CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage BP Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen toelichting en regels.pdf

Commissie Omgeving en Economie 5 maart 2024, gemeente TubbergenBij agendapunt: 10: Bestemmingsplan Buitengebied Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen31.712 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan

Buitengebied, Kloosteresweg 7 En 9 Tubbergen

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.0183.BUIBPKLSTRSWG7EN9VG01

Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer

7 7 7 7 8 9

Hoofdstuk 2 Huidigesituatie 2.1 Algemeen 2.2 Huidige situatie

11 11 11

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Inleiding 3.2 Planbeschrijving 3.3 Verkeer en parkeren

13 13 13 14

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

17 17 18 25

Hoofdstuk 5 Milieu-en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodemkwaliteit 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie & cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage

33 33 34 36 37 38 40 41 43 44

Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf

47 47 48

Hoofdstuk 7 Juridischeaspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels

49 49 49 50

Hoofdstuk 8

53

Economischeuitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Vooroverleg 9.1 Vooroverleg

2

bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen

55 55

bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen 3

4

bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen 5

6

bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Aan de Kloosteresweg 7 en 9 te Tubbergen bevindt zich een voormalig agrarisch bedrijfsperceel. Op het erf bevinden zich twee bedrijfswoningen, een karakteristiek bijgebouw en een aantal voormalige agrarische stallen. De bedrijfsactiviteiten zijn inmiddels gestopt waardoor van een actief agrarisch bedrijf geen sprake meer is. De stallen staan leeg en beginnen te vervallen. Ze zijn daardoor als landschapsontsierend aan te merken. Het voornemen is om deze landschapsontsierende stallen, met een oppervlakte van 2.804 m2 te slopen en ter compensatie twee woningen te realiseren in het kader van de Rood voor Rood regeling, zoals deze is vervat in het gemeentelijk beleid 'Buitengebied met Kwaliteit'. Op basis van de sloop van 2.400 m2 ontstaat het recht op twee woningen. Het plan is om de overige 404 m2 aan sloopmeters in te zetten om de oppervlakte aan bijgebouwen bij de bestaande woningen te vergroten. Op basis van het beleid ontstaat voor 350 m2 aan sloopmeters voorzien van asbest de mogelijkheid om in totaal 250 m2 aan bijgebouwen te realiseren bij de bestaande woningen. Dit wordt verdeeld door 150 m2 aan extra bijgebouwen bij de zuidwestelijk gelegen woning en 100 m2 aan bijgebouwen bij de noordoostelijk gelegen woning te realiseren. Daarnaast is bij de zuidwestelijke woning nog eens 100 m2 aan extra bijgebouwen mogelijk op basis van de hobbyboerenregeling.

In de nieuwe situatie ontstaat daarmee een woonerf van in totaal vier woningen, betreffende de twee bestaande woningen en de twee compensatiewoningen. Het gehele erf zal landschappelijk ingepast worden. Het voornemen is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016". Voor het nieuwe erf dient een passend planologisch regime opgesteld te worden. Een bestemmingsplanherziening is noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridisch-planologische kader en toont aan dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening' en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. In afbeeldingen 1.1 is de ligging van deze locatie ten opzichte van de directe en grotere omgeving weergegeven.

Afbeelding 1.1 Ligging plangebied (Bron: PDOK)

1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (NL.IMRO.0183.BUIBPKLSTRSWG7EN9-VG01) en een renvooi; regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen 7

toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4 Huidig planologisch regime 1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen "Tubbergen Buitengebied 2016" en "Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan" van de gemeente Tubbergen, die op respectievelijk 23 mei 2016 en 15 december 2020 zijn vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Tubbergen. Hierna wordt nader ingegaan op de huidige planologische situatie. 1.4.2

Beschrijvingbestemmingenen aanduidingen

1.4.2.1 Kloosteresweg 7, Tubbergen Het plangebied is op basis van het geldende bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016" voorzien van de bestemming 'Agrarisch - 1' met een bouwvlak. Binnen dit bouwvlak geldt de functieaanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' en 'intensieve veehouderij'. Verder geldt in het gehele deelgebied de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 3'. In afbeelding 1.3 is een uitsnede van de verbeelding van de geldende planologische situatie weergegeven. Het deelgebied is hierop aangeduid met de rode omlijning. Hierna wordt nader op de geldende bestemmingen ingegaan.

