CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage BP Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 30 mei 2023, gemeente TubbergenBij agendapunt: 10: Bestemmingsplan Buitengebied Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren27.605 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Buitengebied, Bragersweg 9 En Langeveenseweg 128 Geesteren

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.0183.BUIBPBRAG9LANGV128VG01

Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer

7 7 7 8 8 10

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Algemeen 2.2 Bragersweg 9, Geesteren 2.3 Langeveenseweg 128, Geesteren

13 13 13 13

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Inleiding 3.2 Bragersweg 9, Geesteren 3.3 Langeveenseweg 128, Geesteren 3.4 Verkeer en parkeren

15 15 15 16 17

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid

19 19 20

4.3

28

Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodemkwaliteit 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie & cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage

33 33 34 35 36 38 39 40 41 42

Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf

45 45 46

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels

47 47 47 48

Hoofdstuk 8

51

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Vooroverleg 9.1 Vooroverleg

2

bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

53 53

Bijlagen bij de toelichting

55

Bijlage 1

Erfinrichtingsplan Bragersweg 9

56

Bijlage 2

Erfinrichtingsplan Langeveenseweg 128

58

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek Bragersweg 9

60

Bijlage 4

Asbestbodemonderzoek Langeveenseweg 128

104

Bijlage 5

Quickscan natuurwaardenonderzoek

121

Bijlage 6

Watertoetsresultaat Bragersweg 9

157

Regels

165

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

167 167 175

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Agrarisch - 1 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4

177 177 187 189

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene Regels Anti-dubbeltelregel

191 191

Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

192 193 194 195 196 197

Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

199 199 200

Bijlagen bij regels

201

Bijlage 1

Indieningsvereisten landschapsplan

202

Bijlage 2

Erfinrichtingsplan Bragersweg 9

204

Bijlage 3

Erfinrichtingsplan Langeveenseweg 128

206

Bijlage 4

Ondergeschikte tweede tak of een deeltijdfunctie

208

128 Geesteren

3

bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg

4

bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

5

6

bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Aan de Bragersweg 9 te Geesteren bevindt zich een agrarisch bedrijf met bijbehorende bedrijfsbebouwing en bedrijfswoning. Initiatiefnemer wenst de bestaande woninginhoud van 1.000 m3 van de bedrijfswoning te vergroten met 390 m3 tot een totale inhoud van 1.390 m3. Reden hiervoor is ruimte behoefte ten behoeve van mantelzorg. Initiatiefnemer wil deze extra woonruimte/ontwikkelruimte verkrijgen door toepassing van de mogelijkheden van het beleid 'Buitengebied met Kwaliteit'. Concreet houdt dit in dat in ruil voor de extra inhoud woonruimte een asbesthoudende schuur van 390 m2 op het agrarische erf aan de Langeveensweg 128 te Geesteren wordt gesloopt. Het agrarisch bouwvlak aan de Bragersweg wordt hiervoor vergroot met 821 m2. Na sloop aan de Langeveenseweg 128 blijven de overblijvende gebouwen op de slooplocatie (710 m2) in gebruik voor voor agrarische bedrijfsactiviteiten. Het bedrijf aan de Langeveensweg 128 wordt niet beeindigd, maar wordt voortgezet zonder uitbreidingsmogelijkheden voor de toekomst. Het bouwvlak wordt daarnaast verkleind met 6201 m2 naar 3454 m2 en rondom de bestaande overblijvende bebouwing gelegd. De uitbreiding van de woning aan de Bragersweg 9 te Geesteren is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016".

Daarnaast dient het agrarische bouwvlak aan de Langeveenseweg 128 te worden verkleind rondom de overblijvende bebouwingen en wordt de oppervlakte van de overblijvende bedrijfsgebouwen (710 m2) opgenomen als maximale bebouwingsoppervlakte. Een bestemmingsplanherziening is noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridisch-planologische kader en toont aan dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening' en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Tubbergen en bestaat uit een tweetal locaties. Het eerste deelgebied betreft de het agrarische erf aan de Bragersweg 9 te Geesteren, waar de bedrijfswoning wordt uitgebreidt. Het tweede deelgebied betreft de slooplocatie aan de Langeveensweg 128 te Geesteren. In afbeeldingen 1.1 en 1.2 is de ligging van deze locaties ten opzichte van de nabijgelegen kernen (rode ster) en de directe omgeving (rode omlijning) indicatief weergegeven.

