CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Bestemmingsplan Bossenstrategie Tubbergen, Kampweg, Molenbinnenweg VG01.pdf

Commissie Omgeving en Economie 1 oktober 2024, gemeente TubbergenBij agendapunt: 10: Bestemmingsplan Bossenstrategie Tubbergen, Kampweg, Molenbinnenweg17.940 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Figuur 9 Grondwatertrappenkaart, met perceel 1 in het blauw (IVc) en perceel 2 en 3 in het paars (Ib). Kaart afkomstig uit Dinoloket.nl

4.6

Archeologie

Op basis van de Indicatieve kaart archeologische waarden van de provincie Overijssel is er op de drie percelen een middelhoge trefkans wat betreft archeologische waarden, maar dit wordt niet verwacht aangezien deze sinds de ontginning in gebruik zijn als landbouwgrond. Desondanks is het niet uitgesloten dat er archeologische waarden in de diverse percelen zijn aan te treffen omdat in deze omgeving (volgens de kaart) een hoge trefkans van archeologische waarden te vinden is (Povincie Overijssel, 2022). Een historische plek in de buurt is de plaats van de huisplaats van havezate Weleveld. De oorspronkelijke plaats van de havezate ligt midden op het huidige landgoed. Van het gebouw dat hier ooit heeft gestaan, is niets meer over. Bij het herstel van de slotgracht in 1994 zijn stenen teruggevonden waarmee een stukje muur is gereconstrueerd. Het is nu een archeologisch beschermde plaats. In 2014 & 2015 is er een herinterpretatie gedaan van geofysisch onderzoek uit 2013 en 2014 waar de resultaten van oud en nieuw onderzoek gecombineerd konden worden. Hierdoor kon de ligging en het formaat van het voormalige huis op hoofdlijnen bepaald worden (Raap-rapport 4102, 2019).

Inrichtingsplan Landgoed Weleveld

13

4.7

Landschap

Bij bosaanleg worden soorten gekozen die bij de groeiplaats en de landschappelijke context passen. Het landgoed bevind zich op de grens van het Nationaal Landschap NoordoostTwente. In de Atlas van Overijssel wordt het gebied aangemerkt als cultureel erfgoed en bezit oudere landschapskenmerken. De landschappelijke inpassing van de aan te planten percelen is hierom dan ook belangrijk. Dit gebied wordt gekenmerkt als het kampenlandschap. Kampen zijn blokvormige ontginningen die zijn omgeven door heggen, bomenrijen of houtwallen. De aanwezigheid van singels, heggen en houtwallen is na de 2e wereldoorlog sterk in afgenomen. Zowel vanuit cultuurhistorisch als uit ecologisch oogpunt is het terugbrengen van de voorgenomen bomenrij en heg waardevol en versterken het landschapsbeeld. Aangrenzend

zijn

ook

andere

landschapstypes

te

vinden

zoals

het

jong

ontginningslandschap en het maten- en flierenlandschap. Kenmerkend voor deze landschapstypen is een vrij grootschalig karakter. Daarnaast is er tussen de Oude Bornsche beek en de Bornsche Beek (zuidelijk van perceel 3) een golfbaan gevestigd. Rondom Het Weleveld zijn meerdere (kleine) loofbossen terug te vinden met onder andere populier en zomereik, maar ook soorten als zwarte els, wilg en zoete kers met een rijke struik- en kruidlaag.

4.8

Bestemming

De huidige bestemming van de percelen is momenteel “agrarisch met waarden”. In deze regeling is het nodig om een aanpassing te doen naar een bos/natuurbestemming. Er is dus sprake van functieverandering. De aanplant wordt gerealiseerd buiten de grenzen van de bebouwde kom zoals opgenomen in de gemeentelijke kapverordening. Het realiseren van bos op deze locaties past binnen de geldende Omgevingsverordening Overijssel.

4.9

Kabels en leidingen

De Bosgroep heeft voorafgaand aan de plantwerkzaamheden een oriëntatieverzoek ingediend bij het kadaster om te onderzoeken of er kabels en/of gasleidingen in de aan te planten percelen aanwezig zijn. Hierbij is een KLIC-melding uitgevoerd waarbij alle netbeheerders met hun kabels en leidingen in het door ons geselecteerde gebied in overzicht zijn gebracht. De ligging van de betreffende kabels en leidingen van de belanghebbende netbeheerders zijn visueel in kaart gebracht. Voorafgaand aan de uitvoering van de plantwerkzaamheden zal deze informatie doorgespeeld worden aan de aannemer. Deze dient zelfstandig aanvullend onderzoek te doen (graven van proefsleuven) of er leidingen en kabels door het beplantingsgebied lopen en de exacte ligging hiervan te lokaliseren.

Inrichtingsplan Landgoed Weleveld

14

5

Maatregelen

Om op aangegeven locaties de diverse elementen te realiseren zijn de volgende maatregelen nodig; bodemvoorbereiding, het plaatsen van (wild)bescherming, aanplant en de nazorg hiervan. Deze maatregelen worden uitgevoerd zoals in tabel 4 is beschreven. De maatregelenkaart waarop de te beplanten elementen staan aangegeven is in bijlage 1 weergegeven. Tabel 4. Hoofdmaatregelen chronologisch per beplantingsvak.

Beplantingsvak 1, 2, 3, heggen 11, 12, 13

Maatregelen 1. Ondiep zode frezen en spitten 2. Zaaien bosplantsoenmengsel 3. Leveren en inkuilen bosplantsoen 4. Leveren en plaatsen wildwerend raster 5. Aanplant (bos)plantsoen 6. Nazorg

5.1

Bodemvoorbereiding

De terreinvoorbereiding bestaat uit een ondiepe bodembewerking om de aanwezige graszode te doorbreken, hiervoor dient de aanwezige zode gefreesd te worden. Hierbij wordt uitgegaan dat het gras kort gemaaid is voor aanvang. Hierna dient de zode ondergewerkt te worden en wordt de bodem los gespit om het terrein plantklaar te maken. Om de onkruiddruk te verminderen wordt vervolgens in het najaar een bodemdekkend bosplantsoenmengsel ingezaaid.

5.2

Hydrologie

Diverse percelen worden begrensd door greppels. Deze greppels stonden droog tijdens veldbezoek (1-8-22) maar waren watervoerend op 25-1-2023. Door droogte was het grondwater tijdens het eerste veldbezoek diep in de bodem weggezakt. Echter kunnen de grondwaterstanden (gezien de grondwatertrappen) enorm fluctueren. Indicatief hiervoor is een zekere mate van roestvorming in bepaalde bodemlagen, wat is opgemerkt tijdens de boringen. Binnen dit plan worden geen hydrologische maatregelen uitgevoerd. Het dichtstorten van deze greppels is niet wenselijk vanwege de omvang van het perceel en het aanliggend landbouwkundig gebruik. Bij de bosontwikkeling worden soorten gekozen waarvan verwacht wordt dat deze een goede groei vertonen met de aanwezige vochtvoorziening.

Inrichtingsplan Landgoed Weleveld

15

5.3

Aanplantstrategie

Er wordt aangeplant met een plantmachine, waarbij de boomsoorten zowel groepsgewijs als individueel wordt gemengd. Bij aanplant wordt in dit plan gerekend met 4500 stuks per hectare, wat neerkomt op een plantafstand van 1,5x1,5 meter. Voor het planten van enkele bomenrijen met populierenstaken binnen vak 1 en 3 wordt gerekend met 4x4 meter. De soorten en plantverbanden worden in het beplantingsplan verder uiteengezet. Hieronder is per element de aanplantstrategie beschreven. 5.3.1 Bevordering bosstructuur Een gevarieerde bosstructuur is niet meteen na aanleg aanwezig, maar ontstaat in de loop der jaren. De basis wordt wel gelegd bij de aanleg van een nieuw bos. Bij de aanleg worden de volgende maatregelen genomen om de bosstructuur te bevorderen, namelijk: 1. Er worden verschillende soorten gemengd; 2. Menging vindt zowel individueel als groepsgewijs plaats; 3. Er wordt rekening gehouden met bestaande bomen(rijen); 4. Struiken worden ook in de delen gemengd die worden gedomineerd door boomvormers om zo de verticale structuur te bevorderen. 5.3.2 Opbouw van boselementen Er worden inheemse loofboomsoorten gekozen die in het landschap thuis horen. Voor wat betreft de bospercelen is gekozen om groepsgewijs aan te planten om de algehele variatie te bevorderen. Een tweetal rijen populieren moeten als snelle groeiers dit effect van gelaagdheid versterken.

