Bijlage bestemmingsplan Bossenstrategie Tubbergen, Kampweg, Molenbinnenweg_Geredigeerd.pdf
Tekst van het document
4.1.1 Bos De locaties worden per perceel nader beschreven en afgebeeld in figuur 3 en 4. Voor een totaalbeeld beeld wordt verwezen naar bijlage 1. Van perceel 1 wordt 0,48 hectare beplant, zie figuur 2. 0,36 ha wordt bos en 0,12 hectare wordt bosrand wat in het zuidoosten wordt begrenst door landbouwgrond. Beide elementen sluiten in het zuiden aan op bestaand bos.
Figuur 2. Overzichtskaart met ligging van perceel 1.
Inrichtingsplan Landgoed Weleveld
8
Perceel 2a (0,50 ha) wordt volledig beplant als zijnde een bos. Daarvan wordt 0,32 ha bos (2a). Zowel de zuid westelijke- als oostelijke rand van het perceel wordt struweel (2b0,18 ha). Van perceel 3 wordt tevens 0,50 hectare beplant. Daarvan bestaat 0,36 hectare uit bos (3a) en wordt er zuidelijk georiënteerd een struweel gecreëerd van 0,14 hectare (3b en 3c), zie figuur 3.
Figuur 3. Perceel 2 en 3 gevisualiseerd. Groen bos, geel struweel. De zwarte lijn is een haag.
4.1.2 Heg De zwarte lijn staat voor een haag. Begin punt van de heg is gezien vanuit de solitaire boom, aan het einde van de bomenrij. Deze loopt in zuidwestelijke richting evenwijdig aan de greppel naar een volgende solitaire boom (nabij lengteaanduiding heg, zie figuur 2). Hier maakt de heg een knik naar het zuiden. Deze lijn kan worden doorgetrokken totdat deze haaks op de Dashorsterweg uitkomt. Deze sluit net niet aan op de te realiseren bosrand (perceel 3b), om een esthetische doorkijk in het landschap te garanderen.
4.2
Wegen en paden
Langs perceel 1 loopt noordwestelijk de Hoge Horst, een verbindingsweg die door de landerijen doorloopt naar de Kampweg. Het zuidelijke deel van perceel 1 bestaat al uit bos. Nog voor de splitsing van de Kampweg-Zenderenseweg is zuidelijk hiervan perceel 2 gelegen. Perceel 3 is gelegen langs de Dashorsterweg, een onverhard pad dat deels langs de Oude Bornsche Beek loopt en uitkomt op de Zenderenseweg. Door de percelen worden geen wandelroutes of fietspaden aangelegd omdat de omvang hiervoor te klein is. Vanaf de openbare weg zullen de aan te leggen bossen voldoende beleefbaar zijn.
Inrichtingsplan Landgoed Weleveld
9
De percelen zijn gelegen in een kom, (het beekdal) dat landschappelijk gezien het laagst is gelegen van de omgeving. De grondwatertrap geeft een indicatie van de absolute grondwaterstand en de fluctuatie hiervan. In perceel 1 is de grondwatertrap IV. Binnen de percelen 2 en 3 is grondwatertrap Ib aanwezig. Een lagere grondwatertrap betekend dat het vocht leverend vermogen van de bodem toeneemt. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG, winter) is het moment dat de bodem het meest verzadigd is, de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG, zomer) is de bodem het mist verzadigd. Dit is gevisualiseerd in figuur 7 en 8. De GHG in perceel 1 bevindt zich rond de 50 cm onder het maaiveld. De GLG ligt rond de 150 cm onder het maaiveld. Perceel 2 en 3 bezitten beide een nog lagere grondwatertrap (Ib- paars) en verklaart de iets hogere grondwaterstand in de winter (GHG) van 3040 cm onder het maaiveld. Ook de grondwaterstand in de zomer (GLG) is hoger met een stand van 140 cm onder het maaiveld. Dit houdt in dat alle locaties een relatief vochtige bodem bezit, wat mogelijk toe te schrijven is aan de aanwezigheid van leem in de bodem en de landschappelijke context.
Figuur 9 Grondwatertrappenkaart, met perceel 1 in het blauw (IVc) en perceel 2 en 3 in het paars (Ib). Kaart afkomstig uit Dinoloket.nl
4.6
Archeologie
Op basis van de Indicatieve kaart archeologische waarden van de provincie Overijssel is er op de drie percelen een middelhoge trefkans wat betreft archeologische waarden, maar dit wordt niet verwacht aangezien deze sinds de ontginning in gebruik zijn als landbouwgrond. Desondanks is het niet uitgesloten dat er archeologische waarden in de diverse percelen zijn aan te treffen omdat in deze omgeving (volgens de kaart) een hoge trefkans van archeologische waarden te vinden is (Povincie Overijssel, 2022). Een historische plek in de buurt is de plaats van de huisplaats van havezate Weleveld. De oorspronkelijke plaats van de havezate ligt midden op het huidige landgoed. Van het gebouw dat hier ooit heeft gestaan, is niets meer over. Bij het herstel van de slotgracht in 1994 zijn stenen teruggevonden waarmee een stukje muur is gereconstrueerd. Het is nu een archeologisch beschermde plaats. In 2014 & 2015 is er een herinterpretatie gedaan van geofysisch onderzoek uit 2013 en 2014 waar de resultaten van oud en nieuw onderzoek gecombineerd konden worden. Hierdoor kon de ligging en het formaat van het voormalige huis op hoofdlijnen bepaald worden (Raap-rapport 4102, 2019).
Inrichtingsplan Landgoed Weleveld
13
4.7
Landschap
Bij bosaanleg worden soorten gekozen die bij de groeiplaats en de landschappelijke context passen. Het landgoed bevind zich op de grens van het Nationaal Landschap NoordoostTwente. In de Atlas van Overijssel wordt het gebied aangemerkt als cultureel erfgoed en bezit oudere landschapskenmerken. De landschappelijke inpassing van de aan te planten percelen is hierom dan ook belangrijk. Dit gebied wordt gekenmerkt als het kampenlandschap. Kampen zijn blokvormige ontginningen die zijn omgeven door heggen, bomenrijen of houtwallen. De aanwezigheid van singels, heggen en houtwallen is na de 2e wereldoorlog sterk in afgenomen. Zowel vanuit cultuurhistorisch als uit ecologisch oogpunt is het terugbrengen van de voorgenomen bomenrij en heg waardevol en versterken het landschapsbeeld. Aangrenzend
zijn
ook
andere
landschapstypes
te
vinden
zoals
het
jong
ontginningslandschap en het maten- en flierenlandschap. Kenmerkend voor deze landschapstypen is een vrij grootschalig karakter. Daarnaast is er tussen de Oude Bornsche beek en de Bornsche Beek (zuidelijk van perceel 3) een golfbaan gevestigd. Rondom Het Weleveld zijn meerdere (kleine) loofbossen terug te vinden met onder andere populier en zomereik, maar ook soorten als zwarte els, wilg en zoete kers met een rijke struik- en kruidlaag.
4.8
Bestemming
De huidige bestemming van de percelen is momenteel “agrarisch met waarden”. In deze regeling is het nodig om een aanpassing te doen naar een bos/natuurbestemming. Er is dus sprake van functieverandering. De aanplant wordt gerealiseerd buiten de grenzen van de bebouwde kom zoals opgenomen in de gemeentelijke kapverordening. Het realiseren van bos op deze locaties past binnen de geldende Omgevingsverordening Overijssel.
4.9
Kabels en leidingen
De Bosgroep heeft voorafgaand aan de plantwerkzaamheden een oriëntatieverzoek ingediend bij het kadaster om te onderzoeken of er kabels en/of gasleidingen in de aan te planten percelen aanwezig zijn. Hierbij is een KLIC-melding uitgevoerd waarbij alle netbeheerders met hun kabels en leidingen in het door ons geselecteerde gebied in overzicht zijn gebracht. De ligging van de betreffende kabels en leidingen van de belanghebbende netbeheerders zijn visueel in kaart gebracht. Voorafgaand aan de uitvoering van de plantwerkzaamheden zal deze informatie doorgespeeld worden aan de aannemer. Deze dient zelfstandig aanvullend onderzoek te doen (graven van proefsleuven) of er leidingen en kabels door het beplantingsgebied lopen en de exacte ligging hiervan te lokaliseren.
