CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosteriksweg 20 RvR.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 6 juli 2021, gemeente TubbergenBij agendapunt: 8: Bestemmingsplan Buitengebied, Ikinkstraat 5 - Oosteriksweg 20 RvR23.946 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum Oosteriksweg 20 RvR

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.0183.BUIBPIKSTR5OOSWG20VG01

Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum Oosteriksweg 20 RvR

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

7 7 7 10 11 11

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

13 13 14

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid

17 17 18 22

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Geur 4.4 Bodem

29 29 30 31 32

4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

33 34 35 37 38 39 40

Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels

41 41 41

Hoofdstuk 6

45

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen

47 47 47

Bijlagen bij de toelichting

49

Bijlage 1

Ruimtelijk kwaliteitsplan Ikinkstraat 5 Reutum

50

Bijlage 2

Erfinrichtingsschets Oosteriksweg 20 Mander

75

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek Ikinkstraat 5

77

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek Oosteriksweg 20

125

2

bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosteriksweg 20 RvR

Bijlage 5

Watertoets

156

Bijlage 6

Quickscan natuurwaardenonderzoek

159

Regels

203

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

205 205 214

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Agrarisch - 2 Wonen Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Waarde - Essen

215 215 227 232 234 236

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

239 239 240 241 242 244 245 246

Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

247 247 248

Bijlagen bij de regels

249

Bijlage 1

Ondergeschikte tweede tak of een deeltijdfunctie

250

Bijlage 2

Erfinrichtingsschets Ikinkstraat 5 Reutum

254

Bijlage 3

Erfinrichtingsschets Oosteriksweg 20 Mander

256

bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosterikswe g 20 RvR

3

4

bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosteriksweg 20 RvR

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosterikswe g 20 RvR

5

6

bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosteriksweg 20 RvR

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Aan de Ikinkstraat 5 in het buitengebied van Reutum bevindt zich een voormalig agrarisch erf. Het plangebied grenst aan de bebouwde kom van Reutum en is al enige tijd in gebruik voor woondoeleinden en heeft ook een woonbestemming. Initiatiefnemer is voornemens om op deze locatie, middels het rood voor rood beleid, een compensatiewoning toe te voegen op het erf. In ruil voor de compensatiewoning zal er ten minste 1.000 m² aan landschapontsierende bebouwing gesloopt worden. Aan de Ikinkstraat 5 wordt een schuur van 26 m² gesloopt. Om te voldoen aan de sloopeis wordt aan de Oosteriksweg 20 in Mander 1.148 m² gesloopt. Hiervan wordt 974 m² ingezet voor het verkrijgen van de compensatiewoning aan de Ikinkstraat 5 in Reutum. Gelijktijdig aan de bestemmingsplanwijzging aan de Ikinkstraat 5 in Reutum, zal ook een locatie ontwikkeld worden in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Het voornemen is om aan de Brandlichterweg 61 in Denekamp een compensatiewoning mogelijk te maken. Conform het rood voor rood beleid van de gemeente Dinkelland moet ten minste 850 m² aan landschapontsierende bebouwing gesloopt worden. De sloopmeters voor de compensatiewoning aan de Brandlichterweg 61 komen van drie locaties. Op het erf aan de Brandlichterweg 61 wordt een schuur van 45 m² gesloopt en aan de Brandlichterweg 65 wordt 640 m² gesloopt.

De resterende sloopmeters komen van het erf aan de Oosteriksweg 20 in Mander (gemeente Tubbergen). Zoals aangegeven wordt aan de Oosteriksweg 20 1.148 m² gesloopt, hiervan wordt 974 m² ingezet voor de woning aan de Ikinkstraat 5 in Reutum. De overige 174 m² wordt ingezet voor de compensatiewoning aan de Brandlichterweg 61 in Denekamp. Daarmee wordt voldaan aan de sloopeis van tenminste 850 m² aan landschapontsierende bebouwing. Resumerend wordt in totaal 1.859 m² aan landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied van Tubbergen-Dinkelland gesloopt. Hiervoor worden twee compensatiewoningen verkregen, waarvan één aan de Ikinkstraat 5 in Reutum en één aan de Brandlichterweg 61 in Denekamp. Voor beide ontwikkelingen wordt een separate bestemmingsplanprocedure doorlopen. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om de compensatiewoning aan de Ikinkstraat 5 in Reutum mogelijk te maken.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied bestaat uit een tweetal locaties binnen de gemeente Tubbergen. Het betreft de Ikinkstraat 5 in Reutum en de Oosteriksweg 20 in Mander. Ikinkstraat 5 Reutum Het plangebied bestaat uit een woonerf aan de Ikinkstraat 5 in Reutum. Het plangebied ligt in het buitengebied van Reutum, op korte afstand van de bebouwde kom. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie Q, perceelnummer 1788 en 679. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van Reutum weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosterikswe g 20 RvR

7

Figuur 1.1: Ligging plangebied Ikinkstraat 5, Reutum (bron: PDOK, bewerking Ad Fontem) Oosteriksweg 20, Mander Het plangebied bestaat uit een agrarisch erf aan de Oosteriksweg 20 in Mander. Het plangebied ligt in het buurtschap Mander, ten noorden van Vasse. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie C, perceelnummer 2170, 683 en 2785. In figuur 1.2 is de ligging van het plangebied ten opzichte van Mander en Vasse weergegeven.

