CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen.pdf

Raadscommissie 7 december 2021, gemeente TubbergenBij agendapunt: 7: Bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen26.081 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.0183.BUIBPVASSERDIJK67-VG01

Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Geldend bestemmingsplan 1.5 Leeswijzer

7 7 7 7 8 9

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Langeveen 2.2 Huidige situatie plangebied

11 11 11

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Hans Oude Hendriksman Hout en Bouwmaterialen 3.2 Gewenste ontwikkeling 3.3 Landschappelijke inpassing 3.4 Verkeer en parkeren

13 13 13 14 15

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

19 19 21 29

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodem 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Bedrijven en milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie en cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage 5.10 Water

37 37 37 38 39 41 42 43 46 47 48

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opbouw van de regels 6.3 Bestemmingen

51 51 51 52

Hoofdstuk 7

55

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 8 Vooroverleg en inspraak 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen

57 57 57 57

Bijlagen bij de toelichting

59

2

bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

Bijlage 1

Bedrijfsplan

60

Bijlage 2

Ruimtelijk kwaliteitsplan

75

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek

95

Bijlage 4

Quickscan natuurwaardenonderzoek

147

Bijlage 5

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek

178

Bijlage 6

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling

214

Bijlage 7

Besluit vormvrije m.e.r. beoordeling

227

Regels

231

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

233 233 238

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels Agrarisch - 1 Bedrijf Groen Waarde - Archeologie

239 239 241 244 245

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

247 247

Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

248 249 250 251

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

253 253 254

Bijlagen bij de regels

255

Bijlage 1

Staat van Bedrijfsactiviteiten

256

Bijlage 2

Inrichtingsplan

263

bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

3

4

bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

5

6

bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Aan de Vasserdijk 67 in Langeveen bevindt zich het bedrijf Hans Oude Hendriksman Hout en Bouwmaterialen. Dit betreft een houthandel en houtbewerkingsbedrijf. Als gevolg van een toenemende vraag naar de producten die het bedrijf verhandelt/produceert is de eigenaar (in het vervolg initiatiefnemer) voornemens het bedrijfsperceel te vergroten en daarop een nieuw bedrijfspand te realiseren. De gewenste uitbreiding is gesitueerd op de (agrarische) gronden ten oosten van het huidige bedrijfsperceel. Deze gronden zijn bestemd voor agrarische doeleinden en groenvoorzieningen. De gemeente Tubbergen heeft in maart 2016 besloten in principe medewerking te verlenen aan de voorgenomen ontwikkeling. Dit besluit is op basis van het gemeentelijk KGO-beleid genomen. De gewenste ontwikkeling is niet in overeenstemming met de geldende bestemmingsplannen 'Kleine Kernen' en 'Tubbergen Buitengebied 2016', waardoor een bestemmingsplanherziening noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin en toont aan dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening'. Opgemerkt wordt dat het bestaande bedrijfsperceel tevens onderdeel uitmaakt van dit bestemmingsplan. Met dit bestemmingsplan wordt het planologisch kader in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie.

1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied ligt aan de Vasserdijk 67 in het oostelijke gedeelte van de kern Langeveen. Afbeelding 1.1 geeft de ligging van het plangebied ten opzichte van de directe omgeving en ten opzichte van de kern Langeveen weer. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied ten opzichte van Langeveen en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: ArcGIS)

1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0183.BUIBPVASSERDIJK67-VG01); regels (met bijbehorende bijlagen) Op de verbeelding zijn de bestemmingen binnen het plangebied aangegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan, maar maakt geen onderdeel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

7

1.4 Geldend bestemmingsplan 1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen 'Kleine Kernen', (veeg)bestemmingsplan 'kernen gemeente Tubbergen', 'Tubbergen Buitengebied 2016' en 'Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan'. Het bestemmingsplan 'Kleine Kernen' is op 14 maart 2016 door de gemeenteraad van de gemeente Tubbergen vastgesteld. Op 25 mei 2020 is het veegbestemmingsplan 'kernen gemeente Tubbergen' vastgesteld. Het bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016' is op 23 mei 2016 door de gemeenteraad van de gemeente Tubbergen vastgesteld. Op 15 december 2020 is het bestemmingsplan Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan vastgesteld. Op basis van het bestemmingsplan 'Kleine Kernen' is het plangebied bestemd met de enkelbestemmingen 'Bedrijf' en 'Groen' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' met de aanduidingen 'specifieke vorm van waarde - middelhoge archeologische verwachtingswaarde' en 'specifieke vorm van waarde - hoge archeologische waarde'. Op basis van het bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016' is het plangebied bestemd met de enkelbestemming 'Agrarisch - 1' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de geldende bestemmingsplannen weergegeven, waarop het plangebied met de rode contour is aangegeven.