Afbeelding 1.1 Ligging deelgebied Bragersweg 9 ten opzichte van Geesteren en directe omgeving (Bron: PDOK)

bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

7

Afbeelding 1.2 Ligging deelgebied Langeveenseweg 128 ten opzichte van Geesteren en directe omgeving (Bron: PDOK)

1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (NL.IMRO.0183.BUIBPBRAG9LANGV128-VG01) en een renvooi; regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4 Huidig planologisch regime 1.4.1

Algemeen

Beide deelgebieden liggen binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen "Tubbergen Buitengebied 2016", "Facetbestemmingsplan parkeren Tubbergen" en "Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan" van de gemeente Tubbergen, die op respectievelijk 23 mei 2016, 28 mei 2018 en 15 december 2020 zijn vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Tubbergen. Hierna wordt per deelgebied nader ingegaan op de huidige planologische situatie. 1.4.2

Beschrijving bestemmingen en aanduidingen

1.4.2.1 Bragersweg 9, Geesteren Het deelgebied aan de Bragersweg 9 is op basis van het geldende bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016" voorzien van de bestemming 'Agrarisch - 1' met een bouwvlak. Binnen dit bouwvlak geldt tevens de functieaanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - kinderdagverblijf'. De maatvoering van deze functie is via een maatvoeringsaanduiding begrensd tot maximaal 350 m2. Verder geldt in het gehele deelgebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' en de gebiedsaanduidingen 'overige zone - vestigingsgebied voor boom- en sierteelt' en 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied'. In afbeelding 1.3 is een uitsnede van de verbeelding van de geldende planologische situatie weergegeven. Het deelgebied is hierop aangeduid met de rode omlijning. Hierna wordt nader op de geldende bestemmingen ingegaan.

8

bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

Afbeelding 1.3: Uitsnede verbeelding "Tubbergen Buitengebied 2016" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Agrarisch - 1 De voor 'Agrarisch - 1' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor het agrarisch gebruik en de uitoefening van een agrarisch bedrijf, ter plaatse van een bouwvlak, waarbij uitsluitend ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van maatschappelijk - kinderdagverblijf ' en 'maximum oppervlakte: 350 m2' een kinderdagverblijf met een maximale omvang van 350 m2 is toegestaan. Waarde - Archeologie 4 De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. overige zone - vestigingsgebied boom- en sierteelt De voor 'overige zone - vestigingsgebied voor boom- en sierteelt' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het toelaten van nieuwe sier- en boomteeltbedrijven op bestaande bouwvlakken voor agrarische bedrijven. reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied De voor 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor de ontwikkeling van de landbouw, waarbij het belang van de landbouw bovengeschikt is aan andere belangen.

Overige functies (onder andere natuur en landschap, recreatie en toerisme en wonen) kunnen zich in deze gebieden ontwikkelen, mits er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ontwikkeling van bestaande of inplaatsing van nieuwe agrarische bedrijven. 1.4.2.2 Langeveenseweg 128, Geesteren Het deelgebied aan de Langeveenseweg 128 te Geesteren op basis van het geldende bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016" voorzien van de bestemming 'Agrarisch - 1' met een bouwvlak. Verder gelden in het deelgebied de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde - Archeologie 4' en de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied'. In afbeelding 1.4 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan weergegeven. Het deelgebied is hierop aangeduid met de rode omlijning. Hierna wordt nader op de geldende bestemmingen ingegaan.

bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

9

Afbeelding 1.4: Uitsnede verbeelding "Buitengebied, Gravendijk 16-16a Albergen en Veeneggeweg 24 Geesteren" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Agrarisch - 1 De voor 'Agrarisch - 1' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor het agrarisch gebruik en de uitoefening van een agrarisch bedrijf, ter plaatse van een bouwvlak, met uitzondering van een intensieve veehouderij. Tevens is het wonen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering met het daarbij behorende erf toegestaan, voor zover voorzien van een bouwvlak. Waarde - Archeologie 3 en 4 De voor 'Waarde - Archeologie 3 en 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied De voor 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor de ontwikkeling van de landbouw, waarbij het belang van de landbouw bovengeschikt is aan andere belangen. Overige functies (onder andere natuur en landschap, recreatie en toerisme en wonen) kunnen zich in deze gebieden ontwikkelen, mits er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ontwikkeling van bestaande of inplaatsing van nieuwe agrarische bedrijven. 1.4.3

Strijdigheid

Het uitbreiden van de bedrijfswoning aan Bragersweg 9 te Geesteren naar 1.390 m3 is in strijd met het geldende bestemmingsplan, aangezien de bestemming 'Agrarisch - 1' een maximale inhoud voor een bedrijfswoning van 1.000 m3 toestaat. In voorliggend bestemmingsplan wordt het agrarisch bouwvlak vergroot met 821 m2 voor deze uitbreiding en wordt de maximale inhoudsmaat van de bedrijfswoning vastgelegd op 1.390 m3. Tevens dient het agrarische bouwvlak ter plaatse van de slooplocatie (Langeveenseweg 128) te worden verkleind met 6201 m2 naar 3454 m2 en rondom de overblijvende bebouwing worden gelegd. De oppervlakte van de overblijvende bedrijfsgebouwen (710 m2) wordt opgenomen als maximale bebouwingsoppervlakte. In dit bestemmingsplan wordt het gewenste voornemen mogelijk gemaakt, waarbij wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een omschrijving van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Tubbergen beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue en hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording. In hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 9 in op het vooroverleg.

10

bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

11

12

bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

2.1 Algemeen Zoals reeds vermeld bestaat het plangebied uit een tweetal locaties in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. In de volgende paragrafen wordt afzonderlijk op de huidige situatie ter plaatse van deze deelgebieden ingegaan.

2.2 Bragersweg 9, Geesteren Het deelgebied aan de Bragersweg 9 ligt ten noordwesten van het dorp Geesteren, in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. De omgeving van het deelgebied wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door agrarische bedrijven, agrarische (cultuur)gronden, verspreid liggende woonpercelen en bosjes. Het deelgebied zelf betreft een agrarisch bedrijfsperceel waar tevens een kinderopvang wordt geexploiteerd. Op het erf zijn een bedrijfswoning met bijbehorende schuur, de kinderopvang en twee agrarische bedrijfsgebouwen aanwezig. Het erf grenst aan de noordoostzijde aan de Bragersweg en wordt hierop ontsloten middels twee inen uitritten. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie ter plaatse van dit deelgebied opgenomen. Hierin is het deelgebied indicatief aangegeven met de rode omlijning.

Afbeelding 2.1: Luchtfoto deelgebied Bragersweg 9, Geesteren (Bron: PDOK)

2.3 Langeveenseweg 128, Geesteren Het deelgebied aan de Langeveenseweg 128 te Geesteren ligt ten noorden van de kern Geesteren, in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. De omgeving van het deelgebied wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door agrarische bedrijven, agrarische (cultuur)gronden en woonpercelen. Het deelgebied zelf betreft een agrarisch bedrijfsperceel met bedrijfswoning en bedrijfsgebouwen. Voor deze ontwikkeling wordt één van deze bedrijfsgebouwen gesloopt. bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

13

In afbeelding 2.2 is een luchtfoto van het deelgebied aan de Langeveensweg 128 opgenomen. De begrenzing van dit deelgebied is aangeduid met een rode omlijning.