Afbeelding 1.3: Uitsnede verbeelding "Tubbergen Buitengebied 2016" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Agrarisch - 1 De voor 'Agrarisch - 1' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor het agrarisch gebruik en de uitoefening van een agrarisch bedrijf, ter plaatse van een bouwvlak, waarbij uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' tevens agrarische bedrijfsvoering in de vorm van intensieve veehouderij mag worden uitgeoefend. Waarde - Archeologie 5 De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende

8

bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen

bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. 1.4.3

Strijdigheid

Het realiseren van twee woningen is in strijd met het geldende bestemmingsplan, evenals het regulier gebruiken van de twee bestaande bedrijfswoningen, aangezien binnen de bestemming 'Agrarisch - 1' geen reguliere woningen zijn toegestaan. In voorliggend bestemmingsplan wordt ter plaatse een passende woonbestemming opgenomen. Het agrarisch bouwvlak dient te worden opgeheven en de sloop en landschappelijke inpassing dienen te worden geborgd middels een voorwaardelijke verplichting. In dit bestemmingsplan wordt het gewenste voornemen mogelijk gemaakt, waarbij wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een omschrijving van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Tubbergen beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue en hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording. In hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 9 in op het vooroverleg.

bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen 9

10

bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

2.1 Algemeen Zoals reeds vermeld bestaat het plangebied uit een locatie in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. In de volgende paragrafen wordt afzonderlijk op de huidige situatie ter plaatse van deze deelgebieden ingegaan.

2.2 Huidige situatie Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Tubbergen, ten zuiden van de kern Tubbergen. De directe omgeving bestaat uit met name agrarische bedrijven, woonpercelen, agrarische cultuurgrond en enkele natuur/bospercelen. Het plangebied zelf betreft een voormalig agrarisch erf. het erf zijn een karakteristieke T-boerderij gesitueerd met eveneens een karakteristieke schuur. Aan de zuidkant van de boerderij bevinden zich de opstallen die gebruikt werden ten behoeve van de veehouderij. De boerderij is al ver voor 1900 ontstaan en werd ontsloten vanaf de Kluunvenweg aan de zuidkant. Inmiddels is het erf te bereiken via de Kloosteresweg aan de westkant. Ten zuidwesten van de boerderij is een tweede bedrijfswoning gesitueerd die geen relatie vormt met het bestaande erf. De planlocatie ligt op de flank van de stuwwal en is omgeven door dekzandvlakten. Op de locatie zijn de hoogteverschillen duidelijk terug te vinden in het landschap. Het erf ligt in het essenlandschap, waarvan de kenmerken ook in het landschap te zien zijn op de planlocatie en het gebied ten noorden van de planlocatie. Op enige afstand vinden we kleine hoogteverschillen, steilranden en bochtige wegen. Aan de zuidkant van de planlocatie is het heide ontginningslandschap te zien dat zich kenmerkt door een grootschaliger, meer rechtlijnige structuur en een open landschap.

Het essenlandschap is meer gesloten met zware beplantingen zoals houtwallen en eiken. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie ter plaatse van dit deelgebied opgenomen. Hierin is het deelgebied indicatief aangegeven met de rode omlijning.

Afbeelding 2.1: Luchtfoto plangebied (Bron: PDOK)

bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen 11

12

bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

3.1 Inleiding Zoals reeds in paragraaf 1.1 is beschreven, ziet dit bestemmingsplan toe op de realisatie van twee compensatiewoningen aan de Kloosteresweg 7 te Tubbergen. De bouwrechten voor deze extra woningen wordt verkregen door het toepassen van de Rood voor Rood regeling.

3.2 Planbeschrijving 3.2.1

Gewenste ontwikkeling

Aan de Kloosteresweg 7 te Tubbergen is sprake van bebouwing behorende bij een voormalige intensieve veehouderij. De agrarische bedrijfsvoering is reeds gestaakt en de wens bestaat om het perceel te herontwikkelen tot woonperceel. Om die reden bestaat het voornemen om alle landschapsontsierende bebouwing (2.804 m2), voorzien van asbesthoudende dakbedekking te slopen. De sloopmeters worden ingezet in het kader van de Rood voor Rood regeling. De agrarische bestemming wordt omgezet naar een passende woonbestemming en de twee bedrijfswoningen krijgen een reguliere woonbestemming. Op basis van de sloop van 2.400 m2 aan landschapsontsierende bebouwing ontstaat het recht op de realisatie van twee compensatiewoningen. Het overschot aan sloopmeters wordt in dit geval ingezet om extra bijgebouwen bij de compensatiewoningen te realiseren. Hiervoor geldt op basis van het beleid 'Buitengebied met kwaliteit' dat voor de eerste 100 m2 in verhouding 1:1 mag worden herbouwd als extra bijgebouw. Voor de sloopmeters tussen de 100 en 500 m2 geldt de verhouding 1:2, wat 304/2 = afgerond 150 m2 betreft. In dit geval mag dan ook totaal 250 m2 aan extra bijgebouwen worden gerealiseerd. Dit wordt verdeeld over de twee bestaande woningen, zodat daar per woning respectievelijk 100 en 150 m2 aan extra bijgebouwen mogelijk is.

