CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage BP Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Veeneggeweg 24 Geesteren.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 20 december 2022, gemeente TubbergenBij agendapunt: 11: Bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Veeneggeweg 24 Geesteren25.089 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle En Veeneggeweg 24 Geesteren

Status: concept

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

concept NL.IMRO.0183.BUIBPWESTM8VEENE24OW01

Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Veeneggeweg 24 Geesteren

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer

7 7 7 8 8 11

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Algemeen 2.2 Westermatenweg 8b, Haarle 2.3 Veeneggeweg 24, Geesteren

13 13 13 14

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Inleiding 3.2 Westermatenweg 8b, Haarle 3.3 Veeneggeweg 24, Geesteren 3.4 Verkeer en parkeren

15 15 15 16 17

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid

19 19 20

4.3

29

Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodemkwaliteit 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie & cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage

37 37 38 40 41 43 45 46 48 50

Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf

53 53 53

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels

55 55 55 56

Hoofdstuk 8

59

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Vooroverleg 9.1 Vooroverleg

2

bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Veeneggeweg 24 Geesteren

61 61

bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Vee neggeweg 24 Geesteren

3

4

bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Veeneggeweg 24 Geesteren

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Vee neggeweg 24 Geesteren

5

6

bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Veeneggeweg 24 Geesteren

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Aan de Westermatenweg 8b te Haarle bevindt zich een voormalig agrarisch bedrijfsperceel. Dit bestemmingsplan ziet toe op de realisatie van één compensatiewoning op het perceel aan de Westermatenweg 8b te Haarle door toepassing van de Rood voor Rood regeling. Het plan is om deze woning te realiseren in ruil voor de sloop van 630 m2 aan landschapsontsierende bebouwing aan de Westermatenweg 8b en 654 m2 ter plaatse van het voormalige agrarische bedrijfsperceel aan de Veeneggeweg 24 te Geesteren. Het realiseren van een compensatiewoning aan de Westermatenweg 8b te Haarle is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016". Daarnaast dient het agrarische bouwvlak aan de Veeneggeweg 24 te worden verwijderd. Deze locatie krijgt eveneens een reguliere woonbestemming. Een bestemmingsplanherziening is noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridisch-planologische kader en toont aan dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening' en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Tubbergen en bestaat uit een tweetal locaties. Het eerste deelgebied betreft de bouwlocatie van de compensatiewoning aan de Westermatenweg 8b te Haarle. Het tweede deelgebied betreft de slooplocatie aan de Veeneggeweg 24 te Geesteren. In afbeeldingen 1.1 en 1.2 is de ligging van deze locaties ten opzichte van de nabijgelegen kernen (rode ster) en de directe omgeving (rode omlijning) indicatief weergegeven.

Afbeelding 1.1 Ligging deelgebied Westermatenweg 8b ten opzichte van Haarle (Bron: PDOK)

bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Vee neggeweg 24 Geesteren

7

Afbeelding 1.2 Ligging deelgebied Veeneggeweg 24 ten opzichte van Geesteren (Bron: PDOK)

1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Veeneggeweg 24 Geesteren" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (NL.IMRO.0183.BUIBPWESTM8VEENE24-OW01) en een renvooi; regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4 Huidig planologisch regime 1.4.1

Algemeen

Het deelgebied aan de Westermatenweg 8b ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen "Tubbergen Buitengebied 2016", "Facetbestemmingsplan parkeren Tubbergen" en "Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan" van de gemeente Tubbergen, die op respectievelijk 23 mei 2016, 28 mei 2018 en 15 december 2020 zijn vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Tubbergen. Het deelgebied aan de Veeneggeweg 24 ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen "Tubbergen Buitengebied 2016", "Facetbestemmingsplan parkeren Tubbergen", "Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan" en "Buitengebied, Gravendijk 16-16a Albergen en Veeneggeweg 24 Geesteren", die op respectievelijk 23 mei 2016, 28 mei 2018, 15 december 2020 en 25 mei 2021 zijn vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Tubbergen. Hierna wordt nader ingegaan op de huidige planologische situatie. 1.4.2

