CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage BOPA motivering Langeveen, MFA Tubbergen.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 23 september 2025, gemeente TubbergenBij agendapunt: 10: Ontwerp bindend advies realiseren multifunctionele accommodatie te Langeveen16.400 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing aanvraag omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Realisatie multifunctionele accommodatie (MFA) te Langeveen

Juli 2025

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ............................................................................................................................................ 4 1.1 Inleiding en aanduiding projectgebied ........................................................................................ 4 1.2 Beoordelingskader en belangenafweging ........................................................................... 4 1.3 Leeswijzer .................................................................................................................................. 6

2.

Toekomstige situatie ........................................................................................................................ 7 2.1 Gewenst ontwikkeling................................................................................................................. 7 2.2 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving .................................................................. 9

3.

Toetsing aan omgevingsplan ......................................................................................................... 10 3.1 Geldend omgevingsplan........................................................................................................... 10 3.2 Toetsing aan het omgevingsplan ............................................................................................. 11 3.2.1 Strijdigheden met bestemmingsplan ‘Kleine Kernen’ ............................................................ 11 3.2.2. Bruidsschat ........................................................................................................................... 11

4.

Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg, participatie en bindend adviesrecht ............................ 12 4.1 Visie en beleid voor het projectgebied ..................................................................................... 12 4.1.1 Nationale omgevingsvisie ..................................................................................................... 12 4.1.2 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel 2024 ............................................... 13 4.1.3 Mijn Omgevingsvisie Tubbergen ........................................................................................... 20 4.1.4 Nota omgevingskwaliteit ....................................................................................................... 21 4.2 Voorbereidingsfase / Verkenningsfase met stakeholders ........................................................ 21 4.2.1 Vooroverleg provincie ........................................................................................................... 21 4.2.2 Vooroverleg Waterschap Vechtstromen ............................................................................... 21 4.2.3 Participatie omgeving ............................................................................................................

21 4.2.4 Bindend adviesrecht gemeenteraad ..................................................................................... 22

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu ............................................................................................. 23 5.1 Ladder voor duurzame verstedelijking ..................................................................................... 23 5.2 m.e.r.-beoordeling .................................................................................................................... 24 5.3 Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren ........................................................................... 25 5.4 Gebiedsbescherming en soortenbescherming ........................................................................ 26 5.4.1 Gebiedsbescherming ............................................................................................................ 26 5.4.2 Soortenbescherming ............................................................................................................. 28 5.5 Luchtkwaliteit ............................................................................................................................ 29 5.6 Geluid ....................................................................................................................................... 30 5.7 Geur..........................................................................................................................................

34 5.8 Omgevingsveiligheid ................................................................................................................ 35 5.9 Trilling ....................................................................................................................................... 37 5.10 Archeologie en cultuurhistorie ................................................................................................ 37 5.11 Bodem .................................................................................................................................... 38 5.12 Waterbelang ........................................................................................................................... 39 5.12.1 Vigerend beleid .............................................................................................................. 39 5.12.2 Wateraspecten............................................................................................................... 40 5.12.3 Watertoetsproces en waterhuishouding projectgebied ................................................. 40 5.1.4 Conclusie ........................................................................................................................... 41 5. Financiële haalbaarheid ................................................................................................................. 42 6.

Voorwaarden omgevingsvergunning .............................................................................................. 43 Bijlagen bij de ruimtelijke motivering ..................................................................................................... 44 Bijlage 1 Bijlage 2

Ruimtelijk kwaliteitsplan ............................................................................................. 44 Participatieverslag ..................................................................................................... 45 2

Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11

Aanmeldnotitie project m.e.r.-beoordeling ................................................................. 46 Verkeersonderzoek.................................................................................................... 47 Parkeerbalans en parkeerdruk .................................................................................. 48 Onderzoek stikstofdepositie ...................................................................................... 49 Quickscan natuurwaardenonderzoek ........................................................................ 50 Archeologisch onderzoek .......................................................................................... 51 Verkennend bodemonderzoek .................................................................................. 52 Waterhuishoudkundig plan ........................................................................................ 53 Verhardingstekening .................................................................................................. 54

3

1. Inleiding 1.1 Inleiding en aanduiding projectgebied In het kader van het stimuleren van de leefbaarheid van de dorpen Langeveen en Bruinehaar, in de gemeente Tubbergen, ligt er een grote opgave om noodzakelijke stappen te zetten in de kwaliteit van meerdere maatschappelijke functies. Om deze reden is het plan opgevat om een nieuwe multifunctionele accommodatie (MFA) te realiseren. De beoogde locatie van de MFA bevindt zich op de hoek van de Hardenbergerweg en de Iemenboersweg. Binnen het projectgebied bevinden zich de voetbalvelden en clubgebouwen van voetbalvereniging VV Langeveen, twee tennisvelden en een handbalveld, met bijbehorende parkeer- en groenvoorzieningen. De ontwikkeling betreft het realiseren van een nieuwe gezamenlijke maatschappelijke accommodatie waarmee meerdere functies onder één dak komen. De nieuwe MFA biedt ruimte aan de sportverenigingen, de basisschool, het gemeenschapshuis en mogelijk andere organisaties zoals een fysiotherapiepraktijk, kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang. De nieuwe accommodatie vervangt de bestaande en verouderde verspreid liggende bebouwing en creëert een nieuwe dorpsontmoetingsplek centraal in het dorp Langeveen. Daarnaast wordt de bijbehorende openbare ruimte heringericht. Voorliggende ontwikkeling geeft uitvoering aan de Kernagenda voor Langeveen-Bruinehaar voor het thema 'Samenvoegen Maatschappelijk Vastgoed'.

