bijlage bestemmingsplan bijlagen bij regels.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Woningbouw Amsinksweg, Vasse
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld NL.IMRO.0183.VASBPAMSINKSWEG-VG01
Woningbouw Amsinksweg, Vasse
Inhoudsopgave Bijlagen bij de regels
3
Bijlage 1
Landschappelijke inpassing
4
Bijlage 2
Keerwand naast Amsinksweg 7
25
Bijlage 3
Staat van Bedrijfsactiviteiten
27
Bijlage 4
Waterhuishoudkundig plan
34
2
bestemmingsplan Woningbouw Amsinksweg, Vasse
Bijlagen bij de regels
bestemmingsplan Woningbouw Amsinksweg, Vasse
3
Bijlage 1
4
Landschappelijke inpassing
bestemmingsplan Woningbouw Amsinksweg, Vasse
RU I M T E L I J K K WA L IT E IT S P L A N •
A m s i n k s we g - Va s s e •
Tubbergen, 09 augustus 2024 - Definitief
Project: Ruimtelijk kwaliteitsplan
2
Afbeelding: Amsinksweg Vasse (Bron: N+L)
Ruimtelijk kwaliteitsplan Project:
Ruimtelijk kwaliteitsplan
Locatie: Amsinksweg - Vasse
Titel rapport
Ruimtelijk kwaliteitsplan - Amsinksweg - Vasse
Opgesteld:
8 september 2023, Tubbergen
Gewijzigd:
9 augustus 2024
Status:
Definitief
Auteur:
N+L Landschapsontwerpers Auteur Ing. NH Ontwerp Ing. RV Oldenzaalseweg 38 7651 KC Tubbergen 06-83337880 info@nl-landschap.nl www.nl-landschap.nl
3
4
1. Aanleiding
05
2. Huidige situatie
06
3. Beleid
08
4. Concept
16
5. Nieuwe situatie
18
1. Aanleiding In Vasse aan de Amsinksweg (praktisch naast en tegenover de huisnummers 9 t/m 22) is sprake van een weiland. Vasse is een klein esdorp dat door de jaren heen verder is ontwikkeld. Door deze ontwikkelingen is een situatie ontstaan dat bij iedere nieuwe ontwikkeling zorgvuldig moet worden gekeken naar de landschappelijke situatie. In nagenoeg alle gevallen is er sprake van een omliggend essen- en kampenlandschap. De essen en kampen zijn ontstaan in de laatste ijstijd. Er is sprake van een stuwwal waardoor er sprake is van forse hoogteverschillen. Het weiland is, zover zichtbaar op historische kaartbeelden, altijd onbebouwd geweest.
Landschappelijke inpassing De gemeente Tubbergen stelt voor de ontwikkeling een landschappelijke inpassing als belangrijke voorwaarde. In dit ruimtelijk kwaliteitsplan wordt daarom de landschappelijke inpassing uiteengezet. Er wordt een beschrijving van het plangebied gegeven, het omliggende landschap en het vigerende beleid. Dat resulteert in een beschrijving van de nieuwe situatie die aan het gestelde beleid voldoet.
De locatie aan de Amsinksweg is uitermate geschikt voor woningbouw vanwege de ligging direct voor de oorspronkelijke es. Hoewel boerderijen zich vestigden aan de es en de schuren met enige regelmaat nog wel eens richting of in de es worden gebouwd, betekent dat hier dat de woningen vóór de es worden gebouwd en niet in of op de es. Een principeverzoek voor het plan is ingediend op 21 oktober 2021 en op 7 april 2022 volgde daarop een positief besluit. Totaal worden er 29 woningen worden gebouwd. Het gaat om vrijstaande woningen, diverse 2^1 kap woningen, een 3^1 kap woning en een 4^1 kap woning. De woonwijk is landschappelijk ingepast en zodanig ontworpen dat de ligging aan de rand van het dorp passend en logisch is. Er is onder meer gekeken naar een sterke blijvende verbinding met de achtergelegen es. Ook beleving is een belangrijk aspect dat meegenomen is in de verdere afwerking van de nieuwe woonwijk.
5
2. Huidige situatie Het dorp Vasse is gelegen op een stuwwal. Daardoor is er in de directe omgeving sprake van hoogteverschillen. Er is ook sprake van plotselinge hoogteverschillen in de vorm van steilranden in de nabijheid. Variërend van hoog tot zelfs zeer hoge verschillen. De hoogteverschillen zijn ontstaan in de laatste ijstijd waar zandruggen en beekdalen na verloop van tijd veelal zijn geërodeerd. De hogere plekken werden in gebruik genomen voor de landbouw, de lagere delen werden pas later nuttig. Uitstekende condities om er te kunnen boeren. Zie daarvoor de hoogtekaart op de rechterpagina. Op het hoogtebeeld is de es aan de oostzijde goed te herkennen, maar ook de essen c.q. kampen aan de noord en zuidzijde. Essen- en kampenlandschap Vasse ligt in een van oorsprong zeer gevarieerd en kleinschalige rand nabij meerdere essen en kampen. Hoewel het landschap in detail grootschaliger is geworden en Vasse verder is uitgebreid is het over het algemeen nog zeer herkenbaar. Vasse is gelegen in één van de oudste bewoonde gebieden van Nederland dat onder meer valt op te maken uit de grafvelden rondom. Voor het ontstaan van het dorp zullen we eeuwenlang terug moeten. Het was een uitstekend gebied om te boeren. De hoge gronden werden ingezet voor het verbouwen van graansoorten en de nabij gelegen heide kon gebruikt worden in het voormalige potstal systeem.
De heide werd in die stallen vermengd met mest en uiteindelijk uitgereden op de essen en kampen ter verbetering van de grond. Langs de beken lagen de nattere gronden die uitstekend geschikt waren voor hooi- en grasland.
6
Het gebied kende met name houtsingels in een grillig patroon. Het waren talloze verbindingen met wegen van erf naar erf. Een gedeelte van de houtsingels zijn nog altijd goed herkenbaar en vormen de landschappelijke dragers. Er is sprake van hoge cultuurhistorische en beeldbepalende waarden. De belangrijkste soort in het gebied is zomereik. De meeste beplantingen zijn gelegen langs functionele randen zoals wegen. Dat is wellicht een reden dat nog veel houtopstanden behouden zijn gebleven ondanks ruilverkavelingen en de modernisering in de landbouw. Een ontwikkeling dient bij te dragen aan het behoud, herstel en/of de herkenbaarheid daarvan zover dat mogelijk is. Huidige situatie plangebied Het plangebied is direct voor een kamp gelegen. Het betreft het lage gedeelte voor de steilrand. Door de jaren is de beplanting op de steilrand verdwenen en heeft dat plaats gemaakt voor een afgevlakte steilrand. De steilrand vormt een duidelijke landschappelijke barrière. Deze zou niet doorbroken moeten worden. Nieuwe elementen Het valt op dat het oorspronkelijke landschappelijke raamwerk rondom het plangebied redelijk gaaf is gebleven al is er geen sprake meer van een volledige omzooming. Er ligt een kans om deze te herstellen. In het nieuwe ontwerp zou daar rekening mee gehouden moeten worden.
Hoogtekaart planlocatie (met rood ingetekend). (Bron: ahn.arcgisonline.nl)
Planlocatie omstreeks 1920. (Bron: topotijdreis.nl)
Locatie plangebied ten noordwesten van Vasse. (Bron: topotijdreis.nl)
Planlocatie. (Bron: topotijdreis.nl)
7
3. Beleid 3.1 Omgevingsvisie Overijssel Het provinciaal beleid van Overijssel is verwoord en vastgelegd in meerdere plannen. De belangrijkste is de Omgevingsvisie 2017 welke is vastgesteld op 12 april 2017. Nadien is deze visie meerdere keren geactualiseerd. De laatste actualisatie is betreft maart 2021. In de visie bakent de provincie af wat zij voor de fysieke leefomgeving in Overijssel van provinciaal belang vinden. De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In de visie worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur bekeken in samenhang met een duurzame ontwikkeling van onze leefomgeving. Het beleid staat primair in dienst van de sociaaleconomische ontwikkeling van Overijssel om het toekomstbestendig te houden.
keuzes die bepalend zijn of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. Vooral reserveringen voor integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, ruimtegebruik, waterveiligheid, externe veiligheid, LOG gebieden en begrenzingen als Nationale Landschappen, NNN-gebieden (natuurnetwerk Nederland) en de EHS zijn voorbeelden van generieke beleidskeuzes. Daarnaast zijn er gebied specifieke beleidskeuzes. De beleidskeuzes hebben geen invloed op de voorgenomen ontwikkeling.