Afbeelding 2.2: Luchtfoto deelgebied Veeneggeweg 24 (Bron: PDOK)

14

bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

3.1 Inleiding Zoals reeds in paragraaf 1.1 is beschreven, ziet dit bestemmingsplan toe op de uitbreiding van de bedrijfswoning op het agrarische erf aan de Bragersweg 9 te Geesteren. Initiatiefnemer wil de extra woonruimte/ontwikkelruimte verkrijgen door toepassing van de mogelijkheden van het beleid 'Buitengebied met Kwaliteit'. Daarom wordt de locatie aan de Langeveensweg 128 te Geesteren betrokken bij de ontwikkeling waar wordt gesloopt.

3.2 Bragersweg 9, Geesteren 3.2.1

Gewenste ontwikkeling

Bragersweg 9 betreft een grondgebonden agrarisch bedrijf waar tevens een kinderopvang wordt geexploiteerd. Op het erf zijn een bedrijfswoning met bijbehorende schuur, de kinderopvang en twee agrarische bedrijfsgebouwen aanwezig. Initiatiefnemer wenst de bestaande woninginhoud van 1.000 m3 van de bedrijfswoning te vergroten met 390 m3 tot een totale inhoud van 1.390 m3. Reden hiervoor is ruimte behoefte ten behoeve van mantelzorg. Initiatiefnemer wil deze extra woonruimte/ontwikkelruimte verkrijgen door toepassing van de mogelijkheden van het beleid 'Buitengebied met Kwaliteit'. Concreet houdt dit in dat in ruil voor de extra inhoud woonruimte een asbesthoudende schuur op het agrarische erf aan de Langeveensweg 128 te Geesteren wordt gesloopt. In voorliggend bestemmingsplan wordt het agrarisch bouwvlak uitgebreid met 1541 m2 en wordt de maximale inhoud van de bedrijfswoning via een aanduiding vastgelegd op 1.390 m3. 3.2.2

Landschappelijke inpassing

Door N+L Landschapsontwerpers is een erfinrichtingsplan opgesteld, waarin de landschappelijke inpassing van het perceel aan de Bragersweg 9 is weergegeven. Hieronder wordt nader op de landschappelijke inpassing ingegaan. Het erfinrichtingsplan is als Bijlage 1 bij deze toelichting bijgevoegd. In afbeelding 3.1 is een uitsnede van de erfinrichtingtekening weergegeven.

Afbeelding 3.1: Uitsnede erfinrichtingsplan Bragersweg 9 (Bron: N+L Landschapsontwerpers) bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

15

Concreet ziet de landschappelijke inpassing toe op: het uitbreiden van de tuin; het verplaatsen van een haag inclusief nieuw te planten deel (10m extra).

3.3 Langeveenseweg 128, Geesteren 3.3.1

Gewenste ontwikkeling

Het deelgebied aan de Langeveensweg 128 in Geesteren bestaat uit een agrarische bedrijfsperceel met bijbehorende bedrijfswoning en agrarische bedrijfsbebouwing. Eén van de bedrijfsgebouwen met een oppervlakte van 390 m2 wordt gesloopt. Het betreft de volledige sloop inclusief mestkelders. Daarnaast worden de bijbehorende voersilo's gesloopt/verwijderd.Na sloop blijven de overblijvende gebouwen op de slooplocatie in gebruik voor agrarische bedrijfsactiviteiten. Het bedrijf aan de Langeveensweg 128 wordt niet beëindigd, maar wordt voortgezet zonder uitbreidingsmogelijkheden voor de toekomst. In voorliggend bestemmingsplan wordt het agrarisch bouwvlak verkleind met 6201 m2 tot 3454 m2 en rondom de overblijvende bedrijfsbebouwing gelegd. De oppervlakte van de overblijvende bedrijfsgebouwen is opgenomen als maximale bebouwingsoppervlakte. De bestaande sleufsilo's liggen in de nieuwe situatie niet binnen maar direct aansluitend buiten het bouwvlak. Op deze wijze kan op deze plek geen nieuwe bebouwing worden opgericht. Dit is in overeenstemming met de mogelijkheden van het bestemmingsplan Buitengebied Tubbergen. Er dient een directe ruimtelijke relatie met het bouwvlak te zijn. 3.3.2

Landschappelijke inpassing

Door N+L Landschapsontwerpers is een erfinrichtingsplan opgesteld, waarin de landschappelijke inpassing van het perceel aan de Langeveensweg 128 is weergegeven. Hieronder wordt nader op de landschappelijke inpassing ingegaan. Het erfinrichtingsplan is als Bijlage 2 bij deze toelichting bijgevoegd. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van de erfinrichtingstekening weergegeven.