Afbeelding 1.2 Uitsnede verbeelding geldende bestemmingsplannen (Bron: ruimtelijkeplannen.nl) 1.4.2

Beschrijving bestemmingen

Bedrijf Gronden met de bestemming 'Bedrijf' zijn met name bestemd voor bedrijven in de categorieën 1 en 2 die zijn genoemd in de als bijlage bij de regels toegevoegde Staat van Bedrijfsactiviteiten. Daarnaast zijn niet zelfstandige kantoren, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, parkeervoorzieningen, wegen, paden, tuinen, erven en terreinen toegestaan. Bedrijfsgebouwen mogen binnen een bouwvlak worden gebouwd. De bouwhoogte mag ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' bedragen; in dit geval 8 meter. Het bebouwingspercentage mag ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' aangegeven bebouwingspercentage bedragen; in dit geval 70%. Groen

8

bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

Gronden met de bestemming 'Groen' zijn met name bestemd voor groenvoorzieningen. Daarnaast zijn voet- en fietspaden, in- en uitritten, parkeervoorzieningen, kunstwerken, kunstobjecten, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, ten behoeve van afvoer, (tijdelijke)berging en infiltratie van hemelwater, openbare nutsvoorzieningen, evenementen en verkeersvoorzieningen toegestaan. Waarde - Archeologie Gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' met de aanduidingen 'specifieke vorm van waarde middelhoge archeologische verwachtingswaarde' en 'specifieke vorm van waarde - hoge archeologische waarde' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van en onderzoek naar aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden. Agrarisch - 1 Gronden met de bestemming 'Agrarisch - 1' zijn met name bestemd voor het agrarisch gebruik. Daarnaast zijn de gronden ook bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden, doeleinden van agrarisch natuurbeheer en hobbymatig agrarisch gebruik. Waarde - Archeologie 4 Gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van archeologische waarden. 1.4.3

Strijdigheid

Het vergroten van het bedrijfsperceel en het realiseren van een nieuw bedrijfspand op de gronden met de bestemmingen 'Groen' en 'Agrarisch - 1' is, vanwege het ontbreken van de gebruiks- en bouwmogelijkheden, niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk om het voornemen te kunnen realiseren. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kaders om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Opgemerkt wordt dat het bestaande bedrijfsperceel tevens onderdeel uitmaakt van dit bestemmingsplan. Met dit bestemmingsplan wordt het planologisch kader in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie.

1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie in en rondom het plangebied. In hoofdstuk 3 is de beschrijving van het voorgenomen plan opgenomen. Hoofdstuk 4 behandelt het relevante beleid. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de relevante omgevingsaspecten en de wateraspecten. Hoofdstuk 6 gaat in op bestemmingsplansystematiek en licht de bestemmingen toe. In hoofdstuk 7 wordt de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan toegelicht, gevolgd door de maatschappelijke uitvoerbaarheid in hoofdstuk 8.

bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

9

10

bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

2.1 Langeveen Langeveen ligt op de grens van het dekzandgebied naar het jong heide- en veenontginningsgebied. Van oorsprong vormde de Hardenbergerweg een belangrijke doorgaande route vanuit het veengebied naar Twente. De kern is te karakteriseren als een hoogveenrandwegdorp. Veenontginning verliep als volgt: kolonisten namen als ontginningsbasis een natuurlijke waterloop of een rand van een oud ontgonnen gebied. Loodrecht op de ontginningsbasis werden de sloten gegraven, waardoor een kenmerkende slotenverkaveling ontstond. De sloten zorgden voor ontwatering van de strook, zodat het veen droog genoeg werd om in cultuur te brengen. Elke kolonist bouwde een boerderij op de eigen strook en langs de ontginningsbasis. Hierdoor ontstonden langgerekte dorpen. In het midden van de jaren ‘90 is Langeveen sterk uitgebreid met woningen. Het dorp strekt zich tussen twee doorgaande wegen, de Hardenbergerweg en de Langehaarsweg. Na 1950 is de Langehaarsweg verbreed en is de Hardenbergerweg ontlast met het verkeer dat naar en uit Twente komt. Langeveen bestaat ruimtelijk gezien uit twee kerngebieden, een noordelijk en zuidelijk deel, met daartussen een groen (bos)gebied en de sportvelden. De in het dorp aanwezige maatschappelijke voorzieningen bevinden zich met name in het noordelijk deel.

Daarnaast beschikt Langeveen over een bedrijventerrein, welke is gelegen aan de zuidwestzijde van Langeveen ten zuiden van de Vasserdijk.

2.2 Huidige situatie plangebied Het plangebied is gelegen aan de Vasserdijk 67 ten oosten van het bedrijventerrein van Langeveen. De ruimtelijk-functionele structuur van de omgeving van het plangebied is divers. In de directe omgeving liggen enkele agrarische erven en woonpercelen. Ten westen van het plangebied ligt het bedrijventerrein van Langeveen. Direct ten westen en grenzend aan het bedrijventerrein ligt het zuidelijk deel van de kern Langeveen. Voor het overige bestaat de omgeving uit landbouwgronden en enkele kleine bospercelen. Op de luchtfoto in afbeelding 2.1 is de omgeving van het plangebied weergegeven. Het plangebied is indicatief met rood omkaderd.

Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie omgeving (Bron: provincie Overijssel) Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Vasserdijk en aan de westzijde door gronden van het bedrijventerrein van Langeveen. De zuidzijde wordt begrensd door bedrijfsgronden en agrarische cultuurgronden. De oostzijde wordt begrensd door agrarische cultuurgronden. Het gebied waar de ontwikkeling plaatsvindt is momenteel hoofdzakelijk in gebruik als landbouwgrond. Daarnaast bestaat het gebied uit een groenstrook en een watergang. Op de luchtfoto in afbeelding 2.2 is het plangebied weergegeven (met rood omkaderd). In afbeelding 2.3 zijn een aantal foto's van het plangebied opgenomen.

bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

11

Afbeelding 2.2 Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: provincie Overijssel)

Afbeelding 2.3 Beelden huidige situatie plangebied (Bron: Natuurbank Overijssel)

12

bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

In hoofdstuk 2 is ingegaan op de huidige situatie in het plangebied. In dit hoofdstuk wordt op het bedrijf Hans Oude Hendriksman Hout en Bouwmaterialen en de ontwikkeling zelf ingegaan.

3.1 Hans Oude Hendriksman Hout en Bouwmaterialen Hans Oude Hendriksman Hout en Bouwmaterialen is een bedrijf dat in 1988 is opgericht en gestart is aan de Veldboersweg in Langeveen. In de jaren daarna is het bedrijf doorgegroeid naar een regionale houthandel, die zich met name specialiseert in de toelevering naar diverse timmerfabrieken, aannemersbedrijven, zzp-ers en ook particulieren. Hierbij is vooral het bewerken en op maat maken van diverse materialen, hout en plaat, één van de kerntaken van het bedrijf, waardoor het bedrijf zich onderscheidt van andere hout- en bouwmaterialen in de regio. In 1995 heeft het bedrijf grond gekocht aan de Vasserdijk in Langeveen, met het oog op eventuele uitbreiding dan wel nieuwbouw van een bedrijfshal met buiten opslagruimte. Hiervoor diende eerst het bestemmingsplan buitengebied van de gemeente Tubbergen gewijzigd te worden. Gelet op het feit dat deze bestemminswijziging in de jaren hierna nog geen gestalte kreeg, is in 2001 een uitbreiding gerealiseerd bij de loods aan de Veldboersweg. In 2007 is de bestemming van de grond aan de Vasserdijk gewijzigd, waardoor de nieuwbouw - een bedrijfshal met kantoren en een buitenopslag - gerealiseerd kon worden. Vanaf 1 januari 2008 zijn de werkzaamheden in het nieuwe pand van start gegaan.

In de jaren daarna is het bedrijf gegroeid, waardoor in 2010 en 2012 uitbreidingen zijn gerealiseerd en in 2014 elders extra opslagruimte is gehuurd. Na 2014 is de vraag naar hout sterk gestegen en gelet op de diversiteit van de klanten en de vraag naar verschillende soorten producten is het noodzakelijk om meer voorraad te hebben. Om deze voorraad te kunnen opslaan is meer opslagruimte noodzakelijk. Voor een nadere toelichting op het bedrijf wordt verwezen naar het in Bijlage 1 opgenomen bedrijfsplan.

3.2 Gewenste ontwikkeling Zoals reeds beschreven in de aanleiding en in de bovenstaande paragraaf neemt de vraag naar de producten van het bedrijf Hans Oude Hendriksman Hout en Bouwmaterialen (houthandel en houtbewerkingsbedrijf) toe. Om de bedrijfsvoering op deze toenemende vraag te kunnen inrichten is een uitbreiding van de bedrijfsvloeroppervlakte benodigd. Aangezien het bestaande bedrijfsperceel volledig benut is, is initiatiefnemer voornemens het bedrijfsperceel te vergroten. Gewenst is om de uitbreiding te realiseren op de (agrarische) gronden ten oosten van het bestaande bedrijfsperceel, want hierdoor kan de toekomstige bedrijfsvoering efficiënt worden ingericht en kan het bedrijf aan Langeveen gebonden blijven. Het bestaande bedrijfsperceel zal met nieuwe bedrijfsperceelgronden met een oppervlakte van circa 6.150 m2 worden uitgebreid, waarop circa 4.650 m2 aan nieuwe bedrijfsbebouwing wordt gerealiseerd. In de nieuwe bebouwing zal hout worden opgeslagen. De nieuwe bedrijfsbebouwing zal wat betreft goot- en bouwhoogte verschillend met die van de bestaande bedrijfsbebouwing. De bestaande bedrijfsbebouwing heeft een bouwhoogte van 8 meter. De goot- en bouwhoogte van de nieuwe bedrijfsbebouwing zal respectievelijk 6 en 7,5 meter bedragen. Door deze hoogten zal er sprake van zijn van een betere overgang naar het buitengebied.

