CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Bijlagen bij de motivering.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 16 december 2025, gemeente TubbergenBij agendapunt: 10: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22k Eschenhoek33.187 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Aantal vrachtvoertuigen 7 4 2 7 2 33 13 2 2 39

Aantal voertuigbewegingen 14 8 4 14 4 Elektrisch 26 4 4 78

In totaal zijn er 4 middelzware en 74 zware vrachtvoertuigen nodig om de werktuigen van en naar het projectgebied te brengen en halen. 3.3.2.6 Resumé Op basis van de vorenstaande uitgangspunten is tijdens de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling sprake van de volgende verkeersgeneratie: Type verkeer

Aantal voertuigen

Licht verkeer Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer

776 62 208

Aantal verkeersbewegingen (aantal voertuigen x2) 1.552 124 416

Het verkeer dient mee worden genomen tot het moment waarop het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. Het verkeer gaat op in het heersende verkeersbeeld, wanneer het verdund is tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer en dat het qua rij- en stopgedrag niet meer te onderscheiden is van het overige wegverkeer.4 In de berekening is de bronemissie ‘koude start’ opgenomen. Dit betreft de emissie die vrijkomt tijdens het draaien van de moter gedurende maximaal één minuut na het starten van het voertuig. Aangenomen wordt dat voertuigen binnen deze tijd het plangebied hebben verlaten. De emissie bij een koude start is hoger dan bij het rijdend verkeer. Daarmee is sprake van een worst-case benadering. In voorliggend geval wordt er, gezien de ligging van het projectgebied, vanuit gegaan dat het bouwverkeer de locatie bereikt en verlaat via de Sportlaan in westelijke richting. Hier slaat het verkeer rechtsaf op de Hardenbergerweg. Via de Hardenbergerweg wordt de N343 bereikt. Hier wordt gesteld dat het verkeer qua rijen stopgedrag niet meer te onderscheiden is van het overige wegverkeer

4

BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024, pagina 16

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

16

AERIUS-berekening Eschenhoek, Tubbergen Definitief 3.3.3

Emissies stationair draaien laden en lossen

Tijdens het laden en lossen van bouwmaterialen, beton, betonplaten, afvalcontainers, bestrating en zand draait een vrachtwagen stationair. Hierdoor is sprake van een NOx emitterende bron. Om deze reden is de emissie van het laden en lossen van deze vrachtwagens in de berekening meegenomen. Gemiddeld draaien deze vrachtwagens 10 minuten stationair. Voor het laden en lossen is onderscheid gemaakt tussen middelzware en zware vrachtwagens. Voor zware vrachtwagens die mobiele werktuigen komen brengen en ophalen is worstcase uitgegaan dat deze de motor stationair laten draaien. De mobiele werktuigen die zelf van en naar het projectgebied rijden laten hun motoren niet stationair draaien en zijn niet meegenomen in het aantal vrachtwagens. In onderstaande tabel is het totaal aantal uren per jaar, de emissiefactoren en de emissie weergegeven. Type Rekenjaar Vrachtaantal Maximaal Aantal Emissie kg/jaar Emissiefactor aantal uren g/uur5 laad-los totaal/jaar NOx NH3 NOx NH3 minuten Zwaar 2027 175 10 30 89,57712 0,8976 2,69 0,027 verkeer Middelzwaar 2027 60 10 10 60,9084 0,7284 0,61 0,007 verkeer Totaal 3,3 0,034 Het stationair draaien is als oppervlaktebron in de AERIUS-Calculator ingevoerd onder ‘anders’. De bovenstaande emissies zijn gemodelleerd als een oppervlaktebron. 3.3.4

Emissies koude start bouwverkeer

In de AERIUS-Calculator is per 1 oktober 2024 het verkeer opgesplitst in rijdend verkeer en opstartend verkeer. De emissie van voertuigen met een koude motor zijn bij het opstarten tijdelijk veel groter. In onderzoek van TNO is naar voren gekomen dat binnen de periode van 10 tot 30 seconden de voertuigen nog niet of nauwelijks van hun startlocatie zijn vertrokken. De emissie van de koude start vindt hoofdzakelijk plaats rondom de startlocatie van het voertuig en niet op de wegen met doorgaand verkeer. Na ongeveer 2 uur stilstand (zonder draaiende motor) is de motor weer koud. Dit is van belang voor het toekennen van emissie op locaties waar voertuigen tijdelijk stilstaan, zoals parkeerplaatsen. Om het aantal koude starts te bepalen zijn onderstaande uitgangspunten gebruikt: • •

•

5

Licht verkeer: alle voertuigen bereiken het projectgebied aan het begin van de werkdag en verlaten het projectgebied aan het eind van de werkdag: één koude start per voertuig; Middelzwaar verkeer: alle voertuigen doen het projectgebied slechts korte tijd aan voor laden en lossen waarbij de motor stationair blijft draaien (zie vorige paragraaf). Er is geen sprake van een koude start; Zwaar verkeer: alleen de mobiele werktuigen die zelf van en naar het projectgebied rijden kennen 1 koude start. Aan het einde van de werkdag vindt er een koude start plaats op het bouwterrein voordat deze mobiele werktuigen elders heen rijden. Aangezien deze werktuigen 8 uur per dag aan het werk zijn, is het aantal dagen dat deze nodig zijn, en dus het aantal koude starts dat plaatsvindt, het aantal uur dat zij gebruikt worden gedeeld door 8. De werktuigen die zelf van en naar het plangebied rijden zijn de graafmachines, de trekker, de verreiker, de betonstorter en de mobiele hijskraan. Onderstaande tabel toont het aantal uren, werkdagen en koude starts per werktuig.

BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS-Calculator 2024, pagina 72

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

17

AERIUS-berekening Eschenhoek, Tubbergen Definitief Werktuig

Aantal uren project

Werkdagen (uren/8)

Graafmachine 1 Graafmachine 2 Trekker met dumper Verreiker Mobiele hijskraan Betonstorter Totaal

50 56 25 100 264 10

7 7 4 13 33 2

Koude starts (1 per werkdag) 7 7 4 13 Elektrisch 2 33

Dit leidt tot het volgende aantal koude starts: 776 koude starts voor licht verkeer en 33 koude starts voor zwaar verkeer. De emissie is in de AERIUS-Calculator als oppervlaktebron ingevoerd. 3.3.5

Emissies mobiele werktuigen

3.3.5.1 Algemeen Tijdens de realisatie van het voornemen worden er werktuigen ingezet. Deze werktuigen stoten stikstof uit en dienen om deze reden in ogenschouw genomen te worden. Voor het berekenen van het dieselverbruik is gebruik gemaakt van de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024. Voor het berekenen van het dieselverbruik is de volgende formule aangehouden: LBPJ = (0.095 * Pmax + 0.54) * D LBPJ staat in de bovengenoemde formule voor literverbruik per jaar. Pmax is het maximale vermogen van het werktuig en D staat voor het aantal draaiuren. Daarnaast is er rekening gehouden met het gebruik van AdBlue. Ligterink et al 20216 constateert dat voor Stage IV en V werktuigen dit 6% van het totale dieselverbruik bedraagt. In de rest van deze paragraaf zijn de werktuigen nader toegelicht en uitgewerkt. 3.3.5.2 Bouwrijpfase Graafmachine (150 kW) Bij het bouwrijp maken van het projectgebied wordt een graafmachine ingezet. Deze is 50 uur bezig (7 werkdagen) Trekker met dumper (ZUT) Naast een graafmachine wordt bij het bouwrijp maken ook een trekker met dumper ingezet. Deze is 25 uur (4 werkdagen) bezig. 3.3.5.3 Bouwfase Graafmachine (150 kW) Voor de te realiseren zorgappartementen wordt een bouwput gegraven van 1.300 m² met een diepte van 1 meter. Ten behoeve van het appartementencomplex wordt er ook een half verdiepte parkeergarage aangelegd.

Hiervoor wordt voor 729 m² een bouwput gegraven van 2 meter diep. De totale oppervlakte is 1.629 m2. In totaal wordt er dus 1.629 aan grond worden afgegraven. De bakinhoud van een graafmachine is 1,5 m 3. Zodoende zijn er 1.086 graafbewegingen nodig. 1 graafbeweging duurt 1,5 minuut. In totaal is de graafmachine 1.629 minuten (28 uur) bezig met graven. Aangenomen wordt dat 100% van de grond opgeslagen in het gebied wordt hergebruikt. De graafmachine is voor het herverdelen nog eens 28 uur bezig. In totaal is de graafmachine 56 uur (7 werkdagen) werkzaam.

6

Ligterink et al., 2021. ‘AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen’. TNO_2021_R12305

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

18

AERIUS-berekening Eschenhoek, Tubbergen Definitief Betonstorter (150 kW) Voor de vloeren van de begane grond wordt beton gestort. Deze laag beton wordt gestort op een oppervlakte van 1.629 m2 met een diepte van 0,25 meter. Dit is 488,7 m3 aan beton. Een betonstorter kan 50 m3 beton per uur verwerken. Dit resulteert in (afgerond naar boven) 10 uur (2 werkdagen) dat de betonstorter aan het werk is. Mobiele hijskraan (200 kW) Ten behoeve van het leggen van onder meer de betonplaten en de prefab onderdelen zal er gebruik worden gemaakt van een mobiele hijskraan. In totaal is de mobiele hijskraan 264 uur (33 werkdagen) werkzaam. De hijskraan wordt volledig elektrisch ingezet. Verreiker (100 kW) Voor het verplaatsen van bouwmaterialen wordt een verreiker ingezet. Deze is in totaal 100 uur (13 werkdagen) werkzaam. Trilplaat (10 kW) Zoals eerder vermeld wordt er 2.920 m2 aan verharding toegevoegd. Door machinaal te bestraten kan er circa 50 m2 per uur aan verharding worden aangelegd. Zodoende is de trilplaat circa 59 uur bezig met de verharding. Mini shovel (28 kW) Voor het aanleggen van kabels en leidingen wordt een mini shovel ingezet. Verwacht wordt dat deze mini shovel 80 uur (10 werkdagen) wordt ingezet. Mini graafmachine (28 kW) Voor het aanleggen van kabels en leidingen wordt een mini graafmachine ingezet.

Verwacht wordt dat deze mini graafmachine 80 uur (10 werkdagen) wordt ingezet. 3.3.5.4 Overzicht emissie mobiele werktuigen In de onderstaande tabel zijn de gegevens zoals ingevoerd in de AERIUS-Calculator weergegeven. De werktuigen zijn in de AERIUS-berekening ingevoerd als ‘oppervlaktebron - mobiele werktuigen’. Opgemerkt wordt dat werktuigen met een vermogen van 56 kW of minder geen AdBlue verbruik hebben, evenals werktuigen op benzine. Voor deze werktuigen is dan ook geen AdBlue verbruik opgenomen in de AERIUS-Calculator.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

19

AERIUS-berekening Eschenhoek, Tubbergen Definitief Werktuigen

Stage klasse

Aantal uren totaal

Graafmachine 1

STAGE IV, 2014-2018 ZUT

50

Dieselverbruik totaal

Aantal liter AdBlue

Bouwrijpfase 100

502

30

25

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

STAGE IV, 2014-2018 MUT

56

Bouwfase 150

829

49

10

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Vereiker

STAGE IV, 2014-2018

100

80

814

48

Mobiele hijskraan

Elektrisch

264

Elektrisch

Elektrisch

Elektrisch

Trilplaat

Benzine, 2takt STAGE IV, 2014-2018 STAGE IV, 2014-2018

59

10

88

n.v.t.

80

28

256

n.v.t.