Inrichtingsplan Landgoed Weleveld
14
5
Maatregelen
Om op aangegeven locaties de diverse elementen te realiseren zijn de volgende maatregelen nodig; bodemvoorbereiding, het plaatsen van (wild)bescherming, aanplant en de nazorg hiervan. Deze maatregelen worden uitgevoerd zoals in tabel 4 is beschreven. De maatregelenkaart waarop de te beplanten elementen staan aangegeven is in bijlage 1 weergegeven. Tabel 4. Hoofdmaatregelen chronologisch per beplantingsvak.
Beplantingsvak 1, 2, 3, heggen 11, 12, 13
Maatregelen 1. Ondiep zode frezen en spitten 2. Zaaien bosplantsoenmengsel 3. Leveren en inkuilen bosplantsoen 4. Leveren en plaatsen wildwerend raster 5. Aanplant (bos)plantsoen 6. Nazorg
5.1
Bodemvoorbereiding
De terreinvoorbereiding bestaat uit een ondiepe bodembewerking om de aanwezige graszode te doorbreken, hiervoor dient de aanwezige zode gefreesd te worden. Hierbij wordt uitgegaan dat het gras kort gemaaid is voor aanvang. Hierna dient de zode ondergewerkt te worden en wordt de bodem los gespit om het terrein plantklaar te maken. Om de onkruiddruk te verminderen wordt vervolgens in het najaar een bodemdekkend bosplantsoenmengsel ingezaaid.
5.2
Hydrologie
Diverse percelen worden begrensd door greppels. Deze greppels stonden droog tijdens veldbezoek (1-8-22) maar waren watervoerend op 25-1-2023. Door droogte was het grondwater tijdens het eerste veldbezoek diep in de bodem weggezakt. Echter kunnen de grondwaterstanden (gezien de grondwatertrappen) enorm fluctueren. Indicatief hiervoor is een zekere mate van roestvorming in bepaalde bodemlagen, wat is opgemerkt tijdens de boringen. Binnen dit plan worden geen hydrologische maatregelen uitgevoerd. Het dichtstorten van deze greppels is niet wenselijk vanwege de omvang van het perceel en het aanliggend landbouwkundig gebruik. Bij de bosontwikkeling worden soorten gekozen waarvan verwacht wordt dat deze een goede groei vertonen met de aanwezige vochtvoorziening.
Inrichtingsplan Landgoed Weleveld
15
5.3
Aanplantstrategie
Er wordt aangeplant met een plantmachine, waarbij de boomsoorten zowel groepsgewijs als individueel wordt gemengd. Bij aanplant wordt in dit plan gerekend met 4500 stuks per hectare, wat neerkomt op een plantafstand van 1,5x1,5 meter. Voor het planten van enkele bomenrijen met populierenstaken binnen vak 1 en 3 wordt gerekend met 4x4 meter. De soorten en plantverbanden worden in het beplantingsplan verder uiteengezet. Hieronder is per element de aanplantstrategie beschreven. 5.3.1 Bevordering bosstructuur Een gevarieerde bosstructuur is niet meteen na aanleg aanwezig, maar ontstaat in de loop der jaren. De basis wordt wel gelegd bij de aanleg van een nieuw bos. Bij de aanleg worden de volgende maatregelen genomen om de bosstructuur te bevorderen, namelijk: 1. Er worden verschillende soorten gemengd; 2. Menging vindt zowel individueel als groepsgewijs plaats; 3. Er wordt rekening gehouden met bestaande bomen(rijen); 4. Struiken worden ook in de delen gemengd die worden gedomineerd door boomvormers om zo de verticale structuur te bevorderen. 5.3.2 Opbouw van boselementen Er worden inheemse loofboomsoorten gekozen die in het landschap thuis horen. Voor wat betreft de bospercelen is gekozen om groepsgewijs aan te planten om de algehele variatie te bevorderen. Een tweetal rijen populieren moeten als snelle groeiers dit effect van gelaagdheid versterken.
Om te voorkomen dat de bodem in verre toekomst verzuurt, wordt een aandeel rijkstrooiselsoorten toegepast. Denk bij rijkstrooiselsoorten onder andere aan soorten als de inheemse zoete kers, zwarte populier, haagbeuk, winterlinde, en hazelaar. Deze bomen en struiken hebben makkelijk afbreekbaar (basisch) bladstrooisel, waardoor voedingsstoffen zoals calcium weer in de bodem worden opgenomen. 5.3.3 Bosranden Vanwege de gunstige ligging van de percelen wordt in de beschikbare randzones op het zuidoosten een gevarieerde bosrand gecreëerd. De hazelaar wordt niet alleen in de bosrand, maar ook in het opgaand bos gemengd. Dit bevorderd de verticale gelaagdheid in het bos.
5.4
Beplantingsplan
Het beplantingsplan (bijlage 2) geeft een overzicht van de boom- en struiksoorten die per perceel worden aangeplant. De gekozen soorten dienen goed met elkaar op te groeien.
5.4.1 Bos Waar soorten met een snelle jeugdgroei (zwarte els- en populier) worden gecombineerd met soorten met een langzamere groei (m.n. eik en haagbeuk), wordt verhoudingsgewijs minder van deze snelle groeiers aangeplant. Bij groepsgewijze menging is deze onderlinge
Inrichtingsplan Landgoed Weleveld
16
concurrentie tussen verschillende soorten minder relevant, omdat er dan verschillende groepen van dezelfde soorten worden aangeplant. In onderstaande tabel (tabel 5) is per perceel vereenvoudigd weergegeven welke combinatie van soorten worden toegepast. Voor een compleet overzicht van het formaat, plantverband en stuks plantsoen per soort per perceel wordt verwezen naar het beplantingsplan in bijlage 2. Tabel 5. Boomsoorten per bosperceel
Perceel 1
1b
2
2b
3
3b/3c
Boomsoorten
Percentages (%)
Wintereik
30
Winterlinde
30
Zwarte els
10
Zwarte populier
3
Gewone vogelkers
9
Eenstijlige meidoorn
9
Wilde kardinaalsmuts
9
Zoete kers
30
Wintereik
30
Fladderiep
19
Hazelaar
10
Gewone vogelkers
10
Wilde kardinaalsmuts
10
Wintereik
30
Zoete kers
20
Haagbeuk
15
Zwarte populier
2
Hazelaar
8
Wilde kardinaalsmuts
8
Eenstijlige meidoorn
7
5.4.2 Heg Heg 11 (zie bijlage 1) wordt een rechtlijnig element van 4 meter breed en 396 meter lang. De heg is in de basis een meidoorn heg maar bestaat uit twee rijen, zie tabel 4. De eerste rij ligt op 2 meter afstand van de greppel/perceelsgrens. Deze eerste rij bestaat volledig uit meidoorn en zal over de gehele lengte individueel worden aangeplant met een tussenafstand van 0,35 meter. Om de variatie te vergroten zullen de heggen 12 en 13 individueel gemengd worden met 4 andere struiksoorten, maar bestaat nog voor 50% uit meidoorn. Individueel worden de struikvormers gemengd in driehoek verband, met een tussenafstand van 0,35 meter (voetlengte).
Inrichtingsplan Landgoed Weleveld
17
Tabel 6. Beplanting heg
Heg
struiksoorten
percentage
11-Enkele rij
Meidoorn
100%
424 meter
12-Enkele rij 342 meter
13 - Enkele rij 393 meter
Meidoorn
50%
Sleedoorn
20%
Hondsroos
10%
Veldesdoorn
10%
Lijsterbes
10%
Meidoorn
50%
Sleedoorn
20%
Hondsroos
10%
Veldesdoorn
10%
Lijsterbes
10%
Inrichtingsplan Landgoed Weleveld
plantafstand 0,35 meter
Menging Enkel meidoorn
Driehoeksverband
Individueel
0,35 meter
gemengd
Driehoeksverband
Individueel
0,35 meter
gemengd
18
5.5
Eisen aan plantmateriaal
Het te gebruiken plantmateriaal is sterk bepalend voor het toekomstige functioneren van de beplanting. Om de juiste keuze te maken wordt plantsoen ingekocht door de Bosgroep en worden de kwaliteitseisen van de Bosgroep aan het plantsoen gesteld. Dat wil zeggen dat het best beschikbare plantsoen gebruikt zal worden. NEN normen, HBN voorwaarden en NAK standaarden worden hierbij gehanteerd. Daar waar mogelijk, beschikbaar en nuttig worden bosbouwkundige herkomsten of autochtone herkomsten gebruikt.
