Bijlage BP Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveensweg 25 en Vasserdijk 70_VG01.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveensweg 25 En Vasserdijk 70
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld NL.IMRO.0183.BUIBPWITTEVEENSWEGVG01
Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveensweg 25 en Vasserdijk 70
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer
7 7 7 8 8 11
Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Algemeen 2.2 Witteveensweg 24-24a (bouwlocatie) 2.3 Witteveensweg 25 (slooplocatie) 2.4 Vasserdijk 70 (slooplocatie)
13 13 13 13 14
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Gewenste ontwikkeling 3.2 Verkeer en parkeren
17 17 20
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
23 23 24 30
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodemkwaliteit 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie & cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage
37 37 38 38 39 40 42 43 46 46
Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf
49 49 49
Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels
51 51 51 52
Hoofdstuk 8
55
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 9 Vooroverleg 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak 9.3 Zienswijzen 2
bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveensweg 25 en Vasserdijk 70
57 57 57 57
Bijlagen toelichting
59
Bijlage 1
Rood voor Rood Plan
60
Bijlage 2
Notitie Geur Witteveensweg 25
89
Bijlage 3
Bodemonderzoek
91
Bijlage 4
Quickscan natuurwaarden
143
Bijlage 5
Standaard waterparagraaf
179
Regels
183
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
185 185 194
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Agrarisch - 1 Wonen Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4
195 195 205 211 213
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8
Algemene Regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels
215 215 216
Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
217 218 219 220
Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
221 221 222
Bijlagen bij regels
223
Bijlage 1
Landschappelijk inpassing Witteveensweg 24-24a
224
Bijlage 2
Landschappelijke inpassing Witteveensweg 25
226
Bijlage 3
Landschappelijke inpassing Vasserdijk 70
228
Bijlage 4
Schetsplan landschappelijke inpassing schuur (D) Vasserdijk 70
230
Bijlage 5
Notitie serrestallen
232
Bijlage 6
Ondergeschikte tweede tak of een deeltijdfunctie
246
bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveen sweg 25 en Vasserdijk 70
3
4
bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveensweg 25 en Vasserdijk 70
Toelichting
bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveen sweg 25 en Vasserdijk 70
5
6
bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveensweg 25 en Vasserdijk 70
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Aan de Witteveensweg 24-24a in het buitengebied van Geesteren (gemeente Tubbergen) bevindt zich een agrarisch erf met een varkenshouderij. Ter plaatse is één bedrijfswoning toegestaan, echter vraagt de intensieve bedrijfsvoering van de varkenshouderij om extra toezicht op het erf. Voor een doelmatige en toekomstbestendige bedrijfsvoering wenst de initiatiefnemer een tweede bedrijfswoning. Initiatiefnemer is voornemens om, op grond van de gemeentelijke Rood voor Rood regeling, een tweede bedrijfswoning mogelijk te maken. Deze (bedrijfs)woning kan worden verkregen ter compensatie van de sloop van landschapsontsierende bebouwing (minimaal 1.000 m²), in voorliggend geval op twee locaties elders in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. Als gevolg van de sloop van de landschapsontsierende bebouwing komt een einde aan het landschapsontsierende effect van deze bebouwing op de omgeving. Hierbij wordt gewaarborgd dat de gesloopte oppervlakte niet kan worden teruggebouwd. De ruimtelijke kwaliteit in de omgeving wordt daarnaast ook versterkt door de eveneens gewaarborgde landschappelijke inpassing van de drie betrokken locaties. Op basis van het geldende bestemmingsplan “Tubbergen Buitengebied 2016” is het niet mogelijk om ter plaatse van de Witteveensweg 24-24a een extra bedrijfswoning te realiseren.
Om voorliggend voornemen mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening vereist. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridisch-planologische kader en toont aan dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening' en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.
1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Tubbergen en bestaat uit een drietal locaties. In de afbeeldingen 1.1 en 1.2 is de ligging van deze locaties ten opzichte van de nabij gelegen kern en de directe omgeving indicatief weergegeven. De drie locaties zijn in de afbeeldingen en het vervolg van deze toelichting als volgt aangegeven: 1. Rode ster/omlijning: Witteveensweg 24-24a in Geesteren (bouwlocatie tweede bedrijfswoning); 2. Blauwe ster/omlijning: Witteveensweg 25 in Geesteren (slooplocatie); 3. Roze ster/omlijning: Vasserdijk 70 in Langeveen (slooplocatie).
Afbeelding 1.1 Ligging delen van het plangebied (Witteveensweg 24-24a en 25) ten opzichte van Geesteren (Bron: PDOK)
bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveen sweg 25 en Vasserdijk 70
7
Afbeelding 1.2 Ligging deel van het plangebied (Vasserdijk 70) ten opzichte van Langeveen (Bron: PDOK)
1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveensweg 25 en Vasserdijk 70" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (NL.IMRO.0183.BUIBPWITTEVEENSWEG-VG01) en een renvooi; regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4 Huidig planologisch regime 1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016'. Dit bestemmingsplan is op 23 mei 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Afbeelding 1.3 omvat uitsneden van dit geldende bestemmingsplan. De drie locaties die in voorliggend geval het plangebied vormen zijn hierin indicatief aangeven met de gekleurde omlijning.