Het initiatief om van onderop te bouwen aan een Multifunctionele Accommodatie (MFA) voor Langeveen en Bruinehaar is voortgekomen vanuit meerdere sportverenigingen. Binnen Langeveen zijn er vele verenigingen met huisvestingsproblemen. De velden van de tennis en handbal zijn aan onderhoud toe. Tevens kan de handbal geen gebruik maken van de douches in haar kleedkamers en is het gebouw van de voetbal aan vervanging toe. De sportverenigingen zijn in gesprek gegaan om te komen tot een gezamenlijk accommodatie. Gedurende het proces zijn tevens de Mariaschool Langeveen en gemeenschapsruimte 'De Gaarf' betrokken geraakt. De Mariaschool in Langeveen dateert uit 1960. Het gebouw is technisch en functioneel verouderd en voldoet niet aan de hedendaagse onderwijskundige eisen en visie van de school. Door de combinatie van nieuwbouw voor de binnensport, De Gaarf en de Mariaschool zijn voor alle partijen de toekomstplannen op een zo’n efficiënt mogelijke manier te behalen. Door het realiseren van het MFA gebouw met ruimten voor een basisschool, kinderdagverblijf en andere maatschappelijke voorzieningen wordt invulling gegeven aan een concrete behoefte. Hiermee wordt een sociale en maatschappelijke meerwaarde voor de samenleving geleverd. Om het voornemen mogelijk te maken, kan een omgevingsvergunning worden verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).

Hiervoor dient op basis van artikel 8.0 lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) te worden aangetoond dat de BOPA in overeenstemming is met ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin. 1.2 Beoordelingskader en belangenafweging Beoordelingskader Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan. Bij vergunningverlening van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geldt enerzijds dat een vergunning voor de activiteiten alleen wordt verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving en milieu relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader worden onderzocht en afgewogen.

4

De taak om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ligt primair bij de gemeente. De beleidsruimte van de gemeente wordt op verschillende manieren ingekaderd. De belangrijkste zijn de instructieregels van het Rijk en de provincie. Op basis van artikel 8.0b lid 1 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de volgende regels en instructies van toepassing: • de instructieregels van hoofdstuk 5 van het Bkl; • de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; • eventuele andere instructies van het Rijk en provincie. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn niet alleen de in het Bkl geregelde milieu aspecten beoordeeld, maar zijn alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu beoordeeld. Bij de beoordeling of wij een vergunning willen verlenen voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit is rekening gehouden met deze regels dan wel zijn deze regels betrokken of in acht genomen. Daarnaast heeft de gemeente haar beleidsruimte ingevuld met beleidsregels voor de fysieke leefomgeving, zodat de buitenplanse omgevingsplanactiviteit ook hieraan wordt getoetst. Het gaat hier om de omgevingsvisie en de andere beleidsdocumenten voor de verschillende specifieke onderdelen.

De gemeenteraad heeft een aantal gevallen aangewezen waarvoor een bindend advies van de gemeenteraad is vereist alvorens de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit vergunning verleend kan worden. Wanneer de gemeenteraad een negatief advies geeft moet de gevraagde vergunning door het college worden geweigerd. De evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijze zijn afgewogen. De aanvrager wenst de gevraagde activiteiten te realiseren. De gemeente wenst de doelen uit haar beleid te verwezenlijken. De belangen van de omwonenden zijn gelegen in een goed woon- en leefklimaat. De omliggende bedrijven hebben belang bij een ongehinderde bedrijfsvoering en een goed werkklimaat. Belangenafweging Het college heeft bij het bepalen om wel of geen vergunning te verlenen om af te wijken van het omgevingsplan beleidsruimte om te bepalen of een bepaalde ontwikkeling met de daarbij behorende functies en maatvoeringen vanuit het oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar is. Een dergelijk besluit is immers in belangrijke mate afhankelijk van de inzichten die bij de gemeente bestaan over de wenselijk geachte ontwikkelingen in het projectgebied.

Verder mag het project niet in strijd zijn met de instructie(regels)s van het Rijk en de provincie. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijze worden afgewogen. Ondanks dat het project in strijd is met het omgevingsplan kan de omgevingsvergunning voor het project worden verleend, omdat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Zoals uit de hierna opgenomen hoofdstukken blijkt draagt het project bij aan de visie en beleid die de gemeente voor dit projectgebied heeft en blijkt dat wordt voldaan de instructieregels van het Rijk en provincie. In de voorbereidingsfase heeft bestuurlijke afstemming plaatsgevonden. Provincie en het waterschap zijn akkoord met het project. Ook de gemeenteraad heeft een positief advies gegeven. Verder is het project afgestemd met omwonenden en heeft initiatiefnemer daarvan een verslag overgelegd. Voorts zijn in hoofdstuk 5 de ruimtelijk relevante aspecten voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit afgewogen. Gelet op voorgaande overwegingen zijn er in hoofdstuk 7 voorwaarden aan de vergunning verbonden voor de ontwikkeling van het project.

5

Gelet op alle aspecten die zijn afgewogen en de belangen van omwonenden, levert de omgevingsvergunning geen onaanvaardbare aantasting van deze belangen op. Het verlenen van de omgevingsvergunning is evenwichtig en geschikt om het project te realiseren.

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een omschrijving gegeven van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan en worden de strijdigheden in beeld gebracht. Hoofdstuk 4 omschrijft de toetsing van de ontwikkeling aan de visie en beleid voor het projectgebied op rijks-, provinciaals en gemeentelijk niveau. Daarna wordt ingegaan op de resultaten van het (bestuurlijk) vooroverleg, het participatietraject en of een bindend advies van de gemeenteraad benodigd is. In hoofdstuk 5 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. In hoofdstuk 6 komt de financiële haalbaarheid van het initiatief aan de orde. Tot slot zijn in hoofdstuk 7 de voorwaarden opgenomen die aan deze buitenplanse omgevingsplanactiviteit vergunning zijn verbonden.