Beschrijving bestemmingen en aanduidingen

1.4.2.1 Westermatenweg 8b, Haarle Het deelgebied aan de Westermatenweg 8b is op basis van het geldende bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016" voorzien van de bestemming 'Agrarisch - 1' met een bouwvlak. Binnen dit bouwvlak gelden de functieaanduidingen 'bedrijfswoning uitgesloten' en 'intensieve veehouderij'. Verder geldt in het gehele deelgebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' en de gebiedsaanduiding 'overige zone - geen boomen sierteelt toegestaan'. In afbeelding 1.3 is een uitsnede van de verbeelding van de geldende planologische situatie weergegeven. Het 8

bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Veeneggeweg 24 Geesteren

deelgebied is hierop aangeduid met de rode omlijning. Hierna wordt nader op de geldende bestemmingen ingegaan.

Afbeelding 1.3: Uitsnede verbeelding "Tubbergen Buitengebied 2016" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Agrarisch - 1 De voor 'Agrarisch - 1' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor het agrarisch gebruik en de uitoefening van een agrarisch bedrijf, ter plaatse van een bouwvlak, waarbij uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' tevens agrarische bedrijfsvoering in de vorm van intensieve veehouderij mag worden uitgeoefend. Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' is geen bedrijfswoning toegestaan. Waarde - Archeologie 4 De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. overige zone - geen boom- en sierteelt toegestaan De voor 'overige zone - geen boom- en sierteelt toegestaan' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het tegengaan van het gebruik van de gronden ten behoeve van sierteelt, boomteelt, houtteelt of overige opgaande teeltvormen, niet zijnde boom- en sierteelt binnen de bouwpercelen. 1.4.2.2 Veeneggeweg 24, Geesteren Het deelgebied aan de Veeneggeweg 24 te Geesteren is op basis van het geldende bestemmingsplan "Buitengebied, Gravendijk 16-16a Albergen en Veeneggeweg 24 Geesteren" voorzien van de bestemming 'Agrarisch - 1' met een bouwvlak.

Binnen dit bouwvlak geldt de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - slooplocatie' en de maatvoeringsaanduiding 'maximum oppervlakte: 1026 m2'. Bovendien geldt in het hele deelgebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' en de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone landbouwontwikkelingsgebied'. In afbeelding 1.4 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan weergegeven. Het deelgebied is hierop aangeduid met de rode omlijning. Hierna wordt nader op de geldende bestemmingen ingegaan.

bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Vee neggeweg 24 Geesteren

9

Afbeelding 1.4: Uitsnede verbeelding "Buitengebied, Gravendijk 16-16a Albergen en Veeneggeweg 24 Geesteren" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Agrarisch - 1 De voor 'Agrarisch - 1' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor het agrarisch gebruik en de uitoefening van een agrarisch bedrijf, ter plaatse van een bouwvlak, met uitzondering van een intensieve veehouderij. Tevens is het wonen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering met het daarbij behorende erf toegestaan, voor zover voorzien van een bouwvlak. De gezamenlijke oppervlakte van de vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw bedraagt maximaal het ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2) aangegeven oppervlakte, in dit geval 1.026 m2. Binnen deze bestemming geldt tevens de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - slooplocatie', wat betekent dat door middel van een voorwaardelijke verplichting de sloop van specifieke bouwwerken op het erf verplicht is gesteld. Waarde - Archeologie 4 De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden.

reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied De voor 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor de ontwikkeling van de landbouw, waarbij het belang van de landbouw bovengeschikt is aan andere belangen. Overige functies (onder andere natuur en landschap, recreatie en toerisme en wonen) kunnen zich in deze gebieden ontwikkelen, mits er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ontwikkeling van bestaande of inplaatsing van nieuwe agrarische bedrijven. 1.4.3

