CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij toelichting bp Hooidijk te Vasse.pdf

Commissie Omgeving en Economie 10 januari 2023, gemeente TubbergenBij agendapunt: 7: Bestemmingsplan ''Hooidijk te Vasse''18.695 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Hooidijk Te Vasse

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.0183.VASBPHOOIDIJK-VG01

Hooidijk te Vasse

Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting

3

Bijlage 1

Landschappelijk inpassingsplan

4

Bijlage 2

Groenplan

6

Bijlage 3

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

8

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek

82

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek

140

Bijlage 6

Waterhuishoudkundig plan

218

Bijlage 7

Archeologisch onderzoek

270

Bijlage 8

Archeologisch vervolgonderzoek

338

Bijlage 9

AERIUS berekening

375

Bijlage 10

Quickscan natuurtoets

420

Bijlage 11

Nader ecologisch onderzoek

447

2

bestemmingsplan Hooidijk te Vasse

Bijlagen bij toelichting

bestemmingsplan Hooidijk te Vasse

3

Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan

4

bestemmingsplan Hooidijk te Vasse

sbs kf e +37. 67

+38. 23

12.2

1

df 6.3

Aanbrengen betonstraatsteen, dubbelklinker, halfsteensverband, rood

300x300x60 mm

Trottoir: Aanbrengen betontegels, 300x300x60mm, halfsteensverband, kleur grijs

+ 39 .57

33

Aanbrengen inritblokken 500x500x200/100mm, kleur grijs P 1317

ob 60x200

Aanbrengen opsluitband 60x200mm, kleur grijs

ob 120x250

Aanbrengen opsluitband 120x250mm, kleur grijs

BR

+40,57

bk+ BR

.42 39

tb 130/150x250

+39,90

Aanbrengen trottoirband 130/150x250mm, kleur grijs Bloemrijke berm:N1 bloemrijk bijenmengsel met vaste soorten(cruydt hoeck) 1 gram zaad per m2 inzaaien

+39,48 +39,22

QR

Aanbrengen eiken / quercus robur, maat 18-20, 9 st.

FSP

Aanbrengen rode beuk / fagus sylvatica purpurea, maat 18-20, 3 st.

JR

Aanbrengen walnoot / juglans regia, maat 18-20, 1 st.

+39,06

P 1232

QR

+39,05

41.06

40.95

40.92

40.84

41.04

41.03

40.84

o.b.

AANVULLENDE INFORMATIE

40.63

0+

Tenzij anders vermeld: Maten in meters Peilmaten in meters t.o.v. N.A.P. Materiaalmaten en diameters in millimeters

Overgang schijngoot/molgoot

A' 40.20+ o.b. 120x250

40.50+

QR

+39,37

40.84

P 1294

P 1278

P 1281

P 1277

+39,72

P 1252

P 1250 +39,55 +39,30

40.80

+39,05

P 1256 P 1249

+38,84

P 1071

+38,61

P 1258 +38,45 +39,88

P 1234

P 1070 +38,10

40.77

+39,76

P 1203

P 1094

P 1201 +39,55

+39,62 +37,62 Aansluiten op bestaande situatie

PVC bocht 15° Overstortmuur: +37.53 +39,09

39.12+

+39,24 +40,26

0

+40,04 39.4

39.22+ +37 .73 +3739.24+ .95

I

29.80

5.83

R5.00

39.4 8+ 39.48

33.10

40.44+

5.83

40.38+

7+

39.5

+38.18

0+

hv

2.38

39.5

sbs kf sbs df

+40,30

40.27+ +40,33

39.92+ +39,72

sbs kf

ev ob 120x250

ev

6.00

40.31+ 6.00

+

39.57

P 1167

39.96+

P 1236

R5.0 0

34.05

31

Noodkolk in WRM fase opnemen

+39,63

Vervangen armatuur IT-riool PVC Ø 400 mm

Noodkolk geplaatst en aangesloten

P 1303

+39,43

6.00

sbs kf ev

39.76+

39.72+

39.72+

P 1263 39.65+

P 1072

39.76+

QR

P 1302

40.68

6.00

PVC bocht 15° +38,59

+39,19

5.35

sbs df kv

sbs df hv

sbs df hv ob 120x250 6.00

sbs kf ev

19.60

+39,80

9.00

2.32

39.87+

6.00

sbs kf ev

39.87+

39.91+

39.80+

2.32

ob 60x200 sbs df hv

5.35

+40,67

P 1266

+39,74

+40,09

+38,45 +38.33

+37.67 39.65+

5+ 39.6

I 15.60 +37.67

P 1238

hv df

mm

sbs

+40,68 +39,61

+40,57

ev

+39,70

6.00

sbs

kf

+39,31 +39,22

7+

0+ 7+

7+

PVC IT 9 met Ø20 PVC er 0 38.2 7 met Ø20 0+ 0 er 37.8 38.2 7+ 1+ +39,33 37.8 P 1246 7+

33

Aanbrengen eindkap Ø200 mm

P 1317

39.48+

+40,57

bk BR 2+

iool IT-r

39.4

39.2 + 39.21 70 +37.

+39,90

+39,48 +39,22

IT-r

Overstortmuur: +38.15

iool

+39,06

IT-H06 39.22+

200

P 1232 +39,05

A'

