CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Bp. Buitengebied, Bovenbroeksweg 18-18a-18b Manderveen.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 26 maart 2024, gemeente TubbergenBij agendapunt: 11: Bestemmingsplan Buitengebied, Bovenbroeksweg 18-18a Manderveen27.889 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

18

1. Aanleiding Aan de Bovenbroeksweg 18 in Manderveen is loonbedrijf Wesselink gelegen. Een lokaal loonbedrijf dat al sinds 1948 opereert. Destijds begonnen met een dorsmachine, maar al snel uitgroeiend met een meststrooier, een houtzaag en nog wat andere machines. Onder meer door de schaalvergroting in de landbouw en de komst van de maisteelt moesten steeds grotere en steeds modernere machines worden gekocht. In 1984 stapte de opvolging in het bedrijf (huidige eigenaar). Het bedrijf groeide door en opnieuw werd het machinepark verder uitgebreid. In 2000 nam het bedrijf een ander loonbedrijf over met aangrenzend werkgebied. Dat was voor loonbedrijf Wesselink een enorme groei. Vandaag de dag zijn er 13 medewerkers in vaste dienst dat in drukke perioden wordt aangevuld met losse krachten. De zoon van de eigenaar is ook reeds volledig werkzaam in het bedrijf. Het is de bedoeling dat hij het bedrijf over gaat nemen. De belangrijkste bron van inkomsten is het loonwerk, maar er is ook grondverzet en gladheidsbestrijding. Ook worden machines en personeel regelmatig verhuurd aan hoveniersbedrijven.

evenwichtige bijdrage in de ruimtelijke kwaliteit wordt geleverd. De gemeente had eerder al aangegeven medewerking te willen verlenen naar aanleiding van een ingediend principeverzoek. Landschappelijke inpassing De gemeente Tubbergen eist voor de ontwikkeling een landschappelijke inpassing. In dit document wordt daarom de landschappelijke inpassing uiteengezet. Er wordt een beschrijving van het plangebied gegeven, het omliggende landschap en het vigerende beleid. Dat resulteert in een beschrijving van de nieuwe situatie die aan het gestelde beleid voldoet.

Het bedrijf is content met de omvang qua personeel, maar komt ruimte tekort voor het groeiende machinepark. Door het ruimtegebrek komt de veiligheid en het overzicht in het geding. Men wil daarom uitbreiden met een nieuwe werktuigenberging aan de achterzijde van het perceel. De ontwikkeling kan mogelijk worden gemaakt via de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). Via deze regeling kan een bedrijf een uitbreiding tegemoet zien, mits een

5

2. Huidige situatie Het plangebied ligt in de uitgestrekte dekzandgebieden rondom Manderveen. Het bedrijf ligt op de overgang van de hoger gelegen gebieden (uitloop van het stuwwallencomplex) naar de laag gelegen natte heide en veenontginningen. Het gebied is laag en erg vochtig. Hoogteverschillen zijn er beperkt. Als er al sprake was van hoogteverschillen zijn deze door verloop van tijd veelal geërodeerd. Daarnaast heeft de invloed van de schaalvergroting en de moderne landbouw bijdragen aan het verdwijnen van eventuele hoogteverschillen.

Nieuwe elementen In deze gebieden moet aandachtig om worden gegaan met het landschap. Gelet op de cultuurhistorie in het gebied meer open geweest, maar vertellen de aanwezige beplantingsstructuren het verhaal van de ontginning. Daarom moet ingezet worden op behoud en versterking van het bestaande. Voor nieuwe elementen is geen ruimte. Daarnaast moeten erven goed en robuust worden ingepast.

Veenontginning (laagveen) / heideontginning Het plangebied ligt in de veenontginning richitng de heideontginning. Door de lage ligging was er sprake van veen en natte heide. De wijze van ontginnen toont aan dat het plangebied nog net in de veenontginning is gelegen. Het gaat om lange toelopende percelen. Aan het begin van de voorgaande eeuw begint men langzaam de gronden te ontginnen waardoor natte heide plaats gaat maken voor landbouw. Erven lagen aan de weg of juist te midden van de percelen op drogere kopjes waardoor men percelen aan de voor- en achterzijde van de boerderij hadden liggen.

Huidige indeling Er is geen sprake van een kenmerkende cultuurhistorische opzet wat betreft het bedrijf. Het erf is pas laat ontstaan. De hoofdgebouwen (2 woningen) liggen weliswaar aan de weg, maar in het verleden is een schuur voor de kopgevel gebouwd. De overige gebouwen staan wel achter de hoofdgebouwen. Daarin is het een gegeven dat er is gekozen voor een oost-west oriëntatie. Niet ongebruikelijk was het om een noord-zuid oriëntatie te kiezen. Daartoe is hier geen mogelijkheid meer. Het erf is wel relatief smal en diep. Dat is te doen gebruikelijk in deze gebieden. Het advies is om het oost-west stramien verder uit te bouwen.

Het landschap Het landschap rondom het plangebied was ooit open, is daarna door de wijze van gebruik relatief kleinschalig geworden en later door de modernisering in de landbouw weer wat grootschalig en meer open geworden. De meeste ontginningsboerderijen liggen nog op dezelfde plek als waar de erven zijn ontstaan en ook een aantal beplantingsstructuren uit de tijd zijn behouden gebleven.

6

Hoogtekaart rondom plangebied. (Bron: geo.overijssel.nl)

Planlocatie omstreeks 1925. (Bron: topotijdreis.nl)

Locatie plangebied nabij Manderveen. (Bron: geo.overijssel.nl)

Plangebied. (Bron: geo.overijssel.nl)

7

3. Beleid 3.1 Omgevingsvisie Overijssel Het provinciaal beleid van Overijssel is verwoord en vastgelegd in meerdere plannen. De belangrijkste is de Omgevingsvisie 2017 welke is vastgesteld op 12 april 2017. Nadien is deze visie meerdere keren geactualiseerd. De laatste actualisatie is betreft maart 2021. In de visie bakent de provincie af wat zij voor de fysieke leefomgeving in Overijssel van provinciaal belang vinden. De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In de visie worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur bekeken in samenhang met een duurzame ontwikkeling van onze leefomgeving. Het beleid staat primair in dienst van de sociaaleconomische ontwikkeling van Overijssel om het toekomstbestendig te houden. Rode draden en beleidsambities De opgaven en kansen zijn vertaald in centrale beleidsambities en negen beleidsthema’s. Deze worden benaderd vanuit de rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit waarvoor thema overstijgende kwaliteitsambities zijn geformuleerd. Vanuit het uitvoeringsmodel (of, waar en hoe) worden generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken beschreven. Generieke beleidskeuzes: Deze keuzes vloeien voort uit keuzes van EU, Rijk of Provincie.

Het zijn keuzes die bepalend zijn of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. Vooral

8

reserveringen voor integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, ruimtegebruik, waterveiligheid, externe veiligheid, LOG gebieden en begrenzingen als Nationale Landschappen, NNN-gebieden (natuurnetwerk Nederland) en de EHS zijn voorbeelden van generieke beleidskeuzes. Daarnaast zijn er gebied specifieke beleidskeuzes. De beleidskeuzes hebben geen invloed op de voorgenomen ontwikkeling. Ontwikkelingsperspectieven: In de visie zijn drie ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en drie voor de stedelijke omgeving. Deze perspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. Het plangebied is aangemerkt als “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap”. Dat betekent dat diverse functies verweven moeten worden. Het belangrijkste land gebruik blijft melkveehouderij en akkerbouw, maar aan de andere kant is er ruimte voor landschap, natuur, milieubescherming, cultuurhistorie, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. In elk geval staat de ambitie, “voortbouwen op kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen”, voorop. De voorgenomen ontwikkeling past bij de gestelde ambitie indien de kenmerken waar mogelijk behouden blijven. Nabij gelegen is de ambitie “Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap”.

Hierbij gaat het er vooral om dat modernisering en schaalvergroting in de landbouw de ruimte krijgen. Initiatieven mogen dus de ontwikkelingen in de landbouw niet beperken. In de voorliggende situatie is daar geen sprake van.