Figuur 1.2: Ligging plangebied Oosteriksweg 20, Mander (bron: PDOK, bewerking Ad Fontem) Begrenzing Ikinkstraat 5 Reutum De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.3 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een luchtfoto 8

bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosteriksweg 20 RvR

weergegeven waarop de begrenzing van het plangebied aan de Ikinkstraat 5 in Reutum te zien is. Op de verbeelding van het bestemmingplan is de exacte begrenzing van het plangebied aangegeven.

Figuur 1.3: begrenzing plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Oosteriksweg 20 Mander De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.4 weergegeven (rood omkaderd). In dit figuur is een luchtfoto weergegeven waarop het plangebied aan de Oosteriksweg 20 in Mander te zien is. Op de verbeelding van het bestemmingplan is de exacte begrenzing van het plangebied aangegeven.

bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosterikswe g 20 RvR

9

Figuur 1.4: begrenzing plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor het beide plangebieden geldt het bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016'. Het bestemmingplan 'Tubbergen Buitengebied 2016' is door de gemeenteraad van Tubbergen op 23 mei 2016 vastgesteld. Onderstaand zijn uitsneden van de verbeelding voor de locaties weergegeven en is een nadere toelichting verschaft. Ikinkstraat 5 Reutum In het bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016' van de gemeente Tubbergen is aan deze locatie de enkelbestemming 'Wonen' en 'Agrarisch -1' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde Essen' toegekend. Ook zijn twee gebiedsaanduidingen van toepassing, te weten: 'overige zone - geen boom - en sierteelt toegestaan' en 'vrijwaringszone - radarverstoringsgebied'. In figuur 1.5 is een uitsnede uit de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen.

Figuur 10

bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosteriksweg 20 RvR

1.5: Uitsnede bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016' (bron: ruimtelijkeplannen) De gronden met de bestemming 'Wonen' zijn in eerste instantie bestemd voor woonhuizen en bijbehorende bouwwerken. De gronden met de bestemming 'Agrarisch-1' zijn in eerste instantie bestemd voor het agrarisch gebruik. Het geldende bestemmingsplan biedt daarmee geen mogelijkheden om de compensatiewoning middels het Rood voor Rood beleid mogelijk te maken. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk. Oosteriksweg 20 Mander In het bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016' van de gemeente Tubbergen is aan deze locatie de enkelbestemming 'Agrarisch -2' met bouwvlak en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde - Archeologie 4' toegekend. Op het bouwvlak ligt tevens de functieaanduiding 'intensieve veehouderij' en de maatvoering 'maximum oppervlakte: 1737 m2'. Op het plangebied zijn tot slot drie gebiedsaanduidingen van toepassing, te weten: 'milieuzone - intrekgebied', 'overige zone -geen boom- en sierteelt toegestaan' en 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied'. In figuur 1.6 is een fragment uit de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen.

Figuur 1.6: Uitsnede bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016' (bron: ruimtelijkeplannen) De gronden met de bestemming 'Agrarisch -2' zijn in eerste instantie bestemd voor het uitoefenen van een agrarisch bedrijf. Het geldende bestemmingsplan biedt daarmee geen mogelijkheden om de voorliggende ontwikkeling mogelijk te maken. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk.

1.4 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosteriksweg 20 RvR' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.0183.BUIBPIKSTR5OOSWG20-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.5 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosterikswe g 20 RvR

11

12

bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosteriksweg 20 RvR

Hoofdstuk 2

Het plan

2.1 Huidige situatie Ikinkstraat 5 Reutum Aan de Ikinkstraat 5 in Reutum is een woonperceel aanwezig met één woning en meerdere bijgebouwen. Het betreft onder andere een garage behorende bij het woonhuis van ca. 110 m², een grotere opslagschuur van 300 m² en een klein schuurtje van 26 m². Het perceel wordt ontsloten via de Ikinkstraat en vervolgens via de Kerkstraat. Het perceel is verder geheel omgeven door agrarische gronden. In afbeelding 2.1. is een weergave van het huidige perceel weergegeven.

Figuur 2.1: huidige situatie Ikinkstraat 5 Reutum (bron: Cyclomedia) Oosteriksweg 20 Mander Aan de Oosteriksweg 20 in Mander is een agrarisch erf aanwezig met een woonhuis en meerdere agrarische bedrijfsgebouwen. Het betreft een agrarisch bedrijf met intensieve en extensieve tak. Het perceel wordt ontsloten via Oosteriksweg en vervolgens via de Hooidijk. Het perceel wordt omgeven door agrarische bedrijvenen gronden en woonbestemmingen.

bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosterikswe g 20 RvR

13

Figuur 2.2: huidige situatie Oosteriksweg 20 Mander (bron: Cyclomedia)

2.2 Toekomstige situatie Ikinkstraat 5 Reutum De initiatiefnemer is voornemens om één extra woning (met bijgebouw) op het perceel te realiseren. Hiervoor zal op de locatie aan de Ikinkstraat een schuur (kippenren) van 26 m² worden gesloopt. De overige sloopmeters worden van de overige slooplocaties gehaald binnen de gemeente Tubbergen. De beoogde compensatiewoning wordt deels op het naastgelegen perceel gerealiseerd. De locatie van de compensatiewoning ligt achter de reeds bestaande karakteristieke bebouwing. Het bijgebouw zal enkele meters van de bestaande bebouwing worden gerealiseerd, om het karakter van één compact erf te benadrukken. Voor de inrit zal de bestaande inrit van de Ikinkstraat gebruikt worden, die vervolgens zal afbuigen naar het oosten. In het verleden liep de hoofdweg ook via deze route. Verder zal de kwaliteit van de omgeving versterkt worden door het toevoegen van meer groen op en rondom het perceel. In de Bijlage 1 een inrichtingsschets met de gedetailleerde uitwerking van het plan.