Om te voorkomen dat de bodem in verre toekomst verzuurt, wordt een aandeel rijkstrooiselsoorten toegepast. Denk bij rijkstrooiselsoorten onder andere aan soorten als de inheemse zoete kers, zwarte populier, haagbeuk, winterlinde, en hazelaar. Deze bomen en struiken hebben makkelijk afbreekbaar (basisch) bladstrooisel, waardoor voedingsstoffen zoals calcium weer in de bodem worden opgenomen. 5.3.3 Bosranden Vanwege de gunstige ligging van de percelen wordt in de beschikbare randzones op het zuidoosten een gevarieerde bosrand gecreëerd. De hazelaar wordt niet alleen in de bosrand, maar ook in het opgaand bos gemengd. Dit bevorderd de verticale gelaagdheid in het bos.

5.4

Beplantingsplan

Het beplantingsplan (bijlage 2) geeft een overzicht van de boom- en struiksoorten die per perceel worden aangeplant. De gekozen soorten dienen goed met elkaar op te groeien.

5.4.1 Bos Waar soorten met een snelle jeugdgroei (zwarte els- en populier) worden gecombineerd met soorten met een langzamere groei (m.n. eik en haagbeuk), wordt verhoudingsgewijs minder van deze snelle groeiers aangeplant. Bij groepsgewijze menging is deze onderlinge

Inrichtingsplan Landgoed Weleveld

16

concurrentie tussen verschillende soorten minder relevant, omdat er dan verschillende groepen van dezelfde soorten worden aangeplant. In onderstaande tabel (tabel 5) is per perceel vereenvoudigd weergegeven welke combinatie van soorten worden toegepast. Voor een compleet overzicht van het formaat, plantverband en stuks plantsoen per soort per perceel wordt verwezen naar het beplantingsplan in bijlage 2. Tabel 5. Boomsoorten per bosperceel

Perceel 1

1b

2

2b

3

3b/3c

Boomsoorten

Percentages (%)

Wintereik

30

Winterlinde

30

Zwarte els

10

Zwarte populier

3

Gewone vogelkers

9

Eenstijlige meidoorn

9

Wilde kardinaalsmuts

9

Zoete kers

30

Wintereik

30

Fladderiep

19

Hazelaar

10

Gewone vogelkers

10

Wilde kardinaalsmuts

10

Wintereik

30

Zoete kers

20

Haagbeuk

15

Zwarte populier

2

Hazelaar

8

Wilde kardinaalsmuts

8

Eenstijlige meidoorn

7

5.4.2 Heg Heg 11 (zie bijlage 1) wordt een rechtlijnig element van 4 meter breed en 396 meter lang. De heg is in de basis een meidoorn heg maar bestaat uit twee rijen, zie tabel 4. De eerste rij ligt op 2 meter afstand van de greppel/perceelsgrens. Deze eerste rij bestaat volledig uit meidoorn en zal over de gehele lengte individueel worden aangeplant met een tussenafstand van 0,35 meter. Om de variatie te vergroten zullen de heggen 12 en 13 individueel gemengd worden met 4 andere struiksoorten, maar bestaat nog voor 50% uit meidoorn. Individueel worden de struikvormers gemengd in driehoek verband, met een tussenafstand van 0,35 meter (voetlengte).

Inrichtingsplan Landgoed Weleveld

17

Tabel 6. Beplanting heg

Heg

struiksoorten

percentage

11-Enkele rij

Meidoorn

100%

424 meter

12-Enkele rij 342 meter

13 - Enkele rij 393 meter

Meidoorn

50%

Sleedoorn

20%

Hondsroos

10%

Veldesdoorn

10%

Lijsterbes

10%

Meidoorn

50%

Sleedoorn

20%

Hondsroos

10%

Veldesdoorn

10%

Lijsterbes

10%

Inrichtingsplan Landgoed Weleveld

plantafstand 0,35 meter

Menging Enkel meidoorn

Driehoeksverband

Individueel

0,35 meter

gemengd

Driehoeksverband

Individueel

0,35 meter

gemengd

18

5.5

Eisen aan plantmateriaal

Het te gebruiken plantmateriaal is sterk bepalend voor het toekomstige functioneren van de beplanting. Om de juiste keuze te maken wordt plantsoen ingekocht door de Bosgroep en worden de kwaliteitseisen van de Bosgroep aan het plantsoen gesteld. Dat wil zeggen dat het best beschikbare plantsoen gebruikt zal worden. NEN normen, HBN voorwaarden en NAK standaarden worden hierbij gehanteerd. Daar waar mogelijk, beschikbaar en nuttig worden bosbouwkundige herkomsten of autochtone herkomsten gebruikt.

5.6

Wildwerende maatregelen

Om (wild)schade te voorkomen dient de jonge aanplant hiertegen afdoende beschermd te worden. Dit wordt gedaan vanwege de schade die aan de aanplant kan worden toegebracht door met name reeën en hazen. De loofbomen zijn erg schadegevoelig wat vraat van reewild betreft, bovendien kunnen de jonge bomen in het voorjaar geveegd worden wat stamschade veroorzaakt. Het aanbrengen van een (tijdelijk) raster is noodzakelijk om de bomen de eerste 3 tot 5 jaar (afhankelijk van de groei) te beschermen tegen het wild.

5.7

Oplevering, nazorg en beheer

De oplevering vind plaats nadat de laatste bomen zijn geplant. De planning is dat dit voor 1 december 2023 gaat gebeuren. Hierna dient nazorg te worden uitgevoerd. Denk hierbij aan het inboeten en afhankelijk van de groei het verwijderen van ongewenste vegetatie. Controle na het planten en voor de oplevering gebeurt door een expert (toezichthouder Bosgroep). Dit om te controleren of de planten op de juiste wijze zijn aangebracht en ze zo door kunnen groeien. Indien nodig wordt een of twee jaar na aanplant waar nodig ingeboet. Als vuistregel wordt gerekend met ongeveer 10% van de aanplantkosten als inboetkosten. Na aanplant dienen de bomen zelfstandig een bos te vormen. Door groei van ongewenste soorten kan aanplant beconcurreerd worden. Onkruidbestrijding na de aanplant hoeft alleen te worden toegepast wanneer de beplanting dermate veel hinder ondervindt van de aanwezige onkruidvegetatie dat de aanslag en de groei aanzienlijk wordt verminderd. Bij de onkruidbestrijding zelf is het van belang de geplante bomen en struiken niet te beschadigen (bijvoorbeeld door ze met een bosmaaier of maaibalk te raken). Het bos vervult talloze functies tegelijk, maar om optimaal gebruik van te maken van diverse functies heeft bos toch beheer nodig. In de eerste jaren zal dat gaan om rasterreparaties en het beperken van de groei van ongewenste soorten.

Afhankelijk van de visie is het nodig om het bos de gewenste richting op te sturen, om op een bepaald moment sommige soorten te bevoordelen door andere te verwijderen. Bosranden kunnen soms dichtgroeien met (ongewenste) soorten, en dienen gesnoeid te worden wanneer struiken over de weg hangen of in het weiland groeien.

Inrichtingsplan Landgoed Weleveld

19

6

Uitvoeringsplanning

Op 22 november 2022 heeft de Provincie een positieve prétoets afgegeven. Op 10 november 2022 zijn deze percelen aan de gemeente voorgelegd. De gemeente heeft aangegeven dat bebossing hier akkoord is, maar ook dat er een landschapsplan moest komen. Dit plan is er inmiddels en op basis hiervan gaat de gemeente akkoord. Na beschikking van deze subsidieregeling zal er een taxatie plaatsvinden en zal de waarde van de landbouwgrond bepaald worden. Aan de hand hiervan zal de uiteindelijke afwaardering bepaald worden. Indien eigenaar akkoord gaat met het voorstel zal de kwalitatieve verplichting getekend worden. De tijdlijn van deze stappen is momenteel nog onbekend. Na tekenen van de kwalitatieve verplichting zal in het eerstvolgende plantseizoen overgegaan worden tot uitvoering van het opgestelde plan.