PVC

40.10+

P 1245

37.8 40.25

38.50

H03 39.99+ VK1000 beton

ob 60x200

40.72

40.68

40.05+

ob 60x200

40.84 40.80

40.77

40.78 40.80 40.72

40.05+

40.62

40.12 40.12+

raster

40.39 39.88

40.07 40.08 40.07

40.11 vb

39.87 39.86

A

40.04 39.92 40.00 39.83 39.80

40.10

39.80+ 39.83 39.80 39.80

39.71

39.75+

39.75+

39.97

g

39.88

39.66 39.64

heg-haa

r

39.67 39.67 39.62 39.56+ 39.46 39.46

39.70+

39.95 raste

39.59

39.60+

39.91

39.49 39.53 39.50 39.48 lp 39.36 39.35

39.82

39.66

39.46+

39.88

39.81

40.92

40.94 40.87

Huisnr. 9 BP: 40.60+ 255m2 40.71 40.63

40.62 40.56 40.54

40.16 40.15

40.25

40.08

Ø40,800

287 40.83 m2

40.81

40.75

40.50+

38.80

ob 60x200

40.68

40.87

40.36

DWA 03 39.97 VK1000 beton 39.98+

40.50

40.32

40.91

40.66

P 805

40.10+

bt 300x300x60

o.b. 120x250

ob 60x200

40.20+

sbs df kv, rood

40.20

40.05

40.60+

200

TB 12/25x25

40.15+

bt 300x300x60

bt 300x300x60

+

IT-riool 40.39

40.32

40.99

41.00

41.02 40.97

Huisnr. 8 BP: 40.60+

40.40

1.80

39.83 39.80 39.80

39.75+

40.30+

39.95+ TB 12/25x25 40.0.5+

A

39.82

o.b. 60x200

39.81

P 803

40.31

40.46 40.46

40.22+

39.49 39.53 39.50 39.48 lp 39.36 39.35

40.17+

39.88

40.00+

40.28+

+

40.11+

39.60

39.56+ 39.46 39.46 6+ 39.4

raster 40.23+

39.59 39.91

39.67 39.67 39.62

Huisnr. 5 BP: 40.40+ 218 m2

40.38 40.29

40.05+

40.08

Ø40,800

39.70

40.38 40.41

41.07

40.89

40.84

40.81

40.75

40.57

40.46

Huisnr. 4 BP: 40.40+ 116 m2

40.49

40.36

40.82

40.78

40.79

40.65

40.51

Huisnr. 3 BP: 104 m2

40.5540.40+

40.52

40.34

Ø40,800

PVC 200

40.37

40.37

P 804 kast

40.15

haag heg-

+

ter 39.95 ras

TB 12/25x25

39.97

40.32+

40.39

schuur 40.37 40.29

40.20+

39.75

JR 40.05

39.71 +

40.59

raster

40.00 40.10

40.22+ 40.30+

40.55

Huisnr. 2 40.40+ 40.57 BP: 101 m2

40.15+

40.57

40.21

Ø40,800

P 1148

+

40.40

41.03

41.07

40.64 40.58 40.59 40.60

41.04

41.03 40.92

40.85

40.53

39.80+

2.50

40.25

40.32+

40.60 40.50

40.41

40.41

40.92 7 nr. Huis 40.80+ BP: m2 285

40.83 40.77 40.75

40.25

o.b. 60x200mm

Ø40,800

41.09

41.04 40.99

40.63

Huisnr. 1 BP: 40.40+ 186 m2

40.21

60x

40.97

40.90

40.79

+

o.b. 120x250

40.25+

200 ob

6 nr. 0+ Huis 40.8 BP: m2 306

40.70

40.54

40.53

300

40.75

40.68

40.59

40.40

40.49

40.30+

200 0 60x 0x6 x30

Ø30,600

0x250

40.58

VK1000 beton

38.40

38.37+

DWA 01 40.27+

40.40

bt

DWA 02 40.41+ VK1000 40.30 beton +

41.02

40.95

40.66

40.41

41.04

38.40

rood

o.b.12

sbs df kv,

40.48

40.20

40.49

40.44

PVC 200 7+

P 1211

H02 40.44 VK1000 beton

38.80

raster 40.29

38.3 7+ 40.2338.3

P 1227

ob

41.04

41.03

41.06

40.56 40.59

40.57 40.55 40.51 40.51 40.48 40.52

40.56 40.60 40.64

37.8 7+

Ø40,800

P 1225

39.87 39.86

40.04

40.49 40.30+

40.20+ 40.42 40.48

schuur 40.41 40.41 40.38 40.43 heg-haag

40.39

40.32

40.20

40.21 40.22

0+

raster

7+

Ø20,200

40.5

P 1230

Aansluiten op bestaande situatie

P 1244

40.10+

mlgt 5str.sbs

40.08

P 1228

raster

40.75+

H01 40.15+ VK1000 beton

P 1213

raster

1.80

40.95

40.84 40.70

+38,91

+38,56

40.92

40.84

200 +39,08

+38,64

kv

A'

1.80

+36.63

8

+36.6

38.58+

I

+37.28

5.57 38.64+

37.8

IT-H05 +39,45

mm 5+ 400 39.3

32.90

38.61+ 38.49 +

Ø PVC

+39,27 39.27+

0

R5.0

C

5.36

200

18.10

I I

39.20+ +37.16

85 +37. 3+

6.31

Ø 400

mm Ø 200

I

39.27+

+37.38

5.34

mm IT-riool PVC Ø 400 sbs df kv

ob 120x250 +39,15 PVC bocht 15°

39.12+

bt 300x300x60 ob 60x200

IT-H4 38.60+

0 13.5

32.30

34.20

39.05+

+39,21

ob 120x250

PVC Ø 200 mm

39.12+

1,50

+38,86 tb 130/150x250

16.00

38.63+

38.69+ tb 130/150x250 OVerstortmuur: +38,82 +37.64 38.81+

Ø PVC

25.70

38.61+ +37.14

38.85+ g

24.20

38.51+

38.58+ df kv

7.50

38.62+

1+ 38.6

5.00

P 1220

40.11 vb

I

0,0

38.56+

0,0

38.66+

sbs

sbs df

bt 300x300x60

38.72+ 38.60+

+37.28 39.56+

38.56+

+36,4 1

DWA09 sbs df kv 38.60+

25.50

2.50

g

0,0

df hv kf ev

df hv 5.50

14.00

df kv

x250

x250

sbs sbs sbs

38.76+

38.60+ 38.48+

sbs

kv

tb 130/150

bt 300x30 0x60 0 R5.0 tb 130/150

+39,37

39.5

38.1

77 +37.

mm

39.22+

A

PVC bocht 15°

+38,81 ob 60x200

I

93 +37.

2+ 39.4

DWA07

4 strek sbs df okergeel

38.64+

38.43+

sbs df 38.38+ 38.50+

38.54+

10.10

bt 300x30 0x60 tb 130/150 +38,38 x250

11.60

38.50+ 38.38+

Aansluiten op bestaande situatie

1.80

40.07 40.08 40.07

+39,26 +39,06

9 strek sbs df rood

IT-rioo l PVC

7+ 39.54+ PVC

39.48+ +37.77 39.5

17.20

+38.17 39.52+ 39.5

+39,58

DWA06 39.48+

2+ 40.140.12

38.48 +

39.88

40.40

Aanbrengen nieuwe Tegra put Ø600 mm

Bestaande put verwijderen en aanbrengen nieuwe put Tegra Ø600 mm

5 strek sbs df okergeel

DWA08 38.60+

ob 60x200

0.0

40.39

P 1191

+38,53

P 1316

Profileren halfverharding sbs df in keperverband, kleur: rood 38.54+

1.80

25

40.16 40.15

40.50

40.62

IT-H04 39.65+

12.20

40.72

r raste

39.76+

39.72+

I

sbs kf ev

39.72+

39.76+

39.6

16.00

14.50 +39,59 +39,23

P 1215

39.98+

+39,38

+39,65

7+

DWA05 39.65+ +38,84

6.62

sbs kf ev

+39,66 6.00

Bestaande kolk, aansluiting onbekend

+38.23

P 1274 P 1275

2.09 +39,72

1.80

IT-riool PVC Ø 400 mm

40.80

B'

PVC Ø 200 mm

IT-riool PVC Ø 400 mm

6.00

+39,24

sbs df hv

Overstortmuur: +37.27

6.23

B

sbs kf ev

+38,73

+36.63

40.78

39.91+

+36.87

I

P 1075

16.40

+39,65

P 1293

FSP

39.83 39.92 39.80

+40,51

P 1311

sbs df hv

ob 120x250

+40,33

23.30

24.50 +39,78 +38,47

+40,01

+39,59

+39,65

2.32

P 1073

P 1074

39.10

40.05+

40.15

P 1295

+40,13

40.30+

+40,33

Ø 160 mm

14.85

4+

39.5

+38.23

+37.74 7+

250

39.4

PVC

39.85+

10.71

34.80

4+ 39.5

+38.36 38.70

+40,33

40.36+

DWA04

40.30+

40.90

ev

200 mm

40.20+

I

38,23

DWA03 39.50+

PVC Ø

+40,34

P 1261

I

sbs df kv

+39,96 39.92+

39.10

df

+39,51

+38,53

40.27+

IT-03 39.45+

43.30

I

0+

+40,26

+38.50

2.50

120x

I

40.30

sbs

mm

+38,38

40.36

ev

2.50

4+

hv df sbs 2.50

39.6

sbs kf

40.3

ev kf 5.00

2.50

ev

40.38+

ob 120x250 sbs df hv ev sbs kf hv sbs df

6.00

hv

ob

+39,15

kf sbs

3.84

DWA02 39.47+

8

sbs

+37 +38 .74 .08

mm

0

200

6.00

df

Ø 5.35 400

x25

PVC Ø

ev

kf

IT-r iool

120

0+

39.3 7+

40.56

+39,45

39.3 +39,33

PVC

40.54

40.44+

P 1165

39.3 7+

sbs

15.6

9+

+39,32

2

1.20

I

DWA01 39.22+

+

16.7

+36.93 39.18+ +37.19 39.25+

P 1166

IT-02 39.22+

400 mm

+

PVC Ø

200 mm

PVC bocht 15°

P 1133 aangesloten op bestaande put Putdeksel vervangen voor een roosterdeksel

ob

+36.98

Overstortmuur: +37.93

BRbk 39.25+ IT-riool

PVC Ø

39.12+ +39,10

D5

+38,10

39.55

39.05+

+37.07

38.68+

+38,57 38.61+

sbs

38.61+ I

+36.37

+38,59 ob 120x250 38.09+

+38,02

+38,42

9.10

1+ 38.6 sbs df kv

BR

15.90

38.68+ +38,67

33.00

38.02+

5.56

38.09+

+36.98

I

39.62

5.72

+36.05

13.40

ob 120x250

IT-01 38.00+

+38,26

40.05+

40.32

+39,00

+38,80

P 1271

P 1270 +37,98

40.30

40.10+

40.31

sbs df kv, rood

40.29

40.32

TB 12/25x

Ø40,800

+38,54 +38,43

+38,17

40.72

40.63

40.62

40.39

40.15+

Huisnr. 5 + BP: 40.40 218 m2

40.38

39.95+ TB 12/25x25 40.0.5+

40.41 40.36

40.94

40.87

Huisnr. 9 BP: 40.60+ 255m2 40.71

5.41

00

40.34

40.87

QR

40.92

+37,92

40.38 kast

40.81

40.75

1.65

o.b. 60x2

P 804

40.68

Huisnr. 8 BP: 40.60+ 287 40.83 m2

40.66

40.00+

Hu + BP: 40.40 2 116 m

40.46 40.46

40.17+

40.22+

40.49isnr. 4

40.48

40.05+

40.11+ 4

40.20+

40.46 40.37

1.80

FSP 40.57 P 805

raster

Ø40,800

40.5540.40+

40.52

schuur 40.37 40.29 40.41

Huisnr. 3 BP: 104 m2

40.37

40.21

40.89

40.84

40.81

40.75

40.51

40.91

40.97

40.65

raster 0.23+

40.28+

40.39

QR

40.99

ob 60x200

40.53

40.59

25

40.41

40.30+

Ø40,800

Huisnr. 2 : 40.40+ BP40.57 101 m2

41.00

41.02

TB 12/25x

40.21

40.15+

40.55

40.22+ 40.30+

40.57

40.60

40.32+

o.b. 60x200mm

40.40

40.58 40.59

40.60+

40.25+

Huisnr. 1 + BP: 40.40 2 m 186

40.82

40.78

40.79

QR

40.92

40.85 40.64

41.07

41.04

41.03

6338.66+

40.50

41.07

25+

40.53

40.