6

2. Toekomstige situatie 2.1 Gewenst ontwikkeling Stichting Maatschappelijk Vastgoed Langeveen is voornemens een nieuwe multifunctionele accommodatie te realiseren in het dorpscentrum van Langeveen. Met het realiseren van deze kwalitatief hoogwaardige accommodatie vindt een forse kwaliteitsimpuls plaats in het maatschappelijk vastgoed binnen de gemeente Tubbergen, specifiek het dorp Langeveen. De nieuwe MFA wordt beoogd ten zuiden van het huidige hoofdveld en dient onder andere ter vervanging van de huidige accommodatie van de sportverenigingen zoals beschreven in het vorige hoofdstuk. Tevens zal de MFA ruimte bieden voor een basisschool, het gemeenschapshuis en mogelijk andere organisaties zoals een fysiotherapiepraktijk, kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang. De nieuwe accommodatie zal op termijn de bestaande omliggende en verouderde sportaccommodaties en school- en dorpshuisgebouwen vervangen en creëert een nieuwe duurzame dorpsontmoetingsplek centraal in het dorp Langeveen. Daarnaast wordt de bijbehorende openbare ruimte heringericht. De MFA krijgt een oppervlakte van circa 3.300 m² en zal bestaan uit twee bouwlagen. Het gebouw krijgt een bouwhoogte van 9,2 meter. De MFA zal ruimte bieden voor meerdere functies, te weten sport, onderwijs, buitenschoolse opvang/KDV, een fysiotherapiepraktijk en gemeenschappelijke ruimtes.

Op de begane grond van het MFA gebouw zullen de volgende functies worden gerealiseerd; • Basisschool; • Buitenschoolse opvang/kinderdagverblijf; • Sportvoorzieningen; Op de verdieping worden de volgende functies beoogd: • Basisschool; • Fysiotherapiepraktijk; • Sportvoorzieningen; • Overige gemeenschappelijke ruimten; De voornaamste verandering in het projectgebied betreft de realisatie van het nieuwe MFA-gebouw ten zuidoosten van het voetbalveld. Met de ontwikkeling wordt voorzien in de huidige behoefte van de tennis-, handbal- en voetbalverenigingen binnen het dorp. Tevens wordt op termijn voorzien in de behoefte van maatschappelijke instellingen als de Mariaschool, het dorpshuis 'De Gaarf' en van de Pancratiuskerk Langeveen. Daarnaast zijn vitale gezondheidsvoorzieningen beperkt aanwezig en decentraal gevestigd. Met de realisatie van een MFA op een centrale plek in Langeveen wordt een sociale en maatschappelijke meerwaarde gecreëerd en wordt voorzien in een concrete behoefte aan kwalitatief hoogwaardige maatschappelijke faciliteiten. Na het in gebruik nemen van de MFA zullen de bovenstaande voorzieningen verhuizen naar de MFA. Na deze verhuizing zal het huidige vastgoed vrij komen voor herontwikkeling. Binnen het projectgebied vinden diverse functies een plek. Het voetbalveld (hoofdveld) behoudt zijn bestaande locatie. Het MFA wordt hier tegenaan gebouwd.

Het trainingsveld wordt gesitueerd aan de andere zijde van het MFA (zuidoost). Naast het MFA gebouw aan de zijde van de Hardenbergerweg wordt een natuurspeelterrein voor de basisschool, BSO en KDV aangelegd. Ten oosten van het MFA gebouw, worden twee tennisvelden aangelegd. Deze velden liggen op korte afstand van de woningen aan de Bruinehaarsweg 68 en 70. Tussen de tennisbaan en de woningen komt een robuuste bossingel. Daarnaast worden de lichtmasten zodanig gericht dat lichthinder tot een minimum wordt beperkt.

7

Afbeelding 2.1: Situatietekening planvoornemen (Bron: N+L Landschapsontwerpers)

8

2.2 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving De MFA wordt centraal in het projectgebied gerealiseerd, ten zuidoosten van het voetbalveld. Het gebouw krijgt een oppervlakte van circa 3.300 m² en zal bestaan uit twee bouwlagen. De bouwhoogte van het gebouw bedraagt maximaal 9,2 meter. In onderstaande afbeelding zijn ter illustratie aanzichten opgenomen van de voor-, rechter- en achtergevel van het te realiseren gebouw. Voor de complete stukken wordt verwezen naar de aanvraag omgevingsvergunning voor de ruimtelijke bouwactiviteit.

Afbeelding 2.2: Aanzicht voor-, rechter- en achtergevel van de MFA (Bron: PR8 Architecten)

Voor de inpassing van de MFA en de inrichting van het projectgebied is verder een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, dat is opgenomen in Bijlage 1 van deze ruimtelijke motivering. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de inrichting van het projectgebied. Een groot deel van de bestaande groenstructuren en bestaande bomen blijven behouden. Aanvullend hierop worden nieuwe groenstructuren en bomen aangelegd, bijvoorbeeld ten zuiden van het voetbalveld en tennisveld als buffer naar de woonfuncties aan de Bruinehaarsweg. Langs de Hardenbergerweg ter plaatse van het MFA en natuurspeelterrein wordt de bestaande groenstructuur verwijderd om een open beekdal te creëren. De te behouden en nieuw aan te leggen groenstructuren zijn vastgelegd in een groenplan. Op het gebied van waterhuishouding wordt het beekdal grotendeels hersteld. Het trainingsveld en natuurspeelterrein worden binnen het beekdal gesitueerd. Naast de tennisvelden wordt een wadi aangelegd die gaat zorgen voor de waterberging van het nieuwe MFA gebouw en bijbehorende verharding. Voor de gehele inrichting wordt verwezen naar afbeelding 2.1 en bijlage 1. De uitvoering van de landschapsmaatregelen wordt als voorwaarde verbonden aan de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

9

3. Toetsing aan omgevingsplan 3.1 Geldend omgevingsplan Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Tubbergen. Ter plaatse van het projectgebied is sprake van het omgevingsplan van rechtswege zoals deze in werking is getreden op 1 januari 2024. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat ter plaatse uit de volgende documenten: • • •

Omgevingsplan gemeente Tubbergen; Bestemmingsplan ‘Kleine Kernen’; (veeg)bestemmingsplan kernen gemeente Tubbergen.