Rode draden en beleidsambities De opgaven en kansen zijn vertaald in centrale beleidsambities en negen beleidsthema’s. Deze worden benaderd vanuit de rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit waarvoor thema overstijgende kwaliteitsambities zijn geformuleerd. Vanuit het uitvoeringsmodel (of, waar en hoe) worden generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken beschreven.
Ontwikkelingsperspectieven: In de visie zijn drie ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en drie voor de stedelijke omgeving. Deze perspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De plangebieden zijn aangemerkt als “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap”. Dat betekent dat diverse functies verweven moeten worden. Het belangrijkste land gebruik blijft melkveehouderij en akkerbouw, maar aan de andere kant is er ruimte voor landschap, natuur, milieubescherming, cultuurhistorie, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. In elk geval staat de ambitie, “voortbouwen op kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen”, voorop. De voorgenomen ontwikkeling past bij de gestelde ambitie indien de kenmerken waar mogelijk behouden blijven.
Generieke beleidskeuzes: Deze keuzes vloeien voort uit keuzes van EU, Rijk of Provincie. Het zijn
Gebiedskenmerken Tenslotte wordt de
8
voorgenomen
ontwikkeling
getoetst
aan
de
Ontwikkelingsperspectief, beide plangebieden zijn groen wat betekent “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap”. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl)
9
gebiedskenmerken. Er zijn vier lagen te onderscheiden (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving). Er gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Er staat omschreven in een catalogus gebiedskenmerken welke kenmerken diverse gebieden en hoe een ontwikkeling invulling dient te krijgen. De gebiedskenmerken zijn richtinggevend op aspecten als landschap, infrastructuur, milieu, bodem en cultuurhistorie. De stedelijke laag is niet opgenomen; hoewel er naastgelegen sprake is van de bebouwde kern is deze niet relevant voor wat betreft de voorgenomen ontwikkeling c.q. de specifieke plek. Natuurlijke laag De natuurlijke laag is aanvankelijk ontstaan zonder toedoen van de mens door onder andere invloeden van abiotische processen als de ijstijden, de wind en water. De locatie is gelegen op een stuwwal. Daardoor is er sprake van hoogteverschillen. In de jaren zijn hoogteverschillen geërodeerd door de wind, soms juist weer versterkt door de wijze van agrarisch gebruik, maar uiteindelijk weer verminderd door de schaalvergroting in de landbouw. De hoogteverschillen zijn nog goed herkenbaar. Laag van cultuurlandschap Door menselijk ingrijpen in de natuurlijke omstandigheden ontstaat er een (agrarisch) cultuurlandschap.
Het landschap werd functioneel ingericht waarbij men nooit heeft nagedacht over de schoonheid ervan. Nu waarderen wij juist de ingrepen van destijds. De eerste nederzettingen in Nederland werden gesticht op de rand van de hogere stuwwallen en dekzandruggen naar de overgang met de lagere gronden zoals het plangebied. De akkers op de hogere 10
gronden werden intensief gebruikt en bemest met heideplaggen uit het voormalige potstal systeem. De heideplaggen kwamen van de grootschalige open heidecomplexen die pas laat zijn ontgonnen door - in eerste instantie gebrek aan kennis. De open essen en eenmansesjes kwamen door het potstalsysteem hoger in het landschap te liggen met veelal scherpe randen. Al dan niet werden randen van de es beplant met houtsingels (steilrand beplanting) of houtwallen met een - langs de randen van de es - kleinschaliger landschap tot gevolg. Afhankelijk van de grootte van de es werden meerdere boerderijen rondom een es gebouwd zoals dit het geval is rondom het plangebied. Bij de essenen kampenlandschap is er vaak sprake van grillige wegenpatronen met een aaneenschakeling van landschapselementen rondom de kampen of essen en verspreid liggende erven. De ontwikkeling moet bijdragen aan de herkenning van het landschap. De mate van herstel is afhankelijk van meerdere factoren. In beginsel moet ervoor gezorgd worden dat het bestaande behouden blijft en dat erven en uitbreidingen op een juiste manier ingepast zijn en blijven. De voorgenomen ontwikkeling past goed bij de gestelde ambities.
Links: natuurlijke laag. Het plangebied is omschreven als : “stuwwallen”. Midden: laag van Cultuurlandschap. Plangebied is omschreven als “ Essenlandschap.” Rechts: laag van de beleving. Het plangebied is omschreven als “Donkerte”. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl)
11
3.3 Cascobenadering Noord oost Twente De gemeente Tubbergen hanteert, vooral ter bescherming van het bestaande landschap, het casco beleid. Door het casco beleid is het mogelijk om via een kaart te achterhalen of een ontwikkeling wel of niet in strijd is met elementen welke tot de casco behoren. Elementen als onderdeel uitmakend van de casco zijn in principe niet te verwijderen (groene lijnen/vlakken op de kaart op pagina 13). Er zijn casco elementen aanwezig, maar de ontwikkeling heeft geen consequenties voor deze elementen. Sterker nog, de bestaande elementen worden versterkt. 3.4 Omgevingsvisie Tubbergen 2021 In 2021 is de omgevingsvisie “Mijn Omgevingsvisie Tubbergen” vastgesteld. De visie geeft de hoofdlijnen voor het langetermijnbeleid. De visie kent een waardenkaart. In de waardenkaart valt de locatie onder ‘gebied gericht op ontwikkeling door hoge waarde en beperkte dynamiek’. In de omgevingsvisie zijn vier kernprincipes opgenomen: - we doen het samen, de gemeente met haar inwoners, instellingen en ondernemers; - we geven het goede voorbeeld; wat we belangrijk vinden laten we zien in de praktijk; - we combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt; - we wentelen geen problemen af op volgende generaties.
12
Volgens de waardenkaart zijn de volgende waarden van belang: - passend in de schaal van het landschap; - veel variatie in beplanting; - open - gesloten; - licht - donker; - hoge ecologische waarde; - hoge biodiversiteit; - veel beleefbare cultuurhistorie: landgoederen, kleinschalig agrarisch landschap, essen, oude boerderijtjes, watermolens; - hoge belevingswaarde. Hierbij dient onder andere ingespeeld worden op: de oorspronkelijke schaal van het landschap, het versterken van natuurwaarden, behoud van cultuurhistorie en erfkarakteristieken, het vasthouden van water, het verbeteren van biodiversiteit, natuurinclusieve bouwwijze, inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is en belevingswaarde gericht op natuur en cultuurhistorie. Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt hier rekening mee gehouden, doordat de bestaande natuurwaarde wordt behouden en versterkt, de biodiversiteit wordt verbetert en de erfkarakteristieken worden behouden.
Casco benadering (Bron: geo.overijssel.nl)
Fragment van de waardenkaart. Donkergroen betekent: “gericht op behouden door hoge waarde en beperkte dynamiek”. (Bron: gemeente Tubbergen).
13
4. Concept Voor de ontwikkeling en vóór het opstellen van een ontwerp van de woonwijk is Vasse geanalyseerd. In de afbeelding op de rechterpagina is weergegeven waar de bebouwde kern is gelegen (rode kleur). Rondom is sprake van een drietal kleuren: lichtbruin stellen de grote open essen voor, donkergroen stelt natuurgebied voor en groen stelt het rondom liggende agrarische landschap voor. Het omliggende agrarische landschap bestaat grotendeels uit het kampenlandschap en ten dele uit een ontginningslandschap. Voor een groot gedeelte van Vasse geldt dat een nieuwe uitbreiding niet vanzelfsprekend is. Daar liggen kwetsbare landschappen. Dat wil zeggen: als een uitbreiding daar plaats vindt, zijn er grote gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit. Dit gebied is met een blauwe omlijning aangegeven. Daarvoor geldt dan ook nog dat de entree van Vasse aan de oostzijde extra gevoelig is. Ter plaatse is sprake van een prachtige overgang van landelijk naar stedelijk gebied. Dat zou behouden moeten blijven voor de herkenning van Vasse. Aan de west- en ten dele noordzijde liggen meer mogelijkheden voor uitbreiding zonder dat er sprake zal zijn van nadelige gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit.
Dat wil zeggen: een uitbreiding kost vanzelfsprekend een nieuw gedeelte van ons landschap, maar de uitbreiding is in die gevallen beter of goed in te passen zonder dat de herkenning van het omliggende landschap verloren gaat. Tot slot zijn de diverse invalswegen van Vasse aangegeven.