Strijdigheid

Het realiseren van een woning aan de Westermatenweg 8b te Haarle is in strijd met het geldende bestemmingsplan, aangezien binnen de bestemming 'Agrarisch - 1' geen reguliere woningen zijn toegestaan. In voorliggend bestemmingsplan wordt ter plaatse een passende woonbestemming opgenomen. Tevens dient het agrarische bouwvlak ter plaatse van de slooplocatie (Veeneggeweg 24) te worden opgeheven en te worden voorzien van een reguliere woonbestemming. In dit bestemmingsplan wordt het gewenste voornemen mogelijk gemaakt, waarbij wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

10

bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Veeneggeweg 24 Geesteren

1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een omschrijving van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Tubbergen beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue en hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording. In hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 9 in op het vooroverleg.

bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Vee neggeweg 24 Geesteren

11

12

bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Veeneggeweg 24 Geesteren

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

2.1 Algemeen Zoals reeds vermeld bestaat het plangebied uit een tweetal locaties in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. In de volgende paragrafen wordt afzonderlijk op de huidige situatie ter plaatse van deze deelgebieden ingegaan.

2.2 Westermatenweg 8b, Haarle Het deelgebied aan de Westermatenweg 8b ligt ten westen van het buurtschap Haarle, in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. De meest nabijgelegen kern betreft Tubbergen, ten oosten van het plangebied. De omgeving van het deelgebied wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door agrarische bedrijven, agrarische (cultuur)gronden, verspreid liggende woonpercelen en bos. Het deelgebied zelf betreft een voormalig agrarisch bedrijfsperceel met een intensieve veehouderij (varkenshouderij). Hierbinnen zijn twee agrarische bedrijfsgebouwen (een stal en een schuur) aanwezig. Ten westen van deze bedrijfsbebouwing is agrarische cultuurgrond aanwezig. Het erf wordt ontsloten op de Westermatenweg middels een in- en uitrit. De intensieve tak van het agrarische bedrijf is reeds gestaakt. De agrarische bedrijfsbebouwing op het agrarische erf heeft daarom geen vervolgfunctie meer. De agrarische bedrijfsgebouwen worden gesloopt en ingezet als sloopmeters in het kader van de Rood voor Rood regeling. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie ter plaatse van dit deelgebied opgenomen. Hierin is het deelgebied indicatief aangegeven met de rode omlijning.

Afbeelding 2.1: Luchtfoto deelgebied Westermatenweg 8b (Bron: PDOK)

bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Vee neggeweg 24 Geesteren

13

2.3 Veeneggeweg 24, Geesteren Het deelgebied aan de Veeneggeweg 24 te Geesteren ligt ten zuidwesten van de kern Geesteren, in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. De omgeving van het deelgebied wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door agrarische bedrijven, agrarische (cultuur)gronden en woonpercelen. Het deelgebied zelf betreft een agrarisch bedrijfsperceel met één agrarische bedrijfswoning en drie agrarische schuren. Binnen dit deelgebied is recentelijk het bestemmingsplan "Buitengebied, Gravendijk 16-16a Albergen en Veeneggeweg 24 Geesteren" (d.d. 25 mei 2021) vastgesteld ten behoeve van een schuur-voor-schuur ontwikkeling. Voor deze ontwikkeling wordt één voormalige agrarische schuur binnen het deelgebied gesloopt. In afbeelding 2.2 is een luchtfoto van het deelgebied aan de Veeneggeweg 24 opgenomen. De begrenzing van dit deelgebied is aangeduid met een rode omlijning.

