Bijlage Bp. Buitengebied, Walboersweg 64 Harbrinkhoek.pdf
Tekst van het document
Artikel 2.8 lid 1 van de Wet Natuurbescherming
Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op ruime afstand van het plangebied (circa 6,8 kilometer). Gezien de aard en omvang van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in relatie tot de ruime afstand tot Natura 2000-gebied wordt geconcludeerd dat geen sprake zal zijn van een aantasting van de instandhoudingsdoelen van Natura-2000 gebieden. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van dit bestemmingsplan dan ook niet noodzakelijk. Derhalve is geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. 5.9.3
Drempelwaarden Besluit m.e.r.
In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en daarmee geen sprake van een directe m.e.r.-plicht. In onderdeel D 11.2 van het besluit wordt de “aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen” genoemd. Indien geoordeeld wordt dat sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' is mogelijk een vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. Uit jurisprudentie volgt dat het antwoord op de vraag of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aan de hand van aspecten als bestemmingsplan Buitengebied, Walboersweg 64 Harbrinkhoek 27
aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling gaat uit van een (zeer) kleinschalige ontwikkeling waarbij het aantal verkeersbewegingen niet (onevenredig) toeneemt. Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een functie die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen of een beperking voor andere functies in de directe omgeving. Gelet op het vorenstaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.. Tevens blijkt uit dit hoofdstuk en Hoofdstuk 6 dat dit bestemmingsplan geen belangrijk nadelige milieugevolgen heeft, die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. 5.9.4
Conclusie
Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.
28
bestemmingsplan Buitengebied, Walboersweg 64 Harbrinkhoek
Hoofdstuk 6
Wateraspecten
6.1 Vigerend beleid 6.1.1
Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2
Rijksbeleid
Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Met de vaststelling van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is het NWP 2016-2021 op enkele onderdelen gewijzigd. Tezamen geven beide documenten op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). In relatie tot de NOVI wordt de doorwerking geregeld in de Omgevingswet. 6.1.3
Provinciaal beleid
In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.1.4
Waterschap Vechtstromen
Het waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 15 december 2021 vastgesteld door het algemeen bestuur van Vechtstromen. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg). Voor partners en ingezetenen verschaft het programma inzicht in de wijze waarop het waterschap omgaat met het water in het beheergebied. Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma sluit aan bij plannen van andere partijen zoals het Nationale waterplan (Nationaal Water Programma 2022-2027), het Stroomgebiedsbeheerplan Rijndelta en de Omgevingsvisie van de provincies Overijssel en Drenthe. Belangrijk uitgangspunt van het Waterbeheerprogramma is de verandering van het klimaat. De weersomstandigheden zijn steeds minder vaak gemiddeld. Dat merken we de laatste twee decennia steeds duidelijker. De winters worden natter en in de zomer zijn er langere hete en droge perioden en vallen de buien steeds meer lokaal. Deze zomerbuien hebben vaker een zeer hoge intensiteit, wat leidt tot hoge afvoerpieken en overstromingen.
Het watersysteem is nog niet goed toegerust op die verandering. Het is nu nog vooral ingericht op basis van gemiddelden - de normale beheersituatie enerzijds en het voorkomen van wateroverlast anderzijds - en niet op langdurige droge periodes en incidentele hoosbuien. Dit betekent dat het watersysteem aangepast moet worden. Daarbij heeft het waterschap de ambitie om te komen tot een klimaatrobuust watersysteem in 2050: een systeem dat zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht tegen een stootje kan en goed is toegerust op veranderingen en grotere weersextremen. Overeenkomstig de Watervisie 2050 heeft het waterschap de volgende hoofdlijnen aangegeven waar de komende jaren aan gewerkt wordt: Als gevolg van de klimaatverandering wil het waterschap zorgen voor meer balans tussen 'droge voeten' en het beperken van wateroverlast. Dat betekent dat water het leidende principe is voor het inrichten van de leefomgeving in plaats van andersom: water volgend aan de inrichting. Er wordt meer aandacht gegeven aan het vasthouden van water in de bodem. bestemmingsplan Buitengebied, Walboersweg 64 Harbrinkhoek 29
Regenwater wordt niet als afvalwater beschouwd, maar als bouwsteen in de ontwikkeling van een robuust watersysteem.
6.2 Waterparagraaf 6.2.1
Algemeen
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2
Watertoetsprocedure
Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het voornemen door gebruik te maken van de digitale watertoets (http://www.dewatertoets.nl). De beantwoording van de vragen heeft geleid tot de 'korte procedure'. Het watertoetsresultaat is opgenomen in Bijlage 3 van deze toelichting. De procedure in het kader van de watertoets is hiermee goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies.
30
bestemmingsplan Buitengebied, Walboersweg 64 Harbrinkhoek
Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2 Opzet van de regels 7.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.