De nieuwe bebouwing zal uitgevoerd worden in een gedekte kleurstelling van stalen beplating. Deuren, windveren en regenpijpen worden eveneens in een donkere kleurstelling uitgevoerd. Opvallende kleuren moeten voorkomen worden. De daken moeten eveneens uitgevoerd worden in een donker, niet glimmend, materiaal. Om het bestaande bedrijfsperceel en de nieuwe bedrijfsperceelgronden te verbinden wordt een brug over de tussenliggende watergang gerealiseerd. Hierdoor hoeft het personeel geen gebruik te maken van de Vasserdijk om de materialen te verplaatsen. Dit komt de verkeersveiligheid ten goede. Wel wordt het nieuwe bedrijfsperceel door middel van een nieuwe in- en uitrit op de Vasserdijk ontsloten om de vrachtwagens direct bij het goede bedrijfspand te kunnen ontvangen. In de volgende paragraaf is de ruimtelijke ontwikkeling verder beschreven en weergegeven. Ook wordt in de volgende paragraaf ingegaan op de landschappelijke inpassing.

bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

13

3.3 Landschappelijke inpassing Van belang bij het uitbreiden van een bedrijf aan de rand van een kern is dat de uitbreidingslocatie op een adequate wijze wordt ingepast in het landschap. Daarom is voor dit bestemmingsplan een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, waarin landschapsmaatregelen zijn opgenomen om te komen tot een goede landschappelijke inpassing. In dit geval is door 'de Erfontwikkelaar' een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, waarin is uitgegaan van het behoud van de al aanwezige landschappelijke elementen en waarin landschapsmaatregelen zijn opgenomen die passen bij de omgeving. Groenstructuur en inrichting De erven langs de Vasserdijk zijn over het algemeen vrij besloten en al dan niet voorzien van enkele grote bomen op het voorerf en een groene rand rondom het achtererf. De verschillende bospercelen en houtwallen in het landschap maken de omgeving kleinschalig en aantrekkelijk. Vanuit het landschapsontwikkelingsplan is het gewenst om structuren te herstellen en erven te voorzien van een groene rand. Deze groene elementen passen de erven in en maken dat de verhouding groen met gebouwen beter in balans is. Het terrein is reeds voorzien van een groene rand. Deze kan behouden blijven. Het vormt een groen element op het nieuwe terrein. Langs het nieuwe bedrijfsgebouw zal eveneens een rij zomereiken aangeplant worden.

Daarmee wordt het volume verzacht maar niet verstopt. Ook langs de Vasserdijk worden zomereiken geplant ter hoogte van het gehele eigen perceel. Hiermee wordt de kenmerkende wegbeplanting versterkt en het gebouw ook aan deze zijde goed ingepast. Met de realisatie van een extra bedrijfsgebouw is de buitenopslag (veelal hout in wit folie) niet meer zichtbaar. Dat is een kwaliteitswinst. Aan de westzijde wordt een brede houtsingel aangeplant en aan de zuidzijde van het terrein een bestaand bos uitgebreid. Vanuit de gebiedskenmerken van het jonge ontginningslandschap (stevig en robuuste elementen) en ecologisch gezien zal een houtsingel en een klein bosje hier daarom het beste passen. Het sortiment is gekozen volgens de fysisch geografische regio’s en sluit daarmee aan op de bestaande natuurdoeltypen. Vanuit ecologisch oogpunt neemt de natuurwaarde van een bos toe als deze groter wordt. Hoe groter het oppervlakte bos, hoe minder de biotopen (met name centraal in het bos) verstoord worden. De keuze voor de verharding moet in afstemming gemaakt worden met de materialisering van de architectuur. Verharding moet in een gedekte kleurstelling sober toegepast worden. Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten in het buitengebied voorkomen worden. Qua verlichting moet rekening gehouden worden dat het terrein in het zogeheten ‘donkerte’ liggen. Hier kun je de sterren ‘s nachts goed zien.

Lichtvervuiling moet tegengegaan worden. Middels gerichte verlichting met bewegingsensoren en of tijdschakelaars is het niet nodig om de gehele nacht verlichting aan te hebben. Inrichtingsplan In afbeelding 3.1 is een impressie van de gewenste landschappelijke inpassing weergegeven. Het complete ruimtelijk kwaliteitsplan is opgenomen als Bijlage 2 bij deze toelichting. De inrichtingstekening, behorende bij het ruimtelijk kwaliteitsplan, is opgenomen als Bijlage 2 bij de regels van dit bestemmingsplan.

