realiseren van één woning. Van 'verstedelijking' van het buitengebied is dan ook geenzins sprake. De investering in de ruimtelijke kwaliteit draagt bij aan het aantrekkelijk houden van het buitengebied, wat de sociaal- economische en recreatieve positie van het buitengebied ten goede komt.

20

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaweg 15, Albergen

3.3.2

Woonvisie 2021+

De woonvisie 2021+ van de gemeente Tubbergen is op 22 juni 2021 vastgesteld. In deze woonvisie wordt de gemeentelijke visie op het wonen in Tubbergen geschetst voor de komende jaren. De visie vormt de basis voor strategische afwegingen op het gebied van wonen. Het vergroten van de woonaantrekkelijkheid voor alle doelgroepen staat centraal. Tegelijkertijd met de gemeentelijke woonvisie worden in de verschillende Overijsselse regio’s Regionale Woonagenda’s opgesteld. Voor Tubbergen is daarin de Regionale Woonagenda Twente van belang. Hierin worden de belangrijkste regionale ambities op het vlak van het wonen vastgelegd. Een van de belangrijkste punten daarbij is de grote woningbouwopgave voor de komende tien jaar. Om in de vraag naar woningen te voorzien én om het bestaande woningtekort terug te dringen, heeft de Provincie als doel gesteld om in de periode 2020-2030 60.000 woningen toe te voegen. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de toenemende trek vanuit de Randstand naar (onder andere) Overijssel. Deze vraag zal in eerste instantie in de steden terecht komen (Zwolle, Deventer), maar vanwege de forse woningbouwopgave in de steden zal voor de invulling van de woningbouwopgave ook naar de dorpse gemeenten gekeken worden.

De belangrijkste punten uit de woonvisie 2021+ zijn als volgt: Voor de komende jaren gaat de gemeente Tubbergen uit van een woningbehoefte van 640 woningen voor de periode 2020-2030. Deze woningbouwopgave wil men deze zoveel mogelijk de komende vijf jaar realiseren. Mochten er na de eerste vijf jaar meer woningen gebouwd zijn dan de geprognosticeerde behoefte, dan wordt hier in de woningbouwopgave na 2025 rekening mee gehouden. Daarnaast is het wenselijk om een ruimere plancapaciteit aan te houden dan enkel te koersen op de verwachte woningbehoefte. De ervaring leert dat een deel van de plannen vertraging oploopt of helemaal niet doorgaat. Om tijdig te kunnen inspelen op de behoefte dan is een zachte plancapaciteit van 130% reëel; zo’n 830 woningen (ervan uitgaande dat 30% van de plannen niet of vertraagd wordt gerealiseerd). De woningbehoefte is uitgesplitst naar deelgebied. Voor Rood voor Rood plannen zijn 40 (100% behoefte) tot 50 woningen (130% behoefte) gereserveerd. Op deze manier blijft woningbouw in het buitengebied op beperkte schaal mogelijk. Door de gestage daling van het aantal agrarische bedrijven in de afgelopen jaren is er een toename in het aantal aanvragen voor de rood voor rood regeling. Woningbouw op deze plekken biedt de mogelijkheid om vrijgekomen agrarische bebouwing te verwijderen.

Het is wel belangrijk dat de te realiseren woningen tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied leiden. Toets In onderhavig plan gaat om een ontwikkeling waarbij één woning op een bestaand erf wordt toegevoegd. Op basis van de regionale woningbouwafspraken is er op gemeentelijk niveau een verdeling over de kernen gemaakt. Hierin is ook rekening gehouden voor woningen op basis van rood voor rood. Voor de komende periode 2020-2030 wil men 640 woningen bouwen in de gemeente Tubbergen, waarvan zoveel mogelijk de komende vijf jaar. Voor Rood voor Rood plannen zijn 40 tot 50 woningen gereserveerd. Op basis hiervan is er voldoende beschikbare plancapaciteit voor voorliggend Rood voor Rood initiatief. Het voornemen is daarmee passend binnen het woonbeleid van de gemeente Tubbergen. 3.3.3