40.40

1.50

40.32+

40.60

2.50

250

Werkgrens

+36.

B

40.54

o.b. 120x

40.75

40.4

0.35

40.30+

40.77

+

QR

0+

40. 30

40.7

250

7 40.92 nr. Huis 0.80+ 4 BP: 5 m2 28

40.83 40.58

Perceelsgrens

40.99

1211 40.49

41.03

41.04

x 120

Ø40,800

sb

5.42

38 40.23.37+

41.09

41.04

od s df kv, ro

40.29

40.22

Materiaalgrens

40.49

40.44

Hoogte nieuwe situatie t.o.v. N.A.P.

38.59+

raster

+

40.21

40.56 40.60 40.64

39.35+

38.64+

.87

QR

1.80

Hoogte bestaande situatie t.o.v. N.A.P.

38.61+ 38.73+

37

40.79

39.06

38.77+

40.20

6 nr. Huis 0.80+ 4 BP: 6 m2 0 3

40.90

C'

40.32

Ø20,200

40.75

40.68

40.59 40.41

50+ 40.

40.39

40.25 raster

40.57 schuur 40.55 40.51 40.48 40.41 40.41 40.38 40.52 heg-haag 40.43

Ø30,600

40.97

0x60

P 1245

40.66

bt 300x30

40.10+

41.02

40.95

40.59

raster

40.42 40.48

.sbs mlgt 5str

40.08

Aanbrengen haag gemengd meidoorn,veldesdoorn / carataegus monogyna, acer campestre, maat 125-150, dubbel aangeplant, 7 perm1

40.56

40.10+

raster

P 1244

40.20+

I

B'

1213

QR

5+ 40.7

40.70 40.49 40.30+

5.44

Aanbrengen eindkap Ø200 mm

16.00

PV 37 .87 + IT 9 C Ø2 PV mete 00 C r 38 7 m Ø20 .20 ete 0 + r 37 .87 + IT-H05 +39,33 39.48+ P 1246

6.70

iool IT-r

sbs kf ev 6.0 0

bss dk hv

+39,22

5.70

3

Aanbrengen betonstraatsteen, dubbelklinker, halfsteensverband, grijs

2.60

50 13.

+39,45

9.

+

bss dk hv

10 18.

0 11.6

5.3 77 6 +37.

+39,31

23.00

I

.17

sbs kf ev

+40,57 +39,70

5.22

.93

mm35+

+ 9.5 0

3 +37. 9.48+ 77 3

I

sbs

PVC

mm 200

7+ 39.5 PV 4+ C Ø

+ 3 +339 8.1.52 9.5 7

38

+37

+39,61

B

20 17.

DWA06 39.48+

+40,68

B'

+39,58

nieuwe put Tegra Ø600 mm

Rijbaan: Aanbrengen straatbakstenen, dikformaat, keperverband, kleur: rood Parkeervak: Aanbrengen straatbakstenen, keiformaat, elleboogverband, kleur: rood

sbs df kv

BR

uwe Tegra put Ø600 mm

LEGENDA

cai

Ø4 00 m

m

hv

0

P 803

39.46

ijk

Hooid

39.29 39.66 Ø40,800

39.27

39.25 39.21

39.16 39.05 39.05

P 1183

39.11 vb

39.88

39.05

39.66 39.64

39.66

P 1184

bk

P 663

39.46 P 472

idijk

Hoo

P 461

P 914

P 915

P 59 P 160

P 372

P 916

39.29

39.27

39.25 39.21

ALGEMEEN

Ø40,800

- Maatvoering in millimeters, tenzij anders vermeld; - Leidingdiameters in millimeters, tenzij anders vermeld; - Hoogtemaatvoering in millimeters t.o.v. NAP, tenzij anders vermeld; - Coördinaten in meter, tenzij anders vermeld; - Toepassen vellingkant 15x15mm

REVISIE

39.66

P 920

## Wijz.

39.16 39.05 39.05

P 1183

39.11 vb

39.05

##-##-2018 Datum

## Get.

## Gec.

######### Aard der wijziging Mosweg 21 7556 PG Hengelo T. 074 763 04 90 E. info@nepocon.nl W. www.nepocon.nl

Project

Nieuwbouwwoningen Hooidijk Vasse

Onderdeel

Verhardingstekening

Opdrachtgever

De Bunte Vastgoed Oost B.V.

Projectleider

R.M. Menkhorst

Status

Concept

Tekenaar

R. Haghuis

Datum

23-3-2022

Formaat

A1

Schaal

1:200

Project nummer

212910

Tekening nummer

2

Bijlage 2

6

bestemmingsplan Hooidijk te Vasse

Groenplan

LEGENDA voetpad: historische holleweg

1

Bomenrij: eiken / quercus robur 9 stuks. maat 18-20

2

Rode beuk / fagus sylvatica purpurea 2 stuks. maat 18-20

3

Walnoot / juglans regia 3 stuks. maat 18-20

4

Haag gemengd: meidoorn,veldesdoorn / crataegus monogyna, acer campestre 96 m1 . maat 125-150, dubbel aangeplant, 7 per m1

5

Bloemrijke berm: N1 Bloemrijk bijenmengsel met vaste soorten (cruydt hoeck) 345 m2, 1 gram zaad per m2 inzaaien

TBG02P01250

TBG02P01203 TBG02P01201 19

TBG02P01234

23

25

TBG02P01261

TBG02P01167 TBG02P01236 TBG02P01168

landschap versterken: robuuste groenstructuur als dorpsrand en esrand (valt buiten project

TBG02P01263

Mander Esch: behouden openheid en karakteristiek van de deels overgebleven cultuurhistorische es

kans: ommetjes versterken (valt buiten project)

TBG02P01266

TBG02P01238

TBG02P01215

14

kans: speelveldje

TBG02P01246

boomgroep accent (valt buiten project) 35

TBG02P01232

boomrij (valt buiten project)

37

TBG02P01213

Voetpad hechten aan omgeving, ommetjes versterken

solitair 3

39

1245

TBG02P01228

10 pp

1

pp pp

TBG02P01244

4

4

TBG02P01211 TBG02P01225

5

haag

pp

bomenrij pp

pp

pp

pp

2

haag

boomgroep accent bestaand bosje

haag

1

3

haag 805

4

4

4

804

5

pp solitair bloemrijke 5 berm 2

pp solitair bloemrijke berm

5

3

bloemrijke berm

ad

fietsp

nieuw

it

in/uitr

ijk

Hooid 803

bestaande groenstructuur aan de rand van de Mander Esch

Hooidijk

TBG02P01183

21

19

nl-landschap.nl

Project: Landschapsinpassing

Getekend: L. Woudsma-Gerritzen

Status: concept

Naam: Vasse Hooidijk

Datum: 14 oktober 2021

Aantal pag.: 1/1

Adres: Hooidijk ongenummerd

Gecontroleerd: -

Formaat: A2

Woonplaats: Vasse

Schaal: 1:500

Noord: ^

Bijlage 3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

8

bestemmingsplan Hooidijk te Vasse

Ruimtelijke Onderbouwing

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Pierikstraat 11 te Gaanderen Woningbouw Hooidijk te Vasse Gemeente Doetinchem

Gemeente Tubbergen

Projectnummer: 3411.01 Datum: 15 oktober 2021

Inhoudsopgave Algemeen ............................................................................................................... 3 Toetsing ................................................................................................................. 4 2.1

Algemeen ................................................................................................................................................... 4

2.2

De kenmerken van het project ................................................................................................................... 4

2.3

De plaats waar de activiteit wordt verricht ............................................................................................... 5

2.4

De kenmerken van het potentiële effect .................................................................................................... 5

Conclusie ................................................................................................................ 7 Bijlage 1 Ecologisch onderzoek Bijlage 2 Stikstofberekening

2

Algemeen Om te bepalen of voor het project een milieueffectrapport (M.E.R.) moet worden opgesteld, is het van belang om te kijken of de ontwikkeling een activiteit is als opgenomen in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.). In de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. Het onderscheid tussen deze twee bijlagen is dat in bijlage C er direct sprake is van een m.e.r.-plicht voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden en besluiten onder de drempelwaarden zijn niet m.e.r.-plichtig. Onderdeel D geeft aan of er voor besluiten beoordeeld moet worden of er m.e.r. noodzakelijk is. Voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd en voor besluiten met een omvang onder de drempelwaarden een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Pas na het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r-beoordeling is duidelijk of er een M.E.R. moet worden opgesteld.