14
Nader ingezoomd op het plangebied is beter zichtbaar dat het gebied nét voor een grootschalige es is gelegen. Door een uitbreiding toe te laten tot de doorbroken groenstructuur wordt voorkomen dat er op de es wordt gebouwd. Er liggen daarnaast goede mogelijkheden om de afgevlakte steilrand (rand om de es) weer in ere te herstellen en ook de daar verdwenen groenstructuur te herstellen. Tot slot zou de bestaande relatie tussen het dorp en de es niet verloren moeten gaan. Er moet sprake zijn van een blijvende verbinding door bijvoorbeeld zichtlijnen aan te brengen. Daarnaast zou een rand om een dergelijke woonwijk de mogelijkheid geven om de es ook beleefbaar te maken. Dit in navolging van de vorige uitbreiding: “De Steenbrei”. De analyse is besproken met de gemeente Tubbergen en de provincie Overijssel. Uit de bespreking is naar voren gekomen om tot een ontwerp te komen die aan het voorgaande kan voldoen.
Analyse plangebied (Bron: N+L).
Analyse Vasse (Bron: N+L)
15
5. Nieuwe situatie Vanuit de analyse is het ontwerp tot stand gekomen. De basis van het ontwerp is de verbinding tussen de es en het dorp en de beleefbaarheid. Daarom is allereerst rekening gehouden met een tweetal zichtlijnen (11 op tekening) evenals een wandelpad rondom (12 op tekening). Om de zichtlijnen te kunnen garanderen zijn de wegen in deze zichtlijnen ontworpen en is het wandelpad precies naast de steilrand gelegen. Naast beleefbaarheid en routes is waterberging een belangrijke opgave. Derhalve is een wadi ontworpen. Een wadi om functies te stapelen zoals spelen in de zomer en de winter, om water te bergen, maar ook om het plan ruimtelijk op te kunnen zetten. De wadi is in het laagste gedeelte van het plan gelegen, zodat water een natuurlijke afvoer kent. Een ander voordeel wat daardoor ontstaan is: er is sprake van een automatische afstand tot het daar gelegen bedrijventerrein. Er is derhalve geen sprake van een overschrijding van de milieueisen. Vervolgens is er aandacht besteed aan de woningen. Er is rekening gehouden met de wensen van de gemeente om voldoende starters en senioren kansen te bieden. Er is een mix ontstaan van vrijstaande woningen, 2^1 woningen voor verschillende segmenten (van luxe tot en met starter) en tot slot is er een 3^1 en 4^1 woning.
Vanuit de Amsinksweg is er gekozen voor een hele strakke opzet die daarmee de opzet van het bestaande dorp volgt. De effecten voor het landschap zijn hier nihil en bovendien moet er gekozen worden voor een effectieve manier van uitbreiden vanuit het aspect zorgvuldig ruimtegebruik. Wel is er gekozen voor een wisselende rooilijn om wat meer dynamiek in de woonwijk te genereren.
16
Rondom is vervolgens gekozen voor een rand met enkele vrijstaande woningen gecombineerd met enkele 2^1 woningen. Bij deze woningen is bewust gekozen voor een onderling afwijkende nokrichting om de overgang met het landschap zo zacht mogelijk te maken. De kavels zijn daardoor ook afwijkend in omvang. Hoewel de functie binnen in de woning anders zal zijn, is de fysieke kopgevel van de woningen richting het landschap gelegen en de achterzijde richting de weg. Dit volgt het principe zoals we dat van boerenerven kennen: de niendeur richting de gebouwen, de voorgevel richting het landschap. Er ontstaat daardoor een dynamisch geheel dat als passend kan worden ervaren. Tot slot is er aandacht besteed aan het groen in de wijk. In de kern enkele losse solitaire bomen met een hoge mate van onregelmatigheid. Langs de es aan de noordzijde wordt de groenstructuur hersteld en aan de westzijde wordt groen aangebracht voor een juiste overgang met het daar gelegen bedrijventerrein. Er is daar gekozen voor bomen zonder onder beplanting om het geheel niet letterlijk af te sluiten. Aan de zuidoostzijde wordt een groenstrook aangebracht zodat bestaande woningen uitkijken op groen en niet op de zijkant van de nieuwe woningen. Met voorgenoemd plan wordt voldaan aan het beleid van de gemeente Tubbergen en de provincie Overijssel.
1
4 nieuw te realiseren vrijstaande woningen.
2
4 nieuw te realiseren twee-onder-één-kappers <250 m2 (8 wooneenheden).
3
3 nieuw te realiseren twee-onder-één-kappers met 300 tot 400 m2 (6 wooneenheden).
4
2 nieuw te realiseren luxe twee-onder-één-kappers
5
1 nieuw te realiseren starters/senioren woningen (4 wooneenheden, 4^1 kap).
6
1 nieuw te realiseren starters/senioren woningen (3 wooneenheden, 3^1 kap).
11
13
4
8
17
1 7
4
9
19
5
3 14
6 15
2
16
2 2
3
Nieuw te realiseren bomen.
9
Te behouden bomen.
10
Te verwijderen boom.
11
Zichtlijnen richting de Es.
12
Uitkijkpunt over Es.
13
Keer-element met grondlichaam voorzien van
14
Parkeren binnen plangebied (circa 27 plaatsen).
15
Geul ten behoeven van overstort.
16
Ruimte voor wadi's met speelaanleiding en wandelen.
17
Nieuw te realiseren kapschuur.
18
Locatie voor trafo-voorziening.
19
Groene ruimte met speelvoorzieningen.
1
2
1
Rijbanen met trottoir.
8
groenblijvende beplanting.
3
12
7
10 9 10
15 18
10
Nieuwe situatie, niet op schaal. (Bron: N+L Landschapsontwerpers)
Project: Situatietekening
Getekend:
RV
Adres:
Amsinksweg ong.
gecontroleerd:
NH
Vasse
Datum:
15-07-’24
Status:
Definitief
Noord:
ontwerp
Schaal: 1:1500
Formaat: A3
^
17
De diverse maatregelen zijn in kaart gebracht. Het gaat dan om de aanplant van meerdere vormen van groen, de aanleg van wandelpaden, een uitzichtspunt (noordwestelijke hoek van het perceel) en de aanleg van een wadi. De maatregelen zijn telkens inclusief aantallen, soorten en kwaliteit beschreven. Verwezen wordt naar het externe groenplan. De beplanting aan de oostzijde dient wel aangebracht te worden, maar is ruimtelijk niet relevant. Het is daarom geen voorwaardelijke verplichting. Tot slot is het dwarsprofiel aangegeven voor de situatie aan de zijde van de Amsinksweg. Vanwege de bestaande woningen is het belang om deze zijde met extra aandacht in beeld te brengen.
Doorsnede straatbeeld Amsinksweg. (Bron: N+L Landschapsontwerpers)
18
Bomen A Alnus cordata
4 stuks
B Juglan regia
3 stuks
C Carpinus betules
4 stuks
D Salix x sepucralis 'Chrysocoma"
2 stuk
E Betula pubescens
3 stuks
F Betula pendula
2 stuks
G Prunus cerasifera ’Nigra’
4 stuks
H Quercus robur
7 stuks
I Tilia Cordata
8 stuks
J C eltis sinensis
8 stuks
Alle bomen in maat 14/16 ( stamomtrek in cm) met twee boompalen en een gietrand. Hagen
I
K
H
H
I H
I
geeft ca. 800 stuks. Struweel
I
I H H B F G
G
K
K I
B
C
K
D F C
J
E A
C
J
D A
A E
I J I
J
J
Aanplanten in maat 80/100, hoogte in cm.
K
J
K
Drie rijen struweel. 1 Rij met Ilex aquifolium met 70 stuks. 2 rijen met elk 42 stuks prunus laurocerasus.
