Bijlage Bestemmingsplan De Wirnte 2 Langeveen.pdf
Tekst van het document
5.10
Besluit Milieueffectrapportage
5.10.1 Algemeen In de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd dat voorafgaande aan het ruimtelijke plan dat voorziet in een grootschalig project met belangrijke nadelige milieugevolgen een milieueffectrapport (MER) opgesteld dient te worden. De activiteiten waarvoor een MER-rapportage opgesteld moet worden zijn opgenomen in de bijlage van het Besluit m.e.r. Een bestemmingsplan kan m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn op de volgende manieren: Een plan kan m.e.r.-plichtig zijn indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is; Een plan kan m.e.r.-plichtig zijn indien sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit de onderdelen C en D overschrijden en waarbij het plan wordt genoemd in kolom 3 (plannen). Een plan kan m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn indien het plan wordt genoemd in kolom 4 (besluiten) en er sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit onderdeel C en D overschrijden. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel C is in dit geval sprake van een m.e.r.-plicht. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel D is het plan m.e.r.-beoordelingsplichtig. In het Besluit m.e.r.
neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. 52
bestemmingsplan De Wirnte 2 Langeveen
Het komt er op neer dat voor een bestemmingsplan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen in onderdeel D en beneden de drempelwaarden vallen, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.(-beoordeling) plaatsvinden. 5.10.2 Situatie plangebied 5.10.2.1 Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn gelegen op een afstand van circa 2 kilometer van het plangebied. Zoals in paragraaf 5.7.1.1 van deze toelichting is beschreven is geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming is in het kader van dit bestemmingsplan dan ook niet noodzakelijk. Daarom is geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. 5.10.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r.
Voor wat betreft het gehele plangebied wordt voorzien in directe eindbestemmingen waardoor, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden, sprake is van een m.e.r-beoordelingsplichtig plan. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject.' Aangezien hier in dit geval sprake van is dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Gezien de drempelwaarden (2.000 woningen of meer) wordt geconcludeerd dat voorliggende ontwikkeling van een significant kleiner schaalniveau is. Van een directe m.e.r.-plicht is in dit geval geen sprake. Echter dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben.
Hiertoe is een vormvrije m.e.r-beoordeling opgesteld, deze is opgenomen in Bijlage 9. Uit deze notitie blijkt dat het voornemen geen belangrijke nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maakt. In Bijlage 10 is het besluit van de Omgevingsdienst Twente opgenomen, waarin de conclusie uit de m.e.r.-beoordeling wordt bevestigd.
bestemmingsplan De Wirnte 2 Langeveen
53
54
bestemmingsplan De Wirnte 2 Langeveen
Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding De in deze toelichting beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die (digitaal) bindend is voor overheid en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels, alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen.
6.2 Opbouw van de regels 6.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.
6.2.2
Inleidende regels
6.2.2.1 Begrippen In zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. 6.2.2.2 Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse meetvoorschriften wordt verstaan. 6.2.3
Bestemmingsregels
Hoofstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. In paragraaf 6.3 wordt per bestemming een korte uitleg gegeven. 6.2.4 Algemene regels Anti-dubbeltelregel (artikel 7): deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een plan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan bestemmingsplan De Wirnte 2 Langeveen
55
een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels (artikel 8): in deze regel is een bepaling omtrent situering van hoofdgebouwen opgenomen. Algemene gebruiksregels (artikel 9): in deze regel is aangegeven wat onder verboden gebruik wordt verstaan. Deze regel gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Algemene afwijkingsregels (artikel 10): in deze regel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van deze bevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Overige regels (artikel 11); in dit artikel zijn regels in verband met parkeren opgenomen. 6.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel is aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
6.3 Bestemmingen Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Zij zijn het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. Groen (Artikel 3) De bestemming 'Groen' is toegekend aan de grotere en structurerende groenvoorzieningen. Gronden met deze bestemming zijn onder meer bedoeld voor groen- en speelvoorzieningen, kunstwerken, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, voet- en fietspaden. Binnen deze bestemming zijn geen gebouwen toegestaan. Uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen mogen worden gebouwd, met inachtneming van de aangegeven maatvoeringseisen. Verkeer (Artikel 4) De bestemming 'Verkeer' is toegekend aan de nieuwe ontsluitingsweg.
Gronden met deze bestemming zijn onder meer bedoeld voor wegen, straten en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen, ten behoeve van afvoer, (tijdelijke)berging en infiltratie van (hemel)water. Binnen deze bestemming zijn geen gebouwen toegestaan. Uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen mogen worden gebouwd, met inachtneming van de aangegeven maatvoeringseisen. Wonen (Artikel 5) De nieuwe woonpercelen in het plangebied zijn bestemd tot 'Wonen'. De gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bestemd voor wonen met de daarbij behorende voorzieningen. In totaal zijn 15 woningen toegestaan. Hoofdgebouwen: mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, mogen vrijstaand dan wel twee aaneen gebouwd worden. Aaneengebouwde woningen zijn tevens toegestaan, echter uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd'. De dakhelling bedraagt ten minste 18 graden en ten hoogste 70 graden. Bijbehorende bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd. Ook is een bepaling opgenomen voor het maximaal toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken. De grootte van het perceel bepaalt het toegestane aantal m2 aan bijbehorende bouwwerken. Vereiste hierbij is dat tenminste 50% van het buiten het bouwvlak gelegen bouwperceel onbebouwd en onoverdekt blijft.
