Bijlage bij toelichting bp Hooidijk te Vasse.pdf
Tekst van het document
Herontwikkeling Hooidijk te Vasse
18
3411.01
Quickscan natuurtoets
5.3
Buro Ontwerp & Omgeving
Samenvatting Onderstaande tabel geeft de soorten weer die (mogelijk) aanwezig zijn, de effecten waar ze last van hebben en eventuele vervolgstappen die genomen moeten worden. Soortgroep
Soort(en)
Vleermuizen
Verblijfplaatsen gebouwbewonende soorten
Grondgebonden zoogdiersoorten
Vogels
Reptielen en amfibieën
Aanwezigheid Nee
Mogelijk effect
Opmerkingen
Nee
-
Verblijfplaatsen boombewonende soorten Vliegroutes
Nee
Nee
-
Nee
Nee
-
Foerageergebieden
Nee
Nee
-
Bunzing, hermelijn en wezel Egel
Mogelijk
Algemene soorten
Ja
Verstoring of verdwijnen verblijfplaatsen Verstoring of verdwijnen verblijfplaatsen Nee*
Nader onderzoek nodig Nader onderzoek nodig -
Strikt beschermde soorten Algemene soorten
Nee
Nee
-
Ja
Strikt beschermde soorten Algemene soorten
Nee
Verstoring of verdwijnen nestplaatsen Nee
Werken buiten het vogelbroedseizoen -
Mogelijk
Nee*
-
Mogelijk
Vlinders
Strikt beschermde Nee Nee soorten Kevers Strikt beschermde Nee Nee soorten Overige dier- Strikt beschermde Nee Nee soorten soorten Vaatplanten Strikt beschermde Nee Nee soorten *Er dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht.
Herontwikkeling Hooidijk te Vasse
19
-
3411.01
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
6
CONCLUSIE
6.1
Conclusies gebieds- en soortbescherming Er is onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten van het project op vaste verblijf- en rustplaatsen van beschermde plant- en diersoorten (Wnb). Daarnaast zijn de mogelijke effecten op beschermde natuurgebieden onderzocht. Deze worden in dit hoofdstuk verder toegelicht. Gebiedsbescherming Het projectgebied ligt buiten de Natura 2000-gebieden. Storingsfactoren als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, verstoring door licht, verstoring door trilling, optische verstoring en verstoring door mechanische effecten zijn niet aan de orde. Gezien de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (265 meter) en de aard van de werkzaamheden kunnen deze negatieve effecten op voorhand worden uitgesloten. Indirecte negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen echter niet op voorhand worden uitgesloten. Er wordt daarom verzocht om een AERIUS-berekening uit te laten voeren. Het projectgebied ligt op circa 66 meter afstand van gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gezien de ligging buiten deze gebieden en de aard van de werkzaamheden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingen van het NNN bij de werkzaamheden niet aangetast.
Houtopstanden De bosschages en fruitboom in het projectgebied vallen niet onder de definitie houtopstanden, zoals bedoeld in paragraaf 4.1 van de Wet natuurbescherming. De elementen bevinden zich in het noorden van het projectgebied in de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom. Wel kan er middels gemeentelijke regelgeving een kapvergunning nodig zijn als deze houtopstanden worden verwijderd. Soortbescherming Van een aantal soorten is de aanwezigheid in het projectgebied niet uit te sluiten. Hieronder wordt per soort ingegaan op de bescherming en de mogelijke effecten die zij kunnen ondervinden door de werkzaamheden. Egel Tijdens het veldbezoek werden een konijnenhol en diverse ophopingen van takken en bladeren aangetroffen die mogelijk door de egel worden gebruikt als verblijfplaats. Het konijnenhol bevindt zich op het westelijke veld en de bosschages liggen in het noordelijke deel van het projectgebied. Het verwijderen van het konijnenhol en het weghalen van de bosschages kan daarom een negatief effect hebben op de egel. De egel is een nationaal beschermde soort (artikel 3.10 Wnb) en is in de provincie Overijssel niet vrijgesteld. Hierdoor is het verboden om de soort te vangen of doden en hun vaste rust- of verblijfplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen.
Nader onderzoek naar de egel is daarom noodzakelijk om vast te kunnen stellen of deze soort voorkomt in het projectgebied.
Herontwikkeling Hooidijk te Vasse
20
3411.01
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
Bunzing, hermelijn en wezel Van de bunzing, hermelijn en wezel is de aanwezigheid in het projectgebied niet uit te sluiten. In het projectgebied is tenminste één konijnenhol aanwezig die als verblijfplaats kan worden gebruikt en de bosschages aan de noordelijke rand van het projectgebied kunnen behoren tot het functioneel leefgebied. Het verwijderen van het konijnenhol en het weghalen van de bosschages kan daarom een negatief effect hebben op de bunzing, hermelijn of wezel. De kleine marterachtigen zijn nationaal beschermd (artikel 3.10 Wnb) en zijn in de provincie Overijssel niet vrijgesteld. Hierdoor is het verboden om de soorten opzettelijk te vangen of doden en hun vaste rust- of verblijfplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. Nader onderzoek naar de bunzing, hermelijn en wezel is daarom noodzakelijk om vast te kunnen stellen of de soorten voorkomen in het projectgebied. Algemene diersoorten Het kan zijn dat er tijdens de werkzaamheden algemene diersoorten in het projectgebied voorkomen. Zo werden tijdens het veldbezoek een konijnenhol, muizenholen, molshopen en een nest van een muis of woelmuis aangetroffen. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden moet de algemene zorgplicht in acht worden genomen (artikel 1.11 Wnb). Handelingen die nadelige effecten hebben moet zoveel mogelijk worden voorkomen.
Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te beperken of ongedaan te maken. Overigens moeten de werkzaamheden plaatsvinden buiten het vogelbroedseizoen omwille de aanwezigheid van algemene broedvogelsoorten.
6.2
Nader onderzoek Gelet op de geschiktheid van het projectgebied voor de egel, bunzing, hermelijn en wezel is nader onderzoek noodzakelijk om de daadwerkelijke functie van het projectgebied voor deze soorten te kunnen bepalen. Deze informatie is benodigd om vast te kunnen stellen of overtredingen van de Wet natuurbescherming aan de orde zijn. Egel, bunzing, hermelijn en wezel Het nader onderzoek naar de egel, bunzing, hermelijn en wezel wordt gecombineerd uitgevoerd conform de ‘Brochure Soortenbescherming in Overijssel’ (Veldman & Troost, 2019) en ‘Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming’ (Bouwens, 2017). Het onderzoek vindt plaats in de periode waarin egels en kleine marterachtigen het meest actief zijn. Dit is van maart tot en met september. Onderzoek naar deze soorten vindt plaats aan de hand van een combinatie van onderzoeksmaterialen, namelijk met een cameraval, sporenbuis en marterbox. Om aanwezigheid van de soorten aan te kunnen tonen worden deze materialen gedurende zes weken tijdens de actieve periode geplaatst in de bosschages in het noordelijke deel van het projectgebied. Dit is de enige locatie waar de onderzoeksmaterialen verdekt kunnen worden opgesteld.