5.6
Wildwerende maatregelen
Om (wild)schade te voorkomen dient de jonge aanplant hiertegen afdoende beschermd te worden. Dit wordt gedaan vanwege de schade die aan de aanplant kan worden toegebracht door met name reeën en hazen. De loofbomen zijn erg schadegevoelig wat vraat van reewild betreft, bovendien kunnen de jonge bomen in het voorjaar geveegd worden wat stamschade veroorzaakt. Het aanbrengen van een (tijdelijk) raster is noodzakelijk om de bomen de eerste 3 tot 5 jaar (afhankelijk van de groei) te beschermen tegen het wild.
5.7
Oplevering, nazorg en beheer
De oplevering vind plaats nadat de laatste bomen zijn geplant. De planning is dat dit voor 1 december 2023 gaat gebeuren. Hierna dient nazorg te worden uitgevoerd. Denk hierbij aan het inboeten en afhankelijk van de groei het verwijderen van ongewenste vegetatie. Controle na het planten en voor de oplevering gebeurt door een expert (toezichthouder Bosgroep). Dit om te controleren of de planten op de juiste wijze zijn aangebracht en ze zo door kunnen groeien. Indien nodig wordt een of twee jaar na aanplant waar nodig ingeboet. Als vuistregel wordt gerekend met ongeveer 10% van de aanplantkosten als inboetkosten. Na aanplant dienen de bomen zelfstandig een bos te vormen. Door groei van ongewenste soorten kan aanplant beconcurreerd worden. Onkruidbestrijding na de aanplant hoeft alleen te worden toegepast wanneer de beplanting dermate veel hinder ondervindt van de aanwezige onkruidvegetatie dat de aanslag en de groei aanzienlijk wordt verminderd. Bij de onkruidbestrijding zelf is het van belang de geplante bomen en struiken niet te beschadigen (bijvoorbeeld door ze met een bosmaaier of maaibalk te raken). Het bos vervult talloze functies tegelijk, maar om optimaal gebruik van te maken van diverse functies heeft bos toch beheer nodig. In de eerste jaren zal dat gaan om rasterreparaties en het beperken van de groei van ongewenste soorten.
Afhankelijk van de visie is het nodig om het bos de gewenste richting op te sturen, om op een bepaald moment sommige soorten te bevoordelen door andere te verwijderen. Bosranden kunnen soms dichtgroeien met (ongewenste) soorten, en dienen gesnoeid te worden wanneer struiken over de weg hangen of in het weiland groeien.
Inrichtingsplan Landgoed Weleveld
19
6
Uitvoeringsplanning
Op 22 november 2022 heeft de Provincie een positieve prétoets afgegeven. Op 10 november 2022 zijn deze percelen aan de gemeente voorgelegd. De gemeente heeft aangegeven dat bebossing hier akkoord is, maar ook dat er een landschapsplan moest komen. Dit plan is er inmiddels en op basis hiervan gaat de gemeente akkoord. Na beschikking van deze subsidieregeling zal er een taxatie plaatsvinden en zal de waarde van de landbouwgrond bepaald worden. Aan de hand hiervan zal de uiteindelijke afwaardering bepaald worden. Indien eigenaar akkoord gaat met het voorstel zal de kwalitatieve verplichting getekend worden. De tijdlijn van deze stappen is momenteel nog onbekend. Na tekenen van de kwalitatieve verplichting zal in het eerstvolgende plantseizoen overgegaan worden tot uitvoering van het opgestelde plan.
Inrichtingsplan Landgoed Weleveld
20
Beplantingsplan
Bijlage 2 Vak 1
Plantafstand 1,5 x 1,5
Percentage
Menging
Groepsgrootte
soort wintereik winterlinde zwarte els gewone vogelkers eenstijlige meidoorn wilde kardinaalsmuts zwarte populier
naam Quercus petraea Tilia cordata Alnus glutinosa Prunus padus Cratategus monogyna Euonymus europaeus Populus nigra totaal:
30% groepsgewijs 30% groepsgewijs 10% groepsgewijs 9% groepsgewijs 9% groepsgewijs 9% groepsgewijs 3% individueel 100%
zoete kers wintereik fladderiep hazelaar gewone vogelkers wilde kardinaalsmuts
Prunus avium Quercus petraea Ulmus laevis Corulus avellana Prunus padus Euonymus europaeus totaal:
4x4
wintereik zoete kers haagbeuk hazelaar wilde kardinaalsmuts eenstijlige meidoorn zwarte populier
heg 11 0,0850 ha
0,35 x 0,35
meidoorn
heg 12 0,0641 ha
meidoorn sleedoorn 0,35 x 0,35 veldesdoorn hondsroos lijsterbes
0,4846 ha
4x4 2
Opmerkingen
stuks 25 80/120 25 80/120 25 80/120 10 80/120 10 80/100 10 80/100 staken
650 650 225 200 in rand 200 in rand 200 in rand 50 noordwestrand perceel 2.175
30% individueel met zoete kers 30% individueel met wintereik 19% groepsgewijs 7% individueel verspreid 7% groepsgewijs 7% groepsgewijs 100%
80/100 80/100 25 80/100 80/100 10 80/100 10 80/100
700 700 400 150 verspreid in vak en rand 150 in rand 150 in rand 2.250
Quercus robur Prunus avium Carpinus betulus Corylus avellana Euonymus europaeus Crataegus monogyna Populus nigra totaal:
30% individueel met zoete kers 30% individueel met wintereik 15% groepsgewijs 8% individueel verspreid 8% groepsgewijs 7% groepsgewijs 2% individueel 2 rijen 100%
80/100 80/100 25 80/100 80/100 10 80/100 10 80/100 staken
450 450 225 125 verspreid in vak en rand 125 in rand 100 in rand 25 westrand perceel 1.500
Crataegus monogyna
100%
Crataegus monogyna Prunus spinosa Acer campestre Rosa canina Sorbus aucuparia totaal: Crataegus monogyna Prunus spinosa Acer campestre Rosa canina Sorbus aucuparia totaal:
50% 20% 10% 10% 10% 100% 50% 20% 10% 10% 10% 100%
2 rijen
1,5 x 1,5
0,50270 ha
heg 13 0,0785 ha
Aantal
1,5 x 1,5
0,5002 ha
3
Maat
meidoorn sleedoorn 0,35 x 0,35 veldesdoorn hondsroos lijsterbes
individueel
60/80
driehoeksverband
60/80 60/80 60/80 60/80 60/80
driehoeksverband
60/80 60/80 60/80 60/80 60/80
TOTAAL:
Inrichtingsplan Landgoed Weleveld
22
1.325 enkele rij 424 meter * 9m 550 225 100 100 100 1.075 620 250 125 125 125 1.245 9.570
enkele rij driehoeksverband (0,35x0,35) 342 meter * 9m
enkele rij driehoeksverband (0,35x0,35) 393 meter * 9m
Bijlage 3
Begroting
Subsidie aanvraag Meer bos in Overijssel Naam aanvrager: kan de aanvrager Btw terugvragen?
ja
Kadastrale gegevens Kadastrale Sectie gemeente Borne BNE00 - sectie A Borne BNE00 - sectie A Borne BNE00 - sectie B Tubbergen TBG02 - sectie H Tubbergen TBG02- sectie H Tubbergen TBG02- sectie H Tubbergen TBG02- sectie H Tubbergen TBG02- sectie H Tubbergen TBG02- sectie H Tubbergen TBG02- sectie H Totale oppervlakte aanvraag: 1,88 hectare
Nummer 1284 1285 3073 5705 774 775 7969 7972 7974 7977
Oppervlakte perceel (ha)
Te beplanten oppervlakte (ha)
0,0470 1,8550 1,3720 2,2880 0,6280 0,7740 0,4295 1,0580 4,4590 1,0895 14,0000
0,0091 0,4536 0,4845 0,0374 0,0767 0,0016 0,4292 0,1036 0,0890 0,0303 1,7150
Subsidiabele Activiteiten activiteit Nr.