J
G
I
L
L
K
J
H
B
Fagus sylvatica of Carpinus betulus in maat 80/100 (Hoogte in cm). Vijf per stekkende meter ong. 160m lang
H
C G
K
A E
Nieuwe situatie, niet op schaal. (Bron: N+L Landschapsontwerpers)
Project: Groenplan
Getekend:
RV
Adres:
Amsinksweg ong.
gecontroleerd:
NH
Vasse
Datum:
15-07-’24
Status:
Definitief
Noord:
ontwerp
Schaal: 1:1500
Formaat: A3
^
19
l a n d s c h a p s o n t w e r p e r s
Oldenzaalseweg 38 • 7651 KC Tubbergen • info@nl-landschaps.nl • www.nl-landschap.nl
Bijlage 2 Keerwand naast Amsinksweg 7
bestemmingsplan Woningbouw Amsinksweg, Vasse
25
F’ F
F
Maaiveld F’
Principedetail
Bijlage 3 Staat van Bedrijfsactiviteiten
bestemmingsplan Woningbouw Amsinksweg, Vasse
27
GEVAAR
GROOTSTE AFSTAND 30
2
C
10
30
2
C
10 10 0
30 30 30
2 2 2
30
10
30
2
10
30
0
30
2
0 0 0 0 0 0
30 10 30 10 30 10
0 0 0 10 10 0
30 10 30 30 30 10
2 1 2 2 2 1
STOF
0
GEUR
30
10
0
30
10
30
30 30 10
10 10 0
30 30 30
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)
10
10
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken
10
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen Grafische afwerking Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media
10 0 30 30 30 0
10, 11 1052 1071 1071
2 0 1
10821
0
10821 10821 1102 t/m 1104
3 6
14 141
-
16 162902
-
58 18129 1814 1814 1813 1814 182
A B
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m² Vervaardiging van wijn, cider e.d.
CATEGORIE
AFSTANDEN IN METERS GELUID
OMSCHRIJVING nummer
SBI-2008
D
20 2120 2120
0 2
VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN Farmaceutische produktenfabrieken: - verbandmiddelenfabrieken
10
10
30
10
30
2
23 232, 234 232, 234
0 1
VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALKEN GIPSPRODUKTEN Aardewerkfabrieken: - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW
10
10
30
10
30
2
26, 28, 33 26, 28, 33
A -
VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie
30
10
30
10
30
2
26, 27, 33 293
-
VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. Elektrotechnische industrie n.e.g.
30
10
30
10
30
2
VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie
30
0
30
0
30
2
VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken Sociale werkvoorziening
0 30 30 0
10 10 10 30
10 10 30 30
0 10 10 0
10 30 30 30
1 2 2 2
0
0
30
10
30
2
26, 32, 33
-
26, 32, 33
A
31 9524 321 322 32991
2
35 35 35 35
C0 C1 D0
PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: - < 10 MVA Gasdistributiebedrijven:
C
35 35 35 35
D3 - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B D4 en C E0 Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: E2 - blokverwarming
0
0
10
C
10
10
1
0
0
30
C
10
30
2
10
0
30
C
10
30
2
36 36 36
- WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER B0 Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: B1 - < 1 MW
0
0
30
C
10
30
2
41, 42, 43 41, 42, 43
3
BOUWNIJVERHEID Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m²
0
10
30
10
30
2
45, 47
-
HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven Autobeklederijen Autowasserijen Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires
10 0 10 0
0 0 0 0
30 10 30 30
10 10 0 10
30 10 30 30
2 1 2 2
10 0 10 10 30 10 10
10 0 0 10 10 10 10
30 30 30 30 30 30 30
0 0 0 0 0 10 10
30 30 30 30 30 30 30
2 2 2 2 2 2 2
0
10
30
10
30
2
0
10
30
0
30
2
451, 452, 454 45204 45205 453 46 4622 4634 4635 4636 4637 4638, 4639 464, 46733 4673 4673 46735 46735 4674
B
-
0 2 4 6 0
GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Grth in bloemen en planten Grth in dranken Grth in tabaksprodukten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen Grth in overige consumentenartikelen Grth in hout en bouwmaterialen: - algemeen: b.o. <= 2000 m² zand en grind: - algemeen: b.o. <= 200 m² Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur:
4674 46752 4676
2
466, 469
- algemeen: b.o. < = 2.000 m² Grth in kunstmeststoffen Grth in overige intermediaire goederen Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.
0 30 10
0 30 10
30 30 30
0 30 10
30 30 30
2 2 2
0
0
30
0
30
2
DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)
0
0
10
10
10
1
VERVOER OVER LAND Taxibedrijven Pomp- en compressorstations van pijpleidingen
0 0
0 0
30 30
C C
0 10
30 30
2 2
DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) Autoparkeerterreinen, parkeergarages Reisorganisaties
0 10 0
0 0 0
30 30 10
C C
10 0 0
30 30 10
2 2 1
0 0
0 0
30 10
C C
0 0
30 10
2 1
0 0
0 0
0 0
C C
10 10
10 10
1 1
C
0
10
1
R
47 952
-
49 493 495
-
52 52109 5221 791
B 1
53 531, 532 61 61 61 61
-
POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten A Telecommunicatiebedrijven B0 zendinstallaties: B2 - FM en TV B3 - GSM en UMTS-steunzenders (indien bouwvergunningplichtig)
64, 65, 66 64, 65, 66
A
FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen
0
0
10
41, 68 41, 68
A
VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED Verhuur van en handel in onroerend goed
0
0
10
0
10
1
77 7711
-
VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN Personenautoverhuurbedrijven
10
0
30
10
30
2
D
772
Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.
10
10
30
10
30
0 0
10 30
1 2
30 10
2 1
0 10 0
10 D 30 10
1 2 1
0 10
30 30
2 2
10
30
2
0 0 0 0
10 10 30 30
1 1 2 2
0 0
30 30
62 62 58, 63
A B
COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d. Datacentra
0 0
0 0
10 30
72 721 722
-
SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek
30 0
10 0
30 10
0 10 0
0 0 0
10 30 10
0 10
0 0
30 30
GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG Ziekenhuizen
10
0
30
Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven Consultatiebureaus Verpleeghuizen Kinderopvang
0 0 10 0
0 0 0 0
10 10 30 30
0 0
0 0
30 30
63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 " 74203 82992 85 852, 8531 8532, 854, 855 86 8610 8621, 8622, 8623 8691, 8692 871 8891
A
-
-
1 2 -
OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING Overige zakelijke dienstverlening: kantoren Foto- en filmontwikkelcentrales Veilingen voor huisraad, kunst e.d. ONDERWIJS Scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs Scholen voor beroeps-, hoger en overig onderwijs
94 9491 94991
A
DIVERSE ORGANISATIES Kerkgebouwen e.d. Buurt- en clubhuizen
96
-
OVERIGE DIENSTVERLENING
C
30 0
C
C
C
C
R
D
D
D
2
2 2
96012 96013 96013 9602 9313, 9604 9609
A B
B
Chemische wasserijen en ververijen Wasverzendinrichtingen Wasserettes, wassalons Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten Fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden Persoonlijke dienstverlening n.e.g.
30 0 0 0 10 0
0 0 0 0 0 0
30 30 10 10 30 10
C C
30 0 0 0 0 0
R
30 30 10 10 30 10
D
2 2 1 1 2 1
Bijlage 4
34
Waterhuishoudkundig plan
bestemmingsplan Woningbouw Amsinksweg, Vasse
Waterhuishoudkundig plan
Plangebied Amsinkweg te Vasse
Opdrachtgever Scholte op Reimer De heer L. Lansink Voortsweg 23 7661 PD VASSE Adviesbureau Geofoxx Eekstestraat 10-12 7557 AP OLDENZAAL Status Definitief Datum November 2023 Projectnummer 20230719/RREK Documentkenmerk 20230719_b2RAP
Auteur De heer R.H. Rekveldt Paraaf:
Controle / vrijgave Mevrouw I. E. Frederiks Paraaf:
Waterhuishoudkundig plan
Plangebied Amsinkweg te Vasse
Inhoudsopgave 1
Inleiding
1
2
Locatiegegevens en onderzoeksopzet 2.1 Locatiegegevens 2.2 Gewenste herinrichting 2.3 Onderzoeksopzet
2 2 3 4
3
Beleid 3.1 Waterschap 3.2 Gemeentelijk beleid
5 5 6
4
Geohydrologisch onderzoek 4.1 Maaiveldhoogte 4.2 Geologie 4.3 Bodemopbouw 4.4 Doorlatendheid 4.5 Grondwater 4.6 Oppervlaktewater 4.7 Riolering 4.8 Natuurgebieden 4.9 Grondwaterbeschermingsgebied 4.10 Klimaatatlas Twente 4.11 Vastgestelde geohydrologische situatie
8 8 8 9 10 11 12 13 13 13 13 14
5
Toekomstige situatie waterhuishouding 5.1 Algemeen 5.2 Infiltratiemogelijkheden algemeen 5.3 Infiltratiepotentie en geschiktheid hemelwaterinfiltratie 5.4 Berging hemelwater 5.5 Ontwerp watersysteem
15 15 15 16 16 17
6
Bouw- en woonrijp maken 6.1 Voorstel vloerpeilen 6.2 Aandachtspunten bouwrijp maken
21 21 21
7
Samenvatting en conclusie
23
Bijlagen 1 Situatietekening 1.1 Ontwerp 1.2 Waterstructuur 2 Watertoets
projectnummer
datum
20230719/RREK
oktober ’23
-/-
Waterhuishoudkundig plan
Plangebied Amsinkweg te Vasse
1
Inleiding
In opdracht van Scholte op Reimer heeft Geofoxx, als onafhankelijk adviesbureau1, een waterhuishoudkundig plan opgesteld inclusief geohydrologisch onderzoek uitgevoerd voor een planlocatie gelegen aan de Amsinkweg te Vasse. Onderhavige rapportage (versie b1) is opgesteld naar aanleiding van inspraak vanuit de gemeente Tubbergen. Hierdoor zijn enkele wijzigingen aangebracht ten opzichte van het eerdere planontwerp (versie a1). De aanleiding voor het laten uitvoeren van het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen realisatie van 29 nieuwbouwwoningen en de daarvoor benodigde bestemmingsplanwijziging van de locatie. In verband met de bestemmingsplanwijziging en de geplande woningbouw is het nodig om de lokale waterhuishouding en de gevolgen van de herontwikkeling op de huidige waterhuishoudkundige situatie in kaart te brengen. Achtergrond Om water bij ruimtelijke ontwikkeling een prominentere rol te geven, is op grond van het besluit op de ruimtelijke ordening de watertoets verplicht gesteld. Dit komt er op neer dat bij elk ruimtelijk plan vooraf moet worden aangegeven op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding en dat onderlinge afstemming plaatsvindt tussen ontwikkelaar en waterbeheerders (watertoetsproces).