Afbeelding 3.2: Uitsnede erfinrichtingsplan Langeveenseweg 128 (Bron: N+L Landschapsontwerpers) Concreet ziet de landschappelijke inpassing toe op: het slopen van een bedrijfsgebouw van 390 m2 inclusief mestkelders en voersilo's. het behoud van bestaande houtopstanden en boomgaard; 16

bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

de aanleg van wei/grasland. Tevens wordt in het erfinrichtingsplan het te slopen opstal weergegeven.

3.4 Verkeer en parkeren Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient rekening te worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat als gevolg van een nieuwe ontwikkeling. De gemeente Tubbergen hanteert voor het bepalen van de parkeerbehoefte de 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018', echter wordt hierin voor het buitengebied verwezen naar de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Op basis van deze publicatie kan eveneens de verkeersgeneratie worden bepaald. Bragersweg 9, Geesteren Met dit initiatief wordt aan de Bragerweg 9 de inhoud van de bedrijfswoning vergroot. Reden hiervoor is ruimtebehoefte ten behoeve van mantelzorg. Het aantal woningen neemt niet toe, waardoor de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte gelijk blijft. Opgemerkt wordt dat op het erf voldoende ruimte is om in de parkeerbehoefte te voorzien Langeveenseweg 128, Geesteren Aan de Langeveenseweg 128 wordt uitsluitend een voormalig agrarisch bedrijfsgebouw gesloopt. Hierdoor zal er ter plaatse van de Langeveenseweg 128 geen sprake zijn van een toename van verkeer of parkeerbehoefte. Het agrarisch bedrijf wordt qua omvang verkleind, waardoor er mogelijk sprake zijn van een afname aan verkeersbewegingen.

bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

17

18

bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald in de verbeelding en in de regels.

4.1 Rijksbeleid 4.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

19

is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Toetsing aan de NOVI In voorliggend geval is sprake van een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), de voorloper van de NOVI, is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In het Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' 4.1.2.2 Toetsing aan de Ladder Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Voor het realiseren van woningen is de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien geen sprake is van sprake is van de toevoeging van één woning of extra oppervlakte aan bebouwing. Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling is geen sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Nadere toetsing aan de Ladder is niet noodzakelijk. 4.1.3

Conclusie toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

4.2 Provinciaal beleid In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel vastgesteld. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen 20

bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

21

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.

De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.

22

bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

4.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.

4.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), artikel 2.1.6 lid 1 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) en artikel 2.6.4 (Nieuwe ontwikkelingen in het Nationaal Landschap Noordoost Twente). Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 2.

Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 Door het slopen van 390 m2 bebouwing aan de Langeveensweg 128 neemt de hoeveelheid landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied van de gemeente Tubbergen af. In ruil hiervoor mag de bedrijfswoning aan de Bragersweg 9 wordten uitgebreidt met 390 m3 ten behoeve van mantelzorg. Per saldo is er geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden in de groene omgeving, maar juist van een afname. Daarnaast wordt opgemerkt dat de agrarische activiteiten aan de Langeveenseweg 128 in kleinere vorm worden voortgezet wat een positief effect heeft op het woon- en leefklimaat ter plaatse. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.3. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1.