Voor de duiding van het planologisch regime van het projectgebied is met name het bestemmingsplan ‘Kleine Kernen’ van belang. Het omgevingsplan bevat in de huidige situatie namelijk uitsluitend de regels van de bruidsschat. De gronden zijn voorzien van de enkelbestemming 'Sport'. Verder geldt voor de locatie van het projectgebied een dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie' met aanduidingen 'hoge archeologische verwachting' en 'middelhoge archeologische verwachting'. In afbeelding 3.1 wordt dit zichtbaar gemaakt, waarin het projectgebied is aangeduid met de lichtblauwe contour.

Afbeelding 3.1: Verbeelding bestemmingsplan "Kleine kernen" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

10

3.2 Toetsing aan het omgevingsplan Het initiatief heeft betrekking op de volgende activiteiten: • de technische bouwactiviteit; • de ruimtelijke bouwactiviteit en; • het anders gebruiken van een deel van het nieuwe bouwwerk en de omliggende gronden dan de geldende planologische functie. 3.2.1 Strijdigheden met bestemmingsplan ‘Kleine Kernen’ Het voornemen voorziet in de realisatie van een MFA binnen de functie 'Sport'. Ter plaatse van de beoogde locatie is geen bouwvlak aanwezig. Tevens passen de beoogde maatschappelijke functies niet binnen de gebruiksmogelijkheden van de functie ‘Sport’. Samenvattend passen de beoogde activiteiten niet binnen de beoordelingsregels van het omgevingsplan. Om het voornemen te realiseren, kan een omgevingsvergunning worden verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). De BOPA zorgt voor het gewenste juridisch-planologische kader. Een omgevingsvergunning voor een BOPA kan op basis van artikel 8.0 Bkl worden verleend, wanneer dit in overeenstemming is met ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin. 3.2.2. Bruidsschat De bruidsschat bevat regels over onderwerpen die tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet in nationale regelgeving waren opgenomen (door het Rijk opgestelde regels). Onder de Omgevingswet worden deze door gemeenten geregeld.

De bruidsschat maakt onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De bruidsschat bevat regels op het gebied van bouwen, milieubelastende activiteiten en overige activiteiten en is opgenomen in hoofdstuk 22 van de regels van het omgevingsplan. Het grootste gedeelte van deze regels is gericht op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit geldt bijvoorbeeld voor milieuregels (zoals regels over geurnormen en de afstand tot een geurgevoelig object). Voor dat deel van de regels geldt dat het mogelijk is om van het omgevingsplan af te wijken. In dit geval zijn met name artikel 22.26 en 22.29 van de bruidsschat van belang. Op basis van deze artikelen is het verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichtten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken. Op basis van artikel 22.29, eerste lid aanhef en onder a, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als de activiteit niet in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken. Op basis van het beschreven planologisch regime in paragraaf 3.2.1 wordt hier niet aan voldaan, aangezien de benodigde bouw- en gebruiksregels ontbreken om de gewenste MFA te bouwen en te gebruiken voor de beoogde sport- en maatschappelijke doeleinden.

11

4. Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg, participatie en bindend adviesrecht 4.1 Visie en beleid voor het projectgebied 4.1.1 Nationale omgevingsvisie 4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte.

Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 12

1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid Met het voornemen wordt een nieuwe dorpsontmoetingsplaats gerealiseerd waarbinnen een verscheidenheid aan voorzieningen worden ondergebracht, bedoeld om te voorzien in de behoefte van het dorp Langeveen. De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen.

Er wordt in een bescheiden mate een bijdrage geleverd aan de nationale prioriteiten binnen de thema's energietransitie en duurzaamheid, aangezien de verspreid liggende bestaande en verouderde bebouwing wordt vervangen door een moderne, kwalitatief hoogwaardige accommodatie. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor het voornemen. 4.1.2 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel 2024 4.1.2.1 Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Overijssel bestaat uit drie delen: een deel Visie, een deel Beleid en een deel Uitwerking. Naast de Omgevingsvisie Overijssel 2017, is er de Omgevingsverordening Overijssel 2024 en de Catalogus Gebiedskenmerken. De opgaven en kansen waar de provincie voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Dit is het vertrekpunt voor alle projecten en initiatieven in de provincie Overijssel. Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de visie wordt het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel' gebruikt. Dit model bestaat uit drie stappen. In deze stappen wordt bepaald of een initiatief binnen de visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

13

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

4.1.2.2 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel In deze paragraaf wordt het plan getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. Ten eerste wordt bepaald of het voornemen past binnen de Omgevingsvisie. Aan de hand van de ontwikkelingsperspectieven wordt bepaald waar de ontwikkeling past. Ten slotte wordt bepaald hoe de ontwikkeling in de visie past, aan de hand van de gebiedskenmerken. Of – generieke beleidskeuzes De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. Voor de beoogde activiteiten zijn onderstaande artikelen uit de verordening van belang. Met de cursieve tekst wordt getoetst aan de betreffende artikelen. Artikel 4.4: Principe van concentratie Artikel 4.4 bepaalt dat een omgevingsplan de ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerrein, stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen alleen mogelijk maakt als die voorzien in een lokale behoefte of in de behoefte van bijzondere doelgroepen. Daarbij geldt voor bedrijventerreinen dat lokale behoefte wordt ingevuld als bedoeld voor lokaal gewortelde bedrijvigheid. Artikel 4.5 lid 1: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1.