Afbeelding 2.2: Luchtfoto deelgebied Veeneggeweg 24 (Bron: PDOK)

14

bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Veeneggeweg 24 Geesteren

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

3.1 Inleiding Zoals reeds in paragraaf 1.1 is beschreven, ziet dit bestemmingsplan toe op de realisatie van één compensatiewoning op het perceel van de Westermatenweg 8b te Haarle. Het bouwrecht voor deze extra woning wordt verkregen door het toepassen van de Rood voor Rood regeling. Op het perceel aan de Westermatenweg 8b ontbreekt het aan voldoende sloopmeters om deze woning mogelijk te maken. Daarom wordt het perceel Veeneggeweg 24 te Geesteren bij de ontwikkeling betrokken.

3.2 Westermatenweg 8b, Haarle 3.2.1

Gewenste ontwikkeling

Aan de Westermatenweg 8b in Haarle is sprake van bebouwing behorende bij een voormalige intensieve veehouderij (varkenshouderij). De agrarische bedrijfsvoering is reeds gestaakt en de wens bestaat om het perceel te herontwikkelen tot woonperceel. Om die reden bestaat het voornemen om alle landschapsontsierende bebouwing (630 m2) te slopen. De sloopmeters worden ingezet in het kader van de Rood voor Rood regeling. De agrarische bestemming wordt omgezet naar een passende woonbestemming. Het voornemen bestaat om ter plaatse één vrijstaande woning met twee bijgebouwen te realiseren. Er worden twee bijgebouwen met een maximum totaal oppervlakte van 317 m2 gebouwd om voldoende opslagruimte bij de woning te realiseren. Op basis van de bouwmogelijkheden van het geldende bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016" is maximaal 100 m2 aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken toegestaan. De extra oppervlakte aan bijgebouwen wordt mogelijk gemaakt op basis van de 'hobbyboerregeling' en extra sloopmeters boven de minimale sloopnorm van 1.000 m2, zoals onderbouwd in paragraaf 4.3.2.2 van deze toelichting. 3.2.2

Landschappelijke inpassing

Door N+L Landschapsontwerpers is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, waarin de landschappelijke inpassing van het perceel aan de Westermatenweg 8b is weergegeven. Hieronder wordt nader op de landschappelijke inpassing ingegaan. Het volledige ruimtelijk kwaliteitsplan is als Bijlage 1 bij deze toelichting bijgevoegd. In afbeelding 3.1 is een uitsnede van de erfinrichtingtekening weergegeven.

Afbeelding 3.1: Uitsnede erfinrichtingsplan Westermatenweg 8b (Bron: N+L Landschapsontwerpers) Concreet ziet de landschappelijke inpassing toe op: bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Vee neggeweg 24 Geesteren

15

de sloop van landschapsontsierende bebouwing; de aanplant van een gemengde haag met meidoorn, haagbeuk, veldesdoorn en hulst; behoud van de bestaande zomereiken en es, kastanjebomen en haag; aanplant van totaal 4 zomereiken of zomerlinden; aanplant van totaal 3 fruitbomen; aanplant van een walnoot of zomerlinde; vellen van een houtopstand welke niet te behouden is vanwege de sloopwerkzaamheden van de mestsolo. De bomen staan in de grondkering tegen de mestsilo aan.

3.3 Veeneggeweg 24, Geesteren 3.3.1

Gewenste ontwikkeling

Het deelgebied aan de Veeneggeweg 24 in Geesteren bestaat uit een voormalig agrarische bedrijfsperceel met bijbehorende bedrijfswoning en de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Op dit perceel bestaat het voornemen om twee schuren (totaal 654 m2) te slopen. De te slopen bebouwing heeft geen vervolgfunctie en is landschapsontsierend. Ter compensatie van de te slopen schuren bestaat daarnaast de wens om op het erf aan de Veeneggeweg 24 bouwmogelijkheden voor een nieuw bijgebouw met een oppervlakte van maximaal 50 m2 te realiseren. Deze oppervlakte (50 m2) wordt daarom van de totale hoeveelheid sloopmeters afgetrokken. De resterende sloopmeters (654 m2 - 50 m2 = 604 m2) worden ingezet als sloopmeters voor de compensatiewoning aan de Westermatenweg 8b. Aangezien de agrarische bedrijfsactiviteiten ter plaatse gestaakt zijn wordt de agrarische bestemming ter plaatse van de Veeneggeweg 24 omgezet naar een reguliere woonbestemming. Op basis van het bovenstaande wordt in totaal 1.234 m2 aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt, waarmee ruimschoots wordt voldaan aan de sloopnorm van 1.000 m2 voor een bouwrecht voor één woning. 3.3.2

