CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage BP Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 24 mei 2022, gemeente TubbergenBij agendapunt: 8: Bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren23.016 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Buitengebied, SvS Ossendijk 17 En Delenweg 15 Geesteren

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld maart, 2022 NL.IMRO.0183.BUIBPSVSOSSNDIJK17VG01

Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

7 7 7 9 10 10

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

11 11 12

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid

15 15 16 19

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Bodem 4.4 Geluid

25 25 26 27 28

4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

28 29 30 32 32 33

Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels

35 35 35

Hoofdstuk 6

39

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen

41 41 41

Bijlagen bij de toelichting

43

Bijlage 1

Landschappelijke inpassing Ossendijk

44

Bijlage 2

Landschappelijke inpassing Delenweg

46

Bijlage 3

Vooronderzoek NEN 5725 Ossendijk 17 Geesteren

49

Bijlage 4

Watertoets

71

Bijlage 5

Quickscan Natuurwaardenonderzoek

74

2

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

Regels

107

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

109 109 118

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Agrarisch - 1 Wonen Waarde - Archeologie 4

119 119 129 134

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

137 137 138 139 140 141 142 143

Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

145 145 146

Bijlagen bij de regels

147

Bijlage 1

Landschappelijke inpassing Ossendijk

148

Bijlage 2

Landschappelijke inpassing Delenweg

150

Bijlage 3

Ondergeschikte tweede tak of een deeltijdfunctie

152

Bijlage 4

Notitie serrestallen

154

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

3

4

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

5

6

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Voor de locatie aan de Ossendijk 17 in Geesteren is een plan ontwikkeld. De initiatiefnemers willen met dit bestemmingsplan een schuur van 271 m² bouwen op het erf aan de Ossendijk 17 in Geesteren door middel van het doorlopen van de zogenoemde Schuur voor Schuur regeling van de gemeente Tubbergen. Voor het plan wordt op één andere locatie binnen de gemeente Tubbergen landschapontsierende bebouwing gesloopt. Het betreft een schuur van 442 m² aan de Delenweg 15 in Geesteren. Daarnaast zal ook een bestaand bestemd bijgebouw (75 m²) gesloopt worden aan de Ossendijk 17. Er resteert dan nog een bouwmogelijkheid van 346 m² aan de Ossendijk 17 in Geesteren. Deze bouwmogelijkheid wordt meegenomen in de vierkante meters van de nieuw te bouwen schuur. Deze ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging Ossendijk 17, Geesteren Het plangebied bestaat uit een woonerf aan de Ossendijk 17 in het buitengebied van Geesteren. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie A, perceelsnummer 8247. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven. Delenweg 15, Geesteren Het plangebied bestaat uit een agrarisch erf aan de Delenweg 15 in het buitengebied van Geesteren. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie A, perceelsnummer 8469. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1: Ligging plangebied Delenweg 15 en Ossendijk 17 Geesteren (bron: PDOK) Begrenzing Ossendijk 17, Geesteren De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een kadastrale kaart weergegeven waarop de Ossendijk 17 te zien is. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

7

Figuur 1.2: begrenzing plangebied Ossendijk 17 Geesteren (bron: ruimtelijke plannen) Delenweg 15, Geesteren De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.3 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een bestemmingskaart weergegeven waarop de Delenweg 15 te zien is. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.

Figuur 1.3: begrenzing plangebied Delenweg 15 Geesteren (bron: ruimtelijke plannen)

8

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor de Ossendijk 17 en Delenweg 15 in Geesteren geldt het bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016'. Het bestemmingplan 'Tubbergen Buitengebied 2016' is door de gemeenteraad van Tubbergen op 23 mei 2016 vastgesteld. Er is tevens een veegplan van kracht, namelijk 'Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan'. Deze is door de gemeenteraad van Tubbergen vastgesteld op 15 december 2020. In figuur 1.4 en 1.5 is een fragment uit de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen. Ossendijk 17, Geesteren

Figuur 1.4: Uitsnede bestemmingsplan Delenweg 15 'Tubbergen Buitengebied 2016' (bron: ruimtelijkeplannen) Aan het plangebied is de bestemming 'Wonen' en 'Agrarisch -1' toegekend met de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 4' en de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied'. De gronden zijn daarmee in eerste instantie bestemd voor woonhuizen. Delenweg 15, Geesteren