Omgevingsplannen maken alleen extra ruimtebeslag voor stedelijke functies in de Groene Omgeving mogelijk aansluitend op bestaand bebouwd gebied en als aannemelijk gemaakt is dat: a. er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied;

14

b. de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en transformatie; en c. mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Artikel 4.8: Ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die de ruimtelijke kwaliteit versterken. Artikel 4.11 lid 1 : Kwaliteitsimpuls Groen Omgeving Omgevingsplannen laten alleen nieuwvestiging en grootschalige uitbreiding van bestaande functies toe in de Groene Omgeving als: a. daarvoor sociaaleconomische of maatschappelijke redenen voor zijn; b. het verlies aan ecologische of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen in versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving; en c. in het geval de nieuwvestiging of een grootschalige uitbreiding plaatsvindt op gronden binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water de compensatie bedoeld in onderdeel b gericht is op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap. Voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van een multifunctionele accommodatie in de kern van Langeveen.

Het gebouw dient ter vervanging van verouderd maatschappelijk vastgoed in Langeveen en biedt ruimte voor sportvoorzieningen, een dorpshuis en andere maatschappelijke voorzieningen zoals een kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang. Deze functies liggen momenteel verspreid in voorgenoemde dorpskernen en zullen op termijn worden gesloopt en daarmee vrij komen voor herontwikkeling. Op de nieuwe locatie wordt voorzien in een combinatie van deze functies met een minimaal gebruik van de openbare ruimte. Nieuwbouw is noodzakelijk aangezien de bestaande voorzieningen verouderd zijn en de mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. De locatie is gelegen binnen de bebouwde kom en heeft reeds een stedelijke functie, namelijk Sport. Er wordt daarmee geen beslag gedaan op de Groene Omgeving. Wel wordt een bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit geleverd door het landschappelijk inpassen van het projectgebied. Samengevat voldoet het voornemen aan artikel 4.4, 4.5, 4.8 en 4.11 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 4.13 lid 1 Klimaatrobuust water- en bodemsysteem In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt als onderbouwd is dat deze ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en het versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem.

Ten behoeve van het behoud en versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem is een waterhuishoudkundig plan opgesteld. Kortheidshalve wordt verwezen paragraaf 5.12. Op deze plek wordt geconcludeerd dat het project voldoet aan artikel 4.13. Artikel 4.55 nieuwe ontwikkelingen in Nationaal Landschap Noordoost-Twente 1. Een omgevingsplan voorziet alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen het nationaal Landschap Noordoost-Twente als die nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten van dat landschap. 2. De kernkwaliteiten van het nationaal Landschap Noordoost-Twente zijn: a. het samenhangend complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen; b. de grote mate van kleinschaligheid; c. het groene karakter.

15

Het projectgebied ligt aan de rand van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente. Ondanks de beperkte ruimte binnen het projectgebied en de ligging binnen de bebouwde kom wordt voorzien in een aanzienlijke kwaliteitsimpuls. Deze vinden met name plaats in het versterken van het groene karakter van het projectgebied, door de aanplant van een nieuw bos, nieuwe bomen en hagen. Geconcludeerd wordt dat het project voldoet aan artikel 4.55 van de Omgevingsverordening. Waar – ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In de stedelijke omgeving is de uitdaging om de economische centra bereikbaar te houden en door herstructurering de kwaliteit van de woonomgevingen en bedrijfslocaties te vergroten. Het projectgebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. In afbeelding 4.2 is dit weergegeven.

Afbeelding 4.2: Uitsnede Ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

“Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken” De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouwen evacuatieplannen rekening houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering 16

en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan de “Ontwikkelingsperspectieven” Binnen gebieden met het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ is ruimte voor herstructurering, inbreiding en transformatie. In voorliggend geval wordt binnen het projectgebied de bestaande verouderde gebouwen van de sportverenigingen gesloopt en wordt één multifunctionele accommodatie gerealiseerd. In de MFA komen meerdere maatschappelijke voorzieningen ten behoeve van het dorp Langeveen. Deze functies passen uitstekend binnen het ontwikkelingsperspectief van de woon- en werklocaties. Hoe – gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal belang zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden.

Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De “Natuurlijke laag” en de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” kunnen in dit geval buiten beschouwing blijven, vanwege de binnenstedelijke ligging van het projectgebied en het feit dat de natuurlijke waarden niet meer voorkomen. Daarnaast wordt de “Laag van de beleving" buiten beschouwing gelaten, omdat er geen kenmerken of elementen vanuit deze laag op het projectgebied van toepassing zijn. 1. De 'Stedelijke laag' In de “Stedelijke laag” ontstaat de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen. Elke stad of dorp bezit zijn eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteiten. Het projectgebied is gelegen in het gebiedstype “Woonwijken 1955 - nu”, dit is in afbeelding 4.3 weergegeven.

17

Afbeelding 4.3: Uitsnede Stedelijke laag (Bron: Provincie Overijssel)

“Woonwijken 1955 – nu” De bebouwingsschil 1900-1955 bestaat uit gemengde stadwijken en woonwijken direct aansluitend op de historische centra en binnensteden. Op sommige plaatsen liggen (voormalige) grootschalige fabriekscomplexen direct aansluitend aan woonwijken. Deze stadswijken kennen een gesloten, compacte vorm (bouwblokken) en zijn veelal opdeelbaar in wijken met eigen karakter. De wijken worden van elkaar gescheiden door doorgaande lanen, singels en stadsstraten. Kenmerkend in de bebouwing is de verwantschap in architectuurstijlen en aandacht voor architectonische details en verbijzondering van gebouwen op specifieke plekken als straathoeken. Als herstructurering, inbreiding en toevoeging van bebouwing plaats vinden in de individueel ontwikkelde stadswijken van de bebouwingsschil 1900 - 1955, dan dragen deze bij aan behoud, versterking en vernieuwing van de individuele bebouwing met een eigen karakter en uitstraling. Ontwikkelingen voegen zich in maat, schaal en ritme naar de omliggende bebouwing. Als herstructurering etc. plaats vindt in de tuindorpen en fabriekswijken, dan voegt de vernieuwde/nieuwe bebouwing zich in de structuur van de bebouwde massa en groenstructuur, gericht op behoud van eenheid en eenduidigheid, met oog voor details. Verder wordt gestuurd op hergebruik/reanimatie van cultureel erfgoed.