7.2.2
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. 7.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: in de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.); Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels. Specifieke gebruiksregels: in dit artikel is het strijdig gebruik geregeld en zijn de voorwaardelijke verplichtingen opgenomen; Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven gebruiksmogelijkheden; bestemmingsplan Buitengebied, Walboersweg 64 Harbrinkhoek 31
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: omgevingsvergunningenstelsel; In paragraaf 7.3 worden de bestemmingen nader toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze is gekozen. 7.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel (Artikel 6) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene gebruiksregels (Artikel 7) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Hierin wordt in het algemeen ingegaan op het strijdige gebruik en eventuele afwijkingen hiervan. Algemene afwijkingsregels (Artikel 8) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Algemene wijzigingsregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om onderdelen van het bestemmingsplan te wijzigen. Overige regels (Artikel 10) In dit artikel worden de overige regels beschreven. Hier staan regels ten aanzien van parkeren beschreven. 7.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3 Verantwoording van de regels 7.3.1
Bestemmingen
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Groen (Artikel 3) De gronden ter plaatse van de bestaande woonbestemming zijn bestemd tot 'Groen'. De regels uit het bestemmingsplan "Walboersweg 62-64 Harbrinkhoek" zijn hierbij onverkort van toepassing. Wonen(Artikel 4) De gronden ter plaatse van de bestaande groenbestemming zijn bestemd tot 'Wonen', om hier het beoogde bijgebouw mogelijk te maken.
De regels uit het bestemmingsplan "Walboersweg 62-64 Harbrinkhoek" zijn hierbij onverkort van toepassing, met uitzondering van de volgende punten: In de bouwregels zijn de bouwregels voor hoofdgebouwen en aangebouwde bijbehorende bouwwerken verwijderd, aangezien er binnen het plangebied geen bouwvlak aanwezig is die een hoofdgebouw of aangebouwd bijbehorend bouwwerk mogelijk maakt. In de bouwregels voor vrijstaande bijbehorende bouwwerken is de gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken verhoogd van 100 m2 naar 200 m2, aangezien het beoogde bijgebouw de oppervlaktegrens van 100m2 overschrijdt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan "Walboersweg 62-64 Harbrinkhoek". Zoals is beschreven in 32
bestemmingsplan Buitengebied, Walboersweg 64 Harbrinkhoek
paragraaf 4.3.2 wordt aan de desbetreffende voorwaarde voor deze afwijkingsbevoegdheid voldaan.
bestemmingsplan Buitengebied, Walboersweg 64 Harbrinkhoek 33
34
bestemmingsplan Buitengebied, Walboersweg 64 Harbrinkhoek
Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten zijn beperkt tot de ambtelijke kosten, welke worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Ten behoeve van deze ontwikkeling is een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer gesloten. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig.
bestemmingsplan Buitengebied, Walboersweg 64 Harbrinkhoek 35
36
bestemmingsplan Buitengebied, Walboersweg 64 Harbrinkhoek
Hoofdstuk 9
Vooroverleg
9.1 Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. 9.1.1
Het Rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat de gewenste ontwikkeling geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2
Provincie Overijssel
In dit geval is sprake van een kleinschalige ontwikkeling waarbij geen provinciale belangen in het geding zijn. Vooroverleg met de provincie Overijssel wordt niet noodzakelijk geacht. 9.1.3
Waterschap Vechtstromen
Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het voornemen door gebruik te maken van de digitale watertoets (http://www.dewatertoets.nl). De beantwoording van de vragen heeft geleid tot de 'korte procedure'. Het watertoetsresultaat is opgenomen in Bijlage 3 van deze toelichting. De procedure in het kader van de watertoets is hiermee goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies.
9.2 Inspraak Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In dit geval wordt geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Daarnaast heeft de initiatiefnemer reeds aangegeven dat de omwonenden geïnformeerd zijn over de ontwikkeling. Hieruit zijn geen bezwaren van omwonenden gebleken.
9.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er geen zienswijzen binnengekomen. Het plan is gewijzigd vastgesteld wat betreft een aanpassing van het plangebied, waarbij het gehele perceel van de Walboersweg 64 is meegenomen.
bestemmingsplan Buitengebied, Walboersweg 64 Harbrinkhoek 37
Bestemmingsplan
Buitengebied, Walboersweg 64 Harbrinkhoek
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld NL.IMRO.0183.BUIBPWALBOERSWEG64VG01
Buitengebied, Walboersweg 64 Harbrinkhoek
Inhoudsopgave Bijlagen toelichting
3
Bijlage 1
Erfinrichtingsplan
4
Bijlage 2
Aanvullend milieukundig bodemonderzoek 2019
6
Bijlage 3
Digitale watertoets
29
2
bestemmingsplan Buitengebied, Walboersweg 64 Harbrinkhoek
Bijlagen toelichting
bestemmingsplan Buitengebied, Walboersweg 64 Harbrinkhoek 3
Bijlage 1
4
Erfinrichtingsplan
bestemmingsplan Buitengebied, Walboersweg 64 Harbrinkhoek
I 6877
E 9
K
K
I 2720
I 6737
E
K
A:
Woonhuis.
B:
Nieuw te realiseren schuur.
C:
Er fverharding. I 5718
Wal
boer
sweg
E
D:
Gazon / tuin.
E:
Grasland.