Inrichtingsplan Landgoed Weleveld

20

Beplantingsplan

Bijlage 2 Vak 1

Plantafstand 1,5 x 1,5

Percentage

Menging

Groepsgrootte

soort wintereik winterlinde zwarte els gewone vogelkers eenstijlige meidoorn wilde kardinaalsmuts zwarte populier

naam Quercus petraea Tilia cordata Alnus glutinosa Prunus padus Cratategus monogyna Euonymus europaeus Populus nigra totaal:

30% groepsgewijs 30% groepsgewijs 10% groepsgewijs 9% groepsgewijs 9% groepsgewijs 9% groepsgewijs 3% individueel 100%

zoete kers wintereik fladderiep hazelaar gewone vogelkers wilde kardinaalsmuts

Prunus avium Quercus petraea Ulmus laevis Corulus avellana Prunus padus Euonymus europaeus totaal:

4x4

wintereik zoete kers haagbeuk hazelaar wilde kardinaalsmuts eenstijlige meidoorn zwarte populier

heg 11 0,0850 ha

0,35 x 0,35

meidoorn

heg 12 0,0641 ha

meidoorn sleedoorn 0,35 x 0,35 veldesdoorn hondsroos lijsterbes

0,4846 ha

4x4 2

Opmerkingen

stuks 25 80/120 25 80/120 25 80/120 10 80/120 10 80/100 10 80/100 staken

650 650 225 200 in rand 200 in rand 200 in rand 50 noordwestrand perceel 2.175

30% individueel met zoete kers 30% individueel met wintereik 19% groepsgewijs 7% individueel verspreid 7% groepsgewijs 7% groepsgewijs 100%

80/100 80/100 25 80/100 80/100 10 80/100 10 80/100

700 700 400 150 verspreid in vak en rand 150 in rand 150 in rand 2.250

Quercus robur Prunus avium Carpinus betulus Corylus avellana Euonymus europaeus Crataegus monogyna Populus nigra totaal:

30% individueel met zoete kers 30% individueel met wintereik 15% groepsgewijs 8% individueel verspreid 8% groepsgewijs 7% groepsgewijs 2% individueel 2 rijen 100%

80/100 80/100 25 80/100 80/100 10 80/100 10 80/100 staken

450 450 225 125 verspreid in vak en rand 125 in rand 100 in rand 25 westrand perceel 1.500

Crataegus monogyna

100%

Crataegus monogyna Prunus spinosa Acer campestre Rosa canina Sorbus aucuparia totaal: Crataegus monogyna Prunus spinosa Acer campestre Rosa canina Sorbus aucuparia totaal:

50% 20% 10% 10% 10% 100% 50% 20% 10% 10% 10% 100%

2 rijen

1,5 x 1,5

0,50270 ha

heg 13 0,0785 ha

Aantal

1,5 x 1,5

0,5002 ha

3

Maat

meidoorn sleedoorn 0,35 x 0,35 veldesdoorn hondsroos lijsterbes

individueel

60/80

driehoeksverband

60/80 60/80 60/80 60/80 60/80

driehoeksverband

60/80 60/80 60/80 60/80 60/80

TOTAAL:

Inrichtingsplan Landgoed Weleveld

22

1.325 enkele rij 424 meter * 9m 550 225 100 100 100 1.075 620 250 125 125 125 1.245 9.570

enkele rij driehoeksverband (0,35x0,35) 342 meter * 9m

enkele rij driehoeksverband (0,35x0,35) 393 meter * 9m

Bijlage 3

Begroting

Subsidie aanvraag Meer bos in Overijssel Naam aanvrager: kan de aanvrager Btw terugvragen?

ja

Kadastrale gegevens Kadastrale Sectie gemeente Borne BNE00 - sectie A Borne BNE00 - sectie A Borne BNE00 - sectie B Tubbergen TBG02 - sectie H Tubbergen TBG02- sectie H Tubbergen TBG02- sectie H Tubbergen TBG02- sectie H Tubbergen TBG02- sectie H Tubbergen TBG02- sectie H Tubbergen TBG02- sectie H Totale oppervlakte aanvraag: 1,88 hectare

Nummer 1284 1285 3073 5705 774 775 7969 7972 7974 7977

Oppervlakte perceel (ha)

Te beplanten oppervlakte (ha)

0,0470 1,8550 1,3720 2,2880 0,6280 0,7740 0,4295 1,0580 4,4590 1,0895 14,0000

0,0091 0,4536 0,4845 0,0374 0,0767 0,0016 0,4292 0,1036 0,0890 0,0303 1,7150

Subsidiabele Activiteiten activiteit Nr.

activiteit 1 afwaarderen grond

max subsidie bedrag per ha € 70.000,00

2 Plantmateriaal, inboet en inplanten en het opstellen van een inrichtings- en beplantingsplan

€ 20.000,00

Te maken kosten eigenaar activiteit

naam bedrijf

product of dienst

1 2 Bosgroep NON 2 Bosgroep NON 2 Aannemer 2 Leverancier 2 Aannemer 2 Aannemer 2 Aannemer 2 Aannemer 2 Aannemer 2 Aannemer 2 Aannemer

Afwaardering Planvorming (5% bouwsom) Overleg Provincie/ Gemeente Spitfrezen (grasland) Aanschaf bosplantsoen regulier/speciaal (4500 st./ha) Inkuilen en planten bosplantsoen (4500 st./ha, machinaal) Leveren bosplantsoenmengsel PVM Zaaien bosplantsoenmengsel PVM Leveren en plaatsen reewildwerend raster (ca. 895m) Aanschaf Inboet (10% van totaal plantsoen) Aanplant inboet Verzorging aanplant

2 Bosgroep NON 2 Bosgroep NON

Directievoering en toezicht (12% bouwsom) Maken bestek/werkomschrijving (5% bouwsom)

hectares of bij stelpost 1 invoeren

kosten per hectare / stelpost

1,7150 € 1 € 1 € 1,7150 € 1,7150 € 1,7150 € 1 € 1,7150 € 1,7150 € 1,7150 € 1,7150 € 1,7150 € subtotaal bouwsom 1 € 1 €

kosten totaal ex Btw tarief (per kosten totaal subsidie niet BTW vermenigvuldigin incl BTW aanvraag subsidiabel gs factor) 70.000,00 € 120.050,00 1.257,91 € 1.257,91 21% € 1.522,07 € 1.522,07 1.865,50 € 1.865,50 21% € 2.257,26 € 2.257,26 200,00 € 343,00 21% € 415,03 € 415,03 1.142,02 € 1.958,57 9% € 2.134,84 € 2.134,84 2.500,00 € 4.287,50 21% € 5.187,88 € 5.187,88 450,00 € 450,00 21% € 544,50 € 544,50 200,00 € 343,00 21% € 415,03 € 415,03 7.827,99 € 13.425,00 21% € 16.244,25 € 16.244,25 1.121,87 € 1.924,00 9% € 2.097,16 € 2.097,16 729,21 € 1.250,60 21% € 1.513,23 € 1.513,23 686,00 € 1.176,49 21% € 1.423,55 € 1.423,55 € 25.158,16 3.018,98 € 3.018,98 21% € 3.652,96 € 3.652,96 1.257,91 € 1.257,91 21% € 1.522,07 € 1.522,07

totaal inrichting ex btw met toezicht/n

€ 32.558,46 totaal incl. BTW:

Totaaloverzicht activiteit

activiteit 1 afwaarderen grond 2 Plantmateriaal, inboet en inplanten en het opstellen van een inrichtings- en beplantingsplan

kosten per hectare voor BTW

subsidie aanvraag € 70.000,00 € 120.050,00 € 18.984,52 € 38.929,82

Totaal aan te vragen subsidie:

Inrichtingsplan Landgoed Weleveld

€ 158.979,82

23

€ 38.929,82

€ 38.929,82

€ 0,00

bosgroepen.nl

Inrichtingsplan Bijlage 2 Fleringerveld 1

bestemmingsplan Bestemmingsplan Bossenstrategie Tubbergen, Ka mpweg, Molenbinnenweg

61

Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 1 In het kader van de Overijsselse Bossenstrategie

Colofon Opdrachtgever: Contactpersoon: Titel:

Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 1 In het kader van de Overijsselse Bossenstrategie

Status:

Definitief

Datum:

8 december 2023

Auteurs:

k

Kaartmateriaal: Foto’s: Projectnummer:

22.30.760.12.23319

© Bosgroep Noord-Oost Nederland u.a. Balkerweg 48a 7738 PB Witharen t (0523) 74 57 00 e noordoostnederland@bosgroepen.nl www.bosgroepen.nl

Inrichtingsplan Fleringerveld 1

2

Inhoudsopgave 1

2

3

4

Inleiding

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Leeswijzer

4

Omschrijving uitgangssituatie

5

2.1

Kadastrale situatie

5

2.2

Ligging terrein

5

2.3

Bodem

6

2.4

Hoogte/helling

7

2.5

Grondwaterstanden

8

2.6

Archeologische waarden

9

2.7

Landschap

10

2.8

Aanwezige natuurwaarden

11

2.9

Wegen, paden en waterlopen

11

2.10

Kabels en leidingen

11

2.11

Eisen vanuit de regeling

11

2.11.1

Bestemming

12

2.11.2

Toestemming gemeente

12

2.11.3

Overleg omwonenden

12

2.11.4

Aanplant inheemse soorten

12

Inrichtingsplan

13

3.1

Landschappelijk inpassing

13

3.2

Aan te leggen bostypen

13

3.3

Beplantingsplan

14

3.4

Eisen aan plantmateriaal

15

3.5

Maatregelen

15

3.5.1

Bodemvoorbereiding

15

3.5.2

Wildwerende maatregelen

15

3.5.3

Nazorg

15

Toekomstige ecologische ontwikkeling

16

Bijlage 1

Kadastrale situatie

17

Bijlage 2

Inrichtingsplan

18

Bijlage 3

Beplantingsplan

19

Bijlage 4

Begroting

20

Inrichtingsplan Fleringerveld 1

3

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Landgoed Fleringerveld 1 wil meewerken aan bosuitbreiding op het eigendom. Deze bosontwikkeling wordt gerealiseerd in het kader van de Overijsselse Bossenstrategie, welke een nadere uitwerking is van de landelijke Bossenstrategie. De ambitie van de Bossenstrategie is dat er in Nederland in 2030 10% meer bos is. Bosuitbreiding is nodig om de klimaatdoelen te realiseren (vastlegging van koolstof) en draagt bovendien bij aan verhoging van de biodiversiteit en aan een gezondere leefomgeving.