80

28

256

n.v.t.

Trekker met dumper Graafmachine 2 Betonstorter

Mini graafmachine Mini Shovel

3.3.6

Max. vermogen (kW)

Gebruik woningen

Voor de volledigheid is in de aanlegfase het gebruik van de hofje en overige grond gebonden woningen meegenomen. De gerealiseerde woningen brengen verkeersbewegingen met zich mee. Dit heeft stikstofuitstoot tot gevolg. Het toenemend aantal verkeersbewegingen als gevolg van het project heeft dan ook invloed op de AERIUS-berekening en moet in ogenschouw worden genomen. Om het aantal verkeersbewegingen te bepalen is gebruik gemaakt van de publicatie ‘Parkeerkencijfers 2024, publicatie 744 (augustus 2024)’ van het CROW. De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: • • •

Verstedelijkingsgraad: niet stedelijk7 Stedelijke zone: rest bebouwde kom Functie: koop, huis, vrijstaand; Koop, huis, twee-onder-een-kap; Koop, huis, tussen/hoek; In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. In voorliggend geval is van het gemiddelde uitgegaan.

Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie als gevolg van het project het volgende beeld: Functie

Verkeersgeneratie per woning 8,2 7,8

Aantal woningen

7,4

23

Koop, huis, vrijstaand Koop, huis, twee-ondereen-kap Koop, huis, tussen/hoek Totaal (naar boven afgerond)

7

5 12

Totale verkeersgeneratie 41 93,6 170,2 305

CBS Statline, Gebieden in Nederland 2024: gemeente Tubbergen

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

20

AERIUS-berekening Eschenhoek, Tubbergen Definitief De totale verkeersgeneratie voor de te realiseren woningen komt neer op 298 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Het aantal koude starten zijn bepaald op basis van handreiking koude start 8. Hierin is het aantal verwachte koude starts per woning geschat op twee per woning per dag. Een van de koude starts per dag is het woonwerk verkeer en de andere koude start is voor eigengebruik. In totaal zijn er 40 woningen. Dit zorgt voor 80 koude starts (40*2). De koude starts zijn in de AERIUS-Calculator als oppervlaktebron ingevoerd ter plaatse van de parkeerplaatsen van de hofje en overige grondgebonden woningen.

3.4

Gebruiksfase

3.4.1

Algemeen

Binnen de gebruiksfase (beoogde situatie) is in voorliggend geval sprake van de volgende activiteiten (bronnen) die bijdragen aan de emissie van stikstof: 1. 2. 3.

Gasverbruik woningen; Verkeersgeneratie gebruiksverkeer van en naar het projectgebied; Emissie koude start gebruiksverkeer;

De gebruiksfase wordt in 2028 gemoduleerd in de AERIUS-calculator 3.4.2

Gasverbruik woningen

Doordat de nieuwe woningen gasloos worden gebouwd, is ten aanzien van het gebruik van de woningen zelf geen sprake van stikstofemissie en depositie op Natura 2000-gebieden. De nieuwe woningen zelf bevatten daarmee geen bron die NOx of NH3 emitteren en zijn dan ook neutraal (zonder emissies) gemodelleerd in de AERIUS-berekening. 3.4.3

Verkeersgeneratie

De te realiseren woningen brengen een bepaald aantal verkeersbewegingen met zich mee. Dit heeft stikstofuitstoot tot gevolg. Het toenemend aantal verkeersbewegingen als gevolg van het project heeft dan ook invloed op de AERIUS-berekening en moet in ogenschouw worden genomen. Om het aantal verkeersbewegingen te bepalen is gebruik gemaakt van de publicatie ‘Parkeerkencijfers 2024, publicatie 744 (augustus 2024)’ van het CROW. De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: • • •

Verstedelijkingsgraad: niet stedelijk9 Stedelijke zone: rest bebouwde kom Functie: koop, huis, vrijstaand; Koop, huis, twee-onder-een-kap; Koop, huis, tussen/hoek; Koop, appartement > 100m2 ; Serviceflat*

In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. In voorliggend geval is van het gemiddelde uitgegaan.

8

Handreiking koude start (2 oktober 2024)

9

CBS Statline, Gebieden in Nederland 2024: gemeente Tubbergen

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

21

AERIUS-berekening Eschenhoek, Tubbergen Definitief Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie als gevolg van het project het volgende beeld:

Functie

Verkeersgeneratie per woning 8,2 7,8

Aantal woningen 5 12

Totale verkeersgeneratie 41 93,6

7,4 7,4

23 12

170,2 88,8

2,6

32

85,8 480

Koop, huis, vrijstaand Koop, huis, twee-ondereen-kap Koop, huis, tussen/hoek Koop, appartement > 100m2 Serviceflat* Totaal (naar boven afgerond)

* meest vergelijkbaar met de beoogde woonzorgappartementen

De totale verkeersgeneratie voor de te realiseren woningen komt neer op 480 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. In verband met het ophalen van vuilnis, veegwagens en het leveren van goederen voor de woningen is rekening gehouden met 0,02 vrachtwagenbewegingen per woning. Dit komt overeen met tabel 5 in de publicatie van het CROW. Dit komt neer op 0,02*84= 1,68 vrachtwagenbewegingen per etmaal. Voor de route van het gebruiksverkeer wordt uitgegaan dat deze hetzelfde is als de route van het bouwverkeer, zoals beschreven in paragraaf 3.2.2. 3.4.4

Emissie koude start gebruiksverkeer

Zoals in de vorige paragraaf is genoemd, dient de emissie als gevolg van een koude start te worden meegenomen bij voorliggende stikstofberekening. De emissie van de koude start vindt hoofdzakelijk plaats rondom de startlocatie van het voertuig en niet op de wegen met doorgaand verkeer. Na ongeveer 2 uur stilstand (zonder draaiende motor) is de motor weer koud. Dit is van belang voor het toekennen van emissie op locaties waar voertuigen tijdelijk stilstaan, zoals parkeerplaatsen. Om het aantal koude starts te bepalen zijn onderstaande uitgangspunten gebruikt: •

•

Licht verkeer: Het aantal koude starten zijn bepaald op basis van handreiking koude start 10. Hierin is het aantal verwachte koude starts per woning geschat op twee per woning per dag. Een van de koude starts per dag is het woon-werk verkeer en de andere koude start is voor eigengebruik. De elektrische voertuigen stoten geen stikstof uit en hebben om die reden ook geen koude start. Deze zijn om deze reden dan ook niet meegenomen in de koude start. Zwaar verkeer: de zware voertuigen staan niet langer dan 2 uur stil met de motor uit. Er is geen sprake van een koude start.