Herontwikkeling Hooidijk te Vasse
21
3411.01
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
7
LITERATUURLIJST
7.1
Referenties Bouwens, S. (2017). Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. ’s-Hertogenbosch, Nederland: Zoogdiervereniging Nederland en Provincie Noord-Brabant BIJ12 (2017a). Kennisdocument Buizerd, Buteo buteo, versie 1.0, juli 2017. BIJ12: Utrecht, Nederland. BIJ12 (2017b). Kennisdocument Huismus, Passer domesticus, versie 1.0, juli 2017. BIJ12: Utrecht, Nederland. BIJ12 (2017c). Kennisdocument Kerkuil, Tyto alba, versie 1.0, juli 2017. BIJ12: Utrecht, Nederland. BIJ12 (2017d). Kennisdocument Levendbarende hagedis, Zootoca vivipara, versie 1.0, juli 2017. BIJ12: Utrecht, Nederland. BIJ12 (2017e). Kennisdocument Steenuil, Athene noctua, versie 1.0, juli 2017. BIJ12: Utrecht, Nederland. BIJ12 (2017f). Kennisdocument Zandhagedis, Lacerta agilis, versie 1.0, juli 2017. BIJ12: Utrecht, Nederland. De Vlinderstichting (2018). Kleine ijsvogelvlinder profiteert van goed beheer en warme meimaanden. Geraadpleegd op 2 februari 2021 via https://www.vlinderstichting.nl/actueel/nieuws/nieuwsbericht/kleine-ijsvogelvlinder-profiteert-van-goed-beheer-en-warme-meimaanden De Vlinderstichting (2021a). Bruine eikenpage, Satyrium ilicis. Geraadpleegd op 2 februari 2021 via https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/bruine-eikenpage De Vlinderstichting (2021b). Grote weerschijnvlinder, Apatura iris.
Geraadpleegd op 2 februari 2021 via https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/grote-weerschijnvlinder EIS Kenniscentrum Insecten (2021). Vliegend hert. Geraadpleegd op 2 februari 2021 via https://www.eisnederland.nl/vliegendhert Nederlands Soortenregister (2021). Grote vos, Nymphalis polychloros. Geraadpleegd op 2 februari 2021 via https://www.nederlandsesoorten.nl/linnaeus_ng/app/views/species/nsr_taxon.php?id= 168189&cat=152 RAVON (2021a). Hazelworm, Anguis fragilis. Geraadpleegd https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/hazelworm
op
4
februari
2021
via
RAVON (2021b). Levendbarende hagedis, Zootoca vivipara. Geraadpleegd op 4 februari 2021 via https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/levendbarende-hagedis Veldman, J. & Troost, C. (2019). Brochure Soortenbescherming in Overijssel: Bunzing, egel, hermelijn en wezel. Zwolle, Nederland: Provincie Overijssel.
Herontwikkeling Hooidijk te Vasse
22
3411.01
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
Vogelbescherming Nederland (2021a). Boerenzwaluw. Geraadpleegd op 2 februari 2021 via https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/boerenzwaluw Vogelbescherming Nederland (2021b). Bosuil. Geraadpleegd op 2 februari 2021 via https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/bosuil Vogelbescherming Nederland (2021c). Ransuil. Geraadpleegd op 2 februari 2021 via https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/ransuil Vogelbescherming Nederland (2021d). Sperwer. Geraadpleegd op 2 februari 2021 via https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/sperwer Vogelbescherming Nederland (2021e). Torenvalk. Geraadpleegd op 2 februari 2021 via https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/torenvalk WBE West-Twente (2021). Grote hoefdieren. Geraadpleegd op 1 februari 2021 via https://www.wbewesttwente.nl/flora-fauna/grote-hoefdieren.php Zoogdiervereniging (2021a). Boommarter. Geraadpleegd op 4 februari 2021 via https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/boommarter Zoogdiervereniging (2021b). Eekhoorn. Geraadpleegd op 4 februari 2021 via https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/eekhoorn Zoogdiervereniging (2021c). Steenmarter.
Geraadpleegd op 4 februari 2021 via https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/steenmarter
7.2
Gebruikte websites www.floron.nl www.pdok.nl www.ravon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl
7.3
Overige geraadpleegde bronnen Dietz, C. & Kiefer, A. (2016). Bats of Britain and Europe. Londen, Verenigd Koninkrijk: Bloomsbury Publishing. Jędrzejewski, W. & Sidorovich, V. (2010). The art of tracking animals. Białowieża, Polen: Mammal Research Institute Polish Academy of Sciences Białowieża. Svensson, L., Mullarney, K. & Zetterström, D. (2009). Birds of Europe (2e ed.). Londen, Verenigd Koninkrijk: HarperCollins Publishers.
Herontwikkeling Hooidijk te Vasse
23
3411.01
Quickscan natuurtoets
Buro Ontwerp & Omgeving
Tolman, T. & Lewington, R. (2008). Collins Butterfly Guide: The Most Complete Guide to the Butterflies of Britain and Europe. Londen, Verenigd Koninkrijk: HarperCollins Publishers. Vogelbescherming Nederland & Stichting Veldonderzoek Flora en Fauna (2007). Topografische atlas voor flora en fauna van Nederland (1e ed.). Papendrecht, Nederland: Mouthaan Grafisch Bedrijf.