Figuur 1.5: Uitsnede bestemmingsplan Delenweg 15 'Tubbergen Buitengebied 2016' (bron: ruimtelijkeplannen) Aan het plangebied is de bestemming 'Agrarisch -1' toegekend met een bouwvlak en dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. Op het perceel liggen tevens twee gebiedsaanduidingen, te weten: 'overige zone vestigingsgebied voor boom- en sierteelt' en 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied. De gronden zijn daarmee in eerste instantie bestemd voor agrarische doeleinden. bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

9

1.4 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.0183.BUIBPSVSOSSNDIJK17-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.5 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

10

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

Hoofdstuk 2

Het plan

2.1 Huidige situatie Ossendijk 17, Geesteren In de huidige situatie is er aan de Ossendijk 17 in Geesteren sprake van een woonerf bestaande uit een woning met meerdere bijgebouwen. Het woonerf wordt ontsloten via de Ossendijk, een rustige 60 km/u weg in het buitengebied van Geesteren. In de directe omgeving bevinden zich voornamelijk woonbestemmingen en agrarische gronden.

Figuur 2.1: huidige situatie Ossendijk 17 (bron: Google Maps) Delenweg 15, Geesteren In de huidige situatie is er aan de Delenweg 15 in Geesteren sprake van een agrarisch erf bestaande uit een woning met meerdere bedrijfsgebouwen. Hiervan wordt één schuur met een oppervlakte van 442 m² gesloopt (rood in figuur 2.2). Het agrarisch erf wordt ontsloten via de Delenweg. In de directe omgeving bevinden zich voornamelijk woonbestemmingen en agrarische gronden.

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

11

Figuur 2.2: huidige situatie Delenweg 15 Geesteren (bron: Google Maps)

2.2 Toekomstige situatie Ossendijk 17, Geesteren Aan de Ossendijk 17 in Geesteren worden extra bijgebouwen mogelijk gemaakt. In totaal gaat het om een bouwmogelijkheid van 346 m². Waarvan 271 m² volgens het schuur voor schuur beleid en 75 m² (vervangende nieuwbouw). Na het doorlopen van Schuur voor Schuur worden de gezamenlijke planologische bouwmogelijkheden voor vrijstaande bijbehorende bouwwerken vastgelegd op maximaal 471 m², conform het principebesluit van de gemeente Tubbergen (d.d. 22 maart 2021). Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt op deze locatie een bestaand bijgebouw van 75 m² gesloopt aan de Ossendijk 17. Deze wordt elders op het perceel teruggebouwd. De overige 271 m² aan sloopmeters wordt verkregen door middel van het doorlopen van de Schuur voor Schuur regeling. Hiervoor wordt op één andere locatie binnen de gemeente Tubbergen landschapontsierende bebouwing gesloopt. Het betreft een schuur van 442 m² aan de Delenweg 15 in Geesteren. In Bijlage 1 is de landschappelijke inpassingsschets voor Ossendijk 17 opgenomen.

12

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

Figuur 2.3: Toekomstige situatie Ossendijk 17 (bron: Ad Fontem) Delenweg 15, Geesteren Aan de Delenweg 15 in Geesteren wordt een landschapontsierende schuur met asbesthoudende golfplaten van 442 m² gesloopt aan de oostzijde van het erf. De landschappelijke inpassingsschets voor locatie delenweg is tevens opgenomen in Bijlage 2. Na het slopen van de schuur (442 m²) blijven er nog drie bedrijfsgebouwen over op het perceel aan de Delenweg 15. Deze schuren hebben een gezamenlijk oppervlakte van 1.542 m² (conform vergunning). Dit oppervlakte is opgenomen op als maximum oppervlakte op de verbeelding van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

13

Figuur 2.4: Toekomstige situatie Delenweg 15 (bron: Ad Fontem)

14

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1 Rijksbeleid 3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied en past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling. Onderhavig plan Planologisch is er sprake van een toename van de bebouwing op het perceel Ossendijk 17 met in totaal 271 m².

Voorts is sprake van een functiewijziging van agrarisch-1 naar wonen ter grootte van 360 m2. Deze ontwikkeling is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling, omdat er sprake is van kleinschalige bebouwing binnen een woonbestemming en is de wijziging van de bestemming beperkt van omvang met beperkte gebruiksmogelijkheden. Gezien de kleinschaligheid en de aard van de ontwikkeling kan geconcludeerd worden bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

15

dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Ook wanneer de Ladder niet van toepassing is, zal gemotiveerd moeten worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.