Figuur 14

bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosteriksweg 20 RvR

2.3: Toekomstige situatie Ikinkstraat 5 Reutum (bron: N+L Landschap) Oosteriksweg 20 Mander Op het erf aan de Oosteriksweg 20 worden meerdere landschapsontsierende schuren gesaneerd. Het gaat in totaal om 1148 m² aan agrarische bedrijfsbebouwing. De sloopmeters worden, gezamenlijk met de sloopmeters van de andere slooplocaties, gebruikt om twee compensatiewoningen mogelijk te maken op twee verschillende locaties (Ikinkstraat 5 te Reutum en Brandlichterweg 61 te Denekamp). Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de rood voor rood regeling van de gemeente Tubbergen-Dinkelland. Op de locatie aan de Oosteriksweg 20 wordt, naast de sloop voor een compensatiewoning, een nieuwe schuur teruggebouwd (vervangende nieuwbouw) ten behoeve van de extensieve tak (het houden van rundvee). De intensieve varkens- en kippentak zal afgestoten worden. Vanuit ruimtelijke overwegingen is het noodzakelijk om de schuur terug te bouwen om het erf te complementeren. Het toekomstige (woon)erf zal landschappelijk worden ingepast. De overgebleven bebouwingsoppervlakte van circa 1.165 m² zal worden vastgelegd. Afbeelding 2.3 geeft een weergave van de toekomstige situatie, voor een gedetailleerde uitwerking hiervan wordt verwezen naar Bijlage 2.

Figuur 2.3: Toekomstige situatie (bron: N+L Landschap)

bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosterikswe g 20 RvR

15

16

bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosteriksweg 20 RvR

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1 Rijksbeleid 3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.

De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma's zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS (inmiddels NNN), inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet. Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit deze Structuurvisie heeft het Rijk op basis van de Wet ruimtelijke ordening, twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van elkaar in aard (beleidsmatig versus procesmatig): Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk beleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij verschillende overheden. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan heeft geen raakvlakken met de nationale belangen zoals deze benoemd zijn in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Derhalve wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosterikswe g 20 RvR

17

De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling. Onderhavig plan Uit jurisprudentie is inmiddels gebleken dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is voor zeer kleinschalige ontwikkelingen. Uit de uitspraken ECLI:NL:RVS:2014:4720 & ECLI:NL:RVS:2015:2921 blijkt namelijk dat de ontwikkeling van respectievelijk acht en elf woningen niet wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid Bro. In dit geval is er sprake van een relatief kleinschalige ontwikkeling waarbij de compensatiewoningen worden gerealiseerd in het buitengebied of aan de rand van het dorp, er is daarom geen sprake van een stedelijke ontwikkeling.

Mede gelet op het toevoegen van het geringe aantal van in totaal twee woningen (waarvan één in de gemeente Tubbergen) én de vermindering van de bebouwde oppervlakte, is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Op grond van de Nota van toelichting behorend bij het besluit tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening kan geconcludeerd worden dat de rood voor rood woningen niet gezien worden als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder van duurzame verstedelijking. De ladder van duurzame ontwikkeling is daarom niet van toepassing op het voorliggende plan. De ruimtelijke aanvaardbaarheid van de ontwikkeling wordt bovendien in deze toelichting aangetoond.

3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

Op 13 november 2019 is door de Provinciale Staten van Overijssel de Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2018/2019 vastgesteld. De aanpassingen van de Omgevingsvisie die met de Actualisatie 2018/2019 zijn doorgevoerd zijn op 1 december 2019 in werking getreden. Met de Actualisatie 2018/2019 is de Omgevingsvisie weer bij de tijd gebracht. De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Actualisatie Omgevingsverordening Overijssel 2018/2019 van de provincie Overijssel. De Provinciale Staten van Overijssel hebben de Actualisatie Omgevingsverordening Overijssel 2018/2019 op 13 november 2019 vastgesteld en is op 1 december 2019 in werking getreden. Met de vaststelling van de Actualisatie 2018/2019 is de Omgevingsverordening weer bij de tijd gebracht. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

18

bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosteriksweg 20 RvR

3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2018/2019 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.

De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosterikswe g 20 RvR

19

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Hieronder wordt het plan aan de relevante artikelen uit de Omgevingsverordening Overijssel getoetst. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (lid 1) Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: Middels dit bestemmingsplan wordt de realisatie van een nieuwe woning op het perceel aan de Ikinkstraat 5 mogelijk gemaakt. De woning met bijgebouw is voorzien aan de achterzijde van de reeds bestaande bebouwing. Dit om het karakter van één compact erf te benadrukken.