Rood voor rood met gesloten beurs gemeente Tubbergen

De beleidsnotitie 'rood voor rood met gesloten beurs 2014' is door de gemeenteraad vastgesteld op 15 december 2014 Dit beleid biedt het toetsingskader voor rood voor rood plannen binnen de gemeente. Aanleiding voor het vaststellen van het beleid is dat steeds meer agrarische bedrijven veranderen in hobbymatige agrarische activiteiten of volledig stoppen met hun agrarische activiteiten. Het gevolg hiervan is een toename van leegstaande landschapsontsierende bedrijfsgebouwen, waardoor verval van het buitengebied op de loer ligt. Middels Rood voor Rood is het mogelijk om deze gebouwen te slopen en er een woning voor terug te bouwen. Centrale doelstelling is om een ruimtelijke kwaliteitsverbetering te realiseren. Uitgangspunt van beleid is dat een oppervlakte van minimaal 1.000 m² landschapsontsierende bebouwing of 5.400 m2 aan kassen dient te worden gesloopt om een compensatiekavel (woning) te kunnen verkrijgen. Daarnaast dient een ruimtelijk kwaliteitsplan uitgewerkt te worden waaruit blijkt dat wordt geïnvesteerd in ruimtelijke kwaliteit. De deelnemer aan Rood voor Rood zal uit de opbrengst van de bouwkavel het slopen van de bedrijfsgebouwen en de bijdrage voor de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit moeten bekostigen. De deelnemer mag 30% van de gecorrigeerde vervangingswaarde van de te slopen gebouwen behouden.

In het beleid zijn verschillende uitgangspunten voor de sloop- en herbouwlocatie opgenomen, waaraan het plan in principe dient te voldoen. In het beleid is ook de mogelijkheid tot maatwerk opgenomen. bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaw eg 15, Albergen

21

Toets Uitgangspunt van het rood voor rood beleid is dat minimaal 1000 m² aan landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt ter compensatie van één bouwkavel voor een woning. Met de sloop van 1.071 m² aan landschapsontsierende bedrijfsbebouwing (inclusief mestkelder) wordt aan de sloopnorm voldaan. Daarnaast worden ook de mestplaten, sleufsilo’s en grotendeels alle erfverharding verwijderd. De nieuwe bouwkavel wordt op de slooplocatie aan de Ootmarsumseweg 161 gesitueerd. De nieuwe gebouwen liggen zoveel mogelijk binnen het bestaande bouwperceel. De vier (nieuwe) bouwwerken vormen door hun situering en de landschapsmaatregelen een mooi ensemble van een agrarisch erf in het buitengebied. Ten behoeve van de ontwikkeling is door de initiatiefnemers een Ruimtelijk Kwaliteitsplan opgesteld. Deze is opgenomen in Bijlage 1. Uit de rekenmodule volgt dat de vereiste investering in de ruimtelijke kwaliteit (landschappelijke inpassing) € 38.470,00 bedraagt. De werkelijke kosten als gevolg van het landschapsplan (op te voeren kosten) bedragen € 42.672,00. De verantwoording van de landschappelijke inpassing is weergegeven in het ruimtelijk kwaliteitsplan dat als Bijlage 1 bij de toelichting van dit bestemmingsplan is gevoegd. Hierin is de beoogde inrichting van het erf opgenomen met de te slopen bebouwing, de nieuwe bebouwing en de inpassing daarvan in het landschap.