De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar 16

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes In het voorliggende geval dienen bij de afweging in de eerste fase, de 'generieke beleidskeuzes' de volgende artikelen te worden getoetst: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 2.1.3) Ruimtelijke kwaliteit (art. 2.1.5). Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (artikel 2.1.6) Hierna worden de artikelen nader getoetst. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

17

Doorwerking voor voorliggend plan: Onderhavig plan betreft het mogelijk maken van een nieuwe, grotere schuur van 271 m2 en een bijgebouw van 75 m2 aan de Ossendijk 17. Hiervoor wordt de huidige woonbestemming vergroot om het bijgebouw op een passende en bruikbare locatie te kunnen situeren. Met een erfinrichtingsplan wordt geborgd dat er sprake blijft van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, zoveel mogelijk in aansluiting op het huidige erf. Ter compensatie van het voornemen wordt binnen de gemeente Tubbergen landschapontsierende bebouwing gesloopt (in totaal 442 m²). Per saldo neemt de bebouwing dan ook af in het buitengebied van de gemeente Tubbergen, doordat deze bouwmogelijkheden planologisch worden wegbestemd. Derhalve kan gesteld worden dat het voornemen voldoet aan de uitgangspunten van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan: Onderhavig plan betreft het slopen van landschapontsierende bebouwing aan de Delenweg 15 in Geesteren. Ter compensatie worden aan de Ossendijk 17 in Geesteren twee bijgebouwen teruggebouwd. Voor de betrokken locaties is een landschapsplan opgesteld.

Het landschapsplan voor de Ossendijk 17 is opgenomen in Bijlage 1 en het landschapsplan voor de Delenweg 15 in Bijlage 2. Met de beoogde ontwikkeling neemt de ruimtelijke kwaliteit op de betrokken locaties toe. Op basis van vorenstaande kan geconcludeerd worden dat het voornemen een postieve bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. Artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Doorwerking voor voorliggend plan: Initiatiefnemer wil de nieuwe schuur benutten voor bedrijvigheid aan huis. Dit draagt bij aan het leefbaar houden van het platteland en de omvang van de bedrijvigheid is passend geacht in het buitengebied. Tegelijkertijd wordt door initiatiefnemer geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit door het saneren van landschapsontsierende bebouwing elders in de gemeente Tubbergen.

Tevens gaan de locaties vergezeld door een erfinrichtingsplan om de ruimtelijke kwaliteit te borgen. Met inachtneming van vorenstaande geeft het voorliggend plan invulling aan de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omcirkeld (bron: 18

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

provincie Overijssel) Ontwikkelperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap': Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Onder verduurzaming verstaan we hier: realisatie van de waterkwaliteitsdoelen, gezondheid en welzijn van mens en dier, bijdrage aan de energietransitie, klimaatbestendigheid en ketenoptimalisatie, en ontwikkelen met aandacht voor – en waar mogelijk in dialoog met – omwonenden. Ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap': Dit ontwikkelingsperspectief richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Als gevolg van onderhavig plan worden voormalig agrarische bedrijfsgebouwen gesloopt. Het gebruik van de gronden wijzigt niet. De omliggende gronden van het plangebied blijven hun agrarische en landschappelijke functie behouden. Derhalve kan gesteld worden dat de plannen van de initiatiefnemer geen afbreuk doen aan het eigen karakter van het gebied.

Daarnaast levert het plan ook geen extra belemmeringen op voor de aanwezige functies in de omgeving. Gebiedskenmerken Voor wat betreft de gebiedskenmerken voor de verschillende deelgebieden wordt onderstaand een opsomming verricht van de van toepassing zijnde kenmerken. Ossendijk 17, Geesteren: Natuurlijke laag: Dekzandvlakte en ruggen Laag van het agrarisch cultuurlandschap: Oude hoevenlandschap en Jong heide- en broekontginningslandschap Stedelijke laag: n.v.t. Laag van beleving: n.v.t. Delenweg 15, Geesteren: Natuurlijke laag: Hoogveengebieden (in cultuur gebracht) Laag van het agrarisch cultuurlandschap: Hoogveenontginningen Stedelijke laag: n.v.t. Laag van beleving: n.v.t. Het onderhavig plan betreft de sloop van (agrarische) opstallen in de gemeente Tubbergen. Ter compensatie worden extra bouwmogelijkheden mogelijk gemaakt aan de Ossendijk 17 in Geesteren. Door het voornemen wordt fors geïnvesteerd in het gebied door een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Door het saneren van de agrarische opstallen aan de Delenweg 15 in Geesteren ontstaat aldaar weer meer openheid. Aan de Ossendijk is daarentegen reeds sprake van bebouwing en clustering van bebouwing. Het verkrijgen van de extra bouwmogelijkheid op deze locatie is dan ook als acceptabel te beschouwen.