Dit maximumpercentage is van toepassing omdat anders de kleinere percelen (nagenoeg) volgebouwd worden. Dit is ruimtelijk echter onaanvaardbaar. Daarnaast zijn een aantal afwijkings- en wijzigingsregels opgenomen die de regels van deze bestemming flexibeler maken. Waarde - Archeologie (Artikel 6)
56
bestemmingsplan De Wirnte 2 Langeveen
Overeenkomstig het bestemmingsplan "Kleine Kernen" is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan. De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van en onderzoek naar aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden. De regels behorend bij deze bestemming zijn overgenomen van het bestemmingsplan "Kleine Kernen".
bestemmingsplan De Wirnte 2 Langeveen
57
58
bestemmingsplan De Wirnte 2 Langeveen
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Voor project Wirnte 2 is een grondcomplex ingesteld met bijbehorende grondexploitatie. Hierin is de verantwoording van de kosten en opbrengsten opgenomen. De exploitatie is sluitend. Het plan is dan ook economisch uitvoerbaar.
bestemmingsplan De Wirnte 2 Langeveen
59
60
bestemmingsplan De Wirnte 2 Langeveen
Hoofdstuk 8
Vooroverleg en inspraak
8.1 Vooroverleg 8.1.1
Het Rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 8.1.2
Provincie Overijssel
Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het wettelijk vooroverleg, voorgelegd aan de provincie Overijssel. 8.1.3
Waterschap Vechtstromen
Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het wettelijk vooroverleg, voorgelegd aan waterschap Vechtstromen.
8.2 Inspraak Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In dit geval wordt geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.
8.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn geen zienswijzen binnengekomen.
bestemmingsplan De Wirnte 2 Langeveen
61
62
bestemmingsplan De Wirnte 2 Langeveen
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan De Wirnte 2 Langeveen
63
Bijlage 1
64
Groenplan
bestemmingsplan De Wirnte 2 Langeveen
GROENPLAN LANGEVEEN - DE WIRNTE 2 12
Doorsnede A"
12
Doorsnede A
Schaal 1: 200
Doorsnede A
13
9 Raster
585 m2
13
10 402 m2
Laatste 2 rijen geen boomvormers Agrarisch (gras/akker)land
GAR
8
7 250 m2
G
P=?
GAR
P=?
GAR
P=?
2
2
Doorsnede A"
4 212 m2
12
Doorsnede B"
2 5 G
P=?
Particuliere tuin
GAR
1
13
436 m2
P=?
GAR
3
3
Gazon 2.5m.
Bloemrijke vegetatie
Wadi incl. talud - ruiggras
Doorsnede C" Schaal 1: 200
11 Haag 1.8m.
VP
2
Doorsnede B
1
Rijweg
P=?
W 2
P=?
Parkeervak
Doorsnede C
VP 7
Trottoir
Monn ikenb erg
2
2 7
Schaal 1: 200
Haag
GAR
2 250 m2
3
Nieuwe lindeboom
3 250 m2
12
Particuliere tuin
Doorsnede B
6 225 m2 5 150 m2
13
Bosplantsoen
GAR
8 250 m2
12
Hekwerk
GAR
P=? eg sw ar ha ne ui Br
GAR
Rijweg
398 m2
Bloemrijke
Gazon 2m. vegetatie
Wadi incl. talud - ruiggras
Gazon 2m.
Particuliere tuin
2
12 7
2 10
P=? Doorsnede C"
2
LEGENDA
292 m2
GAR
13
GAR
6
292 m2
292 m2
GAR 7 10
Doorsnede B"
2
Lage haag, enkele rij (Aanleg gemeente, onderhoud bewoner)
3
Lage haag, bij voorkeur een groene erfafscheiding (Aanleg/onderhoud bewoner)
4
Verkoop gronden aan aangrenzende percelen
5
Lage sierheesters + sierpeer
6
Solitaire boom nieuw, Tilia cordata 'Greenspire'
7
Bomenrij nieuw, Sorbus aria 'Magnifica'
15
1
7
Wintergroene erfafscheiding, bouwstaalmat, hardhouten palen + hedera (Aanleg gemeente, onderhoud bewoner)
4
14
10
1
292 m2 16
2
Doorsnede C 9 7 10
4
11
8
7
6
Bosplantsoen nieuw: Viburnum opulus 15%, Corylus avellana 15%, Crateagus monogyna 20%, Prunus padus 20%, Amelanchier lamarckii 30% Vrij uitgroeiende bomen, zwarte els.