Ontwikkelingsperspectief, het plangebied is lichtgroen wat betekent “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl)

9

Gebiedskenmerken Tenslotte wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de gebiedskenmerken. Er zijn vier lagen te onderscheiden (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving). Er gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Er staat omschreven in een catalogus gebiedskenmerken welke kenmerken diverse gebieden en hoe een ontwikkeling invulling dient te krijgen. De gebiedskenmerken zijn richtinggevend op aspecten als landschap, infrastructuur, milieu, bodem en cultuurhistorie. De stedelijke laag is niet opgenomen; deze is niet relevant wat betreft de voorgenomen ontwikkeling. Natuurlijke laag De natuurlijke laag is aanvankelijk ontstaan zonder toedoen van de mens door onder andere invloeden van abiotische processen als de ijstijden, de wind en water. De locatie is gelegen in een verre uitloper van het stuwwalgebied in de grootschalige dekzandgebieden. Er is feitelijk geen sprake van reliëf. Als er al hoogteverschillen waren zijn zij in de jaren geërodeerd door de wind en/of de moderne landbouw. Laag van cultuurlandschap Door menselijk ingrijpen in de natuurlijke omstandigheden ontstaat er een (agrarisch) cultuurlandschap. De eerste nederzettingen in Nederland werden gesticht op de rand van de hogere stuwwallen en dekzandruggen naar de overgang met de lagere gronden.

Door de natte omstandigheden van (natte) heide- en veengebieden konden deze landschappen pas veel later in gebruik worden genomen. Het plangebied is in de veenontginning gelegen, maar in

10

omgevingsvisie is het omschreven als heideontginning. De doelstellingen van beide landschappen zijn nagenoeg gelijk. Daarom zal dat geen probleem gaan vormen. Laag van de beleving De locatie is omschreven als donkerte. De donkere gebieden zijn veelal de buitengebieden van onder andere Overijssel. Waar elders dorpen, autowegen, kassengebieden en attractieparken zorgen voor licht, is het buitengebied een plek waar men nog de sterrenhemel kan waarnemen. De ambitie is om donkere plekken te behouden en waar mogelijk nog donkerder te maken. De ontwikkeling houdt rekening met deze ambitie. Er mag geen onnodig licht worden toegevoegd. 3.2 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Tubbergen (KGO) De gemeenten Tubbergen en Dinkelland hebben gezamenlijk de uitwerking van de omgevingsvisie opgepakt. Bij elke ontwikkeling dient de aantasting van de landschappelijke en ecologische waarden gecompenseerd te worden. Bij een grootschalige ontwikkeling dient men naast een basisinspanning en een extra investering aan te bieden. Men onderscheidt een aantal stappen: Wat is de omvang van de ontwikkeling; Welke locatie wordt er voorgesteld voor de elementen; Maken de gronden deel uit van bepaalde natuurwaarden; Welk landschapstype en bouwstenen zijn van toepassing; Welke ambities en streefbeeld moet er nagestreefd worden; Waar en hoe kunnen wij daaraan voldoen?

Links: natuurlijke laag. Plangebied is omschreven als: “dekzandvlakten”. Midden: laag van Cultuurlandschap. Plangebied is omschreven als: “Heideontginning”. Rechts: laag van de beleving. Plangebied is omschreven als: “Donkerte”. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl)

11

In dat proces wordt er, net als bij de omgevingsvisie gekeken naar vier lagen; de natuurlijke, de agrarische, de stedelijke en de laag van de beleving. De kwaliteitsimpuls moeten zonder meer bijdrage leveren aan een stevig en robuust landschappelijk raamwerk. Onder andere kunnen de verdwenen kenmerken terug worden gebracht. Het volgende uit het KiGO is van toepassing op de uitbreiding van het bouwblok: ‘‘Bij elke ontwikkeling op een bestaand bouwblok waarbij meer dan 500m3 bebouwing wordt toegevoegd, geldt op basis van de regels van het bestemmingsplan Buitengebied en het gemeentelijk beleid, de noodzaak tot landschappelijke inpassing. Zodra sprake is van een grootschalige ontwikkeling, geldt een meer gebiedsgerichte benadering. Indien er een bestemmingsplanprocedure genoodzaakt is, wordt een ontwikkeling gezien als grootschalig. De Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is dan van toepassing, náást de basisinspanning. Dat geldt voor nieuwe functies en grootschalige uitbreiding van bestaande functies in het buitengebied.’’ Om de bijdrage KGO te bepalen is er een berekening opgesteld. In dit geval vindt er een vergroting plaats van het bestaande bouwvlak. De feitelijke bestemming breidt uit met 3316,78 m2. Daarvan is 739,8 m2 nu bestemd als natuur en bos (2 op de verbeelding op de rechterpagina) en 2576,98 m2 als agrarisch gronden (3).

Respectievelijk een waardevermeerdering van € 54,- en € 50,-. Er is ook sprake van waardevermindering. De bedrijfsbestemming aan de noordzijde wordt iets ingeperkt. Het gaat om 181 m2 dat wordt bestemd als bos (1). Een waardevermindering van € 9.050,-. Ook de 1.906,80

12

m2 nieuwe bos en natuur kan gerekend worden tot de afwaardering met een totaal van € 7.627,20. Dit zelfde gebeurd ook op een tweede locatie aan de oude Uelserdijk. Daar een totaal van € 9.000,-. De kosten voor het KGO plan (met een maximum van 10%) worden afgetrokken, evenals de kosten voor het kwaliteitsteam. Omdat het 2 bezoekmomenten betreft is dat € 500,--. Ook mag er gebruik worden gemaakt van diverse aftrekposten. In dit geval zijn de aspecten werkgelegenheid, veiligheid, logistiek en ruimtegebrek te verdedigen. Dat geldt niet voor het sociale component. Totaal gaat het daarom om 20%. De bijdrage voor een investering in de ruimtelijke kwaliteit bedraagt daardoor € 102.547,12. Hoewel er een forse aanplant plaats vindt nabij het bedrijf mag deze investering niet meegenomen worden. Het betreft de basisinspanning. Er is geen directe bestemming gevonden nabij het plangebied. De initiatiefnemer mag 20% bijdragen aan maatschappelijk rood. Daarom wordt er € 20.509,42 overgemaakt naar het groenfonds van de gemeente Tubbergen. Daarbij de volgende voorwaarde: - € 20.509,42 (20% van het totaalbedrag) is beschikbaar voor de ontwikkeling van het kulturhus van Manderveen, specifiek de “Huiskamer” van Manderveen. Uit de begroting & dekkingsplan blijkt dat er nog ruim € 100.000,- benodigd is aan subsidies, donaties of fondsen.

Daarbij de voorwaarde dat, als er binnen 2 jaar geen verzoek wordt ingediend, het geld vrijkomt voor algemene landschappelijke middelen in de gehele

1

2

3

4

Links: KGO berekening voor de ruimtelijke investering. Rechts: bestemming oud en nieuw. (Bron: N+L)

13

gemeente Tubbergen. De initiatiefnemer heeft daarnaast een aantal kleine projecten gevonden. Totaal gaat het daarbij om een bedrag van € 33.779,72. Deze zijn uitgezet in hoofdstuk 6. Voor het restant (€ 48.257,98) heeft de initiatiefnemer contact gehad met de stichting vogelwerkgroep Geesteren. Deze stichting heeft een concrete invulling voor KGO gelden. De stichting is bezig met de pilot weilandirrigatie. Een methodiek waarbij slim gebruik wordt gemaakt van irrigatiesystemen. Boeren kunnen daardoor in tijden van droogte een maximale opbrengst van gewassen tegemoet zien, maar stellen vervolgens 25% van dat areaal beschikbaar voor het verbeteren van de leefomgeving voor diverse weidevogels, specifiek de grutto. Daartoe hebben zij concreet de volgende werkzaamheden: 1. Het schrijven van een onderzoek c.q. plan van aanpak (circa € 15.000,-). 2. Voor het systeem moet (kwalitatief) goed water voorhanden zijn dat ijzeren mangaanvrij is. Daarvoor moet een bron worden geboord die door de kleilaag heen gaat. De kosten hiervoor zijn (circa) € 15.000,-. 3. Het plaatsen van een waterbehandeling voor schoon water evenals buffertanks. De kosten bedragen ook hiervoor (circa) € 15.000,-. 4. Het graven van leidingen van de bron naar het perceel en het graven van leidingen door het land t.b.v. het irrigatiesysteem (tenminste) € 45.000,-. 5.