In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

23

Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (KGO) (lid 1) Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikelen 2.1.5 en 2.1.6 lid 1 Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (buitengebied) van de gemeente Tubbergen. Deze meerwaarde vertaalt zich in: Sloop van circa 390 m2 aan extra landschapsontsierende bebouwing; Het landschappelijk inpassen van de deellocatie Bragersweg 9, Geesteren. Het perceel aan de Langeveenseweg 128 is reeds landschappelijk goed ingepast. Bovendien wordt daar een landschapsontsierend gebouw verwijderd en worden de bouwmogelijkheden van het agrarisch bedrijf blijvend ingeperkt. Hiermee wordt voldaan aan het beleid van de Provincie Overijssel met betrekking tot de impuls in de groene omgeving.

Voor een nadere uitwerking wordt verwezen naar paragraaf 3.2.2, waar uitgebreid op dit aspect is ingegaan. In paragraaf 4.2.3.4.2 wordt beschreven dat het plan past binnen de ontwikkelingsperspectieven.

4.2.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het deelgebied aan de Bragersweg 9 ligt in het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. Het deelgebied aan de Langeveenseweg 128 ligt in het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. De locaties van het plangebied zijn aangeduid in afbeelding 4.2.

Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

24

bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, willen we in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes.

Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief Het continueren van de agrarische activiteiten met uitbreiding van de bedrijfswoning aan de Bragersweg 9 past binnen het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. Dit perspectief richt zich namelijk op het geven van ruimte aan de landbouw. Het continueren van de agrarische activiteiten in afgeslankte vorm aan de Langeveenseweg 128 past eveneens binnen het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. Dit perspectief richt zich namelijk op het geven van ruimte aan een mix aan functies waaronder landbouw. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectieven. 4.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen.

De 'Stedelijke laag' en 'Laag van beleving' worden in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen relevante specifieke eigenschappen voor deze lagen gelden. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het deelgebied aan de Bragersweg 9 is aangeduid met het gebiedstype 'Dekzandvlakte en ruggen'. Het deelgebied aan de Langeveenseweg 128 is grotendeels aangeduid met het gebiedstype 'Beekdalen en natte laagtes'. Daarnaast geldt voor een deel het gebiedstype 'Dekzandvlakte en ruggen'. Dit is weergegeven op afbeelding 4.3.

bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

25

Afbeelding 4.3: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) “Dekzandvlakte en ruggen” De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. “Beekdalen en natte laagtes” Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water.

Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De gronden in beide deelgebieden zijn ingericht als agrarische bedrijfspercelen. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig, zodat geen beschermende regeling daartoe in het bestemmingsplan hoeft te worden opgenomen. De sloop van bebouwing aan d Langeveenseweg 128 en uitbreiding van de bedrijfswoning aan de Bragersweg 9 heeft geen gevolgen voor de kenmerken van de natuurlijke laag. Middels een landschappelijk inpassingsplan wordt ter plaatse van beide het deelgebieden ingespeeld op de daar voorkomende gebiedskenmerken. Het perceel wordt daarmee landschappelijk goed ingericht conform de hier geldende gebiedskenmerken. In paragraaf 3.2.2 en Bijlage 1 wordt hier nader op ingegaan.

26

bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Deelgebied Bragersweg 9 ligt binnen het gebiedstype 'Jong heide- en broekontginningslandschap. Deelgebied Langeveenseweg 128 ligt binnen het gebiedstype 'Oude hoevenlandschap'. In afbeelding 4.4 is dat weergegeven.

Afbeelding 4.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

27

'Jonge heide- en ontginningslandschap' De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidings'landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen.

“Oude hoevenlandschap” Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Door de sloop van landschapsontsierende bebouwing en de landschappelijke inpassing met streekeigen beplanting, worden de kenmerken van het oorspronkelijke landschap van de verschillende landschapstypen in beide deelgebieden versterkt. Dit gebeurt door behoud en aanleg van gebiedseigen beplanting. De ontwikkeling is in overeenstemming met het gestelde in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 4.2.4

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid van de gemeente Tubbergen is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorgenomen ontwikkeling worden hieronder behandeld.