Ter compensatie wordt op meerdere locaties in de gemeente Tubbergen-Dinkelland landschap ontsierende gebouwen gesloopt, waarmee het plan een positieve bijdrage levert aan de algemene beginselen van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Het plan is in overeenstemming met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit (lid 1) In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan: Met voorliggende ontwikkeling wordt een woonrecht mogelijk gemaakt op een bestaand woonerf. Ter 20

bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosteriksweg 20 RvR

compensatie wordt er op meerdere locaties binnen de gemeenten Tubbergen-Dinkelland landschapontsierende bebouwing gesloopt. De sloop van de landschapsontsierende bebouwing levert een bijdrage aan de ontstening van het buitengebied. Daarnaast worden zowel de slooplocaties als de locatie aan de Ikinkstraat 5 landschappelijk ingepast waardoor geconcludeerd kan worden dat het plan een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omlijnd (bron: provincie Overijssel) Zowel het plangebied aan de Ikinkstraat in Reutum als de locatie Oosteriksweg 20 in Mander zijn gelegen in in het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en Werken in het kleinschalige mixlandschap'. In het ontwikkelingsperspectief voor 'mixlandschap' wordt ruimte geboden aan een mix/verweving van verschillende functies. De plannen van initiatiefnemers doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor omliggende functies in de omgeving. Binnen dit perspectief is ruimte voor landbouw, landschapsontwikkeling, natuur, cultuurhistorie, vrijetijd, wonen en overige bedrijvigheid. Het onderhavig plan geeft invulling aan dit perspectief; landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt. In ruil hiervoor wordt een woonrecht verkregen in de gemeente Tubbergen. Het geheel wordt landschappelijk ingepast en levert zodoende een bijdrage aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit op de bouw- en slooplocatie. Gebiedskenmerken Voor wat betreft de gebiedskenmerken voor de verschillende deelgebieden wordt onderstaand een opsomming verricht van de van toepassing zijnde kenmerken. Ikinkstraat 5 Reutum Natuurlijke laag: stuwwallen Laag van agrarisch cultuurlandschap: essenlandschap Stedelijke laag: n.v.t.

Laag van beleving: donkerte Oosteriksweg 20 Mander Natuurlijke laag: beekdalen en natte laagtes en stuwwallen Laag van agrarisch cultuurlandschap: essenlandschap Stedelijke laag: n.v.t. Laag van beleving: donkerte Beide planlocaties liggen in het essenlandschap. Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, – voormalige – heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). De herkenbaarheid van de essen, flanken, maten en flieren en heidegebieden is sterk afgenomen. De ambitie is het behouden van de es als ruimtelijke eenheid en het versterken van de contrasten tussen de verschillende landschapsonderdelen. De flank van de es biedt eventueel ruimte voor ontwikkelingen, mits de karakteristieke structuur van erven, beplanting, routes en open ruimtes wordt versterkt. bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosterikswe g 20 RvR

21

De norm is dat kleinschalige landschapselementen, zoals houtwallen, bosjes, zandpaden, karakteristieke erven en beeldbepalende open ruimte daartussen, een beschermende bestemmingsregeling krijgen op de flanken, gericht op instandhouding van dit kleinschalige patroon. Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. De planlocatie aan de Ikinkstraat 5 in Reutum ligt aan de rand van het dorp, nabij bestaande bebouwing, aan de flank van het essenlandschap. De kenmerken van het essenlandschap zijn hierdoor niet geheel meer zichtbaar. Daarbij biedt juist de flank van de es ruimte voor ontwikkelingen, mits de karakteristieke structuur van erven, beplantingen, routes en open ruimtes wordt versterkt. De erfinrichtingsschets geeft dan ook invulling aan de karateristieken van Essenlandschap. De planlocatie aan de Oosteriksweg 20 wordt juist (agrarische) bedrijfsbebouwing gesloopt en een beknopter erf gerealiseerd. Door het voornemen wordt fors geïnvesteerd in het gebied door een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Door het saneren van de (agrarische) opstallen op de verschillende locaties ontstaat aldaar weer meer openheid.

Aan de Ikinkstraat is daarentegen reeds sprake van bebouwing en clustering van bebouwing. Het verkrijgen van een woonrecht op deze locatie is dan ook als acceptabel te beschouwen. De landschappelijke inpassing is daarbij vormgegeven om zo veel mogelijk de waardevolle kenmerken te behouden. De ontwikkeling doet geen afbreuk aan de aanwezige gebiedskenmerken voor de drie deelgebieden. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

Structuurvisie Tubbergen

Op 14 maart 2016 heeft de gemeenteraad van Tubbergen de structuurvisie gemeente Tubbergen 'Op en top Tubbergen' vastgesteld. Het is een actueel strategisch beleidsdocument, waarin belangen worden gedefinieerd en ruimtelijke keuzes worden uitgewerkt, die gebaseerd zijn op sociaal-maatschappelijke, demografische - en ruimtelijke ontwikkelingen en trends. In een groot aantal documenten en visies voor thema's en gebieden, is het beleid van de gemeente Tubbergen uitgewerkt. De structuurvisie vormt hiervoor de koepel. De structuurvisie omvat daarnaast de hoofdlijnen van actueel beleid. In de structuurvisie geeft de gemeente Tubbergen drie hoofdkeuzes aan voor mogelijke nieuwe ontwikkelingen. De eerste hoofdkeuze is het inspelen op de afnemende groei van het aantal inwoners. Dit betekent dat nieuwe woningen alleen gerealiseerd mogen worden op een locatie en in een vorm waaraan daadwerkelijk behoefte is. De tweede hoofdkeuze is het streven naar een beter vestigingsklimaat voor bedrijven en meer werkgelegenheid. De derde hoofdkeuze is het behouden en versterken van de kwaliteit van de historische kernen structuur, het landschap, de natuur en cultuurhistorie. Bij (her)ontwikkelingen betekent dit dat er zorgvuldig aangesloten moet worden op de gebiedskenmerken, zo ontstaan er ontwikkelingen met kwaliteit.