8
bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveensweg 25 en Vasserdijk 70
Afbeelding 1.3 Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied 2016' (Bron: gemeente Tubbergen) 1.4.2
Beschrijving bestemmingen en aanduidingen
Binnen het plangebied bevinden zich de volgende bestemmingen en aanduidingen: Witteveensweg 24-24a 'Agrarisch - 1', grotendeels met bouwvlak; 'Waarde - Archeologie 4'; 'Reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied'. Witteveensweg 25 'Wonen; 'Agrarisch - 1'; 'Waarde - Archeologie 3' (grotendeels); 'Waarde - Archeologie 4' (voor een klein deel); bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveen sweg 25 en Vasserdijk 70
9
'Reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied'. Vasserdijk 70 'Agrarisch - 1', grotendeels met bouwvlak en functieaanduiding 'intensieve veehouderij'; 'Waarde - Archeologie 4'. 'Agrarisch – 1' Gronden met de bestemming 'Agrarisch – 1' zijn onder meer bedoeld voor het agrarisch gebruik en de uitoefening van een agrarisch bedrijf ter plaatse van een bouwvlak, waarbij ter plaatse van de aanduidingen "intensieve veehouderij" en "reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied" tevens agrarische bedrijfsvoering in de vorm van intensieve veehouderij mag worden uitgeoefend. Dit mag in combinatie met verhuuractiviteiten ten behoeve van het agrarisch gebruik. Ook is het wonen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering, met de daarbij behorende erven toegestaan, voorzover de gronden zijn voorzien van een bouwvlak. Tevens is behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden toegestaan, evenals het uitvoeren van erfinrichtingsplannen en landschapsplannen. Gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, tenzij bestaande gebouwen en overkappingen buiten een bouwvlak zijn gebouwd, in welk geval de bestaande buiten het bouwvlak gebouwde gebouwen en overkappingen tevens en uitsluitend op dezelfde locatie buiten een bouwvlak gebouwd mogen worden.
Binnen een bouwvlak mogen daarnaast uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van de ter plaatse gevestigde agrarische bedrijvigheid en andere toegestaande bedrijvigheid worden gebouwd. Het aantal bedrijfswoningen mag ten hoogste één per bouwvlak bedragen.De maatvoering van een gebouw of een overkapping moet tot slot voldoen aan de eisen die hiervoor worden gesteld. 'Wonen' De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor woonhuizen en bijbehorende bouwwerken, al dan niet in combinatie met en in ondergeschikte mate ruimte voor onder meer een aan-huis-gebonden beroep of bedrijf dan wel een vrij beroep en mantelzorg. Daarnaast zijn hieraan ondergeschikt onder meer wegen en paden en water met de daarbijbehorende tuinen, erven en terreinen, parkeervoorzieningen en andere bouwwerken toegestaan. Voor het bouwen van hoofdgebouwen en aangebouwde bijbehorende bouwwerken geldt onder meer dat als hoofdgebouwen uitsluitend woonhuizen mogen worden gebouwd en dat per bestemmingsvlak ten hoogste één hoofdgebouw met één woning mag worden gebouwd. Tevens dienen deze, evenals vrijstaande bijbehorende bouwwerken, aan de geldende maatvoeringseisen te voldoen. Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden eveneens eisen ten aanzien van de bouwhoogte.
'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde - Archeologie 4' Gronden met deze dubbelbestemmingen zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. Voor het realiseren van bouwwerken, waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 2.500 m² (W-A 3) of 5.000 m² (W-A 4) en dieper dan 0,40 m benodigd zijn, moet archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 'Reconstructiewetzone – landbouwontwikkelingsgebied' Gronden met deze aanduiding zijn mede bestemd voor de ontwikkeling van de landbouw, waarbij het belang van de landbouw bovengeschikt is aan andere belangen. Overige functies (onder andere natuur en landschap, recreatie en toerisme en wonen) kunnen zich in deze gebieden ontwikkelen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ontwikkeling van bestaande of inplaatsing van nieuwe agrarische bedrijven. 1.4.3
Strijdigheid
Het realiseren van een extra bedrijfswoning aan de Witteveensweg 24-24a is op basis van het geldende bestemmingsplan niet toegestaan, aangezien het aantal bedrijfswoningen ten hoogste één per bouwvlak mag bedragen. In voorliggend bestemmingsplan wordt hier een tweede bedrijfswoning toegestaan. Aan de Vasserdijk 70 wordt het bestaande agrarische bouwvlak en een deel van de aangrenzende gronden gewijzigd in een woonbestemming, passend bij het bestaande gebruik. Tevens wordt ter plaatse van deze slooplocatie en op de slooplocatie aan de Witteveensweg 25 de maximale toegestane oppervlakte aan bijgebouwen vastgelegd, omdat deze oppervlakte hier als gevolg van de beoogde sloop in het kader van Rood voor Rood permanent afneemt. Tot slot wordt opgemerkt dat binnen voorliggend bestemmingsplan specifieke regelingen worden opgenomen ter waarborging van de landschappelijke inpassing en de sloop. In het kader hiervan zijn ook een aantal van de 10
bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveensweg 25 en Vasserdijk 70
omliggende agrarische gronden onderdeel van het plangebied. In dit bestemmingsplan wordt het gewenste voornemen mogelijk gemaakt, waarbij wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in Hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een omschrijving van de gewenste ontwikkeling. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Tubbergen beschreven. In Hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue en Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In Hoofdstuk 7en Hoofdstuk 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat Hoofdstuk 9 in op het vooroverleg.
bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveen sweg 25 en Vasserdijk 70
11
12
bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveensweg 25 en Vasserdijk 70
Hoofdstuk 2
Huidige situatie
2.1 Algemeen Zoals reeds vermeld bestaat het plangebied uit een drietal locaties in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. In de volgende paragrafen wordt afzonderlijk op de huidige situatie ter plaatse van deze locaties ingegaan.