4.3.1

Mijn Omgevingsvisie Tubbergen

4.3.1.1 Algemeen De gemeente Tubbergen beschikt over een omgevingsvisie. MijnOmgevingsvisie Tubbergen gaat over de toekomst van de leefomgeving; de visie van samenleving én gemeente. Hierin bouwt men verder op de basis die al in proces van MijnDorp gelegd is. De visie gaat namelijk over leefbaarheid van de kernen én over het buitengebied , gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. De visie geeft aan hoe de gemeente, samenleving en gemeenteraad, willen sturen; wat men wil behouden, versterken en ontwikkelen. Door inbreng van de samenleving is MijnOmgevingsvisie van ons allemaal! MijnOmgevingsvisie gaat in op: 1. 2. 3. 4.

de uitdagingen die op de gemeente afkomen (het verhaal achter de speerpunten) hoe men daarop kan inspelen (speerpunten) hoe plannen die bewoners of ondernemers inbrengen worden afgewogen (stappenplan) welke waarden daarbij belangrijk zijn (waardenkaart)

28

bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

Mijn Omgevingsvisie gaat uit van vier kernprincipes. Kernprincipes zijn manieren van werken; werkwijzen die altijd gelden. Als keuzes worden gemaakt, als plannen worden gemaakt en gewoon als we wonen, leven, ondernemen of verblijven past men de kernprincipes toe. De vier kernprincipes zijn: We doen het samen We geven het goed voorbeeld We wentelen niet af op volgende generaties We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt 4.3.1.2 Speerpunten In de omgevingsvisie zijn speerpunten opgenomen op verschillende thema's. In voorliggend geval is gezien de ontwikkeling met name het thema 'Buitengebied in balans' van belang. Buitengebied in balans De gemeente Tubbergen wil een economisch sterk buitengebied met veel verschillende functies waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden.

In het buitengebied komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. De gemeente ziet landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit doet de gemeente samen met de inwoners, de partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn: Toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzame landbouw wordt gestimuleerd; Goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij samenwerking gezocht wordt met de landbouw; Kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. Op de waardenkaart van de Omgevingsvisie ligt deelgebied Bragerweg 9 in een gebied dat is gericht op ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek. De locatie Langeveenseweg 128 ligt in een gebied dat is gericht op gemiddelde waarde en dynamiek.

De voorgenomen ontwikkeling is kleinschalig van aard goed verenigbaar in dit gebied, aangezien dit gebied gericht is op gemengde functies. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke structuurvisie Dit bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van de bedrijfswoning aan Bragersweg 9. Als tegenprestatie wordt aan de Langeveenseweg 128 een bedrijfsgebouw van 390 m2 gesloopt en worden de bouwmogelijkheden van het agrarisch bedrijf ingeperkt tot de overblijvende bebouwing. Dit initiatief draagt bij aan de toekomstbestendigheid van het platteland en een versterking van de natuur en het landschap (door een goede landschappelijke inpassing en de sloop van landschapsontsierende bebouwing zonder vervolgfunctie) voor de twee deelgebieden. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat dit bestemmingsplan in overeenstemming is met de beleidsuitgangspunten zoals opgenomen in de Omgevingsvisie. 4.3.2

Beleid Buitengebied met Kwaliteit

4.3.2.1 Algemeen Op 25 januari 2022 is de beleidsregel 'Buitengebied met kwaliteit' vastgesteld door de raad van de gemeente Tubbergen. Dit beleidsstuk bundelt en vervangt diverse beleidsregelingen zoals bijvoorbeeld Rood voor Rood, Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, Schuur voor Schuur en het VAB+ beleid. Mede vanwege de opgaven in het buitengebied zijn bepaalde onderdelen geactualiseerd en aangevuld. bestemmingsplan Buitengebied, Bragersweg 9 en Langeveenseweg 128 Geesteren