Herontwikkeling Hooidijk te Vasse
24
3411.01
Bijlage 2 Stikstofberekening
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse Gemeente Tubbergen
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
1
Gegevens over het plan: Plannaam: Datum: Projectnummer Buro SRO:
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse 26-01-2021 89.104.02
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever: Contactpersoon opdrachtgever:
De Bunte Vastgoed Oost BV D.W.M. Joosten
Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem: Telefoon: E-mail: Internet:
Dhr. L. Arends Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.Buro-SRO.nl
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
2
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding ................................................................................................................................. 5
1.1
Doelstelling onderzoek .......................................................................................................................... 5
1.2
Projectbeschrijving ................................................................................................................................ 5
1.3
Maatgevende Natura 2000-gebieden.................................................................................................... 7
Hoofdstuk 2
Wettelijk kader ...................................................................................................................... 8
2.1
Landelijke wet- en regelgeving .............................................................................................................. 8
2.2
Voortoets ............................................................................................................................................... 8
2.3
Passende beoordeling ........................................................................................................................... 9
Hoofdstuk 3
Berekeningssystematiek ....................................................................................................... 10
3.1
Gebruikt rekenmodel........................................................................................................................... 10
3.2
Input rekenmodel ................................................................................................................................ 10
3.2.1 Toekomstig gebruik .............................................................................................................................. 10 3.2.2 Aanlegfase ............................................................................................................................................ 10 Hoofdstuk 4
Resultaten berekening .......................................................................................................... 13
4.1 Gebruiksfase ................................................................................................................................................ 13 4.2 Aanlegfase ................................................................................................................................................... 14 Hoofdstuk 5
Conclusies ............................................................................................................................. 17
Bijlagen
.............................................................................................................................................. 19
Bijlage 1: Toelichting uitgangspunten aanlegfase ............................................................................................. 21 Bijlage 2: AERIUSberekening toekomstig gebruik ............................................................................................. 23 Bijlage 3: AERIUSberekening aanlegfase ........................................................................................................... 25
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
3
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
4
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Doelstelling onderzoek
Op bestaande agrarische grond worden 9 woningen gerealiseerd. Doel van dit onderzoek is toetsing van mogelijke (negatieve) effecten op Natura 2000-gebieden, als gevolg van de activiteiten die het bestemmingsplan mogelijk maakt, aan de Wet natuurbescherming. Ten behoeve van een voortoets in het kader van de Wet natuurbescherming is de toekomstige gewenste situatie gemodelleerd op basis van de aangeleverde gegevens door de opdrachtgever, ervaringscijfers en kengetallen. De depositie is op de omliggende Natura 2000-gebieden berekend en getoetst of het plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden. Voorliggende rapportage geeft een overzicht van de gehanteerde uitgangspunten en rekenmethodiek, de berekende resultaten en de conclusie.
1.2
Projectbeschrijving
Het plangebied is gelegen aan de Hooidijk te Vasse. Onderstaande afbeelding toont de ligging van het plangebied in de omgeving.
Ligging van het plangebied
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
5
Op agrarische grond worden 9 woningen gerealiseerd, bestaande uit 5 woningen op rij en 4 twee onder één kap woningen.
Ligging toekomstige situatie
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
6
1.3
Maatgevende Natura 2000-gebieden
Voor het uitvoeren van de stikstofdepositieberekening moet rekening gehouden worden met Natura 2000gebieden. AERIUS toetst automatisch aan alle Natura 2000-gebieden in Nederland en aan nabijgelegen buitenlandse Natura 2000-gebieden. Het meest nabijgelegen en maatgevende Natura 2000-gebied voor dit project is Springendal & Dal van de Mosbeek. Deze ligt op een afstand van circa 300 m van het project. Op de afbeelding hieronder zijn het plangebied en de betreffende Natura 2000-gebieden weergegeven.
Ligging plangebied in relatie tot de maatgevende Natura 2000-gebieden
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
7
Hoofdstuk 2 2.1
Wettelijk kader
Landelijke wet- en regelgeving
In het kader van de toets aan de Wet Natuurbescherming wordt bepaald of een project of plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voor plannen en projecten dient middels een voortoets, eventueel gevolgd door een passende beoordeling, getoetst te worden of het plan mogelijk significant negatieve effecten kan hebben op gevoelige habitattypen die gelegen zijn binnen omliggende Natura 2000-gebieden. De beoordeling van plannen, projecten en andere handelingen is uitgewerkt in paragraaf 2.3 van de Wet natuurbescherming. Met het verdwijnen van het Programma Aanpak Stikstof is de ontwikkelingsruimte en standaard grenswaarde voor projecten niet meer beschikbaar. Op 16 juni 2020 hebben provincies de geldende beleidsregels voor intern en extern salderen vastgesteld. Dit vormt het nieuwe beleid op basis waarvan de vergunningverlening binnen de Wet natuurbescherming met betrekking tot stikstofdepositie plaatsvindt.
2.2
Voortoets
Een voortoets heeft tot doel te onderzoeken of er sprake kan zijn van significante gevolgen voor beschermde Natura 2000 gebieden. De significantie van de gevolgen voor een gebied als gevolg van een plan worden afgezet tegen de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied. De instandhoudingsdoelstellingen zijn neergelegd in het aanwijzingsbesluit en zijn uitgewerkt in het beheerplan voor dat gebied. Wanneer een plan of project gevolgen heeft voor het gebied, maar de instandhoudingsdoelstellingen daarvan niet in gevaar brengt, zijn significante gevolgen uitgesloten. Bij de voortoets wordt bekeken of het bestemmingsplan afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben. In hoeverre stikstofdepositie voor significante gevolgen op Natura 2000-gebieden kan zorgen, wordt in eerste instantie bepaald door te bezien of de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt tot een toename van stikstofdepositie leiden. Hierbij mag een vergelijking worden gemaakt met het bestaande gebruik binnen het project zelf (intern salderen) of mag met het stoppen van een stikstofuitstotende activiteit elders worden gecompenseerd (extern salderen).
Van plannen die ten opzichte van de feitelijke situatie geen toename van de stikstofdepositie veroorzaken op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats waarvan de Kritische Depositie Waarde (KDW) wordt overschreden, zijn significante gevolgen met zekerheid uit te sluiten. In dat geval hoeft geen passende beoordeling te worden opgesteld. In het geval uit de voortoets blijkt dat: de ontwikkeling wel kan leiden tot een toename van stikstofdepositie op één of meer in het kader van Natura 2000 beschermde stikstofgevoelige habitat; van deze habitats de KDW al wordt overschreden of door de toename van de stikstofdepositie kan worden overschreden; dient een volgende stap gezet te worden. Op dat moment wordt door middel van een ecologische voortoets onderzocht of ecologische significante effecten uitgesloten kunnen worden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om kleine deposities en/of deposities voor een korte tijd. Mocht dat laatste ook niet het geval zijn dan is een passende beoordeling noodzakelijk.
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
8
2.3
Passende beoordeling
Wanneer een plan significante negatieve gevolgen kan hebben, moet het bestuursorgaan ingevolge de Wet natuurbescherming een passende beoordeling opstellen vóórdat het plan kan worden vastgesteld. Deze passende beoordeling moet de zekerheid geven dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende gebied niet worden aangetast. Het bestemmingsplan zal rekening moeten houden met de in het aanwijzingsbesluit voor het betrokken gebied vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen en de wijze waarop deze zijn uitgewerkt in het voor het gebied vastgestelde beheerplan. Als het bevoegd gezag (in veel gevallen Provinciale Staten) op grond van de passende beoordeling niet de vereiste zekerheid heeft verkregen dat een plan de natuurlijke kenmerken niet zal aantasten, kan het plan in beginsel niet worden vastgesteld. Dat is alleen anders als er geen alternatieve oplossingen beschikbaar zijn, sprake is van dwingende redenen van openbaar belang en compenserende maatregelen worden getroffen, dan kan een plan toch worden vastgesteld.