Landschappelijke inpassing

Door N+L Landschapsontwerpers is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, waarin de landschappelijke inpassing van het perceel aan de Veeneggeweg 24 is weergegeven. Hieronder wordt nader op de landschappelijke inpassing ingegaan. Het volledige ruimtelijk kwaliteitsplan is als Bijlage 1 bij deze toelichting bijgevoegd. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van de erfinrichtingstekening weergegeven.

Afbeelding 3.2: Uitsnede erfinrichtingsplan Veeneggeweg 24 (Bron: N+L Landschapsontwerpers) Concreet ziet de landschappelijke inpassing toe op: het behoud van bestaande houtopstanden; 16

bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Veeneggeweg 24 Geesteren

de aanleg van gras/gazon; Tevens worden in het erfinrichtingsplan de te slopen opstallen in het kader van de gewenste Rood voor Rood ontwikkeling weergegeven. Opgemerkt wordt dat hierin tevens de te slopen schuur in het kader van de voormalige schuur voor schuur ontwikkeling wordt weergegeven. Deze schuur telt niet mee in de hoeveelheid sloopmeters voor de gewenste Rood voor Rood ontwikkeling.

3.4 Verkeer en parkeren 3.4.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient rekening te worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat als gevolg van een nieuwe ontwikkeling. De gemeente Tubbergen hanteert voor het bepalen van de parkeerbehoefte de 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018', echter wordt hierin voor het buitengebied verwezen naar de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Op basis van deze publicatie kan eveneens de verkeersgeneratie worden bepaald. Met dit initiatief wordt aan de Veeneggeweg 24 slechts voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. Hierdoor zal er ter plaatse van de Westermatenweg 8b sprake zijn van een afname aan verkeersbewegingen door het planologisch vervallen van de aan de agrarische bedrijfsvoering gerelateerde verkeersbewegingen. Ter plaatse van het deelgebied aan de Westermatenweg 8b wordt één woning toegevoegd. Dit heeft invloed op het parkeren en de verkeersgeneratie. Hieronder wordt dan ook met name ingegaan op de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie aan de Westermatenweg 8b. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Stedelijke zone: buitengebied; Verstedelijkingsgraad: niet stedelijk; functie: koop, woning, vrijstaand. 3.4.2

Parkeren

Op basis van de bovengenoemde uitgangspunten geldt voor de woning aan de Westermatenweg 8b een parkeerbehoefte van 2,4 parkeerplaatsen. Het parkeren ten behoeve van de nieuwe woning vindt plaats op eigen terrein. Gelet op de omvang van het perceel en gezien de beoogde inrichting zoals weergegeven in paragraaf 3.2 wordt gesteld dat in de parkeerbehoefte wordt voorzien. Opgemerkt wordt dat ter plaatse van het deelgebied Veeneggeweg 24 tevens voldoende ruimte is om in de parkeerbehoefte te voorzien. 3.4.3

Verkeersgeneratie

Gelet op de vorenstaande uitgangspunten geldt voor de woning aan de Westermatenweg 8b een verkeergeneratie van gemiddeld 8,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Het deelgebied wordt op een verkeersveilige en overzichtelijke wijze ontsloten middels de bestaande in- en uitrit op de Westermatenweg. De bestaande ontsluiting van het deelgebied aan de Veeneggeweg 24 blijft gehandhaafd. Het omliggende wegennet van de beide locaties is daarnaast van voldoende omvang en beschikt over voldoende capaciteit om deze beperkte toename van verkeersbewegingen eenvoudig te kunnen afwikkelen. Tevens wordt opgemerkt dat de planologische mogelijkheden voor een agrarisch bedrijf ter plaatse zullen vervallen, waardoor sprake zal zijn van een afname van de aan de agrarische bedrijfsvoering gerelateerde verkeersbewegingen. 3.4.4

Conclusie

Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen.

bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Vee neggeweg 24 Geesteren

17

18

bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Veeneggeweg 24 Geesteren

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald in de verbeelding en in de regels.