Toetsing van het initiatief aan de “Stedelijke laag” De voorgenomen ontwikkeling is zowel vanuit functioneel als stedenbouwkundig oogpunt passend in de omgeving. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling aansluit op de kenmerken en uitgangspunten van de “Stedelijke laag”. 4.1.2.3 Bouwsteen water en bodem sturend in Overijssel De ruimte in verstedelijkt gebied en buitengebied staat meer dan ooit onder druk. We moeten in Nederland voorbereid zijn op de gevolgen van klimaatverandering, op perioden met teveel en te weinig water. De emissie van stikstof en broeikasgassen moet verminderen en de water- en bodemkwaliteit en biodiversiteit verbeteren. Stuk voor stuk complexe natuur- en klimaatopgaven die ruimtelijke keuzes direct beïnvloeden, met elkaar verbonden zijn en tegelijkertijd worden gerealiseerd. We hebben 18

daarnaast ook nog een grote verstedelijkingsopgave, woningbouwopgave, energietransitie en opgave op het gebied van mobiliteit. De ruimtelijke ordening is daarbij niet meer leidend, maar moet rekening houden met de werking van het water- en bodemsysteem. Om inzicht te krijgen in wat water en bodem sturend betekent, geeft de provincie Overijssel in de ‘Bouwsteen water en bodem sturend in Overijssel’ inzicht in de ruimtelijke gevolgen van keuzes. Deze maakt de provincie samen met gebiedspartners als waterschappen en gemeenten, natuurbeheerders, landbouw- en andere belangenorganisaties. Voorliggende bouwsteen geeft handvatten hoe water en bodem sturend in de ruimtelijke inrichting samen concreet kunnen worden gemaakt voor ruimtelijke opgaven, zodat we samen toewerken naar een klimaatrobuuster water- en bodemsysteem in Overijssel. Het projectgebied in Langeveen ligt in het bestaand verstedelijkt gebied. In de bouwsteen wordt voor dit gebied gewerkt aan de hand van een aantal richtinggevende uitspraken, die zijn opgenomen in afbeelding 4.4.

Afbeelding 4.4: Richtinggevende uitspraken verstedelijkt gebied (Bron: Provincie Overijssel)

Het voornemen houdt op meerdere manier rekening met de kwaliteit van het water en de bodem. Zo biedt het projectgebied voldoende ruimte voor het regenwater om in de bodem te kunnen infiltreren. Zoals ook in het ruimtelijk kwaliteitsplan is opgenomen, wordt ter plaatse van de aan te leggen parkeerplaatsen gebruik gemaakt van halfverharding en waterdoorlatende materialen. Daarnaast wordt in het oosten van het projectgebied voorzien in een wadi waarmee een deel van de wateropgave kan worden opgevangen. Het bestaande groen wordt ten slotte zoveel mogelijk behouden en er wordt voorzien in de aanplant van nieuwe bomen, hagen en een bos. Het projectgebied wordt daarmee zoveel mogelijk klimaatadaptief en robuust ingericht. 4.1.2.4 Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat de ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het relevante ruimtelijke beleid van de provincie Overijssel.

19

4.1.3 Mijn Omgevingsvisie Tubbergen 4.1.3.1 Algemeen De gemeente Tubbergen beschikt over een omgevingsvisie. MijnOmgevingsvisie Tubbergen gaat over de toekomst van de leefomgeving; de visie van samenleving én gemeente. Hierin bouwt men verder op de basis die al in proces van MijnDorp gelegd is. De visie gaat namelijk over leefbaarheid van de kernen én over het buitengebied , gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. De visie geeft aan hoe de gemeente, samenleving en gemeenteraad, willen sturen; wat men wil behouden, versterken en ontwikkelen. Door inbreng van de samenleving is MijnOmgevingsvisie van ons allemaal! MijnOmgevingsvisie gaat in op: 1. 2. 3. 4.

de uitdagingen die op de gemeente afkomen (het verhaal achter de speerpunten) hoe men daarop kan inspelen (speerpunten) hoe plannen die bewoners of ondernemers inbrengen worden afgewogen (stappenplan) welke waarden daarbij belangrijk zijn (waardenkaart)

Mijn Omgevingsvisie gaat uit van vier kernprincipes. Kernprincipes zijn manieren van werken; werkwijzen die altijd gelden. Als keuzes worden gemaakt, als plannen worden gemaakt en gewoon als we wonen, leven, ondernemen of verblijven past men de kernprincipes toe. De vier kernprincipes zijn: • • • •

We doen het samen We geven het goed voorbeeld We wentelen niet af op volgende generaties We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt

4.1.3.2 Speerpunten In de omgevingsvisie zijn speerpunten opgenomen op verschillende thema's. In voorliggend geval zijn de thema's 'Voldoende voorzieningen' en ‘Leefbare openbare ruimte’ van belang. Voldoende voorzieningen In de kernen dragen de voorzieningen in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid en positieve gezondheid. Denk hierbij aan een ontmoetingsplek, sportvelden maar ook culturele activiteiten. Elke kern heeft zijn eigen specifieke kenmerken. In het proces van MijnDorp2030 denken en werken de kernen al een aantal jaren aan wat zij belangrijk vinden voor de leefbaarheid van hun kern. Hierbij geldt dat er sprake moet zijn van een maatschappelijke meerwaarde voor het dorp zelf. Niet de stenen, maar de ontmoeting en activiteiten die daar uit voortkomen zijn bepalend. Zowel voor inwoners als voor bezoekers. Een punt van aandacht daarbij is iedere kern het liefst zijn eigen voorzieningen heeft, maar het moet ook haalbaar en betaalbaar zijn. Daarom wordt gekeken wat er mogelijk is en hoe de kernen daarin ook zelf een bijdrage kunnen leveren. Zowel bij de realisatie als ook bij de exploitatie van een voorziening. Leefbare openbare ruimte De gemeente Tubbergen werkt aan een openbare ruimte die bijdraagt aan de leefbaarheid in de kernen.