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
9
Hoofdstuk 3 3.1
Berekeningssystematiek
Gebruikt rekenmodel
In deze voortoets is gerekend met de AERIUS Calculator. De rekenkern van AERIUS wordt gevormd door het Operationeel Prioritaire Stoffen model (OPS) van het RIVM. Dit model berekent de verspreiding van stikstof door de lucht en de depositie. OPS houdt daarbij rekening met verschillende factoren die de verspreiding en depositie van stikstof beïnvloeden, bijvoorbeeld de windrichting en -kracht, de ruwheid van het terrein en de hoogte van de vegetatie. Voor wegverkeer wordt gebruikt gemaakt van Standaard Rekenmethode 2 (SRM2). Daarmee sluit AERIUS aan op de modellering in het Nationaal Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit.
3.2
Input rekenmodel
Belangrijk voor elk rekenmodel is de kwaliteit van de input. In deze paragraaf wordt voor elk onderdeel de bijbehorende uitgangspunten beschreven en onderbouwd.
3.2.1 Toekomstig gebruik Verkeersbewegingen Met betrekking tot het beoogde plan is het van belang te kijken naar de verwachte toename van het aantal verkeersbewegingen. Voor het bepalen van de extra verkeersbewegingen wordt als worst case uitgegaan van 8 motorvoertuigbewegingen per woning per dag. Het plan gaat uit van 9 woningen waardoor het aantal verkeersbewegingen in de toekomstige situatie circa 72 zal bedragen. Deze verkeersbewegingen bestaan enkel uit licht verkeer. Verkeersbewegingen worden in AERIUS als lijnbronnen weergegeven. Deze lijnbronnen worden ingetekend van de woning tot het punt waar de verkeersbewegingen opgaan in het algemene verkeer. In dit geval gaan de verkeersbewegingen op in het algemene verkeer op de Hooidijk op het punt waar het verkeer op snelheid is gekomen. Overige bronnen De woningen worden conform het Bouwbesluit gasloos uitgevoerd. Daarmee is er geen sprake van een verbrandingsinstallatie in het huis. Mogelijke stikstofuitstoot door de toekomstige woningen en bijgebouwen is kleinschalig en incidenteel en daardoor niet modelleerbaar, zoals ook beargumenteerd in de Handreiking woningbouw en AERIUS van de Rijksoverheid (januari 2020).
3.2.2 Aanlegfase Naast het toekomstig gebruik is ook de stikstofuitstoot tijdens de aanlegfase van het project van belang. Bij de realisatie van de woningen zijn gedurende korte tijd werktuigen en machines van de bouwer in het plangebied aanwezig. Ook de verkeersbewegingen van de werklieden van en naar de bouwplaats geven een korte toename van stikstof emissie. Van een deel van de machines (handgereedschap, snelbouwkranen, liften) wordt ervan uit gegaan dat deze elektrisch zijn en dus geen stikstofuitstoot veroorzaken. Voor de daadwerkelijke aanleg is nog geen bestek gemaakt. Daarom is er op basis van vergelijkbare projecten en ervaringen elders een zo goed mogelijke raming gemaakt van de activiteiten die zorgen voor stikstofuitstoot tijdens de aanlegfase. In deze berekening is ervan uitgegaan dat de aanlegfase van het project maximaal 1 jaar duurt.
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
10
Mobiele werktuigen Er zijn mobiele werktuigen nodig voor het realiseren van de woningen. Voor het invoeren van de mobiele werktuigen is een inschatting gemaakt van de STAGE klassen van de werktuigen, het brandstofverbruik, het aantal uren dat een werktuig stationair draait en de cilinderinhoud, waarmee de uitstoot NOx en NH3 door AERIUS is bepaald. De uitstoot van de mobiele werktuigen wordt in AERIUS als een vlakbron ingetekend, op de locatie van de werkzaamheden. De overige machines zoals vrachtwagens voor de aan- en afvoer van materieel vallen onder de verkeersbewegingen. Onderstaande tabel toont de ingevoerde mobiele werktuigen. In bijlage 1 is toegelicht hoe tot onderstaande uitgangspunten is gekomen. In dit project wordt gebruikt gemaakt van een elektrische ruw terrein heftruck, trilplaat en een minigraver. Type werktuig
STAGE klasse
Brandstofverbruik (l/j)
Cilinderinhoud
428
Aantal uren stationair draaien 7
Mobiele graafmachine
STAGE IV, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2015 (Diesel)
Hijskraan
STAGE V, 130 <= kW < 300, bouwjaar 2019 (Diesel)
492
4
10.00
Betonpomp
STAGE V, 130 <= kW < 300, bouwjaar 2019 (Diesel)
176
Ruw terrein heftruck
elektrisch
Trilplaat/stamper
elektrisch
Mini graver
elektrisch
5.00
tabel mobiele werktuigen bouw woningen Verkeersbewegingen Tijdens de aanlegfase zal er sprake zijn van verkeersbewegingen door de werklieden die met de bouw van de woningen bezig zijn. Bij de gemaakte inschatting van het aantal verkeersbewegingen van licht verkeer is er rekening mee gehouden dat werklieden met werkbusjes arriveren, waarbij er meerdere werklieden in één werkbus zitten. Daarnaast zorgen de aan- en afvoer van materiaal en de mobiele werktuigen voor verkeersbewegingen door middelzwaar en zwaar vrachtverkeer. De schatting van de verkeersbewegingen in de aanlegfase is weergegeven in onderstaande tabel. Type verkeer Licht Middel zwaar Zwaar
Gem. aantal per jaar 810 59 71
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
11
Verkeersbewegingen worden in AERIUS als lijnbronnen weergegeven. Deze lijnbronnen worden ingetekend van de woning tot het punt waar de verkeersbewegingen opgaan in het algemene verkeer. In dit geval gaan de verkeersbewegingen op in het algemene verkeer op de Hooidijk op het punt waar het verkeer op snelheid is gekomen.
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
12
Hoofdstuk 4
Resultaten berekening
4.1 Gebruiksfase In het model is de beoogde situatie ingevoerd. Op navolgende uitsnede zijn de bronnen weergegeven die van invloed zijn op de stikstofdepositie van het initiatief. Bron 1 en 2 betreft de toekomstige verkeersbewegingen.
Afbeelding ingevoerde bronnen AERIUS gebruiksfase Toename emissies door verkeersbewegingen Uit de berekening volgt dat door het toekomstig aantal verkeersbewegingen (conform paragraaf 3.2.1) de uitstoot van NOx minder dan 1 kg/j bedraagt en de uitstoot van NH3 minder dan 1 kg/j.
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
13
Stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden De uitstoot van NOx als gevolg van het toekomstig gebruik zorgt niet voor een bijdrage hoger dan 0,00 mol/ha/j op Natura 2000-gebieden.
4.2 Aanlegfase Op navolgende uitsnede zijn de bronnen weergegeven die van invloed zijn op de stikstofdepositie van het initiatief tijdens de aanlegfase. Bron 1 betreft de mobiele werktuigen en bron 2 betreft de verkeersbewegingen.