9
Wadi nieuw, ruiggras
10
Bloemenmengsel Cruydthoeck G1 + A6, incl. rand rondom gazon Project
11
9
12
Groenplan De Wirnte 2
Ruige grasberm Raster, gekloofde palen
Planlocatie
Langeveen Getekend door
Niels Borgerink Laatste gewijzigd op
10-10-2021 Datum
8
13
Dubbelstaafmathekwerk zwart
01-05-2021 Paginaformaat
A1 liggend Schaal
1 : 250
g
Bezoekadres/Postadres: Ootmarsumsestraat 133 7634 PN Tilligte Contact: Telefoon: (0541) 725 005 Mobiel: (06) - 531 988 54 E-mail: info@borgerinkgroendesign.nl w w w . b o r g e ri n k g r o e n d e sig n . nl
Legenda Soort (Latijns) 1 Hedera helix 2 Carpinus betulus 5 Spiraea nipponica 'Snow cover' Pyrus calleryana 'Chanticleer' 6 Tilia cordata 'Greenspire' 7 Sorbus aria 'Magnifica' 8 Houtsingel (meerdere soorten) Amelanchier lamarckii Corylus avellana Crateagus monogyna Prunus padus Viburnum opulus Alnus glutinosa 9 Wadi, ruiggras 10 Bloemenmengsel 11 Ruige grasberm
Soort (Nederlands) Kleinbladige klimop Haagbeuk Spierstruik Sierpeer Walnootboom Meelbes
Krentenboom Hazelaar Eénstijlige meidoorn Gewone vogelkers Gelderse roos Zwarte els Mengsel n.t.b. G1 100% en A6 20% (Cruydthoeck) Mengsel n.t.b.
Keuze Wintergroene, privacy Landelijk, inheems Biodiversiteit, onderhoudsvriendelijk Biodiversiteit Landelijk, inheems Landelijk, inheems Biodiversiteit, bijen/vogels/vlinders, landelijk inheems
Vorm Klimplant Haagplant Bodembedekker Hoogstam Hoogstam Hoogstam
Hoogte 1.8m. 1.20m. 0.5m. 8-12m. 15-20m. 8-12m.
(Kroon)breedte n.v.t. n.v.t. n.v.t. 4-6m. 15m. 4-6m.
Maat 60-80 60-80 C1 18-20 18-20 18-20
Bloeitijd n.v.t. n.v.t. mei-juni april-mei juni-juli mei-juni
Plantwijze 5 per m1 5 per m1 5 per m2 Solitair Solitair Solitair
Eenheid stuks stuks stuks stuks stuks stuks
Bosplantsoen
6m.
10-15m.
80-100
divers
1 per m2
stuks
Aantal 250 680 60 1 1 7
Minder beheerintensief
Hoogstam Berm
10-20m. n.v.t.
6-12m. n.v.t.
18-20 n.v.t.
feb-mrt n.v.t.
Rij n.v.t.
stuks m2
360 180 240 240 180 8 n.t.b. in het werk
Biodiversiteit, minder beheerintensief Minder beheerintensief
Berm Berm
50-80cm n.v.t.
n.v.t. n.v.t.
n.v.t. n.v.t.
n.t.b. n.v.t.
1,5 gram per m2 n.v.t.
m2 m2
n.t.b. in het werk n.t.b. in het werk
Onderbouwing groenplan – Langeveen De Wirnte 2 1.
Hedera helix – kleinbladige klimop
De ruimtelijk oplossing voor erfgrenzen (1,80m) grenzend aan de openbare ruimte zal worden ingericht als een groen scherm van Hedera helix. Dit is een jaarrond groenblijvende klimmer die de privacy van de bewoners waarborgt en tegelijkertijd het aanzicht vanaf de openbare ruimte aangenaam maakt. Hiermee voorkom je het beeld dat iedere kavel zijn eigen schutting plaatst en daarmee een rommelig en onverzorgd beeld geeft. Dit principe is alleen toegepast op locaties waar de erfgrenzen in zicht zijn vanaf de openbare ruimte. De groene erfafscheiding wordt geplaatst door de gemeente en het onderhoud van de gehele erfafscheiding is taak van de bewoner. De klimop haag wordt voorgesteld bij de kavel aan de wadizijde, zodat het aanblik op deze kavel groen zal zijn.
Niet gewenst – o.a. houten (zweeds rabat) schutting - schanskorven:
2.
Carpinus betulus – haagbeuk
De haagbeuk wordt aangeplant op het voorerf tot 1.00 meter achter de voorgevel. In de lente loopt de haagbeuk uit met fris, groen loof. In tegenstelling tot een beukenhaag lopen alle planten tegelijkertijd uit waardoor alle hagen in dezelfde periode frisgroen kleuren. Nadat het blad in de herfst diverse herfstkleuren heeft getoond valt het blad in de winter af. De haagbeuk is geschikt voor elke grondsoort en gedijt goed in een vochtige grond. De hoogte van de landelijke haag is 1.20 meter. De groene erfafscheiding wordt geplaatst door de gemeente en het onderhoud van de gehele haag is taak van de bewoner.
Niet gewenst – o.a. stapelstenen, houten/ijzeren tuinhekken, schanskorven:
3.