3

Toetsing 2.1

Algemeen Het initiatief ziet toe op de realisatie van maximaal negen nieuwe woningen met bijbehorende ontsluiting, groen en parkeerplaatsen. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt een bestemmingsplan in procedure gebracht. Om te bepalen of voor het project een milieueffectrapport (M.E.R.) moet worden opgesteld, is het van belang om te kijken of de ontwikkeling een activiteit is als opgenomen in de bijlagen van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.). De realisatie van de woningen met bijbehorende ontsluiting en parkeerplaatsen kan worden gekwalificeerd als "de aanleg of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen" als genoemd in onderdeel D.11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r.. Bij de uitleg van de Europese m.e.r.-richtlijn wordt immers aangegeven dat 'stedelijke ontwikkelingsprojecten' breed moet worden geïnterpreteerd. Bij de activiteit zijn drie relevante indicatieve drempelwaarden opgenomen, namelijk: • een oppervlakte van 100 hectare of meer; • een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen; • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De activiteit valt ruim beneden de gestelde drempelwaarde, waardoor geen sprake is van een directe m.e.r.-(beoordelings)plicht.

Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag zich ervan moet vergewissen of de activiteit, wanneer deze onder de drempelwaarden zit, daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben, waarbij het in het bijzonder moet worden nagegaan of sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling. Dit is de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij het bepalen van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu wordt, conform de Bijlage III van de Europese Richtlijn, ingegaan op de volgende onderdelen: • de kenmerken van het project; • de plaats waar de activiteit wordt verricht; • de kenmerken van het potentiële effect.

2.2

De kenmerken van het project Initiatiefnemer is voornemens om ter plaatse van een stuk agrarische grond, gelegen ten zuiden van de reeds gerealiseerde woonwijk Steenbrei III te Vasse, vijf aaneengebouwde woningen en vier tweeaaneen woningen te realiseren. De aaneengebouwde woningen worden aan de westzijde van het plangebied gesitueerd, de tweeaaneen woningen aan de oostzijde. De woonpercelen van de aaneengebouwde woningen variëren tussen de circa 100 m2 en de 200 m2. De woonpercelen van de twee-aaneen woningen variëren tussen de circa 200 m2 en de 300 m2. Daarnaast wordt het gehele plangebied omsloten door een groenstrook.

4

2.3

De plaats waar de activiteit wordt verricht Het projectgebied betreft een agrarisch perceel van ca. 3.000 m2 aan de Hooidijk en ligt direct ten oosten van de kern van Vasse. De omgeving kan daarom deels worden omschreven als een woongebied en deels als buitengebied met weilanden, akkers, houtwallen en bosgebieden. Het plangebied bestaat uit twee grasvelden op een hoger gelegen es. De grasvelden worden van elkaar gescheiden worden door een smal paadje. Het westelijke grasveldje is omheind met prikkeldraad en er staat een klein schuurtje dat voor het houden van dieren werd gebruikt. Verder staat er nog een tweede schuurtje, een coniferenhaag en enkele bosschages. Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door een forse groensingel. Op de navolgende afbeelding is de begrenzing van het plangebied weergegeven.

Figuur I Begrenzing plangebied

Het plangebied ligt buiten de Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op een afstand van circa 265 meter en betreft het ‘Springendal en Dal van de Mosbeek’. Andere Natura 2000-gebieden op minder dan 10 kilometer afstand zijn ‘Hügelgräberheide HalleHesingen’ (ca. 2,95 km), ‘Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek’ (ca. 6,9 km) en ‘Itterbecker Heide’ (ca. 8,4 km)

2.4

De kenmerken van het potentiële effect De omvang van het project ligt ver beneden de voor de m.e.r.-beoordeling gedefinieerde drempelwaarden. In de navolgende paragrafen van dit hoofdstuk is aangetoond dat voor deze ontwikkeling geen sprake is van negatieve effecten op het milieu. Op grond van de kenmerken van het plan en de ligging, kan de realisatie van de woningen, met bijbehorende ontsluiting en parkeerplaatsen in potentie de volgende milieueffecten hebben: • verslechtering van de luchtkwaliteit in de omgeving; • invloed op omliggende beschermde natuurgebieden.

5

2.4.1

Luchtkwaliteit In dit plan worden negen nieuwe woningen met bijbehorende ontsluiting en parkeerplaatsen gerealiseerd. Volgens de ministeriële regeling NIBM draagt een bouwplan met minder dan 1.500 woningen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging.

2.4.2

Beschermde natuurgebieden Natura 2000-gebieden Het projectgebied ligt buiten de Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op een afstand van circa 265 meter en betreft het ‘Springendal en Dal van de Mosbeek’. Andere Natura 2000-gebieden op minder dan 10 kilometer afstand zijn ‘Hügelgräberheide HalleHesingen’ (ca. 2,95 km), ‘Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek’ (ca. 6,9 km) en ‘Itterbecker Heide’ (ca. 8,4 km) Uit ecologisch onderzoek van Buro Ontwerp & Omgeving uit februari 2021 is gebleken dat de ontwikkeling aan de Hooidijk niet zal leiden tot negatieve effecten op de genoemde Natura 2000gebieden. Het onderzoek is als bijlage 1 bijgevoegd. In het onderzoek werd niet ingegaan op de effecten van mogelijke stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied als gevolg van de ontwikkeling. Om die reden is door Buro SRO in januari 2021 een onderzoek stikstofdepositie uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 2 bijgevoegd. Uit de uitgevoerde effectbeoordeling stikstofdepositie blijkt dat er bij de voorgenomen ontwikkeling van negen woningen aan de Hooidijk te Vasse zowel in de realisatiefase (de bouw) als de gebruiksfase (bewoning) geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr plaatsvindt.

6

Conclusie Op grond van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief kunnen worden uitgesloten. Het bestemmingsplan kan zonder m.e.r.(-beoordeling) worden vastgesteld.

7

Bijlage 1 Ecologisch onderzoek

Quickscan natuurtoets

Herontwikkeling Hooidijk Vasse

De Bunte Vastgoed Oost B.V.

Projectnummer: 3411.01 Datum: 10-02-2021

Quickscan natuurtoets Herontwikkeling Hooidijk Vasse

Opdrachtgever:

De Bunte Vastgoed Oost B.V.

Projectnummer:

3411.01

Datum:

10-02-2021

Projectleider en rapporteur:

Jur Metselaar

Autorisatie:

Laura Tilleman

Opdrachtnemer:

Buro Ontwerp & Omgeving Velperweg 157 6824 MB Arnhem Postbus 2033 6802 CA Arnhem info@ontwerpenomgeving.nl www.ontwerpenomgeving.nl

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

INHOUD

Pagina

1

INLEIDING .............................................................................................................................................. 3

2

PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN ................................................................................................ 4 2.1 Beschrijving projectgebied ...................................................................................................... 4 2.2 Algemene constateringen ....................................................................................................... 4 2.3 Geplande werkzaamheden ..................................................................................................... 5

3

WERKWIJZE............................................................................................................................................ 6 3.1 Bureauonderzoek .................................................................................................................... 6 3.2 Veldbezoek .............................................................................................................................. 6 3.3 Betrouwbaarheid .................................................................................................................... 6

4

BELEIDSKADER ....................................................................................................................................... 7 4.1 Algemeen ................................................................................................................................ 7 4.2 Gebiedsbescherming ............................................................................................................... 7 4.3 Soortbescherming ................................................................................................................... 7 4.4 Houtopstanden ....................................................................................................................... 8

5

RESULTATEN .......................................................................................................................................... 9 5.1 Gebiedsbescherming ............................................................................................................... 9 5.2 Soortbescherming ................................................................................................................. 10 5.3 Samenvatting ........................................................................................................................ 19

6

CONCLUSIE .......................................................................................................................................... 20 6.1 Conclusies gebieds- en soortbescherming ............................................................................ 20 6.2 Nader onderzoek ................................................................................................................... 21

7

LITERATUURLIJST ................................................................................................................................. 22 7.1 Referenties ............................................................................................................................ 22 7.2 Gebruikte websites ............................................................................................................... 23 7.3 Overige geraadpleegde bronnen .......................................................................................... 23