De woning wordt op het bestaande erf gesitueerd en sluit goed aan bij de bestaande erfstructuur. Bovendien leidt de gewenste woning niet tot een onevenredige aantasting van agrarische en andere belangen in de omgeving. De erfinirichting is tot stand gekomen op basis van de beeldkwaliteitsprincipes Rood voor Rood, het landschapsontwikkelingsplan (LOP), het Cascobeleid en Kwaliteitskader Gebiedskenmerken van de gemeente (een uitwerking van de gebiedskenmerken uit de Omgevingsvisie Overijssel) en is goedgekeurd door het Kwaliteitsteam. Op basis van het ruimtelijk kwaliteitsplan is met de initiatiefnemer een Rood voor Rood-overeenkomst gesloten waarin alle afspraken zijn vastgelegd. Het plan voldoet daarmee aan de criteria van het gemeentelijk Rood voor Rood-beleid. 3.3.4

Nota 'De casco benadering in Noordoost-Twente'

De gemeente Dinkelland heeft de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente' vastgesteld. Het Nationaal Landschap Noordoost Twente is een gebied met zeldzame en unieke landschapskwaliteiten. Het is een gebied met stuwwallen, bronnen, beken en fraaie cultuurlandschappen. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open en een kleinschalig besloten landschap. Schaalvergroting in de grondgebonden landbouw staat op gespannen voet met deze kleinschaligheid. Het verdwijnen van landschapselementen op perceelsgrenzen tast het kleinschalige groene karakter aan en leidt tot een afname van landschapsdiversiteit. De gemeente Dinkelland heeft samen met de provincie Overijssel en de gemeenten Tubbergen, Losser en Oldenzaal de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Om vorm en inhoud te geven aan deze ambitie is een generieke methode ontwikkeld: de casco benadering. Voor de gemeente is de casco-benadering te gebruiken als beoordelingskader voor ingrepen in het landschap. Aan de hand van de casco-kaart (figuur 3.4) kan bezien worden of landschappelijke structuren deel uitmaken van het casco.

22

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaweg 15, Albergen

Figuur 3.4: Fragment casco-kaart (bron: www.overijssel.nl/cascokaart) Op basis van de casco-kaart kan vastgesteld worden of het landschapselement tot het casco behoort of niet; daaruit volgen drie mogelijk aanvragen op basis van het casco, dit zijn: 1. Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de cascokaart. 2. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de cascokaart. 3. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de cascokaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Toets Het plangebied is gelegen aan een tweetal vlakken dat behoort tot het Casco. In het erfinrichtingsplan is rekening gehouden met de aanwezige Casco elementen. De tot het casco behorende elementen blijven behouden en worden op plekken zelfs versterkt. Het planvoornemen doet daarmee geen afbreuk aan de casco structuur. 3.3.5

Nota Omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016

De Nota Omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016 bevat het welstandsbeleid voor de beide gemeenten. In de nota is het grondgebied opgedeeld in deelgebieden voor de kernen en het buitengebied. Voor elk deelgebied is een waarderingsblad en een ambitiekaart gemaakt. Ieder blad bestaat uit een kaartje van het gebied, een toelichting, en een weergave van de beoogde omgevingskwaliteit dat bij de welstandstoets voor de omgevingsvergunning (onderdeel bouwen) van toepassing is. Het welstandsbeleid van de gemeentes bestaan uit drie niveaus van omgevingskwaliteit: 1. Basis omgeving 2. Midden omgeving 3. Bijzondere omgeving Het niveau dat van toepassing is geldt voor de algemeen heersende karakteristiek van een gebied. De waarde is dus door de bestaande omgeving bepaald. Het komt voor dat binnen een gebied een gebouw of complex ligt dat zich door de bijzondere kwaliteit onderscheidt. Deze wordt apart genoemd. De welstandsbeoordeling in deze gebieden is gericht op het behouden en versterken van de basiskwaliteiten van de gebieden. Bij de welstandsbeoordeling wordt vooral gekeken of het bouwplan bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving (van hoofdvorm tot materiaal en detail). Afhankelijk van het soort bouwwerk komen de volgende beoordelingsmodellen voor: ‘Ambtelijk’: alleen kleine bouwwerken van- en voor de voorgevel worden getoetst. Deze toets vindt ambtelijk plaats.