14

bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

Afbeelding 3.1 Landschappelijke inpassing (Bron: De Erfontwikkelaar)

3.4 Verkeer en parkeren 3.4.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte hanteert de gemeente Tubbergen de gemeentelijke 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018'. In deze notitie zijn geen kencijfers opgenomen ten aanzien verkeersgeneratie. Daarom wordt de publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW gebruik om de verkeersgeneratie te bepalen. 3.4.2

Verkeersaspecten

Voor wat betreft verkeersaspecten worden in dit geval de verkeersgeneratie en de afwikkeling van het verkeer op de Vasserdijk en Hardenbergerweg beschouwd. Bij het bepalen van de verkeersgeneratie zijn de uitgangspunten voor wat betreft stedelijkheidsgraad en stedelijke zone van belang. Deze worden toegepast in CROW-publicatie. Voor wat betreft de gemeente Tubbergen wordt uitgegaan van de stedelijkheidsgraad 'niet stedelijk' en de stedelijke zone 'rest bebouwde kom'. Op de nieuwe bedrijfsgronden wordt een gebouw voor het opslaan van hout gerealiseerd. Een dergelijke inrichting is op basis van de CROW-publicatie aan te merken als 'bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)'. Voor 'bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)' geldt een gemiddelde verkeersgeneratie van 4,8 per 100 m2 bvo. In dit geval is uitsluitend de nieuwe bedrijfsbebouwing met een oppervlakte van circa 4.650 m2 van belang. Als de oppervlakte wordt vermenigvuldigd met de kengetallen uit de CROW-publicatie dan brengt het nieuwe bedrijfsperceel 223 verkeersbewegingen per dag met zich mee. In de werkelijkheid zal er echter sprake zijn van een afname van het aantal verkeersbewegingen.

Door het vergroten van het bedrijfsperceel ontstaat er ruimte voor uitbreiding van de bedrijfsbebouwing aan de Vasserdijk en worden de bedrijfsactiviteiten geconcentreerd op één locatie. Na het realiseren van de nieuwe bedrijfsbebouwing worden de huidige gehuurde locaties afgestoten en hoeft er niet meer gependeld te worden tussen de verschillende bedrijfslocaties. De interne verkeersbewegingen van het bedrijf nemen door de ontwikkeling af. Ook het aantal verkeersbewegingen van derden (klanten en houtleveranciers) zal afnemen, want bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

15

er hoeft maar één locatie te worden bezocht. Derden hoeven niet meer naar andere locaties van het bedrijf te rijden. Tot slot wordt opgemerkt dat het aantal werknemers niet zal toenemen. Het verkeer zal zich, net zoals in de huidige situatie, over de Vasserdijk bewegen en voornamelijk via de Hardenbergerweg de Langehaarsweg (N343) bereiken. De Vasserdijk wordt hoofdzakelijk gebruikt door bestemmingsverkeer van de woningen aan de Vasserdijk, Witteweg en Dolleweg en de bedrijven op het bedrijventerrein van Langeveen. Hierdoor is de verkeersintensiteit op de Vasserdijk laag. Deze verkeersintensiteit zal laag blijven, want de verkeersgeneratie neemt door deze ontwikkeling niet toe. Daarnaast ligt er langs de Vasserdijk een vrijliggend fietspad, waardoor het (vracht)verkeer niet kruist met het fietsverkeer. De nieuwe bedrijfsgronden worden via een nieuwe in- en uitrit op de Vasserdijk ontsloten (zie afbeelding 3.1). Deze in- en uitrit zal, vanwege de ligging en de gekozen landschappelijke maatregelen, overzichtelijk zijn. Aangezien de verkeerskundige situatie gelijk blijft, met uitzondering van een extra in- en uitrit, zijn er vanuit verkeerskundig oogpunt dan ook geen belemmeringen. 3.4.3

Parkeren

Zoals in paragraaf 3.1.1 beschreven hanteert de gemeente Tubbergen de gemeentelijke 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018' om de parkeerbehoefte te berekenen. Net zoals in de CROW-publicatie gaat ook de beleidsnotitie uit van zones (centrum en rest bebouwde kom). In dit geval wordt uitgegaan van 'rest bebouwde kom'. De beoogde bedrijfsactiviteiten zijn op basis van de gemeentelijke notitie aan te merken als 'loods, opslag, bergplaats'. Voor 'loods, opslag, bergplaats' geldt een parkeerbehoefte van 1,05 per 100 m2 bvo (excl. vrachtwagens). In dit geval is uitsluitend de nieuwe bedrijfsbebouwing met een oppervlakte van circa 4.650 m2 van belang. Als de oppervlakte wordt vermenigvuldigd met de kengetallen uit de beleidsnotitie dan brengt de ontwikkeling een extra parkeerbehoefte van circa 49 met zich mee. Er is voldoende ruimte beschikbaar om de parkeerbehoefte op te vangen. In de werkelijkheid zal de parkeerbehoefte echter niet toenemen. Het aantal parkerende klanten en personeelsleden zal niet toenemen. De nieuwe bedrijfsbebouwing is uitsluitend bedoelt voor het opslaan van hout. Dit zorgt niet voor een toename van de parkeerbehoefte. Het bestaande aantal parkeerplaatsen blijft intact. Het parkeren vindt plaats aan de westzijde van het bestaande bedrijfsgebouw. Hier zijn voldoende parkeerplaatsen aanwezig om de huidige en de toekomstige parkeerbehoefte op te vangen.

De parkeerplaatsen zijn in de tekening in onderstaande afbeelding weergegeven.