1.2

Leeswijzer

In het voorliggend inrichtingsplan wordt in hoofdstuk 2 de uitgangssituatie beschreven. Dit hoofdstuk kan worden gebruikt bij een inpassingsplan voor de bestemmingsplanwijziging. Het hoofdstuk 3 is het daadwerkelijke inrichtingsplan. Binnen dit inrichtingsplan wordt aangegeven welke bostypen ontwikkeld kunnen worden. Hiervoor wordt een analyse van de biotische en abiotische factoren gemaakt. Daarnaast worden ook de uit te voeren inrichtingsmaatregelen voor het ontwikkelen van de bostypen beschreven. Als laatste hoofdstuk (hoofdstuk 4) zal de toekomstige ecologische ontwikkeling beschreven worden.

Inrichtingsplan Fleringerveld 1

4

2

Omschrijving uitgangssituatie

2.1

Kadastrale situatie zijn eigenaar van de percelen bekend onder de

kadastrale nummers Tubbergen 02 H 8233 en Tubbergen 02 G 3004. De percelen zijn onderdeel van landgoed Fleringerveld 1 en worden hieronder verder aangegeven. In bijlage 1 is een kaart met de kadastrale gegevens weergeven. NAW-gegevens van de eigenaar: Naam object:

Landgoed Fleringerveld 1

Eigenaar: Adres:

Essenhuisweg 3

Postcode en plaats:

7666 LK

Contactpersoon: E-mail: Kadastrale gegevens:

TBG02 H 8233, TBG02 G 3004

Kadastrale oppervlakte (m2):

28.505, 97.030

Oppervlakte aan te planten (m2):

8.200, 12.200

Totaal oppervlakte aan te planten (ha)

2.04

Werknaam/aanduiding:

Percelen 1,2 en 3

Huidige bestemming:

Agrarisch

Dubbele bestemming:

Waarde – archeologisch 4

Toekomstige bestemming:

Bos

2.2

Ligging terrein

De aan te planten percelen op Landgoed Fleringerveld 1 zijn samen 2,04 hectare groot waarvan de gehele oppervlakte wordt aangeplant met bomen en struiken. De percelen liggen ten zuiden van de Ootmarsumseweg in Fleringen, gemeente Tubbergen. De percelen worden verder begrenst door de Molenbinnenweg (oostzijde), landbouwpercelen (noord-, en west) en een houtwal (zuidzijde). Figuur 1 laat de ligging van de aan te planten percelen zien. De percelen zijn geen onderdeel van en grenzen niet aan het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000. De percelen worden overwegend gebruikt als grasland (Engels raaigras) en akkerland.

Figuur 1: Ligging van de percelen waar de maatregelen zullen plaatsvinden (Bron: geo.drenthe.nl/geoportaal, 2022)

Inrichtingsplan Fleringerveld 1

5

2.3

Bodem

De bodems in het gebied zijn uiteenlopend en gevarieerd (zie figuur 2).

Figuur 2: De bodemkaart laat de bodemtypes in het gebied zien.

De bodems van de percelen lopen uiteen van veldpodzol- tot beekeerdgronden. De laagstgelegen terreindelen (niet altijd te zien in het veld) worden geclassificeerd als een beekeerdgrond (bodemcode pZg23). Beekeerdgronden komen veelal voor in beekdalen en zijn opgebouwd uit een dekzand met een humusrijke toplaag (zie figuur 3). Het dekzand bestaat uit zwak tot sterk lemig fijn zand De hogere terreindelen bestaan uit veldpodzolen (bodemcode Hn21). Deze bodem heeft een licht zichtbare inspoelingslaag onder de bouwvoor (zie figuur 4). De bodem bestaat uit zwak tot sterk lemig fijn zand en is goed water doorlatend. Beide bodems behoren tot de hydrozandgronden wat wil zeggen dat ze onder invloed staan van wisselende grondwaterstanden. In paragraaf 2.5 wordt hier verder op ingegaan.

Inrichtingsplan Fleringerveld 1

6

Figuur 3: Het bodemprofiel van de beekeerdgrond welke volledig uit zand bestaat. De bovenste 20 cm bestaat heeft zichtbaar een hoger organisch stofgehalte.

2.4

Figuur 4: Het bodemprofiel van de veldpodzolgrond. Onder de eerste 20 cm (rechtsboven) is een inspoelingslaag te zien.

Hoogte/helling

De hoogtekaart (zie figuur 5) laat zien dat er geen grote hoogteverschillen aanwezig zijn in het terrein.

Figuur 5: De hoogtekaart van het gebied. Het hoogste punt ligt circa 16 m boven NAP en het laagste punt circa 15 m boven NAP.

Inrichtingsplan Fleringerveld 1

7

2.5

Grondwaterstanden

Grondwaterstanden hebben in het betreffende gebied invloed op het aan te planten bos, omdat de meeste terreindelen onder invloed van grondwater staan tijdens de natste periode van het jaar. Door het jaar heen fluctueren de grondwaterstanden. De GHG (zie figuur 6) treedt op in natte periodes, in de praktijk is dit in de winter en vroege voorjaar. De GLG (zie figuur 7) treedt op in droge perioden. Op de lagere terreindelen varieert de GHG tussen de 40 en 60 cm onder maaiveld. Op de lagere terreindelen varieert de GLG rond de 60 cm onder maaiveld. Op de hogere terreindelen zakt het grondwater in de zomer weg naar een niveau van 100 tot 120 onder maaiveld.

Figuur 6: De GHG laat zien dat het grondwater gemiddeld 40 tot 80 cm onder maaiveld staat tijdens de natste periode van het jaar.

Inrichtingsplan Fleringerveld 1

8

Figuur 7: De GLG laat zien dat het grondwater 100 tot 150 cm onder maaiveld wegzakt tijdens de droogste periode van het jaar.

2.6

Archeologische waarden

De Atlas van Overijssel laat zien dat de archeologische verwachtingen op de aan te planten percelen laag is. Vanuit het bestemmingsplan is een dubbelbestemming met “Waarde – Archeologie 4” toegekend. Omdat het perceel een lage archeologische verwachting en waarde heeft, is nader onderzoek niet nodig.

Inrichtingsplan Fleringerveld 1

9

2.7

Landschap

Het landschap heeft een open karakter vanwege het huidige agrarische gebruik (zie figuur 8). Er zijn enkele landschapselementen en kleine bospercelen in de omgeving aanwezig. Boomsoorten die voorkomen zijn zomereik, Amerikaanse eik, zwarte els en berk. Daarnaast zijn er struiksoorten als vlier, braam, Amerikaanse vogelkers te vinden. In hoofdstuk 3 wordt het landschap verder beschreven.

Figuur 8: Een impressie van het landschap.

In het verleden is de locatie door menselijk handelen ontgonnen en aangepast voor agrarische doeleinden. Deze ontwikkeling is duidelijk te volgen op de kaart van 1900 (zie figuur 9), waar wegen en perceelsgrenzen zichtbaar zijn. Vanaf 1950 heeft het gebied verdere ontginning en verkaveling ondergaan tijdens de grote ruilverkaveling. Deze veranderingen zijn goed waarneembaar op de kaart van 1950 (zie figuur 10), waar het landschap verder is verkaveld en de eerste boerderijen zijn gebouwd. Na 1950 zijn er singels, houtwallen, bossen en erfbeplantingen aangelegd, zoals te zien is op de kaart van 1965 (zie figuur 11). Het bos aan de noordzijde is destijds gebruikt voor houtvoorziening en geriefhout. Sinds die tijd is het landschap relatief stabiel gebleven, met weinig verdere veranderingen.