2.2 Witteveensweg 24-24a (bouwlocatie) De locatie aan de Witteveensweg 24-24a betreft een agrarisch bouwvlak met de hieraan grenzende agrarische gronden. De locatie ligt in het buitengebied van Geesteren, te midden van agrarische gronden. Ten noorden van de locatie bevinden zich woonpercelen (waaronder de Witteveensweg 25), ten oosten bevindt zich de Witteveensweg en ten zuiden bevindt zich een agrarisch bouwperceel. Zoals eerder vermeld is op deze locatie een varkenshouderij aanwezig. Ter plaatse worden varkens van enkele weken tot circa een halfjaar oud gehouden. Het betreft een duurzaam meermansbedrijf, waarvan onder andere de initiatiefnemer eigenaar is. Op het erf bevinden zich een aantal bedrijfsgebouwen (stallen) en een bedrijfswoning met bijgebouwen. Het voornemen is om in de toekomst een extra stal te bouwen, ten noorden van de bestaande bedrijfsgebouwen. De ontwikkeling hiervan loopt via een omgevingsvergunning, los van voorliggend bestemmingsplan. De locatie wordt ontsloten via twee opritten, namelijk één voor de bedrijfswoning (noorden) en één voor de varkenshouderij (zuiden). Rondom het erf zijn enkele landschapsstructuren gelegen. In afbeelding 2.1 is de huidige situatie aan de Witteveensweg 24-24a (rode omlijning) op een luchtfoto weergegeven.
Afbeelding 2.1 Huidige situatie Witteveensweg 24-24a (Bron luchtfoto: Provincie Overijssel)
2.3 Witteveensweg 25 (slooplocatie) De locatie aan de Witteveensweg 25 omvat een voormalig agrarisch erf en de aangrenzende agrarische gronden. In de huidige situatie wordt het erf gebruikt als woonperceel. De locatie ligt eveneens in het buitengebied van Geesteren, te midden van agrarische gronden. Rondom de locatie bevinden zich woonpercelen en agrarische bouwpercelen (waaronder de Witteveensweg 24-24a). Direct ten westen bevindt zich de Witteveensweg. bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveen sweg 25 en Vasserdijk 70
13
Op deze locatie zijn een woning en voormalige (landschapsontsierende) bedrijfsgebouwen aanwezig, waaronder een melkstal en kapschuur die worden gebruikt als bijgebouwen bij de woning. Ook is ter plaatse een (vergunningsvrij) bouwwerk aanwezig. De locatie wordt ontsloten via twee opritten, namelijk één in het noorden en één in het zuiden. Op en rondom het erf zijn enkele landschapsstructuren gelegen. In afbeelding 2.2 is de huidige situatie van het erf aan de Witteveensweg 25 (blauwe omlijning) op een luchtfoto weergegeven.
Afbeelding 2.2 Huidige situatie Witteveensweg 25 (Bron luchtfoto: Provincie Overijssel)
2.4 Vasserdijk 70 (slooplocatie) De locatie aan de Vasserdijk 70 omvat een agrarisch bouwvlak met de hieraan grenzende agrarische gronden. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn ter plaatse inmiddels beëindigd, het erf wordt momenteel gebruikt als woonperceel. De locatie ligt in het buitengebied van Langeveen. Ten noorden en oosten van deze locatie bevinden zich voornamelijk woonpercelen en agrarische bouwpercelen. Ten zuiden ligt de Vasserdijk met daarachter een bedrijventerrein. In het westen bevindt zich de kern Langeveen. Op het erf zijn een voormalige bedrijfswoning en een aantal voormalige agrarische bedrijfsgebouwen aanwezig. Een deel van de gebouwen is als landschapsontsierend aan te merken. Eén van de gebouwen (schuur) is reeds nieuw gebouwd en niet als landschapsontsierend aan te merken. De locatie wordt ontsloten via twee opritten, namelijk in het zuidwesten en in het zuidoosten van het erf. Op en rondom het erf zijn enkele landschapsstructuren gelegen. In afbeelding 2.3 is de huidige situatie van het erf Vasserdijk 70 (roze omlijning) op een luchtfoto weergegeven.
14
bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveensweg 25 en Vasserdijk 70
Afbeelding 2.3 Huidige situatie Vasserdijk 70 (Bron luchtfoto: Provincie Overijssel)
bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveen sweg 25 en Vasserdijk 70
15
16
bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveensweg 25 en Vasserdijk 70
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
3.1 Gewenste ontwikkeling 3.1.1
Aanleiding
Aan de Witteveensweg 24-24a, in het buitengebied van de gemeente Tubbergen, bevindt zich een agrarisch erf met een varkenshouderij. Ter plaatse is één bedrijfswoning toegestaan, echter vraagt de intensieve bedrijfsvoering van de varkenshouderij om extra toezicht op het erf. Voor een doelmatige en toekomstbestendige bedrijfsvoering is daarom een tweede bedrijfswoning gewenst. Initiatiefnemer is voornemens om, op grond van de gemeentelijke Rood voor Rood regeling, een tweede bedrijfswoning mogelijk te maken. Hiervoor moet landschapsontsierende bebouwing (minimaal 1.000 m²) in het buitengebied van Tubbergen worden gesloopt. Ook moeten de betrokken locaties landschappelijke ingepast worden. Als gevolg hiervan wordt de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied van de gemeente Tubbergen versterkt. In de volgende paragrafen wordt per betrokken locatie ingegaan op de ontwikkeling en de gewenste situatie. Voor het hierbij behorende Rood voor Rood plan wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze toelichting. 3.1.2
Witteveensweg 24-24a (bouwlocatie)
Het gewenste voornemen maakt één extra bedrijfswoning aan de Witteveensweg 24-24a mogelijk. Fysiek heeft dit geen of nauwelijks consequenties voor het erf. De extra bedrijfswoning wordt namelijk gerealiseerd in een bestaand pand aan de noordzijde, direct ten westen van de bestaande bedrijfswoning. Het bijgebouw bij deze extra woning wordt ten zuidwesten van dit pand gerealiseerd. Opgemerkt wordt dat via een seperate procedure de realisatie van een extra stal mogelijk wordt gemaakt. Dit heeft fysiek gezien consequenties voor het erf, waarmee rekening wordt gehouden bij de landschappelijke inpassing ten behoeve van voorliggend voornemen. Op het erf is momenteel geen onderscheid tussen wonen en werken, er is geen nadrukkelijk voorerf. Aan de voorzijde van het erf wordt daarom een robuust element (bomengroep) aangeplant. Het erf heeft in de gewenste situatie elke vierkante meter optimaal benut. Aan de achterzijde (westkant) moet het erf vooral open zijn. Aan de noordelijke en zuidelijke perceelsgrens zou echter aandacht moeten zijn voor landschappelijk groen, om het robuuste erf wat evenwicht te geven tussen rood en groen. Aan de zuidzijde wordt daarom op de beschikbare ruimte een houtsingel met struweelbeplanting aangelegd. Aan de noordzijde wordt daarnaast een bestaande laurier verwijderd om plaats te maken voor de aanplant van een beter in het landschap passende elzensingel.