Bij de karakteristieke bestaande woning, staat een karakteristieke schuur, met een oppervlakte van 215 m2, ook deze blijft behouden. Het betreft een met pannen gedekte schuur met een gebruiksfunctie. Op basis van het beleid is behoud hiervan gerechtvaardigd. Totaal komt er bij deze woning dan ook 315 m2 aan bijbehorende bouwwerken. Bij de zuidwestelijk gelegen woning is in totaal 350 m2 aan bijgebouwen mogelijk. De verdeling betreft 100 m2 bestaand, 150 m2 op basis van de schuur voor schuur regeling en 100 m2 op basis van de hobbyboerregeling. Samengevat bestaat de ontwikkeling uit: Sloop van 2.804 m2 aan landschapsontsierende bebouwing; Realisatie twee compensatiewoningen; Het tot reguliere woningen bestemmen van twee bestaande bedrijfswoningen; Realisatie van 350 m2 aan extra bijgebouwen op basis van schuur voor schuur en de hobbyboerregeling; Behoud van een karakteristiek bijgebouw bij een bestaande woning; Landschappelijk inpassen van het totaal. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de landschappelijke inpassing van het plan. 3.2.2

Landschappelijkeinpassing

Door N+L Landschapsontwerpers is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, waarin de landschappelijke inpassing van het perceel is weergegeven. Hieronder wordt nader op de landschappelijke inpassing ingegaan. Het volledige ruimtelijk kwaliteitsplan is als Bijlage 1 bij deze toelichting bijgevoegd. In afbeelding 3.1 is een uitsnede van het erfinrichtingsplan weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen 13

Afbeelding 3.1: Uitsnede erfinrichtingsplan (Bron: N+L Landschapsontwerpers) De nieuwe situatie zal middels een organische structuur in het essenlandschap worden ingepast. In de nieuwe situatie zullen de boerderij (A op de tekening) en de tweede bedrijfswoning (B) behouden blijven. Ook zal er een tweetal bijgebouwen behouden blijven (C). De boerderij is landschappelijk gezien de hoofdwoning, het erf zal in de nieuwe situatie ondergeschikt zijn aan deze boerderij. De verbinding met de zuidelijk gelegen Kluunvenweg zal worden hersteld (L) en iets worden verlegd, zodat de oprit uitkomt op de karakteristieke boerderij. Deze verbinding zal dan ook als inrit dienen voor de twee compensatiewoningen en diens bijgebouwen (D en E). Het erf zal een (deels) gesloten karakter blijven houden. Bestaande houtopstanden zullen behouden blijven (G) en er zal nieuwe aanplant plaatsvinden. Er zal inheemse beplanting worden aangeplant (H) en een nieuwe struweelhaag (I). Beide houtopstanden zullen bestaan uit hazelaar, lijsterbes, meidoorn en vogelkers ter versterking van de diversiteit op het erf. Langs het inrit zullen nieuwe bomen worden aangeplant (M) in de vorm van Hollandse lindes.

Aan de oostkant zal de bestaande houtopstand worden voorzien van onderbeplanting (P), in de soorten lijsterbes, hazelaar, meidoorn, vogelkers, hulst en vuilboom en element G zal worden aangezet met hazelaar, lijsterbes, meidoorn, vogelkers en vuilboom (N). De sloot aan de oostkant wordt waar mogelijk gedempt en voorzien van duikers (Q). Als het dempen van de sloot een belemmering geeft voor de bestaande houtopstanden dan dient de sloot intact te blijven. Aan de zuidkant wordt een overstort gerealiseerd die dient voor waterinfiltratie en ontluchting van de septic tank (R). De maatregelen die worden genomen ter bevordering van de ruimtelijke kwaliteit zijn samengevat de volgende: Behouden bestaande houtopstanden (G); Nieuw aan te planten inheemse houtopstanden met onderbeplanting in de vorm van hazelaar, lijsterbes, meidoorn, vogelkers en meidoorn (H); Nieuw aan te planten struweelhaag in de vorm van hazelaar, lijsterbes, meidoorn en vogelkers (I); Nieuw aan te planten Hollandse lindes, 21 stuks (M); Aanzetten van bestaande beplanting (N) met hazelaar, lijsterbes, meidoorn, vogelkers en vuilboom; Nieuw aan te planten struweel onder bestaande houtopstand met lijsterbes, hazelaar, meidoorn, vogelkers, hulst en vuilboom (P).