Bouwplannen achter de voorgevel zijn toetsvrij. 'Stadsbouwmeester’: de stadsbouwmeester toetst. ‘Q-team’: het Q-team beoordeelt en kan daarbij in overleg treden met de initiatiefnemer en/of ontwerper. Toets Het plangebied ligt in een gebied dat het niveau 'Buitengebied - Niveau Midden' heeft gekregen. De welstandsbeoordeling in deze gebieden is gericht op het behouden en versterken van de basiskwaliteiten van de bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaw eg 15, Albergen

23

gebieden. Bij de welstandsbeoordeling wordt vooral gekeken of het bouwplan bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving (van hoofdvorm tot materiaal en detail). Afhankelijk van het soort bouwwerk komen de volgende beoordelingsmodellen voor: ‘Ambtelijk’: alleen kleine bouwwerken van- en voor de voorgevel worden getoetst. Deze toets vindt ambtelijk plaats. Bouwplannen achter de voorgevel zijn toetsvrij. 'Stadsbouwmeester’: de stadsbouwmeester toetst. ‘Q-team’: het Q-team beoordeelt en kan daarbij in overleg treden met de inititatiefnemer en/of ontwerper. De beoogde erfinrichting (zie Bijlage 1) is al beoordeeld en akkoord bevonden door het Q-team. Toetsing op welstand vindt uiteindelijk plaats bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de extra woning. Er worden geen belemmeringen verwacht vanuit de Nota Omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016.

24

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaweg 15, Albergen

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Het plan betreft de bouw van een nieuwe compensatiewoning aan de Ootmarsumseweg 161 in de gemeente Tubbergen, ter compensatie voor de sloop van landschapsontsierende opstallen. Aan de Kemnaweg 15 wordt de woonbestemming vergroot ten behoeve van het realiseren van een extra bijgebouw.

De ontwikkeling is concreet beschreven in paragraaf 2.2. Het huidige gebruik van het plangebied is 'Agrarisch-1'. De bouw van één woning is in algemene zin niet te kwalificeren als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. In die gevallen is het Besluit m.e.r. niet van toepassing en hoeft geen aanmeldnotitie te worden opgesteld. Tevens worden in het buitengebied (agrarische) opstallen gesaneerd. De ontwikkeling wordt daarbij op passende wijze in het landschap opgenomen. De ruimtelijke uitstraling/de verandering die de ontwikkeling per saldo op de omgeving heeft is daardoor beperkt. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als in de zin van het Besluit m.e.r.

4.2 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaw eg 15, Albergen

25

uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Hierbij spelen twee vragen een rol: past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. In voorliggend geval wordt een compensatiewoning toegevoegd ter plaatse van agrarische grond aan de Ootmarsumseweg 161. Aan de Kemnaweg 15 wordt een bestaande woonbestemming vergroot. De functie 'wonen' betreft geen milieubelastende activiteit voor de omgeving. Van enige vorm van aantasting van het woonen leefklimaat van omwonenden is dan ook geenszins sprake. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functie(s) binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en andersom of de nieuwe functie(s) de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantasten.

De belangrijkste zijn: Sportcomplex RKSV De Tukkers met een voetbal- en handbalvereniging: voor de categorie 'veldsportcomplex (met verlichting) geldt een richtafstand van 50 meter in verband met geluid. De beoogde locatie van de compensatiewoning aan de Ootmarsumseweg 161 ligt op circa 85 meter. Aan de richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Het te vergroten woonvlak van de Kemnaweg 15 ligt op circa 60 meter afstand. Ook aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Aannemersbedrijf Scholte op Reimer: voor de categorie 'aannemersbedrijf met werkplaats >1000 m²' geldt een richtafstand van 50 meter in verband met geluid. De beoogde locatie van de compensatiewoning aan de Ootmarsumseweg 161 ligt op circa 100 meter. Aan de richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Het te vergroten woonvlak aan de Kemnaweg 15 ligt op circa 110 meter afstand. Ook aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Café Morshuis: voor de categorie 'café, bars' geldt een richtstand van 10 meter in verband geluid. De beoogde locatie van de compensatiewoning aan de Ootmarsumseweg 161 ligt op circa 70 meter. Aan de richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Het te vergroten woonvlak aan de Kemnaweg 15 ligt op circa 15 meter. Ook aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Melkveebedrijf MTS van der Aa: het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf ligt aan de Kloosteresweg 21.