Deze elzensingel kan, indien gewenst, gecombineerd worden met de aanplant van een ligusterhaag. De tuin wordt aan de achterzijde aangevuld met ligusterhagen en solitaire bomen. De bestaande bomen aan de voorzijde van het erf blijven grotendeels behouden. Wel worden twee bomen geveld om ruimte te maken voor koelplaten. Hiervoor wordt overigens separaat een vergunning aangevraagd. In afbeelding 3.1 is een impressie van de gewenste situatie aan de Witteveensweg 24-24a weergegeven (zie hiervoor ook bijlage 1 bij deze toelichting).
bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveen sweg 25 en Vasserdijk 70
17
Afbeelding 3.1 Gewenste situatie Witteveensweg 24-24a (Bron: Hannink Landschapsvorming)
3.1.3
Witteveensweg 25 (slooplocatie)
De extra bedrijfswoning aan de Witteveensweg 24-24a wordt deels mogelijk gemaakt als gevolg van de sloop van landschapsontsierende bebouwing aan de Witteveensweg 25. Het erf aan de Witteveensweg 25 vertoond in de bestaande situatie een heldere hiërarchie, namelijk een woning aan de voorzijde met daarbij enkele schuren. In het centrum van het (voormalig) agrarisch erf wordt de landschapsonstierende melkstal (678 m²) gesaneerd. De kapschuur blijft behouden en doet dienst als bijgebouw bij de woning.
Om te voorkomen dat het erf in twee delen valt wordt de plek van de te saneren melkveestal opgevuld met de aanplant van enkele bomen en een begeleidende haag. De bestaande inpassing rondom het erf zorgt ervoor dat ook in de nieuwe situatie sprake is van een zorgvuldig ingepast erf. In afbeelding 3.2 is een impressie van de gewenste situatie aan de Witteveensweg 25 weergegeven (zie hiervoor ook bijlage 1 bij deze toelichting).
18
bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveensweg 25 en Vasserdijk 70
Afbeelding 3.2 Gewenste situatie Witteveensweg 25 (Bron: Hannink Landschapsvorming)
3.1.4
Vasserdijk 70 (slooplocatie)
De extra bedrijfswoning aan de Witteveensweg 24-24a wordt voor het overige deel mogelijk gemaakt op basis van de sloop van landschapsontsierende bebouwing aan de Vasserdijk 70. Het Rood voor Rood beleid geeft aan dat in principe alle landschap ontsierende gebouwen op alle locaties gesloopt moeten worden (zie ook paragraaf 4.3.2 van deze toelichting). Op de locatie Vasserdijk 70 wordt 353 m² gesloopt en blijft circa 359 m² behouden. Van de te behouden 359 m² is een schuur van 185 m² op dit moment in elk geval aan te merken als landschapsontsierend. De eigenaar van deze slooplocatie is echter voornemens de ruimtelijke kwaliteit van deze schuur aanzienlijk te verbeteren, een en ander conform het in afbeelding 3.4 opgenomen schetsplan. Met de uitvoering van dit schetsplan kan niet meer gesproken worden van een landschapsontsierend gebouw, waardoor deze schuur niet gesloopt hoeft te worden. Om te verzekeren dat de ruimtelijke kwaliteit van de schuur ook daadwerkelijk wordt verbeterd, is in de regels van dit plan een verplichting tot uitvoering van het schetsplan opgenomen. Op deze wijze is geborgd dat de ruimtelijke kwaliteit van de schuur ook daadwerkelijk wordt verbeterd. Met de te behouden bebouwing is sprake van een compact erfensemble. De sloop, inclusief het vellen van de daarom gelegen beplanting, levert een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit op.