Na graven wordt de bovenlaag bewerkt ten dele voor intensieve landbouw en het andere deel (25%) wordt gebruikt voor invulling van de habitat (kruiden en bloemrijke graslanden) van diverse weidevogels, waarvan met name de Grutto. 6. In de kruiden- en bloemrijke zones worden ook plasgreppels aangelegd voor de weidevogel. Dit draagt bij aan hun leefomgeving. Een tekening is opgenomen op pagina 26. 14

De totale omvang van de volledig pilot bedraagt minimaal € 90.000,-. De Stichting wil de pilot onderverdelen in de voorgenoemde stappen. Als een stap mislukt of niet werkt dan volgt de vervelende conclusie dat het project niet haalbaar is. Ook bij stap 4 wordt eerst een kleinere omvang aangelegd om te kunnen zien of de resultaten naar wens zijn. De volgende voorwaarden worden gekoppeld aan dit initiatief: Loonbedrijf Wesselink maakt uiterlijk binnen één jaar na de onherroepelijke status het geld (€ 48.257,98) over aan de vogelwerkgroep en/of betaalt de ontstane kosten tot het gestelde bedrag. De vogelwerkgroep heeft de voorgenoemde stappen uiterlijk binnen twee jaar na de onherroepelijke status van het plan de werkzaamheden uitgevoerd. Mocht blijken dat de werkzaamheden niet uit zijn gevoerd of mocht blijken dat de pilot aan de voorzijde niet het gewenste resultaat heeft geleverd wordt het geldbedrag in zijn geheel of als deel in het groenfonds van de gemeente Tubbergen gestort. Het geld zal vanaf dan beschikbaar zijn voor landschappelijke doelen in de gehele gemeente. 3.3 Casco benadering Noordoost Twente De gemeente Tubbergen hanteert, vooral ter bescherming van het bestaande landschap, het casco beleid. Door het casco beleid is het mogelijk om via een kaart te achterhalen of een ontwikkeling wel of niet in strijd is met elementen welke tot de casco behoren.

Elementen als onderdeel uitmakend van de casco zijn in principe niet te verwijderen (groen lijnen/vlakken op de kaart). De ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de bestaande casco elementen. De ontwikkeling heeft daarom geen consequenties voor het cascobeleid en/of het cascobeleid heeft geen consequenties voor de ontwikkeling.

Fragment van de cascokaart behorende bij de casco benadering. (Bron: geo.overijssel.nl)

15

4. Nieuwe situatie planlocatie Loonbedrijf Wesselink is door de jaren gegroeid zoals het is gegroeid. Het is goed zichtbaar dat er telkens een schuur achter de bestaande schuur werd gebouwd op het moment dat er weer sprake was van ruimtegebrek. Het oorspronkelijke bedrijf bestaat uit een bedrijfswoning met daarnaast een schuur. Deze schuur en de bedrijfswoning volgen de kavelstructuur zoals dat erg gebruikelijk is in deze landschappen. Hoewel normaliter de schuur achter het hoofdgebouw werd gebouwd staat deze daarvoor. Verdere uitbreidingen blijven vervolgens wel binnen de landschapsstructuren (het erf treedt niet buiten de kavelgrenzen), maar de schuren worden haaks op de bestaande bebouwing gebouwd. Gebruikelijk was het om de schuren in de lengterichting achter de woning te bouwen. Nu één keer die weg is ingeslagen is er geen weg meer terug: de meest efficiënte indeling van het erf is om in dit stramien verder te bouwen. Landschappelijk heeft dat geen gevolgen: de ontwikkeling binnen de kavelgrenzen. Om die reden wordt ook de nieuwe werktuigenberging (C) parallel aan de laatste schuur (B) gebouwd. Er moet voldoende afstand tussen de gebouwen blijven om met materieel in de schuur te kunnen rijden en daarnaast vindt tussen de schuren de opslag van containers plaats al dan niet in combinatie met wat opslag van zand en grond.

Aan de achterzijde van de schuur wordt een wadi aangelegd voor het infiltreren van hemelwater. Tot slot wordt de achterzijde van de kavel robuust ingeplant. Rondom wordt een houtwal aangelegd met een hoogte van maximaal 2 meter, en een breedte van 8,5 meter (achter wadi) en 10 meter (noordelijke deel). Het talud is 1:2. De

16

aanplant vindt plaats met de struikvormers hazelaar (20%), lijsterbes (20%), Gelderse roos (20%), vuilboom (15%) en meidoorn (15%). Als boomvormers worden zwarte els (5%) en zomereik (5%) toegevoegd. De beplanting wordt in een driehoeksverband aangeplant met 1,5 meter in en tussen de rijen. Totaal 6 rijen over 142 meter met een totaal van 568 stuks. Met deze inpassing wordt voldaan aan het gestelde beleid.

Fragment uit 1930 (topotijdreis.nl)

E G

F

E

B

A:

Woonhuis en kantoor.

B:

Best aande bedrijfsgebouwen.

C:

Te realiseren machine berging . Opper vlakte: 130 0m2.

D:

Erfverharding .

E:

Gazon/tuin/haag .

F:

Parkeerplaatsen.

G:

Weegbrug .

H:

Wasplaats.

I:

Nieuwe erfverharding . Opper vlakte: 120 0m2.

J:

Nieuwe opslagplaatsen grondstoffen. Opper vlakte: 738m2.

K:

Aan te planten hout wal met een hoogte van maximaal 2 meter, en een breedte van 8,5 meter (achter wadi) en 10 meter (noordelijke deel). Het t alud is 1:2. De aanplant vindt plaats met de struikvormers hazelaar (20%), lijsterbes (20%), Gelderse roos (20%), vuilboom (15%) en meidoorn (15%). Als boomvormers worden zwarte els (5%) en zomereik (5%) toegevoegd. De beplanting wordt in een driehoeksverband aangeplant met 1,5 meter in en tussen de rijen. Totaal 6 rijen over 142 meter met een tot aal van 568 stuks.

L:

Weiland.

M:

Nieuwe te realiseren toegang tot weiland.

N:

Best aande houtopstand.

O:

Best aande fruitbomen.

P:

(doorsnede P-P)Te realiseren wadi. 80x5 berekend op piekbuien van 50mm. Bergingscapaciteit: 166,4 m3. Bergingsberekingen: 162,5 m3. Profiel wadi: Breedte 5 meter. Diepte 1 meter en 1 meter breed. Talud 1:2.

O

A E

A

E F

1

F N

D

B

H

B

K

K 2

J

4 M

D C 1:2

P

1:2

1.00

B

8.50

P

2

I

J

3

Doorsnede P-P wadi / hout wal schaal 1:50

4 C P

K

P L

1. Verkleinen bouwblok (181 m2) van niet agrarisch bedrijf naar bos. 2. Vergroten bouwblok (179,6 + 560,2 m2) van bos naar niet agr. bedrijf. 3. Vergroten bouwblok (2577 m2) van agrarisch naar niet agrarisch bedrijf. 4. Afwaardering (1906,8 m2) van agrarisch naar bos.

P

Nieuwe situatie, niet op schaal. (Bron: N+L Landschapsontwerpers) Project:

Landschappelijke inpassing

Getekend:

DA

St atus:

DO

machineberging .

Datum:

20-07-2023

Aant al pag .:

1

Adres:

Bovenbroeksweg 18/18a

Gecontroleerd:

NH

Formaat:

A3

Woonplaats:

Mander veen.

Schaal:

1:10 0 0

Noord:

Tekening is noordgericht

nl-landschap.nl

17

5. Financiële onderbouwing In het kader van de KGO regeling moet worden geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit. Op de planlocatie is daar wel sprake van, maar de houtsingel valt onder het begrip basisinspanning. Deze inspanning is op voorhand reeds noodzakelijk om de uitbreiding ingepast te krijgen. Het kan derhalve geen onderdeel uitmaken van de investering die geleverd moet worden. Daarom heeft loonbedrijf Wesselink meerdere locaties gevonden om ten dele op voorhand alvast te voldoen aan de investering. Locatie 1, nabij Volmersweg 10 Direct naast de Volmersweg 10 is het kadastrale perceel gelegen sectie K, nummer 2160. Ter plaatse was sprake van een klein naaldhoutbosje. Een voorheen kleinschalige vorm van het kweken van kerstbomen was uitgegroeid tot een naaldhoutbosje.

Daarin is verval ontstaan waarbij het bosje uiteindelijk ten prooi is gevallen aan de letterzetter. Het gehele bos is uiteindelijk aangetast en inmiddels gerooid. In het verre verleden is het perceel altijd aan drie zijden ingepast geweest. In alle drie de gevallen gaat het om houtwallen. Aan de noordwest en noordoost zijde wordt om die reden weer een houtwal teruggebracht. Aan de zuidzijde staan beeldbepalende en karakteristieke bomen. Deze bomen maken onderdeel uit van een laanstructuur van een voormalige weg. De weg heeft niet meer die functie, maar dit valt nog wel goed te herleiden. Om die reden wordt dit versterkt met de aanplant van een aantal extra bomen. In onderstaande tabel zijn de werkzaamheden en materialen op kosten gezet.