29

Het doel van deze beleidsregel is meervoudig. Enerzijds is deze beleidsregeling bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. 4.3.2.2 Uitbreiden (bedrijfs)woning Het uitbreiden van de inhoud van een bedrijfswoning wordt in paragraaf 4.1 van het beleid aandacht besteed. In deze paragraaf wordt verwezen naar de regeling die geldt voor een reguliere woning in paragraaf 3.1. De volgende voorwaarden zij opgenomen: Voor het uitbreiden van de inhoud van een woning (hoofdgebouw met eventuele aan- en uitbouwen) met meer m3 binnen de functie ‘Wonen’, gelden de volgende voorwaarden: 1. Extra m3 wordt uitsluitend toegestaan indien binnen de gemeente Dinkelland of Tubbergen landschap ontsierende gebouwen worden gesloopt. Hierbij geldt de volgende bouw- sloopverhouding: Extra inhoud (m3) Sloopverhouding met Sloopverhouding zonder asbesthoudende golfplaten asbesthoudende golfplaten Tot en met 500 m3 1 m3 extra is 1 m2 sloop 1 m3 extra is 2 m2 sloop 3 3 3 2 500 m tot en met 1000 m 1 m extra is 2 m sloop 1 m3 extra is 4 m2 sloop 3 2. De woning kan met maximaal 1.000 m worden vergroot; 3.

Alleen legaal opgerichte gebouwen kunnen worden ingezet, of aangetoond moet worden dat de gebouwen voor 1998 aanwezig waren; 4. Landschapsontsierende veldschuren komen ook in aanmerking voor deze regeling; 5. Gebouwen moeten in het geheel worden gesloopt, inclusief funderingen en eventuele (mest)kelders; 6. Alleen volledige gebouwen kunnen worden ingezet en niet gedeeltes van gebouwen en/of (grotendeels) ingestorte gebouwen. De gemeente bepaalt of een niet-volledig gebouw kan worden ingezet voor deze regeling; 7. Karakteristieke en/of cultuurhistorisch waardevolle gebouwen kunnen niet worden ingezet voor sloop; 8. De planologische bouwmogelijkheden op alle betrokken locaties worden aangepast aan de nieuwe situatie. Dit betekent onder andere dat de resterende bebouwing na sloop op de slooplocatie(s) beschouwd wordt als de maximaal toegestane oppervlakte aan bebouwing op het betreffende perceel. 4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan het Buitengebied met kwaliteit Aan de bovenvermelde voorwaarden kan in voorliggend geval worden voldaan. Hierna wordt de ontwikkeling aan de voorwaarden getoetst. 1. Extra m3 wordt uitsluitend toegestaan indien binnen de gemeente Dinkelland of Tubbergen landschap ontsierende gebouwen worden gesloopt.

Hierbij geldt de volgende bouw- sloopverhouding: Extra inhoud (m3) Sloopverhouding met Sloopverhouding zonder asbesthoudende golfplaten asbesthoudende golfplaten 3 3 2 Tot en met 500 m 1 m extra is 1 m sloop 1 m3 extra is 2 m2 sloop 3 3 3 2 500 m tot en met 1000 m 1 m extra is 2 m sloop 1 m3 extra is 4 m2 sloop Via een asbestinventarisatierapport is aangetoond dat er sprake is van een te slopen gebouw met asbesthoudende golfplaten. De te slopen bebouwing kan tevens worden aangemerkt als landschapsontsierend. Gelet op de te slopen oppervlakte (390 m2) kan de maximale woninginhoud uit het bestemmingsplan (1.000 m3) vergroot worden met 390 m3 tot 1.390 m3. 2. De woning kan met maximaal 1.000 m3 worden vergroot; Hieraan wordt voldaan, zie 1; 3. Alleen legaal opgerichte gebouwen kunnen worden ingezet, of aangetoond moet worden dat de gebouwen voor 1998 aanwezig waren; Hieraan wordt voldaan; 4. Landschapsontsierende veldschuren komen ook in aanmerking voor deze regeling; Niet van toepassing 5. Gebouwen moeten in het geheel worden gesloopt, inclusief funderingen en eventuele (mest)kelders; Hier wordt aan voldaan, zie ook hoofdstuk 3; 6. Alleen volledige gebouwen kunnen worden ingezet en niet gedeeltes van gebouwen en/of (grotendeels) ingestorte gebouwen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/957/documents/20638