4.1 Rijksbeleid 4.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Vee neggeweg 24 Geesteren

19

is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Toetsing aan de NOVI In voorliggend geval is sprake van een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), de voorloper van de NOVI, is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In het Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' 4.1.2.2 Toetsing aan de Ladder Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Voor het realiseren van woningen is de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien sprake is van de toevoeging van slechts één woning aan de Westermatenweg 8b. Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling is geen sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Nadere toetsing aan de Ladder is niet noodzakelijk. 4.1.3

Conclusie toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

4.2 Provinciaal beleid In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel vastgesteld. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen 20

bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Veeneggeweg 24 Geesteren

woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Vee neggeweg 24 Geesteren

21

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.

De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.

22

bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Veeneggeweg 24 Geesteren

4.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.

4.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), artikel 2.1.6 lid 1 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving), artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) en artikel 2.6.4 (Nieuwe ontwikkelingen in het Nationaal Landschap Noordoost Twente). Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 2.

Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 De te slopen landschapsontsierende voormalige agrarische bebouwing ter plaatse van de deelgebieden Westermatenweg 8b en Veeneggeweg 24 hebben geen duurzaam toekomstperspectief, doordat de agrarische bedrijfsvoering ter plaatse is gestaakt. Om te voorkomen dat de bebouwing in verval treedt en een ongewenste situatie ontstaat met vervall van de ruimtelijke kwaliteit, wordt ervoor gekozen de bebouwing te slopen. In het kader van Rood voor Rood mag op basis hiervan een compensatiewoning gerealiseerd worden. Door het toepassen van de Rood voor Rood-regeling, neemt de hoeveelheid landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied van de gemeente Tubbergen af en wordt er een compensatiewoning met bijgebouwen op een daarvoor geschikte locatie gerealiseerd. Per saldo is echter geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden in de groene omgeving, maar juist van een afname.

Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.3. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Vee neggeweg 24 Geesteren

23

4. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (KGO) (lid 1) Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikelen 2.1.5 en 2.1.6 lid 1 Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (buitengebied) van de gemeente Tubbergen. Deze meerwaarde vertaalt zich in: Sloop van circa 1.284 m2 aan extra landschapsontsierende bebouwing; Het landschappelijk inpassen van de deellocatie Westermatenweg 8b, Haarle. Het perceel aan de Veeneggeweg 24 is reeds landschappelijk goed ingepast.

Bovendien worden daar landschapsontsierende gebouwen verwijderd. Hiermee wordt voldaan aan het beleid van de Provincie Overijssel met betrekking tot de impuls in de groene omgeving. Voor een nadere uitwerking wordt verwezen naar paragraaf 3.2.2, waar uitgebreid op dit aspect is ingegaan. In paragraaf 4.2.3.4.2 wordt beschreven dat het plan past binnen de ontwikkelingsperspectieven. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen (lid 1) Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van één compensatiewoning op basis van de Rood voor Rood regeling. Door de sloop van landschapsontsierende bebouwing wordt het recht voor één woning verkregen. De woning voldoet aan de kwalitatieve behoefte en wordt gebouwd voor de lokale behoefte. Zoals uit paragraaf 4.3 blijkt is er in de gemeente Tubbergen ruimte voor het toevoegen van extra woningen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggend bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel.