De landschappelijke inpassing is daarbij vormgegeven om zo veel mogelijk de waardevolle kenmerken te behouden dan wel te versterken. De ontwikkeling doet geen afbreuk aan de aanwezige gebiedskenmerken voor de twee deelgebieden. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

Omgevingsvisie Tubbergen

De gemeenteraad van de gemeente Tubbergen heeft op 16 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Tubbergen, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Tubbergen en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen; 2. We geven het goed voorbeeld; 3. We wentelen niet af op volgende generaties; bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

19

4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Tubbergen wil een economische sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap van Tubbergen is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Tubbergen komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen.

De gemeente Tubbergen streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit wordt gedaan samen met de inwoners, partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn: toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij we samenwerking zoeken met de landbouw; kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. Toets

Figuur 3.3: Waardenkaart gemeente Tubbergen (bron: gemeente Tubbergen) De voorgenomen ontwikkeling betreft, zoals aangegeven, de bouw van een schuur middels het schuur voor schuur beleid van de gemeente Tubbergen. Bij de bouw van deze schuur wordt door middel van een erfinrichtingsplan gezorgd voor landschappelijke inpassing met beplanting wat passend is in de omgeving. Het plangebied ligt binnen de Waardenkaart binnen de gebiedswaarden 'gericht op beperkte ontwikkeling door gemiddelde waarde en dynamiek'. Zoals aangegeven streeft de gemeente Tubbergen naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik en de leefbaarheid. In het buitengebied van Tubbergen komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Met voorliggend plan worden de mogelijkheden voor bijgebouwen verruimt voor een bestaand woonerf in het buitengebied. het betreft een beperkte ontwikkeling gelieerd aan het buitengebied. Op deze plaats kan wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de ‘Omgevingsvisie Tubbergen'.

20

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

3.3.2

Beleid schuur voor schuur gemeente Tubbergen

De gemeenteraad van Tubbergen heeft op 14 maart 2016 het schuur voor schuur-beleid vastgesteld. Dit betreft de gemeentelijke invulling van het provinciale KGO-beleid. Dit beleid biedt een handvat om extra bebouwing op een (woon)perceel mogelijk te maken. Doel van het schuur voor schuur-beleid is meervoudig. Enerzijds is het bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren door de sloop van leegstaande schuren. Anderzijds is het de bedoeling om ontwikkeling van economische activiteiten (zowel bij bedrijfslocaties als particuliere locaties) te faciliteren en de voorzien in uitbreidingsbehoefte bij particuliere erven. Bovendien wordt het verwijderen van asbesthoudende schuren gestimuleerd/gefaciliteerd. Het schuur voor schuur-beleid is van toepassing op locaties waar een woonbestemming geldt (en de aangrenzende gronden) en op VAB-locaties waarop het KGO-beleid niet van toepassing is. Voor het plangebied geldt dat sprake is van een woonbestemming. Met dit beleid kan extra oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen gerealiseerd worden. Zonder alle spelregels te beschrijven worden hierna de belangrijkste regels aangehaald. In ruil voor de mogelijkheid om extra bebouwing te kunnen realiseren, moet elders een veelvoud aan schuren worden gesloopt. Hierbij geldt de volgende sloopverhouding:

Daarnaast gelden op hoofdlijnen de volgende uitgangspunten: Sloop- en bouwlocaties die betrekking hebben op hetzelfde plan, bevinden zich in de gemeente Dinkelland of Tubbergen, in het buitengebied. Sloop van een deel van het erf is mogelijk. Schuren moeten in het geheel worden ingezet in de schuur voor schuur-regeling. Enkel schuren waarvoor vergunning voor bouwen is verleend en welke daadwerkelijk aanwezig zijn, komen in aanmerking voor deelname aan de schuur voor schuur-regeling. Schuren met een cultuurhistorische waarde komen niet in aanmerking voor deelname aan de schuur voor schuur-regeling. De planologische bouwmogelijkheden op alle betrokken locaties worden aangepast aan de nieuwe situatie. Gedeeltelijke/gefaseerde beëindiging van het (agrarisch) bedrijf is mogelijk. In afwijking van het VAB+ beleid geldt de voorwaarde dat bebouwing minimaal 3 jaar moet zijn opgericht en zoals vergund in gebruik zijn, niet voor schuren die middels de schuur voor schuur-regeling worden opgericht. In afwijking van het VAB+ beleid geldt het VAB+ beleid ook voor locaties (onder andere met een woonbestemming) die nooit agrarisch zijn geweest. Op deze locaties kan derhalve ook functieverandering plaatsvinden zoals beoogd is met het VAB+ beleid, ook wanneer extra bebouwingsmogelijkheden zijn gecreëerd door middel van het schuur voor schuur-beleid.

Toets In onderhavig plan wordt 75 m² gesloopt op de bouwlocatie aan de Ossendijk 17. Dit is een bestaand vergund bijgebouw en mag dus in volledigheid worden teruggebouwd. Daarnaast wordt aan de Delenweg 15 nog eens 442 m² voormalige agrarische bebouwing met asbesthoudende golfplaten gesloopt. Er is geen vergunning aanwezig van deze schuur. De schuur is wel aanwezig op luchtfoto's van 1997. Hiermee is aangetoond dat de schuur op 31 december 1997 reeds aanwezig was en wordt ook aan deze regel van de schuur voor schuur regeling voldaan. Voor de eerste 100 m² te bouwen schuren geldt een verhouding van (1:1). Dit betekent dat er nog 342 m² aan sloopmeters beschikbaar is. Hiervoor geldt de verhouding 1:2 (asbesthoudende golfplaten). Dit betekent dat er nog 171 m² gebouwd mag worden. In totaal betekent dat er volgens het schuur voor schuur beleid 271 m² mag worden teruggebouwd. Tezamen met de bestaande bouwmogelijkheid aan de Ossendijk (75 m²) komt dit neer op 346 m². De oppervlakte wordt tezamen met de bestaande planologisch toegelaten oppervlakte als maximale oppervlakte vastgelegd in de bouwregels. Per saldo is voor dit perceel een toename van 271 m2. Voor het overige wordt op voorhand voldaan aan de voorwaarden die binnen de schuur voor schuur regeling gesteld worden.

De sloopschuren hebben geen betekenisvolle cultuurhistorische waarde en er is in dit geval sprake van een gedeeltelijke sloop van de opstallen op de betrokken locaties. Het resterende erf wordt door middel van een landschapsplan landschappelijk ingepast. De bestemming aan de Delenweg blijft ongewijzigd bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

21

('Agrarisch-1'). De bestemming aan de Ossendijk blijft 'Wonen' en wordt met 360 m2 vergroot. 3.3.3

Nota 'De casco benadering in Noordoost-Twente'

De gemeente Dinkelland heeft de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente' vastgesteld. Het Nationaal Landschap Noordoost Twente is een gebied met zeldzame en unieke landschapskwaliteiten. Het is een gebied met stuwwallen, bronnen, beken en fraaie cultuurlandschappen. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open en een kleinschalig besloten landschap. Schaalvergroting in de grondgebonden landbouw staat op gespannen voet met deze kleinschaligheid. Het verdwijnen van landschapselementen op perceelsgrenzen tast het kleinschalige groene karakter aan en leidt tot een afname van landschapsdiversiteit. De gemeente Dinkelland heeft samen met de provincie Overijssel en de gemeenten Tubbergen, Losser en Oldenzaal de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Om vorm en inhoud te geven aan deze ambitie is een generieke methode ontwikkeld: de casco benadering. Voor de gemeente is de casco-benadering te gebruiken als beoordelingskader voor ingrepen in het landschap. Aan de hand van de casco-kaart (figuur 3.4) kan bezien worden of landschappelijke structuren deel uitmaken van het casco.