Afbeelding 3.2 Parkeersituatie nieuwe situatie (Bron: Hans Oude Hendriksman Hout en Bouwmaterialen)

In de regels van dit bestemmingsplan is een parkeerregeling opgenomen, waarmee wordt verzekerd dat de benodigde aantal parkeerplaatsen ook daadwerkelijk gerealiseerd worden. 16

bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

17

18

bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

Hoofdstuk 4

Beleidskader

4.1 Rijksbeleid 4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen.

Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

19

mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'.

In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. 4.1.2

Toetsing aan het rijksbeleid

De Nationale Omgevingsvisie laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de Omgevingsvisie. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Vanwege de bouwmogelijkheden die dit bestemmingsplan biedt, wordt deze ontwikkeling gezien als een ‘stedelijke ontwikkeling’. Bij de ladder gaat het primair om het aantonen van de behoefte, hieronder wordt daarop ingegaan. Beschrijf de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling Hans Oude Hendriksman Hout en Bouwmaterialen is al een decennium gevestigd op de locatie aan de Vasserdijk 67. Het bedrijf was daarvoor gevestigd aan de Veldboersweg in Langeveen. Het betreft dan ook een lokaal geworteld bedrijf. Het bedrijf onderscheidt zich van andere hout- en bouwmaterialen handelaren door de volgende zaken/kernwaarden: service, oplossingsgerichtheid, korte lijnen, voorraadhoudend, het kunnen bewerken van nagenoeg alle houtsoorten- en materialen en de concurrerende prijzen. Door deze mix van kernwaarden heeft het bedrijf al jaren een vaste en betrouwbare klantenkring en neemt het aantal en de diversiteit aan klanten toe.

Wat initiatief met de uitbreiding wil bereiken, is dat men straks voldoende productiecapaciteit en voorraadruimte heeft om de concurrentiepositie te behouden om klanten goed te kunnen bedienen. In het kader van efficiëntie wil men alles "onder één dak" hebben, waardoor men minder tijd hoeft te besteden aan het ophalen en wegbrengen van het hout op een andere locatie. De uitbreidingsloctie met een oppervlakte van circa 6.150 m2 met daarop circa 4.650 m2 aan nieuwe bedrijfsbebouwing voorziet hierin. Zodra de nieuwbouw gerealiseerd is, wordt het huurpand (ca. 2.000 m2) opgezegd, immers deze ruimte is dan niet meer noodzakelijk. Voor een verdere toelichting op het bedrijf wordt verwezen naar het bedrijfsplan Bijlage 1 bij deze toelichting. Binnen of buiten bestaand stedelijk gebied Als een ontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied dan wordt voldaan aan de Ladder. Bestaand stedelijk gebied wordt in de Bro gedefinieerd als: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. De locatie van de nieuwe bedrijfsperceelgronden is gedeeltelijk gelegen binnen bestaand stedelijk gebied, maar ook buiten bestaand stedelijk gebied.

De gekozen locatie sluit direct aan op het bestaande bedrijfsperceel van Hans Oude Hendriksman Hout en Bouwmaterialen en dus ook op het bedrijventerrein van Langeveen. De gekozen locatie is bedrijfseconomisch en planologisch het meest voor de hand liggend. In de directe omgeving (bedrijventerreinen van Langeveen, Geesteren, Tubbergen en Albergen) van het huidige bedrijf in Langeveen is 20

bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

geen bedrijvenlocatie voor handen die van voldoende omvang is en op zodanig korte afstand ligt dat een efficiënte bedrijfsvoering kan worden bereikt. Op de huidige locatie is in 2007/2008 de nieuwbouw van een bedrijfshal gerealiseerd. Verplaatsing zou daarnaast gelet op de reeds bestaande bebouwing onevenredig hoge kosten met zich meebrengen en kapitaalvernietiging. Nu men min of meer uit haar jasje is gegroeid ligt het dan ook voor de hand de uitbreiding in de directe omgeving van het bestaande bedrijf te realiseren. De mogelijkheid doet zich nu voor om de benodigde grond te verwerven. Ook sociaal gezien is het van belang dat men in Langeveen gevestigd is en dat dit het geval blijft. Het merendeel van de werknemers komt uit Langeveen dan wel uit de directe omgeving van Langeveen. Ook sponsort het bedrijf het lokale verenigingsleven. Gelet op het voorgaande is verplaatsing van de onderneming of de realisering van de nieuwbouw op een andere locatie geen optie. Het uitbreiden van het bestaande bedrijfsperceel op de beoogde locatie betreft de enige realistische mogelijkheid voor het bedrijf. Conclusie Gezien vorenstaande kan worden gesteld dat er sprake is van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, indachtig het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking, waarbij wordt gestreefd naar een optimale benutting van de ruimte in stedelijk gebied.