F:
Aan te planten bomen in de maat 12-14 (stamomtrek in
70
7-7a
I 2719
I 6876
D
D
I 6875
centimeters) elk voorzien van twee boompalen. Totaal 20 stuks. Soor ten: Zomereik, Linde en Haagbeuk. Onderbeplanting bosplantsoen K
opper vlakte: 950 m2. Plantafstand 1,5 x 1,5 meter. Maat 80-100 I 6200
(centimeters). Totaal: 425 stuks. Soor ten: Hazelaar, Lijsterbes,
I 5209 I 6259
Meidoorn, Vogelkers en Vuilboom in een gelijke verhouding. Fragment uit 1930 (topotijdreis.nl)
K
D
I
G:
66
I 6874
Elementenverharding gerealiseerd met grasklinkers, Uitrit naar Walboersweg 66 afgesloten met een landhek.
I K
H:
5
Aan te planten solitair in de maat 12-14 (stamomtrek in centimeters) en voorzien van twee boompalen. Soor t: Linde of Zomereik.
J
G
I 6199
I 6201
I 6879
F
D
K
B
F
I 6849
C
I 6873
H
I:
Nieuw gerealiseerde houtopstanden.
J:
Nieuw aangeplante fruitbomen.
K:
Bestaande houtopstanden in directe omgeving.
K
E I 4907
I 6878
K 64
Afstand tussen bestaande woning en nieuw te realiseren schuur
A
Walboers
weg
bedraagt 14 meter. D 62
E I
I 5720
K I 4906
I 6847
E
K
Project:
Landschappelijke inpassing
Getekend:
DA
Status:
DO
Adres:
Walboersweg 62/64
Woonplaats:
Harbrinkhoek
Datum:
23-06-2022
Aantal pag.:
1
Gecontroleerd:
NH
Formaat:
A3
1:1000
Noord:
Tekening is noordgericht
I 5723
Schaal:
nl-landschap.nl
I 5528
Bijlage 2 Aanvullend milieukundig bodemonderzoek 2019
6
bestemmingsplan Buitengebied, Walboersweg 64 Harbrinkhoek
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl Theo Wijntjes Beheer BV t.a.v. Butenweg 9 8424 PR Elsloo
Ons kenmerk Uw kenmerk Betreft
E-mail: info@sigma-bm.nl
: 19-M8757-01 :: rapportage aanvullend milieukundig bodemonderzoek Walboersweg nr. 62-64 te Harbrinkshoek
Emmen, 18 maart 2019 Geachte
,
Hierbij ontvangt u in briefvorm de resultaten van het aanvullend bodemonderzoek op de locatie aan de Walboersweg nr. 62-64 te Harbrinkshoek. aanleiding Aanleiding tot de uitvoering van dit aanvullend onderzoek vormen de onderzoeksresultaten van een voorgaand verkennend bodemonderzoek (januari 2019) waarbij in de bovengrond (bovengrondmengmonster werkplaats2 en bovengrondmengmonster MM2) o.a. een sterk verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) is gemeten. doel Het aanvullend onderzoek, de uitgevoerde uitsplitsing, heeft tot doel het verifiëren en lokaliseren van de verontreiniging en inzicht te verkrijgen in de aard en verspreiding van de aangetoonde verontreiniging met polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in de bovengrond t.p.v. de onderzoekslocatie. Aan de hand van het aanvullend onderzoek kan worden beoordeeld of er sprake is van een diffuse verontreiniging of juist een puntbron(nen). algemeen In januari 2019 is door Sigma Bouw & Milieu op de locatie aan de Walboersweg nr. 62-64 te Harbinkshoek een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd (ref. Sigma Bouw & Milieu, ref. 19-M8757). Op basis van de resultaten van dit voorgaand verkennend milieukundig bodemonderzoek is o.a. het volgende geconcludeerd: vm. werkplaats bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster werkplaats2 (boring 11+12) t.p.v. de vm.
werkplaats bevat een verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) t.o.v. de interventiewaarde en een verhoogd gehalte minerale olie t.o.v. de achtergrondwaarde. overige deel van de onderzoekslocatie bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM2 (boring 24 t/m 27) bevat een verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) t.o.v. de interventiewaarde en een verhoogd gehalte minerale olie t.o.v. de achtergrondwaarde.
Alle opdrachten worden aanvaard conform de Regeling van de Verhouding tussen Opdrachtgever en Adviserend Ingenieursbureau (RVOI-2001). K.v.K. Meppel nr. 04054625
onderzoeksopzet Het aanvullend onderzoek heeft in deze fase bestaan uit het uitsplitsen van de, in het voorgaande verkennend bodemonderzoek, samengestelde bovengrondmengmonsters werkplaats2 en MM2. De afzonderlijke grondmonsters van de samengestelde bovengrondmengmonsters werkplaats2 en MM2 zijn in deze fase van het onderzoek individueel geanalyseerd op het gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). veldonderzoek De boringen 11, 12 en 24 t/m 27 zijn in het kader van dit aanvullend bodemonderzoek herplaatst. Het uitvoeren van boringen en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 06 maart 2019. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door dhr. en dhr. M. van Wuykhuyse, geregistreerde veldwerkers van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (http//www.senternovem.nl/bodemplus/erkenningen). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. chemisch-analytisch onderzoek Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van VROM.