activiteit 1 afwaarderen grond
max subsidie bedrag per ha € 70.000,00
2 Plantmateriaal, inboet en inplanten en het opstellen van een inrichtings- en beplantingsplan
€ 20.000,00
Te maken kosten eigenaar activiteit
naam bedrijf
product of dienst
1 2 Bosgroep NON 2 Bosgroep NON 2 Aannemer 2 Leverancier 2 Aannemer 2 Aannemer 2 Aannemer 2 Aannemer 2 Aannemer 2 Aannemer 2 Aannemer
Afwaardering Planvorming (5% bouwsom) Overleg Provincie/ Gemeente Spitfrezen (grasland) Aanschaf bosplantsoen regulier/speciaal (4500 st./ha) Inkuilen en planten bosplantsoen (4500 st./ha, machinaal) Leveren bosplantsoenmengsel PVM Zaaien bosplantsoenmengsel PVM Leveren en plaatsen reewildwerend raster (ca. 895m) Aanschaf Inboet (10% van totaal plantsoen) Aanplant inboet Verzorging aanplant
2 Bosgroep NON 2 Bosgroep NON
Directievoering en toezicht (12% bouwsom) Maken bestek/werkomschrijving (5% bouwsom)
hectares of bij stelpost 1 invoeren
kosten per hectare / stelpost
1,7150 € 1 € 1 € 1,7150 € 1,7150 € 1,7150 € 1 € 1,7150 € 1,7150 € 1,7150 € 1,7150 € 1,7150 € subtotaal bouwsom 1 € 1 €
kosten totaal ex Btw tarief (per kosten totaal subsidie niet BTW vermenigvuldigin incl BTW aanvraag subsidiabel gs factor) 70.000,00 € 120.050,00 1.257,91 € 1.257,91 21% € 1.522,07 € 1.522,07 1.865,50 € 1.865,50 21% € 2.257,26 € 2.257,26 200,00 € 343,00 21% € 415,03 € 415,03 1.142,02 € 1.958,57 9% € 2.134,84 € 2.134,84 2.500,00 € 4.287,50 21% € 5.187,88 € 5.187,88 450,00 € 450,00 21% € 544,50 € 544,50 200,00 € 343,00 21% € 415,03 € 415,03 7.827,99 € 13.425,00 21% € 16.244,25 € 16.244,25 1.121,87 € 1.924,00 9% € 2.097,16 € 2.097,16 729,21 € 1.250,60 21% € 1.513,23 € 1.513,23 686,00 € 1.176,49 21% € 1.423,55 € 1.423,55 € 25.158,16 3.018,98 € 3.018,98 21% € 3.652,96 € 3.652,96 1.257,91 € 1.257,91 21% € 1.522,07 € 1.522,07
totaal inrichting ex btw met toezicht/n
€ 32.558,46 totaal incl. BTW:
Totaaloverzicht activiteit
activiteit 1 afwaarderen grond 2 Plantmateriaal, inboet en inplanten en het opstellen van een inrichtings- en beplantingsplan
kosten per hectare voor BTW
subsidie aanvraag € 70.000,00 € 120.050,00 € 18.984,52 € 38.929,82
Totaal aan te vragen subsidie:
Inrichtingsplan Landgoed Weleveld
€ 158.979,82
23
€ 38.929,82
€ 38.929,82
€ 0,00
bosgroepen.nl
Inrichtingsplan Bijlage 2 Fleringerveld 1
bestemmingsplan Bestemmingsplan Bossenstrategie Tubbergen, Ka mpweg, Molenbinnenweg
61
(aangepast) Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 1 In het kader van de Overijsselse Bossenstrategie
Colofon Opdrachtgever: Contactpersoon: Titel:
(aangepast) Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 1 In het kader van de Overijsselse Bossenstrategie
Status:
Definitief
Datum:
8 december 2023
Auteurs: Kaartmateriaal: Foto’s: Projectnummer:
22.30.760.12.23319
© Bosgroep Noord-Oost Nederland u.a. Balkerweg 48a 7738 PB Witharen t (0523) 74 57 00 e noordoostnederland@bosgroepen.nl www.bosgroepen.nl
Inrichtingsplan Fleringerveld 1
2
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding 1.1
Aanleiding
4
1.2
Leeswijzer
4
Omschrijving uitgangssituatie
5
2.2
2.1
Kadastrale situatie Ligging terrein
5
2.3
Bodem
6
2.4
Hoogte/helling
7
Grondwaterstanden
8
2.6
Archeologische waarden
9
2.7
2.8
Landschap
Aanwezige natuurwaarden
10
2.9
2.10
Wegen, paden en waterlopen
Kabels en leidingen
11
2.11
Eisen vanuit de regeling
11
2.11.1
Bestemming
12
Toestemming gemeente
11
11
12
2.11.3
Overleg omwonenden
12
2.11.4
Aanplant inheemse soorten
12
Inrichtingsplan 3.1
Landschappelijk inpassing
13
3.2
Aan te leggen bostypen
13
3.3
Beplantingsplan
13
14
3.4
Eisen aan plantmateriaal
14
3.5
Maatregelen
15
3.5.1
Bodemvoorbereiding
Wildwerende maatregelen
15
3.5.3
Nazorg
15
3.5.2
4
5
2.5
2.11.2
3
4
Toekomstige ecologische ontwikkeling
15
16
Bijlage 1
Kadastrale situatie
17
Bijlage 2
Inrichtingsplan
18
Bijlage 3
Beplantingsplan
19
Inrichtingsplan Fleringerveld 1
3
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
De eigenaren van landgoed Fleringerveld 1 willen meewerken aan bosuitbreiding op het eigendom. Deze bosontwikkeling wordt gerealiseerd in het kader van de Overijsselse
Bossenstrategie, welke een nadere uitwerking is van de landelijke Bossenstrategie. De ambitie van de Bossenstrategie is dat er in Nederland in 2030 10% meer bos is. Bosuitbreiding is nodig om de klimaatdoelen te realiseren (vastlegging van koolstof) en draagt bovendien bij aan verhoging van de biodiversiteit en aan een gezondere leefomgeving. In
eerste
instantie
was
een
inrichtingsplan
opgesteld
waarvoor
ook
een
bestemmingsplanwijzigingsprocedure was opgestart. Echter er bleek in de omgeving weerstand te zijn op dat plan, waarna het plan in overleg met de omgeving is aangepast. Dit aangepaste plan heeft draagvlak gekregen vanuit de omgeving.
1.2
Leeswijzer
In het voorliggend inrichtingsplan wordt in hoofdstuk 2 de uitgangssituatie beschreven. Dit hoofdstuk kan worden gebruikt bij een inpassingsplan voor de bestemmingsplanwijziging. Het hoofdstuk 3 is het daadwerkelijke inrichtingsplan. Binnen dit inrichtingsplan wordt aangegeven welke bostypen ontwikkeld kunnen worden. Hiervoor wordt een analyse van de biotische en abiotische factoren gemaakt. Daarnaast worden ook de uit te voeren inrichtingsmaatregelen voor het ontwikkelen van de bostypen beschreven. Als laatste hoofdstuk (hoofdstuk 4) zal de toekomstige ecologische ontwikkeling beschreven worden.
Inrichtingsplan Fleringerveld 1
4
2
Omschrijving uitgangssituatie
2.1
Kadastrale situatie
De aan te planten percelen zijn bekend onder de kadastrale nummers Tubbergen 02 H 8233 en Tubbergen 02 G 3004. In bijlage 1 is een kaart met de kadastrale gegevens weergeven
inclusief de aan te planten oppervlakte. De percelen zijn onderdeel van landgoed Fleringerveld 1 en worden hieronder verder weergegeven. NAW-gegevens van de eigenaar: Naam object:
Landgoed Fleringerveld 1
Eigenaar: Adres:
Postcode en plaats: Contactpersoon: E-mail: Kadastrale gegevens:
TBG02 H 8233, TBG02 G 3004
Kadastrale oppervlakte (m2):
28.505, 97.030
Oppervlakte aan te planten (m2):
15.100, 5.000
Totaal oppervlakte aan te planten (ha)
2,1
Huidige bestemming:
Agrarisch
Dubbele bestemming:
Waarde – archeologisch 4
Toekomstige bestemming:
Bos
2.2
Ligging terrein
De aan te planten percelen op Landgoed Fleringerveld 1 zijn samen 2,1 hectare groot waarvan
de
gehele
oppervlakte
wordt
aangeplant met bomen en struiken. De percelen
liggen
ten
zuiden
van
de
Ootmarsumseweg in Fleringen, gemeente Tubbergen. De percelen worden verder begrenst
door
de
Molenbinnenweg
(oostzijde), landbouwpercelen (noord-, en west) en een houtwal (zuidzijde). Figuur 1
laat de ligging van de aan te planten percelen
zien.
De
percelen
zijn
geen
onderdeel van en grenzen niet aan het
Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000. De percelen worden overwegend gebruikt als grasland (Engels raaigras) en akkerland. Figuur 1: Ligging van de percelen waar de maatregelen zullen plaatsvinden (Bron: Google maps)
Inrichtingsplan Fleringerveld 1
5
2.3
Bodem
De bodems in het gebied zijn uiteenlopend en gevarieerd (zie figuur 2).