Er ontstaat een rechthoekig perceel dat beter aansluit op de omgeving. De bestaande haag aan de oostzijde blijft behouden en eindigt in een klein nieuw aan te planten struweelbosje. Het struweelbosje wordt bewust niet doorgezet naar het achtergelegen bos om de verbinding tussen het erf en het omliggende landschap te behouden. Aan de westzijde van het erf wordt een bestaande houtsingel versterkt en verlengd om het erf robuust te kunnen inpassen richting de bebouwde kom. Tot slot wordt de bestaande westelijke ontsluitingsweg tussen de zware eiken verder verplaatst naar de westzijde. Daarmee kan de vitaliteit van de bomen beter worden gegarandeerd. In afbeelding 3.3 is een impressie van de gewenste situatie aan de Vasserdijk 70 weergegeven (zie hiervoor ook bijlage 1 bij deze toelichting). In afbeelding 3.4 is, zoals reeds vermeld, een impressie van de verbetering van de te behouden schuur opgenomen.
bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveen sweg 25 en Vasserdijk 70
19
Afbeelding 3.3 Gewenste situatie Vasserdijk 70 (Bron: Hannink Landschapsvorming)
Afbeelding 3.4 Verbetering te behouden schuur (Bron: Erwin Meinders Bouwkundig Buro)
3.2 Verkeer en parkeren 3.2.1
Algemeen
Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient rekening te worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat als gevolg van een nieuwe ontwikkeling. De gemeente hanteert voor het bepalen van de parkeerbehoefte de 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018', echter wordt hierin voor het buitengebied verwezen naar de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Op basis van deze publicatie kan eveneens de verkeersgeneratie worden bepaald. In voorliggend geval is sprake van de volgende uitgangspunten: Verstedelijkingsgraad: niet stedelijk / gemeente Tubbergen (Bron: CBS Statline); Stedelijke zone: buitengebied.
20
bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveensweg 25 en Vasserdijk 70
3.2.2
Witteveensweg 24-24a (bouwlocatie)
3.2.2.1 Algemeen In voorliggend geval wordt een extra wooneenheid toegevoegd aan de Witteveensweg 24-24a. Dit leidt tot een stijging van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie ter plaatse. Naast de reeds vermelde uitgangspunten worden voor het berekenen van de extra parkeerbehoefte en verkeersgeneratie de volgende uitgangspunten gehanteerd op basis van de CROW publicatie: Functie: wonen, koop, vrijstaand; Parkeerbehoefte (per woning): minimaal 2,0 en maximaal 2,8; Verkeersgeneratie (per woning): minimaal 7,8 en maximaal 8,6 per etmaal. 3.2.2.2 Parkeren Het parkeren ten behoeve van de compensatiewoning vindt plaats op eigen erf. Voor de compensatiewoning geldt op basis van de publicatie van het CROW een toename van de parkeerbehoefte van 2 à 3 auto's. Ter plaatse van het bestaande erf is voldoende ruimte aanwezig om hierin te voorzien. Daarnaast is in de regels van voorliggend bestemmingsplan bepaald dat het gewenste gebruik van de gronden alleen is toegestaan, wanneer in deze parkeerbehoefte wordt voorzien. Voor wat betreft de parkeerbehoefte zijn dan ook geen bezwaren tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 3.2.2.3 Verkeer Als gevolg van de realisatie van de compensatiewoning geldt op basis van de publicatie van het CROW een toename van de verkeersgeneratie van afgerond 8 tot 9 verkeersbewegingen per etmaal.
De Witteveensweg kan de beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen naar verwachting zonder problemen opvangen. Daarnaast is de bestaande ontsluiting op deze weg verkeersveilig en overzichtelijk. Voor wat betreft de verkeersgeneratie zijn dan ook eveneens geen bezwaren tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 3.2.3
Witteveensweg 25 en Vasserdijk 70 (slooplocaties)
Ter plaatse van de slooplocaties worden geen extra functies toegevoegd. Er is hier dan ook geen sprake van een stijging van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie. Opgemerkt wordt overigens dat aan de Vasserdijk 70, planologisch gezien en per saldo, sprake zal zijn van een daling van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie. Dit als gevolg van het vervallen van de agrarische bedrijfsfunctie ter plaatse. 3.2.4
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveen sweg 25 en Vasserdijk 70
21
22
bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveensweg 25 en Vasserdijk 70
Hoofdstuk 4
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald in de verbeelding en in de regels.
4.1 Rijksbeleid 4.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
4.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 4.1.1.2 Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.
Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder ander ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale revierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma's zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) NNN, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet. 4.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen.
Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. 4.1.2
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie. Wat de “Ladder voor duurzame verstedelijking” betreft is een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van belang. Hierin is uitgesproken dat met de realisatie van 11 woningen niet wordt voorzien in een woningbouwlocatie of andere stedelijk ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveen sweg 25 en Vasserdijk 70
23
ordening (ABRS 16 september 2015, 201501297/1/R4). Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de realisatie van één extra grondgebonden woning, namelijk de compensatiewoning aan de Witteveensweg 24-24a. Gelet op de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling is in voorliggend geval dan ook geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Geconcludeerd wordt dat geen verdere toetsing plaats hoeft te vinden aan de “Ladder voor duurzame verstedelijking” en dat het initiatief voldoet aan het rijksbeleid.
4.2 Provinciaal beleid In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 13 november 2019 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Actualisatie Omgevingsvisie 2018/2019 van de Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en de bijbehorende Actualisatie Omgevingsverordening 2018/2019 van de Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Op 1 december 2019 zijn deze in werking getreden. 4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 4.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke 24
bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveensweg 25 en Vasserdijk 70
belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.
Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidkeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.
De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveen sweg 25 en Vasserdijk 70
25
4.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.