Kostenberekening invulling KGO Volmersweg Aanbrengen wallichaam met mobiele kraan Leveren grond t.b.v. wallichaam Levering en aanplant bosplantsoen volgens situatietekening. Aanbrengen gekloofd eiken raster Levering bomen rondom erf maat 14-16 Arbeid aanplant bomen Arbeid aanplant bomen machines Inboet Water geven Totaal (exclusief BTW)

Element Eenheid

Aantal

C/D C/D M E B/C/D B/C/D B/C/D B/C/D B/C/D

8 85 200 105 18 14 4 totaal 16

uur m3 st m1 st uur uur 10% uur

Prijs p.e. € € € € € € € € €

75,00 12,00 2,35 5,75 185,00 45,00 75,00 4.730,00 45,00

Totaal € € € € € € € € €

600,00 1.020,00 470,00 603,75 3.330,00 630,00 300,00 473,00 720,00

€

8.146,75

KGO berekening. (Bron: N+L Landschapsontwerpers)

18

A:

Best aande houtopstanden.

B:

Nieuw aan te planten bomen ter versterking van de herkenbaarheid van de voormalige weg . Aanplant met zomereik of zomerlinde in de maat 14-16 (st amomtrek in cm) en elk voorzien van 2 boompalen. Tot aal worden er 4 bomen aangeplant.

Det ail hout wal schaal 1:200 C:

Aanbrengen wallichaam en inplant hout wal (breedte van insteek sloot tot raster bedraagt 5 meter). Aanplant met 8 zomerlinde,

E

zwarte els of zomereiken in de maat 14-16 (st amomtrek in cm) en

C

elk voor zien van 2 boompalen onregelmatig verdeeld over de

A1

A

A

lengte. Aanplant bomen te combineren met onderbeplanting in de vorm van lijsterbes, hazelaar, Gelderse roos, zwarte els en vuilboom in een gelijke verhouding . Aanplant in de maat 80-10 0 (hoogte in centimeters) over een lengte van 40 meter. Plant afst and:

E B1

D

1 meter tussen de rijen en 1,5 in de rij. Tot ale aanplant 105 stuks. Fragment uit 1910 (topotijdreis.nl)

B

Talud van de hout wal bedraagt maximaal 1:3 en het wallichaam is niet hoger dan 60 centimeter t.o.v. omliggende / best aand maaiveld.

C

A

D

E F A1

D:

B

Aanbrengen wallichaam en inplant hout wal (breedte van raster tot raster bedraagt 4 meter). Aanplant met 6 zomerlinde, zwarte els of zomereiken in de maat 14-16 (stamomtrek in cm) en elk voor zien

B1

van 2 boompalen onregelmatig verdeeld over de lengte. Aanplant bomen te combineren met onderbeplanting in de vorm van lijsterbes, hazelaar, Gelderse roos, zwarte els en vuilboom in een gelijke verhouding . Aanplant in de maat 80-10 0 (hoogte in

A

centimters) over een lengte van 43 meter. Plant afst and: 1 meter tussen de rijen en 1,5 in de rij. Tot ale aanplant 85 stuks.

A A

B

Talud van de hout wal bedraagt maximaal 1:3 en het wallichaam is niet hoger dan 60 centimeter t.o.v. omliggende / best aand

B

maaiveld. E:

Aanbrengen van nieuw, niet verduur zaamd raster over een lengte van 105 meter.

F:

Weiland.

Nieuwe situatie, niet op schaal. (Bron: N+L Landschapsontwerpers) Project:

Landschappelijke inpassing

Getekend:

NH

St atus:

DO

Adres:

Volmersweg 10

Datum:

24-02-2022

Aant al pag .:

1

Woonplaats:

Geesteren (ov.)

Gecontroleerd:

-

Formaat:

A3

Schaal:

1:50 0

Noord:

Tekening is noordgericht

nl-landschap.nl

19

Locatie 2, nabij oude Uelserdijk 19 Direct achter de oude Uelserdijk 19 is het kadastrale perceel gelegen sectie B, nummer 4225, ongeveer 1,7 ha groot. Voorheen volledig omsloten door houtwallen, maar daar zijn nog slechts relicten van terug te vinden, al is de noordzijde nog noemenswaardig door een zevental karakteristieke en beeldbepalende eiken. In de nieuwe situatie wordt een groot gedeelte van de oorspronkelijke houtwallen teruggebracht. Het gaat om een klein deel aan de noordzijde, de westzijde en de zuidzijde. De nog aanwezige bomen worden gespaard: ter plaatse wordt geen aarden wallichaam aangebracht. De houtwallen worden aan weerszijden voorzien van greppel. De binnenzijde wordt daarnaast voorzien van een raster. In onderstaande tabel zijn de werkzaamheden en materialen op kosten gezet.

Kostenberekening invulling KGO Oude Uelserdijk Aanbrengen wallichaam en greppels met mobiele kraan Aanbrengen wallichaam trekker met dumper Leveren grond t.b.v. wallichaam Levering en aanplant bosplantsoen volgens situatietekening. Aanbrengen gekloofd eiken raster Inboet Water geven Totaal (exclusief BTW)

Element Eenheid

Aantal

D D D M E B/C/D B/C/D

24 16 800 833 105 totaal 32

uur uur m3 st m1 10% uur

Prijs p.e. € € € € € € €

75,00 65,00 12,00 2,35 5,75 1.957,55 45,00

Totaal € € € € € € €

1.800,00 1.040,00 9.600,00 1.957,55 603,75 195,76 1.440,00

€

14.837,06

KGO berekening. (Bron: N+L Landschapsontwerpers)

20

Det ail hout wal schaal 1:200

A:

Weiland / akker.

B:

Best aande houtopstanden.

C:

Vrijhouden nabij st am (3 meter uit st am) bij aanbrengen hout wal!

D:

Aan te brengen houtwal. Wallichaam heeft t alud van 1:2 met een maximale hoogte van 80 centimeter. De breedte bedraagt 7 meter vanaf de insteek tot de insteek. Aanplant met inheems assortiment

D

met de struikvormers hazelaar (20%), lijsterbes (20%), Gelderse roos (20%), vuilboom (15%) en meidoorn (15%). Als boomvormers

F E

worden zwarte els (5%) en zomereik (5%) toegevoegd. De

E

beplanting wordt in een driehoeksverband aangeplant met 1,5 meter in en tussen de rijen. Totaal 5 rijen over 250 meter met een tot aal van 833 stuks. Boomvormers worden met beheer in latere inst antie overgehouden als overst aanders. Fragment uit 1905 (topotijdreis.nl) E:

B

B

Aanbrengen van raster met gekloofde palen (binnenzijde) over 250 meter. Daarnaast aanbrengen van greppel aan beide zijden van de

C

hout wal. Boveninsteek greppel bedraagt 1 meter, de diepte maximaal 60 centimeter.

E E

F:

A

Aan te brengen wallichaam, 80 centimeter hoog , t alud 1:2.

A D

B

Nieuwe situatie, niet op schaal. (Bron: N+L Landschapsontwerpers) Project:

Landschappelijke inpassing

NH

St atus:

DO

Adres:

Oude Uelserdijk (nabij nr. 19) Datum:

Getekend:

09-03-2022

Aant al pag .:

1

Woonplaats:

Mander

Gecontroleerd:

-

Formaat:

A3

Schaal:

1:10 0 0

Noord:

Tekening is noordgericht

nl-landschap.nl

21

Locatie 3, nabij Huyerenseweg 44 Direct naast de Huyerenseweg 44 zijn de kadastrale percelen gelegen sectie K, nummer 10413 en 10171. Beide percelen behoren tot de huiskavel en de ligging aan de rand van de es zorgt voor natte omstandigheden. De grondwaterstand is in de winter slechts 10 centimeter en kan in de zomer dalen tot maximaal 120 centimeter. Behalve oppervlaktewater is er mogelijk ook sprake van wat kwel. Met grondwater I/II de ideale omstandigheden om een goed functionerende poel te realiseren. In onderstaande tabel zijn de werkzaamheden en materialen op kosten gezet.