Figuur 2: De bodemkaart laat de bodemtypes in het gebied zien.
De bodems van de percelen lopen uiteen van veldpodzol- tot beekeerdgronden. De laagstgelegen terreindelen (niet altijd te zien in het veld) worden geclassificeerd als een
beekeerdgrond (bodemcode pZg23). Beekeerdgronden komen veelal voor in beekdalen en zijn opgebouwd uit een dekzand met een humusrijke toplaag (zie figuur 3). Het dekzand bestaat uit zwak tot sterk lemig fijn zand
De hogere terreindelen bestaan uit veldpodzolen (bodemcode Hn21). Deze bodem heeft een
licht zichtbare inspoelingslaag onder de bouwvoor (zie figuur 4). De bodem bestaat uit zwak tot sterk lemig fijn zand en is goed water doorlatend. Beide bodems behoren tot de hydrozandgronden wat wil zeggen dat ze onder invloed staan van wisselende grondwaterstanden. In paragraaf 2.5 wordt hier verder op ingegaan.
Inrichtingsplan Fleringerveld 1
6
Figuur 3: Het bodemprofiel van de beekeerdgrond welke volledig uit zand bestaat. De bovenste 20 cm bestaat heeft zichtbaar een hoger organisch stofgehalte.
2.4
Figuur 4: Het bodemprofiel van de veldpodzolgrond. Onder de eerste 20 cm (rechtsboven) is een inspoelingslaag te zien.
Hoogte/helling
De hoogtekaart (zie figuur 5) laat zien dat er geen grote hoogteverschillen aanwezig zijn in het terrein.
Figuur 5: De hoogtekaart van het gebied.
Inrichtingsplan Fleringerveld 1
7
2.5
Grondwaterstanden
Grondwaterstanden hebben in het betreffende gebied invloed op het aan te planten bos, omdat de meeste terreindelen onder invloed van grondwater staan tijdens de natste periode van het jaar. Door het jaar heen fluctueren de grondwaterstanden. De GHG (zie figuur 6) treedt op in natte periodes, in de praktijk is dit in de winter en vroege voorjaar. De GLG (zie figuur 7) treedt op in droge perioden. Op de lagere terreindelen varieert de GHG tussen de 40 en 60 cm onder maaiveld.
Op de lagere terreindelen varieert de GLG rond de 60 cm onder maaiveld. Op de hogere terreindelen zakt het grondwater in de zomer weg naar een niveau van 100 tot 120 onder maaiveld.
Figuur 6: De GHG laat zien dat het grondwater gemiddeld 40 tot 80 cm onder maaiveld staat tijdens de natste periode van het jaar.
Inrichtingsplan Fleringerveld 1
8
Figuur 7: De GLG laat zien dat het grondwater 100 tot 150 cm onder maaiveld wegzakt tijdens de droogste periode van het jaar.
2.6
Archeologische waarden
De Atlas van Overijssel laat zien dat de archeologische verwachtingen op de aan te planten percelen laag is. Vanuit het bestemmingsplan is een dubbelbestemming met “Waarde – Archeologie 4” toegekend. Omdat het perceel een lage archeologische verwachting en waarde heeft, is nader onderzoek niet nodig.
Inrichtingsplan Fleringerveld 1
9
2.7
Landschap
Het landschap heeft een open karakter vanwege het huidige agrarische gebruik (zie figuur 8). Er zijn enkele landschapselementen en kleine bospercelen in de omgeving aanwezig. Boomsoorten die voorkomen zijn zomereik, Amerikaanse eik, zwarte els en berk. Daarnaast zijn er struiksoorten als vlier, braam, Amerikaanse vogelkers te vinden. In hoofdstuk 3 wordt het landschap verder beschreven.
Figuur 8: Een impressie van het landschap.
In het verleden is de locatie door menselijk handelen ontgonnen en aangepast voor
agrarische doeleinden. Deze ontwikkeling is duidelijk te volgen op de kaart van 1900 (zie figuur 9), waar wegen en perceelsgrenzen zichtbaar zijn. Vanaf 1950 heeft het gebied verdere ontginning en verkaveling ondergaan tijdens de grote ruilverkaveling. Deze veranderingen
zijn goed waarneembaar op de kaart van 1950 (zie figuur 10), waar het landschap verder is verkaveld en de eerste boerderijen zijn gebouwd. Na 1950 zijn er singels, houtwallen, bossen en erfbeplantingen aangelegd, zoals te zien is op de kaart van 1965 (zie figuur 11). Het bos
aan de noordzijde is destijds gebruikt voor houtvoorziening en geriefhout. Sinds die tijd is het landschap relatief stabiel gebleven, met weinig verdere veranderingen.
Figuur 9: Historische kaart uit 1900. Het gebied is deels ontgonnen ten behoeve van de landbouw. Enkele delen zijn nog niet ontgonnen en waren nature nat.
Inrichtingsplan Fleringerveld 1
Figuur 10: Historische kaart uit 1950. Het gebied is tijdens de grote ruilverkaveling verder ontgonnen en verkaveld. De natte terreindelen zijn ontwaterd en geschikt gemaakt voor moderne landbouw.
10
Figuur 11: Historische kaart uit 1965. Na de grote ruilkaveling is men enkele groene elementen als bos en singels aan gaan leggen
2.8
Aanwezige natuurwaarden
De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is geraadpleegd en daar is uit gebleken dat er geen soorten aanwezig zijn waar rekening mee gehouden moet worden.
2.9
Wegen, paden en waterlopen
Het perceel is bereikbaar via een inrit vanaf de Molenbinnenweg. Verder zijn er geen wegen, paden en waterlopen aanwezig die beperkingen opleggen aan de bosaanplant.
2.10 Kabels en leidingen De Bosgroep heeft een oriëntatieverzoek gedaan bij het Kadaster over de ligging van kabels
en leidingen. Uit dit oriëntatieverzoek blijken er geen kabels en leidingen in de percelen aanwezig te zijn.
2.11 Eisen vanuit de regeling Hieronder worden de belangrijkste eisen vanuit de regeling weergegeven. Daarbij is het belangrijk dat er een positief advies ligt vanuit de gemeente om uiteindelijk een
bestemmingsplanwijziging te realiseren. Tevens is ook het omgevingsmanagement beschreven in de vorm van overleg met de omwonenden. Verder komen overige eisen aan bod in de hierop volgende subparagrafen.
Inrichtingsplan Fleringerveld 1
11
2.11.1
Bestemming
De gemeentelijke bestemming van de percelen is hoofdzakelijk ‘Agrarisch’ met de aanduiding ‘Waarde – Archeologisch 4’. Het aanleggen van bos past binnen het bestemmingsplan van Gemeente Tubbergen. 2.11.2
Toestemming gemeente
Er heeft overleg plaatsgevonden met de gemeente Tubbergen en er is een schriftelijke intentieverklaring afgegeven op de voorgenomen plannen. 2.11.3
Overleg omwonenden
De omwonenden en belanghebbenden zijn op de hoogte van de voorgenomen maatregelen. Tijdens dit overleg was positief gereageerd op het voornemen tot bosaanleg. Achteraf is
gebleken dat er toch weerstand is gekomen, waardoor het plan in verder overleg met de omwonenden is aangepast. 2.11.4
Aanplant inheemse soorten
De provincie eist dat er minimaal 60% inheemse soorten worden aangeplant. Ook vereist de provincie dat bosranden worden aangelegd mits mogelijk.
De wens is om 20% van de aanplant te laten bestaan uit autochtoon plantmateriaal van de Nederlandse Rassenlijst Bomen: er dient dan plantmateriaal te worden gebruikt waarvan de herkomst
vermeld
is
in
de
meest
recente
Nederlandse
Rassenlijst
Bomen
(zie
www.rassenlijstbomen.nl). Daarbij dient materiaal gebruikt te worden uit een vergelijkbaar gebied/floradistrict (gebiedseigen soorten). Gedetailleerde informatie over aanwezig autochtoon materiaal is beschikbaar bij de genenbank voor bomen en struiken (www.genenbankbomenenstruiken.nl).