De parkeerplaatsen voor de appartementen zijn gemodelleerd als koude start – garage omdat deze parkeerplaatsen worden gerealiseerd in een garage onder het appartementencomplex. Voor de koude-start parkeergarage zijn 24 (12*2) koude starts voor lichtverkeer. De overige koude starts, 144 (72*2) zijn in de AERIUS-Calculator als oppervlaktebron ingevoerd ter plaatse van de parkeerplaatsen van de woningen en zorgappartementen.

10

Handreiking koude start (2 oktober 2024)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

22

AERIUS-berekening Eschenhoek, Tubbergen Definitief

HOOFDSTUK 4 4.1

RESULTATEN & CONCLUSIE

Aanlegfase

Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de aanlegfase blijkt dat in de aanlegfase voor het hofje en de overige grondgebonden woningen (2026) en aanlegfase voor de appartementen en het zorgcomplex (2027) geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De onderdelen en resultaten van de AERIUS-berekening zijn in bijlage 1 en 2 bijgevoegd.

4.2

Gebruiksfase

Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de gebruiksfase blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De onderdelen en resultaten van de AERIUS-berekening zijn in bijlage 3 bijgevoegd.

4.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project betreft, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, geen Natura 2000-activiteit en is gezien artikel 5.1 van de Omgevingswet niet vergunningsplichtig.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

23

AERIUS-berekening Eschenhoek, Tubbergen Definitief

BIJLAGEN BIJ DE STIKSTOFBEREKENING Bijlage 1

Rekenresultaten aanlegfase – hof en overige grondgebonden woningen

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

24

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Detailgegevens per emissiebron Resultaten Samenvatting situaties Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

handleidingen op onze website

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

BJZ.nu Eschenhoek en Sportlaan, - Tubbergen Tubbergen, Eschenhoek Aanlegfase hof en overige grondgebonden woningen RXWJQyr2vyjp 27 oktober 2025, 15:58 OwN2000-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar Aanlegfase Hof en overige grondgebonden woningen - 2026 Beoogd

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hexagon

Gebied

Hoogste bijdrage Aanlegfase Hof en overige grondgebonden woningen - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname -

RXWJQyr2vyjp (27 oktober 2025)

1,9 kg/j

71,9 kg/j

2/7

Projectberekening

Aanlegfase Hof en overige grondgebonden woningen (Beoogd), rekenjaar 2026 Emissiebronnen 1 2 4

Anders... | Laden en Lossen Mobiele werktuigen | Werktuichen Verkeer | Koude start: overig | Koude start Verkeersnetwerk

RXWJQyr2vyjp (27 oktober 2025)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

45,0 g/j 1,7 kg/j 54,4 g/j 48,3 g/j

4,4 kg/j 63,4 kg/j 1,8 kg/j 2,3 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RXWJQyr2vyjp (27 oktober 2025)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie " Aanlegfase Hof en overige grondgebonden woningen" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.

RXWJQyr2vyjp (27 oktober 2025)

5/7

Projectberekening

Aanlegfase Hof en overige grondgebonden woningen, Rekenjaar 2026 1

Anders...

2

Mobiele werktuigen

Naam Laden en Lossen Uittreedhoogte Locatie X:249775,43 Warmteinhoud Y:492713,87 Spreiding Oppervlakte 2,39 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie Naam Locatie Oppervlakte

Naam/Stageklasse

Werktuichen X:249775,43 Y:492713,87 2,39 ha

NOₓ NH₃

4,4 kg/j 45,0 g/j

NOₓ NH₃

63,4 kg/j 1,7 kg/j

Brandstof­Draaiuren Uittreedhoogte/Warmteinhoud Spreiding/Temporele Stof Emissie verbruik/AdBlue variatie verbruik

Graafmachine 1 1.004 l/j Stage-IV, 2014-2018, 60 l/j 75-560 kW, diesel, SCR: ja Trekker met dumper 0 l/j Zware 0 l/j utiliteitsvoertuigen (meer dan 6L cilinderinhoud) op diesel Graafmachine 2 1.568 l/j Stage-IV, 2014-2018, 94 l/j 75-560 kW, diesel, SCR: ja Verreiker 407 l/j Stage-IV, 2014-2018, 24 l/j 75-560 kW, diesel, SCR: ja Trilplaat 100 l/j alle werktuigen op 0 l/j benzine, 2takt Mini graafmachine 256 l/j Stage-IV, 2014-2018, 0 l/j <= 56 kW, diesel, SCR: nee Mini Shovel 256 l/j Stage-IV, 2014-2018, 0 l/j <= 56 kW, diesel, SCR: nee Betonstorter 0 l/j Middelzware 0 l/j utiliteitsvoertuigen (tot 6L cilinderinhoud) op diesel Mobiele Hijskraan 3.908 l/j Stage-IV, 2014-2018, 234 l/j 75-560 kW, diesel, SCR: ja RXWJQyr2vyjp (27 oktober 2025)