Erfafscheiding – vrije keuze
De achterzijde van de woningen – evenwijdig aan de wadi – zijn niet gekeerd richting een openbare weg. De uitvoering van deze erfafscheiding heeft niet direct een link met de beleving van de openbare ruimte. De keuze van invulling en hoogte erfafscheiding wordt bij de eigenaren van de kavels neergelegd.
5.
Spiraea nipponica ‘Snow Cover’ – spierstruik + Pyrus calleryana ‘Chanticleer’ - sierpeer
In het openbare groenvak liggende tussen het trottoir en de weg worden laagblijvende sierstruiken aangeplant. De groeihoogte van de stuiken is circa 0.50m. De Spiraea bloeit bijzonder rijk in schermen met talloze kleine witte Bloemen. De bloeitijd is van mei tot juni, tegelijk of iets na het uitlopen van het blad. Door de lage en brede groeiwijze is het een uitstekende bodembedekker. De Pyrus calleryana ‘Chanticleer’ is eveneens toegepast in de groenvakken op de Monnikenberg. Doordat de bomenrij met de Pyrusboom wordt verlengd naar de nieuwbouwwijk worden de beide wijken met elkaar verbonden. De Pyrus is een piramidaalvormige boom. In de periode april-mei bloeit de boom uitbundig met zuiverwitte bloemen en de boom bereikt een hoogte van circa 12 meter.
6.
Tilia cordata ‘Greenspire’ - winterlinde
Naast de parkeerplaats en de wadi wordt een solitaire boom aangeplant. De winterlinde is een boom met een piramidale kroonvorm. De uiteindelijke boomhoogte zal 15-20 meter bedragen. In juni zorgen de heerlijk zoete geur en het zoemen van de bijen voor een bijzondere gewaarwording onder deze bomen. Een lindeboom is goed voor de biodiversiteit omdat het blad en bloesems een belangrijke voedselbron is voor vele insectensoorten.
7.
Sorbus aria ‘Magnifica’ - meelbes
Langs de Bruinehaarsweg wordt voorgesteld om een aantal bomen in te gaan planten. Hierdoor wordt er een groene verbinding gecreëerd met het buitengebied. Het is een langzaam groeiende boom die een hoogte krijgt van 12 meter. De boom heeft een kegelvormige kroon die grond uitgroeit. In mei verschijnen witte bloemen aan de boom die geuren en verschillende insecten aantrekken.
8.
Houtsingel
Aan de westzijde wordt een houtsingel gerealiseerd. Door deze houtsingel wordt de nieuwbouwwijk aan het zicht onttrokken en hierdoor landschappelijk ingepast. De houtsingel krijgt een breedte van 10 meter. In de houtsingel worden een achttal elzen aangeplant die uit kunnen groeien tot volwassen bomen. Aan de zijde van het agrarische perceel en de nieuwbouw worden langs de rand geen boomvormers aangeplant zodat extreme overgroei wordt voorkomen. Evenwijdig langs de Bruinehaarsweg wordt de houtsingel transparant toegepast zodat de houtsingel opgaat in de bebouwde wijk.
9 & 11. Ruige grasberm Voor de bermen en wadi’s wordt er een ruig grasmengsel voorgesteld. Dit is voor de biodiversiteit gunstiger dan kort gemaaid gazon. Ook is dit een keuze die voor minder onderhoud zorgt.
10.
Bloemenmengsel
Rondom de wadi wordt een bloemenmengsel (type G1 Cruydthoeck) voorgesteld. Dit is goed voor de biodiversiteit en geeft een kleurrijke zoom in de nieuwe wijk. Dit gekozen mengsel heeft een ingetogen karakter en is zeer aantrekkelijk voor bijen, vlinders en vogels. Bij goed beheer vormt het zich tot een middelhoge vegetatie. Type Cruydthoeck A6 (éénjarig mengsel) zorgt voor kleur in het eerste jaar.
Cruydthoeck – Type G1
Cruydthoeck – Type A6
12.
Raster, gekloofde palen
Achterlangs de houtsingel – aan de zijde van het agrarische gras-/akkerland – wordt een afrastering geplaatst bestaande uit gekloofde palen. Gekozen wordt voor palen van kastanje aangezien deze duurzaam zijn. De palen worden geplaatst met een tussenafstand van 4 meter. Aan de palen worden een tweetal prikkeldraden bevestigd.
13.
Dubbelstaafmathekwerk - zwart
Achterlangs de woningen – op de erfgrens tussen de bouwkavels en de houtsingel – wordt een dubbelstaafmathekwerk geplaatst. Dit hekwerk heeft een hoogte van 1.00 meter en heeft een zwarte coating. Het hekwerk bevat geen poorten en/of open panelen, waardoor het in gebruik nemen van de houtsingel niet mogelijk is.