3.3 Verkeer en parkeren 3.3.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient rekening te worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat als gevolg van een nieuwe ontwikkeling. De gemeente Tubbergen hanteert voor het bepalen van de parkeerbehoefte de 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018', echter wordt hierin voor het buitengebied verwezen naar de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Op basis van deze publicatie kan eveneens de verkeersgeneratie worden bepaald. Ter plaatse van het plangebied worden twee woningen toegevoegd. Dit heeft invloed op het parkeren en de verkeersgeneratie. Hieronder wordt hier nader op ingegaan. 14

bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Stedelijke zone: buitengebied; Verstedelijkingsgraad: niet stedelijk; functie: koop, woning, vrijstaand. 3.3.2

Parkeren

Op basis van de bovengenoemde uitgangspunten geldt voor de compensatiewoningen een parkeerbehoefte van 2,4 parkeerplaatsen. Het parkeren ten behoeve van de nieuwe woningen vindt plaats op eigen terrein. Gelet op de omvang van het perceel en gezien de beoogde inrichting zoals weergegeven in paragraaf 3.2 wordt gesteld dat in de parkeerbehoefte wordt voorzien. 3.3.3

Verkeersgeneratie

Gelet op de vorenstaande uitgangspunten geldt voor de compensatiewoningen een verkeergeneratie van gemiddeld 8,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal per woning. Totaal zijn dit 16,4 verkeersbewegingen. Allereerst wordt gesteld dat de agrarisch gerelateerde verkeersbewegingen komen te vervallen. Planologisch gezien zal er dan ook nauwelijks sprake zijn van een toename van verkeersbewegingen. De erven worden conform huidige situatie ontsloten op zowel de Kloosteresweg als de Kluunvenweg. Beide wegen zijn van voldoende omvang en beschikken over voldoende capaciteit om deze verkeersbewegingen eenvoudig te kunnen afwikkelen. 3.3.4

Conclusie

Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen.

bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen 15

16

bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald in de verbeelding en in de regels.

4.1 Rijksbeleid 4.1.1

Nationaleomgevingsvisie(NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatieen energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaameconomischgroeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendigeontwikkelingvan het landelijkgebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen 17

is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Toetsing aan de NOVI In voorliggend geval is sprake van een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), de voorloper van de NOVI, is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In het Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' 4.1.2.2 Toetsing aan de Ladder Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Voor het realiseren van woningen is de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien sprake is van de toevoeging van slechts twee woningen. Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling is geen sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Nadere toetsing aan de Ladder is niet noodzakelijk. 4.1.3

Conclusietoetsing van het initiatiefaan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

4.2 Provinciaal beleid In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel vastgesteld. 4.2.1

OmgevingsvisieOverijssel

De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); 18

bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen

versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 4.2.2

OmgevingsverordeningOverijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3

UitvoeringsmodelOmgevingsvisieOverijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen 19

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.

De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.

20

bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen

4.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.

4.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), artikel 2.1.6 lid 1 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving), artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) en artikel 2.6.4 (Nieuwe ontwikkelingen in het Nationaal Landschap Noordoost Twente). Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 2.

Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatiefaan artikel 2.1.3 De te slopen landschapsontsierende voormalige agrarische bebouwing ter plaatse van het plangebied heeft geen duurzaam toekomstperspectief, doordat de agrarische bedrijfsvoering ter plaatse is gestaakt. Om te voorkomen dat de bebouwing in verval treedt en een ongewenste situatie ontstaat met verval van de ruimtelijke kwaliteit, wordt ervoor gekozen de bebouwing te slopen. In het kader van Rood voor Rood mogen op basis hiervan twee compensatiewoningen gerealiseerd worden. Door het toepassen van de Rood voor Rood-regeling, neemt de hoeveelheid landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied van de gemeente Tubbergen af en wordt er twee woningen met bijgebouwen op een daarvoor geschikte locatie gerealiseerd. Per saldo is echter geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden in de groene omgeving, maar juist van een afname.

Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.3. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen 21

4. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (KGO) (lid 1) Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatiefaan artikelen 2.1.5 en 2.1.6 lid 1 Uit de toetsing aan dit provinciale beleid blijkt dat wordt voldaan aan de of- waar- en hoe benadering, het ontwikkelingsperspectief en het uitvoeringsmodel van de provincie Overijssel. Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (buitengebied) van de gemeente Tubbergen.