0,0 m 0,000 MW 0,0 m

100 u/j 2,9 m 0,027 MW

0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie

6,0 kg/j 0,2 kg/j

50 u/j 0,3 m 0,008 MW

0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie

10,0 kg/j 73,5 g/j

106 u/j 2,9 m 0,027 MW

0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie

9,0 kg/j 0,4 kg/j

50 u/j 2,9 m 0,027 MW

0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie

2,6 kg/j 97,7 g/j

0 u/j

0,0 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie 0,3 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie

0,4 kg/j 0,0 kg/j

80 u/j 1,0 m 0,006 MW

0,3 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie

5,5 kg/j 1,9 g/j

16 u/j 0,3 m 0,008 MW

0,6 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie

1,9 kg/j 14,1 g/j

200 u/j 2,9 m 0,027 MW

0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie

22,3 kg/j 0,9 kg/j

0,7 m 0,000 MW

80 u/j 1,0 m 0,006 MW

5,5 kg/j 1,9 g/j

6/7

Projectberekening

3 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Route Locatie X:249569,6 Y:492513,12 Lengte 644,83 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 4

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Verkeer | Koude start: overig

Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig

Koude start X:249775,43 Y:492713,87 2,39 ha

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Links Rechts NOₓ Type scherm - - NO₂ Hoogte - - NH₃ Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

2,3 kg/j 0,6 kg/j 48,3 g/j

In file

1.556,0 /jaar 144,0 /jaar 608,0 /jaar 0,0 /jaar

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NOₓ NH₃

1,8 kg/j 54,4 g/j

Koude starts

778,0 /jaar 2,0 /jaar 66,0 /jaar 0,0 /jaar

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2025.0.1_20251007_db4f14956b Database versie 2025.0.1_db4f14956b_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website

RXWJQyr2vyjp (27 oktober 2025)

7/7

AERIUS-berekening Eschenhoek, Tubbergen Definitief

Bijlage 2

Rekenresultaten aanlegfase – appartementen en zorgappartementen

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

25

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Detailgegevens per emissiebron Resultaten Samenvatting situaties Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

handleidingen op onze website

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

BJZ.nu Eschenhoek en Sportlaan, - Tubbergen Tubbergen, Eschenhoek Aanlegfase appartementen en zorgappartementen

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RdhFJVnMTDiX 27 oktober 2025, 15:58 OwN2000-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Aanlegfase - appartementen/ zorg - Beoogd Aanlegfase - appartementen/ zorg - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RdhFJVnMTDiX (27 oktober 2025)

2027 -

2,6 kg/j

57,8 kg/j

2/8

Projectberekening

Aanlegfase - appartementen/ zorg (Beoogd), rekenjaar 2027 Emissiebronnen 1 2 4 5

Mobiele werktuigen | Bron 1 Verkeer | Koude start: overig | Koude start Anders... | Laden en Lossen Verkeer | Koude start: overig | Gebruiksfase - koude start Verkeersnetwerk

RdhFJVnMTDiX (27 oktober 2025)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,6 kg/j 41,7 g/j 34,0 g/j 1,2 kg/j 0,8 kg/j

30,9 kg/j 1,0 kg/j 3,3 kg/j 7,4 kg/j 15,2 kg/j

3/8

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RdhFJVnMTDiX (27 oktober 2025)

4/8

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase appartementen/ zorg" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.

RdhFJVnMTDiX (27 oktober 2025)

5/8

Projectberekening

Aanlegfase - appartementen/ zorg, Rekenjaar 2027 1

Mobiele werktuigen

Naam Locatie Oppervlakte

Naam/Stageklasse

Bron 1 X:249705,39 Y:492577,54 1,89 ha

50 u/j 2,9 m 0,027 MW

0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie

3,0 kg/j 0,1 kg/j

10 u/j 0,3 m 0,008 MW

0,6 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie

1,2 kg/j 8,8 g/j

100 u/j 2,9 m 0,027 MW

0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie

5,3 kg/j 0,2 kg/j

0 u/j

0,0 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie 0,3 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie

0,2 kg/j 0,0 kg/j

80 u/j 1,0 m 0,006 MW

0,3 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie

5,5 kg/j 1,9 g/j

25 u/j 0,3 m 0,008 MW

0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie

5,0 kg/j 36,8 g/j

56 u/j 2,9 m 0,027 MW

0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie

5,1 kg/j 0,2 kg/j

Type voertuig

Koude start X:249709,64 Y:492568,63 0,82 ha

NOₓ NH₃

1,0 kg/j 41,7 g/j

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer RdhFJVnMTDiX (27 oktober 2025)

0,7 m 0,000 MW

80 u/j 1,0 m 0,006 MW

Verkeer | Koude start: overig

Naam Locatie Oppervlakte

30,9 kg/j 0,6 kg/j

Brandstof­Draaiuren Uittreedhoogte/Warmteinhoud Spreiding/Temporele Stof Emissie verbruik/AdBlue variatie verbruik

Graafmachine 1 502 l/j Stage-IV, 2014-2018, 30 l/j 75-560 kW, diesel, SCR: ja Betonstorter 0 l/j Middelzware 0 l/j utiliteitsvoertuigen (tot 6L cilinderinhoud) op diesel Verreiker 814 l/j Stage-IV, 2014-2018, 48 l/j 75-560 kW, diesel, SCR: ja Trilplaat 59 l/j alle werktuigen op 0 l/j benzine, 2takt Mini graafmachine 256 l/j Stage-IV, 2014-2018, 0 l/j <= 56 kW, diesel, SCR: nee Mini Shovel 256 l/j Stage-IV, 2014-2018, 0 l/j <= 56 kW, diesel, SCR: nee Trekker met dumper 0 l/j Zware 0 l/j utiliteitsvoertuigen (meer dan 6L cilinderinhoud) op diesel Graafmachine 2 829 l/j Stage-IV, 2014-2018, 49 l/j 75-560 kW, diesel, SCR: ja 2

NOₓ NH₃

5,5 kg/j 1,9 g/j

Koude starts

776,0 /jaar 0,0 /jaar 33,0 /jaar 0,0 /jaar

6/8

Projectberekening

3 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Aanlegfase - verkeer Locatie X:249529,92 Y:492634,69 Lengte 393,60 m Wegtype Buitenweg Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0m Verkeer Maximum snelheid

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Anders...