4.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'generieke beleidskeuzes' blijkt dat de artikelen 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) en 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene omgeving) van de Omgevingsverordening Overijssel van belang zijn. Artikel 2.1.3
Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (lid 2)
Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Voorliggende ontwikkeling gaat in totaal uit van een permanente sloop van ruim 1.000 m² aan landschapsontsierende bebouwing. Ter compensatie wordt één extra woning met bijgebouw gerealiseerd, op een bestaand erf en hoofdzakelijk binnen een bestaand pand. Per saldo is dan ook geen sprake van extra ruimtebeslag op de groene omgeving, maar juist van een forse afname. Samenvattend wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5
Ruimtelijke kwaliteit (lid 1, 2, 3 en 5)
1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Artikel 2.1.6
Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (lid 1)
Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende 26
bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveensweg 25 en Vasserdijk 70
mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan de artikelen 2.1.5 en 2.1.6 van de Omgevingsverordening De uitvoering van het gemeentelijke Rood voor Rood beleid vloeit in feite voort uit artikel 2.1.6 van de provinciale verordening, het voornemen voldoet aan het Rood voor Rood beleid (zie hiervoor ook paragraaf 4.3.2 van deze toelichting) waardoor eveneens wordt voldaan aan artikel 2.1.6. Als gevolg van de sloop van landschapsontsierende bebouwing en het opknappen van de te behouden landschapsontsierende schuur op het perceel vindt dan ook een versterking van de ruimtelijke kwaliteit plaats. Daarnaast wordt de ontwikkeling op alle betrokken locaties landschappelijk ingepast, conform de geldende gebiedskenmerken (zie ook bijlage 1 bij deze toelichting). Ook dit draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. De investeringen in de ruimtelijke kwaliteit staan in verhouding tot de geboden ontwikkelingsmogelijkheden. Voor de toepassing van het uitvoeringsmodel, het ontwikkelingsperspectief, de vier-lagenbenadering en de gebiedskenmerken wordt verwezen naar de hierop volgende tekst in deze toetsing. Het voornemen is in overeenstemming met het artikel 2.1.5 (lid 1, 2, 3 en 5) en artikel 2.1.6 (lid 1).
4.2.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Zoals vermeld wordt ter plaatse van de Witteveensweg 24-24a een extra bedrijfswoning mogelijk gemaakt (bouwlocatie). De functies en de te behouden bebouwing op de overige locaties zijn reeds aanwezig en hierdoor niet relevant voor een nadere toetsing binnen deze toelichting. Voor meer informatie ten aanzien van deze locaties wordt daarom verwezen naar bijlage 1 bij deze toelichting. Op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel is de bouwlocatie aangemerkt als 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' (zie rode omlijning in afbeelding 4.2).
Afbeelding 4.2 Uitsnede overzichtskaart ontwikkelingsperspectieven (Bron: Provincie Overijssel)
'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' Binnen dit ontwikkelingsperspectief staat de ambitie 'voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen' voorop. Daarnaast gelden de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveen sweg 25 en Vasserdijk 70
27
continu en beleefbaar watersysteem. Hier is sprake van gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Dit wordt verdiend door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief De gewenste extra bedrijfswoning aan de Witteveensweg 24-24a beperkt de omliggende bedrijven niet (zie paragraaf 5.5). Met het voornemen wordt bijgedragen aan de ambities in het kader van een zichtbaar en beleefbaar mooi landschap en de sterke ruimtelijke identiteiten, zo blijkt onder meer uit paragraaf 3.1 en bijlage 1 bij deze toelichting. Voorliggende ontwikkeling betreft een kleinschalige ontwikkeling in het buitengebied van de gemeente Tubbergen, die bijdraagt aan de ambities van het geldende ontwikkelingsperspectief.
4.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Ook in dit geval wordt enkel ingegaan op de situatie ter plaatse van de bouwlocatie. Voor de overige locaties wordt wederom verwezen naar bijlage 1 bij deze toelichting. De 'Stedelijke laag' en de 'Laag van beleving' worden in dit geval buiten beschouwing gelaten, aangezien hiervoor ter plaatse van de bouwlocatie geen specifieke eigenschappen gelden. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. De bouwlocatie is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag” aangeduid met 'Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)' (zie rode omlijning in afbeelding 4.3).
28
bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveensweg 25 en Vasserdijk 70
Afbeelding 4.3 Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)
'Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)' Op waterhuishoudkundig geïsoleerde plekken (waar het regenwater wordt vastgehouden) ontwikkelde zich in het zandgebied op kleine en grote schaal hoogveen; onder invloed van regenwater ontstonden veenmoerassen. Deze groeiden als een dikke spons van veenmossen steeds verder omhoog, los van het grondwater. De extreme zure en voedselarme omstandigheden leidden tot natte, slecht toegankelijke moerasgebieden, waar vrijwel geen boom kon groeien. De hoogveenrestanten worden gekenmerkt door een hoge waterkwaliteit, een hoge waterstand en een hoge natuurkwaliteit. Lokaal is sprake van “levend hoogveen” (veenaangroei). De ambitie is de hoogveenrestanten in stand te houden en op een aantal plekken het hoogveen opnieuw tot groei te brengen. Het open natte karakter is hierbij een belangrijke kwaliteit. De inzet is op de randen tussen de hoogveenrestanten en de hoogveenontginningsgebieden landschappelijk leesbaar te maken als ontgonnen deel van het oorspronkelijk veenlandschap. Zo ontstaat een samenhangend en leesbaar landschap in de hoogveengebieden en een overgang naar heide en schaalgraslanden eromheen. Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' De nog aanwezige kenmerken van het oorspronkelijk landschap worden binnen het voornemen niet aangetast.