Afbeelding ingevoerde bronnen AERIUS aanlegfase Toename emissies door mobiele werktuigen Uit navolgende tabellen volgt dat door de mobiele werktuigen in de aanlegfase (conform paragraaf 3.2.2) de uitstoot van NOx (1,63 + 2,02 =) 3,65 kg/j bedraagt en de uitstoot van NH3 minder dan 1 kg/j.
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
14
Toename emissies door verkeersbewegingen Uit navolgende tabel volgt dat door de verkeersbewegingen in de aanlegfase (conform paragraaf 3.2.2) de uitstoot van NOx minder dan 1 kg/j bedraagt en de uitstoot van NH3 minder dan 1 kg/j.
Stikstofdepositie de Natura 2000-gebieden
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
15
De uitstoot van NOx als gevolg van de mobiele werktuigen en de verkeersbewegingen in de aanlegfase zorgt niet voor een bijdrage hoger dan 0,00 mol/ha/j op Natura 2000-gebieden.
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
16
Hoofdstuk 5
Conclusies
De berekening ten behoeve van de Wet natuurbescherming is uitgevoerd in het kader van een aanpassing van de bestemming. Het plan voorziet in het realiseren van 9 woningen aan de Hooidijk te Vasse. Toekomstig gebruik Het toekomstig gebruik van de woningen veroorzaakt op de Natura 2000-gebieden geen bijdrage aan stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/j. Aanlegfase De aanleg van woningen veroorzaakt op Natura 2000-gebieden op basis van de inschatting van de werkzaamheden geen bijdrage aan stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/j. Eindconclusie Als gevolg van de ontwikkelingen in het plangebied waarvoor de berekeningen zijn uitgevoerd neemt de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden zowel in de gebruiksfase als in de aanlegfase niet toe. Er is dus geen sprake van mogelijke negatieve effecten op beschermde Natura 2000 gebieden. Het aanvragen van een Wnb-vergunning is daarom niet nodig voor dit project.
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
17
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
18
Bijlagen
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
19
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
20
Bijlage 1: Toelichting uitgangspunten aanlegfase Onderstaand is toegelicht hoe is gekomen tot de uitgangspunten voor het modelleren van de aanlegfase. STAGE klasse De stageklassen betreffen emissienormen voor mobiele werktuigen en zijn afhankelijk van het bouwjaar en het vermogen van het mobiele werktuig. Bij de emissieberekening op basis van brandstofverbruik per stageklasse, rekent AERIUS met categorieën stageklassen en emissiefactoren die betrekking hebben op dieselmotoren en zijn overgenomen uit het Emissiemodel Mobiele Machines (TNO-rapport 2009). Voor elk werk wordt door een bouwer normaal gesproken een machine ingezet met het laagste vermogen dat werkbaar is voor de uitvoering. Dit omdat machines met een hoger vermogen meer brandstofverbruik hebben. Bij de selectie van het vermogen is dan ook gekozen voor een gemiddeld vermogen passend bij het werk. Voor wat betreft het bouwjaar is gekeken naar de gemiddelde levensduur van de gebruikte werktuigen. Hierbij is aangesloten bij de mediane levensduur (TNO-rapport 2009) van de betreffende werktuigen, afgerond op hele jaren. Het jaar van uitvoering minus de levensduur geeft een goede raming van het gemiddelde bouwjaar van de gebruikte machines. Als de initiatiefnemer heeft aangegeven oudere of nieuwere mobiele werktuigen te gebruiken, is van de door de initiatiefnemer opgegeven bouwjaren uitgegaan.
Brandstofverbruik Om het brandstofgebruik (Diesel) per jaar te schatten is aangesloten bij de formule die is opgenomen in het TNO rapport 2020 R11528. De formule is als volgt: Brandstofverbruik [liters] = 0,245 * arbeid [kWh] + (0,52 + 0,0034 * maximaal vermogen [kW]) * draaiuren [h] Stationair draaien Er is sprake van stationair / op lage last draaien als het vermogen minder dan is dan 10% van het maximale vermogen. Dit is de motorbelasting op moment dat de machine is ingeschakeld en mogelijk systemen verwarmt of op druk houdt, maar geen werk verricht. Voor het aantal uren stationair draaien is uitgegaan van percentage dat gemiddeld geldt voor het mobiele werktuig. Cilinderinhoud Voor het bepalen van de cilinderinhoud is uitgegaan van een cilinderinhoud van 1 liter per 20 kW vermogen.
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
21
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
22
Bijlage 2: AERIUSberekening toekomstig gebruik
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
23
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RWTXcJYZb15k (15 januari 2021) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Buro SRO Oost
Hooidijk, 7661RA Vasse
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Hooidijk, Vasse
RWTXcJYZb15k
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
15 januari 2021, 11:38
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
< 1 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
gebruik woningen
Situatie 1
RWTXcJYZb15k (15 januari 2021) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
wegverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
wegverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
RWTXcJYZb15k (15 januari 2021) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
36,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
wegverkeer 253474, 495191 < 1 kg/j < 1 kg/j
wegverkeer 253474, 495191 < 1 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
36,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RWTXcJYZb15k (15 januari 2021) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201216_c759386971 Database versie 2020_20201216_c759386971 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
RWTXcJYZb15k (15 januari 2021) pagina 5/5
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
24
Bijlage 3: AERIUSberekening aanlegfase
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
25
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Repv14nfriPj (26 januari 2021) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Buro SRO Oost
Hooidijk, 7661RA Vasse
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Hooidijk, Vasse
Repv14nfriPj
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
26 januari 2021, 08:59
2022
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
3,94 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
aanleg woningen
Situatie 1
Repv14nfriPj (26 januari 2021) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
werktuigen bouw woningen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
3,77 kg/j
verkeer aanleg woningen Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Repv14nfriPj (26 januari 2021) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
werktuigen bouw woningen 253477, 495221 3,77 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
Brandstof verbruik (l/j)
Stationair bedrijf (uren/j)
Cilinder Stof inhoud (l)
Emissie
STAGE IV, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2015 (Diesel)
Mobiele graafmachine
428
7
5,0 NOx NH3
1,63 kg/j < 1 kg/j
STAGE V, 130 <= kW < 300, bouwjaar 2019 (Diesel)
Hijskraan
492
4
10,0 NOx NH3
2,02 kg/j < 1 kg/j
STAGE V, LPG 130 <= kW < 560, bouwjaar 2019 (LPG)
Betonpomp
176
NOx
< 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
verkeer aanleg woningen 253435, 495160 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
810,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
59,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
121,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
Repv14nfriPj (26 januari 2021) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201216_c759386971 Database versie 2020_20201216_c759386971 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
Repv14nfriPj (26 januari 2021) pagina 5/5
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
26
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
27
Voortoets stikstofdepositie Hooidijk, Vasse
28
Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek
82
bestemmingsplan Hooidijk te Vasse
Verkennend bodemonderzoek Hooidijk te Vasse
Gemeente Tubbergen
Projectnummer: 3411.01 Datum: 25 februari 2021 Versie: definitief
Verkennend bodemonderzoek Hooidijk te Vasse
Gemeente Tubbergen
Opdrachtgever:
De Bunte Vastgoed Oost B.V.