Het chemisch-analytisch onderzoek heeft bestaan uit het separaat analyseren van de individuele grondmonsters behorende tot het samengestelde bovengrondmengmonster MM1. In tabel 1 is het analyseschema opgenomen. tabel 1
analyse-schema
bovengrondmengmonser werkplaats2 bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Monstercode boring diepte (m-mv) AV1 11 0.0-0.5 m-mv AV2 12 0.15-0.5 m-mv
analyses PAK+organische stof/lutum+AS3000 PAK+organische stof/lutum+AS3000
bovengrondmengmonser MM2 bovengrond (0.15-0.5 m-mv) Monstercode boring diepte (m-mv) AV3 24 0.15-0.5 m-mv AV4 25 0.15-0.5 m-mv AV5 26 0.2-0.5 m-mv AV6 27 0.2-0.5 m-mv
analyses PAK+organische stof/lutum+AS3000 PAK+organische stof/lutum+AS3000 PAK+organische stof/lutum+AS3000 PAK+organische stof/lutum+AS3000
Toetsingscriteria grond Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” (vigerende versie) 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, (vigerende versie) De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 3 3 25 m grond of 100 m grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering.
De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
onderzoeksresultaten grond De resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, zijn weergegeven in onderstaande tabel 2 en 3. In bijlage 3 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van SGS BV opgenomen. bovengrond (0.0-0.5 m-mv) tabel 2: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet bodembescherming Project OPID 13430693#19-M8757.-Walboersweg 62-64 te Harbr click voor settings Certificaten 865518 Toetsing T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb Toetsversie BoToVa 3.0.0 Toetsdatum: 17 maart 2019 18:14 Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Legenda @ xI x AW xT -
AW
1,5
T
20,75
I
40
Monster 5904166 AV1, 11: 0-50 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res. 4,1 1
10 25
85
85
< 0.05 3,8 0,96 6,9 2,5 2,9 1,6 2,4 1,8 1,7
< 0.035 3,8 0,96 6,9 2,5 2,9 1,6 2,4 1,8 1,7
25
25
B.Index
Monster 5904167 AV2, 12: 15-50 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res.
0 0
2,7 2,5
10 25
0
88,5
88,5
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0,69 24 6,8 24 7,4 8,4 5 7,4 4,9 4,5
0,69 24 6,8 24 7,4 8,4 5 7,4 4,9 4,5
0,61
93
93
0,61 T.Oordeel
@
1.2 T
B.Index
Monster 5904168 AV3, 24: 15-50 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res.
0 0
1,4 1
10 25
0
87,5
87,5
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 0,08 < 0.05 0,18 0,07 0,11 0,07 0,08 0,06 0,06
< 0.035 0,08 < 0.035 0,18 0,07 0,11 0,07 0,08 0,06 0,06
2,377
0,78
0,78
2,377 T.Oordeel
@
2.3 I
0 T.Oordeel
B.Index 0 0
@
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
-
0
Geen toetsoordeel mogelijk > Interventiewaarde x maal Achtergrondwaarde x maal Tussenwaarde <= Achtergrondwaarde
tabel 3: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet bodembescherming Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid AW Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds 1,5 Legenda @ xI x AW xT -
Geen toetsoordeel mogelijk > Interventiewaarde x maal Achtergrondwaarde x maal Tussenwaarde <= Achtergrondwaarde
T
20,75
I
40
Monster 5904169 AV4, 25: 15-50 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res. 4,2 1
10 25
86,3
86,3
< 0.05 0,45 0,12 1,4 0,49 0,6 0,4 0,61 0,69 0,56
< 0.035 0,45 0,12 1,4 0,49 0,6 0,4 0,61 0,69 0,56
5,4
5,4
B.Index
Monster 5904170 AV5, 26: 20-50 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res.
0 0
1,2 1
10 25
0
89,1
89,1
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 0,24 0,06 0,85 0,42 0,48 0,28 0,36 0,24 0,22
< 0.035 0,24 0,06 0,85 0,42 0,48 0,28 0,36 0,24 0,22
0,101
3,2
3,2
0,101 T.Oordeel
@
3.6 AW
B.Index
Monster 5904171 AV6, 27: 20-50 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res.
0 0
1,5 1
10 25
0
90,8
90,8
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 0,1 < 0.05 0,25 0,1 0,13 0,11 0,11 0,07 0,06
< 0.035 0,1 < 0.035 0,25 0,1 0,13 0,11 0,11 0,07 0,06
0,044
1
1
0,044 T.Oordeel
@
2.1 AW
0 T.Oordeel
B.Index 0 0
@
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
-
0
interpretatie onderzoeksresultaten grond uitsplitsing bovengrondmengmonster werkplaats2 bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmonster AV1 (boring 11, traject 0.0-0.5 m-mv) bevat een verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) t.o.v. de tussenwaarde (indicatiewaarde voor nader onderzoek) en bodemindex-waarde (>0.5). Bovengrondmonster AV2 (boring 12, traject 0.15-0.5 m-mv) bevat een verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) t.o.v. de interventiewaarde. uitsplitsing bovengrondmengmonster MM2 bovengrond (0.15-0.5 m-mv) Bovengrondmonster AV3 (boring 24, traject 0.15-0.5 m-mv) bevat geen verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) t.o.v. de achtergrondwaarde. Bovengrondmonster AV4 (boring 25, traject 0.15-0.5 m-mv) bevat een verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde en bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden. Bovengrondmonster AV5 (boring 26, traject 0.2-0.5 m-mv) bevat een verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde en bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden. Bovengrondmonster AV6 (boring 27, traject 0.2-0.5 m-mv) bevat geen verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) t.o.v. de achtergrondwaarde.
