CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage BP Albergen, Eenhuisstraat 11 en Zenderseweg 42 VG01.pdf

Raadscommissie 2 maart 2021, gemeente TubbergenBij agendapunt: 7: Bestemmingsplan Albergen, Eenhuisstraat 11 en Zenderseweg 4229.508 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

grenswaarden LAr,LT en LAmax in dBA m.b.t. woningen van derden

periode

voor de gevels van woningen

voor de gevels van woningen op een bedrijfsterrein

LAr,LT

LAmax

LAr,LT

07-19 uur

50

70*

55

75*

19-23 uur

45

65

50

70

23-07 uur

40

60

45

65

*

LAmax

n.v.t. op laden/lossen t.b.v. de inrichting voor zover dit plaats vindt tussen 07.00-19.00 uur

Indirect lawaai De invallende geluidbelasting op de woninggevels t.g.v. verkeer van en naar de inrichting op de openbare weg wordt beoordeeld conform de circulaire “Geluidhinder veroorzaakt door wegverkeer van en naar de inrichting” d.d. 29 februari 1996 (Ministerie van VROM). Dit betekent dat dit verkeer uitsluitend wordt beoordeeld op het equivalente geluidniveau LAeq en de normstelling daarvoor aansluit bij de Wet geluidhinder (Wgh, 50 dBA voorkeursgrenswaarde). Het indirecte lawaai door voertuigen op de openbare weg van en naar de inrichting wordt beoordeeld bij geluidgevoelige bestemmingen waar dit nog afzonderlijk akoestisch herkenbaar is t.o.v. het overige verkeer. Het indirect lawaai is niet beoordeeld omdat dit niet significant wijzigt en het verkeer direct wordt opgenomen in het heersende verkeersbeeld.

1.3

Waarneempunten en waarneemhoogte De invallende geluidbelasting moet worden gemeten voor de gevels van woningen van derden op een hoogte waar de geluidoverlast kan worden ondervonden. Gebruikelijk is daarbij om bij grondgebonden woningen overdag de geluidbelasting op 1.5 m (begane grond niveau) en in de avond/nacht op verdiepingshoogte (5 m of hoger) te beoordelen.

Bouwbedrijf B&K 20.052 23 maart 2020 pagina 4

2

UITGANGSPUNTEN

2.1

Representatieve bedrijfssituatie Geluidvoorschriften dienen (mede) te zijn afgestemd op de geluidemissie die de inrichting onder normale omstandigheden veroorzaakt, veelal aangeduid als de "representatieve bedrijfssituatie (RBS)". Het gaat hier om de beoordelingsgrootheden die representatief zijn voor de geluidemissie. Bij inrichtingen waarvan die emissie in hoofdzaak wordt bepaald door constante geluidsbronnen (bijvoorbeeld ventilatoren) geeft het vaststellen van de RBS geen problemen. Anders ligt dat bij inrichtingen waarbij er sprake is van discontinue bedrijfssituaties, voortdurend wisselende activiteiten en dergelijke. De representatieve bedrijfssituatie zal in dat geval betrekking hebben op een voor de geluiduitstraling kenmerkende bedrijfsvoering bij volledige capaciteit van de inrichting. Bouwbedrijf B&K B.V. is een middelgroot bouwbedrijf voor de woning, agrarische en utiliteitsbouw. Het bedrijf beschikt over een eigen timmerwerkplaats.

2.2

Akoestisch relevante bedrijfsactiviteiten Voor een juist beeld van de geluidemissie is een inventarisatie gemaakt van de akoestisch relevante geluidbronnen met een inschatting van de bedrijfstijden zoals door het bedrijf aangegeven. De akoestisch relevante geluidbronnen zijn : 1. het rijden en parkeren van voertuigen 2. laden/lossen op het terrein (oa aan/afvoer materiaal/materieel/containers) 3. werkzaamheden in het gebouw ad 1 Personenwagens van directie/personeel/klanten worden geparkeerd aan de voorzijde. Het aantal bewegingen in/uit bedraagt maximaal 14/2/5 in de dag/avond/nacht. Het bedrijf beschikt over 5 bestelbussen welke dagelijks naar de bouwplaats rijden. Alle bussen komen dagelijks aan de werkplaats en komen aan het eind van de middag terug. De worden geparkeerd op het achterterrein of in de hal nadat aanhangers zijn gelost/opnieuw geladen om ’s morgens te kunnen vertrekken, het aantal bewegingen van lichte voertuigen van en naar het achterterrein bedraagt maximaal 14/2/5 in de dag/avond/nacht. De avond- en nachtbewegingen betreffen het evt. na 19 uur terugkeren (incidenteel) en vertrek voor 07 uur. Gerekend wordt met 4 bewegingen van een zwaar voertuig naar en van het achterterrein en 1 vrachtwagen t.h.v. de werkplaats evt. met een loskraan. ad 2 De laad- en loswerkzaamheden vinden op het terrein aan de achterzijde plaats m.b.v.

een (gas) heftruck welke op het terrein maximaal 30 minuten wordt ingezet. Voor het wisselen van een container of lossen met een autoloskraan aan de achterzijde is gerekend met 10 minuten, aan de voorzijde 10 minuten incl. manoeuvreren.