4.2 Provinciaal beleid In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld zoals vervat in de Omgevingsvisie Overijssel en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving

Met het vaststellen van de Omgevingsvisie is tevens de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) geïntroduceerd als nieuw kwaliteitsinstrument. In de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening is ervan uitgegaan dat de uitwerking van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving een eenduidige bundeling bevat van diverse bestaande regelingen als ‘Rood-voor-Rood’, ‘Rood-voor-Groen’, Vrijkomende Agrarische Bedrijven (VAB-beleid), landgoederen, etc. Die kunnen daar overigens wel herkenbaar in blijven. Daarnaast zijn overige ontwikkelingen opgenomen in het KGO. Twee principes uit de Omgevingsvisie Overijssel vormen het vertrekpunt: 1. elke ontwikkeling dient bij te dragen aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit; 2. de ontwikkelingsruimte die men krijgt dient in evenwicht te zijn met investeringen (prestaties) in de ruimtelijke kwaliteit. 4.2.4

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of - generieke beleidskeuzes; 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe - gebiedskenmerken. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

21

natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

Afbeelding 4.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidkeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties - en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten - te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening.

22

bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

4.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de - voor dat ontwikkelingsperspectief - geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap.

De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.5

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.5.1 Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn de artikelen 2.1.2 (Principe van concentratie), 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), 2.1.6 lid 1 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) en artikel 2.3.2 (Realisatie nieuw bedrijventerrein) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.2

Principe van concentratie

lid 1: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Hans Oude Hendriksman Hout en Bouwmaterialen betreft een lokaal geworteld bedrijf die al meer dan een decennium is gevestigd op de locatie aan de Vasserdijk 67. Vanwege de toename van de diversiteit aan klanten en de toename van verschillende soorten producten is er behoefte aan meer bedrijfsruimte. Met dit bestemmingsplan wordt het mogelijk gemaakt om deze bedrijfsruimte te kunnen realiseren. Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.1.3

Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik

lid 1: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt:

bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

23

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip 'groene omgeving' nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro; Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel De locatie van de nieuwe bedrijfsperceelgronden ligt deels binnen bestaand bebouwd gebied en deels binnen de Groene Omgeving. Het extra ruimtebeslag is echter goed te verantwoorden, vanwege het feit dat de locatie direct aansluit op het bestaande bedrijfsperceel. Daarmee is de gekozen locatie het meest logisch. Voor een nadere onderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 4.1.2.

Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening Overijssel.

Artikel 2.1.5

Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5)

1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Artikel 2.1.6

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (lid 1)

Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikelen 2.1.5 en 2.1.6 lid 1 van de Omgevingsverordening Overijssel De voorgenomen ontwikkelingen vinden plaats in het kader van KGO (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving). Kort gezegd houdt KGO in dat in het buitengebied grootschalige uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen mogelijk zijn, mits die gelijk opgaan met verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit. Ontwikkelingsruimte en kwaliteitsprestaties moeten in evenwicht zijn. De provincie Overijssel biedt gemeenten de gelegenheid om een eigen beleidsinvulling te gegeven aan het KGO-beleid. De gemeente Tubbergen heeft hier gebruik van gemaakt en de beleidsnota 'Gemeentelijk beleidskader Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO)' vastgesteld.

In voorliggend geval is een KGO-plan opgesteld waarin het hiervoor genoemde evenwicht is aangetoond en die in overeenstemming is met het KGO-beleid van de gemeente Tubbergen. Onderdeel van dit KGO-plan betreft een ruimtelijk kwaliteitsplan die als Bijlage 2 bij de toelichting van dit bestemmingsplan is opgenomen. Geconcludeerd wordt dat er een goede balans is gevonden in de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit en de nieuw geboden ontwikkelingsruimte en dat voldaan wordt aan de wens van de provincie Overijssel met betrekking tot de impuls aan de groene omgeving. Artikel 2.3.2

Realisatie nieuw bedrijventerrein

1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuw bedrijventerrein als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek bedrijventerreinen. 24

bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen, zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek bedrijventerreinen, voorzien. 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor afspraken bedrijventerreinen van toepassing zijn, mag in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de afspraken bedrijventerreinen. 4. De behoefte aan nieuw bedrijventerrein zoals bedoeld in lid 1 wordt geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende afspraken bedrijventerrein zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. 5. Wanneer de realisatie van nieuw bedrijventerrein niet past binnen geldende afspraken bedrijventerreinen of wanneer er voor de gemeente geen afspraken bedrijventerreinen gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek bedrijventerreinen waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. 6. In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden.

In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip 'nieuw bedrijventerrein' nader gedefinieerd als: een locatie voor bedrijvigheid en bij die bedrijven behorende kantoorruimte, waarvoor nog geen omgevingsvergunning is afgegeven. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.3.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Met de provincie Overijssel zijn specifieke afspraken gemaakt omtrent de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen. Deze zijn vastgelegd in het document ‘Afspraken Regionale Bedrijventerreinen Programmering Twente 2017-2020’. Binnen de afspraken is er nog ruimte om nieuwe bedrijventerreinen te realiseren. Hierdoor is het mogelijk om de voorgenomen ontwikkeling, die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, te realiseren. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met artikel 2.3.2 van de Omgevingsverordening. 4.2.5.2 Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang. In de Groene Omgeving gaat het vooral om: behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie.