conclusies en aanbevelingen uitsplitsing bovengrondmengmonster werkplaats2 bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Het in bovengrondmengmonster werkplaats2 sterk verhoogd gemeten gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) is in het individueel geanalyseerde deelmonster van boring 12 opnieuw gemeten. Het individuele bovengrondmonster AV2 (boring 12, traject 0.15-0.5 m-mv) bevat een verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) t.o.v. de interventiewaarde. Het individuele bovengrondmonster AV1 (boring 11, traject 0.0-0.5 m-mv) bevat een verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) t.o.v. de tussenwaarde (indicatiewaarde voor nader onderzoek) en bodemindexwaarde (>0.5). De matig en sterk verhoogd gemeten gehalten polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in de bovengrond t.p.v. boring 11 resp. 12 geven verder aanleiding tot het instellen van nader, afperkend, onderzoek. Middels een nader (afperkend) onderzoek kan worden vastgesteld of er in het onderhavige geval al dan niet sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming. Er is sprake van ernstige verontreiniging van bodem of sediment als voor tenminste 1 verontreinigende stof de 3 gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde.
uitsplitsing bovengrondmengmonster MM2 bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Het in bovengrondmengmonster MM2 sterk verhoogd gemeten gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) is in de individueel geanalyseerde deelmonsters van boring 24 t/m 27 niet opnieuw gemeten. De individuele bovengrondmonsters AV4 (boring 25, traject 0.15-0.5 m-mv) en AV5 (boring 26, traject 0.2-0.5 m-mv) bevatten een verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) t.o.v. de achtergrondwaarde. De gemeten gehalten polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in de bovengrondmonsters AV4 en AV5 geven naar onze mening geen verdere aanleiding tot het instellen van afperkend onderzoek. De individuele bovengrondmonsters AV3 (boring 24, traject 0.15-0.5 m-mv) en AV6 (boring 27, traject 0.2-0.5 m-mv) bevatten geen verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) t.o.v. de achtergrondwaarde. Het in bovengrondmengmonster MM2 sterk verhoogd gemeten gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) is mogelijk veroorzaakt door en incidenteel verhoogde waarneming. afwijkingen in de werkzaamheden Er hebben bij de uitvoering van veldwerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. het geldende protocol BRL SIKB 2001. Er hebben bij de uitvoering van analysewerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v.
de geldende protocollen AS3000 en/of overige geldende analysemethoden.
algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Hoewel het verrichte veld- en chemisch-analytisch onderzoek, zoals bij ieder bodemonderzoek, steekproefsgewijs is uitgevoerd, is er naar gestreefd om representatieve bodemmonsters te verkrijgen. Het is juist de deze steekproefsgewijze benadering die het onmogelijk maakt garanties t.a.v. de bodemkwaliteit af te geven op basis van de resultaten van een bodemonderzoek Een bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een locatie. Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen, bv. t.g.v. as-, verbrandings-, of afvalgaten. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen. Het uitgevoerde bodemonderzoek is dan ook indicatief en een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt.
Sigma Bouw & Milieu aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu worden verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) conform de protocollen 2001, 2002 en 2018. In het kader van dit onderzoek is alleen protocol 2001 van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein. Voor nader informatie of vragen met betrekking tot dit onderzoek kunt u contact opnemen met ondergetekende. Vertrouwende u met deze informatie van dienst te zijn geweest, verblijven wij,
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
: topografisch overzicht : onderzoekslocatie (1:1.000) : boorbeschrijvingen : analysecertificaten : onafhankelijkheidsverklaring
Sigma Bouw & Milieu
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT IJij B ax F
Adviesgroepen: Bouw Milieu
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT (HISTORISCH) IJij B ax F
2000
1980
1965
Adviesgroepen: Bouw Milieu
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
1935
1905
1890
Adviesgroepen: Bouw Milieu
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
0
11.
t egel, m aaiveld
1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, sporen bakst een, edelm an
0
50
t ype g r on d b or in g dat um 0 6 -0 3 -2 0 1 9 boorm eest er
0
12.
klinker, m aaiveld
1 50
24. 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, edelm an volledig puin, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, sporen puin, edelm an
t ype g r on d b or in g dat um 0 6 -0 3 -2 0 1 9 boorm eest er
25.
-10 -15
0 -5 -15
asfalt , m aaiveld volledig asfalt , bet onboor 1
50
st erk puin, bet onboor zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, sporen puin, bet onboor
t ype g r on d b or in g dat um 0 6 -0 3 -2 0 1 9 boorm eest er
0
0
klinker, m aaiveld
50
0
volledig bet on, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, sporen bakst een, edelm an
t ype g r on d b or in g dat um 0 6 -0 3 -2 0 1 9 boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, geel, edelm an
26.