Figuur 9: Historische kaart uit 1900. Het gebied is deels ontgonnen ten behoeve van de landbouw. Enkele delen zijn nog niet ontgonnen en waren nature nat.

Inrichtingsplan Fleringerveld 1

Figuur 10: Historische kaart uit 1950. Het gebied is tijdens de grote ruilverkaveling verder ontgonnen en verkaveld. De natte terreindelen zijn ontwaterd en geschikt gemaakt voor moderne landbouw.

10

Figuur 11: Historische kaart uit 1965. Na de grote ruilkaveling is men enkele groene elementen als bos en singels aan gaan leggen

2.8

Aanwezige natuurwaarden

De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is geraadpleegd en daar is uit gebleken dat er geen soorten aanwezig zijn waar rekening mee gehouden moet worden.

2.9

Wegen, paden en waterlopen

Het perceel is bereikbaar via een inrit vanaf de Molenbinnenweg. Verder zijn er geen wegen, paden en waterlopen aanwezig die beperkingen opleggen aan de bosaanplant.

2.10 Kabels en leidingen De Bosgroep heeft een oriëntatieverzoek gedaan bij het Kadaster over de ligging van kabels en leidingen. Uit dit oriëntatieverzoek blijken er geen kabels en leidingen in de percelen aanwezig te zijn.

2.11 Eisen vanuit de regeling Hieronder worden de belangrijkste eisen vanuit de regeling weergegeven. Daarbij is het belangrijk dat er een positief advies ligt vanuit de gemeente om uiteindelijk een bestemmingsplanwijziging te realiseren. Tevens is ook het omgevingsmanagement beschreven in de vorm van overleg met de omwonenden. Verder komen overige eisen aan bod.

Inrichtingsplan Fleringerveld 1

11

2.11.1

Bestemming

De gemeentelijke bestemming van de percelen is hoofdzakelijk ‘Agrarisch’ met de aanduiding ‘Waarde – Archeologisch 4’. Het aanleggen van bos past binnen het bestemmingsplan van Gemeente Tubbergen. 2.11.2

Toestemming gemeente

Er heeft overleg plaatsgevonden met de gemeente Tubbergen en er is een schriftelijke intentieverklaring afgegeven op de voorgenomen plannen. 2.11.3

Overleg omwonenden

De omwonenden en belanghebbenden zijn op de hoogte van de voorgenomen maatregelen. Tijdens dit overleg is positief gereageerd op het voornemen tot bosaanleg. 2.11.4

Aanplant inheemse soorten

De provincie eist dat er minimaal 60% inheemse soorten worden aangeplant. Ook vereist de provincie dat bosranden worden aangelegd mits mogelijk. De wens is om 20% van de aanplant te laten bestaan uit autochtoon plantmateriaal van de Nederlandse Rassenlijst Bomen: er dient dan plantmateriaal te worden gebruikt waarvan de herkomst

vermeld

is

in

de

meest

recente

Nederlandse

Rassenlijst

Bomen

(zie

www.rassenlijstbomen.nl). Daarbij dient materiaal gebruikt te worden uit een vergelijkbaar gebied/floradistrict (gebiedseigen soorten). Gedetailleerde informatie over aanwezig autochtoon materiaal is beschikbaar bij de genenbank voor bomen en struiken (www.genenbankbomenenstruiken.nl).

Inrichtingsplan Fleringerveld 1

12

3

Inrichtingsplan

3.1

Landschappelijk inpassing

Aan de hand van de bestaande situatie en het heersende landschap wordt bepaald welke soorten bossen worden aangelegd. In de nabije omgeving zijn vooral inheemse boomsoorten zoals eik en berk, en struiksoorten zoals lijsterbes en vuilboom te vinden. Ook komt er veel Amerikaanse eik voor. Binnen het opgestelde inrichtingsplan is de beslissing genomen om naast eik ook boomsoorten aan te planten die klimaatbestendig zijn. Ongeveer de helft van de aangeplante boomvormers zal bestaan uit inheemse eik, omdat deze soort goed aansluit bij het bestaande landschap. Om risico's te spreiden, is besloten om naast de inheemse eik verschillende andere boomsoorten aan te planten, waardoor een gevarieerd bos ontstaat. Door de aanplant van bos en singels worden diverse groenelementen met elkaar verbonden, wat landschappelijk goed inpasbaar is. Bovendien waren er in het verleden veel singels aanwezig in het gebied.

3.2

Aan te leggen bostypen

Op basis van de uitgangssituatie en het landschap wordt bepaald welke bostypen worden aangelegd. In de directe omgeving zijn vooral boomsoorten als eik en berk en struiksoorten als lijsterbes en vuilboom te vinden. Bij de aanleg van bos wordt ingespeeld op een zo hoog mogelijke toekomstbestendigheid door middel van individuele en groepsgewijze aanplant van zowel struik- als boomvormers en daarmee menging in soorten. Ook wordt rekening gehouden met het creëren van natuurlijke bosranden (zie figuur 12). Door hier nu goed rekening mee te houden wordt op langere termijn een structuurrijk bos ontwikkelt. Bijlage 2 laat het inrichtingsplan zien. In totaal wordt 1,68 ha hectare bos aangeplant. Daarnaast wordt er een houtsingel aangeplant die ongeveer 400 meter lang is en 10 meter breed (0,36 ha). Gezamenlijk wordt er 2,04 hectare aangeplant.

Figuur 12: Weergave van horizontale bosstructuur

Voor de inrichting van het bos is er gekeken naar verschillende factoren beschreven in hoofdstuk 2. Aan de hand van het bodemtype, hoogteligging en grondwatertrappen is het bostype en de daarbij horende boomsoorten bepaald.

Inrichtingsplan Fleringerveld 1

13

Bij de aanplant van de percelen wordt gerekend met 4.500 stuks per hectare en wordt aangeplant op een plantafstand van 1,5x1,5 meter. De struikvormers worden aangeplant in groepen van minimaal 25 stuks en de boomvormers in groepen van minimaal 50 stuks. In bijlage 3 is een beplantingsplan opgenomen.

3.4

Eisen aan plantmateriaal

Om veilig te stellen dat het plantsoen van goede kwaliteit is, dient het plantmateriaal te voldoen aan NEN 4712 normering en NAK gecertificeerd plantsoen. Waar mogelijk komt het plantsoen van autochtone herkomst en is het biologisch geteeld.

3.5

Maatregelen

Om de percelen op de juiste manier te kunnen aanplanten dienen er voorbereidende maatregelen genomen te worden, alvorens over gegaan kan worden op de daadwerkelijke aanplant. Deze maatregelen komen terug in de begroting (zie bijlage 5) waar ze verder gespecificeerd zijn. De begroting geeft een raming van alle geschatte kosten. 3.5.1 Bodemvoorbereiding Alle percelen bestaan uit grasland. Deze worden voorafgaand aan de aanplant gespitfreesd en ingezaaid met een kruidenmengsel. Dit om concurrentie van grassen en ongewenste kruiden te voorkomen. 3.5.2 Wildwerende maatregelen Rondom percelen 2 en 3 wordt gebruik gemaakt van een wildwerend raster. Hiermee wordt het plantsoen beschermd tegen zowel vraat als veegschade door reewild. In perceel 1 wordt geen gebruik gemaakt van wildwerende maatregelen. In dit perceel worden enkel boomvormers in laanboomformaat geplant die niet gevoelig zijn voor vraatschade. De struiken zijn in principe wel gevoelig voor schade maar dat is acceptabel, omdat de groei van de struiken niet wordt beperkt. 3.5.3 Nazorg Nadat het bos is aangeplant, is het noodzakelijk om nazorg te plegen. Er zal jaarlijks een controle worden uitgevoerd in de zomer om te inventariseren of de aanplant belemmerd wordt door aanwezige grassen en kruiden. Als het nodig is, wordt de beplanting vrij gemaaid van de concurrerende soorten. Daarnaast wordt indien noodzakelijk ingeboet.

Bij dit inrichtingsplan wordt rekening gehouden met inboet van 10% zodat deze kosten ook binnen de subsidieregeling worden vergoed.