De doorvertaling van het watertoetsproces zal in het bestemmingsplan worden opgenomen in de vorm van een waterparagraaf, waarin verantwoording wordt afgelegd over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. Watertoets(proces) De essentie van het watertoetsproces is een vroegtijdig contact tussen zogeheten initiatiefnemers en waterbeheerders. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle relevante ruimtelijke plannen en besluiten van Rijk, provincies en gemeenten. De toets is verplicht voor ruimtelijke plannen waarin 'waterbelangen' spelen. In een waterparagraaf wordt door de initiatiefnemer uitgelegd hoe wordt omgegaan met de waterhuishouding binnen het plan (Bij grotere plannen wordt het opstellen van de waterparagraaf veelal voorafgegaan door een vooroverleg met waterschap, gemeente en/of Rijkswaterstaat). Het waterschap kijkt vervolgens of in het plan voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse (beoordeling waterparagraaf) en geeft een wateradvies. Het resultaat van het watertoetsproces is een tussen de initiatiefnemer en waterbeheerder afgestemde waterparagraaf in het ruimtelijk plan.
Afhankelijk van de omvang van het plan alsmede relevante wateraspecten / -belangen komt het watertoetsproces in aanmerking voor de korte procedure dan wel normale procedure.
Doel Om goed onderbouwde en weloverwogen keuzes te kunnen maken bij het ontwerp van het plangebied is het raadzaam om inzicht te hebben in de grondwaterhuishouding (grondwaterstanden, fluctuaties en stromingsrichting) en bodemopbouw ter plaatse. De resultaten van het onderzoek kunnen gebruikt worden als input voor de in een latere fase op te stellen waterparagraaf. Tevens wordt de digitale watertoets reeds ingevuld, om te bepalen welke procedure doorlopen moet worden dan wel een wateradvies te verkrijgen. In het rapport komt het volgende aan de orde: het vooronderzoek en geohydrologisch onderzoek, de veldwerkzaamheden inclusief gemeten doorlatendheid, de vigerende regels voor de waterhuishouding bij ruimtelijke ontwikkeling en de interpretatie van de verzamelde gegevens, de conclusies en het advies. 1
De opdrachtgever en terreineigenaar zijn geen zuster- of moederbedrijf en komen niet uit de eigen organisatie zodat de onafhankelijkheid van het onderzoek is gewaarborgd.
Geofoxx is een handelsnaam van Geofox-Lexmond bv, statutair gevestigd te Oldenzaal en ingeschreven in het handelsregister onder nr. 06056452. Op alle opdrachten zijn de algemene voorwaarden van Geofox-Lexmond bv van toepassing. Deze voorwaarden zijn te vinden op geofoxx.nl.
Waterhuishoudkundig plan
Plangebied Amsinkweg te Vasse
2
Locatiegegevens en onderzoeksopzet
2.1
Locatiegegevens
De onderzoekslocatie is gelegen in het dorp Vasse, gelegen in de gemeente Tubbergen. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie P en nummer 1106. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 2 hectare. De onderzoekslocatie is momenteel in gebruik als weiland, en gelegen aan de rand van de bebouwde kom aan de noordwestzijde van Vasse. Aan de zuidwestzijde van het plangebied zijn bedrijven gesitueerd (bouwbedrijf), aan de zuidoostzijde de Amsinkweg met woonhuizen (enkel aanwezig aan de zuidoostzijde). De noordwestzijde is in gebuikt als landbouwgebied.
Figuur 2.1: Huidige situatie
Tabel 2.1: Overzicht topografische gegevens Topografische gegevens Locatie Gemeente Waterschap Huidig gebruik Oppervlakte onderzoekslocatie Maaiveldhoogte1 Toekomstig gebruik 1
Planlocatie Amsinkweg te Vasse Gemeente Tubbergen Waterschap Vechtstromen Weiland 2 hectare Variërend van 32,9 tot 32,2 m +NAP Woningbouw
maaiveldhoogte op basis van een inmeting, Metrica; 3105-072; 07-06-2023;
projectnummer
datum
20230719/RREK
november 2023
2 / 24
Waterhuishoudkundig plan
Plangebied Amsinkweg te Vasse
2.2
Gewenste herinrichting
Op de locatie is een verkaveling in 29 verschillende kavels voorzien (zie figuur 2.1). Op twee locaties wordt aangesloten op de Amsinkweg. Rondom de te realiseren bebouwing wordt een wandelpad aangelegd, met aan de zijde van de bedrijven (zuidwest) een brede groenstrook en een waterberging. Daarnaast wordt aan de zijde van de Amsinkweg ruimte tussen de weg en de bouwblokken vrij gelaten, zodat de bomen langs de Amsinkweg behouden kunnen blijven. Tussen de bouwblokken worden een drietal parkeerstroken gesitueerd, veruit de meeste woningen zijn echter voorzien van een oprit met eigen parkeervoorziening.
Figuur 2.2: Nieuwe situatie (nl-landschap.nl, v14) Gebaseerd op de tekening aangeleverd door de opdrachtgever zal het verhard oppervlakte in de toekomst toenemen. Dit bestaat uit circa 3.260 m2 voor de toekomstige rijbaan, trottoirs en openbare parkeerplaatsen (verhardingen). Daarnaast zal de bebouwing zorgen voor een toename van het verhard oppervlak met circa 4.100 m2. Dit is inclusief inritten en een parkeerplaats op particulier terrein. In onderstaande tabel is de toekomstige verharding weergegeven. Tabel 2.2: Oppervlaktes en kavelindeling (m2) Situatie
Kavels
Voormalig Toekomstig
--
Globale oppervlakte 20.000 20.000
8 st. vrijstaand1 14 st. 2-o.-1-kap2 7 st. rijwoningen3 Totaal onverhard Totaal verhard 1) 180 m2 verhard inclusief bestrating/ oprit 2) 140 m2 verhard inclusief bestrating/ oprit 3) 100 m2 verhard inclusief bestrating/ oprit
projectnummer
datum
20230719/RREK
november 2023
Oppervlak bebouwd --
Oppervlak verharding -3.260
Totaal verhard 0 7.360
4.100 11.640 (63%) 7.360 (37%)
3 / 24
Waterhuishoudkundig plan
Plangebied Amsinkweg te Vasse
2.3
Onderzoeksopzet
2.3.1
Geohydrologisch onderzoek
Eerst zal een bureaustudie worden uitgevoerd waarbij op basis van alle beschikbare openbare data (o.a. DINOloket, Wateratlas Overijssel/Klimaateffect atlas, Actueel Hoogtebestand Nederland) de lokale bodemopbouw en geohydrologie wordt beschreven. Omdat deze gegevens vaak van regionale aard zijn dienen deze te worden door vertaald naar de lokale situatie. Hiervoor zijn aan verschillende openbare bronnen gegevens ontleend omtrent de geohydrologie en waterhuishouding. De verzamelde gegevens zijn afkomstig van; het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN 4); KLIC-melding en relevante kadastrale kaarten van het Kadaster; de database DINOloket van TNO; openbare datasets beschikbaar via het Nationaal Georegister; Grondwatermeetnet Twente; Openbare datasets van de Provincie Overijssel (Atlas van Overijssel); Bodemonderzoek Dumea, 2022-148, 11 mei 2022; Rioolrevisie Amsinkweg en omgeving, Gemeente Tubbergen; Ontwerp nieuwbouwplan, N+L landschapontwerpers, Versie 7, 6-6-2023; Beschikbare gegevens archief Geofoxx / Geofox-Lexmond.