0 -10 -15
klinker, m aaiveld zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an 1
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, rest en puin, edelm an
0 -20
t ype g r on d b or in g dat um 0 6 -0 3 -2 0 1 9 boorm eest er
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORBESCH RIJV IN GEN onderzoek project code dat um get ekend conform pagina
W a lb oe r sw e g 6 2 -6 4 t e H a r b r in k sh oe k 1 9 -M 8 7 5 7 1 7 -0 3 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 1 va n 3
0
27.
klinker, m aaiveld zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker geel, edelm an 1
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, sporen puin, edelm an
0 -20
t ype g r on d b or in g dat um 0 6 -0 3 -2 0 1 9 boorm eest er
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORBESCH RIJV IN GEN onderzoek project code dat um get ekend conform pagina
W a lb oe r sw e g 6 2 -6 4 t e H a r b r in k sh oe k 1 9 -M 8 7 5 7 1 7 -0 3 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 2 va n 3
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE ( OW )
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
GEUR IN TEN SITEIT ( GI)
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
GRON D SOORTEN
M ATE V AN BIJM EN GIN G
Grind, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
Zand, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
Leem , silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
Klei, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
Veen, hum eus (V,h) Slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
Asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
Bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
Wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = Phot o Ionisat ie Det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
BIJLAGE 4 ANALYSECERTIFICATEN
Sigma Bouw en Milieu T.a.v. Bodem-Sigma Phileas Foggstraat 153 7825 AW EMMEN
Uw kenmerk : 19-M8757.-Walboersweg 62-64 te Harbr Ons kenmerk : Project 865518 Validatieref. : 865518_certificaat_v1 Opdrachtverificatiecode : VKYA-HJSG-HFQK-HEAK Bijlage(n) : 3 tabel(len) + 2 bijlage(n)
Amsterdam, 13 maart 2019 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,
Manager productie
Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.
Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckbachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland
T +31-(0)20-597 66 80 CSOmegam@eurofins.com www.eurofins.nl
IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654
Tabel 1 van 3 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 865518 : 19-M8757.-Walboersweg 62-64 te Harbr : Sigma Bouw en Milieu
Monsterreferenties 5904166 = AV1, 11: 0-50 5904167 = AV2, 12: 15-50 5904168 = AV3, 24: 15-50 Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Matrix
: : : : :
Monstervoorbewerking S AS3000 (steekmonster) S gewicht artefact S soort artefact S voorbewerking AS3000
g
06/03/2019 06/03/2019 07/03/2019 5904166 Grond
06/03/2019 06/03/2019 07/03/2019 5904167 Grond
06/03/2019 06/03/2019 07/03/2019 5904168 Grond
uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
Algemeen onderzoek - fysisch S droge stof % S organische stof (gec. voor lutum) % (m/m ds) S lutumgehalte (pipetmethode) % (m/m ds)
85,0 4,1 <1
88,5 2,7 2,5
87,5 1,4 <1
Organische parameters - aromatisch Polycyclische koolwaterstoffen: S naftaleen mg/kg ds S fenantreen mg/kg ds S anthraceen mg/kg ds S fluoranteen mg/kg ds S benzo(a)antraceen mg/kg ds S chryseen mg/kg ds S benzo(k)fluoranteen mg/kg ds S benzo(a)pyreen mg/kg ds S benzo(ghi)peryleen mg/kg ds S indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds S som PAK (10) mg/kg ds
< 0,05 3,8 0,96 6,9 2,5 2,9 1,6 2,4 1,8 1,7 25
0,69 24 6,8 24 7,4 8,4 5,0 7,4 4,9 4,5 93
< 0,05 0,08 < 0,05 0,18 0,07 0,11 0,07 0,08 0,06 0,06 0,78
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: VKYA-HJSG-HFQK-HEAK
Ref.: 865518_certificaat_v1
Tabel 2 van 3 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 865518 : 19-M8757.-Walboersweg 62-64 te Harbr : Sigma Bouw en Milieu
Monsterreferenties 5904169 = AV4, 25: 15-50 5904170 = AV5, 26: 20-50 5904171 = AV6, 27: 20-50 Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Matrix
: : : : :
Monstervoorbewerking S AS3000 (steekmonster) S gewicht artefact S soort artefact S voorbewerking AS3000
g
06/03/2019 06/03/2019 07/03/2019 5904169 Grond
06/03/2019 06/03/2019 07/03/2019 5904170 Grond
06/03/2019 06/03/2019 07/03/2019 5904171 Grond
uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
uitgevoerd n.v.t. n.v.t. uitgevoerd
Algemeen onderzoek - fysisch S droge stof % S organische stof (gec. voor lutum) % (m/m ds) S lutumgehalte (pipetmethode) % (m/m ds)