Inrichtingsplan Fleringerveld 1

15

4

Toekomstige ecologische ontwikkeling

Een bos en bosecosysteem ontwikkelen is een proces dat vele jaren duurt. Een bos kent verschillende leeftijdsfasen, met elk hun eigen bijdrage aan natuurwaarden. Het gaat om de jonge fase, dichte fase, stakenfase, volwassen fase en aftakelingsfase waarin veel boomholten ontstaan. De natuurwaarden van bos liggen in de structuren en habitats die worden geboden voor diersoorten. Insecten en ongewervelden vormen de basis van de voedselpiramide in bossen. Het gaat in een bosecosysteem om enorm veel soorten. Hier profiteren vogels en zoogdieren van. Broedvogels en zoogdieren zijn soortgroepen waarvoor een bos belangrijke natuurwaarden heeft. Daarnaast zijn de natuurwaarden van bos gelegen in paddenstoelen en mossen en in de specifieke boskruiden en houtige gewassen, met de soorten die daarvan afhankelijk zijn. In de jonge fase, in de eerste jaren waarin de jonge aanplant nog geen gesloten kroonbedekking heeft, heeft de ondergroei van (ruig) gras veel waarde voor kleine zoogdieren, broedvogels als patrijs en fazant en kan het een goed gebied worden voor voedsel zoekende vleermuizen en roofvogels (bijvoorbeeld buizerd en torenvalk). In de dichte fase is sprake van een min of meer gesloten kroonlaag van lage bomen en struiken. Wat broedvogels betreft worden daarin de volgende soorten verwacht: Het begint met de groep van jong bos en struweel.

Soorten als kneu, tuinfluiter, grasmus en de fitis houden van zeer jong bos en bosranden met struiken. Maar ook de spotvogel kan hier verschijnen. In jong bos of de struiklaag in volwassen bos zullen winterkoning, merel, roodborst, zanglijster en zwartkop gaan leven. Bij de stakenfase is het bos heel dicht en wint de hoogte. Er verschijnen ook soorten die zullen blijven en zowel in jong als oud bos kunnen leven, zoals houtduif, vink, koolmees en gaai. Een soort als de ransuil voelt zich hier ook thuis. Binnen dertig jaar komt het bos in de fase van opgaand bos. In opgaand bos met loofbomen vestigen zich soorten als grote lijster, tjiftjaf spreeuw en houtsnip. Pas als de bomen een dikkere diameter (>30 cm) en ouderdom hebben kunnen holenbroeders en spechten verschijnen. Deze diameters worden, soort en groeiplaats afhankelijk, na ongeveer 50 jaar bereikt.

Dan zijn boomkruiper, boomklever en allerlei

soorten spechten en mezen op termijn te verwachten. Bij voldoende rust en omvang van het bos gaan er ook soorten broeden als bosuil, sperwer, havik, buizerd en raaf, en de middelste bonte specht die pas in bossen verschijnt als er zwaar loofhout aanwezig is. Dit volwassen bos met voldoende holten is ook het leefgebied van vele soorten vleermuizen. Wat flora betreft kunnen op de langere termijn bes-dragende soorten zich vestigen zoals hulst, wilde kamperfoelie, klimop, lijsterbes en vuilboom. In de ondergroei is bijvoorbeeld gladde witbol en hondsdraf te verwachten. Ook braamstruwelen zullen zich ontwikkelen, die zijn op een zonnige plek zeer waardevol voor bosrandvlinders, zoals bont zandoogje. De kolonisatie van de meeste soorten boskruiden zal langzaam gaan, ook als bijvoorbeeld een bosplant als gewone salomonszegel, dalkruid, bosanemoon, grootbloemmuur of witsporig bosviooltje al in de nabijheid aanwezig is.

Inrichtingsplan Fleringerveld 1

16

Bijlage 2

Inrichtingsplan

Inrichtingsplan Fleringerveld 1

18

Bijlage 3

Perceel

Beplantingsplan

Opp. (Ha)

TBG-02-H8233 1

1600

Frezen, spitten

Frezen, spitten

Frezen, spitten

2,04

Inrichtingsplan Fleringerveld 1

Zomereik

10%

10-12cm

50 laanboom

Hazelaar

15%

60/100

300

Wilde kardinaalsmuts

15%

60/100

250

Gelderse roos

15%

60/100

225

Vlier

15%

60/100

200

LIjsterbes

15%

60/100

225

Sleedoorn

15%

60/100

totaal:

100%

Zomereik

50%

60/100

875

Robinia

10%

60/100

150

Zoete kers

10%

60/100

150

Winterlinde

10%

60/100

200

Fladderiep

10%

60/100

200

Boomhazelaar

5%

60/100

100

Walnoot

5%

60/100

totaal:

100%

Hazelaar

25%

60/100

75

Wilde kardinaalsmuts

25%

60/100

75

Gelderse roos Vlier

20% 10%

60/100 60/100

50 25

LIjsterbes

10%

60/100

25

Sleedoorn

10%

60/100

totaal:

100%

Zomereik

50%

60/100

2400

Robinia

10%

60/100

400

Zoete kers

10%

60/100

500

Winterlinde

10%

60/100

500

Fladderiep

10%

60/100

500

Boomhazelaar

5%

60/100

250

Walnoot

5%

60/100

totaal:

100%

Hazelaar

20%

60/100

150

Wilde kardinaalsmuts

20%

60/100

150

Gelderse roos

15%

60/100

100

Vlier

15%

60/100

100

LIjsterbes

15%

60/100

100

Sleedoorn

15%

60/100

100

totaal:

100%

225 1475

100 1775

50 300

1,5 x 1,5 (4500 stuks) 4800

0,16

Opmerkingen

1,5 x 1,5 (4500 stuks) 300

1,06

PlantsoenAantal maat

Percentage

1,5 x 1,5 (4500 stuks) 1775

0,07

TBG-02-G3004 3b

1,5 x 1,5 (4500 stuks)

Frezen, spitten

TBG-02-G3004 3a

Frezen, spitten

0,39

TBG-02-H8233 2b

Plant- afstand

0,36

TBG-02-H8233 2a

Bodembewerking

250 4800

1,5 x 1,5 (4500 stuks) 700

9175

TOTAAL:

700 9050

19

Bijlage 4

Begroting

activiteit

naam bedrijf

product of dienst

hectares of bij stelpost 1 invoeren

kosten per ha / st kosten totaal ex BTW

1

Afwaardering

2,04

€ 70.000,00

Btw tarief (per kosten totaal subsidie vermenigvuldigin incl BTW aanvraag gs factor) € 142.800,00 21%

2 Bosgroep Noord-Oost Nederland 2 Aannemer 2 Aannemer 2 Leverancier 2 Aannemer 2 Aannemer 2 Aannemer 2 Leverancier 2 Leverancier 2 Aannemer 2 Aannemer 2 Aannemer 2 Aannemer 2 Aannemer 2 Aannemer 2 Leverancier 2 Aannemer 2 Aannemer 2 Leverancier 2 Leverancier 2 Aannemer 2 Aannemer

Planvorming e.a. (offertebedrag) Spitfrezen BOS Spitfrezen HOUTSINGEL Aanschaf plantsoen BOS Inkuilen en aanplanten bosplantsoen BOS Aanschaf en plaatsen wildwerend raster BOS Aanschaf bosplantsoenmengsel en inzaaien BOS Aanschaf plantsoen HOUTSINGEL Aanschaf laanbomen HOUTSINGEL Inkuilen en aanplanten bosplantsoen HOUTSINGEL Aanplanten laanbomen HOUTSINGEL Plaatsen boompalen en boomband HOUTSINGEL Plaatsen gietrand HOUTSINGEL Aanschaf bosplantsoenmengsel en inzaaien HOUTSINGEL Verzorging aanplant BOS Inboet bosplantsoen (aanschaf) (10%) BOS Inkuilen en aanplanten inboet (10%) BOS Verzorgen aanplant HOUTSINGEL Inboet bosplantsoen (aanschaf) (10%) HOUTSINGEL Inboet laanbomen (aanschaf) (10%) HOUTSINGEL Inkuilen en aanplanten inboet (10%) HOUTSINGEL Aanplanten inboet laanbomen HOUTSINGEL

1 1,68 0,36 7575 7575 1,68 1,68 1425 50 1425 50 100 50 0,36 1,68 800 800 0,36 150 8 150 8

€ 3.752,50 € 350,00 € 350,00 € 2,00 € 0,40 € 4.285,71 € 450,00 € 1,50 € 60,00 € 0,40 € 45,00 € 5,00 € 10,00 € 450,00 € 442,75 € 2,00 € 1,00 € 442,75 € 1,50 € 60,00 € 1,00 € 60,00

€ 3.752,50 € 588,00 € 126,00 € 15.150,00 € 3.030,00 € 7.200,00 € 756,00 € 2.137,50 € 3.000,00 € 570,00 € 2.250,00 € 500,00 € 500,00 € 162,00 € 743,82 € 1.600,00 € 800,00 € 159,39 € 225,00 € 480,00 € 150,00 € 480,00

21% 21% 21% 9% 21% 21% 21% 9% 9% 21% 21% 21% 21% 21% 21% 21% 9% 21% 21% 21% 9% 21%