Voorliggende ontwikkeling kent een dusdanig kleine aard en omvang dat het geen onevenredige gevolgen heeft voor de natuurlijke gronden en systemen. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de “Natuurlijke laag”. 2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De bouwlocatie is aangeduid met 'Hoogveenontginningen' (zie rode omlijning in afbeelding 4.4).
bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveen sweg 25 en Vasserdijk 70
29
Afbeelding 4.4
Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)
‘Hoogveenontginningen’ Deze gebieden werden relatief laat ontgonnen en raakten daardoor ook pas later bebouwd. Aan de Witteveensweg is sprake van een open landschap met een regelmatige en grootschalige blokverkaveling. Beplantingsvormen liggen enkel langs de wegen. Langs perceel randen komt nagenoeg geen beplanting voor. Bij de ontwikkeling moet rekening worden gehouden met het open karakter van het landschap. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' In het ruimtelijk kwaliteitsplan is rekening gehouden met de gebiedskenmerken ter plaatse van iedere betrokken locatie (zie hiervoor bijlage 1 bij deze toelichting). Er is sprake van een zorgvuldige inbedding van de (nieuwe) bebouwing in de omgeving. Daarnaast wordt onder andere groen aangeplant en worden de kenmerkende structuren ter plaatse behouden en/of versterkt. Gezien het vorenstaande is de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met de ter plekke heldende gebiedskenmerken van de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 4.2.4
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.
4.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorgenomen ontwikkeling worden hierna behandeld.
30
bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveensweg 25 en Vasserdijk 70
4.3.1
Structuurvisie Tubbergen
4.3.1.1 Algemeen Op 14 maart 2016 heeft de gemeenteraad van Tubbergen de structuurvisie gemeente Tubbergen 'Op en top Tubbergen' vastgesteld. Het is een actueel strategisch beleidsdocument, waarin belangen worden gedefinieerd en ruimtelijke keuzes worden uitgewerkt, die gebaseerd zijn op sociaal-maatschappelijke, demografische - en ruimtelijke ontwikkelingen en trends. In een groot aantal documenten en visies voor thema's en gebieden, is het beleid van de gemeente Tubbergen uitgewerkt. De structuurvisie vormt hiervoor de koepel. De structuurvisie omvat daarnaast de hoofdlijnen van actueel beleid. 4.3.1.2 Geen 'verstedelijking' van het landelijk gebied Wonen en werken in het buitengebied is aantrekkelijk. Dit mag echter niet ten koste gaan van de kwaliteiten en de belangrijkste functies in het gebied: landbouw, natuur en recreatie. Het gemeentelijk beleid voor nieuwe bebouwing en functies is daarom terughoudend. Kwaliteit door dynamiek is daarbij het motto. Voorwaarde is dat elke ontwikkeling goed landschappelijk ingepast wordt, gebaseerd op de gebiedskenmerken. Wat echter voor een specifieke ontwikkeling op een specifieke locatie, een goede inpassing is, is maatwerk. Belangrijke instrumenten zijn net als voor de kernen het bestemmingsplan en de welstandsnota.
Voor het buitengebied zijn daarnaast ‘de beleidslijn rood-voor- rood‘, ‘het VAB+-beleid’, 'het ‘cascobeleid’ en de ‘Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving’ van belang. 4.3.1.3 Rode draad - Wonen Buitengebied Aantrekkelijk wonen is een belangrijke troefkaart van Tubbergen. Die kracht wil de gemeente verder versterken, samen met de bewoners. Met nieuwe verzoeken voor woningen in het buitengebied gaat de gemeente echter terughoudend om. De landschappelijke kwaliteiten staan in het buitengebied voorop en leegstand van oudere woningen moet worden voorkomen. Onder voorwaarden zijn er beperkte mogelijkheden voor nieuwe burgerwoningen, bijvoorbeeld wanneer gebruik gemaakt wordt van de ‘rood-voor-rood-regeling’ of de ‘regeling nieuwe landgoederen’. Hiervoor zijn specifieke beleidsrichtingen opgesteld waarnaar de gemeente graag verwijst. Daarnaast houdt de gemeente haar ogen en oren open voor unieke en vernieuwende initiatieven, die bijdragen aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en vitaliteit van Tubbergen. 4.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de structuurvisie Tubbergen Binnen voorliggend voornemen wordt, op basis van de gemeentelijke beleidslijn Rood voor Rood, een extra (bedrijfs)woning toegestaan aan de Witteveensweg 24-24a in het buitengebied van Tubbergen (zie ook paragraaf 4.3.2 van deze toelichting).
Het recht op deze compensatiewoning is verkregen als gevolg van het slopen van landschapsontsierende bebouwing op twee locaties elders in het buitengebied van Tubbergen. In de regels van voorliggend plan wordt gewaarborgd dat deze gesloopte vierkante meters niet op de slooplocaties terug kunnen worden gebouwd. Het voornemen wordt op alle drie betrokken locaties landschappelijk ingepast en heeft een impuls in de ruimtelijke kwaliteit tot gevolg. Hetgeen eveneens in de regels is vastgelegd. Voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de structuurvisie Tubbergen. 4.3.2
Beleidsnotitie Rood voor Rood met gesloten beurs 2014
4.3.2.1 Algemeen De 'Beleidsnotitie Rood voor Rood met gesloten beurs 2014' van de gemeente Tubbergen is op 15 december 2014 vastgesteld. Het hoofddoel is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijke gebied. De realisatie van dit doel vindt plaats door de sloop van landschapsontsierende (agrarische) bedrijfsgebouwen en door overige verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit. Hierna wordt het plan getoetst aan de van belang zijnde voorwaarden van het inhoudelijk kader. 4.3.2.2 Toetsing van het initiatief aan het inhoudelijk kader 'Beleidsnotitie Rood voor Rood' Sloop Ter compensatie voor onder andere de sloop van minimaal 1.000 m2 aan landschapsontsierende agrarische bedrijfsbebouwing kan onder voorwaarden één (of meer) bouwkavel(s) voor een woning worden toegekend. In voorliggend geval wordt in totaal (678 m² + 353 m² =) 1.031 m² landschapsontsierende bebouwing gesloopt. bestemmingsplan Buitengebied, Witteveensweg 24-24a, Witteveen sweg 25 en Vasserdijk 70
31
Hiervan is 8 m³ niet vergund, waardoor in totaal 1.023 m² wordt ingebracht in het kader van Rood voor Rood. De sloop van deze oppervlakte geeft recht op de realisatie van een compensatiewoning met bijgebouw. Alles slopen Het Rood voor Rood beleid geeft aan dat in principe alle landschapsontsierende gebouwen op alle locaties gesloopt moeten worden. Verder dienen ook erfverhardingen, mestplaten en sleufsilo’s te worden gesloopt. Niet-landschapsontsierende bebouwing hoeft niet gesloopt te worden. Indien een geschikte vervolgfunctie kan worden toegekend aan een gebouw, is het ook mogelijk om bebouwing te onttrekken aan de sloopverplichting. Wel moet sprake zijn van een aanzienlijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door substantiële sloop op alle slooplocaties. Binnen voorliggend voornemen blijft de bestaande (kap)schuur op de locatie Witteveensweg 25 behouden. Deze schuur heeft een concrete vervolgfunctie ten behoeve van het wonen. Daarnaast wordt op deze locatie voldaan aan de voorwaarde dat sprake moet zijn van een substantiële sloop. Op de locatie Vasserdijk 70 wordt 353 m² gesloopt en blijft circa 359 m² behouden (exclusief bijgebouw bestaande woning). Van deze 359 m² is een te behouden schuur van 185 m² op dit moment aan te merken als landschapsontsierend.