Bouwbedrijf B&K 20.052 23 maart 2020 pagina 5

ad 3 Het bedrijf beschikt over een grote moderne werkplaats (± 300 m2) met een groot aantal houtbewerkingsmachines (schaafmachine, vlak/vandiktebank, cirkelzaag, afkortzaag, frees, lintzaag, motafzuiging, divers handgereedschap) voor timmerwerk. Niet alle machines draaien tegelijk. Seriewerk, zoals de productie van kozijnen komt niet voor. Het gemiddelde geluidniveau in de werkplaats tijdens een drukke 8-urige werkdag met veel productie bedraagt volgens ervaringscijfers niet meer dan 85 dBA, dat is incl. een inpandige motafzuiging welke aan staat tijdens productie. De geluiduitstraling via de gevels/dak is in rekening gebracht. De timmerwerkplaats staat in open verbinding met de werkplaats. Er is rekening gehouden met 1 uur geopende overheaddeur t.b.v. het laden/lossen tijdens werkzaamheden in de werkplaats. Het geluidniveau t.h.v. de deur is afgenomen en bedraagt niet meer dan 82 dBA. In tabel II staan de geschatte maximale activiteiten en transportbewegingen voor de drukke werkdagen (“worst case” situatie). Rekening is gehouden met regelmatig vertrek van voertuigen voor 07 uur en terugkomst na 19 uur. Tabel II :

aantallen (bewegingen) of tijd

Bedrijfsactiviteiten per dag

Dag

Avond

Nacht

7-19 uur

19-23 uur

23-07 uur

5 x 2 = 10x

2x

in/uitrijden lichte voertuigen naar het voorterrein

1 1

2

in/uitrijden lichte voert/bestelbussen naar het achterterrein

7 x 2 = 14x

2x

5x

in/uitrijden zware voertuigen naar het achterterrein

2 x 2 = 4x

-

-

gebruik heftruck op het terrein (3 bronnen 10 min)

30 minuten

-

-

wisselen container of autoloskraan op het achterterrein

10 minuten

-

-

werkzaamheden werkplaats

8 uur

-

-

1 geopende overheaddeur tijdens werkzaamheden in de werkplaats

1 uur

-

-

1

terugkomen van een werk of klanten na 19 uur

2

vertrek ’s morgens voor 07 uur

Bouwbedrijf B&K 20.052 23 maart 2020 pagina 6

3

GELUIDBELASTING De geluidbelasting is bepaald met een rekenmodel (methode II 8), rekening houdend met de geografische gegevens en de representatieve bedrijfssituatie. Het model is een benadering van de werkelijkheid en in dit geval de enige methode om met een broninventarisatie een betrouwbaar beeld te krijgen van de geluidimmissie in de omgeving.

3.1

Rekenmodel De geluidoverdracht naar de omgeving is bepaald met een rekenmodel (Geomilieu V4.50), waarin zijn opgenomen : - de bedrijfsgebouwen, de omliggende woningen en geluidabsorberende (zachte) bodemvlakken, algemene bodemfactor reflecterend (0) - de geluidbronnen met hun posities en bronvermogensniveaus LW, - immissiepunten bij de bestaande woningen derden, op 1.5 en 5 m boven maaiveld. Bijlage I geeft een overzicht en plottertekeningen met de invoergegevens van het rekenmodel. Basisformule geluidoverdracht Bij een directe geluidmeting onder meteocondities wordt het zgn gestandaardiseerd immissieniveau Li vastgesteld. Dit is het equivalente (gemiddelde) geluidniveau gedurende een bepaalde periode van één of meerdere bronnen. Het gestandaardiseerd immissieniveau Li per bron kan ook worden berekend volgens : Li = LWR – D dBA waarin LWR D

= het immissierelevante bronvermogensniveau in dBA = verzamelterm van alle verzwakkingen (HLMR IL ’99 meth. II.8)