Hoogtekaart waaruit de lage ligging blijkt. (Bron: ahn.nl)

Kostenberekening invulling KGO Huyerenseweg Ontgraven poel met mobiele kraan Vervoeren grond met trekker met dumper Afvoer grond Aanbrengen zaadmengsel Aanbrengen gekloofd eiken raster Totaal (exclusief BTW)

Element Eenheid C C C B F

uur uur m3 m2 m1

Aantal 14 14 300 1120 105

Prijs p.e. € € € € €

75,00 65,00 5,00 0,67 5,75

Totaal € € € € €

1.050,00 910,00 1.500,00 750,40 603,75

€

3.764,15

KGO berekening. (Bron: N+L Landschapsontwerpers)

22

A:

bestaande zaksloot met talud 1:3 mv B A

A1

talud 1:5

C

talud 1:3

grasland. B:

Bloemrijke / kruidenrijke zone á 50 0 m2 (poel in mindering gebracht).

C:

mv

Grasland al dan niet verder geschikt voor bloemrijk / kruidenrijk

Poel met aan noordzijde een talud 1:5 en aan zuidzijde een t alud 1:3. De poel krijgt een organische vorm en is op z’n maximum 175

A B

centimeter diep. De opper vlakte bedraagt 276 m2. De totale ontgronding zal circa 250 m3 bedragen. De grondwatertrap ter plaatse bedraagt Ib/IIa. De hoogste grondwaterstand bedraagt 10 tot 15 centimeter en de laagste 120 centimeter. In het voorjaar is de st and 49 cm. De naastgelegen sloten zijn slechts 60 centimeter diep en vormen geen hydrologische nadelen. Zie ook foto’s in de

Detail poel schaal 1:20 0

D

situatietekening. D:

Best aande houtopstanden. De houtopst and aan de zuidzijde van de poel vormt geen bedreiging voor het lichtinval.

B A1

E:

Best aande greppel / sloot. Vormt geen verbinding met de poel.

F:

Aan te brengen raster over een lengte van 120 meter.

F C

E

A

D

Foto’s omliggende sloten (N+L)

Nieuwe situatie, niet op schaal. (Bron: N+L Landschapsontwerpers) Project:

Landschappelijke inpassing

Getekend:

NH

St atus:

DO

Adres:

Huyerenseweg 44

Datum:

31-03-2022

Aant al pag .:

1

Woonplaats:

Geesteren (ov.)

Gecontroleerd:

-

Formaat:

A3

Schaal:

1:50 0

Noord:

Tekening is noordgericht

nl-landschap.nl

23

Locatie 4, achter Bloomsweg 6 Direct achter de Bloomsweg 6 zijn de kadastrale percelen gelegen sectie B, nummer 3405 en 3648. Beide percelen behoren tot de huiskavel. De initiatiefnemers zijn ter plaatse van plan om onder andere fruitsoorten en groenten aan te planten. Deze wil men aan de noordoostzijde afschermen met een struweelheg. Er is voor een struweelheg gekozen om het open landschap rondom te respecteren. Een houtsingel zou de openheid teniet doen en een haag is erg beperkt qua functie. Er wordt goed gemengd aangeplant om een stevige bijdrage te leveren voor de biodiversiteit, zeker in dit landschap. In onderstaande tabel zijn de werkzaamheden en materialen op kosten gezet.

Kostenberekening invulling KGO Bloomsweg Levering en aanplant bosplantsoen volgens situatietekening. Aanbrengen gekloofd eiken raster Inboet Water geven Totaal (exclusief BTW)

Element Eenheid C D C C

st m1 10% uur

Aantal 1156 578 totaal 16

Prijs p.e. € € € €

2,35 5,75 2.716,60 45,00

Totaal € € € €

2.716,60 3.323,50 271,66 720,00

€

7.031,76

KGO berekening. (Bron: N+L Landschapsontwerpers)

24

A:

Weiland / teelt van groente en fruit.

B:

Best aande houtopst anden.

C:

Aanbrengen van struweelheg . Plant afstand tussen de rijen 1 meter en in de rij 50 centimeter. Tot ale aanplant best aat uit 1.156 stuks bosplantsoen in de maat 80-10 0 (hoogte in centimeters). Aan te planten sortiment in een gelijke verhouding: meidoorn, sleedoorn, liguster, hondsroos, lijsterbes, Gelderse roos, framboos en ribes.

B

D:

Aan te brengen raster aan weerszijden over 2 x 289 meter. Het raster bestaat uit gekloofde palen met 2 gladdraad.

C

C

Fragment uit 1905 (topotijdreis.nl)

D

D

D

Detail struweelheg (1:200)

B A

Nieuwe situatie, niet op schaal. (Bron: N+L Landschapsontwerpers) Project:

Landschappelijke inpassing

Getekend:

NH

St atus:

DO

Adres:

Bloomsweg 6

Datum:

31-03-2022

Aant al pag .:

1

Woonplaats:

Mander veen

Gecontroleerd:

-

Formaat:

A3

Schaal:

1:150 0

Noord:

Tekening is noordgericht

nl-landschap.nl

25

Locatie 5, Kotkampsweg Aan de Kotkampsweg worden de percelen, kadastraal bekend sectie B, nummer 897, 898 en 4712 aangewend voor de pilot voor irrigatie. In totaal gaat het om een oppervlakte van ruim 5 hectare. 25% wordt ingericht als broed- en schuilgebied. De hoofddoelsoort is de grutto. De andere 75% van de oppervlakte is bestemd voor gras. De totale oppervlakte wordt dus voorzien van een irrigatiesysteem waarbij de genoemde 25% profijt heeft van nattere omstandigheden voor (bodem) voedsel en schuilmogelijkheden en de andere 75% profijt heeft door hogere opbrengsten. De boer verliest dus in beginsel 25% aan effectieve landbouwmogelijkheden, maar compenseert dit ruim door meer opbrengsten te genereren op de andere 75%. Voor uitvoering en instandhouding wordt verwezen naar het projectplan “Weilandirrigatie Goed voor weidevogels, water en boer! d.d. 2-4-2023’ dat als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan is gevoegd. De pilot duurt 5 jaar.

26

B 895

Ketnerweg

Kotkampsweg

A:

Wei/grasland voorzien van weiland irrigatie. c.a. 75% van het gehele opper vlakte 38671 m2.

B 896

B:

Grutto leefgebied voor zien van weiland irrigatie. c.a. 25% van het gehele opper vlakte 12986 m2.

C:

Werkgebied. Gehele weiland wordt voor zien van afrastering .

B

De aan te leggen afrastering is hieronder

B 897

weergegeven. Tussen het grasland en het Grutto leefgebied wordt geen afrastering geplaatst. Voor uitvoering en inst andhouding wordt ver wezen naar het projectplan “Weilandirrigatie

B 3875

Goed voor weidevogels, water en boer! d.d. 2-4-2023” dat als bijlage bij de toelichting

B 898

van het bestemmingsplan is gevoegd.

A Ketnerweg

Kotkampsweg

B 4712

C B 2699

B 4036

B 4713

B 2549

B 2548

B 901 12-12a

Lufo uit 2022 (geo.overijssel.nl)

Nieuwe situatie, niet op schaal. (Bron: N+L Landschapsontwerpers) B 2026 6-6a

B 5104

B 5103

Project:

Weiland irrigatie

Getekend:

DA

St atus:

DO

Adres:

Kotkampsweg

Datum:

24-10-2023

Aant al pag .:

1

Woonplaats:

Geesteren

Gecontroleerd:

NH

Formaat:

A3

Schaal:

1:150 0

Noord:

Tekening is noordgericht

nl-landschap.nl

27

l a n d s c h a p s o n t w e r p e r s

Oldenzaalseweg 38 • 7651 KC Tubbergen • info@nl-landschaps.nl • www.nl-landschap.nl

Weilandirrigatie Goed voor weidevogels, water en boer!

i

Aangevraagd door:

Stichting Vogelwerkgroep Geesteren Contactpersoon: H. (Hennie) Schröder

Opgesteld door:

Aequator Groen + Ruimte bv Postbus 1171 3840 BD Harderwijk

Contactpersoon:

De heer J. (Jelle Faber)

Auteur(s):

J. (Jelle) Faber J. (Jelle) Janssen

Versie:

Definitief

Datum:

2-4-2023

ii

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING

1

1.1

Achtergrond ..................................................................................................................................... 1

1.2

Probleemverkenning ...................................................................................................................... 1

1.3

Projectidee ....................................................................................................................................... 2

2. DOEL VAN HET PROJECT

3

2.1

Doelstelling....................................................................................................................................... 3

2.2

Beoogde projectresultaten ............................................................................................................ 4

2.3

Maatschappelijke meerwaarde / toetsingscriteria ..................................................................... 4

3. AANPAK

7

3.1

Aanpak .............................................................................................................................................. 7

3.2

Fasering ............................................................................................................................................ 9

3.3

Activiteiten per fase ........................................................................................................................ 9