Herontwikkeling Hooidijk te Vasse

2

3411.01

Quickscan natuurtoets

1

Buro Ontwerp & Omgeving

INLEIDING In opdracht van De Bunte Vastgoed Oost B.V. is door Buro Ontwerp & Omgeving een quickscan natuurtoets uitgevoerd aan de Hooidijk te Vasse. Het initiatief voorziet in de realisatie van vijf rijtjeswoningen en vier twee-onder-één-kapwoningen op een perceel dat in de huidige situatie onbebouwd is. Het doel van de natuurtoets is om een indicatie te krijgen van de aanwezigheid en (mogelijke) effecten van de ingreep op beschermde gebieden en dier- en plantensoorten. Uit deze natuurtoets moet blijken of er nadelige effecten zijn op gebieden met een speciale beschermingsstatus, namelijk de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland. Vervolgens worden de mogelijke effecten onderzocht op onder de Wet natuurbescherming beschermde dier- en plantensoorten. Als (nadelige) effecten niet uit te sluiten zijn moet nader onderzoek plaatsvinden, moeten er mitigerende/compenserende maatregelen getroffen worden en/of eventueel een ontheffing van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd. Deze natuurtoets is gebaseerd op bureauonderzoek en een veldonderzoek. In het voorliggende rapport worden achtereenvolgens het projectgebied (hoofdstuk 2), de werkwijze (hoofdstuk 3), het beleidskader (hoofdstuk 4), de resultaten (hoofdstuk 5) en de conclusie (hoofdstuk 6) beschreven.

Herontwikkeling Hooidijk te Vasse

3

3411.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

2

PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN

2.1

Beschrijving projectgebied Het projectgebied betreft een agrarisch perceel van ca. 3.000 m2 aan de Hooidijk en ligt direct ten oosten van de kern van Vasse. De omgeving kan daarom deels worden omschreven als een woongebied en deels als buitengebied met weilanden, akkers, houtwallen en bosgebieden. Op de navolgende afbeelding is de begrenzing van het projectgebied weergegeven.

Figuur 1: Ligging van het projectgebied (rood kader).

2.2

Algemene constateringen De locatie bestaat uit twee grasvelden op een hoger gelegen es. De grasvelden worden van elkaar gescheiden worden door een smal paadje. Het westelijke grasveldje is omheind met prikkeldraad en er staat een klein schuurtje dat voor het houden van dieren werd gebruikt. Ten tijde van het veldbezoek was er geen vee aanwezig. Verder staat er nog een tweede schuurtje, een coniferenhaag, enkele bosschages en een fruitboom (appel of peer). Het projectgebied wordt aan de westzijde begrensd door een forse groensingel, aan de zuidzijde door de Hooidijk, aan de oostzijde door weilanden en aan de noordzijde door de bestaande woonwijk Steenbrei III. Figuur 2 geeft een sfeerimpressie van het projectgebied.

Herontwikkeling Hooidijk te Vasse

4

3411.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Figuur 2: Foto vanuit de zuidwestelijke hoek in de richting van het projectgebied (linksboven); Het smalle paadje dat de twee grasvelden van elkaar scheidt (rechtsboven); Klein schuurtje dat gebruikt kan worden voor het houden van dieren (linksonder); Bosschages en boom in het noordelijke deel van het projectgebied rechtsonder).

2.3

Geplande werkzaamheden De initiatiefnemer heeft het voornemen om vijf rijtjeswoningen en vier twee-onder-één-kapwoningen te realiseren.

Herontwikkeling Hooidijk te Vasse

5

3411.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

3

WERKWIJZE

3.1

Bureauonderzoek Voorafgaand aan het veldbezoek is onderzoek gedaan naar de ligging van het gebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden, de voorkomende habitats en de verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en rondom het gebied. De bronnen die hiervoor zijn geraadpleegd zijn te vinden in de literatuurlijst (zie hoofdstuk 7).

3.2

Veldbezoek Het veldbezoek is uitgevoerd op 6 februari 2021 en vond plaats van 13:30 tot 14:10. Tijdens het veldbezoek was het bewolkt, stond er een matige wind (O4) en was het 1 graden Celsius. Er is gekeken naar het terrein en de geschiktheid hiervan voor beschermde plant- en diersoorten. Ook is gekeken naar de aanwezigheid van beschermde soorten, met inbegrip van sporen als braakballen, uitwerpselen, nesten en andere mogelijke verblijfplaatsen.

3.3

Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de huidige wet- en regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van het projectgebied voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van deze soorten. In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan natuurtoets geldig is voor een periode van maximaal drie jaar, tenzij de ecologische omstandigheden in deze periode wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, of wanneer inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan drie jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de natuurtoets opnieuw te onderzoeken.

Herontwikkeling Hooidijk te Vasse

6

3411.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

4

BELEIDSKADER

4.1

Algemeen De Wet natuurbescherming (Wnb) heeft als doel de natuur te beschermen, te ontwikkelen en de biologische diversiteit te behouden en herstellen. Voor ruimtelijke ingrepen zijn naast de algemene zorgplicht (artikel 1.11) ook hoofdstuk 2 (Natura 2000-gebieden), hoofdstuk 3 (soortenbescherming) en hoofdstuk 4 (houtopstanden) van de Wnb van belang. Beschermde gebieden die geen deel uitmaken van het Natura 2000-netwerk vallen onder het Natuurnetwerk Nederland. Deze gebieden vallen echter niet onder de Wnb, maar worden op provinciaal niveau beschermd.

4.2

Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Natura 2000-gebieden zijn aangewezen op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn van de Europese Unie. Dit zijn gebieden waarin habitats en soorten beschermd worden die van Europees belang zijn. Per Natura 2000-gebied zijn specifieke instandhoudingsdoelen opgesteld. Projecten en andere handelingen die negatieve effecten hebben op de kwaliteit van de habitats en/of de instandhoudingsdoelen van het gebied mogen niet plaatsvinden zonder een vergunning. Dit geldt niet alleen voor projecten en handelingen binnen het Natura 2000-gebied. Ook projecten en handelingen aangrenzend of buiten het gebied kunnen negatieve effecten veroorzaken. Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland (NNN) bestaat uit een netwerk van natuurgebieden en heeft als doel deze beter met elkaar en omringende agrarische gebieden te verbinden. Het NNN is niet meegenomen in de Wnb; provincies wijzen zelf gebieden aan en dragen de verantwoordelijkheid voor het NNN en zijn behoud en ontwikkeling. In Overijssel zijn de NNN-gebieden aangewezen in de provinciale omgevingsvisie en beschermd volgens de bijbehorende omgevingsverordening. Ruimtelijke ingrepen mogen de kenmerken en waarden van het NNN niet schaden. Dit wordt gewaarborgd door het ‘nee, tenzij’-principe.

Dit houdt in dat de voorgenomen ontwikkeling geen doorgang kan vinden als er sprake is van significant negatieve effecten, tenzij wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: De ontwikkeling moet van groot openbaar belang zijn; Er zijn geen reële alternatieven; Negatieve effecten op oppervlakte, samenhang en wezenlijke kenmerken en waarden worden zoveel mogelijk beperkt en de overblijvende effecten worden gelijkwaardig gecompenseerd.

4.3

Soortbescherming De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes voor soorten: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Wnb § 3.1) Beschermingsregime soorten uit bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het verdrag van Bern en bijlage I van het verdrag van Bonn (Wnb § 3.2) Beschermingsregime andere soorten (Wnb § 3.3)

Herontwikkeling Hooidijk te Vasse

7

3411.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

In de voorgenoemde paragrafen uit de Wnb zijn verbodspalingen vastgesteld en is vastgesteld voor welke handelingen een vrijstelling verleend kan worden. De verbodsbepalingen houden in dat vogels en andere beschermde soorten niet gedood of opzettelijk gestoord mogen worden en nesten, voortplantings- en rustplaatsen niet beschadigd mogen worden. Verder mogen beschermde planten niet geplukt of vernield worden. Als de werkzaamheden van het project leiden tot het overtreden van deze verbodsbepalingen moet worden nagegaan of een provinciale vrijstelling geldt of dat een ontheffing moet worden verkregen.

4.4

Houtopstanden Als houtopstanden buiten de bebouwde kom worden geveld kan er een meld- en herbeplantingsplicht gelden. Dergelijke houtopstanden worden in de Wet natuurbescherming omschreven als een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend die een oppervlakte van 10 are of meer beslaan. Ook wordt een rijbeplanting van meer dan twintig bomen als houtopstand gerekend (Wnb §4.1).