Voor het fokken en houden van rundvee geldt milieucategorie 3.2 met een richtafstand van 100 meter in verband met het aspect geur. De compensatiewoning aan de Ootmarsumseweg 161 ligt op circa 250 meter afstand. Aan de richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Het te vergroten woonvlak van de Kemnaweg 15 ligt op 280 meter afstand. Aan deze richtafstand wordt eveneens voldaan. De voorgenomen ontwikkeling past in de omgeving en vormt geen belemmering voor de huidige bedrijven in de 26

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaweg 15, Albergen

omgeving.

4.3 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.

Toets Het perceel aan de Ootmarsumseweg 161 is gelegen in het buitengebied van Tubbergen. Het dichtstbijzijnde agrarisch bedrijf ligt aan de Kloosteresweg 21. Hier geldt een minimale afstand van 50 meter. De afstand van het bouwvlak tot de nieuwe bestemming bedraagt minimaal 250 meter. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'geur' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.4 Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets Ootmarsumseweg 161, Albergen Ten behoeve van onderhavig bestemmingsplan is gebruik gemaakt van een verkennend bodemonderzoek [20074016] om ter plaatse de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen. Het bodemonderzoek is opgenomen in Bijlage 2.

Op een terreindeel ter grootte van circa 4950 m² aan Ootmarsumseweg 161 in Albergen is in een verkennend en afperkend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en grotendeels verhard (klinkers, tegels en beton). De aanleiding van dit onderzoek is de bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw van een woning met bijgebouw in het kader van het ‘rood voor rood regeling’. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat op de locatie enkele verdachte deellocaties aanwezig zijn. Er bevindt zich een voormalige tanklocatie op de onderzoekslocatie en er zijn vijf asbestverdachte druppelzones aanwezig. Deze locaties zijn als verdachte deellocaties beschouwd. De bovengrond van de locatie is verdacht voor de aanwezigheid van asbest en chemische componenten. De ondergrond en het grondwater zijn onverdacht voor chemische componenten. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 4 boringen en 38 inspectiegaten gegraven, waarvan 2 tot 2.50 meter diepte, welke zijn afgewerkt tot peilbuizen. Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit matig fijn tot zeer fijn zand met klei in de ondergrond. Ter plekke van boring 1 en 1A is in de ondergrond (1.1-2.0 m-mv) een sliblaag aangetroffen. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhouden-de lagen aangetroffen.

Er zijn bodemvreemde materialen bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaw eg 15, Albergen

27

waargenomen (puin, metaal en baksteen). In de boring A2 (0.1 - 0.6 m-mv) is een matige oliegeur en een matige olie/water-reactie aangetroffen. Door de veldwerkers is op het maaiveld ter plekke van druppelzone F zwerfasbest aangetroffen. In de bodem is visueel geen asbest aangetroffen. Het freatische grondwater is in de peilbuis gemiddeld aangetroffen op circa 0.42 meter min maaiveld. Resultaten chemische analyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: Overig te herontwikkelen terreindeel de bovengrond (BG I) is niet verontreinigd; de bovengrond (BG II) is niet verontreinigd; de bovengrond (BG III) is zeer licht verontreinigd met zink; de ondergrond (OG) is zeer licht verontreinigd met molybdeen; het grondwater (PB 1) is licht verontreinigd met barium en zink. Deellocatie A: voormalige bovengrondse dieseltank de bovengrond (A -BG) is licht verontreinigd met minerale olie; het grondwater (PB A1) is niet verontreinigd. De voormalig bovengrondse dieseltank heeft een geringe negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit: in de bovengrond is een licht verhoogd gehalte aan minerale olieaangetoond. In het grondwater zijn geen verontreinigingen met minerale olie componenten aangetoond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/776/documents/14960