4. ORGANISATIE

10

4.1

Projectorganisatie ......................................................................................................................... 10

4.2

Overlegmomenten en rapportages ............................................................................................ 10

5. DOORLOOPTIJD EN BEGROTING

11

5.1

Doorlooptijd ................................................................................................................................... 11

5.2

Begroting ........................................................................................................................................ 11

5.3

Financiering .................................................................................................................................... 12

iii

1. INLEIDING 1.1

Achtergrond

Weidevogels horen bij Nederland. Ze stellen diverse eisen aan hun leefgebied om te foerageren, schuilen en broeden. Weidevogelkuikens eten insecten die ze vinden in kruidenrijk grasland. Volwassen vogels eten veelal bodemleven (wormen) dat door een vochtige bodem op een bereikbare diepte zit. Met een meer open landschap en de jacht op predatoren in de jaren 60-70 van de vorige eeuw werd het weidelandschap steeds geschikter voor weidevogels, waardoor hun aantallen konden toenemen. Geleidelijk zorgden schaalvergroting en mechanisering in de landbouw er voor dat het leefgebied weer ongeschikter werd. Ontwatering en uitdroging van het land treedt ook meer op. De jaren 2018, 2019, 2020 en 2022 werden gekenmerkt door droogte. Dit had directe gevolgen voor natuur en landbouw. In perioden van droogte kwam gewasgroei en ook bodemleven tot stilstand. Hierdoor was er voor weidevogels en hun kuikens onvoldoende voedsel beschikbaar. Door de droogte kregen ook melkveehouders problemen. Sterk verminderde grasgroei leidde tot een lagere opbrengst en lagere kwaliteit van ruwvoer dan in groeiseizoenen met een gemiddeld neerslagpatroon. Hierdoor werden agrariërs gedwongen om voor een hoge prijs ruwvoer aan te kopen wat het verdienvermogen verder onder druk zet. Om de productie enigszins op peil te houden en de graszode in conditie te houden worden graslandpercelen waar mogelijk beregend.

Hiervoor worden grote hoeveelheden grond- en/of oppervlaktewater onttrokken. Beregenen kan vaak ook niet door beregeningsverboden die ingesteld worden om schade op andere belangen zoals natuur te voorkomen. Door klimaatverandering zullen in de toekomst extreme weersomstandigheden zoals lange perioden van droogte vaker voorkomen. Daarom is het belangrijk voor de lokale agrarische sector en weidevogels dat er een volhoudbare aanpak gevonden wordt om om te gaan met klimaatverandering, waterbehoefte, agrarische natuur en duurzame productie.

1.2

Probleemverkenning

Wij (Vogelwerkgroep Geesteren) zetten ons al jaren in voor weidevogels in Noordoost Twente met 60 vrijwilligers. Er zijn allerlei verbeteringen doorgevoerd om het gehele gebied te verbeteren (zie ook paragraaf 2.3 over maatschappelijke meerwaarde). Dit heeft er toe geleid dat het gebied De Veldhoek weer de toewijzing Kritisch weidevogelgebied heeft gekregen van de provincie Overijssel. Het aantal weidevogelnesten neemt toe, maar in droge jaren (2018, 2019, 2020) worden jonge vogels niet vliegvlug. Gewasgroei stagneert, er zijn te weinig insecten bovengronds en het bodemleven trekt zicht terug bij droogte. In 2021 hadden we een proef in uitvoering met druppelirrigatie in een strook weiland bij agrarisch bedrijf Kamphuis in Geesteren, waar elk jaar grutto’s terugkeren om te broedden. Dat jaar werden er daadwerkelijk jongen vliegvlug. Dit liet het belang zien voor weidevogels van het vochtig houden van de bodem en gewasgroei (kruiden) en bodemleven op gang houden. Dit perceel, waar jaar na jaar weidevogels terugkeren, wordt niet beregend. In de winter wordt maximaal water vastgehouden in sloten om de grondwaterstand aan te vullen voor de zomer. Het is bij uitstek een gebied waar het noodzakelijk is elke druppel water doelmatig in te zetten, voor boer en natuur. De pilot in 2021 was een groot succes voor weidevogels, maar leverde ook veel vragen op.

Er zijn flexibele slangen gebruikt en ongezuiverd water. Na het veldseizoen waren de slangen dichtgeslibd door het ijzerrijke water en de flexibele slangen bleken moeilijk te verwijderen uit de bodem.

1

De grote vraag staat open hoe een langjarige bijdrage geleverd kan worden aan weidevogels, die ook ingepast kan worden in de landbouw en die past in de wateropgave in het gebied.

1.3

Projectidee

Langjarige weilandirrigatie met schoon water kan de integrale oplossing vormen voor de uitdagingen in dit gebied. Dit systeem wordt al meer toegepast in fruitteelt en bomenteelt en ook in akkerbouw in combinatie met fertigatie (vloeibare bemesting). Voor weilanden is dit een innovatieve toepassing. Bij weilandirrigatie wordt door middel van druppelleidingen een weiland vochtig gehouden. Hierdoor blijft gewassen groeien in droge tijden, blijft bodemleven actief in de toplaag en vindt mineralisatie van nutriënten plaats. Dit is van levensbelang voor de opgroeiende jonge kuikens van weidevogels. Vochtig weiland levert voedsel zowel boven- als ondergronds. De leidingen voor irrigatie liggen op een diepte zodat ze niet beschadigd worden bij bemesting of ondiepe grondbewerking. De leidingen zijn van een materiaal dat lang mee gaat. Het is een duurzaam systeem dat werkt op lage druk en weinig water verbruikt. Het systeem werkt sensorgestuurd en kan met zonnepanelen van stroom worden voorzien. https://www.rtvoost.nl/nieuws/2027545/Eindelijk-hebben-we-jonge-grutto-s-zien-uitvliegen Voor een meerjarig systeem moet er schoon water worden ingezet. Voor toepassing in dit weidevogelgebied is het nodig een diepe bron te boren. Door weilandirrigatie in te zetten op percelen met een gecombineerd gebruik ontstaat een win-win situatie voor weidevogel en boer.

Een deel (bijvoorbeeld 25 %) van het weiland wordt speciaal voor weidevogels kruidenrijk ingezaaid en extensief gebruikt waarbij enkel nog ruige mest toegediend wordt. De irrigatie zorgt ervoor, dat de gronden vochtig blijven waardoor de kruiden tijdig opkomen en dit insecten aantrekt. Ook zorgt het in combinatie met de ruige mest voor een actief bodemleven hoog in de zode. De gebruikswaarde van dit deel van het weiland is voor de boer nog maar heel beperkt. Voor de jonge weidevogels is dit type grasland van levensbelang. Het overige deel van het perceel wordt ingericht voor landbouwkundig gebruik. Een betere vochtvoorziening zorgt voor een hogere opbrengst met een betere voedingswaarde ten opzichte van percelen zonder druppelirrigatie. Juist in perioden van droogte. De graszode blijft langer in conditie en is niet of minder snel aan vernieuwing toe. Hierdoor kan weer ingezet worden op bodemkwaliteit en opbouw van organische stof. Meer organische stof draagt bij aan water vasthouden. Met druppelirrigatie kan hoge productie bereikt worden met efficiënte inzet van middelen (water, minder uitspoeling nutriënten). Zo ontstaat een meervoudige win-win-win situatie, voor weidevogel, waterkwantiteit en kwaliteit en agrariër. De verwachting is dat de agrariër door meeropbrengst op het landbouwdeel van het perceel, voor het weidevogeldeel kan compenseren of zelfs over houdt.

Het is onderdeel van het plan om te monitoren hoe de aanlegkosten en jaarlijkse kosten zich verhouden tot de opbrengsten zowel voor weidevogels als de agrariër.

2

2. DOEL VAN HET PROJECT 2

2.1

Doelstelling

Doel van de uitvoering van dit plan is om een langjarige verbetering te realiseren van weidevogelgebied De Veldhoek in Geesteren. De betreffende locatie is nu al een hotspot van weidevogels. Het doel van deze inrichting en beheer is om een grote boost te geven aan broedsucces en opgroeisucces van weidevogels op deze locatie. Daarnaast is het een doel om een grote aantrekkende werking te hebben als foerageergebied voor weidevogels die in de omgeving broedden. Doel is om te ervaren hoe bijdragen aan weidevogels gecombineerd kan worden met landbouw. Het is een doel om te onderzoeken hoe de aanleg en beheerkosten van druppelirrigatie, en het in stand houden van een deelgebied specifiek voor weidevogels zich verhouden tot verhoogde graslandproductie. Het doel is om te leren over deze innovatieve toepassing ook voor toepassing in andere gebieden. Het is een doel om aan landbouw en weidevogels te werken en tegelijkertijd aan klimaatadaptatie en efficiënt watergebruik. Weilandirrigatie is te duur om in elk droogtegevoelig weiland toe te passen. Het gaat hierbij om te onderzoeken of we deze weidevogelhotspot kunnen creëren in combinatie met productieve landbouw, en daarbij minder water te verbruiken dan door te beregenen. Het effect van weilandirrigatie is gewasgroei in droge tijden op gang te houden, en ook graslandvernieuwing uit te stellen, zodat nutriënten minder uitspoelen.