2.3.2
Digitale watertoets
In dit kader van de (verplichte) watertoets is het van belang om in de planvormingsfase na te denken over de waterhuishoudkundige aspecten op de locatie. Een eerste stap hierin is het doorlopen van de digitale watertoets. Met behulp hiervan kan worden bepaald welke wateraspecten er spelen en welke procedure op basis hiervan moet worden doorlopen. Ten behoeve van een goede ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling dient in de toelichting van het bestemmingsplan een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt een beschrijving gemaakt van onder andere de geohydrologische uitgangspunten, de beleidsmatige uitgangspunten van gemeente en waterschap, de benodigde bergingsopgave, infiltratiemogelijkheden en de toekomstige invulling van de waterhuishouding (op hoofdlijnen). Afhankelijk van de uitkomsten van de digitale watertoets, wordt de waterparagraaf in een later stadium geschreven. De resultaten van de digitale watertoets zijn opgenomen in onderhavige rapportage.
projectnummer
datum
20230719/RREK
november 2023
4 / 24
Waterhuishoudkundig plan
Plangebied Amsinkweg te Vasse
3
Beleid
In de navolgende paragraaf is het huidige beleid ten aanzien van stedelijk waterbeheer beknopt toegelicht. Het stedelijk waterbeleid wordt ingevuld door de gemeente Tubbergen en waterschap Vechtstromen.
3.1
Waterschap
Het waterschap heeft een aantal normen en uitgangspunten opgenomen in het ‘Waterbeheerplan 2022-2027, Waterschap Vechtstromen’. De grootste opgaven waar het Waterschap mee te maken krijgt bestaat uit de Omgevingswet, het klimaat, algehele waterkwaliteit, duurzaamheid en beleving. Het algemene uitgangspunt van het waterschap Vechtstromen is dat het omliggende watersysteem niet extra belast wordt door de ontwikkelingen op de locatie. Er mag géén afwenteling op de omgeving (en in de tijd) plaatsvinden. Daartoe hanteert het waterschap de volgende twee tritsen voor waterkwantiteit en waterkwaliteit: Vasthouden – bergen – afvoeren De trits ‘vasthouden – bergen – afvoeren’ houdt in dat in eerste instantie getracht dient te worden het (gebiedseigen) water zo lang mogelijk – daar waar het valt – vast te houden (infiltratie in de bodem). Indien dit niet mogelijk is dient het afstromend regenwater lokaal te worden geborgen in vijvers en watergangen. Pas in laatste instantie - wanneer noch vasthouden, noch bergen afdoende is - kan overwogen worden het water zo traag mogelijk af te voeren naar de omgeving.
Schoon houden – scheiden – schoonmaken De trits ‘schoon houden – scheiden – schoonmaken’ omvat ten eerste het niet toelaten dat de waterkwaliteit verslechtert (schoon houden), vervolgens het scheiden van schone en vuile waterstromen en als laatste het zuiveren (schoonmaken) van verontreinigd water. De hydrologische ordeningsfuncties voor deze trits zijn: Cascadering, waarbij vuile gebiedsfuncties benedenstrooms van schone worden gelegd; Buffering, waarbij tussen schone en vuile gebiedsfuncties een bufferzone wordt aangelegd; Differentiatie per stroomgebied, waarbij elk (deel)stroomgebied een richtinggevende functie krijgt. Onder deze bovengenoemde trits heeft het waterschap Vechtstromen een aantal specifieke uitgangspunten met betrekking tot het stedelijk waterbeheer. Deze zijn afkomstig uit het Hydraulisch handboek 2020 van waterschap Vechtstromen2:
Bergingseis (bergingsvijvers, waterlopen, straat en infiltratie- en randvoorzieningen3): o o o o o o o
2 3
T=100 gebeurtenis maatgevend voor toetsing; Neerslagstatistiek volgens Stowa rapport nr. 19, 2019; Neerslag volgens huidige klimaat +10% (klimaat) 3 mm berging op straat, dak etc. Maatgevende bui-duur is 48 uur, neerslaghoeveelheid 122 mm. Deze waarde komt overeen met de neerslaghoeveelheid inclusief klimaatverandering volgens Stowa rapport nr 19; Maatgevende afvoer (lozingscapaciteit berging): 1,6 l/s/ ha ofwel 28 mm bij bui-duur 48 uur; Dit betekent 91 mm waterberging voor het gebied dat is toegenomen in verhard oppervlak;
Ondergrondse infiltratievoorzieningen moeten worden voorzien van een inspectiemogelijkheid en worden voorzien van blad- en zandvangers;
Augustus 2020, afdeling ontwikkeling en advies, Waterschap Vechtstromen; Bepaal de omvang en het type berging in bestaand stedelijk gebied in overleg met de gemeente;
projectnummer
datum
20230719/RREK
november 2023
5 / 24
Waterhuishoudkundig plan
Plangebied Amsinkweg te Vasse
3.2
Het hemelwater wordt bij voorkeur zichtbaar afgevoerd naar de berging- en/of infiltratievoorziening; In het kader van duurzaam bouwen en vanwege de beoogde grond- en oppervlaktewaterkwaliteit mogen geen uitlogende bouwmaterialen (zoals zink, koper, lood en PAK-houdende materialen) worden toegepast. Er zijn voldoende milieuvriendelijke alternatieven die vergelijkbaar zijn wat betreft uitstraling, gebruiksgemak, levensduur en onderhoud. Indien de uitlogende materialen toch worden toegepast, dienen ze jaarlijks gecoat te worden om diffuse verontreinigingen te voorkomen; Het waterschap is er voorstander van om zo min mogelijk schoon regenwater af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Nieuw aan te leggen gebieden dienen gescheiden gerioleerd te worden; Om afwenteling op de omgeving (o.a. piekafvoeren) te voorkomen mag de maximale afvoer vanuit het (nieuwe) stedelijk gebied niet toenemen ten opzichte van de oorspronkelijk in het onbebouwde gebied optredende agrarische afvoeren (hierna ook wel “maatgevende landelijke afvoer” genoemd). Hiervoor dient een maatgevende afvoernorm van 2,4 liter per seconde per hectare te worden gehanteerd; Het waterschap is geen voorstander van het creëren van nieuwe onderbemalingen t.b.v. het realiseren van voldoende ontwateringsdiepte bij nieuwbouwprojecten.
Om voldoende ontwateringsdiepte te bereiken, en toch aan te sluiten bij bestaande grond- en oppervlaktewaterpeilen kan overwogen worden het terrein integraal op te hogen, dan wel om over te gaan op selectief ophogen in combinatie met kruipruimteloos bouwen. Voor een overzicht van de gangbare ontwateringnormen wordt verwezen naar het gemeentelijk beleid, paragaaf 3.2.
Gemeentelijk beleid
Hemelwater (HWA) De planontwikkeling heeft na realisatie een totale hoeveelheid verhard oppervlak van 7.360 m2 tot gevolg. Hiervan wordt 3.260 m2 verharding in de openbare ruimte gerealiseerd. Om te voldoen aan het voorkeursbeleid van de waterbeheerders, wordt hemelwater van verharding en bebouwing bij voorkeur bovengronds afgevoerd naar een infiltratievoorziening. Indien bovengrondse afvoer niet mogelijk of wenselijk is, dienen regenpijpen boven het maaiveld te worden voorzien van een bladvanger welke tevens kan dienen als noodoverloop. Op basis van het Gemeentelijk Rioleringsplan Tubbergen 2019-2024 (GRP) kan worden uitgegaan van een minimale berging van 20 mm (voor de bestaande verharding) en een bergingseis van 40 mm voor het aandeel verharding dat toeneemt. Bij extreme situaties mag geen waterschade ontstaan. Het te bergen hemelwater zal in de openbare ruimte geborgen moeten worden en waar mogelijk ook infiltreren. Ontwateringsdiepte In figuur 3.1 zijn de definities van ontwateringsdiepte en drooglegging weergegeven.