Projectnummer:
3411.01
Datum:
25 februari 2021
Versie:
definitief
Projectleider en rapporteur:
Ing. R. Schreuder
Autorisatie:
Ing. M. Teusink
Opdrachtnemer:
Buro Ontwerp & Omgeving Velperweg 157 6824 MB Arnhem Postbus 2033 6802 CA Arnhem info@ontwerpenomgeving.nl www.ontwerpenomgeving.nl
Verkennend bodemonderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
INHOUD
Pagina
1
INLEIDING ................................................................................................................................ 3
2
VOORONDERZOEK ................................................................................................................... 4 2.1 Algemeen ................................................................................................................... 4 2.2 Locatiegegevens ......................................................................................................... 4 2.3 Historisch gebruik en beïnvloeding van de onderzoekslocatie .................................. 5 2.4 Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit...................................................... 6 2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologische situatie ........................................... 7 2.6 Onderzoeksopzet ....................................................................................................... 8
3
RESULTATEN BODEMONDERZOEK .......................................................................................... 9 3.1 Veldwerkzaamheden.................................................................................................. 9 3.2 Maaiveldinspectie, bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen ........................... 9 3.3 Laboratoriumonderzoek............................................................................................. 9 3.4 Toetsingskader ......................................................................................................... 10 3.5 Analyseresultaten..................................................................................................... 11 3.6 Interpretatie ............................................................................................................. 12
4
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................ 13 4.1 Samenvatting ........................................................................................................... 13 4.2 Conclusies en Aanbevelingen ................................................................................... 14 4.3 Opmerkingen............................................................................................................ 14
BIJLAGEN 1. Situatietekeningen 1.1 Regionale ligging 1.2 Situatietekening met boorpunten 2. Boorprofielen en legenda 3. Analysecertificaten 4. Toetsing van de analyseresultaten 4.1 Toetsing analyseresultaten aan Wbb 4.2 Toetsing analyseresultaten aan Bbk 5. Toetsingskader 5.1 Wet bodembescherming (Wbb) 5.2 Besluit bodemkwaliteit (Bbk) 6. Informatie eerder uitgevoerde onderzoeken
Hooidijk te Vasse
2
3411.01
Verkennend bodemonderzoek
1
Buro Ontwerp & Omgeving
INLEIDING In opdracht van De Bunte Vastgoed Oost B.V. is door Buro Ontwerp & Omgeving een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie bekend als ‘Hooidijk Vasse’, ten zuidoosten van Vasse (gemeente Tubbergen). De aanleiding tot de uitvoering van de werkzaamheden is de voorgenomen woningbouw op de locatie. Hiervoor dient een bestemmingsplanwijziging plaats te vinden. Doel van het verkennend bodemonderzoek is een indicatie te krijgen van de huidige milieuhygienische kwaliteit van de bodem. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740:2009/A1:2016 (Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond). Uitvoering van een vooronderzoek conform NEN 5725:2017 (Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek) maakt deel uit van het onderzoek. In het voorliggende rapport worden achtereenvolgens de resultaten van het vooronderzoek en de daarop gebaseerde onderzoeksstrategie (hoofdstuk 2), de uitvoering en resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek (hoofdstuk 3) en de samenvatting, conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 4) beschreven. Buro Ontwerp & Omgeving verklaart dat zij geen financieel of zakelijk belang heeft bij het resultaat van het onderzoek. Het onderzoek is in dat opzicht onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd.
Hooidijk te Vasse
3
3411.01
Verkennend bodemonderzoek
2
VOORONDERZOEK
2.1
Algemeen
Buro Ontwerp & Omgeving
Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd conform de norm NEN 5725. In het kader van het vooronderzoek is informatie verzameld over de volgende onderzoeksaspecten: - Locatie gegevens; - Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval; - Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit; - Bodemopbouw en geohydrologie. Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - Verstrekte informatie door de opdrachtgever, de heer D.W.M. Joosten van De Bunte Vastgoed Oost BV; - Verstrekte informatie van mevrouw C. Roeleveld van de gemeente Tubbergen; - www.kadaster.nl; - www.dinoloket.nl; - www.bodemloket.nl/kaart; - https://www.kennishuboverijssel.nl/app/; - www.topotijdreis.nl. 2.2
Locatiegegevens Afbakening onderzoekslocatie vooronderzoek De onderzoekslocatie betreft een agrarisch perceel aan de Hooidijk, ten zuidoosten van de bestaande woonwijk Steenbrei III te Vasse. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 3.000 m2. Het betreft de kadastrale percelen gemeente Tubbergen, sectie P, nummer 804 en 805. Voor de ligging van de locatie en de kadastrale kaart wordt verwezen naar bijlage 1.1 en voor een situatietekening naar bijlage 1.2. Huidig gebruik onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft een agrarisch bouwland en is geheel begroeid met gras. Dwars over het terrein loopt een smal voetpad vorzien van tegels. Op de noordelijke grens is een kleine moestuin aanwezig, waarop zich een klein houten schuurtje bevindt. Op de westelijke helft van de onderzoekslocatie is eveneens een houten schuurtje aanwezig, dat in gebruik is als dierenverblijf. Beide schuurtjes zijn voorzien van dakpannen.
Hooidijk te Vasse
4
3411.01
Verkennend bodemonderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
Terreinverkenning Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreinverkenning uitgevoerd. De inspectie is onder andere gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een bodemverontreiniging en de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Hierbij zijn geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Toekomstig gebruik Het huidige gebruik zal gewijzigd worden. Het voornemen is om binnen het projectgebied diverse woningen te ontwikkelen met verschillende grondgebonden woningen. 2.3
Historisch gebruik en beïnvloeding van de onderzoekslocatie Historisch kaartmateriaal Op kaartmateriaal uit 1850 is de Hooidijk reeds zichtbaar. Op de onderzoekslocatie en in de omgeving is tot 2010 geen bebouwing zichtbaar.
1910
1981
2006
Uit luchtfoto’s blijkt dat in 2008 begonnen is met de realisatie van de woonwijk (Steenbrei) ten noordwesten van de onderzoekslocatie. in 2017 zijn de laatste huizen gerealiseerd binnen deze wijk (Steenbrei fase III).