Hierdoor dragen we bij aan waterkwaliteit. Om te kunnen monitoren en leren in deze innovatieve toepassing hebben we de volgende onderzoeksvragen: Weidevogels: Wat is het effect van weilandirrigatie op het vliegvlug worden van weidevogelkuikens? Wat is het effect van weilandirrigatie op foerageergebied van weidevogels? Wat is het effect van weilandirrigatie op bodemleven? Wat is het effect van weilandirrigatie op kruidenrijk grasland? Landbouw: Wat is het effect van weilandirrigatie op productie van grasland? Wat is het effect van weilandirrigatie op bodemstructuur en beworteling van gras? Wat is het effect op de kwaliteit van de grasmat? (vermindering graslandvernieuwing) Klimaatadaptatie en watergebruik: Hoeveel water is er nodig voor druppelirrigatie in vergelijking met beregening? Nutriënt benutting en waterkwaliteit Wat is het effect van druppelirrigatie op de stikstofbenutting? Wat is het effect van druppelirrigatie op de grondwaterkwaliteit? Tevens proberen we deze technische vragen te beantwoorden: 1: Hoe lang gaat het systeem mee? 2: Op welke diepte moet het aangelegd worden? 3: Hoeveel water moet gegeven worden en bij welke weersomstandigheden?

3

4: Wat zijn de eenmalige en jaarlijkse kosten en baten van weilandirrigatie? 5: Wat is nodig om dit systeem en de meerwaarde voor weidevogels en landbouw te borgen voor de lange termijn? 6: Wat zijn de lessen om dit systeem ook in andere gebieden in te zetten (bijv. bodem en water omstandigheden)?

2.2

Beoogde projectresultaten

Verbetering weidevogelgebied Geesteren. 1: Leren over de combinatie inrichting en beheer voor weidevogels in combinatie met agrarisch gebruik. 2: Leren over de combinatie weidevogels en landbouw en efficiënt watergebruik. M.a.w. leren over klimaatadaptatie in de landbouw en agrarisch natuurbeheer. 3: Lessen die toepasbaar zijn in andere gebieden in Overijssel en heel Nederland.

2.3

Maatschappelijke meerwaarde / toetsingscriteria

Het project draagt bij aan het versterken van de biodiversiteit, landbouwtransitie, klimaatadaptatie, efficiënt watergebruik en waterkwaliteit. Hierbij stimuleren we samenwerking tussen partijen en innovatie op het gebied van weidevogelbeheer, landbouw, en klimaatadaptatie. Versterken biodiversiteit Vogelwerkgroep Geesteren is opgericht in 1992. Al 30 jaar zetten wij ons in voor het behoud van weidevogels in Noordoost Twente. Het perceel van maatschap Kamphuis aan de Kotkampsweg in Geesteren is een hotspot voor weidevogels, en specifiek grutto’s. Elk jaar broeden er 5 tot 6 paartjes. De plek heeft een aantrekkende werking voor broedende weidevogels in de omgeving. De afgelopen jaren zijn er in het hele gebied verbeteringen doorgevoerd in inrichting en weidevogelbeheer. Bij Aalbergen is onder andere ingezet op plasdras en het verplaatsen van bomen met roofvogels. Voor weidevogels is zo’n gebiedsaanpak nodig: broedgelegenheid, kruidenrijk grasland, plas dras en bescherming tegen predatoren. Deze aanpak heeft gewerkt. Dit deel (De Veldhoek) van Geesteren is opgenomen in het natuurbeheerplan van de provincie Overijssel als leefgebied open grasland (weidevogelgebied). De Veldhoek heeft weer de stempel kritisch weidevogelgebied gekregen van de provincie. Dit houdt onder andere in dat er drie weidevogelsoorten voorkomen: grutto, tureluur en wulp.

In het hele gebied worden de goede stappen gezet en het gebied heeft potentie voor meer. Het broedsucces van weidevogels gaat omhoog, maar de jonge vogels worden niet vliegvlug in droge jaren (2018 -2019 -2020) vanwege voedseltekort. We hebben ervaren dat plaatselijke vernatting zeer positief uitpakt voor weidevogels. In 2021 hadden we een eenjarige proef (eenjarige slangen en ongezuiverd water) met weilandirrigatie in een strook op het perceel van Kamphuis. Dit pakte zeer positief uit voor weidevogels met circa 15 grutto kuikens die vliegvlug werden. In 2022 hebben we ingezet op plasdras, en ook dat pakte goed uit. Met dit initiatief voor weilandirrigatie kunnen we een verbetering van weidevogelgebied realiseren in combinatie met landbouw. We hebben al gezien dat het vochtig houden van dit weidevogelperceel grote uitstralende werking op het gebied heeft. Weidevogels die nabij broedden komen op deze locatie foerageren. Daarmee versterkt deze inrichting de weidevogelpopulaties in dit gebied. Landbouwtransitie In de landbouwtransitie wordt gezocht naar manieren om functies meer te verweven: landbouw, natuur, water, klimaat. Daarbij is het een zoektocht wat het verdienmodel van de agrariër is en hoe maatschappelijke diensten combineren met landbouwproductie. Bij deze inrichting en de monitoring en het

4

leren eromheen gaan we ervaren hoe de inrichting en beheerkosten uitpakken. Ook testen we een nieuw concept om een deel van een perceel volledig voor weidevogels te gebruiken en een deel voor landbouwproductie. Waarbij het irrigatiesysteem de hoge waarde geeft aan het weidevogeldeel, en tegelijkertijd de inkomstenderving compenseert, door meerwaarde op het productiedeel. Weilandirrigatie is te duur om op elk droogtegevoelig perceel toe te passen. Maar het biedt juist kansen om weidevogelhotspots te kunnen creëren in combinatie met productieve landbouw, en daarmee dit ook financieel mogelijk te maken. Water

Klimaatadaptatie, efficiënt watergebruik Er is water nodig, juist in droge perioden, om geschikt foerageergebied te houden voor weidevogels. Tegelijkertijd is waterkwantiteit een opgave in dit gebied, en moet er voor klimaatadaptatie juist spaarzaam met water worden omgegaan. De agrariërs in dit gebied en specifiek ook op deze locatie (maatschap Kamphuis) zijn zich hiervan bewust en proberen zoveel mogelijk water vast te houden. Ook het waterschap zet hier op in. De hele winter wordt het peil in de sloten op zomerstand gehouden, hoog dus. Er zijn stuwen bij geplaatst, zodat tot in het voorjaar het water hooggehouden kan worden. Op dit perceel wordt om te kunnen bemesten in vroege voorjaar het peil omlaag gehaald, zodat de grond begaanbaar is om het daarna meteen weer op te zetten. Het organische stof gehalte van de bouwvoor op locatie is circa 4%, en er wordt gewerkt om dit zo te houden en te verhogen. De locatie is blijvend grasland en er vind geen grondbewerking plaats. Met een hoger organische stof gehalte kan meer water worden vastgehouden. Goede bodemstructuur zorgt voor goede nalevering vanuit het grondwater. Dit alles stelt het moment uit waarop het gewas last krijgt van droogte. Klimaatadaptatie heeft de aandacht en hier wordt in het gebied aan gewerkt, ook op nieuwe manieren. Droge jaren zijn nog steeds funest voor weidevogels.

Met weilandirrigatie kan een weidevogelhotspot gecreëerd worden in combinatie met productieve landbouw, met efficiënte inzet van kostbaar water. Op basis van ervaringen met druppelirrigatie is circa 50% waterbesparing te verwachten vergeleken met beregening.