In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap; wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief 'wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen.

bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

25

Afbeelding 4.2 Uitsnede Ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief 'wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Het verbinden van de ontwikkelingsmogelijkheden van economische en maatschappelijke functies met het behoud en de versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke elementen draagt bij aan het behoud van de specifieke kwaliteiten van het kleinschalige mixlandschap in Overijssel.

Toetsing van het initiatief aan de 'Ontwikkelingsperspectieven' De functionele structuur van de omgeving rondom het plangebied is divers, zoals ook beoogd in dit gebied. Met voorliggende ontwikkeling vindt hier geen verandering in plaats. Op basis van dit bestemmingsplan kan een bestaand lokaal geworteld bedrijf uitbreiden. Door de uitbreiding krijgt het bedrijf de mogelijkheid om de bedrijfsvoering in te richten op de toenemende vraag naar de producten die het bedrijf produceert en verhandelt. Hierdoor krijgt het bedrijf een duurzaam toekomstperspectief en wordt de sociale en economische vitaliteit in Langeveen behouden. Daarnaast is het plan op basis van milieu- en omgevingsaspecten toelaatbaar op de betreffende locatie. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar hoofdstuk 5. Tot slot wordt opgemerkt dat de ontwikkeling landschappelijk wordt ingepast. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling passend is binnen de structuur van de omgeving. 4.2.5.3 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, want voor het plangebied en de aangrenzende gronden gelden geen specifieke eigenschappen.

1.

De 'Natuurlijke laag'

Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in 26

bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de ‘Natuurlijke laag’ aangeduid met het gebiedstype 'Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)'. In afbeelding 4.3 is dat weergegeven.

Afbeelding 4.3 Uitsnede Natuurlijke laag (Bron: provincie Overijssel) 'Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)' Op waterhuishoudkundig geïsoleerde plekken (waar het regenwater wordt vastgehouden) ontwikkelde zich in het zandgebied op kleine en grote schaal hoogveen; onder invloed van regenwater ontstonden veenmoerassen. Deze groeiden als een dikke spons van veenmossen steeds verder omhoog, los van het grondwater. De extreme zure en voedselarme omstandigheden leidden tot natte, slecht toegankelijke moerasgebieden, waar vrijwel geen boom kon groeien. De hoogveenrestanten worden gekenmerkt door een hoge waterkwaliteit, een hoge waterstand en een hoge natuurkwaliteit. Lokaal is sprake van “levend hoogveen” (veenaangroei). De ambitie is de hoogveenrestanten in stand te houden en op een aantal plekken het hoogveen opnieuw tot groei te brengen. Het open natte karakter is hierbij een belangrijke kwaliteit. De inzet is op de randen tussen de hoogveenrestanten en de hoogveenontginningsgebieden landschappelijk leesbaar te maken als ontgonnen deel van het oorspronkelijk veenlandschap. Zo ontstaat een samenhangend en leesbaar landschap in de hoogveengebieden en een overgang naar heide en schaalgraslanden eromheen.

Als ontwikkelingen plaats vinden in de nabijheid van hoogveenrestanten, dan dragen deze bij aan verbetering van de hydrologie om verdroging van het veenpakket tegen te gaan en, waar mogelijk, aan toename van natuurkwaliteit en het areaal levend hoogveen. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting.

Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' Ter plaatse van het plangebied is niet of nauwelijks nog iets waarneembaar van de oorspronkelijke gebiedskenmerken van de ‘Natuurlijke laag’. Dit komt doordat er veenontginningen hebben plaatsgevonden en de ontwikkeling van de landbouw prioriteit heeft gehad. Uit het archeologisch onderzoek dat als Bijlage 5 bij deze toelichting is gevoegd blijkt dat het plangebied al vanaf begin 20e eeuw veenvrij is. Het open natte karakter wat hoogveenrestanten typeert is in het plangebied en in de omgeving van het plangebied niet aanwezig. Het dichtstbijzijnde hoogveenrestant in de Engbertsdijkvenen ligt op ruime afstand. De gebiedskenmerken van het plangebied sluiten meer aan op de gebiedskenmerken van de zandgronden die ten westen liggen. Op deze gronden is er sprake van lokale inzijging en zomereieken worden beschouwd als onderdeel van het natuurlijke bostype. Bij de zandgronden is het uitgangspunt om de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. In het inrichtingsplan wordt aangesloten op de (strekkings)richting van het landschap en worden er verscheidene zomereiken geplant. Geconcludeerd wordt dan ook dat het plan in overeenstemming is met de gebiedskenmerken van de 'Natuurlijke laag'.

bestemmingsplan Buitengebied, Vasserdijk 67 Langeveen

27

2.

De 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'

In de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ aangeduid met het gebiedstype 'Hoogveenontginningen'. In afbeelding 4.4 is dat weergegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/666/documents/14638