Op het gebied van nieuwbouwontwikkelingen hanteert de gemeente Tubbergen een aantal kaders. Zo mogen er geen nieuwe woningen gerealiseerd worden op bedrijventerreinen. Ook is de gemeente terughoudend met verzoeken voor het buitengebied, Rood voor Rood wordt daarentegen wel als mogelijkheid genoemd. Daarnaast wil de gemeente Tubbergen zuinig omgaan met de beschikbare ruimte, dit houdt in dat er een goede afweging gemaakt moet worden bij nieuwe initiatieven. Nieuwe ontwikkelingen moeten duurzaam zijn en een bijdrage leveren aan de omgevingskwaliteit. Daarnaast heeft de gemeente Tubbergen een aantal hoofdlijnen geformuleerd die specifiek gaan over het buitengebied: De kenmerkende landschapsstructuur versterken Ruimte bieden aan duurzame landbouw De sociaal-economische positie van het buitengebied versterken Behoud en ontwikkelen van natuurwaarden Recreatieve mogelijkheden benutten Geen 'verstedelijking' van het landelijk gebied Deze hoofdlijnen laten zien dat er afhankelijk van de gebiedskenmerken, waarden en ligging, andere ontwikkelingsrichtingen af te wegen zijn in het buitengebied. Toets De ontwikkelingen passen binnen de hoofdkeuzes uit de structuurvisie van de gemeente Tubbergen. Zowel de 22

bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosteriksweg 20 RvR

Ikinkstraat 5 in Reutum als de Oosteriksweg 20 in Mander ligt in het buitengebied. De voorgenomen ontwikkelingen past binnen de hoofdlijnen die in de structuurvisie worden geformuleerd voor het buitengebied. De ontwikkelingen bieden een kans om de huidige landschapstructuren te versterken en eventuele kenmerkende structuren uit het verleden te herstellen. Het aanbrengen van nieuwe groenstructuren zorgt ervoor dat natuurwaarden zich verder kunnen ontwikkelen. In de gemeente Tubbergen gaat het concreet om het realiseren van één woning. De andere compensatiewoning wordt gerealiseerd in de gemeente Dinkelland. Van 'verstedelijking' van het buitengebied is dan ook geenzins sprake. De investering in de ruimtelijke kwaliteit draagt bij aan het aantrekkelijk houden van het buitengebied, wat de sociaal- economische en recreatieve positie van het buitengebied ten goede komt. 3.3.2

Woonvisie 2016+ Tubbergen

Op 13 juli 2016 heeft de gemeenteraad van Tubbergen de Woonvisie 2016+ vastgesteld. In deze woonvisie wordt de gemeentelijke visie op het wonen in Tubbergen tot 2020 geschetst, met een doorkijk naar 2025. De visie vormt de basis voor strategische afwegingen op het gebied van wonen. Het vergroten van de woonaantrekkelijkheid staat centraal. Om de woonaantrekkelijkheid van Tubbergen te vergroten zijn drie ambities benoemd: 1. Aantrekkingskracht kernen versterken: vergroten kwaliteit centrumgebieden Tubbergen, Albergen en Geesteren, verduurzamen van de woningvoorraad: zeer zuinig in energiegebruik en geschikt voor gebruik door alle leeftijden, transformatie en herstructurering van locaties binnen stedelijk gebied/bebouwde kom 2. Het zoveel als mogelijk bieden van woningen in de eigen kern: in alle kernen worden woningen toegevoegd, waarbij concreet wordt ingespeeld op concrete vraag van bewoners, oplossingen bieden voor groepen die zelf niet in staat zijn om een woning te bemachtigen: nieuwbouw en betere doorstroming in de sociale huursector, meer vrije sectorwoningen in het geliberaliseerde prijssegment voor middeninkomens, toetsen nieuwe plannen aan hun bijdrage aan de ambitie in de woonvisie en goede afstemming met de gemeente in de subregio. 3.

Minder betalingsproblemen door effectieve inzet van goedkope woningen: doorstroming van met name senioren bevorderen (senioren wensen zo lang mogelijk in hun huidige woning te blijven wonen), actieve gezamenlijke aanpak om betaalbaarheidsproblemen te vermijden, huurprijzen in betere verhouding tot inkomen, starterslening om gat tussen huur en koop te overbruggen, woonlasten betaalbaar houden door woningen te verduurzamen. Bij het opstellen van het kader zijn verschillende ontwikkelingen meegenomen. Zo is er sprake van een aantrekkende woningmarkt en toegenomen vertrouwen van de consument. Daarnaast zijn hypotheekeisen verscherpt en is vraaggestuurd ontwikkelen van belang (juiste plan op juiste moment). Daarnaast speelt extramuralisering en vergrijzing een rol. Het aantal oudere huishoudens zal de komende jaren flink gaan toenemen. De veranderingen in de zorgwetgeving zorgen ervoor dat mensen geen intramurale zorg meer ontvangen, maar de zorg in de eigen woonomgeving of in beschutte woonomgeving wordt gegeven. Aanpassing van woningen is daarbij nodig. Naast de vergrijzing is er sprake van ontgroening. Het aantal jonge huishoudens neemt af, waardoor ook de woningbehoefte de komende jaren afneemt. Bestemmingsplannen moeten worden getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking, waarbij onder meer bepaald is dat er sprake moet zijn van een actuele regionale behoefte.