Figuur 3.4: Fragment casco-kaart Ossendijk 17 (bron: www.overijssel.nl/cascokaart)

22

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

Figuur 3.5: Fragment casco-kaart Delenweg 15 (bron: www.overijssel.nl/cascokaart) Op basis van de casco-kaart kan vastgesteld worden of het landschapselement tot het casco behoort of niet; daaruit volgen drie mogelijk aanvragen op basis van het casco, dit zijn: 1. Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de cascokaart. 2. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de cascokaart. 3. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de cascokaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Toets Voorgenomen ontwikkelingen hebben geen consequenties voor de casco kaart (zie afbeelding 3.4 en 3.5). In alle gevallen worden bestaande landschapselementen niet aangetast. Gelet op vorenstaande en de beoogde ontwikkeling zijn geen belemmeringen ten aanzien van de casco-benadering en worden geen nadere voorwaarden gesteld. De erfinrichtingsplannen zijn opgesteld met inachtneming van de landschapskaraktistieken en goedgekeurd door de gemeentelijke landschapsspecialist. Hiermee is de landschappelijke inpassing voldoende geborgd. Het plan doet geen afbreuk aan het landschappelijk casco van de gemeente Tubbergen.

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

23

24

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Er wordt middels dit bestemmingsplan extra m2 aan bijgebouwen mogelijk gemaakt op de locatie Ossendijk 17. In totaal gaat het om een bouwmogelijkheid van 346 m². Waarvan 271 m² volgens het schuur voor schuur beleid. Hiervoor wordt op één andere locatie binnen de gemeente Tubbergen landschapontsierende bebouwing gesloopt.

Het betreft een schuur van 442 m² aan de Delenweg 15 in Geesteren. De overige 75 m2 betreft vervangende nieuwbouw op de bouwlocatie zelf (bestaand bouwrecht). De ontwikkeling is concreet beschreven in Hoofdstuk 2. Het huidige gebruik van het plangebied is wonen. De realisatie van bijgebouwen voor een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit vindt in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage het meeste aansluiting bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. De m.e.r.- plicht geldt bij projecten van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Uit voorgaande volgt dat de sloop van 442 m² (voormalig agrarische) opstallen en de bouw van 346 m² (waarvan 75 m² een bestaand recht) aan bijgebouwen op locaties in het buitengebied van Tubbergen in algemene zin niet te kwalificeren is als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. De kwalificatie is wel afhankelijk van specifieke omstandigheden van een project en de ruimtelijke gevolgen die het project met zich meebrengt. In die gevallen is het Besluit m.e.r. niet van toepassing en hoeft geen aanmeldnotitie te worden opgesteld. De ontwikkeling wordt op passende wijze in het landschap opgenomen.

De ruimtelijke uitstraling/de verandering die de ontwikkeling per saldo op de omgeving heeft is daardoor beperkt. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als in de zin van het Besluit m.e.r. Conclusie Er is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r., zodat er ook geen informele m.e.r. beoordeling heeft plaatsgevonden Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het milieubelang van de ontwikkeling in voldoende mate middels dit bestemmingsplan wordt afgewogen. Alternatieven hoeven dan ook niet te worden afgewogen. Het onderhavige project is niet m.e.r.-plichtig. Bij de beoordeling is rekening gehouden met de in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling aangegeven criteria.

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

25

4.2 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Bij het realiseren van een nieuwe bestemming dient gekeken te worden of die nieuwe functie past in de omgeving (externe werking) en of de omgeving de nieuwe functie toelaat (interne werking). De plangebieden liggen in het buitengebied van gemeente Tubbergen. In de omgeving van het plangebied zijn overwegend woningen, agrarische percelen en bos- en natuur aanwezig. Aangezien het plangebied een zeer matige functiemenging kent, dient de omgeving aangemerkt te worden als 'rustige woonwijk'. Externe werking Bij de externe werking gaat het om de vraag of de realisatie van onderhavig plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de omgeving. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. Aan de Ossendijk 17 is reeds sprake van een woonfunctie. De functie 'wonen' betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Daarnaast vindt er op de slooplocatie Delenweg juist een verbetering plaats. Op de locatie aan de Delenweg 15 wordt de schuur gesloopt. De milieubelastende functie wordt op deze manier teruggedrongen voor deze omgeving. Er is derhalve geen sprake van een aantasting van het leefklimaat van omwonenden. Interne werking 26