Figuur 3.1: Definities ontwateringsdiepte en drooglegging
projectnummer
datum
20230719/RREK
november 2023
6 / 24
Waterhuishoudkundig plan
Plangebied Amsinkweg te Vasse
De ontwateringsdiepte is het verschil tussen maaiveldhoogte4 en grondwaterstand. Het uitgangspunt voor het stedelijk gebied is dat voldoende ontwateringsdiepte wordt gerealiseerd voor de gewenste functie. In tabel 3.1 zijn de ontwateringsdiepten weergegeven (de beoogde ontwateringsdiepte is geen vaste te garanderen grondwaterstand omdat de grondwaterstand een sterk dynamisch karakter heeft).
Tabel 3.1: Gewenste ontwateringsdiepte per gebruiksfunctie Gebruiksfunctie
Gewenste ontwateringsdiepte (m)*
Woningen/gebouwen met kruipruimte 1,0 m t.o.v. vloerpeil Woningen/gebouwen zonder kruipruimte 0,5 m t.o.v. vloerpeil Wegen 0,7 m t.o.v. maaiveld Openbaar groen 0,5 m t.o.v. maaiveld *Op basis van overleg met gemeente Dinkelland/Tubbergen (Noaberkracht) op 6 maart 2023 te Tubbergen
Bouwperiode Bij de aanleg en het onderhoud van het gebouw en bestrating mag geen gebruik gemaakt worden van uitloogbare bouwmaterialen, chemische bestrijdingsmiddelen en dient het gebruik van strooizout te worden beperkt. Indien er toch uitlogende materialen worden toegepast, dient het desbetreffende materiaal jaarlijks gecoat te worden om diffuse verontreinigingen te voorkomen. Inrichting De straatpeilen dienen bij de straatpeilen in de omgeving van het plangebied aan te sluiten. Rondom de bouwkavels is voldoende ruimte om hoogteverschillen met de omgeving op te vangen. Het vloerpeil van de bebouwing dient normaal 0,2 m boven de kruin van de weg gelegen te zijn, echter is dit eveneens afhankelijk van de inrichting van het straat tracé (drempels, type wegprofiel, afstand tot straat, etc). In hoofdstuk 6.1 zal verder worden ingegaan op de vloerpeilen. Deze vloerpeilen zijn gebaseerd op de minimale drooglegging en benodigde straatpeilen.
4
De maaiveldhoogte zelf heeft vrijwel geen directe invloed op de grondwaterstand (afhankelijk van een bepaalde drooglegging werkt de maaiveldhoogte, via het oppervlaktewaterpeil, wel door in de grondwaterstand). De maaiveldhoogte is wel van belang voor de ontwateringsdiepte.
projectnummer
datum
20230719/RREK
november 2023
7 / 24
Waterhuishoudkundig plan
Plangebied Amsinkweg te Vasse
4
Geohydrologisch onderzoek
4.1
Maaiveldhoogte
Regionaal De maaiveldhoogte loopt regionaal af in westelijke richting. Ten oosten van het dorp Vasse komen maaiveldhoogten voor van lokaal 70 m +NAP. Ter plaatse van onderhavig plangebied en verder westelijk is de maaiveldhoogte lager gelegen, op respectievelijk 32,5 en 30 m +NAP.
Figuur 4.1: Globale maaiveldhoogte in m+NAP onderzoekslocatie (AHN) Lokaal In bijlage 1 is een tekening bijgevoegd met inmeting van het terrein. Uit de inmeting blijkt dat de zuidoostzijde van het terrein het hoogst gelegen is op circa 32,85 m +NAP. Het maaiveldniveau loopt af in westelijke richting tot lokaal het 32,0 m +NAP. Het gemiddelde verhang op de locatie is daarmee circa 4 mm / m1.
4.2
Geologie
Het projectgebied ligt op de helling van het stuwwallencomplex, welke ten noordwesten van Vasse het hoogst gelegen is. Een stuwwal ontstaat doordat gletsjertongen vanuit de rand van een landijsijskap een gebied binnendringen. Daarbij schuren ze een diep glaciaal bekken uit. De sedimenten uit het bekken worden opgestuwd tot een hoge stuwwal. De sedimenten worden niet alleen verplaatst, maar ook sterk vervormd. Dichtbij de ijstong vormen zich in de stuwwal dekbladachtige overschuivingen of dakpansgewijs gestapelde schubben. Verder van het ijsfront vandaan is de druk minder groot en worden plooien gevormd die geleidelijk afnemen in grootte. In de vlakte voor het landijsfront worden waaiers van smeltwaterzanden afgezet door smeltwaterstromen die zich steeds weer verleggen. Ook tijdens de stuwing kunnen zich smeltwaterstromen vormen. Het water stroomt over de gestuwde afzettingen heen naar het laagland buiten de stuwwal. De stuwwal wordt hierbij deels geërodeerd. Het grovere
projectnummer
datum
20230719/RREK
november 2023
8 / 24
Waterhuishoudkundig plan
Plangebied Amsinkweg te Vasse
materiaal uit de smeltwaterstromen wordt grotendeels aan de voet van de stuwwal als een waaier afgezet, maar het kan ook al op de stuwwalflank achterblijven.
Stuwwal
Figuur 4.2: opbouw stuwwal westelijk van de projectlocatie
4.3
Bodemopbouw
Regionale bodemopbouw De opeenvolging van slecht doorlatende lagen en goed doorlatende watervoerende pakketten bepaalt de grondwaterstroming in een gebied. De opeenvolging wordt de geohydrologische opbouw genoemd. In figuur 4.3 is de geohydrologische opbouw weergegeven (gebaseerd op het geohydrologische model van de DINOloket, REGIS v2.2). Ter plaatse van het plangebied zijn aan de oppervlakte reeds afzettingen aanwezig welke gevormd zijn door gletsjers in het verre verleden. Voor een uitwerking van de opbouw wordt verwezen naar tabel 4.1.
Figuur 4.3: Regionale bodemopbouw (REGIS V2.2, DINOloket)
projectnummer
datum
20230719/RREK
november 2023
9 / 24
Waterhuishoudkundig plan
Plangebied Amsinkweg te Vasse
Tabel 4.1: Regionale bodemopbouw (REGRIS V2.2, DINOloket) Diepte (m-mv) 0,0 – 2,0 2,0 - 20
Formatie
Samenstelling
Boxtel Drente
Fijn zand Grof en midden zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei
20 - 50
Appelscha
50 - 80
Oosterhout
Grof en midden zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei Midden en fijn zand en schelpen, met weinig kleiig zand en grof zand en een spoor klei, glauconietzand, grind en kalksteen
Geohydrologische eenheid Deklaag 1e watervoerend pakket / scheidende laag 2e watervoerend pakket 2e watervoerend pakket
k-waarde (m/dag) 2,5 – 5,0 0 – 50 10 - 50 10 - 50
Lokale bodemopbouw In het kader van de herontwikkeling is door Dumea een bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie. Uit de profielbeschrijvingen van de grondboringen volgt dat sprake is van een humeuse zandige bovengrond van circa 0,5 m dik. De bodemopbouw bestaat vervolgens tot 4,5 m-mv (grootste boordiepte) uit matig fijn zand (tabel 4.2). Het grondwater is ten tijde van het onderzoek (april 2022) aangetroffen op 2,65 tot 3,1 m-mv. Uit twee boringen uit Dinoloket (B28F1103/ B28F1107, geplaatst op de kruisingen met de Engbersstraat) blijkt eveneens dat geen sprake is van kleiige lagen.
Tabel 4.2: Lokale bodemopbouw Diepte (m-mv) 0 – 0,5 0,5 – 4,5
4.4
Bodemsamenstelling Zand, matig fijn , humeus Zand, matig fijn tot grofzandig
Opmerking Bouwvoor
Doorlatendheid
Onverzadigde zone: Om een indruk te krijgen van de doorlatendheid (k-waarde) van de onverzadigde zone is nagegaan wat de resultaten zijn van de doorlatendheidsproeven welke in de directe nabijheid zijn uitgevoerd, in het verleden. Bij het uitvoeren van deze testen is gebruik gemaakt van de Falling head-methode, ook wel omgekeerde Hooghoudmethode genoemd. Bij de Falling headmethode wordt de grondwaterspiegel eenmalig verhoogd waarna de daling van de grondwaterspiegel wordt gemeten. De metingen worden uitgevoerd om een indicatie te verkrijgen van de mogelijkheden voor de infiltratie van hemelwater in de bodem.