Waterkwaliteit verbeteren:

Met druppelirrigatie blijft gewasgroei, bodemleven en mineralisatie op gang in het weiland. Dit resulteert in benutting van nutriënten in plaats van uitspoeling. Droogteschade leidt vaak tot verslechtering van de grasmat en tot graslandvernieuwing. Ook hierbij spoelen nutriënten uit. In dit project wordt dit voorkomen op dit perceel. Minder uitspoeling leidt tot betere waterkwaliteit. Samenwerking Op locatie is al een langdurige samenwerking tussen de agrarische ondernemer Kamphuis en ons, Vogelwerkgroep Geesteren. De ondernemer is de cruciale partij en stelt zich open voor aanleg van weilandirrigatie op zijn perceel, en het inrichten voor een deel van het perceel specifiek voor weidevogels. Het bedrijf Water4all is specialist op het gebied van beregeningsystemen en irrigatiesystemen. Zij haken aan bij dit initiatief en investeren mee omdat zij de potentie zien van een nieuwe innovatieve toepassing van druppelirrigatie in weiland. Zij hebben de kennis voor het ontwerp en aanleg van het systeem, en ook het beheer en efficiënt omgaan met water en energie. Aequator Groen + Ruimte leidt het project vanuit ervaring met initiatieven waarbij natuur en landbouw meer samen gaan. Tevens brengen zij expertise in op het gebied van bodem en water, en zullen zij de monitoring op dat vlak verzorgen.

Het team wordt verder aangevuld met N+L Landschapsontwerpers, een bronbemaler, kennisinstituut WUR, Agro-innovatiecentrum De Marke en Subsidiebureau Twente. Tevens zullen studenten aangetrokken worden om een deel van de monitoring te doen (bodemleven, gebruik locatie door weidevogels).

5

Innovatie op het gebied van weidevogelbeheer, landbouw, en klimaatadaptatie (efficiënt watergebruik) De innovatie voor dit initiatief ligt in het samengaan van inrichting voor weidevogels in combinatie met landbouwproductie, met inzet van druppelirrigatie voor efficiënt watergebruik. In Nederland is voornamelijk ervaring met druppelirrigatie in akkerbouw, fruitteelt en boomteelt. De toepassing in permanent grasland is nieuw. Het concept om een geheel perceel te irrigeren en dan een deel te reserveren voor weidevogels zonder landbouwproductie en hogere productie na te streven op het overige deel is nieuw. Juist de combinatie geeft dit concept potentie om ook op andere plekken toe te passen. Het is een manier om aan transitie van landbouw te werken, en om natuur een plek te geven en tegelijkertijd daar een verdienmodel bij te bouwen voor de agrarische ondernemer. In Geesteren speelt droogte in zowel natuur als landbouw, gezien droge jaren en klimaatverandering. Met weilandirrigatie kan toch een vochtig weiland gecreëerd worden en tegelijkertijd efficiënt met water worden omgegaan. Zo kan ook efficiënt irrigatie van het productieve weilanddeel gerealiseerd worden, wat zorgt dat de agrariër dit concept kan inpassen in de bedrijfsvoering. De samenwerking tussen agrarisch ondernemer, Vogelwerkgroep en Water4All is ook vernieuwend.

Met de overige partijen erbij is alle benodigde expertise aanwezig, en is iedereen gemotiveerd om te leren en te investeren in dit concept. Kosten versus baten De aanlegkosten voor weilandirrigatie op dit perceel zijn hoog. Er moet een diepe bron worden geboord, met filters op verschillende diepten om maximaal kans te hebben op schoon water. Het zuiveren van water zou veel energie en filtermateriaal (reagens) kosten en is oneindig. Dit is daarom geen optie. Ook de aanleg van de leidingen kost eenmalig veel inzet. Als het systeem inderdaad lang meegaat, middelen deze kosten uit. Verder zetten we in op goede monitoring om maximaal te leren en om efficiënt met water om te gaan. De baten zijn een verbetering voor het hele weidevogelgebied rondom Geesteren. Op deze locatie, die nu al een hotspot is voor kritische weidevogels, zal broedsucces en vliegvlug worden van jongen substantieel bijdragen aan de populatie. Verder zal de locatie een sterke aantrekkende werking hebben als foerageergebied bij weidevogels die in de omgeving broeden. Het is van grote meerwaarde om te leren hoe de combinatie weidevogels en agrarische productie door weilandirrigatie uitpakt. Dit kan voeding zijn voor andere locaties om een weidevogelhotspot mogelijk te maken en in te kunnen passen in de agrarische bedrijfsvoering.

Leren over druppelirrigatie is van grote meerwaarde juist nu klimaatadaptatie een belangrijk thema is. In dit initiatief kunnen we leren over het effect van maximaal water vasthouden in combinatie met grondwater benutten in droge tijden middels druppelirrigatie. Vervolg Het concept weilandirrigatie heeft potentie voor Noordoost Twente maar ook voor andere gebieden. Het heeft potentie om efficiënt water in te zetten op plekken waar dat op andere manieren niet kan, bijvoorbeeld door het opzetten van slootpeil. Je kan hiermee extreem droge jaren op vangen voor weidevogels. Het is ook een manier om nu weidevogels te ondersteunen terwijl het buitengebied een transitie doormaakt. Ook dit speelt in andere gebieden. Met weilandirrigatie kan je nu aan de slag, terwijl het proces van peilverhoging en vernatting nog loopt. Leren over druppelirrigatie is mogelijk cruciaal voor de toekomst van landbouw in een veranderend klimaat. Leren over aanleg- en beheerkosten, aanlegdiepte, hoeveelheid water, beworteling, bodemleven en productie is waardevolle input voor landbouw en waterbeheer.

6

3. AANPAK 3

3.1

Aanpak

In het weiland aan de Kotkampsweg in Geesteren (in groen onder) in het kritisch weidevogelgebied De Veldhoek zijn ieder jaar weer nesten van grutto’s en andere weidevogels. De weidevogels zijn hierin erg honkvast. Daarom kiezen we dit perceel voor uitvoering en niet een perceel dichter bij het erf. Op maispercelen nabij broedden kieviten. Dit betekent dat een leiding van 1,2 km nodig is van het erf naar het perceel (zie onderstaande blauwe lijn). De reden voor het plaatsen van de grondwaterbron bij het erf is omdat dan de pomp gevoed kan worden met elektriciteit van de zonnepanelen op de stal. Hiermee blijft ook de optie over om een waterbuffer te maken op het perceel (toegestaan in vergunning). De leidingen in het perceel worden onderverdeeld in groepen, waardoor per deelgebied gestuurd kan worden.

7

Uitgangspunt van de pilot is dat de Maatschap Kamphuis 25% van de grond volledig inzet voor weidevogels en dat de overige 75% een hogere opbrengst oplevert (ook in de droge zomers). De 25% van het weilandperceel wordt kruidenrijk ingezaaid en verschraald door er geen drijf- of kunstmest meer op aan te brengen. Hierdoor ontstaat er een kruidenrijke leefomgeving met voedsel en beschutting voor de weidevogels. De agrariër heeft geen opbrengst van dit deel. Er wordt wel gemaaid om opkomst van houtopslag te voorkomen maar dit kan niet gevoerd worden aan het vee. De overige 75% van het weilandperceel wordt ingericht voor productief gebruik. Hier haalt de boer een hogere en hoogwaardige opbrengst vanaf, met name in droge seizoenen. De hogere opbrengst compenseert het verlies van het extensief gebruikte weidevogeldeel. Het gehele perceel wordt afgerasterd om predatie op weidevogels tegen te gaan.

Details aanpak De bouwvoor op locatie varieert van 25 tot 30 cm dikte. Daaronder begint het gele zand. De druppelirrigatie wordt op verschillende dieptes aangelegd. Hiervoor wordt eerst met bodem- en weidevogelexperts en irrigatie-experts een voorstudie gedaan. Ook worden verdere technische details uitgewerkt die meegenomen worden in de keuzes. We maken ook proefvakken voor verschillend debiet aan irrigatie. We onderzoeken ook de toepassing van (bodemvocht)sensorgestuurde technieken om het systeem stand-alone te laten draaien en alleen op momenten dat het nodig is. Monitoring Op de proefvelden worden verschillende aspecten meerjarig gemonitord om uiteindelijk uitspraken te kunnen doen over de werking van het systeem, water, bodem en effecten op weidevogels en productie. Er wordt gemonitord op: 1: Weidevogels (gebruik als foerageer- en broedgebied, broedsucces, jongen vliegvlug) 2: Bodem (bodemvocht, bodemkwaliteit, beworteling, bodemleven) 3: Grasproductie 4: Conditie grasmat, grassamenstelling (grassoorten) 5: Ontwikkeling kruidenrijk grasland 6: Watergebruik 7: De kosten en baten (voor de boer) van weilandirrigatie worden bijgehouden en berekend met uitsplitsing naar de inrichting en de jaarlijks beheerkosten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1106/documents/23621