Deze meerwaarde vertaalt zich in: Sloop van circa 2.804 m2 aan extra landschapsontsierende bebouwing; Het landschappelijk inpassen van het nieuwe erf. Bovendien wordt daar landschapsontsierende gebouwen verwijderd. Hiermee wordt voldaan aan het beleid van de Provincie Overijssel met betrekking tot de impuls in de groene omgeving. In paragraaf 4.2.3.4.2 wordt beschreven dat het plan past binnen de ontwikkelingsperspectieven. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen (lid 1) Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatiefaan artikel 2.2.2 Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van twee woningen op basis van de Rood voor Rood regeling. Door de sloop van landschapsontsierende bebouwing wordt het recht voor deze woningen verkregen. De woningen voldoen aan de kwalitatieve behoefte en worden gebouwd voor de lokale behoefte. Zoals uit paragraaf 4.3 blijkt is er in de gemeente Tubbergen ruimte voor het toevoegen van extra woningen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggend bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel.

Artikel 2.6.4: Nieuwe ontwikkelingen Bestemmingsplannen voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen gebieden die in artikel 2.6.2 begrensd zijn als Nationaal Landschap als die bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten als benoemd in artikel 2.6.3 en zoals nader uitgewerkt in bijlage 7 van deze verordening. Toetsing van het initiatiefaan artikel 2.6.4 In voorliggend geval vindt een nieuwe ontwikkeling plaats in het gebied dat is aangewezen als Nationaal Landschap Noordoost-Twente. De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente zijn onder meer de grote mate van kleinschaligheid, het groene karakter en het samenhangend complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen. Bij het uitwerken van de plannen en de landschappelijke inpassing van beide percelen is rekening gehouden met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente. In paragraaf 4.2.3.4.3 wordt getoetst aan de gebiedskenmerken, waarin nader wordt ingegaan op het behoud en ontwikkeling van de kernkwaliteiten in beide deelgebieden. Geconcludeerd wordt dat voorliggend bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 2.6.4 uit de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied ligt in het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. Hierna is dit weergegeven.

22

bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen

Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief Het beëindigen van de agrarische bedrijfsvoering en realiseren van compensatiewoningen ter plaatse van het plangebied past binnen het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. Er is geen sprake van een duurzame vervolgfunctie voor de te slopen bebouwing in dit deelgebied, aangezien de agrarische activiteiten op deze locatie al enige tijd zijn gestaakt.

Daarbij is geen sprake van het beperken van de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw en omliggende bedrijven. Dit blijkt ook uit paragraaf 5.5 en 5.6. De voorgenomen ontwikkeling past tevens bij de gestelde ambitie, omdat wordt ingezet op een zichtbaar en beleefbaar mooi landschap, omdat het nieuwe erf landschappelijk wordt ingepast, met als doel dat het passend is in het bestaande landschap. Daarnaast zal er in de nieuwe situatie ook aandacht zijn voor het opwekken van duurzame energie, in de vorm van zonne-energie. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectieven. 4.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen relevante specifieke eigenschappen voor deze laag geldt. Vorenstaande geldt ook voor de 'Laag van beleving'. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel.

Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen 23

laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied ligt op een stuwwal.

Afbeelding 4.3: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) “Stuwwallen” De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. Op een aantal plekken zijn de ruggen al van verre zichtbaar; bovenop staand bieden ze spectaculaire zichten over de provincie. De stuwwalen hebben als regionale inzijggebieden een belangrijke functie in het watersysteem. Het zijn de 'ingangen' van regionale en lokale stelsels van grondwaterstromen. Lagen met diverse bodemsamenstelling zijn scheef gesteld, waardoor er voedselrijker en armere, waterdoorlatende en ondoorlatende lagen direct naast elkaar kunnen liggen. Zo bestaan de Twentse stuwallen voor een groot deel uit tertiaire (zee)klei en keileem. Hierdoor zijn ze overwegend nat en komen er talrijke brongebieden voor. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving. Ook dienen ontwikkelingen bij te dragen aan versterking van de potentiële natuurlijke kwaliteiten van de 'natte voet' van de stuwwal (kwelzone, brongebied) en deze beter zichtbaar maken. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" Het omliggende gebied kent kleine hoogteverschillen, omdat delen van het gebied zijn opgehoogd met mest en dienden als es.