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. Ossendijk 17, Geesteren De huidige locatie aan de Ossendijk 17 in Geesteren heeft reeds een bestemming 'Wonen'. Deze woonbestemming wordt aan de zuidzijde beperkt vergroot, om zodoende een extra bijgebouw mogelijk te maken. Er wordt geen nieuwe gevoelige functie mogelijk gemaakt. Functies in de omgeving moeten in de huidige situatie dan ook al rekening houden met de woonbestemming aan de Ossendijk 17. Delenweg 15, Geesteren In onderhavig plan is er sprake van het slopen van een voormalig agrarisch bedrijfsgebouw. De bestemming blijft ongewijzigd, enkel de bebouwingsmogelijkheden worden begrenst. Het voornemen heeft geen negatief effect op omliggende bedrijven of functies. Een nadere toetsing voor milieuzonering is dan ook niet noodzakelijk. Er blijft sprake van een goed woon- en leefklimaat. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het aspect 'bedrijven en milieuzonering' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.3 Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets Ten behoeve van onderhavig bestemmingsplan is gebruik gemaakt van een verkennend bodemonderzoek [projectcode: 21031225] om ter plaatse de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen (Bijlage 3). De conclusies van het vooronderzoek luiden als volgt. Op de locatie bevinden zich een woning, twee schuren en een houten hondenhok.

Het erf is grotendeels verhard met klinkers en deels onverhard (gazon). Al sinds 1933 is ter plekke van de woning bebouwing aanwezig. Ter plekke van de noordelijke schuur is sinds circa 1955 een bijgebouw aanwezig. In de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) blijkt dat de schuren ten noordwesten van de woning zijn gebouwd in 1980. De huidige woning is in 2014 gebouwd ter plekke van de vroegere woning. De locatie is altijd in gebruik geweest als woning met bijgebouwen. Er hebben geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsgevonden. Voor zover bekend is er op het terrein nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel. Aan de buitenzijde van de gebouwen zijn voor zover bekend geen asbesthoudende materialen toegepast. De daken zijn voorzien van dakpannen. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Er is geen informatie waaruit blijkt dat de bodem verontreinigd is. Het besluitvormingsgebied kan daarom als onverdacht worden beschouwd. Er is geen noodzaak om een verkennend bodemonderzoek uit te voeren. Vanuit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. De bodem wordt geschikt geacht voor het beoogde gebruik (wonen met tuin).

Voor de aanvraag van een omgevingsvergunning kan het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek achterwege blijven omdat er geen sprake is van een verblijfsruimte. Vanuit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen nieuwbouw van de twee schuren. Voor het aspect 'bodem' is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

27

4.4 Geluid In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b.

in buitenstedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). Toets Als gevolg van onderhavig plan wordt een extra vrijstaand bijbehorend bouwwerk mogelijk gemaakt op een bestaand woonerf. Het plangebied voor de bouwlocatie is gelegen aan de Ossendijk. Dit betreft een rustige weg in het buitengebied van Geesteren, vooral gebruikt voor bestemmingsverkeer (60 km/u). Gelet op de functie als erftoegangsweg en de breedte van de weg kan geconcludeerd worden dat het aantal verkeersbewegingen op deze weg zeer gering is. Derhalve kan gesteld worden dat het wegverkeerslawaai ten gevolge van deze weg zeer gering is. Daarnaast wordt er momenteel reeds gewoond aan de Ossendijk en treed er ten aanzien van de woning geen wijziging op.

Er wordt met het realiseren van een extra bijbehorend bouwwerk geen nieuwe geluidsgevoelige functie mogelijk gemaakt. Tot slot zijn er in de directe omgeving van het plangebied geen spoorwegen en/of geluidsgezoneerde bedrijventerreinen aanwezig die voor mogelijke belemmeringen kunnen worden. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het aspect 'geluid' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.5 Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om 28

bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter.

Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets Onderhavig plan maakt geen nieuwe woning mogelijk. Het betreft enkel de toevoeging van een extra bijgebouw bij een bestaand woonerf aan de Ossendijk 17 in Geesteren. Het aantal verkeersbewegingen neemt derhalve niet toe. Daarnaast wordt een woning niet aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. Derhalve kan geconcludeerd worden dat het aspect 'luchtkwaliteit' geen belemmering oplevert voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.6 Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken.

Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht bestemmingsplan Buitengebied, SvS Ossendijk 17 en Delenweg 15 Geesteren

29

in geval van een toename van het groepsrisico. Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Toets

Figuur 4.2: uitsnede risicokaart (bron: risicokaart.nl). Uit de inventarisatie blijkt dat binnen een straal van 2,6 kilometer afstand van het plangebied geen risico's op basis van de externe veiligheid zijn gelegen, derhalve geldt dat het plangebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/798/documents/16343