De provincie Overijssel en de Twentse gemeenten (waaronder Tubbergen) hebben in nauwe samenwerking woonafspraken gemaakt over de woningbouwprogrammering in de regio Twente. Daarbij zijn op basis van een raming van de actuele regionale behoefte ook regionaal afspraken gemaakt over de hoeveelheid woningen die gemeenten in de komende jaren gaan bouwen. Het woningbouwprogramma voor de verschillende delen van de gemeente is in de Woonvisie opgenomen. Daarbij is uitgegaan van het voorzien in de lokale woningbehoefte volgens Primos 2013 voor de periode 2015-2024. Dit is in overeenstemming met de regionale afspraken. Consumenten en ontwikkelaars vragen om meer ‘ontwikkel-vrijheid’, meer maatwerk en mogelijkheden om eigen ideeën te kunnen vormgeven. Een nieuwbouwprogramma moet flexibel zijn naar type woning, prijsklassen, eigendomsvormen en woonconcepten. De gemeente volstaat in de Woonvisie met een prioritering voor welke doelgroepen het bestemmingsplan geschikt is. Voor de kleine kernen wordt de woningdifferentiatie op andere wijze bepaald, omdat het erg moeilijk is om bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosterikswe g 20 RvR

23

inzicht te krijgen in de woonwensen van verschillende doelgroepen. Daarom worden er bestemmingsplannen gerealiseerd met een flexibele woningdifferentiatie. Verder wordt aan marktpartijen en corporatie gevraagd om concrete bouwplannen te ontwikkelen. Bij het niet voldoende op gang komen van de bouwproductie in een bepaalde kern worden de verschillende doelgroepen die actief zijn op de woningmarkt betrokken en worden concrete woonwensen geïnventariseerd. Toets Voor de periode 2015-2024 is de woningbehoefte voor Reutum tussen de 21 en 31 woningen. De beschikbare bestemmingsplancapaciteit bedraagt 6 woningen, met daarbij nog een nader te bepalen aantal die zullen voortkomen uit woningbouwinitiatieven die de komende periode worden ontwikkeld en ingediend. Er wordt 5% gereserveerd voor het buitengebied. Dit zijn 2 woningen. In onderhavig plan gaat om een ontwikkeling waarbij één woning op een bestaand erf wordt toegevoegd. Op basis van de regionale woningbouwafspraken is er op gemeentelijk niveau een verdeling over de kernen gemaakt. Hierin is ook rekening gehouden voor woningen op basis van rood voor rood. In Reutum is 5% van de plannen gereserveerd voor woningen in het buitengebied. Dit zijn 2 woningen.

Op basis van de beschikbare plancapaciteit voor Reutum kan worden geconcludeerd dat er ruimte is voor een extra Rood voor Rood initiatief, waarbij ter compensatie van het slopen van landschapsontsierende agrarische bebouwing in het buitengebied van Tubbergen, één woning zal worden gerealiseerd. Het voornemen is daarmee passend binnen het woonbeleid van de gemeente Tubbergen. 3.3.3

Rood voor rood met gesloten beurs gemeente Tubbergen

De beleidsnotitie 'rood voor rood met gesloten beurs 2014' is door de gemeenteraad vastgesteld op 15 december 2014. Dit beleid biedt het toetsingskader voor rood voor rood plannen binnen de gemeente. Aanleiding voor het vaststellen van het beleid is dat steeds meer agrarische bedrijven veranderen in hobbymatige agrarische activiteiten of volledig stoppen met hun agrarische activiteiten. Het gevolg hiervan is een toename van leegstaande landschapsontsierende bedrijfsgebouwen, waardoor verval van het buitengebied op de loer ligt. Middels Rood voor Rood is het mogelijk om deze gebouwen te slopen en er een woning voor terug te bouwen. Centrale doelstelling is om een ruimtelijke kwaliteitsverbetering te realiseren. Uitgangspunt van beleid is dat een oppervlakte van minimaal 1.000 m² landschapsontsierende bebouwing of 5.400 m2 aan kassen dient te worden gesloopt om een compensatiekavel (woning) te kunnen verkrijgen. Daarnaast dient een ruimtelijk kwaliteitsplan uitgewerkt te worden waaruit blijkt dat wordt geïnvesteerd in ruimtelijke kwaliteit. De deelnemer aan Rood voor Rood zal uit de opbrengst van de bouwkavel het slopen van de bedrijfsgebouwen en de bijdrage voor de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit moeten bekostigen. De deelnemer mag 30% van de gecorrigeerde vervangingswaarde van de te slopen gebouwen behouden.

In het beleid zijn verschillende uitgangspunten voor de sloop- en herbouwlocatie opgenomen, waaraan het plan in principe dient te voldoen. In het beleid is ook de mogelijkheid tot maatwerk opgenomen. Toets Er zal in totaal een oppervlakte van 1.859 m² aan landschapsontsierende bedrijfsgebouwen worden gesloopt in zowel de gemeente Tubbergen als in Dinkelland. Voor de compensatiewoning aan de Ikinkstraat 5 in Reutum zal minimaal 1.000 m² gesloopt worden. Hiermee wordt voldaan aan de voorwaarde van minimale sloopeis van 1.000 m². In onderstaand overzicht is een overzicht van de slopen bebouwing weergegeven: Ikinkstraat 5, Reutum: 26 m²; Oosteriksweg 20, Mander: 974 m². Op basis van het verwijderen van de ruim 1.000 m² aan landschapsontsierende bebouwing is de realisatie van een compensatiekavel mogelijk. Voor wat betreft de maatvoering van de nieuwe woonbebouwing wordt aangesloten bij het bestemmingsplan 'Buitengebied 2016' van de gemeente Tubbergen. Zo bedraagt de inhoud van de woning en de daarbij behorende aangebouwde bijbehorende bouwwerken, niet zijnde overkappingen, ten hoogste 1.000 m³. Bij de compensatiewoning is daarnaast maximaal 100 m² aan vrijstaande bijgebouwen toegestaan. De omvang van de compensatiekavel voldoet tevens aan het maximum van 1.200 m². De hiervoor genoemde uitgangspunten zijn doorvertaald op de verbeelding en/of in de regels van dit bestemmingsplan.