2008
Hooidijk te Vasse
2019
5
3411.01
Verkennend bodemonderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
Calamiteiten Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de opdrachtgever en de gemeente Tubbergen blijkt niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. Tanks Voor zover bekend, heeft er op of direct nabij de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Historisch bodemgebruik Uit de Omgevingsrapportage van de provincie Overijssel blijkt dat er geen HBB locaties aanwezig zijn ter plaatse van en in de (directe) nabijheid van de onderzoekslocatie. 2.4
Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Uitgevoerde bodemonderzoeken De onderzoekslocatie heeft deel uitgemaakt van twee bodemonderzoeken. ‘De Steenbrei (Bestemmingsplan Steenbrei II)’, uitgevoerd door DHV, d.d. 1 september 2005 (kenmerk onbekend). Het onderzoek is niet aanwezig bij de gemeente Tubbergen, of (delen van) onderhavige onderzoekslocatie daadwerkelijk onderzocht zijn is niet te bepalen. Uit de Omgevingsrapportage blijkt dat tijdens het onderzoek zintuiglijk oerlagen zijn aangetroffen. In de boven- en ondergrond geen gehaltes boven de achtergrondwaarde zijn gemeten, in het grondwater is een concentratie zink boven de interventiewaarde gemeten. Na een herbemonstering ligt het gehalte zink boven de streefwaarde. Naast zink is ook een licht verhoogde concentratie cadmium gemeten. Verkennend bodemonderzoek uitbreiding woningbouwlocatie ‘De Steenbrei’ te Vasse, uitgevoerd door Oranjewoud, met projectnummer 201194-02, d.d. februari 2010. Onderhavige onderzoekslocatie heeft deel uitgemaakt van dit onderzoek. Helaas is niet de gehele tekening met boorlocaties aanwezig, welke van de boringen binnen de huidige onderzoekslocatie geplaatst zijn is niet duidelijk. Bij 1 boring (ten noordwesten van de onderhavige onderzoekslocatie) is een zwakke bijmenging met puin aangetroffen.
In de overige boringen zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Bij het onderzoek zijn in de boven- en ondergrond geen van de onderzochte parameters in gehalten boven de achtergrondwaarde gemeten. Tot een diepte van 5,5 m-mv is er geen grondwater aangetroffen, het grondwater is derhalve niet meegenomen in het onderzoek.
Hooidijk te Vasse
6
3411.01
Verkennend bodemonderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
Asbest Op de asbestdakenkaart van de provincie Overijssel is op de onderzoekslocatie en in de omgeving geen bebouwing aanwezig met een dakbedekking welke aangemerkt is als ‘deel asbestverdacht’ of ‘gesaneerd’. De beide schuurtjes welke op de locatie aanwezig zijn, zijn voorzien van dakpannen. Ter plaatse van het deel van de onderzoekslocatie dat in gebruik is als moestuin zijn geen asbestverdachte materialen in de vorm van bakken of borderranden aangetroffen. Tijdens het uitvoeren van het vooronderzoek zijn geen aanwijzingen verkregen voor de mogelijke aanwezigheid van asbestverdachte materialen op of in de bodem van de onderzoekslocatie. Publiekrechtelijke beperkingen ten aanzien van artikel 55 Wet bodembescherming Ten aanzien van deze percelen zijn geen publiekrechtelijke beperkingen opgenomen ten aanzien van het artikel 55 uit de Wet bodembescherming, hetgeen inhoudt dat bij het Kadaster geen geval van ernstige bodemverontreiniging is geregistreerd. Bodemkwaliteit Voor de regio Twente is een bodemkwaliteitskaart opgesteld (Witteveen en Bos, projectcode ES349-1, d.d. 23 maart 2018). Op deze bodemkwaliteitskaart ligt de onderzoekslocatie binnen de zone ‘AW2000’. De regio Twente hanteert de 80-percentielwaarde (80% van de beschikbare gemeten stofgehalten voor die zone zijn lager dan deze waarde vastgesteld) als gebiedseigen bodemkwaliteit binnen een zone.
Als deze waarde onder de landelijke achter-grondwaarde (AW) is gelegen, geldt de AW als de gebiedseigen bodemkwaliteit. Met betrekking tot de bovengrond in deze zone overschrijdt de 80-percentielswaarden van kwik de landelijke achtergrondwaarden. In de ondergrond overschrijdt de 80-percentielwaarde van de parameter kwik de landelijke achtergrondwaarde. Regionaal komen verhoogde concentraties van metalen in het grondwater voor. 2.5
Regionale bodemopbouw en geohydrologische situatie Het maaiveld ligt globaal op een hoogte van circa 40 m +NAP. Volgens de Bodemkaart van Nederland betreft de bodem een hoge Enkeerdgrond, bestaande uit lemig fijn zand. Tabel 1 geeft de hydrologische bodemopbouw op basis van gegevens afkomstig van het DINOloket.
Hooidijk te Vasse
7
3411.01
Verkennend bodemonderzoek
Tabel 1 m-mv 0–5
5 – 25 25 – 52 31 – 54
Buro Ontwerp & Omgeving
Geohydrologische bodemopbouw (Dinoloket) Beschrijving Zand: zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus; leem, lokaal zandig, lokaal humeus; klei, siltig tot zandig; veen, kleiig Zand: grof en midden, met weinig klei, zandige klei, fijn zand en grind en een spoor veen Zand: grof en midden zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei Zand: midden en fijn zand en schelpen, met weinig kleiig zand en grof zand en een spoor klei, glauconietzand, grind en kalksteen
Formatie Formatie van Boxtel
Gestuwde afzettingen Formatie van Appelscha Formatie van Oosterhout
De grondwaterstand bevindt zich naar verwachting op circa 33 m +NAP (circa 7 m-mv). De stromingsrichting van het grondwater is globaal zuidelijk/zuidwestelijk. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied of een intrekgebied. 2.6
Onderzoeksopzet Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is het verkennend bodemonderzoek gebaseerd op de in de NEN 5740 genoemde strategie voor een onverdachte locatie (paragraaf 5.1, NEN 5740). Tenzij anders vermeld worden de veldwerkzaamheden uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek en het bijbehorende protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen). De grondmonsters ten behoeve van de onderzoeken zijn, tenzij anders vermeld, ter analyse aangeboden aan het milieulaboratorium van Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins Analytico is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd milieulaboratorium, en door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu erkend voor de uitvoering van milieuanalyses in het kader van AS3000 en AP04.