Bijlage 2 Onderzoek verkeersafwikkeling
78
bestemmingsplan De Wirnte 2 Langeveen
Onderzoek Onderzoek verkeersafwikkeling verkeersafwikkeling De Wirnte 2 De Wirnte 2 Langeveen Langeveen Langeveen
Opdrachtgever
Gemeente Tubbergen
Titel rapport
Onderzoek verkeersafwikkeling De Wirnte 2 Langeveen
Kenmerk
009049.20210314.N1.01
Datum publicatie
15 maart 2021
© Copyright Goudappel
Inhoud 1. Ontwikkeling De Wirnte 2
1
1.1
Inleiding en vraagstelling
1
1.2
Functieprogramma
2
2. Verkeersgeneratie
3
2.1
Aanpak
3
2.2
Uitgangspunten
4
2.3
Verkeersgeneratie De Wirnte 2
4
2.4
Verkeersintensiteiten Bruinehaarsweg
5
2.4.1 Toedeling
5
2.4.2 Verkeersintensiteiten
7
3. Verkeersafwikkeling Bruinehaarsweg
8
3.1
Aanpak
8
3.2
Uitgangspunten
8
3.3
Verkeerskundige schouw
9
3.4
Resultaat
10
4. Conclusie
12
Bijlage 1: invoer Wegenscan
13
1. Ontwikkeling De Wirnte 2 1.1
Inleiding en vraagstelling
In de gemeente Tubbergen is de bouw van 16 woningen beoogd welke onder meer worden ontsloten op de Bruinehaarsweg in Langeveen. Ten behoeve van de ontwikkeling, fase 2 van De Wirnte, dient het verkeerskundige effect van de woningbouw op de Bruinehaarsweg onderzocht te worden. De Bruinehaarsweg is relatief smal en is één van de verbindingswegen tussen het noordelijk en zuidelijke deel van Langeveen. De gemeente Tubbergen heeft Goudappel B.V. gevraagd om de verkeersgeneratie van de beoogde woningen inzichtelijk te maken en de kwaliteit van de verkeersafwikkeling via de Bruinehaarseweg te beoordelen. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven. In voorliggende rapportage worden de resultaten van het onderzoek toegelicht.
Figuur 1.1: Plangebied met de Bruinhaarsweg en de Wirnte weergegeven (bron ondergrond: Openstreetmap)
Onderzoek verkeersafwikkeling De Wirnte 2 Langeveen - 15 maart 2021
1
1.2
Functieprogramma
De beoogde woningen in De Wirnte 2 zijn in tabel 1.1 weergegeven. functie
aantal
koop, huis, vrijstaand
2
koop, huis, twee-onder-een-kap
14
Tabel 1.1: Gehanteerd functieprogramma
Onderzoek verkeersafwikkeling De Wirnte 2 Langeveen - 15 maart 2021
2
2. Verkeersgeneratie 2.1
Aanpak
Om te beoordelen in hoeverre de Bruinehaarsweg het extra verkeer van de beoogde woningen kan verwerken, moet de verkeersgeneratie van de beoogde woningen worden berekend. Bewoners en bezoekers van de beoogde woningen genereren een bepaalde hoeveelheid verkeer als gevolg van de verplaatsingen die ze maken. Bewoners gaan naar het werk, doen boodschappen en krijgen familie en vrienden op bezoek. Ook is sprake van bezorgend en/of verzorgend verkeer (vuilnisauto’s, bezorging van boodschappen of anderszins.). Deze verplaatsingen worden (deels) per auto gemaakt. Met behulp van CROW1 kencijfers2 is de verkeersgeneratie van de te realiseren woningen in beeld gebracht. De verkeersgeneratie bestaat uit een optelling van de verkeersproductie (vertrekkend verkeer) en -attractie (aankomend verkeer). Op de Bruinehaarsweg zijn geen verkeersintensiteiten bekend. Het uitvoeren van een verkeerstelling wordt in verband met de COVID-19 pandemie en de bijbehorende maatregelen als niet representatief beschouwd. Voor het verkrijgen van inzicht in de huidige verkeersintensiteiten op de Bruinehaarsweg is, in overeenstemming met de gemeente Tubbergen, eveneens de verkeersgeneratie theoretisch bepaald van de bestaande functies die worden ontsloten door de Bruinehaarsweg. Dit resulteert in een gefundeerde schatting van de verkeersintensiteiten op de Bruinehaarsweg in de huidige situatie.
De verkeersgeneratie van het plan is vervolgens opgeteld bij de huidige verkeersintensiteiten op de Bruinehaarsweg. Hieruit volgt de verwachte verkeersintensiteiten na voltooiing van De Wirnte 2. De verkeersintensiteiten worden gebruikt om met behulp van de Wegenscan 3 te beoordelen of de huidige vormgeving van de weg toereikend is om het verkeer ook in de toekomst veilig te verwerken.
1 2 3
CROW is een landelijke kennisorganisatie op het gebied van infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer en werk en veiligheid. CROW Publicatie 381: Toekomstbestendig parkeren (december 2018). Een tool ontwikkelt door Goudappel, waarmee door middel van verschillende kenmerken van de weg de verkeersveiligheid beoordeeld kan worden. Hierin zijn de principes van Duurzaam Veilig verwerkt.