Ten behoeve van de ontwikkleing is door N+L Landschapsontwerpers een Ruimtelijk Kwaliteitsplan opgesteld. Deze is opgenomen in Bijlage 1. Uit de rekenmodule volgt dat de vereiste investering in de ruimtelijke kwaliteit (landschappelijke inpassing) €37.747,50 bedraagt. De werkelijke kosten als gevolg van het landschapsplan (op te voeren kosten) bedragen€ 38.155,45. De verantwoording van de landschappelijke inpassing is weergegeven in het ruimtelijk kwaliteitsplan dat als Bijlage 1 bij de toelichting van dit bestemmingsplan is gevoegd. Hierin is de

24

bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosteriksweg 20 RvR

beoogde inrichting van het erf opgenomen met de te slopen bebouwing, de nieuwe bebouwing en de inpassing daarvan in het landschap. De woning wordt op het bestaande erf gesitueerd en sluit goed aan bij de bestaande erfstructuur. Bovendien leidt de gewenste woning niet tot een onevenredige aantasting van agrarische en andere belangen in de omgeving. De erfinirichting is tot stand gekomen op basis van de beeldkwaliteitsprincipes Rood voor Rood, het landschapsontwikkelingsplan (LOP), het Cascobeleid en Kwaliteitskader Gebiedskenmerken van de gemeente (een uitwerking van de gebiedskenmerken uit de Omgevingsvisie Overijssel) en is goedgekeurd door het Kwaliteitsteam. Op basis van het ruimtelijk kwaliteitsplan is met de initiatiefnemer een Rood voor Rood-overeenkomst gesloten waarin alle afspraken zijn vastgelegd. Het plan voldoet daarmee aan de criteria van het gemeentelijk Rood voor Rood-beleid. 3.3.4

Nota 'De casco benadering in Noordoost-Twente'

De gemeente Tubbergen heeft de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente' vastgesteld. Het Nationaal Landschap Noordoost Twente is een gebied met zeldzame en unieke landschapskwaliteiten. Het is een gebied met stuwwallen, bronnen, beken en fraaie cultuurlandschappen. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open en een kleinschalig besloten landschap. Schaalvergroting in de grondgebonden landbouw staat op gespannen voet met deze kleinschaligheid. Het verdwijnen van landschapselementen op perceelsgrenzen tast het kleinschalige groene karakter aan en leidt tot een afname van landschapsdiversiteit. De gemeente Tubbergen heeft samen met de provincie Overijssel en de gemeenten Dinkelland, Losser en Oldenzaal de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Om vorm en inhoud te geven aan deze ambitie is een generieke methode ontwikkeld: de casco benadering. Voor de gemeente is de casco-benadering te gebruiken als beoordelingskader voor ingrepen in het landschap. Aan de hand van de casco-kaart (figuur 3.3 en 3.4) kan bezien worden of landschappelijke structuren deel uitmaken van het casco.

Figuur 3.3: Fragment casco-kaart Ikinkstraat 5 (bron: www.overijssel.nl/cascokaart)

bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosterikswe g 20 RvR

25

Figuur 3.4: Fragment casco-kaart Oosteriksweg 20 (bron: www.overijssel.nl/cascokaart) Op basis van de casco-kaart kan vastgesteld worden of het landschapselement tot het casco behoort of niet; daaruit volgen drie mogelijk aanvragen op basis van het casco, dit zijn: 1. Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de cascokaart. 2. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de cascokaart. 3. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de cascokaart, zo niet dan is de aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Toets Het plangebied is gelegen aan een tweetal vlakken dat behoort tot het Casco. In het erfinrichtingsplan is rekening gehouden met de aanwezige Casco elementen. De tot het casco behorende elementen blijven behouden en worden op plekken zelfs versterkt. Het planvoornemen doet daarmee geen afbreuk aan de casco structuur. 3.3.5