Hooidijk te Vasse
8
3411.01
Verkennend bodemonderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
3
RESULTATEN BODEMONDERZOEK
3.1
Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek zijn op 18 februari 2021 uitgevoerd door de erkende veldwerker, de heer C. Beunk van Bodemexpert te Huissen. Hij is hierbij geassisteerd door de heer M. Dahles van Bodemexpert te Huissen. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen opgetreden van de protocollen beschreven in de BRL SIKB 2000. Tabel 2 geeft een overzicht van de uitgevoerde veldwerkzaamheden. Tabel 2
Uitgevoerde veldwerkzaamheden Terreindeel
Onderzoekslocatie, circa 3.000 m2
Discipline
Aantal boringen/gaten
Boornummers
Verkennend bodemonderzoek
9x 0,5 m -mv 3x 2,0 m -mv 1x 5,0 m -mv
01 t/m 13
Tot een diepte van 5 m-mv is er geen grondwater aangetroffen. Onderzoek naar de kwaliteit van het grondwater is, conform de NEN 5740, derhalve niet uitgevoerd. Bij alle boringen is de vrijgekomen grond zintuiglijk beoordeeld op textuur, kleur en zintuiglijk waarneembare verontreinigingen. De gegevens van de monsterpunten zijn verwerkt tot boorprofielen, welke zijn opgenomen in bijlage 2. De situering van de boringen en de inspectiegaten is aangegeven op tekening 1 in bijlage 1.2. 3.2
Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen De bovengrond bestaat uit matig fijn, zwak siltig en matig humeus zand. Deze humeuze laag bevindt zich plaatselijk tot maximaal 1,5 m-mv. De ondergrond bestaat uit matig fijn en matig siltig zand en bevat veelal roest. In de boven- en ondergrond is een bijmenging met grind aangetroffen. Onder het tegelpad is geen funderingslaag waargenomen (boring 05). In de opgeboorde grond zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Op het maaiveld en in de bodem zijn op indicatieve wijze eveneens geen asbestverdachte materialen aangetroffen.
3.3
Laboratoriumonderzoek Ten behoeve van het analyseprogramma is rekening gehouden met de textuur en situering van de boorpunten. Tabel 3 geeft een overzicht van de onderzochte monsters en de analysepakketten.
Hooidijk te Vasse
9
3411.01
Verkennend bodemonderzoek
Tabel 3
Analyseprogramma
Monstercode
Boring / monster (cm -mv)
Textuur en zint. waarnemingen
GR MM1
01 (0,00 - 0,50), 02 (0,00 - 0,50), 03 (0,00 - 0,50), 04 (0,00 - 0,50), 05 (0,05 - 0,50), 06 (0,00 - 0,50), 13 (0,00 - 0,50)
Zand, zwak humeus, visueel schoon. Bovengrond noordelijk deel
Standaardanalysepakket grond
GR MM2
07 (0,00 - 0,50), 08 (0,00 - 0,50), 09 (0,00 - 0,50), 10 (0,00 - 0,50), 11 (0,00 - 0,50), 12 (0,00 - 0,50)
Zand, zwak humeus, visueel schoon. Bovengrond zuidelijk deel
Standaardanalysepakket grond
GR MM3
03 (1,30 - 1,80), 03 (1,80 - 2,00), 08 (1,00 - 1,50), 08 (1,50 - 2,00), 10 (1,00 - 1,50), 10 (1,50 - 2,00), 13 (1,50 - 2,00)
Zand, visueel schoon. Ondergrond
Standaardanalysepakket grond
Standaardanalysepakket grond:
3.4
Buro Ontwerp & Omgeving
Analyses
droge stof, lutum, organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB, PAK en minerale olie.
Toetsingskader De analyseresultaten van de grond zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) getoetst aan de Achtergrondwaarden uit het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering 2013. De analyseresultaten voor grond zijn omgerekend naar het gehalte voor standaardbodem en vervolgens getoetst aan de toetsingswaarden voor standaardbodem. Voor de omrekening naar standaardbodem wordt gebruik gemaakt van de gemeten percentages voor organische stof (humus) en lutum. De analyseresultaten van het grondwater zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) getoetst aan de streefwaarden en de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering 2013. Tabel 4 bevat het toetsingskader volgens de Wbb (zie tevens bijlage 5.1). Tabel 4
Overzicht toetsingskader Wbb Gehalte/concentratie
Betekenis
Opmerking
≤ AW-waarde (of < detectielimiet)
niet verontreinigd
geen aanvullend onderzoek nodig (*A)
> AW-waarde ≤ T-waarde
licht verontreinigd
geen aanvullend onderzoek nodig (*A)
> T-waarde ≤ I-waarde
matig verontreinigd
mogelijk nader bodemonderzoek noodzakelijk
> I-waarde
sterk verontreinigd
nader bodemonderzoek noodzakelijk; mogelijk sprake van ernstige bodemverontreiniging
(*A)
Voor grondwater geldt de streefwaarde.
Toelichting:
De AW-waarden zijn achtergrondwaarden en zijn referentiewaarden voor een multifunctionele bodem. De halve som van de AW- en I-waarden ((AW+I)/2 = T-waarde) is een toetsingswaarde waarboven er een vermoeden is van ernstige bodemverontreiniging. Door middel van aanvullend onderzoek moet dit vermoeden worden getoetst. De I-waarden zijn de ‘interventiewaarden’. Als de I-waarde voor een stof wordt overschreden in meer dan 25 m3 grond of in meer dan 100 m3 grondwater (bodemvolume), dan wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Hooidijk te Vasse
10
3411.01
Verkennend bodemonderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
De analyseresultaten zijn tevens getoetst aan de maximale waarden van het Bbk. Dit teneinde een indicatie omtrent de te verwachten bodemkwaliteitsklasse van de voorkomende bodemlagen te verkrijgen (zie tevens bijlage 5.2). 3.5
Analyseresultaten De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. Het resultaat van de toetsing is in bijlage 4.1 numeriek weergegeven voor toetsing van grond aan de achtergrond- en interventiewaarden uit de Wbb en in bijlage 4.2 voor de toetsing aan het Bbk. Tabel 5 bevat de analyse- en de toetsingsresultaten voor grond bij toetsing aan achtergrond- en interventiewaarden (Wbb). Tevens is een indicatie met betrekking tot de te verwachten bodemkwaliteitsklasse weergegeven. Tabel 5
Analyse- en toetsingsresultaten grond met gestandaardiseerde gehalten in mg/kg d.s.
Monstercode
Boring/monster (cm –mv)
Textuur en zint. waarnemingen
Verhoogde parameters Wbb (gestandaardiseerde gehalten in mg/kg d.s.) > AW-waarde
> T-waarde
Indicatie Bbk
> I-waarde
GR MM1
01 (0,00 - 0,50), 02 (0,00 - 0,50), 03 Zand, zwak humeus, (0,00 - 0,50), 04 (0,00 - 0,50), 05 visueel schoon. Bovengrond noordelijk deel (0,05 - 0,50), 06 (0,00 - 0,50), 13 (0,00 - 0,50)
<
AW
GR MM2
07 (0,00 - 0,50), 08 (0,00 - 0,50), 09 Zand, zwak humeus, (0,00 - 0,50), 10 (0,00 - 0,50), 11 visueel schoon. Boven(0,00 - 0,50), 12 (0,00 - 0,50) grond zuidelijk deel
Kobalt (23,95)
AW
GR MM3
03 (1,30 - 1,80), 03 (1,80 - 2,00), 08 Zand, visueel schoon. (1,00 - 1,50), 08 (1,50 - 2,00), 10 Ondergrond (1,00 - 1,50), 10 (1,50 - 2,00), 13 (1,50 - 2,00)