Tabel 4.3: Gemeten doorlatendheid onverzadigde zone (m/dag) Locatie/ Diepte Bodemsamenstelling rondom filter Doorlatendheid peilbuis (m-mv) (m/dag) Kruse groep, Manderveenseweg / Denekamperstraat te Vasse; project: 21045066, 30-7-2021 KW1 Zand, matig fijn, zwak siltig, gedeeltelijk zwak humeus 0,7 KW2 Zand, matig fijn tot matig grof, zwak siltig 1,5 KW3 Zand, matig fijn, zwak siltig 0,7 KW4 Zand, matig fijn tot matig grof, zwak siltig, zwak grindig 1,0 KW5 Zand, matig fijn, zwak siltig 1,2 Waterhuishoudkundig plan Hooidijk te Vasse Geofoxx, kenmerk 20211177_a1RAP, 25 februari 2022 01 0,5 – 1,0 Zand, matig siltig, matig humeus 1,1 02 0,5 – 1,0 Zand, matig siltig, matig humeus 0,7 03 0,5 – 1,0 Zand, matig siltig, matig humeus 1,4 04 0,5 – 1,0 Zand, matig siltig, matig humeus 0,8 Infiltratieonderzoek Hooidijk; Geofox-Lexmond, 20121461, aug 2012 1 3,0 - 5,5 Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig 2 2 1,0 - 3,5 Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk grindig, zwak steenhoudend 8 3 1,0 - 4,0 Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig 5 Gemiddeld 2 m/dag
projectnummer
datum
20230719/RREK
november 2023
10 / 24
Waterhuishoudkundig plan
Plangebied Amsinkweg te Vasse
4.5
Grondwater
Om een volledig beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden op het plangebied, zijn diverse bronnen geraadpleegd. Regionale grondwaterstroming De grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket is westelijk gericht. De grondwaterstroming wordt beïnvloed door de stuwwal/ Braamberg welke ten oosten van de onderzoekslocatie gelegen is. DINOloket (freatisch) en Grondwatermeetnet Twente Bij het Dino-loket van TNO en Grondwatermeetnet Twente zijn langdurige meetgegevens bekend van grondwaterstanden in de omgeving van het plangebied. In de onderstaande tabellen zijn de berekende statistieken van de meetwaarden weergegeven. In figuur 4.4 staan de posities van de geraadpleegde peilbuizen. Tabel 4.4: Grondwatergegevens DINOloket Meetpunt
Z-hoogte
(naam)
(m+NAP)
B28F0142
34,3
B28F1436
Meetperiode
GHG
GG
GLG
(m+NAP)
(m-mv)
(m+NAP)
(m-mv)
(m+NAP)
(m-mv)
2001-2009
28,9
5,4
28,4
5,9
27,3
6,9
34,5
2012-2019
31,1
3,4
30,6
3,9
30,0
4,5
B28F0146
41,3
2011-2019
30,2
11,1
29,8
11,5
29,3
12,0
B28F0148
30,7
2011-2019
28,8
1,9
28,3
2,4
27,6
3,1
B28F0142
B28F1436
B28F0146
6 5 7
B28F0148
Figuur 4.4: Peilbuizen rondom / in Vasse van Dinoloket en grondwatermeetnet Twente Tabel 4.5: Grondwaterstanden grondwatermeetnet Twente Peilbuis 5 6 7
Maaiveld-hoogte m+NAP 35,3 37,15 36,0
Meetreeks 2017-2021 2017-2021 2017-2021
projectnummer
datum
20230719/RREK
november 2023
GHG m+NAP 5,5 7,45 3,9
m-mv 29,8 29,7 32,1
GG m+NAP 5,9 7,95 4,4
m-mv 29,4 29,2 31,6
GLG m+NAP 6,3 8,35 5,0
m-mv 29,0 28,8 31,0
11 / 24
Waterhuishoudkundig plan
Plangebied Amsinkweg te Vasse
Lokale grondwatermetingen In april 2022 zijn door Dumea de grondwaterstanden gemeten op 2,65 tot 3,1 m-mv. Op basis van een gemiddelde maaiveldhoogte van 32,4 m +NAP, komt dit overeen met een grondwaterstand van 29,3 tot 29,75 m +NAP. Gezien de maand waarin de grondwaterstanden zijn gemeten mag je aannemen dat deze tussen de GHG en GG situatie liggen, echter is niet uitgesloten dat door de droge zomerperiode de grondwaterstanden lager staan dan normaal. Maatgevende grondwaterstanden Op basis van de maatgevende grondwaterstanden van TNO en grondwatermeetnet Twente, het verwachtte stromingspatroon en de metingen op de onderzoekslocatie zijn de volgende maatgevende grondwaterstanden bepaald en aangehouden:
4.6
Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG): 31,1 m+NAP Gemiddelde grondwaterstand (GG): 30,6 m+NAP Gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG): 30,0 m+NAP
Oppervlaktewater
Uit de legger van Waterschap Vechtstromen blijkt dat in de directe nabijheid van de planlocatie geen watergangen gelegen zijn.
Uitstroomvoorziening sloot
Figuur 4.5: Legger oppervlaktewateren nabij plangebied Parallel aan de Amsinkweg zijn er afvoermogelijkheden vanuit de sloot. Deze heeft een overstortvoorziening het gemeentelijk (gemengd) riool in met een hoogte van circa 31,7 m +NAP. De sloot zelf heeft hetzelfde bodempeil. Voor zover bij de opdrachtgever bekend staat de sloot meestal droog, wel is bekend dat een aantal staatkolken afvoeren op de sloot.
projectnummer
datum
20230719/RREK
november 2023
Figuur 4.7: Foto sloot langs Amsinkweg
12 / 24
Waterhuishoudkundig plan
Plangebied Amsinkweg te Vasse
4.7
Riolering
De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling en afvoer van afvalwater en daarmee de aanleg, het onderhoud en het beheer van het hoofdrioolstelsel. Het vuilwaterriool dient te worden aangesloten op het bestaande stelstel richting de Engbersstraat. Dit zal gebeuren aan de zuidoostzijde van het plangebied. Hier heeft het bestaande riool een b.o.b. hoogte van 31,1 m+NAP. Het betreft een betonriool van Ø 400 mm.
4.8
Natuurgebieden
In de omgeving zijn diverse gronden gelegen welke onderdeel uitmaken van de EHS (Ecologische Hoofd Structuur). Delen van de EHS vallen eveneens onder het Natura 2000 gebied “Springendal & dal van de Mosbeek”, van totaal 1.225 ha. De afstand van de planlocatie tot het Springendal bedraagt ongeveer 900 meter en 730 meter tot het dal van de Mosbeek.
4.9
Grondwaterbeschermingsgebied
Noordelijk van het planbied is een gondwaterbeschermingsgebied gelegen (“Manderveen”). Het plangebied is op circa 1 km afstand gelegen.
Figuur 4.6: Situering onderzoekslocatie t.o.v. grondwaterbeschermingsgebieden
4.10
Klimaatatlas Twente
Op basis van de klimaatatlas Twente blijkt dat bij extreme neerslag (70 mm, T=100) ter plaatse van het huidig plangebied geen water aan de oppervlakte aanwezig is. In figuur 4.9 is de situatie weergegeven welke ontstaat bij 70 mm neerslag.
projectnummer
datum
20230719/RREK
november 2023
13 / 24
Waterhuishoudkundig plan
Plangebied Amsinkweg te Vasse
Figuur 4.7: Klimaatatlas Twente, 70 mm neerslag
4.11
Vastgestelde geohydrologische situatie
Bodemopbouw De bodem bestaat tot 4,5 m-mv uit zandige lagen (matig fijn tot grof). De bovenste 0,5 m bestaat uit een laag zwak humeuse teelaarde. Hoogteligging In bijlage 1 is een tekening bijgevoegd met inmeting van het terrein. Uit de inmeting blijkt dat de zuidoostzijde van het terrein het hoogst gelegen is op circa 32,85 m +NAP. Het maaiveldniveau loopt af in westelijke richting tot lokaal het 32,0 m +NAP. Het gemiddelde verhang op de locatie is daarmee circa 4 mm / m1. Grondwaterniveau Op basis van de maatgevende grondwaterstanden van TNO en grondwatermeetnet Twente, het verwachtte stromingspatroon en de metingen op de onderzoekslocatie zijn de volgende maatgevende grondwaterstanden bepaald en aangehouden:
Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG): 31,1 m+NAP Gemiddelde grondwaterstand (GG): 30,6 m+NAP Gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG): 30,0 m+NAP