Artikel 2.6.4: Nieuwe ontwikkelingen Bestemmingsplannen voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen gebieden die in artikel 2.6.2 begrensd zijn als Nationaal Landschap als die bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten als benoemd in artikel 2.6.3 en zoals nader uitgewerkt in bijlage 7 van deze verordening. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.6.4 In voorliggend geval vindt een nieuwe ontwikkeling plaats aan de Westermatenweg 8b in Haarle en de Veeneggeweg 24 in Geesteren. Beide deelgebieden zijn aangewezen als Nationaal Landschap Noordoost-Twente. De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente zijn onder meer: a. b. c. d.

de grote mate van openheid; de historische, rationele, geometrische verkaveling van de polder Mastenbroek; het reliëf in de vorm van huisterpen en kreekruggen; de kleinschaligheid en openheid van het rivierenlandschap.

Bij het uitwerken van de plannen en de landschappelijke inpassing van beide percelen is rekening gehouden met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente. Op het perceel aan de Veeneggeweg 24 worden bovendien landschapsontsierende gebouwen verwijderd, waardoor de openheid van het landschap ter plaatse wordt bevorderd. In paragraaf 4.2.3.4.3 wordt getoetst aan de gebiedskenmerken, waarin nader wordt ingegaan op het behoud en ontwikkeling van de kernkwaliteiten in beide deelgebieden. Geconcludeerd wordt dat voorliggend bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 2.6.4 uit de Omgevingsverordening Overijssel.

24

bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Veeneggeweg 24 Geesteren

4.2.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het deelgebied aan de Westermatenweg 8b ligt in het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. Het deelgebied aan de Veeneggeweg 24 ligt in het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. De locaties van het plangebied zijn met de rode sterren aangeduid in afbeelding 4.2.

Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, willen we in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden.

Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief Het beëindigen van de agrarische bedrijfsvoering en realiseren van een compensatiewoning ter plaatse van de Westermatenweg 8b past binnen het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. Dit perspectief richt zich namelijk om een mix van functies, waaronder wonen. De sloop van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing aan de Veeneggeweg 24 past binnen het bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Vee neggeweg 24 Geesteren

25

ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. Er is geen sprake van een duurzame vervolgfunctie voor de te slopen bebouwing in dit deelgebied, aangezien de agrarische activiteiten op deze locatie al enige tijd zijn gestaakt. Daarom is geen sprake van het beperken van de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectieven. 4.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen relevante specifieke eigenschappen voor deze laag geldt. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp.

De deelgebieden aan zowel de Westermatenweg 8b als de Veeneggeweg 24 zijn aangeduid met het gebiedstype 'Dekzandvlakte en ruggen'. Dit is weergegeven op afbeelding 4.3.

Afbeelding 4.3: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) “Dekzandvlakte en ruggen” De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag"

26

bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Veeneggeweg 24 Geesteren

De gronden in beide deelgebieden zijn ingericht als agrarische bedrijfspercelen. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig, zodat geen beschermende regeling daartoe in het bestemmingsplan hoeft te worden opgenomen. De sloop van de gebouwen en realisatie van één compensatiewoning heeft geen gevolgen voor de kenmerken van de natuurlijke laag. Middels een landschappelijk inpassingsplan wordt ter plaatse van het deelgebied aan de Westermatenweg 8b ingespeeld op de daar voorkomende gebiedskenmerken. Het perceel wordt daarmee landschappelijk goed ingericht conform de hier geldende gebiedskenmerken. In paragraaf 3.2.2 en Bijlage 1 wordt hier nader op ingegaan. 2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan.

De deelgebieden liggen allebei binnen het gebiedstype 'Jong heide- en broekontginningslandschap In afbeelding 4.4 is dat weergegeven.

Afbeelding 4.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Vee neggeweg 24 Geesteren

27

'Jonge heide- en ontginningslandschap' De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidings'landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen.

Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Door de sloop van landschapsontsierende bebouwing (op beide deellocaties) en de landschappelijke inpassing met streekeigen beplanting (aan de Westermatenweg 8b), worden de kenmerken van het oorspronkelijke landschap van de verschillende landschapstypen versterkt. Dit gebeurt door het erf aan de Westermatenweg 8b in te richten met nieuwe, gebiedseigen beplanting en het realiseren van een gebiedseigen woning met bijgebouw. De ontwikkeling is in overeenstemming met het gestelde in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 3. De “Laag van de beleving” In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes.

Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het 'belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht. Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen. Belangrijk in deze laag is het oude en nieuwe 'erfgoed' van de provincie. Het deelgebied aan de Westermatenweg 8b is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' aangeduid met 'Donkerte'. Voor het deelgebied aan de Veeneggeweg 24 gelden geen specifieke kenmerken vanuit de 'Laag van de beleving'. In afbeelding 4.5 wordt dit weergegeven.

28

bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Veeneggeweg 24 Geesteren

Afbeelding 4.5: Laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel) “Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden.

Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' Er is geen sprake van een onevenredige toename een (kunst)licht in het buitengebied. Het deelgebied aan de Westermatenweg 8b is reeds voorzien van bebouwing, en daarmee van bestaand kunstlicht. De bestaande voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en in de plaats hiervoor wordt één compensatiewoning gerealiseerd. Dit zorgt voor een afname van bebouwing en daarmee van kunstlicht. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de “Laag van de beleving”. 4.2.4

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid van de gemeente Tubbergen is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorgenomen ontwikkeling worden hieronder behandeld.

bestemmingsplan Buitengebied, Westermatenweg 8b Haarle en Vee neggeweg 24 Geesteren

29

4.3.1

Mijn Omgevingsvisie Tubbergen

4.3.1.1 Algemeen De gemeente Tubbergen beschikt over een omgevingsvisie. MijnOmgevingsvisie Tubbergen gaat over de toekomst van de leefomgeving; de visie van samenleving én gemeente. Hierin bouwt men verder op de basis die al in proces van MijnDorp gelegd is. De visie gaat namelijk over leefbaarheid van de kernen én over het buitengebied , gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. De visie geeft aan hoe de gemeente, samenleving en gemeenteraad, willen sturen; wat men wil behouden, versterken en ontwikkelen. Door inbreng van de samenleving is MijnOmgevingsvisie van ons allemaal! MijnOmgevingsvisie gaat in op: 1. 2. 3. 4.

de uitdagingen die op de gemeente afkomen (het verhaal achter de speerpunten) hoe men daarop kan inspelen (speerpunten) hoe plannen die bewoners of ondernemers inbrengen worden afgewogen (stappenplan) welke waarden daarbij belangrijk zijn (waardenkaart)

Mijn Omgevingsvisie gaat uit van vier kernprincipes. Kernprincipes zijn manieren van werken; werkwijzen die altijd gelden. Als keuzes worden gemaakt, als plannen worden gemaakt en gewoon als we wonen, leven, ondernemen of verblijven past men de kernprincipes toe. De vier kernprincipes zijn: We doen het samen We geven het goed voorbeeld We wentelen niet af op volgende generaties We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt 4.3.1.2 Speerpunten In de omgevingsvisie zijn speerpunten opgenomen op verschillende thema's. In voorliggend geval is gezien de ontwikkeling met name het thema 'Buitengebied in balans' van belang. Buitengebied in balans De gemeente Tubbergen wil een economisch sterk buitengebied met veel verschillende functies waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden.

In het buitengebied komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. De gemeente ziet landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit doet de gemeente samen met de inwoners, de partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn: Toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzame landbouw wordt gestimuleerd; Goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij samenwerking gezocht wordt met de landbouw; Kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. In afbeelding 4.6 is een uitsnede van de waardenkaart van de omgevingsvisie weergegeven. Het plangebied is hierop aangeduid met een rode omlijning en ligt in een gebied dat is gericht op ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/841/documents/17469