5

Verkeer | Koude start: overig

Naam Laden en Lossen Uittreedhoogte Locatie X:249705,39 Warmteinhoud Y:492577,54 Spreiding Oppervlakte 1,89 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig

0,0 m 0,000 MW 0,0 m

Gebruiksfase koude start X:249775,43 Y:492713,87 2,39 ha

6 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Gebruiksfase - verkeer Locatie X:249559,65 Y:492545,11 Lengte 599,81 m Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid

RdhFJVnMTDiX (27 oktober 2025)

-

0,6 kg/j 0,2 kg/j 29,7 g/j

In file

1.552,0 /jaar 124,0 /jaar 416,0 /jaar 0,0 /jaar

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NOₓ NH₃

3,3 kg/j 34,0 g/j

NOₓ NH₃

7,4 kg/j 1,2 kg/j

Koude starts

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

-

Aantal voertuigbewegingen

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

4

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

80,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal Links Rechts NOₓ Type scherm - - NO₂ Hoogte - - NH₃ Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

305,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,8 /etmaal 0,0 /etmaal

14,5 kg/j 1,6 kg/j 0,8 kg/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

7/8

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2025.0.1_20251007_db4f14956b Database versie 2025.0.1_db4f14956b_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website

RdhFJVnMTDiX (27 oktober 2025)

8/8

AERIUS-berekening Eschenhoek, Tubbergen Definitief

Bijlage 3

Rekenresultaten gebruiksfase

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

26

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Detailgegevens per emissiebron Resultaten Samenvatting situaties Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

handleidingen op onze website

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

BJZ.nu Eschenhoek en Sportlaan, - Tubbergen Tubbergen, Eschenhoek Gebruiksfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RdMqxU8szJ8V 27 oktober 2025, 15:58 OwN2000-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Gebruiksfase - Beoogd Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RdMqxU8szJ8V (27 oktober 2025)

2028 -

4,1 kg/j

29,1 kg/j

2/7

Projectberekening

Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2028 Emissiebronnen 2 3

Verkeer | Koude start: parkeergarage | Koude start appartementen Verkeer | Koude start: overig | Koude start- overige woningen Verkeersnetwerk

RdMqxU8szJ8V (27 oktober 2025)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,3 kg/j 2,0 kg/j 1,8 kg/j

2,2 kg/j 13,0 kg/j 14,0 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RdMqxU8szJ8V (27 oktober 2025)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.

RdMqxU8szJ8V (27 oktober 2025)

5/7

Projectberekening

Gebruiksfase, Rekenjaar 2028

1 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bron 2 Locatie X:249561,8 Y:492516,37 Lengte 618,72 m Wegtype Buitenweg Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0m Verkeer Maximum snelheid

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Verkeer | Koude start: parkeergarage

Naam Koude start Uittreedhoogte appartementen Warmteinhoud Locatie X:249642,19 Spreiding Y:492544,67 Oppervlakte 0,33 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Licht Verkeer Type voertuig

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Verkeer | Koude start: overig

Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig

Koude startoverige woningen X:249711,48 Y:492639,07 2,83 ha

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

0,3 m 0,000 MW 0,1 m

-

-

Aantal voertuigbewegingen

14,0 kg/j 1,8 kg/j 1,8 kg/j

In file

480,0 /etmaal 0,0 /etmaal 1,7 /etmaal 0,0 /etmaal

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NOₓ NH₃

2,2 kg/j 0,3 kg/j

Koude starts

24,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal NOₓ NH₃

13,0 kg/j 2,0 kg/j

Koude starts

144,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van RdMqxU8szJ8V (27 oktober 2025)

6/7

Projectberekening

AERIUS versie 2025.0.1_20251007_db4f14956b Database versie 2025.0.1_db4f14956b_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website

RdMqxU8szJ8V (27 oktober 2025)

7/7

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22k Eschenhoek Tubbergen

Bijlage 5 Quickscan natuurwaardenonderzoek

Bijlagen bij de motivering (vastgesteld)

87

Quickscan natuurwaardenonderzoek Eschenhoek (ongenummerd) – Tubbergen

Effectbeoordeling in het kader van de Omgevingswet, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000

0

Colofon Quickscan natuurwaardenonderzoek Eschenhoek (ongenummerd) - Tubbergen Effectbeoordeling in het kader van de Omgevingswet, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Nobelstraat 5-7 7131 PZ Lichtenvoorde BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0850-509852

Opdrachtgever: BJZ Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna

Projectnummer en versie: 7086 versie 1.0 Ligging plangebied: Eschenhoek (ongenummerd) Tubbergen Auteur: M. Mateman

Status: definitief Rapportdatum: 28-01-2025 Veldwerk uitgevoerd door: J. Van Middelkoop

De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.