De eigenaar van deze slooplocatie is echter voornemens de ruimtelijke kwaliteit van deze schuur aanzienlijk te verbeteren (zie hiervoor ook paragraaf 3.1.4 van deze toelichting). Met de uitvoering van dit schetsplan kan niet meer gesproken worden van een landschapsontsierend gebouw, waardoor deze schuur niet gesloopt hoeft te worden. Om te verzekeren dat de ruimtelijke kwaliteit van de schuur ook daadwerkelijk wordt verbeterd, is in de regels van dit plan een verplichting tot uitvoering van het schetsplan opgenomen. Op deze wijze is geborgd dat de ruimtelijke kwaliteit van de schuur ook daadwerkelijk wordt verbeterd. Elders terugbouwen Uitgangspunt voor de bouw van een compensatiewoning is dat deze teruggebouwd wordt op slooplocatie. Uitsluitend wanneer een compensatiewoning niet op de slooplocatie teruggebouwd kan worden, bijvoorbeeld vanwege milieutechnische belemmeringen, kan op een andere locatie teruggebouwd worden. Voorwaarde is dan wel dat de woning dient aan te sluiten op bestaande bebouwing. Gebleken is dat de compensatiewoning niet teruggebouwd kan worden op de locatie Witteveensweg 25, omdat dan de geurbelasting op een eventueel nieuw te bouwen woning hoger zal zijn dan de wettelijk toegestane geurbelasting (zie bijlage 2 bij deze toelichting).
Ook op de locatie Vasserdijk 70 kan redelijkerwijs niet worden teruggebouwd, omdat het ten zuiden gelegen bedrijventerrein dan extra belemmerd zal worden. Het bouwen van een woning achter op het woonperceel Vasserdijk 70, buiten de hindercirkel van het bedrijventerrein, is niet mogelijk vanwege de aldaar aanwezige casco-elementen (zie pagina 17 van bijlage 1 bij deze toelichting voor deze elementen). Daarnaast past dit niet binnen de voor het gebied kenmerkende erfstructuren. Gelet op het vorenstaande is geconcludeerd dat de compensatiewoning niet teruggebouwd kan worden op één van de slooplocaties. De beoogde locatie elders, de locatie Witteveensweg 24a, is beoordeeld als een geschikte locatie voor een compensatiewoning. Deze wordt gerealiseerd binnen een bestaande schuur, op een bestaand agrarisch bouwperceel als zijnde tweede bedrijfswoning. De bouw van deze woning levert geen extra milieukundige belemmeringen op voor (agrarische) bedrijven in de omgeving (zie ook hoofdstuk 5 van deze toelichting). Tegenprestatie/ compensatie De kwalitatieve inpassing in het landschap dient niet alleen architectonisch, maar ook landschappelijke door middel van een erfinrichtingsplan gewaarborgd te zijn.
In dit geval bestaat de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit uit het verwijderen van landschapsontsierende bebouwing (met asbest), het inpassen en opknappen van de te behouden landschapsontsierende bebouwing en het landschappelijk inpassen van de bouw- en slooplocaties. In hoofdstuk 3 is eerder nader ingegaan op de landschappelijke inpassing van de locaties, daarnaast is hierover meer te vinden in bijlage 1 bij deze toelichting. Beeldkwaliteit De kwaliteit van de compensatiewoning dient, conform het Rood voor Rood beleid, gewaarborgd te zijn door een beeldkwaliteitsplan (architectonisch). In voorliggend geval wordt de compensatiewoning echter binnen een bestaand pand gerealiseerd. Een beeldkwaliteitsplan is dan ook niet noodzakelijk. Wel is het schetsplan voor de te behouden en te verbeteren schuur aan de Vasserdijk 70 besproken met de stadsbouwmeester. De stadsbouwmeester heeft aangegeven dat met de uitvoering van het schetsplan, geen sprake meer is van een landschapsontsierend gebouw. Met een voorwaardelijke verplichting is geborgd dat de schuur ook daadwerkelijk wordt verbeterd. Dit geschiedt dan conform het overlegde schetsplan (zie ook paragraaf 3.1.4 van deze toelichting) of een nader overeen te komen bouwplan.