Herontwikkeling Hooidijk te Vasse

8

3411.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

5

RESULTATEN

5.1

Gebiedsbescherming Natura 2000 Het projectgebied ligt buiten de Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op een afstand van circa 265 meter en betreft het ‘Springendal en Dal van de Mosbeek’. Andere Natura 2000-gebieden op minder dan 10 kilometer afstand zijn ‘Hügelgräberheide Halle-Hesingen’ (ca. 2,95 km), ‘Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek’ (ca. 6,9 km) en ‘Itterbecker Heide’ (ca. 8,4 km) (figuur 3).

Figuur 3. Ligging projectgebied (donkere pijl) t.o.v. de Natura 2000-gebieden (groen gearceerde vlakken).

Storingsfactoren als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, verstoring door licht, verstoring door trilling, optische verstoring en verstoring door mechanische effecten zijn niet aan de orde. Gezien de ligging van het projectgebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden en de aard van de werkzaamheden kunnen deze negatieve effecten op voorhand worden uitgesloten. Indirecte negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen echter niet op voorhand worden uitgesloten. Er wordt daarom verzocht om een AERIUS-berekening uit te laten voeren. Natuurnetwerk Nederland Het projectgebied ligt op circa 66 meter afstand van gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (figuur 4). Gezien de ligging buiten deze gebieden en de aard van de werkzaamheden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingen van het NNN niet aangetast.

Herontwikkeling Hooidijk te Vasse

9

3411.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Figuur 4. Ligging projectgebied (rood vlak) ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland (donkergroen).

Houtopstanden De bosschages en fruitboom in het projectgebied vallen niet onder de definitie houtopstanden, zoals bedoeld in paragraaf 4.1 van de Wet natuurbescherming. Deze elementen bevinden zich in het noorden van het projectgebied in de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom. Wel kan er middels gemeentelijke regelgeving een kapvergunning nodig zijn als deze houtopstanden worden verwijderd.

5.2

Soortbescherming Vleermuizen Op basis van openbare verspreidingsgegevens kunnen in de omgeving van het projectgebied de volgende vleermuissoorten voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis, franjestaart en watervleermuis. Alle vleermuissoorten vallen onder de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb). Verblijfplaatsen Vleermuizen kunnen globaal opgedeeld worden in boombewonende soorten zoals de rosse vleermuis en gebouwbewonende soorten zoals de gewone dwergvleermuis. Ook zijn er soorten die zowel gebouw- als boombewonend zijn. Gebouwbewonende soorten maken doorgaans gebruik van spouwruimtes, spleten en vergelijkbare ruimtes in gebouwen. In het projectgebied zijn twee kleine schuurtjes aanwezig. Deze zijn echter niet voorzien van geschikte tussenruimtes waardoor de schuurtjes niet kunnen voorzien in een verblijfsfunctie. Negatieve effecten op verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kunnen daarom worden uitgesloten.

Herontwikkeling Hooidijk te Vasse

10

3411.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

De fruitboom in het noordelijke deel van projectgebied heeft geen holtes die kunnen voorzien in een verblijfplaats. Hierdoor zijn negatieve effecten op verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen uitgesloten. In de naast het projectgebied gelegen groensingel werden ook geen holtes aangetroffen. Vliegroutes Vleermuizen volgen vaak lijnvormige elementen om heen en weer te bewegen tussen de verblijfplaatsen en foerageergebieden. Het behoud van lijnvormige landschapselementen is daarom van groot belang voor de instandhouding van vleermuispopulaties. Met de bouw van nieuwe woningen worden geen kwetsbare verbindingen aangetast. Daarnaast blijft de naast het projectgebied gelegen groensingel intact. Negatieve effecten op vliegroutes van vleermuizen kunnen daarom worden uitgesloten. Foerageergebieden De in Nederland voorkomende vleermuizen leven allemaal van insecten. Ze foerageren daarom op allerlei plekken waar veel vliegende insecten aanwezig zijn. Enkele voorbeelden van dit soort gebieden zijn windbeschutte plaatsen langs lijnvormige elementen (bijv. sloten, beken en houtwallen), maar ook open plekken in bosgebieden of langs oevers met rietkragen. Bij het verdwijnen van essentiële foerageergebieden gaan de verblijfplaatsen ook verloren. Met de bouw van nieuwe woningen verdwijnen er geen foerageergebieden. Daarnaast blijft de naast het projectgebied gelegen groensingel intact.

Negatieve effecten op essentiële foerageergebieden kunnen daarom worden uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Algemene soorten Verschillende algemene grondgebonden zoogdieren kunnen voorkomen in en rondom het projectgebied, bijvoorbeeld de bosmuis en rosse woelmuis. Zo werden tijdens het veldbezoek een muizennest, molshopen, muizenholen en een konijnenhol (figuur 5) aangetroffen. Het is niet uit te sluiten dat deze zoogdieren in het projectgebied aanwezig zijn tijdens de werkzaamheden. Voor deze grondgebonden zoogdieren geldt in Overijssel een vrijstelling van de Wet natuurbescherming. Verder moet wel de zorgplicht in acht worden gehouden (artikel 1.11 Wnb), waarbij handelingen die nadelige effecten hebben achterwege gelaten moeten worden. Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te voorkomen of beperken.

Herontwikkeling Hooidijk te Vasse

11

3411.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Figuur 5. Hergebruik van een voormalig vogelnest (waarschijnlijk een merel) door een muis of woelmuis. Het nest is komvormig, gevuld met nootjes en werd aangetroffen in het schuurtje naast de groensingel (links); Konijnenhol op het westelijke veldje (rechts).

Strikt beschermde soorten Op basis van verspreidingsgegevens kunnen de egel, boommarter, steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel, wild zwijn en eekhoorn in de omgeving van het projectgebied voorkomen. De egel is een nachtactieve soort die voorkomt in bijna alle landschapstypen. Ze hebben echter een voorkeur voor tuinen, bosranden, struweel en loofbossen met voldoende ondergroei. De zomer- en winternesten bevinden zich in een nest van bladeren, takken en ander plantaardig materiaal. ’s Zomers slapen ze ook in dicht struikgewas of in konijnenholen (Veldman & Troost, 2019). Tijdens het veldbezoek werden een konijnenhol en diverse ophopingen van takken en bladeren aangetroffen die mogelijk door de egel worden gebruikt als verblijfplaats (figuur 5 en 6). Deze bevinden zich bij de bosschages in het noordelijke deel van het projectgebied. Negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden kunnen daarom niet worden uitgesloten.

Figuur 6. Ophoping van takken en bladeren vormen een potentiële rust- of verblijfplaats voor de egel.

Herontwikkeling Hooidijk te Vasse

12

3411.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

De boommarter is een bosbewoner die in verschillende bostypen voorkomt. Boommarters verblijven in holen van andere diersoorten en passen die naar eigen behoefte aan. Vaak zijn dit holtes die zijn uitgehakt door spechten of burchten van vossen en dassen (Zoogdiervereniging, 2021a). Dergelijke boomholtes en burchten werden niet aangetroffen binnen de begrenzing van het projectgebied. Daarnaast zijn de bosschages onvoldoende ontwikkeld om tot het functioneel leefgebied van de boommarter te behoren. Negatieve effecten op de soort kunnen daarom worden uitgesloten. De steenmarter gebruikt hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes, boomholtes en dichte struwelen als verblijfplaats (Zoogdiervereniging, 2021c). Tijdens de quickscan is daarom gelet op sporen (bijv. latrines en prooiresten) die duiden op de aanwezigheid van de soort. Deze werden niet aangetroffen. Daarnaast zijn de bosschages onvoldoende ontwikkeld om tot het functioneel leefgebied van de steenmarter te behoren. Negatieve effecten op de soort kunnen daarom worden uitgesloten. De bunzing, hermelijn en wezel zijn kleine marterachtigen die in kleinschalige cultuurlandschappen voorkomen (Bouwens, 2017). Alle kleine marters zoeken graag dekking in houtwallen, houtstapels of heggen. Ze nestelen vaak in holen van andere diersoorten.

Zo wordt de bunzing vaak aangetroffen in de holen van konijnen, mollen, vossen en dassen, maar bijvoorbeeld ook andere beschutte ruimtes zoals onder boomwortels of takkenrillen. De hermelijn nestelt meestal in de holen van mollen en konijnen en de wezel vooral in holen van muizen, ratten en konijnen (Veldman & Troost, 2019). Zowel de rust- en verblijfplaatsen als de functionele leefomgeving van de kleine marters zijn beschermd. In het projectgebied is tenminste één konijnenhol aanwezig (figuur 5) en de bosschages aan de noordelijke rand van het projectgebied kunnen behoren tot het functioneel leefgebied (figuur 6). Omdat onduidelijk is of de kleine marters aanwezig zijn kunnen negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden niet worden uitgesloten. Wilde zwijnen komen voornamelijk voor in eiken- en beukenbossen. In Nederland worden ze vooral aangetroffen op de Veluwe en de Meinweg, maar ook in andere delen van het land komt het wild zwijn voor. Dichter bij het projectgebied bevindt zich een populatie in het Bentheimer Wald (omgeving Bad Bentheim, Duitsland). Door de aanwezigheid van wilde zwijnen in dit gebied wordt de soort incidenteel ook in de omgeving van het projectgebied waargenomen (WBE West-Twente, 2021). Tijdens het veldbezoek werden er echter geen sporen van de soort aangetroffen.