Door schaalvergroting in de landbouw zijn de hoogteverschillen juist weer deels verdwenen. De dekzandgebieden worden doorsneden met beekdalen. De verschillende beken zorgden ervoor dat het water uit de hoger gelegen gebieden kon worden afgevoerd richting de lagergelegen gebieden. Door de verbetering van de waterafvoer zorgen tegenwoordig vooral de grotere beken voor deze waterafvoer en zijn kleinere beken gedempt. Het reliëf dat kenmerkend is voor het stuwwallengebied is ook op de planlocatie duidelijk. Met de landschapsmaatregelen wordt hier mee rekening gehouden door de hoogteverschillen en de zichtbaarheid daarvan duidelijk te laten terugkomen in de nieuwe inrichting. 2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap'

24

bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen

In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied ligt in het essenlandschap. In afbeelding 4.4 is dat weergegeven.

Afbeelding 4.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) “Essenlandschap” Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, – voormalige – heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. Toetsing van het initiatief aan de "Laag van het agrarisch cultuurlandschap" Middels de te nemen landschapsmaatregelen worden de kenmerken van het essenlandschap versterkt. In Bijlage 1 is hier uitgebreid op ingegaan. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met de laag van het agrarisch cultuurlandschap. 4.2.4

Conclusietoetsing aan het provinciaalbeleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid van de gemeente Tubbergen is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorgenomen ontwikkeling worden hieronder behandeld.

bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen 25

4.3.1

Mijn OmgevingsvisieTubbergen

4.3.1.1 Algemeen De gemeente Tubbergen beschikt over een omgevingsvisie. MijnOmgevingsvisie Tubbergen gaat over de toekomst van de leefomgeving; de visie van samenleving én gemeente. Hierin bouwt men verder op de basis die al in proces van MijnDorp gelegd is. De visie gaat namelijk over leefbaarheid van de kernen én over het buitengebied , gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. De visie geeft aan hoe de gemeente, samenleving en gemeenteraad, willen sturen; wat men wil behouden, versterken en ontwikkelen. Door inbreng van de samenleving is MijnOmgevingsvisie van ons allemaal! MijnOmgevingsvisie gaat in op: 1. de uitdagingen die op de gemeente afkomen (het verhaal achter de speerpunten) 2. hoe men daarop kan inspelen (speerpunten) 3. hoe plannen die bewoners of ondernemers inbrengen worden afgewogen (stappenplan) 4. welke waarden daarbij belangrijk zijn (waardenkaart) Mijn Omgevingsvisie gaat uit van vier kernprincipes. Kernprincipes zijn manieren van werken; werkwijzen die altijd gelden. Als keuzes worden gemaakt, als plannen worden gemaakt en gewoon als we wonen, leven, ondernemen of verblijven past men de kernprincipes toe.

De vier kernprincipes zijn: We doen het samen We geven het goed voorbeeld We wentelen niet af op volgende generaties We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt 4.3.1.2 Speerpunten In de omgevingsvisie zijn speerpunten opgenomen op verschillende thema's. In voorliggend geval is gezien de ontwikkeling met name het thema 'Buitengebied in balans' van belang. Buitengebied in balans De gemeente Tubbergen wil een economisch sterk buitengebied met veel verschillende functies waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. De gemeente ziet landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging.

Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit doet de gemeente samen met de inwoners, de partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn: Toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzame landbouw wordt gestimuleerd; Goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij samenwerking gezocht wordt met de landbouw; Kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. In afbeelding 4.5 is een uitsnede van de waardenkaart van de omgevingsvisie weergegeven. Het plangebied is hierop aangeduid met een rode omlijning en ligt in een gebied dat is gericht op ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek. De voorgenomen ontwikkeling is goed verenigbaar in dit gebied, aangezien dit gebied gericht is op gemengde functies.

26

bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen

Afbeelding 4.5 Uitsnede waardenkaart Omgevingsvisie Tubbergen (Bron: gemeente Tubbergen) 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke structuurvisie Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een woonerf in het kader van Rood voor Rood. Dit initiatief draagt bij aan de toekomstbestendigheid van het platteland en een versterking van de natuur en het landschap (door een goede landschappelijke inpassing en de sloop van landschapsontsierende bebouwing zonder vervolgfunctie) voor de twee deelgebieden. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat dit bestemmingsplan in overeenstemming is met de beleidsuitgangspunten zoals opgenomen in de Omgevingsvisie. 4.3.2