Onderzoek verkeersafwikkeling De Wirnte 2 Langeveen - 15 maart 2021
3
2.2
Uitgangspunten
Bij het berekenen van de verkeersgeneratie zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: De gemeente Tubbergen kent een stedelijkheidsgraad van niet stedelijk zoals
•
vermeld in het gemeentelijk beleid; De Bruinehaarsweg in Langeveen is gelegen in de rest bebouwde kom,
•
conform gemeentelijk parkeerbeleid; Binnen de gegeven bandbreedte van het CROW is gerekend met het
•
gemiddelde verkeersgeneratiekencijfer, in lijn met het gemeentelijk parkeerbeleid; De gehanteerde verkeersgeneratiekencijfers en omrekenfactoren zijn conform
•
CROW-publicatie 381 ‘toekomstbestendig parkeren’; In tabel 2.1 zijn de verkeersgeneratiekencijfers weergegeven voor de omliggende functies. verkeersgeneratiekencijfer in motorvoertuigbewegingen
functie koop, huis, vrijstaand
8,2 per woning
koop, huis, twee-onder-een-kap
7,8 per woning
koop, huis, tussen/hoek
7,4 per woning
Tabel 2.1: Verkeersgeneratiekencijfers conform CROW-richtlijnen
2.3
Verkeersgeneratie De Wirnte 2
In tabel 2.2 is de verkeersgeneratie in aantal motorvoertuigbewegingen (mvt) weergegeven per weekdagetmaal, werkdagetmaal en tijdens de ochtend- en avondspitsuur van de beoogde woningen.
functie
weekdagetmaal
werkdagetmaal
ochtendspitsuur
avondspitsuur
koop, huis, vrijstaand
16
18
1
2
koop, huis, twee-ondereen-kap
109
121
10
11
totaal
125
139
11
13
Tabel 2.2: Verkeersgeneratie in mvt van de beoogde woningen
Onderzoek verkeersafwikkeling De Wirnte 2 Langeveen - 15 maart 2021
4
Uit tabel 2.2 blijkt dat De Wirnte 2 circa 125 mvt genereert per werkdagetmaal. Dit leidt tot circa 11 mvt in het ochtendspitsuur en 13 ritten in het avondspitsuur.
2.4
Verkeersintensiteiten Bruinehaarsweg
2.4.1
Toedeling
Aangezien vanwege de coronapandemie geen representatieve verkeerstelling uitgevoerd kan worden op de Bruinehaarsweg, is een schatting van het aantal motorvoertuigen op de Bruinehaarsweg gemaakt op basis van de huidige functies en logische routekeuze. In figuren 2.1 en 2.2 zijn de woningen weergegeven die onderdeel zijn van de verkeersgeneratieberekening omlijnd.
Figuur 2.1: Functies waarvan de verkeersgeneratie berekend is (zuidzijde Langeveen)
Onderzoek verkeersafwikkeling De Wirnte 2 Langeveen - 15 maart 2021
5
Figuur 2.2: Functies waarvan de verkeersgeneratie berekend is (noordzijde Langeveen)
De verkeersgeneratie van de woningen is toegedeeld aan de Bruinehaarsweg op basis van de volgende uitgangspunten: •
Gelet op de omvang en de aard van het voorzieningenaanbod in Langeveen zal een deel van het verkeer uitwisselen tussen het noordelijke en zuidelijke deel van Langeveen. Beide delen zijn op fietsafstand van elkaar gelegen. Tussen het noordelijke en zuidelijke deel van Langeveen zijn twee route opties: de Bruinehaarsweg en de Hardenbergerweg. Ten einde een worst case-scenario inzichtelijk te maken is als uitgangspunt genomen dat 100% van deze ritten per auto plaatsvindt en allen via de Bruinehaarsweg. De uitwisseling tussen beide delen wordt geschat op 20% van de verkeersgeneratie van de woningen;
•
Verkeer dat naar de N343 in noordelijke richting reist, zal via de Hardenbergerweg reizen en maakt geen gebruik van de Bruinehaarsweg;
•
Verkeer bij de functies in het noordelijke deel van Langeveen dat richting de N343 in zuidelijke richting reist, maakt, ondanks de verplichte rijrichting, gedeeltelijk gebruik van de Heppenweg of de Molenbergstraat via de Bruinehaarsweg. Wij schatten in dat 25% deze illegale route kiest en 75% via de Hardenbergerweg zal reizen, waarbij het verkeer via de Bruinehaarsweg vermoedelijk overschat wordt;
•
Geen verkeer bij de functies in het zuidelijke deel reist in noordelijke richting via de Bruinehaarsweg naar de N343, om vervolgens in zuidelijke richting te
Onderzoek verkeersafwikkeling De Wirnte 2 Langeveen - 15 maart 2021
6
reizen. Dit verkeer reist via de Bruinehaarseweg of Hardenbergerweg in zuidelijke richting.