Daarnaast maken het tekort aan schuilgelegenheden en de geringe afstand tot de bebouwde kom het tot een ongeschikt leefgebied voor de soort. Hierdoor kunnen negatieve effecten op het wild zwijn worden uitgesloten. Eekhoorns bouwen bolvormige nesten in bomen. Deze hebben een doorsnede van 30 tot 50 cm en zijn vooral ‘s winters goed waarneembaar. Soms gebruiken ze ook boomholtes, oude kraaien- of eksternesten of grote nestkasten als nestplaats. Nesten van eekhoorns kunnen op die van de ekster lijken, maar zijn te onderscheiden door de aanwezigheid van blaadjes (Zoogdiervereniging, 2021b). De bosschages en fruitboom in het noordelijk deel van het projectgebied zijn echter niet voorzien van holtes of nesten die kunnen functioneren als verblijfplaats voor de soort. In de groensingel naast het projectgebied werden ook geen holtes of nesten aangetroffen. Negatieve effecten op de eekhoorn kunnen daarom worden uitgesloten.

Herontwikkeling Hooidijk te Vasse

13

3411.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Vogels Algemene soorten Verschillende algemene vogelsoorten kunnen voorkomen in en rondom het projectgebied. Tijdens het veldbezoek werden de houtduif, heggenmus en winterkoning waargenomen. Alle in het wild levende vogelsoorten mogen niet opzettelijk gestoord, gevangen of gedood worden volgens de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 Wnb). Tevens zijn alle vogelsoorten tijdens het broedseizoen beschermd. Omdat niet kan worden uitgesloten dat algemene vogels het volgende broedseizoen zullen nestelen in het projectgebied, geldt dat buiten het broedseizoen moet worden gewerkt om verstoring te voorkomen. Voor de meeste vogels kan worden aangenomen dat het broedseizoen van 15 maart tot en met 15 juli loopt, maar bij enkele soorten begint het seizoen eerder of loopt het langer door. Geldend hierbij is de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Strikt beschermde soorten Van sommige vogelsoorten zijn de vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd. In de omgeving van Vasse kunnen dit de volgende soorten zijn: wespendief, buizerd, havik, sperwer, torenvalk, boomvalk, kerkuil, bosuil, ransuil, steenuil, zwarte specht, raaf, boerenzwaluw, huiszwaluw, grote gele kwikstaart en huismus. Van deze soorten kunnen de wespendief, havik, boomvalk, zwarte specht, raaf, huiszwaluw en grote gele kwikstaart op voorhand worden uitgesloten.

Zo broeden de wespendief, havik, boomvalk, zwarte specht en raaf alleen in bosgebieden of houtopstanden waar geen verstoring optreedt, bevindt de broedbiotoop van de grote gele kwikstaart zich langs beken en rivieren in bosrijke gebieden en ontbreekt het aan geschikte bebouwing voor de huiszwaluw. De buizerd is een roofvogel die voorkomt in gevarieerde landschappen waar weilanden worden afgewisseld met houtwallen, bosranden en andere houtopstanden (BIJ12, 2017 a). Het projectgebied vormt daarom een potentieel geschikte leefomgeving voor de soort. In de groensingel naast het projectgebied bevinden zich echter geen nesten, waardoor negatieve effecten op de jaarrond beschermde nestplaatsen van de buizerd kunnen worden uitgesloten. De sperwer broedt voornamelijk in jonge dichte naaldbossen en halfopen landschappen, maar kan ook in laanbomen, geïsoleerde bosjes en parken broeden (Vogelbescherming Nederland, 2021d). In de groensingel naast het projectgebied bevinden zich echter geen nesten, waardoor negatieve effecten op de jaarrond beschermde nestplaatsen van de sperwer kunnen worden uitgesloten. De torenvalk komt voor in open en halfopen boerenland met voldoende aanbod aan woelmuizen. Ze broeden hier in speciale nestkasten, in oude kraaiennesten of in nissen van gebouwen (Vogelbescherming Nederland, 2021e).

In de projectgebieden zijn echter geen nestkasten of oude kraaiennesten aanwezig. Ook werden in de kleine schuurtjes geen sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van een nestlocatie. Negatieve effecten op de torenvalk kunnen daarom worden uitgesloten. De bosuil komt voor in loof- en gemengde bossen, houtwallen, boerenerven en grote stadsparken met oude bomen. De soort nestelt in boomholtes, nestkasten en ruimtes in oude schuren (Vogelbescherming Nederland, 2021b). Tijdens het veldbezoek werden geen sporen aangetroffen die duiden op een nestlocatie van de soort. De bomen in de groensingel naast het projectgebied zijn niet voorzien van nestholtes. Hierdoor kunnen negatieve effecten op de jaarrond beschermde nesten van de bosuil worden uitgesloten.

Herontwikkeling Hooidijk te Vasse

14

3411.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

De kerkuil leeft doorgaans in cultuurlandschappen waar ook kruidenrijke akkerranden, houtwallen, heggen en bosjes worden aangetroffen. De soort broedt in Nederland in ongeveer 90% van de gevallen in nestkasten die in boerenschuren zijn geplaatst (BIJ12, 2017c). In het projectgebied is geen geschikte bebouwing aanwezig, waardoor er geen nest- of rustplaatsen zijn. Ook werden er geen sporen aangetroffen. Negatieve effecten op de kerkuil kunnen daarom worden uitgesloten. De ransuil leeft in kleinschalige landbouwlandschappen, bosranden, parken en open bosgebieden. De soort broedt meestal in oude nesten van kraaien, eksters en soms in oude nesten van reigers, roofvogels of eekhoorns. Bij voorkeur bevinden deze zich in naaldbomen, maar ook in boomopslag, houtwallen en vrijstaande bomen (Vogelbescherming Nederland, 2021c). In de groensingel naast het projectgebied is daarom gekeken naar de aanwezigheid van nesten in bomen, maar deze werden niet aangetroffen. Negatieve effecten op de ransuil kunnen daarom worden uitgesloten. De steenuil is een soort die voorkomt in kleinschalige cultuurlandschappen. Steenuilen broeden meestal in boomholten, nestkasten of nauwe ruimtes in gebouwen, bijvoorbeeld tussen de dakbedekking en het beschot. De steenuil is een zeer honkvaste soort die jaarrond gebruikt maakt van het nest (BIJ12, 2017e).

In het projectgebied zijn geen geschikte nestlocaties in gebouwen of holtes in bomen aanwezig waardoor er geen nest- of rustplaatsen zijn. Ook werden er geen sporen aangetroffen. Negatieve effecten op de steenuil kunnen daarom worden uitgesloten. De boerenzwaluw is een soort die voorkomt in open en halfopen boerenland waar ze nestelen in boerenschuren met openingen waar ze in en uit kunnen vliegen (Vogelbescherming Nederland, 2021a). De schuurtjes zijn daarom onderzocht op de aanwezigheid van nestlocaties. In het kleine schuurtje naast de groensingel is een vogelnest aanwezig, hoogstwaarschijnlijk van een merel, die nu gebruikt wordt door een muis of woelmuis. Er zijn verder geen nesten aanwezig, waardoor negatieve effecten op vaste rust- en nestplaatsen van de boerenzwaluw kunnen worden uitgesloten. De huismus is een standvogel die gebonden is aan bebouwing en komt voornamelijk voor in dorpen en steden. Nesten worden doorgaans gebouwd onder dakpannen of kieren en spleten van woningen (BIJ12, 2017b). In het projectgebied zijn geen geschikte nestlocaties aanwezig en de aanwezige bosschages zullen daarom niet behoren tot de functionele leefomgeving. Negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden kunnen worden uitgesloten.