De openbare ruimte heeft veel verschillende functies zoals bereikbaarheid, toegankelijkheid, spelen, ontmoeting, openbaar groen, schaduw, wateropvang. Samen (gemeente en inwoners) hebben we een beeld bij wat we belangrijk vinden om een fijne woon- en leefomgeving te hebben. De inrichting, het beheer en onderhoud van de openbare ruimte speelt daarin een belangrijke rol. Een goed ingerichte openbare ruimte zorgt ervoor dat de dorpen in de toekomst aantrekkelijk blijven. Voor de komende periode ziet de gemeente vooral uitdagingen op het gebied van het aanpassen van de openbare ruimte aan: • • •

wensen vanuit veiligheid, woongenot, gezondheid en duurzaamheid; de gevolgen van klimaatverandering; veranderende mobiliteit.

Waardenkaart In de Omgevingsvisie is een waardenkaart opgenomen. Deze waardenkaart heeft voor het buitengebied als basis de combinatie van landschapstype en landschapsdynamiek. 20

4.1.3.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Tubbergen De voorliggende ontwikkeling geeft invulling aan de speerpunten ‘voldoende voorzieningen’ en ‘leefbare openbare ruimte’. De ontwikkeling betreft het realiseren van een nieuwe gezamenlijke maatschappelijke accommodatie voor de Langeveense sportverenigingen, de basisschool, het gemeenschapshuis (dorpshuis) en mogelijk andere organisaties zoals een fysiotherapiepraktijk, kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang. De nieuwe accommodatie vervangt de bestaande, verspreid liggende en verouderde sportaccommodaties en school- en dorpshuisgebouw en creëert een nieuwe duurzame dorpsontmoetingsplek centraal in het dorp Langeveen. Er wordt een fiets- en wandelverbinding gerealiseerd tussen woonwijk De Wirnte en de MFA locatie, waardoor een veilige en snelle verbinding ontstaat. In de waardenkaart van de Omgevingsvisie zijn ten slotte geen specifieke waarden benoemd, aangezien het projectgebied zich binnen de bebouwde kom bevindt. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat dit project in overeenstemming is met de beleidsuitgangspunten zoals opgenomen in de Omgevingsvisie. 4.1.4 Nota omgevingskwaliteit Op grond van artikel 4.114 Invoeringswet Omgevingswet, geldt de welstandsnota die is vastgesteld op basis van art. 12a Woningwet (oud), als een beleidsregel als bedoeld in 4.19 Omgevingswet.

De aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt getoetst aan de Nota Omgevingskwaliteit. 4.2 Voorbereidingsfase / Verkenningsfase met stakeholders In de voorfase is er sprake geweest van een principeverzoek waarop het college een principe-uitspraak heeft gedaan. 4.2.1 Vooroverleg provincie De provincie Overijssel heeft de ‘uitzonderingenlijst vooroverleg ruimtelijke initiatieven 2023’ vastgesteld. In dit document is opgenomen welke ruimtelijke initiatieven/ontwikkelingen de provincie niet hoeft te zien zolang geen ander provinciaal beleid en/of andere provinciale belangen zoals NNN en grondwaterbescherming geraakt worden. Voorliggend project valt onder deze uitzonderingenlijst. Vooroverleg is daarom niet nodig. De provincie heeft een lijst vastgesteld met gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor op grond van artikel 16.15a sub d Omgevingswet advies met instemming nodig is (Lijst advies en instemming (lijst BOPA)). Als de gewenste activiteiten zijn opgenomen op deze lijst dan is de provincie bevoegd om advies te geven en instemming te verlenen. Onthoudt de provincie instemming dan kan de omgevingsvergunning niet verleend worden. In voorliggend geval is er geen advies en/of instemming nodig.

4.2.2 Vooroverleg Waterschap Vechtstromen Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over voorliggende ontwikkeling door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde 'normale procedure' van de watertoets van toepassing is. Aangezien de normale procedure van toepassing is, is het waterschap Vechtstromen om nader advies gevraagd. In paragraaf 5.12 wordt het waterbelang nader toegelicht. 4.2.3 Participatie omgeving Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van een ruimtelijke ontwikkeling. Een ontwikkeling heeft namelijk niet alleen invloed op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. Voor de nieuw te bouwen Multifunctionele Accommodatie te Langeveen zijn de ontwikkelaars al meerdere jaren actief bezig met de planvorming, waarbij de betrokkenheid van alle inwoners van Langeveen centraal is gesteld. In deze periode is regelmatig de dialoog gezocht met de gemeenschap door middel van informatiesessies. Dit proces heeft in de periode tussen september 2023 en februari 21

2025 plaatsgevonden. In het in bijlage 2 opgenomen participatieverslag in weergegeven wat de reacties waren van de belanghebbenden en welke aanpassingen er naar aanleiding van deze reacties in het project zijn doorgevoerd. 4.2.4 Bindend adviesrecht gemeenteraad De raad heeft op grond van artikel 16.15 onder a en b van de Omgevingswet bepaald in welke gevallen een bindend advies van de gemeenteraad is vereist. Het gaat om de volgende gevallen: • Een toevoeging van een woning in het buitengebied; • (Verplaatsing van) bebouwing op meer dan 30 meter buiten het bouwvlak; • (Het uitbreiden van) niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied; • De vestiging van een intensief veehouderijbedrijf; • Duurzame energievoorzieningen, zoals bijvoorbeeld: o zonneveld voorzover groter dan 50 m²; o windturbine/-molen voorzover hoger dan 25 meter; o biomassavergistingsinstallatie voorzover niet uitsluitend bedrijfseigenmest wordt verwerkt • Antenne-installatie voorzover hoger dan 40 meter; • Grootschalige infrastructurele (kunst)werken; • De opvang van vluchtelingen en/of asielzoekers. In de functie ‘Sport’ is een bouwvlak opgenomen. Het gevraagde plan is op ruim meer dan 30 meter buiten dit bouwvlak gelegen, waardoor er sprake is van bindend adviesrecht.