2.4.2
Verkeersintensiteiten
Op basis van de eerdergenoemde uitgangspunten is de totale verkeersgeneratie van de functies weergegeven in tabel 2.3. In tabel 2.4 is het aandeel verkeer weergegeven dat gebruik maakt van de Bruinehaarsweg.
functie
aantal
koop, huis, vrijstaand koop, huis, twee-ondereen-kap koop, huis, tussen/hoek totaal
kencijfer
weekdag
werkdag
ochtendspitsuur
avondspitsuur
54
8,2
443
492
39
44
44
7,8
343
381
30
34
29
7,4
215
238
19
21
1.001
1.111
88
100
ochtendspitsuur
avondspitsuur
127
Tabel 2.3: Totale verkeersgeneratie van de functies in de huidige situatie
functie koop, huis, vrijstaand koop, huis, twee-ondereen-kap koop, huis, tussen/hoek totaal
weekdag
werkdag 100
111
9
10
84
94
8
8
43
48
4
4
227
252
22
23
Tabel 2.4: Aandeel verkeersgeneratie via de Bruinehaarsweg
Uit tabel 2.4 blijkt dat de Bruinehaarsweg op een weekdagetmaal circa 230 motorvoertuigen afwikkelt. Op een werkdag ligt dit aantal iets hoger met circa 260 motorvoertuigen per etmaal. Dit leidt tot circa 22 motorvoertuigen in het ochtendspitsuur en circa 23 in het avondspitsuur.
Onderzoek verkeersafwikkeling De Wirnte 2 Langeveen - 15 maart 2021
7
3. Verkeersafwikkeling Bruinehaarsweg 3.1
Aanpak
Het realiseren van nieuwe functies kan van invloed zijn op de verkeersstromen in de omgeving van de ontwikkellocatie. Het extra verkeer als gevolg van de ontwikkeling dient veilig afgewikkeld te kunnen worden op het wegennet. De verkeerskwaliteit van de wegvakken nabij het plangebied is beoordeeld op basis van Duurzaam Veilig. Duurzaam Veilig is een landelijke verkeersveiligheidsvisie gebaseerd op vijf principes4. Met behulp van de Wegenscan is een uitspraak gedaan over de kwaliteit van de verkeersafwikkeling op de Bruinehaarsweg.
3.2
Uitgangspunten
Niet iedere weg is hetzelfde. Binnen de Wegenscan wordt rekening gehouden met specifieke kenmerken van wegvakken. Hoe breed is de rijbaan? Welke functies liggen aan de weg? Zijn er fietsvoorzieningen aanwezig? Dit zijn vragen die aan bod komen in de analyse van de Wegenscan. Samengevat is met behulp van de Wegenscan getoetst op de volgende elementen: •
de functie van de weg;
•
het gebruik van de weg;
•
de vormgeving van het wegprofiel;
•
de kenmerken van de omgeving.
De berekende verkeersintensiteiten in de huidige en toekomstige situatie gelden als input voor de Wegenscan. De kwaliteit van de verkeersafwikkeling is inzichtelijk gemaakt op wegvak Bruinehaarsweg (zie figuur 3.1) ter beoordeling of het verkeer in de toekomstige situatie veilig afgewikkeld kan worden in de huidige vormgeving. De resultaten van de Wegenscan worden in de volgende paragraaf toegelicht.
4
De verkeersveiligheidsvisie Duurzaam Veilig is gebaseerd op vijf principes: (1) de functionaliteit van wegen, (2) de homogeniteit van massa en/of snelheid en richting, (3) de herkenbaarheid en voorspelbaarheid van wegen en gedrag, (4) de fysieke en sociale vergevingsgezindheid en (5) de statusonderkenning door de verkeersdeelnemer.
Onderzoek verkeersafwikkeling De Wirnte 2 Langeveen - 15 maart 2021
8
Figuur 3.1: Beoordeeld wegvak (rode lijn)
3.3
Verkeerskundige schouw
Op dinsdag 9 maart 2021 is een verkeerskundige schouw uitgevoerd rondom de Bruinehaarsweg in Langeveen. Deze schouw leidt onder meer tot de input van de Wegenscan. Hierna zijn de belangrijkste bevindingen volgend uit de schouw beschreven. De Bruinehaarsweg, zie figuur 3.1, is een weg die parallel loopt aan de provinciale weg langs Langeveen. Het wegdek is uitgevoerd in asfalt en heeft een breedte van circa 4,10 meter. Op het gedeelte tussen de Lemensburgweg en de Mandjeswinkel zijn geen fiets-of voetgangersvoorzieningen aanwezig. Tijdens de schouw zijn slechts enkelen passanten waargenomen op de Bruinehaarsweg, die daarmee aanzienlijk rustiger is dan de Hardenbergerweg, zie figuur 3.2. De aansluiting van de Heppenweg op de provinciale weg is dusdanig geconstrueerd dat rechts afslaan niet mogelijk is. Tijdens de schouw is ook niet waargenomen dat iemand de verplichte rijrichting negeerde en toch links of rechtsaf sloeg. Hetzelfde geldt voor de aansluiting ter hoogte van de Molenbergstraat.
Onderzoek verkeersafwikkeling De Wirnte 2 Langeveen - 15 maart 2021
9
De Hardenbergerweg is een gebiedsontsluitingsweg en fungeert als de hoofdverkeersader van Langeveen. De Hardenbergerweg heeft een breder profiel dan de Bruinehaarsweg en heeft aan weerszijden een aanliggende fietssuggestiestrook. Tijdens de schouw is waargenomen dat naar verwachting het overgrote deel van het verkeer, inclusief fietsers, gebruik maakt van de Hardenbergerweg.