Herontwikkeling Hooidijk te Vasse

15

3411.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Naast strikt beschermde soorten, staan er ook soorten in de Wet natuurbescherming beschreven waarvan het nest alleen jaarrond beschermd is als er zwaarwegende ecologische redenen zijn. In de omgeving van het projectgebied kunnen dit de volgende soorten zijn: ijsvogel, groene specht, grote bonte specht, middelste bonte specht, kleine bonte specht, glanskop, veldleeuwerik, boomklever, boomkruiper, spreeuw, grauwe vliegenvanger, bonte vliegenvanger, gekraagde roodstaart, zwarte roodstaart en ringmus. Dit zijn voornamelijk holenbroeders, maar ook soorten die afhankelijk zijn van akkerland of soorten die op of tegen gebouwen aan nestelen. Voor de meeste soorten geldt dat ze in de omgeving van het projectgebied voldoende uitwijkmogelijkheden hebben, waardoor er geen ecologisch zwaarwegende redenen zijn om potentiële nesten van deze soorten jaarrond te beschermen. Voor soorten die afhankelijk zijn van akkerland geldt dat deze in vrijwel heel Nederland zeer sterk in aantal zijn afgenomen. In de omgeving van Vasse kan het gaan om de veldleeuwerik en ringmus. Voor de veldleeuwerik ligt het projectgebied te dicht bij de bebouwde kom en worden de landbouwgronden te intensief bewerkt. Hierdoor worden broedgevallen van de veldleeuwerik niet verwacht.

Daarnaast zijn er geen boomholtes of nestkasten aanwezig voor de ringmus, waardoor ook negatieve effecten op deze soort zijn uitgesloten Reptielen en amfibieën Algemene soorten Op basis van openbare verspreidingsgegevens zijn verschillende algemene amfibieën in en rondom het projectgebied te verwachten, bijvoorbeeld de kleine watersalamander en bruine kikker. Voor de algemene soorten geldt een vrijstelling van de Wet natuurbescherming. Verder geldt wel de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb), waarbij handelingen die nadelige effecten hebben achterwege gelaten moeten worden. Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te voorkomen of beperken. Strikt beschermde soorten Uit de openbare beschikbare verspreidingsgegevens blijkt dat de heikikker, poelkikker, kamsalamander, zandhagedis, levendbarende hagedis en hazelworm in de omgeving van het projectgebied kunnen voorkomen. De heikikker, poelkikker, kamsalamander en zandhagedis vallen onder de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb) en de hazelworm en levendbarende hagedis zijn nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb). Van deze soorten kunnen de heikikker, poelkikker en kamsalamander op voorhand worden uitgesloten door het ontbreken van aquatische elementen. De zandhagedis komt voor in zandige, droge heide- en duingebieden met struikhei.

Ze hebben voldoende zonnige plekken nodig om op te kunnen warmen (BIJ12, 2017f). In het projectgebied zijn deze habitattypen niet aanwezig, waardoor negatieve effecten op de soort kunnen worden uitgesloten. De levendbarende hagedis komt voornamelijk voor op heidevelden en hoogvenen en wordt hier vaak op vochtige plekken waargenomen. De soort komt ook voor in bermen, ruige graslanden, open bossen en duingebieden (BIJ12, 2017d; RAVON, 2021b). Het projectgebied voldoet niet aan de habitateisen die de levendbarende hagedis stelt. De aanwezige graslanden zijn kort gemaaid en niet van een natuurlijke samenstelling. Negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden kunnen worden uitgesloten.

Herontwikkeling Hooidijk te Vasse

16

3411.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

De hazelworm verblijft vaak onder vegetatie en dood hout en komt voornamelijk voor in open bossen, bosranden, heideterreinen, houtwallen en bermen op zand- en lössgronden (RAVON, 2021a). De bosschages in het noordelijk deel van het projectgebied zijn te klein van oppervlak om tot een vaste rust- of verblijfplaats van een hazelworm te behoren. Negatieve effecten op de hazelworm kunnen daarom worden uitgesloten. Vlinders Uit de openbare beschikbare verspreidingsgegevens blijkt dat de strikt beschermde grote vos, kleine ijsvogelvlinder, grote weerschijnvlinder en bruine eikenpage eventueel te verwachten zijn in de omgeving van het projectgebied. Deze vlindersoorten zijn nationaal beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.10 Wnb). De grote vos is een zeldzame, migrerende vlinder die haar eitjes legt rond de bovenste takken van hoogopgaande bomen. In Nederland voorzien iepen in 96% van de gevallen in de voortplantingsplaatsen van grote vossen. Sommige wilgensoorten, de pruim en de zoete kers vullen de overige 4% op. De soort overwintert als vlinder in oude, houten schuren, in holle bomen en tussen houtstapels (Nederlands Soortenregister, 2021). In het projectgebied is een kleine boom uit het geslacht Prunus aanwezig, maar gezien het geringe formaat is deze niet geschikt als waardplant. Daarnaast werden in de kleine schuurtjes geen overwinterende exemplaren aangetroffen.

Negatieve effecten op de voortplantings- en overwinteringslocaties kunnen worden uitgesloten. De kleine ijsvogelvlinder komt vooral voor langs bosranden van loof- en gemengde bossen en is in alle levensstadia afhankelijk van de wilde kamperfoelie (De Vlinderstichting, 2018). Het projectgebied vormt geen geschikte voorplantingshabitat omdat er geen waardplanten aanwezig zijn. Negatieve effecten op de strikt beschermde kleine ijsvogelvlinder zijn uitgesloten. De grote weerschijnvlinder komt vooral voor in oude, vochtige bossen, wilgenbroekbossen of bossen langs beekdalen. De soort is in alle levensstadia afhankelijk van de boswilg, maar wordt soms ook op de grauwe wilg aangetroffen (De Vlinderstichting, 2021b). Het projectgebied vormt geen geschikte voorplantingshabitat omdat er geen waardplanten aanwezig zijn. Negatieve effecten op de strikt beschermde grote weerschijnvlinder zijn uitgesloten. De bruine eikenpage komt hoofdzakelijk voor langs bosranden en open loofbossen waar ook braamstruweel wordt aangetroffen. De zomereik vormt de belangrijkste waardplant, maar ook andere eikensoorten worden gebruikt (De Vlinderstichting, 2021a). Omdat de zomereiken in de naastgelegen groensingel niet worden aangetast kunnen negatieve effecten op de bruine eikenpage worden uitgesloten.

Kevers Het nabijgelegen Springendal en het Dal van de Mosbeek staan bekend om de aanwezigheid van het strikt beschermde vliegend hert. De soort wordt aangetroffen in oude eikenbossen en de larven zijn voor hun voortbestaan afhankelijk van rottend eikenhout dat door schimmels is aangetast (EIS Kenniscentrum Insecten, 2021). Het projectgebied is daarom onderzocht op de aanwezigheid van rottende eikenstobben die als voortplantingsplaats kunnen functioneren. Omdat deze niet werden aangetroffen kunnen negatieve effecten op het vliegend hert worden uitgesloten.

Herontwikkeling Hooidijk te Vasse

17

3411.01

Quickscan natuurtoets

Buro Ontwerp & Omgeving

Overige beschermde soorten Er zijn geen waarnemingen bekend van strikt beschermde vissen, weekdieren of libellen rondom het projectgebied. Door het ontbreken van waarnemingen en de afwezigheid van aquatische elementen kunnen negatieve effecten op deze soortgroepen worden uitgesloten. Vaatplanten Op basis van openbare verspreidingsgegevens blijkt dat de strikt beschermde dennenorchis, dreps en korensla in de omgeving van het projectgebied te verwachten zijn. Deze soorten worden beschermd volgens artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Van de genoemde soorten kan de aanwezigheid van de dennenorchis op voorhand worden uitgesloten. Op de hogere zandgronden komt de dennenorchis alleen voor in bosgebieden. In Nederland komt korensla vrijwel uitsluitend voor op kalkarme wintergraanakkers. Waarnemingen uit de omgeving hebben betrekking op ecologisch beheerde graanakkers in het Springendal en Dal van de Mosbeek. Aangezien de lokale omstandigheden in het projectgebied ongeschikt zijn voor korensla kunnen negatieve effecten op de soort worden uitgesloten. Dreps is een zeldzame draviksoort die een voorkeur heeft voor kalkarme wintergraan- en speltakkers. Daarnaast wordt de soort ook wel aangetroffen op spoorwegterreinen, braakliggende grond, wegbermen, ruigten en soortgelijke terreinen.

Omdat de graslanden kort gemaaid zijn en intensief worden gebruikt is het projectgebied ongeschikt als standplaats voor dreps. Negatieve effecten kunnen daarom worden uitgesloten. Tijdens de quickscan werden de volgende algemene plantensoorten waargenomen: Japanse sierkwee, hazelaar, driekleurig viooltje, vogelmuur, reukeloze kamille, valse kamille en winterpostelein. Voor deze soorten geldt geen ontheffingsplicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/925/documents/17568