86,3 4,2 <1
89,1 1,2 <1
90,8 1,5 <1
Organische parameters - aromatisch Polycyclische koolwaterstoffen: S naftaleen mg/kg ds S fenantreen mg/kg ds S anthraceen mg/kg ds S fluoranteen mg/kg ds S benzo(a)antraceen mg/kg ds S chryseen mg/kg ds S benzo(k)fluoranteen mg/kg ds S benzo(a)pyreen mg/kg ds S benzo(ghi)peryleen mg/kg ds S indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds S som PAK (10) mg/kg ds
< 0,05 0,45 0,12 1,4 0,49 0,60 0,40 0,61 0,69 0,56 5,4
< 0,05 0,24 0,06 0,85 0,42 0,48 0,28 0,36 0,24 0,22 3,2
< 0,05 0,10 < 0,05 0,25 0,10 0,13 0,11 0,11 0,07 0,06 1,0
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: VKYA-HJSG-HFQK-HEAK
Ref.: 865518_certificaat_v1
Tabel 3 van 3 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 865518 : 19-M8757.-Walboersweg 62-64 te Harbr : Sigma Bouw en Milieu
Opmerkingen m.b.t. analyses Opmerking(en) algemeen Organische stof gehalte (gecorrigeerd voor lutum en vrij ijzer in de vorm van Fe2O3) Het organische stofgehalte is gecorrigeerd voor het in het analysecertificaat gerapporteerde lutumgehalte. Indien het lutumgehalte niet is gerapporteerd is de correctie uitgevoerd met een lutumgehalte van 5,4% (gemiddeld lutumgehalte Nederlandse bodem, AS3010/AS3210, prestatieblad organische stofgehalte in grond/waterbodem). Indien het vrij ijzergehalte is bepaald en groter is dan 5 % m/m, is bij de berekening van het organische stof gecorrigeerd voor dat gehalte aan vrij ijzer. Sommatie van concentraties voor groepsparameters De sommatie is uitgevoerd volgens AS3000 paragraaf 2.5.2 en bijlage 3.
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: VKYA-HJSG-HFQK-HEAK
Ref.: 865518_certificaat_v1
Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 865518 : 19-M8757.-Walboersweg 62-64 te Harbr : Sigma Bouw en Milieu
Barcodeschema's Monstercode Uw referentie
monster
diepte
barcode
5904166
AV1, 11: 0-50
AV1, 11: 0-50
0.0-0.5
3214161AA
5904167
AV2, 12: 15-50
AV2, 12: 15-50
0.15-0.5
3214160AA
5904168
AV3, 24: 15-50
AV3, 24: 15-50
0.15-0.5
3214151AA
5904169
AV4, 25: 15-50
AV4, 25: 15-50
0.15-0.5
3214147AA
5904170
AV5, 26: 20-50
AV5, 26: 20-50
0.2-0.5
3214150AA
5904171
AV6, 27: 20-50
AV6, 27: 20-50
0.2-0.5
3214162AA
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: VKYA-HJSG-HFQK-HEAK
Ref.: 865518_certificaat_v1
Bijlage 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 865518 : 19-M8757.-Walboersweg 62-64 te Harbr : Sigma Bouw en Milieu
Analysemethoden in Grond (AS3000) AS3000 In dit analysecertificaat zijn de met 'S' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de analysemethoden beschreven in het "Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek (AS SIKB 3000)". Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. voorbewerking AS3000 Droge stof Organische stof (gec. voor lutum) Lutumgehalte (pipetmethode) PAKs
: Conform AS3000 en NEN-EN 16179 : Conform AS3010 prestatieblad 2 : Conform AS3010 prestatieblad 3 en gelijkwaardig aan NEN 5754 : Conform AS3010 prestatieblad 4; gelijkwaardig aan NEN 5753 : Conform AS3010 prestatieblad 6
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: VKYA-HJSG-HFQK-HEAK
Ref.: 865518_certificaat_v1
BIJLAGE 5 Verklaring van onafhankelijkheid voor de kritische functie: “veldwerk t.b.v. milieuhygiënisch bodemonderzoek” “milieukundige begeleiding van bodemsanering (processturing / verificatie)” Hierbij verklaren de navolgend genoemde veldwerkers / milieukundig begeleiders het veldwerk / de processturing en/of de verificatie t.a.v. onderhavig onderzoek conform de eisen van de BRL SIKB 2000 / BRL SIKB 6000 te hebben uitgevoerd, onafhankelijk van de opdrachtgever en/of eigenaar (zijnde degene die een persoonlijk of zakelijk recht heeft op de bodem / locatie).
Naam geregistreerde veldwerker(s)/MKB’ers
Handtekening geregistreerde veldwerker(s)/MKB’ers
..………………………………………….
…
…………………………………………….
Datum: 06-03-2019
Bedrijfshandboek SIGMA Bouw & Milieu F-26 Verklaring onafhankelijkheid Pagina 1 van 1
Datum van uitgifte: 01-03-2013 Versie: 3
Bijlage 3
Digitale watertoets
bestemmingsplan Buitengebied, Walboersweg 64 Harbrinkhoek 29
Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 19-08-2022
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .
VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.
Korte procedure
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
19-08-2022, 09:17
P agina 1 van 7
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.
Gaat het om een ruimtelijk plan dat uits luitend een functiewijziging van bes taande bebouwing inhoudt? nee
2.
Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealis eerd? nee
3.
Is er in of rondom het plangebied s prake van wateroverlas t of grondwateroverlas t? nee
4.
Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bes trating toe met meer dan 1500m2? nee
5.
Wordt op het perceel hemelwater (HWA) en afvalwater (DWA) verzameld in dezelfde rioolbuis ? nee
6.
Maakt het plan deel uit van een groter plan dat in ontwikkeling is ? nee
7.
Worden er op bedrijfs matige wijze activiteiten verricht waardoor het verharde oppervlak verontreinigd raakt? nee
8.
Bedraagt het vers chil tus s en de hoogte van de weg en de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 30 centimeter? nee
9.
Bedraagt het vers chil tus s en de GHG (Gemiddelde Hoogs te Grondwaters tand) en de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 80 centimeter? nee
10.
bargerveen nee
19-08-2022, 09:17
P agina 2 van 7
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 11.
beekhers tel nee
12.
grondwaterbes _en_s tiltegebied nee
13.
ruimtevoorvecht nee
14.
verbods zone diepe boringen nee
15.
zoekgebied nee
16.
primaire watergebieden nee
17.
RWZ I nee
18.
s trokenkaart nee
19.
pers leidingen nee
20.
rioolgemalen nee
21.
keurzone nee
22.
gewijzigd klimaat nee
19-08-2022, 09:17
P agina 3 van 7
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 23.
huidig klimaat nee
19-08-2022, 09:17
P agina 4 van 7
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 1.
Korte procedure Op bas is van uw locatie en gegeven antwoorden blijkt dat op uw plan de korte procedure van toepas s ing is . U kunt in de waterparagraaf vols taan met de s tandaard waterparagraaf.
Wat moet ik doen? Geachte heer/mevrouw, U heeft een watertoets uitgevoerd op de webs ite http://www.dewatertoets .nl//. Op bas is van deze toets volgt u de korte procedure. Dit houdt in dat u direct door kunt gaan met de planvorming van uw plan onder de voorwaarde dat u de s tandaard waterparagraaf uit dit document toepas t. STANDAARD WATERPARAGRAAF Belangrijk ins trument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets , die s inds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een bes chrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuis houding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuis houdkundige doels tellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuis houdkundige doels tellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlas t, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater) . Deze s tandaard waterparagraaf heeft betrekking op het plan.
Waterbeleid De Europes e Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bes cherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europes e Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een s troomgebied worden kwaliteits doelen ges teld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijks beleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclus ief de s troomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevings vis ie en de bijbehorende Omgevings verordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waters chap Vechts tromen heeft de beleids kaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021. De belangrijks te ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbes tendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaas t is de Keur van Waters chap Vechts tromen een belangrijk regels tellend ins trument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waters chap Vechts tromen opges telde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Riolerings plan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen.
Waters ys teem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige waters ys temen nages treefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doors taan zonder droogtes chade, vis s terfte en s tank, en dat in natte perioden geen overlas t optreedt door hoge grondwaters tanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of 19-08-2022, 09:17
P agina 5 van 7
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets latere generaties . Het principe """"eers t vas thouden, dan bergen, dan pas afvoeren"""" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bes tuurs akkoord Water doelen vas tgelegd voor het op orde brengen van het waters ys teem.
Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk s cheiden van vuil en s choon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief s choon hemelwater door riools tels els worden afgevoerd, neemt het aantal overs torten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overs torten plaats vinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het s chone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vas tgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het waters ys teem. Vandaar dat het principe """"eers t s choonhouden, dan s cheiden, dan pas zuiveren"""" een belangrijk uitgangs punt is bij nieuwe s tedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bes taande riools tels el is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangs punt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is , is lozing op het oppervlaktewater via een bodempas s age gewens t. Wateras pecten plangebied Waterhuis houding Het plan loopt geen verhoogd ris ico op wateroverlas t als gevolg van overs tromingen. Het plan heeft geen s chadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie.
In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlas t of grondwateroverlas t gecons tateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1500m2. Het plangebied bevindt zich niet binnen een bes chermings zone of herinrichtings zone langs een waterloop, primair watergebied, invloeds zone zuiverings technis ch werk of een retentiecompens atiegebied. Voorkeurs beleid hemelwaterafvoer In het plan wordt het afvalwater en het hemelwater behandeld via (de gekozen optie wordt hieronder beves tigd met ja): een gemengd s tels el een ges cheiden s tels el: hemelwater wordt geinfiltreerd. ja een ges cheiden s tels el: hemelwater wordt afgevoerd naar oppervlaktewater. hemelwater wordt afgevoerd naar een hemelwaterriool van een verbeterd ges cheiden s tels el. Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwaterings diepte geadvis eerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogs te grondwaters tand(GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op s tructurele grondwateroverlas t groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden vols taan met een geringere ontwaterings diepte. Kelders dienen waterdicht te zijn. Om wateroverlas t en s chade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadvis eerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het s traatpeil te hanteren.
Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders , parkeergarages ) moet aandacht worden bes teed aan het voorkomen van wateroverlas t. In het plan wordt er naar ges treefd het voorkeurs beleid van het waters chap op te volgen. Watertoets proces De initiatiefnemer heeft het waters chap Vechts tromen geinformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets . De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepas t. De bes temming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuis houding. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waters chap 19-08-2022, 09:17