Nota Omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016

De Nota Omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016 bevat het welstandsbeleid voor de beide gemeenten. In de nota is het grondgebied opgedeeld in deelgebieden voor de kernen en het buitengebied. Voor elk deelgebied is een waarderingsblad en een ambitiekaart gemaakt. Ieder blad bestaat uit een kaartje van het gebied, een toelichting, en een weergave van de beoogde omgevingskwaliteit dat bij de welstandstoets voor de omgevingsvergunning (onderdeel bouwen) van toepassing is. Het welstandsbeleid van de gemeentes bestaan uit drie niveaus van omgevingskwaliteit: 1. Basis omgeving 2. Midden omgeving 3. Bijzondere omgeving Het niveau dat van toepassing is geldt voor de algemeen heersende karakteristiek van een gebied. De waarde is dus door de bestaande omgeving bepaald. Het komt voor dat binnen een gebied een gebouw of complex ligt dat zich door de bijzondere kwaliteit onderscheidt. Deze wordt apart genoemd. De welstandsbeoordeling in deze gebieden is gericht op het behouden en versterken van de basiskwaliteiten van de gebieden. Bij de welstandsbeoordeling wordt vooral gekeken of het bouwplan bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving (van hoofdvorm tot materiaal en detail). Afhankelijk van het soort 26

bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosteriksweg 20 RvR

bouwwerk komen de volgende beoordelingsmodellen voor: ‘Ambtelijk’: alleen kleine bouwwerken van- en voor de voorgevel worden getoetst. Deze toets vindt ambtelijk plaats. Bouwplannen achter de voorgevel zijn toetsvrij. 'Stadsbouwmeester’: de stadsbouwmeester toetst. ‘Q-team’: het Q-team beoordeelt en kan daarbij in overleg treden met de initiatiefnemer en/of ontwerper. Toets Het plangebied ligt in een gebied dat het niveau 'Buitengebied - Niveau Midden' heeft gekregen. De welstandsbeoordeling in deze gebieden is gericht op het behouden en versterken van de basiskwaliteiten van de gebieden. Bij de welstandsbeoordeling wordt vooral gekeken of het bouwplan bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving (van hoofdvorm tot materiaal en detail). Afhankelijk van het soort bouwwerk komen de volgende beoordelingsmodellen voor: ‘Ambtelijk’: alleen kleine bouwwerken van- en voor de voorgevel worden getoetst. Deze toets vindt ambtelijk plaats. Bouwplannen achter de voorgevel zijn toetsvrij. 'Stadsbouwmeester’: de stadsbouwmeester toetst. ‘Q-team’: het Q-team beoordeelt en kan daarbij in overleg treden met de inititatiefnemer en/of ontwerper. De beoogde erfinrichting (zie Bijlage 1) is al beoordeeld en akkoord bevonden door het Q-team. Toetsing op welstand vindt uiteindelijk plaats bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de extra woning.

Er worden geen belemmeringen verwacht vanuit de Nota Omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016.

bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosterikswe g 20 RvR

27

28

bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosteriksweg 20 RvR

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling. Opgemerkt wordt dat aan de Oosteriksweg 20 te Mander de bestemming 'Agrarisch - 2' ongwijzigd blijft, de intensieve veehouderij zal afgestoten worden en de overgebleven oppervlakte zal vastgelegd worden. Hierdoor zal de uitstraling op de omgeving verbeteren en is de milieukundige uitvoerbaarheid gegarandeerd. Ook zal er geen nieuwe gevoelige functie opgericht worden op deze locatie.

4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Het plan betreft de bouw van een nieuwe compensatiewoning in de gemeente Tubbergen, ter compensatie voor de sloop van landschapsontsierende opstallen op twee locaties. Ter hoogte van het plangebied Oosteriksweg 20 te Mander zal enkel sloop en herbouw van één schuur zijn.

De ontwikkeling aan de Ikinkstraat 5 is concreet beschreven in paragraaf 2.2. Het huidige gebruik van het plangebied is 'Agrarisch-1' en 'Wonen'. Woningbouw wordt in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage aangemerkt als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. De m.e.r.- plicht geldt bij projecten van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De genoemde maximum oppervlakken gelden als drempelwaarden. Het ruimtebeslag van het onderhavige project ligt ruimschoots beneden de drempelwaarde. Conclusie die op grond hiervan getrokken kan worden is dat het onderhavige project niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is. In de nota van toelichting op het Besluit mer wordt het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' geduid. Hier wordt het volgende over gezegd: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Er kan overigens geen misverstand over bestaan dat ook «dorpen» hieronder vallen. Wat «stedelijke ontwikkeling» inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Van belang hierbij is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn.

Indien bijvoorbeeld een woonwijk wordt afgebroken en er komt een nieuwe voor in de plaats, zal dit in de regel per saldo geen of weinig milieugevolgen hebben. Bij een uitbreiding zal er eerder sprake kunnen zijn van aanzienlijke gevolgen.” Uit voorgaande volgt dat de bouw van één woning in algemene zin niet te kwalificeren is als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. De kwalificatie is wel afhankelijk van specifieke omstandigheden van een project en de ruimtelijke gevolgen die het project met zich meebrengt. In die gevallen is het Besluit m.e.r. niet van toepassing en hoeft geen aanmeldnotitie te worden opgesteld. In onderhavige situatie is sprake van de realisatie van één woning. Tevens worden in het buitengebied (agrarische) opstallen gesaneerd. De ontwikkeling wordt daarbij op passende wijze in het landschap bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosterikswe g 20 RvR

29

opgenomen. De ruimtelijke uitstraling/de verandering die de ontwikkeling per saldo op de omgeving heeft is daardoor beperkt. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als in de zin van het Besluit m.e.r.

4.2 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Hierbij spelen twee vragen een rol: past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. In voorliggend geval wordt een compensatiewoning toegevoegd ter plaatse van agrarische grond. De functie 'wonen' betreft geen milieubelastende activiteit voor de omgeving. Van enige vorm van aantasting van het woonen leefklimaat van omwonenden is dan ook geenszins sprake.

30

bestemmingsplan Buitengebied Ikinkstraat 5 Reutum - Oosteriksweg 20 RvR

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/644/documents/13904