Figuur 3.1: Bruinehaarsweg
3.4
Figuur 3.2: Hardenbergerweg
Resultaat Wegenscan
De Bruinehaarsweg is een erftoegangsweg met een maximum snelheid van 30 kilometer per uur. Er zijn geen aparte voorzieningen voor voetgangers en fietsers. De Wegenscan toont dat de maximaal wenselijke verkeersintensiteit op de Bruinehaarsweg circa 600 motorvoertuigen (mvt) per etmaal bedraagt. Het maatgevende criterium hierbij is de kans op bermschade. Dit betekent dat bij een hogere verkeersintensiteit dan 600 mvt de kans op bermschade ontstaat. Opgemerkt moet worden dat dit sterk afhankelijk is van de samenstelling van het verkeer. Vooral het passeren van zwaar verkeer vergroot het risico op bermschade. Wanneer bermschade buiten beschouwing wordt gelaten als criterium, omdat het aandeel zwaar verkeer beperkt is en ook in zeer beperkte mate zal toenemen als gevolg van de ontwikkeling, is de maximaal wenselijke intensiteit 2.500 mvt per etmaal. Het maatgevende criterium hierbij is het ontbreken van een voetgangersvoorziening, aangezien er momenteel sprake is van een gemende rijbaan voor fietsers, auto’s en voetgangers. In bijlage 1 zijn de gehanteerde uitgangspunten weergegeven. In de huidige situatie verwerkt de Bruinehaarsweg circa 260 mvt per werkdagetmaal.
Onderzoek verkeersafwikkeling De Wirnte 2 Langeveen - 15 maart 2021
10
De verkeersgeneratie van de beoogde woningen bedraagt circa 139 motorvoertuigen op een werkdag. De ontwikkellocatie van de Wirnte 2 is gelegen aan de zuidzijde van Langeveen. Door dezelfde uitgangspunten voor de verdeling van het verkeer te hanteren als voor de overige naastgelegen functies, te weten een aandeel van 20% via de Bruinehaarsweg, bedraagt de een toename van de verkeersintensiteiten 28 mvt per werkdagetmaal op de Bruinehaarsweg. In de toekomstige situatie worden dus (260 + 28 =) circa 290 mvt per werkdagetmaal verwacht op de Bruinehaarsweg. Daarmee blijft het aantal motorvoertuigen ruim onder de maximaal wenselijke verkeersintensiteiten van 600 mvt per werkdagetmaal. Geconcludeerd wordt dat het extra verkeer als gevolg van de beoogde woningbouwontwikkeling veilig kan worden afgewikkeld op de Bruinehaarsweg.
Onderzoek verkeersafwikkeling De Wirnte 2 Langeveen - 15 maart 2021
11
4. Conclusie De gemeente Tubbergen heeft Goudappel B.V. gevraagd om een verkeerskundig onderzoek uit te voeren naar de kwaliteit van de verkeersafwikkeling op de Bruinehaarsweg na ontwikkeling van De Wirnte 2. Uit dit onderzoek worden de volgende conclusies getrokken: •
In de huidige situatie wikkelt de Bruinehaarsweg circa 260 motorvoertuigen af per werkdagetmaal;
•
De beoogde woningbouw levert een verkeersgeneratie op van circa 139 motorvoertuigen per werkdagetmaal. Hiervan zullen circa 28 auto’s gebruik maken van de Bruinehaarsweg. De verwachte intensiteiten in de toekomst op de Bruinehaarsweg neemt toe tot circa 290 motorvoertuigen per werkdagetmaal;
•
De maximaal wenselijke verkeersintensiteit op basis van de Wegenscan is 600 motorvoertuigen per etmaal. De verkeersintensiteit van circa 290 motorvoertuigen per etmaal na ontwikkeling van De Wirnte 2 kan verkeersveilig afgewikkeld worden op de Bruinehaarsweg.
Onderzoek verkeersafwikkeling De Wirnte 2 Langeveen - 15 maart 2021
12
Bijlage 1: Invoer Wegenscan
Figuur B1.1: Invoer Wegenscan
Onderzoek verkeersafwikkeling De Wirnte 2 Langeveen - 15 maart 2021
13
Goudappel BV werkt vanuit Amsterdam, Den Haag, Deventer, Eindhoven en Leeuwarden Snipperlingsdijk 4
Postbus 161
+31(0) 570 666 222
BTW
NL 0072 11 879 B01
7417 BJ Deventer
7400 AD Deventer
info@goudappel.nl
KVK
3801 7479
The Netherlands
The Netherlands
www.goudappel.nl IBANDeNL09 INGB 0001 2746 32- 15 maart 2021 Onderzoek verkeersafwikkeling Wirnte 2 Langeveen
14
Bijlage 3
96
Bodemonderzoek
bestemmingsplan De Wirnte 2 Langeveen