Inrichtingsplan Fleringerveld 1
12
3
Inrichtingsplan
3.1
Landschappelijk inpassing
Aan de hand van de bestaande situatie en het heersende landschap wordt bepaald welke soorten bossen worden aangelegd. In de nabije omgeving zijn vooral inheemse boomsoorten zoals eik en berk, en struiksoorten zoals lijsterbes en vuilboom te vinden. Ook komt er veel
Amerikaanse eik voor. Binnen het opgestelde inrichtingsplan is de beslissing genomen om naast eik ook boomsoorten aan te planten die klimaatbestendig zijn. Ongeveer de helft van de aangeplante boomvormers zal bestaan uit inheemse eik, omdat deze soort goed aansluit
bij het bestaande landschap. Om risico's te spreiden, is besloten om naast de inheemse eik verschillende andere boomsoorten aan te planten, waardoor een gevarieerd bos ontstaat. Door de aanplant van bos en een meidoornhaag worden diverse groenelementen met elkaar
verbonden, wat landschappelijk goed inpasbaar is. Bovendien waren er in het verleden veel rechtlijnige landschapselementen aanwezig in het gebied, waardoor het aan te leggen bos weer bijdraagt aan het typische kleinschalige Twentse landschap.
3.2
Aan te leggen bostypen
Op basis van de uitgangssituatie en het landschap wordt bepaald welke bostypen worden aangelegd. In de directe omgeving zijn vooral boomsoorten als eik en berk en struiksoorten als lijsterbes en vuilboom te vinden. Bij de aanleg van bos wordt ingespeeld op een zo hoog mogelijke toekomstbestendigheid door middel van individuele en groepsgewijze aanplant van zowel struik- als boomvormers en daarmee menging in soorten. Ook wordt rekening gehouden met het creëren van natuurlijke bosranden (zie figuur 12). Door hier nu goed rekening mee te houden wordt op langere termijn een structuurrijk bos ontwikkelt. Bijlage 2 laat het inrichtingsplan zien.
Figuur 12: Weergave van horizontale bosstructuur
Inrichtingsplan Fleringerveld 1
13
Voor de inrichting van het bos is er gekeken naar verschillende factoren beschreven in
hoofdstuk 2. Aan de hand van het bodemtype, hoogteligging en grondwatertrappen is het bostype en de daarbij horende boomsoorten bepaald. De bodems jaarrond droog waarbij het bostype ‘droog bos’ van toepassing is. Een minimaal deel is in de winter relatief nat (GHG 40 cm onder maaiveld), dit is precies de locatie waar het voornemen is om een houtsingel te planten. Op deze locatie kunnen boomsoorten worden geplant die in de winterperiode een hogere en schommelende grondwaterstand kunnen doorstaan. Op de hogere terreindelen kunnen soorten worden aangeplant die goed gedijen op een zandgrond met een goede vochtvoorziening.
3.3
Beplantingsplan
Er wordt gekozen voor boomsoorten van droge (tot matig vochtige) terreinomstandigheden. Hieronder is op perceelniveau beschreven wat er wordt aangeplant.
Meidoornheg
Aan de noordzijde wordt een meidoornheg aangeplant. In overleg met de agrariër die het perceel erboven in eigendom heeft is besloten dat de heg niet hoger wordt dan 1,5 meter om negatieve invloeden van schaduwwerking te voorkomen. Hierdoor zal de heg minstens 1 keer per jaar geschoren moeten worden.
Bos
De oppervlakte van het aan te planten bos exclusief struweelrand is 1,33 hectare. Het bos wordt aangeplant met een plantafstand van 1,5 x 1,5 meter met de volgende soorten: zomereik, winterlinde, walnoot, zoete kers, acacia en tamme kastanje. In het bos komen nog twee zichtlijnen die in overleg met de gemeente en de westelijke bewoner tot stand zijn gekomen.
Struweelrand
De struweelrand zal veelal aan twee kanten van het bos worden aangeplant. Hierdoor ontstaat
er een overgangsvegetatie naar het bos met bloeiende soorten die een aantrekkingskracht hebben op insecten. De struweelrand wordt aangeplant met: vlier, Gelderse roos, hazelaar, krent en wilde kardinaalsmuts. Het bos inclusief de struweelrand is 2,1 hectare groot.
3.4
Eisen aan plantmateriaal
Om veilig te stellen dat het plantsoen van goede kwaliteit is, dient het plantmateriaal te voldoen aan NEN 4712 normering en NAK gecertificeerd plantsoen. Waar mogelijk komt het plantsoen van autochtone herkomst en is het biologisch geteeld.
Inrichtingsplan Fleringerveld 1
14
3.5
Maatregelen
Om de percelen op de juiste manier te kunnen aanplanten dienen er voorbereidende maatregelen genomen te worden, alvorens over gegaan kan worden op de daadwerkelijke aanplant. Deze maatregelen komen terug in de begroting waar ze verder gespecificeerd zijn. De begroting geeft een raming van alle geschatte kosten. 3.5.1 Bodemvoorbereiding Alle percelen bestaan uit grasland. Deze worden voorafgaand aan de aanplant gespitfreesd
en ingezaaid met een kruidenmengsel. Dit om concurrentie van grassen en ongewenste kruiden te voorkomen. 3.5.2 Wildwerende maatregelen Rondom de percelen wordt gebruik gemaakt van een wildwerend raster. Hiermee wordt het plantsoen beschermd tegen zowel vraat als veegschade door reewild. 3.5.3 Nazorg Nadat het bos is aangeplant, is het noodzakelijk om nazorg te plegen. Er zal jaarlijks een
controle worden uitgevoerd in de zomer om te inventariseren of de aanplant belemmerd wordt door aanwezige grassen en kruiden. Als het nodig is, wordt de beplanting vrij gemaaid van de concurrerende soorten. Daarnaast wordt indien noodzakelijk ingeboet. Bij dit inrichtingsplan wordt rekening gehouden met inboet van 10% zodat deze kosten ook binnen de subsidieregeling worden vergoed.
Inrichtingsplan Fleringerveld 1
15
4
Toekomstige ecologische ontwikkeling
Een bos en bosecosysteem ontwikkelen is een proces dat vele jaren duurt. Een bos kent verschillende leeftijdsfasen, met elk hun eigen bijdrage aan natuurwaarden. Het gaat om de jonge fase, dichte fase, stakenfase, volwassen fase en aftakelingsfase waarin veel
boomholten ontstaan. De natuurwaarden van bos liggen in de structuren en habitats die worden geboden voor diersoorten. Insecten en ongewervelden vormen de basis van de
voedselpiramide in bossen. Het gaat in een bosecosysteem om enorm veel soorten. Hier profiteren vogels en zoogdieren van. Broedvogels en zoogdieren zijn soortgroepen waarvoor een bos belangrijke natuurwaarden heeft. Daarnaast zijn de natuurwaarden van bos gelegen
in paddenstoelen en mossen en in de specifieke boskruiden en houtige gewassen, met de soorten die daarvan afhankelijk zijn. In de jonge fase, in de eerste jaren waarin de jonge aanplant nog geen gesloten kroonbedekking heeft, heeft de ondergroei van (ruig) gras veel waarde voor kleine zoogdieren, broedvogels als patrijs en fazant en kan het een goed gebied worden voor voedsel zoekende vleermuizen en roofvogels (bijvoorbeeld buizerd en torenvalk).
In de dichte fase is sprake van een min of meer gesloten kroonlaag van lage bomen en
struiken. Wat broedvogels betreft worden daarin de volgende soorten verwacht: Het begint met de groep van jong bos en struweel. Soorten als kneu, tuinfluiter, grasmus en de fitis houden van zeer jong bos en bosranden met struiken. Maar ook de spotvogel kan hier verschijnen. In jong bos of de struiklaag in volwassen bos zullen winterkoning, merel,
roodborst, zanglijster en zwartkop gaan leven. Bij de stakenfase is het bos heel dicht en wint de hoogte. Er verschijnen ook soorten die zullen blijven en zowel in jong als oud bos kunnen
leven, zoals houtduif, vink, koolmees en gaai. Een soort als de ransuil voelt zich hier ook thuis. Binnen dertig jaar komt het bos in de fase van opgaand bos. In opgaand bos met loofbomen vestigen zich soorten als grote lijster, tjiftjaf spreeuw en houtsnip. Pas als de bomen een dikkere diameter (>30 cm) en ouderdom hebben kunnen holenbroeders en spechten verschijnen. Deze diameters worden, soort en groeiplaats afhankelijk, na ongeveer 50 jaar bereikt.