1

Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................................................... 3 HOOFDSTUK 2

HET PLANGEBIED ...................................................................................................................... 6

2.1 Situering ................................................................................................................................................ 6 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................ 7 HOOFDSTUK 3

VOORGENOMEN ACTIVITEITEN .................................................................................................... 8

3.1 Algemeen .............................................................................................................................................. 8 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden ............. 8 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer ............................................................................................................ 9 HOOFDSTUK 4

TOETSINGSKADERS ................................................................................................................. 11

4.1 Algemeen ............................................................................................................................................ 11 4.2 Omgevingswet; Natura 2000............................................................................................................... 11 4.3 Omgevingswet; Soortenbescherming ................................................................................................. 11 4.4 Specifieke zorgplicht............................................................................................................................ 12 4.5 Regelgeving ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland ............................................................. 14 HOOFDSTUK 5

GEBIEDSBESCHERMING............................................................................................................ 15

5.1 Algemeen ............................................................................................................................................ 15 5.2 Natuurnetwerk Nederland .................................................................................................................. 15 5.3 Natura 2000......................................................................................................................................... 16 5.4 Slotconclusie........................................................................................................................................ 18 HOOFDSTUK 6

SOORTENBESCHERMING .......................................................................................................... 19

6.1 Verwachting en bureauonderzoek ...................................................................................................... 19 6.1.1 Algemeen...................................................................................................................................... 19 6.1.2

Bronnenonderzoek ................................................................................................................. 19

6.2 Veldonderzoek .................................................................................................................................... 19 Dag- en nachtvlinders ............................................................................................................................ 24 6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep ............................................................................ 25 6.5 Historische gegevens en overige bronnen .......................................................................................... 29 6.6 Volledigheid van het onderzoek.......................................................................................................... 29 HOOFDSTUK 7

CONCLUSIES .......................................................................................................................... 30

2

SAMENVATTING Het voornemen bestaat om het plangebied bouwrijp te maken en in te richten als nieuwe woonwijk met 38 woningen, een woonzorgcomplex en een appartementencomplex met 10/12 appartementen. In het plangebied worden nieuwe ontsluitingswegen, watergangen, groenstroken en houtsingels aangelegd. Hiervoor dient het agrarisch cultuurland bouwrijp gemaakt te worden en moet een deel van de beplanting aan de randen van de percelen gerooid worden. Voor het aanleggen van de nieuwe toegangswegen moeten op een aantal plekken watergangen/kavelsloten gedempt worden. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Omgevingswet op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Omgevingswet in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Het plangebied is op 29 november 2024 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties.

Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde gebieden: Het plangebied behoort niet tot Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het NNN (geen externe werking). Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, kan niet op voorhand uitgesloten worden. Om te onderzoeken of uitvoering van de voorgenomen activiteit leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden voor de ontwikkel- en gebruiksfase. Overige negatieve effecten op Natura 2000-gebied kunnen wél worden uitgesloten. Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied ongeschikt als groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. In het plangebied nestelen mogelijk vogels en grondgebonden zoogdieren en amfibieën bezetten er mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats.

Vleermuizen benutten het plangebied uitsluitend als foerageergebied. Door het rooien van beplanting en het bouwrijp maken van het agrarisch cultuurland en verruigde grasland tijdens de voortplantingsperiode van vogels wordt mogelijk een bezet vogelnest beschadigd of vernield. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Voor het beschadigen of vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit verkregen worden omdat de voorgenomen activiteiten niet als een in de wet genoemd belang worden beschouwd. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren of vernielen van vogelnesten dienen bij voorkeur buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridische beschouwd wel plaats vinden tijdens de voortplantingsperiode van vogels, mits geen bezette vogelnesten verstoord, beschadigd of vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode van vogels, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten.

Mogelijk wordt een beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt een vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield, als gevolg van de uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Voor de rosse woelmuizen en veldmuizen die een vaste rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van vaste rust- en 3

voortplantingsplaats’. Voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren geldt echter geen vrijstelling. Om te voorkomen dat beschermde grondgebonden opzettelijk gedood worden, dienen ze weggevangen te worden of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen Omgevingsvergunning floraen fauna activiteit vereist. De betekenis van het plangebied als foerageergebied is voor de soorten die in het plangebied voorkomen niet beschermd. Aantasting leidt niet tot wettelijke consequenties. Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde grondgebonden zoogdieren gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten kan niet uitgesloten worden dat beschermde amfibieën gedood worden en dat (winter)rustplaatsen beschadigd of vernield worden. Voor de beschermde amfibieën, waarvan mogelijk de vaste (winter)rustplaatsen negatief worden beïnvloed geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling `beschadigen/vernielen van vaste rust- en voorplantingsplaats’.

Voor het doden van beschermde amfibieën geldt geen vrijstelling. Om te voorkomen dat beschermde amfibieën opzettelijk gedood worden, dienen ze weggevangen te worden, of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden, zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit vereist. Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde amfibieën gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. Het plangebied behoort mogelijk tot het functionele leefgebied haas, torenvalk, grote lijster en spotvogel. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten neemt het areaal foerageergebied voor torenvalk, grote lijster en spotvogel af, aangezien er in de directe omgeving van het plangebied voldoende foerageergebied overblijft heeft de voorgenomen ontwikkeling geen negatief effect op de torenvalkengrote lijster- en spotvogelpopulatie in de omgeving van het plangebied. Mogelijk vormt het plangebied wel een functioneel leefgebied voor hazen.

Door de voorgenomen activiteiten wordt het functionele leefgebied van hazen mogelijk aangetast. Daarom moet er een ecologisch werkprotocol opgesteld worden om de negatieve effecten van de voorgenomen activiteiten op de hazenpopulatie in het plangebied zo veel mogelijk te mitigeren.

Resultaten van toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden samengevat: • • • •

Stikstofberekening uitvoeren voor zowel ontwikkel- als gebruiksfase; Werkzaamheden afstemmen op de voortplantingsperiode van vogels (of broedvogelscan uitvoeren); Geen beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën doden (zorgvuldig werken, wegvangen of werkterrein natuurvrij maken); Ecologisch werkprotocol opstellen voor de soort haas;

4

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

Het voornemen bestaat om het plangebied bouwrijp te maken en in te richten als nieuwe woonwijk met 38 woningen, een woonzorgcomplex en een appartementencomplex met 10/12 appartementen. In het plangebied worden nieuwe ontsluitingswegen, watergangen, groenstroken en houtsingels aangelegd. Hiervoor dient het agrarisch cultuurland bouwrijp gemaakt te worden en moet een deel van de beplanting aan de randen van de percelen gerooid worden. Voor het aanleggen van de nieuwe toegangswegen moeten op een aantal plekken watergangen/kavelsloten gedempt worden. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Omgevingswet op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Omgevingswet in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Er is in het onderzoeksgebied gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies.

Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Omgevingswet (soorten en Natura 2000-gebied) en de Omgevingsverordening Overijssel (Natuurnetwerk Nederland).

5

HOOFDSTUK 2

HET PLANGEBIED

2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd aan de noordwestkant van het dorp Tubbergen in de gemeente Tubbergen tussen de Sportlaan, Hardenbergerweg en Tuba. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.

Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).

6

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat uit agrarisch cultuurland en kavelsloten. De aanweze beplanting bestaat hoofdzakelijk uit jonge opslag van diverse soorten loofbomen en heesters. Het aanwezige agrarisch cultuurland was tijdens het veldbezoek in gebruik als maisland (stoppelland) en grasland met een soortenarme vegetatie en intensieve beheersvorm (bemesten, maaien/hakselen en afvoeren). Aan de randen van de percelen zijn verruigde kavelsloten aanwezig waar begroeing is ontstaan van braam, pitrus en jonge opslag van bomen. Het meest noordelijke perceel in het plangebied heeft aan de noordzijde een kering die bestaat uit braamstruweel met aan de westzijde een solitaire zomereik. Verder grenst het plangebied aan laanbeplanting langs wegen van zomereiken en els, aan een agrarisch erf, sportvelden en een woonwijk. Op de onderstaande afbeelding wordt het plangebied weergegeven met de gele omkadering.

Luchtfoto met de begrenzing van het plangebied, aangegeven met de gele lijn (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

7

HOOFDSTUK 3

VOORGENOMEN ACTIVITEITEN

3.1 Algemeen Het voornemen bestaat om het plangebied bouwrijp te maken en in te richten als nieuwe woonwijk met 38 woningen, een woonzorgcomplex en een appartementencomplex met 10/12 appartementen. In het plangebied worden nieuwe ontsluitingswegen, watergangen, groenstroken en houtsingels aangelegd. Hiervoor dient het agrarisch cultuurland bouwrijp gemaakt te worden en moet een deel van de beplanting aan de randen van de percelen gerooid worden. Voor het aanleggen van de nieuwe toegangswegen moeten op een aantal plekken watergangen/kavelsloten gedempt worden. Hieronder staat een plattegrond met het wenselijke eindbeeld.

Plattegrond met de nieuwe wijkinrichting (bron: Odin Landschapsontwerpers).

De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Omgevingswet flora- en fauna-activiteit: • Rooien beplanting; • Dempen watergangen ; • Bouwrijp maken plangebied; • Bouwen 38 nieuwe woningen, woon-zorgcomplex en appartementencomplex met 10/12 appartemeten; • Aanleggen ontsluitingswegen; • Aanleggen beplanting; • Bewonen nieuwe woningen, appartementen en exploitatie zorgcomplex;

3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied. We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden: • Verstoren rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden;

8

Mogelijke permanente invloeden: • Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; • Doden van dieren; • Afname en verdwijnen van functioneel leefgebied van dieren;

3.3 Vaststellen van de invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het onderzoeksgebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie wordt gekeken naar de uitvoering van de geplande werkzaamheden en het bewonen van de nieuwe woningen. Beoordeling van de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit: Om de effecten van een voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen, is het soms van belang ook buiten het plangebied te kijken. In voorliggend geval grenst het plangebied aan verharde wegen, houtsingels, een agrarisch erf, sloten/watergangen en agrarisch cultuurland. Er is aanleiding te veronderstellen dat beschermde soorten en/of -waarden in de aangrenzende bosschage mogelijk negatief beïnvloed worden door uitvoering van de voorgenomen activiteiten.

9

3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied wordt niet gelijk gesteld aan het plangebied. De agrarische erven, het agrarisch cultuurland en de houtsingels rondom het plangebied worden meegenomen in het onderzoeksgebied omdat hier mogelijk beschermde dieren aanwezig zijn. Hieronder is het plangebied en het onderzoeksgebied weergegeven.

Op de bovenstaande afbeelding wordt het plangebied weergegeven met de gele lijn. Het onderzoeksgebied wordt weergegeven met de gele en rode lijn (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

10

HOOFDSTUK 4

TOETSINGSKADERS

4.1 Algemeen In dit Hoofdstuk worden de diverse toetsingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt. 4.2 Omgevingswet; Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel van de Omgevingswet heeft als doel het beschermen van Natura 2000gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voor toets. Als significante gevolgen in de voor toets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een Omgevingsvergunning noodzakelijk. 4.3 Omgevingswet; Soortenbescherming In de Omgevingswet (Bal; Besluit activiteit leefomgeving) is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten.

In de Omgevingswet worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (Artikel 11.37 t/m Artikel 11.40 Bal): 1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder Omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn; b. het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels; c. het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; of d. het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a. 2. Het verbod geldt niet, als: a. het verrichten van die activiteit op grond van een andere wet is toegestaan en is voldaan aan de artikelen 9, eerste en tweede lid, en 13 van de vogelrichtlijn; of b. de activiteit uitvoering geeft aan: 1°.een instandhoudingsmaatregel als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid en tweede lid, onder b, c en d, en 4, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, van de vogelrichtlijn of artikel 6, eerste lid, van de habitatrichtlijn; of 2°.een passende maatregel als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn. 3.

Het verbod op het opzettelijk storen van vogels, bedoeld in het eerste lid, onder d, geldt niet, als het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de vogelsoort. Soorten Habitatrichtlijn (Artikel 11.46 t/m Artikel 11.48 Bal); Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder Omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; b. het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a; c. het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a; 11

d. het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en e. het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Andere Soorten (Artikel 11.54 Bal) Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder Omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A; b. het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en c. het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B. Het verbod geldt niet als: a. het gaat om het doden of vangen van de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis, of om het beschadigen of vernielen van hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden; b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1309/documents/26761