Voor de berekening van het langtijdgemiddeld deeltijdsniveau LAeqi,LT van een bron wordt uitgegaan van de gemiddelde bronsterkte tijdens een cyclus (bijv. het rijden van een vrachtwagen incl. optrekken/remmen). Voor de berekening van het maximale geluidniveau dient te worden gerekend met het maximale bronvermogensniveau LWr,max dat redelijkerwijs kan worden verwacht. Modellering en betrouwbaarheid Voor een betrouwbare indruk van de geluidbijdrage van de relevante geluidbronnen is een juiste modellering van groot belang (het aantal en positie(s) van de bronnen, objecten e.d.) vooral indien sprake is van geluidafschermende en/of reflecterende objecten. De verfijning van het model is afhankelijk van de afstand tussen de bron en het meetpunt en eventuele tussenliggende objecten. Hierbij wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de modelleringsrichtlijnen uit de Handleiding industrielawaai en de handleiding van het software pakket (DGMR). Afwijkingen van ± 10% in de modellering en inschatting van de tijdsduur van een activiteit/bron zijn verwaarloosbaar.

3.2

Geluidoverdracht Bij een directe geluidmeting onder meteocondities wordt het zgn gestandaardiseerd immissieniveau Li vastgesteld. Dit is het equivalente (gemiddelde) geluidniveau gedurende

Bouwbedrijf B&K 20.052 23 maart 2020 pagina 7

een bepaalde periode van één of meerdere bronnen. Het gestandaardiseerd immissieniveau Li per bron kan ook worden berekend volgens : = LWR – D dBA waarin Li LWR D

= het immissierelevante bronvermogensniveau in dBA = verzamelterm van alle verzwakkingen (HLMR IL ’99 meth. II)

Voor de berekening van het langtijdgemiddeld deeltijdsniveau LAeqi,LT van een bron wordt uitgegaan van de gemiddelde bronsterkte tijdens een cyclus (bijv. het rijden van een vrachtwagen incl. optrekken/remmen). Voor de berekening van het maximale geluidniveau dient te worden gerekend met het maximale bronvermogensniveau LWr,max dat redelijkerwijs kan worden verwacht. Het langtijdgemiddeld deeltijdsniveau LAeqi,LT t.g.v. een bepaalde bedrijfstoestand wordt bepaald uit het (A-gewogen) gestandaardiseerde immissieniveau volgens : LAeqi,LT waarin

= Li - C b - C m

[dBA]

Li = Cm = Cb = To =

gestandaardiseerd immissieniveau onder meteocondities meteocorrectie (0 tot 5 dB) afhankelijk van hoogtes en ri bedrijfstijd-correctie = -10 log Tb/To tijdsduur van de beoordelingsperiode (dag, avond of nacht, voor tijden zie normstelling rapport) Tb = effectieve bedrijfstijd in die periode

Wanneer op het beoordelings/rekenpunt bij een bepaalde bedrijfstoestand binnen het totaal aanwezige geluidniveau vanwege de betreffende inrichting geluid met een duidelijk hoorbaar tonaal-, impulsachtig- of muziekkarakter wordt waargenomen, wordt op het langetijdgemiddeld deeltijdsniveau LAeqi,LT van de betreffende bedrijfstoestand tijdens welke dit specifieke karakter optreedt, een toeslag toegepast voor : tonaal of impulsgeluid K = 5 dB of muziekgeluid K = 10 dB Uitgangspunt is dat voor Bouwbedrijf B&K bij woningen van derden geen sprake is van relevant herkenbaar tonaal-, impuls- of muziekgeluid.

3.3

Bronvermogensniveaus De basis voor de geluidoverdrachtsberekeningen vormen de gehanteerde bronvermogenniveaus van de verschillende geluidbronnen onder representatieve bedrijfsomstandigheden als hierna behandeld. De bronvermogenniveaus van de relevante geluidbronnen zijn afgeleid uit metingen, kengetallen, ervaringscijfers of gebaseerd op een aanname (nieuwe geluidbron). Mobile bronnen Voor berekeningen van wegverkeerslawaai (volgens RMG ‘2012) wordt bij een snelheid van 30 km/uur uitgegaan van een bronvermogensniveau van 93, 100 en 103 dBA respectievelijk voor lichte voertuigen, middelzwaar en zwaar vrachtverkeer. Bij het rustig