22

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu Zoals blijkt uit hoofdstuk 1.2 geldt bij vergunningverlening van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit dat een vergunning voor de activiteiten alleen wordt verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 lid 1 Ow). Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen. Voor de beoordeling van de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten op basis van artikel 8.0b lid 1 Bkl de volgende regels en instructies van toepassing: • de instructieregels van hoofdstuk 5, met name afdeling 5.1 ‘Instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ van het Bkl; • de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; • eventuele andere instructies van het Rijk en provincie. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn niet alleen de in het Bkl geregelde milieu aspecten beoordeeld, maar zijn alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu beoordeeld, zoals bijvoorbeeld het effect van cumulatie. Voor zover relevant is er voor de aspecten fysieke leefomgeving en milieu ook getoetst aan het gemeentelijk beleid.

5.1 Ladder voor duurzame verstedelijking Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik van de fysieke leefomgeving en het tegengaan van leegstand van gebouwen. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) verplicht om bij een wijziging van het omgevingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening te houden met de behoefte aan de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Artikel 5.129g, tweede lid, Bkl behelst een motiveringseis en vraagt om explicitering van gemaakte keuzes. Voor het maken en onderbouwen van die keuzes is zo nodig, op grond van artikel 3:2 Algemene wet bestuursrecht (Awb), onderzoek geboden waarbij de nodige kennis wordt vergaard omtrent de behoefte aan de in het project voorziene nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met de uitkomsten daarvan dient in het omgevingsplan rekening te worden gehouden. Het bestuursorgaan heeft bij de toepassing van deze instructieregel beoordelingsvrijheid. Andere belangen dan het belang dat wordt gediend met de instructieregel kunnen de doorslag geven. Inhoud en strekking van de instructieregel komen overeen met de laddertoets die vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold op basis van artikel 3.1.6 lid 3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Met artikel 5.129g, tweede lid, Bkl is geen wijziging beoogd ten opzicht van artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Artikel 5.129g, tweede lid, Bkl is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen, maar bewerkstelligt dat de wens om in een nieuwe stedelijke ontwikkeling te voorzien aan de hand van het toetsingskader van dit artikellid nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied en met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. Deze bepaling schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling (uitspraken van 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1421 (Hengelo) en van 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2579 (Eindhoven). Uit artikel 3.129g, eerste lid, Bkl volgt dat de laddertoets in ieder geval van toepassing is op een stedelijk ontwikkeling of uitbreiding van o.a. bedrijventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening. De opsomming in het eerste lid is niet limitatief, ook andere dan de genoemde ontwikkelingen kunnen zich als een stedelijke ontwikkeling kwalificeren. Voorts geldt dat een stedelijke 23

ontwikkeling voldoende substantieel dient te zijn om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt. Of aan dit criterium wordt voldaan is in sterke mate afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval. Stedelijke ontwikkeling Het projectgebied is gelegen in de kern Langeveen in bestaand stedelijk gebied. Met de ontwikkeling wordt een multifunctionele accommodatie van circa 3.300 m² mogelijk gemaakt. Bij de ontwikkeling van een stedelijke voorziening met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² is er in beginsel sprake van een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 19 februari 2014; ECLI:NL:RVS:2014:570). Hieronder wordt daarom de laddertoets doorlopen. Behoefte In voorliggend geval is sprake van de realisatie van een nieuwe multifunctionele accommodatie (MFA) in de kern van Langeveen. De ontwikkeling is een initiatief vanuit de samenleving van de dorpen Langeveen en Bruinehaar in de gemeente Tubbergen en voorziet daarmee in een lokaal verzorgingsgebied. De twee dorpen zien dat het huidig maatschappelijk vastgoed niet meer aan de huidige kwaliteitseisen voldoen, waardoor een concrete wens bestaat voor de beoogde ontwikkeling.

De Stichting Maatschappelijk Vastgoed Langeveen (MV-L) heeft de ambitie om niet alleen maar vastgoed te beheren, maar vanuit het dorp Langeveen met behulp van vastgoed bewust en doelgericht te gaan sturen op het creëren van sociale en maatschappelijke meerwaarde voor de samenleving in onze dorpen Langeveen en Bruinehaar. De ambitie is onder andere geformuleerd in de kernagenda Langeveen-Bruinehaar 2030, waar in de inleiding nader op is ingegaan. Met de ontwikkeling wordt voorzien in de huidige behoefte van de tennis-, handbal- en voetbalverenigingen binnen het dorp. Tevens wordt op termijn voorzien in de behoefte van maatschappelijke instellingen als de Mariaschool, het dorpshuis 'De Gaarf' en van de Pancratiuskerk Langeveen. Daarnaast zijn vitale gezondheidsvoorzieningen beperkt aanwezig en decentraal gevestigd. Met de realisatie van een MFA op een centrale plek in Langeveen wordt een sociale en maatschappelijke meerwaarde gecreëerd en wordt voorzien in een concrete behoefte aan kwalitatief hoogwaardige maatschappelijke faciliteiten. Bestaand stedelijk gebied De ontwikkeling vindt plaats binnen de dorpskern van Langeveen op een locatie met een stedelijke bestemming, namelijk 'Sport'. Daarmee is sprake van een locatie binnen bestaand stedelijk gebied. Conclusie Het voornemen voldoet aan de uitgangspunten van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1294/documents/26323