€ 4.540,53 € 711,48 € 152,46 € 16.513,50 € 3.666,30 € 8.712,00 € 914,76 € 2.329,88 € 3.270,00 € 689,70 € 2.722,50 € 605,00 € 605,00 € 196,02 € 900,02 € 1.936,00 € 872,00 € 192,86 € 272,25 € 580,80 € 163,50 € 580,80

2 Bosgroep Noord-Oost Nederland 2 Bosgroep Noord-Oost Nederland

Maken bestek/werkomschrijving (5%) Toezicht en directie (12%)

1 1

€ 2.042,26 € 4.901,43

€ 2.042,26 € 4.901,43

21% 21%

€ 2.471,14 € 5.930,72

€ 2.471,14 € 5.930,72

€ 59.529,21

€ 47.168,45 € 12.360,77

Totaal inrichtingskosten

€ 51.303,90

Totaaloverzicht activiteit

activiteit

1 afwaarderen grond 2 Plantmateriaal, inboet en inplanten en het opstellen van een inrichtings- en beplantingsplan

kosten per subsidie hectare voor aanvraag BTW € 70.000,00 € 142.800,00 € 23.121,79 € 47.168,45 Totaal aan te vragen subsidie:

Inrichtingsplan Fleringerveld 1

20

€ 189.968,45

niet subsidiabel

€ 4.540,53 € 711,48 € 152,46 € 16.513,50 € 3.666,30 € 8.712,00 € 914,76 € 2.329,88 € 3.270,00 € 689,70 € 2.722,50 € 605,00 € 605,00 € 196,02 € 900,02 € 1.936,00 € 872,00 € 192,86 € 272,25 € 580,80 € 163,50 € 580,80

bosgroepen.nl

Inrichtingsplan Bijlage 3 Fleringerveld 2

bestemmingsplan Bestemmingsplan Bossenstrategie Tubbergen, Ka mpweg, Molenbinnenweg

83

Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2 In het kader van de Overijsselse Bossenstrategie

Colofon Opdrachtgever: Contactpersoon: Titel:

Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2 In het kader van de Overijsselse Bossenstrategie

Status:

Definitief

Datum:

8 december 2023

Auteurs: Kaartmateriaal: Foto’s: Projectnummer:

22.30.760.12.23319.2

© Bosgroep Noord-Oost Nederland u.a. Balkerweg 48a 7738 PB Witharen t (0523) 74 57 00 e noordoostnederland@bosgroepen.nl www.bosgroepen.nl

Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2

2

Inhoudsopgave 1

2

3

4

Inleiding

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Leeswijzer

4

Omschrijving uitgangssituatie

5

2.1

Kadastrale situatie

5

2.2

Ligging terrein

5

2.3

Bodem

6

2.4

Hoogte/helling

7

2.5

Grondwaterstanden

8

2.6

Archeologische waarden

9

2.7

Landschap

10

2.8

Aanwezige natuurwaarden

11

2.9

Wegen, paden en waterlopen

11

2.10

Kabels en leidingen

11

2.11

Eisen vanuit de regeling

11

2.11.1

Bestemming

12

2.11.2

Toestemming gemeente

12

2.11.3

Overleg omwonenden

12

2.11.4

Aanplant inheemse soorten

12

Inrichtingsplan

13

3.1

Landschappelijk inpassing

13

3.2

Aan te leggen bostypen

13

3.3

Beplantingsplan

14

3.4

Eisen aan plantmateriaal

15

3.5

Maatregelen

15

3.5.1

Bodemvoorbereiding

15

3.5.2

Wildwerende maatregelen

15

3.5.3

Nazorg

15

Toekomstige ecologische ontwikkeling

16

Bijlage 1

Kadastrale situatie

17

Bijlage 2

Inrichtingsplan

18

Bijlage 3

Beplantingsplan

19

Bijlage 4

Begroting

20

Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2

3

1

Inleiding

1.1

Aanleiding wil meewerken aan bosuitbreiding op haar eigendom. Deze

bosontwikkeling wordt gerealiseerd in het kader van de Overijsselse Bossenstrategie, welke een nadere uitwerking is van de landelijke Bossenstrategie. De ambitie van de Bossenstrategie is dat er in Nederland in 2030 10 % meer bos is. Bosuitbreiding is nodig om de klimaatdoelen te realiseren (vastlegging van koolstof) en draagt bovendien bij aan verhoging van de biodiversiteit en aan een gezondere leefomgeving.

1.2

Leeswijzer

In het voorliggend inrichtingsplan wordt in hoofdstuk 2 de uitgangssituatie beschreven. Dit hoofdstuk kan worden gebruikt bij een inpassingsplan voor de bestemmingsplanwijziging. Het hoofdstuk 3 is het daadwerkelijke inrichtingsplan. Binnen dit inrichtingsplan wordt aangegeven welke bostypen ontwikkeld kunnen worden. Hiervoor wordt een analyse van de biotische en abiotische factoren gemaakt. Daarnaast worden ook de uit te voeren inrichtingsmaatregelen voor het ontwikkelen van de bostypen beschreven. Als laatste hoofdstuk (hoofdstuk 4) zal de toekomstige ecologische ontwikkeling beschreven worden.

Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2

4

2

Omschrijving uitgangssituatie

2.1

Kadastrale situatie

Jvr. T.E.A. von Bönninghausen is eigenares van het perceel bekend onder de kadastrale nummer Tubbergen 02 H 8232. De percelen zijn onderdeel van landgoed Fleringerveld 2 en worden hieronder verder aangegeven. In bijlage 1 is een kaart met de kadastrale gegevens weergeven. NAW-gegevens van de eigenaar Naam object:

Landgoed Fleringerveld 2

Eigenaar: Adres:

Essenhuisweg 3

Postcode en plaats:

7666 LK Tubbergen

Contactpersoon:

Kadastrale gegevens:

TBG02 H 8232

Kadastrale oppervlakte (m2):

79.145

Oppervlakte aan te planten (m2):

20.000

Werknaam/aanduiding:

Percelen 1, 2 en 3

Huidige bestemming:

Agrarisch

Dubbele bestemming:

Waarde – archeologisch 4

Toekomstige bestemming:

Bos

2.2

Ligging terrein

De aan te planten percelen op Landgoed Fleringerveld 2 zijn samen 2,00 hectare groot waarvan de gehele oppervlakte wordt aangeplant met bomen en struiken. De percelen liggen ten zuiden van de Ootmarsumseweg in Fleringen, gemeente Tubbergen. De percelen worden verder begrenst door de Brakenweg (westzijde), landbouwpercelen (oost- en westzijde) en een houtwal (zuidzijde). Figuur 1 laat de ligging van de aan te planten percelen zien. De percelen zijn geen onderdeel van en grenzen niet aan het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000. De percelen worden overwegend gebruikt als grasland (Engels raaigras) en akkerland.

Figuur 1: Ligging van de percelen waar de maatregelen zullen plaatsvinden (Bron: geo.drenthe.nl/geoportaal, 2022)

Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2

5

2.3

Bodem

De bodems die worden beplant bestaan uit 2 bodemtypen, zoals de bodemkaart (zie figuur 2), laat zien.

Figuur 2: De bodemkaart laat de bodemtypes in het gebied zien.

De kern van de aanplant bestaat uit een veldpodzolgrond, waarbij het aan weerszijden overgaat in een beekeerdgrond. De laagstgelegen terreindelen (niet altijd te zien in het veld) worden geclassificeerd als een beekeerdgrond (bodemcode pZg23). Beekeerdgronden komen veelal voor in beekdalen en zijn opgebouwd uit een dekzand met een humusrijke toplaag (zie figuur 3). Het dekzand bestaat overwegend uit zwak lemig zand. De hogere terreindelen bestaan uit een veldpodzol(bodemcode Hn23). Deze bodem heeft een licht zichtbare inspoelingslaag onder de bouwvoor (zie figuur 4). De bodem bestaat uit lemig fijn zand en is goed water doorlatend. Beide bodems behoren tot de hydrozandgronden wat wil zeggen dat ze onder invloed staan van wisselende grondwaterstanden. In paragraaf 2.5 wordt hier verder op ingegaan.

Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2

6

Figuur 3: Het bodemprofiel van de beekeerdgrond welke volledig uit zand bestaat. De bovenste 20 cm bestaat heeft zichtbaar een hoger organisch stofgehalte.

2.4

Figuur 4: Het bodemprofiel van de veldpodzolgrond. Onder de eerste 20 cm (rechtsboven) is een inspoelingslaag te zien.

Hoogte/helling

De hoogtekaart (zie figuur 5) laat zien dat er geen grote hoogteverschillen aanwezig zijn in het terrein.

Figuur 5: De hoogtekaart van het gebied. Zowel het hoogste als het laagste punt liggen rond de 16 m boven NAP.

Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2

7

2.5

Grondwaterstanden

Grondwaterstanden hebben in het betreffende gebied invloed op het aan te planten bos, omdat de meeste terreindelen onder invloed van grondwater staan tijdens de natste periode van het jaar. Door het jaar heen fluctueren de grondwaterstanden. De GHG (zie figuur 6) treedt op in natte periodes, in de praktijk is dit in de winter en vroege voorjaar. De GLG (zie figuur 7) treedt op in droge perioden. De GHG varieert tussen de 40 en 80 cm onder maaiveld.

Figuur 6: De GHG laat zien dat het grondwater gemiddeld 40 tot 80 cm onder maaiveld staat tijdens de natste periode van het jaar.

Op de lagere terreindelen varieert de GLG tussen de 80 cm en 100 cm onder maaiveld. Op de hogere terreindelen zakt het grondwater in de zomer weg naar een niveau van 100 cm tot 150 cm onder maaiveld.

Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2

8

Figuur 7: De GLG laat zien dat het grondwater 150 tot 200 cm onder maaiveld wegzakt tijdens de droogste periode van het jaar.

2.6

Archeologische waarden

De Atlas van Overijssel laat zien dat de archeologische verwachtingen op de aan te planten percelen laag is. Vanuit het bestemmingsplan is een dubbelbestemming met “Waarde – Archeologie 4” toegekend. Voor deze bestemming geldt het behoud van de archeologische waarden. Omdat het perceel een lage archeologische verwachting en waarde heeft, is nader onderzoek niet nodig.

Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2

9

2.7

Landschap

Het landschap heeft een open karakter vanwege het huidige agrarische gebruik (zie afbeelding 8. Er zijn enkele landschapselementen en kleine bospercelen in de omgeving aanwezig. Boomsoorten die voorkomen zijn zomereik, Amerikaanse eik, zwarte els en berk. Daarnaast zijn er struiksoorten als vlier, braam, Amerikaanse vogelkers te vinden. In hoofdstuk 3 wordt het landschap verder beschreven.

Afbeelding 8: Een impressie van het landschap.

In het verleden is de locatie door menselijk ingrijpen ontgonnen en aangepast voor agrarisch gebruik. Deze ontwikkelingen zijn duidelijk zichtbaar op de kaart van 1900 (zie figuur 9), waar wegen en perceelsgrenzen zijn aangegeven. Met name aan de westzijde rondom Albergen werden vóór 1900 aanzienlijke hoeveelheden singels en houtwallen aangeplant. Vanaf 1950 heeft het gebied een verdere transformatie ondergaan tijdens de grootschalige ruilverkaveling, zoals weergegeven op de kaart van 1950 (zie figuur 10). Het landschap is verder verkaveld, en de eerste boerderijen zijn opgericht. In 1965 (zie figuur 11), toen er nog veel groene elementen aanwezig waren, is het landschap in de loop der jaren verder ontgonnen, waarbij veel houtwallen en singels zijn verdwenen.

Figuur 9: Historische kaart uit 1900. Het gebied is Figuur 10: Historische kaart uit 1950 het gebied is tijdens de grote ruilverkaveling verder ontgonnen grotendeels ontgonnen ten behoeve van de landbouw. Enkele delen zijn nog niet ontgonnen en en verkaveld. De natte terreindelen zijn ontwaterd en geschikt gemaakt voor moderne landbouw. waren van nature nat.

Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2

10

Figuur 11: Historische kaart uit 1965. Er hebben ten opzichte van 1950 geen ingrijpende veranderingen plaats gevonden.

2.8

Aanwezige natuurwaarden

De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is geraadpleegd en daar is uit gebleken dat er geen soorten aanwezig zijn waar rekening mee gehouden moet worden.

2.9

Wegen, paden en waterlopen

Het perceel is bereikbaar via een inrit vanaf de Brakenweg. Verder zijn er geen wegen, paden en waterlopen aanwezig die beperkingen opleggen aan de bosaanplant. Wel dient er een strook van 3 meter breeds langs de aanwezige watergang vrij te worden gehouden.

2.10 Kabels en leidingen De Bosgroep heeft een oriëntatieverzoek gedaan bij het Kadaster over de ligging van kabels en leidingen. Uit dit oriëntatieverzoek blijken er geen kabels en leidingen in de percelen aanwezig te zijn.

2.11 Eisen vanuit de regeling Hieronder worden de belangrijkste eisen vanuit de regeling weergegeven. Daarbij is het belangrijk dat er een positief advies ligt vanuit de gemeente om uiteindelijk een bestemmingsplanwijziging te realiseren. Tevens is ook het omgevingsmanagement beschreven in de vorm van overleg met de omwonenden. Verder komen overige eisen aan bod.

Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2

11

2.11.1

Bestemming

De gemeentelijke bestemming van de percelen is hoofdzakelijk ‘Agrarisch’ met de aanduiding ‘Waarde – Archeologisch 4’. Dit levert, zoals beschreven in paragraaf 2.6, geen bezwaren op. Daarnaast past bosaanleg binnen het bestemmingsplan van Gemeente Tubbergen. 2.11.2

Toestemming gemeente

Er heeft overleg plaatsgevonden met de gemeente Tubbergen en er is een schriftelijke positieve intentieverklaring afgegeven op de voorgenomen plannen. 2.11.3

Overleg omwonenden

De omwonenden en belanghebbenden zijn op de hoogte gebracht van de voorgenomen bosaanleg. Tijdens dit overleg is positief gereageerd. 2.11.4

Aanplant inheemse soorten

De provincie eist dat er minimaal 60% inheemse boom- en struiksoorten worden aangeplant. Ook vereist de provincie dat bosranden worden aangelegd mits de ligging daarvoor geschikt is. De wens is om 20% van de aanplant te laten bestaan uit autochtoon plantmateriaal van de Nederlandse Rassenlijst Bomen: er dient dan plantmateriaal te worden gebruikt waarvan de herkomst

vermeld

is

in

de

meest

recente

Nederlandse

Rassenlijst

Bomen

(zie

www.rassenlijstbomen.nl). Daarbij dient materiaal gebruikt te worden uit een vergelijkbaar gebied/floradistrict (gebiedseigen soorten). Gedetailleerde informatie over aanwezig autochtoon materiaal is beschikbaar bij de genenbank voor bomen en struiken (www.genenbankbomenenstruiken.nl).

Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2

12

3

Inrichtingsplan

3.1

Landschappelijk inpassing

Het bepalen van de bostypen voor de aanleg is gebaseerd op de bestaande situatie en het heersende landschap. In de nabije omgeving komen voornamelijk inheemse boomsoorten zoals eik en berk voor, evenals struiksoorten als lijsterbes en vuilboom. Daarnaast is er een aanzienlijke aanwezigheid van Amerikaanse eik. Binnen het inrichtingsplan is besloten om, naast eik, ook klimaatbestendige boomsoorten te planten. Ongeveer de helft van de geplante boomvormers zal bestaan uit inlandse eik, omdat deze soort goed bij het landschap past. Om risico's te spreiden, wordt gekozen voor de aanplant van diverse andere boomsoorten, waardoor een gevarieerd bos ontstaat. Gezien de aanwezigheid van singels en houtwallen, met name aan de westzijde van het gebied, wordt besloten om een langgerekt bosperceel en een singel aan te leggen. Hierdoor wordt het inrichtingsplan landschappelijk goed geïntegreerd in de omgeving.

3.2

Aan te leggen bostypen

Op basis van de uitgangssituatie en een landschappelijke analyse wordt bepaald welke bostypen worden aangelegd. Bij de aanleg van bos wordt ingespeeld op een zo hoog mogelijke toekomstbestendigheid door middel van individuele en groepsgewijze aanplant van zowel struik- als boomvormers en daarmee menging in soorten. Ook wordt rekening gehouden met het creëren van natuurlijke bosranden (zie figuur 12). Door hier nu goed rekening mee te houden wordt op langere termijn een structuurrijk bos ontwikkelt. Bijlage 2 laat het inrichtingsplan zien. In totaal wordt 1,47 ha hectare bos aangeplant. Daarnaast wordt er een houtsingel aangeplant die ongeveer 530 meter lang is en 10 meter breed (0,53 ha). Gezamenlijk wordt er 2,00 hectare aangeplant.

Figuur 12: Weergave van horizontale bosstructuur

Voor de inrichting van het bos is er gekeken naar verschillende factoren beschreven in hoofdstuk 2. Aan de hand van het bodemtype, hoogteligging en grondwatertrappen is het bostype en de daarbij horende boomsoorten bepaald. Het gaat om een bodem waarbij het bostype ‘droog bos’ van toepassing is.

Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1138/documents/24651