Buitengebiedmet kwaliteit

4.3.2.1 Algemeen De verwachting is dat er tot 2030 in de gemeente Dinkelland circa 236.000 m2 en in de gemeente Tubbergen circa 197.000 m2 agrarische bebouwing vrij komt. Het vrijkomen van dergelijke hoeveelheden agrarische bebouwing zal een grote impact hebben op de ruimtelijke kwaliteit, de vitaliteit en de sociaal-economische kwaliteit van het buitengebied van beide gemeenten. De impact die dit zal hebben stopt niet bij de gemeentegrenzen, maar is grensoverschrijdend. Er is dan ook geen sprake van verschillende ‘buitengebieden’, maar van één samenhangend buitengebied dat onderdeel uitmaakt van twee gemeenten (en wellicht nog breder getrokken kan worden). Dit komt niet alleen tot uiting door het feit dat beide gemeente plattelandsgemeenten zijn die qua landschapskenmerken en grondgebruik goed vergelijkbaar met elkaar zijn, maar ook in het gegeven dat beide gemeenten een zelfde visie voor het buitengebied nastreven. Deze visie is neergelegd in MijnOmgevingsvisie van beide gemeenten onder het speerpunt ‘Buitengebied in balans’. Gelet hierop en de grote opgave voor wat betreft vrijkomende agrarische bebouwing in het buitengebied, wordt in deze beleidsregel als kwaliteitsimpuls nog nadrukkelijker ingezet op de sloop van vrijkomende agrarische bebouwing in beide gemeenten.

Hierna wordt ingegaan op het toevoegen van extra woningen (in feite de Rood voor Rood regeling) en het toestaan van extra m2 aan bijgebouwen bij woningen. De toetsing is schuingedrukt en onderstreept weergegeven. 4.3.2.2 Extra woningen Voor het toestaan van extra woningen binnen de functie ‘Wonen’ gelden de volgende voorwaarden: 1. Een extra woning wordt uitsluitend toegestaan indien sprake is van een kwaliteitsimpuls in de vorm van de bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen 27

sloop van landschap ontsierende gebouwen binnen de gemeente Dinkelland en Tubbergen. Hierbij geldt dat voor elke 1.200 m2 te slopen landschap ontsierende bebouwing, één bouwkavel voor een woning kan worden toegekend; In dit geval worden voor de sloop van 2.400 m2 twee bouwrechten verkregen. 2. Alleen (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen kunnen worden ingezet, voor gebouwen met een ander (voormalig) bedrijfsmatig gebruik geldt maatwerk; In dit geval is sprake van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. 3. Alleen gebouwen die tenminste 5 jaar geleden zijn opgericht kunnen worden ingezet; De bebouwing is meer dan 5 jaar geleden opgericht. 4. Alleen legaal opgerichte gebouwen kunnen worden ingezet, of aangetoond moet worden dat de gebouwen voor 1998 aanwezig waren; Hier wordt aan voldaan. 5. Alleen volledige gebouwen kunnen worden ingezet en niet gedeeltes van gebouwen en/of (grotendeels) ingestorte gebouwen. De gemeente bepaalt of een niet-volledig gebouw kan worden ingezet voor deze regeling; Het gaat in dit geval om volledige gebouwen, te weten vier te slopen schuren. 6. Karakteristieke en/of cultuurhistorisch waardevolle gebouwen kunnen niet worden ingezet voor sloop, maar worden ingepast in de nieuwe erfopzet; In dit geval zijn de te slopen stallen niet karakteristiek. Eén schuur is wel karakteristiek. Deze blijft wel behouden. 7.

Er mogen meerdere sloop- en bouwlocaties worden gecombineerd; Niet van toepassing; 8. Tenminste 75% van de vereiste sloopoppervlakte voor een woning moet uit de gemeente komen waar de woning gebouwd wordt; Alle te slopen gebouwen zijn afkomstig van de slooplocatie in de gemeente Tubbergen. 9. Op een slooplocatie moet tenminste 300m² worden gesloopt, tenzij het gaat om een veldschuur; Er wordt 2.804 m2 gesloopt, waarbij 2.400 m2 wordt ingezet voor de twee bouwrechten. 10. Alle landschap ontsierende gebouwen op een slooplocatie moeten worden gesloopt; Alle landschapsontsierende gebouwen worden gesloopt. 11. Bouwwerken zoals sleufsilo’s, mestplaten, mestbassins, (mest)kelders, kassen (niet-zijnde een kassencomplex) en overtollige erfverharding moet worden verwijderd en tellen niet mee met de sloopoppervlakte. Torensilo’s en mestsilo’s kunnen worden meegeteld in de sloopoppervlakte; Deze bouwwerken zijn niet meegenomen in de berekening. Wel worden er kuilvoerplaten verwijderd. 12. De extra woning moet worden teruggebouwd op een slooplocatie waar sprake is van een erf met een functie (voormalig) agrarisch bedrijf, (voormalig) niet-agrarisch bedrijf dan wel een woonerf welke als zodanig is bestemd. Een locatie van een veldschuur geldt niet als geschikte terugbouwlocatie; De woningen worden op het voormalig agrarisch erf teruggebouwd. 13.