Bouwbedrijf B&K 20.052 23 maart 2020 pagina 8

rijden/manoeuvreren van voertuigen met lagere snelheden in een lager toerental liggen de bronvermogens over het algemeen nog aanzienlijk lager. Gerekend wordt met gemiddeld 90, 92 en 102 dBA voor het rijden van lichte voertuigen, bestelbussen respectievelijk zware voertuigen. Voor een (gas) heftruck wordt een bronvermogensniveau van ca 98 dBA aangehouden. Het bronvermogensniveau tijdens het wisselen van een container met een stationair draaiende vrachtwagen of gebruik loskraan bedraagt volgens ervaringscijfers 102 dBA. Het piekbronvermogen bij het dichtslaan van portieren bedraagt max. 100 dBA. De piekbronvermogens tijdens optrekken en remmen van vrachtwagens liggen 5 tot 8 dBA hoger dan het equivalente niveau (LWAmax = 110 dBA). Gevels/daken werkplaatsen/installaties De geluidvermogensniveaus LW van de afstralende gevels/daken zijn berekend als gegeven in bijlage I, rekening houdend met het geluidniveau van 85 dBA in de werkplaats aan de binnenzijde langs de gevels/daken. Gebruik is gemaakt van luchtgeluidisolatiewaarden R’ herleid uit laboratorium- en/of praktijkmeetgegevens of uit de vakliteratuur. Metselwerk tot 250 cm + vloer heeft een hoge geluidisolatie van minimaal 40 dBA en is niet relevant voor geluiduitstraling en buiten beschouwing gelaten. De bijbehorende luchtgeluidisolatiewaarden, voor het gehanteerde geluidspectrum, staan bij de gegevens in bijlage I vermeld.

Door de bouw van het kantoor en opslag vervalt ook de geluiduitstraling via de zuidgevel.

3.4

Bedrijfstijden en bedrijfstijdcorrecties Afhankelijk van de bedrijfstijd van een geluidbron moet per periode een bedrijfstijdcorrectie Cb in rekening worden gebracht. De bedrijfstijdcorrecties zijn afgeleid uit de informatie zoals beschreven onder bedrijfscondities in hoofdstuk 2. De rijroute van voertuigen is verdeeld in deeltrajecten met een bronpositie in het midden daarvan. De heftruck is gemodelleerd in 3 bronnen met ieder een bedrijfsduur van 10 minuten.

3.5

Geluidbelasting Tabel III geeft een overzicht van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT en de piekgeluiden LAmax. De modelgegevens en resultaten zijn in bijlage I opgenomen. Het gestandaardiseerde immissieniveau van geluidbronnen is gebaseerd op de in de berekening gehanteerde gemiddelde bronvermogensniveaus. De maximale geluidniveaus zijn berekend door de maximale niveaus uit de berekening te verhogen met :  vrachtwagens rijden op het terrein 8 dB: LWmax = 110 dBA  bestelbussen naar en van achterterrein 8 dB : LWmax = 100 dBA t.g.v. rijden/portier  lichte voertuigen naar en van voorterrein 10 dB : LWmax = 100 dBA tgv sluiten portier of starten  gebruik heftruck 7 dB: LWmax = 105 dBA Voor piekgeluiden is een afzonderlijk model gemaakt.

Bouwbedrijf B&K 20.052 23 maart 2020 pagina 9

TABEL III

geluidbelasting LAr,LT en LAmax vlgs HMRI’99

punten

geluidbelasting LAr,LT

geluidbelasting dag LAmax

Dag H=1.5

Avond H=5

Nacht H=5

dag H=1.5

avond H=5

nacht H=5

1 Zenderseweg 41

38

27

28

63

64

34

2 Zenderseweg 41

37

25

26

61

62

33

3 Zenderseweg 44

33

16

18

50

50

grenswaarde

50

45

40

56 * 70

65

60

4 bedrijfswoning

44

22

23

67

57

57

5 bedrijfswoning

42

28

29

70

40

grenswaarde

55

50

45

72 * 75

70

65

*

n.v.t. op laden/lossen t.b.v. de inrichting voor zover dit plaats vindt tussen 07.00-19.00 uur

Bouwbedrijf B&K 20.052 23 maart 2020 pagina 10

4

CONCLUSIES

4.1

Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT Bij de woningen buiten het industrieterrein, Zenderseweg 41/41a en 44, kan zeer ruim aan de grenswaarde van het Activiteitenbesluit worden voldaan. Voor deze woningen blijft sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Zeer gunstig is de gesloten oost en zuidgevel en de laad/losposities aan de westzijde van het gebouw waardoor het geluid wordt afgeschermd. Ook bij de bedrijfswoningen op het bedrijfsterrein kan ruim aan de grenswaarden worden voldaan.

4.2

Maximale geluidniveaus LAmax De grenswaarden voor piekgeluiden LAmax van het Activiteitenbesluit worden niet overschreden.

ing Wim Buijvoets.

BUIJVOETS BOUW- EN GELUIDSADVISERING

Bijlage I Tekeningen en gegevens rekenmodel

opdrachtnummer

20.052

datum

23 maart 2020

opdrachtgever

Bouwbedrijf B&K Eenhuisstraat 11 7665 PZ Albergen

auteur

Wim Buijvoets

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/627/documents/13078