Dan zijn boomkruiper, boomklever en allerlei
soorten spechten en mezen op termijn te verwachten. Bij voldoende rust en omvang van het bos gaan er ook soorten broeden als bosuil, sperwer, havik, buizerd en raaf, en de middelste
bonte specht die pas in bossen verschijnt als er zwaar loofhout aanwezig is. Dit volwassen bos met voldoende holten is ook het leefgebied van vele soorten vleermuizen. Wat flora betreft kunnen op de langere termijn bes-dragende soorten zich vestigen zoals hulst, wilde
kamperfoelie, klimop, lijsterbes en vuilboom. In de ondergroei is bijvoorbeeld gladde witbol en hondsdraf te verwachten. Ook braamstruwelen zullen zich ontwikkelen, die zijn op een
zonnige plek zeer waardevol voor bosrandvlinders, zoals bont zandoogje. De kolonisatie van de meeste soorten boskruiden zal langzaam gaan, ook als bijvoorbeeld een bosplant als gewone salomonszegel, dalkruid, bosanemoon, grootbloemmuur of witsporig bosviooltje al in de nabijheid aanwezig is.
Inrichtingsplan Fleringerveld 1
16
Bijlage 1
Kadastrale situatie
Inrichtingsplan Fleringerveld 1
17
Bijlage 2
Inrichtingsplan
Inrichtingsplan Fleringerveld 1
18
Bijlage 3
Beplantingsplan
Meidoornhaag
Tweestijlige meidoorn
Struweelrand
Vlier Gelderse roos Hazellaar Krent Wilde kardinaalsmuts
Bos
Zomereik Walnoot Zoete kers Winterlinde Accacia Tamme kastanje
Inrichtingsplan Fleringerveld 1
19
Inrichtingsplan Fleringerveld 1
20
Inrichtingsplan Bijlage 3 Fleringerveld 2
bestemmingsplan Bestemmingsplan Bossenstrategie Tubbergen, Ka mpweg, Molenbinnenweg
83
Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2 In het kader van de Overijsselse Bossenstrategie
Colofon Opdrachtgever: Contactpersoon: Titel:
Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2 In het kader van de Overijsselse Bossenstrategie
Status:
Definitief
Datum:
8 december 2023
Auteurs: Kaartmateriaal: Foto’s: Projectnummer:
22.30.760.12.23319.2
© Bosgroep Noord-Oost Nederland u.a. Balkerweg 48a 7738 PB Witharen t (0523) 74 57 00 e noordoostnederland@bosgroepen.nl www.bosgroepen.nl
Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2
2
Inhoudsopgave 1
2
3
4
Inleiding
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
Leeswijzer
4
Omschrijving uitgangssituatie
5
2.1
Kadastrale situatie
5
2.2
Ligging terrein
5
2.3
Bodem
6
2.4
Hoogte/helling
7
2.5
Grondwaterstanden
8
2.6
Archeologische waarden
9
2.7
Landschap
10
2.8
Aanwezige natuurwaarden
11
2.9
Wegen, paden en waterlopen
11
2.10
Kabels en leidingen
11
2.11
Eisen vanuit de regeling
11
2.11.1
Bestemming
12
2.11.2
Toestemming gemeente
12
2.11.3
Overleg omwonenden
12
2.11.4
Aanplant inheemse soorten
12
Inrichtingsplan
13
3.1
Landschappelijk inpassing
13
3.2
Aan te leggen bostypen
13
3.3
Beplantingsplan
14
3.4
Eisen aan plantmateriaal
15
3.5
Maatregelen
15
3.5.1
Bodemvoorbereiding
15
3.5.2
Wildwerende maatregelen
15
3.5.3
Nazorg
15
Toekomstige ecologische ontwikkeling
16
Bijlage 1
Kadastrale situatie
17
Bijlage 2
Inrichtingsplan
18
Bijlage 3
Beplantingsplan
19
Bijlage 4
Begroting
20
Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2
3
1
Inleiding
1.1
Aanleiding wil meewerken aan bosuitbreiding op haar eigendom. Deze
bosontwikkeling wordt gerealiseerd in het kader van de Overijsselse Bossenstrategie, welke een nadere uitwerking is van de landelijke Bossenstrategie. De ambitie van de Bossenstrategie is dat er in Nederland in 2030 10 % meer bos is. Bosuitbreiding is nodig om de klimaatdoelen te realiseren (vastlegging van koolstof) en draagt bovendien bij aan verhoging van de biodiversiteit en aan een gezondere leefomgeving.
1.2
Leeswijzer
In het voorliggend inrichtingsplan wordt in hoofdstuk 2 de uitgangssituatie beschreven. Dit hoofdstuk kan worden gebruikt bij een inpassingsplan voor de bestemmingsplanwijziging. Het hoofdstuk 3 is het daadwerkelijke inrichtingsplan. Binnen dit inrichtingsplan wordt aangegeven welke bostypen ontwikkeld kunnen worden. Hiervoor wordt een analyse van de biotische en abiotische factoren gemaakt. Daarnaast worden ook de uit te voeren inrichtingsmaatregelen voor het ontwikkelen van de bostypen beschreven. Als laatste hoofdstuk (hoofdstuk 4) zal de toekomstige ecologische ontwikkeling beschreven worden.
Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2
4
2
Omschrijving uitgangssituatie
2.1
Kadastrale situatie
Jvr. T.E.A. von Bönninghausen is eigenares van het perceel bekend onder de kadastrale nummer Tubbergen 02 H 8232. De percelen zijn onderdeel van landgoed Fleringerveld 2 en worden hieronder verder aangegeven. In bijlage 1 is een kaart met de kadastrale gegevens weergeven. NAW-gegevens van de eigenaar Naam object:
Landgoed Fleringerveld 2
Eigenaar: Adres: Postcode en plaats: Contactpersoon: E-mail: Kadastrale gegevens:
TBG02 H 8232
Kadastrale oppervlakte (m2):
79.145
Oppervlakte aan te planten (m2):
20.000
Werknaam/aanduiding:
Percelen 1, 2 en 3
Huidige bestemming:
Agrarisch
Dubbele bestemming:
Waarde – archeologisch 4
Toekomstige bestemming:
Bos
2.2
Ligging terrein
De aan te planten percelen op Landgoed Fleringerveld 2 zijn samen 2,00 hectare groot waarvan de gehele oppervlakte wordt aangeplant met bomen en struiken. De percelen liggen ten zuiden van de Ootmarsumseweg in Fleringen, gemeente Tubbergen. De percelen worden verder begrenst door de Brakenweg (westzijde), landbouwpercelen (oost- en westzijde) en een houtwal (zuidzijde). Figuur 1 laat de ligging van de aan te planten percelen zien. De percelen zijn geen onderdeel van en grenzen niet aan het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000. De percelen worden overwegend gebruikt als grasland (Engels raaigras) en akkerland.
Figuur 1: Ligging van de percelen waar de maatregelen zullen plaatsvinden (Bron: geo.drenthe.nl/geoportaal, 2022)
Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2
5
2.3
Bodem
De bodems die worden beplant bestaan uit 2 bodemtypen, zoals de bodemkaart (zie figuur 2), laat zien.
Figuur 2: De bodemkaart laat de bodemtypes in het gebied zien.
De kern van de aanplant bestaat uit een veldpodzolgrond, waarbij het aan weerszijden overgaat in een beekeerdgrond. De laagstgelegen terreindelen (niet altijd te zien in het veld) worden geclassificeerd als een beekeerdgrond (bodemcode pZg23). Beekeerdgronden komen veelal voor in beekdalen en zijn opgebouwd uit een dekzand met een humusrijke toplaag (zie figuur 3). Het dekzand bestaat overwegend uit zwak lemig zand. De hogere terreindelen bestaan uit een veldpodzol(bodemcode Hn23). Deze bodem heeft een licht zichtbare inspoelingslaag onder de bouwvoor (zie figuur 4). De bodem bestaat uit lemig fijn zand en is goed water doorlatend. Beide bodems behoren tot de hydrozandgronden wat wil zeggen dat ze onder invloed staan van wisselende grondwaterstanden. In paragraaf 2.5 wordt hier verder op ingegaan.
Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2
6
Figuur 3: Het bodemprofiel van de beekeerdgrond welke volledig uit zand bestaat. De bovenste 20 cm bestaat heeft zichtbaar een hoger organisch stofgehalte.
2.4
Figuur 4: Het bodemprofiel van de veldpodzolgrond. Onder de eerste 20 cm (rechtsboven) is een inspoelingslaag te zien.
Hoogte/helling
De hoogtekaart (zie figuur 5) laat zien dat er geen grote hoogteverschillen aanwezig zijn in het terrein.
Figuur 5: De hoogtekaart van het gebied. Zowel het hoogste als het laagste punt liggen rond de 16 m boven NAP.
Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2
7
2.5
Grondwaterstanden
Grondwaterstanden hebben in het betreffende gebied invloed op het aan te planten bos, omdat de meeste terreindelen onder invloed van grondwater staan tijdens de natste periode van het jaar. Door het jaar heen fluctueren de grondwaterstanden. De GHG (zie figuur 6) treedt op in natte periodes, in de praktijk is dit in de winter en vroege voorjaar. De GLG (zie figuur 7) treedt op in droge perioden. De GHG varieert tussen de 40 en 80 cm onder maaiveld.
Figuur 6: De GHG laat zien dat het grondwater gemiddeld 40 tot 80 cm onder maaiveld staat tijdens de natste periode van het jaar.
Op de lagere terreindelen varieert de GLG tussen de 80 cm en 100 cm onder maaiveld. Op de hogere terreindelen zakt het grondwater in de zomer weg naar een niveau van 100 cm tot 150 cm onder maaiveld.
Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2
8
Figuur 7: De GLG laat zien dat het grondwater 150 tot 200 cm onder maaiveld wegzakt tijdens de droogste periode van het jaar.
2.6
Archeologische waarden
De Atlas van Overijssel laat zien dat de archeologische verwachtingen op de aan te planten percelen laag is. Vanuit het bestemmingsplan is een dubbelbestemming met “Waarde – Archeologie 4” toegekend. Voor deze bestemming geldt het behoud van de archeologische waarden. Omdat het perceel een lage archeologische verwachting en waarde heeft, is nader onderzoek niet nodig.
Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2
9
2.7
Landschap
Het landschap heeft een open karakter vanwege het huidige agrarische gebruik (zie afbeelding 8. Er zijn enkele landschapselementen en kleine bospercelen in de omgeving aanwezig. Boomsoorten die voorkomen zijn zomereik, Amerikaanse eik, zwarte els en berk. Daarnaast zijn er struiksoorten als vlier, braam, Amerikaanse vogelkers te vinden. In hoofdstuk 3 wordt het landschap verder beschreven.
Afbeelding 8: Een impressie van het landschap.
In het verleden is de locatie door menselijk ingrijpen ontgonnen en aangepast voor agrarisch gebruik. Deze ontwikkelingen zijn duidelijk zichtbaar op de kaart van 1900 (zie figuur 9), waar wegen en perceelsgrenzen zijn aangegeven. Met name aan de westzijde rondom Albergen werden vóór 1900 aanzienlijke hoeveelheden singels en houtwallen aangeplant. Vanaf 1950 heeft het gebied een verdere transformatie ondergaan tijdens de grootschalige ruilverkaveling, zoals weergegeven op de kaart van 1950 (zie figuur 10). Het landschap is verder verkaveld, en de eerste boerderijen zijn opgericht. In 1965 (zie figuur 11), toen er nog veel groene elementen aanwezig waren, is het landschap in de loop der jaren verder ontgonnen, waarbij veel houtwallen en singels zijn verdwenen.
Figuur 9: Historische kaart uit 1900. Het gebied is Figuur 10: Historische kaart uit 1950 het gebied is tijdens de grote ruilverkaveling verder ontgonnen grotendeels ontgonnen ten behoeve van de landbouw. Enkele delen zijn nog niet ontgonnen en en verkaveld. De natte terreindelen zijn ontwaterd en geschikt gemaakt voor moderne landbouw. waren van nature nat.
Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2
10
Figuur 11: Historische kaart uit 1965. Er hebben ten opzichte van 1950 geen ingrijpende veranderingen plaats gevonden.
2.8
Aanwezige natuurwaarden
De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is geraadpleegd en daar is uit gebleken dat er geen soorten aanwezig zijn waar rekening mee gehouden moet worden.
2.9
Wegen, paden en waterlopen
Het perceel is bereikbaar via een inrit vanaf de Brakenweg. Verder zijn er geen wegen, paden en waterlopen aanwezig die beperkingen opleggen aan de bosaanplant. Wel dient er een strook van 3 meter breeds langs de aanwezige watergang vrij te worden gehouden.
2.10 Kabels en leidingen De Bosgroep heeft een oriëntatieverzoek gedaan bij het Kadaster over de ligging van kabels en leidingen. Uit dit oriëntatieverzoek blijken er geen kabels en leidingen in de percelen aanwezig te zijn.
2.11 Eisen vanuit de regeling Hieronder worden de belangrijkste eisen vanuit de regeling weergegeven. Daarbij is het belangrijk dat er een positief advies ligt vanuit de gemeente om uiteindelijk een bestemmingsplanwijziging te realiseren. Tevens is ook het omgevingsmanagement beschreven in de vorm van overleg met de omwonenden. Verder komen overige eisen aan bod.
Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2
11
2.11.1
Bestemming
De gemeentelijke bestemming van de percelen is hoofdzakelijk ‘Agrarisch’ met de aanduiding ‘Waarde – Archeologisch 4’. Dit levert, zoals beschreven in paragraaf 2.6, geen bezwaren op. Daarnaast past bosaanleg binnen het bestemmingsplan van Gemeente Tubbergen. 2.11.2
Toestemming gemeente
Er heeft overleg plaatsgevonden met de gemeente Tubbergen en er is een schriftelijke positieve intentieverklaring afgegeven op de voorgenomen plannen. 2.11.3
Overleg omwonenden
De omwonenden en belanghebbenden zijn op de hoogte gebracht van de voorgenomen bosaanleg. Tijdens dit overleg is positief gereageerd. 2.11.4
Aanplant inheemse soorten
De provincie eist dat er minimaal 60% inheemse boom- en struiksoorten worden aangeplant. Ook vereist de provincie dat bosranden worden aangelegd mits de ligging daarvoor geschikt is. De wens is om 20% van de aanplant te laten bestaan uit autochtoon plantmateriaal van de Nederlandse Rassenlijst Bomen: er dient dan plantmateriaal te worden gebruikt waarvan de herkomst
vermeld
is
in
de
meest
recente
Nederlandse
Rassenlijst
Bomen
(zie
www.rassenlijstbomen.nl). Daarbij dient materiaal gebruikt te worden uit een vergelijkbaar gebied/floradistrict (gebiedseigen soorten). Gedetailleerde informatie over aanwezig autochtoon materiaal is beschikbaar bij de genenbank voor bomen en struiken (www.genenbankbomenenstruiken.nl).
Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2
12
3
Inrichtingsplan
3.1
Landschappelijk inpassing
Het bepalen van de bostypen voor de aanleg is gebaseerd op de bestaande situatie en het heersende landschap. In de nabije omgeving komen voornamelijk inheemse boomsoorten zoals eik en berk voor, evenals struiksoorten als lijsterbes en vuilboom. Daarnaast is er een aanzienlijke aanwezigheid van Amerikaanse eik. Binnen het inrichtingsplan is besloten om, naast eik, ook klimaatbestendige boomsoorten te planten. Ongeveer de helft van de geplante boomvormers zal bestaan uit inlandse eik, omdat deze soort goed bij het landschap past. Om risico's te spreiden, wordt gekozen voor de aanplant van diverse andere boomsoorten, waardoor een gevarieerd bos ontstaat. Gezien de aanwezigheid van singels en houtwallen, met name aan de westzijde van het gebied, wordt besloten om een langgerekt bosperceel en een singel aan te leggen. Hierdoor wordt het inrichtingsplan landschappelijk goed geïntegreerd in de omgeving.
3.2
Aan te leggen bostypen
Op basis van de uitgangssituatie en een landschappelijke analyse wordt bepaald welke bostypen worden aangelegd. Bij de aanleg van bos wordt ingespeeld op een zo hoog mogelijke toekomstbestendigheid door middel van individuele en groepsgewijze aanplant van zowel struik- als boomvormers en daarmee menging in soorten. Ook wordt rekening gehouden met het creëren van natuurlijke bosranden (zie figuur 12). Door hier nu goed rekening mee te houden wordt op langere termijn een structuurrijk bos ontwikkelt. Bijlage 2 laat het inrichtingsplan zien. In totaal wordt 1,47 ha hectare bos aangeplant. Daarnaast wordt er een houtsingel aangeplant die ongeveer 530 meter lang is en 10 meter breed (0,53 ha). Gezamenlijk wordt er 2,00 hectare aangeplant.
Figuur 12: Weergave van horizontale bosstructuur
Voor de inrichting van het bos is er gekeken naar verschillende factoren beschreven in hoofdstuk 2. Aan de hand van het bodemtype, hoogteligging en grondwatertrappen is het bostype en de daarbij horende boomsoorten bepaald. Het gaat om een bodem waarbij het bostype ‘droog bos’ van toepassing is.
Inrichtingsplan Landgoed Fleringerveld 2
13