De woning en de bijbehorende bouwwerken dienen één erfensemble te vormen met de overige bebouwing (één-erf gedachte); Er is sprake van één erfensemble. Dit blijkt ook uit het Ruimtelijk Kwaliteitsplan. 14. Wanneer de slooplocatie(s) niet geschikt is/zijn om een extra woning te bouwen vanuit het oogpunt van ruimtelijke kwaliteit, milieu-, ruimtelijke ordening- en/of overige wet- en regelgeving, kan de woning elders teruggebouwd worden. In dat geval dient de terugbouwlocatie aan te sluiten op bestaande bebouwing. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om het bouwen in kernen, dorpsranden, buurtschappen, lintbebouwing, een bestaand erfensemble/erfstructuur (hieronder kan eventueel ook het ensemble/ de erfstructuur van een historisch(e) landgoed/ buitenplaats worden verstaan) of op de locatie van een solitair gelegen recreatiewoning waarbij deze wordt omgezet in een reguliere woning. Uitgangspunt is dat de impact van de nieuwe woning op de omgeving minimaal is; Niet van toepassing. 15. Indien wordt voldaan aan de sloopnorm, mag een extra woning met bijgebouw(en) gebouwd worden conform de toegestane afmetingen (inhoud/oppervlakte/etc.) die gangbaar zijn in het geldend bestemmingsplan/omgevingsplan voor de functie ‘Wonen; De maatvoering in de regels van dit plan sluit aan bij bovenstaande. 16.

In afwijking van lid 15 mag van de sloopoppervlakte boven de sloopnorm, maximaal 50% worden ingezet voor een groter bijgebouw bij de nieuw te bouwen of een te behouden woning, waarbij per woning niet meer dan 350 m² aan bijbehorende bouwwerken is toegestaan. Indien de te behouden gebouwen landschap ontsierend zijn, worden eisen gesteld aan het verfraaien van de gebouwen zodat deze niet meer landschap ontsierend zijn; Hier is sprake van. De extra sloopmeters worden ingezet voor extra bijbehorende bouwwerken, waarbij aan deze berekening wordt voldaan. 17. In afwijking van lid 10 kunnen gebouwen die in eerste instantie landschap ontsierend zijn, maar waarin bedrijfsmatige activiteiten mogelijk zijn, worden uitgezonderd van sloop mits dit landschappelijk en stedenbouwkundig aanvaardbaar is, de gebouwen zodanig verfraaid worden dat deze niet meer landschap ontsierend zijn en voldaan wordt aan de voorwaarden uit paragraaf 3.4. Niet van toepassing. 18. Middels een beeldkwaliteitsplan dient de beeldkwaliteit van de woning vastgelegd te worden. Er is een standaard beeldkwaliteitsplan opgesteld welke hiervoor gebruikt kan worden. Indien dit plan niet volstaat voor een specifiek project, dient een initiatiefnemer zelf een beeldkwaliteitsplan aan te leveren.

Het beeldkwaliteitsplan dient akkoord te worden bevonden door de gemeente; Dit beeldkwaliteitsplan wordt separaat van dit bestemmingsplan aangeleverd bij de gemeente. 19. In het gemeentelijk woningbouwprogramma moet voldoende ruimte beschikbaar zijn voor de te bouwen 28

bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen

woningen in het buitengebied; De woningen passen binnen het gemeentelijk woonprogramma. Dit blijkt ook uit paragraaf 4.3.3. 20. Het toepassen van de regeling houdt in dat dat op alle betrokken locaties de bedrijfsmatige agrarische activiteiten gestaakt moeten worden. Dit houdt tevens in dat de hiervoor bedoelde vergunningen en toestemmingen moeten worden ingetrokken door de vergunninghouder, de locaties een passende functie krijgen conform het nieuwe gebruik en planologisch wordt geregeld dat de bedrijfsmatige agrarische activiteiten moeten worden beëindigd; In dit geval worden de agrarische activiteiten gestaakt. De vergunningen worden ingetrokken en het nieuwe woonerf krijgt een passende bestemming. 21. De planologische bouwmogelijkheden op alle betrokken locaties worden aangepast aan de nieuwe situatie. Dit betekent onder andere dat de resterende bebouwing na sloop op de slooplocatie(s) beschouwd wordt als de maximaal toegestane oppervlakte aan bebouwing op het betreffende perceel. Niet van toepassing, het gaat in dit geval om één locatie. 4.3.2.3 Uitbreiden vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij woning Voor het uitbreiden van bij een woning toegelaten vrijstaande bijbehorende bouwwerken binnen de functie ‘Wonen’, gelden de volgende voorwaarden: 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1101/documents/23498